CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitengebied - Hoge Varenweg 4_Bijlagen toelichting.pdf

Raadsvergadering 8 juli 2021, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Buitengebied - Hoge Varenweg 422.564 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Soort

Voertuig

Standaard

Licht verkeer

Aantal voertuigen Stof

12,3 / etmaal

Naam

Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Soort

Voertuig

Standaard

Licht verkeer

Gebruiksfase

Emissie transport projectlocatie oost 175163, 485371 < 1 kg/j < 1 kg/j

Emissie

NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Emissie transport projectlocatie west 174999, 485251 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

12,3 / etmaal

NOx NH3

Emissie

< 1 kg/j < 1 kg/j

RV4ev4QccyeE (04 maart 2021) pagina 4/5

AERIUSB CALCULATOR

Disclaimer

Rekenbasis

Resultaten

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS

versie 2020_202l0209_2f032cela2

Database

versie 2020_202l0209_2f032cela2

Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Gebruiksfase

RV4ev4QccyeE (04 maart 2021) pagina 5/5

Lycens Bijlage 4. Aerius-rekenbestand, Realisatiefase

AERIUSB CALCULATOR Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Realisatiefase Kenmerken *

Samenvatting emissies

*

Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RbZgzvnBrxsQ (04 maart 2021) pagina 1/12

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Lycens BV

Hoge Varen 4, 3849RH Hierden

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Hoge Varenweg 4

RbZ9ZvnBrxsQ

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

04 maart 2021, 11:08

2021

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

11,01 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Bijdrage

Veluwe

0,02

Sloop eendenschuren / nieuwbouw 3 woningen

Realisatiefase

RbZgzvnBrxsQ (04 maart 2021) pagina 2/12

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR

Locatie Realisatiefase

v

\ Hielden

Duireni

N3D2 Frankrijk

L I

HOS-

UI

Wiĩt-enhagen

500 m

Emissie

Bron Sector

Emissie NH3

Emissie NOx

Realisatiefase

Resultaten

Realisatiefase

e

Emissie transport - slooplocatie Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

s 1 kg/j

s 1 kg/j

e

Emissie transport - projectlocatie west Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

s 1 kg/j

s 1 kg/j

e

Emissie transport - projectlocatie oost Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

s 1 kg/j

s 1 kg/j

Sloop eendenschuren (slooplocatie) Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

s 1 kg/j

3,83 kg/j

Funderingsfase Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

s 1 kg/j

2,72 kg/j

Ruw- en afbouwfase Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

s 1 kg/j

3,31 kg/j

RbZgzvnBrxsQ (04 maart 2021) pagina 3/12

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR

Bron Sector

Terrein afwerking Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

Resultaten

Realisatiefase

Emissie NH3

Emissie NOx

s 1 kg/j

1,02 kg/j

RbZgzvnBrxsQ (04 maart 2021) pagina 4/12

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR

Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden

Natuurgebied

Hoogste bijdrage

Veluwe

0,02

Bijdrage op (bijna) overbelaste hexagonen*

(mol/ha/j)

*

Resultaten

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

Realisatiefase

RbZgzvnBrxsQ (04 maart 2021) pagina 5/12

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR

Resultaten per habitattype

Veluwe Habitattype

Hoogste bijdrage

H2330 Zandverstuivingen

0,02

Lg13 Bos van arme zandgronden

0,01

(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat

*

Resultaten

Bijdrage op (bijna) overbelaste hexagonen*

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

Realisatiefase

RbZgzvnBrxsQ (04 maart 2021) pagina 6/12

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR

Emissie (per bron)

Naam

Realisatiefase

Locatie (X,Y) NOx NH3

Soort

Voertuig

Standaard

Standaard

A ~ *iV/ ŕ \\{S A T\

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Zwaar vrachtverkeer

44,0 /jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Licht verkeer

80,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

v'yįP' WS s* *

Naam

Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Soort

Voertuig

Standaard

Standaard

Realisatiefase

Emissie transport slooplocatie 173441, 483889 < 1 kg/j < 1 kg/j

Emissie transport projectlocatie west 174999, 485251 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Zwaar vrachtverkeer

26,0 /jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Licht verkeer

260,0 /jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

RbZgzvnBrxsQ (04 maart 2021) pagina 7/12

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR

Emissie transport projectlocatie oost 175163, 485371 < 1 kg/j < 1 kg/j

Naam

Locatie (X,Y) NOx NH3

Soort

Voertuig

Standaard

Standaard

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Zwaar vrachtverkeer

26,0 /jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Licht verkeer

260,0 /jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Naam

Locatie (X,Y) NOx NH3

Sloop eendenschuren (slooplocatie) 173553, 483986 3,83 kg/j < 1 kg/j

parplievau

Voertuig

Omschrijving

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

AFW

Sloopkraan

4,0

4,0

AFW

AFW

Graafmachine

Vrachtwagen sloopafval (stationair draaiend)

Resultaten

Realisatiefase

4,0

4,0

4,0

4,0

Warmte Stof inhoud (MW)

0,0

0,0

0,0

Emissie

NOx NH3

2,21 kg/j

NOx NH3

1,10 kg/j

NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

< 1 kg/j

< 1 kg/j

RbZgzvnBrxsQ (04 maart 2021) pagina 8/12

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR

Naam Locatie (X,Y) Nox NH3

Funderingsfase 175109, 485271 2,72 kg/j < 1 kg/j

i_______ i

Voertuig

Omschrijving

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

AFW

Graafmachine (egaliseren terrein)

4,0

4,0

0,0

NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

AFW

Graafmachine (graven bouwputten)

4,0

4,0

0,0

NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

AFW

Betonstorter fundering

4,0

4,0

0,0

NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

AFW

Betonmixer (tijdens fundering)

4,0

4,0

0,0

NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

AFW

Vrachtwagen (laden

4,0

4,0

0,0

NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

en lossen)

Resultaten

Realisatiefase

RbZgzvnBrxsQ (04 maart 2021) pagina 9/12

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Ruw- en afbouwfase 175109, 485271 3,3i kg/j < 1 kg/j

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Mobiele hijskraan (hijsen kanaalvloerplaten)

4,0

4,0

0,0

NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

AFW

Mobiele hijskraan (hijsen breedvloerplaten)

4,0

4,0

0,0

NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

AFW

Betonstorter afstorten

4,0

4,0

0,0

NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

AFW

Betonmixer

4,0

4,0

0,0

NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

AFW

Mobiele hijskraan (hijsen dakdelen)

4,0

4,0

0,0

NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

AFW

Cementdekvloer mixer

4,0

4,0

0,0

NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

AFW

Vrachtwagen lossen

4,0

4,0

0,0

NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Voertuig

Omschrijving

AFW

Realisatiefase

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

RbZgzvnBrxsQ (04 maart 2021) pagina 10/12

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Terrein afwerking 175109, 485271 1,02 kg/j < 1 kg/j

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Graafmachine, afwerken terrein

4,0

4,0

0,0

NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

AFW

vrachtwagen laden en lossen

4,0

4,0

0,0

NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

AFW

Trilmachines

4,0

4,0

0,0

NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

AFW

Knikmops

4,0

4,0

0,0

NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Voertuig

Omschrijving

AFW

Realisatiefase

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

RbZgzvnBrxsQ (04 maart 2021) pagina 11/12

AERIUSB CALCULATOR

Disclaimer

Rekenbasis

Resultaten

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS

versie 2020_202l0209_2f032cela2

Database

versie 2020_202l0209_2f032cela2

Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Realisatiefase

RbZgzvnBrxsQ (04 maart 2021) pagina 12/12

bestemmingsplan Buitengebied -Hoge Varenweg 4

Bijlage 4 Natuurtoets Paralllelweg 10

57

ĉroenewold Adviesbureau voor Milieu â Natuur

Quickscan natuur Parallelweg 9 en10 Hierden

T

. - -.w-. -

Ŵr-

- -

iMifra

Opdrachtgever

Gebr. Klaassen bv Dhr. J. Klaassen Duinweg 11 3849 NJ Hierden

Contactpersoon

Viktor Lieuw-A-Fa viktor@veluwsearchitecten.nl

Uitvoering

Groenewold Adviesbureau voor Milieu & Natuur Dossiernummer

2019054

Versie

Nov.19-v4

Behandeld door

Lex Groenewold

Datum

16 november 2019

Dokter Holtropstraat 97 ^ 3851 JH ^ Ermelo^ Tel.: 06-533 61 6 75 Website: www.groenewoldmilieu.nl ^ e-mail: info@groenewoldmilieu.nl KvK: 081 78662 ^ BTW: NL1 1 7652386 B0V Bank: NL26 INGB 0673.0025.27

Inhoudsopgave 1 2

Aanleiding en doel.......................................................................................................... 3 Beschrijving situatie........................................................................................................ 3 2.1 Omschrijving gebied................................................................................................3 3 Relevante wetgeving......................................................................................................4 4 Aanpak onderzoek..........................................................................................................4 4.1 Gewenste ontwikkeling.............................................................................................5 4.2 Bronnenonderzoek..................................................................................................5 4.3 Locatiebezoeken .....................................................................................................5 5 Effecten plan/activiteiten op Flora en Fauna .................................................................. 5 5.1 Vaatplanten.............................................................................................................

5 5.2 Amfibieën en reptielen.............................................................................................6 5.3 Vlinders en libellen...................................................................................................6 5.4 Zoogdieren .............................................................................................................. 6 5.4.1 Vleermuizen .....................................................................................................6 5.5 Vogels..................................................................................................................... 7 5.5.1 Huismus........................................................................................................... 7 5.6 Vogels algemeen.....................................................................................................9 5.7 Overige soorten..................................................................................................... 10 6 Gebiedsbescherming.................................................................................................... 10 6.1 Natura 2000........................................................................................................... 10 6.2 Gelders natuurnetwerk (GNN) en Groene Ontwikkelzone (GO)...........................

10 7 Conclusies en aanbevelingen.......................................................................................11 7.1 Algemeen.............................................................................................................. 11 7.2 Beschermde soorten.............................................................................................. 11 7.3 Gebiedsbescherming............................................................................................. 12 7.4 Gelders natuurnetwerk Z Groene Ontwikkelzone................................................... 12 7.5 Voorbehoud en zorgplicht......................................................................................12 8 Advies............................................................................................................................14 9 Literatuur...................................................................................................................... 15 Bijlagen................................................................................................................................15

Bijlagen

1. 2. 3. 4. 5.

Overzicht situatie Foto’s plangebied Samenvatting natuurwetgeving Uitdraai NDFF Uit Inrichtingsplan Buro Ruiter

FF Parallelweg 10 Hierden Nov.19-v4.doc

2

Versie: 16 november 2019

1

Aanleiding en doel

Initiatiefnemer heeft het voornemen aan de Parallelweg 9/10 te Hierden, gemeente Harderwijk, een aantal agrarische bedrijfsopstallen te slopen. Voor de uitvoering is onder meer een quickscan natuur noodzakelijk. Adviesbureau Groenewold Milieu & Natuur is gevraagd dit onderzoek uit te voeren.

2

Beschrijving situatie

2.1 Omschrijving gebied Een overzicht van de situatie is weergegeven in de figuren hieronder en in de bijlage. Het betreft een perceel met in de huidige situatie twee woningen (verhuur) en achter op het ter­ rein ca. 12 agrarische opstallen. Een aantal van de stallen is nog in gebruik door eenden. Dit gebruik zal eind 2019 worden beëindigd. Plan is de agrarische opstallen te slopen en om te vormen tot weiland. De woningen Parallelweg 9 en 10 blijven behouden. Uit de natuurtoets moet blijken of mogelijk beschermde natuurwaarden in het geding zijn. Oosi-Gelderland.

rata . i- '

VJr1. * ;,,

4 ïiĩ

Harderwijk

M'4

FF Parallelweg 10 Hierden Nov.19-v4.doc

3

Versie: 16 november 2019

3

Relevante wetgeving

De natuur in Nederland is beschermd. Er zijn beschermde gebieden en beschermde soorten. De bescherming is per 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). De provincie is in de meeste gevallen bevoegd gezag voor ontheffingen en vergunningaanvragen. Voor wat betreft de Europees beschermde gebieden en daarin levende soorten sluit de Wet hierop aan (Habitat- en Vogelrichtlijn en Verdrag van Bern en Bonn). Dit omvat ook de bescherming van de Natura2000 gebieden. Ook de soortbescherming sluit aan bij de Europese regelgeving. Alle in het wild voorkomende vogels zijn beschermd (art. 3.1 Wnb, conform Vogelrichtlijn). Verder alle soorten uit de Habitatrichtlijn (strikt beschermde soorten, art. 3.5 Wnb). Tot slot is er nog een nationale lijst met ‘Andere soorten’. Deze nationaal beschermde soorten (art. 3.10 Wnb, 1e lid) zijn aangewezen in de Bijlage bij de Wnb. Onderdeel A betreft een verbod op het opzettelijk doden of vangen van de genoemde in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers. Onderdeel B verbiedt het opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van de genoemde vaatplanten in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Er zijn verschillen tussen beschermde soorten de oude Flora- en Faunawet en de beschermde soorten onder de Wet natuurbescherming.

In het voorliggende onderzoek worden de consequenties in beeld gebracht van de beoogde plannen en vindt toetsing plaats. Als door het treffen van maatregelen tijdens de werkzaamheden en na de realisatie van het project, wordt voorkomen dat er verbodsbepalingen uit de Wnb worden overtreden én de functionaliteit van beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen komt niet in het geding, is er geen ontheffing nodig. In sommige gevallen is het noodzakelijk of raadzaam om vooraf een ontheffing aan te vragen bij de Provincie. Ook kan het zijn dat voor een aantal van de ge­ plande activiteiten vrijstelling geldt. Dit kan per provincie enigszins verschillen. Als het plan invloed heeft op Natura 2000 gebied of gelegen is in het Nationaal natuurnetwerk moet dit inzichtelijk worden gemaakt en is mogelijk een vergunning noodzakelijk. Ook hiervoor is de provincie het bevoegd gezag. Een samenvatting van de natuurwetgeving is weergegeven in Bijlage 3.

4 Aanpak onderzoek De voorliggende quickscan is gebaseerd op een locatiebezoek, beschikbare gebiedskennis, verspreidingsgegevens en bekende ecologische principes. Hieruit moet blijken of en zo ja welke beschermde soorten in het plangebied voorkomen of kunnen voorkomen (hoofd­ stuk 5). Verder is gekeken of de voorgenomen activiteiten invloed hebben op beschermde gebieden (hoofdstuk 6). Als er effecten mogelijk zijn zal kort worden ingegaan op mogelijke mitigerende (verzach­ tende of inpassings-) en compenserende maatregelen. Ook op basis van de algemene zorgplicht kan het nodig zijn maatregelen te treffen.

FF Parallelweg 10 Hierden Nov.19-v4.doc

4

Versie: 16 november 2019

4.1

Gewenste ontwikkeling

Het plan omvat de sloop van de agrarische opstallen. Na de sloop wordt het terrein omge­ vormd tot weiland. De sloopmeters worden wel elders ingezet. Deze activiteiten vallen on­ der de definitie van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling op basis van de Wet natuurbe­ scherming. De effecten op beschermde soorten zijn beoordeeld op basis van de diverse uit te voeren activiteiten. Uitgangspunten hiervoor zijn: - het slopen van de bestaande opstallen - het verwijderen van enige vegetatie en opslag - het saneren van het terrein - het aanleggen van weiland met houtwallen

4.2

Bronnenonderzoek

Het plangebied ligt in kilometerhok x:173fy:483M84. Een eerste indruk is te verkrijgen bij het Natuurloket en waarneming.nl. Met deze gegevens in combinatie met een locatiebezoek en ecologische kennis kan een goede inschatting worden verkregen van de locatie en het belang daarvan voor verschillende soorten. Om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen is verder gebruik gemaakt van openbaar toegankelijke en betrouwbare bronnen, zoals verspreidingsatlassen, rapporten, recente ar­ tikelen en internetsites (zie literatuurlijst). Daartoe is via het programma quickscanhulp een uitdraai verkregen van de NDFF.

4.3

Locatiebezoeken

Tijdens een locatiebezoek op 4 juli 2019 (dag en avond) is het gebied en de directe omge­ ving opgenomen. Het bezoek levert informatie over de op dat moment aanwezige soorten. Een quickscan is geen volledige inventarisatie. Om toch een goed beeld te krijgen van te verwachten soorten is een locatiebezoek bij de quickscan wel van groot belang. Samen met beschikbare literatuurgegevens is dan een inschatting te maken van de geschiktheid van het plangebied voor mogelijk hier voorkomende beschermde soorten. Aanvullend is op 3 oktober 2019 in de vroege ochtend en op 6 november in de loop van de middag een locatiebezoek gebracht in verband met de huismus.

5 Effecten plan/activiteiten op Flora en Fauna Dit hoofdstuk gaat in op de vraag of er beschermde soorten voorkomen in of om het plan­ gebied. Hierbij zijn de meest voorkomende soortgroepen apart benoemd.

5.1

Vaatplanten

Het plangebied bestaat uit bemest grasland omzoomd door bomen en struiken. Er zijn alleen algemene planten aangetroffen, zoals klein streepzaad, groot kaasjeskruid, duizendblad, grote brandnetel, speerdistel, paardenbloem, bijvoet, klaproos, klein kaasjeskruid (foto), jacobskruiskruid, vlier, reukloze kamille, veldzuring en haagwinde. Verder veel algemene grassoorten. Er zijn in de huidige situatie geen beschermde soorten aangetroffen of te ver­ wachten.

FF Parallelweg 10 Hierden Nov.19-v4.doc

5

Versie: 16 november 2019

Er is bij realisatie van de plannen geen sprake van overtreding van art. 3.5 of 3.10 Wnb. Het aanvragen van een ontheffing is voor de nog aanwezige flora niet nodig.

5.2 Amfibieën en reptielen Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën of reptielen aangetroffen. Wegens het ontbre­ ken van geschikt voortplantingswater op het perceel is het niet geschikt als voortplantingsgebied voor amfibieën. Behoudens een enkele doortrekker zijn amfibieën hier niet te ver­ wachten. Het terrein is geen geschikt leefgebied voor reptielen. Er is een kleine kans dat een hazelworm zich aan de randen kan bevinden. Bij het locatiebezoek zijn geen hazelwormen gevonden. Realisatie van de plannen heeft geen invloed op het leefgebied van de soort. Een ontheffing op basis van art. 3.5 of 3.10 van de Wnb is voor deze soortgroepen niet nodig.

5.3 Vlinders en libellen Tijdens het veldbezoek zijn geen libellen aangetroffen. Wegens het ontbreken van geschikt voortplantingswater op het perceel is het niet geschikt als voortplantingsgebied voor libellen. Het klein koolwitje en het groot dikkopje (foto) zijn bij het veldbezoek waargenomen. Er zijn geen aanwijzingen dat beschermde soor­ ten vlinders of libellen aanwezig zijn of dat er geschikt leefgebied daarvoor aanwezig is. Een ontheffing op basis van art. 3.5 of 3.10 van de Wnb is voor deze soortgroepen niet nodig.

5.4 Zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde verblijfplaatsen of soorten aangetroffen. In de gebouwen is gezocht naar sporen of aanwijzingen van bijv. marters (poepsporen, haren, prooiresten, mogelijke schuilplaatsen e.d.). Deze zijn niet gevonden. In de wijdere omgeving zijn waarnemingen bekend van onder meer das, boommarter, bun­ zing en vos. Het is niet onmogelijk dat deze dieren het gebied doorkruisen. Dat blijft ook mogelijk na de sloop van de gebouwen en wordt zelfs beter vanwege de geplande realisa­ tie van houtwallen. Deze fungeren als verbindingszones en schuilgelegenheid. Bij de planrealisatie kan een klein aantal verblijfplaatsen van de algemene en laag be­ schermde kleine zoogdieren verloren gaan. Het aanvragen van een ontheffing is voor deze soorten hier echter niet nodig, omdat hiervoor behoudens de algemene zorgplicht, vrijstel­ ling geldt conform de Omgevingsverordening Gelderland (algemene soorten art. 7.4.1) en schadesoorten (art. 7.5.1). 5.4.1

Vleermuizen

Volgens de literatuurgegevens komen in de wijdere omgeving van het plangebied diverse soorten vleermuizen voor, zoals de gewone en ruige dwergvleermuis en de laatvlieger. De­ ze soorten zijn strikt beschermd onder de Wet natuurbescherming, op basis van Bijlage IV van de Habitatrichtlijn. Zowel de zomer- als winterkolonies, als paarplaatsen en kraamka­ mers zijn beschermd tegen verstoring en vernietiging. Ook belangrijke foerageerroutes zijn beschermd. De meeste agrarisch opstallen zijn voorzien van ongeïsoleerde (asbest) golf­ platen daken. Daardoor is de variatie aan temperatuur hoog en is er veel tocht. Er zijn di­ verse toegangen tot de schuren. Er is gezocht naar sporen, zoals keutels, maar deze zijn niet gevonden. Ook is binnen in de schuren zonder eenden gekeken en bij de daken en

FF Parallelweg 10 Hierden Nov.19-v4.doc

6

Versie: 16 november 2019

dakbalken, o.a. met spiegel en zaklamp. Gezien de situatie en de waarnemingen ter plaat­ se lijken vaste verblijfplaatsen uit te sluiten. Met de sloop verdwijnen er daarmee geen vaste verblijfplaatsen. De bomen rondom het plan blijven behouden, incl. een groot deel van de weilanden. Daarmee gaan met zekerheid geen essentiële vliegroutes of foerageergebied verloren. In de avond van 4 juli is aansluitend op een bezoek i.v.m. steenuilen gepost met een batdetector (22.00-00.00 uur). Er is een aantal overvliegende gewone dwergvleermuizen en ros­ se vleermuizen waargenomen. Verder relatief weinig activiteiten van vleermuizen op en rond het perceel. In samenhang met de eerder genoemde bevindingen zijn verblijfplaatsen voldoende zeker uit te sluiten. Het aanvragen van een ontheffing op basis van de Wnb is voor zoogdieren niet nodig.

5.5 Vogels Er is geen broedvogelinventarisatie uitgevoerd. Op basis van waarnemingen tijdens de veldbezoeken, de terreingesteldheid, waarnemingen uit de directe omgeving, bekende verspreidingsgegevens en ervaring is een inschatting gemaakt over mogelijk aanwezige soor­ ten in het gebied. Tijdens het locatiebezoek in juli zijn roodborst, winterkoning, houtduif, Turkse tortel, witte kwikstaart, merel, putter, zwarte roodstaart, boerenzwaluw en huismus gezien en/of ge­ hoord. Er is specifiek gezocht naar verblijfplaatsen van de huismus, steenuil en kerkuil. De schuren zijn onderzocht op sporen van kerkuilen (braakballen, krijtsporen e.d.). Als er kerk­ uilen zitten, zijn vrijwel altijd poepsporen te vinden en meestal braakballen. Deze zijn niet gevonden. Ook braakballen of sporen van de steenuil zijn niet gevonden. Omdat het gebied wel onderdeel zou kunnen zijn van het leefgebied van de steenuil is op de avond van 4 juli een inventarisatieronde gelopen. Daarbij is gebruik gemaakt van diverse steenuilgeluiden. Er is geen enkele reactie in de buurt of verder weg gehoord. Daarmee is voldoende aange­ toond dat er geen vaste verblijfplaatsen van uilen in het gebied aanwezig zijn. Op een schuur zat een aantal jonge boerenzwaluwen. Er is gezocht naar nesten, maar er zijn er geen gevonden.

Waarschijnlijk hebben de vogels elders gebroed, waarschijnlijk in de paardenstal op het naastgelegen perceel. Mogelijk broeden er rond gebouwen en in de tuin wel andere soorten vogels, zoals de me­ rel, roodborst, zwarte roodstaart en witte kwikstaart. Alle broedende vogels zijn beschermd. Vanuit de zorgplicht is het aan te bevelen hiermee rekening te houden, door te slopen bui­ ten de broedtijd. 5.5.1

Huismus

De huismus is tijdens het bezoek in juli in grote getale in en om het plangebied waargeno­ men. Op basis van de waarnemingen is het aantal foeragerende mussen in juli geschat op ergens tussen de 30-50 huismussen. De mussen foerageren op het voer in de eendenschuren en vliegen in diverse groepen over het terrein. Ook zijn er regelmatig vliegbewe­ gingen waargenomen van en naar gebieden buiten het perceel richting noord, oost en west. Er lijkt sprake van een grote stabiele populatie. De stallen zijn waar mogelijk onder­ zocht. In de lege stallen zonder dakisolatie broeden met zekerheid geen huismussen. De mussen vliegen op vele plaatsen in en uit de stallen met de eenden. Het dak is in een aan­ tal van die schuren geïsoleerd met tempex. Het was niet duidelijk of zich daarachter al dan

FF Parallelweg 10 Hierden Nov.19-v4.doc

7

Versie: 16 november 2019

geen mussennesten bevinden. Er is één waarneming gedaan van een huismus met nestmateriaal (op het open houten bouwwerk naast de mestopslag). Helaas was niet te zien waar de mus heen vloog. Het is dus onduidelijk of de soort op het terrein broedt en zo ja om hoeveel nesten het gaat. Vrijwel zeker broedt een deel buiten het perceel en is het plangebied vooral een goed foerageergebied. Onder de pannen van de woningen Parallelweg 9 en 10 zijn in- en uitvliegende huismussen waargenomen. Deze woningen blijven overigens behouden. Het houden van eenden wordt eind 2019 beëindigd. De verwachting is dat dan het aantal foeragerende huismussen fors zal afnemen. Aanvullend onderzoek Om een betere indruk te krijgen van het gebruik van de Roodborst stallen door huismussen is op 3 oktober tussen 7.15­ 8.30 uur nog een locatiebezoek gebracht. De start was voor zonsopkomst. De huismus maakt jaarrond gebruik maakt van het nest. Ook slapen ze wel in groepen, meestal in bos­ jes of groen, maar ook wel in gebouwen. In de ochtend komen ze dan naar buiten om te foerageren. Door te posten was het idee om te zien of huismussen overnachten in de stal­ len of daarbuiten. De ochtend lijkt dan de beste tijd omdat de mussen dan gaan foerageren.

Tijdens het bezoek in oktober zijn roodborst, houtduif, kauw, zwarte kraai, zwarte roodstaart, koolmees, witte kwikstaart, veel spreeuwen, merel en huismussen waargenomen. Opvallend was dat de huismussen eigenlijk allemaal rond de woningen zijn waargenomen. Er zijn op de stallen achter op het terrein geen uitof invliegende mussen gezien. Wel diverse groepen spreeuwen. In de bomen en struiken rond de woningen zaten naar schatting 10-15 mussen. Een deel daarvan ging wel foerageren in de dichtstbijzijnde stal.

9HİS5 Kİ

De grotere aantallen huismussen over het gehele terrein in juli zijn wellicht te verklaren doordat dan ook de jonge vogels op zoek gaan naar voedsel. Op basis van het bezoek in oktober lijkt het aannemelijk dat de huismus de stallen vooral bezoekt om te foerageren en niet gebruikt als nest- of overnachtingsplaats. De stallen zullen vanaf eind 2019 leeg staan. De eenden zijn dan verdwenen. Met de voor­ genomen sloop van de stallen verdwijnen dan geen nestplaatsen maar wel (onnatuurlijk) foerageergebied van de huismus. Het foerageergebied wordt door het jaar heen verschillend gebruikt. Omgevingscheck Op 6 november is de locatie nogmaals be­ zocht, waarbij ook de omgeving is bekeken. De omgeving is een aantal maal doorkruist om te kunnen beoordelen of en zo ja waar zich huismussen bevinden en of er voldoende foerageermogelijkheden in de omgeving aanwezig zijn.

FF Parallelweg 10 Hierden Nov.19-v4.doc

8

Versie: 16 november 2019

Bij rondes is de huismus waargenomen op of rond Parallelweg 5, 6, 7, 13, 15, 19 en 20. Verder op of rond Tweede Parallelweg 9, 11 en 15. Geschikt foerageergebied, gekenmerkt door o.a. aanwezige dieren (bijv. paarden, kippen, schapen e.d.) en voldoende dekking is aangetroffen op Parallelweg 6, 7, 13, 19 en 20 en Tweede Parallelweg 9, 11, 13 en 15. Op Tweede Parallelweg 1a en Berkenboomsweg 20 zijn paarden aanwezig, met volop foerageermogelijkheden en met aanwezige huismussen. Daarmee is in het gebied een stabiele huismuspopulatie aanwezig en is ook variabel foerageergebied binnen 200m aanwezig, ten westen, oosten en noorden van de planlocatie. Op basis van het aanvullend onderzoek is de conclusie dat in de eendenschuren geen huismusnesten aanwezig zijn en dat de stallen variabel worden bezocht om te foerageren. Gezien de omgeving zijn er volop mogelijkheden en alternatieven om te foerageren, welke ook als zodanig worden benut. De eendenschuren zijn daarmee wel foerageergebied, maar niet essentieel. Herinrichting gebied Na de sloop is het plan het gebied in te richten als weiland. Plan is om er een aantal hout­ wallen aan te leggen (mix van inheemse soorten). Voor de huismus is dit te benutten als al­ ternatief foerageergebied en als brugfunctie naar omliggend foerageergebied, met vol­ doende dekking in de omgeving.

Andere soortgroepen zoals kleine marterachtigen, vlinders en andere vogelsoorten zullen ook profiteren van de houtwallen als verbindingszone, ver­ blijfplaats en foerageergebied.

Hiervoor is door Buro Ruiter een inrichtingsplan opgesteld (d.d. 15 november 2019). In het voorstel is ook specifiek rekening gehouden met de kwaliteitsaspecten voor de huismus. Er komt voldoende dekking, een poel en een variatie aan kruiden, bloemrijk grasland en strui­ ken. Daarmee blijft het een aantrekkelijk foerageergebied voor de huismus. De verwachting is dat deze inrichting ook aantrekkende werking heeft op andere soorten, zoals bijv. putters, kleine marterachtigen en reeën.

5.6 Vogels algemeen In het algemeen geldt dat ingrepen in een plangebied tijdens het broedseizoen (15 maart 15 juli - huismus 15 augustus) sterke negatieve effecten hebben op de meeste vogelsoor­ ten door vernietiging van broedplaatsen en verstoring van de reproductie. Wettelijk gezien is dat verboden (art. 3.1 Wnb). Verstoring van broedvogels is in sommige gevallen wel toegestaan, mits er geen negatief effect is op de populatie (art. 3.1 lid 5). Het beschadigen of vernietigen van nesten is wel verboden en dient te allen tijde te worden voorkomen. Dit is mogelijk door gefaseerd te werken en de uitvoering in elk geval op te starten buiten het broedseizoen van de aanwezi­ ge vogels. Is dat niet mogelijk dan dient aantoonbaar te zijn onderzocht (deskundige) dat er geen vernietiging van nesten van broedvogels zal plaatsvinden. Als bijv. met de inrichting van het terrein wordt gewacht tot het broedseizoen bestaat een kans dat grondbroeders eieren gaan leggen. Dan moet met de realisatie worden gewacht tot de jonge vogels zijn uitgevlogen. De effecten op (broed)vogels in het plangebied en de directe omgeving zullen verder beperkt of nihil zijn. Na realisatie van het plan ontstaan door de aanleg van beplanting en tuinen overigens ook weer nieuwe broedmogelijkheden. Werkzaamheden die broedbiotopen van vogels verstoren of beschadigen moeten zoveel mogelijk worden voorkomen.

Dit is mogelijk door gefaseerd te werken en de uitvoering in

FF Parallelweg 10 Hierden Nov.19-v4.doc

9

Versie: 16 november 2019

elk geval op te starten buiten het broedseizoen van de aanwezige vogels. Is dat niet moge­ lijk dan dient aantoonbaar te zijn onderzocht (deskundige) dat er geen vernietiging van nes­ ten, eieren of jongen zal plaatsvinden.

5.7 Overige soorten Van de overige beschermde soorten en soortgroepen is te stellen dat deze in het plange­ bied niet voorkomen of zijn te verwachten. Ook zullen de geplande activiteiten geen effect hebben op deze soorten.

6

Gebiedsbescherming

Dit hoofdstuk beschrijft in algemene zin de te verwachten effecten van realisatie van het bestemmingsplan op beschermde gebieden en doelsoorten. Het plangebied ligt ten zuiden van Ermelo in het buitengebied. Artikel 2.1 Wnb vormt de invulling van de gebiedsbescherming van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en heeft als doel het beschermen en instandhouding van bijzondere gebie­ den in Nederland. De Wnb sluit aan bij de Europese gebiedsbescherming zoals vastgelegd in de Vogel- en Habitatrichtlijn. De Nederlandse wetgeving heeft dit vastgelegd in een groot aantal Natura 2000 gebieden.

6.1

Natura 2000

Natura 2000 omvat een samenhangend Europees netwerk van beschermde natuurgebie­ den. Alle Europese lidstaten dragen hieraan bij. Natura 2000 is gericht op het behoud van natuurgebieden en de ontwikkeling daarvan. De Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn vormen hiervoor de onderliggende basis. Alle Natura 2000-gebieden liggen binnen de Ecologische Hoofdstructuur. Het plan ligt op ca. 165m van de Natura 2000 gebied Veluwe (Synbiosys juli 2019). Gezien de aard van het plan (sloop) en de ligging t.o.v. de Natura 2000 gebieden zijn met zekerheid geen effecten van het plan te verwachten op de instandhoudingsdoelstellingen en habitattypen. Het feitelijk houden van de eenden wordt beëindigd. Daarmee neemt de emissie van stikstof fors af. De stallen worden gesloopt en het gebied wordt ingericht als weiland om­ zoomt met houtwallen bestaande uit een mix van inheemse soorten. Daarmee is voldoende aangetoond dat negatieve effecten vanwege stikstofdepositie zijn uit te sluiten. Nader onderzoek of een Wnb-vergunning is niet nodig.

6.2

Gelders natuurnetwerk (GNN) en Groene Ontwikkelzone (GO)

Naast toetsing op Natura 2000 gebied vindt separaat een toetsing plaats op het Gelders Natuurnetwerk (GNN), de voormalige Ecologische hoofdstructuur. Voor het GNN is door de provincie Gelderland een aantal criteria opgesteld waaraan wordt getoetst of een plan in­ vloed heeft op de wezenlijke waarden en kenmerken.

FF Parallelweg 10 Hierden Nov.19-v4.doc

10

Versie: 16 november 2019

Daarnaast zijn Groene Ontwikkelzones (GO) aangewezen. Dat zijn gebieden met andere functies dan natuur die ruimtelijk verweven zijn met de natuur van het Gelders Natuurnetwerk en daar functioneel mee samenhangen. Het beleid in de GO is gericht op versterking van die samenhang. Het plangebied ligt buiten zowel het GNN als de GO. Planrealisatie heeft geen effecten op de natuurwaarden van deze gebieden. Verder onderzoek of een ontheffing wordt niet nodig geacht.

7

Conclusies en aanbevelingen

7.1

Algemeen

Verschillende soorten planten, dieren worden beschermd in de Wet natuurbescherming. Op basis van de Vogel- en Habitatrichtlijn, zijn in de Wet speciale beschermingsgebieden aan­ gewezen. Een ruimtelijke ontwikkeling is alleen mogelijk als duidelijk is dat de nesten, holen of andere verblijfsplaatsen niet worden vernield of beschadigd. Verstoring is in sommige gevallen wel toegestaan, mits er geen negatief effect is op populatieniveau. Beschermde planten mogen niet worden verwijderd van hun groeiplaats. Ook mogen door een ruimtelij­ ke ontwikkeling geen significante negatieve effecten plaatsvinden op beschermde gebie­ den. Adviesbureau Groenewold Milieu & Natuur heeft in opdracht van initiatiefnemer een natuurtoets uitgevoerd voor de sloop van de agrarische opstallen op het perceel van Parallelweg 9/10 te Hierden, gemeente Harderwijk. De bestaande woningen blijven gehandhaafd.

7.2

Beschermde soorten

Er zijn geen beschermde soorten of verblijfplaatsen aangetroffen, met uitzondering van de huismus. Specifiek is gezocht naar (potentiële) verblijfplaatsen van steenuil, kerkuil en vleermuizen. Deze zijn niet aangetroffen. In de late avond is het gebied geïnventariseerd op steenuilen (met geluid) en vleermuizen (batdetector). Er was geen reactie van steenuilen, waarmee een verblijfplaats is uit te sluiten. Hoewel verblijfplaatsen niet direct worden ver­ wacht is een ronde gelopen met de batdetector, tussen 22.00-0.00 uur. Er zijn enkele over­ vliegende rosse vleermuizen gehoord en een paar keer een overvliegende of foeragerende gewone dwergvleermuis. De dieren kwamen van elders aanvliegen. Op basis hiervan zijn vaste verblijfplaatsen met voldoende zekerheid uit te sluiten. Het is niet onmogelijk dat di­ verse soorten vogels broeden in of direct rond het plangebied (bijv. merel, roodborst, witte kwikstaart, zwarte roodstaart). Alle broedende vogels zijn beschermd. De huismus is in grote getale aanwezig en komt af op het voer voor de eenden. In een aan­ tal stallen lopen nog mesteenden. Tijdens het locatiebezoek medio juli 2019 is een aantal geschat van 30-50 huismussen, welke in verschillende groepen rondvliegen. Overigens vliegen de mussen ook regelmatig van en naar andere percelen buiten het plangebied.

Het staat vast dat de mussen niet broeden in de leegstaande stallen, zonder dakisolatie. Er zijn diverse verblijfplaatsen geconstateerd onder de dakpannen van de woningen Parallelweg 9 en 10, maar deze woningen blijven behouden. Het was niet duidelijk of de vogels ook ver­ blijfplaatsen hebben achter de dakisolatie van de eendenstallen. Op basis van de waarne­ mingen lijken de mussen de stallen vooral te bezoeken vanwege het voer. Een aanvullend locatiebezoek op 3 oktober 2019 bevestigt dat. Die dag zijn alleen huismussen rond de beide woningen waargenomen. Er kwamen in de vroege ochtend geen huismussen uit de stallen. Het gebruik van de stallen voor het houden van eenden zal eind 2019 worden beeindigd. Daarmee zal het voedselaanbod verdwijnen en is de verwachting dat er veel min-

FF Parallelweg 10 Hierden Nov.19-v4.doc

11

Versie: 16 november 2019

der mussen op het perceel af zullen komen. Omdat er geen nestplaatsen verdwijnen, maar wel veel mussen ‘gebruik maken’ van het voedselaanbod is de vraag of en zo ja welke maatregelen nodig zijn. In november is de locatie nogmaals bezocht en is ook een aantal rondes in het omliggende gebied uitgevoerd. Daaruit bleek dat de huismus vrijwel overal in de omgeving aanwezig is en dat er ook volop goede foerageermogelijkheden zijn. Dat komt doordat op veel plekken dieren aanwezig zijn, waardoor ook voer en nestmateriaal aanwezig is (paarden, eenden, schapen, kippen e.d.). Conclusie uit de diverse bezoeken is dat de mussen broeden in de woningen langs de Pa­ rallelweg en de Tweede Parallelweg en zowel foerageren in het plangebied als daarbuiten. De eendenschuren zijn dus wel foerageergebied maar niet essentieel. Plan is de opstallen te slopen en het gebied als weiland/natuur in te richten. Hiervoor is se­ paraat een inrichtingsplan opgesteld, afgestemd op o.a. de eisen van de huismus. Daar­ mee is in ieder geval voldoende dekking en water aanwezig en blijft het gebied een goed foerageergebied. Door de inrichting ontstaat er ook een brugfunctie met voldoende dekking naar nabijgelegen foerageergebied. De verwachting is dat andere soortgroepen ook zullen profiteren van de houtwallen.

Bij aanvang van de werkzaamheden (cq de sloop van de opstallen) in het broedseizoen verdient het aanbeveling om vanuit de zorgplicht het gebied voorafgaand aan de werk­ zaamheden nogmaals te controleren op mogelijke verblijfplaatsen. Alle broedende vogel­ soorten zijn beschermd. Als broedende vogels aanwezig zijn moet worden gewacht tot de jonge vogels zijn uitgevlogen. Er geldt een vrijstelling voor de algemeen beschermde soorten (Omgevingsverordening Gelderland). Overigens blijft de algemene zorgplicht altijd van kracht. Het aanvragen van een ontheffing Wnb is niet nodig.

7.3

Gebiedsbescherming

Op basis van de ligging en aard van de ruimtelijke ingrepen is de conclusie dat deze in­ greep geen negatieve invloed heeft op de specifieke natuurwaarden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied is de Veluwe op ca. 165m. Het houden van eenden wordt beëindigd. De nieuwe situatie bestaat uit weiland met hout­ wallen. Externe werking kan daarmee worden uitgesloten. Aanvullend onderzoek of een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming is niet nodig.

7.4

Gelders natuurnetwerk I Groene Ontwikkelzone

Het plan ligt buiten de begrenzing van het GNN en de GO. Op basis van de ligging van het plangebied ten opzichte van de begrenzing van het GNN mag worden aangenomen dat er geen effecten zijn te verwachten op de wezenlijke waarden en kenmerken van het GNN en de GO. Specifieke maatregelen of aanvullend onderzoek worden niet nodig geacht.

7.5

Voorbehoud en zorgplicht

De voorliggende natuurtoets is gebaseerd op inventarisatiegegevens van derden, litera­ tuuronderzoek en een verkennend terreinbezoek. Om de risico’s op verstoring van be­ schermde soorten (bijv. vogels) op het werkterrein te minimaliseren, wordt aanbevolen om

FF Parallelweg 10 Hierden Nov.19-v4.doc

12

Versie: 16 november 2019

voorafgaand aan de werkzaamheden het terrein te controleren op de aanwezigheid van beschermde soorten. Algemene zorgplicht Voor alle beschermde soorten, dus ook voor de soorten die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt wel een zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan beschermde soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Dit betekent onder meer dat een initiatiefnemer zich tijdig op de hoogte stelt van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen van het plan. Bij de uitvoering moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan ge­ maakt. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het voorkómen van verontrusting of verstoring in de kwetsbare perioden zoals de broed-7voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden kan per soortgroep verschillen. Als ‘veilige’ periode voor alle groe­ pen geldt in het algemeen de periode van half augustus tot half november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als vleermuizen, overige zoogdieren en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Indien een plangebied in die periode bouwrijp wordt gemaakt, geeft realisatie gedurende het winterseizoen en het daarop volgende voor­ jaar meestal geen problemen.

Vaak is het voldoende om rekening te houden met de broed­ tijd (15 maart-15 juli-huismus tot 15 augustus). Als bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perio­ den van de soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kan bijvoorbeeld vegetatie buiten het broedseizoen worden verwijderd of kunnen bomen buiten het broedseizoen worden gekapt, zodat er geen vogels gaan broeden. Hierbij geldt overigens wel de algemene zorgplicht. Beschermde soorten Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waarge­ nomen dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen).

FF Parallelweg 10 Hierden Nov.19-v4.doc

13

Versie: 16 november 2019

8 Advies »

»

»

»

»

»

»

»

Bij uitvoering van de werkzaamheden (sloop van de opstallen) altijd invulling geven aan de ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wet natuurbescherming), wat inhoudt dat de initia­ tiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan beschermde soorten te voor­ komen of zoveel mogelijk te beperken. Concreet houdt de zorgplicht hier in om de sloop en het bouwrijp maken buiten de broedtijd uit te voeren. Overigens mogen eventuele vroege of late legsels niet worden verstoord. De beste tijd is dan tussen 15 juli en 15 maart. Bij start van de werkzaamheden in de broedtijd vooraf een extra controle uitvoeren op aanwezigheid van broedende vogels. De huismus is in het plangebied aanwezig. Er zijn nestplaatsen vastgesteld onder de pannen en boeidelen van de woningen Parallelweg 9 en 10. Deze woningen en de bomen en struiken er om heen blijven behouden. Uit de waarnemingen in juli en oktober blijkt dat de stallen vooral worden gebruikt als foerageergebied (voer van de eenden). Vaste verblijfplaatsen of nestplaatsen zijn niet gevonden. Eind 2019 wordt het gebruik door de eenden beëindigd. Daarmee verdwijnt ook foerageergebied voor de huismus. Uit aanvullend onderzoek in november bleek een stabiele huismuspopulatie aanwezig in langs de Parallelweg en de Tweede Parallelweg.

Ook bleek er een divers aanbod aan foerageermogelijkheden op relatief korte afstand van het plangebied (zowel binnen 200m als daarbuiten). De nu nog bezette eendenschuren zijn daarmee wel foerageergebied, maar niet essentieel. Na de sloop wordt het gebied omgevormd tot weiland met kruidenrijk grasland, een poel en een strook met inheemse noot- en besdragende struiken. Hiermee ontstaat zowel een goed foerageergebied als ook dekking en een verbindingszone voor de huismus met omliggende gebieden en geschikt leefgebied voor diverse andere soortgroepen. Als bij de sloop van de opstallen onverhoopt andere beschermde soorten worden aangetroffen moet het werk worden stilgelegd tot er een passende oplossing is gevonden. Advies is dan daarbij een ter zake deskundige in te schakelen. Het gebruik door de eenden wordt beëindigd. Daarmee vindt een forse afname plaats van de stikstofemissie en daarmee ook van de depositie op Natura 2000 gebied Veluwe. Na de sloop wordt het gebied weiland/natuur met kruidenrijk grasland en houtwallen, bestaande uit een mix van inheemse soorten. Externe werking is daarmee uit te sluiten.

FF Parallelweg 10 Hierden Nov.19-v4.doc

14

Versie: 16 november 2019

9 Literatuur » » » » » » » » » » » » » » * » * » » * » * » » » » »

Broekhuizen, S., B. Hoekstra, V. Van Laar, C. Smeenk à J.B.M. Thissen, 1992. Atlas van de Nederlandse Zoogdieren. Stichting Uitgeverij Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereni­ ging, 3de herziene druk. BIJ12, Juli 2017, Kennisdocument Huismus 1.0 BIJ12, Juli 2017 Kennisdocument Steenuil 1.0 BIJ12, Juli 2017, Kennisdocument Gierzwaluw 1.0 BIJ12, Juli 2017, Kennisdocument Das 1.0 BIJ12, Juli 2017, Kennisdocument Gewone dwergvleermuis 1.0 Eekeren, N. van à F. Smeeding, 2006, Praktijkhandleiding Evenwichtige verschraling van na­ tuurgronden door uitmijnen van fosfaat met grasklaver en kalibemesting. Janssen, J.A.M. en Schaminée, J.H.J., 2008: Soorten van de habitatrichtlijn Lange, R., P.Twisk, A. van Winden à A. van Diepenbeek, 1994. Zoogdieren van West-Europa. Stichting Uitgeverij KNNV en VZZ i.s.m. Vereniging Natuurmonumenten. Limpens, H., K. Mostert à W. Bongers (red.) (1997). Atlas van de Nederlandse vleermuizen, Stichting Uitgeverij van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, Utrecht.

Ministerie van BiZa, juli 2019, Factsheet woningbouwplannen, stikstof en Natura-2000 gebieden Provincie Gelderland: Omgevingsverordening Provincie Gelderland: Mitigatiecatalogus gebouwbewonende soorten, Arcadis, 27 september 2018 Regiebureau Natura 2000, Naslagwerk Natura 2000 www.gegevensautoriteitnatuur.nl http://geodata2.prv.gelderland.nl/ www.infomil.nl http://mineleni.nederlandsesoorten.nl/ www.Natura2000.nl www.Natuurloket.nl www.RAVON.nl www.rijksoverheid.nl www.soortenregister.nl http://www.synbiosys.alterra.nl/Natura 2000 http://www.vleermuis.net www.waarneming.nl (website met soortenwaarnemingen in Nederland) www.wetten.nl

Bijlagen 1. CN CO

LO

Overzicht situatie Foto’s plangebied Samenvatting natuurwetgeving NDFF Uit Inrichtingsplan Buro Ruiter

FF Parallelweg 10 Hierden Nov.19-v4.doc

15

Versie: 16 november 2019

Bijlage 1 Overzicht situatie mKV«T«u«i [ttjbbu Nooro- en ' T tlost-Gelderland... ff.

X - V 1

te. ':

’ «S

X

.

f

Harderwijk .

ft-À

1

'j.fíh 7

Tweede ļ-'.-.r:ah:-!'.

I ------------!

l-'q' 1 11 I

—-

1*1* -*LLd s-

tf

' ãraiieíweģ

■■■Pi

__ — •#w ■PP» tV*V*Víř.*»V vVAVi Ŵ*Î*ä*!ŵĨ*äWA’ V»VÄ

Avávlvlvlv! ÄŴIŴIŴÄŴ; v***w*wv kVn KvKvKvi,:i VtVAV WAVAVWmV ťVao*:*:*:*ľ*:*ľ*7*Ti-?*T*T4 '*V*W *'*V*Vr*Ve*V«"

ŵŴ ř: ,'*VA*á Vi E?İ*?ĨŴ»ĨĨ*? řiy+yjWVJtīí ,'*V www ***v Í.T.T.T. P.T.T.T.7.T. ÏJ KvIŵťŭVå íA VAWAW I .ü *W*W »V

*:*M*

VMV WW ŴÄŴÄV

/Mw ww; ř«v«v WAV ►V tV*V*V‘ wv*w

iŵľŵw iié»*-«J LÍIÝ*’ÏVVVİ

*V*V*V*V*V*VVi

ŕ!*ĩíĩíîvAvIíio!*í*M*ĩv**ítî*ĩtí*,ĩ*îtĩ*ĩ*îtĩtî*i*îtî*ítí*í*î**'ItItî'''ż!

M—M

Viíív wv

WV:

w#v WW' ww wv ľ«V:Ví

WíVïW

.I ' ^VA:AV*V*V*:ATÿW ŕ:4 W&&İ

wvw »V'*W7é

VAVAV WAV ÄŝiiSiiÄilÉ w*v*w

vw+IvXv+IvXOw^X w*X*ľ**,ŕw4*'vŗ'':l Ligging t.o.v. Natura2000 Veluwe (gearceerd)

wv ľ+'Ŵ’ŵK Cvlv*ŵvlv1 »V»*AV*Vi1 '’V.'’* W*V*VtV*VtV VÄŴiŴIVÄI MŴVvvS Kvlŵ» ?**éWA

»:h *I*I*I*İ VA W*VA AVlvl ■^♦'♦.♦V‘ 4T*'T*T4ļ »x Ŵ

AV«

Bijlage 2 Foto’s plangebied

5

13» «Ŭ»1ÉÉ

.

-—í.

^iĵü*

Äí

I

.C/ä

*ju

.

-f .' ;

V.:-ŵ

"V^äí ; ;. rt . ;

' :

i\ ^■

-

ïřü58ŝ

-r

“İ.Ŵ ľSŕŕ* ‘ lá/

VMS

V1, '

y.;

UI

S-í V

''Éįŕýįš-

:«ír

*TVćw*,

ŘJ ;ľ

:

____

lí . ■r , 5

imiukv

,r,

mm

i-

7

7 ;':"'."

fTįī] Iļlggg

fcas ; Vvįjä-ál

W**-í*

Ki Ż ” ;-

-įŕ-'X - . -

mğgkm •jSK - F .“íí Ŷ JTŚ: . ïį SÌířS àSSSfi

i» Éį# ï

Mb:

•' ' ŕ-‘ Ĩr-V

tr

jgįvįjteļś

7*" ■..MffláfflSff ..... J| ;:- ì»S».......

JJŴŚj.-

r«ä*r4

aįįā»teļi^IMl

HHhB

í’

r~

jrV * ļ

'1

|' X 'f

Xļjē0ëĚë ;

;

«įgĮgįg

;;w. ĨW‘~.r4Aİr' .■

r--

‘V- :‘ï

*

'—üQi' í JJ!

,ŵ?,

T

; ž1*'

Foto’s Locatiebezoek 3 oktober 2019

W -

WĚŠÊĚ

Houtduif

Spreeuwen

"ţesaäBass!

'*İ®ïİ5|IÍ|į|İ!İ:

Huismus zuidelijke schuur (vlak bij woning)

Bomen en struiken met 8-10 huismussen

'ZŚZ'A

MmĘĒmmtmm Llit.ŵ HíHMi IŴ6--H

mm

mm

. ţ

-V-'

f*

- ^/ĉm

Wmŵ

ŵv.

:iy îř

ŵ* »nŵÏ; :*8 1 iļţ* *Mà

-rřsm

;-ŵ- įĩ

r

LäíI «ŕ^aít Va.*- ‘ 1 i,f

'rv -i

'JS&.t '

'___

7TtT

:e» ïi. 32Sř* ŕ,įiŵ ŽS r

"

Bijlage 3 Samenvatting Natuurwetgeving

Samenvatting Wet Natuurbescherming in werking per 1 januari 2017 - versie 16 februari 2017

Inleiding In deze bijlage worden in het kort het wettelijk kader van de natuurwetgeving beschreven en de toepassing bij ruimtelijke ingrepen en beheer. De bescherming van natuur in Nederland is vastgelegd in Europese en Nationale wet- en regelgeving. Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getre­ den. De Wnb vervangt de Flora- en Faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. De Wet beoogt waardevolle natuur te beschermen met duidelijke en eenvoudige regels. Er is net als in de oude regelgeving onderscheid tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. Daar waar sprake is van Europese bescherming verandert er qua beschermingsniveau niet zo veel. In de soortenbescherming is wel het één en ander gewijzigd voor wat betreft de nationale bescherming. De uitvoeringsregels zijn vastgelegd in het Besluit natuurbescherming en de Regeling natuurbescherming.

Doel van de Wet Vooruitlopend op de Omgevingswet beoogt het Rijk met de bovengenoemde samenvoeging van drie wet­ ten in de Wnb, invulling te geven aan vermindering en vereenvoudiging van het aantal regels. Artikel 1.10 geeft aan dat de Wnb gericht is op a. het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde, en het behou­ den en herstellen van de biologische diversiteit; b. het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies, en c. het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen, vanwege hun bijdrage aan de biologische diversiteit en hun cultuurhistorische beteke­ nis, mede ter vervulling van maatschappelijke functies. Hiermee is ook duidelijk dat natuur en economie beide van belang worden geacht en dat het ontwikkelen van natuur ten dienste kan staan van maatschappelijke functies. Of zoals de memorie van antwoord het stelt: 'De ambitie van het natuurbeleid en het doel van de natuurwetgeving is om de natuur en de maat­ schappij, ecologie en economie, met elkaar te verbinden en zo mogelijk elkaar laten versterken. ’ Ook is er de verplichting natuurvisies op te stellen (art. 1.5-1.7). Dit gebeurt op provinciaal niveaus via een Natuur- of Omgevingsvisie en het vaststellen van een verordening. Ook het Rijk stelt een nationale Na­ tuurvisie op.

Qua beschermingsniveau gelden in ieder geval de Europese regels en zijn beperkt aanvul­ lende regels op nationaal niveau gesteld ter bescherming van soorten. De Wnb zal t.z.t (medio 2019) in principe integraal worden opgenomen in de Omgevingswet, via de Aanvullingswet natuur.

Bevoegdheid Een andere belangrijke wijziging is dat in de meeste gevallen de Provincie het bevoegd gezag is, voor vrijwel alle vergunningen, ontheffingen, meldingen en handhaving van het natuurbeleid. De provincie heeft conform art. 1.12 een actieve rol in de bescherming, instandhouding en herstel van de natuur in de provin­ cie. Het aanwijzen van gebieden behorende tot het Natuurnetwerk Nederland is een verplichting. Daar­ naast mogen provincies ook bijzondere provinciale natuurgebieden of landschappen aanwijzen. Alleen bij nationale belangen, zoals bijv. hoofdwegen en spoorwegen, is het Rijk bevoegd gezag. Gemeenten blijven wel het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een Omgevingsvergunning. Het is evenals in de oude situatie niet verplicht om voor natuur ‘aan te haken'. Een ontheffing of vergunning voor de natuur is los van de omgevingsvergunning aan te vragen. Een ontheffing Flora- en Faunawet lag bij Rijksdienst voor On­ dernemend Nederland (RVO.nl). Deze taak is dus nu ook naar de provincie overgegaan. Daarmee is de provincie in de meeste gevallen bevoegd gezag voor zowel de soort- als de gebiedsbescherming.

Procedures Er staat in beginsel een doorlooptijd van 13 weken voor zowel een ontheffing als voor een vergunning. Verlenging is mogelijk met maximaal 7 weken. Bij aanhaken binnen de Omgevingsvergunning geldt de uit­ gebreide procedure van 26 weken. Bezwaar en beroep moet eerst bij een regionale rechtbank worden in­ gediend en daarna in voorkomende gevallen naar de Raad van State. In Art. 5.13 was een aanhaakverplichting opgenomen. D.w.z. dat bij een aanvraag Wnb verplicht moet meelopen bij een aanvraag Omge­ vingsvergunning. Deze verplichting is vooralsnog geschrapt, in ieder geval tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet (medio 2019). Het is dus mogelijk een Wnb vergunning aan te vragen los van de Omge­ vingsvergunning. Vrijwillig aanhaken mag wel.

Gemeenten behouden de loketfunctie. Bij een aanvraag Omgevingsvergunning waar gevolgen kunnen zijn voor beschermde soorten, moet een natuurtoets deel uitmaken van de procedure. Een eventuele onthef­ fing kan vooraf worden aangevraagd bij de provincie. Als bij het indienen van een aanvraag Omgevings­ vergunning vooraf geen aparte ontheffing Wnb is aangevraagd moet de natuurtoets wel aanhaken. De gemeente legt de aanvraag dan voor aan de provincie. De provincie geeft op grond van de inhoudelijke toetsing al dan niet een Verklaring van geen bedenkingen (Vvgb) af. 1.3 Stappenplan soortenbescherming

Komen er beschermde soorten voor in het gebied?

L/t op, ŕr 2ijn dne íůĩeQontėf\ ŭwíter/ndŕ soortŕn. volets. overage t uropeo Sn JrerriJe noor'.en en ondge rndtionaon beschermde suc*rert| Z# pűrdĮļrûúf 11 Įr/t A

būiűÿēā

ļ

Geen ontheffing nodig

Worden de verbodsbepa mgen overtreden?

Ut Op, tíà* aŭegor* tf, Vrmrfe hċurtgi heeft eiįjgï verbodsbepalingen. ZrtķatŭQiacįO-Ì. |

Geen ontheffing nodig

ĮQ VaÜen de mandelingen onder een vrijstelling?

Let op. af?tantte4|fr vm tel type hoadeMg en de ddnget/ctfen soorten Runnen venduI lende *r piellmgen ÿeJden vc CvvoorSec ld er.-i aetframmde Of provmcMte

Geen ontheffing nodig

Is er een alternatieve oplossing mogelijk?

Doorloop het stappenplan opnieuw met het ahematief

Is er sprake van een wettelijk belang?

Let opt e.'ke categorie L Iţst met belaag*. Ze

Geen ontheffing mogelijk

Is er een effect op de staat van instandhouding?

Geen ontheffing mogelijk

Ontheffing kan onder voorwaarden worden verleend

Stappenplan soortbescherming ruimtelijke ingrepen (folder Min. EZ)

Soortbescherming In art. 1.10 is de intrinsieke waarde van de natuur expliciet erkend. Het bevoegd gezag oefent taken en bevoegdheden uit met het oog op die doelen. Eén van de instrumenten is het opstellen van een natuurvi­ sie, zowel nationaal als provinciaal, waarin het beleid en de bescherming expliciet is uitgewerkt. Voor de soortenbescherming wijkt de Wet natuurbescherming af van de voorheen geldende Flora- en Faunawet. Er zijn drie beschermingsniveaus te onderscheiden, twee op Europese en één op nationale grondslag. Dit vloeit voort uit het principe dat de regelgeving in principe niet strenger hoeft te zijn dan de Europese regels. Daarmee wijzigt ook een aantal definities. Zo is in art. 3.1 Wnb het woord ‘opzettelijk' toegevoegd. Het opzettelijk doden, vangen is niet toegestaan. Het opzettelijk verstoren is in sommige situ­ atie wel toegestaan, als dat niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de soort. Voorwaardelijke opzet is hierbij inbegrepen. Dat is bewust de kans aanvaarden dat gedragingen schadelij­ ke gevolgen hebben voor beschermde soorten. Uit het voorgaande blijkt dat natuuronderzoek vooraf, in veel gevallen een vereiste is.

Beschermingsregime De Wnb kent drie invalshoeken van bescherming. Twee geënt op de Europese regels en één op nationaal niveau. Daarbij zijn de regels van de Europese bescherming vrijwel één op één overgenomen. Vogelrichtlijnsoorten : Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (art. 3.1-3.4 Wnb) Habitatrichtlijnsoorten : Dier- en plantensoorten die strikt beschermd zijn uit Bijlage IV Habitatrichtlijn, Bij­ lage I en II van het verdrag van Bern en Bijlage II van het verdrag van Bonn (art. 3.5-3.9 Wnb). Andere soorten : Dier- en plantensoorten genoemd in Bijlage bij art. 3.10 en 3.11 Wet natuurbe­ scherming Onderdeel A en B. Ca. 145 soorten. Hiermee zijn ca. 700 soorten vogels en ca. 230 andere Europese en nationale soorten beschermd. Voor ca. 200 soorten die eerder wel beschermd waren onder de Flora- en Faunawet geldt nu alleen de algeme­ ne zorgplicht. De indeling in de Tabel 1, 2 en 3 soorten uit de Flora- en Faunawet is verdwenen. Daarvoor in de plaats kunnen de provincies een vrijstellingsverordening opstellen. Deze kunnen dus per provincie verschillen, wat ook de bedoeling is van de wetgever. Zo kunnen regionaal bedreigde soorten worden beschermd en daar waar geen bedreiging bestaat op populatieniveau is minder bescherming nodig.

Verboden De Wnb kent voor elk van de drie categorieën van beschermde soorten aparte bestuursrechtelijke en straf­ rechtelijke verboden. Deze sluiten aan bij de verboden in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de nationale soorten geldt een iets soepeler regime met minder verboden en meer ruimte voor afweging van belangen. Alle verboden zijn van toepassing op individuen. Het opzettelijk handelen omvat ook voorwaar­ delijke opzet. Dat betekent het bewust de aanmerkelijke kans aanvaarden dat een gedraging schadelijke gevolgen heeft voor beschermde soorten. Relevante belangen voor vrijstellingen bij ruimtelijke ingrepen In de Wnb is een regeling opgenomen voor de jacht (art. 3.20 e.v.), een landelijke regeling voor schadebestrijding (art. 3.15), gedragscodes (art. 3.31), regulier onderhoud en beheer Rijk (regeling) en enkele bij­ zondere vrijstellingsregelingen (bijv. dierenambulances). Er zijn 6 landelijke schadesoorten aangewezen, te weten: Canadese gans, houtduif, kauw, konijn, vos en zwarte kraai. Er is een landelijke vrijstellingsrege­ ling voor regulier beheer en onderhoud e.d. in gevallen waar het Rijk bevoegd is (in regeling aangewezen nationaal beschermde soorten). Provincies hebben de bevoegdheid om vrijstellingen te verlenen (PS) of ontheffingen (GS) van de verbo­ den genoemd in de art. 3.3, 3.8 of 3.10.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=2b9bae33-0bfd-4854-b238-23b93c309470