CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitengebied - Hoge Varenweg 4_Bijlagen toelichting.pdf

Raadsvergadering 8 juli 2021, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Buitengebied - Hoge Varenweg 422.564 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Buitengebied - Hoge Varenweg 4

bestemmingsplan Buitengebied -Hoge Varenweg 4

Inhoudsopgave

Bijlagen toelichting

3

Bijlage 1

Vooroverlegreacties

4

Bijlage 2

Inspraakreacties

8

Bijlage 3

Berekening stikstofdepositie

18

Bijlage 4

Natuurtoets Paralllelweg 10

57

Bijlage 5

Erftransformatieplan Parallelweg 9 en 10

103

Bijlage 6

Erftransformatieplan Hoge Varenweg 4

117

Bijlage 7

Beeldkwaliteits paragraaf

136

Bijlage 8

Archeologisch onderzoek

140

Bijlage 9

Natuurtoets Hoge Varenweg 4

161

Bijlage 10

Watertoets

199

Bijlage 11

Bodemonderzoek

207

Bijlage 12

Cultuurhistorische gebiedsbeschrijving

251

2

bestemmingsplan Buitengebied -Hoge Varenweg 4

Bijlagen toelichting

3

bestemmingsplan Buitengebied -Hoge Varenweg 4

Bijlage 1 Vooroverlegreacties

4

Vooroverleg (art. 3.1.1 Bro) ‘Bestemmingsplan Buitengebied - Hoge Varenweg 4’ Vooroverlegpartner Provincie Gelderland

Commentaar gemeente Deze reactie wordt voor kennisgeving aangenomen.

Resultaat n.v.t.

De initiatiefnemer moet in het geval dat nodig is een geboorde put voor bluswater realiseren in of nabij het plangebied. De locatie en specificaties van de put vragen vooraf om goedkeuring van de VNOG. Initiatiefnemer wordt verzocht hierover contact op te nemen met de met de gemeentelijke contactpersoon bij de VNOG.

Deze reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Uit de VNOG-Geoviewer blijkt dat het beschikbare primaire bluswater niet optimaal is nabij het perceel. Afhankelijk van het te realiseren bouwvolume kan het beschikbare bluswater daardoor kwetsbaar zijn. Geadviseerd hierover in gesprek te gaan met de gemeentelijke contactpersoon bij de VNOG. Er is geen reactie ontvangen.

n.v.t.

n.v.t.

Liander N.V.

Er is geen reactie ontvangen.

n.v.t.

n.v.t. n.v.t.

KPN

Er is geen reactie ontvangen.

n.v.t.

n.v.t.

Waterschap Vallei en Veluwe Rijkswaterstaat Oost-Nederland Veiligheidsregio Noord- en OostGelderland Commandant Regionale Brandweer

Politie District Noord-West Veluwe

Reactie In het voorontwerp spelen provinciale belangen een rol. Zowel de locatie aan de Hoge Varenweg als de locatie aan de Parallelweg zijn gelegen in Nationaal Landschap Veluwe. De locatie van de schuren wordt op een zodanige manier ingevuld, dat dit zorgt voor een versterking van de landschappelijke en natuurlijke kenmerken van het gebied. De wijze waarop beide locaties worden ontwikkeld, draagt bij aan het versterken van de kenmerken van het Nationaal Landschap. Geconcludeerd wordt dat de belangen goed zijn meegewogen in het plan. Er is geen reactie ontvangen. Er is geen reactie ontvangen. De voorgenomen ontwikkeling past binnen de normen van de wet- en regelgeving over externe veiligheid (Bevi, Bevb en Bevt). In de directe nabijheid van de Hoge Varenweg 4 bevinden zich geen stationaire en mobiele risicobronnen. Het perceel valt wel binnen het invloedsgebied van het spoortraject Amersfoort-Zwolle, maar deze afstand is dusdanig groot ^ 1 km) dat de gemeente het groepsrisico (GR) volgens de Beleidsvisie externe veiligheid van de gemeenten in de regio NoordVeluwe beperkt mag afwegen. Een GR-berekening is niet noodzakelijk.

-2-

NV NUON Infra Oost

Er is geen reactie ontvangen.

n.v.t.

n.v.t.

Vitens

Er is geen reactie ontvangen.

n.v.t.

n.v.t.

N.V. Nederlandse Gasunie afdeling Grondzaken

Er is geen reactie ontvangen.

n.v.t.

n.v.t.

Belangenvereniging Hierden

Er is geen reactie ontvangen.

n.v.t.

n.v.t.

LTO Noord

LTO Noord is van mening dat de agrarische kwaliteit van het gebied zal verslechteren. De locatie Hoge Varenweg is gelegen in een kwetsbaar open agrarisch gebied. Geconstateerd kan worden dat met het plangebied agrarische gronden verloren gaan. De toelichting op het voorontwerp bestemmingsplan wordt ten onrechte in het geheel niet ingegaan op de gevolgen aan voor de agrarische sector.

Dit initiatief vindt hoofdzakelijk plaats op het perceel Hoge Varenweg waar nu een woonbestemming op rust. Daar wordt een gering deel van het naastgelegen weiland aan toegevoegd. De omvang van dit deel is zodanig klein dat dit geen aantasting van het open gebied tot gevolg heeft, noch een beperking betekent voor de agrarische sector.

Deze reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

De bouw van de woningen zal ten koste gaan van de gronden welke bestemd zijn voor de grondgebonden agrarische bedrijven. Dit betekent een verdere aantasting van een vitaal landelijk gebied met voldoende ruimte voor agrarische bedrijven. In tegenstelling tot hetgeen in de toelichting staat vermeld wordt hiermede wel degelijk de kernkwaliteiten van het gebied aangetast. De druk op het agrarische gebied neemt verder toe zonder dat hiervoor in voldoende mate compenserende maatregelen worden getroffen. Wij zijn dan ook van mening dat de bouw van de nieuwe woningen ruimtelijk niet aanvaardbaar is.

Met deze ontwikkeling is geen sprake van een belemmering van het naastgelegen agrarische bedrijf. De richtafstand van 50m tussen dit bedrijf en de nieuwe woningen wordt ruimschoots gehaald. Daarnaast is het gedeelte van de agrarische bestemming dat aan de woonbestemming wordt toegevoegd zeer gering. Van een aantasting van de kernkwaliteiten van dit gebied is naar onze mening geen sprake. Het nieuwe erf wordt zo compact mogelijk opgezet. Daarbij zal in aansluiting op het omliggende gebied uitvoering worden gegeven aan een landschappelijke inrichting.

Deze reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

LTO noord is dan ook een voorstander van het realiseren van nieuwe woningen grenzend aan de bestaande woninglocaties.

De nieuwe woningen worden in samenhang met de bestaande woning gebouwd, waarbij er qua opzet sprake zal zijn van één erf.

Deze reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

-3 -

Voorts is LTO Noord van mening dat de locatie Parallelweg 9 en 10, welk gesitueerd is in een agrarisch gebied, ten onrechte worden getransformeerd in nieuwe natuur. Hiervoor is inmiddels een erftransformatieplan opgesteld welke in bijlage 3 is opgenomen. Met dit erftransformatieplan wordt een forse ingreep gepleegd.

Omgevingsdienst Noord-Veluwe

De relevante milieuaspecten zijn goed uitgewerkt in het bestemmingsplan en vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid

Het eendengebied kent een groot aantal leegstaande schuren. Om de sloop van deze schuren te stimuleren is de pilot sloopregeling eendengebied opgezet. In ruil voor het slopen van schuren en saneren van asbest mag er elders een nieuwe woning worden gebouwd. Daarbij moet de achterblijvende locatie voorzien worden van een landschappelijke inrichting. Nieuwe invulling van d geldende bestemming is niet haalbaar gebleken. Van een natuurbestemming is geen sprake, de agrarische bestemming blijft gehandhaafd, echter zonder bouwmogelijkheden. Hiermee wordt de kwaliteit van dit gebied verbeterd. Deze reactie wordt voor kennisgeving aangenomen.

Deze reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Deze reactie geeft geen aanleiding het plan aan te passen.

bestemmingsplan Buitengebied -Hoge Varenweg 4

Bijlage 2 Inspraakreacties

8

ū ū ū D

gemeente harderwijk

Eindverslag inspraak voorontwerpbestemmingsplan “Buitengebied - Hoge Varenweg 4” 1. Waarom Inspraak? Inspraak is bedoeld als instrument om de bevolking in een vroegtijdig stadium bij de ruimtelijke planvorming te betrekken. De wijze waarop de inspraak georganiseerd en uitgevoerd wordt, is vastgelegd in de verordening “Inspraakverordening Harderwijk 2007”. Ingezetenen en in de gemeente belanghebbenden worden daarin uitgenodigd om met het gemeentebestuur van gedachten te wisselen over een voorliggend plan of project. Hier gaat het om het voorontwerpbestemmingsplan. Doordat de inspraak in de beginfase van de planvorming plaats heeft, kunnen de reacties, die in dat kader worden verkregen, worden meegenomen in het ontwerpplan. Het gemeentebestuur maakt daarover duidelijke en gemotiveerde afwegingen in een eindverslag. In de fase daarna, die van de vaststelling, kunnen de insprekers via de nieuwe terinzagelegging van deze aangescherpte toelichting kennis nemen om vervolgens te beoordelen in hoeverre zij een zienswijze menen in te moeten dienen.

2. Inspraaktermijn Het voorontwerp van het bestemmingsplan “Buitengebied - Hoge Varenweg 4” heeft vanaf 6 februari 2020 gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen op het stadhuis. Bekendmaking hiervan heeft plaatsgevonden in de Harderwijker Courant. Tijdens deze termijn konden ingezetenen en belanghebbenden schriftelijk, mondeling of digitaal zienswijzen kenbaar maken (adresseren aan burgemeester en wethouders). Het indienen van een digitale zienswijze kan alleen via www.harderwiik.nl/zienswiize.De stukken waren ook raadpleegbaar op de gemeentelijke website www.harderwiik.nl. en www.ruimtelijkeplannen.nl.

3. Formele vereisten Volgens de “Inspraakverordening Harderwijk 2007” wordt inspraak opengesteld voor ingezetenen en belanghebbenden. De insprekers zijn ingezetenen, dan wel zijn, of treden op namens, in de gemeente Harderwijk belanghebbende rechtspersonen. Een inspraakreactie (zienswijze) is tijdig ingediend, indien deze voor het einde van de termijn van de terinzagelegging is ontvangen. Inspraakreacties worden ingediend bij het college van burgemeester en wethouders. Een bericht kan langs elektronische weg aan de gemeente worden gezonden. Het indienen van een digitale zienswijze kan alleen via www.harderwijk.nl/zienswijze. Formeel betekent dit dat de inspraakreacties die per e-mail zijn ingediend niet-ontvankelijk zouden moeten worden verklaard. De termijn voor het indienen van reacties liep van 6 februari tot 19 maart 2020 (6 weken). Een reactie is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn van terinzagelegging is ontvangen. Bij verzending per post is een inspraakreactie tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. De gemeente hoeft formeel gezien de reacties die per e-mail zijn ingediend en de reacties die te laat zijn ingediend niet in behandeling te nemen. Het wel behandelen van deze reacties heeft echter geen verdere juridische consequenties.

Aangezien deze inspraakreacties geen vertragingen opleveren ten aanzien van de voortgang van de bestemmingsplanprocedure is er geen bezwaar tegen ze toch te behandelen. Door nu duidelijkheid te geven over de inspraakreacties kunnen zienswijzen in het verdere traject wellicht beperkt worden. (Voor alle duidelijkheid zij opgemerkt dat een dergelijke handelwijze niet aan de orde kan zijn als het gaat om de behandeling van zienswijzen op een ontwerpbestemmingsplan.)

-

2-

4. Inspraakreacties en gemeentelijk commentaar Naar aanleiding van het ter inzage leggen van het voorontwerp bestemmingsplan “Buitengebied Hoge Varenweg 4” zijn de onderstaande reacties ontvangen. De namen en adressen van deze insprekers worden opgenomen in een aparte bijlage die niet openbaar is in verband met privacywetgeving. Deze reacties worden verkort naar aard en inhoud weergegeven met daaronder het gemeentelijke commentaar. Inspraakreactie 1 Opmerking 1.1 De plannen op de locatie Hoge Varenweg 4 betekenen voor de inspreker een ernstige beperking van de toekomstmogelijkheden van zijn bedrijfsvoering. Inspreker heeft een grondgebonden melkveebedrijf met een huiskavel van ruim 12 ha (Nb-vergunning voor 111 melkkoeien, 67 stuks jongvee en 2 stieren). Vanuit de overheid en de melkfabriek zijn zij verplicht de dieren buiten te houden. Doordat in de zeer nabije omgeving een 5-tal (3 nieuwe en 2 omschakeling van agrarisch naar burger) burgerwoningen komt, wordt de vrijheid ingeperkt en word ook een deel (ca. 1 ha) van de huiskavel verminderd, omdat deze grond wordt gebruikt voor woningbouw in plaats van de aanwending als weide voor ons grondgebonden melkveebedrijf. Idealiter zou inspreker een huiskavel moeten hebben van rond de 50 ha.

Commentaar In de afweging om mee te werken is wel degelijk rekening gehouden met de aanwezigheid van het grondgebonden melkveebedrijf van de inspreker. Hiervoor is aansluiting gezocht bij de geldende richtafstanden tussen enerzijds milieubelastende bedrijven en anderzijds milieugevoelige functies zoals onder meer woningen. Voor een melkveehouderij gelegen buiten de bebouwde kom geldt een richtafstand van 50 meter. De afstand tussen het bedrijf van inspreker en de huidige woning als ook de drie beoogde woningen is meer dan 100 meter. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een belemmering van de bedrijfsvoering van inspreker. Inspreker geeft aan dat een deel van zijn huiskavel wordt verminderd nu deze wordt gebruikt voor woningbouw. Hierdoor wordt zijn kavel, die nu al niet aan de ideale maatvoering voldoet, nog meer beperkt. Het perceel waarop de woningen voorzien zijn is niet in eigendom van inspreker. Niet wordt ingezien in hoeverre grond dat niet in eigendom is van inspreker een beperkende factor kan zijn voor de uitoefening van zijn bedrijf. Opmerking 1.2 Op grond van de Omgevingsvisie moeten woningen in het kader van functieverandering achter de bestaande woning worden gebouwd. In het plan Hoge Varenweg 4 wordt juist naast de huidige woning gebouwd. Volgens de inspreker is dit is tegen de regels en zal dit een precedentwerking opleveren.

Commentaar Aangenomen wordt dat inspreker met de omgevingsvisie doelt op de Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden’. De Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden is zelfstandig bindend beleid dat op 22 september 2011 door de gemeenteraad is vastgesteld. Het beleidsstuk wordt genoemd in de toelichting van het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2014’. In het geval de raad aanleiding ziet van dit beleid af te wijken kan zij dit gemotiveerd doen. Het is inderdaad juist dat de Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden beschrijft dat nieuwe woningen achter de bestaande woning moeten worden gebouwd. Dit houdt overigens in dat de nieuwe woningen niet letterlijk ‘achter’ de bestaande woning hoeven te staan, maar dat ze achter het verlengde van de achtergevel komen te staan. Daarbij is het vanuit ruimtelijke kwaliteit van belang om, door toevoeging van nieuwe woningen, een herkenbaar en gezamenlijk boerenerf te vormen.

-

3-

Uit een heroverweging van dit initiatief, in samenhang met het geldende beleid, moet worden vastgesteld dat er geen argumenten zijn om af te wijken van het beleid. Zeker nu er een alternatief plan mogelijk is welke passend is in het beleid. Daarnaast schept het verlenen van medewerking aan dit initiatief inderdaad een precedent. Dit betekent dat er in gelijke situaties een gelijke besluitvorming gewenst is. Een nadere beschouwing van dit initiatief, en de verkende mogelijkheden om een plan in overeenstemming met het beleid te ontwikkelen, maakt dat er hier sprake is van ongewenste precedentwerking. Concreet betekent dit dat ook hier een argument ligt op grond waarvan het plan aangepast moet worden om dit te voorkomen. Opmerking 1.3 Inspreker is van mening dat de bouw van de woningen met de geplande aanplant van bomen het zicht op het open landschap beperkt. Ook het wandelpad tussen Nunspeet en Harderwijk verliest met de plannen een belangrijk deel van haar uitstraling. Het wandelpad is voor het bedrijf van de inspreker ook van belang in verband met onder andere de vermarkting van een deel van de landbouwproducten. Commentaar Het zicht op het open landschap zal slechts voor een klein deel worden beperkt, maar dat hangt heel erg af vanaf waar dit bekeken wordt.

Vooral de woonadressen Hoge Varenweg 5, 7, 9 en 11 worden vanuit hun woning beperkt in het rechtstreekse zicht op het open landschap. Vanuit de andere woningen aan de Hoge Varenweg zal de beperking van zicht op het open landschap vrij beperkt of zelfs verwaarloosbaar zijn. Daarbij valt op te merken dat door de aanplant van bomen er geen volledige blokkade in het vrije uitzicht ontstaat, omdat er vanuit ooghoogte doorgaans onder de bomen door naar het achterliggende landschap gekeken kan worden. De wandelroute tussen Harderwijk en Nunspeet (route van 20 km.) wordt in dit deel van de route slechts in zeer beperkte mate in haar uitstraling aangetast. De openheid van het landschap wordt met deze ontwikkeling niet onevenredig aangetast en blijft in voldoende mate in stand. Opmerking 1.4 De huidige opstallen met woning Hoge Varenweg 4 hebben een agrarische bestemming. Dit is passend in het gebied waar ook de huiskavel van de inspreker ligt. Door de plannen wordt de agrarische bestemming veranderd en dit is een bedreiging voor de toekomstmogelijkheden van het bedrijf van de inspreker. Commentaar Zie het commentaar bij 1.1.

-

4-

Opmerking 1.5 Inspreker is van mening dat de sloopmeters uit het Eendengebied (die omgezet zijn in bouwrechten voor de locatie Hoge Varenweg 4) een ongewenste verrommeling geven van het als open gebied aangewezen deel Molenweg.

Commentaar De impact van de nieuwe ontwikkeling zal vanaf de Molenweg vrijwel niet zichtbaar zijn. De nieuwbouw valt namelijk weg in de enorme schaal van het open landschap, de bestaande bebouwing aan de westzijde van de Hoge Varenweg en de landschappelijke inpassing rondom. Desgewenst kan de initiatiefnemer worden gevraagd om een fotomontage van het zicht vanaf de Molenweg aan te leveren. De kans op verrommeling is weggenomen doordat er ingezet wordt op hoogwaardige architectuur en een beplantingsplan dat voor deze plek voldoende passend is.

Inspraakreactie 2. Opmerking 2.1 Inspreker is van mening dat het plan niet bijdraagt aan de versterking van het dorpse karakter van Hierden. Heel veel bouwlocaties in het dorp zijn gerealiseerd met de regeling rood voor rood, dat lijkt de inspreker geen juiste manier om woningbouw mogelijk te maken. Inspreker vindt dat bouwlocaties ook een invulling moeten geven aan de sociale woningbouw voor zowel jongeren als senioren, in het plan Hoge Varenweg 4 is daar geen sprake van. De gemeenteraad heeft de opdracht gegeven om woningbouwplannen te ontwikkelen die bijdragen leveren aan een positieve ontwikkeling van de woningbehoefte. Commentaar Het bouwplan gaat uit van een extensieve opzet in de vorm van een boerenerf met een lage dichtheid en is daardoor juist passend bij het dorpse karakter en het buitengebied. Om de leegstaande eendenschuren - en daarmee de asbest - uit het landschap te laten verdwijnen is een stimuleringsregeling vastgesteld. In ruil voor het slopen van de schuren en het saneren van asbest mag er een woning worden gebouwd. Deze nieuwe woning compenseert voor een deel de hoge kosten die gepaard gaan met het slopen en saneren. Daarnaast vindt er een kwaliteitsslag plaats doordat de schuren verdwijnen en er een stuk landschappelijke versterking plaatsvindt.

Naast de eendenschuren is er een vergelijkbare rood-voor-rood regelingen voor overige voormalige agrarische bedrijfsgebouwen. De opmerking die de inspreker maakt over strijdigheid met het woonprogramma is een juiste, omdat het plan onvoldoende voorziet in de vraag naar specifieke woningtypes, zoals voor starters als voor senioren. Het college heeft weliswaar ingestemd met een van de woonvisie afwijkend plan. In dit plan is echter ingezet op relatief veel sloopmeters in het Eendengebied, waardoor het beperkte aantal nieuw te bouwen vrijstaande woningen legitiem is. Opmerking 2.2 Inspreker is van mening dat er geen verbetering van het landschap plaats vindt door het aan leggen van eikengaarden en houtsingels richting de Kleine Varenweg. Het landschap wordt alleen maar meer aangetast. Commentaar Gezien de enorme schaal van het open landschap, zal de ontwikkeling met bijbehorend beplantingsplan een verwaarloosbare impact op de omgeving hebben. Het plan voldoet hier aan de spelregels zoals opgenomen in de Visie op Hoofdlijnen Buitengebied Harderwijk 2011 (Landgoederenlandschap, pagina 62 - 69). Het toepassen / versterken van karakteristieke eikengaarden worden hierin juist expliciet genoemd en is kenmerkend voor het landgoederenlandschap.

-

5-

Opmerking 2.3 Inspreker wil graag uitleg over het feit waarom asbestschuren, die indertijd zijn gerealiseerd door bewoners van het eendengebied en voor hen gediend hebben als bedrijfsgebouwen, nu worden gesloopt met behulp van een geldelijke bijdrage uit de regeling rood voor rood. Inspreker mist de relatie. Inspreker is benieuwd wat de eigenaar van asbestschuren na de sloop wordt toegestaan te doen met de grond die daardoor vrijkomt. Nu is het zo dat er geen woningbouw gerealiseerd kan worden in het eendengebied. Commentaar Om de leegstaande eendenschuren - en daarmee de asbest - uit het landschap te laten verdwijnen is een stimuleringsregeling vastgesteld. In ruil voor het slopen van de schuren en het saneren van asbest mag er een woning worden gebouwd. Deze nieuwe woning compenseert voor een deel de hoge kosten die gepaard gaan met het slopen en saneren. Daarnaast vindt er een kwaliteitsslag plaats doordat de van asbest voorziene schuren verdwijnen en er een stukje landschappelijke versterking plaatsvindt. Voor het vrijkomende terrein na sloop in het Eendengebied is door Buro Ruiter in november 2019 een landschappelijk plan opgesteld, waarin van woningbouw geen sprake is. In feite wordt het Eedengebied geleidelijk aan weer terug gegeven aan de natuur en daardoor wordt er een kwaliteitsslag gemaakt.

Inspraakreactie 3 Opmerking 3.1 Het voorgenomen bestemmingsplan ''Hoge Varen'' doet afbreuk aan het landelijke karakter van Hierden. Inspreker kan zicht niet vinden in een "verbetering" van het kleinschalige, relatief open landschap en heeft de indruk dat door de voorgestelde houtsingels en eiken gaarden het open karakter verdwijnt. Commentaar Zie commentaar bij opmerkingen 1.3, 1.5 en 2.2. Opmerking 3.2 Er is een groep in Hierden, waaronder bewoners, wethouder en ambtenaar RO, die zich inspannen om karakteristieke Hierdense landschappelijke waarden en de erven te behouden en te versterken. Inspreker is van mening dat het voorgenomen bestemmingsplan indruist tegen deze ontwikkeling. Commentaar Zie commentaar bij opmerkingen 1.3, 1.5 en 2.2.

-

6-

Inspraakreactie 4 Deze inspraakreactie is ingediend door 62 bewoners van 31 adressen aan de Hoge Varenweg, door bewoners van twee adressen aan de Molenweg en door bewoners van drie adressen aan de Zuiderzeestraatweg. Opmerking 4.1 Insprekers zijn van mening dat de ontwikkeling aan de Hoge Varenweg 4 niet conform de Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden 2011 wordt uitgevoerd: a. Pagina 61, Mogelijkheden voor nieuwe bebouwing zijn er alleen bij het verwijderen van overtollige landschapsontsierende bedrijfsbebouwing, Weliswaar wordt in het Eendengebied landschapsontsierende bedrijfsbebouwing weggehaald, maar dit gebeurt niet in Stadslanderijen Oost. Daarnaast is het in de plannen onduidelijk of de schuren achter het hoofdgebouw op Hoge Varenweg 4 worden weggehaald. b. Pagina 63, De open weitjes gelegen langs de Zuiderzeestraatweg, Molenweg. Lageweg, Wijtgraaf en Hoge Varenweg zorgen voor een luchtige en landelijke sfeer. Ze dienen behouden te blijven. Doordat een landbouwperceel (weide) naast het woonperceel van Hoge Varenweg 4 wordt bebouwd met drie vrijstaande woningen is er sprake van een rode ontwikkeling waardoor een open weide verdwijnt. Er verdwijnt een waardevol landschappelijk doorzicht. Met deze wijziging in het bestemmingsplan is er dus geenszins sprake van landschapsversterking maar van landschapsverlies. c. Pagina 75, Bouwsteen omvormen boerenerf.

Het bestaande woonhuis is daarbij de belangrijkste. .. De nieuwe woningen staan altijd achter de bestaande woning.... Alleen de bouwsteen 'omvormen boerenerf mag worden toegepast in Stadslanderijen Oost en dan moet er achter de bestaande woning gebouwd worden. Het creëren van een tweede boerenerf waarbij naast de bestaande woning gebouwd wordt is dus niet mogelijk. Het bouwen achter de bestaande woning kan ook daadwerkelijk: als de schuren worden weggehaald is er ruimte om woningen te bouwen. Er is dus een goed alternatief die passend is binnen de Structuurvisie. Insprekers gaan graag met de initiatiefnemer en gemeente hierover in gesprek. Commentaar a. Het klopt dat die zin in de Structuurvisie beschreven staat. Er moet waar nodig terug gesloopt worden tot hetgeen wat maximaal bij de woonbestemming is toegelaten. Bepaald zal moeten worden in hoeverre de opstallen landschap- ontsierend zijn. b. Het klopt dat die zin in de Structuurvisie beschreven staat. Maar het is niet zo dat er een volledige open weide verdwijnt. Er zal slechts een klein deel verdwijnen. Bepaald moet worden in welke mate het nieuwe boerenerf zo compact mogelijk uitgevoerd kan worden om zo de openheid van het landschap zoveel mogelijk te kunnen waarborgen. Zie eerder commentaar bij 1.3 en 1.5. c.

Het klopt dat deze beschrijving in de Structuurvisie beschreven staat en het klopt dat er achter de bestaande woning (denkbeeldige achtergevelrooilijn) gebouwd moet worden. Het voorliggende initiatief wekt, door het maken van een nieuwe hoofdwoning aan de straat, de indruk van een tweede boerenerf. Opmerking 4.2 In het weiland waar drie woningen beoogd worden, staan van het vroege voorjaar tot het late najaar dagelijks koeien in de wei. De koeien zijn van het laatste actieve boerenbedrijf (middelgrote melkveehouderij met 111 koeien) in Hierden die koeien heeft met weidegang. Door het verdwijnen van weilanden komt direct het voortbestaan van deze boer in gevaar, terwijl er een opvolger (van vader op zoon) beschikbaar is. Commentaar De afspraken die gemaakt zijn met de agrariër over het gebruik van het weiland zijn privaatrechtelijk van aard. Aangenomen wordt dat deze gronden worden gepacht. De gemeente is geen partij in deze afspraken. Bij de beoordeling van het initiatief is er vanuit gegaan dat de gronden waar de woningen voorzien zijn, vrij komen van pacht. In hoeverre het voorbestaan van de boer in gevaar komt met deze ontwikkeling en de geringe vermindering van het beschikbare weiland wordt niet nader onderbouwd zodat wij dit verder buiten beschouwing laten. De koeien zullen naar onze mening voldoende ruimte behouden. Zie ook commentaar bij opmerkingen 1.1 en 1.4.

-

7-

Opmerking 4.3 De insprekers zijn van mening dat de beoogde bestemmingsplanwijziging niet conform de Algemene Wijzigingsregels (Art. 34) van het Bestemmingsplan Hierden Buitengebied 2014 is. De volgende wijzigingsregels worden niet toegepast: a. Art. 34.1 a: Er zijn wel degelijk nadelige gevolgen voor de in de omgeving aanwezige waarden: er is verlies van landschappelijke en ecologische kwaliteit en verlies van agrarische functie. b. Art. 34.5 b: De Visie op Hoofdlijnen (die voor Stadslanderijen Oost verwijst naar de Structuurvisie) wordt niet gevolgd (zie toelichting hierboven). c. Art. 34.5 d: Er wordt meer dan 500Zo van de bestaande bebouwing gebruikt, er wordt niet binnen het huidige bouwvlak gebouwd en er worden meer dan twee woongebouwen gerealiseerd. d. Art. 34.5 f: Er wordt geen landschappelijke versterking gerealiseerd: er verdwijnt een open weide en een landschappelijk beeld. e. Art. 34.5 g: De ontwikkeling van drie woningen draagt niet bij aan het gemeentelijk woningbouwprogramma. In Hierden is behoefte aan woningen voor starters en ouderen (sociale woningbouw). Er is voldoende aanbod van grote vrijstaande woningen in Hierden (er staan er voldoende te koop). Commentaar Het is een juiste constatering dat het voorliggende initiatief niet binnen de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid gerealiseerd kan worden.

Om deze reden is er dan ook geen wijzigingsplan opgesteld, maar een herziening van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan moet voldoen aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening wat in voldoende mate dient te blijken uit de toelichting van dit plan en alle bijbehorende onderzoeken. Ook al het geldende beleid wordt hierbij in beschouwing genomen. Op de door inspreker aangehaalde punten wordt niet verder ingegaan, nu dit niet relevant is. Wel hechten we er aan op te merken dat wij in 1.2 hebben geconstateerd dat het plan nog aangepast moet worden. Wij zijn wel van mening dat er een plan voor deze locatie ontwikkeld kan worden, in de vorm van een boerenerf, dat voldoet aan de Visie op Hoofdlijnen, de Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden en daarmee zorgt voor een kwalitatieve verbetering van het landschap en daarmee de ecologische kwaliteit verbeterd. Er hoeft geen sprake te zijn van een belemmering van het aanwezige agrarische gebruik. Opmerking 4.4 De insprekers zijn van mening dat de gemeente een precedentwerking creëert. Als de gemeente de Structuurvisie en de Algemene Wijzigingsregels van het huidige bestemmingsplan negeert en akkoord gaat met het bebouwen van de open weide met drie vrijstaande woningen, wordt een weg vrijgemaakt voor nog meer woningen.

Commentaar Zie het commentaar bij opmerking 1.2 en 4.3 Opmerking 4.5 Er is geen inspraak geweest bij de totstandkoming van de huidige plannen. Er zijn twee informatiebijeenkomsten voor bewoners van de Hoge Varenweg geweest, georganiseerd door Veluwse Architecten. Een in januari 2019 en de laatste op 24 oktober 2019. De bijeenkomsten waren gericht op het verstrekken van informatie en niet op inspraak van bewoners. Commentaar Het klopt dat de plannen in eerste instantie door initiatiefnemer zijn opgesteld en via de georganiseerde informatieavonden aan de buurt kenbaar zijn gemaakt. Met de terinzagelegging van alle stukken is de inspraak verleend. Naar aanleiding van de reacties zijn er intussen een aantal bijeenkomsten geweest. Deze reactienota is een weergave van alle inspraakreacties en geeft aan op welke punten er aanleiding is om de plannen aan te passen. Naar onze mening is hiermee voldoende inspraak geboden.

-

8-

Inspraakreactie 5 Opmerking 5.1 Inspreker is van mening dat de initiatiefnemers een overeenkomst als voorwaarde aan de wijziging van het bestemmingsplan moeten tekenen dat bij verkoop van de grond alsmede de woning die dan gebouwd kan worden de verkoopwinst naar: a. de bewoners gaat die hun uitzicht verliezen; . b. en het restant naar de gemeente die dit mogelijk heeft gemaakt. Een goed doel te benoemen mag/kan uiteraard ook. Een makelaar zou de winstberekening vooraf kunnen maken. Iedereen weet waar hij dan aan toe is en de bezwaren van de omwonenden worden grotendeels weggenomen. Commentaar In het geval omwonenden denken schade te ondervinden als gevolg van deze ontwikkeling kunnen zijn een planschadeclaim indienen. Dit wordt via een aparte procedure in behandeling genomen. Opmerking 5.2 Inspreker heeft begrepen dat de percelen grond van de initiatiefnemer aan de familie van initiatiefnemer verkocht worden. Met deze afspraak kunnen veel omwonenden goed leven. Vraag van de inspreker is waarom dan geen overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer wordt opgesteld waar een en ander duidelijk wordt overeengekomen. Eventueel in de anterieure overeenkomst. Commentaar Dit zijn private overeenkomsten waar de gemeente niet bij betrokken is.

-

9-

5. Conclusies op basis van de verkregen inspraakreacties Met dit verslag zijn alle inspraakreacties van commentaar voorzien en afgewogen. Het eindverslag inspraak wordt aan de insprekers toegezonden. Naar aanleiding van de inspraakreacties wordt voorgesteld om een aantal aanpassingen op te nemen in het (bestemmings)plan. De initiatiefnemer wordt verzocht om, naar aanleiding van deze inspraakreacties, zijn plan aan te passen. Als onafhankelijke partij voor het algemeen belang en een goede ruimtelijke kwaliteit geeft de gemeente, na een afweging van de inspraakreacties, hiertoe een voorzet. Het gaat om de hierna volgende aanpassingen: Het bouwen van maximaal twee nieuwe woningen achter de denkbeeldige achtergevelrooilijn van de bestaande woning; Het zo compact mogelijk maken van het nieuwe boerenerf om zo de impact van het initiatief op de omgeving zoveel mogelijk te beperken en daarmee de openheid van het landschap en de agrarische functie zoveel mogelijk te kunnen waarborgen. Bovendien is daarmee de nieuwe toevoeging aan het bestaande boerenerf ruimtelijk beter in balans. De voorbeeldverkaveling en de bijbehorende uitgangspunten, als een compromis vanuit de gemeente, worden in een apart bestand nader toegelicht. Vervolgens zal het bestemmingsplan overeenkomstig de daarvoor geldende wettelijke procedure in ontwerp ter inzage worden gelegd.

Daarvan zal op de gebruikelijke wijze mededeling worden gedaan in onder meer de plaatselijke pers.

Harderwijk, 12 augustus 2020

Burgemeester en wethouders van Harderwijk,

De burgemeester,

De secretaris,

bestemmingsplan Buitengebied -Hoge Varenweg 4

Bijlage 3 Berekening stikstofdepositie

18

Herbestemming 8t hergebruik

Stikstofdepositieberekening Hoge Varenweg 4 te Hierden Veluwse architecten

Stikstofdepositieberekening Hoge Varenweg 4 te Hierden Projectnummer 2019-0554 4-3-2021 Veluwse architecten Versie 1.0

Dirk IJzereef

Eibert Dokter

Adviseur Ruimtelijke ordening

Projectleider Ruimtelijke ordening

d.ijzereef@lycens.nl

e.dokter@lycens.nl

M 06 588 596 66

M 06 306 458 44

Lycens B.V. y Deventerstraat 10 y 7575 EM Oldenzaal y 0541-570730 y info@lycens.nl

lycens

Inhoud 1. Inleiding..........................................................................................................................4 1.1.

Het bouwplan....................................................................................................................................... 4

1.2.

Ligging van de projectlocatie............................................................................................................... 7

1.3.

Relevante Natura 2000-gebieden......................................................................................................... 9

2. Algemeen....................................................................................................................... 10 3. Motivering input Aerius-calculator..............................................................................11 3.1.

Rekeninput beoogde situatie, gebruiksfase......................................................................................11

3.2.

Rekeninput beoogde situatie, realisatiefase.....................................................................................12

3.3.

Reken input vergund recht............................................................................................................... 13

4. Resultaten en conclusie................................................................................................14 4.1.

Rekenresultaat beoogde situatie gebruiksfase.................................................................................. 14

4.2.

Rekenresultaat beoogde situatie realisatiefase.................................................................................. 14

4.3.

Tijdelijke deposities............................................................................................................................ 14

4.4.

Conclusie.............................................................................................................................................15

Bijlage Bijlage 1. Algemeen Bijlage 2. Stikstofgegevensinvoer Bijlage 3. Aerius-rekenbestand, Gebruiksfase Bijlage 4. Aerius-rekenbestand, Realisatiefase

3

Stikstofdepositieberekening Hoge Varenweg 4 te Hierden

4-3-2021

1.

Inleiding

Initiatiefnemer is voornemens om 3 woningen te realiseren aan de Hoge Varenweg 4 te Hierden. Om dit mogelijk te maken worden aan de Parallelweg 10 te Hierden voormalige eenden schuren gesaneerd. Gezien de huidige stikstofproblematiek is het noodzakelijk voorafgaand aan de te volgen procedures de gevolgen voor de stikstofdepositie in beeld te brengen. Voorliggende rapportage betreft een onderzoek ‘stikstofdepositie in relatie tot Natura 2000’ die de exacte depositie van het project op de omliggende Natura 2000-gebieden inzichtelijk maakt. Bij een depositiewaarde kleiner of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zorgt het beoogde plan niet voor een significante toename van de stikstofdepositie en worden negatieve effecten uitgesloten.

1.1.

Het bouwplan

Het bouwplan bestaat uit de realisatie van 3 woningen op het perceel van de bestaande woning aan de Hoge Varenweg 4. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken wordt er gebruik gemaakt van de sloopregeling Eendengebied, waarbij voormalige eenden schuren worden gesaneerd in ruil voor het bouwen van een woning op een andere locatie. Derhalve zal aan de Parallelweg 10 eenden schuren worden gesloopt met een totale oppervlakte van 2.250 m2. Figuur 1.1 geeft de situatietekening van de beoogde situatie weer van de Hoge Varenweg 4. Figuur 1.2 geeft de sloopopgave weer.

4

Stikstofdepositieberekening Hoge Varenweg 4 te Hierden

4-3-2021

Lycens

Uit De.

- Grens oorspronkelijk plan

perceel 1

perceel 3 gezamenlijk erf

perceel 2 j

perceel 4

Grens oorspronkelijk plan

Figuur 1.1: Situatietekening beoogde situatie Hoge Varenweg 4.

5

Stikstofdepositieberekening Hoge Varenweg 4 te Hierden

4-3-2021

624m1

103Sm’

2319m1

239m1

1198m1

6058 ^ *

' Į

1537m’

1373m1

t

^

Figuur 1.2: Sloopopgave Parallelweg 10.

6

Stikstofdepositieberekening Hoge Varenweg 4 te Hierden

4-3-2021

1044m1

Ligging van de projectlocatie De projectlocatie ligt aan Hoge Varenweg te Hierden en staat kadastraal bekend als (kadastrale) gemeente Harderwijk, sectie B, nummer(s) 7631 en 7632. In figuur 1.3 wordt de ligging van de projectlocatie weergegeven.

Figuur 1.3: Ligging projectlocatie (bron: kadastralekaart.com)

7

Stikstofdepositieberekening Hoge Varenweg 4 te Hierden

4-3-2021

De slooplocatie ligt aan de Parallelweg 10 te Hierden en staat kadastraal bekend als (kadastrale) gemeente Harderwijk, sectie B, nummers 6059 en 6063. In figuur 1.4 wordt de ligging van de sioopiocatie weergegeven.

Figuur 1.4: Ligging slooplocatie (bron: kadastralekaart.com).

8

Stikstofdepositieberekening Hoge Varenweg 4 te Hierden

4-3-2021

1.3.

Relevante Natura 2000-gebieden

Onderstaand zijn de voor het onderhavige project relevante gebieden weergegeven. Daarnaast zijn per gebied de aanwijzingsdata weergegeven en de afstand tot het projectgebied. In figuur 1.5 zijn deze gebieden geografisch weergegeven ten opzichte van het projectgebied. Veluwerandmeren:

>

»

afstand: 2.060 meter;

»

aanwijzingsdata: 7 december 2004 als Habitatrichtlijngebied;

Veluwe: »

afstand: 1.350 meter;

»

aanwijzingsdata: 24 maart 2000 als Vogelrichtlijngebied en 7 december 2004 als Habitatrichtlijngebied;

Omdat de sloop van de eenden schuren op een andere locatie wordt uitgevoerd, wordt ook hierbij de afstand tot de relevante gebieden weergegeven: >

Veluwe: »

Afstand: 214 meter;

»

Aanwijzingsdata: 24 maart 2000 als Vogelrichtlijngebied en 7 december 2004 als Habitatrichtlijngebied.

Nunspee

N305

Veluwe randmeren Projectlocatie

Hulshorst

Hierden,

Harderwijk

Slooplocatie wokle

Veluwe

Errnelo

Figuur 1.5: Natura 2000-gebieden in de omgeving

9

Stikstofdepositieberekening Hoge Varenweg 4 te Hierden

4-3-2021

2. Algemeen Kader huidige wet- en regelgeving De huidige wetgeving inzake stikstofdepositie in relatie tot Natura 2000-gebieden bestaat uit de Wet natuurbescherming, Spoedweg Aanpak Stikstof, jurisprudentie, provinciale beleidsregels en de tussentijds (en haastig) uitgebrachte beslisboom1 van het BZK. De regels zijn echter volop in beweging, veranderingen daarin kunnen invloed uitoefenen op dit onderzoek.

Aerius berekening Bij nieuwe ontwikkelingen moet altijd een beoordeling worden gemaakt tussen de huidige c.q. bestaande situatie en de beoogde situatie. In het geval van stikstofberekeningen in relatie tot Natura 2000-gebieden worden de onderstaande situaties berekend, deze situaties staan nader toegelicht in bijlage 1. Beoogde situatie:

>

»

gebruiksfase;

»

realisatiefase.

Referentie situatie (ook wel vergund recht genoemd, deze berekening wordt uitsluitend uitgevoerd indien in de voorgaande berekeningen een hogere stikstofdepositie is berekend dan 0,00 mol/ha/j).

Uitvoering berekeningen De Aerius berekening wordt altijd uitgevoerd aan de hand van de Aerius handleidingen, de bijbehorende factsheets en de ‘instructie gegevensinvoer voor AERIUS-calculator 2019A’ van Bij 12. Voor de input van materieel wordt het TNO-rapport 2020 R11528 “Onderbouwing AERIUS emissiefactoren voor wegverkeer, mobiele werktuigen, binnenvaart en zeevaart” met bijbehorende spreadsheet “TNO-getallen voor AERIUS 2020 v9 mobiele werktuigen” gehanteerd.

Mogelijke stikstofbronnen Stikstofdepositie, zoals berekend doormiddel van de Aerius calculator, komt voor in de vormen NOx (stikstofoxiden) en NH3 (ammoniak) en zijn afkomstig van verschillende bronnen. Zo is NOx hoofdzakelijk afkomstig van verbrandingsprocessen en is NH3 hoofdzakelijk afkomstig van veehouderijen. Mogelijke bronnen binnen deze berekening zijn: Voertuigbewegingen, bebouwing en gebruik van gas en de inzet van materieel tijdens de realisatiefase. In bijlage 1 staan deze bronnen nader toegelicht.

1 Beslisboom “Toestemmingverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten”. Ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties. 12 oktober 2019.

10

Stikstofdepositieberekening Hoge Varenweg 4 te Hierden

4-3-2021

3. Motivering input Aerius-calculator 3.1.

Rekeninput beoogde situatie, gebruiksfase

Stikstofemissie in de gebruiksfase is afkomstig van het door het toekomstige plan gegenereerde verkeer op het moment dat de bebouwing in gebruik is genomen en mogelijkerwijs afkomstig uit bebouwing.

Verkeersgeneratie Om de verkeersgeneratie te berekenen wordt gebruik gemaakt van kencijfers van de CROW-publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren (381, december 2018)’. In tabel 2.1 is de verkeersgeneratieberekening weergegeven.

Tabel 3.1: verkeersgeneratie beoogde situatie, gebruiksfase (motorvoertuigbewegingen per etmaal). Stedelijkheidsklasse matig stedelijk, buitengebied Type woning Vrijstaand

Gem. per eenheid

Aantal eenheden

8,2

Totale generatie

3

24,6 Totaal

24,6

500Zo van verkeer wordt in oostelijke richting via de Hoge Varenweg in de richting van de Zuiderzeestraatweg ontsloten. 500/) van verkeer wordt in westelijke richting via de Hoge Varenweg in de richting van de Molenweg ontsloten. Gezien de inrichting van deze wegen als ontsluitingswegen, gaat dit verkeer op deze wegen direct op in het heersende verkeersbeeld. Conform de NSL-Monitoringstool is geen sprake van congestie.

Emissie bebouwing De bebouwing wordt niet aangesloten op het gasnetwerk. Hierdoor is geen sprake van emissie van stikstof uit deze bebouwing.

11

Stikstofdepositieberekening Hoge Varenweg 4 te Hierden

4-3-2021

Lycens 3.2.

Rekeninput beoogde situatie, realisatiefase

Verkeersgeneratie Projectlocatie: De verkeersaantrekkende werking van de aanlegfase bestaat uit transport van materialen en personen (bouwvakkers, sloopwerkers, aannemers, uitvoerders). De totale bouwfase en terreinafwerking gaat maximaal 6 maanden in beslag nemen. In dit traject zijn er rustige periodes waarbij geen personeel aanwezig is en geen materiaal wordt aangevoerd. Daarnaast zijn er drukke perioden waarbij meer personeel aanwezig is en meer materieel wordt aangevoerd. De onderstaande verkeersbewegingen zijn echter gemiddelden (maar ruim zijn aangehouden):

>

Transport aan- en afvoer van materiaal: gemiddeld 1 zware vrachtauto’s (2 motorvoertuigbewegingen) per week. Het totale aantal motorvoertuigbewegingen bedraagt daarom 52 verspreid over de bouwperiode. Transport personeel: 2 auto’s (4 motorvoertuigbewegingen) per werkdag. Het totale aantal motorvoertuigbewegingen bedraagt daarom 520 verspreid over de bouwperiode.

500Zo van verkeer wordt in oostelijke richting via de Hoge Varenweg in de richting van de Zuiderzeestraatweg ontsloten. 500/) van verkeer wordt in westelijke richting via de Hoge Varenweg in de richting van de Molenweg ontsloten. Gezien de inrichting van deze wegen als ontsluitingswegen, gaat dit verkeer op deze wegen direct op in het heersende verkeersbeeld. Conform de NSL-Monitoringstool is geen sprake van congestie.

Slooplocatie: De verkeersaantrekkende werking van de sloop bestaat uit transport van materialen en personen (bouwvakkers, sloopwerkers, aannemers, uitvoerders). De totale sloop gaat maximaal 4 weken in beslag nemen. In dit traject zijn er rustige periodes waarbij geen personeel aanwezig is en geen materiaal wordt aangevoerd. Daarnaast zijn er drukke perioden waarbij meer personeel aanwezig is en meer materieel wordt aangevoerd. De onderstaande verkeersbewegingen zijn echter gemiddelden (maar ruim zijn aangehouden):

>

Transport aan- en afvoer van materiaal: in totaal 22 vrachtauto’s (44 motorvoertuigbewegingen). Het totale aantal motorvoertuigbewegingen bedraagt daarom 44 verspreid over de bouwperiode. Transport personeel: 2 auto’s (4 motorvoertuigbewegingen) per werkdag. Het totale aantal motorvoertuigbewegingen bedraagt daarom 80 verspreid over de bouwperiode.

Het verkeer op de slooplocatie wordt in noordelijke richting ontsloten door de Tweede Parallelweg. Gezien de geringe hoeveelheid verkeerd die de sloopwerkzaamheden met zich meebrengen, zal het verkeer vanaf de slooplocatie direct overgaan in het heersende verkeersbeeld.

12

Stikstofdepositieberekening Hoge Varenweg 4 te Hierden

4-3-2021

Emissie materieel inzet Voor de realisatiefase is materiaal inzet noodzakelijk die een emissie van stikstof kennen als gevolg van het gebruik van dieselmotoren. In onderstaande tabellen is het project onderverdeeld in fasen om een zo nauwkeurig mogelijk, maar ruime, inschatting van de inzet van het materiaal te maken. Bovendien is voor het materieel dat niet uitsluitend is bedoeld voor transport relatief oud materieel gehanteerd (Stageklasse IIIA). De emissiefactoren zijn gebaseerd op Aerius-database (in combinatie met de spreadsheet “TNO-getallen voor AERIUS 2020 v9 mobiele werktuigen” van het TNO). Hieronder in tabel 3.2 staat een totaaloverzicht van de depositie, voor nadere uitwerking per fase zie bijlage 2

Tabel 3.2 Totale emissie Fase

Emissie kg/j

Sloopfase

3,83

Funderingsfase

2,72

Ruw- en afbouw

3,57

Terrein afwerken/infrastructuur

1,02 Totale emissie (kg/j) 11,14

3.3.

Reken input vergund recht

Omdat in de beoogde situatie zowel in de gebruiksfase als in de sloopfase geen sprake is van een verhoogde depositie is dit aspect niet relevant.

13

Stikstofdepositieberekening Hoge Varenweg 4 te Hierden

4-3-2021

lycens

4

Resultaten en conclusie

4.1.

Rekenresultaat beoogde situatie gebruiksfase

Uit de rekenresultaten blijkt dat in de ‘beoogde situatie, gebruiksfase’ geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j op omliggende Natura 2000-gebieden zijn berekend. Dat betekent dat het onderhavige plan in de permanente gebruiksfase geen significant negatieve invloed uitoefent op de instandhoudingsdoelstellingen van omliggende Natura 2000-gebieden. Ten aanzien van de gebruiksfase zijn geen nadere stappen noodzakelijk. Het Aerius-rekenbestand is als bijlage meegeleverd.

4.2.

Rekenresultaat beoogde situatie realisatiefase

Uit de rekenresultaten blijkt dat in de ‘beoogde situatie, totale realisatiefase’ rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j op omliggende Natura 2000-gebieden zijn berekend, namelijk 0,02 mol/ha/j. Dat betekent dat het onderhavige plan in de tijdelijke realisatiefase negatieve invloed uitoefent op de instandhoudingsdoelstellingen van omliggende natura 2000-gebieden. Echter is de 0,02 mol/ha/j gebaseerd op de totale berekening, dat wil zeggen dat alle werkzaamheden in dit ‘worst-case’ scenario uitgevoerd worden binnen hetzelfde jaar. De Aeriusrekenbestanden zijn als bijlage meegeleverd.

4.3.

Tijdelijke deposities

De rijksoverheid hanteert momenteel de redeneerlijn dat bij een minimale en tijdelijke depositie significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden uitgesloten kunnen worden. Op de website van BIJ 12 wordt deze redeneerlijn nader toegelicht. In het onderstaande kader is deze toelichting weergegeven. In de aanlegfase van een project wordt materieel ingezet dat slechts tijdelijk stikstofemissie veroorzaakt. In een voortoets kan onderbouwd worden dat kleine, tijdelijke deposities van tijdelijke bronnen binnen het project op zichzelf en in cumulatie, op voorhand niet kunnen leiden tot significant negatieve effecten. Hierbij kan als uitgangspunt worden gehanteerd dat een project met alléén kleine tijdelijke deposities in de aanlegfase kleiner dan of gelijk aan 0,05 mol N/ha/jaar gedurende maximaal 2 jaar (of een equivalent hiervan) in beginsel niet vergunningplichtig is voor het aspect stikstofdepositie. In beginsel geldt deze lijn voor alle vormen van tijdelijke emissies in de aanlegfase, in de praktijk zal dit met name mobiele werktuigen en de aanVafvoer van materiaal en materieel betreffen.

Indien de stikstofdepositie in de aanlegfase groter is dan 0,05 mol N/ha/jaar gedurende maximaal 2 jaar of er is sprake van een depositiebijdrage in de gebruiksfase op een door stikstof overbelaste locatie in een Natura 2000-gebied, dan kan wel sprake zijn van een vergunningplicht op het gebied van stikstof. Omdat in onderhavig plan sprake is van een minimale stikstofdepositie (0,02 mol/ha/j) leidt het onderhavige plan niet tot significant negatieve effecten.

14

Stikstofdepositieberekening Hoge Varenweg 4 te Hierden

4-3-2021

4.4.

Conclusie

Uit de rekenresultaten van Aerius-calculator is gebleken dat als gevolg van onderhavig project gedurende de gebruiksfase geen sprake is van stikstofdeposities op de omliggende Natura 2000-gebieden hoger dan 0,00 mol/ha/j. Echter blijkt uit de rekenresultaten dat gedurende de realisatiefase er sprake is van een stikstofdepositie van 0,05 mol/ha/j, hierbij is er sprake van een ‘worst-case’ scenario waarbij alle werkzaamheden binnen een jaar uitgevoerd worden. Met de ‘worst-case’ scenario blijft de stikstofdepositie binnen de redeneerlijn van de rijksoverheid. Daarom vorm het aspect stikstof in relatie tot Natura 2000 geen belemmering voor de realisatie en de vergunningverlening van de ‘omgevingsvergunning, activiteit bouwen’.

15

Stikstofdepositieberekening Hoge Varenweg 4 te Hierden

4-3-2021

Bijlage 1. Algemeen Bij nieuwe ontwikkelingen moet altijd een beoordeling worden gemaakt tussen de huidige c.q. bestaande situatie en de beoogde situatie. In het geval van stikstofberekeningen in relatie tot Natura 2000-gebieden worden de onderstaande situaties berekend: Beoogde situatie:

>

»

gebruiksfase;

»

realisatiefase.

Referentie situatie (ook wel vergund recht genoemd, deze berekening wordt uitsluitend uitgevoerd indien in de voorgaande berekeningen een hogere stikstofdepositie is berekend dan 0,00 mol/ha/j).

Hieronder volgt een nadere toelichting op de methodiek achter het berekenen van beoogde situatie en de referentie situatie. Dit is allemaal gedaan conform de Aerius handleidingen, de bijbehorende factsheets en de ‘instructie gegevensinvoer voor AERIUS-calculator 2019A’ van Bij 12.

Beoogde situatie In de eerste plaats dient een berekening te worden uitgevoerd van ‘alle’ stikstof emitterende activiteiten in de beoogde situatie. In de beoogde situatie is sprake van emissie van stikstof in zowel de gebruiksfase (op het moment dat het gebouw in gebruik is genomen) als de realisatiefase (als gevolg van inzet van personeel en materieel). In Beide gevallen is een wederkerend onderwerp de stikstofemissie afkomstig van de verkeersgeneratie. Als volgt zal eerst de verkeersgeneratie toegelicht worden waarnaar de gebruiksfase en realisatiefase toegelicht worden.

Verkeersgeneratie Gedurende zowel de gebruiksfase als de realisatiefase is er mogelijk sprake van stikstofdepositie afkomstig van voertuigbewegingen. De stikstofemissie wordt gebaseerd op de motorvoertuigbewegingen die door de functies en werkzaamheden in het projectgebied worden gegenereerd. Hierbij gaat het hoofdzakelijk om stikstofdioxiden omdat voertuigen een zeer geringe hoeveelheid ammoniak uitstoten. De verkeersgeneratie die gehanteerd wordt voor de berekeningen wordt gebaseerd op de CROW-publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren (381, december 2018)’ met indien aanvullingen op basis van de gemeentelijke norm. De uitstoot van stikstof door de voertuigbewegingen wordt gedaan aan de hand van de Aerius-database. In deze database zijn emissiefactoren vastgelegd die in de Aerius-calculator worden gehanteerd. Voor de invoer van de verkeersgeneratie in de Aerius-calculator wordt de ‘instructie gegevensinvoer voor AERIUS-calculator 2019A’ van Bij 12 gehanteerd, daarin staan de bepalingen voor onder andere de routing en de opname van verkeer in het heersend verkeersbeeld.

Gebruiksfase Naast de verkeersgeneratie is er gedurende de gebruiksfase mogelijk stikstofdepositie afkomstig van bebouwing veroorzaakt de verbranding van gas voor bijvoorbeeld de verwarming van de gebouwen, het gebruik van het gasfornuis, etc. Voor standaard functies zoals wonen wordt de Aerius-database gebruikt om de stikstofdepositie te bepalen. Voor niet standaard functies, waar geen kencijfers voor zijn, wordt gebruik gemaakt van statische onderzoeken van onder andere de Nederlandse Organisatie voor toegepastnatuurwetenschappelijk onderzoek. Daarbij moet meegenomen worden dat conform de Elektriciteitswet en Gaswet nieuwbouwwoningen en nieuwbouw voor kleinverbruikers (met een aansluitcapaciteit tot 40 mk/uur) niet meer standaard aangesloten mogen worden op het aardgasnetwerk door de gasnetbeheerder. Woningen zijn derhalve in principe aardgas vrij. Grootverbruikers kunnen nog net als voorheen op het aardgasnet worden aangesloten. Gemeenten kunnen gebruik maken van een uitzondering op dit verbod door de aansluitplicht voor woningen en kleinverbruikers toch in stand te houden Gedurende de gebruiksfase kan er mogelijk ook sprake zijn van ammoniak (NH3) uitstoot bijvoorbeeld indien het project betrekking heeft op een veehouderij.

Realisatiefase Naast de verkeersgeneratie is er gedurende de realisatiefase mogelijk stikstofdepositie afkomstig van verbrandingsmotoren van materieel dat tijdens de realisatiefase wordt ingezet. Voor de input van materieel wordt het TNO-rapport 2020 R11528 “Onderbouwing AERIUS emissiefactoren voor wegverkeer, mobiele werktuigen, binnenvaart en zeevaart” met bijbehorende spreadsheet “TNO-getallen voor AERIUS 2020 v9 mobiele werktuigen” gehanteerd. Indien elektrisch materieel wordt gebruikt is logischerwijs geen sprake van de emissie van stikstof.

Referentie situatie Indien uit de berekening ‘beoogde situatie’ blijkt dat sprake is van een overschrijding wordt beoordeeld of intern gesaldeerd kan worden. Hiervoor is het noodzakelijk om te beoordelen of de huidige functie beschouwd mag worden als ‘vergund recht’. Om te beoordelen of de huidige functie als referentie situatie gehanteerd mag worden, moet worden ‘teruggekeken’ naar de situatie ten tijde van de Nationale referentiedatum 31 maart 2010 op basis van de Wet natuurbescherming en de aanwijzingsdata van de relevante Natura 2000-gebieden. Dit ‘terugkijken’ gebeurt op basis van beschikbare bewijslast, bestaand uit historische topografische kaarten en luchtfoto’s. Daarbij wordt gekeken naar de emissie van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) zoals die in de referentie situatie was. Deze emissie kan afkomstig zijn van verkeersgeneratie, bebouwing en/of bedrijvigheid (denk aan ammoniakemissie van veehouderijen).

Stikstofdepositie wordt daarnaast per jaar berekend. Dus in de berekening van de permanente gebruiksfase wordt de referentie situatie van het eerste jaar berekend (en zijn de volgende jaren gelijk aan het eerste jaar). Ook de realisatiefase dient in principe in 1 jaar berekend te worden. Op het moment dat een bouwproject langer dan 1 jaar duurt, worden alle bouwwerkzaamheden in 1 jaar vervoegd en berekend omdat deze werkzaamheden zich lastig juridisch laten vastleggen in een bepaald jaar. Slechts wanneer verschillende bouwfasen juridisch zijn vastgelegd is verspreiding over de meerdere jaren mogelijk.

Lycens Bijlage 2. Stikstofgegevensinvoer Sloopfase Machine type sloopkraan graafmachine vrachtwagens

Werkzaamheden Slopen opstallen Slopen opstallen Laden en lossen

Machine specificatie graafmachines 100 kW, Stageklasse IV graafmachines 100 kW, Stageklasse IV kiepbakken 200 kW, Stageklasse IV

Motortype

Vermogen

Belasting

NOx Emissiefactor

Emissie

Uren

/brandstof

(kW)

(“/o)

(g/kwh)

(kg/j)

40

Diesel

100

6970

0,8

2,21

20

Diesel

100

69/

0,8

1,10

8

Diesel

300

24/

0,9

0,52

Totale emissie (kg/j)

3,83

Funderingsfase Machine type graafmachine graafmachine betonstorter betonmixer vrachtwagens

Werkzaamheden Egaliseren terrein Graven bouwputten, 4 uur per woning Fundering storten, 2 uur per woning Tijdens het storten Laden en lossen

Machine specificatie graafmachines 100 kW, Stageklasse IV graafmachines 100 kW, Stageklasse IV betonstorters 200 kW, Stageklasse IV kiepbakken 200 kW, Stageklasse IV kiepbakken 200 kW, Stageklasse IV

Motortype

Vermogen

Belasting

NOx Emissiefactor

Emissie

Uren

/brandstof

(kW)

(/)

(g/kwh)

(kg/j)

4

Diesel

100

69/

0,8

0,22

12

Diesel

100

69/

0,8

0,66

6

Diesel

200

69/

1

0,83

6

Diesel

280

24/

0,9

0,36

10

Diesel

300

24/

0,9

0,65

Totale emissie (kg/j)

2,72

y

Ruw- en afbouw Machine type

Werkzaamheden

Machine specificatie

hijskraan

Hijsen kanaalvloerplaten, 2 uur per woning

hijskranen 100 kW, Stageklasse IV

hijskraan

Hijsen breedvloerplaten, 2 uur per

hijskranen 100 kW, Stageklasse IV

woning betonstorter betonmixer hijskraan cementdekvloermixer vrachtwagens

Fundering storten, 2 uur per woning Tijdens het storten Hijsen dakdelen, 2 uur per woning Afstorten vloeren Laden en lossen

betonstorters 200 kW, Stageklasse IV kiepbakken 200 kW, Stageklasse IV hijskranen 100 kW, Stageklasse IV betonstorters 200 kW, Stageklasse IV kiepbakken 200 kW, Stageklasse IV

Motortype

Vermogen

Belasting

NOx Emissiefactor

Emissie

Uren

/brandstof

(kW)

(“/o)

(g/kwh)

(kg/j)

6

Diesel

100

6970

1

0,41

6

Diesel

100

69/

1

0,41

6

Diesel

200

69/

1

0,83

6

Diesel

280

24/

0,9

0,36

6

Diesel

100

69/

1

0,41

8

Diesel

65

69/

1

0,36

12

Diesel

300

24/

0,9

0,78

Totale emissie (kg/j)

3,57

Terrein afwerken/infrastructuur Machine type graafmachine manitou-knikmops-verreiker

Werkzaamheden Afwerken terrein Aanleg afwerking

trilplaten-stampers

graafmachines 100 kW, Stageklasse IV verreikers 70 kW, Stageklasse IV

Motortype

Vermogen

Belasting

NOx Emissiefactor

Emissie

Uren

/brandstof

(kW)

(/)

(g/kwh)

(kg/j)

8

Diesel

100

69/

0,8

0,44

Diesel

50

84/

0,9

0,30

8

trilplaten/stampers 10 kW, Stageklasse Aan stampen afwerking

vrachtwagens

Machine specificatie

Laden en lossen

IIIA kiepbakken 200 kW, Stageklasse IV

Benzine 4

(2-Takt)

10

40/

1,1

0,02

4

Diesel

300

24/

0,9

0,26

Totale emissie (kg/j)

1,02

Totale emissie Emissie Fase

kg/j

Sloopfase en bouwrijp maken

3,83

Funderingsfase

2,72

Ruw- en afbouw

3,57

Terrein afwerken/infrastructuur

1,02

Totale emissie (kg/j)

11,14

Lycens Bijlage 3. Aerius-rekenbestand, Gebruiksfase

AERIUSB CALCULATOR Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Gebruiksfase Kenmerken *

Samenvatting emissies

*

Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RV4ev4QccyeE (04 maart 2021) pagina 1/5

Resultaten

AERIUSn CALCULATOR Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Lycens BV

Hoge Varenweg 4, 3849RH Hierden

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Hoge Varenweg 4

RV4ev4QccyeE

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

04 maart 2021, 11:13

2022

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Situatie 1

NOx

< 1 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Toelichting

Gebruiksfase

Resultaten

Gebruiksfase

RV4ev4QccyeE (04 maart 2021) pagina 2/5

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR

Locatie Gebruiksfase

Hlįŕůeil

tŕ' yj w À\

I, iMĮ-ĮĴťİLiį ļj f \ m i" lü'lļl. „Ü Jļl

iūDW/J;

500 m

Emissie

Bron Sector

Emissie NH3

Emissie NOx

Gebruiksfase

Resultaten

Gebruiksfase

e

Emissie transport - projectlocatie oost Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

e

Emissie transport - projectlocatie west Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

RV4ev4QccyeE (04 maart 2021) pagina 3/5

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR

Emissie (per bron)

Naam

Gebruiksfase

Locatie (X,Y) NOx NH3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=2b9bae33-0bfd-4854-b238-23b93c309470