Bijlage 3 Natuurwaardenkaart compleet
Tekst van het document
Voor vlinders is momenteel weinig voortplantingsgebied te vinden in de wijk. De meeste plantensoorten uit het tuincentrum zijn onbekend voor deze insecten. Vlinders gebruiken specifieke plantensoorten om hun eitjes op te leggen. Dit worden waardplanten genoemd. De rupsen zijn helemaal afgestemd op deze specifieke plantensoort. Voor veel stadvlinders zijn dit brandnetels, klaversoorten of klimop.
De ideale situatie zou zijn om bladeren op een hoop in de tuin te laten liggen, samen met stapels snoeihout. Het winterklaar maken pas in het voorjaar te doen en alleen inheemse planten te gebruiken. Wellicht kun je dan de zeldzame blauwzwarte houtbij aantreffen.
In het tuincentrum zijn wel planten te vinden die voedsel bieden. Een vlindervriendelijke tuin biedt meer dan alleen nectar. Voorplanting en overwintering is even belangrijk. Net als in veel andere gebieden is ook in Frankrijk de Japanse Duizendknoop en Reuzenberenklauw aanwezig. Dit zijn zogenaamde invasieve exoten, soorten die andere, Nederlandse, planten verdrijven. De soorten doen het erg goed hier! Dat komt omdat ze weinig vijanden hebben.
213 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)
Vogels (30 waargenomen)
Gewone dwergvleermuis (Istock)
Groene geluidswal Tussen de drukke Knardijk (N305) en Frankrijk geeft een groene strook rust door bomen en struiken die het geluid opvangen. Deze geluidswal biedt de bewoners van de wijk beschutting tegen geluid, maar heeft ook functies voor allerlei soorten. Het is een verbindingsroute richting de Veluwe voor vleermuizen, boom- en steenmarters, eekhoorns en andere zoogdieren. De struiklaag langs het talud van de wal is het broedgebied van tal van vogelsoorten. In de wal zijn allerlei insecten, bessen en bloemen te vinden. In tegenstelling tot veel (openbaar) groen in de wijk zelf, wordt het gras er minder intensief gemaaid. Dit is van betekenis voor vlinders als het bruin zandoogje en groot dikkopje. Al met al is de geluidswal voor een groot aantal soorten uit de woonwijk een toevluchtsoord.
Vleermuizen (1 waargenomen)
213
Blauwzwarte houtbij (iStock)
0
Zoogdieren (5 waargenomen)
Boomkruiper
Koolmees
Gierzwaluw
Merel
Groene specht
Putter
Egel
Houtduif
Sperwer
Konijn
Kauw
Zwartkop
Mol
Reptielen, Amfibieën & Vissen (0 waargenomen)
Overige Insecten (28 waargenomen)
Gewone dwergvleermuis
beste deelgebied 1.550
Boommarter Eekhoorn
Dagvlinders (21 waargenomen) Atalanta
Gehakkelde aurelia
Bont zandoogje
Groot dikkopje
Bruin zandoogje
Klein koolwitje
Citroenvlinder
Kleine vos
Dagpauwoog
Kleine vuurvlinder
Planten (47 waargenomen)
Libellen (1 waargenomen) Grote roodoogjuffer
Mossen & Schimmels (80 waargenomen)
Blauwzwarte houtbij
Huismoeder
Bleekgele droogbloem
Japanse duizendknoop
Betoncitroenkorst
Citroenpendelvlieg
Kustsprinkhaan
Boerenwormkruid
Reuzenberenklauw
Bruin steenschubje
Doodkopzweefvlieg
Struiksprinkhaan
Deens lepelblad
Sleedoorn
Frietzak-bekermos
Gamma-uil
Variabel elfje
Fluitenkruid
Winterporselein
Gewoon elfenbankje
Grote narcisvlieg
Wespspin
Gewone salomonszegel
Zeepkruid
Granietschildmos
Grauw rijpmos Groot dooiermos Kalkschotelkorst Sinaasappelkorst Steenpurperschaaltje
Ben je benieuwd wat er op dit moment aan soorten wordt gezien? Projectnummer xx
Neem eens een kijkje op waarneming.nl. Hier vullen vrijwilligers hun waargenomen soorten in. Steeds meer mensen voeren in wat ze hebben gezien. Op die manier leren we welke soorten voor kunnen komen. Deze kennis vormt een basis voor bescherming van de biodiversiteit. Wil je zelf een bijdrage leveren of soorten leren kennen ? Dan is er een app voor op je telefoon die aan de hand van foto’s kan herkennen welke soort je hebt gezien. Kijk op obsidentify.
‘Ambassadeur’ van dit deelgebied is de roodborst. De “ambassadeur” van het gebied is de roodborst. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat de roodborst een graag geziene tuinvogel is. Net als alle andere soorten heeft de roodborst behoefte aan voedsel, voortplantingsplekken, veilige plekken om te rusten, vocht en verbindingen tussen de verschillende delen van het leefgebied. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.
Voorwaarde Voortplanting: roodborstjes maken nesten van bladeren en grassen.
Verbetermaatregel voor de ambassadeur De nesten verstoppen de roodborstjes in dichte struiken, laag bij de grond. Zorg voor rustige hoekjes in de tuin. Zonder grassen en droge bladeren geen nest. Ruim niet al het bladafval op en laat gras langer doorgroeien.
Vocht: net als vele andere vogelsoorten moeten ook roodborstjes drinken.
Een ondiepe drinkplaats in de tuin wordt al snel gebruikt om te drinken maar ook om te badderen. Waterschalen die je kunt ophangen zijn ook prima.
Voedsel: de roodborst zoekt vooral naar insecten en wormen
Onder bladafval vinden roodborstjes tal van insecten, vooral in de winter is dit van belang. Gebruik in de tuin geen insecticiden, laat de roodborstjes de schadelijke insecten uit het gazon trekken!
Roodborst (E.Witter)
Pluspunten
Ontwikkelkansen
Waar?
Veel ruimte voor groen.
• Ruimte voor (inheemse) bomen en struiken die natuur kunnen huisvesten en zorgen voor natuurlijke verkoeling in de zomer. • In de perkjes rondom de bomen is veel ruimte voor inheemse bloemsoorten die aantrekkelijk kunnen zijn voor verschillende insecten.
Openbaar groen Gemeente
Begraafplaatsen als “korstmossenhotspots”.
• Natuurvriendelijk onderhouden van deze begraafplaatsen is belangrijk voor een bijdrage aan de diversiteit van korstmossen. Dit door middel van de graven niet schoon te spuiten met hogedrukspuit. • Gebruik maken van inheemse loofboomsoorten als eik, esdoorn of linde bij de aanplant van bomen als geschikte groeiplaatsen voor boombewonende korstmossen. Maar ook de aanleg van ruige randen en kruidenstroken voor insecten is belangrijk.
Begraafplaatsen Gemeente
Veel tuinoppervlakte is beschikbaar.
• Door bewoners bewust te maken van de functies van inheemse bomen en planten kan het insectenaantal en daarmee de biodiversiteit toenemen. • Een campagne waarin de buurt wordt voorgelicht over de voordelen van een groene tuin.
Minpunten
Ontwikkelkansen
Weinig besef bij inwoners over biodiversiteit.
• In deze buurt zijn zeer weinig waarnemingen ingevoerd. Mogelijk zijn de inwoners niet erg bekend met de aanwezigheid van wilde soorten in hun tuin. Meer kennis over soorten betekent betere bescherming: voorlichting is van belang.
tuinen
Inwoners en gemeente
N302 snijdt door groen heen.
• Een ecologische verbindingszone van de groenstrook naar begraafplaats Oosteinde zou soorten veilig kunnen laten oversteken, migratie en genetische uitwisseling kunnen bevorderen.
N302
Gemeente, provincie
Veel jonge bomen. Oude bomen worden gerooid.
• Laat oude bomen staan. Hoe ouder een boom, hoe meer verkoeling en hoe meer opname van CO2. Veel winst dus! • Let op de ruimte voor boomwortels. Kijk of een boom kan worden behouden, en niet direct hoeft te wijken!
Bomen
Gemeente
Projectnummer xx Herfstblad (E.Witter)
Tuinen
Waar?
Wie?
Gemeente en inwoners
Wie?
Bebouwd gebied
Waterfront en Dolfinariumeiland Voorlopig in ontwikkeling Het Waterfront is een gebied met veel ontwikkelingen. Binnen Waterfront zijn in de afgelopen jaren verscheidene woningen gebouwd. In de toekomst worden nog meer woningen gerealiseerd op de momenteel braakliggende terreinen. Over 10 jaar zal het Waterfront er daarom heel anders uit zien dan nu! De braakliggende terreinen kunnen volledig bebouwd zijn met woningen. De inrichting van de tuinen zal bepalen of er veel nieuwe soorten in de wijk hun intrek nemen. Dichte begroeiing en bloeiende planten zijn hierbij van belang. Omdat er maar beperkte ruimte is, is de uitdaging om deze voor mens en dier zo goed mogelijk in te richten. Gelukkig liggen er ook kansen om de woningen zelf te delen met bijvoorbeeld vogelsoorten als de huiszwaluw. Op het Dolfinariumeiland is een hoge diversiteit aan soorten aanwezig. Zo zijn er in het park negen verschillende dagvlindersoorten waargenomen. Elk vlindersoort heeft een eigen voorkeurspakket aan nectarplanten en planten om de eitjes aan af te zetten, dus binnen het Dolfinarium zijn veel planten aanwezig waar vlinders gebruik van kunnen maken. Behalve dagvlinders worden ook diverse andere insectensoorten, zoals de akkerhommel, de kolibrievlinder en de gamma-uil, aangetrokken door planten.
Gebiedsfoto (Google Streetmap)
Zilvermeeuw (G.J. Assink)
Maar niet alleen planten zorgen voor veel insecten. Naast dat het een waterrijk gebied is waar veel insecten van houden heeft ook afval van mensen een bijdrage aan de hoeveelheid insecten. Als etensresten achterblijven kunnen massaal vliegen, wespen en kevers tevoorschijn komen. Het is dan ook normaal dat bij het Dolfinarium veel vogels, zoals gierzwaluw en oeverzwaluw, met veel lawaai overvliegen op zoek naar insecten. De gierzwaluw en de oeverzwaluw lijken alleen naar het Dolfinarium te komen om te zoeken naar eten.
Geliefde etensresten Restjes eten die mensen achterlaten op hun dagje uit zijn niet alleen populair onder de insecten. Ook verschillende vogels, waaronder de zilvermeeuw en kleine mantelmeeuw, worden blij van etensresten. Ondanks dat de zilvermeeuw een voorkeur heeft voor vis, stelt hij zijn maag open voor vrijwel alles wat eetbaar is. Het is dan ook totaal geen vreemd gezicht om tijdens een bezoek aan het Dolfinarium zilvermeeuwen tegen te komen die prullenbakken leegplunderen of, wat je misschien wel eens hebt zien gebeuren, dat een meeuw eten steelt uit iemands handen. De zilvermeeuw kan, net als de kauw en ekster erg ongeduldig zijn, maar gelukkig kunnen andere vogels, zoals de huismus en spreeuw, wel geduldig wachten tot ze bij ons eten kunnen. Veel beter is het om het natuurlijke aanbod van voedsel voor vogels en insecten te verbeteren. Dat begint onderaan de voedselketen; het bodemleven. Daarvan profiteren plantsoorten, die weer insecten aantrekken, wat weer voedsel voor vogels vormt.
Projectnummer xx
Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige
75 ha Bebouwd gebied Niet gekarteerd Deels opgespoten zand
Karakteristiek Het gebied Waterfront en Dolfinariumeiland grenst aan Veluwerandmeer Wolderwijd. Het gebied is opgesplitst in verschillende delen, waarvan het welbekende Dolfinarium het meest opvallend is. Wat begon als een uit de hand gelopen hobby heeft geresulteerd in de bouw van het park. In 1955 is de bouw begonnen en in 1965 werden de deuren geopend voor publiek. Ten oosten van het Dolfinariumeiland is de wijk Waterfront gelegen. Sinds 2015 wordt deze wijk bebouwd met woningen waarbij het einddoel is om circa 1.400 woningen te realiseren. Momenteel ligt het zuidelijke deel van de wijk braakliggend, maar zal in de toekomst ook bebouwd gaan worden. Vroeger was het industrieterrein Haven aanwezig in Waterfront, maar om ruimte te maken voor woningen is dit terrein gesloopt in 2013 en is het verhuisd naar Industrieterrein Lorentz. In het noordelijke deel van Waterfront is tevens Jachthaven de Knar gevestigd. Ten westen van het Dolfinariumeiland is een klein strandeiland gelegen met een restaurant en een strook voor boten om aan te meren. Ten zuiden van dit strandeiland is een evenemententerrein genaamd de Stille Wei. Verder ten zuiden is park De Wijde Wellen, een hondenstrand en een ijsbaan van IJsclub Volmoed gelegen.
Ruimte maken voor anderen Het kale braakliggende terrein dat momenteel in Waterfront te vinden is, bestaat uit opgespoten zand waarin kleine verrassingen aangetroffen kunnen worden. De Aziatische korfmossel leeft in zandbodems, waardoor het mogelijk is om deze mossel aan te treffen op een braakliggend terrein.
Kleine vuurvlinder (D. Koopman)
Je verwacht verder niet veel leven op een kale zandvlakte, maar toch zijn er enkele planten, zoals steenanjer en Duits viltkruid, te vinden die het niet erg vinden om hier te groeien. Voor sommige vlinders is een open en droog gebied ook niet erg. De kleine vuurvlinder is vaak te vinden op zandgronden in schrale graslandjes. In de toekomst zullen echter nog diverse nieuwe woningen gebouwd gaan worden op het braakliggende terrein. Hierdoor zullen de planten die typisch zijn voor zandgronden weer verdwijnen en daarmee dus ook de kleine vuurvlinder.
Soorten verdwijnen, maar er worden wel mogelijkheden gecreëerd voor anderen. De nieuwbouw kan nestlocaties bieden aan huismussen en gierzwaluwen. Ook vleermuizen kunnen hun plekje vinden in de bebouwing. Als bewoners hun tuinen groen inrichten kunnen er diverse vogelsoorten en vlindersoorten op af komen. Een groene omgeving trekt veel dieren aan, maar het kan ook juist afschrikkend werken. De zwarte roodstaart wordt nu nog regelmatig in de buurt gezien, maar zal in de loop der jaren verdwijnen uit het gebied. Waarom? Omdat de zwarte roodstaart oorspronkelijk voorkomt in berggebieden met rotsige landschappen en puinhellingen. Ze houden dus van open en lichte terreinen. Spleten in hoge gebouwen (hoger dan 20 meter!) zullen ze nu nog gebruiken als zangpost, maar zodra het te groen wordt vertrekken ze naar een kalere plek.
308 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)
Vogels (101 waargenomen)
Fuut (D. Koopman)
Schoon water Het Waterfront en Dolfinariumeiland is een waterrijk gebied. Je kunt regelmatig watervogels als futen en visdieven zien duiken naar vis. Ook aan de oevers is veel leven. De grote gele kwikstaart en de kleine plevier zijn vogels die met regelmaat te vinden zijn aan oevers waar ze zoeken naar diertjes die in of bij het water leven. In het water zwemmen diverse vissen, waaronder de snoek, baars, aal en de pos. In het gebied komt ook een zeldzamere vis voor, namelijk de rivierdonderpad. Dit is een kleine vis die qua lichaamsbouw enigszins te vergelijken is met een grote kikkervis. Daarom heet de rivierdonderpad in de volksmond ook wel de kwakbol. De vis is gevoelig voor lage zuurstofgehaltes en waterbodemverontreiniging. Om de rivierdonderpad in het gebied te behouden is het belangrijk om verontreiniging te voorkomen en dat de vis voldoende schuilmogelijkheden heeft in de vorm van stenen, boomwortels of tussen oeverbeschoeiing. Oeverbeschoeiing is veel aanwezig in het gebied. Dit helpt dus de rivierdonderpad, maar niet de amfibieën. Zij hebben het moeilijk om in het gebied op land te komen, hierdoor worden ze ook vrijwel niet waargenomen.
Fuut Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Huiszwaluw Kleine plevier
Vleermuizen (0 waargenomen)
Oeverzwaluw Spreeuw Visdief Zilvermeeuw Zwarte roodstaart
Dagvlinders (12 waargenomen)
Aal Baars Pos Rivierdonderpad Snoek
Atalanta Bont zandoogje Citroenvlinder Dagpauwoog Distelvlinder
Akkerhommel Aziatische korfmossel Coloradokever Gamma-uil Groefbijendoder
Grote beer Kolibrievlinder Kraamwebspin Schorsmarpissa Sint-jacobsvlinder
0
beste deelgebied 1.550
Zoogdieren (2 waargenomen) Egel Konijn
Reptielen, Amfibieën & Vissen (5 waargenomen)
Overige Insecten (12 waargenomen)
308
Gele Lis (H. Looman)
Gehakkelde aurelia Groot koolwitje Klein koolwitje Kleine vos Kleine vuurvlinder
Planten (173 waargenomen) Duits viltkruid Echte kamille Koninginnekruid Moerasandoorn Muursla
Libellen (0 waargenomen)
Ruige Anjer Schijnraket Steenanjer Witte honingklaver Wolfspoot
Mossen & Schimmels (3 waargenomen) Gewone beurszwam Groot dooiermos Kapjesvingermos
Ben je benieuwd wat er op dit moment aan soorten wordt gezien? Projectnummer xx
Neem eens een kijkje op waarneming.nl. Hier vullen vrijwilligers hun waargenomen soorten in. Steeds meer mensen voeren in wat ze hebben gezien. Op die manier leren we welke soorten voor kunnen komen. Deze kennis vormt een basis voor bescherming van de biodiversiteit. Wil je zelf een bijdrage leveren of soorten leren kennen ? Dan is er een app voor op je telefoon die aan de hand van foto’s kan herkennen welke soort je hebt gezien. Kijk op obsidentify.
‘Ambassadeur’ van dit deelgebied is de huiszwaluw. De “ambassadeur” van het gebied is de huiszwaluw. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat dit deelgebied in ontwikkeling is en daardoor kansen biedt voor vestiging van de huiszwaluw. Net als alle andere soorten heeft de huiszwaluw behoefte aan voedsel, voortplantingsplekken en vocht. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.
Voorwaarde Vocht: de huiszwaluw bouwt zijn nest van modder.
Voortplanting: huiszwaluwen broeden het liefst bij elkaar.
Verbetermaatregel voor de ambassadeur Zorg voor plekken waar huiszwaluwen hun nestmateriaal kunnen verzamelen. Een kleine ondiepe modderpoel is voldoende. In droge jaren helpt het om met de tuinslang op enkele plekken extra water aan te breng. De huiszwaluw kiest zijn eigen favorieten nestplaats en bouwt deze zelf. Je kunt vestiging van de soort wel stimuleren door speciale nestkommen aan te brengen. Dit zie de huiszwaluw als teken dat er al soortgenoten broeden.
Alle maatregelen ten gunste van het Voedsel: zwaluwen aanbod aan vliegende insecten zijn eten enorme welkom. De makkelijkste manier hieraantallen insecten. voor is om (inheemse) planten te laten bloeien. Bijvoorbeeld door maaibeheer.
Huiszwaluw (iStock)
Pluspunten
Ontwikkelkansen
Het Dolfinariumeiland biedt veel • Meer inheemse vegetatie planten om de lokale diversiteit mogelijkheden voor vogels en insecten om aan soorten te verhogen. Bijen, vlinders en andere voedsel te zoeken en om te schuilen insecten hebben namelijk meer baat bij inheemse planten
Waar?
Wie?
Openbaar groen Gemeente
De tuinen van inwoners zijn groen ingericht
• Ook bij de tuinen geldt dat de biodiversiteit verhoogd kan worden door meer inheemse vegetatie aan te planten, waaronder jaarrond groenblijvende planten, bloemrijke en kruidenrijke vegetaties
Tuinen en openbaar groen
Inwoner Gemeente
Het bebouwde deel van Waterfront biedt mogelijkheden voor gebouwbewonende soorten
• Voor huismussen kan het helpen om meer groenblijvende middelhoge vegetatie aan te planten. Hiermee wordt een beter functioneel leefgebied gecreëerd. Voor huismussen moet ook op plekke open zand blijven, voor stofbaden
Tuinen en openbaar groen
Inwoner Gemeente
Braakliggende percelen
• Laat op braakliggende percelen zoveel mogelijk het beheer achterwege. Hier kan zich tijdelijke bijzondere vegetatie ontwikkelen. Bij vestiging van beschermde soorten kan gebruik worden gemaakt van de gedragscode tijdelijke natuur.
Braakliggende percelen
Gemeente
Minpunten
Ontwikkelkansen
Weinig ruimte voor groen bij nieuwbouw
• De aangelegde heggen zijn te smal om van nut te zijn voor soorten. Breidt het groen uit met gevelbeplanting. • In de nieuwbouw verblijfsmogelijkheden realiseren voor gebouwbewonende vogelsoorten, zoals huismus en gierzwaluw, en diverse vleermuissoorten • Voor- en achtertuinen van de woningen groen inrichten met verschillende inheemse plantensoorten
Woningen
Inwoners Gemeente Projectontwikkelaars
Steile oevers
• Beschoeide oevers hebben weinig meerwaarde voor de biodiversiteit. Geleidelijke en begroeide oever bieden voor veel soorten nieuwe kansen. Begroeide randen kunnen worden gemaakt door bijvoorbeeld wilgentenen aan te brengen vóór de beschoeiing. In de zo ontstane rand kan oevervegetatie ontstaan.
Overs
Gemeente/rijkswaterstaat/waterschap
openbaar groen intensief beheerd
• Door verschillende inheemse kruidenrijke en bloemrijke plantensoorten te planten wordt de lokale biodiversiteit verhoogd
Bermen en openbaar groen
Huiszwaluw (Istock)
Projectnummer xx Nestkast huiszwaluw (Vivara)
Waar?
Wie?
Gemeente
Bebouwd gebied
Industrieterrein Lorentz Bedrijventerrein als vogelwoonwijk Industrieterreinen kennen doorgaans zeer weinig biodiversiteit. Beton, asfalt en staal, zijn voor de meeste soorten geen geschikt leefgebied. Toch komen er enkele gespecialiseerde soorten voor die juist kansen zien op bijvoorbeeld platte daken. Industrieterrein Lorentz in Harderwijk vormt hierop geen uitzondering, met een aantal diersoorten die het terrein als broed- en leefgebied gebruiken. Een van de meest opvallende diersoorten op het industrieterrein is de kleine mantelmeeuw. Deze vogels broeden in Nederland zowel in gebieden met dichte vegetatie als op platte daken van gebouwen. Ze maken daar hun nesten van takjes, gras, en andere bruikbare natuurlijke of man-made materialen. Op het industrieterrein zijn twee grote groepen met broedende kleine mantelmeeuwen aangetroffen. De kleine mantelmeeuw is een opportunistische soort die zich aanpast aan de omgeving en de aanwezigheid van de mens. Ze voeden zich namelijk deels met afval en ander voedsel, zoals friet en een gebakken visje, dat op en om het terrein te vinden is. Het industrieterrein vormt voor deze vogelsoort een prima uitvalsbasis met de randmeren en het Markermeer op vliegafstand.
Gebiedsfoto (Google Maps)
Kleine mantelmeeuw (E. Witter)
Een andere soort die platte daken heeft ontdekt als broedgebied is de scholekster. Op de daken vinden ze beschutting tegen grondgebonden roofdieren. Toch zijn nog geen broedende scholeksters waargenomen op het industrieterrein. Mogelijk ontbreekt het binnen het gebied aan voldoende plekken waar ze voedsel kunnen vinden. Ze zoeken graag hun eten in open polders met een afwisseling van gras- en bouwland, of in bermen en gazons. Industrieterrein Lorentz heeft te weinig groen, waardoor scholeksters veel moeite moeten doen om voldoende voedsel te vinden voor hun kuikens, die ze nog vrij lang na het uitvliegen blijven voeden.
Zand biedt kansen Binnen industrieterrein Lorentz zijn enkele braakliggende stukken bouwgrond aanwezig. Op deze braakliggende stukken bouwgrond ligt veel zand ter voorbelasting van percelen. Oeverzwaluwen maken gretig gebruik van dit zand. Deze kleine vogels broeden in kolonies en maken hun nesten in steile wanden en oeverranden, zoals de naam al doet vermoeden. Binnen het industriegebied zijn tijdelijke broedkolonies waargenomen met groepen groter dan 100 individuen. Het is een erg gewilde plek dus! Ook sommige planten groeien graag op de kale en kalkrijke zandgronden. Van nature zijn dit omstandigheden die in duingebieden of langs grote rivieren zijn te vinden. Gespecialiseerde soorten zoals smal vlieszaad, doornappel, duinriet en ruw vergeet-mij-nietje groeien op dergelijke plekken. Het opgespoten zand vormt op die manier een kunstmatig leefgebied voor deze bijzondere soorten, als ware het een duinpan of rivierstrandje. Zo kun je op het bedrijventerrein toch onverwachte en soms zeldzame soorten aantreffen.
Projectnummer xx
Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige
267 ha Bebouwd gebied Niet gekarteerd/opgespoten
Karakteristiek Het industrieterrein ligt ten noorden van het centrum van Harderwijk en grenst aan het Veluwemeer. In 1956 is begonnen met de aanleg. De eerste gebruiker was de koekfabriek Van Delft die de productie in 1959 startte. In de jaren ’70 werd een zuiveringsinstallatie aangelegd. Vanaf de jaren ’90 breidde het terrein sterk uit en werden havens aangelegd. De laatste uitbreiding bevindt zich aan de oostzijde. Het landschap waar het industrieterrein Lorentz op ontwikkeld werd, bestond voornamelijk uit vlakke weilanden en akkers. Nu is het een grotendeels verhard gebied met bedrijfspanden met platte daken, verharde opslag en parkeergelegenheden. De beperkte hoeveelheid groen op het terrein bestaat voornamelijk uit grasbermen met nog jonge bomen. Verder zijn er braakliggende bouwterreinen, waar pionierssoorten gretig gebruik van maken. Aan de noordoostzijde is een aarden wal met veel groen aangelegd. Het gebied is de thuisbasis van een diversiteit aan bedrijven, voornamelijk actief in de sectoren logistiek, industrie en dienstverlening. Ondanks het sterk versteende karakter van het gebied zijn er toch nog bijzonderheden te vermelden als het gaat om biodiversiteit.
Dodaars (G.J. Assink)
Rustig vaarwater
Meer groen, meer soorten
De havens die in het gebied zijn aangelegd vormen voor een aantal soorten letterlijk een veilige haven. De beschutting wordt gebruikt door watervogels zoals de kuifeend en dodaars. Vooral in de winter worden de havens door watervogels gebruikt als rustgebied. In strenge winters worden soms grote groepen van wel 20 dodaarzen gezien. Deze kleinste futensoort van Nederland broedt in vennen in natuurgebieden, maar in de winter zijn ze op zoek naar open water. Ze zijn vrij schuw en duiken bij onraad onder. Vaak vind je ze moeilijk terug. De waterzuivering is ook een populaire bestemming voor vogels. Waterpiepers, oeverlopers en grote gele kwikstaarten zijn er op zoek naar insectjes bij stromend water.
De wegbermen, groenstroken langs watergangen en de watergangen zelf zijn van belang voor verschillende diersoorten. Op het industrieterrein is dit goed te zien door het relatief hoge aantal waarnemingen bij deze elementen. Bij de ondiepe wateren zijn meer dan 15 verschillende watervogels aangetroffen en in de groenstroken daarnaast meer dan 50 andere vogelsoorten. Dit verwacht je niet gelijk als je op zo’n industrieterrein gaat rondlopen. De verschillende vlindersoorten daarentegen worden grotendeels aangetroffen in wegbermen, waar veel verschillende plantensoorten te vinden zijn. In de wegbermen zijn veelvuldig plantensoorten als gewoon Jakobskruiskruid, brede wespenorchis en ruw vergeetmij-nietje waargenomen.
274 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)
Vogels (118 waargenomen)
Kneu (E.Witter)
First in first out Pioniersvegetatie is van groot belang voor bepaalde diersoorten. Denk aan de vlindersoorten als kleine vuurvlinder, hooibeestje, de eerdergenoemde oeverzwaluw en een vogel als de kleine plevier. Deze soorten hebben namelijk een specifieke leefomgeving nodig, waarbij ze afhankelijk zijn van open en kale terreinen. De planten die hier als eerste de groei inzetten, zoals smal vlieszaad, zijn belangrijk voor de vlinders. Ze bieden voedsel, schuilplaatsen en mogelijkheden voor ei-afzet. Op den duur zal de pioniersvegetatie zich verder ontwikkelen en zal een meer divers systeem ontstaan. In de ontstane ruigtes met distels en akkerkool vinden putter en kneu voedsel. Tenminste, als de ontwikkeling niet gehinderd wordt door bouw of andere werkzaamheden. Als het kale terrein volgebouwd wordt leidt het tot veranderingen in de leefomgeving, waardoor soorten elders op zoek moeten naar geschikt leefgebied. Het is belangrijk om rekening te houden met toekomstige veranderingen op het industrieterrein. Door in te spelen op een gevarieerd landschap, met enkele permanent braakliggende terreinen, blijft het mogelijk voor deze pioniersoorten om te blijven bestaan binnen industrieterrein Lorentz.
Dodaars IJsvogel Kleine mantelmeeuw Kneu Kuifeend
Oeverzwaluw Putter Scholekster Tapuit Zwarte roodstaart
Vleermuizen (1 waargenomen) Gewone dwergvleermuis
Dagvlinders (14 waargenomen)
Bastaard kikker Bruine kikker
Atalanta Bruin zandoogje Dagpauwoog Groot koolwitje Hooibeestje
Bonte worteluil Brandnetelbladroller Grote trilspin Ruigtelieveheersbeestje
Smalle weegbreemot Thereva Vuurwants Zevenstippelig lieveheersbeestje
Icarusblauwtje Klein koolwitje Kleine vuurvlinder Oranje luzernevlinder Zwartsprietdikkopje
Planten (111 waargenomen) Brede wespenorchis Doornappel Dubbelloof Duinriet Gewone agrimonie
Gewoon jakobskruiskruid Rietorchis Ruw vergeet-mijnietje Smal vlieszaad
beste deelgebied 1.550
Zoogdieren (7 waargenomen) Bruine rat Bunzing Egel Haas Konijn
Reptielen, Amfibieën & Vissen (2 waargenomen)
Overige Insecten (12 waargenomen)
0
274
Doornappel (iStock)
Mol Muskusrat
Libellen (6 waargenomen) Gewone oeverlibel Grote roodoogjuffer Lantaarntje
Variabele waterjuffer Weidebeekjuffer Zwervende heidelibel
Mossen & Schimmels (3 waargenomen) Gewone beurszwam Groot dooiermos Smaragdmos
Ben je benieuwd wat er op dit moment aan soorten wordt gezien? Projectnummer xx
Neem eens een kijkje op waarneming.nl. Hier vullen vrijwilligers hun waargenomen soorten in. Steeds meer mensen voeren in wat ze hebben gezien. Op die manier leren we welke soorten voor kunnen komen. Deze kennis vormt een basis voor bescherming van de biodiversiteit. Wil je zelf een bijdrage leveren of soorten leren kennen? Dan is er een app voor op je telefoon die aan de hand van foto’s kan herkennen welke soort je hebt gezien. Kijk op obsidentify.
‘Ambassadeur’ van dit deelgebied is de scholekster. De “ambassadeur” van het gebied is de scholekster. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat dit deelgebied al leefgebied vormt, maar mogelijkheden voor verbetering voor dak-broeders biedt. Net als alle andere soorten heeft de scholekster behoefte aan voedsel, voortplantingsplekken, veilige plekken om te rusten, vocht en verbindingen tussen de verschillende delen van het leefgebied. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.
Voorwaarde Voortplanting: de scholekster heeft platte daken ontdekt als broedgebied. Veiligheid: afwezigheid van predatoren is een voordeel, er zijn echter andere gevaren. Voedsel: scholeksters blijven hun jong lange tijd voeren.
Verbetermaatregel voor de ambassadeur
Pluspunten
Ontwikkelkansen
Waar?
Wie?
Braakliggende percelen
• Op veel braakliggende percelen ontwikkelt zich al vegetatie. Voor percelen waar men vreest voor vestiging van beschermde soorten is de gedragscode tijdelijke natuur een oplossing.
Braakliggende percelen
Ontwikkelaars Gemeente
Waterwegen en naastgelegen groenstroken, aarden wal rond de nieuwe uitbreiding
• Stimuleren brede rietkragen met overjarig riet. • De brede aarden wal rond de nieuwe uitbreiding biedt veel kansen door ecologisch maaibeheer, aanplant struiken en klimplanten tegen de betonmuur etc.
Oevers en groenstroken
Gemeente/ waterschap
Platte daken
• Houd rekening met het gebruik van daken door broedvogels bij plaatsen van zonnepanelen. • Stimuleren gebruik grind- of schelpendaken voor de broedvogels, met name op de nieuw te ontwikkelen bebouwing. • Breng bescherming tegen zon en beveiliging aan bij de waterafvoerpunten op een plat dak. • Wissel de grind- of schelpendaken af met groene/blauwe daken voor ruimte voor groen.
Platte daken bedrijven
Bedrijven
Minpunten
Ontwikkelkansen
Waar?
Wie?
Intensief onderhoud bermen
• Ruimte laten in de bermen voor de ontwikkeling van inheemse platen soorten. Inzaaien van soorten is meestal niet nodig. • Een gefaseerd maaiplan kan de bermen meer structurele diversiteit geven. Hierdoor hebben planten soorten meer kans tot zaadproductie te komen en hebben insecten langer eet- en schuilplaatsen beschikbaar.
Bermen en openbaar groen
Gemeente, waterschap
Veel verharding
• Het vervangen van asfalt en betonplaten bestrating. Half verharding kan bijvoorbeeld een mogelijke piekafvoer tegen gaan en zorgt voor meer ruimte voor de groei van planten, die het gebied ook weer af kan koelen bij aanhoudende hitte.
Parkeerplaatsen Gemeente Bedrijfsgrond Bedrijven
Weinig groene elementen
• Bij tijdelijke braakligging beheer achterwege laten (tijdelijke natuur). • Verbind de aanwezige groene elementen met kleine stapstenen.
Bermen en openbaar groen
Randvoorwaarde voor de nestlocatie is aanwezigheid van grond of schelpen. Dit hoeven maar kleine plekken te zijn. Enkele vierkante meters op je dak aanpassen voor de soort is voldoende. Veel jonge scholeksters sterven doordat ze terecht komen in de hemelwaterafvoer, of vallen ten prooi aan roofvogels of meeuwen. Breng kapjes aan over de afvoer en zorg voor een schaduwrijke vluchtplek op het dak. Goede plekken om voedsel te vinden zijn bermen, gazons en weilanden. Voor de scholekster is een gemaaide berm gunstig. Zorg op het industrieterrein voor een gevarieerd bermbeheer, met zowel kort als lang gras.
Scholekster (E. Witter)
Projectnummer xx Grind dak (Econsultancy)
Gemeente
Bebouwd gebied
Hierden Dorp Nachtelijk leven In het dorp Hierden vliegen overdag vlinders zoals de dagpauwoog en het koolwitje rond de bloemen in de bermen en in de tuinen. Eekhoorns en groene spechten zoeken voedsel in de ruime tuinen. Maar er zijn ook een hele hoop dieren die we niet zo makkelijk te zien krijgen. Veel dieren zijn alleen na zonsondergang te vinden. Na de schemering zijn er ook vlinders, maar dan vaak nachtvlinders, zoals de appeltak en de kleine wintervlinder. Deze vlinders vliegen in het donker rond om nectar van planten te halen die speciaal ‘s nachts extra sterk geuren. De nachtvlinders die rondvliegen in het dorp zijn van groot belang als voedsel voor de vleermuizen die hun verblijfplaats hebben in de woningen van het dorp. De huizen in Nederland zijn ideaal voor soorten als de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger omdat er vaak lekkere warme ruimtes zitten onder de dakpannen en tussen de muren. Hier merken de mensen meestal maar heel weinig van, al kun je ze op hele stille warme nachten laat in de zomer soms wel horen. Ze maken hele hoge tjirpende geluiden die zo hoog zijn dat niet iedereen ze horen kan. Een geluid dat wel bijna iedereen horen kan is het geluid van de steenuil. Ook deze vliegt ’s nachts rond in Hierden.
Omgevingsfoto (E. Witter)
Pluimvoetbij (E. Witter)
Ze maakt haar nestje meestal in steenuilenkasten die opgehangen worden bij boerderijen aan de rand van het dorp. Deze uil eet vooral muizen maar ook slakken, wormen en kleine insecten staan op het menu als de steenuil de kans krijgt. Over de slakjes en wormen moet de steenuil wel ruziën met de egel die ’s nachts door de tuinen van Hierden loopt. De egel verstopt zich graag tussen de bladeren in de tuinen van de bewoners. Het is dan wel belangrijk dat er genoeg bladeren liggen en dat niet alles “netjes” geharkt en gemaaid is.
Gravende insecten De nette tuinen in Hierden met netjes gemaaid gras en tegels zijn niet alleen een probleem voor de egel. Ook de dieren die zand nodig hebben om te leven vinden de nette tuinen niet fijn. De gevlekte mierenleeuw bijvoorbeeld. Dit aparte insect gebruikt fijn zand om valkuilen te graven voor mieren. Dit zijn vaak kuiltjes ter grootte van een duimtopje. Mieren die voorbij lopen vallen soms in deze kuiltjes en kunnen door het losse zand slecht wegkomen. Maar niet alleen de gevlekte mierenleeuw maakt gebruik van los zand. De pluimvoetbij heeft haar naam gekregen doordat ze lange haren (een soort pluimen) aan haar voeten heeft. Deze haren helpen haar om diepe dunne kuilen te graven in het losse zand. In deze kuilen kan het bijtje haar eitjes leggen. Ze legt haar eitjes in verschillende gangetjes onder de grond en zorgt ervoor dat ieder uitgekomen eitje voldoende voedsel heeft. De kuilen die de pluimvoetbij graaft kunnen meer dan een meter diep worden! Doordat de gangetjes zo dun zijn zal bestrating niet door de bijen verzakken. Veeg dus niet zomaar elk gaatje tussen de tegels dicht. Want dan moeten deze bijtjes weer helemaal opnieuw beginnen.
Projectnummer xx
Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem
53 ha Bebouwd gebied Eerdgronden
Karakteristiek Hierden was vroeger een agrarische buurtschap, en bestond uit een groepje boerderijen. Door de jaren heen zijn er steeds meer woonhuizen bij gekomen en begon de commune steeds meer kenmerken te hebben van een echt dorp. Al sinds 1331 is Hierden als dorp beschreven. Toch is de invloed van de boerderijen nog steeds terug te zien in de aanwezige bebouwing. Er zijn in het dorp veel noord-Veluwse boerderijen te vinden met typische rietdaken. Het dorp ligt in een gebied waar al sinds lange tijd landbouw wordt bedreven. De van oorsprong arme zandgronden zijn door de boeren bemest. Hiervoor werd stalmest met heideplaggen gebruikt. De bodems, met een donkere vruchtbare bovenlaag die zo zijn ontstaan, noemen we eerdgronden. Hierden ligt deels op een dekzandrug, waar hoge zwarte enkeerdgronden voorkomen en deels op een vlakte, waar de bodem gooreerdgrond wordt genoemd. In het dorp is veel leven te vinden, langs de straten staan veel oude bomen (zoals de eikenlaan langs de Zuiderzeestraatweg) en in de tuinen zijn veel tuinplanten te vinden.
Boomklever (G.J. Assink)
Een dorp Boomvol leven Langs de Zuiderzeestraatweg die dwars door Hierden loopt staan eikenbomen. Deze bomen bieden voor veel dieren een tijdelijke schuilplaats, een verblijfplaats voor het leven en/of een belangrijke voedselbron. Zo eten de rupsen van de eikenpage aan de knoppen waar later de bladeren van de eik uit moeten komen. Deze rupsen moeten goed hun best doen om niet op te vallen anders worden ze opgegeten door de snelle boomklever die zijn nestje maakt in de holtes van de eiken. Wanneer de eikenpage genoeg gegeten heeft als rups en verpopt tot een vlinder betekent dit niet dat er geen gevaar meer is. De bonte vliegenvanger die rondvliegt tussen de eiken in Hierden pakt namelijk razendsnel alle vliegende insecten die voorbijkomen. Dit doet ze door op een takje te zitten en telkens korte vluchten te maken achter de insecten aan.
Eiken zijn niet alleen voor dieren en insecten belangrijk, ook andere organismen profiteren van deze bomen. Er groeien vaak korstmossen op de stam van een eik, maar ook gewone mossen komen op de eik voor. Zo is het eikenmos een mos dat makkelijk op de bomen langs de Zuiderzeestraatweg te vinden is. De eikhaas is een paddenstoel die zoals de naam al doet vermoeden graag tegen eikenbomen aangroeit. De eikhaas wordt op zijn beurt weer door verschillende dieren gegeten, eekhoorns maar ook verschillende rupsen pikken graag hun graantje mee van deze paddenstoel. De takken van de eik die boven de weg hangen worden vaak verwijderd. Het is hierbij wel van belang dat er niet te veel gesnoeid wordt en dat dit eventueel buiten het broedseizoen gebeurt. Dit om de bomen in de laan “boomvol” leven te houden!
438 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)
Vogels (47 waargenomen)
Gewoon schildmos (E. Witter)
Gele mossen in een groen dorp Hoewel Hierden een prachtig groen dorp is, zijn er toch tekenen van vervuiling in de omgeving. Door een toename aan meststoffen en andere vormen van stikstofuitstoot verdwijnt er een hoop leven uit het dorp. Dit is iets wat de meeste mensen niet makkelijk zien terwijl ze door het dorp lopen. Een goede manier om te testen of er te veel stikstof in de lucht aanwezig is, is het kijken naar korstmossen. Korstmossen zijn de kleine mosjes die je bijna overal aantreft maar die je het makkelijkste vindt op de schors van bomen. Ze leven hier van het zonlicht en de koolstof dat in de lucht zit. Iedere soort korstmos heeft zijn eigen ideale ondergrond en luchtkwaliteit. Zo groeit het gewoon schildmos het best op de schors van oude bomen in de bomenlanen van het dorp en heeft deze soort niet veel last van luchtvervuiling. De ananaskorst leeft echter op oudere fruitbomen langs de rand van het dorp en is wel erg gevoelig voor luchtvervuiling. Een beetje stikstof kan al betekenen dat deze soort ergens niet groeien kan. Door de meststoffen die vroeger door de landbouw in het dorp veel zijn neergedaald en die nog steeds veel neerdalen komt het geel gekleurde groot dooiermos nu bijna overal voor. Deze leeft juist het liefst in stikstofrijke gebieden.
Bonte vliegenvanger Boomklever Groene specht Heggenmus Merel
Huismus Koolmees Roodborst Spreeuw Steenuil
Vleermuizen (2 waargenomen) Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis
Dagvlinders (23 waargenomen)
Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander
Eikenpage Dagpauwoog Klein koolwitje
Appeltak Kleine wintervlinder Buxusmot Kromzitter Eikenprocessierups Pluimvoetbij Gevlekte Taxusspikkelspanner mierenleeuw Vliervlinder Hyena (nachtvlinder)
beste deelgebied 1.550
Zoogdieren (5 waargenomen)
Libellen (4 waargenomen) Azuurwaterjuffer Blauwe glazenmaker Lantaarntje Vuurjuffer
Planten (18 waargenomen) Beuk Duizendblad Fluitenkruid Gewone smeerwortel Glanshaver
0
Bosmuis Bruine rat Eekhoorn Egel Huiskat
Reptielen, Amfibieën & Vissen (3 waargenomen)
Overige Insecten (227 waargenomen)
438
Eikenpage (E. Witter)
Look-zonder-look Madeliefje Moederkruid Sleedoorn Zomereik
Mossen & Schimmels (109 waargenomen) Ananaskorst Boskringkorst Echt judasoor Eikhaas Gewoon schildmos
Groot dooiermos Klein schorssteeltje Lilabruine Schorsmycena Lindeschilsmos Witte kringkorst
Ben je benieuwd wat er op ditin demoment aan soorten wordt gezien? Groot dooiermos (geel mosje) toont stikstofoverschot lucht aan Projectnummer xx
Neem eens een kijkje op waarneming.nl. Hier vullen vrijwilligers hun waargenomen soorten in. Steeds meer mensen voeren in wat ze hebben gezien. Op die manier leren we welke soorten voor kunnen komen. Deze kennis vormt een basis voor bescherming van de biodiversiteit. Wil je zelf een bijdrage leveren of soorten leren kennen? Dan is er een app voor op je telefoon die aan de hand van foto’s kan herkennen welke soort je hebt gezien. Kijk op obsidentify.
‘Ambassadeur’ van dit deelgebied is de merel. De “ambassadeur” van het gebied is de merel. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat deze algemeen voorkomende soort toch in de problemen is. Om het optimale leefgebied te behouden en te versterken zijn er mogelijkheden genoeg. Net als alle andere soorten heeft de merel behoefte aan voedsel, voortplantingsplekken, veilige plekken om te rusten, vocht en verbindingen tussen de verschillende delen van het leefgebied. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.
Voorwaarde
Verbetermaatregel voor de ambassadeur
Vocht: merels moeten regelmatig drinken, vooral op hete dagen.
Plaats een drinkplaats in de tuin. Dit kan een grote ondiepe schotel zijn. Merels, maar ook andere vogels kunnen er ook in badderen.
Veiligheid: predatie van nesten vindt regelmatig plaats, bijvoorbeeld door katten
Zorg voor dichte, doornige struiken in de tuin. Geef de kat een belletje, of hou deze binnen als er jonge merels in de tuin zitten.
Pluspunten
Ontwikkelkansen
Waar?
Wie?
Groene tuinen
• Kiezen voor inheemse planten geeft een boost aan de insecten in de tuin en dus ook aan de andere soorten. • Kleine rommelhoekjes zorgen voor meer schuilmogelijkheden.
Tuinen en openbaar groen
Inwoners
Mooie eikenlanen
• Het plaatsen van nestkasten zou een positieve invloed kunnen hebben op het aantal koolmezen in de buurt. Ook van belang voor bestrijding van de eikenprocessierups. • Variatie in soorten binnen een laan, verhoogt de biodiversiteit en voorkomt dat een laan in één keer vervangen moet worden. • Variatie in beheer zorgt voor meer gelaagdheid en daarmee meer kansen voor soorten.
Bermen en tuinen
Boerenerven
• Het plaatsen van steenuilenkasten aan de rand van het dorp zou een positieve invloed kunnen hebben op het aantal steenuiltjes in de omgeving.
Erven
Minpunten
Ontwikkelkansen
Strakke gazons
• Zogeheten “rommelhoekjes” bieden schuilmogelijkheid voor allerlei soorten dieren. Van insecten tot egels. • Het laten liggen van bladeren heeft een positieve invloed op de insecten en slakken in het dorp. Dit is belangrijk voor de egel, de steenuil en tal van andere soorten. • Het laten liggen van bladeren zorgt er tegelijk voor dat de grond minder snel uitdroogt.
Inwoners en gemeente
Inwoners
Waar?
Wie?
Tuinen
Inwoners
Dicht getegeld schoolplein
• Breng de natuur naar de kinderen van het dorp door tegels uit het schoolplein te halen en meer groen te creëren. • Een campagne waarin de kinderen worden voorgelicht over de verschillende planten, dieren en insecten en hun belang voor biodiversiteit zou een mooi initiatief zijn.
Schoolplein
Inwoners Gemeente Scholen
Eentonige bermen
• De bermen langs de straten in Hierden zien er overal hetzelfde uit. Verschillende kruidenmengsels zorgen voor mooie bloemen in de omgeving waardoor de buurt erg kleurrijk wordt en insecten meer kansen krijgen. • Het plaatsen van bijvoorbeeld insectenhotels langs de weg in combinatie met ecologisch bermbeheer kan van een klein dorp een insectenhoofdstad maken.
Bermen en openbaar groen
Gemeente
Zorg voor bessen dragende struiken in Voedsel: de merel de tuin, zoals lijsterbes, vuurdoorn of vooral wormen, klimop. Laat bladeren in de tuin liggen, insecten, bessen en de merel zoekt er naar slakken en fruit. wormen.
Merel (iStock)
Projectnummer xx Vuurdoorn (iStock)
Buitengebied
Mheenlanden en Stadslanderijen Op de grens van moer en zand Ten noorden van het dorp Hierden, tegen het Veluwemeer ligt het gebied Mheenlanden. Dit is een gebied dat sinds 2008 door Natuurmonumenten in beheer is en waar mooie oude natte graslanden liggen. Door de jaren heen zijn de Mheenlanden altijd extensief in gebruik geweest. Het was moeilijk om op de grond landbouw te bedrijven, omdat het gebied een moerige ondergrond heeft. Moer is een ander woord voor veen en komt van het woord moeras. Het is daarom ook niet onverwacht dat de grond er erg nat is. Door de aangespoelde zeeklei in het gebied kan het water moeilijk weg en ontstaan kleine poeltjes water. Ook lopen er verscheidene beekjes door het gebied. Doordat het in de Mheenlanden erg moerassig is zijn er ook veel moerasplanten en moerasdieren te vinden. Planten als de gele lis en de holpijp groeien alleen in natte gebieden en zijn van groot belang voor veel insectensoorten. De lissnuitkever is zo’n insect dat graag eet van de gele lis. Dit kevertje zuigt met de lange snuit aan de plantensappen en eet als larve aan de zaden van deze moerasplant.
Omgevingsfoto (Google maps)
Gele lis met een lissnuitkever (iStock)
De zeeklei is niet heel ver het land in gekomen. Waar de zeeklei niet neergestreken is, is zanderige grond aanwezig. Dit gebied in het verlengde van de Mheenlanden wordt de Stadslanderijen genoemd. De grens tussen de moerige grond van de Mheenlanden en de zanderige grond van de Stadslanderijen heeft door de jaren heen ook het gebruik bepaald. Op de zandgronden was landbouw ook lastig, totdat er kunstmest werd uitgevonden. Na deze uitvinding kon er landbouw bedreven worden in de Stadslanderijen. Om de mooie kruidenrijke graslanden terug te krijgen wordt door natuurmonumenten hard gewerkt om het landschap te veranderen. Het doel is om natte graslanden te creëren met soorten als de gewone dotterbloem.
Drukke wateren, ondiepe gronden Door de Mheenlanden loopt de Hierdense beek. Deze beek begrenst de gemeente Harderwijk en Nunspeet en wordt door natuurmonumenten ook onder handen genomen. In de beek komen vissoorten als het bermpje en de rivierdonderpad voor. Schoon en helder, snelstromend water en een zandige bodem zijn voor deze soorten randvoorwaarden. De beek wordt ondieper gemaakt, waardoor er minder water wegspoelt uit de omliggende natuurgebieden en deze nog vochtiger zullen worden. Dit zorgt ervoor dat vogels makkelijker kunnen schuilen voor roofdieren als de vos.
Projectnummer xx
Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige
266 ha Buitengebied Veengronden/moerige bovengrond Deels beschermd natuurgebied, provinciaal beschermd gebied
Karakteristiek De Mheenlanden bestaan uit natte graslanden. De veengronden bepalen in belangrijke mate de soortensamenstelling. In het noordoostelijke deel is nog een restant van een kustduin te vinden. Hier bestaat de bodem uit zand. In het gebied zijn veel verschillende soorten te vinden die van plasdraslandschappen houden. Met slechts een enkele boom hier en daar is het een open landschap dat voor veel wandelaars een goede plek biedt om tot rust te komen. Doordat het gebied altijd er drassig is geweest was intensieve landbouw niet mogelijk. Hierdoor zijn veel van aanwezige natuurlijke waarden in de Mheenlanden behouden gebleven. Langs de grens tussen de Mheenlanden en de gemeente Nunspeet loopt de Hierdense beek. Het water van deze beek biedt veel oeverplanten en dieren een kans. Dergelijke landschapselementen maken het gebied tot een waardevol natuurgebied. De stadlanderijen betreft het zuidwestelijk deel van het gebied. Hier is de bodemopbouw anders. Hier ontbreekt de moerige laag en wordt landbouw bedreven op leemarme zandgronden die zijn afgezet door beken.
Geluiden in het gras De Mheenlanden en de Bloemkampen zijn voor het grootste gedeelte begroeid met lange grassen. Dit zorgt ervoor dat je ver kunt kijken over de vlaktes en goed kunt zien wat er allemaal langs loopt. Voor weidevogels is de openheid van belang om roofdieren te kunnen zien.
Kievit (G.J. Assink)
De kievit die zich tussen het hoge gras verstopt behoort tot de soorten die hun eigen naam roepen. Het “KJIE-Vit” van deze vogel valt goed op. Naast de kievit zijn er nog meer dieren die je door het gras moeilijk vinden kan, maar die er wel degelijk zijn. Zo kun je bijvoorbeeld een heleboel verschillende sprinkhanen en krekels tussen het gras horen tjirpen. Vooral in de zomer zorgen deze insecten voor een prachtig koor.
Veel mensen weten niet dat er wel 60 verschillende soorten sprinkhanen en 50 soorten krekels in Nederland leven. Het verschil tussen deze soorten is soms klein maar gelukkig zijn ze vaak goed te herkennen aan hun geluid. Het wekkertje is een sprinkhaan die voorkomt in graslanden en bermen en die een typisch wekker- of helikoptergeluid maakt. Deze sprinkhaan blijft gedurende lange periodes het geluid maken om zo een partner te lokken. Om een partner te lokken moet het wekkertje wel veel geluid maken want hij moet in het grasland boven alle andere krekels en sprinkhanen uit komen. In de graslanden boven Hierden kan het geratel van de Ratelaar, het getik van de bruine sprinkhaan en het geluid van talloze andere insecten jouw geluid al snel overstemmen.
297 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)
Vogels (130 waargenomen)
Het wekkertje (iStock)
Blatende grasmaaiers Natuurmonumenten zorgt in het weidebeheer dat de voedselrijke toplaag langzamerhand wat “schraler” wordt. Dit gebeurt door te maaien en het maaisel af te voeren. Op een aantal percelen wordt aanvullend begraasd met schapen. Dit proces zorgt ervoor dat er ook veel verschillende bloemen en daarmee vlinders en andere insecten terugkomen. Een typische graslandsoort is het bruin zandoogje. Ze halen nectar uit veel soorten planten, maar akkerdistel en kale jonker zijn favoriet. De kale jonker is een soort van zeer vochtige weilanden. In de Mheenlanden komt vooral de akkerdistel voor, maar mogelijk worden de omstandigheden voor de kale jonker in de toekomst gunstiger. Net als de kale jonker is ook gewoon reukgras een goede indicator voor natuurbeheerders dat het de goede kant op gaat met de biodiversiteit in vochtige hooilanden. Als waardplant voor het bruin zandoogje zal het voor de vlinderstand goed nieuws zijn als de soort opduikt.
Brandgans Bruine kiekendief Grauwe gans Kemphaan Kievit
Vleermuizen (0 waargenomen)
Kleine karekiet Rietgors Roodborsttapuit Tureluur Veldleeuwerik
Dagvlinders (18 waargenomen)
Aal Bermpje Rivierdonderpad Tiendoornige stekelbaars
Bruin zandoogje Distelvlinder Groot dikkopje Hooibeestje Icarusblauwtje
Bruine sprinkhaan Donkere korsetzweefvlieg Draaikolk-schijfhoren Kustsprinkhaan Lissnuitkever
Ratelaar Snuitwaterzweefvlieg Tijgerlangpootmug Weidedoflijfje Zilvervlekdansvlieg
Klein geaderd witje Kleine vos Landkaartje Oranjetipje Zwartsprietdikkopje
Planten (97 waargenomen) Akkerdistel Blaartrekkende boterbloem Gele lis Gewone dotterbloem Grote egelskop
Holpijp Kleine watereppe Kruipend zenegroen Pinksterbloem Veenwortel
beste deelgebied 1.550
Zoogdieren (8 waargenomen) Bruine rat Haas Konijn Mol Muskusrat
Reptielen, Amfibieën & Vissen (4 waargenomen)
Overige Insecten (25 waargenomen)
0
297
Bruin zandoogje op kale Jonker (E. Witter)
Ree Woelrat
Libellen (8 waargenomen) Gewone oeverlibel Glassnijder Lantaarntje Platbuik Steenrode heidelibel
Vuurjuffer Watersnuffel Zwervende heidelibel
Mossen & Schimmels (7 waargenomen) Beekstaartjesmos Gesteelde haarmuts Gewoon purperschaaltje Gewoon schildmos Gewoon viltsterrenmos
Groen boomschildmos Melige schotelkors
Ben je benieuwd wat er op dit moment aan soorten wordt gezien? Projectnummer xx
Neem eens een kijkje op waarneming.nl. Hier vullen vrijwilligers hun waargenomen soorten in. Steeds meer mensen voeren in wat ze hebben gezien. Op die manier leren we welke soorten voor kunnen komen. Deze kennis vormt een basis voor bescherming van de biodiversiteit. Wil je zelf een bijdrage leveren of soorten leren kennen ? Dan is er een app voor op je telefoon die aan de hand van foto’s kan herkennen welke soort je hebt gezien. Kijk op obsidentify.
‘Ambassadeur’ van dit deelgebied is de dotterbloem. De “ambassadeur” van het gebied is de dotterbloem. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat Natuurmonumenten streeft naar het herstel van het gebied ten gunste van deze soort. Net als alle anders soorten heeft de dotterbloem behoefte aan voedsel, voortplantingsmogelijkheden en vocht. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.
Voorwaarde
Pluspunten
Ontwikkelkansen
Waar?
Wie?
Weinig toegankelijk
• Doordat het gebied niet erg toegankelijk is krijgen weidevogels de kans om ongestoord een broedplaats te kiezen en geeft hun jongen de kans om veilig op te groeien. Het aanleggen van meer paden zou negatieve invloed hebben op de weidevogels in het gebied.
Mheenlanden
Natuurmonumenten
Grondwaterstand
• Door de hoge grondwaterstand is er veel variatie in de vegetatie. Het verschil in natte stukjes grond en drogere stukken maakt dat er variatie in de plantsoorten zit en dat er veel verschillende soorten insecten aanwezig zijn. Knelpunt zijn de tegenstrijdige belangen tussen natuur en landbouw.
Mheenlanden
Natuurmonumenten
Beheer als natuurgebied.
• Door het beheer dat uitgevoerd wordt door onder andere natuurmonumenten veranderd het gebied door de jaren heen en wordt het steeds soortenrijker. Dit is zeker voor gebieden als de Bloemkampen erg waardevol voor de natuurwaarde.
Mheenlanden
Natuurmonumenten
Openheid
• De openheid is belangrijk voor weidevogels. In open gebieden kunnen ze gevaren (roofvogels en roofdieren) beter in de gaten houden
Mheenlanden
Natuurmonumenten
Minpunten
Ontwikkelkansen
Waar?
Verdwijnen van landschapselementen
• Kleine landschapselementen, zoals elsensingels, verdwijnen langzamerhand door intensivering van de landbouw. In dit deel van het gebied ligt de focus niet op natuurbehoud. Landschapsherstel zou hier hand in hand kunnen gaan met recreatieve voorzieningen zoals een wandelpad. Dit neemt meteen de druk weg van het aangrenzende natuurgebied.
Standslanderijen Grondeigenaren
Loslopende honden
• Er is veel verstoring door loslopende honden, met name langs de Ooster Mheenweg is dit goed zichtbaar. Dit zou opgelost kunnen worden door de Ooster Mheenweg te voorzien van begeleidende rasters langs de weg. Dit moet dan wel op een landschappelijk passende manier uitgevoerd worden.
Mheenlanden
Natuurmonumenten
Onbekendheid bij brede publiek
• Het gebied kent een rijke geschiedenis, zowel vanwege het historische gebruik als de natuurwaarden die hierdoor zijn gebleven en verder worden ontwikkeld. Voor de bescherming van het gebied is het goed als mensen deze waardes leren kennen en waarderen
Mheenlanden
Gemeente Natuurmonumenten
Verbetermaatregel voor de ambassadeur
Het terugbrengen van het ijzerrijke Vocht: kwelwater in de wortelzone is een beDotterbloemen vind langrijke randvoorwaarde voor herstel je alleen op hele van de groeiplaatsomstandigheden van natte standplaatsen. de soort. Plaggen is een snelle methode om af te Voedsel: De komen van te voedselrijke bovengrond. dotterbloem wil het Bijkomend voordeel is dat daarmee ook liefst niet te veel de grondwaterstand ten opzichte van fosfaat. het maaiveld hoger komt.
Dotterbloem (H. Looman)
Projectnummer xx weidelandschap (E.Witter)
Wie?
Buitengebied
Hierdense enken Tussen nat en droog De Hierdense enken is een gebied dat door de jaren heen altijd als landbouwgebied in gebruik is geweest. Het was een ideale locatie voor landbouw gezien de ligging. Ten noorden was de grond te nat voor landbouw en konden de paarden en machines niet het grond bewerken. Ten zuiden, rond de Veluwe, was de grond te voedselarm om iets te verbouwen. Rond Hierden was de perfecte locatie voor landbouw, nadat de grond werd bemest. Doordat er door de jaren heen zoveel landbouw plaats heeft gevonden is de ondergrond veranderd. De mensen hebben het land zo vaak omgeploegd en bemest dat de ondergrond in de Hierdense enken nu bestaat uit zwarte eerdgrond. Dit is een zeer voedselrijke, vruchtbare grond waar goed op geteeld kan worden en waar planten zoals het duizendblad en de korenbloem goed op gedijen. Maar niet alleen de bodem in de Hierdense enken verklapt dat het een typisch landbouwgebied is. Ook de boerderijen en hun erven verklappen de jarenlange bedrijvigheid van de mensen in dit gebied. Dit soort boerderijtjes zijn de perfecte locaties voor soorten als de steenuil en de boerenzwaluw om een nestje te bouwen.
De steenuil wordt vaak gezien in de, speciaal voor deze soort opgehangen, nestkasten. De boerenzwaluw maakt haar eigen nestjes in de stallen van de koeien en paarden in de omgeving. Beide vogels zijn prachtige vogels die het beste gedijen in en rondom de agrarische percelen.
Efficiënt grondgebruik Hoewel de Hierdense enken door de jaren heen altijd als landbouwgebied in gebruik zijn geweest, is er wel veel veranderd. Tegenwoordig zijn de akkers efficiënter ingericht, zodat er sneller en meer geteeld kan worden. Hierdoor zijn veel akkerplanten en daarmee veel insecten en vogels verdwenen. Ook de bermen waar vroeger veel bloemen te vinden waren zijn bijna allemaal weg uit de Hierdense Enken. De percelen liggen bijna direct tegen de wegen aan om maar zo goed mogelijk gebruik te maken van de schaarse grond. Toch is er wel nog heel veel leven te vinden in de Hierdense Enken, zo zie je er vaak hazen en ooievaars.
Patrijs (iStock)
Omgevingsfoto (Google Maps)
Waar door heel Nederland alle akkers groter en groter zijn geworden zijn in de Hierdense enken nog echte kleine stukjes landbouwgrond, gescheiden door stukjes bos, tuinen en kleine wegen aanwezig. Deze afwisseling in het landschap zorgt dat soorten zich thuis voelen in de omgeving. Door de schaalvergroting gaat het heel slecht met soorten als de patrijs. Kleinschalige akkertjes zoals in de Hierdense enken zijn van groot belang voor deze soort om niet te verdwijnen uit het Nederlandse landschap. Wanneer u in het voorjaar in de schemering een wandeling maakt en u de patrijzen hoort roepen dan hoort u waarom het zo belangrijk is dat deze mooie vogels niet verdwijnen uit Nederland.
Projectnummer xx
Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige
359 ha Buitengebied Hoge zwarte enkeerdgronden Oud landbouwgebied
Karakteristiek Een enk is een hooggelegen akker te vinden op de zandgronden van Nederland. De Hierdense enken zijn gelegen ten zuiden van het dorpje Hierden. In de omgeving is veel kleinschalige landbouw in de vorm van kleine hooilanden en akkers. De bodem is er van oorsprong niet erg vruchtbaar, maar vanwege de waterhuishouding (niet te droog zoals op de Veluwe en niet te nat zoals in de Mheenlanden) werd er met behulp van stalmest geprobeerd te vruchtbaarheid te vergroten. Door eeuwenlange potstalbemeting is een donkere opgehoogde bodemlaag ontstaan: de enkeerdgronden. Tussen deze akkers door liggen verscheidene oude boerderijen met ouderwets agrarisch karakter, rieten daken en met oude grote bomen op de erven. Verder zijn er in de Hierdense enken randwoningen te vinden van het dorp Hierden. Het betreft ruime gezinswoningen met grote tuinen. In het meest oostelijke deel van de Hierdense enken vindt je Kasteel De Essenburgh. Dit kasteel en haar landgoed dateren terug tot het jaar 1652. Het terrein rond het hoofdgebouw bestaat uit een eeuwenoude groep rode beuken, langs de grachtoevers bloeien de rododendrons en is er een bronnenvijver met waterval.
Wezel (iStock)
Kasteeltuin en dorpstuin De tuinen rondom kasteel De Essenburgh worden goed onderhouden door groendiensten, waardoor niet veel wilde planten de kans krijgen om in de tuinen tot groeien te komen. Maar gelukkig is er toch nog genoeg natuur te vinden. Zo kunnen er in het bosje achter het kasteel typische bosplanten gevonden worden zoals het lelietje-van-dalen. Deze mooie bloem bloeit vroeg het voorjaar en kan de hele bodem van een bosje bedekken. Doordat ze zo lekker ruikt geeft ze het bos naast het kasteel een sprookjesachtig karakter. De bosuil die waargenomen is in de omgeving helpt haar hier bij. ‘s Nachts kun je deze soort in het bosje horen roepen. Maar niet alleen kasteel de Essenburgh heeft een bijzondere tuin.
De dorpstuinen die je terug kunt vinden op de Hierdense enken zijn veelal relatief grote tuinen met vaak grote oude bomen, oude schuurtjes en veel struikgewas. Dit is ideaal voor allerlei soorten dieren. Zo zijn er in de Hierdense enken veel zoogdieren waargenomen, waaronder de wezel. Deze soort maakt vooral gebruik van landschapselementen zoals houtwallen, oude schuurtjes en kleine bosjes om naar eten te zoeken en om in te schuilen voor grotere roofdieren. De bewoners van de Hierdense enken hoeven niet raar op te kijken als er een stoutmoedige wezel door hun tuin heen rent. De oude bomen die worden aangetroffen in de tuinen zijn daarnaast weer een topplaats voor verschillende korstmossen. Als bewoner is het zeker de moeite waard om de bomen in de tuin eens te onderzoeken met een loep. De korstmossen die op de stam van de oude bomen in de tuin groeien kunnen soms onvoorstelbaar mooie vormen hebben.