CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Natuurwaardenkaart compleet

Raadsvergadering 25 april 2024, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Beleidsuitwerking Natuur en Groen26.640 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Natuurwaardenkaart Harderwijk: uitleg en methode Biodiversiteit wordt gebruikt als term om de verscheidenheid aan leven op aarde aan te geven. Deze verscheidenheid aan plant- en diersoorten staat onder druk, ook in Nederland. Steeds meer soorten verdwijnen uit ons landschap. De gemeente Harderwijk heeft vanuit de Natuur- en groenvisie onder andere de opgave gedefinieerd om inzicht te krijgen over de waardes voor flora en fauna binnen de gemeente. De natuurwaardenkaart is een instrument om dit op gemeenteniveau inzichtelijk te maken. Een plant- of diersoort komt niet zomaar ergens in een gebied voor. Elke soort stelt eisen aan een leefgebied. Deze behoeftes kun je goed vergelijken met die wij als mens ook vrijwel dagelijks hebben. We hebben voedsel en water nodig, we hebben een veilige plek nodig om te rusten en om onze kinderen groot te brengen. Dit vraagt om voorzieningen die vaak op verschillende plaatsen te vinden zijn. De behoefte aan goede verbindingen tussen de plek waar wij wonen, werken en boodschappen doen is daarom belangrijk. Voor plant- en diersoorten geldt dit net zo goed. De aanwezigheid van alle omstandigheden binnen het leefgebied van een soort bepaalt dus óf en wáár deze kan leven.

Om inzicht te krijgen in de aanwezige soorten in Harderwijk is daarom gekeken naar factoren die daarin bepalend zijn, zoals de grondsoort, de diepte van het grondwater, het landgebruik en zelfs de ontstaansgeschiedenis van een landschap of woonwijk. Op basis daarvan is een indeling gemaakt in 14 deelgebieden met elk een specifiek soortenspectrum. Daarbij is de indeling van de natuur- en groenvisie zo veel mogelijk gevolgd: bebouwd gebied, buitengebied en beschermd gebied. Per deelgebied wordt een beschrijving gegeven van de ontstaansgeschiedenis, de aanwezige landschapstypen en de soorten die in een dergelijk landschap thuis horen. Om tot de beschrijving te komen is een groot aantal bronnen geraadpleegd, zoals luchtfoto’s, bodemkaarten, oude topografische kaarten en geomorfologische kaarten (ontstaansgeschiedenis van het landschap). Om te weten welke soorten er in een gebied voorkomen is gebruik gemaakt van gegevens van de Nederlandse Databank Flora en Fauna (NDFF). Dit is een databank waar allerlei organisaties hun gegevens over inventarisaties en tellingen van soorten onderbrengen, maar waar ook waarnemingen van vrijwilligers die zijn ingevoerd op de website waarneming.nl of telmee.nl worden geregistreerd. Er is onderzocht welke soorten er in de afgelopen 10 jaar zijn gezien. Het gebruik van de databasegegevens heeft beperkingen.

Ondanks dat het soms duizenden gegevens zijn wil het niet zeggen dat soorten die niet in de NDFF voorkomen, ook niet daadwerkelijk kunnen voorkomen in een gebied. Ook vertellen de gegevens vaak niet of een soort veel voorkomt, of ze er alleen voedsel zoeken of ook jongen hebben. Toch kan er door een ecoloog aan de hand van de gegevens, samen met de kenmerken van het landschap een inschatting gemaakt worden van de waardes voor flora en fauna. Deze waardes kunt u teruglezen op de factsheets, die voor ieder individueel deelgebied zijn opgesteld. Op onderstaande pagina’s wordt een toelichting gegeven wat u kunt lezen op de factsheets. Ons landschap verandert voortdurend, het klimaat verandert, de aanwezigheid van soorten verandert daarom ook steeds. De bedoeling is dat de informatie op de factsheet regelmatig wordt ververst. Ziet u informatie die niet klopt, of heeft u een soort gezien die mogelijk nog niet bekend was in het gebied ? U kunt dit melden bij de gemeente via info@harderwijk.nl.

Factsheet pagina 1

De ambassadeur heet u welkom. Dit een soort die gekozen is als vertegenwoordiger van het gebied. Op de derde pagina leest u wat u kunt bijdragen om er voor te zorgen dat de ambassadeur zich nog beter voelt in dit gebied.

Ligging van het gebied ten opzichte van andere gebieden. Via de kaart op de website van de gemeente kunt verder inzoomen om een gebiedskeuze te maken.

Beschrijving van de eigenschappen en aanwezige landschappen. De bodemopbouw, maar ook historie en belangrijkste kenmerken als het gaat om aanwezigheid van soorten komen aan bod.

Impressie van het gebied en een foto van een kenmerkende soort.

Beschrijving van de meest kenmerkende omstandigheden als het gaat om het voorkomen van soorten. De achtergrond van de redenen waarom bepaalde soorten er zijn gezien, wordt hier toegelicht.

Factsheet pagina 2 Hier worden voor het gebied kenmerkende soorten beschreven. Aangegeven wordt welke functies het gebied voor een soort kan hebben en waarom deze functies aanwezig (kunnen) zijn.

Deze schuif laat zien hoe dit deelgebied het doet als het gaat om het totaal aantal soorten dat in de NDFF bekend is. Deze wordt vergeleken met het gebied in Harderwijk met de meeste soorten: De Veluwe. Let op: dit zegt niet dat een bepaald gebied het slecht of goed doet. In alle gebieden zijn de omstandigheden voor soorten verschillend. Daarom verschilt ook het aantal soorten dat er voor kan komen.

Hier kunt u zien welke soorten er onlangs zijn gezien in de gemeente Harderwijk en ook hoe u zelf een bijdrage kan leveren aan de kennis over de soorten die te vinden zijn in het gebied.

In deze tabel is per soortgroep weergeven hoeveel soorten er in de database van het NDFF zijn gemeld. De 10 meest kenmerkende soorten voor het gebied zijn geselecteerd. Hierdoor staan soms veel soorten niet in de tabel, die wel in het gebied zijn waargenomen. Ook komt het voor dat er minder dan 10 soorten uit een soortgroep zijn vermeld in het NDFF. Dit komt vaak voor bij soorten die niet gemakkelijk te zien zijn of moeilijk zijn te herkennen, zoals vleermuizen, muizen en kleine marterachtigen. Ook kan het voorkomen dat in een gebied weinig tellingen of inventarisaties zijn geweest, waardoor gegevens ontbreken. Dat een soort niet in de tabel staat, betekent daarom niet dat deze niet voorkomt. Bij sommige soortgroepen bepaalt de aanwezigheid van één fanatieke waarnemer het aantal soorten sterk, bijvoorbeeld bij nachtvlinders, een soortenrijke groep waar relatief weinig mensen interesse in hebben.

Factsheet pagina 3 Hier wordt beschreven wat belangrijke waardes zijn binnen het gebied en hoe deze nog verder versterkt kunnen worden. Telkens staat beschreven waar deze waardes zijn te vinden en welke partijen kunnen bijdragen aan verbetering of bescherming.

Hier wordt beschreven wat belangrijke knelpunten zijn binnen het gebied en hoe deze opgelost kunnen worden. Telkens staat beschreven waar deze waardes zijn te vinden en welke partijen kunnen bijdragen aan verbetering of bescherming.

Hier kunt u lezen welke voorwaarden de ambassadeur van het gebied stelt aan zijn leefgebied. Telkens zijn er 3 factoren beschreven. Dit kunnen zijn: voedsel, veiligheid, vocht, voortplanting of verbindingen. Voor elke factor zijn verbetermaatregelen beschreven die u zelf kunt nemen.

Bebouwd gebied

Binnenstad, Friesegracht en Zeebuurt Oude muren, zeldzame planten! De binnenstad van Harderwijk wordt gekenmerkt door historische elementen als oude stadsmuren. Waar voorheen de stadsmuren bescherming boden aan de inwoners, is het tegenwoordig een veilige toevluchthaven voor bijzondere planten. Veelal zijn het planten die van oorsprong groeien op rotsen. Eén van de algemeenste muurplanten, de muurleeuwenbek, is te vinden op de oude stadsmuren van Harderwijk. Wie tijdens een wandeling de muren eens goed bekijkt kan deze paarsbloemige plant ontdekken. Degene die een stap dichterbij zet en de bloem beter bekijkt, kan met een beetje fantasie een leeuwenkopje herkennen in de bloem. In tegenstelling tot de algemene muurleeuwenbek is de steenbreekvaren een zeldzaamheid die ook is aangetroffen op de oude stadsmuur. Doordat de bladeren in de winter groen blijven kan de soort ook in de koudere seizoenen worden ontdekt. Zorgen dat de plant werkelijk stenen van de oude muur breekt zijn onnodig. Met name de plekken waar al scheuren en gebroken stenen in de muur aanwezig zijn vormen geschikte vestigingsplekken.

Gebiedsfoto (Google Maps)

Nog zo’n zeldzaamheid is het Dalmatiëklokje, die zijn oorsprong kent in de bergen van Dalmatië in Kroatië. De soort was voorheen bekend als tuinsoort, maar is sinds het jaar 2000 ingeburgerd, wat betekent dat de plant zich zonder de mens kan handhaven in het Nederlandse klimaat. Het “stenige” karakter van de stad zorgt voor nog een tal van andere specialistische soorten die zich aan deze moeilijke omstandigheden hebben aangepast. Karakteristiek voor oude muren is het kauwgommos. De naam verklapt al dat deze korstmossoort lijkt op kauwgom. Een korstmos is een bijzonder samenwerkingsverband tussen een schimmel en een alg. Nog zo’n korstmos dat hier aangetroffen kan worden, is het stoeprandvingermos. Niet alleen op stenen, maar ook tussen stenen, waar de wortels van planten nog net een weg weten te vinden naar de bodem, bloeien planten. Een vrij algemene soort is muursla. Een zeldzamere plant met nagenoeg dezelfde groeiplaats is klein glaskruid. Klein glaskruid kan zowel tussen straatstenen als op oude muren groeien.

Het stroomt weer in Harderwijk Muurleeuwenbek (H. Looman)

Er zijn meerdere parken in dit gebied aanwezig waaronder het Friesegrachtpark. Vanuit oude kaarten is ontdekt dat er in de omgeving meerdere beken aanwezig waren die onder andere door verdroging en een veranderende functie zijn verdwenen. In het Friesegrachtpark is de Sypelbeek, zoals deze genoemd wordt, hersteld. Naast dat de beek mooi is om te zien, is het ook van belang voor een tal van soorten. Een soort als de weidebeekjuffer is gebonden aan schoon water waarin de larven van de soort kunnen leven. Ook biedt het water een voortplantingsgebied voor amfibieën als de bruine kikker.

Projectnummer xx

Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige

102 ha Bebouwd gebied Niet gekarteerd deels oudste bebouwing Harderwijk

Karakteristiek Dit deelgebied kent een rijke historie, waarbij er door de eeuwen heen veel veranderd is. Harderwijk is een historische stad tussen de Veluwe en de voormalige Zuiderzee, tegenwoordig het water van Wolderwijd en het Veluwemeer. Sinds 1231 wordt Harderwijk genoemd als Hanzestad. Sporen van de historie zijn nog te vinden in de vorm van bebouwing, bastions en oude grachten rondom de binnenstad. Een deel van de geschiedenis bevindt zich nog in de bodem, zo wijst de ontdekking van oude stadsmuren en de vondst van een dwangburcht. Sindsdien is de stad gegroeid en is buiten de oude stadsmuren de Friesegracht gevormd. Het gebied rondom de oude kern bestond voornamelijk uit weidegronden. De woonwijken Zeebuurt vormt de eerste bouwring rondom de oude binnenstad. De Friesegracht is tot aan de jaren ’70 ontstaan. De Zeebuurt dankt haar naam aan het gegeven dat in 1947 er woningen zijn gebouwd nabij de haven. Deze woningen werden voornamelijk bewoond door vissersgezinnen. De Friesegracht heeft haar naam te danken aan de ligging aan de stadsgracht. Hoewel dit één van de minst groene deelgebieden is, maakt zijn verstening, oudheid en combinatie met water het toch een unieke locatie.

Huisgenoten Oudere typen woonhuizen en gebouwen hebben nog kieren, ruimtes onder de dakpannen en ongeïsoleerde spouwmuren. Juist deze snel verdwijnende plekjes zijn van groot belang voor een tal van soorten.

Huiszwaluw (E. Witter)

Eén van deze soorten, die iedereen wel eens heeft gezien, is de huismus. De huismus wurmt zich graag in de kleinste kiertjes en spleten om zich daar te nestelen, wat vooral in de Zeebuurt volop kan! Of dit zo blijft dat is maar de vraag. Helaas verdwijnen veel nestmogelijkheden voor deze soort door het verduurzamen van oude huizen door bijvoorbeeld het isoleren van de oude spouwmuren. Vogels zijn de natuurlijke plaagbestrijders die zorgen dat het aantal insecten niet explodeert. Een afname aan vogelsoorten kan tot een toename leiden van een plaagsoort als de buxusmot en eikenprocessierups.

Een vogel die maar liefst 20.000 insecten, voornamelijk muggen, per dag eet is de gierzwaluw! In de zomer kan je in de avond de gierzwaluwen zien vliegen over de binnenstad en de woonwijken. De vrouwtjes broeden in een nest wat zich bevindt onder een kapotte dakpan of scheur in de muur. De mannetjes blijven vliegen en slapen in de lucht. Een familielid van de gierzwaluw is de huiszwaluw. Naast de gierzwaluw komt ook de huiszwaluw in het gebied voor. De huiszwaluw is een creatieve vogel die zijn nest zelf maakt aan met name witte overstekken en boeidelen van woonhuizen. Neem eens een kijkje omhoog in de Blauwverversteeg en zie de bijzondere komvormige nesten van de huiszwaluw. De komvormige nesten worden gemaakt van klei en leem. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de nesten zich juist hier, dicht bij het water bevinden.

326 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)

Vogels (63 waargenomen)

Gewone dwergvleermuis (iStock)

Groen blauwe vliegzone Huisgenoten waarvan de meeste mensen geen weet hebben dat ze zich overdag schuilhouden in hun eigen spouwmuur zijn vleermuizen. De gewone dwergvleermuis en laatvlieger zijn beide vleermuizen die gebonden zijn aan bebouwing. Een opening van een duimbreedte is al genoeg voor de gewone dwergvleermuis om zich doorheen te wringen. De hoge gebouwen zoals de grote kerk in de binnenstad zijn mogelijk in gebruik als winterverblijfplaats. Door de dikke muren is de temperatuur hier de hele winter door constant en net boven het vriespunt. Van groot belang voor vleermuizen zijn landschapselementen als bomenlanen en waterpartijen. Deze elementen vormen vliegroutes waarlangs de vleermuizen zich verplaatsen van de woonwijken richting het buitengebied. In het buitengebied wordt gejaagd op allerlei vliegende insecten. Waterpartijen zijn hierbij van cruciaal belang voor het voedselaanbod. De bomenrijen langs de grachten en de strandboulevard vormen perfecte lijnelementen langs foerageergebied. Ook het Hortuspark is een plek waar vleermuizen rond de oude bomen kunnen jagen op insecten.

Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Huismus Huiszwaluw Kauw

Knobbelzwaan Merel Stadsduif Turkse tortel Wilde eend

Vleermuizen (3 waargenomen) Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Ruige dwergvleermuis

Reptielen, Amfibieën & Vissen (1 waargenomen)

Dagvlinders (12 waargenomen)

Bruine kikker

Atalanta Bont zandoogje Boomblauwtje Citroenvlinder Dagpauwoog

Overige Insecten (53 waargenomen) Groene schildwants Huismoeder Ligusterpijlstaart Lindepijlstaart Muntvlinder

Pyjamaschildwants Rosse metselbij Stadsreus Steenhommel Zevenstippelig lieveheersbeestje

Distelvlinder Icarusblauwtje Klein koolwitje Kleine vos Kleine vuurvlinder

Planten (114 waargenomen) Dalmatiëklokje Klein glaskruid Muurbloem Muurleeuwenbek Muursla

Steenbreekvaren Stijf ijzerhard Stinkende gouwe Zeepkruid Zwarte nachtschade

326

Klein glaskruid (V. Jeronimus)

0

beste deelgebied 1.550

Zoogdieren (4 waargenomen) Bruine rat Egel Konijn Spitsmuis

Libellen (4 waargenomen) Bloedrode heidelibel Paardenbijter Vuurjuffer Weidebeekjuffer

Mossen & Schimmels (70 waargenomen) Gewone haarmuts Groot dooiermos Grove geelkorst Kalkschotelkorst Muurschotelkorst

Poedergeelkorst Sinaasappelkorst Steen-olievlekje Stoeprandvingermos Vliegenzwam

Ben je benieuwd wat er op dit moment aan soorten wordt gezien? Projectnummer xx

Neem eens een kijkje op waarneming.nl. Hier vullen vrijwilligers hun waargenomen soorten in. Steeds meer mensen voeren in wat ze hebben gezien. Op die manier leren we welke soorten voor kunnen komen. Deze kennis vormt een basis voor bescherming van de biodiversiteit. Wil je zelf een bijdrage leveren of soorten leren kennen ? Dan is er een app voor op je telefoon die aan de hand van foto’s kan herkennen welke soort je hebt gezien. Kijk op obsidentify.

‘Ambassadeur’ van dit deelgebied is de dagpauwoog. De “ambassadeur” van het gebied is de dagpauwoog. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat dit deelgebied een oppepper kan gebruiken als het gaat om de aantallen vlinders. Net als alle andere soorten heeft de dagpauwoog behoefte aan voedsel, voortplantingsplekken, vocht en verbindingen tussen de verschillende delen van het leefgebied. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.

Voorwaarde

Verbetermaatregel voor de ambassadeur

Veiligheid: veel rupsen overleven niet door het gebruik van bestrijdingsmiddelen.

Gebruik geen bestrijdingsmiddelen. Laat in de tuin een zonnig hoekje waar insecten hun gang mogen gaan. Haal eventueel schadelijke rupsen van bijvoorbeeld koolwitjes met de hand weg.

Voortplanting: elke vlindersoort kent plantensoort(en) waar de rupsen goed op gedijen (de waardplant).

De waardplanten voor de dagpauwoog zijn brandnetels. Laat in een donker hoekje van de tuin wat snoeiafval liggen, woel de grond wat om en de brandnetel zal vanzelf verschijnen.

Voedsel: de dagpauwoog heeft bloemen nodig om nectar te drinken als voedsel .

Voor in de tuin, balkon of op het terras adviseert de vlinderstichting: winterheide, distels, vlinderstruik, judaspenning, lavendel, koninginnenkruid, hemelsleutel en klimop

Pluspunten

Ontwikkelkansen

Waar?

Wie?

Parken

• In het gebied zijn meerdere parken aanwezig. De parken bestaan grotendeels uit kort gemaaid gazon. Door het beheer aan te passen kunnen hier kruidenrijke vegetaties ontstaan.

openbaar groen

Gemeente

Oude stadsmuren

• Het behoud van deze bijzondere biotopen is erg belangrijk. Intensief onderhoud van deze stadsmuren wordt daarom afgeraden. • Breng deze bijzondere biotoop naar de inwoners van de stad door bijvoorbeeld het plaatsen van informatiebordjes.

Woningen, stadsmuren

Inwoners Gemeente

Watergangen

• De gracht vormt een blauwe verbinding. Door meer gradiënten zoals een extra “vooroever” of drijvende eilandjes toe te passen ontstaat er meer diversiteit in vestigingsplek voor flora en leefgebied voor fauna.

Diepegracht Friesegracht

Gemeente en waterschap

Minpunten

Ontwikkelkansen

Verharding tuinen/stad

• Het verharden van tuinen is een trend. Door meer groen als nectarplanten en bes- en nootdragende gewassen toe te passen wordt het aandeel leefgebied voor de lokale soorten vergroot. Binnenstedelijk zijn tal van oplossingen om groene elementen aan te brengen. Denk aan geveltuintjes. Er zijn al succesvolle projecten om dergelijke minituintjes te maken. Dit kan uitgebreid worden met overstekend groen (klimplanten via kabels over steegjes).

Renovatie van oude woningen

• Natuur inclusief renoveren naast het beschermen van de aanwezige soorten is belangrijk voor de waarborging van deze soorten. • Door het toepassen van (inbouw) voorzieningen voor vleermuizen en vogels worden nieuwe verblijfplaatsen gerealiseerd.

Dagpauwoog (T. Versluis)

Projectnummer xx Brandnetel (iStock)

Waar?

Wie?

Tuinen en binnenstad

Inwoners

Woningen

Inwoners Gemeente Projectontwikkelaar Woningbouwvereniging

Bebouwd gebied

Stadsdennen en de Wittenhagen Vrolijke geluiden Ver voordat de wijk "Stadsdennen en de Wittenhagen” bestond was de grond waar nu een woonwijk staat in gebruik voor de aanplant van dennenbomen (zo is een deel van deze wijk ook aan haar naam gekomen). Het gebied is door de jaren heen erg veranderd en dat is ook te zien aan de dieren en planten die we kunnen vinden in dit gebied. Waar vroeger tussen de bomen veel spechten zullen hebben geleefd, leven nu soorten die graag samenleven met de mens, zoals de koolmees en de pimpelmees. Deze kleine ondeugende vogeltjes maken vaak hun nestjes in schuren en vogelhuisjes in de tuinen van de buurtbewoners. Ook vinden ze graag hun eten in deze tuinen, zo zie je ze vaak op een vetbol of een pindanetje. Hoewel een deel van de spechten van vroeger verdwenen is, zijn er in de wijk nog wel spechten te vinden. De grote bonte specht maakt zijn nest graag in de bomen in de stad en kan machtig veel geluid maken door met zijn snavel tegen deze bomen aan te hameren. Dit doet de specht niet om voedsel te zoeken in de schors van de bomen, maar om een partner te vinden. Een mooie roffel is voor de vrouwelijke spechten namelijk onweerstaanbaar. Soms maakt de specht zelfs gebruik van lantaarnpalen om tegen aan te roffelen. Dat maakt wel een heel bijzonder geluid!

Omgevingsfoto (Google Maps)

Grote bonte specht (G. J. Assink)

Projectnummer xx

Een ander geluid wat in de wijk gehoord kan worden is het geroep van de Turkse tortel. Deze vogel kom je regelmatig tegen in woonwijk Stadsdennen en de Wittenhagen. Tussen de dichte coniferen en onder de dakpannen van de huizen bouwt de soort haar nesten. Het charmante vogeltje roept in drie lettergrepen “roe koe koe” waardoor sommige mensen denken dat ze “I love you” roept. Een heel ander geluid dat te horen valt in deze wijk is het “gegier” van de gierzwaluw. Deze vogel broedt onder de daken van de woningen, onder de dakpannen en in kleine nisjes.

Zweven en kleven Hoewel je het misschien niet verwacht in de stad is er genoeg te eten voor de gierzwaluw. Heel hoog in de lucht vliegen kleine insecten zoals muggen en zweefvliegen. Maar de gierzwaluw kan er ook een hapje vinden dat eigenlijk niet eens kan vliegen. In de bebouwde kom zijn hangmatspinnen te vinden zoals het bermgroefkopje en het aeronaut kleinoogje. Deze spinnetjes doen aan ballooning. Dit betekent dat ze aan een zelfgespannen draadje gaan hangen dat gaat wapperen in de wind. Als de wind hard genoeg is, maken ze de draad steeds iets langer waardoor ze de lucht in vliegen. Zo kunnen deze spinnetjes tot wel 10 kilometer hoog in de lucht gevonden worden. De hangmatspinnen zijn niet de enige spinnetjes die je in Stadsdennen en de Wittenhagen kunt vinden. Zo is er ook nog de getijgerde lijmspuiter. Deze soort helpt de bewoners van Harderwijk van de zilvervisjes af, door met een plakkerig goedje op de zilvervisjes te schieten. Andere spinnensoorten in de wijk bespringen hun prooi, zoals de huisspringspin. De kruisspin maakt een web, zo kennen de meeste mensen spinnen.

Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige

153 ha Bebouwd gebied Niet gekarteerd/enkeerdgrond

Karakteristiek Rond 1961 is de aanleg van deze wijk begonnen. Als eerste werd het gebied ten zuiden van het spoor aangelegd, dit werd de Wittenhagen. Ten noorden van het spoor vind je Stadsdennen wat rond circa 1974 werd aangelegd. Tegenwoordig bestaat Stadsdennen en de Wittenhagen uit een combinatie van winkelgebied met rondom woongelegenheid. Het grootste gedeelte van de wijk bestaat uit rijtjeswoningen met kleine voor- en achtertuinen. Er is daarom niet heel veel groen te vinden in dit gebied. Er zijn echter wel kleine parkjes en groenstroken te vinden langs het Vondelpad en de Couperuslaan. Door de hele wijk is stadsgroen te vinden in de vorm van aangeplante struiken en bomen. Hoewel schaars, is er ook water te vinden in de wijk. De Couperoussingel en de Wittenhagensingel voorzien de wijk van vijvertjes waar mogelijk watervogels hun voedsel kunnen vinden.

De ene boom is de andere niet

Getijgerde lijmspuiter (iStock)

De boomlanen waar de vleermuizen langs vliegen zijn in de wijk Stadsdennen en de Wittenhagen niet de enige bomen. In iedere straat zijn wel bomen aangeplant. Vaak is hierbij vooral voor bomen gekozen waar weinig aan gedaan hoeft te worden en die de straat leuk aankleden. Hierdoor zijn er in de wijk veel acacia’s te vinden. Maar deze bomen zijn niet altijd de beste keuze voor de dieren in de stad. Bomen zoals de wilg, de eik of de berk leveren voor veel insecten meer voedsel op. Meer insecten betekent ook meer vogels en dus meer vrolijke geluiden in de wijk.

Gebrek aan gekwaak Iets anders dat voor veel leven in een wijk zorgen kan, is de aanwezigheid van water. De vijvertjes in de wijk Stadsdennen en de Wittenhagen kunnen amfibieën een onderkomen en watervogels een rustplaats geven.

Helaas is er in er de wijk maar weinig water te vinden. De vijvertjes aan de Couperussingel en de Wittenhagen zijn de enige plekken waar mogelijk amfibieën voor kunnen komen. Maar ook hier worden weinig amfibieën gezien. Dit komt waarschijnlijk doordat er in deze vijvertjes weinig waterplanten te vinden zijn. Amfibieën zoals de bruine kikker maken veel gebruik van oeverplanten om te schuilen en eten van de insecten die de planten aantrekken. Naast het gebrek aan oeverplanten is er ook een beschoeiing aanwezig in het vijvertje aan de Couperussingel. Dit is een rand die de oever beschermt tegen instorten, maar die er tegelijkertijd voor zorgt dat de amfibieën niet het water in en uit kunnen. Voor amfibieën is dit van levensbelang. Een herinrichting van de waterranden in stadswijk Stadsdennen en de Wittenhagen zou de wijk nog levendiger kunnen maken!

157 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)

Vogels (44 waargenomen)

Turkse tortels (G.J. Assink)

Van dag naar nacht Voor veel dieren is variatie in het landschap van groot belang. Zo maakt de huismus in de wijk Stadsdennen en de Wittenhagen graag onder de dakpannen van de huizen haar nestje, maar ze heeft ook genoeg beplanting nodig om haar voedsel in te vinden en om in te schuilen. Dit geldt ook voor vleermuizen in de wijk als de laatvlieger en de gewone dwergvleermuis. In veel woningen zitten deze zoogdieren verstopt, zonder dat wij het merken. Overdag zitten ze binnen, maar ‘s nachts vliegen ze rond om insecten te vangen. Dit doen ze in parkjes zoals het parkje langs de Vondellaan, maar wanneer hier niet meer genoeg eten te vinden is vliegen ze naar de Veluwe. Vleermuizen vliegen hiervoor graag langs bomenrijen om zo veilig te blijven voor roofdieren en om zo nog wat extra insecten onderweg mee te kunnen vangen. Langs de Deventerweg ligt zo’n bomenrij die voor de vleermuizen als een soort snelweg kan dienen naar de Veluwe. Helaas eindigt deze bomenrij bij een echte snelweg waardoor de vleermuizen wel nog een lastige barrière moeten passeren, met veel straatlantaarnpalen.

Ekster Gierzwaluw Grote bonte specht Houtduif Huismus

Koolmees Merel Pimpelmees Spreeuw Turkse tortel

Vleermuizen (1 waargenomen) Laatvlieger

Dagvlinders (13 waargenomen)

Bruine kikker

Atalanta Boomblauwtje Dagpauwoog Distelvlinder Gehakkelde aurelia

Aeronautkleinoogje Bermgroefkopje Getijgerde lijmspuiter Hommelnestmot Huisspringspin

Kleine trilspin Kolibrievlinder Kruisspin Ruwe pissebed Taxusspikkelspann er

Groot koolwitje Icarusblauwtje Klein geaderd witje Klein koolwitje Kleine vos

Planten (51 waargenomen) Beemdkroon Gevlekte orchis Grasklokje Grijskruid Grote waterweegbree

beste deelgebied 1.550

Zoogdieren (6 waargenomen) Boommarter Bosmuis Bunzing Eekhoorn Egel

Reptielen, Amfibieën & Vissen (1 waargenomen)

Overige Insecten (37 waargenomen)

0

157

Gewone dwergvleermuis (iStock)

Hazenpootje Koningskaars Muurleeuwenbek Rietorchis Acacia

Mol

Libellen (2 waargenomen) Lantaarntje Weidebeekjuffer

Mossen & Schimmels (2 waargenomen) Geschubde inktzwam Rond dambordje

Ben je benieuwd wat er op dit moment aan soorten wordt gezien? Projectnummer xx

Neem eens een kijkje op waarneming.nl. Hier vullen vrijwilligers hun waargenomen soorten in. Steeds meer mensen voeren in wat ze hebben gezien. Op die manier leren we welke soorten voor kunnen komen. Deze kennis vormt een basis voor bescherming van de biodiversiteit. Wil je zelf een bijdrage leveren of soorten leren kennen ? Dan is er een app voor op je telefoon die aan de hand van foto’s kan herkennen welke soort je hebt gezien. Kijk op obsidentify.

‘Ambassadeur’ van dit deelgebied is de egel. De “ambassadeur” van het gebied is de egel. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat in dit deelgebied kansen voor verbetering van het leefgebied zijn. Net als alle andere soorten heeft de egel behoefte aan voedsel, voortplantingsplekken, veilige plekken om te rusten, vocht en verbindingen tussen de verschillende delen van het leefgebied. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.

Voorwaarde Verbinding: een egel scharrelt langs tuinen en groenstroken op zoek naar slakken en wormen. Verblijfplaats: de winterslaap is een kritische periode voor de egel. Voedsel: pissebedden, slakjes, en ander klein gedierte vormen het voedsel.

Pluspunten

Ontwikkelkansen

Waar?

Aangelegd groen

• Er zijn veel acaciabomen in de wijk. Bij vervanging kiezen voor verschillende inheemse soorten die meer insecten aantrekken. • Zorg voor aanplant van bloeiende en bessen dragende stuiken • Meer gelaagdheid (struiklaag) betekent meer nest- en schuil gelegenheid.

Openbaar groen Gemeente

Harderwijk’s Vondelpark

• Minder licht in het park geeft vleermuizen ‘s nachts de kans om onopgemerkt rond te vliegen. • Meer bloemen en andere beplanting met nectar trekken insecten aan waardoor vogels en vleermuizen meer te eten hebben. • Kies voor inheemse (Nederlandse) beplanting omdat deze het best passen bij de Nederlandse insecten.

Minpunten

Ontwikkelkansen

Versteende achtertuinen, weinig openbaar groen

• Meer groen in de tuinen en in openbaar gebied zorgt voor meer leven in de wijk. • Wanneer een inwoner wat tijd en moeite in de tuin steekt en het mooi groen maakt volgen de buren meestal snel. • Probeer in de tuin gebruik te maken van Nederlandse planten, deze zijn voor Nederlandse insecten ook het meest interessant.

Tuinen

Strak maaibeheer

• Wanneer er minder gemaaid wordt, krijgen bloemen meer kans om op te komen, wat weer mooi is voor andere dieren. • Wanneer er in stroken gemaaid wordt ontstaat er beplanting in verschillende hoogtes waardoor er voor verschillende planten kans is en voor verschillende insecten eten is.

Gazon en berm

Gemeente

Bomenkap voor leidingen

• Voor de aanleg van kabels en leidingen worden vaak bomen gekapt. Deze worden niet overal vervangen. Hierdoor gaat veel voedsel en nestgelegenheid voor vogels verloren.

Bermen en openbaar groen

Gemeente

Weinig geschikt water in de stad

• Een vlakke oever geeft amfibieën de kans om het water in en uit te komen. • Aanbrengen van waterplanten zorgt voor schuilmogelijkheden en meer insecten en dus ook voor meer amfibieën, vogels en vleermuizen. Kies hiervoor ook weer inheemse beplanting. • Het uitzetten van karpers leidt tot afname van soortenrijkdom

Couperussingel

Gemeente Waterschap

Barrierewerking A28

• Uitwisseling van soorten tussen de wijk en de Veluwe wordt bemoeilijkt door de tussenliggende snelweg. Probeer voor vleermuizen “hop-overs” te maken.

Verbetermaatregel voor de ambassadeur Er zijn veel obstakels in de stad die er voor zorgen dat de egel veel tijd verliest tijdens het zoeken naar voedsel. Maak je tuin toegankelijk door een opening onderaan de schutting te laten, of te maken. Maak in een hoekje van de tuin een plek waar bladeren en takken op een hoop liggen. Een egel kan er in de winter onder kruipen. Een egelkast bouwen of kopen is ook een optie, bladeren (lees dekens) blijven nodig. In aangeharkte tuinen is weinig voedsel te vinden voor egels. Zorg voor hoekjes waar bladeren en takken blijven liggen, hogere vegetatie en gebruik geen gif !

Egel (iStock)

Projectnummer xx Egelsnelweg (Egelwerkgroep)

Vondelpad

Waar?

A28

Wie?

Gemeente

Wie? Inwoners , gemeente

Rijkswaterstaat, gemeente

Bebouwd gebied

Strokel, Slingerbos en de Sypel Groenste wijk met oude bomen Het bebouwde gebied van de Strokel, Slingerbos en de Sypel is een groen gedeelte van Harderwijk. In veel straten zijn geen schuttingen aanwezig in de voortuin en is niet alles betegeld, in plaats daarvan wordt vaak gebruik gemaakt van bomen, struiken, heggen en hagen. Dat het een groene wijk is, blijkt ook uit de hoeveelheid waargenomen insecten. Er zijn 20 vlindersoorten, 7 libellensoorten en wel 311 overige insectensoorten waargenomen. Zoveel verschillende insecten duidt op een hoge variatie aan plantensoorten in het gebied. Ieder insect heeft een andere voorkeur voor een plant of boom. Zo wordt de bessenglasvlinder vooral blij van planten als aalbes of zwarte bes, maar andere vlinders, zoals de geelblad worden juist weer blij van loofbomen. Het grootste gedeelte van Strokel en Slingerbos was vroeger parkbos en onderdeel van de Veluwe. Dat het bosgebied was, blijkt uit de vele grote bomen die nog aanwezig zijn in het gebied. In het Slingerbos en ten zuiden van de A28 staan nog veel bomen met een hoogte van meer dan 20 meter. Deze hoge bomen in Slingerbos hebben zelfs een monumentale status gekregen. Deze bomen hebben cultuurhistorische waarde, beeldwaarde, omgevingswaarde en natuurwaarde.

Gebiedsfoto (Google Streetmap)

Bessenglasvlinder (iStock)

De leeftijd van de bomen in dit bebouwde gebied blijkt onder andere uit de aanwezigheid van de eekhoorn. Eekhoorns hebben een voorkeur voor ouder bos omdat daar meer voedsel is en meer nestgelegenheid. Je kan ze hier zelfs in je tuin zien scharrelen naar kastanjes, beukennoten, eikels, zaden en bessen. In de herfst beginnen de eekhoorns met het verstoppen van hun voedsel. Als ze het nodig hebben in de winter kunnen ze het voedsel weer opgraven. Ze zijn goed in verstoppen, maar vinden slechts zes van de tien verstopte dingen terug! Ook diverse vogelsoorten hebben een voordeel aan de oude bomen in het gebied. Ieder jaar is er een speciale vogel die vanuit Scandinavië naar Harderwijk komt om de winter door te komen, namelijk de keep. Deze vogel is alleen in de winter te zien langs bosranden, in beukenbossen en in parken met beukenbomen. Zaden van de beuk is één van de belangrijkste voedselbronnen voor de keep.

Verbinding met de Veluwe… Alle bomen in het gebied staan in verbinding met de Veluwe wat veel bossoorten de mogelijkheid geeft om ver Harderwijk in te trekken. Niet alleen maakt de rode eekhoorn hier gebruik van, ook een zeldzamer soort komt regelmatig kijken in dit deel van Harderwijk. De boommarter sluipt af en toe ’s nachts rond door de straten, parken en wellicht zelfs in tuinen op zoek naar voedsel. Boommarters zijn moeilijk te vinden en zelfs als je ze tegenkomt, denk je waarschijnlijk in eerste instantie dat een huiskat voorbij schiet. Ze zijn namelijk ongeveer even groot, maar de boommarter heeft wel wat kortere pootjes. Goed opletten ’s avonds dus!

Projectnummer xx

Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige

109 ha Bebouwd gebied Niet gekarteerd/enkeerdgronden Deels op oude landbouwgrond gebouwd

Karakteristiek Het gebied Strokel, Slingerbos en de Sypel heeft een interessant verleden met veel ontwikkeling. Het Slingerbos was vroeger een parkbos waar in de jaren 60’ woningen zijn gerealiseerd. In het noordoostelijk deel van Slingerbos is een park gelegen, het Jan van Nassaupark. Ten oosten van het Slingerbos is de wijk Tinnegieter gelegen. Ook deze wijk was vroeger een bosgebied waar in de jaren 50’ tot 00’ verscheidene woningen zijn gebouwd. Ten noorden van Tinnegieter ligt de wijk Sypel. Vroeger was Sypel voornamelijk in gebruik voor agrarische doeleinden, maar is tegenwoordig deels bebouwd met woningen en bevat een groot sportcomplex. Direct ten zuiden van de wijk ligt ook bedrijventerrein Sypel. Dit bedrijventerrein ligt dicht bij het centrum van Harderwijk en is omgeven door woonwijken. Ten zuiden van Tinnegieter, aan de andere kant van de snelweg A28, ligt de buurt Strokel. Ook dit is een voormalig bosgebied waar in de loop van de tijd verschillende campings, sport- en bungalowparken zijn gekomen. Wel staan er nog veel grote bomen als overblijfsel van het verleden als bosgebied.

…Maar wel een barrière Ondanks de groene verbindingen voor dieren om vanuit de Veluwe Harderwijk in te trekken is er één grote barrière, namelijk de snelweg. Aan beide zijden van de snelweg zijn veel bomen aanwezig waardoor de snelweg bijna niet opvalt.

Fluitenkruid (E. Witter)

Voor dieren is het een gevaarlijke situatie waarbij er een reële kans is om aangereden te worden als ze willen oversteken op zoek naar nieuw leefgebied. Bij dit gedeelte van de snelweg is een enkele fietstunnel aanwezig. Veel dieren zullen hier echter geen gebruik van gaan maken. Een paar kleine ecotunnels kunnen waarborgen dat dieren veilig de overkant kunnen bereiken. Het helpt niet alleen eekhoorns en boommarters, maar ook vossen, bunzings, egels en muizen.

Waar voor dieren de snelweg een uitdaging is, is de rand van de snelweg voor verschillende plantensoorten wel ideaal om te leven en te groeien. Onder andere de plant fluitenkruid is een veelvoorkomende soort in wegbermen. Deze voorjaarsbloeier kan in grote aantallen voorkomen en de wegberm geheel wit kleuren. Vele insecten, zoals zweefvliegen en kevers maken hier gebruik van. De planten Deens lepelblad en hertshoornweegbree hebben ook hun weg gevonden naar Harderwijk. Deze planten komen oorspronkelijk voor langs de kust, maar komen ondertussen steeds verder landinwaarts door het strooizout dat in de berm terecht komt. Om de diversiteit aan planten- en insectensoorten te behouden is het belangrijk om niet te vaak te maaien. Bij te vaak maaien komen planten moeilijker in bloei en kunnen zelfs verdwijnen uit de wegberm. Eén- of tweemaal per jaar maaien is voldoende.

583 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)

Vogels (62 waargenomen)

Vliegenzwam (E. Witter)

Heksachtig mooi In de wijk Slingerbos en in de Strokel kunnen regelmatig zogenoemde heksenkringen aangetroffen worden als je goed zoekt. Vroeger waren mensen van mening dat deze kringen ontstonden door het dansen van heksen, maar de kring ontstaat door ondergrondse groei van zogenoemde zwamvlokken. Deze groeien alle richtingen op. Wanneer voedingsstoffen op zijn in het midden van deze zwamvlok, sterft dat gedeelte van de vlok af. Hierdoor ontstaat een open ruimte waar geen paddenstoelen groeien. In één nacht kunnen vervolgens ineens paddenstoelen omhoog komen en dan staan ze in de vorm van een kring. Als je op zoek gaat naar paddenstoelen en zwammen moet je echter niet alleen naar de grond kijken. In het gebied zijn ook typische zwammensoorten, zoals de reuzenzwam en de biefstukzwam, aanwezig die juist op grote oude bomen zitten. De reuzenzwam voelt zich heel erg thuis op oude beukenbomen en hoewel ze mooi zijn om te zien, de aanwezigheid van deze zwam betekent uiteindelijk het einde van de boom. De zwam wordt daarom ook wel de reuzendoder genoemd.

Appelvink Boomklever Bosuil Ekster Groenling

Goudvink Grote bonte specht Huismus Keep Sperwer

Gewone dwergvleermuis Laatvlieger

Boommarter Bosmuis Bunzing Das Eekhoorn

Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander

Atalanta Bont zandoogje Boomblauwtje Citroenvlinder Dagpauwoog

Geelblad Gewone bladjager Huismoeder Struiksprinkhaan Tronkenbij

beste deelgebied 1.550

Zoogdieren (13 waargenomen)

Dagvlinders (20 waargenomen)

Bessenglasvlinder Beukeneenstaart Bont schaapje Bosrandroofvlieg Eekhoorn (nachtvlinder)

0

Vleermuizen (2 waargenomen)

Reptielen, Amfibieën & Vissen (3 waargenomen)

Overige Insecten (311 waargenomen)

583

Boommarter (iStock)

Eikenpage Gehakkelde aurelia Klein koolwitje Kleine vos Oranjetipje

Planten (124 waargenomen) Beemdkroon Bosanemoon Bosvergeet-mijnietje Deens lepelblad

Donkersporig bosviooltje Fluitenkruid Kamferalant Wilde kievitsbloem

Egel Huisspitsmuis Konijn Mol Vos

Libellen (7 waargenomen) Blauwe glazenmaker Bloedrode heidelibel Bruine winterjuffer

Grote keizerlibel Lantaarntje Paardenbijter Vuurjuffer

Mossen & Schimmels (49 waargenomen) Biefstukzwam Fraai haarmos Geschubde inktzwam Gewoon dikkopmos Kerkcitroenkorst

Mandarijnkorst Porseleinzwam Reuzenzwam Vliegenzwam Zilveren boomkussen

Ben je benieuwd wat er op dit moment aan soorten wordt gezien? Projectnummer xx

Neem eens een kijkje op waarneming.nl. Hier vullen vrijwilligers hun waargenomen soorten in. Steeds meer mensen voeren in wat ze hebben gezien. Op die manier leren we welke soorten voor kunnen komen. Deze kennis vormt een basis voor bescherming van de biodiversiteit. Wil je zelf een bijdrage leveren of soorten leren kennen ? Dan is er een app voor op je telefoon die aan de hand van foto’s kan herkennen welke soort je hebt gezien. Kijk op obsidentify.

‘Ambassadeur’ van dit deelgebied is de eekhoorn. De “ambassadeur” van het gebied is de eekhoorn. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat dit deelgebied al een goede basis heeft om de soort te laten toenemen. Net als alle andere soorten heeft de eekhoorn behoefte aan voedsel, voortplantingsplekken, veilige plekken om te rusten, vocht en verbindingen tussen de verschillende delen van het leefgebied. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.

Voorwaarde Voortplanting: de eekhoorn heeft meerdere nesten binnen zijn territorium.

Ontwikkelkansen

Waar?

Wie?

Oude bomen

• Door de boomspiegel te beplanten met inheemse soorten, die tevens in halfschaduw kunnen staan, kan de lokale biodiversiteit nog verder verhoogd worden. • Zorg er voor dat er genoeg “opvolgers’’ zijn in het bomenbestand, voor het geval oude bomen vervangen moeten worden.

Tuinen en openbaar groen

Gemeente en inwoners

Groene voortuinen

• Het valt op dat in tuinen van bewoners weinig gebruik wordt gemaakt van inheemse plantensoorten. Het biedt een mooie kans om meer inheemse soorten te planten. Bijen, vlinders en andere insecten hebben namelijk meer baat bij inheemse planten. Wil je nog meer soorten? Laat dan dood hout liggen.

Woningen

Gemeente en inwoners

Woningen

Inwoners

Verbetermaatregel voor de ambassadeur Laat oudere bomen zoveel mogelijk staan. Toch kappen? In de winter kan er goed worden gekeken of er nesten in de bomen zitten, laat deze ook zoveel mogelijk intact. Plaats eventueel grote nestkasten voor de rode eekhoorns.

Plaats ondiepe schaaltjes of andere Vocht: de rode ondiepe objecten met water verspreid eekhoorn kan niet over het terrein waar de eekhoorn kan voldoende vocht uit drinken. Ook kleine ondiepe poeltjes zijn zijn voedsel halen. geschikt. Voedsel: eekhoorns leven voornamelijk van boomzaden zoals noten en eikels.

Pluspunten

Plant een diversiteit aan geschikte bomen zoals beuk, hazelaar en tamme kastanje. Zorg verder voor een diversiteit aan voedsel, laat paddenstoelen staan en plaats bessenstruiken zoals klimop, hulst of lijsterbes.

•

Natuur inclusief renoveren naast het beschermen van de aanwezige soorten is belangrijk voor de waarborging van deze soorten. Door het toepassen van (inbouw) voorzieningen voor vleermuizen en vogels worden nieuwe verblijfplaatsen gerealiseerd.

Woningen bieden onderdak huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen

•

Minpunten

Ontwikkelkansen

Waar?

Wie?

Intensief maaibeheer

• Door verschillende soorten inheemse kruidenrijke en bloemrijke laagblijvende plantensoorten te planten worden meer kansen geboden voor diverse soorten insecten.

Tuinen en openbaar groen

Gemeente Inwoners

De snelweg A28 vormt een barrière

• Om dieren meer kansen te geven om veilig over te steken kunnen enkele kleine ecotunnels aangelegd worden.

A28

Rijkswaterstaat

Veel achtertuinen zijn afgesloten met schuttingen

• Maak de achtertuinen meer toegankelijk voor egels door schuttingen niet volledig tot aan de grond te laten komen. • Om de tuinen nog aantrekkelijker te maken voor egels is het belangrijk om de tuin niet al te netjes te houden in de herfst en wintermaanden. Laat hoopjes bladeren liggen, deze zorgen voor schuil en foerageermogelijkheden voor de egel.

Tuinen

Inwoners

Eekhoorn (E.Witter)

Projectnummer xx Eekhoonrkast (Vivara)

Bebouwd gebied

Drielanden en Stadsweiden Een nieuwe fase voor de omgeving Drielanden en Stadsweiden laten zien wat de tijd doet met de soorten die in een gebied voorkomen. Hier zijn sinds de jaren ‘70 de weilanden langzamerhand aan het veranderen in een bebouwde omgeving. De constante aanwezigheid van braakliggende grond of plekken waar aan huizen gewerkt wordt maakt de omgeving ideaal voor zogenaamde “pioniersoorten”. Dit zijn soorten die, als een landschap verandert of ontstaat, als eerste zich komen melden. De oeverzwaluw is een mooi voorbeeld van zo’n pioniersoort. Overgevlogen vanaf Afrika waar de winter wordt doorgebracht, zoeken oeverzwaluwen waterrijke gebieden op met (natuurlijk) fijne oevers. Omdat oevers in Nederland niet altijd geschikt zijn kiezen ze ook veel voor hoge, rechte heuvels met zand. Laten die nou eens overal op bouwterreinen aanwezig zijn. Zo ben je de ene dag aan het graven, zit de andere dag je heuvel vol met kleine gaatjes. Echt enorm indrukwekkend om te zien! Ook al volgt huis na huis elkaar op, er is ook ruimte voor het behouden van oppervlaktes groen. In de natuurtuin Harderwijk, gelegen tussen de oever en de Stadsweiden, huist een enorme variëteit aan soorten. Hoe dat kan? Door inzet van de vrijwilligers!

Gebiedsfoto (Google Streetmap)

In de natuurtuin wordt liefde en aandacht geschonken aan allerlei kleurige bloemen zoals sneeuwklokje, kievitsbloem en krokus. De aandacht van de beheerders, en een goed bedacht plan voor de tuin laat een werkelijke ecologische bom ontploffen. De tuin telt waarnemingen van tientallen soorten vlinders, bijen, spinnen en bijzondere libellen zoals de vuurjuffer en verschillende soorten heidelibellen. De waarde van zo’n rijke natuur midden in de stad is ongelofelijk belangrijk voor het voortbestaan van deze soorten, en alle andere vogels, zoogdieren en koudbloedigen die daar van leven. Kortom: petje af vrijwilligers !

Blauwe én groene vingers De weiden en het groen maken in Drielanden langzamerhand plaats voor de stad. Soorten zoals de ree en de vos worden steeds minder vaak gezien. Het is een lastige keuze, behoud van de natuur en de behoefte om te wonen… Gelukkig kan het soms ook samen! Dwars door de gebieden lopen groene en blauwe aders. Al deze groene en blauwe stroken staan met elkaar in verbinding, een hele slimme zet! Zo kunnen soorten zich overal veilig door de stad heen verspreiden. Dat kan niet overal!

Overzwaluwen (iStock)

Projectnummer xx

Ook vliegende zoogdieren zoals vleermuizen profiteren van de lijnvormige elementen in de wijk. Door de vele waterpartijen en bomen is er meer dan genoeg om te eten. Een waar vleermuisparadijs dus! Nergens in Harderwijk vind je zo veel libellen als in Drielanden en de Stadsweiden. Ook dat is te danken aan de vele groene en blauwe bloedvaten die door de wijk lopen. Libellen stellen specifieke eisen aan habitat en alleen als alles in de omgeving “matcht” kunnen soorten zoals de azuurwaterjuffer en de weidebeekjuffer voorkomen. Hier kan het blijkbaar midden in de stad, prachtig.

Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige

376 ha Wonen Afzettingen Zuiderzee (klei, veen en zand) Voormalige landbouwgrond, vochtig

Karakteristiek In de Drielanden en Stadsweiden bent u getuige van een “live” mee te maken landschapsverandering. Vanaf 1970 neemt het woningtekort in Harderwijk toe en wordt er gebouwd. De Stadsweiden, waar eerst koeien net buiten de stadsmuren graasden, is als eerste aan de beurt. Zeven buurten worden opgezet, bestaande veelal uit woonhofjes, met heel veel ruimte voor het groen en het water. Nadat de Stadsweiden vol zaten, werd een nieuwe fase toegevoegd. In 1995 wordt de snelweg naar het zuiden overgestoken en wordt de Drielanden ingericht. Bijna ieder jaar komen er woningen bij. De wijk mag zichzelf nu de grootste woonwijk in Harderwijk noemen, en is nog niet eens uitgegroeid. Drielanden is te herkennen aan nieuwbouw. Maar toch is de wijk ruim opgezet en ziet er door golvende bewegingen speels uit. Ook hier barst het van het groen. Vooral in het oude deel zijn bomen, struiken en groenstroken te vinden die allemaal met elkaar in verbinding staan. Niet alleen door de groene opzet zijn mensen hier gelukkig. Prachtige parels zoals de natuurtuin in Stadsweiden en het wonen nabij de oever van het Wolderwijd maakt het wonen hier een feestje!

Weidebeekjuffer (iStock)

Verdwijnen en verschijnen

Nieuwe spelers

In het zuidelijke deel van het gebied is nog sprake van een pionierssituatie, in het meest noordelijk deel van de wijk (Stadsweiden) zijn de soorten al veel meer “gesetteld”. Soorten die gebruik maken van dichte vegetatie en grote bomen komen hier meer voor dan in Drielanden. Voorbeelden zijn egel, gaai en zwartkop.

Niet alleen de verstedelijking zorgt voor een verandering in de soortensamenstelling. Sinds een aantal jaar is het door klimaatverandering steeds warmer in het land en ook in het water. Vooral in de stad kan de temperatuur flink oplopen. En dat brengt dat soorten met een voorkeur voor warm weer zich gaan vestigen.

Het verdwijnen van de ene soort ten gunste van de andere is goed te zien aan de hand van de waarnemingen van de mussen. In Nederland kennen we de ringmus en de huismus. De ringmus is vooral te vinden in het agrarische gebied, rond erven van boerderijen. De huismus kennen we als een echte stads- en dorpsbewoner. De ringmus wordt alleen nog gezien in het meest zuidelijke deel van Drielanden. De huismus heeft het noordelijke deel van de wijk ontdekt.

In het vele water wat de wijk biedt komt ook de roodwangschildpad voor. De soort is een exoot, dat wil zeggen dat de soort van nature niet in Nederland thuis hoort. Echter was en is de schildpad voor veel mensen een leuk huisdier. Wat minder wenselijk is, is het loslaten van de schildpadden in de natuur als er niet meer voor gezorgd kan worden. Vroeger was dat geen probleem, de soort kon zich door zijn tropische achtergrond niet voortplanten in ons koude water, maar dit is aan het veranderen. Net als met andere exoten geldt dus: we zijn gewaarschuwd.

878 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)

Vogels (124 waargenomen)

Ringmus (G.J Assink)

Slaap zacht In een drukke wijk is er genoeg ruimte voor overnachting. Meerkoeten verzamelen zich in een honderdtal aan het water. Lekker warm, en lekker veilig voor roofdieren. De wijk is rijk aan grote bomen. Dit zijn plaatsen waar spreeuwen in enorme kolonies bij elkaar zitten. Om te rusten, maar ook om ’s avonds een rondje te vliegen voor het slapen gaan. Waarom ze dat doen? Dat is nog onbekend. Een spectaculair gezicht is het zeker! Helaas gaat het niet goed met de spreeuw. De hoge aantallen van enkele tientallen jaren geleden halen we niet meer. De spreeuwenbomen zijn makkelijk te zien, maar nog veel makkelijker te horen. Als je ’s ochtends vroeg een enorm getjilp hoort in de buurt, dan zijn de spreeuwen ook aan het ontwaken. Met wat geluk hoor je dan ook het ritmische tjif-tjaf-tjif-tjaf-tjif, het geluid van de tjiftjaf, een echte onomatopee (vogel die zijn eigen naam zegt). Een soort die in de lente ook in groten getalen aanwezig is!

Huismus Putter Spreeuw Ringmus Kleine karekiet Spreeuw Meerkoet Tjiftjaf Oeverloper Zwarte roodstaart Kleine karekiet Reptielen, Amfibieën & Vissen Oeverzwaluw

878

Spreeuwen maken zich op voor de nacht (G.J. Assink)

0

beste deelgebied 1.550

Vleermuizen (2 waargenomen)

Zoogdieren (14 waargenomen)

Gewone dwergvleermuis Laatvlieger

Boommarter Bunzing Eekhoorn Egel Haas

Dagvlinders (25 waargenomen)

Huisspitsmuis Konijn Muskusrat Vos Wezel

Libellen (15 waargenomen)

(11 waargenomen) Aal Bastaardkikker Blankvoorn Bruine kikker Gewone pad

Kleine watersalamander Meerkikker Rivierdonderpad Roodwangschildpad Vetje

Overige Insecten (269 waargenomen) Bijenwolf Blinde bij Elzenhaantje Gamma uil Helmkruidvlinder

Honingbij Kraamwebspin Pauwoogpijlstaart Weideschorpioenvlieg Wespspin

Dagpauwoog Distelvlinder Eikenpage Hooibeestje Icarusblauwtje

Kleine parelmoervlinder Koninginnenpage Landkaartje Scheefbloemwitje Zwartsprietdikkopje

Planten (390 waargenomen) Gele morgenster Gele plomp Gevlekte rietorchis Kleine ratelaar Rapunzelklokje

Reuzenberenklauw Riet Steenanjer Wilde cichorei Zwanenbloem

Azuurwaterjuffer Blauwe glazenmaker Bruine glazenmaker Bruinrode heidelibel Gewone oeverlibel

Houtpantserjuffer Lantaarntje Paardenbijter Vuurjuffer Weidebeekjuffer

Mossen & Schimmels (27 waargenomen) Reuzenbovist Adonismycena Geschubde inktzwam Reuzenzwam Sinaasappelkorst Muurschotelkorst Vroeg Oranje dooiermos eekhoorntjesbrood Parapluutjesmos Zwavelzwam

Ben je benieuwd wat er op dit moment aan soorten wordt gezien? Projectnummer xx

Neem eens een kijkje op waarneming.nl. Hier vullen vrijwilligers hun waargenomen soorten in. Steeds meer mensen voeren in wat ze hebben gezien. Op die manier leren we welke soorten voor kunnen komen. Deze kennis vormt een basis voor bescherming van de biodiversiteit. Wil je zelf een bijdrage leveren of soorten leren kennen ? Dan is er een app voor op je telefoon die aan de hand van foto’s kan herkennen welke soort je hebt gezien. Kijk op obsidentify.

‘Ambassadeur’ van dit deelgebied is de vuurjuffer. De “ambassadeur” van het gebied is de vuurjuffer. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat dit deelgebied potentieel leefgebied vormt voor juffers en libellen in het algemeen. Net als alle andere soorten heeft de juffer behoefte aan voedsel, voortplantingsplekken, veilige plekken om te rusten, vocht en verbindingen tussen de verschillende delen van het leefgebied. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.

Verbetermaatregel voor de Voorwaarde ambassadeur Voortplanting: voor de ei-afzetting heeft de vuurjuffer waterplanten nodig.

Creëer natuurvriendelijke, geleidelijk oplopende oevers waar voldoende waterplanten kunnen groeien. Dit kunnen ook drijvende planten zijn.

Veiligheid: de larven van de vuurjuffer leven op plantenresten, vaak 3 jaar lang.

Haal watervegetatie niet weg in de periode dat de larven uit het water komen om “uit te sluipen”. De beste periode is in het najaar. Haal niet in één keer alle vegetatie weg.

Voedsel: de vuurjuffer is afhankelijk van vliegende insecten als voedselbron.

Aanleggen en onderhouden van ruige bloemrijke bermen en waterkanten is goed voor de diversiteit aan insecten en de algemene insectenstand. Ook in particuliere tuinen helpt het om inheemse planten toe te passen.

Vuurjuffer (E.Witter)

Pluspunten

Ontwikkelkansen

Waar?

Wie?

Groen en water staan bijna volledig in verbinding met elkaar.

• Breng meer variatie aan in de hoogte van het groen en de structuur van de watergangen, zo ontstaat er nog meer diversiteit.

Bermen, sloten, bomenrijen, heesterstroken.

Gemeente

Veel groene hofjes.

• In de hofjes in de Stadsweiden is er veel rust. Laat meer inheemse planten groeien en laat ook het onkruid staan. • Hang vogelkastjes op. Deze profiteren van de rust en insecten.

Hofjes

Een enthousiaste buurt! Veel individuen en groepen zoals de natuurtuin werkgroep zijn erg betrokken met de natuur.

• Geef inwoners die betrokken zijn met natuurontwikkeling de ruimte om met initiatieven te komen. • Geef voorbeelden van deze initiatieven over aan scholen en laat kinderen kennis maken met natuur in de wijk. Neem biodiversiteit op in lesprogramma’s.

Gehele wijk

Gemeente Scholen Inwoners

Watergangen

• Watergangen en begroeide oevers zorgen voor veel biodiversiteit. Zorg voor geleidelijke oevers en laat overjarig riet staan. Bestrijd invasieve soorten zoals groot hoefblad en reuzenberenklauw.

Watergangen

Gemeente en waterschap

Minpunten

Ontwikkelkansen

De natuur moet wijken voor nieuwbouw.

• Ook al moet de weide steeds meer opschuiven, kansen voor dieren kunnen blijven door groene verbindingen te behouden. Zo kunnen zoogdieren zoals de vos vrij migreren tussen leefgebieden.

Gehele wijk

Gemeente

Pionierssituaties verdwijnen.

• Laat ruimte over voor deze soorten, zorg voor dynamiek. Breng oeverzwaluwwallen aan op plekken die dichtbij het water zijn en makkelijk te bereiken.

Oever

Gemeente

Veel uitheemse soorten.

• Breng bewoners op de hoogte van het verschil in biodiversiteit door het toepassen van inheemse in plaats van uitheemse soorten. • Deel zakjes met gebiedseigen zaden uit en laat zien wat er voor mooie Nederlandse soorten er ook bestaan.

Tuinen

Inwoners

Nieuwbouw woningen ongeschikt voor gebouwbewonende soorten

• Nieuwe bouwtechnieken en betere isolatie betekent vaak dat er weinig plekken zijn voor mussen of vleermuizen om in te verblijven. Inwoners kunnen hun huizen geschikter maken door nestkasten op te hangen.

Woningen

Projectnummer xx waterweegbree (E. Witter)

Waar?

Inwoners en gemeente

Wie?

Inwoners, gemeente, ontwikkelaars, bouwers

Bebouwd gebied

Frankrijk en begraafplaatsen Een nieuwe wijk met nieuwe kansen Frankrijk is een wijk waar slechts 213 verschillende soorten zijn gemeld in de landelijke database voor natuurwaarnemingen. Dit doet de wijk geen eer aan, ongetwijfeld komen er meer soorten voor. Rondom de buurt zijn typische wijkvogels zoals de merel, koolmees, houtduif, kauw en ook de putter gezien. Deze soorten doen het over het algemeen goed in een omgeving waar genoeg voedsel is, in de vorm van noten en insecten, en er ruimte is om te broeden. Kijk maar eens naar boven als je een rondje gaat hardlopen of de hond uit laat. Ook vlinders zoals het klein koolwitje, de atalanta en de citroenvlinder zijn er niet ongewoon. Dit laat zien dat de wijk ruimte heeft voor een biodiverse omgeving, en misschien nog wel meer kansen biedt. De gierzwaluw en de huismus komen ook voor in de omgeving. Niet bij iedereen is bekend dat deze soorten streng beschermd zijn volgens de Wet natuurbescherming. De bescherming danken ze aan het feit dat het niet zo goed gaat met deze soorten in Nederland. De populatie huismussen is sterk gedaald de afgelopen jaren.

Frankrijk (Google Maps)

Merel (G.J Assink)

Een wijk zoals Frankrijk biedt ruime kansen voor deze soorten. Voor de inwoners liggen er veel kansen in het aanbrengen van gierzwaluw- en huismuskasten, die een veilige nestlocatie aan deze vogels kunnen bieden. Maar je kunt meer doen. Huismussen profiteren van een goed gevulde voedertafel. En als er een hete zomerdag is, zet een schaaltje met water buiten. Maar veel belangrijker is om een insectenrijke tuin te hebben, de jonge mussen worden namelijk niet met zaden, maar met insecten gevoerd.

Oppervlakte Functie Bodem Overige

110 ha Bebouwd gebied Niet gekarteerd/enkeerdgronden Gebouwd op voormalige landbouwgrond

Karakteristiek De dood en het leven Nergens in de wijk is er zoveel ruimte voor de natuur als op de begraafplaatsen. De een zijn dood is de ander zijn brood is perfect geplaatst op deze plekken. En het contrast van leven en dood speelt de hoofdrol. Op de oudste begraafplaats, Oostergaarde, is er genoeg rust voor een sperwer om te nestelen. De soort jaagt op vogels die in de tuinen in de wijk voorkomen. Het schouwspel van leven en dood vindt zo letterlijk “live” plaats. De begraafplaats is door zijn leeftijd en de stenen zerken het leefgebied geworden voor bijzondere (korst)mossen, zoals frietzak-bekermos en het groot dooiermos. Hoewel de Elzenhof begraafplaats vrij nieuw, is vind je hier ook al bijzondere (korst)mossen. Waar vroeger de groenstroken nog kort werden gemaaid lijkt er nu kans te zijn voor bloemrijke stukjes, en daarmee: insecten. Insecten bieden weer voedsel voor vogels en andere soorten. Zo hoeft er niet altijd een sombere omgeving te zijn, maar kan een begraafplaats juist een nieuw teken van licht geven als het lente wordt en alle pasgeboren jongen beginnen te zingen.

Projectnummer xx

Gebiedskenmerken

Het voormalig buurtgemeenschap Frankrijk is een van de nieuwere woonwijken in Harderwijk. De buurt dankt haar herkenbare naam mogelijk aan een Franse luchtballon die er vroeger geland is. Het oude chauffeurscafé “Frankrijk”, gelegen aan vroeger drukke Zuiderzeestraatweg, herinnert hier aan. Vroeger bestond de locatie uit agrarische velden en boerenhuisjes, waarvan de laatsten nog om en om bestaan en een mooi contrast vormen ten opzichte van de nieuwbouw, waarbij leeftijdsverschillen van 150 jaar niet ongewoon zijn. Die nieuwbouwwoningen vervingen de agrarische percelen systematisch vanaf 1985 tot aan 2009. De wijk is ruim opgezet, er is veel ruimte voor vrijstaande woningen en lage appartementencomplexen, die elkaar afwisselen tussen het groen. Dit groen bestaat veelal uit de tuinen van de bewoners, maar ook groene vluchthavens, zoals tussen Paardenkamp en Geitekamp. Tussen de wijk en de N302 is een groene strook aanwezig als een buffer tussen rust en reizen. Twee begraafplaatsen grenzen aan Frankrijk. Net als de boerenhuisjes en de nieuwbouw geven ze een historisch contrast weer. De overgroeide en robuuste begraafplaats Oostergaarde is al eeuwen een rustplaats voor inwoners uit de oude stad. De nieuwe begraafplaats Elzenhof is gebouwd als modern amfitheater.

Egel (Dreamstime)

Opgeruimde tuinen De meeste inwoners van de wijk hebben hun tuinen keurig voor mekaar. Het gras is altijd pas gemaaid, de bladeren zijn weggeblazen en de hortensia’s bloeien er weelderig. Toch is dit voor de biodiversiteit niet de ideale situatie. Veel dieren hebben net als mensen een aantal basisbehoeftes, zoals voedsel, veiligheid en voortplanting. Voor de egel zijn er in een gemiddelde tuin geen plekken om je te verstoppen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=84a59d51-febd-4190-992b-19225b8699e9