Bijlage 3 Natuurwaardenkaart compleet
Tekst van het document
437 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)
Vogels (73 waargenomen)
Rammelende hazen (E. Witter)
Korstmossen zoeken In de Hierdense Enken zijn veel waarnemingen gedaan van mossen en korstmossen. Deze soorten zijn vaak moeilijk op naam te brengen en waarnemingen worden dan ook meestal gedaan door echte mossenexperts. De waarnemingen in dit gebied zijn dan ook vooral gedaan door het BLWG (Bryologische en Lichenologische werkgroep). Daarom is het aantal korstmossen dat hier gevonden is hoger dan het aantal korstmossen in alle andere deelgebieden. De oude eikenlanden in het gebied zijn goede groeiplaatsen voor korstmossen. De BLWG houdt de aanwezigheid van korstmossen en mossen nauwlettend in de gaten. Dit is van groot belang aangezien kostmossen kunnen dienen als indicator voor de luchtkwaliteit maar ook van groot belang zijn voor allerlei soorten insecten en slakken die van de korstmossen eten. Een voorbeeld van een soort die korstmossen zoekt om op te eten is de bos-aardslak. Deze slak is waargenomen in het bosje langs kasteel de Essenburgh en is een typische bossoort. Deze bijzondere slak kun je zelfs in de winter tegenkomen op oude stammen waar ze zich tegoed doet aan allerlei korstmossen.
Boerenzwaluw Bosuil Holenduif Kievit Kokmeeuw
Ooievaar Patrijs Steenuil Torenvalk Witte kwikstaart
Zoogdieren (12 waargenomen)
Gewone dwergvleermuis
Boommarter Bruine rat Damhert Eekhoorn Egel
Dagvlinders (17 waargenomen)
Bruine kikker Kleine watersalamander Snoek
Atalanta Bont zandoogje Bruin zandoogje Citroenvlinder Gehakkelde aurelia
Bos-aardslak Bruine sprinkhaan Grote groene sabelsprinkhaan Helmkruidvlinder Hommelbijvlieg
Hulstvlieg Kleefkruidgraafwants Ratelaar Wekkertje Wimperflankzandbij
beste deelgebied 1.550
Vleermuizen (1 waargenomen)
Reptielen, Amfibieën & Vissen (3 waargenomen)
Overige Insecten (79 waargenomen)
0
437
Lelietje-van-dalen (iStock)
Groot koolwitje Klein geaderd witje Klein koolwitje Kleine vos Landkaartje
Planten (126 waargenomen) Akkerhoornbloem Akkerklokje Duizendblad Gewone ereprijs Herderstasje
Korenbloem Kruipend zenegroen Lelietje van dalen Prachtframboos Zeepkruid
Haas Huiskat Konijn Mol Wezel
Libellen (6 waargenomen) Azuurwaterjuffer Blauwe glazenmaker Lantaarntje Platbuik Smaragdlibel
Vuurjuffer
Mossen & Schimmels (120 waargenomen) Berijpte kroontjeskorst Gestippeld schildmos Bleekgroene Gewoon schotelkorst purperschaaltje Dun schaduwmos Groot dooiermos Dunne blauwkorst Grove geelkorst Gespikkelde witkorst Kapjesvingermos
Ben je benieuwd wat er op dit moment aan soorten wordt gezien? Projectnummer xx
Neem eens een kijkje op waarneming.nl. Hier vullen vrijwilligers hun waargenomen soorten in. Steeds meer mensen voeren in wat ze hebben gezien. Op die manier leren we welke soorten voor kunnen komen. Deze kennis vormt een basis voor bescherming van de biodiversiteit. Wil je zelf een bijdrage leveren of soorten leren kennen ? Dan is er een app voor op je telefoon die aan de hand van foto’s kan herkennen welke soort je hebt gezien. Kijk op obsidentify.
.
‘Ambassadeur’ van dit deelgebied is de torenvalk. De “ambassadeur” van het gebied is de torenvalk. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat de torenvalk in Nederland in aantal afneemt. Net als alle anders soorten heeft de torenvalk behoefte aan voedsel, voortplantingsplekken en veilige plekken om te rusten. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.
Voorwaarde
Verbetermaatregel voor de ambassadeur
De torenvalk maakt zelf geen nest maar Voortplanting: gebruikt nesten van ander vogels, vooral Torenvalken van zwarte kraai. Echter, een speciale broeden in oude nestkast, geplaatst op een hoge paal is kraaiennesten. een veelgebruikt alternatief
Voedsel: Muizen en grote insecten zijn de favoriete prooi van de torenvalk.
Bloemrijke stroken langs akkers vergroten het aanbod muizen. Gewasbescherming in de aangrenzende akkers doet hier afbreuk aan. Probeer daarom ook in te zetten op het beperken van gebruik van pesticiden. Op een erf kan met snoeihout een takkenril worden gemaakt, dit trekt veel muizen aan.
Pluspunten
Ontwikkelkansen
Waar?
Oude eikenlanen
• Het plaatsen van nestkasten in de oude eiken geeft extra nestgelegenheid voor verscheidene soorten.
In de eiken langs Inwoners en gemeente de wegen
Hooilandjes
• Oude hooilandjes zijn erg kruidenrijk en daardoor erg interessant voor insecten en voor de vogels van het boerenland. Wanneer er meer hooilandjes in de omgeving ecologisch worden beheerd zorgt dit voor een meer diverse omgeving.
Akkerlanden
Agrarische ondernemers
Oude erfjes met grote bomen
• Een risico vormt de inbreiding op de erven doordat er steeds meer behoefte komt aan nieuwbouw voor bijvoorbeeld zorgwoningen. Een goede inpassing met behoud van ecologische waarden kan negatieve gevolgen beperken maar niet overal voorkomen.
Erven
Inwoners Gemeente
Zandwegen
• Door het niet asfalteren van een weg krijgen veel soorten die in het zand leven de kans. Zandbijen en metselbijen zijn hier heel blij mee. • Het niet asfalteren van een weg zorgt er tevens voor dat de weg minder in gebruik wordt genomen door auto’s waardoor het gebied rustig en natuurlijk blijft.
Paden en wegen Gemeente
Minpunten
Ontwikkelkansen
Waar?
Intensief landgebruik
• In Nederland wordt de grond graag efficiënt gebruikt. Hier lijden veel diersoorten onder die afhankelijk zijn van kleine “rommelhoekjes” en lege stukjes land. Laat daarom strookjes met hogere kruiden langs randen van een perceel eens een jaar overstaan. Dit kan ieder jaar afgewisseld worden.
Akkerlanden
Landgebruikers
Smalle bermen
• Het verbreden van de bermen en ecologisch bermbeheer zorgen voor een positieve invloed in de vegetatierijkdom en daardoor de algemene soortenrijkdom. • Bij het kiezen van bermplanten is het van belang om te kiezen voor inheemse planten om inheemse insecten aan te trekken. Inheemse soorten verschijnen bij aangepast beheer meestal vanzelf.
Langs paden, wegen en akkerlanden
Landgebruikers
Torenvalk (B. van de Ven)
Projectnummer xx Torenvalk bij nestkast (E. Witter)
Wie?
Wie?
Buitengebied
Eendengebied en Duinen Niet ieder bos is hetzelfde! Waar het heideterrein eerst een open karakter, had veranderde dit in het begin van de 19e eeuw. Van losse bosjes ontstond een aaneengesloten bosgebied, met aanplant van grove den op de arme en droge zandgronden.
Het dalkruid is een soort die ook houdt van een vochtige omgeving rondom beken. Het is dan ook geen toeval dat zich dalkruid bevindt in de nabijheid van de Hierdensebeek.
Het meest oostelijke deel van het bosgebied bestaat uit loofbomen als beuk en eik. De delen waar eerder zich heide bevond, tussen de Paasloweg en de Parallelweg, wordt gekenmerkt door voornamelijk grove den en berk.
Dit is ook het perfecte leefgebied voor de hazelworm. De hazelworm wordt vaak verward met een slang maar ondanks het gelijke uiterlijk is het een pootloze hagedis. De ondergroei in de loofbossen zorgen voor voldoende schuilgelegenheid.
De bosdelen met grove den en berk zijn van nature droog en door zowel de naastgelegen veehouderij als de dennennaalden die op de bosbodem terecht komen is de bodem verzuurd. Dit zorgt er voor dat er weinig ondergroei is. De ondergroei die aanwezig is betreft aangelegde tuinen met soorten als rhododendron, taxus en laurier. De loofbossen staan op voedselrijkere en vochtiger grond en dit is ook terug te zien in de ondergroei. Hier groeien struikgewassen als wilde lijsterbes en lage planten als de wilde salomonszegel, look-zonder-look en het witbloemige dalkruid.
De eekhoorn heeft profijt van het gegeven dat er naald- en loofbomen aanwezig zijn. De naaldbomen bieden voedsel als de kegels en de loofbomen bieden allerlei noten als beukennoten en eikels. De bewoners en recreanten van het gebied kunnen genieten van de acrobatische kunsten van de eekhoorn.
Eigen specialiteit Niet alleen is er verschil tussen bostypen, ook is er een verschil tussen het open grasland en de schaduwrijke bossen en met name de soorten die hier te vinden zijn. Het voorbeeld hiervan zijn twee vlindersoorten, beide zandoogje. Het gaat hier om het bont zandoogje en het bruin zandoogje.
Gebiedsfoto (Google Maps) Dalkruid (E.Wittter)
Dalkruid (E. Witter)
Projectnummer xx
Het bont zandoogje is een algemene soort die voornamelijk voorkomt in een bosrijke omgeving. De zonnige plekken als bospaden- en randen hebben de voorkeur. Het bruin zandoogjes daarentegen is te vinden in de ruigere graslanden en hooilanden die in het westen en noorden van het gebied te vinden zijn. Een echte specialist die in het gebied is waargenomen is de rupsendoder. De rupsendoder is een paddenstoel die parasiteert op de pop van een vlinder. De rups van de vlinder wordt geïnfecteerd en wanneer de rups zich verpopt groeit de paddenstoel in en om de pop heen.
Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige
248 ha Buitengebied Zandgronden Landduinen met vlakten en laagten
Karakteristiek Waar het gebied nu bestaat uit hoofdzakelijk twee verschillende landschappen, was het begin vorige eeuw één groot heideterrein. Het gebied vormt de overgang tussen de hoge en droge zandgronden van de Veluwe en het traditionele landbouwgebied rond Hierden. Tot de jaren ‘50 vormde het gebied samen met het Beekhuizerzand een militair oefenterrein. Vanaf de jaren ’60 werd het westelijke deel ingericht als veehouderij en het oostelijk deel voor de bosbouw gebruikt. De veehouderij in het gebied is ontstaan door de afsluiting van de Zuiderzee, waardoor de visserij verdween. Men richtte zich op het fokken van eenden, waardoor het gebied vandaag de dag nog bekend staat als Eendengebied. De oude en deels vervallen schuren, opstallen en gronden die nog aanwezig zijn geven de geschiedenis weer. Eind jaren 90 heeft een deel van de veehouderij ruimte geboden aan een klein industrieterrein, die door een bosperceel is afgesloten van de rest van het gebied. In de bosgebieden in het oosten werden vanaf de jaren ’60 huizen gerealiseerd. Dit gebied ook wel Duinen genoemd naar de aanwezige zandduinen en vormde een buurtschap. Het bosrijke karakter is tot op de dag van vandaag nog steeds aanwezig, maar het aandeel woningen is flink gestegen en het aandeel recreatie-woningen toegenomen. Dit is terug te zien in de aanwezigheid van een camping, restaurant en herberg.
Oog op de toekomst
Rupsendoder (G.J. Assink)
Het doel van een kruidenrijk grasland is veelal het oogsten van het hooi. De kruidenrijkere hooilandjes waar het gras wat later wordt gemaaid zijn van groot belang. Door het later maaien krijgen kruiden de kans om te groeien met als positief gevolg dat de nectarrijke bloemen beschikbaar zijn voor allerlei insecten. Vlindersoorten gebruiken specifieke plantensoorten om hun eitjes op af te zetten. Dit wordt ook wel de waardplant genoemd. Zo gebruikt het oranjetipje, pinksterbloem en lookzonder-look, de Koninginnenpage peen en de gehakkelde aurelia de grote brandnetel. Typische grassoorten zijn hooibeestje en bruin zandoogje. Behalve voedsel en planten voor de afzet van eitjes zijn ook de mogelijkheden voor het overwinteren voor vlinders van belang. Bij het bruin zandoogje overwinteren de poppen aan een zijden spinsel vlak boven de grond. Te kort maaien vlak voor de winter betekent dus minder overleving voor de poppen van de soort.
De stallen en boerderijen in het Eendengebied zijn veelal gedateerd en in vervallen staat. Met de huidige woningnood is het dan ook niet vreemd dat hier plannen zijn om nieuwbouw te realiseren. Behalve ontwikkeling tot woningbouw ligt er echter ook een goede kans om het gebied terug te geven aan den de natuur. Ooit was hier woeste heide, waar nu niks meer van terug te zien. Door de bouw van woningen zal dit ook niet meer terug komen. Het gebied zou omgevormd kunnen worden tot een verbindingszone vanaf de Veluwe tussen Harderwijk en Hierden richting het Veluwemeer. Een groene ader die verbetering van de biodiversiteit met zich meebrengt. Aanvullende kansen zijn er om ook het Hierdense enkengebied, dat aan het Eendengebied grenst, mee te laten profiteren van een ontwikkeling ten gunste van natuur. Zo kan er als het ware een nieuw “Groen Hart” voor de gemeente Harderwijk ontstaan.
273 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)
Vogels (53 waargenomen)
Hazelworm (E. Witter)
Het ene grasland is het andere niet! Het is een gebied waarin veel verschillen aanwezig zijn en voor de graslanden is dit niet anders. De diverse graslanden hebben een ander karakter. Wat direct duidelijk wordt bij een eerste blik op het land naast de veehouderijen is dat het monotoon is. De bodem is hier verrijkt en strak onderhouden en beweid. Met name bij het houden van paarden is er veelal sprake van overbeweiding. Het gevolg hiervan is dat er maar enkel soorten grassen domineren op deze percelen. Eén van de weinige kruidachtige planten die hier af en toe nog een mogelijkheid vindt om tot bloei te komen is het madeliefje. Het gevolg van een dergelijk monotoon perceel is dat de effecten van het veranderende klimaat direct zichtbaar zijn. Een droge periode zorgt voor een bruin en verdord grasveld waar geen enkel insect weet te overleven. Hoewel het een droevig aanblik is, zijn er ook oplossingen. Want er zijn ook kruidenrijkere graslanden aanwezig in het gebied die laten zien dat het anders kan.
Appelvink Bonte vliegenvanger Boomklever Bosuil Goudvink
Groenling Holenduif Ringmus Steenuil Zwarte roodstaart
Vleermuizen (1 waargenomen) Gewone dwergvleermuis
Reptielen, Amfibieën & Vissen (5 waargenomen)
Dagvlinders (14 waargenomen)
Bermpje Gewone pad Hazelworm Rivierdonderpad Snoek
Bont zandoogje Boomblauwtje Bruin zandoogje Citroenvlinder Distelvlinder
Overige Insecten (69 waargenomen) Bonte brandnetelroller Buxusmot Dennenboktor Dennenpijlstaart Grote wolbij
Paardendaas Pyjamaschildwants Ruwe pissebed Segrijnslak Sint-jacobsvlinder
Gehakkelde aurelia Hooibeestje Icarusblauwtje Koninginnepage Oranjetipje
Planten (83 waargenomen) Beuk Dalkruid Gewone salomonszegel Grove den Klimop
Look-zonder-look Madeliefje Paardenbloem Wilde kamperfoelie Wilde lijsterbes
0
273
Bruin zandoogje (E. Witter)
beste deelgebied 1.550
Zoogdieren (9 waargenomen) Bosmuis Bunzing Eekhoorn Egel Haas
Huiskat Konijn Mol Vos
Libellen (3 waargenomen) Blauwe glazenmaker Bruinrode heidelibel Heidelibel
Mossen & Schimmels (36 waargenomen) Bosoogje Draadknotszwam Gekraagde aardster Hamsteroortje Inktspatkorst
Open rendiermos Pijpknotszwam Porseleinzwam Reuzenzwam Rupsendoder
Ben je benieuwd wat er op dit moment aan soorten wordt gezien? Projectnummer xx
Neem eens een kijkje op waarneming.nl. Hier vullen vrijwilligers hun waargenomen soorten in. Steeds meer mensen voeren in wat ze hebben gezien. Op die manier leren we welke soorten voor kunnen komen. Deze kennis vormt een basis voor bescherming van de biodiversiteit. Wil je zelf een bijdrage leveren of soorten leren kennen ? Dan is er een app voor op je telefoon die aan de hand van foto’s kan herkennen welke soort je hebt gezien. Kijk op obsidentify.
‘Ambassadeur’ van dit deelgebied is de grote vos.
Pluspunten
Ontwikkelkansen
Waar?
Wie?
Oude bossen
• Het belangrijkste is dat de oude bossen worden behouden. Door de bossen op een natuurlijke wijze oud te laten worden en de ondergroei haar gang te laten gaan blijft er een goed ontwikkeld bos bewaard voor toekomstige generaties.
Bosgebieden aan de oostkant
Terreinbeheerder Inwoners
Hooilandjes
• Hooilandjes van kruiden nog de kans krijgen tot bloei te komen zijn waardevolle plekken voor insecten. • In het gebied zijn veel kort gemaaide en verrijkte gazons. Door een aangepast maaibeheer kan de verrijkte bodem worden verarmd en krijgen kruiden de kans te groeien.
Graslanden en grote erven
Inwoner
Verbetermaatregel voor de ambassadeur
Boerenerven
• Boerenerven zijn groene eilandjes in het open landschap. Door meer ruimte te bieden aan rommelhoekjes en erfbeplanting kan de biodiversiteit van het boerenerf versterkt worden.
Boerenerven
Inwoner
De grote vos heeft vooral iepen nodig voor de voortplanting, maar ook zoete kers en wilgensoorten. Zorg voor de aanplant van solitaire bomen, bijvoorbeeld in de graslanden.
Toekomstplannen
• De nieuwbouwplannen kunnen een kans bieden voor flora en fauna. Door gebruik te maken van de kwaliteiten en ligging van locatie kan hier een waardevol nieuw leefgebied worden gerealiseerd.
Te ontwikkelen gebied
Gemeente, planontwikkelaars
Minpunten
Ontwikkelkansen
Waar?
Wie?
Intensieve veehouderijen
• Intensieve veehouderijen zorgt voor stikstofdepositie op de omliggende gebieden. Door de uitstoot te verminderen wordt verrijking en verzuring van de bodem tegengegaan.
Veehouderijen
Agrariërs
A28
• De A28 in combinatie met de spoorlijn zorgt voor grondgebonden soorten een onoverbrugbare barrière. Een verbinding tussen de Veluwe en het meer openkaraker van dit gebied zou een waardevolle ontwikkeling zijn voor de biodiversiteit.
Openbare weg
Provincie
Verbinding
• Doordat veel percelen bijna geheel doorlopen tot aan de weg is er geen ruimte voor een berm. Een ruige berm kan een beschutte migratieroute vormen voor allerlei grondgebonden zoogdieren en insecten. Daarnaast vormen de vele hekwerken rondom de percelen een barrière.
Bermen en openbaar groen
Gemeente
Nette tuintjes
• In het buurtschap Duinen zijn de meeste tuintjes erg strak onderhouden. Voor veel soorten is er weinig dekking te vinden. Er staan veel uitheemse soorten die voor de Nederlandse insecten geen voedsel of voortplantingsmogelijkheden bieden. De Pontische Rhodondendron is zelfs giftig voor insecten.
Tuinen Duinengebied
Inwoners
De “ambassadeur” van het gebied is de grote vos. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat deze vlinder zich in de toekomst mogelijk gaat vestigen in Nederland. Net als alle anders soorten heeft de grote vos behoefte aan voedsel, voortplantingsplekken, veilige plekken om te rusten, vocht en verbindingen tussen de verschillende delen van het leefgebied. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.
Voorwaarde Voortplanting: elke vlindersoort heeft een eigen soort plant of boom waar de eitjes worden gelegd.
Winterschuilplaatsen moeten koel en Verblijfplaats: de donker zijn. Leg houtstapels aan op grote vos gaat al schaduwrijke plekken. Zorg daarbij voor vroeg in het jaar in een variatie in grotere en kleinere winterrust. stammetjes Voedsel: Grote vossen hebben voedsel nodig om de winter door te komen.
Rottend fruit is één van de voedselbronnen. Plant fruitbomen aan in de tuin en laat valfruit liggen. Als je het toch wil opruimen, leg het dan in een hoekje van de tuin neer en gooi het niet weg.
Grote vos (E.Witter) (fotograaf)
Projectnummer xx Boswilg (E. Witter)
Beschermd gebied
Veluwe Het veelzijdige heide leven De Veluwe is een beschermd Natura 2000-gebied met een variatie aan landschappen en bijbehorende soorten. Binnen het gebied zijn bossen aanwezig, heideterreinen, open terrein bestaande uit zand en wat (tijdelijke) plasjes. De rijkdom aan soorten is groot; maar liefst 1.522 soorten zijn er in de landelijke database van waarnemingen gemeld. Hiervan zijn 89 opgenomen in de Rode Lijst van bedreigde soorten. Enerzijds geeft dit aan wat het belang van het gebied is, anderzijds laat het zien dat het met veel soorten niet goed gaat en dus met de natuur op de Veluwe. Een opvallende locatie binnen het gebied is het Cyriasische veld. Dit veld is een droog heideterrein waar als beheersmaatregel begraasd wordt om de heide in stand te houden. Als er geen schapen en runderen lopen zal het heideterrein uiteindelijke verdwijnen en volgroeien met bomen. Dit is vanuit natuurbehoud niet gewenst. Op dit heideterrein zijn namelijk veel typische soorten aanwezig die alleen maar in heidegebieden voorkomen. Zo zijn er enkele plantensoorten, waaronder struikheide, kraaiheide en buntgras, die veelvuldig voorkomen in het veld.
De insecten die aangetrokken worden door de typische heidevegetatie trekken ook weer een andere mooie verschijning aan, de zandhagedis. Deze hagedis is bij uitstek een insecteneter en zoekt zijn voedsel tussen de lage vegetatie op de heide. Hij kan zomaar een knopsprietje tegenkomen en het zien als voedsel. In de ochtend zijn de hagedissen aan het zonnen om op te warmen. Ze bewegen dan nog langzaam waardoor je ze wellicht makkelijker kan vinden. Zodra hij is opgewarmd is het reactievermogen sneller en zal hij zich bij het minste of geringste snel weer verstoppen. De zandhagedis kan namelijk zelf ook slachtoffer worden van roofdieren. Ze moeten uitkijken voor onder andere vossen, raven, buizerds, adders, boommarters en grauwe klauwieren.
Overzomeraars op de heide Beekhuizerzand (E.Witter)
Zandhagedis (D. Koopman)
Projectnummer xx
De grauwe klauwier is een mooie zangvogel om te zien, maar het zijn ook venijnige kleine roofvogels. Het zijn zichtjagers, ze gaan daarom vaak op een hoge tak zitten met zicht op een open terrein om een prooi te vinden en op te spiesen aan een doorn. De grauwe klauwier is alleen in de zomer in Nederland, hierna trekken ze naar zuidelijk Afrika om te overwinteren. In de winter neemt de klapekster het stokje van de grauwe klauwier over. Deze soort is ook een klauwier en heeft een vergelijkbaar gedrag. Ook de nachtzwaluw doet mee aan de jaarlijkse vogeltrek. In de zomer broeden ze op de grond in de heidevelden binnen het gebied. Ze zijn daarvoor optimaal gecamoufleerd. Als het schemert worden ze actief en gaan ze op jacht naar insecten door met opengesperde bek rond te vliegen. Deze mysterieuze vogel krijg je zelden te zien, maar in de zomer kan je hun harde ratelende geluid horen. Dit typische geluid draagt tot wel 600 meter ver !
Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige
1.517 ha Beschermd natuurgebied Kalkloze zandgronden Natura 2000
Karakteristiek Het Harderwijkse deel van de Veluwe bestaat uit meerdere gebieden; het militair oefenterrein Beekhuizerzand, het Harderwijker bos, het Cyriasische veld en een deel van het Leuvenumse bos. Het militair oefenterrein bestaat grotendeels uit stuifzand met omliggende heideterreinen en bossen. Sporadisch verspreid over het zandgedeelte staan enkele bomen. Het terrein grenst aan de noordzijde aan de snelweg A28. Het Harderwijker bos en het gedeelte van het Leuvenumse bos kennen een variatie aan naald- en loofbomen. Het bos grenst aan de zuidzijde aan de autoweg N302. Langs de N302 zit verpleeghuis Sonnevanck en een luxe woonwijk. De noordwestelijke hoek van het bos wordt begrensd door een bouw en infrapark en een Van der Valk Hotel. Het Cyriasische veld is een droog heideterrein grenzend aan de N302. Op veld lopen runderen en schapen vrij rond om de heide kort te houden. Het gebied is een recreatief deel van de Veluwe. Het is mogelijk voor bezoekers om hier te fietsen, te mountainbiken en te wandelen. Er is ook een trim- en cooperbaan aanwezig en een natuurspeelterrein.
Geheimzinnige bosbewoners De omliggende bossen bieden beschutting en voedsel voor velen. In het beboste gedeelte staan diverse loofbomen die zeer in trek zijn bij onder andere de zwarte specht. Deze geheimzinnige bosvogel hakt vrijwel elk jaar een nieuw nest uit in loofbomen. Deze holen zijn groot genoeg om vervolgens ook schuilmogelijkheden te bieden aan bosuilen en boommarters.
Tauvlinder (iStock)
Boommarters maken vrijwel nooit een eigen hol, maar claimen een bestaand nest van een ander soort. De marter is daarnaast een behendige klimmer en is als enige zoogdier in staat om een eekhoorn te vangen. Toch zijn het geen volledig vleesetende dieren. In de nazomer en de herfst stappen ze tijdelijk over naar bessen en vruchten. Bessen zijn veelvuldig aanwezig in het gebied, een groot deel staat vol met rode- en blauwe bosbes, hier hebben de marters dus geen gebrek aan.
De tauvlinder is een typische verschijning in het gebied. Deze nachtvlinder komt voornamelijk voor op de Veluwe en is vrijwel nergens anders te vinden in Nederland. Ook al is het een ‘nachtvlinder’, regelmatig wordt de vlinder overdag waargenomen. Ze zijn erg actief en zitten bijna niet stil, een foto maken is daarom een mooie uitdaging waar veel geduld bij komt kijken! In het bos bestaat een kans om een dier tegen te komen die vaak wordt verward met een slang, namelijk de hazelworm. De hazelworm is geen slang, maar een pootloze hagedis die (letterlijk) geen vlieg kwaad doet. De hazelworm eet alleen maar wormen en slakken. De hagedis is niet bijster snel en kan daardoor in de problemen komen. Het kan voorkomen dat een hazelworm op het mountainbike pad ligt en overreden wordt. Een mountainbiker heeft dit niet in de gaten omdat hazelwormen niet opvallen door hun schutkleuren.
1522 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)
Vogels (117 waargenomen)
Hanenkam (iStock)
En de winnaar is… Het gebied is niet alleen populair onder vogels, zoogdieren, reptielen en vlinders. Ook soorten waar je niet snel aan denkt hebben hun plek gevonden. Mossen, korstmossen, paddenstoelen en zwammen komen veelvuldig voor. Er zijn 357 soorten waargenomen, waarvan 32 soorten op de Rode Lijst staan. Dat geeft aan hoe belangrijk het gebied is. Sommige paddenstoelen, waaronder de hanenkam, kunnen enkel en alleen groeien op en nabij bomen. In het geval van de hanenkam is dit meestal nabij een eik, maar het kan ook een grove den, beuk en berk zijn. Het is een typische soort van zandgronden die groeit op schrale en mossige plekken. In veel bossen in Nederland is de strooisellaag op de grond te dik geworden waardoor de hanenkam het moeilijk heeft om zijn weg te vinden. Gelukkig heeft de paddenstoel nog wel de mogelijkheid om in dit deel van de Veluwe te groeien en geschikte plekken te vinden! We moeten niet vergeten dat paddenstoelen belangrijk zijn voor de natuur. Het zijn een soort stofzuigers die ervoor zorgen dat een bos niet omkomt in zijn eigen afval! Ze ruimen niet alleen op, maar maken van het afval nieuwe voedingsstoffen voor bomen en planten.
Boomleeuwerik Boomvalk Grauwe klauwier Havik Nachtzwaluw
Raaf Roodborsttapuit Tapuit Wespendief Zwarte specht
Zoogdieren (22 waargenomen)
Laatvlieger Rosse vleermuis
Boommarter Bosmuis Das Edelhert Eekhoorn
Dagvlinders (31 waargenomen)
Adder Bermpje Bruine kikker Gewone pad Hazelworm
Boomblauwtje Bruin blauwtje Bruine vuurvlinder Groentje Heideblauwtje
Overige Insecten (550 waargenomen) Bosbesuil Boskrekel Driehoornmestkever Groene zandloopkever
Heidesabelsprinkhaan Knopsprietje Nachtpauwoog Tauvlinder Zwart wekkertje
beste deelgebied 1.550
Vleermuizen (2 waargenomen)
Reptielen, Amfibieën & Vissen (12 waargenomen) Kleine watersalamander Levendbarende hagedis Rivierdonderpad Snoek Zandhagedis
0
Heivlinder Hooibeestje Keizersmantel Kleine parelmoervlinder Kleine vuurvlinder
Planten (415 waargenomen) Blauwe bosbes Bleeksporig bosviooltje Buntgras Kraaihei Kruipbrem
Pijpenstrootje Rode bosbes Stekelbrem Stijve ogentroost Struikhei
1522
Zwarte specht (E. Witter)
Konijn Ree Vos Wild zwijn Wolf
Libellen (16 waargenomen) Azuurwaterjuffer Blauwe glazenmaker Bruinrode heidelibel Gewone oeverlibel Grote keizerlibel
Paardenbijter Platbuik Steenrode heidelibel Tengere pantserjuffer Vroege glazenmaker
Mossen & Schimmels (357 waargenomen) Gebogen rendiermos Gerimpeld gaffeltandmos Gewoon schorsmos Hamerblaadje
Hanenkam Heidefranjemos Stijf veenmos Stuifzandkorrelloof Varkenspootje
Ben je benieuwd wat er op dit moment aan soorten wordt gezien? Projectnummer xx
Neem eens een kijkje op waarneming.nl. Hier vullen vrijwilligers hun waargenomen soorten in. Steeds meer mensen voeren in wat ze hebben gezien. Op die manier leren we welke soorten voor kunnen komen. Deze kennis vormt een basis voor bescherming van de biodiversiteit. Wil je zelf een bijdrage leveren of soorten leren kennen ? Dan is er een app voor op je telefoon die aan de hand van foto’s kan herkennen welke soort je hebt gezien. Kijk op obsidentify.
‘Ambassadeur’ van dit deelgebied is het bodemleven. De “ambassadeur” van het gebied is het bodemleven. Deze soortgroep is gekozen als vertegenwoordiger omdat dit deelgebied erg afhankelijk is van gezond bodemleven, wat in dit gebied onder druk staat. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.
Verbetermaatregel voor de Voorwaarde ambassadeur Vocht: voldoende vocht is voor alle levensvormen een eerste behoefte.
Verzuring: een zure omgeving spoelen belangrijke elementen weg.
Vermesting: door vermesting nemen sommige plantensoorten toe maar veel andere af.
Verdroging is één van de oorzaken het verlies aan biodiversiteit. De oorzaken zijn het veranderende klimaat, maar ook de toename van het gebruik van grondwater voor de landbouw en de drinkwatervoorziening. Een bijkomend probleem van de stikstofdepositie is dat de regen “zuur” wordt door de ammoniak. Dit zuur lost het kalk in de bodem op waardoor giftige stoffen vrijkomen en voedingsstoffen niet meer beschikbaar zijn. Van nature is de Veluwe voedselarm. Dat is de reden waarom er bepaalde soorten voorkomen die zich hebben aangepast aan deze schrale omstandigheden. Doordat er veel stikstof neerslaat nemen juist andere soorten de overhand
Pluspunten
Ontwikkelkansen
Waar?
Wie?
Grote afwisseling in habitats (zandverstuiving, heide, bos)
• Voor het Natura 2000-gebied liggen vastgestelde beheerplannen en instandhoudingsdoelstellingen, gericht op behoud van al deze verschillende habitats en soorten
Gehele gebied
Provincie Gelderland, TBO
Grote variatie in soorten
• De afwisseling in habitats, de uitgestrektheid en de omvang van het gebied zorgt er voor dat er veel verschillende soorten voorkomen.
Gehele gebied
Provincie Gelderland, TBO
Uitgestrektheid
• Voor het Natura 2000-gebied liggen vastgestelde beheerplannen en instandhoudingsdoelstellingen. Behoud van het oppervlak maakt daar deel van uit.
Gehele gebied
Provincie Gelderland, TBO
Minpunten
Ontwikkelkansen
Waar?
Hoge recreatiedruk
• Bezoekers voorlichten over de kwetsbaarheid van soorten als hazelworm • Delen van het gebied (tijdelijk) afsluiten voor bezoekers. Hierdoor worden groter aaneengesloten rustgebieden gecreëerd. • Door de provincie is beleid ontwikkeld om de recreatiedruk te spreiden en de meest kwetsbare gebieden te ontzien
Kwetsbare delen Gemeente, zoals terreinbeheerders zandverstuivingen Provincie Gelderland
Verzuring, vermesting en verdroging
• Stikstofdepositie verlagen, klimaatverandering zoveel mogelijk beperken
Gehele gebied
Rijksoverheid
Hoge graasdruk
• Natuurlijke verjonging van bomen en struiken staat onder druk door de hoge wildstand. Reeën, herten en andere zoogdieren zijn dol op jonge scheuten of knabbelen de bast van pas opgekomen bomen. De wolf kan hier een bijdrage aan leveren.
Gehele gebied
Gemeente, terreinbeheerders
Barrièrewerking snelweg A28
• Mogelijk kunnen op meerdere plekken ecotunnels aangelegd worden om het voor de kleinere soorten veiliger te maken om over te steken
Wegen
Wegbeheerders
bodemleven (iStock)
Wie?
Regenwormen (iStock)
Projectnummer xx
Buitengebied
Groene zoom Terug in de tijd, naar kleinschaligheid Van oudsher bestond het gebied uit een kleinschalig cultuurlandschap waarin er bospercelen en houtwallen afgewisseld werden met landbouwpercelen. Hoewel het gebied is veranderd door de eeuwen heen is het kleinschalige karakter behouden gebleven. Het kleinschalig landschap is een snel verdwijnend landschapstype, onder andere door intensivering van de landbouw en uitbreidende woonwijken. Wat maakt een kleinschalig landschap nou zo waardevol? Dit type landschap wordt ook wel coulisselandschap genoemd vanwege de landschapselementen die uit het zicht verdwijnen en weer verschijnen. Dichte en open percelen wisselen elkaar af. Hierdoor voelen soorten zich thuis die gebonden zijn aan een bosrijker habitat maar ook soorten van graslanden. Er zijn ook juist soorten die gebonden zijn aan de combinatie van bosrijkgebied en open graslanden. Een perfect voorbeeld hiervan is de groene specht. De groene specht speurt graslanden af op zoek naar insecten als mieren voor voedsel. Voor broedgelegenheid zoekt de soort het hogerop. Oude bomen met holtes zijn dé locatie waar de groene specht nestelt.
Groene specht (iStock)
Het gebied is door het landschap bij uitstek geschikt voor de das. Dassen eten namelijk vooral regenwormen, die ze in de weilanden kunnen vinden. De bossen wordt ook wel gebruik om naar voedsel te zoeken, maar zijn vooral belangrijk voor hun burchten. Een soortgelijk situatie doet zich voor bij de kauw. Deze vogel leeft in groepsverband en is regelmatig in het gebied te zien. Als je eens een blik werpt op de grasvelden nabij het bedrijventerrein kan je ze in grote getalen aantreffen. Met name in de winter kan je soms honderden tegelijkertijd zien. Hier speuren ze het grasveld af naar voedsel. Ze broeden daarentegen weer in holle bomen of in onder de dakranden of schoorstenen van woningen.
Een heilige verbintenis Het gewoon Jacobskruiskruid is een geelbloemige plant die veel te vinden is in het kruidenrijke grasland in het gebied. Hoewel het op het eerste gezicht een normale plant lijkt heeft het een belangrijke functie. Wie de plant tussen de maand juli en september eens van dichterbij bekijkt kan wat speciaals ontdekken. Op dit moment zijn namelijk de opvallende zwart met oranjegeel gestreepte rupsen van de Sint- Jacobsvlinder te zien.
Gebiedsfoto (Google Maps)
Eenmaal volgegeten van het blad en de bloemen van het gewoon Jacobskruiskruid is het tijd voor de volgende fase, de rups gaat zich verpoppen. De pop van de vlinder overwintert als cocon in de grond, waarna de vlinder vanaf begin april de pop uitkomt en als vlinder verder leeft. Als vlinder ziet de sint-Jacobsvlinder er anders uit, dan is de soort helemaal zwart met rode strepen en stippen.
Projectnummer xx
Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem
95 ha Buitengebied Gooreerdgronden (zand, zwak leemhoudend)
Karakteristiek Het landschap is door de eeuwen heen erg veranderd. De groene zoom werd rond 1850 gekenmerkt door bospercelen met daar tussen boerenpercelen, wat we tegenwoordig het kleinschalig cultuurland noemen. Tot aan de jaren ‘30 bleef dit beeld nagenoeg behouden. Hierna verdwijnen de bospercelen en bleef een landschap gedomineerd door agrarisch landgebruik. De meeste erven werden afgescheiden door heggen en houtwallen. Rond de jaren ‘30 kwam ook de veehouderij in opkomst, mede doordat de visserij door het afsluiten van de Zuiderzee afnam. In Tonsel kwam een eendenfokkerij. Hoewel de rest van de omgeving relatief behouden bleef, groeide de veehouderij in het noorden in omvang. Rond het jaar 2000 vond hier wederom een transitie plaats. Er ontstond hier een bedrijventerrein, die tot op de dag van vandaag nog aanwezig is. Inmiddels is de rest van het gebied ook veranderd. Zo is het aandeel woningen, en met name grote vrijstaande woningen, toegenomen. Hoewel de verbinding van landschap in het noorden wordt onderbroken door de Groene Zoomweg, is de verbinding met het zuidelijker gelegen gebied sterk. Veel groene elementen als bospercelen zorgen voor deze verbinding.
Leven op het boerenerf Het boerenerf biedt veel kansen voor biodiversiteit. Het is een waar leefgebied is voor allerlei soorten. We hebben het hier dan niet over moderne grootschalige boerderijen met veel verharding, waar alles strak en netjes is. Het gaat hier juist om de kleinschalige boerenerfjes, waar nog ruimte is voor een heg, een rommelhoekje en een boom. Want juist deze elementen zijn van levensbelang!
Jacobskruiskruid en de rups van de sint- Jacobsvlinder (E. Witter)
De heggenmus is afhankelijk van struiken en heggen. In de vroege ochtend zal de heggenmus boven in de heg luidkeels zingen. Een groot deel van de dag zal je de heggenmus niet of nauwelijks te zien krijgen. Dit is het moment waarop de bodem onder de heg wordt afgespeurd naar voedsel. En als hij daar niet te vinden is zit de mus midden in de heg te broeden. Zo worden alle etages van de heg benut. Hoe kan het ook anders? Het is per slot van rekening de heggenmus!
Daar waar rommelhoekjes aanwezig zijn krijgen grassen de kans om te groeien en is regelmatig de paarse kleur van de paarse dovenetel te zien. Dit is de plek waar muizen verscholen zitten en dat is maar goed ook want het boerenerf kent een echte jager. Deze jager wordt actief als de zon begint te dalen. Het gaat hier om de steenuil. Een leeg plekje op de zolder van de hooischuur, een holte in een knoestige boom of een heuse steenuilenkast biedt de juiste broedplek voor de steenuil. Vanuit de top van de heg of vanaf een paaltje kijkt hij uit over de grasvelden op zoek naar regenwormen, emelten, grote insecten of kleine zoogdieren. Omdat de steenuil doorgaans niet meer dan 350 meter van zijn nestlocatie komt, is een hoge prooidichtheid van belang. Dit vergt een afwisseling in landschapselementen. Het is dan ook niet voor niets dat de steenuil vooral in het kleinschalige landschap opduikt.
227 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)
Vogels (40 waargenomen)
Das (B. van de Ven)
Het spoor als faunasnelweg Dwars door het gebied heen loopt de spoorweg. Spoorwegen worden niet alleen gebruikt voor het vervoeren van mensen, ook dieren gebruiken de bermen langs het spoor om te migreren. Dit is niet altijd even goed nieuws. Nederlandse soorten kunnen zich via deze routes verspreiden maar ook ongewenste exoten winnen snel terrein. Eén van deze soorten is de coloradokever. Een ware plaag voor telers van aardappelen en bieten. De kever legt eitjes op de onderkant van het blad van de aardappel waarna de uitgekomen larven de plant kaalvreten. Een echte spoorbermbewoner is de mi-vlinder. Dit is een nachtvlinder die overdag actief is. De grassen en kruiden die langs de spoorweg groeien vormen waardplanten waar de vlinder haar eitjes op afzet. Het vliegen tussen de grassen is niet zonder risico. De wespspin heeft hier haar web gespannen en is een spin die grote en sterkte prooien vangt. Hommels en sprinkhanen zijn geen uitzondering.
Groene specht Heggenmus Kauw Putter Scholekster
Spreeuw Steenuil Torenvalk Witte kwikstaart Zwarte roodstaart
Reptielen, Amfibieën & Vissen (0 waargenomen)
Vleermuizen (2 waargenomen) Gewone dwergvleermuis Laatvlieger
Overige Insecten (49 waargenomen) Aziatisch lieveheersbeestje Bolle duinslak Coloradokever Mi-vlinder Sint-jacobsvlinder
Sint-jansvlinder Stokroossnuitkever Vuurwants Wespspin Zuringspanner
beste deelgebied 1.550
Zoogdieren (3 waargenomen) Eekhoorn Konijn Mol
Dagvlinders (15 waargenomen) Bruin blauwtje Bruin zandoogje Groot dikkopje Hooibeestje Icarusblauwtje
0
227
Steenuil (iStock)
Libellen (0 waargenomen)
Klein koolwitje Kleine parelmoervlinder Kleine vuurvlinder Landkaartje Zwartsprietdikkopje
Planten (80 waargenomen) Avondkoekoeksbloem Paarse dovenetel Bosanemoon Peen Gewone spurrie Rolklaver Gewoon Sleedoorn jakobskruiskruid Zilverschoon Kromhals
Mossen & Schimmels (38 waargenomen) Bleek vingermos Boomrookkorst Dun schaduwmos Elzenvlag Fijne geelkorst
Groen boomschildmos Groot dooiermos Heksenvingermos Stinzenkorst Vliegenzam
Ben je benieuwd wat er op dit moment aan soorten wordt gezien? Projectnummer xx
Neem eens een kijkje op waarneming.nl. Hier vullen vrijwilligers hun waargenomen soorten in. Steeds meer mensen voeren in wat ze hebben gezien. Op die manier leren we welke soorten voor kunnen komen. Deze kennis vormt een basis voor bescherming van de biodiversiteit. Wil je zelf een bijdrage leveren of soorten leren kennen ? Dan is er een app voor op je telefoon die aan de hand van foto’s kan herkennen welke soort je hebt gezien. Kijk op obsidentify.
‘Ambassadeur’ van dit deelgebied is de putter. De “ambassadeur” van het gebied is de putter. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat de putter een prachtige soort is om in je tuin te kunnen zien. Net als alle anders soorten heeft de putter behoefte aan voedsel, voortplantingsplekken, veilige plekken om te rusten, vocht en verbindingen tussen de verschillende delen van het leefgebied. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.
Voorwaarde
Pluspunten
Ontwikkelkansen
Waar?
Wie?
Grote groene erven
• In het gebied zijn grote erven aanwezig met groene elementen als hagen en rommelige hoekjes. Hier ontstaan vestigingsplekken voor flora en verblijfplaatsen voor fauna.
Tuinen
Inwoners
Groene elementen
• In het gebied zijn veel lanen aanwezig die dienen als landschapselementen waarlangs gemigreerd kan worden. • De diverse terreinen in het gebied worden omsloten door groene elementen als bosschages en houtwallen. • De bermen en meerdere percelen bestaan uit een kruidenrijke graslandvegetatie. De bloemen komen hier tot bloei en bieden nectar aan een tal van insecten. Daarnaast vormen kruiden waardplanten van insecten en vlinders.
Openbaar groen Particulier grondbeziet (erf, weiland)
Inwoner Gemeente
Verbinding met zuidelijke omgeving
• Het gebied staat in verbinding middels elementen als bospercelen en lanen met de zuidelijke omgeving. Dit zorgt ervoor dat grondgebonden zoogdieren een veilige migratieroute hebben. Vliegende soorten als vogels, vleermuizen en insecten hebben een landschappelijk vliegroute.
Bermen en openbaar groen
Gemeente
Minpunten
Ontwikkelkansen
Waar?
Wie?
Slechte verbinding met het stedelijk gebied
• De verbinding met het stedelijk gebied wordt doorkruist door de Groene Zoomweg. Hoewel er fietstunnels zijn die onder de weg door lopen zijn er geen veilige groene verbindingen. Faunapassages zouden deze functie op zich kunnen nemen en zorgen voor een veilige migratieroute voor grondgebonden fauna.
openbaar groen openbare weg
Gemeente
Korte gazons
• In vele tuinen bestaat de inrichting nog voornamelijk uit een kort gemaaid gazon. Het later maaien zorgt voor een toename aan kruiden en daarmee aan nectarrijke bloemen.
Woningen
Inwoner Gemeente Ondernemers
Toenemende verharding
• Het aandeel woningen neemt toe in het gebied. De trend in tuinen is tegenwoordig nog steeds verharding. Door te kiezen voor een andere inrichting zal niet alleen de biodiversiteit toenemen, maar ook het regenwater beter afgevoerd worden.
Tuinen
Gemeente Inwoner
Verbetermaatregel voor de ambassadeur
Nestkasten voor putter bestaan niet. Als Verblijfplaats: nestlocatie zijn lage, dichte struiken of putters bouwen hun hagen zeer geschikt. Zorg dat een haag eigen nest. breed genoeg is om een nestje in te kunnen verstoppen. Drinkplaatsjes aanleggen in de tuin helpt Vocht: zaadeters veel soorten. Er hoeft maar een klein hebben over het laagje water in aanwezig te zijn. Zorg dat algemeen veel een drinkbak op een veilige plek ligt, in behoefte aan vocht. de buurt van een boom of dichte struik. Putters eten allerlei zaden, vooral van distels, kaardenbollen en dergelijke. In Voedsel: putters zijn de tuin kun je zo ook lokken met zaadeters. zonnebloempitten. Maar laat ook eens kruiden in de tuin uitbloeien zodat ze zaad kunnen vormen.
Putter (B. van de Ven)
Projectnummer xx Drinkende putters (E.Witter)
Beschermd gebied
Wolderwijd en oeverzone Gebieden onder bescherming In de Europese Unie en daardoor in Nederland zijn er een aantal gebieden zo bijzonder dat ze als beschermd “Natura 2000-gebied” zijn aangemerkt. Het doel? Het beschermen van de huidige flora en fauna en de populatiegroei van bijzondere soorten stimuleren. Het Wolderwijd is onderdeel van het Natura 2000-gebied de Veluwerandmeren. Dit betekent dat dit gebied onder bescherming staat van de overheid en dat er veel werk wordt gedaan om het gebied te beschermen. Ook worden er specifieke “doelsoorten” opgesteld. Soorten waarvan de populatie in stand gehouden moeten worden.
Een paradijs voor paradijsvogels
De kleine modderkruiper is zo’n soort. Deze is al door vrijwilligers waargenomen en schijnt het goed te doen. De soort dankt zijn naam aan een leven wat wordt doorgebracht in slib, waar de vis algen en plankton filtert uit de voedzame modder. Ook de meervleermuis is een doelsoort. Deze vleermuissoort zoekt zijn voedsel op het wateroppervlak, het liefst boven grote open wateren.
Even kleurrijk zijn soorten die je langs de oevers kunt tegenkomen, zoals de felblauwe ijsvogel of exotische baardman. Om Nederlandse paradijsvogels te zien is een dagje eropuit met een verrekijker langs de oevers van Harderwijk een aanrader.
Maar niet alleen de overheid beschermt, de burger doet dat net zo! In de Natuurtuin Harderwijk, direct gelegen aan de oever, is een walhalla ontstaan voor ongewervelden (organismen zonder ruggengraat) zoals de junikever, moeraszweefvlieg en gewone slobkousbij. De natuur beschermen begint bij jezelf, en dat hebben de vrijwilligers van de natuurtuin goed begrepen!
Terwijl je naar het kleurenpallet aan eenden zit te kijken vliegen de visdiefjes en aalscholvers boven het water. De laatste is een Natura 2000 doelsoort en kan hier ongestoord rusten, foerageren en slapen. De visdief, een brutale jongen, vliegt rond en doet waar de vogel het beste in is: met een duikvlucht vangt hij kleine voorntjes en andere visjes.
Het Wolderwijd. Een mysterieuze naam, ooit bedacht door Godfried Bomans, zet de even mysterieuze naam van de Zuiderzee om in een beschrijving van een wilde zoute zee naar een rustiger zoet vaarwater. Met de inpoldering van wat nu Flevoland is verdween de binnenzee en maakte ze plaats voor nieuwe “gecreëerde” natuur.
Kranswieren
Waar vroeger tegen weer en wind werd gevist door de Hardewijker vissers, wordt er nu zomers rondgevaren en gezeild door sloepen en optimisten.
In het gebied tref je de meest bijzondere en kleurrijke vogels. In totaal zijn er 165 verschillende soorten gemeld. Vooral eenden en zwanen gebruik het open water om te rusten of voedsel te zoeken, zoals kleurrijke soorten als krooneend en pijlstaart en speciaal beschermde kleine zwanen.
Oeverzone (E.Witter)
Kleine modderkruiper (iStock)
Projectnummer xx
Eén van de redenen voor de aanwijzing tot Natura 2000gebied is de aanwezigheid van kranswieren. Dit zijn meercellige zoetwateralgen, die onder water leven. Ze groeien vanaf de bodem en kunnen uitgestrekte velden met lange slierten vormen. Ze groeien alleen in helder, onvervuild, stilstaand of zwak stromend water. Als de waterkwaliteit achteruitgaat zul je dat direct terugzien in de begroeiing met kranswieren. Vertroebeling van het water door toename van (recreatieve) scheepvaart werkt nadelig, maar ook de aanwezigheid van meststoffen zoals fosfaat zijn nadelig voor de soort. De begroeiing wordt dan al snel overgenomen door woekerende soorten als fonteinkruid. Je zou het kunnen vergelijken met de toename van bramen op het vaste land.
Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige
977 ha Beschermd gebied Oevers poldervaaggrond (klei) Beschermd gebied (Natura 2000)
Karakteristiek
Het Wolderwijd is een randmeer. Randmeren zijn ooit bedacht als een buffer tussen het bestaande “oude land” en het vaak lager gelegen “nieuwe land”. Randmeren zoals het Wolderwijd zorgen dat het grondwaterpeil van het oude land niet zakt naar het pijl van het nieuwe land. Het Wolderwijd is nu een uitgestrekt meer, grenzend aan het natuurgebied Harderbroek en het dorp Zeewolde en de stad Harderwijk. Middenin het meer liggen drie eilanden: De Zegge, De Biezen en Knarland. De oeverzone bestaat uit stranden en natuurlijke oevers. Hier is plek voor recreatie samen met de natuur. De oeverzone en het Wolderwijd ontmoeten elkaar op een kunstmatige luwte die ruimte geeft aan watervogels en waterplanten. Deze luwte is zichtbaar is door het heldere water van het randmeer.
Roerdomp (E. Witter)
In het riet zie je me niet In het riet hoor je meer dan je ziet. De meeste soorten die er voorkomen leven er verborgen. Kleine karekieten, rietzangers, rietgorzen, al deze soorten hebben een lichtbruin verenkleed. Alleen de zang verraad de aanwezigheid.
Snoek (iStock)
Als het gaat om camouflagekleuren spant de roerdomp de kroon. Deze reigerachtige heeft niet alleen de kleuren van rietstengels en rietpluimen, hij voert het verstoppen nog een niveau hogerop. Als de soort denkt te worden gezien strekt hij zich uit met de snavel recht omhoog. Zo gaat hij helemaal op in zijn omgeving.
De rietoevers langs het Wolderwijd zijn over het algemeen niet erg breed. Afslag vanaf de kant van het water en verruiging vanaf de kant van het land zorgen ervoor dat er sprake is een strook en niet zozeer van een rietmoeras. Bredere rietkragen, met overjarig riet zijn voor soorten nodig om te kunnen nestelen, voedsel te zoeken en voldoende beschutting te vinden. Desondanks is dit gebied soortenrijk, met veel watergebonden soorten, waaronder zeldzame soorten, zoals de gevlekte en Noordse witsnuitlibel. Zonder de aanwezigheid van schoon en helder water met voldoende watervegetatie zul je deze soorten niet snel aantreffen.
1025 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)
Vogels (165 waargenomen)
Krooneend (G.J. Assink)
Wat spreken de vissen? In de omgeving van het Wolderwijd worden veel waarnemingen gedaan van de mooiste vogels, libellen, vlinders en zoogdieren. Maar wat onder het water oppervlak leeft blijf meestal geheim, en is meestal ook een stuk complexer. De soortensamenstellingen van vissen in water kunnen wel heel wat zeggen over de kwaliteit van het leefgebied. Zo spelen de blankvoorn en de snoek hun kat-en-muis spel graag in schoon, helder water en wroet de brasem graag in ondiepe bodems waardoor het water troebel wordt. Ook soorten zoals de tiendoornige stekelbaars, kleine modderkruiper en marmergrondel kunnen hier op de ondiepe plekjes tussen planten en bodem hun rust en eten vinden. Zelfs een van de meest bijzondere vissen van Nederland, de aal (paling), zwemt hier gemoedelijk rond. Na een reis te hebben afgelegd van meer dan 6.000 km (!) vanaf Mexico betreedt de aal het Wolderwijd om hier zijn geschminkte levenscyclus af te leggen: eerst is hij doorzichtig, dan geel, dan rood en dan grijs, om na meer dan 30 jaar rondzwemmen weer terug te keren naar de andere kant van de wereld.
Aalscholver Pijlstaart Baardman Rietgors Kleine karekiet Roerdomp Kleine zwaan Visdief Krooneend Zeearend Kuifeend Reptielen, Amfibieën & Vissen Visdief Rietgors (16 waargenomen) Baardman Gewone pad Aal Kleine modderkruiper Baars Meerkikker Blankvoorn Snoek Brasem Bastaardkikker Tiendoornige stekelbaars
Overige Bastaardkikker Insecten Tiendoornige stekelbaars (392 waargenomen) Gewone slobkousbij Grote schaatsenrijder Junikever Kustsprinkhaan Moerassprinkhaan
Moeraszweefvlieg Rietvink Trage rietkever Walstropijlstaart Wilgenwespvlinder
Ben je benieuwd wat er op dit moment aan soorten wordt gezien?
1025
Zien doe je de roerdomp zelden, maar je kunt ze al van verre horen. De roerdomp laat in de schemering een diepe “hoemp” horen, alsof er in een hele grote flessenhals wordt geblazen.
0
beste deelgebied 1.550
Vleermuizen (3 waargenomen)
Zoogdieren (11 waargenomen)
Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Ruige dwergvleermuis
Bever Boommarter Bruine rat Egel Haas
Dagvlinders (25 waargenomen) Bont zandoogje Boomblauwtje Citroenvlinder Groot dikkopje Grote vos
Grote weerschijnvlinder Icarusblauwtje Klein koolwitje Kleine vos Kleine vuurvlinder
Planten (336 waargenomen) Gele lis Gewone dotterbloem Krabbescheer Loos blaasjeskruid Moerasmelkdistel
Pijlkruid Riet Rietorchis Waterlepeltje Wolfspoot Moerasmelkdistel Watermunt
Konijn Mol Rosse woelmuis Vos Woelrat Mol Libellen (27 waargenomen) Bruine rat Woelrat Azuurwaterjuffer Bruinrode heidelibel Gevlekte witsnuitlibel Gewone oeverlibel Lantaarntje
Noordse witsnuitlibel Smaragdlibel Vroege glazenmaker Vuurjuffer Weidebeekjuffer
Mossen & Schimmels (50 waargenomen) Echt judasoor Eikentakstromakelkje Gele trilzwam Gewone franjezwam Gewoon dikkopmos
Inkttruffel Langsteelfranjehoed Levertraanzwam Rode kelkzwam Ruw kransblad
Projectnummer xx
Neem eens een kijkje op waarneming.nl. Hier vullen vrijwilligers hun waargenomen soorten in. Steeds meer mensen voeren in wat ze hebben gezien. Op die manier leren we welke soorten voor kunnen komen. Deze kennis vormt een basis voor bescherming van de biodiversiteit. Wil je zelf een bijdrage leveren of soorten leren kennen ? Dan is er een app voor op je telefoon die aan de hand van foto’s kan herkennen welke soort je hebt gezien. Kijk op obsidentify.
‘Ambassadeur’ van dit deelgebied is de baardman. De “ambassadeur” van het gebied is de baardman. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat dit deelgebied nog niet het optimale leefgebied vormt, maar dit wel zou kunnen worden. Net als alle anders soorten heeft de baardman behoefte aan voedsel, voortplantingsplekken, veilige plekken om te rusten, vocht en verbindingen tussen de verschillende delen van het leefgebied. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.
Voorwaarde
Pluspunten
Ontwikkelkansen
Waar?
Bescherming onder Natura 2000-regime.
• De Natura 2000 status zorgt voor mogelijkheden om te ontwikkelen voor bijzondere Habitat- en Vogelrichtlijnsoorten.
Veluwerandmeren Ministerie van I&W
Schoon en ondiep water.
• Schoon water voor veel vissoorten om voort te planten en voor kranswieren om te groeien. Richt bepaalde delen van het Wolderwijd in voor bepaalde functies.
Wolderwijd
Gemeente en Ministerie van I&W
Natuurlijke oevers.
• Beperk recreatie tot bepaalde stranden/oevers. Zorg voor stilte en rust in de beschermde delen van de oevers voor rietsoorten en andere soorten.
Oeverzone
Gemeente en Ministerie van I&W
Minpunten
Ontwikkelkansen
Veel recreatie op het meer en daardoor verstoring.
• Door stiltegebieden en periodes van rust voor broedvogels te implementeren is er meer kans dat bijzondere vogels zich succesvol kunnen voortplanten.
Oevers en de eilanden
Gemeente en Ministerie van I&W
Recreatie op het strand en op de oevers.
• Zorg dat er geen afval, geluid of andere manieren van vervuiling voorkomen door regels te stellen aan het strand en afvalbakken neer te zetten. • Beperkt het aanmeren van boten in de oeverzone. Deze worden zowel in aantal als in omvang steeds groter en zorgen er voor dat rietoevers aangetast en verstoord worden
Oeverzone
Gemeente Recreanten
Gemaaide oevers.
• Het maaien van oevers zorgt voor het verdwijnen van leefgebieden van veel insecten en vogels. Laat de oevers groeien.
Oeverzone
Gemeente Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Verbetermaatregel voor de ambassadeur
Wie?
Om nieuwe leefgebieden te bereiken is Verbinding: In de het van belang om aaneengesloten winter zwerven rietgebieden te hebben. Voorkom het baardmannen rond. ontstaan van grote onderbrekingen in de rietkraag en hef bestaande “gaten” op. Verblijfplaats: Baardmannen hebben het liefst grote oppervlaktes riet.
Voor de baardman is het belangrijk om brede rietkragen te behouden. Maatregelen voor het verbreden kunnen bestaan uit tegengaan van afkalving.
In de winter bestaat het voedsel uit Voedsel: De rietzaad. Daarom is het van belang om baardman eet voldoende areaal met overstaand riet te insectjes, maar in de hebben, met rietpluimen. Houd hier winter stapt hij over. rekening mee als er riet wordt gemaaid
Baardman (B van de Ven) Witter)
Projectnummer xx Rietmoeras (E. Witter)
Waar?
Wie?