CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. 240624 Commentaarnota Omgevingsvisie Harderwijk 2040 (2)

Raadsvergadering 12 december 2024, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Vaststelling Omgevingsvisie Harderwijk 204026.872 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Opmerking 8.14 Indien er waterkeringen worden versterkt/verhoogd binnen de belemmerde strook van een hoogspanningsverbinding, verzoekt indiener vooraf overleg met indiener te plegen. Reden hiervoor is dat aan veiligheidsnormeringen voldaan moet worden qua afstand tussen de ondergrond tot aan de draden van een hoogspanningsverbinding. Commentaar 8.14 Dat is niet van toepassing. Harderwijk kent geen primaire waterkeringen met veiligheidsnormeringen.

Opmerking 8.15 Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wilt indiener de gemeente adviseren om de initiatiefnemers, vooraf aan de verlening, een gesprek aan te laten gaan met indiener. Op deze manier kan indiener voorwaarden stellen voor de uit te voeren (bouw)werken en toetsen of de plannen (technisch) realiseerbaar en toelaatbaar zijn. Eventuele wijzigingen kunnen dan worden verwerkt in de tekening en dan kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen aan de hand van de juiste tekeningen.

Indiener benadrukt dat een bevoegd gezag verplicht is om advies in te winnen bij de netbeheerder volgens de regels van een bestemmingsplan (red. sinds 1 januari 2024 zijn bestemmingsplannen opgenomen in het omgevingsplan) voordat een omgevingsvergunning kan worden verleend. Commentaar 8.15 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen. Wanneer er een verplichting geldt om vooraf advies in te winnen bij de netbeheerder wordt daar vanzelfsprekend opvolging aan gegeven.

Opmerking 8.16 Indiener vraagt voor het toestaan van vergunning vrije activiteiten een uitzondering te maken in gebieden waar zich de belemmerde strook van een hoogspanningsverbinding bevindt. Bijvoorbeeld het vergunning vrij toestaan van een uitbreiding van een schuur binnen de belemmerde strook kan risico's met zich meebrengen. Commentaar 8.16 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen. Dit aspect is wordt verder in overweging genomen op het moment dat de regels uit het tijdelijk omgevingsplan– volgens de geest van de Omgevingswet - omgezet worden naar het definitieve omgevingsplan.

Opmerking 8.17 Bij de ontwikkeling van een bedrijventerrein verzoekt indiener om een uitsluiting van BRZO-bedrijven in de directe nabijheid van hoogspanningsinfrastructuur, omdat deze bedrijven van invloed kunnen zijn op de leveringszekerheid van indiener. Commentaar 8.17 Deze opmerking wordt meegenomen bij het opstellen van het omgevingsplan.

Opmerking 8.18 Indiener adviseert om bij het wijzigen van een bestemming afstemming met indiener te hebben over de gewenste ontwikkelingen. Dit omdat de meeste bestemmingen verschillende afstanden onder de NEN-veiligheidsnorm hebben. Commentaar 8.18 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen. Wanneer er ontwikkelingen zijn waarvoor het relevant is om afstemming te zoeken, wordt dit gedaan. Verder zullen de NEN-veiligheidsnormen in beschouwing genomen worden bij ontwikkelingen.

Conclusie De opmerkingen hebben geen aanleiding gegeven om de Omgevingsvisie Harderwijk 2040 te wijzigen.

Zienswijze 9 Opmerking 9.1 Indiener vindt de concept Omgevingsvisie Harderwijk 2040 een mooi plan en verwijst voor de opmerkingen naar de opmerkingen van zienswijze 11. Commentaar 9.1 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen. Voor de gemeentelijke reactie op opmerkingen uit zienswijze 11 wordt verwezen naar de behandeling verderop in deze commentaarnota.

Conclusie De opmerking heeft geen aanleiding gegeven om de Omgevingsvisie Harderwijk 2040 te wijzigen.

Zienswijze 10 Opmerking 10.1 In paragraaf 4.3.4 (Inwoners in kwetsbare situaties) wordt het project Knarrenhof benoemd. Door de toenemende vergrijzing en ontoereikende zorg, vraagt indiener om meer urgentie voor het ontwikkelen van Knarrenhofjes of Meergeneratiehofjes. Commentaar 10.1 Het uitwerken van maatregelen om doelen te verwezenlijken hoort thuis in het thematische programma Bouw&Infrastructuur, onderdeel volkshuisvestelijk programma. De gemeente gaat als onderdeel van dit programma uitwerken op welke wijze samensterk-concepten kunnen worden uitgewerkt.

Opmerking 10.2 Volgens indiener verschilt het woord “collectieve woonvormen” of “cluster woningen” in hun vorm van een “Knarrenhof” of “Meergeneratie Hof”. Een belangrijk verschil hierin is dat het concept

behouden blijft, doordat nieuwe kopers of huurders vanuit dezelfde gedachten de woningen overnemen of kopen waarbij de woningvoorraad voor deze groep mensen behouden blijft. Commentaar 10.2 De gemeente gebruikt samensterk-woonconcepten waarbij verschillende uitwerkingen mogelijk zijn. Ook het concept van de Knarrenhof kan steun verwachten waarbij bij de aanbesteding de daarvoor bestaande regelgeving moet worden gehanteerd. De gemeente spreekt geen voorkeur uit, omdat dat niet kan binnen de regelgeving van de Europese dienstenrichtlijn .

Opmerking 10.3 In paragraaf 4.3.4.2. (Verbinding rondom wijkcentra: ondersteuning en zorg nabij) staat beschreven hoe nieuwe woonvormen kunnen bijdragen aan de zorgbehoefte. Indiener vraagt daarbij aandacht voor extra investeringen, bijvoorbeeld door een deel uit het Zorgbudget te investeren in kleinschalige woonvormen zoals een Knarrenhof. Ook vraagt indiener extra aandacht voor de voordelen van collectieve woonvormen, namelijk het bieden van betaalbare levensloop bestendige woningen, het activeren, stimuleren en omzien naar elkaar in verschillenden cohorten aan leeftijden en het makkelijk en efficiënt bedienen van zorgaanbieders aan hun clienten. Commentaar 10.3 Het uitwerken van maatregelen om doelen te verwezenlijken hoort thuis in het thematische programma Bouw&Infrastructuur, onderdeel volkshuisvestelijk programma. De gemeente gaat als onderdeel van dit programma uitwerken op welke wijze samensterk-concepten kunnen worden uitgewerkt. Opmerking 10.4 In paragraaf 4.4.3.4 (Een passende woning voor iedereen) staat beschreven dat woonplek en woonomgeving zo veel mogelijk moeten worden afgestemd op de behoeften. Voor ouderen is de aanwezigheid van voorzieningen daarbij essentieel. Indiener vraagt om een meer concrete invulling omtrent het senioren woon- en zorgprobleem.

Hierbij wordt verwezen naar de woningopgave in de regio Noord-Veluwe en de oplossing van geclusterde woonvormen. Commentaar 10.4 Het uitwerken van maatregelen om doelen te verwezenlijken hoort thuis in het thematische programma Bouw&Infrastructuur, onderdeel volkshuisvestelijk programma. De gemeente gaat als onderdeel van dit programma uitwerken op welke wijze samensterk-concepten kunnen worden uitgewerkt. Conclusie De opmerkingen hebben geen aanleiding gegeven om de Omgevingsvisie Harderwijk 2040 te wijzigen.

Zienswijze 11 Opmerking 11.1 Op pagina 12 wordt de vraag gesteld welke stad we willen zijn. Het antwoord dat dit ligt besloten in de historie en dat Harderwijk trots is op haar verleden en dat koestert, wordt ten zeerste onderschreven door indiener. Commentaar 11.1 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen.

Opmerking 11.2 Op pagina 12 wordt geschreven dat toeristische attracties en aansprekende evenementen dagelijks veel mensen naar de stad trekken. Indiener onderkent dit, maar is van mening dat dit ook of zelfs in nog in meerdere mate geldt voor ons cultureel erfgoed. Commentaar 11.2 Met de term ‘toeristische attracties’ wordt ook het cultureel erfgoed bedoeld. Ter verduidelijking zal de tekst aangepast worden (zie conclusies).

Opmerking 11.3 In paragraaf 1.5.1, pagina 15 wordt de alliantiebenadering toegelicht. Naast het punt “Het domein Stad en omgeving en het domein Mens en Maatschappij aan elkaar koppelt (zoeken naar samenhang)” , verzoekt indiener het punt “mede gericht is op het in contact komen met de geschiedenis van Harderwijk (weten waar je vandaan komt)” toe te voegen. Commentaar 11.3 In de Omgevingsvisie Harderwijk 2040, paragraaf 1.5.1, is de tekst die indiener verzoekt op te nemen, al aanwezig.

Opmerking 11.4 Op pagina 15 wordt de alliantiebenadering toegelicht. Bij punt 3 De Alliantie van Bebouwing en Infrastructuur, wil indiener benadrukken dat de monumenten van Harderwijk niet voor enige decennia zijn neergezet, maar hun waarde vaak al eeuwenlang wordt aangetoond. Commentaar 11.4 In de tekst wordt dat niet ontkend maar zelfs expliciet bevestigd.

Opmerking 11.5 Indiener is positief te spreken over de vastlegging van herkenbare historische structuurdragers in de basisstructuur. Ook wordt onderschreven dat van initiatiefnemers van nieuwe bouwplannen geëist wordt dat ze een bijdrage leveren aan de basisstructuur en dus de herkenbare historische structuurdragers. Indiener geeft aan deze uitspraak positief te bejegenen en de uitwerking daarvan kritisch, opbouwend van toon volgen en daar waar nodig de aandacht hierop (blijven) vestigen. Commentaar 11.5 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen.

Opmerking 11.6 In paragraaf 3.5 wordt de historische structuurdragers uit de alliantiebenadering beschreven. Indiener vindt deze uitwerking van de historische structuurdragers gedeeltelijk passen bij opmerking 11.5, maar benadrukt ook dat deze tekst vaag en vreemd is. Zo is volgens indiener historie overal te vinden, kent de tekst een opsomming van losse elementen zonder verbinding en worden woorden als ‘rijke verleden’ en ‘historische’ te vaak gebruikt zonder verdieping. Daarnaast benadrukt indiener dat historische achtergrond en militair verleden als aparte termen worden gebruikt, terwijl ook een militair verleden een historische achtergrond heeft. Volgens indiener past hier beter “historische achtergrond met onder andere een militair verleden”. Commentaar 11.6 De gemeente begrijpt dat de tekst voor meerdere uitleg vatbaar is en past de tekst aan (zie conclusies).

Opmerking 11.7 Indiener vindt de basisstructuurkaart (pagina 27) onduidelijk en incompleet. Zo zou de kaart geen Natura2000 gebieden aangeven en wordt de historische structuur gemist. Ook is het onduidelijk wat er bedoeld wordt met ‘historische plek’, aangezien alles historie herbergt. Indiener vraagt om meer duidelijkheid te geven over de basisstructuurkaart en deze compleet te maken. Commentaar 11.7 De basisstructuur is gebaseerd op 4 structuren. Voor de ontbrekende schakels in de structuren gebaseerd op groen en water is er voor gekozen om naar oude wegenstructuren en militair verleden te kijken. Het is niet de bedoeling om in de basisstructuur een compleet overzicht te geven van al het cultureel erfgoed. In het thematische programma Bouw&Infrastructuur kan uitgewerkt worden op welke wijze cultureel erfgoed een geïntegreerd onderdeel wordt bij iedere ontwikkeling.

Opmerking 11.8 Indiener is blij dat, met betrekking tot de Alliantie water en natuur, de cultuurhistorische natuur erkend en behouden wordt, zoals bijvoorbeeld de houtwallen. Commentaar 11.8 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen.

Opmerking 11.9 Op pagina 39 wordt beschreven: ‘De historische vestinggordel rond de binnenstad maakt onderdeel uit van het vasthouden van water en functioneert als waterretentiebekken’. Indiener onderschrijft deze tekst en is daarnaast voorstander om deze vestinggordel te versterken aan de noord- en oostkant van de stad, voor zowel de water- als de groenstructuur. Commentaar 11.9 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen.

Opmerking 11.10 Indiener vindt het goed dat op de themakaart water (pagina 43) naast de Beekdal Hierdense beek ook de andere historische beken aangegeven worden. Commentaar 11.10 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen. Opmerking 11.11 Indiener onderschrijft de waardevolle tekst over het cultuurhistorisch landschap en groen in Harderwijk (paragraaf 4.2.4.6). Commentaar 11.11 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen.

Opmerking 11.12 Op pagina 70 wordt de binnenstad beschreven als de ‘natuurlijke huiskamer van de Harderwijker samenleving en daarmee een bijzondere ‘wijk’ ’. Indiener erkent het feit dat erfgoed van belang is voor het huiskamergevoel.

Commentaar 11.12 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen.

Opmerking 11.13 Indiener onderschrijft de tekst uit paragraaf 4.3.3.5. Cultuur, identiteit, erfgoed. Daarnaast wordt benadrukt dat monumenten en cultureel erfgoed het waard zijn beschermd te worden en dat samenwerking met bewoners op dit gebied van groot belang is. Commentaar 11.13 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen.

Opmerking 11.14 Hoewel opmerking 11.13 onderschreven wordt, waarschuwt indiener voor knelpunten bij uitvoering van beleid en de bescherming van monumenten en cultureel erfgoed en noemt hierbij enkele voorbeelden in de binnenstad. Indiener vraagt om een uitbreiding van beleid om monumenten daadwerkelijk te beschermen en daarbij de verplichting bij verbouwing of verkoop van een monumentaal pand om voorwaarden te stellen zoals het opstellen van een beschrijving van de bouwhistorie. Ook is hierbij toezicht op uitvoering van het plan van belang. Commentaar 11.14 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen. De opmerking over de bescherming van monumenten wordt meegenomen in het nog op te stellen programma Bouw&Infrastructuur.

Opmerking 11.15 In paragraaf 4.2.1 wordt een beschrijving van omgevingskwaliteit gegeven voor het welbevinden van de inwoners. Indiener geeft aan deze tekst volledig te onderschrijven. Ook onderschrijft indiener het 4e en 5e principe ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Commentaar 11.15 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen.

Opmerking 11.16 Indiener vindt het goed dat de commissie omgevingskwaliteit er is, maar benadrukt de uitspraken kritisch maar altijd opbouwend te volgen en daar waar nodig te voorzien van commentaar.

Commentaar 11.16 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen.

Opmerking 11.17 Indiener vraagt aandacht voor het versterken van historische zichtlijnen naar het water vanaf de Vischpoort en Boulevard. Commentaar 11.17 Het belang van het beschermen van historische zichtlijnen wordt herkend. De opmerking zal worden meegegeven aan het gebiedsprogramma Stedelijk gebied, onderdeel Waterfront.

Opmerking 11.18 Indiener is blij met het initiatief om de gebouwen uit de naoorlogse periode te inventariseren. Daarnaast wordt met klem gevraagd om alle monumenten of ze nu op de gemeentelijke of rijksmonumentenlijst staan, alsook beeldbepalende panden, beeldende kunst en gevelornamenten, te beschrijven, zowel het interieur als exterieur, en te voorzien van (foto-) documentatie. Ook vraagt indiener met klem om deze beschrijvingen onderdeel uit te laten maken van uitwerkingsplannen en dat een vaste gemeentelijke medewerker met kennis en kunde van erfgoed dit (beheer en behoud) in zijn/haar portefeuille krijgt. Commentaar 11.18 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen. Het bereiken van de doelen, de wijze waarop en de benodigde maatregelen worden onderdeel van het programma Bouw&Infrastructuur. Het voorstel van indiener wordt meegenomen in de nadere uitwerking van dit programma.

Opmerking 11.19 Indiener wijst op het herinrichtingsplan van het Kloosterplein uit 2008. Met de ambitie uit de Omgevingsvisie voor de metamorfose van het Kloosterplein, vraagt indiener om deze herinrichting snel uit te voeren, omdat er gevreesd wordt voor uitstel. Ook worden zorgen geuit over het verplaatsen van het Marius van Dokkummuseum naar het kloosterplein en hoe publieksstromen te voet, op de fiets en per auto de entree naar dit museum zullen moeten vinden. Commentaar 11.19 De metamorfose van het Kloosterplein is onderdeel van het gebiedsprogramma Binnenstad (Uitvoeringsagenda Binnenstad). De opmerking zal worden meegegeven aan het projectteam Uitvoeringsagenda Binnenstad alsmede de zorgen die indiener uit over het Marius van Dokkummuseum. De zorg over uitstel kan niet direct worden weg genomen aangezien een en ander samenhangt met de beschikbaarheid van voldoende middelen maar met het opnemen in de omgevingsvisie geeft de gemeente aan dat zij het serieus neemt en borgt in de omgevingsvisie.

Opmerking 11.20 Indiener onderschrijft de tekst over de omgevingseffecten van horeca (pagina 98) en benadrukt dat indiener respect van de horeca verwacht jegens deze historische gebouwen waarin ze gehuisvest zijn of tegenaan gebouwd zijn. Daarbij gaat het niet alleen over overlast van buurtbewoners, maar ook om schade aan het historische karakter. Indiener hoopt dat dit meegenomen wordt in de uitwerkingsplannen en dat bevoegd personeel zoals BOA’s daadwerkelijk uitvoering geven aan hun taken in deze. Commentaar 11.20 In paragraaf 4.4.2.2 wordt beschreven hoe de commissie Omgevingskwaliteit toeziet op bouwplannen. Het gedrag van inwoners/ondernemers geeft aanleiding tot ingrijpen wanneer regels worden overtreden.

Opmerking 11.21 Indiener onderschrijft de tekst over de waarde van historie voor toeristen (pagina 119), maar waarschuwt hierbij dat de gemeente dan ook zichzelf verplicht deze rijke historie te beschermen. Indiener stelt voor om de volgorde in de opsomming aan te passen naar: historische binnenstad, Stadsmuseum, het Marius van Dokkummuseum etc. Commentaar 11.21 De Omgevingsvisie Harderwijk 2040 met haar ambities is zelfbindend voor de gemeente Harderwijk. Bij vaststelling zal de gemeenteraad de visie gebruiken om ontwikkelingen te toetsen aan de beschreven ambities en visie van de gemeente. Om deze ambities te bereiken zal de gemeente deze verder uitwerken in programma’s en/of in het omgevingsplan. De tekst wordt aangepast naar het voorstel van indiener. Opmerking 11.22 Indiener onderschrijft de tekst: “De gemeente ondersteunt Veluwe Agenda 2030: • Beschermen en versterken stamkapitaal: robuuste natuurnetwerken, vitaal landschap en beleefbaar erfgoed.” In paragraaf 4.4.6.6 op pagina 120. Commentaar 11.22 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen.

Opmerking 11.23 Indiener onderschrijft de tekst over het natuurlijk systeem van de binnenstad (paragraaf 5.2). Hierbij wordt benadrukt dat bij het streven om de stadsgrachten in haar volle omvang te herstellen, met name de Kuipwal en Scheepssingel, ook de nodige groenvoorzieningen van belang zijn.

Daarnaast zou volgens indiener de Vitringasingel beter ingericht kunnen worden door minder verkeer en de groenstructuur die de loop van de stadsgracht accentueert. Indiener mist in de tekst de toekomst van het Dolfinarium en haar directe omgeving. In deze discussie wilt indiener graag een rol spelen, met name met het oog op het vrijhouden van en mogelijk versterken van de historische zichtlijnen vanaf de stadsmuur en poorten naar het water (Zuiderzee). Commentaar 11.23 De opmerking over het groen bij zowel het herstel van grachten als bij de Vitringasingel zijn geborgd, omdat deze zijn opgenomen in de basisstructuur. In het kader op pagina 118 staat een korte visie op de toekomst van het Dolfinarium. Binnen het gebiedsprogramma Stedelijk gebied onderdeel Waterfront wordt nagedacht over de invulling van een deel van de Dolfinariumeiland. Binnen dit project vinden ook gesprekken met de directie van het Dolfinarium plaats. De suggestie van het vrijhouden van historische zichtlijnen wordt meegegeven aan het projectteam.

Opmerking 11.24 Indiener vindt het autovrij maken van de binnenstad een zeer ambitieus plan, maar ondersteunt dit plan volledig. Commentaar 11.24 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen.

Opmerking 11.25 p. 128, 2e bullit Er zijn zorgen voor wat betreft het groen onderhoudsniveau; de zorg van monumenten: Commentaar Herderewich: zorg voor totale ommuring van binnenstad met aanpalend groen, dat goed onderhouden moet worden. Met betrekking tot de zorg voor monumenten, zie eerdere opmerkingen. Commentaar 11.25 De gemeente begrijpt dat zorg voor monumenten verder reikt dan uitsluitend het gebouw. Ook zorg voor de omgeving van historische gebouwen en plekken verdient aandacht. De opmerking wordt meegegeven aan het Stadsbedrijf.

Opmerking 11.26 Indiener benadrukt het belang van het herontwikkelen van de Vuldersbrink (paragraaf 5.2 Binnenstad, pagina 128). Hierbij wordt aangeraden een masterplan op te stellen door een architect

met een bevlogen visie. Daarnaast moet woningbouw drager blijven van dit gebied, maar met aandacht voor duurzaamheid, groen en sociale veiligheid. Commentaar 11.26 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen.

Opmerking 11.27 Indiener benadrukt het belang van het behouden van de historische zichtlijnen vanaf de stadsmuur en poorten naar het water (Zuiderzee) en deze te versterken waar mogelijk. Voor het historisch havenkwartier stelt indiener voor de woonboten te verplaatsen naar een ander deel van de haven en hier met name historische boten, de bruine vloot en stoomboten te laten aanmeren. Ook zou volgens indiener de Scheepssingel toegevoegd moeten worden aan deze historische haven en moeten historische scheepshellingen weer zichtbaar gemaakt worden in het groen. Commentaar 11.27 Het belang van het beschermen van historische zichtlijnen wordt herkend. De opmerking zal worden meegegeven aan het gebiedsprogramma Stedelijk gebied, onderdeel Waterfront. Het bereiken van de doelen, de wijze waarop en de benodigde maatregelen worden onderdeel van het programma Bouw&Infrastructuur.

Opmerking 11.28 In paragraaf 5.21 (pagina 147) worden de ideeën en zorgen na aanleiding van de participatie benoemd. In punt 5 wordt beschreven “Het ontwikkelen van een heldere visie voor de stad, met focus op specifieke gebieden zoals de waterkant en de binnenstad”. Indiener stelt hierbij voor om een eenduidige visie op Harderwijk vervat in een algemeen thema op te stellen, zoals Harderwijk ‘garnizoenstad’, Harderwijk ‘vestingstad’’ of Harderwijk ‘Hanzestad’. Dit thema wordt vervolgens in al het beleid centraal gesteld en uitdragen. Ook worden hieraan vraagstukken getoetst. Mogelijke thema’s zijn: gastvrije stad, stad van passanten, hoofdstad van de Veluwe. Problemen met de thema’s garnizoen, vesting en hanze is dat andere ook belangwekkende thema’s zoals universiteit daarin niet vervat is en dat vele andere steden dit thema al gekozen hebben. Commentaar 11.28 De suggestie van de indiener heeft te maken met city-marketing. Zeer geschikt om een stad of gemeente te promoten. Dit is een onderwerp dat iets anders voorstaat dan een omgevingsvisie. Het woord visie is wellicht minder geschikt voor dit doel. De vraag komt in breder verband aan de orde in de regionale samenwerking met Ermelo, Zeewolde en Putten.

Opmerking 11.29 Punt 6 van de participatie conclusies beschrijft: “De behoefte aan beter onderhoud van openbare ruimtes, inclusief wegen, trottoirs en parken”. Deze conclusie wordt door indiener ondersteund. Verschillende straten die een onderhoudsbeurt nodig hebben worden door indiener benoemd en hierbij wordt voorgesteld een gewenst beeldkwaliteitsplan van bestrating en een reclameborden/sandwichborden beleid toe te voegen. Ook zou daar waar nodig meubilair en groen toegevoegd moeten worden. Commentaar 11.29 De opmerkingen op pagina komen voort uit de participatie en worden breed gedragen. Het betreft hier uitvoeringszaken die bij uitstek geschikt zijn om op te nemen in een nog op te stellen programma Bouw&Infrastructuur, onderdeel Beheer Openbare Ruimte.

Opmerking 11.30 Punt 9 van de participatie conclusies beschrijft: “Het verlangen naar een autovrije of autoluwe binnenstad, met verbeterde parkeervoorzieningen en alternatieve vervoersmogelijkheden”. Indiener stelt voor dit ook uit te breidden naar fietsen, door openbare stallingen aan rand van binnenstad te plaatsen en zo min mogelijk fietsen te laten plaatsen in de winkelstraten en tegen monumentale muren. Commentaar 11.30 Met alternatieve vervoerswijzen wordt ook op fietsen gedoeld en andere alternatieven. Zie daarvoor het thema mobiliteit en infrastructuur. Implementatie van het S.T.O.M.P.-principe, waaronder fietsen, zal worden uitgewerkt in nog op te stellen programma Bouw&Infrastructuur en/of gebiedsprogramma’s.

Opmerking 11.31 Indiener benadrukt het belang van goede handhaving op de in de omgevingsvisie benoemde plannen. Hierbij kan en wil indiener aan de voorkant, op haar gebied een goede rol spelen. Daarvoor zal zij een Visie Gebouwd cultureel erfgoed presenteren aan de inwoners van de stad en burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk. Commentaar 11.31 De suggestie van indiener wordt gewaardeerd. Veel meer als eerder zullen partijen worden betrokken bij ruimtelijke plannen op verschillende abstractieniveaus. De nieuwe Omgevingswet geeft allerlei handvatten om het participatieproces goed te laten verlopen. Het betrekken van belangenpartijen is daar onderdeel van.

Conclusie De Omgevingsvisie Harderwijk 2040 wordt op de volgende onderdelen gewijzigd:

De tekst in paragraaf 1.3.1 , op pagina 12: “toeristische attracties en aansprekende evenementen” Wordt aangepast naar: “toeristische attracties , waaronder het rijke Harderwijkse culturele erfgoed en aansprekende evenementen”

De tekst in paragraaf 3.5 , op pagina 25 Conclusie: Tekst wordt aangepast: Behoud van het erfgoed, in het historisch centrum, op andere plekken in Harderwijk met een historische achtergrond of militair verleden én in Hierden en buitengebied, wordt steeds meer gewaardeerd, zowel door eigen inwoners als toeristen. Wordt aangepast naar: Behoud van het erfgoed, in het historisch centrum, op andere plekken in Harderwijk met een historische achtergrond én in Hierden en buitengebied, wordt steeds meer gewaardeerd, zowel door eigen inwoners als toeristen.

De tekst in paragraaf 4.4.6.3 , op pagina 117: “Voorzieningen als het Stadsmuseum, het Marius van Dokkummuseum, visafslag met botterloods en de historische binnenstad maakt een bezoek aan de stad meer dan de moeite waard.” Wordt aangepast naar: “De historische binnenstad met voorzieningen als het Stadsmuseum, het Marius van Dokkummuseum en de visafslag met botterloods maakt een bezoek aan de stad meer dan de moeite waard.”

Zienswijze 12 Opmerking 12.1 Indiener is van mening dat de omgevingsvisie, en de bijbehorende beleidsstukken zoals de 'gebiedsuitwerkingen', belemmerend werken voor de toekomstige gebruiksmogelijkheden van en op de percelen van indiener. Zo is op deze percelen in de omgevingsvisie bos voorzien, terwijl dit landbouwkundig, landschappelijk en qua woongenot onwenselijk is voor indiener. De plannen die de visie uiteindelijk voorstaat, met name ten aanzien van landschapsontwikkeling en de beperking van de realisatie van woningen zijn voor indiener onwenselijk. Commentaar 12.1 Bij het opnemen van het woonmilieu ‘Boswonen’ voor het gebied wordt bedoeld: bosrijk wonen is een uniek woonmilieu voor Harderwijk waarbij gezocht wordt naar een manier om wonen in symbiose met de natuur en het landschap te ontwikkelen. Het lommerrijke Veluwse landschap is leidend met daaraan ondergeschikt wonen in een lagere dichtheid. Het voorzieningenniveau is zeer laag. Deze definitie wordt toegevoegd aan de omgevingsvisie alsmede de beschrijving van andere woonmilieus. De bodem met dekzandgronden geeft aanleiding om te kiezen voor dit woonmilieu in plaats van het woonmilieu ‘Landelijk wonen’. Daarmee wordt een meer agrarische inpassing voorgestaan. Cultuur historisch gezien heeft het gebied toebehoord aan het landgoed Essenburg en was het eerder veel meer bebost dan nu.

De omgevingsvisie is een visie die na vaststelling voor de gemeente juridisch bindend is. Dat geldt niet voor inwoners. Het is aan hen om al dan niet mee te werken aan de totstandkoming van de doelstellingen uit deze visie. Bij het indienen van initiatieven op perceelsniveau, is het ter plaatste geldende omgevingsplan leidend. In het geval het initiatief niet binnen de mogelijkheden van het omgevingsplan past, dient afgewogen te worden of een afwijking van dat plan gerechtvaardigd is en er in de gewenste situatie sprake is van een evenwichtige toedeling van functies en activiteiten aan locaties. Voor dit gevallen is de vastgestelde omgevingsvisie het beleidskader waaraan getoetst moet worden en dus van belang is voor de besluitvorming over dat betreffende initiatief.

Opmerking 12.2 Indiener heeft eerder een zienswijze ingediend op de concept 'gebiedsuitwerking Hierden'. In het grotere geheel van voorbereiding van de omgevingsvisie, gebiedsuitwerkingen en navolgend een omgevingsplan, is het volgens indiener onzorgvuldig, zoals bedoeld in artikel 3:2 Awb., om eerst een gebiedsuitwerking ter inzage te leggen en deze daarna als integraal in een visie mee te nemen als kennelijk staand beleid. Commentaar 12.2 Het gebiedsprogamma Hierden Dorp is als project onder de wetgeving van voor 1 januari 2024 gestart als visie voor Hierden Dorp. Intussen is de Omgevingswet van kracht geworden en wordt de omgevingsvisie als beleidsinstrument ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. De ingezette visie voor Hierden Dorp is vervolgens parallel aan – maar wel in overeenstemming met de

ontwerpomgevingsvisie uitgewerkt naar het concept gebiedsprogramma Hierden Dorp. Dit programma volgt een zelfstandige procedure en bevindt zich nu in de afrondende fase van inspraak. Na afronding van dit programma en nadat de omgevingsvisie is vastgesteld, ligt de bevoegdheid tot vaststelling – na een wettelijk vereiste zienswijzenprocedure, bij het college. Dit is in lijn met hoe de wetgever dit heeft bedoeld. Het vastgestelde gebiedsprogramma wordt uiteindelijk vertaald naar het omgevingsplan Harderwijk.

Opmerking 12.3 Indiener wil een zienswijze op de omgevingsvisie Harderwijk indienen omdat men al langere tijd bezig is met een initiatief op de percelen en hier volgens indiener niet adequaat op gereageerd wordt en er onjuiste standpunten zijn ingenomen over de vergunningverlening. Met de nieuwe omgevingsvisie voorziet indiener opnieuw beperkt te worden in de ontwikkeling op de percelen. Deze beperkingen zijn volgens indiener op zowel stedenbouwkundige, landschappelijke als juridische argumenten onterecht. Commentaar 12.3 Deze opmerking bevat onvoldoende aanknopingspunten om de relatie met de omgevingsvisie te begrijpen. Hierbij wordt wel opgemerkt dat initiatieven op perceelsniveau in eerste instantie worden getoetst aan het geldende tijdelijk deel van het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan). In het geval het initiatief daarmee in overeenstemming is, kan medewerking worden verleend en is de nu voorliggende omgevingsvisie niet relevant. Wijkt het initiatief af van het omgevingsplan, dan dient een integrale beoordeling van dat initiatief plaats te vinden waarbij alle relevante aspecten worden betrokken. De beleidskaders die Harderwijk gebruikt zullen samen met de vast te stellen omgevingsvisie worden meegenomen bij de beoordeling.

Opmerking 12.4 Indiener benadrukt niet tegen iedere vorm van beleid te zijn, maar de uitrol van beleid over andermans eigendom dat beschermd is op grond van artikel 6 EVRM, kan niet ongebreideld doorgaan zonder anderzijds de verzoeken van indiener adequaat en snel te beoordelen. Commentaar 12.4 De omgevingsvisie is een visie die na vaststelling voor de gemeente juridisch bindend is. Dat geldt niet voor inwoners. Het staat inwoners vrij om al dan niet mee te werken aan de totstandkoming van de doelstellingen uit deze visie. Bij het indienen van initiatieven op perceelsniveau, is het ter plaatste geldende omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) leidend. In het geval het initiatief niet binnen de mogelijkheden van het omgevingsplan past, dient afgewogen te worden of een afwijking van dat plan gerechtvaardigd is en er in de gewenste situatie sprake is van een evenwichtige toedeling van functies en activiteiten aan locaties. Voor dit gevallen is de vastgestelde omgevingsvisie het beleidskader waaraan getoetst moet worden en dus van belang is voor de besluitvorming over dat betreffende initiatief.

Opmerking 12.5 Volgens indiener stelt de publicatietekst dat de omgevingsvisie onderdeel wordt van het omgevingsplan. Dit zou onjuist zijn omdat het een omgevingsplan de visies uit de omgevingsvisie met daadwekelijke, concrete regels moet opvolgen, waarbij adequate rechtsbescherming moet worden geboden. Daardoor zou de procedure formeel onjuist zijn en zou bij vaststelling de visie in strijd met het recht zijn. Indiener is van oordeel dat de omgevingsvisie opnieuw als ontwerpvisie ter inzage gelegd moet worden. Commentaar 12.5 De tekst in de officiële bekendmaking is helaas niet correct, wat een onvolkomenheid is in software die gebruikt moet worden om de omgevingsvisie zichtbaar en raadpleegbaar te krijgen via het Digitaal Stelstel Omgevingswet (DSO). Dit kunnen we op dit moment niet meer aanpassen. Wij zijn echter van mening dat dit niet hoeft te betekenen dat de tervisielegging opnieuw moet. Uit de bekendmaking volgt nog steeds dat het hier gaat om de omgevingsvisie. Verder is via verschillende kanalen zoals de website van de gemeente Harderwijk, de Harderwijker Courant en de sociale mediakanalen bekendgemaakt en op een correcte wijze weergegeven. De gemeente is hierom van mening dat iedereen kennis heeft kunnen nemen van de omgevingsvisie en voldoende gelegenheid heeft gehad om zienswijzen kenbaar te maken. Er is geen sprake van een schending van de rechtsbescherming.

Opmerking 12.6 Indiener is van oordeel dat de omgevingsvisie m.e.r-plichtig is op grond van artikel 16.34 lid 1 en 2, 16.36 lid 1 en 16.43 lid 1 Omgevingswet, te lezen in combinatie met onderdeel J12 van bijlage V van het Omgevingsbesluit. Hierbij mist indiener de motivatie waarom de omgevingsvisie niet MER plichtig zou zijn en mist indiener een beoordelingsbesluit. Volgens indiener verkeert de visie daarom in strijd met de Omgevingswet, de M.E.R.-richtlijn en de SMB-richtlijn. Commentaar 12.6 De omgevingsvisie Harderwijk 2040 geeft de ambities en visie voor de gemeente Harderwijk op de lange termijn. De verdere uitwerking van deze visie gaat plaatsvinden in andere instrumenten zoals programma’s en het omgevingsplan. Daarmee stelt niet de visie, maar de nog op te stellen programma’s en het omgevingsplan de kaders voor activiteiten, zoals bedoeld in artikel 16.36 Omgevingswet. Om overlapping van meerdere rapportages te voorkomen en de MER een voldoende mate van detail te geven (zie artikel 16.37 lid a Omgevingswet), wordt, afhankelijk van de inhoud en de MER plicht, een MER uitgevoerd voor de nog op te stellen programma’s en/of het omgevingsplan. Deze toelichting zal opgenomen worden in de Omgevingsvisie.

Opmerking 12.7 Indiener is van mening dat de gemeente adequate vergoeding- en schadeloosstellingsmaatregelen voor moeten nemen, als zij een hoofdgroenstructuur wil ontwikkelen, die de Veluwe verbindt met de Randmeer-kust, zoals in de visie wordt omschreven onder 'hoofdgroenstructuur'. Commentaar 12.7 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen. Hierbij wordt opgemerkt dat in het geval van een concrete invulling waar nadeel uit zou kunnen ontstaan en welke mogelijk wordt gemaakt via een besluit als bedoeld in artikel 15.1 van de Omgevingswet, daar via de procedure nadeelcompensatie een verzoek tot toekenning van vergoeding van schade voor kan worden gedaan.

Opmerking 12.8 Indiener vind de groenstructuur uit 'Visiekaart Harderwijk 2040' ongewenst. Commentaar 12.8 De groenstructuur is gebaseerd op de eerder door de gemeenteraad vastgestelde programma Harderwijk Natuurlijk Groen!. Omdat niet duidelijk wordt op welk punt indiener het niet eens is met de hoofdgroenstructuur wordt de zienswijze verder voor kennisgeving aangenomen.

Opmerking 12.9 Volgens indiener wordt met de terugkerende alliantie bos een inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht. Hiermee zou de indiener tussen wal en schip vallen. Commentaar 12.9 In het geval van een concrete invulling waar nadeel uit zou kunnen ontstaan, en welke mogelijk wordt gemaakt via een besluit als bedoeld in artikel 15.1 van de Omgevingswet, kan daar via de procedure nadeelcompensatie een verzoek tot toekenning van vergoeding van schade voor kan worden gedaan. De omgevingsvisie wordt inderdaad niet in dit artikel genoemd. Naar het oordeel van de gemeente zijn daar ook geen ambities in opgenomen die rechtstreeks inbreuk kunnen maken op het eigendomsrecht van een particulier. Er zal in dat geval nog een uitwerking plaats moeten vinden in bijvoorbeeld een programma, omgevingsplan of ander besluit als genoemd in artikel 15.1 van de Omgevingswet. Daarmee wordt het gestelde over ‘tussen wal en schip vallen’ niet gedeeld.

Opmerking 12.10 Onder 'natuurlijke alliantie' worden ontwikkelcriteria gevormd. Deze criteria bevatten percentages en concrete beleidsdoelen. Volgens indiener tast dit de beoordeling van ieder initiatief aan los van de gevolgen voor milieu, zoals aangekaart in opmerking 12.6.

Commentaar 12.10 De harde percentages en jaartallen zijn afkomstig uit het duurzaamheidsbeleid en niet nieuw. De gemeente is het eens met de indiener dat deze SMART-benadering wellicht een verkeerd beeld geeft. De omgevingsvisie is richtinggevend. Daarom staan de duurzaamheidsdoelen voor 2050 benoemd in de omgevingsvisie. Daarnaast geeft de omgevingsvisie de kaders voor verdere beleidsuitwerking en omgevingsprogramma. De tekst wordt aangepast van harde percentages naar welke minimale tussendoelen gevolgd moeten worden in de beleidsuitwerking. In het geval van de duurzaamheidsdoelen volgt de gemeente Harderwijk minimaal de landelijke (tussen) doelstellingen. zie ook het commentaar bij 1.1.

Opmerking 12.11 Bij de ontwikkelcriteria onder de natuurlijke alliantie kaart indiener aan dat het 'vastleggen' van een 'prioritaire maatregel' niet in een visie kan plaatsvinden, maar dat dit in een omgevingsplan thuis hoort. Commentaar 12.11 In paragraaf 4.2.1 staat onder punt 2 het volgende opgenomen: ‘Als prioritaire maatregel wordt een robuuste groen- en waterstructuur in de basisstructuur vastgelegd waarin deze ten behoeve van biodiversiteit, het oppervlaktewatersysteem én klimaat adaptieve maatregelen zoals wateropvang en voorkomen van hittestress wordt geïntegreerd én geborgd.’ Aangenomen wordt dat indiener hierop doelt. De basisstructuur bestaat uit vier structuren die over elkaar heen liggen. Deels zijn die herkenbaar en bestaand, deels ontbreken daarin schakels. De ontbrekende schakels vormen de ‘to-do’s’ voor de komende jaren. Doel is uiteindelijk dat de basisstructuur van Harderwijk en Hierden onder meer een robuuste groen- en waterstructuur heeft. Dit wordt verder uitgewerkt in het nog op te stellen ‘Programma voor de Natuurlijke Alliantie’ en krijgt vervolgens een juridische vertaling in het omgevingsplan. Niet wordt ingezien waarom hier niet op deze wijze uitvoering aan wordt gegeven en dit wordt door indiener ook niet verder onderbouwd.

Opmerking 12.12 Indiener is van mening dat bij de principes van natuur en groen, het niet duidelijk is wanneer 'natuur en groen' volwaardig zijn belegd in nieuwe ontwikkelingen en hierbij de norm dus te open is. Commentaar 12.12 In het geval er sprake is van een initiatief of een project dat wordt ingediend bij de gemeente is de omgevingsvisie Harderwijk het beleidskader waaraan getoetst wordt. Daarbij wordt ook gekeken naar de principes van natuur en groen zoals opgesomd en uitgelegd in paragraaf 4.2.4 natuur en groen van de omgevingsvisie. Het is inderdaad een juiste constatering dat hierbij geen afgebakende en concrete voorwaarden geformuleerd zijn. De gemeente is van mening dat hier ruimte moet zijn voor interpretatie, waar de gemeente samen met initiatiefnemer of ontwikkelaar invulling geeft aan

deze principes. Hierdoor kan er zo goed mogelijk ingespeeld worden op de specifieke locatie en ontwikkelingen en kunnen andere relevante aspecten integraal meegewogen worden.

Opmerking 12.13 Indiener is van mening dat bij de principes van natuur en groen principes, het ‘Natuurinclusief handelen’ geen nieuwe norm kan zijn. De omgevingsvisie is volgens indiener geen normerend beleidsinstrument, slechts een visievormend instrument. Commentaar 12.13 Zie voor het commentaar op deze opmerking het commentaar onder opmerking 12.12. Met het gestelde dat ‘natuur inclusief handelen de nieuwe norm’ is, wordt niet bedoeld dat natuur inclusief handelen een concrete norm is. Wel is de visie van Harderwijk erop gericht dat de natuur een belangrijk aspect is bij iedere ontwikkeling en daarmee uitgangspunt moet zijn.

Opmerking 12.14 Indiener is van mening dat het 3-30-300 principe (paragraaf 4.2.4.5) wederom een bindende norm is waarvoor geen plaats is in een visie. Daarnaast is het volgens indiener, in het geval van nieuwbouw, zeer belemmerend om aan deze voorwaarden te voldoen en zou dit een haast onhaalbare norm zijn, waar gemiddeld Harderwijk op dit moment niet aan voldoet. Commentaar 12.14 Zie voor het commentaar op deze opmerking het commentaar onder opmerking 12.12. . Het zogenaamde 3-30-300 principe houdt in dat men vanuit een woning zicht heeft op tenminste 3 volwassen bomen, 30% van de oppervlakte in elke wijk voorzien is van een bladerdak en voor iedereen binnen 300 meter vanaf de woning een park of groene ruimte van tenminste 1 hectare aanwezig is. Zoals aangegeven gaat het hier om een principe en geen harde, bindende norm. Dit principe wordt vanuit het belang van de natuur als uitgangspunt gehanteerd bij alle ontwikkelingen. Als de integrale beoordeling van alle aspecten van een ontwikkeling daartoe aanleiding geeft, kan het gerechtvaardigd zijn dit principe aan te passen. Hierbij zal er altijd naar worden gestreefd om dit principe zo dicht mogelijk te benaderen.

Opmerking 12.15 Indiener is van mening dat bij de principes ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit, het woord principes tot normering leidt. Volgens indiener is normering van individuele gevallen in een visie niet toegestaan. Ook is indiener hierbij van mening dat dat sommige 'principes' het eigendomsrecht aantasten, niet haalbaar zijn of niet thuis horen in een visie-document, maar in bindende, appellabele planregels.

Commentaar 12.15 Het standpunt dat het woord principes tot normering leidt wordt door de gemeente niet gedeeld. In de omgevingsvisie voor Harderwijk en Hierden wordt een visie gegeven op de toekomst en de ontwikkelingen die daarbij horen. Daarin krijgt de kwaliteit van de fysieke leefomgeving – en alle aspecten die daarbij van belang zijn – een belangrijke plek. Dit heeft geleid tot het formuleren van verschillende principes die als uitgangspunt gehanteerd zullen worden bij initiatieven en projecten. Alle principes leiden tot een integrale beoordeling van een specifiek geval. De omgevingsvisie wordt nog verder uitgewerkt in verschillende programma’s om vervolgens een juridische vertaling te krijgen in het omgevingsplan. Het gestelde dat sommige ‘principes’ het eigendomsrecht aantasten wordt niet gevolgd. De omgevingsvisie is een visie op het gehele grondgebied van Harderwijk en Hierden die los staat van eigendomsrechten. Het geeft een visie van het toekomstbeeld van de stad waar naartoe gegroeid gaat worden. Dit kan niet zonder de inwoners en ondernemers in de stad gerealiseerd worden. Deze visie kan wel als beleidsinstrument ingezet worden als het vertrekpunt bij ontwikkelingen. Daarbij zal er altijd eerst overleg plaatsvinden tussen de verschillende eigenaren en de gemeente.

Opmerking 12.16 Indiener verzoekt om de omgevingsvisie te herzien en vervolgens opnieuw ter inzage te legen op basis van voornoemde gronden. Commentaar 12.16 De gemeente zie in de gemaakte opmerkingen van indiener geen aanleiding om de omgevingsvisie op de aangehaalde punten te herzien en deze opnieuw ter inzage te leggen. Verwezen wordt naar het commentaar op de gemaakte opmerkingen.

Opmerking 12.17 Indiener verzoekt om de uitwerking van de omgevingsvisie een karakter van een visie te geven. Commentaar 12.17 De gemeente deelt het standpunt van indiener niet en is van mening dat de voorliggende omgevingsvisie is opgesteld in lijn met de Omgevingswet en wel degelijk een visie geeft op de toekomst van Harderwijk en Hierden. Opmerking 12.18 Indiener verzoekt om de harde toetsingscriteria achterwege te laten. Commentaar 12.18 In eerste instantie wordt verwezen naar de commentaren bij de opmerkingen hiervoor die ingaan op de normstelling. De omgevingsvisie is voor Harderwijk en Hierden het beleidsinstrument dat als vertrekpunt dient bij ontwikkelingen. Het kent verschillende principes die hierbij van belang worden

geacht. Deze worden gezien als uitgangspunten en in beginsel ook als toetsingscriteria. Wel is de omgevingsvisie een dynamisch document dat met vaste regelmaat geëvalueerd en waar nodig bij gesteld wordt via de zogenaamde beleidscyclus. Concrete initiatieven, projecten of veranderende inzichten kunnen hier aanleiding tot geven. Op dit moment is er geen aanleiding op af te zien van het opnemen van de principes in de omgevingsvisie.

Opmerking 12.19 Indiener verzoekt om de voorgenomen ontwikkeling op de percelen van indiener te incorporeren, voor zover de gemeente vast zou houden aan het stramien van de huidige uitwerking. Commentaar 12.19 Er is geen aanleiding om de visie zoals nu geprojecteerd op het perceel van indiener aan te passen. Hiertoe wordt ook geen concreet voorstel gedaan door indiener. Het perceel van indiener ligt in het woonmilieu ‘bosrijk wonen’. Zie daarvoor het commentaar onder 12.1.

Opmerking 12.20 Indiener verzoekt om te informeren over de behandeling van de zienswijzen en verdere besluitvorming vooraf aan te kondigen. Commentaar 12.20 Alle ingekomen zienswijzen zijn samengevat opgenomen in deze commentaarnota en van een reactie voorzien. Naar aanleiding van zienswijzen en ook ambtshalve wordt een aantal aanpassing voorgesteld op het ontwerp van de omgevingsvisie. Dit voorstel wordt samen met de commentaarnota ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. Hieraan voorafgaand volgt er nog een inhoudelijke behandeling door de commissie Stad en Omgeving. Indieners van zienswijzen worden hiervan op de hoogte gesteld en uitgenodigd om gebruik te maken van het inspreekrecht, mits zij dat nodig achten. De agenda van zowel de commissie als de gemeenteraad worden altijd vooraf gepubliceerd op de website van de gemeente Harderwijk.

Conclusie

In paragraaf 4.4.2.4 van de omgevingsvisie wordt de definiëring van woonmilieus toegevoegd. Voor het woonmilieu bosrijk wonen is dat: “Het bosrijk wonen is een uniek woonmilieu voor Harderwijk waarbij gezocht wordt naar een manier om wonen in symbiose met de natuur en het landschap te ontwikkelen. Het lommerrijke Veluwse landschap is leidend met daaraan ondergeschikt wonen in een lagere dichtheid. Het voorzieningenniveau is zeer laag.”

In paragraaf 6.1 van de omgevingsvisie wordt de volgende tekst toegevoegd: ” Een milieueffectrapportage (MER) wordt uitgevoerd om de milieueffecten van ontwikkelingen te onderzoeken. Zo kunnen kansen en risico’s op het gebied van milieu, maar ook daaraan gekoppelde aspecten meegenomen worden in een besluit of uitvoering van een plan of project. Het uitvoeren van een MER is een Europese verplichting en verankerd in de Omgevingswet. Niet elk project of plan is MER-plichtig. De omgevingsvisie Harderwijk 2040 geeft de ambities en visie voor de gemeente Harderwijk op de lange termijn. De verdere uitwerking van deze visie gaat plaatsvinden in andere instrumenten zoals programma’s en het omgevingsplan. Daarmee stelt niet de visie, maar de nog op te stellen programma’s en het omgevingsplan de kaders voor activiteiten, zoals bedoeld in artikel 16.36 Omgevingswet. Om overlapping van meerdere rapportages te voorkomen en de MER een voldoende mate van detail te geven (zie artikel 16.37 lid a Omgevingswet), wordt, afhankelijk van de inhoud en de MER plicht, een MER uitgevoerd voor de nog op te stellen programma’s en/of het omgevingsplan.”

Zienswijze 13 VVOG (voorzitter G.J. Krop), Athlos (voorzitter R.T.J. Daamen), Survivalrun Vereniging Harderwijk (voorzitter M.L.P. van Oosterhout-Otten) Ook gedeeld en besproken met andere (sport)verenigingen aan de Strokelweg: Tennisvereniging Strokel (Strokelweg 1-3), Wielervereniging Noord Veluwe (Strokelweg 11a), Scouting Verbraak Margriet (Strokelweg 6) en Scouting Ragay Redoz (Strokelweg 4).

Opmerking 13.1 Indiener is ingenomen met de positie die sport en bewegen heeft gekregen in de omgevingsvisie. Sport en bewegen heeft een niet te negeren invloed op het welbevinden van mensen. Indiener onderschrijft dat van harte. Commentaar 13.1 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen.

Opmerking 13.2 Indiener wilt erop wijzen dat de groei van sportverenigingen ook consequenties heeft voor het functioneren van de verenigingen. Zo wordt de druk op het sportcluster Strokel steeds groter en loopt men aan tegen de grenzen. Indiener roept de gemeente op om het sportcluster aan de Strokelweg meer ruimte te bieden voor de langere termijn, gericht op verdere groei van de verenigingen als gevolg van de bevolkingsaanwas.

Commentaar 13.2 De gemeente begrijpt de zienswijze maar heeft tegelijkertijd te maken met strenge wetgeving ten aanzien van het Natura2000 beleid. Met het benoemen van het Bosfront opent de gemeente de discussie over de wijze waarop we nu met natuurgebieden omspringen. Er wordt een opening gezocht om menselijke activiteiten en de natuur meer in een samenhang te laten plaatsvinden. Dat vergt een lange adem. Tot die tijd zal de gemeente samen met de verenigingen zoeken naar mogelijkheden om terreinen zo efficiënt mogelijk te benutten. Gesprekken over parkeren bij de sportverenigingen zijn gaande. Daarnaast zit een afvaardiging van de sportverenigingen in het Platform N302 Harderwijk, ter voorbereiding op de herinrichting van de N302, Leuvenumseweg.

Opmerking 13.3 De grenzen van het Natura2000 gebied zijn strak om de accommodaties van de sportverenigingen op de Strokelweg getrokken. Dit geeft volgens indiener veel beperkingen om het verkeer in goede banen te leiden, waardoor op piekmomenten onveilige verkeerssituaties ontstaan. De parkeergelegenheid voor de sportaccommodaties aan de Strokelweg is volgens indiener onvoldoende en leidt tot parkeren in bermen ver buiten het sportcluster. Ook zijn de sportclusters hierdoor steeds slechter bereikbaar voor hulpdiensten mocht er onverhoopt een calamiteit zijn. Indiener roept de gemeente op om het sportcluster aan de Strokelweg meer ruimte te bieden voor parkeervoorzieningen en het verbeteren van verkeers- en sociale veiligheid. Ook gaat indiener graag op de korte termijn in gesprek met de gemeente over de huidige onveilige situatie. Commentaar 13.3 Voor het commentaar op deze opmerking wordt verwezen naar commentaar 13.2 .

Opmerking 13.4 Indiener kaart aan dat het aanbrengen van adequate verlichting op het fietspad Strokelweg, anders dan nu slechts oriëntatieverlichting, niet mogelijk is omdat het fietspad ligt in Natura 2000-gebied. Volgens indiener is verkeersveiligheid en sociale veiligheid voor vele fietsers hierbij ondergeschikt aan deze wetgeving. Ook zijn twintig meter verderop tientallen lichtmasten welke volop branden. Deze situatie is volgens indiener ontstaan omdat de sportparken al eerder zijn aangelegd en daarom buiten deze begrenzing vallen. Commentaar 13.4 Voor het commentaar op deze opmerking wordt verwezen naar commentaar 13.2 .

Opmerking 13.5 Indiener benadrukt dat vanwege de Natura2000 wetgeving toekomstige uitbreiding van de sportparken voor direct sportgebruik in de groenstrook richting Strokelweg niet mogelijk is.

Commentaar 13.5 Voor het commentaar op deze opmerking wordt verwezen naar commentaar 13.2 .

Opmerking 13.6 Indiener stelt dat de vraagstukken uit opmerking 13.2 t/m 13.5 alleen opgelost kunnen worden wanneer de beperkende begrenzing van de huidige Natura 2000-wetgeving voor dit gebied wordt opgeheven. Commentaar 13.6 Natura2000 wet- en regelgeving is een Europese verplichting en de bevoegdheid van de provincie. De oplossing voor de kortere termijn moet gezocht worden binnen de wet- en regelgeving. De gemeente heeft de intentie om in het kader van de ontwikkeling van Bosfront gesprekken met de provincie te voeren over een meer geïntegreerde werkwijze waarin samenhang wordt gezocht tussen natuur en menselijke activiteiten met inachtneming van instandhoudingsdoelen.

Opmerking 13.7 In de omgevingsvisie wordt het ‘Bosfront’ benoemd. Het is voor indiener onduidelijk of dat uitsluitend wonen betreft. Indiener pleit ervoor in deze plannen ook na te denken over de verwachte groei van de sportverenigingen én de nu al bestaande problematiek van de parkeerdruk op het gebied. Commentaar 13.7 Voor het commentaar op deze opmerking wordt verwezen naar commentaar 13.2 . De term Bosfront is voorlopig een conceptuele gedachte waarbij de gemeente graag de discussie start over bouwen in of tegen Natura2000 gebieden vanuit het principe water en bodem sturend. De nadere uitwerking van activiteiten in of tegen Natura2000 gebieden vindt, waar van toepassing, plaats in het programma Natuurlijk systeem of Bouw&Infrastructuur.

Conclusie De opmerkingen hebben geen aanleiding gegeven om de Omgevingsvisie Harderwijk 2040 te wijzigen.

Zienswijze 14 Opmerking 14.1 Indiener stelt voor om een zaaimengsel voor boeren aan te bieden, waarmee weilanden ingezaaid kunnen worden. Dit zaaimengsel zou besparen op kunstmest en C02 uitstoot en is beter voor de bodem, insecten en vogels.

Commentaar 14.1 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen. Daarnaast zal het voorstel meegenomen worden in de uitwerking van het nog op te stellen programma Natuurlijk systeem.

Conclusie De opmerking heeft geen aanleiding gegeven om de Omgevingsvisie Harderwijk 2040 te wijzigen.

Zienswijze 15 Opmerking 15.1 Indiener vindt het positief dat veel van de landelijke kernwaarden voor een gezonde leefomgeving terugkomen in de visie en dat er veel aandacht is voor het beschermen en bevorderen van gezondheid. Ook wordt er veel aandacht besteed aan participatie, wat indiener toejuicht. Commentaar 15.1 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen.

Opmerking 15.2 Indiener vindt het van belang dat gezondheid een centrale focus heeft gekregen in de omgevingsvisie. Volgens indiener geeft dit een basis om gezondheid in het omgevingsplan en toekomstige ruimtelijke plannen concreter en meer integraal op te nemen. Commentaar 15.2 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen.

Opmerking 15.3 In de visie wordt omschreven dat het uitgangspunt is dat er geen toename van geur ten gevolge van intensieve veehouderij plaatsvindt. Indiener vindt dat vanuit het oogpunt van gezondheid veehouderijen moeten streven naar vermindering van de emissie van geur, maar ook van fijnstof, endotoxinen en ammoniak. Daarbij benadrukt indiener dat bij uitstoot onder de wettelijke normen ook gezondheidsrisico’s zijn. Commentaar 15.3 In de tekst paragraaf 4.4.6.7 staat: “Intensieve landbouw in Harderwijk/Hierden heeft, gezien de ligging zo dicht bij beschermde natuurgebieden, geen toekomst. De gemeente voorziet een transformatie naar duurzame landbouw, natuur inclusieve landbouw en/of kringlooplandbouw”. Daarmee worden emissies zo goed als mogelijk geminimaliseerd. Vanuit zowel de Provincie als het Rijk zijn regelingen opgesteld waarmee ondernemers die een intensieve veehouderijbedrijf hebben, gestimuleerd worden deze vorm van ondernemen te stoppen en in te zetten op een functieverandering. Een groot aantal ondernemers in Hierden heeft zich hier al op toegelegd of is dit aan het overwegen. De gemeente Harderwijk juicht deze ontwikkeling vanuit het belang van de natuur en gezondheid toe en neemt een actieve faciliterende rol in bij deze functieveranderingen.

De omgevingsvisie Harderwijk zal daarbij het vertrekpunt zijn om met elkaar in gesprek te gaan over de meest gewenste ontwikkeling.

Opmerking 15.4 De gemeente wil meer rookvrije zones faciliteren. Indiener is van mening kinderen in een rookvrije omgeving moeten kunnen opgroeien. Daarbij raadt indiener aan om rookvrije zones niet alleen ten behoeve van de gezondheid van kinderen te zien, maar hierin ook kansen te zien voor volwassenen. Indiener adviseert daarom om rookvrije zones verder te trekken dan alleen scholen, naar bijvoorbeeld de detailhandel en openbare plekken zoals speelplaatsen en parken. Commentaar 15.4 De gemeente plaatst borden bij speelplekken voor kinderen, dus niet alleen op scholen en schoolpleinen, maar ook op openbare speelplekken. Het is vaak een combinatie van verboden voor honden en rookvrij. Verder volgt de gemeente wat betreft rookvrije omgevingen het landelijk beleid. Rookvrij is opgenomen in het landelijk preventieakkoord. Vanuit dat akkoord wordt prioriteit gegeven aan het rookvrij maken van kindomgevingen. We sluiten daarbij aan. De gemeente begrijpt de zienswijze maar vindt het voorlopig nog een moeilijk te handhaven regel en kiest er voorlopig voor dit niet mee te nemen in de omgevingsvisie.

Opmerking 15.5 In de visie is te lezen dat er wordt ingezet op een vermindering van schadelijke emissies, wat indiener positief vindt. Hierbij wijst indiener de gemeente Harderwijk erop dat zij is aangesloten bij het Schone Lucht Akkoord, wat inhoudt dat gemeente Harderwijk het doel nastreeft om gezamenlijk de luchtkwaliteit in Nederland permanent te verbeteren. Commentaar 15.5 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen.

Opmerking 15.6 Indiener pleit voor een verregaande reductie van houtrook. Vanuit gezondheidskundig oogpunt is het volgens indiener wenselijk om het gebruik van haarden en kachels te ontmoedigen. Voorlichting en communicatie spelen hierbij een grote rol. Indiener stelt verschillende maatregelen voor die de bron van houtrook wegnemen (niet stoken) of de luchtverontreiniging beperken (minder stoken). Commentaar 15.6 In paragraaf 4.3.2.9 staat: “Houtkachels worden vergunningplichtig en uitstootfilters zijn in 2040 verplicht”. Daarmee probeert de gemeente te sturen op het gebruik en emissies van houtstook. De uitwerking hiervan vindt plaats in het nog op te stellen programma Mens&Maatschappij

Opmerking 15.7 Indiener vindt het positief dat de gemeente Harderwijk aandacht heeft voor klimaatmitigatie en klimaatadaptatie en zich bewust is van een groot aantal opgaven. Echter wordt een uitwerking van het thema UV-straling nog gemist. Door een toename van zonkracht, zal de blootstelling aan UV-straling waarschijnlijk ook toenemen. Om inwoners te beschermen tegen overmatige blootstelling aan UV-straling en daarbij huidkanker te voorkomen, zijn er volgens indiener maatregelen nodig. Commentaar 15.7 De gemeente heeft met het 3-30-300 groenbeleid en het borgen van een basisstructuur de basis gelegd voor het onderhoud en eventueel aanleg van voldoende volwassen stedelijk groen. Daarmee wordt in de openbare ruimte gewerkt aan meer bescherming door het creëren van bladerdak dat zowel bescherming tegen hittestress als Uv-straling bewerkstelligd.

Opmerking 15.8 In de omgevingsvisie wordt meermaals benoemd dat er wordt ingezet op een groene leefomgeving. Indiener benadrukt het belang van bestaand groen voor de omgeving en gezondheid van omwonenden. Daarom wordt verzocht bij nieuwe initiatieven altijd het bestaande groen te verkiezen boven nieuw aan te leggen (vervangend) groen. Ook wordt verzocht deze ambitie op te nemen in de visie, zelfs als dit in eerste instantie niet efficiënt is bij de geplande bouwactiviteiten. Commentaar 15.8 Met het borgen van de basisstructuur meent de gemeente veel bestaand stedelijk groen een beschermde status te geven. Bij ontwikkelingen van derden leggen we die verplichting niet op maar is dit geborgd door het principe van ‘Natuurinclusief ontwikkelen bij gebiedsontwikkeling’.

Opmerking 15.9 Indiener vraagt om bij de keuze van beplanting, rekening te met de mogelijke overlast in de vorm van plaagdieren, teken en allergieën. Hierbij wordt verzocht planten- en bomensoorten te kiezen waar weinig mensen allergisch voor zijn en die weinig overlast geven. Hiervoor kan het Bomenkompas gebruikt worden. Commentaar 15.9 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen. De suggestie wordt doorgegeven aan het team groenonderhoud.

Opmerking 15.10 In de visie worden initiatieven benoemd zoals voedselbossen, tiny forest en pluk- en moestuinen. Indiener adviseert om bij de aanleg van dergelijke initiatieven rekening te houden met de bodem en deze aan te leggen op daarvoor geschikte grond. Hierbij wordt specifiek gewaarschuwd voor de aanwezigheid van lood. Commentaar 15.10 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen. De suggestie wordt doorgegeven aan het team groenonderhoud.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=01fecf94-68af-4256-9fcc-57cbddcaa4eb