Bijlage 2. 240624 Commentaarnota Omgevingsvisie Harderwijk 2040 (2)
Tekst van het document
Opmerking 15.11 Indiener verzoekt de gemeente Harderwijk om bewoners te stimuleren om hun tuinen te vergroenen, bijvoorbeeld met Operatie Steenbreek. Groene tuinen, daken en gevels zouden bijdragen aan een natuurlijk uitzicht en zorgen onder andere voor een verkoelend effect. Indiener adviseert om hierbij als gemeente niet alleen te focussen op een rol als 'enabler' (bijvoorbeeld door middel van subsidies), maar ook op participatie, netwerken en actieve samenwerking met inwoners en (lokale) organisaties. Op deze manier kunnen dergelijke initiatieven op grotere schaal worden uitgerold, waarna ze over het algemeen beter worden ontvangen door de omwonenden en/of gebruikers. Commentaar 15.11 Veel van de genoemde stimuleringsmaatregelen voert de gemeente uit. In de omgevingsvisie beschreven wijkgerichte aanpak wordt werk gemaakt van participatie, netwerken en actieve samenwerking met inwoners en (lokale) organisaties.
Opmerking 15.12 Indiener geeft aan bereid te zijn om mee te denken en te adviseren bij de concrete invulling van de visie, zodat gezonde planregels een plek kunnen krijgen in het omgevingsplan, waardoor gezondheid zo optimaal mogelijk wordt beschermd en bevorderd in de fysieke leefomgeving. Commentaar 15.12 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen. Bij aanpassingen in het omgevingsplan voor dit aspect, wordt indiener betrokken en in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen.
Conclusie De opmerkingen hebben geen aanleiding gegeven om de Omgevingsvisie Harderwijk 2040 te wijzigen.
Zienswijze 16 – Waterschap Vallei en Veluwe Opmerking 16.1 Indiener wil waardering uitspreken voor de ontwerp-Omgevingsvisie. Indiener heeft voldoende gelegenheid gehad om mee te denken en waardeert de prominente plek van het natuurlijk systeem in de omgevingsvisie. Indiener wil graag benadrukken dat men enthousiast is om de komende jaren verder samen te werken aan een duurzamer en gezonder Harderwijk en Hierden. Commentaar 16.1 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen.
Conclusie De opmerking heeft geen aanleiding gegeven om de Omgevingsvisie Harderwijk 2040 te wijzigen.
Zienswijze 17 Opmerking 17.1 Het is voor indiener onduidelijk wat de status van de omgevingsvisie is. Door alle lopende visies en plannen, waarbij er nog plannen moeten worden uitgewerkt, is de structuur van het beleidsproces niet duidelijk. Indiener vraagt of alleen voor de omgevingsvisie een zienswijze of bezwaar ingediend kan worden, of dat hier later nog mogelijkheden voor zijn. Commentaar 17.1 De ontwerpomgevingsvisie is door het college ter visie gelegd. Een ieder heeft daarmee de kans gekregen om zijn/haar zienswijze kenbaar te maken. Het college beoordeelt de ingebrachte zienswijzen en past de omgevingsvisie daar eventueel op aan. Daarna wordt de ontwerpomgevingsvisie samen met deze commentaarnota ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad. Met de vaststelling heeft de gemeente een zichzelf bindend ruimtelijk kader voor de ontwikkeling Harderwijk en Hierden met buitengebied tot 2040. Dat is daarmee het leidende document voor alle overige beleid op de fysieke leefomgeving. Omdat de omgevingsvisie vooral over de langere termijn schrijft is voor de korte termijn vaak een verdere uitwerking nodig. In de toekomst zullen dat thematische- of gebiedsprogramma’s worden. In al deze programma’s zal participatie van onze inwoners een belangrijk onderdeel zijn. De omgevingsvisie is het beleidsinstrument waarin het beleid van alle aspecten van de fysiek leefomgeving samenkomt.
Dit is een dynamisch document dat regelmatig wordt geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Dit gebeurt via de zogenaamde beleidscyclus. De doelen en ambities uit de omgevingsvisie worden verder uitgewerkt in verschillende programma’s. De juridische vertaling vindt uiteindelijk plaats in het omgevingsplan. Voor deze beide instrumenten gelden zelfstandige procedures, waarbij ook gelegenheid is om zienswijzen in te dienen. De wetgever heeft beoogd om op deze manier een duidelijk instrumentarium te bieden aan gemeentes om de aspecten van de fysieke leefomgeving te regelen. De inhoud van de verschillende documenten wordt opgenomen in het digitaal stelsel omgevingswet (DSO) en daarmee op één plek digitaal zichtbaar en raadpleegbaar voor iedereen die daar kennis van wil nemen.
Opmerking 17.2 Indiener constateert dat de omgevingsvisie conflicterende keuzes bevat. Zo zou de wijk Frankrijk minder last moeten krijgen van Lorentz, maar wel een betere ontsluiting van Overveld, wat daar een ongunstige locatie heeft. Commentaar 17.2 De omgevingsvisie bevat het ruimtelijk kader voor toekomstige ontwikkelingen. Tegelijkertijd geeft het stuk ook doelen aan. In op te stellen programma’s wordt de komende jaren gewerkt aan een geïntegreerde aanpak om de gestelde doelen te bereiken. Daarin worden ook keuzes gemaakt bij conflicterende belangen (algemeen belang versus individueel belang). In het gebied tussen de wijk Frankrijk en Lorentz moeten integrale oplossingen komen die de hinder voor de wijk Frankrijk verkleinen of ten minste niet vergroten. In het kader van een verkenning A28 wordt ook nagedacht over de ontsluiting van de Zandlaan en Overveld. Dit krijgt zijn uitwerking in het programma Bouw&infrastructuur.
Opmerking 17.3 Indiener vindt het ook een conflicterende keuze dat op groter schaal een duurzame groei en bloei van Harderwijk toegelaten wordt, maar er mag geen verdringing zijn van de huidige bewoners. Dit geeft een conflicterende vicieuze cirkel van werk en werknemers. Commentaar 17.3 De subtitel van de omgevingsvisie is : Van groei naar bloei’. Groei is daarmee geen doel op zich. De bloei betreft het welbevinden van inwoners. Bloei betreft de bloei van de samenleving en gaat hier niet alleen over economische bloei.
Opmerking 17.4 Langs de wijken wordt middelhoogbouw voorgesteld voor geluiddemping. Volgens indiener geeft dat geen doorzicht en geen geleidelijke overgangen. Commentaar 17.4 Het toestaan van middelhoogbouw aan de randen van wijken moet luwte creëren binnen de wijk waardoor de leefomgevingskwaliteit verbetert. Het klopt dat aan ieder voordeel ook nadelen kleven maar stedenbouwkundig zijn daarin oplossingen denkbaar. De Commissie Omgevingskwaliteit ziet daar op toe.
Opmerking 17.5 Indiener mist een visie op windmolens. Volgens indiener is met algemeen genoemde en de bijbehorende normen geen plaats voor windmolens binnen de gemeentegrenzen. Commentaar 17.5 De gemeente Harderwijk zet in op duurzame energie. Windmolens zijn hierbij onmisbaar. In dit kader zijn er drie windturbines voorzien op het bedrijventerrein Lorentz. De Raad van State heeft recent het bestemmingsplan en de vergunningen die dit mogelijk maakt vernietigd. De gemeenteraad heeft besloten dit project uit te voeren als maatregel op weg naar een energieneutraal Harderwijk. Voor windmolens is op andere plaatsen in de gemeente geen plaats gevonden. De geplande windmolens zijn noodzakelijk om doelstellingen voor een energieneutraal Harderwijk te halen. Dat betekent dat deze windmolens nog steeds gewenst zijn vanuit de energiedoelstellingen. Over de vervolgstappen wordt op dit moment nagedacht.
Opmerking 17.6 Indiener vraagt zich af of met de gestelde geurnormen voor wonen en recreatie het mogelijk blijft om dieren te houden, ook wanneer dit geen intensieve veehouderij betreft, in het buitengebied. Commentaar 17.6 In de omgevingsvisie zijn geen geurnormen opgenomen. De gemeente stelt in het omgevingsplan regels voor geur waarbij zij rekening dient te houden met de instructieregels vanuit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Deze regels moeten zorgen voor een aanvaardbaar hinderniveau.
Conclusie De opmerkingen hebben geen aanleiding gegeven om de Omgevingsvisie Harderwijk 2040 te wijzigen.
Zienswijze 18 Opmerking 18.1 Indiener vindt het goed dat de Omgevingsvisie krachtig inzet op het maken van hoogwaardige plannen, met ten minste 29% sociale huurwoningen, zoals: -
het Eendengebied tot Bosrijk Woonmilieu met woningen en voorzieningen in lage dichtheid (10-20 won/ha) in aansluiting op het Beekhuizerzandgebied, waar het gebied voor de komst van de spoorlijn en A28 deel van uitmaakte;
Nieuw Weiburg tot Centrumstedelijk Gebied - een combi van wonen, werken en voorzieningen, zoals onderwijs & NS-station in hoge dichtheid (50-80 won/ha) met een nieuwe groene verbinding vanaf het station via Stadsweiden naar het Zeepad/Waterfront en via de Groene Long van het Plantagepark naar de Veluwe. Commentaar 18.1 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen.
Opmerking 18.2 De 1e concept-Omgevingsvisie (augustus 2023) werd voor het Dolfinariumeiland gesteld dat bij het ontwikkelen van plannen voor omvorming het zeedierenpark steeds meer een educatief en deels openbaar karakter krijgt; de koepel een andere semi-openbare functie krijgt en op het Dolfinariumeiland wordt gezocht naar een watersportcluster. In de actuele ontwerp-Omgevingsvisie zijn deze uitgangspunten “verwatert” volgens indiener. Het Dolfinariumeiland zou goed te ontwikkelen zijn tot een kuststrook voor iedereen met attractieve plekken en bezienswaardigheden aan open water in aanvulling op het Recreatief Kerngebied van de historische Binnenstad. Indiener adviseert om de uitgangspunten uit het eerste concept Omgevingsvisie weer op te nemen in de vast te stellen Omgevingsvisie Harderwijk. Hiermee kan vervolgens een toekomstscenario voor geleidelijke transformatie samen met het Dolfinarium onderzocht worden Commentaar 18.2 Met de concept-omgevingsvisie is tijdens de participatieweken de inwoners bevraagd op stellingen afkomstig uit hoofdstuk 5. Dit betrof een praatstuk waarin soms wat prikkelende stellingen zijn opgenomen. De stellingen die in het onlinestadsgesprek als ‘erg belangrijk’ naar voren kwamen zijn in de ontwerpomgevingsvisie dik gedrukt in de beschrijving per wijk.
Daarnaast staan in hoofdstuk 5 in een kader belangrijke aandachtspunten uit het onlinestadsgesprek vermeld. Het hoofdstuk met de door indiener bedoelde stelling staat daarmee nog geheel open voor discussie. De komende jaren worden gebieden (wijken) samen met inwoners met gebiedsgerichte programma’s opgepakt. In wezen is het project Waterfront al een dergelijk gebiedsprogramma. Kortom de beschrijving in het concept was mede bedoeld om te prikkelen en de discussie te voeren. Daarmee zijn de ideeën nog niet van tafel maar verdient het nog veel gesprek en onderzoek. De
zienswijze op dit punt wordt gedeeld met de projectgroep Waterfront, onderdeel van gebiedsprogramma Binnenstad. De beschrijvingen in hoofdstuk 5 staan niet vast en zijn niet volledig. Daarvoor zijn met een wijkgerichte aanpak in de komende jaren meer gesprekken met inwoners, belanghebbenden en wijkverenigingen noodzakelijk.
Opmerking 18.3 Indiener vraagt aandacht om het Waterfront vooral vanaf het water beter bereikbaar, voelbaar en zichtbaar te maken. Ook zou de Strandboulevard grotendeels "verstopt" zijn achter het Dolfinarium op een eiland. Commentaar 18.3 De zienswijze op dit punt wordt gedeeld met de projectgroep Waterfront, onderdeel van gebiedsprogramma Binnenstad.
Opmerking 18.4 Als de commerciële plint gebouwd wordt, domineert de blinde achterzijde van de parkeergarage het silhouet van het Historisch Stadsgezicht. Vooral de winkels en parkeergarage veroorzaken leegstand in het kernwinkelgebied en verkeersoverlast op de aanvoerroute via de Havendam. Deze zijn beter te ontwikkelen op geschikte plekken in/of nabij het te versterken kernwinkelgebied. De plint is gelukkig nog niet gebouwd. Als het pretpark besluit ermee te stoppen, dan zou Harderwijk opgescheept worden met een lange barrière tussen het weidse open water en de aloude stad. In het zicht van de boulevard blokkeert de wand ook potentiële ontwikkelkansen voor een attractieve kuststrook met geschikte plekken voor wonen, werken en recreatie aan het water. Als je niet oppast, ontstaat er een verrommeld waterpretpark of verkoopt Aspro Parks de boel aan een ander pretparkconcern, dat er een soort Walibi van wil maken of Roompotachtig huisjespark. Dit moet je niet afwachten. Commentaar 18.4 De zienswijze op dit punt wordt gedeeld met de projectgroep Waterfront, onderdeel van gebiedsprogramma Binnenstad.
Opmerking 18.5 Indiener is van mening dat het Dolfinariumeiland en de herontwikkeling hiervan valt onder hoofdstuk 5.2 Binnenstad in tegenstelling tot de huidige plaats onder hoofdstuk 5.3 Waterfront Commentaar 18.5 Indiener heeft gelijk dat de tekst met betrekking tot het Dolfinariumeiland volgens de wijkindeling behoort tot de binnenstad. Deze aanpassing wordt doorgevoerd in de omgevingsvisie (zie conclusies).
Opmerking 18.6 Indiener pleit ervoor om de naamgeving voor de woon- en werkmilieus in het "overig stedelijke gebied" te vereenvoudigen en in lijn te brengen met het aantal en soort categorieën zoals ooit bedoeld door VROM. Commentaar 18.6 De VROM woonmilieu typologieën zijn in eerste instantie bedoeld voor het landelijk niveau. Voor de omgevingsvisie is dit vertaald naar een gemeentelijk niveau. Hiervoor is een definiëring voor woonmilieus opgesteld welke opgenomen wordt in de omgevingsvisie (zie conclusies).
Opmerking 18.7 Indiener is van mening dat het ‘Woonmilieu buitencentrum’ geen geschikte term is voor een gebied dat volgens indiener groenstedelijk is ontwikkeld. Commentaar 18.7 Voor het commentaar op deze opmerking wordt verwezen naar commentaar 18.6.
Opmerking 18.8 Indiener is van mening dat het studiegebied voor de overkluizing A28 in de kaart te zwaar aangezet is. De aanduiding uit de eerste concept omgevingsvisie zou de lading beter dekken. Commentaar 18.8 Kaarten hebben in de analoge versie allen nog een verbeterslag ondergaan waarbij opgemerkt moet worden dat alleen de weergave in het digitale stelsel omgevingswet (DSO) juridisch bindend zijn.
Opmerking 18.9 Indiener is van mening dat de structuurbepalende dragers duidelijker afleesbaar dienen te zijn. Daarbij zou de aanduiding in de kaarten van de eerste concept omgevingsvisie beter te lezen zijn dan in de huidige versie. Verzocht wordt de volgende gebieden en structuren (beter) aan te duiden als structuurdragers: -
-
De drie "Longen" van Harderwijk: Blauwe Long, Groene Long en Ecolong (Hierdense Beek) Het langgerekte Waterfront van Crescentpark, via het Zeepad, de Strandboulevard en Waterstadboulevard naar het aquaduct en Overloopterrein - inclusief het Waterfrontpark. De Tonselsedreef als stadsdeelontsluitingsweg. De Tonselsedreef richt Drielanden Centrum, Muziekland en Harderhout op het Crescentpark. De radiaalgerichte verkavelingsstructuur is van deze Dreef en andere op de Crescent gerichte dragers afgeleid. Het Leeuwenbekpad (fietspad met tunnel onder de Groene Zoomweg).
Commentaar 18.9 Indiener verwijst naar een oude visie die met Structuurvisie Harderwijk 2031 reeds is vervallen. De structuren bestaan nog steeds maar zijn opgenomen in de basisstructuur die vele malen uitgebreider is.
Conclusie De Omgevingsvisie Harderwijk 2040 wordt op de volgende onderdelen gewijzigd:
De teksten in paragraaf 5.3 Waterfront: “Het ontwikkelen van plannen voor het Dolfinariumeiland” en “Herstructurering Dolfinariumeiland is gewenst” worden verplaatst naar paragraaf 5.2 Binnenstad.
In de tekst van de omgevingsvisie in paragraaf 4.4.2.2 zal de volgende definiëring voor woonmilieus worden gegeven: Woonmilieu landelijk wonen Het landelijk wonen wordt getypeerd door kleine woonclusters (boerenerven, e.d.) in het groen. Het agrarische open landschap is leidend met wonen in een lage dichtheid. Het voorzieningenniveau is zeer laag. Woonmilieu bosrijk wonen Het bosrijk wonen is een uniek woonmilieu voor Harderwijk waarbij gezocht wordt naar een manier om wonen in symbiose met de natuur en het landschap te ontwikkelen. Het lommerrijke Veluwse landschap is leidend met daaraan ondergeschikt wonen in een lagere dichtheid. Het voorzieningenniveau is zeer laag. Woonmilieu dorps wonen Het dorps wonen sluit aan op het unieke karakter van Hierden. Er is hier sprake van woningbouw met een grotere samenhang met een dorpse woningdichtheid. Het voorzieningenniveau is laag, maar sluit voldoende aan op de basisbehoefte in het dorp. Woonmilieu groenstedelijk Het groenstedelijke woonmilieu wordt gekenmerkt door grondgebonden en deels gestapelde of geschakelde woningen. Het zijn doorgaans de traditionele Harderwijker woonwijken die ruim en groen van opzet zijn. Het woonmilieu wordt gekenmerkt door een gemiddeld voorzieningenniveau en sluit voldoende aan op de basisbehoefte.
Woonmilieu buitencentrum Het buitencentrum betreft het rond het centrum gelegen compact en monofunctioneel woonmilieu. Het betreft wijken en buurten rondom het centrum met een grote variatie in woningtypen zowel grondgebonden als gestapeld, in dichtheid variërend van herenhuis tot tuindorp in diverse
bouwperioden. Qua voorzieningen is men gericht op het nabij gelegen centrum met een hoog voorzieningenniveau. Woonmilieu centrumstedelijk In het centrumstedelijke woonmilieu ligt de nadruk op menging van functies, intensief gebruik, hogere dichtheden en goede bereikbaarheid per OV. De historische binnenstad en de centrale zone vormen een belangrijk onderdeel van dit milieu. Er is sprake van menging op gebouwenniveau, accent op commerciële of publieke functies, voornamelijk gestapelde woonvormen met als uitzondering de historische binnenstad, korrelgrootte klein tot middelgroot en een hoog voorzieningenniveau.
Zienswijze 19 Opmerking 19.1 Indiener verzoekt de reactietermijn voor de Omgevingsvisie met drie weken te verlengen. Volgens indiener is dit nodig om de ingediende zienswijze compleet te maken en om de gemeente de kans te geven het vertrouwen te herstellen. Commentaar 19.1 Met de reactietermijn volgt de gemeente Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) die geldt voor de voorbereiding van de omgevingsvisie (artikel 16.26 Omgevingswet). De termijn van 6 weken is daarbij voorgeschreven. Iedereen kan binnen deze termijn zienswijzen naar voren brengen over het ontwerp van de omgevingsvisie (artikel 16.23 Omgevingswet). De gemeente doet mededeling van het ontwerp in het gemeenteblad (artikel 10.7a Omgevingsbesluit). Tegen een omgevingsvisie staat geen beroep open. Een omgevingsvisie bindt alleen de gemeente zelf en heeft geen juridische gevolgen. De opmerking van indiener geeft volgens de gemeente geen aanleiding om de reactietermijn voor de ontwerp Omgevingsvisie te verlengen.
Opmerking 19.2 Indiener is van mening dat de participatie bij de Omgevingsvisie niet voldoende was. Hierbij stelt indiener de volgende vragen: -
Waar is het participatieplan voor de Omgevingsvisie? Is deze conform de nota interactief werken voorgelegd aan de raad? Waar staan de afwegingen dat de omgevingsvisie geen ‘majeur project’ is (risicovolle, afdelingsoverstijgende projecten met een grote mate van (bestuurlijke) complexiteit die zich uitstrekken over meerdere raadsperioden) ?
Commentaar 19.2 De gemeente heeft zeer uitgebreid inwoners en belangenpartijen laten participeren in het opstellen van de omgevingsvisie. Dat is gebeurd op basis van de gemeentelijke Participatienota Omgevingswet en de Nota interactief beleid. In het participatieverslag van 23 januari 2024 is te lezen hoeveel inwoners en belanghebbenden op welk moment hebben geparticipeerd in het opstellen van de omgevingsvisie. Bij de voorbereiding op de Omgevingsvisie heeft de gemeente in 2019 inbreng opgehaald bij inwoners met een korte vragenlijst. Daarnaast zijn er in 2020 ruim 30 gesprekken gevoerd met sleutelfiguren uit de Harderwijkse samenleving. Dit heeft geleid tot een Regierapport, vastgesteld in januari 2022 door de gemeenteraad. Hierin stonden de hoofdopgaven voor de omgevingsvisie. Ondanks het abstracte en veelomvattende karakter van de omgevingsvisie (‘Harderwijk in 2040’), zijn er veel lijnen en patronen naar voren gekomen over wat er nodig is, de zogenaamde bouwstenen. Deze zijn opgenomen in de concept-Omgevingsvisie. Aanvullend is besloten om alle inwoners in Harderwijk van in de participatieweken van 13/09/2023 t/m 11/10/2023 te vragen om te reageren op de concept-omgevingsvisie. In de wetenschap dat meedenken over zo’n veelomvattend en abstract onderwerp voor veel inwoners niet aantrekkelijk is. De gemeente heeft daarom ingezet op verschillende kanalen: -
-
Bijeenkomsten in verschillende wijken waarin de omgevingsvisie aan de hand van themaborden is uitgelegd en inwoners reactieformulieren konden invullen Een online enquête, waarin o inwoners hun mening konden geven over stellingen over wat er in de toekomst nodig is in heel Harderwijk en/of in hun wijk. o Inwoners hun opmerkingen naar aanleiding van de stellingen kwijt konden Specifiek zijn ook de sleutelfiguren die hebben meegedacht bij het opstellen van de omgevingsvisie gevraagd om te reageren op de concept-omgevingsvisie. Tijdens twee interne lunchbijeenkomsten hebben ca. 60 ambtenaren kennis genomen van de concept-omgevingsvisie. Daarnaast zijn met de woningbouwcorporaties en de ODNV ambtelijke gesprekken gehouden en hebben een aantal formele overlegpartners gereageerd via email. Ten slotte heeft een gesprek met de BKH plaatsgevonden.
Opmerking 19.3 In het participatieverslag staan data van persberichten en publicaties in de krant, waaronder die voor de uitnodigingen van de inloopbijeenkomsten. Indiener mist hierin de data van de inloopbijeenkomsten. Deze data zijn van belang omdat volgens indiener de uitnodigingen een dag voor de inloopbijeenkomst via een persbericht de krant stonden. Commentaar 19.3 De advertentie in de Harderwijker Courant is inderdaad een dag na de eerste bijeenkomst geplaatst. Per abuis zijn de berichten op de gemeentepagina’s van week 38 en 39 omgedraaid. Hierdoor stond de eerste inloopavond van o.a. 25 september pas op 27 september in de krant i.p.v. 20 september. Naast de advertentie in de Harderwijker Courant zijn is ook op andere wijze gecommuniceerd zoals hierna wordt toegelicht.
Op 13 september 2023 is gestart met de laatste fase van de participatie rondom de Omgevingswet. Tijdens deze campagne vragen we inwoners, ondernemers en anderen uit Harderwijk en Hierden hun kijk op hun (Harder-)wijk te delen. Dit hebben we gedaan via online enquêtes via het Online Stadsgesprek en de inloopbijeenkomsten van eind september. Op die dag zijn we ook gestart met de communicatie hierover. Participatieweken omgevingsvisie: Via verschillende kanalen zijn inwoners uitgenodigd voor de inloopbijeenkomsten en online participatiemogelijkheid (onlinestadsgesprekharderwijk.nl). Onderstaand vindt u een overzicht van het deel van de communicatie-uitingen, waarin de inloopbijeenkomsten zijn benadrukt: • Er is op 13 september (start participatie) een persbericht naar lokale/regionale media gestuurd inclusief het overzicht met alle inloopbijeenkomsten. Dit bericht is ook verzonden naar de gemeenteraad. • Vanaf het moment dat de online vragenlijst op het Online Stadsgesprek live was (13 september) zijn in dit project onder 'evenementen' alle inloopbijeenkomsten ook vermeld, inclusief datum - tijd en locatie. • Het nieuwsbericht, in lijn met persbericht, waarin de data en locaties van de inloopbijeenkomsten staan vermeld is ook geplaatst op harderwijk.nl.
• Er is op 21 september een tweede persbericht naar lokale media gestuurd met de aankondiging van de Week van de Omgevingsvisie, waarin de inloopbijeenkomsten opgesomd werden. Dit bericht is ook verzonden naar de gemeenteraad. • Er is op de sociale media kanalen van gemeente Harderwijk op 22 september een uitnodiging geplaatst voor de inloopbijeenkomsten. • Ditzelfde bericht is ook als betaalde advertentie geplaatst en gepromoot onder inwoners van gemeente Harderwijk. Hiermee hebben we 6865 unieke accounts bereikt (gemeten over 7 dagen). In totaal is het bericht 18.000 keer weergeven. • Ondernemers zijn via de BKH (Bedrijvenkring Harderwijk) uitgenodigd voor een speciale bijeenkomst voor ondernemers en geattendeerd op deze inloopbijeenkomsten. • Ruim 250 sleutelfiguren uit de Harderwijkse samenleving hebben persoonlijk een email ontvangen met een uitnodiging deel te nemen aan het onlinestadsgesprek, een inloopbijeenkomst te bezoeken of rechtstreeks te reageren op het concept-omgevingsvisie. Opmerking 19.4 Indiener is van mening dat de gemeente haar inwoners te laat heeft geïnformeerd over de zienswijze procedure op de Omgevingsvisie. Volgens indiener zijn de inwoners in week 17 geïnformeerd via de gemeentelijke pagina in de krant en betrof dit minder dan zeven dagen voor de deadline (30 april 2024).
Indiener is van mening dat de gemeente meer belang moet hechten aan participatie en daarbij actiever, eerder en frequenter aandacht moeten besteden aan de zienswijzeprocedure van de Omgevingsvisie. Daarnaast had iedereen die zich had aangemeld, aanwezig was bij de inloopbijeenkomst of deelgenomen had aan de online sessie, een mail moeten ontvangen met een uitnodiging om te reageren op de concept omgevingsvisie. Commentaar 19.4 De officiële bekendmaking vindt plaats automatisch via het digitale stelsel omgevingswet door publicatie in het Gemeenteblad (via www.officielebekendmakingen.nl) . Dit is op 15 maart 2024
gedaan. Als extra service wijst de gemeente ook via de Harderwijker Courant en haar website de inwoners en ondernemers op de mogelijkheid hun zienswijze kenbaar te maken.
Opmerking 19.5 In het participatieverslag mist indiener een overzicht welke wijziging en verbeteringen zijn aangebracht in de concept Omgevingsvisie en een toelichting waarom bepaalde suggesties en visies van burgers wel of niet zijn meegenomen in de Omgevingsvisie. Commentaar 19.5 In paragraaf 5.21 staan de conclusies van de participatie vermeld. Veel opmerkingen en suggesties zijn van een meer tactisch en operationeel niveau en vallen buiten het kader van deze omgevingsvisie. Deze zijn of worden met betreffende ambtenaren gedeeld. Veel punten zijn als aandachtspunten per wijk benoemd in hoofdstuk 5. In het participatieverslag staat dit uitgebreid vermeld.
Opmerking 19.6 Indiener benadrukt dat er voor de wijk Weiburg een afspraak gemaakt zou zijn om deze wijk de naam “Weiburg” te behouden en de term “Nieuw Weiburg” alleen te gebruiken voor het “Project Nieuw Weiburg”. Commentaar 19.6 Indiener geeft aan dat de wijk Weiburg haar naam zou behouden. Volgens de gegevens van het CBS is de formele naam Stationsomgeving. Na de vraag van indiener is een advies over voorgestelde naamgeving van wijken in de omgevingsvisie aangevraagd bij de (straat)namencommissie. De commissie zal zich buigen over de voorgestelde naamgevingen van verschillende wijken. De omgevingsvisie zal op basis van dat advies mogelijk naamgevingen wijzigen. Een afspraak over naamgeving kan niet buiten deze onafhankelijke commissie om worden gemaakt.
Opmerking 19.7 Volgens indiener zijn er op de website van de gemeente twee versies van de “omgevingsvisie Harderwijk” te downloaden, te weten: “Ontwerp_Omgevingsvisie_Harderwijk.pdf” en “Concept_Omgevingsvisie_Harderwijk.pdf”. Het is voor indiener onduidelijk welke versie de meest recente is. Commentaar 19.7 Op de website van de gemeente is alleen de ontwerpomgevingsvisie zichtbaar. Via de google zoekmachine is ook de oudere versie concept-omgevingsvisie vindbaar. In de bekendmaking over de tervisielegging wordt uitsluitend gesproken over de ontwerpomgevingsvisie.
Opmerking 19.8 In paragraaf 6.4 Participatie staat beschreven: “De gemeente kiest principieel voor het hoogste niveau van participatie”. Volgens indiener is dit niet gebleken bij de participatieplannen van Project Nieuw Weiburg en van de Omgevingswet. Indiener vraagt zich af hoe de gemeente dit gaat herstellen en stelt voor de benoemde participatieplannen te herzien. Commentaar 19.8 In dit proces ligt de ontwerpomgevingsvisie ter visie volgens de wettelijk vastgestelde procedure. De omgevingsvisie is het ruimtelijk beleidskader dat de gemeenteraad vaststelt en waar zij zelf aan gehouden is. Er zijn geen directe juridische gevolgen voor inwoners en belanghebbenden. Dat is anders voor het omgevingsplan, dit is bindend voor inwoners en ondernemers. De gemeenteraad is het bevoegd gezag als het gaat om het vaststellen van de omgevingsvisie. Er is in het proces voorafgaand aan deze wettelijke terinzagelegging van de omgevingsvisie wel grondig aandacht besteed aan participatie op het niveau van consulteren en informeren. Dat is in dit geval het hoogst mogelijke niveau van participatie. De tekst zal enigszins worden aangepast (zie conclusie).
Opmerking 19.9 Indiener is van mening dat de stelling “De initiatiefnemer/inwoner krijgt meer verantwoordelijkheid in het proces van ruimtelijke ontwikkelingen, bepaalt de inhoudelijke oplossingsrichtingen en houdt rekening met het algemene belang én het belang van direct betrokkenen” (paragraaf 6.2 Samenwerking) in conflict is met de stelling: “De raad of het college kan besluiten het beslissingsrecht bij (georganiseerde) inwoners te leggen binnen van tevoren bepaalde (financiële) kaders” (paragraaf 6.4 Participatie). Commentaar 19.9 De eerste geciteerde alinea doelt op de verantwoordelijkheid die initiatiefnemers krijgen bij het maken van plannen om anderen, omwonenden en belanghebbenden, te betrekken bij hun plannen. de tweede geciteerde alinea gaat over plannen van de gemeente die in gezamenlijkheid met inwoners worden ontwikkeld. In hoeverre de beslissingsbevoegdheid van inwoners gaat is afhankelijk van het abstractieniveau van plannen, budget (recht) en kaders die meegegeven worden door de gemeenteraad.
Opmerking 19.10 In paragraaf 5.4 staat beschreven “De vergrijzing in de wijk is het hoogst in Harderwijk (hier wordt bedoeld stedelijk Harderwijk dus exclusief buitengebied) na het Nachthok”. Indiener vraagt waaruit dat blijkt en verzoekt deze stelling in perspectief te plaatsen met behulp van absolute cijfers. Commentaar 19.10 Het percentage vergrijzing in de wijk is gebaseerd op CBS gegevens van 2020, opgenomen in de Stadsatlas als onderbouwing.
Opmerking 19.11 In paragraaf 5.6 Nieuw Weiburg staat beschreven: “De hoge dichtheid is hier geaccepteerd”. Indiener vraagt door wie de hoge bouwdichtheid is geaccepteerd. Indiener benadrukt dat de omgeving en de klankbordgroep “Project Nieuw Weiburg” hier kritisch en afwijzend op gereageerd hebben. Commentaar 19.11 Met geaccepteerd wordt bedoeld dat het te verantwoorden is in relatie tot de omstandigheden. Dat wil zeggen de nabijheid van uitstekende OV-verbindingen en voorzieningen op relatief korte afstand (goed bereikbaar te voet of per fiets). Op 30 maart 2023 s is de Nota van uitgangspunten door de gemeenteraad vastgesteld.
Opmerking 19.12 De stelling “de hoge dichtheid is geaccepteerd” botst volgens indiener met de stelling “ het welbevinden van alle bewoners van Harderwijk staat voorop”. Indiener verzoekt uit te leggen hoe hoogbouw langs de randen zorg draagt voor luwte in het Nachthok. Commentaar 19.12 Het geluid van het verkeer van het Westeinde én Westermeenweg (deels) wordt afgeschermd door de nieuwe bebouwing.
Opmerking 19.13 Indiener herkent de zorg om parkeerdruk in Weiburg. Echter staat in de plannen voor Weiburg dat in een straal van 300 meter rondom de Weiburg, parkeerregulering moet plaatsvinden. Volgens indiener leidt deze oplossing tot het verplaatsen van het probleem naar de omgeving. Commentaar 19.13 De omgevingsvisie hanteert het S.T.O.M.P.-principe. Met dit principe wil het gemeente sturen op een vermindering van autogebruik én bezit in het stedelijk gebied. Dit gaat niet zonder het creëren van alternatieve vervoerswijzen. Parkeerregulering is slechts een van de maatregelen die daarvoor benut kunnen worden. Het maken van mobiliteitshubs, deelmobiliteit, betere fietsfaciliteiten, etc. zijn andere maatregelen. In het thematische programma Bebouwing en Infrastructuur wordt uitgewerkt hoe de gemeente samen met inwoners daar naar toe werkt.
Opmerking 19.14 Indiener vraagt te verklaren hoe hoge bouwdichtheid (hogere adressendichtheid met meer bewoners per m2), hoogbouw en hoge parkeerdruk, goed is voor een ‘Gezonde en veilige leefomgeving’. Commentaar 19.14 Bouwdichtheid, hoogbouw en parkeerdruk zijn opgaven in relatie tot een gezonde en veilige leefomgeving. Dat verhoogt de complexitiet. In de Nota van uitgangspunten Nieuw Weiburg is een en ander in goede samenhang uitgewerkt. Een hoge bouwdichtheid is noodzakelijk vanwege de hoge woningnood.
Opmerking 19.15 Indiener vraagt wanneer er in de omgevingsvisie in het kader van Erfgoed gesproken wordt over ‘Stad’, daarmee de “historische binnenstad” of de Stad Harderwijk bedoeld wordt. Indiener benadrukt dat in de “stad Harderwijk” de meeste monumenten staan, waaronder in het Nachthok. Indiener is van mening dat de aandacht voor erfgoed en originele structuren buiten de stadsmuren in de omgevingsvisie onderbelicht blijven. Commentaar 19.15 Alle erfgoed en aangewezen monumenten zijn belangrijk voor de gemeente. Erfgoed en historische structuren komen nadrukkelijk aan de orde bij de basisstructuur in paragraaf 3.5 en in het thema Ruimtelijke kwaliteit, paragraaf 4.4.2.
Opmerking 19.16 Indiener is van mening dat het uitgangspunt “oude structuren te hanteren als uitgangspunt voor nieuwbouw” tot dusver is genegeerd door de gemeente, o.a. in project Nieuw Weiburg, Indiener vraagt hoe de gemeente dit uitgangspunt wil waarmaken. Commentaar 19.16 Met het vaststellen van de omgevingsvisie gelden deze principes als toetsingskader waarbij goed gemotiveerd moet worden hoe hieraan uitvoering gegeven wordt. De gemeenteraad zal na vaststelling van de omgevingsvisie ruimtelijke ontwikkelingen toetsen aan de principes. Dat daar regelmatig conflicterende belangen uit naar voren komen, dwingt de gemeente soms om moeilijke keuzes te maken of te prioriteren.
Opmerking 19.17 Indiener vraagt waarom de gemeente Harderwijk blijft lobbyen voor een Intercity station? Volgens indiener heeft de NS aangeraden geen intercitystatus voor station Harderwijk op te nemen in de omgevingsvisie. Door dit wel te doen, ziet indiener dat de gemeente de intercitystatus gebruikt om majeure projecten als het project Nieuw Weiburg aantrekkelijker te maken. Commentaar 19.17 De gemeente zet vol in op verbetering van OV aansluitend op het S.T.O.M.P.-principe. Daar hoort een verbetering van het treinproduct bij. De NS hanteert daarvoor liever niet de term IC. Deze termen zijn vervallen waarbij het streven van de gemeente blijft om hoogfrequente snelle OV-verbindingen te hebben, te houden en zo mogelijk te verbeteren. Dat streven past bij het terugdringen van automobiliteit en draagt bij aan een gezondere leefomgeving.
Opmerking 19.18 Indiener is van mening dat de Omgevingsvisie eerst met de burgers van Harderwijk moet worden besproken voordat deze definitief wordt vastgesteld. Daarbij is het volgens indiener aan te bevelen dat de gemeenteraad eerst het onderzoek van de rekenkamer commissie over Participatie afwacht, zodat de conclusies c.q. verbeterpunten voor participatie kunnen worden meegenomen. Commentaar 19.18 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen.
Opmerking 19.19 Indiener is het niet eens met de wijze van participatie, beschrijving van erfgoed en bescherming van erfgoed en de omgeving (in het bijzonder het Nachthok), hoogbouw , extreme ongelijk verdeelde binnenstedelijke verdichting en dat onvoldoende zekerheid voor gezonde en leefbare leefomgeving wordt geboden. Commentaar 19.19 Een en ander is in eerdere opmerkingen van indiener al beantwoord. Verdere argumenten van indiener ontbreken waardoor deze opmerking voor kennisgeving wordt aangenomen.
Conclusie
De tekst in paragraaf 6.4 op pagina 150: “De gemeente kiest principieel voor het hoogste niveau van participatie.”
Wordt gewijzigd naar: “De gemeente kiest principieel voor het hoogst mogelijke niveau van participatie”
Zienswijze 20 Opmerking 20.1 In de ontwerp Omgevingsvisie Harderwijk staat beschreven dat de gemeente Harderwijk onderzoek wil doen naar verlegging, overkluizing of een verdiepte ligging van de A28 en haar toe- en afritten. Indiener geeft aan geen mogelijkheden te zien om daar actief in te participeren. Commentaar 20.1 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen.
Opmerking 20.2 Verschillende onderdelen van de omgevingsvisie Harderwijk kunnen van invloed zijn op het verkeersaanbod op de toevoerwegen naar de A28 en daarmee mogelijk ook op de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid op de A28. Als voorbeeld wordt hierbij de ontwikkelingen aan de stads-entrees vanaf de A28 en de oostelijke stadsontsluiting vanaf de Newtonweg genoemd. Indiener verzoekt om betrokken te worden wanneer deze ontwikkelingen concreet worden. Commentaar 20.2 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen.
Conclusie De opmerkingen hebben geen aanleiding gegeven om de Omgevingsvisie Harderwijk 2040 te wijzigen.
Zienswijze 21 Opmerking 21.1 In de Omgevingsvisie wordt beschreven dat klimaatverandering wordt tegengegaan door inzet op het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. Indiener geeft aan een experiment te doen met de CO2 opslagwaarde, zogenoemde removal credits (ETS), waarbij CO2 wordt opgeslagen en deze opslag wordt verkocht aan een regionale partij. Indiener vraagt de gemeente om mee te werken aan dit experiment. Commentaar 21.1 De omgevingsvisie is een ruimtelijk toetsingskader. Om de doelen te bereiken worden programma’s opgesteld. Binnen het programma Natuurlijk systeem of het programma Mens en Maatschappij, onderdeel luchtkwaliteit kan de suggestie een plek krijgen. De suggestie wordt doorgegeven aan de betreffende ambtenaren.
Opmerking 21.2 In de omgevingsvisie wordt beschreven dat het watersysteem leidend is voor de ontwikkeling. Volgens indiener ziet het waterschap zich gedwongen om anders om te gaan met afvoer van water en is er nu vaker sprake van retentiebeleid. Indiener vraagt of er in de omgevingsvisie voldoende aandacht is hiervoor. Indiener adviseert om te beoordelen of sloten wel nodig zijn gezien het specifieke terrein als voorbeeld de terreinen aan Waterplaspad - Waterplassteeg - Westermeenweg. Commentaar 21.2 Het is niet voor niets dat het betreffende pad en de steeg van oudsher deze namen gekregen hebben. Het klopt dat (al jaren) de voorkeursvolgorde is water vasthouden, bergen en (vertraagd) afvoeren. Maar meer vasthouden (sparen) voor droge perioden betekent ook een groter risico op wateroverlast (gedurende perioden met neerslagoverschot). Door de klimaatverandering wordt het weer extremer, waardoor de noodzaak van afvoermogelijkheden eerder groter dan kleiner wordt. Dat deze watergangen langdurig droogvallen wil niet zeggen dat ze geen functie hebben (kenmerkend beeld voor de flanken van de Veluwe). En een sloot is een minder kunstmatige oplossingsrichting dan een rioolbuis. De omgevingsvisie is in gezamenlijkheid met het waterschap tot stand gekomen.
Opmerking 21.3 Indiener is blij met de voorstellen en richting in de paragraaf 4.2.4 Natuur en groen en steunt dit van harte. Wel wil indiener pleiten voor meer ruimte voor verrommeling en specifiek onbeheerde stukjes groen, in het algemeen minder netjes onderhouden, minder maaien en vooral minder namaaien door het kruid om bomen te laten staan. Commentaar 21.3 De suggestie van de indiener past in het huidige beleid ten aanzien van het groenonderhoud bij de gemeente.
Conclusie De opmerkingen hebben geen aanleiding gegeven om de Omgevingsvisie Harderwijk 2040 te wijzigen.
Zienswijze 22 Opmerking 22.1 Indiener is van mening dat de ontwerp Omgevingsvisie een evenwichtige visie is geworden, mede omdat het principe ‘Het welbevinden van onze inwoners staat voorop’ consequent is uitgewerkt. Commentaar 22.1 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen.
Opmerking 22.2 Indiener stelt vast dat er veel moeite is gedaan om de wensen uit de samenleving op te halen. Verschillende bronnen zijn daarvoor aangeboord volgens indiener. Commentaar 22.2 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen.
Opmerking 22.3 Indiener ziet het wijkgericht werken als de (enige) basis voor succes omdat hier de sociale basis ligt en de dagelijkse leefomgeving het referentiekader is voor het welbevinden van de meeste mensen. Indiener geeft aan erg ingenomen te zijn met de nadruk op uitwerking en aanpak per wijk. Commentaar 22.3 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen.
Opmerking 22.4 Indiener benadrukt het belang van het citaat “In de visie draagt iedereen in die samenleving ook een stukje eigen verantwoordelijkheid: Harderwijk, dat zijn we samen. Hierin zijn inwoners aan zet, stellen we de oplossing centraal en werkt de gemeente vanuit partnerschap”. Hierbij plaatst indiener de waarschuwing dat daadwerkelijk alle inwoners aan zet komen. Dit wordt volgens indiener voldoende onderkent in paragraaf 2.3 bij het ontwikkelperspectief Inclusieve stad. Commentaar 22.4 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen.
Opmerking 22.5 Indiener waarschuwt voor het feit dat een visie nog iets vrijblijvends heeft en daarin het gevaar schuilt dat de ideale situatie voor iedereen niet bereikt zal kunnen worden. Indiener verwacht dat bij de verdere uitvoering van de omgevingsprogramma's, deelvisies en andere beleidsstukken dezelfde integraliteit wordt betracht als bij de uitvoering van de Omgevingsvisie. Daarbij geeft indiener aan een adviesrol bij zichzelf weggelegd te zien voor het sociale domein. Commentaar 22.5 De Omgevingsvisie wordt uitgewerkt in een aantal programma's. Dit gebeurt in afstemming met de verdere uitwerking die vanuit de Nota Sociaal domein plaatsvindt. Beide processen worden met elkaar afgestemd. Waar dit leidt tot nadere beleidsontwikkeling, zal de Sociale Adviesraad om advies worden gevraagd.
Opmerking 22.6 Indiener onderschrijft de tekst uit paragraaf 2.3. inclusieve stad. Hierbij wordt het belang ‘Iedereen kan onvoorwaardelijk en onbeperkt meedoen’ benadrukt. Echter wordt ook gewaarschuwd voor de tendens in de samenleving waarbij inclusie wordt tegengegaan. Indiener vraagt hoe de gemeente denkt deze tendens tegen te kunnen gaan. Commentaar 22.6 In de omgevingsvisie wordt veel aandacht besteed aan ontmoeting. De gemeente is er van overtuigd dat door elkaar te kennen , bruggen worden geslagen en de kloof tussen groepen van mensen kleiner wordt. Samen werken aan vitale en leefbare buurten is een prima uitgangspunt. Daarmee zorgen we voor veerkrachtige en sterke wijken, wijken waar de sociale basis op orde is en die tegen een stootje kunnen als het even tegenzit. In de omgevingsvisie is beschreven dat wordt ingezet op het versterken van de veerkracht (samensterk) binnen de wijken zodat sterke wijken meer realistisch worden dan tot nu toe. De gemeente heeft daarin een faciliterende en voorwaardenscheppende rol. Het zal ook van inwoners afhangen of het tot realisatie van die sterke wijken zal komen waar de sociale basis op orde is. Maatschappelijke factoren spelen hierbij een zeer sterke rol en die zijn bijna niet te beïnvloeden op gemeentelijk niveau.
De tendensen in de samenleving worden niet alleen door de overheid beïnvloed, maar ook door (social)media, interactie tussen inwoners. Wij streven ernaar als gemeente om in ons beleid in brede zin af te wegen hoe wij het beste bijdragen aan het vergroten van inclusie.
Opmerking 22.7 Indiener benadrukt dat bestaanszekerheid niet alleen bestaat uit het hebben van een woning en inkomen, maar meer factoren, waaronder gezondheid, een voorwaarde zijn van bestaanszekerheid. Commentaar 22.7 De gemeente beoogd met de omgevingsvisie én met de Nota sociaal beleid álle facetten van bestaanszekerheid in het vizier te hebben. Dit is ook onderdeel van het gemeentelijk brede bestaanszekerheidsbeleid en preventief gezondheidsbeleid.
Opmerking 22.8 In hoofdstuk 3 wordt de basisstructuur nader toegelicht. Paragrafen 3.3 en 3.4 beschrijven de voorwaarden en omstandigheden om onder andere meer beweging, gezonder leven en meer ontmoeting te realiseren. Indiener benadrukt dat deze paragrafen voornamelijk beschrijven welke inrichting en voorzieningen hiervoor benodigd zijn, maar dat om deze doelen te bereiken er meer nodig is. Daarom adviseert indiener om in deze teksten kort te verwijzen naar bijbehorend beleid binnen het sociaal domein. Commentaar 22.8 In de visie heeft de gemeente zich geconcentreerd op de maatschappelijke ontwikkelingen en doelen (wat willen we bereiken in 2040). De Nota sociaal beleid is inmiddels vastgesteld. De door de indiener benoemde activiteiten kunnen onderdeel zijn van de uitvoeringsagenda sociaal beleid.
Opmerking 22.9 In de inleiding van de Thematische benadering (paragraaf 4.1) wordt toegelicht hoe de ontwerpprincipes worden gehanteerd. Indiener benadrukt hierbij dat de uitwerking en aanpak per wijk van belang is. Ook dient men bij die uitwerking ervoor te zorgen dat echt alle bewoners aan bod komen en gehoord worden. Commentaar 22.9 Dit strookt met de opstelling van de gemeente zoals verwoord is in de inleiding op hoofdstuk 5: “De beschrijvingen in dit hoofdstuk 5 staan niet vast en zijn niet volledig. Daarvoor zijn in de komende jaren meer gesprekken met inwoners en wijkverenigingen noodzakelijk”.
Opmerking 22.10 In paragraaf 4.3.1. (bladzijde 54) staat: ’Een gezonde leefstijl draagt bij aan een verminderde zorgvraag’. Volgens indiener dragen positieve gezondheid, een gezonde leefstijl en leefomgeving zeker bij, maar zijn deze factoren niet het volledige antwoord op de zorgvraag die op ons afkomt. Commentaar 22.10 Dat is correct. In deze paragraaf was het zeker niet de bedoeling om volledig te zijn, maar vooral om het belang van een gezonde leefstijl te onderstrepen en wat de gemeente daarin kan betekenen. Binnen ons preventief gezondheidsbeleid van de gemeente besteden we ook aandacht aan bijvoorbeeld valpreventie en hittestress.
Opmerking 22.11 Het figuur op bladzijde 54 is ontleend aan de nieuwe Nota Sociaal Domein. Indiener vindt dat dit figuur uit de lucht komt vallen, aangezien er afgezien van het begrip positieve gezondheid, niet naar verwezen wordt in de tekst. Indiener adviseert om kort aan te geven hoe de koppeling met het beleid vanuit het sociaal domein er uitziet. Commentaar 22.11 De figuur is ontleend aan de Nota sociaal domein. In de uitwerking van de thema’s voor de Alliantie Mens&Maatschappij is de verbinding gelegd met het sociaal beleid. Dit wordt uiteengezet op pagina 54 en 55. De gemeente heeft niet teveel van de Nota sociaal beleid willen kopiëren in de omgevingsvisie. Het is de bedoeling dat de Omgevingsvisie en de Nota sociaal beleid complementair aan elkaar zijn. In de tekst van de omgevingsvisie zal de verwijzing naar de nota sociaal domein expliciet worden gemaakt (zie conclusie).
Opmerking 22.12 In paragraaf 4.3.2 (bladzijde 56) staat: ‘de komende decennia gaat Harderwijk zich inzetten om een openbaar gebied te scheppen dat uitnodigt tot wandelen, fietsen, recreëren in de buitenruimte, spelen en sporten’. Indiener adviseert om hierbij rekening te houden met mensen (ook de kinderen) met een fysieke beperking. Ten aanzien van speeltoestellen in de buurt adviseert indiener om ervoor te zorgen dat deze (blijvend) aansluiten bij leeftijdsopbouw in de buurt. Commentaar 22.12 De gemeente streeft er naar dat iedereen kan meedoen. Dat staat ook vermeld in paragraaf 2.3: “De meeste inwoners vinden het vanzelfsprekend om ‘gewoon’ mee te doen. Toch is dat voor de ene inwoner lastiger dan voor de andere. Vanwege bijvoorbeeld beperkingen of vooroordelen over elkaar. In Harderwijk willen we dat iedereen kan meedoen en niemand wordt uitgesloten”. De gemeente erkent dat er onvoldoende aandacht in de visie is voor speelruimte. Hiervoor zal een tekst toegevoegd worden aan de omgevingsvisie (zie conclusies).
Opmerking 22.13 Op bladzijde 56 en 58 staat beschreven dat er geen ongezond voedselaanbod bij scholen wordt toegelaten. Indiener vraagt waarom dit alleen bij scholen geldt en adviseert de lat hoger te leggen bij het indammen van ongezond voedselaanbod. Commentaar 22.13 De gemeente wil een gezonde leefstijl bevorderen. Daar hoort ook gezonde voeding bij. De gemeente geeft voorlichting en bevordert een gezond eetgedrag met de JOGG-aanpak. Harderwijk is vanaf 2014 een JOGG gemeente. Jongeren op Gezond Gewicht heeft als doel om kinderen van 0-18 jaar op te laten groeien in een gezonde omgeving. Een verbod op ongezond eten is niet een besluit dat op gemeentelijk niveau thuishoort.
Opmerking 22.14 Op bladzijde 58 staat beschreven dat voetgangers en fietsers in 2040 prioriteit hebben in de bebouwde kom. Indiener vindt dit een prima punt, maar waarschuwt voor de bereikbaarheid door hulpdiensten, zoals ambulance, brandweer, politie en huisartsenpost. Indiener adviseert om te zorgen voor een goede inpassing van de routes voor hulpdiensten. Commentaar 22.14 Bereikbaarheid van hulpdiensten is bij alle ruimtelijke plannen een vereiste en hoeft niet te worden geregeld in de omgevingsvisie. Deze zienswijze wordt daarom voor kennisgeving aangenomen.
Opmerking 22.15 Op bladzijde 58 staat: ‘Dat betekent dat de gemeente bij de inrichting van wijken en buurten, ook voor ouderen en inwoners met een beperking, ontmoeting en verbinding bevordert’. Indiener adviseert om in wijken en buurten met veel ouderen de fysieke inrichting op een hoger peil brengen, liefst tot op het niveau van dementievriendelijk. Ook vraagt het langer zelfstandig thuis wonen een bijpassende visie op wonen, volgens indiener. Commentaar 22.15 Het is goed om ook in komend beleid oog te hebben voor ouderen die al in bestaande wijken wonen en daar ook (willen) blijven wonen met of zonder zorg, in een veilige buurt met het eigen netwerk. De groep dementerenden zal de komende jaren groeien. En zij zullen langer zelfstandig blijven wonen. Met de term woon-zorgconcepten nabij wijkcentra wordt op deze ontwikkelingen geanticipeerd. Harderwijk wil een dementievriendelijke gemeente zijn. In de Nota sociaal domein en uitvoeringsagenda gaan we in op het vormgeven van het wonen en leven in veilige buurten en de zelfredzame gemeenschap. Dat geldt ook voor de ontwikkeling van het volkshuisvestelijk programma. In dat programma is welzijn ook aan de orde.
Opmerking 22.16 Indiener vraagt meer aandacht voor het risico van Lelystad airport. Vluchten van dit vliegveld kan leiden tot meer geluidsoverlast, een slechtere luchtkwaliteit en meer verkeer op de N302. Indiener adviseert de gemeente Harderwijk als groep van gemeenten actief waakzaam te zijn ten aanzien van dit risico aspect. Met actief waakzaam wordt bedoeld dat de gemeente(n), regio en provincie zich moeten mengen in deze discussie daar waar het kan. Commentaar 22.16 De gemeente herkent de zienswijze en het heeft haar aandacht. Beslissingen over Lelystad airport liggen buiten de beslissingsbevoegdheid maar de gemeente zal zeker alert zijn op de ontwikkelingen juist op de door indiener aangedragen aspecten.
Opmerking 22.17 Indiener adviseert om zorg te dragen voor veerkrachtige en sterke wijken, wijken waar de sociale basis op orde is en die tegen een stootje kunnen als het even tegenzit. Commentaar 22.17 Paragraaf 4.3.3 geeft de principes weer waarmee in de omgevingsvisie veerkrachtige en sterke wijken worden nagestreefd. Daarmee verwacht de gemeente voldoende zorg te dragen voor veerkrachtigeen sterke wijken zoals indiener verzoekt.
Opmerking 22.18 Indiener waarschuwt dat het wijkgericht werken met de bewoners moet zijn en niet voor de bewoners. De tekst in paragraaf 4.3.3.2 (pagina 70) geeft volgens indiener voldoende vertrouwen op dat punt. Commentaar 22.18 De gemeente is alert op dit punt.
Opmerking 22.19 Indiener waarschuwt voor het indelen van wijken in eigen identiteit en karakter, de wijken niet in te delen in ‘goede’ en ‘slechte’ wijken. Daarbij is het van belang niet alleen oog te hebben voor het verbeteren van de ‘zwakke’ wijken, maar juist bij de ‘goede’ wijken te kijken of sociale huisvesting en aandachtsgroepen toegevoegd kunnen worden. Commentaar 22.19 In paragraaf 4.3.3.2 staat: “Met de wijkgerichte aanpak zal de gemeente ook de identiteit per buurt of wijk samen met de bewoners kleur geven zodat de herkenbaarheid en het wij-gevoel wordt vergroot”. Hier wordt niet gesproken in termen van goed of slecht. De gemeente begrijpt de suggestie en is hier alert op.
Opmerking 22.20 Op pagina 70 wordt volgens indiener gesuggereerd dat ontmoeting in de publieke ruimte en het elkaar kennen de cohesie in de samenleving vergroot. Indiener betwijfelt of dit ook de zelfredzaamheid vergroot, met name voor de groep (kwetsbare) ouderen. Indiener benadrukt dat sociale samenhang niet hetzelfde is als een beroep op elkaar kunnen doen. Het kennen van elkaar is niet altijd een voldoende voorwaarde. Commentaar 22.20 De gemeente erkend dat het slechts ontmoeten onvoldoende zal zijn tegen vereenzaming. Wat hier bedoeld wordt, is dat elkaar leren kennen en het vergroten van de sociale cohesie een noodzakelijke voorwaarde zijn voordat er sprake kan zijn van dat mensen een beroep op elkaar gaan doen. Daarvoor zullen ook activiteiten moeten worden ontwikkeld. Dit is onderdeel van het uitvoeringsagenda sociaal beleid.
Opmerking 22.21 In paragraaf 4.3.5. (pagina 78) wordt beschreven dat veel mensen zijn aangewezen op de vrije sectorhuur. Bij vrije sectorhuur worden vaak inkomensnormen gehanteerd (bruto inkomen gelijk aan 4 a 5 keer de maandhuur). Bij 4.4.3. zien we weliswaar middeldure huur geprogrammeerd, maar de bovengrens is 1.000 euro. Vertaald naar inkomen betekent dit een bruto inkomen van 4.000 euro of meer! Advies: hou bij de programmering voor middeldure huur voor een deel van deze woningen een lagere bovengrens aan dan de genoemde 1.000 euro. Commentaar van de gemeente 2.21 De gemeente herkent dit zorgpunt. Met het noemen van grensbedragen wordt vaak de grens opgezocht. In de tekst staat tot 1000,- euro. Recent is de Wet betaalbare huur vastgesteld door de Tweede Kamer. Die regelt dat het WWS (waarderingsstelsel woningbouw) van toepassing is op woningen met maximaal 186 punten, oftewel ongeveer €1.100. Dat betekent dat voor deze woningen de huur in verhouding moet staan tot de kwaliteit van de woning. Er kunnen, m.a.w., geen exorbitante huren meer gevraagd worden. In het volkshuisvestelijk programma hanteren we daarom voor vrije sector huur het segment >liberalisatiegrens <WWS-grens (€880 - €1.100). In het volkshuisvestelijk programma wordt verder opgenomen in welke categorieën woningen worden gepland. In de omgevingsvisie wordt de tekst aangepast.
Opmerking 22.22 Een van de principes uit paragraaf 4.3.5 is “Jongvolwassenen (16–27 jaar) worden ondersteund, waardoor zij zichzelf naar vermogen kunnen ontwikkelen voor deelname op de arbeidsmarkt (en in de samenleving)” Indiener is van mening dat dit principe scherper geformuleerd mag worden. Indiener adviseert de gemeente Harderwijk om deze jongeren niet los te laten, voordat wonen, werk en welzijn op orde is. Commentaar 22.22 Gemeente Harderwijk zet sterk in op de doelgroep 16-27. Hierin worden alle facetten uit de leefwereld van deze doelgroep meegenomen en met elkaar verbonden, in de aanpak. Het doorstroompunt (voorheen RMC) heeft hiervoor een uitgebreide opdracht waarbij de leeftijdgrens is verruimd tot 27 jaar. Daarnaast zal in de vorm van pilots ingezet worden op deze doelgroep waarbij over de grenzen van de afzonderlijke wetgeving gewerkt zal worden (Jeugdwet, Wmo, Participatie), in zoverre dit wettelijk is toegestaan. Dit zijn onderwerpen die binnen de uitvoeringsagenda sociaal beleid worden opgepakt.
Opmerking 22.23 Indiener is van mening dat in het voorzien van de woningbehoefte (paragraaf 4.4.3) te sterk de nadruk gelegd wordt aan het toevoegen van nieuwe woningen aan de woningvoorraad en maar voor een (beperkt) deel in de vorm van flexwoningen. Indiener adviseert, met oog op de beperkte ruimte in de gemeente Harderwijk, de bestaande voorraad beter te benutten door bijvoorbeeld woningsplitsing, woningdelen en kamergewijze verhuur. Commentaar 22.23 De gemeente is bekend met de kansen die indiener noemt en werkt dit in het volkshuisvestelijk programma verder uit.
Opmerking 22.24 Vanuit het wonen wordt een koppeling gelegd met de ‘gezondheid’ van wijken en buurten. Dat is volgens indiener zeer terecht, de samenstelling van de woningvoorraad en de bewoning ervan bepaalt in hoge mate de vitaliteit, leefbaarheid, toekomstbestendigheid en spreiding van dragende en vragende huishoudens. Hierbij wilt indiener nogmaals de opmerkingen 22.19 en 22.23 benadrukken. Commentaar 22.24 Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen.
Opmerking 22.25 Op bladzijde 93 wordt gesproken van wijkplannen. Indiener vraagt hoe zich dit verhoudt tot de gebiedsgerichte benadering, zoals genoemd bij paragraaf 4.1. Commentaar 22.25 Wijkplannen liggen op wijkniveau. Bij de gebiedsgerichte benadering is voorlopig bepaald dat het daar gaat om binnenstad, stedelijk gebied, buitengebieden/niet-stedelijk gebied en werklocaties. Het kan na het opstellen van programma’s uiteindelijk hetzelfde zijn maar waarschijnlijk zijn de gebiedsgerichte programma’s grotere gebieden.
Opmerking 23.26 Indiener kaart aan dat al meer dan 40 jaar een discussie plaatsvindt over een theater met regiofunctie in Harderwijk. In de omgevingsvisie wordt wel uitgesproken dat een modern theater past in de visie voor een aantrekkelijk Harderwijk met een goed vestigingsklimaat en breed toeristisch aanbod, maar volgens indiener is er sinds de discussie speelt nog geen uitgewerkt plan voor een theater. Commentaar 22.26 De gemeente realiseert zich dat er al lange tijd over een podiumvoorziening wordt gesproken en bevestigt dat er op dit moment nog geen uitgewerkt plan is voor een dergelijke voorziening.
Opmerking 22.27 Aanvullend op opmerking 22.26 ziet indiener een relatie met het personeelstekort, zoals benoemd in paragraaf 4.3.5 (pagina 79). Indiener is van mening dat een volwaardig theater (met dito programmering) een belangrijke bijdrage kan leveren aan een prettig woonklimaat in zijn algemeenheid en dus ook voor nieuwe werknemers. Commentaar 22.27 De gemeente bevestigt deze gedachte. In een nog op te stellen programma Mens&Maatschappij zal de haalbaarheid van een theater kunnen worden verkend.
Conclusie De Omgevingsvisie Harderwijk 2040 wordt op de volgende onderdelen gewijzigd:
In paragraaf 4.3.2.2 wordt na de tekst: “Daarnaast wordt onderzocht of Drielanden Noord zich leent voor een mogelijk nieuw sportcluster.” onderstaande tekst opgenomen: Speelruimte Speelruimte beperkt zich niet tot een omheinde speelplaats met rubber ondergrond, maar bevindt zich overal in de openbare ruimte, bij voorkeur in de basisstructuur. BOSS staat voor bewegen, ontmoeten, spelen en sporten en dekt de lading veel beter, de vier onderdelen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. BOSS is overal en voor iedereen. Voor jong en oud, maar ook voor elke doelgroep, dus inclusieve speelruimte waar het kan. Een aantal centrale plekken in Harderwijk kan specifiek ingericht worden met extra voorzieningen voor mensen met een beperking. Dit kan niet overal, maar BOSS-ruimte moet voor iedereen toegankelijk zijn, net als openbare ruimte (blz. 56 OV).
In paragraaf 4.4.3.3, op pagina 91, wordt onderstaande tekst opgenomen: ….voor middeldure huur € 800 - € 1.100). Recent is de Wet betaalbare huur vastgesteld door de Tweede Kamer. Die regelt dat het WWS (waarderingsstelsel woningbouw) van toepassing is op woningen met maximaal 186 punten, oftewel ongeveer €1.100. Dat betekent dat voor deze woningen de huur in verhouding moet staan tot de kwaliteit van de woning. Er kunnen, m.a.w., geen exorbitante huren meer gevraagd worden. In het volkshuisvestelijk programma hanteren we daarom voor vrije sector huur het segment >liberalisatiegrens <WWS-grens (€880 - €1.100).