Bijlage 1- TransitievisieWarmte Harderwijk
Tekst van het document
7. Draagvlak in de samenleving (bedreiging, sterkte en zwakte) Vanaf het begin wordt ingezet op draagvlak vanuit de samenleving. Dit heeft geresulteerd in de eerste bewonersinitiatieven, die aan de slag willen met duurzaamheid in hun buurt en huiseigenaren die hun woning verduurzaamd hebben en zich hebben aangemeld als voorbeeldwoning. Echter zijn deze eerste bewonersinitiatieven en voorbeeldwoningen nog geen afspiegeling van de samenleving en woningvoorraad in de gemeente Harderwijk. Gelukkig merken het duurzaamheidsloket Veluwe Duurzaam en de lokale energiecoöperatie Endura een toenemende interesse bij huiseigenaren om de eerste stappen te zetten om hun woning te verduurzamen, denk hierbij aan isoleren en het aanschaffen van zonnepanelen. Echter is voor velen vanwege verschillende redenen de overstap naar volledig aardgasvrij te vroeg. Eén van de redenen is de betaalbaarheid van de alternatieve oplossing voor het aardgas. Daarnaast speelt ook mee dat in de landelijke pers verschillend wordt bericht over de warmtetransitie. Zowel over goede voorbeelden als kritische geluiden. Dit maakt het voor de bewoners, ondernemers en gebouweigenaren lastig zelf een beeld te vormen over de warmtetransitie. Concluderend: Zoals al vaker aangegeven, draagvlak is één van de pijlers onder de gehele warmtetransitie. Dit betekent dat we hier veel aandacht en zorg voor hebben.
Niet alleen nu bij het opstellen van de warmtevisie, maar ook bij het opstellen en uitvoering van de uitvoeringsplannen. In hoofdstuk 7 wordt beschreven hoe we vorm geven aan de participatie en communicatie.Daarnaast willen we meer inzetten op buurtinitiatieven en dat het aantal initiatieven toeneemt de komende jaren.
28
8. De projectorganisatie (sterkte) Sinds september 2018 werken Liander, UWOON, Omnia Wonen, Endura Veluwe Duurzaam en gemeente Harderwijk al samen op het gebied van de warmtetransitie. De projectorganisatie is zorgvuldig opgebouwd. Daarnaast is er een goede samenwerking met gemeenten in de regio Noord-Veluwe om kennis en ervaring met elkaar te delen en waar dit handig is samen op te trekken. Door het afstemmen met de verschillende partijen ligt er een gevaar dat de samenwerking stroperig kan worden wanneer besluiten genomen moeten worden. Bijvoorbeeld als meerdere partijen moeten investeren in een buurt en dit definitief gaan vastleggen in een uitvoeringsplan. Alle partijen moeten zich dan daadwerkelijk gaan committeren aan de warmtevisie en het uitvoeringsplan. Concluderend: Tot nu toe zijn de ervaringen met de huidige projectorganisatie goed en daarom wordt deze gehandhaafd. Deze is beschreven in hoofdstuk 9. Hierin zijn de rol en positie van de klankbordgroep en een procesbegeleider per buurt verder uitgewerkt.
6
6
VAN VISIE NAAR UITVOERING
29
6
VAN VISIE NAAR UITVOERING 6.1 Stapsgewijze aanpak
6.2 De beleidslijnen
Vanuit de sterkte-zwakteanalyse komt naar voren dat een stapsgewijze aanpak het uitgangspunt is voor de uitvoering van de warmtetransitie. We hanteren een stapsgewijze aanpak om in drie stappen naar aardgasvrij te gaan. Deze aanpak is in de onderstaande afbeelding weergegeven en een toelichting staat in het kader.
Om de warmtetransitie te realiseren en de doelstelling (een aardgasvrije samenleving in 2050) te halen, is beleid nodig dat richting geeft aan de uitvoering. Met andere woorden, wat is de juiste strategie om de komende jaren tot een optimale uitvoering van de warmtetransitie te komen? Op basis van de analyses in hoofdstuk 3 en 4, de sterktezwakteanalyse in hoofdstuk 5 en de besprekingen binnen projectgroep, klankbordgroep en stuurgroep, zijn drie beleidslijnen geformuleerd die uitvoering geven aan de warmtevisie;
Stapsgewijze aanpak elektrisch isoleren
ventileren
koken lage hybride temperatuur warmtepomp verwarming
gasketel vervangen
gasaansluiting eruit
ISOLEREN
AARDGASVRIJREADY
AARDGASVRIJ
1
2
3
Voor het aardgasvrij maken van een gebouw, moet er vaak veel gebeuren. Dit hoeft niet altijd allemaal in één keer gedaan worden maar in verschillende stappen. Dit wordt de stapsgewijze aanpak genoemd. In de aanpak zijn drie fasen gedefinieerd: 1. Isoleren - Het gebouw wordt geïsoleerd en voorzien van ventilatie. 2. Aardgasvrij-ready - De overstap naar elektrisch koken en lage temperatuur verwarming. Eventueel een hybride warmtepomp als tussenstap om het aardgasverbruik al te verlagen. 3. Aardgasvrij - Het daadwerkelijk vervangen van de gasketel en weghalen gasaansluiting en in plaats daarvan gebruik maken van een duurzame warmtevoorziening.
30
1. De gemeentebrede aanpak, waarbij op basis van communicatie en kennis opdoen, alle huishoudens binnen de gemeente worden meegenomen in de mogelijkheden om hun woning te verduurzamen en zoveel mogelijk al aardgasvrij(-ready) te maken; 2. De buurtgebonden aanpak, waarbij met elke potentiebuurt een uitvoeringsplan wordt opgesteld, waarin wordt uitgewerkt hoe deze stapsgewijs aardgasvrij kan worden; 3. Een onderzoekstraject, waarbij specifieke vraagstukken dan wel belemmeringen die rondom de warmtetransitie spelen onderzocht en waar mogelijk opgelost worden, zodat in de tijd steeds meer snelheid in de uitvoering mogelijk is. Deze drie beleidslijnen vormen de strategie om uitvoering te geven aan de warmtevisie, in ieder geval tot 2030. De beleidslijnen worden verder toegelicht in de volgende paragrafen. De manier van participatie en communicatie per beleidslijn wordt behandeld in hoofdstuk 7.
6
Figuur 6.2 Het drie-sporen-beleid
GEMEENTEBREDE AANPAK
BUURTGEBONDEN AANPAK
ONDERZOEKSTRAJECT
participatie & communicatie
i BUURT X
communiceren, stimuleren en faciliteren van specifieke doelgroepen
opstellen en uitvoeren uitvoeringsplan per buurt
6.3 Gemeentebrede aanpak: communicatie en kennis opdoen Met de gemeentebrede aanpak wordt niet ingezet op één buurt, maar juist om verschillende doelgroepen binnen de gehele gemeente Harderwijk te bereiken. De gemeentebrede aanpak versterkt en vergroot de autonome verduurzaming (bijvoorbeeld inwoners of bedrijven die bezig zijn met isoleren of elektrisch koken). Hierbij wordt voornamelijk op vier doelen ingezet: 1. Bewustzijn creëren om minder energie te verbruiken De allereerste stap in de trias energetica is het verminderen van het energieverbruik. Dit geldt ook bij de warmtetransitie. Het is altijd goed om maatregelen te nemen waardoor
i
i
i i
kennis verwerven
het energieverbruik (warmte en elektriciteit) verminderd. Bijvoorbeeld door te isoleren, energiezuinige apparaten aan te schaffen en het beter afstellen van CV-ketels. 2. Het vergroten van de kennis over de warmtetransitie Om het draagvlak te vergroten en inwoners en ondernemers te blijven betrekken bij de warmtetransitie, is het van belang dat de samenleving de algemene informatie over de warmtetransitie kent. Denk hierbij aan wanneer en hoe een buurt aardgasvrij wordt (de warmtevisie) en welke alternatieven en financieringsmogelijkheden er zijn. Maar ook over de voortgang en behaalde resultaten in de potentiebuurten en andere duurzaamheidsacties.
31
3. Stimuleren om te verduurzamen op de natuurlijke momenten Door de tijd komen er vele natuurlijke momenten voorbij, die geschikt zijn om aan de slag te gaan met de verduurzaming van een gebouw. Denk hierbij aan een verhuizing, het verbouwen van een woning of het vervangen van de CV-ketel en/of het gasfornuis. Op deze momenten kunnen alvast een aantal duurzaamheidsmaatregelen worden toegepast om het aardgasverbruik te verminderen of zelfs aardgasvrij te worden. Duurzaamheidsmaatregelen direct meenemen kan besparen in de kosten en extra overlast voorkomen voor de gebouweigenaar en -gebruiker. 4. Stimuleren tot het nemen van ‘geen-spijtmaatregelen’ Daarnaast willen we stimuleren om “geen spijt maatregelen” te nemen. Dit zijn maatregelen die altijd goed zijn om te nemen en ook terugverdiend worden door een lagere energierekening. Denk hierbij aan isoleren, zonnepanelen of overstappen op een hybride warmtepomp. Verder kan het gaan om specifieke technische oplossingen die kostenefficiënt zijn bij specifieke type woningen. Dat vraag in dat geval een meer doelgroepgebonden benaderingswijze. Voor het bereiken van deze doelen wordt steeds voorafgaand aan een communicatie uiting of activiteit bepaald wie de doelgroep is. Een doelgroep kan bijvoorbeeld een woningeigenaar van een vrijstaande woning zijn of starters die een eerste woning gaan kopen.
Op deze manier willen we de communicatie en activiteiten optimaal laten aansluiten bij de gekozen doelgroep. Meer hierover in paragraaf 7.2.1.
6
6.4 Buurtgebonden aanpak: uitvoeringsplan per buurt De buurtgebonden aanpak richt zich op het proces in een buurt waarbij het doel is om toe te werken naar een aardgasvrije (-ready) buurt. Tot en met 2030 wordt met de buurtaanpak voornamelijk gefocust op de tien geselecteerde potentiebuurten. Per buurt is een aanpak op maat nodig om een eigen proces te doorlopen. Tenslotte heeft elke buurt een andere samenstelling van gebouwen, type bewoners, mogelijke kansen en bijkomende uitdagingen. Algemeen proces Ondanks dat elke buurt een aanpak op maat nodig heeft, wordt in het algemeen steeds dezelfde zes fases doorlopen. Deze zes fases zijn: 1. De oriëntatie- en bewustwordingsfase In de buurt worden de eerste gesprekken gevoerd en informatie gedeeld. Daarbij worden de eerste stappen gezet, zoals het oprichten van een initiatief en het voeren van buurtgesprekken. 2. De onderzoeksfase Tijdens deze fase worden de eerste verkennende haalbaarheidsonderzoeken uitgevoerd. Niet alleen naar de financieel/technische alternatieven voor aardgas maar ook naar het draagvlak in de buurt. 3. De planvormingsfase Op basis van de onderzoeken wordt het uitvoeringsplan opgesteld. Wanneer aanwezig wordt dit gedaan samen met het buurtinitiatief.
Hierin staat onder andere aangegeven wat de alternatieven voor aardgas zijn in de buurt, wanneer de gaskraan dicht gaat en hoe het gerealiseerd en betaald gaat worden. 4. De besluitvormingsfase Het concept uitvoeringsplan is opgesteld en nu wordt de definitieve keuzes gemaakt. De gemeenteraad stelt het uitvoeringsplan van een buurt vast.
5. De realisatiefase Het vastgestelde uitvoeringsplan wordt uitgevoerd om de buurt aardgasvrij(-ready) te maken. Dit betekent dat de benodigde infrastructuur wordt gerealiseerd en gebouweigenaren hun gebouw moeten voorbereiden. 6. De gebruiksfase De werkzaamheden zijn klaar en daarmee is de buurt aardgasvrij(-ready). Als nazorg worden eventuele problemen verholpen en de ervaringen gebruikt en gedeeld met andere buurten. Buurtinitiatief Voor de buurtgebonden aanpak wordt aangestuurd om het bovenstaand proces samen met een buurtinitiatief te doorlopen. Een buurtinitiatief bestaat uit een groep bewoners uit de buurt die zich graag inzetten om samen met de projectgroep tot een uitvoeringsplan te komen en deze daarna uit te voeren. Het buurtinitiatief initieert bewonersavonden, reflecteert op het proces en neemt waar mogelijk het voortouw in buurtgebonden acties. De projectgroep ondersteunt en faciliteert dit proces en de benodigde activiteiten. Meer hierover in paragraaf 7.2.2. Een buurtinitiatief kan ook ontstaan in een buurt die niet benoemd is als potentiebuurt in deze warmtevisie. Aangezien we werken vanuit draagvlak ondersteunen en faciliteren we graag ook deze buurtinitiatieven. Dit kan ook leiden tot een update van de potentiebuurten wanneer ook op basis van de andere criteria hier aanleiding voor is.
Echter om de focus te behouden en de beschikbare middelen optimaal in te zetten, moet de projectgroep met het buurtinitiatief in het begin duidelijke verwachtingen afspreken. Wat kan de projectgroep op dat moment bieden en wat kan een buurtinitiatief al zelf organiseren.
32
Uitvoeringsplan per buurt In fase 3 wordt in nauwe samenwerking met bewoners en andere belanghebbenden in de buurt een uitvoeringsplan opgesteld. In het uitvoeringsplan komt een definitieve keuze voor het alternatief op aardgas en per wanneer de buurt aardgasvrij wordt. Voor het opstellen van elk uitvoeringsplan is een uitgebreide participatieve aanpak noodzakelijk. In fase 4 wordt het uitvoeringsplan van een buurt vastgesteld. Voordat dit mogelijk is, moet het uitvoeringsplan voldoen aan een aantal uitgangspunten. Deze uitgangspunten zorgen ervoor dat het duidelijk is voor gebouweigenaren en -gebruikers waar ze aan toe zijn als het uitvoeringsplan wordt vastgesteld. De uitgangspunten voor een uitvoeringsplan zijn: 1. Het alternatief of alternatieven voor aardgas is bekend op woningniveau; 2. De financiering en kosten zijn doorberekend en bekend. Hierdoor zijn niet alleen de businesscase en de projectkosten bekend, maar ook de verwachte maatschappelijke kosten en kosten voor de eindgebruiker. Waarbij de kosten per eindgebruiker nog variëren door mogelijke eerdere aanpassingen aan het gebouw en/of een hoger of lager huidige energieverbruik; 3. De ruimtelijke consequenties zijn in beeld, zowel boven-, als ondergronds en voor de openbare ruimte als de ruimte in en rond het gebouw; 4.
De planning op hoofdlijnen van de werkzaamheden, met daarin ook aangegeven wanneer voor het laatst aardgas wordt geleverd in de buurt. Mocht een buurt eerst aardgasvrij-ready worden, dan wordt in het uitvoeringsplan wel aangegeven wat de verwachting is wanneer de buurt alsnog aardgasvrij wordt; 5. Voor gebouweigenaren en -gebruikers is het duidelijk op welke manier er gecommuniceerd wordt en op welke manier ze betrokken blijven tijdens de realisatie- en gebruiksfase.
6
6.5 Onderzoekstraject: kennis verwerven We staan aan het begin van de warmtetransitie. Dit betekent dat we veel nog gaan leren en ervaring op gaan bouwen. Om na 2030 de warmtetransitie te versnellen is een aantal antwoorden nodig op vragen die we nu nog niet kunnen beantwoorden. Daarom is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd waar we de komende jaren antwoorden op proberen te krijgen. Voor het antwoord op een aantal vragen zijn we afhankelijk van landelijk beleid en/of technische ontwikkelingen. 1. Buurtaanpak gespikkeld bezit Per buurt wordt een uitvoeringsplan opgesteld (zie paragraaf 6.4). In diverse potentiebuurten is een relatief hoog corporatiebezit aanwezig, waardoor in samenwerking met de corporaties voortvarend gestart kan worden met het opstellen van een uitvoeringsplan. Echter het blijkt dat in een aantal van deze buurten ook veel gespikkeld bezit aanwezig is (een mix van particuliere woningen en huurwoningen in een straat of flatgebouw). Dat compliceert de uitvoering van maatregelen.
Bij het opstellen van uitvoeringsplannen willen we op dit aspect verder inzoomen door de volgende vragen te beantwoorden: » Hoe ziet een integraal uitvoeringsplan voor een buurt eruit waarbij zowel huurwoningen als koopwoningen aardgasvrij worden? » Specifiek in situaties van gespikkeld bezit en/of Vereniging van Eigenaren (VvE)? » Zijn er mogelijke voordelen voor particuliere woningeigenaren bij een buurtaanpak met veel gespikkeld bezit? 2. Organisatiestructuur duurzaam warmtenet Voor het opzetten van een duurzaam warmtenet worden de rollen en verantwoordelijkheden afgesproken (opwekking, distributie en levering). De rolverdeling voor het elektriciteitsnet en het gasnet zijn vastgelegd in de
Warmtewet. Voor een warmtenet is dit nog niet het geval maar maakt dit mogelijk wel onderdeel uit van de nieuwe Warmtewet. Gemeente Harderwijk doet momenteel ervaring op met het oprichten van een eigen warmte(netwerk)bedrijf ten behoeve van de nieuwbouwwoningen in Waterfront fase 3. Onderzocht wordt of de kennis en ervaring die hiermee wordt opgedaan ook gebruikt kan worden voor het ontwikkelen van warmtenetten in andere buurten dan het Waterfront. De vraag die vanuit de warmtevisie centraal staat is de volgende: » Kan de organisatie die voor het open warmtenet in het Waterfront wordt ontwikkeld, ook een rol hebben bij de ontwikkeling van mogelijk nieuwe warmtenetten in het kader van de warmtevisie? 3. Toewijzing warmtebronnen De toewijzing van warmtebronnen naar gemeenten (vanuit de regio) naar buurten is een complex vraagstuk. Hier is nog geen regelgeving voor. Dit vraagstuk dient verder uitgewerkt te worden.
Voor deze warmtevisie stellen we de volgende kaders die daarin relevant zijn: » Op welke wijze wordt een effectieve doorvertaling gemaakt vanuit de Regionale Energie Strategie (RES) met daarin de Regionale Structuur Warmte (RSW), naar de gemeentelijke warmtevisie en de uitvoeringsplannen en weer andersom? Niet alleen voor RES 1.0 maar ook in de toekomstige updatecycli van de RES en de warmtevisie? » Hoe voorkomen we een top-down toewijzen van alternatieve warmtebronnen waarbij inwoners en belanghebbenden hier niks meer over te zeggen hebben? » Hoe bewerkstelligen we dat inwoners samen kiezen voor een collectieve alternatieve warmtebron of opslagmogelijkheid in hun buurt?
33
4. Zekerheid warmtebron Voor warmtenetten kan gebruik gemaakt worden van lokale warmtebronnen, bijvoorbeeld restwarmte van bedrijven. Nu is het lastig om te garanderen dat deze bronnen blijven bestaan en altijd evenveel produceren. Als bewoner wil je wel de zekerheid hebben dat je woning altijd van warmte wordt voorzien. Dit is de leveringszekerheid die we nu ook gewend zijn voor aardgas en elektriciteit. » Hoe worden lange termijn zekerheden gerealiseerd wanneer woningen op een lokale (al dan niet private) energiebron worden aangesloten. Hoe wordt lange termijn beschikbaarheid geregeld? 5. Raakvlakken en koppelkansen De warmtevisie staat niet op zichzelf. Zowel in de raakvlakken met andere beleidsterreinen als de koppelkansen in de uitvoering dient er maximaal gestreefd te worden naar integratie en samenhang. Op beleidsniveau wordt onderzocht hoe de warmtevisie geïntegreerd kan worden met andere ontwikkelingen, bijvoorbeeld: • klimaatadaptatie, • mobiliteit, • groen, • omgevingsvisie. De vraag die hierbij centraal staat is: » Hoe zorgen we voor de integratie en samenhang met andere beleidsterreinen? Op uitvoeringsniveau doen zich koppelkansen voor, hierbij kan gedacht worden aan: • renovatie/onderhoud van huurwoningen dan wel van de openbare ruimte, • civieltechnische werkzaamheden, • buurtinitiatieven.
6
De vragen die hierbij gesteld worden zijn: » Op welke manier is het mogelijk om bij het opstellen van de uitvoeringsplannen (zie paragraaf 6.4) gebruik te maken van buurtspecifieke koppelkansen? » Welke koppelkansen doen zich voor in buurten, die nog niet aan de beurt zijn voor een uitvoeringsplan en hoe maken we daar toch gebruik van? 6. Betaalbaarheid Om een bestaande woning aardgasvrij te maken, moet deze meestal worden verbouwd. Dit brengt kosten met zich mee. Betaalbaarheid is een van de meest bediscussieerde onderwerpen in het maatschappelijk debat over de warmtetransitie (Zie ook hoofdstuk 8). Tegelijk moet onderkend worden dat er op veel terreinen nog geen sluitende antwoorden zijn en, als die er al zijn, deze veelal buiten de invloedsfeer van de gemeente Harderwijk liggen (bijvoorbeeld: subsidieprogramma’s, aanpassing belastingregime etc). De onderzoeksvraag die hierbij geldt is de volgende: » Hoe kan de projectgroep, rekening houdend met de maatschappelijke ontwikkelingen op het terrein van betaalbaarheid, dit voor de Harderwijker inwoners verder optimaliseren en ondersteunen?
34
7
7
PARTICIPATIE EN COMMUNICATIE IN DE BELEIDSLIJNEN
35
7
PARTICIPATIE EN COMMUNICATIE IN DE BELEIDSLIJNEN
ZELFBESTUUR eigen planvorming
DELEGEREN overdragen van zaken
De samenleving betrekken (participatie) kan op verschillende niveaus zoals te zien op de afgebeelde participatieladder. De warmtetransitie is een proces dat van abstract denken en grote lijnen naar heel concreet gaat. We zijn ons ervan bewust dat op verschillende denkniveaus verschillende type mensen kunnen aanhaken. Enkele bewoners denken nu al mee. De meesten komen waarschijnlijk ‘in actie’ als er een concreet voorstel voor hun woning ligt. Daarvoor is het van belang om af te wegen op welke wijze inwoners en andere belanghebbenden kunnen en willen bijdragen in de beleidsvorming en uitvoering van de warmtetransitie. Het inzetten van participatie geeft de mogelijkheid om op verschillende manieren gebruik te maken van de kennis en ervaring van bewoners en organisaties in de gemeente. Dat komt de kwaliteit, creativiteit en duurzaamheid van het resultaat ten goede. Bovendien vergroot het begrip voor en betrokkenheid bij uitvoering en beheer van het te ontwikkelen beleid.
36
COPRODUCEREN / SAMENWERKEN gezamenlijke planvorming bijvoorbeeld in projectgroep
CONSULTEREN formele dialoog bijvoorbeeld in klankbordgroep of workshop
INSPREKEN verkrijgen van respons uit bijvoorbeeld inspraakreacties of enquête
INFORMEREN NIE
verstrekken van informatie met bijvoorbeeld persbericht of nieuwsbrief
UW
laag
Zoals aangegeven is het noodzakelijk dat de samenleving betrokken is bij de warmtetransitie. Door alleen transparant en helder te communiceren, kom je er niet. De samenleving (inwoners, ondernemers en initiatieven) moet vanaf het eerste moment de kans hebben erbij betrokken te zijn.
mate van participatie
7.2 Participatie
S
hoog
Communicatie en participatie spelen dan ook een zeer belangrijke rol. In dit hoofdstuk gaan we in op hoe inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden kunnen participeren en op welke manier er gecommuniceerd wordt. Bij de participatie en communicatie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Door proactief, transparant en eerlijk te communiceren willen we een realistisch beeld en heldere verwachtingen geven; • Wij gaan graag het gesprek aan om te begrijpen wat de zorgen zijn, welke vragen er leven en welke kansen er liggen. Dit doen wij met respect voor ieders mening; • De benodigde informatie is helder, aansprekend en toegankelijk. Alleen weten wij ook (nog) niet alles. Wanneer dat zo is geven wij dit aan; • Om zoveel mogelijk inwoners te bereiken, wordt in de communicatie rekening gehouden met hun
•
aantal betrokkenen
Om de warmtetransitie te laten slagen is er draagvlak nodig. Hiervoor is het cruciaal dat (zoveel mogelijk) bewoners en andere gebouweigenaren gaan meedenken en meedoen. Bijvoorbeeld meedenken over de alternatieven voor aardgas, aangeven wat belangrijk is en zelf al aan de slag gaan met het verduurzamen van hun woning/bedrijfspand. Terwijl bij de start van de warmtetransitie nog veel onzeker is: qua technische oplossingen, financiële middelen, tijdsplanningen en wettelijke kaders.
•
Figuur 7.1 Participatieladder laag
De transitie naar een aardgasvrije samenleving in de gemeente Harderwijk is een langdurig en ingewikkeld proces, welke impact heeft op de inwoners en ondernemers, de gebouwen en de leefomgeving. Deze warmtetransitie kan dan ook alleen slagen door de betrokkenheid van bewoners, gebouweigenaren en andere partijen in de omgeving. Iedereen moet betrokken worden en in beweging komen.
verschillende behoeftes en drijfveren. Wanneer mogelijk wordt de communicatie richting een buurt afgestemd met het bewonersinitiatief uit die buurt; Om mensen te helpen zelf aan de slag te gaan, geven we informatie over de mogelijkheden (advies, kleine duurzaamheidsmaatregelen en initiatieven); Om de acceptatie voor het nemen van duurzaamheidsmaatregelen te behouden en te vergroten, proberen wij zoveel mogelijk aan te sluiten bij het tempo van de gebouweigenaren door bijvoorbeeld in fases en stapsgewijs aan de slag te gaan.
hoog
7.1 Insteek
7
In de volgende drie subparagrafen staat per beleidslijn de participatiestrategieën aangeven.
7.2.1 Gemeentebrede aanpak Met de gemeentebrede aanpak wordt voornamelijk ingezet op het informeren en stimuleren van de Harderwijkse samenleving om aan de slag te gaan met de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Daarom wordt in deze beleidslijn qua mate van participatie voornamelijk ingezet op informeren maar wanneer mogelijk zeker gebruik gemaakt van inspreken en consulteren. Een voorbeeld van consulteren is de klankbordgroep. Deze geeft gevraagd en ongevraagd advies over het te ontwikkelen beleid. De leden van de klankbordgroep denken vanuit het algemeen maatschappelijk belang mee over de mogelijke veranderingen. Afhankelijk van het doel en de doelgroep wordt bepaald wat voor activiteit er wordt ingezet. Mogelijke activiteiten zijn: • Stads-, buurtgesprekken en energiecafés; • Voorlichtingscampagnes (isoleren, zonnepanelen, hybride warmtepomp); • Gezamenlijke inkoopacties; • Ondersteuning van activiteiten initiatieven.
7.2.2 De buurtgebonden aanpak In de buurtgebonden aanpak wordt toegewerkt naar een uitvoeringsplan, welke na vaststelling door de gemeenteraad, wordt uitgevoerd om de buurt aardgasvrij(-ready) te maken. Gezien de directe impact op gebouweigenaren en -gebruikers, is een hoge betrokkenheid vanuit de buurt gewenst bij het maken van het uitvoeringsplan. Daarom streven wij naar een mate van participatie waarbij we met elkaar samenwerken/ coproduceren. Dit houdt in dat op basis van gelijkwaardigheid van de deelnemers in het proces wordt samengewerkt om een gedragen uitvoeringsplan op te
stellen. Van alle betrokkenen vraagt dit veel tijd en aandacht maar leidt het wel tot een breed draagvlak voor het plan en de uitvoering. Nu is de mate van participatie maatwerk per buurt. Dit kan betekenen dat het niet altijd lukt om samen te werken, bijvoorbeeld door de afwezigheid van een buurtinitiatief. In elk geval wordt in elke buurt ingezet op het informeren, inspreken en consulteren om de gebouweigenaren en -gebruikers in de buurt te bereiken en te betrekken. Dat betekent dat er oog is voor een breed scala aan manieren van participeren en communiceren. Hierbij zijn buurtgerichtheid, samenwerking en het stimuleren en ondersteunen van initiatieven belangrijke uitgangspunten. In het op te stellen uitvoeringsplan wordt de participatie en communicatie in een buurt tijdens de realisatie en nazorg verder uitgewerkt. Buurtinitiatieven We zien een belangrijke rol in de buurtgebonden aanpak voor buurtinitiatieven. Dit zijn inwoners of gebouweigenaren die gezamenlijk aan de slag willen de buurt te verduurzamen, mogelijk met als doel aardgasvrij te worden. Deze initiatieven bieden we veel ruimte in de samenwerking en uitvoering richting een aardgasvrij Harderwijk. Vanwege deze belangrijke rol krijgen buurtinitiatieven ondersteuningen vanuit de projectgroep. Hierbij is het uitgangspunt dat een initiatiefnemer zelf de leiding houdt over de eigen plannen en ideeën.
Per initiatief wordt ondersteuning op maat gegeven, door samen te bespreken wat de behoeftes en wensen zijn van de initiatiefnemers en de buurt. Om initiatieven te inspireren en meer concreet te ondersteunen in hun voorbereidingen en uitvoering is een menukaart ontwikkeld (zie bijlage 7). In de menukaart zijn per procesfase passende participatie- en communicatiemiddelen te vinden om een bepaalde doelgroep te betrekken bij het aardgasvrij
37
maken van gebouwen en de buurt. Deze menukaart groeit waarschijnlijk de komende jaren door opgedane ervaringen.
7.2.3 Onderzoeksvragen In de derde beleidslijn wordt ingegaan op de onderzoeksvragen, zoals beschreven in paragraaf 6.5. Deze zijn gericht op het doorzetten en versnellen van de warmtetransitie na 2030. Deze vragen hebben dan vaak ook nog geen directe impact op de samenleving, maar de antwoorden gaan wel bijdragen aan of duidelijkheid geven om een aardgasvrij Harderwijk te realiseren. Dit betekent dat de participatie voornamelijk zit op het informeren van de samenleving over de antwoorden op de vragen. In het proces tot de beantwoording van de vragen ligt ook een rol voor de klankbordgroep en voor experts uit de gemeente Harderwijk. Afhankelijke van de type onderzoeksvraag, kan ook de input vanuit de Harderwijkse samenleving gevraagd worden (consulteren).
7.3 Communicatie Communicatie is in het hele participatieproces een belangrijke factor. De manier van communiceren met de verschillende doelgroepen en de keuze van middelen dient steeds te worden afgestemd op de ontvanger van de boodschap. De verschillen binnen de doelgroepen zijn groot. Dat vraagt om maatwerk in de benadering en de keuze van communicatiemiddelen. Waarbij iedere keer nagedacht wordt over met welk doel/boodschap, met welke doelgroep en met welke middel gaat er gecommuniceerd worden. Elke keer is dit maatwerk. In deze paragraaf gaan we in op de algemene doelen, doelgroepen en middelen.
7.3.1 Communicatiedoelen en kernboodschappen Om op maat te communiceren, wordt elke keer eerst de vraag gesteld, met welk doel gaan we communiceren en wat is de hoofdboodschap die duidelijk moet overkomen.
7
In onderstaande schema zijn de verschillende globale doelgroepen weergegeven zich ten opzichte van elkaar als het gaat om de impact van en de invloed op de warmtetransitie.
veel
Figuur 7.2 Stakeholdersanalyse
gemeenteraad
klankbordgroep
media
huiseigenaren medewerkers project aardgasvrij wonen
provincie
installateurs
weinig
transitie
Kernboodschappen: • De verandering naar een aardgasvrije samenleving en aardgasvrij wonen is een kwestie van lange adem en zorgvuldige samenwerking; • Veranderingen en verbeteringen kunnen ook in kleine stappen, per woning en wellicht zelfs per kamer; • Er zijn vele oplossingen en alternatieven voor het gebruik van aardgas om gebouwen te verwarmen; • Er is niet één homogene oplossing om alle gebouwen in de gemeente Harderwijk aardgasvrij te maken; • De overgang naar een aardgasvrije samenleving draagt bij aan een beter milieu en het behoud van de natuur in en rond de gemeente Harderwijk; • Isoleren bevordert het wooncomfort en kan een energiekostenbesparing opleveren; • Deze transitie doen we met elkaar, we gaan samen met de samenleving aan de slag; • Ideeën en initiatieven uit de samenleving zijn maatgevend en zeer welkom!
Om de communicatie op maat te maken, is het denken vanuit de doelgroep essentieel. Vooral als het gaat om inwoners is het van belang om in kaart te brengen hoe de belevingswerelden van de verschillende groepen inwoners zijn. Inwoners vormen immers een zeer diverse doelgroep met verschillende normen, waarden, belangstelling, keuzen en wereldbeelden.
impact van deskundigen warmtetransitie
bedrijvenkring Harderwijk makelaars
38
onderwijs jongeren/kinderen ondernemers verenigingen / geloofsgebouwen transitie
invloed op
Doelen: • Het vergroten van het draagvlak in de samenleving voor de warmtetransitie en in de aanpak en uitvoering naar een aardgasvrije samenleving; • Het informeren van belanghebbenden over de voortgang, technieken en processen om het maken van een weloverwogen keuze te bevorderen; • Het bevorderen van eigenaarschap en een gevoel van verantwoordelijkheid bij de inwoners en ondernemers voor het transitieproces. Mogelijk door kansen inzichtelijk te maken; • Het enthousiasmeren en stimuleren van (kleinschalige) initiatieven.
7.3.2 Doelgroepen
weinig
Hieronder staat een aantal algemene doelen en kernboodschappen die gebruikt worden.
collega’s
huurders veel
7
7.3.3 Communicatiemiddelen Als laatste wordt bepaald welk(e) communicatiemiddel(len) wordt ingezet, passend bij het doel en de doelgroep. We maken in eerste instantie zoveel mogelijk gebruik van bestaande communicatiemiddelen en netwerken van de samenwerkende partijen. Daar waarnodig wordt specialisme ingehuurd. Hieronder een overzicht van een aantal mogelijke communicatiemiddelen: • Persoonlijk (digitaal) contact; • Digitale nieuwsbrief Aardgasvrij Wonen Harderwijk; • Website Aardgasvrij Wonen Harderwijk en websites partners; • Het digitale platform ‘Online Stadsgesprek Harderwijk’; • Digitale warmteatlas; • Sociale media ; • Persberichten; • Wijkblaadjes, wijkkranten; • Inzet HK13TV; • Huis aan huis brief/flyer/krant (per wijk of buurt); • (Digitale) bijeenkomsten, presentaties en workshops; • Excursies.
Beeldmerk Voor alle communicatie met als afzender het project Aardgasvrij Wonen Harderwijk wordt dit beeldmerk gebruikt.
39
8
8 Foto: Ton Pors
KOSTEN EN FINANCIERING
40
8
KOSTEN EN FINANCIERING De gemeente Harderwijk duurzaam verwarmen vraagt om een aanzienlijke investering. Investeringen in gebouw, infrastructuur en warmtebronnen moeten door belanghebbenden worden gedragen. Daar staat tegenover dat dit ook iets oplevert, namelijk een comfortabeler gebouw, lagere energielasten en een duurzamere toekomst. Hoe die kosten (en baten) worden verdeeld en gefinancierd en hoe de transitie naar aardgasvrij voor iedereen betaalbaar blijft, zijn vraagstukken die voor een deel nog niet zijn te beantwoorden. Betaalbaarheid is dan ook een van de onderzoeksvragen, zie paragraaf 6.5. Daarbij zijn de antwoorden ook afhankelijk van technische ontwikkelingen en het beleid op landelijk niveau. In dit hoofdstuk gaan we op hoofdlijnen in op de maatschappelijke kosten en individuele kosten en mogelijke vormen van financiering (dekking) van deze kosten. In dit hoofdstuk en de rest van de warmtevisie zijn geen concrete cijfers opgenomen over de kosten voor de maatregelen die genomen moeten worden. Vanwege de vele variabelen (qua type woning/gebouw, energielabel, reeds genomen duurzaamheidsmaatregelen en de oplossingsrichting) en toekomstige ontwikkelingen (techniek en kosten), is het niet mogelijk om in deze warmtevisie al reële kosten aan te geven. In een uitvoeringsplan voor een buurt, worden deze kosten inzichtelijk gemaakt.
8.1 Maatschappelijke kosten Maatschappelijke (of nationale) kosten zijn de totale kosten in Nederland van alle maatregelen die nodig zijn om ergens een een alternatief voor aardgas te realiseren. Dit is ongeacht wie die kosten betaalt, inclusief de baten van de energiebesparing, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. Deze kosten zijn in kaart gebracht door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in het Vesta Mais-model. Uit de startanalyse in dit model komt
een voorkeursstrategie alternatief voor aardgas per buurt naar voren. Dat is de voorkeursstrategie met de laagste maatschappelijke kosten. Deze kosten zijn weergegeven in euro per ton CO2. De voorkeursvariant, zoals die door de startanalyse van het PBL is doorgerekend, is gebruikt als validatie voor de keuzes die wij hebben gemaakt in deze warmtevisie. Er zitten veel overeenkomsten en een paar verschillen in. Deze verschillen zijn te verklaren door interpretatie van data. Dit betekent dat de voorgestelde hoofdstrategieën in hoofdstuk 4 in lijn zijn met de door het door de startanalyse ingeschatte laagst maatschappelijke kosten.
8.2 Individuele kosten Om meer zicht te krijgen op wat de warmtetransitie betekent voor individuele gebouweigenaren komen er steeds meer tools beschikbaar. De projectgroep volgt de ontwikkelingen van deze tools. Wanneer het mogelijk is (onder andere onafhankelijkheid en betrouwbaarheid) worden deze gedeeld en ingezet. Hiermee worden de kosten per type woning per strategie in beeld gebracht. Deze kosten zijn nadrukkelijk een indicatief en geven een orde van grootte aan van de kosten voor de gebouweigenaar. Een daadwerkelijke inschatting kan alleen specifiek op gebouwniveau gemaakt worden. Dit kan bijvoorbeeld in kaart gebracht worden via de energieadviseurs van het Duurzaamheidsloket.
Maatschappelijke kosten Een sterk argument voor het gebruik maken van de maatschappelijke kosten als criterium voor het bepalen van de voorkeurs-oplossingsrichting is dat alle kosten die door de relevante stakeholders worden gemaakt, zijn meegenomen. Vaak zijn deze kosten onzichtbaar maar moeten wel degelijk gemaakt worden. Voorbeelden zijn kosten die door Liander worden gemaakt voor aanpassingen van de netwerken, terwijl deze kosten bij wet zijn gesocialiseerd / gestructureerd. In steeds meer gevallen zijn deze gesocialiseerde kosten niet meer kostprijsdekkend om de werkelijke kosten die gemaakt worden te dekken. Dat geldt op een andere manier ook voor bijvoorbeeld de renovaties van huurwoningen van de woningecorporaties. Woningcorporaties hebben te maken met strenge regelgeving rondom maxima aan huurprijzen, indexeringen en verhuurdersheffingen. Tegelijk dient wel invulling te worden gegeven aan de Aedes akkoorden om de gebouwvoorraden op energielabel niveau B te krijgen. Het werken met het criterium maatschappelijke kosten zorgt dat de kosten over deze gehele keten worden meegenomen om een voorkeurs-oplossingsrichting te bepalen. Het werken met maatschappelijke kosten als criterium staat soms op gespannen voet met de discussie over betaalbaarheid of woonlastenneutraliteit.
Dit is een belangrijk aandachtspunt in de verdere uitwerking van voorkeursoplossingsrichtingen op lokaal niveau maar vraagt ook om landelijke regelgeving cq. inrichting van een financieel/ fiscaal instrumentarium
41
8
Twee uitgangspunten zijn hier van belang; iedereen moet mee kunnen doen en oplossingen moeten betaalbaar blijven voor alle inwoners van de gemeente Harderwijk. Hoe we dat zo goed mogelijk organiseren, is in ontwikkeling. Daar werken we in de regio aan maar ook op landelijk niveau wordt naar dit vraagstuk gekeken.
kunnen afsluiten om allerlei redenen (Denk hierbij aan ZZP’ers, huis onder water, BKR registratie). Afhankelijk van de specifieke belemmering moeten hiervoor oplossingen verder worden uitgewerkt (zie ook paragraaf 6.5 onderzoeksvraag betaalbaarheid). Voor een onderscheid in de discussie rondom betaalbaarheid en woonlasten zijn in onderstaand kader de door Harderwijk gehanteerde definities weergegeven.
8.4 Individuele kosten of maatschappelijke kosten als maatstaf
Landelijk veelgebruikte financiële begrippen
gehouden worden met inzet van risicodragend eigen vermogen door hetzij private partijen hetzij de overheid (bij marktfalen) danwel andere vormen van garantstelling. Dit is geen subsidie!
8.3 Betaalbaarheid, woonlasten in relatie tot financiering In de vorige twee paragrafen hebben we gesproken over de kosten. Dit zegt alleen niks over de manier waarop deze kosten betaald worden. Daarom gaan we nu in op de vraag: “hoe gaan we deze warmtetransitie financieren?” Dat is een van de complexe uitdagingen van de warmtetransitie. In het begin werd er vanuit gegaan dat de besparing op de energierekening de kosten zou dekken. Dit zou betekenen dat de investering zich terugverdient over de tijd. In dit geval worden de kosten gedekt met eigen vermogen, een lening of hogere hypotheek. Echter blijkt dit slechts deels te kloppen. De investering die niet terugverdiend wordt over de tijd moet op een andere manier worden gefinancierd dan wel gesubsidieerd. Dit noemen we de onrendabele top. Voor een deel kan die gedekt worden door regelingen die nu al beschikbaar zijn bij bijvoorbeeld de provincie en banken en een aantal provinciale dan wel landelijke subsidieregelingen. Het Rijk werkt aan de opzet van een warmtefonds waar mensen een lening kunnen afsluiten voor energetische maatregelen. In diverse gevallen is er dan nog steeds een groep bewoners waar geen oplossing voor is. Er zijn mensen die dat kunnen dekken met spaargeld, maar lang niet iedereen kan of wil dat. Datzelfde geldt voor de duurzaamheidsleningen die beschikbaar zijn. Er zijn woningeigenaren die geen lening
Om elkaar te begrijpen is het van belang heldere definities te hanteren. De term betaalbaarheid wordt voor meerdere doelen gebruikt (zowel van de maatschappelijke kosten tot energiearmoede). Dit creëert onduidelijkheid en dat is ongewenst. Daarom kiezen wij voor heldere definities die ook in door de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) worden gehanteerd.
Betaalbaarheid Met betaalbaarheid bedoelen we het zorgdragen voor adequate instrumenten die zorgen dat bewoners met hun woonlastenbudget (= energierekening) ook investeringen kunnen doen. Dit zit in de sfeer van leencapaciteit en regelgeving (BKR-toets ed.). Een deel van particuliere bewoners komen daar met de huidige regelgeving niet voor in aanmerking.
Financiering Met financiering bedoelen we feitelijk het aantrekken van leningen om de investeringen in energieprojecten te kunnen betalen. Hierbij moet altijd rekening
42
Bij het maken van keuzes rondom oplossingsrichtingen per buurt kan één criterium nooit doorslaggevend zijn. Ten aanzien van de financiële impact wordt daarom zowel naar de maatschappelijke kosten alsook de individuele kosten gekeken om tot een gewogen keuze te komen rondom de te kiezen oplossingsrichting. Deze keuze wordt in een uitvoeringsplan voor een buurt uitgewerkt.
Woonlasten Neutraliteit (Deze term hebben wij tot nu toe nog niet gebruikt in de warmtevisie, maar wordt landelijk wel gebruikt. Om hier geen misverstanden over te hebben, hebben we deze ook toegevoegd aan de begrippen) Woonlasten Neutraliteit houdt in dat de totale (maatschappelijke) kosten van de verduurzaming/ energietransitie per inwoner niet hoger zijn dan de huidige woonlasten. In de warmtetransitie in Harderwijk wordt dit begrip gehanteerd in de volgende betekenis: de kosten van maatregelen en/of de nieuwe energierekening voor de individuele bewoner ten opzichte van de huidige woonlasten. Hierbij worden zowel initiële kosten als structurele kosten (energie en onderhoud) betrokken in de benadering.
9
9 Foto: Ton Pors
PROJECTORGANISATIE
43
9
PROJECTORGANISATIE 9.1 Wederzijdse belangen Elke strategische partner heeft zijn eigen belangen om deel te nemen aan de samenwerking om de warmtetransitie vorm te geven. Deze belangen zijn duidelijk naar elkaar uitgesproken. Wat voegt elke partner toe aan de samenwerking en wat wil de partner uit de samenwerking halen? Deze belangen zijn visueel weergeven, zie bijlage 8.
9.2 Samenwerkingsafspraken Om te borgen dat we gezamenlijk stappen gaan zetten om te komen tot een aardgasvrij Harderwijk, zijn tussen de strategische partners samenwerkingsafspraken gemaakt. Deze zijn samengevat in tien punten. Deze afspraken hebben betrekking op vier aandachtsgebieden: • Borging: Hoe houden we de warmtevisie actueel? • Afwegingskader: Hoe komen we vanuit de warmtevisie tot concrete projecten? • Samenwerkingsafspraken: Hoe gaan we als strategische partners met elkaar om? • Kennisdeling: Hoe delen we de opgedane kennis met de buitenwereld? In de afbeelding op de volgende bladzijde zijn de 10 samenwerkingsafspraken visueel weergegeven. De toelichting per afspraak staat in bijlage 9.
9.3 Rollen en verantwoordelijkheden Elke strategische partner heeft een vastgelegde rol en verantwoordelijkheden in de uitvoering van de warmtevisie. In deze paragraaf zijn per partij de rollen en verantwoordelijkheden beschreven.
9.3.1 Gemeente Harderwijk
rollen. Daarbij behartigt de gemeente het belang van de gehele samenleving. In dit project zijn daarbij de duurzaamheidsvisie “De Duurzame Stad”, het energietransitiebeleid ‘De Energieke Stad’ en de ‘Woonvisie 2017-2027’ leidend. De verschillende rollen beschrijven we kort.
De gemeente als bevoegd gezag: De gemeenteraad is het bevoegd gezag om de warmtevisie en de uitvoeringsplannen per buurt vast te stellen. Hiermee geeft de gemeenteraad de kaders mee aan de samenleving om aan de slag te gaan met de warmtetransitie. Meer informatie over de besluitvorming is te lezen in paragraaf 9.5.
De gemeente als regievoerder: De gemeenten hebben vanuit het Klimaatakkoord de opdracht gekregen om regie te voeren over de warmtetransitie en de doelstelling om in 2050 aardgasvrij te zijn in Nederland. Vanuit die rol coördineert zij de projectgroep en initieert bestuurlijk draagvlak en besluitvorming bij de projectdeelnemers. In de projectgroep brengt de gemeente inhoudelijk kennis, benodigde data en investeringsprogramma openbare ruimte in.
9.3.2 Woningcorporaties (Omnia Wonen en UWOON)
Gemeente Harderwijk stelt de warmtevisie en de uitvoeringsplannen per buurt op en stemt deze af met de omgevingsvisie. Daarvoor voert ze onderzoek uit naar potentiële warmtebronnen. Waar mogelijk en nodig organiseert ze de ontsluiting van deze warmtebronnen bij voldoende potentie. Als laatste volgt de gemeente de landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen nauwgezet en op basis daarvan wordt de warmtevisie elke 5 jaar herijkt. De gemeente als facilitator: Een groot deel van de uitvoering van de warmtetransitie ligt niet in handen van de gemeente maar voornamelijk bij de woningcorporaties, de particuliere woningeigenaren en andere gebouweigenaren. De gebouweigenaren faciliteren is een belangrijke gemeentelijke rol. Hierbij kan gedacht worden aan helder en duidelijk communiceren, data beschikbaar maken, richting geven op hoofdlijnen (de warmtevisie en uitvoeringsplannen), het ondersteunen van initiatieven en het organiseren van collectieve oplossingen.
In de warmtetransitie vervult de gemeente verschillende
44
De woningcorporaties zijn verantwoordelijk voor het verduurzamen van hun eigen woningbezit conform de overeengekomen (prestatie)afspraken met de gemeente Harderwijk, Aedes en de Rijksoverheid. De woningcorporaties delen de investeringsprogramma’s en lopende projecten om de uitvoering van de warmtevisie effectief te houden. Daarnaast brengen de corporaties hun kennis en ervaring (ook vanuit andere gemeenten) in de projectgroep in ten behoeve van een realistische uitvoering. De woningcorporaties behartigen de belangen van de huurders.
9.3.3 Liander Liander heeft de wettelijke taak om gas- en elektranetwerken binnen de gemeente te realiseren en te onderhouden. Vanuit de maatschappelijke discussie over de aardgasvrije samenleving ziet Liander het als haar verantwoordelijkheid om gemeenten te helpen met deze warmtetransitie. De rol van Liander is daarmee faciliterend en ondersteunend. Liander stelt data over de elektriciteitsen gasnetten en hun eigen applicatie beschikbaar aan het projectteam om meer inzicht te verkrijgen in de buurten. Dit is nodig voor het updaten van deze warmtevisie en het opstellen van de uitvoeringsplannen. Op basis van deze plannen kan Liander de benodigde aanpassingen aan het net uitwerken, realiseren en planningen afstemmen met andere werkzaamheden.
9
verhalensmederij.nl
Figuur 9.1 10 samenwerkingsafspraken
45
9
9.3.4 Duurzaamheidsloket Veluwe Duurzaam
Figuur 9.2 Projectorganisatie
Veluwe Duurzaam is het duurzaamheidsloket van de regio Noord-Veluwe. Inwoners van gemeente Harderwijk kunnen bij het duurzaamheidsloket informatie krijgen over duurzaamheid en hulp om hun huis te verduurzamen. Veluwe Duurzaam is daarmee de vooruitgeschoven post om interactie met de samenleving vorm te geven. Dit betekent onder andere dat Veluwe Duurzaam de website beheert over het project “Aardgasvrij wonen Harderwijk” en het eerste aanspreekpunt is voor inwoners en opstartende initiatieven. Binnen de projectgroep nemen zij de kennis mee over de particuliere woningbezitter en de aanpak van het verduurzamen van woningen en buurten.
stuurgroep klankbordgroep
projectgroep
9.3.5 Energiecoöperatie Endura Endura wil de inwoners van Harderwijk en Hierden maximaal laten meedoen aan lokaal zelf-opgewekte groene energie, de collectieve inkoop van 100% groene energie en energiebesparing. De rol van Endura is het opzetten en bij elkaar brengen van collectieve duurzame energieoplossingen die mede invulling geven aan de warmtetransitie.
9.4 De organisatiestructuur
werkgroep communicatie werkgroep buurten
De projectorganisatie bestaat uit een stuurgroep, de klankbordgroep, een projectgroep en meerdere werkgroepen. In de afbeelding hiernaast is de hiërarchie in de projectorganisatie weergegeven.
buurtinitiatief / meedenkteam per buurt expertgroep warmte
46
9
9.4.1 Stuurgroep
9.4.3 Werkgroepen
9.4.4 Expertgroep warmte
De rol van de stuurgroep is om vanuit strategisch/bestuurlijk niveau de projectgroep aan te sturen. De stuurgroep komt twee tot drie keer per jaar samen om de voortgang en de voorstellen vanuit de projectgroep vast te stellen. De stuurgroep moet akkoord geven op de warmtevisie, uitvoeringsplannen en de daarbij horende financiering.
De werkgroepen werken aan opdrachten vanuit de projectgroep. Elke werkgroep heeft zijn eigen richting. Mocht het nodig zijn, dan kan de projectgroep een werkgroep oprichten of beëindigen. In ieder geval starten we met twee werkgroepen: Buurten en Communicatie. Niet elke strategische partner hoeft vertegenwoordigd te worden in een werkgroep. De werkgroepen hebben geen beslissingsbevoegdheid.
De expertgroep warmte bestaat uit experts om de projectgroep te helpen bij bepaalde zaken en vragen. Denk hierbij aan het up to date houden van de kennis over technieken, financiën en organisatievormen. De expertgroep warmte komt bij elkaar wanneer daar behoefte aan is. De komende periode houden zich voornamelijk bezig met de onderzoeksvragen zoals die in paragraaf 6.5 zijn geagendeerd. Hierbij worden de benodigde expertises vanuit de samenwerkende organisaties betrokken dan wel extern aangetrokken.
In de stuurgroep is elke strategische partner (Liander, Endura, Omnia Wonen, UWOON, Veluwe Duurzaam en Gemeente Harderwijk) vertegenwoordigd door één bestuurder.
•
9.4.2 Klankbordgroep De klankbordgroep bestaat uit een vertegenwoordiging van inwoners van de gemeente. De klankbordgroep geeft gevraagd en ongevraagd advies aan de stuurgroep over te nemen besluiten ten aanzien van (1) de totstandkoming en inhoud van de warmtevisie en (2) de uitvoering van de warmtevisie. De klankbordgroep reflecteert op stukken die ter besluitvorming aan de stuurgroep worden aangeboden. Daarnaast wordt de klankbordgroep ofwel door de projectgroep dan wel door de stuurgroep gevraagd om op specifieke discussiepunten haar mening te geven.
In de werkgroep buurten zijn Liander, Omnia Wonen, UWOON en Gemeente Harderwijk vertegenwoordigd. •
9.4.2 Projectgroep De projectgroep werkt op basis van de ondertekende samenwerkingsafspraken samen aan de warmtetransitie in de gemeente Harderwijk. De projectgroep komt gemiddeld één keer per maand bij elkaar. Tijdens de overleggen bespreken ze de voorstellen vanuit de werkgroepen, formuleren de opdrachten voor de werkgroepen en maken voorstellen richting de stuurgroep. In de projectgroep is elke strategische partner vertegenwoordigd door in ieder geval één (beleids)adviseur.
Werkgroep buurten De werkgroep buurten werkt aan de buurtanalyses om inzicht te verkrijgen in de buurten in de gemeente Harderwijk. De werkgroep controleert onder andere de analyses en vult deze aan met nieuwe data, kennis en ervaring. Mocht dit tot aanpassingen van de buurtselectie leiden, dan legt de werkgroep dit voor aan de projectgroep. Daarnaast geeft de werkgroep meer inzicht op de middellange termijn en lange termijn buurten om aardgasvrij worden.
Werkgroep Communicatie Deze werkgroep zorgt voor de communicatie en de participatie met de samenleving. Dit betekent dat de werkgroep de buurtbijeenkomsten organiseert (als het mogelijk is in samenwerking met inwonersinitiatieven), communicatie regelt rondom besluitvorming en hoogtepunten en initiatieven ondersteund al dan niet door een specifiek daarvoor aan te stellen procesbegeleider. In de werkgroep communicatie zitten: Omnia Wonen, UWOON, Endura, Veluwe Duurzaam en Gemeente Harderwijk.
47
9.4.5 Gebieds- / procesregisseurs Binnen de buurtgebonden aanpak wordt gebruikt gemaakt van zogenaamde gebieds- en procesregisseurs. Deze worden – al dan niet in overleg met het buurtinitiatief – geselecteerd en hebben specifiek de taak om de (haalbaarheid van) uitvoeringsplannen voor een buurt in nauw overleg met de buurtbewoners en de projectgroep, tot stand te brengen.
9
9.5 Besluitvorming De warmtevisie is in de basis een gemeentelijke verantwoordelijkheid, maar wordt in de gemeente Harderwijk in nauw overleg met de samenwerkingspartners en de klankbordgroep tot stand gebracht. Besluitvorming over de warmtevisie vindt plaats binnen de gemeenteraad. Vanuit de behoefte aan draagvlak en continuering van de samenwerking wordt de warmtevisie, alvorens deze door de gemeenteraad wordt vastgesteld als volgt tot stand gebracht. • • •
•
de projectgroep stelt de warmtevisie op; de klankbordgroep reflecteert en geeft haar advies; de stuurgroep stelt de warmtevisie vast waarmee de samenwerkende organisaties hun commitment hierop geven; het college van B&W biedt de warmtevisie ter besluitvorming aan, aan de gemeenteraad. Voorafgaand aan het collegebesluit zijn een of meerdere mogelijkheden georganiseerd om de inwoners en ondernemers binnen de gemeente inspraak te geven.
Dit proces wordt niet alleen gevolgd bij de totstandkoming, maar ook bij de periodieke update van de warmtevisie. Aanvullend daarop is er een aantal situaties waarbij de gemeenteraad ook betrokken wordt in besluitvorming: • Als een uitvoeringsplan voor een buurt dient te worden vastgesteld, • Als er om extra investeringen gevraagd wordt (bijvoorbeeld voor onderzoek of subsidies), • Als een andere rol van de gemeente gewenst is tijdens de uitvoering van de voorgestelde warmteoplossing (zoals het eigenaarschap op een warmtenet), • Als met de uitvoeringsplannen afgeweken wordt van dat wat eerder reeds is besloten door de gemeenteraad.
Naast formele besluitvorming worden College van B&W en gemeenteraad informeel betrokken door regelmatige informatiesessies ofwel op locatie (projectbezoek) ofwel in vergadering.
9.6 Financiële dekking De warmtetransitie is een grote en complexe opgave waar we de komende 30 jaar nog mee bezig zijn. Dit vraagt naast inzet van de gemeentelijke capaciteit ook een financieel budget van €150.000,- per jaar. Zeker in de eerstkomende tien jaar, waarin veel ontwikkelt en onderzocht wordt. Daarnaast houden we subsidiestromen vanuit het Rijk en de Provincie Gelderland nauwlettend in de gaten. Dit budget wordt ingezet voor het doorzetten van de projectorganisatie, ondersteunen van initiatieven, het organiseren van bijeenkomsten, stimulerende activiteiten, het uitvoeren van onderzoeken en het opstellen van de uitvoeringsplannen voor de potentiebuurten. Voor 2021 en mogelijk 2022 zijn deze kosten gedekt vanuit decembercirculaire 2019 (een eenmalige bijdrage vanuit het rijk ter ondersteuning van de warmtetransitie), zoals aangegeven in het raadsbesluit h200050803. Voor de financiële middelen vanaf 2023 wordt deze betrokken bij de kadernota in 2022. De financiële middelen voor de realisatie van de uitvoeringsplannen zijn nog niet gedekt. Per buurt wordt in het uitvoeringsplan per partij aangegeven welke investering wordt verwacht om het uitvoeringsplan te realiseren.
48
9.7 Verantwoording De warmtevisie wordt minimaal elke 5 jaar herzien. Op deze manier worden nieuwe inzichten, ervaringen, innovaties en autonome ontwikkelingen meegenomen. Daarbij geeft dit de mogelijkheid om de strategie te kunnen bijsturen om de gestelde doelen te behalen. Uiterlijk 2026 wordt de warmtevisie 2.0 aangeboden aan de gemeenteraad. Om de warmtevisie te herzien is het noodzakelijk om te weten hoe het de eerste 5 jaar is gegaan. Welke projecten zijn afgerond/ nog bezig? Wat zijn de behaalde resultaten en wat zijn de opgedane ervaringen? Hiervoor wordt een monitoring uitgevoerd welke wordt betrokken bij het opstellen van de warmtevisie 2.0. Naast de monitoring wordt halverwege (na 2,5 jaar) een compacte voortgangsrapport geschreven voor de klankbordgroep en stuurgroep met daarin de voortgang. Hierin staat beschreven welke resultaten zijn bereikt en worden suggesties gegeven om bij te sturen mocht het nodig zijn. Deze voortgangsrapportage wordt ter kennisname met het college van B&W en de gemeenteraad gedeeld.
Oordt Fotografie & Film
10
PLANNING
49
10
10
PLANNING In onderstaande tabel staat een planning op hoofdlijnen aangegeven voor de komende tien jaar. Daarin is onderscheid gemaakt tussen de drie beleidslijnen en warmtevisie algemeen.
Tabel 10.1 Planning op hoofdlijnen 2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
WARMTEVISIE ALGEMEEN Vaststellen TVW 1.0
Voortgangsrapportage
Voortgangsrapportage
Updaten en Vaststellen TVW 2.0
Updaten en Vaststellen TVW 3.0
Beleidslijn 1: Gemeentebrede aanpak Adviesgesprekken, inkoopacties, themabijeenkomsten, enzovoort Beleidslijn 2: Buurtgerichte aanpak Opstellen uitvoeringsplannen potentiebuurten 1, 2, 3
Uitvoeren uitvoeringsplan na vaststelling
Opstellen Uitvoeringsplannen potentiebuurten 4, 5, 6, 7
Uitvoeren uitvoeringsplan na vaststelling
Opstellen uitvoeringsplannen potentiebuurten 8, 9, 10
Uitvoeren uitvoeringsplan na vaststelling Verkenningsbuurten onderzoeken Beleidslijn 3: Onderzoeksvragen
Uitzoeken en beantwoorden onderzoeksvragen
50
COLOFON Deze Warmtevisie is opgesteld door de Gemeente Harderwijk. Projectteam en redactie Gemeente Harderwijk UWOON Omnia Wonen Liander Endura Veluwe Duurzaam
Klankbordgroep Klankbordgroep Aardgasvrij gemeente Harderwijk
Foto’s Ton Pors, Oordt Fotografie & Film, Gemeente Harderwijk
Vormgeving Studio Ilva
Contact Stuur een email naar info@harderwijk.nl of bel (0341) 411 911
Augustus 2021
51
B
BIJLAGEN
52
B
B
BIJLAGE 1: BELEIDSKADER In deze bijlage staat een korte opsomming weergegeven van het huidig beleidskader van overheden en de samenwerkingspartners in relatie tot aardgasvrij en reductie van de CO2-uitstoot.
Rijksoverheid • In 2050 is de gebouwde omgeving (woningen, utiliteit en MKB) in Nederland aardgasvrij; • In 2030 zijn 1,5 miljoen bestaande woningen van het aardgasvrij. Nieuwbouwwoningen worden hierin niet meegenomen, aangezien deze aardgasvrij gebouwd worden; • De totale CO2-uitstoot met van 49% reduceren in 2030 ten opzichte van 1990; • De landelijke doelstellingen zijn maatgevend voor het beleid binnen de gemeente Harderwijk. Provincie Gelderland en Regionale Strategie Warmte (Regio Noord Veluwe) • De totale CO2-uitstoot met van 55% reduceren in 2030 ten opzichte van 1990; • In de Regionale Strategie Warmte (RSW) wordt een verwachting van de warmtevraag in de regio gegeven: In 2030 is de warmtevraag ten opzichte van 2017 met 9% afgenomen door isolatiemaatregelen; • Specifiek voor de gemeente Harderwijk wordt een reductie van 7,5% verwacht in 2030 ten opzichte van 2017 op de warmtevraag van de huidige gebouwde omgeving. Gemeente Harderwijk • De totale CO2-uitstoot met 45% reduceren in 2031 ten opzichte van 2010; • Om focus te houden op projecten met de meeste impact op de energietransitie worden drie kaderstellende criteria gebruikt: CO2-impact, voorbeeldfunctie en samenwerking; • Daarnaast zijn vijf aandachtsgebieden aangewezen: De gemeentelijke organisatie, initiatieven uit de samenleving, windenergie, zonne-energie en warmtetransitie.
53
Woningcorporaties Omnia Wonen en UWOON • Geen aanvullende specifieke doelstelling voor aardgasvrij wonen; • Uitgangspunten bij beleid ten aanzien van energietransitie: betaalbaar voor huurder en corporatie (split incentive), aanpak op natuurlijke momenten, de trias energetica en bewezen technieken; • Voorkeur voor oplossingen buiten de woning met zo min mogelijk aanpassingen in/aan de woning. Liander • Geen nieuwe aardgasnetten aanleggen; • Levensduur van aardgasnetten optimaal te benutten; • Elektriciteitsnetten niet onnodig te verzwaren; • Warmtenetten aanleggen die voor meerdere partijen toegankelijk zijn.
B
BIJLAGE 2: GEGEVENS PER BUURT Buurt
Inwoners
Woningen
Utiliteit
Inwoners
Woningen
Utiliteit
1.365
801
123
Veldkamp
1.225
510
44
925
591
165
Kranenburg
935
348
21
De Eilanden
735
241
0
Bedrijventerrein De Sypel
De Kades
0
0
1
Tinnegieter
15
3
4
De Wittenhagen-Noord
Binnenstad-Noord Binnenstad-Zuid
Stadswerven
Wijk Binnenstad
Waterfront
De Knar Zeebuurt-Oost Zeebuurt-west Friesegracht-Noord Friesegracht-Zuid
Zeebuurt
Friesegracht
Stadsdennen-Noord Stadsdennen-Midden
Buurt
Wijk
Tweelingstad
80
121
43
1.210
566
80
1.900
778
120
0
1
2
De Wittenhagen-Zuid
1.530
556
9
1.325
597
17
Broekland
1.205
488
14
795
405
66
De Akker
1.235
479
9
Frankrijk
825
448
24
Walstein
1.635
636
6
580
239
20
Overveld
35
12
10
2.005
825
237
Muziekland I
1.135
519
24
2.010
992
228
Muziekland II
605
238
23
1.030
400
27
Muziekland III
1.140
410
1
Stadsdennen-Zuidwest
1.115
436
61
Muziekland IV
1.355
449
5
Sypel-Oost
180
77
42
Drielanden-Centrum
1.315
610
30
465
181
9
Harderhout I
1.145
425
1
100
45
6
Harderhout II
2.335
775
0
130
81
40
Harderweide
570
354
5
Kruithuis
920
549
23
Groene Zoom
145
42
9
Hanzewaard
545
252
37
Tonsel
0
0
22
Scheepswaard
985
388
125
Weisteeg
60
19
0
45
18
123
0
3
53
0
0
14
505
5
427
205
56
4
Stadsdennen-Oost
Sypel-West Nachthok Weiburg
Stedenwaard
Stadsdennen
Sypel
Stationsomgeving
Drielanden
1.170
491
9
Lorentz I
1.195
456
14
Lorentz II
1.495
554
23
Lorentz III
Drift
545
308
6
Strokel
Stromenwaard
805
422
8
Sonnevanck
Slingerbos-Noord
805
337
45
Harderwijkerbos
175
30
41
555
214
64
Hierden-Dorp
1.450
583
26
Hierden Glindweg
210
78
6
Hierden Mheenlanden
115
39
4
440
163
15
Vogelwaard
Stadsweiden
Weidewaard
Slingerbos-Zuid
Slingerbos
Hierden de Enk
De gegevens uit deze tabel komen uit het Vesta Mais model (versie september 2020).
54
Bedrijventerrein Lorentz
Buitengebied Harderwijk
Hierden
Hierden De Duinen
580
74
304
Hierden De Biest
370
133
30
B
BIJLAGE 3: DUURZAME WARMTEBRONNEN Duurzame elektriciteit De opgewekte energie door de zon, wind en eventueel door biomassa of geothermie wordt via het elektriciteitsnet bij gebouwen afgeleverd en waarmee via verschillende technieken, zoals een warmtepomp of infraroodpanelen, in de gebouwen warmte geproduceerd kan worden. Om gebouwen elektrisch comfortabele warm te krijgen, is het noodzakelijk dat de gebouwen zeer goed geïsoleerd (minimaal label B) zijn. De overstap van aardgas naar elektriciteit is niet meteen een duurzamere oplossing (minder CO2-uitstoot). Dit is alleen het geval als de elektriciteit is opgewekt door een hernieuwbare bron (voornamelijk wind en zon in Nederland). In de Klimaaten Energieverkenning 2019 van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) staat de verwachte ontwikkeling van de mix van opwekking van elektriciteit beschreven. De verwachting is dat de duurzame elektriciteitsopwekking de komende jaren blijft toenemen. Met als resultaat dat in 2025 meer dan de helft en in 2030 ruim tweederde van het elektriciteitsgebruik duurzaam is opgewekt. Groen waterstof Waterstof is een energiedrager. Het is dan ook geen natuurlijk product maar wordt geproduceerd. Wanneer de productie gebeurt met duurzaam opgewekte elektriciteit, noemen we dit groene waterstof. Op het moment is groene waterstof zeer beperkt beschikbaar.