Bijlage 1- TransitievisieWarmte Harderwijk
Tekst van het document
Op een aantal plekken voeren ze de eerste testen uit om te leren hoe waterstof het beste in te zetten. In de gemeente Harderwijk wordt geen waterstof geproduceerd.
Biomassa Vaste biomassa Door verbranding van vaste biomassa, zoals houtpellets en -snippers kan water worden verwarmd. Via een warmtenet wordt het warme water aan gebouwen geleverd voor de verwarming en warm tapwater. Met biomassa worden hoge temperaturen (70 ⁰C of hoger) behaald, waardoor dit meteen toepasbaar is als alternatieve warmtebron voor bestaande woningen. Het verhogen van de temperatuur via een warmtepomp is dan niet nodig. Ook kan vaste biomassa ingezet worden als individuele oplossing door middel van een houtkachel. Vanwege de uitstoot van verschillende emissies heeft dit niet de voorkeur om in te zetten binnen de bebouwde kom. De inzet van vaste biomassa staat onder druk in Nederland vanwege de emissies die vrijkomen bij de verbranding van de vaste biomassa en bij slecht beleid kan leiden tot ontbossing. Biogas / groen gas Biogas wordt geproduceerd van (natte) biomassa (mest, GFT of snoeiafval). Groengas is biogas dat is opgewekt tot dezelfde kwaliteit als aardgas en kan via het bestaande gasnet worden verspreid naar de gebouwen. Ondanks dat bij het verbranden van biogas CO2 vrijkomt wordt het gezien als CO2 neutraal, omdat de grondstoffen om biogas te produceren de CO2 al eerder hebben opgenomen. Biogas/ groengas is in Nederland nog beperkt beschikbaar. De verwachting is dat dit zo blijft tot 2030.
De verwachting is dat voor 2030 geen duurzame waterstof beschikbaar is in de gemeente Harderwijk. Na 2030 komt het mogelijke beperkt beschikbaar. Mogelijk wordt het dan eerst ingezet voor de industriële processen of zwaar transport waar geen andere duurzame alternatieven voor zijn. Hierbij sluiten we aan bij het landelijke Klimaatakkoord.
55
Bio-energiecentrale Harderwijk Sinds 2020 heeft Harderwijk een bio-energiecentrale (BECH). Hier wordt jaarlijks 8 miljoen m3 groengas geproduceerd. Voor de productie hiervan wordt niet alleen lokale grondstoffen gebruikt. De productie van het groengas is voor de komende jaren al vergeven via certificaten GVO`s (Garantie van Oorsprong). Mogelijk kan in de toekomst worden onderzocht of het groengas af te zetten is in een lokaal groengasnet in de gemeente Harderwijk. Geothermie Bij geothermie, ook wel aardwarmte genoemd, wordt de warmte gebruikt uit de ondergrond, dieper dan 500 meter voor het verwarmen van huizen, gebouwen, kassen en lichte industrie. Afhankelijk van de diepte kan geothermie direct een warmtenet voorzien van warmte met een temperatuur van circa 70-90 °C. Momenteel wordt geothermie vooral toegepast in de glastuinbouwsector. Om geothermie in te zetten in de gebouwde omgeving gebruikt men als vuistregel dat ongeveer 4.000 woningen nodig zijn per bron. De potentie van geothermie hangt af van de bodemgesteldheid en -samenstelling. Bodemenergie en WKO Bodemenergie is het gebruiken van de bodem om warmte en koude aan te onttrekken en in op te slaan. Men spreekt van bodemenergie tot een maximale diepte van 500 meter.
Het is mogelijk om bodemenergie op verschillende manier in te zetten, meer individueel door het gebruik van bodemlussen of collectief met een warmtekoudeopslag(WKO) systeem.
B
Restwarmte Restwarmte is warmte dat is ontstaan bij een productieproces en over is en niet meer binnen het bedrijf zelf gebruikt kan worden. Deze warmte wordt dan via een warmtenet getransporteerd en gebruikt voor het verwarmen van gebouwen en warm tapwater. Een belangrijk aandachtspunt van restwarmte is de leveringszekerheid, hoe groot en hoe lang blijft de warmtebron beschikbaar. Restwarmte wordt vaak ingezet in combinatie met andere warmtebronnen: bijvoorbeeld restwarmte voor de levering van de basis warmtelevering en andere warmtebronnen voor als back-up en bij extra warmtelevering bij pieken in de warmtevraag.
Aquathermie Aquathermie is het verwarmen en koelen van gebouwen door het gebruik van thermische energie (warmte en koude) uit oppervlaktewater (TEO), afvalwater (TEA) of drinkwater (TED). De warmte uit het water wordt als dat nodig is opgeslagen in de bodem (warmte-koudeopslag) en daarna opgewaardeerd met een warmtepomp. Dat kan centraal met een collectieve warmtepomp, of met een warmtepomp per gebouw.
De temperatuur van de restwarmte is afhankelijk van de productie proces. Als deze lager is dan 70 graden Celsius kan het zijn dat deze eerst, door middel van een warmtepomp, opgewaardeerd wordt voor een warmtenet voor gebouwen met slechte isolatie. Data Center Zeewolde Tijdens het opstellen van deze warmtevisie wordt er gesproken over de komst van een groot datacenter in Zeewolde. De gemeente Zeewolde en Harderwijk onderzoeken samen de mogelijkheden om de restwarmte van het datacenter te gebruiken in beide plaatsen. Deze optie is nog niet meegenomen in deze warmtevisie omdat het onderzoek bezig is.
56
B
BIJLAGE 4: KAARTEN VAN DE VERSCHILLENDE WARMTEBRONNEN Voor de provincie Gelderland is een warmteatlas ontwikkeld, waar meer informatie te vinden is over de beschikbare warmtebronnen (onder andere restwarmte, biomassa en aquathermie). Via de volgende link komt u op de hoofdpagina van deze warmteatlas:
GELDERLAND WARMTEATLAS
57
B
BIJLAGE 5: OMSCHRIJVING CLUSTERS In deze bijlage zijn de clusters beschreven zoals ze zijn gebruikt in deze warmtevisie. 1. Rijwoningen (hoek- en tussenwoning) De meeste gebouwen in de gemeente Harderwijk zijn woningen en daarvan is meerendeel een rijwoning. Een rijwoning is een huis uit een reeks aan elkaar geschakelde huizen. Het bouwen van rijwoningen is van alle tijden en zijn meestal in clusters gebouwd. Vanwege de grootte van dit cluster is er onderscheid gemaakt op basis van het bouwjaar. Dit is gedaan omdat er een sterke link is tussen de isolatiewaarde van het huis en het bouwjaar. De isolatiewaarde van een woning heeft invloed op de keuze voor een alternatief voor aardgas en de kosten. Hierin zijn de volgende subcategorieën gehanteerd: •
•
Rijwoningen 1946 - 1974 De rijwoningen uit deze bouwperiode hebben hoofdzakelijk energielabels D, E en F, dit betekent dat deze rijwoningen isolerende maatregelen moeten nemen om de warmtevraag te reduceren. Het de vraag is of deze woningen voldoende geïsoleerd kunnen worden, zijn een warmtenet (met hoge temperatuur) en duurzame gassen theoretisch gezien de meest geschikte alternatieven voor deze woningen. Rijwoningen 1975 - 2005 In deze bouwperiode hebben woningen voornamelijk label B en C. Hierdoor kunnen deze woningen met een aantal extra isolatiemaatregelen geschikt gemaakt worden om met een lage temperatuur te worden verwarmd. Echter zonder isolatiemaatregelen kan ook gebruik gemaakt worden van een hoog/middel temperatuuroplossing. Alledrie de hoofdstrategieën zijn toepasbaar in dit cluster, waarbij duurzame gassen alleen toegepast gaat
worden als de andere hoofdstrategieën niet mogelijk zijn. •
Rijwoningen na 2005 Deze rijwoningen zijn energiezuinig gebouwd en de meeste hebben minimaal een energielabel A. Deze woningen hebben bijna geen isolerende maatregelen nodig en waardoor verwarmen met een lage temperatuur mogelijk is. Aangezien een individuele warmtepomp of een warmtenet toepasbaar zijn in dit cluster, gaan duurzaam gassen niet gebruikt worden in dit cluster.
2. Meergezinswoningen Een meergezinswoning is een gebouw met daarin meerdere woningen. Denk hier aan flats, beneden- en bovenwoningen en appartementen. Gebouwen, waarbij een woning boven een winkel zit, vallen ook in deze categorie.
4. Historische binnenstad De historische binnenstad van Harderwijk bestaat uit veel verschillende soorten gebouwen en is een mix van woningen en utiliteit. Daarnaast is een deel van de gebouwen van voor 1946 en mogelijk benoemd tot monument. Vanwege de oudere gebouwen en mix van gebouwen is het lastig aan te geven welk alternatief toepasbaar is. Het is mogelijk dat een mix van alternatieven ontstaat binnen dit cluster, zowel individuele warmtepompen, kleine warmtenetten en de inzet van duurzame gassen. 5. Dorp Hierden Het dorp Hierden bestaat uit veel verschillende soorten gebouwen en is een mix van woningen en utiliteit. Daarnaast zijn de gebouwen door de jaren heen gebouwd.
Door de hoge woningdichtheid (woningen per hectare) van dit cluster, is een warmtenet interessant om te onderzoeken. De isolatiewaarde van de meergezinswoning heeft invloed op de temperatuur van de collectieve oplossing.
Vanwege de mix van bouwjaren van de gebouwen is het lastig aan te geven welk alternatief toepasbaar is. Het is mogelijk dat een mix van alternatieven ontstaat binnen dit cluster, zowel individuele warmtepompen, kleine warmtenetten en de inzet van duurzame gassen.
3. Vrijstaande woningen en twee-onder-een-kap In dit cluster staan voornamelijk vrijstaande woningen en twee-onder-een-kap. Een vrijstaande woning is niet verbonden aan een ander gebouw en bij een twee-ondereen-kapwoning zijn twee woningen met elkaar verbonden, maar zijn verder niet verbonden aan een andere woning.
6. Vakantiepark De gemeente Harderwijk heeft negen vakantieparken. Een deel van de vakantieparken is of wordt getransformeerd van een recreatiebestemming naar een woonbestemming. In beide gevallen moeten de vakantieparken aardgasvrij worden.
Door de ruimte tussen de woningen is de woningdichtheid lager. Voor een warmtenet zijn de kosten over het algemeen dan hoger, omdat er minder aansluitingen (afnemers) per hectare zijn. Hierdoor zijn individuele warmtepompen of duurzame gassen de meest voor de hand liggende oplossingen voor dit cluster.
Op de vakantieparken staan veel vrijstaande woningen, waardoor de woningdichtheid lager is. Dit maakt het net als bij het cluster vrijstaande woningen en twee-ondereen-kapwoningen lastiger om een warmtenet te realiseren. Echter doordat vakantieparken vaak georganiseerd zijn (één eigenaar of via een VvE) kan een warmtenet misschien
58
B
toch interessant zijn. De andere twee hoofdstrategieën individuele warmtepomp en duurzame gassen zijn ook toepasbaar voor dit cluster. Het uiteindelijke alternatief kan verschillend zijn per vakantiepark.
Voor dit cluster zijn de alternatieven volledig elektrisch en laag-temperatuur warmtenet de meest voor de handliggend. Vanwege de beperkte beschikbaarheid van duurzame gassen worden die hier niet ingezet
7. Bedrijventerreinen Zoals aangegeven in de afbakening richt de warmtevisie zich op het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving volgens de definitie van het Klimaatakkoord. Dit betekent dat industriële processen (grootverbruikers) niet worden meegenomen in dit cluster. Deze bedrijven houden vanuit het Klimaatakkoord zich wel degelijk bezig met het verduurzamen van hun bedrijfsvoering. In de warmtevisie zijn alleen de bedrijfswoningen en de gebouwen van midden- en kleinbedrijven op bedrijventerreinen Lorentz (I, II en III), de Tonsel en De sypel meegenomen. Vanwege de verschillende functies en grootte van de utiliteitsgebouwen en bedrijven is het lastig om aan te geven welk alternatief toepasbaar is. Het is mogelijk dat een mix van alternatieven ontstaat binnen dit cluster, zowel volledig elektrisch, kleine warmtenetten en de inzet van hernieuwbaar gas. 8. Gebiedsontwikkeling De gemeente Harderwijk is de komende jaren bezig met verschillende gebieden om deze te (her)ontwikkelen. Alle gebouwen die hier gebouwd gaan worden, zijn aardgasvrij omdat nieuwbouw niet meer aangesloten mag worden op het aardgas. Naast dat deze gebieden aardgasvrij ontwikkeld gaan worden, kan dit ook kansen (versterken elektriciteitsnet, vergroten warmtenet) bieden voor omliggende buurten/ clusters.
59
B
BIJLAGE 6: WEERGAVEN STERKTE-ZWAKTEANALYSE
interne herkomst
externe herkomst
positieve factoren
negatieve factoren
KANSEN
BEDREIGINGEN
STERKTES
ZWAKTES
60
B
KANSEN
61
B
BEDREIGINGEN
62
B
STERKTES
63
B
ZWAKTES
64
B
BIJLAGE 7: MENUKAART INITIATIEVEN Doelgroep Alle stakeholders intergrale wijkaanpak
Fase 1
Fase 2
Fase 3
Fase 4
Fase 5
Orientatie en bewustwording
Intentie en plan (no-regret-fase)
Besluitvormingsproces
Projectontwikkeling en uitvoering
Gebruik
• 1. Wijkkaart koppelkansen voor leefbaarheid
• 1. Wijkkaart koppelkansen voor leefbaarheid
• 33. Organiseren besluitvormingsproces
• 19. Wijkuitvoeringsorganisatie onderzoeken • 20. Wijkwarmtebedrijf onderzoeken
• 23. Infoavond alternatief voor aardgas (wijkgericht)
• 2. Oriënterend gesprek over mogelijkheden • 3. Stakeholders analyse • 4. Buurtenquête • 5. Organiseren bewonerswerkgroep • 6. Energy straatfestival • 7. Energieadviesgesprek met buren • 8. Kookworkshop
• 21. Bewonersvereniging opzetten (vertegenwoordiging) • 22. Infoavond ‘verduurzaam je eigen huis’ • 23. Infoavond alternatieven voor aardgas (wijkgericht) • 24. Energy huisparty • 25. Workshop: Isoleer (en ventileer) je woning • 26. Excursie alternatieve warmtevoorziening
• 8. Kookworkshop • 12. Inzet warmtecamera • 13. Energiekrant of huis-aan-huis aardgasvrij magazine • 25. Workshop: Isoleer (en ventileer) je woning • 26. Excursie alternatieve warmtevoorziening • 28. Berekend advies naar aardgasvrij
• 4. Buurtenquête • 5. Organiseren bewonerswerkgroep • 6. Energy straatfestival • 7. Energieadviesgesprek met buren • 8. Kookworkshop • 9. Wijkwebsite • 10. Workshop ‘Maak je eigen stappenplan’ • 11. Wijk infoavond of buurtgesprek • 12. Inzet warmtecamera • 13. Energiekrant of huis-aan-huis aardgasvrij magazine
• 4. Buurtenquête • 5. Organiseren bewonerswerkgroep • 7. Energieadviesgesprek met buren • 8. Kookworkshop • 9. Wijkwebsite • 10. Workshop ‘Maak je eigen stappenplan’ • 11. Wijk infoavond of buurtgesprek • 12. Inzet warmtecamera • 13. Energiekrant of huis-aan-huis aardgasvrij magazine • 22. Infoavond ‘verduurzaam je eigen huis’ • 23. Infoavond alternatieven voor aardgas (wijkgericht) • 24. Energy huisparty • 25. Workshop: Isoleer (en ventileer) je woning • 27. Presentatie techniek door bedrijf • 28. Berekend advies naar aardgasvrij
• 6. Energy straatfestival
• 6. Energy straatfestival
• 6. Energy straatfestival • 7. Energieadviesgesprek met buren • 9. Wijkwebsite • 10. Workshop ‘Maak je eigen stappenplan’ • 11. Wijk infoavond of buurtgesprek
• 6. Energy straatfestival • 8. Kookworkshop • 11. Wijk infoavond of buurtgesprek • 12. Inzet warmtecamera • 13. Energiekrant of huis-aan-huis aardgasvrij magazine • 23. Infoavond alternatieven voor aardgas (wijkgericht) • 25. Workshop: Isoleer (en ventileer) je woning • 28. Berekend advies naar aardgasvrij
• 8. Kookworkshop
• 14. Wijk-nieuwsbrief • 15. Brief op adres (huis-aan-huis) • 16. Interview voorbeeldwoning • 17. ‘Strik om de wijk’ (Visueel zichtbaar maken dat er iets gebeurt in de wijk) • 18. Procesbegeleiding
• 14. Wijk-nieuwsbrief • 15. Brief op adres (huis aan huis) • 16. Interview voorbeeldwoning • 17. Strik om de wijk • 18. Procesbegeleiding • 29. Haalbaarheidsonderzoek alternatieven aardgas • 30. Stappenplan woningen naar aardgasvrij • 31. Voorbeeldwoning • 32. Woning open stellen
• 4. Buurtenquête • 14. Wijk-nieuwsbrief • 15. Brief op adres (huis-aan-huis) • 16. Interview voorbeeldwoning • 17. Strik om de wijk • 18. Procesbegeleiding • 23. Infoavond alternatieven voor aardgas (wijkgericht) • 27. Presentatie techniek door bedrijf • 30. Stappenplan woningen naar aardgasvrij • 31. Voorbeeldwoning • 32. Woning open stellen • 34. Inloopmomenten wijk infopunt • 35. Collectieve uitvraag naar bedrijven (concepten/integraal)
• 9. Wijkwebsite • 14. Wijk-nieuwsbrief • 15. Brief op adres (huis aan huis) • 16. Interview voorbeeldwoning • 17. Strik om de wijk • 18. Procesbegeleiding • 27. Presentatie techniek door bedrijf • 30. Stappenplan woningen naar aardgasvrij • 31. Voorbeeldwoning • 32. Woning open stellen • 34. Inloopmomenten wijk infopunt • 38. Bewonerscommunicatie tijdens uitvoering • 39. Wijk energy festival • 40. Collectieve inkoop isolatie (of installaties)
• 9. Wijkwebsite • 14. Wijk-nieuwsbrief • 15. Brief op adres (huis aan huis) • 18. Procesbegeleiding • 34. Inloopmomenten wijk infopunt • 39. Wijk energy festival • 42. Uitleg installatie
Wijkvertegenwoordiging evt. i.s.m. commerciële/ uitvoerende partijen
Voorlopers/ initiatiefnemers
Volgers (afwachtend, grote middengroep)
Laatbloeiers
Alle buurt/ wijkbewoners
65
• 36. Wijkuitvoeringsorganisatie opzetten • 37. Wijkwarmtebedrijf opzetten
• 41. Ambassadeur: ervaring delen in andere wijken
B
BIJLAGE 8: DE BELANGEN VAN DE STRATEGISCHE PARTNERS
66
B
BIJLAGE 9: TOELICHTING SAMENWERKINGSAFSPRAKEN Onderstaand zijn de tien samenwerkingsafspraken weergegeven: 1. Wij streven naar aardgasvrije woningen voor de inwoners van de gemeente Harderwijk. (ambitie) De partijen hebben de gezamenlijke ambitie om alle woningen en andere gebouwen in de gemeente Harderwijk aardgasvrij te maken. Om deze ambitie te halen, werken de partners gezamenlijk aan de duurzame warmtetransitie aan de hand van deze warmtevisie. 2. Wij dragen actief binnen de gemeente Harderwijk de ambitie en de warmtevisie voor de warmtetransitie uit. (communicatieplicht) De partners staan achter de ambitie en deze warmtevisie. Om de samenleving te informeren en te stimuleren dragen alle partijen de ambitie en de strategie actief uit. Dit betekent dat alle strategische partners naast het inzetten van de eigen communicatiemiddelen en aanwezig zijn bij bijeenkomsten over de warmtetransitie, ook bij interne beleidsvorming en eigen projecten de warmtetransitie onder de aandacht brengen. 3. Wij staan open voor initiatieven vanuit andere stakeholders. (open planproces) Het is mogelijk dat in de loop van de tijd nieuwe initiatieven ontstaan bij inwoners, bedrijven of maatschappelijke instellingen. In de warmtevisie bieden we graag ruimte aan andere initiatiefnemers om samen te werken en bij te dragen aan de verwezenlijking van de einddoelstelling: een aardgasvrij Harderwijk.
Afhankelijk van de omvang van het initiatief (of de initiatieven) wordt besloten over de wijze van participatie, mogelijke ondersteuning en het al of niet deelnemen aan de projectgroep.
4. Wij stemmen investeringsprogramma’s en relevante projecten op elkaar af. (integratie) Het realiseren van een duurzame warmtetransitie, de bestaande gebouwen naar aardgasvrije gebouwen, is een grote en omvangrijke maatschappelijke opgave. Dit proces is kostbaar en vraagt veel tijd van iedere partij afzonderlijk. Door het af te stemmen en te combineren van de afzonderlijke investeringsprogramma’s worden oplossingen gevonden buiten de eigen mogelijkheden. Hiermee worden investeringsvoordelen behaald en kan versnelling in de warmtetransitie optreden. Een concreet voorbeeld: een woningcorporatie kan een woning renoveren tot een goed geïsoleerde en energiezuinige woning, maar die nog steeds gebruik maakt van aardgas. Door een combinatie te maken met een leverancier van duurzame energie (zoals een warmtenet of biogasinstallatie) of te zorgen voor een eigen energie-opweksysteem kan ook daadwerkelijk een aardgasvrije duurzame woning worden gerealiseerd. Door deze opgave in de energietransitie (nieuwe leidingen/ netwerken) te koppelen aan de grote onderhoudsopgaven (nieuwe wegen en riolering) van de buitenruimte en/of het klimaatbestendig maken van de buitenruimte kunnen ook daar synergievoordelen worden behaald. 5. Wij staan voor een succesvolle warmtetransitie, die alleen mogelijk is door een actieve bijdrage van alle betrokken partijen.
(proactief meedoen en informeren) Met elkaar zien we het belang van een lange termijn visie voor een aardgasvrij Harderwijk. Deze opgave is zo veelomvattend dat dit niet alleen lukt, daarom is samenwerking noodzakelijk. We zien het dan ook als een gezamenlijke verantwoordelijkheid om deze warmtevisie actueel te houden. Gezamenlijk leveren we een bijdrage aan het in stand houden van de projectorganisatie en zorgen we voor een vertegenwoordiging bij de projectgroepvergaderingen.
67
Partijen spreken af om elkaar actief te informeren over grote veranderingen in het werkgebied, organisatie en (fysieke) projectportefeuille. Dit is nodig omdat de warmtetransitie een adaptief proces is dat continue aan verandering onderhevig is. Deze veranderingen worden dan tijdig gedetecteerd en gedeeld met alle stakeholders. Concreet gaat het dan om: • Werkgebied De partijen maken ieder afzonderlijk gebruik van eigen informatiesystemen (kaarten, databestanden, etc.) door deze informatie te combineren worden nieuwe inzichten verkregen voor de planning en de uitvoeringsstrategie. Data en informatie wordt dan ook in vertrouwelijkheid met elkaar gedeeld. • Project(mutaties) Nieuwe fysieke projecten die een directe relatie hebben met de warmtevisie of grote wijzigingen in bestaande korte termijn projecten worden gedeeld. Dit kan namelijk reden zijn voor andere betrokkenen om af of juist aan te haken bij een project. • Organisatie Belangrijke ontwikkelingen in de eigen organisatie, strategische koerswijzigingen, veranderingen in de opgave en best practices worden actief gedeeld om zo maximaal aansluiting te houden en de samenwerking te borgen. 6. Wij hanteren een vast updatepatroon om de warmtevisie actueel te houden.
(procesafspraak) Om de warmtevisie actueel te houden hanteren we een vast updatepatroon: jaarlijks gericht op de korte termijn (de jaarplanning projecten), na 2,5 jaar een voortgangsrapportage en 5-jaarlijks gericht op het updaten van de warmtevisie. Hierbij wordt onder andere gekeken naar nieuwe ontwikkelingen en technieken.Waarbij beoordeeld wordt of de gekozen prioritering en strategieën nog toereikend zijn of dat deze moeten worden herzien.
B
7. Wij stellen gezamenlijk het beleid op voor een duurzame warmtetransitie in de gemeente Harderwijk. (beleidsvorming) Na ondertekening van de uitvoeringsstrategie, is gezamenlijk deze warmtevisie opgesteld. Deze warmtevisie is afgestemd met de regionaal inzichtelijk gemaakte alternatieve warmtebronnen. Die staan benoemd in de Regionale Structuur Warmte (RSW) Noord-Veluwe. De warmtevisie dient als startpunt voor het opstellen van een uitvoeringsplan voor een buurt.Het opstellen van een uitvoeringsplan wordt samen gedaan met de partners, mogelijk een bewonersinitiatief en andere belanghebbende zoals beschreven in paragraaf 6.4 en 7.2.2. 8. Wij dagen elkaar en de markt uit om innovatieve oplossingen in onze projecten te ontsluiten. (marktbenadering / inkoop) Wij dagen elkaar, de samenleving en de markt uit, om met innovatieve oplossingen te komen voor de realisatie van de duurzame warmtetransitie. In de projecten kiezen we daarom nadrukkelijk voor een inkoopstrategie die aansluit bij dit doel. Goede ervaringen met leveranciers en partijen worden gewaardeerd en onderling uitgewisseld. Wanneer deze bewezen succesvol zijn (zie ook afspraak 9), worden deze mogelijk vaker toegepast.
10. Wij werken actief aan kennisontwikkeling en delen dit met buitenwereld. (lerend netwerk) Integrale verduurzaming van de gebouwde omgeving is een complex en multidisciplinair vraagstuk en is in ontwikkeling. Tijdens de uitvoering van de warmtevisie zetten we daarom in om nieuwe kennis en aanpakken te ontwikkelen. Nieuwe kennis houden we niet voor onszelf maar delen we met wie daar interesse in heeft (initiatieven, samenleving, bedrijven en andere gemeenten). De werkgroep communicatie is verantwoordelijk voor de juiste communicatie voor het verspreiden van de nieuwe kennis. Daarnaast willen wij ook graag leren van anderen. Hiervoor staan we open voor de kennis en ervaringen van andere gemeenten, initiatieven en bedrijven.
9. Wij monitoren en evalueren actief de behaalde resultaten en toegepaste oplossingen. (evaluatie) Om het beoogde doel op een effectieve en efficiënte wijze te behalen, worden de behaalde resultaten en toegepaste oplossingen actief gemonitord. Meer hierover in hoofdstuk 9.6.
68