CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1- TransitievisieWarmte Harderwijk

Commissie Stad & Omgeving 30 november 2023, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Werkbezoek Aardgasvrij Harderwijk21.229 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TRANSITIEVISIE WARMTE HARDERWIJK in samenwerking met:

VOORWOORD In Harderwijk zijn we op veel terreinen met beleid bezig dat meehelpt om het gebruik van fossiele brandstoffen terug te dringen. Daarnaast ondersteunen we inwoners en bedrijven om zorgvuldig om te gaan met het gebruik van energie en grondstoffen. De opdracht die het Rijk aan de gemeenten heeft gegeven om in 2050 aardgasvrij te zijn, is ook voor de gemeente Harderwijk een forse uitdaging. Aan de andere kant hebben we nog tijd om nuchter en met realiteitszin met deze uitdaging aan de slag te gaan. Samenwerking is in mijn visie het sleutelwoord om succesvol beleid te ontwikkelen en uit te voeren. Daarom ben ik er trots op dat deze warmtevisie tot stand is gekomen in een hechte samenwerking met Liander, UWOON, Omnia Wonen, Endura, Veluwe Duurzaam en een steeds opbouwend kritische klankbordgroep. De warmtevisie is erop gericht om samen, stap voor stap en op een realistische manier aan de slag te gaan. En heel belangrijk, met veel ruimte voor enthousiaste en gedreven bewoners die zelf aan de slag willen om hun buurt te verduurzamen. We zijn met elkaar in Harderwijk al goed bezig om de energievraag te verlagen en elektriciteit duurzaam op te wekken. Denk aan de mooie projecten om op grote schaal zonnepanelen te plaatsen door de lokale energiecoöperatie Endura en de realisatie van windmolens door de gemeente en het waterschap.

De warmtevisie geeft ons houvast bij het zetten van de volgende grote stap, het verduurzamen van ons warmtegebruik, voor het verwarmen van gebouwen en ons kraanwater. Bert van Bijsteren Wethouder Duurzaamheid Voorzitter stuurgroep Aardgasvrij Wonen Harderwijk

SAMENVATTING Dit is de warmtevisie (Transitievisie Warmte) van de gemeente Harderwijk. Net als elke andere gemeente in Nederland is deze opgesteld om de route naar een aardgasvrije gebouwde omgeving te verkennen en te concretiseren. De warmtetransitie is een complexe en grote opgave die binnen de gemeenten met alle betrokken partijen moet worden opgepakt. Daarom is deze warmtevisie tot stand gekomen door alle inwoners van de gemeente vanaf het eerste moment te betrekken. Samen met Liander, UWOON, Omnia Wonen, Endura en Veluwe Duurzaam is vervolgens vorm en inhoud gegeven aan de visie. Daarnaast is door de klankbordgroep meegedacht en feedback gegeven om tot dit document te komen. De gemeente Harderwijk volgt de landelijke doelstelling om in 2050 een aardgasvrije gebouwde omgeving te zijn. Hiervoor is een tussendoel gesteld om in 2030 4.000 gebouwen aardgasvrij-ready te maken, waarbij het streven is om daarvan 1.000 bestaande gebouwen aardgasvrij te maken. In de analyse naar alternatieve oplossingsrichtingen voor aardgas komt naar voren dat drie hoofdstrategieën per buurt mogelijk toepasbaar zijn. Dit zijn (1) een individuele warmtepomp per woning, (2) een warmtenet voor meerdere woningen tegelijk en (3) het gebruik maken van duurzame gassen voor specifieke buurten binnen de gemeente.

Daarbij is duidelijk geworden dat duurzame gassen tot 2030 nog geen optie zijn en daarna maar in beperkte mate toepasbaar zijn. Praktisch betekent dit dat er voor veel buurten twee hoofdstrategieën zijn: de individuele warmtepomp per woning of het warmtenet voor meerdere woningen tegelijk in de buurt. In uitvoeringsplannen dienen deze hoofdstrategieën verder uitgewerkt te worden op buurtniveau.

Gelijktijdig starten in alle buurten is niet mogelijk. Daarom zijn op basis van vier criteria (investeringsprogramma’s, slechte energielabels, aandeel bezit woningcorporatie en initiatieven) tien potentiebuurten geselecteerd. Deze zijn ook eerder reeds richting alle inwoners gecommuniceerd. Het betreft de volgende buurten: • Drift • Hanzewaard • Nachthok • Stedenwaard • Stadsdennen-Zuidwest • Tinnegieter • Weiburg • Wittenhagen-Zuid • Zeebuurt-Oost • Zeebuurt-West Op basis van een sterkte-zwakteanalyse van de lokale situatie, de maatschappelijke context en de stand der techniek zijn drie beleidslijnen samengesteld voor de uitvoering van de warmtevisie: 1. Een gemeentebrede aanpak, waarbij op basis van communicatie en kennis opdoen, alle huishoudens binnen de gemeente worden meegenomen in de mogelijkheden om hun woning te verduurzamen en mogelijk al aardgasvrij te maken; 2. De buurtgebonden aanpak, waarbij met elke potentiebuurt een uitvoeringsplan wordt opgesteld, waarin wordt uitgewerkt hoe deze stapsgewijs aardgasvrij kan worden; 3. Een onderzoekstraject, waarbij specifieke vraagstukken dan wel belemmeringen die rondom de warmtetransitie spelen opgelost worden, zodat in de tijd steeds meer snelheid in de uitvoering mogelijk is.

Per beleidslijn is uitgewerkt op welke manier inwoners en andere belanghebbende kunnen participeren in de warmtetransitie, waarbij veel ruimte is voor buurtinitiatieven om zelf aan de slag te gaan de buurt te verduurzamen. De betaalbaarheid is één van de grootste vraagstukken rondom de warmtevisie. In deze warmtevisie zijn geen concrete cijfers opgenomen over de kosten voor de maatregelen die genomen moeten worden. Vanwege de vele variabelen (qua type woning/gebouw, energielabel, reeds genomen duurzaamheidsmaatregelen en de oplossingsrichting) en toekomstige ontwikkelingen (techniek en kosten), is het niet mogelijk om in deze warmtevisie al reële kosten aan te geven. In een uitvoeringsplan voor een buurt, worden deze kosten inzichtelijk gemaakt. Om de warmtevisie uit te voeren is voortzetting en intensivering van de organisatie nodig. Hierin zijn ook de belangen per samenwerkende partij omschreven en wordt concreet gemaakt op welke manier we zijn georganiseerd om uitvoering aan de warmtevisie te geven. De warmtevisie is geen statisch document maar wordt om de vijf jaar geüpdatet. Daarnaast is gekeken welke capaciteit nodig is om uitvoering te geven aan de verschillende beleidslijnen.

Hieruit is een meerjarenplanning opgesteld om én invulling te geven aan de beschreven doelstellingen én tegelijk ook een beheersbaar proces rondom de concretisering van de warmtevisie mogelijk te maken.

INHOUDSOPGAVE Voorwoord 2 Samenvatting 3 1 Wat is de Transitievisie Warmte / Warmtevisie? 5 1.1 Wettelijk kader 6 1.2 Doel warmtevisie 7 1.3 Afbakening 7 1.4 Samenwerking 8 1.5 Leeswijzer 8 2 Doelstelling warmtetransitie en beoordelingscriteria van de uitvoering 2.1 Doelstellingen warmtetransitie 2.2 Beoordelingscriteria van de uitvoering

9 10 10

3 Huidige situatie en prognose 3.1 De warmtevraag 3.1.1 Huidige situatie 3.1.2 Aandachtspunten 3.2 Het warmte-aanbod 3.3 Infrastructuur 3.4 Alternatieve oplossingsrichtingen

12 13 13 13 13 16 16

4 Oplossingsrichtingen per buurt 18 4.1 Methodiek 19 4.2 Bebouwing clusteren 19 4.3 Hoofdstrategie per cluster 20 4.4 Selecteren potentiebuurten en verkenningsbuurten 22 4.4.1 Potentiebuurten 22 4.4.2 Verkenningsbuurten 22 4.4.3 Autonome ontwikkelingen 24 4.5 Voorkeursoplossingsrichtingen per potentiebuurt 24 5 Tussentijdse reflectie aan de hand van sterkte-zwakteanalyse

26

6 Van visie naar uitvoering 6.1 Stapsgewijze aanpak 6.2 De beleidslijnen 6.3 Gemeentebrede aanpak: communicatie en kennis opdoen 6.4 Buurtgebonden aanpak: uitvoeringsplan per buurt 6.5 Onderzoekstraject: kennis verwerven

29 30 30 31 32 33

7 Participatie en communicatie in de beleidslijnen 35 7.1 Insteek 36 7.2 Participatie 36 7.2.1 Gemeentebrede aanpak 37 7.2.2 De buurtgebonden aanpak 37 7.2.3 Onderzoeksvragen 37 7.3 Communicatie 37 7.3.1 Communicatiedoelen en kernboodschappen 37 7.3.2 Doelgroepen 38 7.3.3 Communicatiemiddelen 39

9.3.5 Energiecoöperatie Endura 9.4 De organisatiestructuur 9.4.1 Stuurgroep 9.4.2 Klankbordgroep 9.4.2 Projectgroep 9.4.3 Werkgroepen 9.4.4 Expertgroep warmte 9.4.5 Gebieds- / procesregisseurs 9.5 Besluitvorming 9.6 Financiële dekking 9.7 Verantwoording

46 47 47 47 47 47 47 47 48 48 48

10 Planning

49

Colofon

51

B Bijlagen

52

1: Beleidskader

53

8 Kosten en financiering 8.1 Maatschappelijke kosten 8.2 Individuele kosten 8.3 Betaalbaarheid, woonlasten in relatie tot financiering 8.4 Individuele kosten of maatschappelijke kosten als maatstaf

40 41 41

2: Gegevens per buurt

54

3: Duurzame warmtebronnen

55

42

4: Kaarten van de verschillende warmtebronnen

57

42

5: Omschrijving clusters

58

9 Projectorganisatie 9.1 Wederzijdse belangen 9.2 Samenwerkingsafspraken 9.3 Rollen en verantwoordelijkheden 9.3.1 Gemeente Harderwijk 9.3.2 Woningcorporaties (Omnia Wonen en UWOON) 9.3.3 Liander 9.3.4 Duurzaamheidsloket Veluwe Duurzaam

43 44 44 44 44

6: Weergaven sterkte-zwakteanalyse

60

7: Menukaart initiatieven

65

8: Belangen van de strategische partners

66

44 44 46

9: Toelichting samenwerkingsafspraken

67

1

1

Oordt Fotografie & Film

WAT IS DE TRANSITIEVISIE WARMTE / WARMTEVISIE?

5

1

WAT IS DE TRANSITIEVISIE WARMTE / WARMTEVISIE? 1.1 Wettelijk kader Op 2 juli 2020 is de Duurzaamheidsvisie “De Duurzame Stad” vastgesteld. Hierin is aangegeven dat de gemeente Harderwijk een duurzame gemeente wil zijn. Niet alleen voor het hier en nu, maar ook voor het elders en later. Dit betekent dat we ook rekening houden met de gevolgen van ons handelen voor mensen die ergens anders leven of voor de mensen die later leven. De Duurzaamheidsvisie bestaat uit vier pijlers: Circulariteit, Biodiversiteit, Klimaatadaptatie en energietransitie. Voor de pijler energietransitie stelt de gemeente Harderwijk in het energietransitiebeleid “De Energieke Stad” zichzelf de doelstelling om de CO2-uitstoot te verminderen met 45% in 2031 ten opzichte van de uitstoot in 2010. In de uitvoeringsstrategie “De Energieke Stad 2017-2020” is de aardgasvrije samenleving als één van de aandachtsgebieden aangewezen. Nederland heeft, net als 195 andere landen het klimaatakkoord ondertekend, waarmee we ons verplichten om de uitstoot van broeikasgassen (waaronder CO2) vergaand te verminderen. De uitstoot van broeikasgassen moet worden verlaagd om de temperatuurstijging onder de twee graden te houden. Daar komt bij dat vanwege de aardgaswinning in Groningen aardbevingen plaatsvinden.

De Nederlandse Overheid heeft daarom besloten om de aardgaswinning in Groningen voor 2030 te stoppen en dat in 2050 de gebouwde omgeving aardgasvrij is. Om dit te bereiken vindt er een warmtetransitie plaats in Nederland. Hierbij is het doel van de warmtetransitie om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren om in 2050 volledig klimaatneutraal (De uitstoot van broeikasgassen, bijvoorbeeld CO2 en methaan, is over één jaar gelijk aan nul) te zijn. Elke gemeente levert eind 2021 een Transitievisie Warmte op waarin de route naar een aardgasvrije gebouwde omgeving wordt verkend en waarnodig al geconcretiseerd. De Transitievisie Warmte geeft hiermee direct invulling aan de aardgasvrije samenleving uit de Energieke Stad.

Achtergrond en opgave Transitievisie Warmte (landelijke afspraken) Op dit moment zorgt de verwarming met aardgas voor meer dan tweederde van de CO2-uitstoot van gebouwen in Nederland. Daarnaast betekent het gebruik van aardgas een afhankelijkheid van aardgas uit Groningen of aardgas uit het buitenland. Van alle woningen en andere gebouwen is op dit moment 95 procent nog afhankelijk van aardgas voor verwarming. In 2016 heeft Nederland het VN-klimaatakkoord van Parijs ondertekend. In dit akkoord zijn afspraken gemaakt over het terugdringen van de CO2-uitstoot. De nationale doelstellingen zijn vastgelegd in de Klimaatwet en in het in 2019 gesloten Klimaatakkoord, waarin 150 partijen onder meer overeen zijn gekomen om tot en met 2050 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen aardgasvrij te maken.

Relatie Transitievisie Warmte, wijkuitvoeringsplan en regionale structuur warmte In het Klimaatakkoord is eveneens afgesproken dat gemeenteraden uiterlijk in 2021 hun Transitievisie Warmte (hierna warmtevisie) vaststellen. In de warmtevisie staat omschreven wanneer welke wijk of buurt aardgasvrij wordt (voor of na 2030). Voor die wijken of buurten die voor 2030 van het aardgas afgaan wordt ook omschreven wat de mogelijke alternatieve duurzame warmtebronnen zijn. De warmtevisie wordt om de vijf jaar geüpdatet.

Regionaal Regionale Structuur Warmte (onderdeel van de RES)

Gemeentelijk Warmtevisie

Wijkniveau Wijkuitvoeringsplan (WUP)

De warmtevisie vormt de basis voor verdere uitwerking en concretisering in een wijkuitvoeringsplan (WUP) op buurt- of wijkniveau (hierna uitvoeringsplan). Samen met bewoners, vastgoedeigenaren en andere stakeholders wil de gemeente in een proces een gedragen plan tot stand brengen over hoe de wijk of buurt aardgasvrij wordt. In een uitvoeringsplan wordt met de betrokken stakeholders bepaald wat de warmtebron en -techniek voor de wijk of buurt wordt en op welke datum de levering van aardgas daadwerkelijk beëindigd wordt. Een uitvoeringsplan wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Naast het gemeentelijk schaalniveau is ook het regionale schaalniveau van belang voor het slagen van de warmtetransitie. Op regionaal, bovengemeentelijk niveau is er de Regionale Energie Strategie (RES) met daarin de Regionale Structuur Warmte (RSW). Op RES-niveau kan afstemming plaatsvinden over het voorgenomen gebruik van bovenlokale warmtebronnen voor de verschillende warmtevragers en over de benodigde regionale energieinfrastructuur. In de toekomst wordt de RSW, net als de warmtevisie, steeds geüpdatet. Daarin worden warmtegegevens en afspraken uit de gemeentelijke visies en de uitvoeringsplannen voor wijken en buurten overgenomen.

6

1

1.2 Doel warmtevisie Het doel van de warmtevisie van de gemeente Harderwijk is om: 1. Duidelijkheid te geven aan inwoners en ondernemers van de gemeente Harderwijk over de warmtetransitie tot en met 2050; 2. Het draagvlak voor de warmtetransitie in Harderwijk te vergroten door inzicht te geven in de aanpak en onderliggende keuzes die daartoe hebben geleid; 3. Per buurt een eerste indicatie aan te geven wanneer de buurt, met de kennis van nu, aardgasvrij wordt en welke voorkeursalternatieven om aardgasvrij te worden hierbij van toepassing zijn.

1.3 Afbakening Inhoud van de warmtevisie De warmtevisie van gemeente Harderwijk gaat over maatregelen die de vraag naar aardgas verminderen en over maatregelen om gebouwen duurzaam te verwarmen. Er lopen gemeentebreed al veel initiatieven om de energievraag naar beneden te brengen. In deze warmtevisie focussen we ons daarom vooral op de overgang naar duurzame warmte. Hierbij wordt de relatie tussen het verlagen van de warmtevraag en de keuze voor een warmteopwekking meegenomen. Door warmere zomers, in combinatie met betere isolatie is de koudevraag een belangrijk aspect bij de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Dit maakt echter geen onderdeel uit van de warmtevisie. Omvang van de gebouwde omgeving De warmtevisie richt zich op het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving (woningen, utiliteit en midden-

en kleinbedrijf, geen industriële processen) binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Harderwijk. Dit omvat het aardgasverbruik voor ruimteverwarming, warm tapwater en koken. De definitie voor de gebouwde omgeving ligt hierbij gelijk aan de definitie die ook in het Klimaatakkoord (klimaattafel Gebouwde Omgeving) wordt aangehouden. Op basis van de huidige kennis De warmtevisie is opgesteld op basis van de huidige kennis en verwachtingen. Hierbij is uitgegaan van bewezen technieken en landelijke verwachtingen zoals aangegeven in het klimaatakkoord en berekend door het Planbureau voor de Leefomgeving. Vanwege de opgedane kennis, nieuwe technieken en maatschappelijke veranderingen wordt de warmtevisie minimaal om de 5 jaar geüpdatet. Aantal woningen De gebouwde omgeving in Harderwijk bestaat in 2020 uit 19.942 woningen en en 2.969 utiliteitsgebouwen (1.027.453 m2) (CBS, Statline). Ondanks dat een klein deel (nieuwbouw sinds 2018) al aardgasvrij is, wordt dit aantal woningen en utiliteitsgebouwen als uitgangspunt gehanteerd voor de aardgasvrije opgave. Tijdsfasering In de warmtevisie worden drie tijdsperiodes gedefinieerd: • 2020 - 2030 (korte termijn) In deze periode onderzoeken we hoe de eerste buurten aardgasvrij worden. Waar uit onderzoek blijkt dat dit haalbaar is worden de eerste potentiebuurten aardgasvrij.

Deze buurten zijn geselecteerd omdat er op korte termijn praktisch aanleiding is om aan de slag te gaan. Voor deze buurten worden de alternatieve oplossingsrichtingen weergegeven in deze warmtevisie.

7

• 2030 - 2040 (middellange termijn) De verwachting is dat ten gevolge van ervaring en innovatie buurten sneller aardgasvrij worden. Dit wordt versterkt doordat met een voorbereidingstijd van tien jaar, stimulerend beleid door de projectgroep Aardgasvrij Wonen Harderwijk is opgesteld. Investeringsprogramma’s zijn aangepast en ter voorbereiding zijn gebouwen waar mogelijk al geïsoleerd. Om welke buurten het precies gaat is nog lastig te zeggen. In de komende tien jaar wordt hier een verdere verkenning naar gedaan. Dit zijn de zogenaamde verkenningsbuurten. Voor deze buurten wordt een eerste indicatie gegeven van de mogelijke hoofdstrategieën als alternatief voor aardgas op basis van de huidige kennis. • 2040 - 2050 (lange termijn) De laatste 10 jaar staan in het teken om de laatste buurten aardgasvrij te maken. Voor deze buurten wordt nog geen verwachting uitgesproken voor de alternatieve warmtebron. Dit is sterk afhankelijk van technische en economische ontwikkelingen (bijvoorbeeld ontwikkeling waterstof, financiële crisis of een pandemie). Wel wordt een eerste indicatie gegeven van de mogelijke hoofdstrategieën als alternatief voor aardgas op basis van de huidige kennis. Elektrificatie Het elektrificeren van een deel van de warmtevraag leidt tot een hogere vraag naar groene stroom, wat leidt tot een vraag naar meer opwek van zon- en windenergie.

In deze visie gaan we echter niet in op de vraag hoe dat gerealiseerd kan worden. Die vraag wordt beantwoord in documenten zoals de Regionale Energiestrategie (RES) en het beleidskader zon.

1

1.4 Samenwerking De transitie naar een aardgasvrije samenleving is een brede maatschappelijke opgave. Daarom zijn Liander (netbeheerder), Omnia Wonen (woningcorporatie), UWOON (woningcorporatie), Endura (energiecoöperatie), Veluwe Duurzaam (Duurzaamheidsloket) en de Gemeente Harderwijk samen gaan werken. In het Klimaatakkoord staat dat gemeenten de regierol krijgen bij de wijkgerichte aanpak. Hoe de gemeente Harderwijk dit gaat oppakken staat in voorliggende visie. Gezamenlijk met alle partijen is de uitvoeringsstrategie “Aardgasvrij Wonen Harderwijk” opgesteld. Op 18 juni 2019 ondertekenden bovenstaande partijen de uitvoeringsstrategie. Deze vormt de basis voor het opstellen van de warmtevisie gemeente Harderwijk. Net als bij het opstellen van de uitvoeringsstrategie is ook bij deze warmtevisie gebruik gemaakt van twee ontwikkelsporen: Spoor 1: Strategisch We werken samen met strategische partners om inzicht te krijgen en beleid te formuleren voor een gefaseerde warmtetransitie. Voor corporaties en netbeheerders biedt de warmtevisie een indicatie van de mogelijke alternatieve oplossingsrichtingen, de energie-infrastructuur die daarvoor nodig is en de termijn waarbinnen ze deze mogelijk moeten realiseren.

Spoor 2: Samenleving Op basis van input vanuit de samenleving wordt beleid gevormd, versterkt en stimuleren wij initiatieven om zelf aan de slag te gaan op weg naar een aardgasvrije buurt.

De warmtevisie geeft bewoners, huis- en gebouw-eigenaren een eerste beeld van het stapsgewijze tijdpad richting aardgasvrij. Ook staat in de warmtevisie voor de buurten waarin de gemeente voor 2030 aan de slag gaat welke toekomstige warmtevoorziening(en) kansrijk zijn in deze buurt. Dit biedt huis- en gebouweigenaren perspectief om investerings- en verduurzamingsbeslissingen te nemen wanneer bijvoorbeeld de CV-ketel vervangen wordt of een nieuw fornuis gekocht wordt. De continue wisselwerking tussen spoor 1 en spoor 2 is van groot belang om doel en draagvlak bij elkaar te houden. Hiermee wordt zowel het maatschappelijke belang als de lange termijnplanning (spoor 1) en de impact van de warmtetransitie voor de bewoner (spoor 2) een plek gegeven.

1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 1 leest u wat de aanleiding, doel en kaders zijn voor het schrijven van deze warmtevisie. Daarnaast is aangegeven met wie de warmtevisie is opgesteld. In hoofdstuk 2 staan de doelstellingen voor de warmtetransitie (in 2030 en 2050) benoemd. Daarbij zijn beoordelingscriteria aangegeven om tijdens en na afloop de uitvoering te beoordelen. Om de opgave van de warmtetransitie volledig in beeld te krijgen, is in hoofdstuk 3 de huidige situatie en prognose in kaart gebracht. Hiervoor beschrijven we de warmtevraag, het warmte-aanbod, de energie-infrastructuur en de mogelijke alternatieve oplossingsrichting voor het aardgas.

8

In hoofdstuk 4 wordt aan de hand van vier stappen in kaart gebracht welke mogelijke alternatieven voor aardgas per buurt zijn en welke buurten benoemd zijn om in de komende tien jaar de mogelijkheden verder te onderzoeken en mogelijk uit te gaan voeren. Om passend beleid te kunnen maken voor de uitvoering van de warmtetransitie is een sterkte-zwakteanalyse gedaan. In hoofdstuk 5 staan de belangrijkste kansen, bedreigingen, sterktes en zwaktes benoemd. Op basis hiervan staat in hoofdstuk 6 beschreven wat het beleid is om van deze visie naar uitvoering te komen. Hier worden de drie beleidslijnen uitgelegd die de gemeente Harderwijk hanteert. Een van de belangrijkste onderdelen voorwaarde voor de realisatie van de warmtetransitie is het draagvlak. In hoofdstuk 7 wordt dan ook de strategie beschreven op het gebied van participatie en communicatie om het draagvlak (door middel van betrokkenheid en communicatie) te vergroten. Voor het draagvlak is ook belangrijk dat er duidelijkheid wordt gegeven over de financiering van de warmtetransitie. In hoofdstuk 8 wordt op hoofdlijnen aangegeven wat de verwachtingen zijn rond de financiering en betaalbaarheid van de warmtetransitie. Deze warmtevisie sluit uiteindelijk af met de projectorganisatie in hoofdstuk 9 en de planning op hoofdlijnen in hoofdstuk 10.

2

2

DOELSTELLING WARMTETRANSITIE EN BEOORDELINGSCRITERIA VAN DE UITVOERING 9

2

DOELSTELLING WARMTETRANSITIE EN BEOORDELINGSCRITERIA VAN DE UITVOERING 2.1 Doelstellingen warmtetransitie Op basis van beleidskaders (bijlage 1) zijn de doelstellingen geformuleerd voor de warmtevisie Harderwijk. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat er structurele financiering is ingebed in landelijk, provinciaal en regionaal overheidsbeleid, wat lokaal wordt geëffectueerd. Doelstelling 1: In de periode tot en met 2030 zijn in totaal 4.000 bestaande gebouwen in de gemeente Harderwijk minimaal aardgasvrijready gemaakt, waarbij het streven is om daarvan 1.000 bestaande gebouwen aardgasvrij te maken.

Doelstelling 2: In de periode 2031 tot en met 2050 wordt de gehele gebouwde omgeving (zoals gedefinieerd in de afbakening) aardgasvrij gemaakt. Ter indicatie: de verwachte reductie van de CO2-uitstoot van de gebouwde omgeving is 30-40 kton ten opzichte van de huidige situatie. (Deze indicatie is inclusief de CO2-reductie te gevolge van energiebesparing en autonome ontwikkelingen).

2.2 Beoordelingscriteria van de uitvoering De doelstellingen sluiten aan op het genoemde beleidskader en de gemaakte samenwerkingsafspraken zoals die tussen de partners in 2019 zijn overeengekomen. De doelstellingen zijn verifieerbaar en toetsbaar gemaakt door het opstellen van een aantal toetsingscriteria en uitgangspunten voor de uitvoering. Hiermee wordt de kwaliteit van het gevoerde beleid gemonitord. De toetsingscriteria en uitgangspunten staan hieronder beschreven. De criteria worden van tevoren theoretisch berekend via erkende methodes. Toetsingscriteria 1. Reductie CO2-uitstoot Het verlagen van de warmtevraag en het aardgasvrij maken van de warmteopwekking draagt bij aan de doelstellingen om de CO2-uitstoot te verlagen.

Ter indicatie: hiermee wordt een reductie van de CO2-uitstoot van de gebouwde gerealiseerd van 5-10 kton ten opzichte van de huidige situatie (Deze indicatie is inclusief de CO2-reductie te gevolge van energiebesparing en autonome ontwikkelingen). Daarbij zijn twee subdoelen geformuleerd: • Minimaal tien vastgestelde uitvoeringsplannen (waarin techniek, financiën, organisatie en participatie zijn afgestemd met inwoners en ondernemers en overeengekomen met alle strategische partners); • De aanpak van minimaal zes projecten (bijvoorbeeld het opstellen van een uitvoeringsplan, collectieve inkoop en de realisatie van een warmtenet) die gemakkelijk repeteerbaar zijn en zo mogelijk opschaalbaar in andere buurten in de periode na 2030.

Aardgasvrij-ready Aardgasvrij-ready betekent dat woningen qua bouwkundige en installatietechnische voorzieningen voor verwarming, warm tapwater en koken gereed zijn voor afkoppeling van het aardgasnet en aansluiting op een alternatieve energieinfrastructuur. Die afkoppeling van het aardgasnet en koppeling aan de nieuwe energie-infrastructuur kunnen later zonder grote inspanningen en overlast voor bewoners plaatsvinden. (Afkomstig van RVO, https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/duurzame-energie-opwekken/aardgasvrij)

10

2. Betaalbaarheid eindgebruiker en pandeigenaar Aardgasvrij maken van bestaande woningen vraagt om meer investeringen die zich (onder de huidige omstandigheden) niet terug verdienen. Ook in de gemeente Harderwijk is energiearmoede een thema. Het selecteren van een alternatief voor aardgas op basis van de laagst maatschappelijke kosten (hieronder vallen onder andere de private kosten, subsidies en netbeheerkosten) betekent niet automatisch dat dit ook resulteert in de laagste woonlasten voor de eindgebruiker. Bij de keuze en selectie van alternatieven speelt daarom het criterium betaalbaarheid en woonlasten voor de eindgebruiker en gebouweigenaar een even belangrijke rol als andere selectiecriteria (onder andere maatschappelijke kosten en CO2-impact). Meer over financiering en betaalbaarheid en woonlasten is beschreven in hoofdstuk 8.

2

Uitgangspunten A. Zoveel mogelijk inzetten op draagvlak en waarnodig strategische lijnen uitzetten Zoals ook in de samenwerkingsafspraken is vastgelegd, staat de projectgroep Aardgasvrij Wonen Harderwijk voor een benadering waarbij kennis, kunde en draagvlak van inwoners de basis zijn voor het maken van keuzes voor de route naar aardgasvrije gemeente. Het beleid is succesvol wanneer het inwoners helpt en ondersteunt om zelf in beweging te komen en samen projecten tot uitvoering te brengen. De strategische partners zetten de strategische lijnen uit om daarmee voor de middellange en lange termijn in hun investeringsprogramma’s te anticiperen op toekomstige aardgasvrije oplossingen. B. Koppelkansen benutten Het aardgasvrij maken leidt tot diverse projecten in zowel woningen als de openbare ruimte. Bij het plannen en ontwikkelen van deze projecten worden koppelkansen (investeringsprogramma en uitvoeringsprojecten) zoveel mogelijk meegenomen. Dit geldt ook andersom: een vervangingsopgave van het riool, sloop-nieuwbouw in de buurt of renovatieopgave van een woningcorporatie kan een aanleiding zijn om een stap te maken naar aardgasvrij (-ready).

D. Repeteerbaar en opschaalbaar In 2050 dient heel de gemeente Harderwijk aardgasvrij te zijn. Dat is een enorme opgave die alleen kan slagen wanneer projecten ook voldoende omvang en volume hebben. Het selecteren van projecten met soortgelijke maatregelen, van dezelfde woningtypologie of dan wel een soortgelijke aanpak van toepassing is (collectiviteit), is voor de uitvoering van het beleid van belang. Dit maakt het mogelijk om het te repeteren en mogelijk op te schalen binnen de gemeente Harderwijk. E. Kennisontwikkeling Leren vanuit ervaringen is essentieel om de landelijke doelstellingen te behalen en gedurende de uitvoeringsperiode ook te gaan versnellen. Projecten worden daarom ook uitgevoerd om van te leren. Met de opgedane ervaringen en kennis worden nieuwe projecten mogelijk sneller, groter en beter uitgevoerd. Dit gebeurt altijd vanuit de praktische context van een project: het kan zijn dat het belang van repeteerbaarheid prevaleert boven het belang van kennisontwikkeling.

C. Synergie op beleid De warmtetransitie heeft raakvlakken met andere beleidsvelden van overheden en de samenwerkingspartners. Waar dit mogelijk is wordt naar synergie gezocht. Denk hierbij aan beleidsvelden als leefbaarheid, klimaatadaptatie, biodiversiteit en mobiliteit. Het gebruikmaken van de synergie kan bijdragen aan het vergroten van het het draagvlak en de warmtetransitie als positief te ervaren.

11

3

3

HUIDIGE SITUATIE EN PROGNOSE

12

3

HUIDIGE SITUATIE EN PROGNOSE Om de opgave van de warmtetransitie volledig in beeld te hebben, wordt in dit hoofdstuk een analyse gemaakt van de warmtevraag en het warmte-aanbod. Om aardgasvrij te worden moet het warmte-aanbod minimaal even groot zijn als de warmtevraag. In 3.1 is een analyse gemaakt van de huidige warmtevraag en verwachte trends en ontwikkeling tot 2050. In 3.2 wordt per type warmtebron de technische en praktische potentie in kaart gebracht. Om de warmte op de juiste plek te krijgen, wordt in paragraaf 3.3 de huidige infrastructuur beschreven en welke invloed de warmtetransitie daar op heeft. Het hoofdstuk wordt afgesloten met 3.4 over de technische oplossingen voor aardgas.

3.1 De warmtevraag 3.1.1 Huidige situatie De gemeente Harderwijk (48.414 inwoners) heeft op 1 januari 2020 een gebouwenvoorraad die bestaat uit 19.942 woningen en 2.969 utiliteitsgebouwen (1.027.453 m2). Deze woningen en utiliteitsgebouwen zijn verdeeld over de 15 wijken en 63 buurten. In bijlage 2 is meer informatie te vinden en zijn deze gegevens uitgesplitst per buurt.

3.1.2 Aandachtspunten

3.2 Het warmte-aanbod

Verminderen energieverbruik Een belangrijk onderdeel van de energietransitie is het verlagen van het energieverbruik. Dit gebeurt onder andere door gebouwen te isoleren, het gebruiken van energiezuinige apparaten en het vervangen van gloeilampen door LED verlichting. Het centraal bureau voor statistiek (CBS) heeft een energiebesparing prognose (Klimaat en energieverkenning 2019) gemaakt. De landelijke verwachting is dat het energieverbruik met ongeveer 1% per jaar afneemt.

Om de gebouwde omgeving in gemeente Harderwijk aardgasvrij te maken, wordt de warmtevraag ingevuld door een mix van alternatieve duurzame warmtebronnen. Dit komt omdat er niet één warmtebron is die geschikt is als alternatieve duurzame warmtebron voor elk gebouw. Bovendien zijn er beperkingen aan de beschikbaarheid van duurzame warmtebronnen.

Toename huishoudens De gemeente Harderwijk groeit naar ongeveer 55.600 inwoners in 2050 volgens de groeiprognose van Primos (Prognose primos 2019). Door toename van het aantal inwoners en gebouwen neemt het energieverbruik toe. Bij de bouw van nieuwe woningen en andere gebouwen is het dan ook zeer belangrijk de energievraag zoveel mogelijk te beperken en de energie duurzaam op te wekken.

13

Dit hoofdstuk geeft de theoretische en de praktische potentie van een warmtebron weer om de gemeente Harderwijk aardgasvrij te maken. Het theoretisch potentieel is de warmte die mogelijk beschikbaarbaar is uit deze lokale bron. Het praktisch potentieel is het potentieel dat ontstaat na toepassing van deze bron richting potentiële afnemers. Hierbij spelen praktische effecten als betaalbaarheid en inpassingsmogelijkheden. Het praktisch potentieel is dus altijd kleiner dan het theoretisch potentieel. Het praktisch potentieel is ingeschat door de projectgroep op basis van kennis van de lokale situatie. Het blijft daarmee een indicatie. Hierbij is een tijdshorizon tot en met 2030 gehanteerd. Algemene achtergrondinformatie over de warmtebronnen staat beschreven in de bijlage 3 en in bijlage 4 wordt u verwezen naar het Dashboard van Provincie Gelderland voor de kaarten van de verschillende warmtebronnen.

3

Figuur 3.1 Samenstelling gebouwde omgeving gemeente Harderwijk op 1 januari 2020 vrijstaande woning twee-onder-een-kap

voor 1930

1975 - 1991

label A

label E

rijwoning hoek

1930 - 1945

1992 - 2005

label B

label F

rijwoning tussen

1946 - 1964

2006 - 2019

label C

label G

appartementen

1965 - 1974

8 30

5 3

17

6

label D

8 16

WONINGEN aantal woningen

17

%

20

%

15

22

10

%

8

18

29

24

39

5

A+ TYPE GEBOUW

BOUWJAAR

ENERGIELABEL

37%

WARMTEVERBRUIK 1.267 TJ in 2018

5 UTILITEIT m2 bruto vloer oppervlakte

2

2 6

32

16

23 12

%

45

12

2 23

%

7 8

63%

G

% 24

51

utiliteit

24

6

kantoor

industrie

voor 1920

label A

label E

winkel

bijeenkomst

1921 - 1975

label B

label F

zorg

sport

1976 -1990

label C

label G

logies

overig

1991 - 1995

label D

onderwijs

1996 - 2019

14

woningen

3

Tabel 3.1 Theoretisch en praktisch potentieel alternatieve bronnen. Praktisch potentieel indicatie ingeschat.

Bronnen

INDIVIDUELE WARMTEPOMP

% ten opzichte van de gebouwde omgeving in Harderwijk

Duurzame elektriciteit

Elektriciteit is in Nederland voor iedereen beschikbaar via het elektriciteitsnet. Het aandeel duurzame energie groeit elk jaar. Het is de bedoeling dat in 2050 de opwek 100% duurzaam is.

100% 70°

Praktisch potentieel t/m 2030

Theoretisch potentieel Toelichting THEORETISCH

Toelichting PRAKTISCH

10%

Het praktisch potentieel is ca 10%. Hierbij is er vanuit gegaan dat de benodigde elektra voor de benodigde warmtevraag, op gebouwniveau wordt opgewekt.

10%

Alleen mogelijk voor goed geïsoleerde gebouwen aan de rand van het Wolderwijd en in de buurt van de waterzuivering op industrieterrein Lorentz.

10%

Een WKO-systeem is alleen efficiënt als er gelijke warmte en koudevragen zijn. Bestaande woningen zijn netto warmtevragers. WKO dus praktisch alleen toepasbaar in combinatie met koudevraag en bij minimaal 100 woningen.

0%

De techniek is nog relatief onbekend. Daarnaast dienen minimaal 2000 woningen in korte tijd aangesloten te worden om investeringen rendabel te krijgen. Voor de komende 10 jaar is deze bron voor Harderwijk weinig kansrijk.

1%

Vaak gaat het om laagwaardige warmte, waardoor deze opgewaardeerd wordt met een warmtepomp. Daarnaast dient een leveringszekerheid van vaak 15-30 jaar gegarandeerd te worden. Dergelijke afspraken zijn moeilijk met bedrijven te maken.

1%

Gemeente stimuleert verwarming op basis van vaste biomassa niet binnen de bebouwde kom. Mogelijk inpasbaar in het buitengebied. Er wordt liever geen gebruik gemaakt van vaste biomassa.

0%

De huidige centrale is voor een concessie reeds naar Eneco gealloceerd. Daarnaast is de verwachting dat dit tot 2030 ook niet extra beschikbaar komt.***

WARMTENET Aquathermie 100% Bodemenergie en WKO 100%

Geothermie 100%*

Restwarmte

Het Wolderwijd en open binnenwateren biedt voldoende energiepotentie als alternatief voor aardgas. De bodem onder de gemeente Harderwijk lijkt overal geschikt om deze techniek toe te passen. Echter moet opgelet worden dat verschillende installaties elkaar niet gaan beïnvloeden en afgestemd worden met het Waterschap en het drinkwaterbedrijf. In potentie is er in diepere aardlagen onbeperkte warmte. Momenteel wordt onderzoek gedaan naar meer nauwkeurige inzichten voor Harderwijk. Er is een aantal bedrijven waar mogelijk restwarmte beschikbaar is.

5%**

Vaste biomassa 10%

Uiteraard geldt hierbij dat inzet moet passen binnen duurzaam bosbeheer. Landelijk is er te weinig vaste biomassa voor de gebouwde omgeving.

DUURZAME GASSEN Biogas / Groen gas 9% Groene waterstof 0%

Dit is op basis van de beschikbare reststromen in Harderwijk zoals huishoudelijk GFT afval en mest van rundvee en varkens. Op dit moment is groene waterstof niet beschikbaar. De verwachting is ook dat dit tot 2030 ook nog niet beschikbaar is. Daarna is het mogelijk beperkt beschikbaar voor de gebouwde omgeving. Bijvoorbeeld voor monumentale panden die lastig te isoleren zijn.***

* Meer onderzoek is nodig om de daadwerkelijke beschikbaarheid te bepalen. ** Hierbij is nog niet de eventuele restwarmte van het potentiële datacenter in Zeewolde meegenomen. De gemeente Zeewolde en Harderwijk onderzoeken de mogelijkheid hiervoor.

15

0%

*** Kamerbrief “Visie op het warmtesysteem en de ontwikkeling daarvan” van 28 april 2021.

3

3.3 Infrastructuur Om energie (aardgas en elektriciteit) naar een gebouw te krijgen, is infrastructuur nodig. In de gemeente Harderwijk is netwerkbeheerder Liander verantwoordelijk voor de infrastructuur van aardgas en elektriciteit. In deze paragraaf beschrijft Liander de huidige status van het gas- en elektriciteitsnet en wat de transitie naar aardgasvrij betekent voor de huidige infrastructuur. In Harderwijk is het gasnet over het algemeen behoorlijk oud. Voor Liander zijn de buurten waar het oudste gasnet aanwezig is het meest interessant. Deze gasnetten zijn financieel volledig afgeschreven en liggen al geruime tijd in de grond. Het feit dat ze oud zijn betekent niet dat ze vanuit technische oogpunt ook vervangen moeten worden. Liander vervangt haar gasnetten voornamelijk vanuit risico (storingen, grondzakkingen, etc). Liander heeft een vervangingsprogramma op bepaalde oudere materiaalsoorten. Deze materiaalsoorten komen in de gemeente Harderwijk weinig voor. In de buurten waar ze wel voorkomen, stemt Liander af met het project Aardgasvrij Wonen Harderwijk of de leiding worden vervangen of overgestapt wordt op een aardgasvrij alternatief. De voorkeur vanuit Liander is om dit gasnet niet te vervangen, maar indien mogelijk meteen over te gaan op een aardgasvrij alternatief.

Het elektriciteitsnet in de gemeente Harderwijk is over het algemeen prima voor het huidige gebruik en voor eventuele groei. De overgang naar individuele warmtepompen betekent in veel buurten dat een deel van het elektriciteitsnet verzwaard moet worden. Of dat er meer traforuimtes in de buurt geplaatst moeten worden om de vraag en aanbod van elektriciteit te faciliteren. Ook bij een warmtenet verandert de elektriciteitsvraag, bijv. om de lage temperatuur op hoge temperatuur te brengen. Van belang is dat Liander tijdig weet welke buurten mogelijk overgaan

naar een individuele warmtepomp, zodat er tijdig de juiste maatregelen genomen worden om dit te faciliteren. Daarnaast is het voor de netbeheerder van belang dat voor een nieuwe warmte-infrastructuur een aaneengesloten gebied wordt gevormd waarbinnen geen aardgas meer nodig is. Aangezien Liander op dit moment aangehaakt is bij de warmtetransitie in de gemeente Harderwijk, kan Liander indien nodig tijdig voor aanpassingen zorgen in het elektriciteitsnet. De hiervoor benodigde ruimte in de onderen bovengrond stemt Liander af met de gemeente. Voor Liander is het belangrijk om nauw betrokken te blijven bij de verdere planvorming van de warmtetransitie. De keuzes om een buurt aardgasvrij te maken, kunnen van invloed zijn op andere buurten en op het gehele energiesysteem in een gemeente Harderwijk. Daarnaast hebben ook ontwikkelingen rondom elektrisch vervoer (het realiseren van laadpunten) en duurzame opwek (het plaatsen van zonnepanelen), effect op het elektriciteitsnet in de buurten. Het is van belang deze ontwikkelingen in samenhang te onderzoeken en om regelmatig de impact op het elektriciteitsnet te monitoren en door te rekenen, zodat Liander tijdig de juiste maatregelen kan nemen.

3.4 Alternatieve oplossingsrichtingen In figuur 3.2 op de volgende pagina is het overzicht van de warmtelevering van bron tot gebouw weergeven. Dit laat zien dat de warmtetransitie niet alleen gaat over de warmtebron, maar ook effect heeft op de gebouwen, de energiedragers en de infrastructuur. Afhankelijk van de keuze voor een warmtebron, wordt ook de bijbehorende energiedrager en infrastructuur gekozen en de gebouwen aangepast waar nodig. In hoofdstuk 4 wordt naar deze oplossingsrichtingen en strategieën verwezen. In bijlage 3 staat een korte uitleg per alternatieve oplossingsrichting. Een warmteleiding bij het Waterfront

16

3

Figuur 3.2 Overzicht van warmtelevering van bron tot gebouw

strategie

duurzame bronnen

energiedragers

infrastructuur

gebouwen

STRATEGIE 1

duurzame elektriciteit

elektra

elektra-net

eigen warmtepomp

STRATEGIE 4

huidig gasnet

groen gas

(al dan niet aangepast)

gasketel op duurzaam gas

individueel

STRATEGIE 5

groene waterstof

waterstof

biomassaketel

biomassa

70°

STRATEGIE 2 Hoge Temperatuurwarmtenet

geothermie

restwarmte

30°

STRATEGIE 3 Lage Temperatuurwarmtenet

aquathermie

warm water

17

warmtenet

warmtenetaansluiting

4

4

OPLOSSINGSRICHTINGEN PER BUURT

18

4

OPLOSSINGSRICHTINGEN PER BUURT 4.1 Methodiek Om te komen tot een indicatie van de mogelijke alternatieven voor aardgas en een tijdsindicatie per buurt, zijn de volgende stappen doorlopen: 1. Clusteren op basis van type bebouwing; 2. Per cluster aangeven welke alternatieve hoofdstrategieën mogelijk zijn; 3. Selecteren potentiebuurten en verkenningsbuurten; 4. Voorkeursoplossingsrichtingen per potentiebuurt.

Kaart 4.1 Warmte clusters woningtypen LEGENDA

WARMTE CLUSTERS WONINGTYPEN buurten rijwoningen 1946-1974 rijwoningen 1975-2005 rijwoningen na 2005

Hierden Mheenlanden

Lorentz II

gestapelde woningen vrije en 2-onder-1-kap woningen

4.2 Bebouwing clusteren De eerste stap is het clusteren van de bebouwing. Hiervoor zijn tien type clusters gebruikt, meer informatie over de clusters is te lezen in de bijlage 5. Het toewijzen van het type cluster gebeurt op basis van de meest voorkomende type bebouwing in een gebied. Dit betekent dat in een cluster ook andere type bebouwing voor kan komen. Tijdens het opstellen van een uitvoeringsplan voor een gebied wordt hiervoor een verdiepingsslag gemaakt. Hierbij kan een differentiatie van oplossingen binnen een buurt ontstaan. Bij het maken van de gebieden zijn zoveel mogelijk de grenzen van de CBS-buurten aangehouden. Op kaart 4.1 hiernaast is de clustering van de gemeente Harderwijk te zien.

historische binnenstad

vakantiepark

De Kades

Binnenstad Zuid

Hanzewaard

Muziekland I Muziekland III Drielanden Centrum

Muziekland II Muziekland IV

Harderhout II

Groene Zoom

19

Hierden De Biest

Zeebuurt Oost Zeebuurt West

Friesegracht Noord

Sypel West

Hierden De Enk

De Akker Stadsdennen Noord

Friesegracht Zuid

StromenScheeps- waard Weiburg waard Drift Nachthok Stedenwaard Slingerbos Noord Weidewaard Slingerbos Zuid

Vogelwaard

Harderhout I

Kruithuis

Hierden Glindweg Broekland

Binnenstad Noord

gebiedsontwikkeling

Lorentz III Hierden Dorp

Stadswerven

bedrijventerrein

Harderweide

Lorentz I

De Knar De Eilanden

dorp Hierden

Stadsdennen Midden Sypel Oost

Stadsdennen Zuidwest

Bedrijvenpark Sypel Kranenburg

Hierden De Duinen Stadsdennen Oost

Walstein Overveld

De Wittenhagen Noord De Wittenhagen Zuid

Tinnegieter

Veldkamp Harderwijkerbos

Weisteeg Strokel Tonsel

Sonnevanck

4

4.3 Hoofdstrategie per cluster

Tabel 4.1 Hoofdstrategieën alternatieven aardgas per cluster woningtype

Het is niet mogelijk om per buurt/wijk al aan te geven wat precies het alternatief voor het aardgas wordt. We maken voor nu gebruik van drie hoofdstrategieën: individuele warmtepomp, warmtenet en duurzame gassen. In tabel 4.1 is per cluster aangegeven welke van de drie hoofdstrategieën, op basis van de kenmerken van het type bebouwing, technisch mogelijk zijn als alternatieven voor aardgas. Hierin is dus nog niet onderzocht of er een beschikbare bron is. Daarnaast is dit een indicatie op basis van de huidige gegevens. Per buurt/wijk wordt een uitvoeringsplan opgesteld, waarin de buurt specifieker wordt geanalyseerd. Hierbij wordt onder andere beter gekeken naar de huidige status van de gebouwen, welke utiliteit aanwezig is en welke warmtebronnen in de buurt beschikbaar zijn. Dit is nodig om precies aan te geven in het uitvoeringsplan hoe een buurt aardgasvrij wordt. Bij het opstellen worden bewoners en andere belanghebbenden betrokken. Door de tabel hiernaast te combineren met kaart 4.1 van de clusters, is kaart 4.2 op de volgende pagina gemaakt. Op deze kaart is per buurt aangegeven welke hoofdstrategieën in theorie mogelijk zijn op basis van de meeste voorkomende woningtype. In praktijk blijkt nog of deze alternatieve werkelijk gerealiseerd kunnen worden. Denk hierbij onder andere aan de ruimtelijke en financiële impact, het draagvlak en de beschikbaarheid van een warmtebron.

70°

INDIVIDUELE WARMTEPOMP

cluster

vrijstaande woning/ twee-onder-een-kap

    

historische binnenstad

X

rijwoningen 1946 - 1974 rijwoningen 1975 - 2005 rijwoningen na 2005 gestapelde woningen

   

dorp Hierden

bedrijventerrein

vakantiepark

gebiedsontwikkeling

WARMTENET

DUURZAME GASSEN

   

pas na 2030 beperkt beschikbaar*

X

    

pas na 2030 beperkt beschikbaar* X

X pas na 2030 beperkt beschikbaar* pas na 2030 beperkt beschikbaar* pas na 2030 beperkt beschikbaar* X

X

X

* Kamerbrief “Visie op het warmtesysteem en de ontwikkeling daarvan” van 28 april 2021.

20

4

Kaart 4.2 Hoofdstrategieën per buurt LEGENDA

HOOFDSTRATEGIEËN buurten warmtenet duurzaam gas individuele warmtepomp

Hierden Mheenlanden

Lorentz II

Lorentz I

De Knar

Lorentz III Hierden Dorp

De Eilanden Stadswerven

De Kades

Binnenstad Noord Binnenstad Zuid

Hanzewaard

Vogelwaard Muziekland I

Harderweide

Kruithuis

Muziekland III Muziekland Drielanden IV Centrum Harderhout I Harderhout II Groene Zoom

Hierden De Enk

De Akker Stadsdennen Noord

Friesegracht Noord

Friesegracht Zuid

Sypel West

Hierden De Biest

Broekland

Zeebuurt Oost Zeebuurt West

StromenScheeps- waard Weiburg waard Drift Nachthok Stedenwaard Slingerbos Noord Weidewaard Slingerbos Zuid Muziekland II

Hierden Glindweg

Stadsdennen Midden Sypel Oost

Stadsdennen Zuidwest

Bedrijvenpark Sypel Kranenburg

Hierden De Duinen Stadsdennen Oost

Walstein Overveld

De Wittenhagen Noord De Wittenhagen Zuid

Tinnegieter

Veldkamp Harderwijkerbos

Weisteeg Strokel Tonsel

Sonnevanck

21

4

4.4 Selecteren potentiebuurten en verkenningsbuurten Om uiterlijk in 2030 de eerste 4.000 woningen aardgasvrij (-ready) te maken, willen we voortvarend aan de slag met de eerste uitvoeringsplannen. Maar met welke buurten is het slim om te starten? In de gemeente Harderwijk zijn buurten geselecteerd waar de komende jaren potentie of aanleiding is om de buurt aardgasvrij(-ready) te maken. Deze buurten noemen we potentiebuurten. Na 2030 gaat de warmtetransitie verder richting 2050 en gaan andere buurten volgen. We gaan de komende jaren verkennen welke buurten ná 2030 aan de beurt zijn. De buurten waarvan we nu al verwachten dat deze ná 2030 aanleiding hebben om deze aardgasvrij te maken en daarom reden hebben om te verkennen noemen we verkenningsbuurten. In paragraaf 4.4.1 en 4.4.2 staat uitgelegd op welke basis de potentie- en verkenningsbuurten zijn geselecteerd.

4.4.1 Potentiebuurten Voor het selecteren van de potentiebuurten (buurten met potentie om deze mogelijk aardgasvrij(-ready) te maken vóór 2030) zijn vier criteria gebruikt. Hoe hoger een buurt scoort op een criterium hoe groter de potentie in de buurt is om daar te starten met het onderzoek om de buurt aardgasvrij te maken. De volgende vier criteria zijn gebruikt: • Investeringsprogramma Een buurt met een hoog scoringspercentage op investeringsprogramma betekent dat er op korte termijn werkzaamheden in de buurt uitgevoerd gaan worden. Wanneer deze werkzaamheden een link hebben met de warmtetransitie proberen we werk met werk te maken door werkzaamheden vanuit diverse disciplines bij elkaar te

brengen en in gezamenlijkheid uit te voeren. Wanneer dit kansrijk lijkt, heeft een buurt veel potentie om te starten met het aardgasvrij maken. • Energielabels Een gebouw met een laag energielabel (E t/m G) is slecht geïsoleerd waardoor het gebouw veel energie verbruikt en daarmee veel CO2 uitstoot. In een buurt met veel slechte energielabels kan milieuwinst worden gehaald door het nemen van energiebesparende maatregelen. Dit geeft de potentie om te onderzoeken of de gebouwen in deze buurt mogelijk meteen of stapsgewijs aardgasvrij gemaakt kunnen worden. • Verhouding huur/koop Hoe meer woningen van een woningcorporatie aanwezig zijn, hoe groter de potentie is om in de buurt projectmatig deze woningen aan te pakken. Dit voorkomt een versnipperde aanpak. • Buurtinitiatieven Een buurt met veel actieve bewoners heeft meer potentie om aardgasvrij te worden dan een buurt zonder buurtinitiatief. Aan de hand van deze vier criteria zijn de onderstaande tien potentiebuurten benoemd: • Drift • Hanzewaard • Nachthok • Stedenwaard • Stadsdennen-Zuidwest • Tinnegieter • Weiburg • Wittenhagen-Zuid • Zeebuurt-Oost • Zeebuurt-West

22

De tien potentiebuurten samen bestaan uit ongeveer 3.700 woningen en 300 utiliteitsgebouwen wat overeenkomt met de doelstelling zoals geformuleerd in hoofdstuk 2. In paragraaf 4.5 worden 2 à 3 voorkeursoplossingsrichingen per potentiebuurt aangegeven.

4.4.2 Verkenningsbuurten Voor het benoemen van verkenningsbuurten (buurten welke verder onderzocht worden of ze aanleidingen hebben om na 2030 aardgasvrij te worden) zijn de volgende uitgangspunten gebruikt: • Het is een buurt van het cluster rijwoningen na 2005. » Deze woningen zijn al goed geïsoleerd en de verwachting is dat deze huizen in de periode 20302040 toe zijn aan een nieuwe CV ketel. Dit natuurlijke vervangingsmoment kan gebruikt worden om over te stappen naar een andere warmtebron. • Het is een buurt van het cluster rijwoningen 1946-1974. » De kans is groot dat in de periode 2030-2040 onderhoudswerkzaamheden plaats gaan vinden aan de ondergrondse infrastructuur in verband met de levensduur hiervan. • Het is een buurt van het cluster Dorp Hierden. » Hierden bestaat uit een mix van gebouwen, zowel wat betreft gebouwtype als bouwjaar. Daarmee is het dorp anders opgebouwd dan welke andere buurt dan ook binnen de gemeente Harderwijk. Het is van belang om juist ook met deze mix aan functies en bouwjaren ervaring op te doen. Op kaart 4.3 op de volgende pagina zijn de potentie- en verkenningsbuurten aangegeven.

4

Kaart 4.3 Potentie- en verkenningsbuurten LEGENDA

TIJDSINDICATIE BUURTEN buurten potentiebuurten verkenningsbuurten Hierden Mheenlanden

Lorentz II

Lorentz I

De Knar De Eilanden

Hierden Dorp

Stadswerven

De Kades

Hanzewaard

Muziekland I Muziekland III Drielanden Centrum Harderhout I

Muziekland II Muziekland IV

Hierden De Biest

Zeebuurt Oost Zeebuurt West

Sypel West

Hierden De Enk

De Akker Stadsdennen Noord

Friesegracht Noord

Friesegracht Zuid

StromenScheeps- waard Weiburg waard Drift Nachthok Stedenwaard Slingerbos Noord Weidewaard Slingerbos Zuid

Vogelwaard

Harderweide

Kruithuis

Hierden Glindweg Broekland

Binnenstad Noord Binnenstad Zuid

Lorentz III

Stadsdennen Midden Sypel Oost

Stadsdennen Zuidwest

Bedrijvenpark Sypel Kranenburg

Hierden De Duinen Stadsdennen Oost

Walstein Overveld

De Wittenhagen Noord De Wittenhagen Zuid

Tinnegieter

Veldkamp Harderwijkerbos

Weisteeg Strokel Tonsel

Harderhout II

Sonnevanck

Groene Zoom

23

4

4.4.3 Autonome ontwikkelingen In de komende jaren gaan diverse autonome ontwikkelingen er automatisch toe leiden dat woningeigenaren hun woningen aardgasvrij maken. Dit wordt niet perse veroorzaakt door gemeentelijk beleid, maar wel door beleid vanuit andere overheden of technische innovaties. Rekeninghoudend met deze ontwikkelingen wordt voorgesteld om voor een aantal clusters/buurten geen buurtspecifieke maatregelen te nemen voor aardgasvrij. De verwachting is dat dit geldt voor de volgende gebieden: Buitengebied In het buitengebied staan voornamelijk vrijstaande en twee-onder-een-kapwoningen. De kans op een collectieve oplossing als alternatief voor aardgas is daardoor kleiner. Daarvoor is het handiger deze woningen en andere gebouwen te verduurzamen en aardgasvrij te maken als er natuurlijke momenten, zoals groot onderhoud of een verhuizing zich voordoen. Op deze manier worden extra kosten en overlast voorkomen. Bedrijventerreinen Vanuit de klimaattafel industrie moeten bedrijven hun productieprocessen en bedrijfsvoering verduurzamen, het aardgasvrij maken van hun gebouw kan hier een mooi onderdeel van zijn. Via de Bedrijvenkring Harderwijk werken ondernemers samen aan het verduurzamen van hun bedrijven.

4.5 Voorkeursoplossingsrichtingen per potentiebuurt Voor de tien potentiebuurten is een verdieping gemaakt van de drie hoofdstrategieën naar drie voorkeursoplossingsrichtingen per buurt. De voorkeursoplossingsrichting gaat verder in op de warmtebron van een hoofdstrategie. Deze theoretische oplossingsrichtingen zijn het beginpunt bij het opstellen van de uitvoeringsplannen. Echter, deze oplossingsrichtingen staan niet vast. Mocht blijken dat een ander alternatief beter geschikt is, bestaat de mogelijkheid dit op te nemen in het uitvoeringsplan. Pas bij het vaststellen van een uitvoeringsplan staat het alternatief voor aardgas vast. Zoals aangegeven zijn duurzame gassen geen optie in de komende tien jaar. Mocht in een potentiebuurt blijken dat er geen andere alternatieven zijn dan duurzame gassen, dan wachten we op de beschikbaarheid ervan. In dat geval is het de insteek om een potentiebuurten aardgasvrij-ready te maken en in te zetten op een hybride warmtepomp om op deze manier de energie- en aardgasvraag al te verminderen. In tabel 4.2 op de volgende pagina staan per potentiebuurt aangegeven wat de drie theoretische voorkeursoplossingsrichtingen zijn.

Vakantieparken Veel vakantieparken liggen in het buitengebied van Harderwijk. Hiervoor geldt ook dat het handig is om per vakantiepark een natuurlijk moment te zoeken om het aardgasvrij te maken. Vakantieparken zijn veelal aangesloten bij ketens of platformen waarbij vanwege commerciële redenen eigenaren reeds werken om stapsgewijs, op basis van natuurlijke momenten, hun park te verduurzamen.

24

4

Tabel 4.2 Voorkeursoplossingsrichtingen per potentiebuurt 70°

buurt

Drift

Hanzewaard

Nachthok

Stedenwaard

Stadsdennen - Zuidwest

Tinnegieter

Weiburg

Wittenhagen - Zuid

Zeebuurt - Oost

Zeebuurt - West

warmtenet met middentemperatuur restwarmte

individueel lucht / water

         

 

30°

warmtenet met een lage temperatuur warmtebron oppervlaktewater

oppervlaktewater

lage temperatuur restwarmte

oppervlaktewater

oppervlaktewater

buitenlucht (collectief)

lage temperatuur restwarmte

buitenlucht (collectief)

  25

oppervlaktewater

oppervlaktewater

5

5

Foto: Ton Pors

TUSSENTIJDSE REFLECTIE AAN DE HAND VAN STERKTE-ZWAKTEANALYSE

26

5

TUSSENTIJDSE REFLECTIE AAN DE HAND VAN STERKTE-ZWAKTEANALYSE Door de projectgroep en klankbordgroep is op basis van de voorgaande analyse een sterkte-zwakteanalyse gemaakt. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt wat de kansen, bedreigingen, sterktes en zwaktes zijn om de warmtetransitie te gaan uitvoeren. In bijlage 6 is de volledige sterkte-zwakteanalyse te zien. Daarin staan alle genoemde kansen, bedreigingen, sterktes en zwaktes benoemd. In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste conclusies weergegeven en op welke wijze deze beleidsmatig worden meegenomen. 1. Koppelkansen (kans) Bij het selecteren van de potentiebuurten is onder meer gekeken naar de investeringsprogramma’s van de samenwerkende partijen, voornamelijk vervangingswerkzaamheden. Mogelijk kunnen deze werkzaamheden gecombineerd worden (koppelkansen) om daarmee minder overlast te veroorzaken en de kosten te verlagen. Naast de investeringsprogramma’s zijn er wellicht ook andere koppelkansen, denk hierbij aan herontwikkeling van gebieden (Waterfront, Harderweide, Weiburg en Kranenburg-Noord), renovatie/nieuwbouw en andere beleidsopgaven zoals klimaatadaptatie, biodiversiteit, toegankelijkheid en mobiliteit.

Concluderend: De projectgroep is verantwoordelijk voor het jaarlijks updaten van de analyse van de warmtevisie (hoofdstuk 3 en 4) en daarbij worden mogelijke koppelkansen inzichtelijk gemaakt voor de hele gemeente Harderwijk. Dit kan ertoe leiden om in een buurt eerder of later te starten met een buurtgebonden aanpak (zie paragraaf 6.4). Uiteindelijk worden deze koppelkansen verder onderzocht en uitgewerkt in een uitvoeringsplan. Voordat een uitvoeringsplan wordt vastgesteld, is op hoofdlijnen de financiering uitgewerkt. Dit maakt ook inzichtelijk of de koppelkansen de betaalbaarheid ten goede komt.

2. De ligging van de gemeente Harderwijk (kans en bedreiging) Door de ligging van de gemeente Harderwijk zijn er vele fysieke kansen zoals warmte uit het Wolderwijd en de productie van groengas op het bedrijventerrein Lorentz. De ligging van Harderwijk tussen de Natura 2000 gebieden, Veluwerandmeren en Veluwe, kan gebruikt worden in de communicatie. Tenslotte willen we deze prachtige natuurlijke omgeving ook voor toekomstige generaties behouden. Tegelijkertijd wordt er rekening gehouden met de impact van de plannen op deze gebieden. Concluderend: Om een uitvoeringsplan van een buurt op te stellen, onderzoeken we welke lokale warmtebronnen beschikbaar zijn en of deze op een duurzame manier ingezet worden. In de communicatie kan nagedacht worden hoe gebruik te maken van de unieke ligging van Harderwijk tussen twee Natura 2000 gebieden. 3. De financiële ontwikkelingen (kans en bedreiging) Een belangrijk aspect in de warmtetransitie is de betaalbaarheid. Uit de sterkte-zwakteanalyse komt naar voren dat er kansen zijn, die de betaalbaarheid ten goede kunnen komen zoals een hoge aardgasprijs, opschaling voordelen en lagere kostprijs van de alternatieven voor aardgas. Maar het uitblijven of vertraging ervan kan juist een bedreiging zijn voor de betaalbaarheid.

Daarnaast zijn het factoren die vrijwel allemaal buiten de invloed van de gemeente Harderwijk, dan wel samenwerkingspartners liggen. Hierbij is de verwachting dat vooral in het begin van de warmtetransitie (landelijke) subsidies nodig zijn om een gebouw of buurt aardgasvrij te maken.

27

Concluderend: Voordat een uitvoeringsplan voor een buurt wordt vastgesteld, moet de betaalbaarheid voor de gebouweigenaren en -gebruikers duidelijk zijn. Wat zijn de verwachte kosten voor die buurt, welke subsidies zijn er op dat moment beschikbaar en op welke manier financieren we de uitvoering. 4. Toekomstige innovaties (kans en bedreiging) Deze warmtevisie is opgesteld met de kennis van nu. Maar daarbij is wel de verwachting dat in de komende jaren op meerdere gebieden nieuwe ideeën en innovaties ontstaan om de warmtetransitie te versnellen. Denk hierbij aan efficiëntere en duurzame alternatieve technieken, grootschalige productie en nieuwe financieringsmogelijkheden. Het vooruitzicht van innovaties kan echter ook een vertragend effect hebben, doordat men hierop gaat wachten terwijl het niet altijd zeker is dat de innovaties er gaan komen. Hierdoor wordt er tijd verloren en wordt de CO2-uitstoot niet verlaagd. Concluderend: Dit betekent dat we wel beginnen met de eerste stappen van de warmtetransitie. Hiermee doen we ervaring op en reduceren we de CO2-uitstoot. Aan de andere kant blijven we op de hoogte van actuele ontwikkelingen en van innovaties die ook marktrijp zijn om toe te passen. Op meerdere momenten komt dit terug in het beleid. Allereerst bij het opstellen van een uitvoeringsplan waarbij onderzocht wordt welke alternatieven beschikbaar zijn op dat moment.

Daarnaast is het aan de projectorganisatie om op de hoogte te blijven van de actuele ontwikkelingen. Bij het opstellen van de warmtevisie 2.0 (een update van deze Warmtevisie) worden nieuwe technieken die marktrijp zijn meegenomen.

5

5. Autonome ontwikkelingen (kans en bedreiging) Autonome ontwikkelingen zijn processen buiten onze directe invloed. Deze ontwikkelingen kunnen zowel een stimulerend als remmend effect hebben op de warmtetransitie. Bijvoorbeeld meer of minder subsidie door een politieke verschuiving, een toenemende duurzame warmtevraag door de groei van de samenleving of andere prioriteiten door onvoorziene omstandigheden zoals een pandemie. Concluderend: Om goed om te gaan met de autonome ontwikkelingen, is het van belang dat het beleid een gedegen eigen proces volgt waardoor de invloeden van buitenaf beperkt worden. Daarbij het beleid niet vastzetten op één spoor maar juist gebruik maken van een aantal beleidslijnen. Hiermee blijft de mogelijkheid om mee te bewegen met de autonome ontwikkeling op basis van ons eigen visie. Dit is verder uitgewerkt in hoofdstuk 6 van visie naar uitvoering. 6. Beschikbare ruimte (bedreiging) In hoofdstuk 4 is per cluster aangegeven welke alternatieven voor aardgas mogelijk zijn. Hierbij is nog niet onderzocht of dit echt gerealiseerd kan worden in een buurt. Er is dus nog niet gekeken of er daadwerkelijk ruimte is voor de benodigde (extra) energie-infrastructuur, of gebouwen genoeg ruimte hebben voor het plaatsen van een nieuwe warmteafgiftesysteem en/of dat het elektriciteitsnet wel de extra energievraag en -levering aankan.

Dit wordt verder onderzocht en uitgewerkt in een uitvoeringsplan. Concluderend: In een uitvoeringsplan is de beschikbare ruimte in de buurt en de gebouwen op hoofdlijnen uitgewerkt. Dit gebeurt door te onderzoeken welke alternatieven geschikt zijn in de buurt en welke ruimtelijke inpassing hiervoor nodig is. Liander kijkt mee en beoordeelt of een netverzwaring nodig is en welke kosten daarvoor gemaakt worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=a4c943e0-3041-450f-b2d9-fff1b18d058a