Bestemmingsplan Hierden Dorp - Ooster Mheenweg 7 (fase 2).pdf
Tekst van het document
Er is een kleine brandweerkazerne (1 grote en 1 kleine wagen) gelegen schuin, tegenover de kavel waar de beoogde ontwikkeling plaats moet vinden en een basisschool aan de overzijde van de Ooster Mheenweg. Volgens de Handreiking Bedrijven en Milieuzonering valt een brandweerkazerne in categorie 3.1 met een richtafstand van 50 meter en een basisschool in categorie 2 met een richtafstand van 30 meter in een 'rustige woonwijk'. Aan de richtafstand zoals wordt voorgeschreven wordt in de huidige situatie niet voldaan als wordt uitgegaan van het gebiedstype 'rustige woonwijk'. In (de omgeving van) het plangebied is echter sprake van een 'gemengd gebied'. De omgeving wordt namelijk gekenmerkt door functies als wonen, maatschappelijk, detailhandel, horeca en (agrarische) bedrijvigheid. De richtafstanden kunnen daarom met één stap naar beneden worden teruggebracht wat betekent dat voor de brandweerkazerne een richtafstand van 30 meter geldt en voor de basisschool 10 meter. Aan deze afstanden voldoet dit bestemmingsplan. Daarnaast is het noemenswaardig dat de brandweerkazerne en basisschool reeds zijn ingeklemd tussen bestaande woningen. Wat betreft de brandweerkazerne heeft dit vermoedelijk te maken met de geringe omvang van de kazerne waardoor de kans op mogelijke overlast als verwaarloosbaar mag worden beschouwd.
In dit licht zal de aanwezigheid van de kazerne en basisschool geen problemen opleveren voor de beoogde ontwikkeling. In het kader van de Wet milieubeheer zijn er geen belemmeringen voor het nieuwe bestemmingsplan. 5.5.8. Vormvrije m.e.r.-beoordeling Algemeen Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om het milieu bij de voorbereiding van plannen en projecten een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Het daaruit voort-
Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)
47
vloeiende milieueffectrapport (MER) is een voorwaarde om het betreffende planologische beluit te kunnen nemen. Een m.e.r. is verplicht bij initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De Wet milieubeheer regelt de m.e.r.-procedure en het Besluit m.e.r. regelt welke activiteiten m.e.r.-plichtig of m.e.r.beoordelingsplichtig zijn. In de C- en D-lijst in de Bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van een m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van activiteiten gegeven. Boven de C-drempel geldt een m.e.r.-plicht. Tussen de C- en D-drempel geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Onder de D-drempel geldt een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. Er is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling indien: 1. het gaat over één of meer activiteiten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r., 2. de omvang van die activiteit(en) ligt onder de drempelwaarde. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling geldt dat het bevoegd gezag toetst of de activiteit(en) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Dit gebeurt aan de hand van de volgende inhoudelijke beoordelingscriteria: 1. De kenmerken van de activiteit. 2. De plaats van de activiteit. 3. De kenmerken van mogelijke effecten.
In Bijlage III van de Europese M.e.r.-richtlijn staan bij deze drie criteria verschillende subcriteria, zoals 'cumulatie met andere projecten'. Op het moment dat een vormvrije m.e.r-beoordeling aan de orde is, dient het bevoegd gezag een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen. Hieruit dient duidelijk te worden of er sprake is van nadelige gevolgen voor het milieu die het maken van een milieueffectbeoordelingsrapport dan wel milieueffectrapport rechtvaardigen. Op het moment dat deze gevolgen niet aanwezig zijn, kan worden volstaan met de opgestelde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Analyse Dit bestemmingsplan voorziet in een eindbestemming “Wonen” inclusief de bouw van 7 woningen. Daarmee voldoet de ontwikkeling aan de definitie van een 'besluit' als bedoeld in het Besluit m.e.r. Dit betekent dat dit bestemmingsplan m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r. en is daarom niet direct m.e.r.-plichtig. Het kan echter nog steeds het geval zijn dat er een (vormvrije) m.e.r. beoordeling opgesteld moet worden.
Onderdeel D 11.2, kolom 1, van de bijlage bij het Besluit m.e.r., luidt als volgt: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De vraag is of de voorgenomen ontwikkeling qua aard, omvang, vormgeving en ligging kan worden aangemerkt als zijnde een stedelijk ontwikkelingsproject.
Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)
48
Stedelijk ontwikkelingsproject Gelet op de aard en omvang van het voornemen, het bouwen van 7 woningen in reeds bebouwd gebied met een dorps karakter op een perceel van circa 2.500 m², is de benaming stedelijk ontwikkelingsproject niet passend. De voorgenomen ontwikkeling past qua vorm in het dorpse karakter van Hierden. Daarnaast is in de voorgaande paragrafen geconcludeerd dat de verschillende milieuaspecten niet belemmerend zijn voor dit bestemmingsplan. Belangrijke milieueffecten zijn op basis van de gedane onderzoeken uitgesloten en de voorgenomen ontwikkeling wordt niet aangemerkt als zijnde een stedelijke ontwikkeling. Doordat het bouwen van 7 woningen ook niet als activiteit in de andere onderdelen van onderdeel D, kolom 1, van de bijlage bij het Besluit m.e.r. genoemd is, is geen sprake van een (vormvrije) m.e.r. beoordelingsplicht. Conclusie De conclusie is dat het bestemmingsplan niet m.e.r.-plichtig is, niet m.e.r.-beoordelingsplichtig is en niet vormvrije m.e.r.-beoordelingsplichtig is.
5.6.
Kabels en leidingen In bestemmingsplannen worden uitsluitend kabels en leidingen (gas, water, elektra, rioolpersleidingen) opgenomen die ruimtelijke relevantie hebben en/of van belang zijn in het kader van beheer, externe veiligheid of gezondheidsrisico's. Het gaat dan altijd om de hoofdtransportstructuur. In elk bestemmingsplangebied bevinden zich uiteraard ook kabels en leidingen voor distributie en huisaansluitingen, maar die worden niet in het plan opgenomen. In het plangebied bevinden zich geen ruimtelijk relevante kabels en leidingen. Kabels en leidingen vormen derhalve geen belemmering voor het nieuwe bestemmingsplan.
5.7.
Verkeer en parkeren
5.7.1. Verkeer Het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente Harderwijk is opgenomen in het Verkeersstructuurplan (VSP). Het VSP is in december 2010 vastgesteld door de gemeenteraad van Harderwijk en het plan bestaat uit een deel Mobiliteitsvisie (met een doorkijk naar 2030) en een deel Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (met een doorkijk tot 2015). Het VSP geeft aan dat de komende jaren prioriteit wordt gegeven aan het aanpakken van verkeersonveiligheid in algemene zin en verkeersonveilige locaties in het bijzonder en daarnaast het stimuleren van het fietsverkeer in de gemeente Harderwijk. Langs de beoogde ontwikkellocatie ligt de Ooster Mheenweg. Dit is een overwegend rustige weg met een maximumsnelheid van 30 km/u. Er is geen sprake van een verkeeronveilige locatie. Ook in de toekomstige situatie blijft dit zo. Er is geen grote toename van verkeersbewegingen omdat het om slechts 7 woningen gaat. Ook is er in het groenontwerp zal rekening worden gehouden met overzichtelijkheid. Eventueel aankomend verkeer op de weghelft die het dichtst bij de ontwikkellocatie ligt zal goed zichtbaar moeten zijn.
Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)
49
5.7.2. Parkeren In het ontwerp is rekening gehouden met voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Er zijn 13 parkeerplaatsen ingetekend in het ontwerp. Volgens de parkeernormen van de gemeente Harderwijk moeten er 12,6 parkeerplaatsen (7 x 1,8) gerealiseerd worden (Parkeernormennota Harderwijk, 2013). Aan de eisen die de gemeente stelt aan parkeren wordt hiermee voldaan. De entree van het perceel wordt aangesloten op de bestaande Ooster Mheenweg. Vanuit het oogpunt van parkeren is er geen belemmering voor het nieuwe bestemmingsplan.
Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)
50
6.
Juridische aspecten
6.1.
Inleiding
6.1.1. Informatie bestemmingsplan Ingevolge de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de daarbij behorende ministeriele regelingen, dienen bestemmingsplannen op vergelijkbare wijze opgebouwd, gepresenteerd en tevens digitaal uitwisselbaar gemaakt te worden. De regeling is afgestemd op de Wro, Bro en daarbij behorende ministeriele regelingen. Hiermee wordt de rechtsgelijkheid en de uniformiteit binnen de gemeentelijke c.q. landelijke bestemmingsplannen gediend. Het bestemmingsplan is tevens afgestemd op de terminologie en regelgeving zoals opgenomen in de op 1 oktober 2010 in werking getreden Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Een bestemmingsplan kan echter niet alles regelen. Via het Besluit omgevingsrecht is het bijvoorbeeld mogelijk om in bepaalde situaties vergunningvrij te bouwen ondanks dat het bestemmingsplan die bebouwing niet toestaat. In die gevallen gaat hetgeen bij wet vergunningvrij gebouwd kan worden voor op de bepalingen van het bestemmingsplan. Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft uit te oefenen.
Dit houdt in dat: 1. de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en 2. de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (het overgangsrecht is hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (voorheen: bouwvergunning) en regels voor het verrichten van 'werken' (voorheen: aanlegvergunning). Een bestemmingsplan regelt derhalve: ▪ het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen); ▪ en een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor: ▪ het bebouwen van de gronden; ▪ het verrichten van werken (aanleggen). 6.1.2. Verbeelding, regels en toelichting Een bestemmingsplan moet worden opgezet volgens de eisen die de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in samenhang met het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) daaraan stelt en de wettelijk voorgeschreven opzet en vormgeving van de 'RO standaarden 2012'. Een bestemmingsplan bestaat uit drie onderdelen, te weten een 'toelichting', de 'regels' en een 'verbeelding'. De verbeelding (voorheen bekend als 'plankaart') en de regels (voorheen bekend
Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)
51
als 'voorschriften') vormen samen het juridische deel van het bestemmingsplan. Alleen deze twee zijn bindend voor de burger en de overheid. Beide onderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding is aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemming met een bestemmingsvlak en soms via aanduidingen. De planregels van het bestemmingsplan bevatten de juridische verklaring, middels maximale bouw- en gebruiksmogelijkheden, van de op de verbeelding weergegeven bestemmingen en aanduidingen. Die toegekende gebruiks- en bouwmogelijkheden aan gronden kunnen, naast de rechtstreekse bestemming, op de verbeelding op twee manieren nader worden ingevuld: ▪ Via een dubbelbestemming. Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één 'enkelbestemming' (dat is dé bestemming) en soms geldt er een dubbelbestemming (soms zelfs meerdere). In de regels van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra bepalingen in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen. ▪ Via een aanduiding. Een aanduiding is een teken op de verbeelding dat betrekking heeft op een vlak op die kaart. Via een aanduiding wordt in de regels 'iets' geregeld.
Dat 'iets' kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen regel hebben. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van een bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan, indien de regels en de verbeelding hier ruimte voor laten. Hoofdstukopbouw van de regels De regels zijn, zoals voorgeschreven in de 'RO standaarden 2012', verdeeld over 4 hoofdstukken: ▪ Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is de wijze bepaald waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). ▪ Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen.
Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouw- en gebruiksregels en, eventueel, ook regels voor het 'uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden' opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsbepalingen. Ieder artikel van de hoofdbestemmingen kent, eveneens conform de 'RO standaarden 2012', een vaste opzet.
Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)
52
▪ Algemene regels In dit hoofdstuk zijn bepalingen opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens: antidubbeltelregel: Deze bepaling regelt dat grond die reeds eerder bij een verleende bouw- of omgevingsvergunning is meegenomen, niet nog eens bij de verlening van een nieuwe omgevingsvergunning mag worden meegenomen. Deze regel is wettelijk verplicht om op te nemen in een bestemmingsplan en is rechtstreeks overgenomen uit het Bro; algemene bouwregels: Hierin worden algemene bouwregels opgenomen die gelden voor alle bestemmingen in het bestemmingsplan. Zo wordt hierin het ondergronds bouwen geregeld en worden bouwwerken die afwijken van de regeling in het bestemmingsplan, maar wel met een vergunning zijn gebouwd, 'positief' bestemd; algemene gebruiksregels: In dit artikel wordt een algemeen gebruiksverbod gegeven, wat geldt voor alle bestemmingen in het bestemmingsplan, voor gebruik in strijd met de bestemming; algemene afwijkingsregels: In dit artikel wordt aangegeven in hoeverre met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het plan voor algemene en geringe afwijkingen van de bouwregels (maatvoering) voor zover al elders in de planregels in afwijkingen is voorzien. Hiermee kan in specifieke situaties maatwerk worden geboden en biedt het bestemmingsplan voldoende flexibiliteit.
▪ Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. overgangsregels: Deze regel is wettelijk verplicht om op te nemen in een bestemmingsplan en is rechtstreeks overgenomen uit het Bro. Dit artikel bevat regels die als doel hebben bestaande situaties (gebruik of bouwwerken), welke niet in overeenstemming zijn met het bestemmingsplan, te regelen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebruik en bouwen. Het overgangsrecht met betrekking tot bouwen en bouwwerken regelt dat bouwwerken die aanwezig waren ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, maar in strijd zijn met het bestemmingsplan, onder overgangsrechtelijke bescherming vallen. Dat wil zeggen dat deze bouwwerken mogen blijven bestaan. Deze bescherming geldt ook voor bouwwerken die op deze peildatum legaal kunnen worden gebouwd, maar nog niet zijn gebouwd. De regeling bevat voorts een bevoegdheid voor burgemeester en wethouders om bij een omgevingsvergunning af te wijken ten behoeve van een beperkte uitbreiding (maximaal 10%) van het niet in het nieuwe bestemmingsplan passende bouwwerk. Bouwwerken die wel bestonden op de genoemde peildatum, maar zijn gebouwd zonder (omgevings)vergunning, zijn expliciet uitgesloten van de beschermende werking van het overgangsrecht.
Het overgangsrecht voor met het nieuwe bestemmingsplan strijdig gebruik regelt dat het gebruik van gronden dat bestaat op het moment dat het nieuwe bestemmingsplan van kracht wordt, mag worden voortgezet. Het bestaande gebruik dat (ook) in strijd was met het voorgaande bestemmingsplan, is echter van deze beschermende werking van het overgangsrecht uitgesloten, indien het op grond van het recht nog mogelijk is om hiertegen op te treden. slotregel: Dit artikel bevat de titel (naam) van het vast te stellen bestemmingsplan.
Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)
53
6.1.3. Juridische regeling Het is zaak om voor de bestaande en de toekomstige bebouwing en functies een bestemmingsregeling te ontwerpen, die zoveel mogelijk ruimte biedt voor verandering en aanpassing aan veranderende wensen. Het plan dient flexibel en doelmatig te zijn en dient rechtszekerheid te bieden omtrent de ruimte voor verandering. Daar staat tegenover dat het plan de nodige bescherming moet bieden tegen ontwikkelingen die schadelijk zijn voor anderen. Bescherming tegen een zodanige ontwikkeling wordt samengevat in de term rechtsbescherming. Dit betekent dat in principe aan de gebruiker van gronden en opstallen zoveel mogelijk vrijheden worden gegeven. Deze zijn als recht in het plan geformuleerd. Als in bepaalde gevallen een mogelijke beschadiging van de belangen van andere burgers wordt verwacht, geeft het plan als recht meer beperkte mogelijkheden. Voor uitzonderingssituaties biedt het plan ruimere mogelijkheden in de vorm van binnenplans afwijken van het bestemmingsplan bij omgevingsvergunning. 6.1.4. Afwijken van de regels In een bestemmingsplan kunnen regels worden opgenomen inzake afwijking van het bestemmingsplan bij omgevingsvergunning. Deze afwijkingen van de regels zijn bedoeld om de nodige flexibiliteit in het plan te brengen, zodat kan worden gereageerd op onvoorziene omstandigheden. Het gaat daarbij om relatief kleinschalige ruimtelijke ingrepen.
Bij grotere ingrepen ligt het voor de hand een wijzigingsbevoegdheid op te nemen, of tot een planherziening te komen. Algemene regels voor afwijken in het plan betreffen: 1. er is een grotere gezamenlijke oppervlakte aan gebouwen toegestaan als sprake is van mantelzorg; 2. bouw van erkers, balkons, luifels, bordessen, pergola's en dergelijke bouwwerken aan de voorgevel met een diepte van maximaal 1,50 meter; 3. bouwen van antennes met een bouwhoogte van maximaal 25 meter; 4. de maatvoering. De maatvoering van bouwwerken mag afwijken met ten hoogste 10%.
6.2.
Algemene uitgangspunten Voor het bestemmingsplan 'Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)' worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: ▪ Binnen de bestemmingen is in de bestemmingsomschrijving aangegeven, welk gebruik binnen de desbetreffende bestemming is toegestaan. Binnen de bestemming 'Wonen – Dorpsgebied' vallen alle eengezinswoningen, alsmede de tuinen, verhardingen en erftoegangswegen; ▪ om de globaliteit van de bestemmingen niet ten koste te laten gaan van de ruimtelijke kwaliteit en de rechtszekerheid, is gebruik gemaakt van bouwvlakken.
Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)
54
6.3.
Verantwoording Handboek Harderwijk De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld aan de hand van de Standaard Handboek Harderwijk, versie 2019-02 . Daarnaast zijn de regels in overeenstemming met de geldende regels uit het bestemmingsplan 'Hierden Dorp 2011' en 'Reparatieplan Hierden Dorp 2011'.
6.4.
Bestemmingsbepalingen In de regels is het beschreven beleid vertaald in de bestemmingsbepalingen. De volgende bestemming wordt in het plan onderscheiden: ▪ Wonen - Dorpsgebied Voor deze bestemmingen is in deze paragraaf een korte toelichting gegeven omtrent doel en inhoud.
6.4.1. Wonen - Dorpsgebied Aan het perceel 3880 aan de Ooster Mheenweg te Hierden wordt de bestemming 'Wonen Dorpsgebied' toegekend. De regels zijn in overeenstemming met de geldende regels uit het bestemmingsplan 'Hierden Dorp 2011' en 'Reparatieplan Hierden Dorp 2011'. De grond wordt bestemd voor het wonen, met dien verstande dat het aantal woningen niet meer mag bedragen dan 7. De grond is verder bestemd voor: ▪ tuinen, erven en terreinen; ▪ openbare nutsvoorzieningen; ▪ groenvoorzieningen; ▪ waterlopen en waterpartijen; ▪ speelvoorzieningen; ▪ voet- en fietspaden; ▪ parkeerplaatsen; ▪ woonstraten en wegen met een buurtontsluitende functie; ▪ verkeervoorzieningen, waaronder afscheidingen, lichtmasten, verkeersborden, alsmede voorzieningen voor de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer. Er is sprake van een ruim bouwvlak conform de systematiek van het geldende bestemmingsplan. Hier is het hoofdgebouw en bijgebouw (bijbehorende bouwwerken) toegestaan. Het hoofdgebouw dient binnen het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoofdgebouw' te worden gebouwd. De goot- en bouwhoogte van het hoofdgebouw bedraagt maximaal respectievelijk 3,5 meter en 8 meter. Bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan binnen het bouwvlak. De gezamenlijke oppervlakte aan bouwwerken bedraagt maximaal 50 m² per bouwperceel.
De maximale goot- en nokhoogte van bijgebouwen bedraagt respectievelijk 3 en 4,5 m. Bouwwerken geen gebouw zijde mogen maximaal 3 m hoog zijn. De nadere eisen-regeling is grotendeels uit het vigerende bestemmingsplan Hierden-Dorp 2011 overgenomen.
Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)
55
Tevens zijn enkele afwijkingsregels overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan en zijn specifieke gebruiksregels opgenomen voor onder meer aan huis verbonden beroepen, bed & breakfast en/of gastenverblijf.
6.5.
Handhaving Met het vaststellen van het bestemmingsplan zijn de werkzaamheden niet beëindigd. De instandhouding en ontwikkeling van een kwalitatief hoogwaardige woonomgeving vereist, dat er daarna, ook op het gebied van de handhaving, de nodige activiteiten worden verricht. Handhavingsbeleid bouwen, ruimtelijke ordening en milieu Op 14 januari 2014 is het handhavingsbeleid bouwen, ruimtelijke ordening en milieu 2014-2018 vastgesteld. De gemeente Harderwijk gunt iedereen zijn of haar vrijheid om te doen en laten wat hij of zij wil. Echter, daar waar de vrijheid van de één die van een ander schaadt, moet worden ingegrepen. In de vorm van kaderstelling in verschillende nota's legt de gemeente vast wat de spelregels zijn. Handhaving van deze regels is essentieel in het bewaken van orde, regelmaat én veiligheid in een leefgemeenschap. Als de handhaving onvoldoende is, verliezen de regels hun kracht. En daarom geldt: Vertrouwen waar het kan, handhaven waar het moet! Milieu Het milieu is misschien wel de meest collectieve 'ruimte' die er is. Een goed milieu is essentieel voor een gezonde leefomgeving. Omdat een goed milieu zo belangrijk is, moeten de regels die daarvoor zijn, strak worden nageleefd. Het streven is om te zorgen voor een duurzame leefomgeving waar huidige en toekomstige generaties gezond kunnen wonen.
Ruimtelijke ordening Een stad is een levend organisme en heeft behoefte aan evenwicht in de ordening van schaarse ruimte. De samenleving en ruimte moeten zo goed mogelijk met elkaar in harmonie zijn. Omdat ruimtelijke ordening vaak grote objecten betreft, is handhaving erg belangrijk. Het nalaten van deze taak zou leiden tot een onevenwichtige stad, waar wonen, werken en infrastructuur niet op elkaar zouden zijn afgestemd. Bouwen Bouwen en veiligheid zijn termen die hand in hand behoren te gaan. Iedereen in het bezit van een valide bouwvergunning heeft het recht om te bouwen conform de verleende vergunning. Veiligheid is een belangrijk argument om bouwvoorschriften te handhaven. Zodra er sprake is van een overtreding is het de plicht van de gemeente of brandweer een handhavingsprocedure te starten. Deze kan soms heel urgent zijn als er sprake is van overtreding die bijvoorbeeld de brandveiligheid in de weg staat. Een goede naleving van de regels verkleint de kans op ernstige calamiteiten. Een ander punt is welstand. Met name de stijl van het vooraanzicht van een pand is bepalend voor de sfeer en uitstraling van een buurt. Als deze stijl niet aansluit bij de uitstra-
Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)
56
ling die in de buurt gewenst is, dan moet er worden ingegrepen. Richtlijnen voor welstand zijn daarom nodig. Naleving van deze regels is net zo hard nodig. Op deze manier draagt ook een stijlvolle welstand bij aan een evenwichtige stad die voor iedereen aangenaam is. Coalitieakkooord 2018-2022 In mei 2018 is het coalitieakkoord 2018-2022 opgesteld. Dit coalitieakkoord heeft de titel ''Aanpakken met Ambitie”, waarrmee het nieuwe college aangeeft door te willen pakken op onderwerpen die al eerder in gang zijn gezet. Toezicht en handhaving is daarbij een belangrijk speerpunt, omdat beiden bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen. Nota integrale toezicht en handhaving Op 8 september 2015 heeft het college de Nota integrale toezicht en handhaving vastgesteld. Deze nota is op 19 november 2015 in werking getreden. Deze nota geeft onder andere inzicht en antwoord op wat de gemeentelijke doelstellingen zijn en welke toezicht- en handhavingsonderwerpen daarbij horen. Daarnaast wordt ingegaan op wat de bouwstenen zijn voor het jaarlijkse uitvoeringsprogramma integraal toezicht/handhaving en hoe dat in de praktijk plaatsvindt. Toezichthouders controleren of inwoners en ondernemers zich houden aan regels. Toezicht heeft een belangrijk preventief karakter. Door toezicht te houden kan een overtreding worden voorkomen.
Als men weet dat ergens op gelet wordt, is men minder geneigd regels te overtreden. Handhaving gaat een stap verder dan toezicht. Bij handhaving schrijft het gemeentebestuur iemand aan om een overtreding te beëindigen. Het gemeentebestuur neemt een handhavingsbesluit. Deze is gericht op herstel. Bij integraal toezicht en handhaving vindt het toezicht plaats op basis van gestelde prioriteiten en doelen waarbij de prioriteit leidend is voor de frequentie van het toezicht. Toezichthouders hebben een signaalfunctie voor elkaar. En waar dit mogelijk/wenselijk is, wordt samen toezicht/controle uitgevoerd. Door dit vooraf met de verschillende afdelingen af te stemmen wordt integrale samenwerking gestimuleerd. Dat levert efficiencyvoordelen op maar ook een afname van de toezichtlast voor inwoners en ondernemers.
Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)
57
7.
Economische uitvoerbaarheid Op grond van afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening rust op de gemeente de verplichting tot het verhaal van kosten die tot de grondexploitatie behoren op basis van een exploitatieplan. De gemeente kan hiervan afzien in bij algemene maatregel van bestuur aangegeven gevallen, of indien: 1. het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is; 2. het bepalen van een tijdvak waarbinnen de exploitatie van de gronden zal plaatsvinden of een fasering van de uitvoering van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen, en zo nodig koppelingen hiertussen niet noodzakelijk is, en 3. het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels over respectievelijk: a. werken en werkzaamheden voor het bouwrijp maken van het exploitatiegebied, de aanleg van nutsvoorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte in het exploitatiegebied, b. regels omtrent het uitvoeren van de onder a bedoelde werken en werkzaamheden, c. een uitwerking van de regels omtrent de uitvoerbaarheid voor de woningbouwcategorieen niet noodzakelijk is. De kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan en de kosten voor de bestemmingplanprocedure komen voor rekening van de initiatiefnemer. Met betrekking tot de planschaderisico is tussen gemeente en initiatiefnemer een overeenkomst is gesloten.
De kosten met betrekking tot de (eventuele) aanpassingen in de openbare ruimte zijn ook onderdeel van deze overeenkomst. Het verhaal van kosten van de grondexploitatie is middels een overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer geregeld en daarom hoeft geen exploitatieplan overlegd te worden. De economische uitvoerbaarheid van dit plan is hiermee aangetoond.
Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)
58
8.
Inspraak en overleg
8.1.
Consultatie bewoners In februari 2021 heeft initiatiefnemer de omwonenden van het plangebied en de toekomstig bewoners het naastgelegen gespiegelde bebouwing een brief verstuurd met de uitnodiging om dit nader toe te lichten als dit gewenst is. De wens was een inloopavond te organiseren, maar dat was wegens de coronapandemie en bijhorende maatregelen niet mogelijk. Op de brief zijn 0 reacties gekomen. In onderstaand overzicht is weergegeven welke adressen de brief hebben ontvangen: ▪ Ooster Mheenweg 2, 3, 4, 5, 6, 8,9, 9A, 9B 10, 11, 12, 13, 13A, 13B, 14, 16, 18; ▪ Zuiderzeestraatweg 125, 127; ▪ Nieuwe bewoners plangebied ten zuiden van de geplande ontwikkeling.
8.2.
Inspraak De procedures voor de vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Met betrekking tot de inspraak bevat de Wet ruimtelijke ordening (Wro) geen procedureregels en is in de Wro zelf niet verplicht gesteld. Het betreft een ontwikkeling op slechts één perceel, die passend is binnen het provinciaal en gemeentelijk beleid. Het onderhavig plangebied is gering van omvang en de ruimtelijke consequenties zijn beperkt. Daarom is geen gelegenheid tot inspraak overeenkomstig de gemeentelijke Inspraakverordening 2007 geboden. In artikel 2 van deze verordening is opgenomen dat geen inspraak wordt verleend bij ruimtelijke plannen die betrekking hebben op een zeer beperkt grondgebied (zgn. postzegelplannetjes) en bij wijzigings- en uitwerkingsplannen ex artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Besloten is om het bestemmingsplan als ontwerp ter inzage te leggen, uiteraard wel met behoud van de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. Er zijn tijdens de ter inzage legging geen zienswijzen op het plan ingediend.
8.3.
Vooroverleg Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moet in het kader van het overleg als bedoeld in art. 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening overleg worden gepleegd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Tegelijkertijd wordt het bestemmingsplan voorgelegd aan andere relevante instanties. Het ontwerpbestemmingsplan 'Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)" is in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro toegestuurd aan de Provincie Gelderland, het Waterschap Vallei en Veluwe, de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG), de Omgevingsdienst Noord-Veluwe (ODNV), de GGD en de belangenvereniging Hierden. In de uitnodiging om te
Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)
59
reageren is aangeven dat in het geval er geen reactie wordt ontvangen, aangenomen wordt dat men akkoord is. Er zijn reacties van de provincie Gelderland, de GGZ, de ODNV en de VNOG ontvangen. De ingekomen reacties geven aanleiding voor een aantal wijzigingen in het voorontwerp bestemmingsplan welke hierna worden benoemd. Deze reacties zijn verwerkt tot een ontwerpbestemmingsplan. Het plan kan daarmee vrij worden gegeven voor de start van de formele procedure. Daartoe wordt het plan gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd met de mogelijkheid een zienswijze in te dienen. Omgevingsdienst Nood-Veluwe (ODNV) Aan de ODNV is advies gevraagd over de relevante milieu thema’s en de bijgevoegde onderzoeken. De thema’s bodem, externe veiligheid, geluid, luchtkwaliteit, bedrijven en ecologie vormen naar verwachting geen belemmering voor de ontwikkeling. Voor wat betreft de bodem is wel vastgesteld dat ter plaatse van één boring de interventiewaardes voor koper overschreden worden voor een bodemvolume van ca. 15m³. Geadviseerd wordt deze grond te saneren voorafgaand aan de werkzaamheden op het perceel. Dit is opgenomen in het bestemmingsplan. Voor geluid is gebruik gemaakt van een akoestisch onderzoek behorend bij een nabijgelegen plan. Geadviseerd wordt het onderzoek als bijlage bij het bestemmingsplan te voegen. Ook dat is gebeurd.
Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland In paragraaf 5.5.6 is aangegeven dat er zich twee risicobronnen in de omgeving van het plangebied bevinden. Het plangebied ligt echter buiten het invloedsgebied van deze risicobronnen. De VNOG heeft bevestigd dit en geeft ter aanvulling het handelingsperspectief voor de toekomstig bewoners in geval van calamiteit. Het plan is goed van twee zijden bereikbaar en de bluswatervoorziening is voldoende. Rijksoverheid heeft voor waarschuwing bij calamiteiten WASpalen neergezet en plangebied valt niet geheel binnen het bereik van deze palen. Zelfredzaamheid van aanwezige mensen binnen het bestemmingsplan kan vergroot worden door het gebruik van NL-alert en hen te attenderen op deelname aan ‘Stan the CPR netwerk. Daarnaast zijn er maatregelen te nemen als het plaatsen van een AED of het toepassen van mechanische ventilatie in de woningen om de zelfredzaamheid te vergroten: De initiatiefnemer van de te bouwen wonen heeft aangegeven om de toekomstige bewoners van de woningen te wijzen op de genoemde mogelijkheden. En in het nieuwbouwplan zullen de voorgestelde maatregelen zoveel mogelijk worden geïntegreerd. Provincie Gelderland De provincie stelt vast dat de locatie ligt in het Nationaal Landschap, maar dat door de ligging en de inpassing in het landschap de belangen goed meegewogen zijn.
Het advies heeft geen aanleiding tot wijzingen in het ontwerpbestemmingsplan.
Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)
60
GGD Vanuit de GGD is aangegeven dat er in relatie tot gezondheid geen opmerkingen of aandachtspunten zijn. Het advies heeft geen aanleiding tot wijzingen in het ontwerpbestemmingsplan.
Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)
61
Bijlagen Bijlage 1 AERIUS-berekening Bijlage 2 Bodemonderzoek Bijlage 3 Ecologisch onderzoek Bijlage 4 Akoestisch onderzoek Bijlage 5 Watertoe
Vastgesteld gemeente Harderwijk – Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)
Regels
2
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
3 3 7
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels Wonen - Dorpsgebied
8 8
Hoofdstuk 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels
11 11 12 14
Hoofdstuk 4 Artikel 7 Artikel 8
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
15 15 16
vastgesteld gemeente Harderwijk - Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan het bestemmingsplan Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2) identificatienummer NL.IMRO.0243.BP00287-0002 van de gemeente Harderwijk;
1.2
met
bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels;
1.3
aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
1.4
aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
1.5
aan- of uitbouw een onderdeel van een hoofdgebouw dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan de hoofdvorm;
1.6
aan huis verbonden beroep een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, ontwerp-technisch, adviesgevend, of daarmee gelijk te stellen dienstverlenend beroep, alsmede gastouderopvang, dat in een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;
1.7
achtererf het deel van het bouwperceel dat is gelegen achter de gronden die zijn aangeduid als 'specifieke bouwaanduiding - hoofdgebouw', of het verlengde daarvan;
1.8
bed and breakfast een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, waarbij de bed & breakfast ondergeschikt is aan de hoofdfunctie wonen;
1.9
bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
vastgesteld gemeente Harderwijk - Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)
4
1.10
bebouwingspercentage het in de voorschriften aangegeven percentage dat de grootte aangeeft van het deel van het bouwperceel dat ten hoogste mag worden bebouwd;
1.11
bestaand a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaat en in overeenstemming is met het voorheen geldend planologische regime;
1.12
bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak;
1.13
bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
1.14
bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk met een dak;
1.15
bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;
1.16
bouwgrens de grens van een bouwvlak;
1.17
bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
1.18
bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel;
1.19
bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
vastgesteld gemeente Harderwijk - Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)
5
1.20
bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;
1.21
gastenverblijf een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een kortdurend verblijf, aan personen die elders hun hoofdverblijf voor bewoning hebben;
1.22
gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
1.23
gezamenlijk bruto vloeroppervlak de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een aan huis verbonden beroep c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke;
1.24
hoofdgebouw een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;
1.25
maatvoeringsvlak een als zodanig aangegeven vlak ten behoeve van het indelen van een bouwvlak of bouwperceel met het oog op een verschil in maatvoering;
1.26
mantelzorg zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige op vrijwillige basis en buiten enig organisatorisch verband;
1.27
mantelzorgunit een verplaatsbare en herbruikbare unit die wat ligging en uitstraling betreft een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is;
1.28
peil a. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; b. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;
vastgesteld gemeente Harderwijk - Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)
6
1.29
perceelgrens bouwperceelgrens;
1.30
seksinrichting een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Hieronder wordt in elk geval verstaan een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of parenclub al dan niet in combinatie met elkaar;
1.31
voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig dient te worden aangemerkt;
1.32
voorste aanduidingsgrens het naar de weg gekeerde deel van de aanduidingsgrens;
1.33
woning een voor wonen bestemd gebouw, bestaande uit een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
1.34
zijerf het deel van het bouwperceel dat is gelegen naast de woning tussen de voorgevelbouwgrens en de daarachter gelegen grens van het vlak met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoofdgebouw', of de verlengden daarvan tot aan de zijdelingse bouwperceelgrens.
vastgesteld gemeente Harderwijk - Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)
7
Artikel 2
Wijze van meten
2.1 Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1.1
de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
2.1.2
de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
2.1.3
de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
2.1.4
de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van de daken en dakkapellen;
2.1.5
de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens vanaf de bouwperceelgrens tot enig punt van een gebouw;
2.1.6
wijze van meten tenzij anders bepaald worden de afstanden loodrecht gemeten.
2.2 Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken, trapportalen en hellingbanen buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- c.q. bestemmingsgrens, dan wel de rooilijn met niet meer dan 0,25 m wordt overschreden, met dien verstande dat ten aanzien van trapportalen en hellingbanen de overschrijding niet meer dan 2,5 m mag bedragen.
vastgesteld gemeente Harderwijk - Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)
8
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Wonen - Dorpsgebied
Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - Dorpsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, met dien verstande dat het aantal woningen niet meer mag bedragen dan 7; b. tuinen, erven en terreinen; c. openbare nutsvoorzieningen; d. groenvoorzieningen; e. waterlopen en waterpartijen; f. speelvoorzieningen; g. voet- en fietspaden; h. parkeerplaatsen; i. woonstraten en wegen met een buurtontsluitende functie; j. verkeersvoorzieningen, waaronder afscheidingen, lichtmasten, verkeersborden, alsmede voorzieningen voor de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer. Onder wonen is mede begrepen: k. het uitoefenen van het aan huis verbonden beroep; l. bed & breakfast en/of gastenverblijf.
3.2
Bouwregels
3.2.1 Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van wonen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat erkers tevens buiten het bouwvlak mogen worden gebouwd vóór de voorgevel van het hoofdgebouw met dien verstande dat de erker: 1. geen grotere bouwdiepte mag hebben dan 1,5 m; 2. geen grotere goothoogte mag hebben dan 3 m; 3. geen grotere breedte mag hebben dan 75% van de voorgevelbreedte van het hoofdgebouw waartoe zij behoort; 4. niet tot gevolg mag hebben dat de afstand van het hoofdgebouw tot de aan de weg gelegen perceelgrens minder dan 2 m bedraagt; b. hoofdgebouwen worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoofdgebouw'; c. hoofdgebouwen mogen uitsluitend twee-aaneengebouwd of aaneengebouwd worden gebouwd; d. per afzonderlijk bouwperceel gelden de volgende regels: 1. het bebouwingspercentage van het bouwperceel mag niet meer dan 50% bedragen; 2. de goothoogte van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 3,5 m; 3. de bouwhoogte van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 8 m; 4. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken, bedraagt maximaal 3 m; 5. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken, bedraagt maximaal 4,5 m;
vastgesteld gemeente Harderwijk - Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)
9
6. de afstand van bijbehorende bouwwerken tot de voorste aanduidingsgrens van de aanduiding "specifieke bouwaanduiding - hoofdgebouw" bedraagt minimaal 5 m; 7. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw bedraagt maximaal 50 m2, met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken niet meer mag bedragen dan de oppervlakte van het hoofdgebouw. 3.2.2 Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van verkeers- en verblijfsdoeleinden en openbare nutsvoorzieningen gelden de volgende regels: a. de inhoud bedraagt per gebouwtje niet meer dan 50 m3; b. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 3 m. 3.2.3 Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde en/of niet zijnde bijbehorende bouwwerken, gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn van de woning bedraagt niet meer dan 1 m en achter de voorgevelrooilijn van de woning niet meer dan 2 m; b. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde en/of niet zijnde bijbehorende bouwwerken, bedraagt niet meer dan 3 m.
3.3
Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; nadere eisen stellen aan: a. de plaats van de gebouwen waarvan de maximaal toegestane bouwhoogte 3 m bedraagt; b. de plaats van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen en verkeers- en verblijfsdoeleinden; c. de plaats van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een grotere horizontale oppervlakte dan 6 m² en/of een grotere bouwhoogte dan 1,5 m.
3.4
Afwijken van de bouwregels Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. het bepaalde in lid 3.2.1 sub d onder 5 en worden toegestaan dat de bouwhoogte van bijbehorend bouwwerken maximaal de bouwhoogte van het hoofdgebouw 20% bedraagt, mits dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van het stedenbouwkundig beeld; b. deze afwijking is slechts toelaatbaar indien voldaan wordt aan de navolgende voorwaarden: 1. de afwijking stedenbouwkundig aanvaardbaar is; 2. voorzien moet worden in landschappelijke inpassing; 3. de economische haalbaarheid verzekerd is.
vastgesteld gemeente Harderwijk - Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)
10
3.5
Specifieke gebruiksregels
3.5.1
Strijdig gebruik Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan: a. het bewonen van vrijstaande gebouwen (waaronder bijbehorende bouwwerken), niet zijnde woningen; b. het gebruik ten behoeve van seksinrichtingen.
3.5.2
Aan huis verbonden beroep In afwijking van het gestelde onder 3.5.1, sub a wordt onder strijdig gebruik niet begrepen het uitoefenen van het aan huis verbonden beroep, met dien verstande dat niet meer dan 40% van het gezamenlijke bruto vloeroppervlak van de tot een bouwperceel behorende gebouwen, tot een maximum van 75m² voor het aan huis verbonden beroep mag worden gebruikt.
3.5.3
Bed & breakfast en/of gastenverblijf In afwijking van het gestelde in artikel 3.5.1 sub a, wordt onder strijdig gebruik niet begrepen het gebruik ten behoeve van bed & breakfast en/of gastenverblijf, met dien verstande dat: a. de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; b. het een kleinschalige verblijfsaccommodatie betreft met maximaal 7 slaapkamers, die deel uitmaakt van een woning; c. het een ondergeschikte nevenactiviteit ten opzichte van de functie wonen betreft, waarbij het gebruik beperkt is tot 40% van het bruto vloeroppervlak van de woning met een maximum van 100 m²; d. de activiteiten geen afbreuk mogen doen aan de woonfunctie; e. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein, uitgaande van de parkeernormen zoals opgenomen in de laatst vastgestelde Parkeernormennota Harderwijk.
3.5.4
Cumulatie Het gezamenlijk oppervlak dat wordt gebruikt voor een aan huis verbonden beroep, bed & breakfast en/of gastenverblijf, zoals bedoeld in artikel 3.5.2 en 3.5.3, mag niet meer bedragen dan 40% van het gezamenlijke bruto vloeroppervlak van de woning en de bijbehorende bouwwerken.
vastgesteld gemeente Harderwijk - Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)
11
Hoofdstuk 3 Artikel 4
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
vastgesteld gemeente Harderwijk - Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)
12
Artikel 5
Algemene gebruiksregels
5.1
Strijdig gebruik
5.1.1
Algemeen Het is verboden gronden en/of bouwwerken te (laten) gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de gegeven bestemming(en).
5.1.2
Seksinrichting Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval verstaan het (laten) gebruik(en) van de gronden ten behoeve van een seksinrichting tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.
5.1.3
Bestaand gebruik In die gevallen dat de omvang van het bestaande gebruik groter is dan is toegestaan op grond van deze regels, geldt de bestaande omvang als maximaal toegestaan.
5.1.4
Inwoning Tot een gebruik in strijd met het wonen in een woning wordt niet begrepen het gebruik van de woning voor inwoning, met dien verstande dat: a. er geen tweede woning mag ontstaan; b. voor inwoning geen aparte aansluitingen op nutsvoorzieningen mogen worden aangelegd; c. het gedeelte dat wordt aangewend voor inwoning direct moet aansluiten aan de woning en een onderlinge verbinding/doorgang hebben met de woning. Een zogenaamd tussenlid en verbinding buitenom is niet toegestaan.
5.2 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen a. Bij nieuwbouw of uitbreiding waarbij het gebruiksoppervlak toeneemt dient de inrichting van de gronden zodanig plaats te vinden, dat wordt voldaan aan de gemeentelijk parkeernormen zoals weergegeven in de op het tijdstip van de aanvraag van de omgevingsvergunning geldende parkeernormennota. b. Voor de berekening van het aantal benodigde parkeerplaatsen is de Parkeernormennota Harderwijk van toepassing. Daarbij dient overeenkomstig de aanbevelingen van het CROW tevens rekening te worden gehouden met parkeerplaatsen voor mindervaliden; c. De onder a. bedoelde ruimte voor het parkeren van auto's moet afmetingen hebben zoals die zijn voorgeschreven in de ASVV (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom). Voor de onder a. bedoelde ruimte voor het parkeren van auto's komen in ieder geval niet in aanmerking gronden die bedoeld en/of ingericht zijn als openbare groenvoorziening(en); d. Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort; e. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde onder a. en c.: 1.
indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden, zoals
vastgesteld gemeente Harderwijk - Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)
13
bijvoorbeeld bij een inbreidingslocatie, op overwegende bezwaren stuit; of: 2. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.
vastgesteld gemeente Harderwijk - Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)
14
Artikel 6
Algemene afwijkingsregels
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de regels ten aanzien van de volgende onderwerpen: a. het overschrijden van aanduidingsgrenzen en bouwgrenzen, met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen buiten het bouwvlak maximaal 10% van de oppervlakte van de aanduiding dan wel van het bouwvlak mag bedragen; b. de bouw van balkons, luifels, bordessen, pergola's en dergelijke bouwwerken, met dien verstande dat balkons geen grotere diepte mogen hebben dan 1,50 m; c. het veranderen van de voorgeschreven maatvoering voor bouwwerken met ten hoogste 10%, met dien verstande dat deze regel niet wordt toegepast in samenloop met een bijzondere afwijkingsregel; d. mantelzorg voor een grotere gezamenlijke oppervlakte aan gebouwen, met dien verstande dat: 1. mantelzorg in vrijstaande bijbehorend bouwwerken niet is toegestaan, met dien verstande dat dit wel is toegestaan in een voor de mantelzorg geplaatste unit; 2. de uitbreiding op zij- en/of achtererf niet meer bedraagt dan 50 m2.
vastgesteld gemeente Harderwijk - Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)
15
Hoofdstuk 4 Artikel 7 7.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; b. Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde onder a voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10 %; c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
7.2
Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
vastgesteld gemeente Harderwijk - Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)
16
Artikel 8
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2). Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van ....
vastgesteld gemeente Harderwijk - Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)
Analoge verbeelding
24
2
Plangebied
4
Plangebiedsgrens
6
22
5 1
Bestemmingen
20
Wonen - Dorpsgebied W-D
9B
13B
Aanduidingen D
e
A lle e
18
9A
bouwvlak
13 7
[sba-hg]
16
specifieke bouwaanduiding - hoofdgebouw
3
9
13A
1 1
13
Verklaringen
9
BGT en kadastrale gegevens
W-D
[sba-hg]
[sba-hg]
4 1
7F
14
5
eenweg Ooster Mh
[sba-hg]
2 1
0 1
8
7 7A
7E 7D
7C
7B
6
4
2
Bestemmingsplan Hierden Dorp - Ooster Mheenweg (fase 2)
14
1
Gemeente Harderwijk
projectnummer:
0243-15
tekeningnummer:
0243-15-P01
13
9
eenweg O oster Mh
3
5
analoge verbeelding
A 7 13 7 13
bu Brabantsestraat 17 3812 PJ Amersfoort
27 1
IDN:
bureau voor ruimtelijke ordening en advies
NL.IMRO.0243.BP00287-0002
datum: mei 2022
schaal:
1:1000
status:
formaat: A3
telefoon 033 465 45 31 e-mail info@bu-ro.nl
vastgesteld
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RoC8nNyUUj54 (14 juli 2021) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
buRO - bureau voor ruimtelijke ordening B.V.
Ooster Mheenweg 7, 3849 PA Hierden
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Bestemmingsplan Ooster Mheenweg 7 Hierden
RoC8nNyUUj54
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
14 juli 2021, 13:12
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
1,41 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Verkeer in gebruiksfase
Situatie 1
RoC8nNyUUj54 (14 juli 2021) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Bron 1 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
Resultaten
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
< 1 kg/j
1,41 kg/j
RoC8nNyUUj54 (14 juli 2021) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Resultaten
Bron 1 174632, 485454 1,41 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
56,2 / etmaal NOx NH3
1,41 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RoC8nNyUUj54 (14 juli 2021) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210713_c09c249ebe Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020