3. Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6.pdf
Tekst van het document
De bescherming hiervan is onder meer geregeld door de dubbelbestemming "Waarde - Beschermd dorpsgezicht/stadgezicht". Deze bestemming zorgt er voor dat de cultuurhistorische waarden door het onderhavige bestemmingsplan worden gewaarborgd. 5.2.3. Archeologie De binnenstad van Harderwijk kent een hoge archeologische verwachtingswaarde. Door middel van een dubbelbestemming is bij bodemingrepen vanaf 30 m2 archeologisch onderzoek ver plicht. Het onderhavige bestemmingsplan biedt geen nieuwe bebouwingsmogelijkheden. Daar om is geen archeologisch onderzoek uitgevoerd. Mocht er toch een verstoring van de onder grond plaatsvinden, dan zal te zijner tijd een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat dit niet het geval is.
Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6
26
5.3.
Ecologie Wet natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze wet vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Het doel van de wet is het behouden en herstellen van de natuur. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschil lende planten- en diersoorten zijn. Sommige soorten zijn kwetsbaar. Een goede natuurbe scherming is belangrijk. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor eco nomische en andere maatschappelijke activiteiten. De wet kent twee soorten bescherming: ge biedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en vormt daarmee de basis voor het Europees beleid voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet alleen ter bescherming van gebieden, maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Natura 2000 omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd. Voor de Natura 2000-gebieden geldt ook de zogenaamde externe werking. Dit betekent dat ook gekeken moet worden of er negatieve effecten zijn van ontwikkelingen buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebieden die van invloed kunnen zijn.
Het plangebied ligt op een afstand van ongeveer 2,5 kilometer van het Natura 2000-gebied Veluwe en 460 meter van het Natura2000 gebied-Veluwerandmeren. Omdat het toelaten van de horeca-activiteiten met name een administratief karakter heeft (de activiteiten zijn immers al vergund), heeft dit geen effect op wettelijk beschermde gebieden. Om de biodiversiteit nu en voor toekomstige generaties Gelderlanders veilig te stellen, be schermt de provincie het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het GNN is een samenhangend net werk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal be lang. De Groene Ontwikkelingszone (GO) bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan bos of natuur die ruimtelijk vervlochten zijn met het Gelders Natuurnetwerk (GNN). De bin nenstad van Harderwijk ligt buiten het GO en het GNN. Soortenbescherming De soortenbescherming in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van dier- en plan tensoorten. In grote lijnen blijft de bescherming gelijk aan de oude Flora- en Faunawet. Het doel van deze wet is het in stand houden en beschermen van in het wild voorkomende dier- en plan tensoorten. De wet hanteert het 'nee, tenzij'-principe. Dit betekent dat alle schadelijke handelin gen ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten in principe verboden zijn.
Alleen on der strikte voorwaarden zijn afwijkingen van de verbodsbepalingen mogelijk. Hiervoor moet een ontheffing worden aangevraagd bij de provincie. De aanvraag moet onderbouwd worden met een onderzoek naar het voorkomen van en de effecten op beschermde soorten. In de nieuwe wet is daarnaast een zogenaamde 'algemene zorgplicht' opgenomen. De zorg plicht is van toepassing op alle planten en dieren, ongeacht of ze wettelijk beschermd zijn. De
Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6
27
zorgplicht houdt in dat er bij ingrepen, zoals bouwactiviteiten, altijd zorgvuldig moet worden om gegaan met aanwezige planten en dieren. Schadelijke activiteiten moeten zoveel mogelijk wor den voorkomen. Door toelaten van de horeca-activiteiten worden geen nieuwe bouwmogelijkheden toegevoegd. Ook vinden geen ingrijpende werkzaamheden plaats. Voor zover is het onderdeel soortenbe scherming dan ook niet van toepassing.
5.4.
Watertoets Op grond van artikel 3.1.6 Bro dient in de toelichting op ruimtelijke plannen, een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin staat de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan op de waterhuishouding. In die paragraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate het plan gevolgen heeft voor de waterhuishouding (waaronder grondwater en waterveiligheid). Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets: 'het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren (door de waterbeheerder), afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten'. Door de het toestaan van reeds bestaande horeca-activiteiten neemt het verhard oppervlak niet toe en heeft dit plan geen nadelige gevolgen voor het watersysteem en de daarmee samen hangende natuur- en belevingswaarde. De watertoets hoeft zodoende niet te worden doorlo pen. Conclusie Het onderhavige bestemmingsplan maakt geen nieuwe bebouwing mogelijk. De horecaactiviteiten die door het plan mogelijk worden gemaakt zijn niet van invloed op de waterhuis houding. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het waterbeleid.
5.5.
Milieu
5.5.1. Inleiding In dit hoofdstuk komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan bod. Het betreffen hier de randvoorwaarden en beperkingen die voorkomen uit het beleid en wetgeving op het gebied van: geluid (Wet geluidhinder), luchtkwaliteit (Wet luchtkwaliteit), bodem (Wet bodembescher ming), bedrijvigheid (Wet milieubeheer) en externe veiligheid (BRZO, REVI, Bevi, Wet milieube heer). Dit bestemmingsplan is grotendeels een consoliderend plan, daarom is een algemene beschrij ving gegeven van de reeds beschikbare informatie en onderzoeken. 5.5.2. Geluidhinder De mate waarin geluid, veroorzaakt door het (spoor)wegverkeer en/of door een industrieterrein, het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh).
Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6
28
Op grond van de Wet geluidhinder zijn horeca en de culiwinkel geen geluidgevoelige bestem mingen. Derhalve hoeft in het kader van de Wet geluidhinder geen akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd. 5.5.3. Luchtkwaliteit De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet Milieubeheer hoofdstuk 5, titel 2) is een implementa tie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit, waarin ter bescherming van mens en milieu onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht (o.a. fijn stof en stikstofdioxide) zijn vastgesteld. De wet stelt bij een (dreigende) grenswaardenoverschrijding aanvullende eisen en beperkingen voor ruimtelijke plannen die "in betekenende mate" (IBM) leiden tot verslechtering van de lucht kwaliteit. Daarnaast moet uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening afgewogen wor den of het aanvaardbaar is het plan op deze plaats te realiseren. Hierbij speelt de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol, ook als het plan "niet in betekenende mate" (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Naast de Wet luchtkwaliteit heeft de gemeente Harderwijk aanvullend beleid vastgesteld met betrekking tot projecteren van gevoelige bestemmingen op minder dan 300 meter van een rijksweg en 50 meter van een provinciale weg.
Doel van dit beleid is om kwetsbare groepen, zoals kinderen, astmapatienten en ouderen, zoveel mogelijk te beschermen tegen ongezonde lucht. Deze groepen hebben een verhoogde gevoeligheid voor luchtverontreiniging. Het beleid bepaalt dat nieuwe scholen (basisonderwijs, voorgezet onderwijs of overig onderwijs aan min derjarigen), kinderdagverblijven, bejaarden-, verzorgings- en verpleeghuizen niet meer binnen 50 meter vanaf de provinciale weg en 300 meter van een rijksweg gebouwd mogen. Op grond van de Wet Luchtkwaliteit worden er binnen het plangebied wel/geen grenswaarden overschreden ook zijn er wel/geen dreigende grenswaardenoverschrijdingen. Het plangebied ligt niet binnen de 50-meter contour van de N302. Binnen 50 meter mogen geen gevoelige be stemmingen worden geprojecteerd. In het kader van dit bestemmingsplan worden er geen nieuwe ontwikkelingen of uitbreidingen mogelijk gemaakt, die in betekenende mate leiden tot een verbetering of verslechtering van de luchtkwaliteit. Zowel vanuit de Wet milieubeheer als vanuit een goede ruimtelijke ordening vormt de luchtkwaliteit geen belemmering voor het bestemmingsplan. 5.5.4. Bodemkwaliteit Op grond van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in de toelichting van het be stemmingsplan aandacht besteed te worden aan de milieuhygiënische bodemkwaliteit.
Omdat er geen bodemingrepen plaatsvinden, is geen milieukundig bodemonderzoek noodzakelijk. 5.5.5. Geur Geur in de leefomgeving is grotendeels afkomstig van bedrijvigheid. Elke geur kan boven een bepaalde concentratie hinder veroorzaken. Om hinder van agrarische bedrijven te voorkomen is
Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6
29
de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) van toepassing. De wet regelt onderlinge afstanden tussen geurgevoelige functies, zoals woningen, recreatieobjecten en agrarische bedrijvigheid. In de omgeving van het plangebied liggen geen agrarische bedrijven. Er worden door het onderhavige bestemmingsplan ten opzichte van het vigerende plan in com binatie met de omgevingsvergunningen die met de kruimelgevallenregeling zijn verleend, geen nieuwe geurhinder veroorzakende horeca-activiteiten mogelijk gemaakt. Voor wat betreft even tuele geurhinder van de bestaande horeca-activiteiten is het Activiteitenbesluit van toepassing. Het milieuaspect geurhinder vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan. 5.5.6. Externe veiligheid Algemeen Externe veiligheid heeft betrekking op situaties waar een ongeval kan plaatsvinden met gevaar lijke stoffen waardoor mensen: " die verder niets met de risicodragende activiteit te maken hebben; " om het leven zouden kunnen komen. Beoordelingskader Bij externe veiligheid wordt een onderscheid gemaakt in: " externe veiligheid voor inrichtingen; " externe veiligheid voor transport van gevaarlijke stoffen in buisleidingen; " externe veiligheid voor transport van gevaarlijke stoffen over de weg, water en spoor.
De kern van het externe veiligheidsbeleid is ruimtelijke scheiding aanhouden (zoneren) tussen (geprojecteerde) kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en risicobronnen. Hiervoor is het noodzakelijk dat te verlenen besluiten over omgevingsvergunningen en bestemmingsplannen onderling goed op elkaar zijn afgestemd. Risicobronnen voor de externe veiligheid zijn bedrijven (inrichtingen) waar grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen aanwezig zijn en transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (via weg, water, spoor, buisleidingen). De aan te houden veiligheidsafstanden zijn meestal geba seerd op (berekende) risico's en soms op te verwachten effecten bij een calamiteit. Het huidige beleid voor inrichtingen (bedrijven) is afkomstig uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het beleid voor transportmodaliteiten staat beschreven in het besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het beleid met betrekking tot buisleidingen is opgenomen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Binnen het beleidskader voor externe veilig heid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. " Plaatsgebonden Risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die
Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6
30
de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weerge ven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 /jaar PR-contour (die als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden. " Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N), de fN- curve. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risico volle activiteit. Dit invloedsgebied wordt doorgaans begrensd door de 1o0o letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald), ofwel door de afstand waarop nog 10 van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. In Bevi, Bevt en Bevb zijn de risiconormen (plaatsgebonden risicoafstanden) wettelijk vastge legd. Binnen deze afstanden mogen geen kwetsbare objecten worden opgericht. Beperkt kwetsbare objecten mogen alleen onder zwaarwegende motieven binnen deze risicoafstanden. Er is in Bevi, Bevt en Bevb geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Afbeelding 7: Fragment risicokaart.
íä Ongevallen gevaarlijke stoffen
Ü Ongevalleni verkeer en vervoer
B Sinrichtingen 0A LPG II".; 06 Opslag opslag 06 Ammoniak
n Luchtvaartongeval □ Ongeval op water 0 Ongeval op land Ąy Hogesnelheidslijn
06 Emplacement
0 Interatylijn
06 Vervoer
.Ar Autosnelweg
0* Vuurwerk 0A
Nucleair
am
Defensie 06 Overig
,/^z (Provinciale) autoweg 0Ongeval in tunnel 0 ▼Woonverblijf 0 # Hotel/ pension
0BRZO 0Terreìngrens
0 A Onderwijsinstelling 0 ♦ Ziekenh 0 XTehuis
BS Transport 0 Incident regionale weg
0 ♦Publieksgebouw 0 ■Kantoor/bedrijf 0 -ár Ander object
0 Basisnet weg
^9gestraat
/S met PAG indicatie Z*' zonder PAG indicatie 0 Basisnet spoor fS met PAG indicatie /S zonder PAG indicatie 0 Basisnet water S' zeevaartroutes Z' binnenvaartroutes 0Buisleiding
Frisialaan
įfOver het spoortraject Amersfoort-Zwolle kunnen (zeer) giftige (vloei )st offen worden vervoerd (D4, zeer toxische vloeistof). Het invloedsgebied hiervan is bepaald op 4.000 meter en ligt over het onderhavig plangebied
Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6
31
Aanwezige risicobronnen Op grond van art 1 lid b van het Bevi is het restaurant c.a. een beperkt kwetsbaar. Om te bepa len of er risicobronnen zijn is de risicokaart geraadpleegd. Op ongeveer 1.500 meter afstand van het plangebied ligt het spoortracé Amersfoort-Zwolle (traject 360H.1). Over dit spoortraject kunnen (zeer) giftige (vloei)stoffen worden vervoerd (D4, zeer toxische vloeistof). Hierdoor is het invloedsgebied bepaald op 4.000 meter. Het plangebied ligt buiten de 200 meter. Een uitge breide verantwoording is niet noodzakelijk. Afbeelding 8 omvat de beperkte verantwoording van het groepsrisico. Afbeelding 8: Verantwoording groepsrisico spoorlijn.
Maatgevende scenario's Het maatgevende scenario voor de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid waarbij het plan gebied binnen het invloedsgebied van toxische vloeistoffen/gassen ligt is een toxische wolk. Onderstaand is van uit dit scenario ingegaan op de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om effecten ten gevolge van het incident met toxische stoffen te beperken. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. Het plangebied is, net zal de rest van het centrum, matig be reikbaar. De nauwe straatjes en eenrichtingsverkeer dwingt de hulpverleningsvoertuigen na te denken over de aan te rijden route. De bluswatervoorziening in het centrum en in de nabijheid van het bestemmingsplan is matig aanwezig. Naast de ondergrondse brandkranen maakt de brandweer gebruik van waterwagens en open water. Daarmee is de bluswatervoorziening op orde. De mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen Bij een calamiteit met toxische stoffen is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij een incident.
Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij een scenario waarin toxische stoffen vrijkomen, is het advies om te schuilen in een gebouw, waarvan ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden. Conclusie Op basis van de hierboven genoemde overwegingen kan worden geconcludeerd dat er voldoende mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid zijn. Dit betekent dat er geen nadere eisen aan het plan worden gesteld in het kader van het milieuaspect externe veiligheid.
Voor het overige blijkt uit de risicokaart dat er in de omgeving van het plangebied geen risico bronnen zijn die van invloed zijn op het plangebied. Conclusie Vanuit het aspect externe veiligheid zijn er een belemmeringen voor dit bestemmingsplan. 5.5.7. Milieuzonering Algemeen Milieuzonering voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelas tende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten ( zoals bedrijven) en gevoelige functies ( zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardba re voorwaarden te vestigen.
Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6
32
Indien door middel van een plan nieuwe milieugevoelige functies mogelijk worden gemaakt, moet worden aangetoond dat een goed leefmilieu mogelijk is. Anderzijds mogen omliggende bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden aangetast door de realisatie van een nieuwe gevoelige functie. Richtafstanden De Handreiking Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009) wordt gehanteerd voor het bepalen van de aan te houden afstanden. Deze Handreiking bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. Afbeelding 9: Omgevingstype.
Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2
Richtafstand tot omgevingstype rustige woon Richtafstand tot omgevingstype gemengd wijk en rustig buitengebied gebied 10 meter 0 meter 30 meter 10 meter 50 meter 30 meter 100 meter 50 meter 200 meter 100 meter 300 meter 200 meter
In de VNG-brochure staat dat de richtafstanden die in de brochure zijn opgenomen, gelden tus sen de grens van de bestemming die de bedrijven toelaat en de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan mogelijk is. De afstanden zijn volgens de VNG-brochure algemene richtafstanden en geen harde afstandseisen. Gemotiveerd afwijken van deze afstanden is mogelijk met name indien bekend is welke activiteiten het concreet be treft, alsdan kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieube lasting (in plaats van de richtafstanden). Omgevingstypen In de Handreiking is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'ge mengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. De onderhavige locatie ligt in de binnenstad van Harderwijk en behoort daarom tot het 'gemengd gebied'. Situatie plangebied In de VNG-brochure hebben restaurants, cafetaria's, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d. SBI-code 561 en behoren tot milieucategorie 1. Ook hotels (SBI-code 5510) en detailhandel (SBI-code 47) behoren tot milieucategorie 1. Omdat sprake is van ge
Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6
33
mengd gebied hebben deze activiteiten derhalve een richtafstand van 0 meter. Derhalve wordt voldaan aan de richtafstand. Horecabedrijven moeten voldoen aan de geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit. In het Activi teitenbesluit zijn daarnaast ook voorschriften opgenomen, bijvoorbeeld over afzuiging. Deze voorschriften moeten geuroverlast voldoende beperken en voorkomen. Bij de uitoefening van de bestaande activiteiten van het horecabedrijf aan de Vischmarkt 4 en 6 wordt uiteraard (al) voldaan aan de voorschriften van het Activiteitenbesluit. 5.5.8. Vormvrije m.e.r.-beoordeling Vanaf 16 mei 2017 is het door de wijziging van de mer-richtlijn verplicht om een aanmeldnotitie te schrijven (indien de gemeente niet zelf initiatiefnemer is) voor activiteiten die onder de drem pelwaarden van onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. vallen. Het Besluit m.e.r. is aangepast vanwege de richtlijn en in werking getreden op 7 juli 2017. Eén van die activiteiten is: "De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen" (categorie 11.2).
Uit jurisprudentie blijkt dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als: « het project in bestaand stedelijk gebied ligt en voorziet in een gedeeltelijke functiewijziging (zoals boven is uiteengezet); en « er een gedeeltelijke brancheverruiming plaatsvindt, maar het 'soort' ^horeca) gebruik het zelfde blijft; en « gericht op detailhandel (met andere woorden: het “soort” gebruik blijft); « er geen sprake is van uitbreiding bebouwde oppervlakte. Derhalve is geen aanmeldnotitie noodzakelijk.
5.6.
Kabels en leidingen In het plangebied bevinden zich geen bovengrondse en/of ondergrondse leidingen die ruimtelijk relevant zijn.
5.7.
Verkeer en parkeren
5.7.1. Verkeer Door het vastleggen van reeds vergunde horeca-activiteiten neemt het aantal verkeersbewe gingen in de omgeving van het plangebied niet toe. De verkeersaantrekkende werking veran dert derhalve niet. 5.7.2. Parkeren In 2015 is bij het verlenen van de omgevingsvergunning voor de culiwinkel en de kookstudio geconstateerd dat voor deze activiteiten de parkeerbehoefte weliswaar met één parkeerplaats toeneemt, maar dat vanwege het mogelijk dubbelgebruik van parkeerplaatsen (vanwege de openingstijden van de winkel en de kookstudio) geen extra parkeerplaats hoefde te worden
Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6
34
aangelegd. Bij de omgevingsvergunning voor het stadslogement werd geconstateerd dat het gebruik zeer kleinschalig is, gezien de beperkt grootte van de verdieping. Parkeren is geen pro bleem gelet op de theoretische aanwezigheid (vanuit het bestemmingsplan) van een parkeer voorziening (woning is 1,8 parkeervoorziening per woning, een hotel gemiddeld 1 parkeervoor ziening per hotelkamer). Door de uitwisseling van activiteiten in beide panden aan de Vischmarkt 4 en 6 die in dit be stemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, zal de parkeerbehoefte evenmin wezenlijk veranderen. Net als voor de verkeersaantrekkende werking geldt daarom ook voor de parkeerbehoefte dat deze door het vastleggen van reeds vergunde horeca-activiteiten niet verandert.
Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6
35
6.
Juridische aspecten
6.1.
Inleiding
6.1.1. Informatie bestemmingsplan Ingevolge de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de daarbij behorende ministeriele regelingen, dienen bestemmingsplannen op vergelijkbare wijze opge bouwd, gepresenteerd en tevens digitaal uitwisselbaar gemaakt te worden. De regeling is afge stemd op de Wro, Bro en daarbij behorende ministeriele regelingen. Hiermee wordt de rechts gelijkheid en de uniformiteit binnen de gemeentelijke c.q. landelijke bestemmingsplannen ge diend. Het bestemmingsplan is tevens afgestemd op de terminologie en regelgeving zoals op genomen in de op 1 oktober 2010 in werking getreden Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Een bestemmingsplan kan echter niet alles regelen. Via het Besluit omgevingsrecht is het bijvoorbeeld mogelijk om in bepaalde situaties vergunningvrij te bouwen ondanks dat het be stemmingsplan die bebouwing niet toestaat. In die gevallen gaat hetgeen bij wet vergunningvrij gebouwd kan worden voor op de bepalingen van het bestemmingsplan. Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toe gekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie.
Het wordt de grondge bruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft uit te oefenen. Dit houdt in dat: 1. de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en 2. de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (het overgangsrecht is hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (voor heen: bouwvergunning) en regels voor het verrichten van 'werken' (voorheen: aanlegvergunning). Een bestemmingsplan regelt derhalve: " het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen); en een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor: " het bebouwen van de gronden; " het verrichten van werken (aanleggen). 6.1.2. Verbeelding, regels en toelichting Een bestemmingsplan moet worden opgezet volgens de eisen die de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in samenhang met het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) daaraan stelt en de wettelijk voorgeschreven opzet en vormgeving van de 'RO standaarden 2012'. Met de digitalisering worden de mogelijkheden voor burgers om de plannen te raadplegen ver beterd. Verder wordt hierdoor het uitwisselen van plannen binnen de gemeente en met andere
Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6
36
overheden sterk vereenvoudigd. Van het bestemmingsplan wordt een digitale kaart gemaakt. Het Informatie Model Ruimtelijke Ordening (IMRO) is hiervoor de standaard. Door deze kaart te koppelen aan de planregels, kan het bestemmingsplan, zowel (digitaal) aan de balie als via het internet, direct worden geraadpleegd. Een bestemmingsplan bestaat uit drie onderdelen, te weten een 'toelichting', de 'regels' en een 'verbeelding'. De verbeelding (voorheen bekend als 'plankaart') en de regels (voorheen bekend als 'voorschriften') vormen samen het juridische deel van het bestemmingsplan. Alleen deze twee zijn bindend voor de burger en de overheid. Beide onderdelen dienen in onderlinge sa menhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding is aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een be stemming met een bestemmingsvlak en soms via aanduidingen. De planregels van het be stemmingsplan bevatten de juridische verklaring, middels maximale bouw- en gebruiksmoge lijkheden, van de op de verbeelding weergegeven bestemmingen en aanduidingen. Die toegekende gebruiks- en bouwmogelijkheden aan gronden kunnen, naast de rechtstreekse bestemming, op de verbeelding op twee manieren nader worden ingevuld: " Via een dubbelbestemming. Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestem ming die óók aan de gronden wordt toegekend.
Voor gronden kunnen dus meerdere be stemmingen gelden. Er geldt altijd één 'enkelbestemming' (dat is dé bestemming) en soms geldt er een dubbelbestemming (soms zelfs meerdere). In de regels van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra bepalingen in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen. " Via een aanduiding. Een aanduiding is een teken op de verbeelding dat betrekking heeft op een vlak op die kaart. Via een aanduiding wordt in de regels 'iets' geregeld. Dat 'iets' kan be trekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de be bouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen regel hebben. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van een bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan, indien de regels en de verbeelding hier ruimte voor laten.
Hoofdstukopbouw van de regels De regels zijn, zoals voorgeschreven in de 'RO standaarden 2012', verdeeld over 4 hoofdstuk ken: "
Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit
Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6
37
"
"
"
gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is de wij ze bepaald waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Per bestem ming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouw- en gebruiksregels en, eventueel, ook regels voor het 'uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden' op genomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsbepalingen. Ieder artikel van de hoofdbestemmingen kent, eveneens conform de 'RO standaarden 2012', een vaste opzet. Algemene regels In dit hoofdstuk zijn bepalingen opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens: n antidubbeltelregel: Deze bepaling regelt dat grond die reeds eerder bij een verleende bouw- of omgevingsvergunning is meegenomen, niet nog eens bij de verlening van een nieuwe omgevingsvergunning mag worden meegenomen.
Deze regel is wettelijk ver plicht om op te nemen in een bestemmingsplan en is rechtstreeks overgenomen uit het Bro; n algemene gebruiksregels: In dit artikel wordt een algemeen gebruiksverbod gegeven, wat geldt voor alle bestemmingen in het bestemmingsplan, voor gebruik in strijd met de be stemming; n algemene afwijkingsregels: In dit artikel wordt aangegeven in hoeverre met een omge vingsvergunning kan worden afgeweken van het plan voor algemene en geringe afwijkin gen van de bouwregels (maatvoering) voor zover al elders in de planregels in afwijkingen is voorzien. Hiermee kan in specifieke situaties maatwerk worden geboden en biedt het bestemmingsplan voldoende flexibiliteit. Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. n overgangsregels: Deze regel is wettelijk verplicht om op te nemen in een bestemmings plan en is rechtstreeks overgenomen uit het Bro. Dit artikel bevat regels die als doel heb ben bestaande situaties (gebruik of bouwwerken), welke niet in overeenstemming zijn met het bestemmingsplan, te regelen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebruik en bouwen.
Het overgangsrecht met betrekking tot bouwen en bouwwerken regelt dat bouwwerken die aanwezig waren ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, maar in strijd zijn met het bestemmingsplan, onder overgangsrechtelijke bescherming vallen. Dat wil zeggen dat deze bouwwerken mogen blijven bestaan. Deze bescherming geldt ook voor bouwwerken die op deze peildatum legaal kunnen worden gebouwd, maar nog niet zijn gebouwd. De regeling bevat voorts een bevoegdheid voor burgemeester en wethouders om bij een omgevingsvergunning af te wijken ten behoeve van een beperkte uitbreiding (maximaal 100Zo) van het niet in het nieuwe bestemmings plan passende bouwwerk. Bouwwerken die wel bestonden op de genoemde peildatum, maar zijn gebouwd zonder (omgevings)vergunning, zijn expliciet uitgesloten van de be schermende werking van het overgangsrecht. Het overgangsrecht voor met het nieuwe bestemmingsplan strijdig gebruik regelt dat het gebruik van gronden dat bestaat op het
Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6
38
n
moment dat het nieuwe bestemmingsplan van kracht wordt, mag worden voortgezet. Het bestaande gebruik dat (ook) in strijd was met het voorgaande bestemmingsplan, is echter van deze beschermende werking van het overgangsrecht uitgesloten, indien het op grond van het recht nog mogelijk is om hiertegen op te treden. slotregel: Dit artikel bevat de titel (naam) van het vast te stellen bestemmingsplan.
6.1.3. Juridische regeling Het is zaak om voor de bestaande en de toekomstige bebouwing en functies een bestemmingsregeling te ontwerpen, die zoveel mogelijk ruimte biedt voor verandering en aanpassing aan veranderende wensen. Het plan dient flexibel en doelmatig te zijn en dient rechtszekerheid te bieden omtrent de ruimte voor verandering. Daar staat tegenover dat het plan de nodige be scherming moet bieden tegen ontwikkelingen die schadelijk zijn voor anderen. Bescherming tegen een zodanige ontwikkeling wordt samengevat in de term rechtsbescherming. Dit betekent dat in principe aan de gebruiker van gronden en opstallen zoveel mogelijk vrijhe den worden gegeven. Deze zijn als recht in het plan geformuleerd. Als in bepaalde gevallen een mogelijke beschadiging van de belangen van andere burgers wordt verwacht, geeft het plan als recht meer beperkte mogelijkheden. Voor uitzonderingssituaties biedt het plan ruimere moge lijkheden in de vorm van binnenplans afwijken van het bestemmingsplan bij omgevingsvergunning. 6.1.4. Afwijken van de regels In een bestemmingsplan kunnen regels worden opgenomen inzake afwijking van het bestem mingsplan bij omgevingsvergunning. Deze afwijkingen van de regels zijn bedoeld om de nodige flexibiliteit in het plan te brengen, zodat kan worden gereageerd op onvoorziene omstandighe den.
Het gaat daarbij om relatief kleinschalige ruimtelijke ingrepen. Bij grotere ingrepen ligt het voor de hand een wijzigingsbevoegdheid op te nemen, of tot een planherziening te komen. Al gemene regels voor afwijken in het plan betreffen: a. niet voor bewoning bestemde gebouwen en bouwwerken in het openbaar gebied. Deze mo gen een hoogte hebben van maximaal 5 meter en een oppervlakte van ten hoogste 25 m2. Het betreft bouwwerken ten dienste van het openbaar nut; b. bouw van erkers, balkons, luifels, bordessen, pergola's en dergelijke bouwwerken aan de voorgevel met een diepte van maximaal 1,50 meter; c. bouwen van antennes met een bouwhoogte van maximaal 25 meter; d. de maatvoering. De maatvoering van bouwwerken mag afwijken met ten hoogste 10oZo.
6.2.
Algemene uitgangspunten Voor het bestemmingsplan 'Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6' worden de volgende uitgangspun ten gehanteerd: " de bestaande situatie is een belangrijk referentiepunt in de planregels. Dit betreft zowel het aantal aanwezige gebouwen als de bestaande inhoud en maten van deze gebouwen. Voor
Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6
39
" "
6.3.
het gebruik is het vigerende bestemmingsplan Binnenstad en de omgevingsvergunningen die met de kruimelgevallenregeling zijn verleend, als uitgangspunt gehanteerd; binnen de bestemmingen is in de bestemmingsomschrijving aangegeven, welk gebruik bin nen de desbetreffende bestemming is toegestaan; om de globaliteit van de bestemmingen niet ten koste te laten gaan van de ruimtelijke kwali teit en de rechtszekerheid, is gebruik gemaakt van bouwvlakken.
Verantwoording Handboek Harderwijk De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld aan de hand van de Standaard Handboek Harderwijk, versie 2019-02. Vanwege het ontbreken van dergelijke regels in het handboek is de bestemming "CentrumWonen" toegevoegd. Deze bestemming is grotendeels gebaseerd op de bestemming "Centrum wonen" uit het vigerende bestemmingsplan Binnenstad.
6.4.
Bestemmingsbepalingen In de regels is het beschreven beleid vertaald in de bestemmingsbepalingen. De volgende be stemmingen worden in het plan onderscheiden: « Centrum - Wonen « Waarde - Archeologie « Waarde - Beschermd dorpsgezicht/stadsgezicht Bij elk van deze bestemmingen zal in deze paragraaf een korte toelichting worden gegeven omtrent doel en inhoud.
6.4.1. Centrum - Wonen De voor "Centrum-Wonen" aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, alsmede het uitoe fenen van een aan huis verbonden beroep, horecabedrijven, een kookstudio, ondergeschikte detailhandel, uitsluitend voor zover de gronden nader zijn aangeduid met 'detailhandel' en voor tuinen, erven en terreinen. Door middel van aanduidingen is vervolgens bepaald dat detailhandel alleen als ondergeschikte detailhandel op de begane grond van Vischmarkt 4 mag worden uitgeoefend. Voor het toestaan van de horeca-activiteiten is aansluiting gezocht bij de regeling in het vigerende bestemmings plan Binnenstad. Voor Vischmarkt 4 is de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - categorie B1-A1(1)' van toepassing en voor Vischmarkt 6 'specifieke vorm van horeca - categorie B1(-1)B1 -B1(1)'. De eerste letteraanduiding B1 betekent dat op de begane grond horeca in categorie B1 is toegestaan. Horeca in categorie B1 betreft horeca waarbij hoofdzakelijk bereiding etens waren voor consumptie ter plaatse plaatsvindt met als nevenactiviteit verstrekking van alcoholi sche en/of niet-alcoholische dranken ^ restaurant). De tweede aanduiding waarachter tussen haakjes het cijfer 1 staat, heeft betrekking op de eerste verdieping. Op Vischmarkt 6 is ook hier een restaurant toegestaan. Op Vischmarkt 4 staat de aanduiding A1. Horeca in categorie A1
Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6
40
betreft horeca waarbij gelegenheid tot overnachting wordt geboden met als nevenactiviteit be reiding van etenswaren voor consumptie ter plaatse en verstrekking van alcoholische en/of nietalcoholische dranken voor consumptie ter plaatse, uitsluitend ten behoeve van gasten die ter plaatse overnachten. 6.4.2. Waarde - Archeologie Voor de bescherming van mogelijk archeologische waarden in het plangebied is de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie" opgenomen. De binnenstad is een gebied met een hoge archeologische verwachtingswaarde. Voor de binnenstad geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen groter dan 30 m2 en dieper dan 0,3 meter. De rijks- en/of gemeentelijke monumenten worden afdoende beschermd door de Erfgoedwet en de Erfgoedverordening Harderwijk 2017. In het voorliggende bestemmingsplan wordt hiervoor geen specifieke regeling opgenomen. 6.4.3. Waarde - Beschermd dorpsgezicht/stadsgezicht De gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor het behoud en de bescherming van het cultuurhistorische karakter van de binnenstad. De ze dubbelbestemming bevat daartoe een 'nadere eisen'-regeling.
6.5.
Handhaving Met het vaststellen van het bestemmingsplan zijn de werkzaamheden niet beëindigd. De in standhouding en ontwikkeling van een kwalitatief hoogwaardige woonomgeving vereist, dat er daarna, ook op het gebied van de handhaving, de nodige activiteiten worden verricht. Handhavingsbeleid bouwen, ruimtelijke ordening en milieu De gemeente Harderwijk gunt iedereen zijn of haar vrijheid om te doen en laten wat hij of zij wil. Echter, daar waar de vrijheid van de één die van een ander schaadt, moet worden ingegrepen. In de vorm van kaderstelling in verschillende nota's legt de gemeente vast wat de spelregels zijn. Handhaving van deze regels is essentieel in het bewaken van orde, regelmaat én veilig heid in een leefgemeenschap. Als de handhaving onvoldoende is, verliezen de regels hun kracht. En daarom geldt: Vertrouwen waar het kan, handhaven waar het moet! Milieu Het milieu is misschien wel de meest collectieve 'ruimte' die er is. Een goed milieu is essentieel voor een gezonde leefomgeving. Omdat een goed milieu zo belangrijk is, moeten de regels die daarvoor zijn, strak worden nageleefd. Het streven is om te zorgen voor een duurzame leefom geving waar huidige en toekomstige generaties gezond kunnen wonen. Ruimtelijke ordening Een stad is een levend organisme en heeft behoefte aan evenwicht in de ordening van schaar se ruimte.
De samenleving en ruimte moeten zo goed mogelijk met elkaar in harmonie zijn.
Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6
41
Omdat ruimtelijke ordening vaak grote objecten betreft, is handhaving erg belangrijk. Het nala ten van deze taak zou leiden tot een onevenwichtige stad, waar wonen, werken en infrastruc tuur niet op elkaar zouden zijn afgestemd. Bouwen Bouwen en veiligheid zijn termen die hand in hand behoren te gaan. Iedereen in het bezit van een valide bouwvergunning heeft het recht om te bouwen conform de verleende vergunning. Veiligheid is een belangrijk argument om bouwvoorschriften te handhaven. Zodra er sprake is van een overtreding is het de plicht van de gemeente of brandweer een handhavingsprocedure te starten. Deze kan soms heel urgent zijn als er sprake is van overtreding die bijvoorbeeld de brandveiligheid in de weg staat. Een goede naleving van de regels verkleint de kans op ernstige calamiteiten. Een ander punt is welstand. Met name de stijl van het vooraanzicht van een pand is bepalend voor de sfeer en uitstraling van een buurt. Als deze stijl niet aansluit bij de uitstra ling die in de buurt gewenst is, dan moet er worden ingegrepen. Richtlijnen voor welstand zijn daarom nodig. Naleving van deze regels is net zo hard nodig. Op deze manier draagt ook een stijlvolle welstand bij aan een evenwichtige stad die voor iedereen aangenaam is. Coalitieakkoord 2018-2022 In mei 2018 is het coalitieakkoord 2018-2022 opgesteld.
Dit coalitieakkoord heeft de titel "Aan pakken met Ambitie", waarmee het nieuwe college aangeeft door te willen pakken op onder werpen die al eerder in gang zijn gezet. Toezicht en handhaving is daarbij een belangrijk speer punt, omdat beiden bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen. Nota integrale toezicht en handhaving Op 8 september 2015 heeft het college de Nota integrale toezicht en handhaving vastgesteld. Deze nota is op 19 november 2015 in werking getreden. Deze nota geeft onder andere inzicht en antwoord op wat de gemeentelijke doelstellingen zijn en welke toezicht- en handhavingsonderwerpen daarbij horen. Daarnaast wordt ingegaan op wat de bouwstenen zijn voor het jaar lijkse uitvoeringsprogramma integraal toezicht/handhaving en hoe dat in de praktijk plaatsvindt. Toezichthouders controleren of inwoners en ondernemers zich houden aan regels. Toezicht heeft een belangrijk preventief karakter. Door toezicht te houden kan een overtreding worden voorkomen. Als men weet dat ergens op gelet wordt, is men minder geneigd regels te overtre den. Handhaving gaat een stap verder dan toezicht. Bij handhaving schrijft het gemeentebe stuur iemand aan om een overtreding te beëindigen. Het gemeentebestuur neemt een handhavingsbesluit. Deze is gericht op herstel.
Bij integraal toezicht en handhaving vindt het toezicht plaats op basis van gestelde prioriteiten en doelen waarbij de prioriteit leidend is voor de frequentie van het toezicht. Toezichthouders hebben een signaalfunctie voor elkaar. En waar dit mogelijk/wenselijk is, wordt samen toe zicht/controle uitgevoerd. Door dit vooraf met de verschillende afdelingen af te stemmen wordt integrale samenwerking gestimuleerd. Dat levert efficiencyvoordelen op maar ook een afname van de toezichtlast voor inwoners en ondernemers.
Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6
42
7.
Economische uitvoerbaarheid Op grond van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening dient een exploitatieplan te worden opgesteld indien in een bestemmingsplan een bouwplan mogelijk wordt gemaakt. Daarvan is in het onderhavige bestemmingsplan geen sprake. De gemeente draagt niet financieel bij aan de ontwikkelingen die op particuliere gronden moge lijk worden gemaakt, zodat de initiatiefnemers/eigenaren zelf de kosten moeten dragen. Vooraf gaand aan het aanpassen van het bestemmingsplan wordt een anterieure exploitatieovereenkomst gesloten waarin de betaling van de exploitatiebijdrage wordt overeengekomen. De economische uitvoerbaarheid van dit plan is hiermee aangetoond.
Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6
43
8.
Inspraak en overleg
8.1.
Consultatie bewoners De initiatiefnemer heeft direct omwonenden geïnformeerd over de planontwikkeling. Initiatief nemer heeft direct omwonenden geïnformeerd over de bestemmingsplanprocedure waarbij bei de in 2015 verleende omgevingsvergunningen in onderhavig bestemmingsplan worden vastge legd. Omwonenden hebben daarbij te kennen gegeven geen bezwaren hiertegen te hebben.
8.2.
Inspraak Hoofdregel uit de Inspraakverordening Harderwijk 2007 is dat elk bestuursorgaan over zijn ei gen bevoegdheden besluit of al of niet inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van het gemeentelijk beleid. Dit betekent dat ook ten aanzien van een bestemmingsplan een besluit moet worden genomen over het al of niet toepassen van inspraak. In een aantal gevallen hoeft geen inspraak plaats te vinden, bijvoorbeeld over bestemmingsplannen die betrekking hebben op een zeer beperkt grondgebied (de zogenaamde postzegelplannetjes). Het onderhavige be stemmingsplan is aan te merken als een postzegelplan. Overigens heeft er overleg plaatsgevonden met direct omwonenden (zie paragraaf 8.1. Het bestemmingsplan heeft instemming van de direct omwonenden.
8.3.
Vooroverleg Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moet in het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening overleg worden gepleegd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrok ken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Tegelijkertijd wordt het bestemmingsplan voorgelegd aan an dere relevante instanties. Het voorontwerpbestemmingsplan "Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6" is aan de onderstaande instanties worden toegezonden: 1. Provincie Gelderland 2. Waterschap Vallei en Veluwe 3. Koninklijke Horeca Nederland, afd. Harderwijk 4. ODNV 5. VNOG 6. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed De ontvangen reacties zijn samengevat in de nota Vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro “Bestem mingsplan Binnenstad Vischmarkt 4 en 61. Naar aanleiding van de vooroverlegreacties van de
1
Gemeente Harderwijk, Vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro Bestemmingsplan Binnenstad Vischmarkt 4 en 6, Harderwijk, 15 februari 2021
Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6
44
ODNV en de VNOG is de toelichting aangevuld met een paragraaf 3.5.4 waarin een samenvat ting van de Beleidsvisie externe veiligheid Veluwe Noord is opgenomen en is paragraaf 5.5.6 aangevuld met een verantwoording van het groepsrisico.
8.4.
Ontwerpbestemmingsplan
8.4.1. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan "Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6" heeft met ingang van 22 okto ber 2020 gedurende zes weken voor iedereen ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn kon een ieder schriftelijk zienswijzen kenbaar maken bij de gemeenteraad. Desgewenst kon ook worden volstaan met een mondelinge zienswijze. Dit is op 21 oktober 2020 bekend gemaakt in de Har derwijker Courant en in de Nederlandse Staatscourant. De stukken waren ook raadpleegbaar op de gemeentelijke website www.harderwijk.nl. en www.ruimtelijkeplannen.nl. Tijdens die peri ode zijn geen zienswijzen ontvangen.
8.4.2. Ambtshalve wijzigingen In de toelichting en de regels is een aantal ambtshalve wijzigingen2 verwerkt. In 2014 is een vergunning verleend voor horecagebruik van de kelder. De toelichting is hierop aangepast. In de planregels en op de verbeelding worden is dit door middel van de vetgedrukte letters aan de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - categorie B1(-1)-B1-B1(1) toegevoegd.
2
Gemeente Harderwijk, Ambtshalve wijzigingen Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6, Harderwijk, febru ari 2021
Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6
Regels
bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6 (vastgesteld)
NL.IMRO. 0243. BP00255-0002
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleidende regels
3
Artikel 1
Begrippen
3
Artikel 2
Wijze van meten
6
Bestemmingsregels
7
Artikel 3
Centrum - Wonen
7
Artikel 4
Waarde - Archeologie
9
Artikel 5
Waarde - Cultuurhistorie
11
Hoofdstuk 3
Algemene regels
12
Artikel 6
Anti-dubbeltelregel
12
Artikel 7
Algemene gebruiksregels
13
Artikel 8
Algemene afwijkingsregels
14
Artikel 9
Verwijzing wettelijke regels
15
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
16
Artikel 10
Overgangsrecht
16
Artikel 11
Slotregel
17
Hoofdstuk 2
Bijlagen Bijlage 1
Staat van Horeca-activiteiten
2
bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6 (vastgesteld)
Hoofdstuk 1 Artikel 1
NL.IMRO. 0243. BP00255-0002
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6 met identificatienummer NL.IMRO.0243.BP00255--0002 van de gemeente Harderwijk; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aan huis verbonden beroep een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, ontwerp-technisch, adviesgevend, of daarmee gelijk te stellen dienstverlenend beroep, alsmede gastouderopvang, dat in een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.6 aan- of uitbouw een onderdeel van een hoofdgebouw dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan de hoofdvorm; 1.7 achtererf het deel van het bouwperceel dat is gelegen achter het hoofdgebouw; 1.8 ander werk een werk, geen bouwwerk zijnde; 1.9 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.10 bebouwingspercentage het in de regels aangegeven percentage dat de grootte aangeeft van het deel van het bouwperceel dat ten hoogste mag worden bebouwd; 1.11
bestaand a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaat en in overeenstemming is met het voorheen geldend planologische regime; 1.12 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.13 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
3
bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6 (vastgesteld)
NL.IMRO. 0243. BP00255-0002
1.14 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.15 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.16 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.17 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.18 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel; 1.19 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.20 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 1.21 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.22 erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een
hoofdgebouw en dat in feítelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1.23 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.24 gebruiksoppervlak gebruiksoppervlakte van een gebouw zoals bedoeld en bepaald in de NEN 2580; 1.25 gezamenlijk gebruiksoppervlak het totale gebruiksoppervlak die wordt gebruikt voor een aan huis verbonden beroep c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.26 hoofdgebouw een gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;
4
bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6 (vastgesteld)
NL.IMRO. 0243. BP00255-0002
1.27 horecabedrijf een bedrijf of instelling, niet zijnde een discotheek of bar-dancing, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies worden verstrekt; 1.28 kookstudio een ruimte met een keuken, waarin deelnemers kookworkshops kunnen volgen en de door hen bereide gerechten/dranken ter plaatse kunnen nuttigen; 1.29 maatvoeringsvlak een als zodanig aangegeven vlak ten behoeve van het indelen van een bouwvlak of bouwperceel met het oog op een verschil in maatvoering; 1.30 ondergeschikte detailhandel niet-zelfstandige detailhandel, die wordt of is gerealiseerd binnen een andere hoofdfunctie en daar naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt aan is, welke uitsluitend toegankelijk is via de hoofdfunctie en waarvan de openingstijden zijn aangepast aan de openingstijden van de hoofdfunctie; 1.31 peil 1. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; 3.
bij het ontbreken van een hoofdgebouw: vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; 1.32 seksinrichting de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Hieronder wordt in elk geval verstaan een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, een seksbioscoop, sekstheater of parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.33 voorgevelbouwgrens het naar de weg gekeerde deel van de bouwgrens; 1.34 voorgevelrooilijn de denkbeeldig doorgetrokken lijn van het naar de weg gekeerde deel van het bouwvlak ter plaatse van de voorgevel van het hoofdgebouw, dan wel de ligging van de bouwvlakken op de verbeelding indien geen hoofdgebouw aanwezig is; 1.35 woning een voor bewoning bestemd gebouw, bestaand uit een complex van ruimten;
5
bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6 (vastgesteld)
Artikel 2
NL.IMRO. 0243. BP00255-0002
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, liftkokers en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.2 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.4 de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens: vanaf de bouwperceelgrens tot enig punt van een gebouw; 2.5 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.6 wijze van meten: tenzij anders bepaald, worden de afstanden loodrecht gemeten; 2.7 ondergeschikte bouwdelen: Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken, trapportalen en hellingbanen buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- c.q.
bestemmingsgrens, dan wel de rooilijn met niet meer dan 0,25 m wordt overschreden, met dien verstande dat ten aanzien van trapportalen en hellingbanen de overschrijding niet meer mag bedragen dan 2,5 m.
6
bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6 (vastgesteld)
Hoofdstuk 2 Artikel 3
NL.IMRO. 0243. BP00255-0002
Bestemmingsregels
Centrum - Wonen
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Centrum - Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; alsmede voor: b. horecabedrijven in de kelder, op begane grond en verdieping uitsluitend en voor zover toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - categorie B1-A1(1)' en 'specifieke vorm van horeca - categorie B1(-1)-B1-B1(1)'; c. ondergeschikte detailhandel uitsluitend op de begane grondlaag en uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel'; d. tuinen, erven en terreinen Onder wonen is het uitoefenen van het aan huis verbonden beroep mede begrepen. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'minimum goothoogte (m), maximum goothoogte (m)' mag de goothoogte van hoofdgebouwen respectievelijk niet minder en niet meer bedragen dan de aangegeven hoogten. c. de voor- en zijgevels van de hoofdgebouwen dienen, voor zover van toepassing, voor het geheel in de aangegeven bouwgrenzen te worden geplaatst; d. de afdekking van gebouwen bestaat uit een kap, niet zijnde een platte afdekking; e. de kapvorm en de nokrichting van de gebouwen dient overeen te stemmen met de bestaande kapvorm en nokrichting; f. met inachtneming van het gesteld onder e. mag de dakhelling van de gebouwen niet minder dan 45° en niet meer dan 65° bedragen; g. de goothoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken, mag niet meer bedragen dan 3 m; h. de bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken, mag niet meer bedragen dan 4,5 m; i. de goothoogte van niet-vrijstaande bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw waartoe het bijgebouw of de aan- of uitbouw behoort, vermeerderd met ten hoogste 0,25 m; j. de bouwhoogte van niet-vrijstaande bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan de goothoogte van het hoofdgebouw waartoe de aan- of uitbouw behoort; k.