CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6.pdf

Raadsvergadering 27 mei 2021, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4-620.295 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente Harderwijk

Bestemmingsplan Binnenstad Vischmarkt 4 en 6 Toelichting, regels en analoge verbeelding

Maart 2021

Kenmerk 0243-12-T01 Projectnummer 0243-12

bureau voor ruimtelijke ordening en advies

Inhoudsopgave 1.

Inleiding 1.1. Aanleiding 1.2. Huidige planologische regeling 1.2.1. Bestemmingsplan Binnenstad 1.2.2. Omgevingsvergunningen 1.3. Doel 1.4. Plangebied 1.5. De bij het plan behorendestukken 1.6. Leeswijzer

1 1 2 2 3 3 3 5 5

2.

Huidige situatie 2.1. Ontstaansgeschiedenis 2.2. Ruimtelijke structuur 2.3. Aanwezige functies

6 6 6 7

3.

Beleidskader 3.1. Algemeen 3.2. Ruimtelijk beleid 3.2.1. Stadsvisie 2031 3.2.2. Structuurvisie Harderwijk 2031 3.2.3. Binnenstadsvisie en actieplan Harderwijk 3.3. Archeologie en monumentenbeleid 3.3.1. Nota Cultuurhistorie 3.3.2. Archeologienota 3.4. Welstandsbeleid 3.5. Milieubeleid 3.5.1. Milieubeleidsplan Harderwijk 2009-2012 3.5.2. Gebiedsgericht milieubeleid 3.5.3. Routekaart naar een klimaatneutraal Harderwijk: De Energieke stad 3.5.4. Beleidsvisie externe veiligheid Veluwe Noord 3.6. Bodembeleid 3.7. Waterbeleid 3.7.1. Europese Kaderrichtlijn Water (2003) 3.7.2. Nationaal Waterplan 3.7.3. Waterbeleid in de 21e eeuw (2000) 3.7.4. Omgevingsverordening Gelderland 3.7.5. Waterbeheer 21e eeuw (WB21) 3.7.6. Waterbeheerprogramma 2016-2021 Waterschap Vallei en Veluwe 3.7.7. Keur Waterschap Vallei en Veluwe

8 8 8 8 9 9 10 10 11 11 12 12 12 12 13 14 14 14 14 15 15 16 16 16

3.7.8. Waterplan Harderwijk 2013-2018 3.7.9. Zuiveringskring Afvalwaterketen Plan WHEP 2016-2020 (ZAP) 3.7.10. Watertoets 3.8. Groenbeleid 3.9. Verkeers- en vervoersbeleid 3.9.1. Verkeer 3.9.2. Parkeren 3.10. Economisch beleid 3.10.1. Algemeen 3.10.2. Detailhandelsvisie 3.10.3. Horecabeleid

18 18 20 20 20 20 20 21 21 21 21

4.

Planbeschrijving 4.1. Inleiding 4.2. Uitgangspunten 4.3. Gewijzigde bestemmingenin dit bestemmingsplan

23 23 23 24

5.

Onderzoek 5.1. Algemeen 5.2. Cultuurhistorie en archeologie 5.2.1. Inleiding 5.2.2. (Steden)bouwkundige waarden 5.2.3. Archeologie 5.3. Ecologie 5.4. Watertoets 5.5. Milieu 5.5.1. Inleiding 5.5.2. Geluidhinder 5.5.3. Luchtkwaliteit 5.5.4. Bodemkwaliteit 5.5.5. Geur 5.5.6. Externe veiligheid 5.5.7. Milieuzonering 5.5.8. Vormvrije m.e.r.-beoordeling 5.6. Kabels en leidingen 5.7. Verkeer en parkeren 5.7.1. Verkeer 5.7.2. Parkeren

25 25 25 25 25 25 26 27 27 27 27 28 28 28 29 31 33 33 33 33 33

6.

Juridische aspecten 6.1. Inleiding 6.1.1. Informatie bestemmingsplan 6.1.2. Verbeelding, regels en toelichting

35 35 35 35

6.2. 6.3. 6.4.

6.5.

6.1.3. Juridische regeling 6.1.4. Afwijken van de regels Algemene uitgangspunten Verantwoording Handboek Harderwijk Bestemmingsbepalingen 6.4.1. Centrum - Wonen 6.4.2. Waarde - Archeologie 6.4.3. Waarde - Beschermd dorpsgezicht/stadsgezicht Handhaving

38 38 38 39 39 39 40 40 40

7.

Economische uitvoerbaarheid

42

8.

Inspraak en overleg 8.1. Consultatie bewoners 8.2. Inspraak 8.3. Vooroverleg 8.4. Ontwerpbestemmingsplan 8.4.1. Zienswijzen 8.4.2. Ambtshalve wijzigingen

43 43 43 43 44 44 44

Bijlagen 1. Gemeente Harderwijk, Vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro Bestemmingsplan Binnenstad Vischmarkt 4 en 6, Harderwijk, 15 februari 2021 2. Gemeente Harderwijk, Ambtshalve wijzigingen Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6, Harderwijk, februari 2021

1

1.

Inleiding

1.1.

Aanleiding In het historische centrum van Harderwijk is aan de Vischmarkt 6 het restaurant Ratatouille ge­ vestigd. Op het perceel Vischmarkt 4 zijn een culiwinkel, een kooklokaal en het stadslogement gevestigd. Tussen de activiteiten op beide percelen bestaat een zekere mate van verweven­ heid, doordat bijvoorbeeld bij activiteiten in het kooklokaal ook gebruik wordt gemaakt van de keuken van het restaurant, of dat grotere gezelschappen dineren in het kooklokaal. Het vige­ rende bestemmingsplan staat horeca toe op Vischmarkt 6, maar niet op Vischmarkt 4. Afbeelding 1: Ligging plangebied.

^prerí^jļ!^. ^

aquaduct Velu wem eer

ÁJac/7 \ V'

plangebied

/A '

Zuiveringsinsť:

Dolfinarium^

Recreatiegebied' Strandeiland Harderwijk

Harderwijk

.**ĩ-*' ľu,

rïern

Śtaaš'

RWIJK i

Weibúrg;

IWítterïĥagérìį

mw. ţSWjåĒ,

ĩåmÊĚB.

mm

5ek Korst

tadsdennen

jlĵ.__

De kookstudio, de culiwinkel en het stadslogement zijn op grond van bestemmingsplan niet toegestaan. Deze activiteiten zijn echter wel legaal omdat in 2015 door middel van de zoge­ naamde kruimelgevallenregeling uit artikel 4 van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, hier-

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6

2

voor een vergunning is verleend. Door ook Vischmarkt 6 in het bestemmingsplan op te nemen, wordt het wederzijds gebruik van beide percelen, met uitzondering van de ondergeschikte de­ tailhandel en logiesfuncties, toegestaan.

1.2.

Huidige planologische regeling

1.2.1. Bestemmingsplan Binnenstad Voor beide percelen geldt het bestemmingsplan Binnenstad dat op 19 november 2009 door de gemeenteraad van Harderwijk is vastgesteld. Afbeelding 2: Fragment plankaart.

BESTEMMINGEN c-w

Centrum wonen

verkeer - Verblijf V-V

m&zm

DUBBEL BESTEMMINGEN Grens beschermd dopsgezlcht/stadsgezicht

AANDUIDINGEN riciiKkildľ'ijsijrtjns

lestemmingsgrww Categorie horeca A1-A2-B1-B2-B3-B4 [(1) éérste verdieping (1.2) éérste en tweede verdieping (-1) kelder]

minimale- maximale goothoogte in meters

VERKLARINGEN 5,7-6,7 gegevens GBKN

aťvxï .mn

In dat bestemmingsplan hebben de percelen de bestemming "Centrum wonen". Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor wonen. Er zijn alleen andere activiteiten toegestaan als hiervoor een aanduiding op de plankaart is aangegeven. Op het perceel Vischmarkt 6 is de aanduiding 'horeca categorie H-B1-B1(1)' aangegeven. Dit houdt in dat dit perceel mede be­ stemd is voor horeca, uitgezonderd logiesverstrekking, waarbij de activiteiten hoofdzakelijk ge­ richt zijn op bereiding etenswaren voor consumptie ter plaatse en als nevenactiviteit verstrek­ king van alcoholische en/of niet-alcoholische dranken. Op het perceel Vischmarkt 4 staat geen aanduiding.

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6

3

Het perceel heeft verder de dubbelbestemming "Beschermd dorpsgezicht/stadsgezicht". Op grond hiervan zijn de gronden tevens bestemd voor het behoud en de bescherming van het cultuurhistorische karakter van de binnenstad. Alhoewel niet op de plankaart aangegeven, hebben de gronden ook de dubbelbestemming "Ar­ cheologische waarden". De gronden zijn, onverminderd het elders in de regels bepaalde, te­ vens bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 1.2.2. Omgevingsvergunningen In 2014 is er vergunning verleend voor horecagebruik van de kelder. Het gaat om een ruimte van 18 m2 die mag worden gebruikt als ruimte voor een kleine proeverij. Ook het houden van wijncursussen behoort tot de mogelijkheden. De overige ruimte in de kelder dient als opslag en een toiletgroep. In 2015 hebben burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk echter door toepas­ sing van de zogenaamde kruimelgevallenregeling op basis van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 2 Wabo juncto artikel 4 sub 9 bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) twee keer een omgevingsvergunning verleend. Op 12 maart 2015 is daarbij vergunning verleend voor het beoog­ de gebruik van de kelder en de begane grond van het pand Vischmarkt 4 als kookstudioAlokaal (40 m2) en culiwinkel (25 m2) en voor een ruimte van 18 m2 in de kelder die mag worden ge­ bruikt als ruimte voor een kleine proeverij.

Op 21 december 2015 is daarna nog vergunning verleend om de gehele bovenverdieping als hotelkamer te verhuren. Het bestemmingsplan is in beide gevallen niet aangepast.

1.3.

Doel Het belangrijkste doel van het op te stellen bestemmingsplan "Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6" is het scheppen van een actueel, helder en toegankelijk ruimtelijk kader, zodat de huidige activi­ teiten in een bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Het bestemmingsplan biedt voldoen­ de rechtszekerheid ten behoeve van de handhaving van bestaande gebruik- en bouwrechten. Bovendien ontstaat meer helderheid voor handhavers doordat de horeca-activiteiten op het perceel Vischmarkt 4 door het onderhavige bestemmingsplan ook daadwerkelijk in een be­ stemmingsplan worden vastgelegd. Het bestemmingsplan "Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6" vervangt bij inwerkingtreding het be­ stemmingsplan "Binnenstad".

1.4.

Plangebied Het plangebied bestaat uit de panden Vischmarkt 4 en 6 inclusief de bijbehorende achtererven. De plangrenzen worden met uitzondering van de voorzijde gevormd door de perceelsgrenzen met de belendende percelen. Een deel van het kadastrale perceel van Vischmarkt 4 en 6 heeft in het vigerende bestemmingsplan Binnenstad de bestemming "Verkeer - Verblijf". Dit per-

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6

4

ceelsgedeelte is buiten het onderhavige bestemmingsplan gelaten omdat hier geen planolo­ gische wijzigingen noodzakelijk zijn. Afbeelding 3: Luchtfoto plangebied.

S/•ĩ.»»n n . 0’ ' t.

L *

:

ũtŕ LI.

Afbeelding 4: Bestaande situatie.

Vischpoort

'i3'SfHlAPlENH0ĒK

111-tį

IV

HO0ri mm GftOi.Ś'

ñpGSTRAA

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6

5

1.5.

De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6" heeft als IMRO-idn NL.IMRO.0243.BP00255-0002 en bestaat uit een gml-bestand, regels en een toelichting. Het gml-bestand kent een analoge en digitale verbeelding. De analoge versie van het plan betreft een boekje met kaarten (PDF of hardcopy). De digitale versie is te raadplegen via de landelijke voorziening (www.ruimtelijkeplannen.nl). De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestem­ mingsplan en dienen in samenhang gelezen te worden. Indien er verschil bestaat tussen de analoge en de digitale verbeelding, gaat de digitale verbeelding voor. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstal­ len aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld. De toelichting van dit be­ stemmingsplan heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het be­ stemmingsplan ten grondslag liggen en doet verslag van het onderzoek dat aan het bestem­ mingsplan vooraf is gegaan. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste inter­ pretatie en toepassing van het bestemmingsplan.

1.6.

Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan "Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6" bestaat uit de vol­ gende hoofdstukken: " in hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie beschreven. Achtereenvolgens komen de ont­ staansgeschiedenis, de ruimtelijke structuur en de aanwezige functies aan bod. " in hoofdstuk 3 wordt een schets gegeven van het beleidskader dat van belang is voor het functioneren en de ontwikkeling van het plangebied; " in hoofdstuk 4 wordt de planopzet behandeld. Hierin wordt beschreven welke ruimtelijke visie de gemeente voorstaat met de binnenstad en hoe dat wordt vertaald in het bestem­ mingsplan. Hier wordt aangegeven hoe met bestaande situaties en nieuwe ontwikkelingen wordt omgegaan; " in hoofdstuk 5 komt de uitvoerbaarheid van het plan aan bod. Aan de orde komen zaken als archeologie, ecologie, water en milieu; " in hoofdstuk 6 worden kort de verschillende neergelegde bestemmingen, de juridische plan­ opzet, behandeld en wordt verantwoording gegeven van het gebruik van de standaarden voor bestemmingsplannen in Harderwijk; " in hoofdstuk 7 wordt ingegaan op het kostenverhaal en de economische uitvoerbaarheid van het plan; " de toelichting wordt afgesloten met hoofdstuk 8 waarin wordt ingegaan op het proces van inspraak en overleg in relatie tot dit bestemmingsplan.

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6

6

2.

Huidige situatie

2.1.

Ontstaansgeschiedenis Harderwijk en omgeving worden sinds de prehistorie bewoond. De geschiedenis en ontwikke­ ling van Harderwijk laat veel aspecten en perioden zien. Zo verleende Graaf Otto van Gelre en Zutphen al op 11 juni 1231 stads- en marktrechten aan 'Herderewich'. Harderwijk groeide uit van agrarische nederzetting tot handelsplaats en kwamen er meer mensen naar de stad. De producten werden verhandeld op de Vischmarkt, die toen nog eenvoudig "markt" heette. De markt was ingericht voor beesten, een gedeelte voor schapen (tegenwoordig schapenhoek) en voor koren. Het stedelijk gebied van Harderwijk bestond tot en met de tweede wereldoorlog bijna uitsluitend uit het gebied dat "binnen de wallen en de stadsmuur" is gelegen; dus de huidige binnenstad. De woonwijk Zeebuurt vormt samen met de woonwijk Friesegracht de eerste bebouwingsring rondom de historische binnenstad. Door de ligging aan de Zuiderzee horen vissers en de visserij van oudsher bij Harderwijk. Tot de bouw van de Afsluitdijk in 1932 leefde een flink aantal gezinnen van wat de Zuiderzee te bieden had. De naam Vischmarkt herinnert nog aan die tijd. Merkwaardig genoeg werd op de Vischmarkt geen vis verkocht. Dat gebeurde bij de Hoge Bruggepoort, aan het begin van de Vijhestraat. De naam Vischmarkt is pas veel later in zwang gekomen. De bebouwing aan de Vischmarkt dateert in sommige gevallen uit de Middeleeuwen.

Van het pand Vischmarkt 4 dateert de kern uit begin 16e eeuw. De voorgevel van Vischmarkt 4 dateert uit het midden van de 19e eeuw. Het pand Vischmarkt 4 is een Rijksmonument dat volgens het monumentenregister dateert uit 1800. In de omschrijving staat het volgende aangegeven: "Pand zonder verdieping en met pannen schilddak, omstreeks 1800. Gepleisterde lijstgevel waarin eenvoudige deuromlijsting met pilasters en hoofdgestel." Vischmarkt 6 dateert uit 1966 (bron: BAG-viewer) en bestaat uit twee bouwlagen met een schilddak. Van het pand Vischmarkt 6 dateert de kern vermoedelijk ook uit de 16e eeuw. Maar je zou eerst bouwhistorisch onderzoek moeten uitvoeren of dat klopt (het kunnen ook alleen nog de woningscheidende muren zijn die die leeftijd hebben). De voorgevel en dan met name de ramen zouden wel uit de jaren zestig van de vorige eeuw kunnen stammen.

2.2.

Ruimtelijke structuur De Vischmarkt is een plein in de binnenstad van Harderwijk. Het plein wordt gekenmerkt door een drietal evenwijdig lopende bomenrijen Aan de westzijde wordt een deel van de pleinwand gevormd door de Vischpoort en een deel van de oude stadsmuren. De overige pleinwanden bestaan uit aaneengesloten individuele bebouwing, die bestaat uit één of twee bouwlagen met een kap. Vischmarkt 4 en 6 maken hier onderdeel van uit.

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6

7

2.3.

Aanwezige functies De Vischmarkt heeft een statige uitstraling waaraan vooral wonen, hoogwaardige horeca en enkele bijzondere functies voorkomen. Aan de Vischmarkt 6 is het restaurant Ratatouille geves­ tigd. Op het perceel Vischmarkt 4 zijn een culiwinkel, een kooklokaal en het stadslogement ge­ situeerd. Afbeelding 5: Vooraanzicht.

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6

8

3.

Beleidskader

3.1.

Algemeen Het (inter)nationale en provinciale beleid, is veelal van een andere schaal en aard dan de schaal die noodzakelijk is voor het opstellen van een (kleinschalig) bestemmingsplan. Omdat het onderhavige bestemmingsplan uitsluitend een functieverandering mogelijk maakt, wordt uitsluitend ingegaan op gemeentelijk beleid.

3.2.

Ruimtelijk beleid

3.2.1. Stadsvisie 2031 Op 10 juni 2010 is de Stadsvisie Harderwijk 2031 vastgesteld. De Stadsvisie Harderwijk 2031 is gemaakt om een ontwikkelingsrichting voor de stad te bepalen op het gebied van voorzienin­ gen, werkgelegenheid, woonklimaat en bereikbaarheid. Hierbij moeten strategische keuzes worden gemaakt. De visie is integraal. Dit betekent dat er nadrukkelijk wordt gekeken naar de onderlinge samenhang tussen de ruimtelijke, sociale en economische beleidsvelden. De visie is een uitgangspunt voor de intensieve samenwerking tussen bestuur, bevolking, bedrijfsleven, instellingen, organisaties en andere overheidsinstanties. Gekozen is voor scenario 2 "Verdiepen". Ontwikkeling is namelijk noodzakelijk om van Harder­ wijk een aantrekkelijke woon- en werkgemeente te maken. De Stadsvisie beschrijft de visie op de toekomst aan de hand van vier thema's: « woonklimaat: "Prettig wonen in bijzondere woonwijken voor alle doelgroepen"; « maatschappelijke voorzieningen: "Harderwijk loopt voorop op het gebied van sport, cultuur, onderwijs, zorg en welzijn"; « werken: "Een sterke economische structuur door een duidelijk economisch imago"; « bereikbaarheid: "Goede bereikbaarheid voor alle vervoerssoorten met aandacht voor milieu en veiligheid".

Er wordt naar gestreefd volop gebruik te maken van de sterke kanten van de stad: ligging aan unieke Natura2000 gebieden, de historische binnenstad, het imagoproject Waterfront en vesti­ gingslocaties aan A28, N302 en N303. Voor de binnenstad geldt dat gestreefd wordt naar het herstellen van het historische karakter van de binnenstad en de vesting. De "Stadsvisie Harderwijk 2031" geeft aan welke koers Harderwijk wil varen. De volgende stap is het vertalen van deze stadsvisie in één integrale visie. Een visie waarin een duidelijke socia­ le, economische én ruimtelijke pijler herkenbaar is. Per onderwerp worden de ambities en be­ leidsdoelen beschreven zodat de vraag "wat willen we in de komende jaren bereiken" helder wordt beantwoord. In de uitvoeringsagenda die hieraan wordt gekoppeld, staan de maatregelen die het gemeentebestuur de komende jaren neemt om die gestelde doelen te bereiken.

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6

9

3.2.2. Structuurvisie Harderwijk 2031 De Structuurvisie Harderwijk 2031 is op 20 december 2012 door de gemeenteraad vastgesteld. Deze integrale structuurvisie is een uitwerking van de in juni 2010 door de gemeenteraad vast­ gestelde stadsvisie. In de structuurvisie wordt aangegeven wat in de periode tot 2031 voor de gemeente Harderwijk de belangrijkste thema's zijn waar integraal aan gewerkt gaat worden door de gemeente, het bedrijfsleven, de maatschappelijke organisaties en door inwoners zelf. De visie is een document waar het economische, sociale en ruimtelijke beleid met elkaar in ver­ band is gebracht. Het betreft een visie waarin kaders zijn gesteld met doelstellingen om de in de Stadsvisie verwoorde ambitie te verwezenlijken. Deze doelstellingen zijn ondergebracht in 4 ontwikkelsporen: Zorgzame stad, Ondernemende stad, Aantrekkelijke stad en Verbindende stad. De structuurvisie zal fungeren als beoordeling- en sturingsinstrument op alle gemeentelijke be­ leidsterreinen. Het is daarmee een beleidsdocument dat de gemeente bindt. De gemeente kan daar alleen van afwijken indien daar een goede motivering voor is. Daarnaast wordt richting gegeven aan te verrichten inspanningen en te nemen maatregelen die moeten leiden tot de realisatie en totstandkoming van de in het beleid nagestreefde doelen.

De structuurvisie ver­ vangt hiermee het structuurplan Harderwijk 2020 en is daarmee: " een visie op de sociale, economische en ruimtelijke ontwikkelingen in Harderwijk voor de middellange en lange termijn; " een integrale visie met de hoofdlijnen van voorgenomen ontwikkelingen betreffende het le­ ven, werken en verblijven in Harderwijk; " de wijze waarop de gemeente de doelstellingen denkt te realiseren. In de structuurvisie draagt de historische binnenstad bij aan Harderwijk als 'Aantrekkelijke stad'. De binnenstad levert daardoor een bijdrage aan de algemene doelstelling dat Harderwijk een aantrekkelijke stad is om in te wonen, werken, leven en verblijven. Harderwijk streeft daarom naar een (boven)lokaal voorzieningenaanbod dat in de behoefte van de regio Noord Veluwe voorziet. Uiteraard levert een hoogwaardige horecavoorziening een bijdrage aan het bereiken van deze doelstelling. 3.2.3. Binnenstadsvisie en actieplan Harderwijk De Binnenstadsvisie en actieplan Harderwijk is door de gemeenteraad op 7 juli 2016 vastge­ steld. Met deze visie wordt beoogd de positie van de binnenstad van Harderwijk versterken door het (gezamenlijk) uitvoeren van de genoemde acties. De detailhandel en horeca zijn belangrijke spelers in de binnenstad van Harderwijk.

Het gedrag van consumenten verandert door de komst van internetwinkels en economische ontwikkelingen, waardoor het winkelbestand ook verandert. Uit onderzoek blijkt dat de consument van tegen­ woordig steeds meer op zoek is naar beleving in de binnenstad. Onze oude historische binnen­ stad leent zich daar uitstekend voor. En ook de talrijke evenementen die elk jaar georganiseerd worden, zijn het bezoeken meer dan waard. Daarnaast is de binnenstad werkgebied en worden landelijk gezien binnensteden steeds populairder om te wonen. De functie van de Harderwijkse

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6

10

binnenstad van 2031 zal in veel opzichten anders zijn dan nu. In een nieuwe visie op de bin­ nenstad geeft het gemeentebestuur samen met ondernemers in alle sectoren (detailhandel, horeca, cultuur en andere bedrijvigheid), instellingen, vastgoedeigenaren en bewoners vorm aan een toekomstbestendig en gevarieerd aanbod, sterke woonaantrekkelijkheid, groeipotentie en vernieuwingskracht van Harderwijk. De Harderwijkse binnenstad versterkt haar positie als gastvrij, regionaal verzorgend centrum met een hoofdfunctie voor Harderwijk en de regio (regio Noord-Veluwe, Zeewolde/Dronten en Flevoland). Voor bewoners is de binnenstad een aantrekkelijke leefomgeving, voor lokale en regionale bezoekers biedt het een brede en complete mix aan recreatieve en functionele voor­ zieningen en voor toeristen is het een aangename verblijfsomgeving met vele recreatiemoge­ lijkheden. Het aanbod in functies en faciliteiten, inrichting en uitstraling van de verschillende deelgebieden in de binnenstad nodigt hiertoe uit. De ligging aan het water, aanwezigheid van gebruiksgroen, veelheid aan monumenten, enkele 'verborgen parels' net buiten het kernwinkelgebied zoals de Vischmarkt en de verzorgde inrichting van de openbare ruimte dragen daar sterk aan bij.

Voor het onderhavige bestemmingsplan is onder meer van belang dat daarbij wordt gestreefd naar het verder uitnutten van de sterke punten en kansen om de regiofunctie te versterken is de grootste uitdaging voor Harderwijk. Het initiatief levert daarbij een bijdrage aan een gastvrije, recreatieve binnenstad, waardoor Harderwijk zich nog meer kan positioneren als recreatieve bestemming. De kwaliteit en diversiteit van het horeca-aanbod in de Harderwijkse binnenstad wordt door bezoekers zeer positief gewaardeerd. Het is vooral zaak de waardering van bezoe­ kers op peil te houden. De Vischmarkt is binnen de binnenstad een bijzonder plein, enerzijds vanwege de historische uitstraling en anderzijds doordat er enkele restaurants in het hogere segment gevestigd zijn. De Vischmarkt zou nog sterker als bijzonder (culinair) gebied geprofileerd kunnen worden, bijvoor­ beeld door culinaire of culturele evenementen die dezelfde doelgroep aanspreken. Een hoogwaardige horecavoorziening levert een bijdrage aan het bereiken van de doelstellin­ gen uit de Binnenstadsvisie.

3.3.

Archeologie en monumentenbeleid

3.3.1. Nota Cultuurhistorie In 2008 heeft de gemeente de nota Cultuurhistorie vastgesteld. Uitgangspunt in de nota is om de fysieke cultuurhistorie te behouden en te beschermen. Cultuurhistorische waardevolle pan­ den zijn aangewezen als rijks- of gemeentelijke monumenten. Deze worden sectoraal be­ schermd door de Erfgoedwet en de Erfgoedverordening Harderwijk 2017. Bijzonder Cultuur­ landschap wordt beschermd bij het bestemmingsplan.

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6

11

De horecafunctie van de cultuurhistorische waardevolle panden aan de Vischmarkt 4 en 6 maakt die cultuurhistorie ook zichtbaar voor gasten van de horeca en draagt zodoende ook bij aan de beleving van dit erfgoed. 3.3.2. Archeologienota De gemeente moet bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische monumenten. Het gemeentelijk arche­ ologisch beleid is verwoord in het in april 2011 vastgestelde archeologiebeleid 2011 -1015. Hier­ aan is de beleidskaart archeologie gekoppeld. De Beleidskaart Archeologie is tot stand geko­ men door onderzoek van archeologisch adviesbureau RAAP (RAAP- rapport 2050 "Een actuali­ satie en herziening van de archeologische verwachting"). In de beleidskaart Archeologie is aangegeven wanneer bij nieuwe planontwikkelingen archeolo­ gisch vooronderzoek plaats dient te vinden. Doel van het archeologisch (voor)onderzoek is het waar nodig beschermen van archeologische waarden en het streven naar behoud van de waar­ den in de bodem (in situ). De essentie van het archeologisch (voor)onderzoek is het verkrijgen van gegevens over de archeologische resten in de bodem teneinde in een vroeg stadium een goede afweging te kunnen maken van alle bij een ruimtelijk besluit betrokken belangen.

Op de beleidskaart archeologie zijn per waarde- of verwachtingsgebied de vrijstellingsgrenzen aangegeven. Het beleid is om in bestemmingplannen een dubbelbestemming "Waarde - arche­ ologie" op te nemen met bijhorende bouwregels en aanlegvergunningstelsel met inachtneming van de vrijstellingsgrenzen. In paragraaf 5.2 wordt nader op dit onderwerp ingegaan.

3.4.

Welstandsbeleid Een bestemmingsplan is erg belangrijk voor het bouwen op en gebruiken van gronden. Vergun­ ningsaanvragen worden immers getoetst aan de regels uit het bestemmingsplan. Naast de bestemmingsplanbepalingen en de bouwtechnische eisen waaraan een bouwwerk moet voldoen, is het uiterlijk ervan erg belangrijk. Hiervoor is een welstandsnota opgesteld. In de welstandsnota van Harderwijk wordt invulling gegeven aan de esthetische aspecten van het ruimtelijke kwaliteitsbeleid. De welstandsnota gaat daarbij vooral in op de architectonische aspecten van bouwwerken, zoals massa, vorm, positionering, kleur- en materiaalgebruik en detaillering. In stedenbouwkundige zin spreekt de welstandsnota zich uit over de uitstraling en ligging van de bebouwing in relatie tot de omgeving. In de welstandsnota zijn regels opgenomen voor: « kleine bouwinitiatieven die welstandsvrij zijn; « kleine bouwinitiatieven waarvoor de zogenaamde 'sneltoetscriteria' gelden (criteria voor meest voorkomende kleine bouwactiviteiten); « grote bouwinitiatieven waarvoor lichte, gemiddelde en zware welstandstoets gelden;

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6

12

"

grote bouwinitiatieven voor ontwikkelingslocaties, die in aparte beeldkwaliteitsplannen zijn vervat. Het onderhavige bestemmingsplan is niet gericht op het mogelijk maken van nieuwe bouwinitia­ tieven.

3.5.

Milieubeleid

3.5.1. Milieubeleidsplan Harderwijk 2009-2012 De gemeente Harderwijk streeft naar samenhang in het bestaande veelomvattende milieube­ leid. Het milieubeleidsplan 2009-2012 maakt inzichtelijk waar Harderwijk voor staat, geeft rich­ ting aan het beleid voor de komende periode en vervult een aanjaagfunctie om verbeteringen te realiseren. Vanuit deze gedachte worden twee speerpunten benoemd waarbij rekening is ge­ houden met de landelijke beleidsontwikkeling: klimaatbeleid en een gebiedsgericht milieubeleid. Het zorgdragen voor een duurzame leefomgeving is het hoofddoel van dit milieubeleid. Onder een duurzame leefomgeving verstaan we het voorzien in onze behoeften, zonder de toekomsti­ ge generaties de mogelijkheden voor dezelfde behoeftes te ontnemen. Dit milieubeleidsplan geeft kaders voor beleid en laat de bevolking van Harderwijk en Hierden zien hoe de gemeente zich inzet om de lokale milieuproblemen op te lossen. Binnen de gemeentegrenzen van Harderwijk bestaat een grote diversiteit in gebieden, met elk hun eigen kenmerken en functies. Bij ruimtelijke ontwikkeling streven we naar een optimale leefomgevingskwaliteit. Door gebieden te onderscheiden wordt duidelijk welke milieukwaliteit gewenst is en of een ontwikkeling in het desbetreffende gebied past.

Deze gebiedsgerichte be­ nadering biedt ruimte om milieubeleid beter te laten aansluiten bij de dynamiek van ruimtelijke ontwikkelingen. 3.5.2. Gebiedsgericht milieubeleid In het Milieubeleidsplan is voor verschillende delen van Harderwijk gebiedsgericht milieubeleid opgesteld. Door het opstellen van gebiedsgericht milieubeleid komen de specifieke kwaliteiten, knelpunten, de milieubelasting en de milieuambities van het gebied in beeld. Het plangebied behoort tot het deelgebied Binnenstad. Voor horeca zijn met name de aspecten geluid en geur van belang. Horecabedrijven in de binnenstad moeten -net als elders in de gemeente- voldoen aan de geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit. In het Activiteitenbesluit zijn daarnaast ook voorschriften opgenomen, bijvoorbeeld over afzuiging. Deze voorschriften moeten geuroverlast voldoende beperken en voorkomen. Bij de uitoefening van de bestaande activiteiten in het plangebied wordt uiteraard al voldaan aan de voorschriften van het Activiteitenbesluit. 3.5.3. Routekaart naar een klimaatneutraal Harderwijk: De Energieke stad Harderwijk heeft vele kansen om zich te profileren op het gebied van duurzaamheid en in het bijzonder duurzame energie. Vanwege die kansen stelt de gemeente zich het volgende doel: in 2031 (Harderwijk 800 jaar) wordt binnen de gemeentegrenzen 45 /o minder CO2 uitgestoten (referentiejaar 2010).

Deze ambitie zal worden bereikt door in te zetten op: " energie besparing;

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6

13

" "

opwekken van duurzame energie; compenseren (bijvoorbeeld door inkoop groene energie).

Met het stellen van deze ambitie wil de gemeente in het bijzonder lokaal bijdragen aan de eco­ nomische vitaliteit, leefbaarheid en identiteit van de gemeente. Het loont om te investeren in energiebesparende maatregelen vanwege lagere lasten en vanwege de toegevoegde waarde aan het investeringsobject. Maar het betekent ook dat het opwekken van energie geld oplevert, duurzame energie zal in de toekomst alleen maar waardevoller worden. Door nu te investeren in het opwekken van duurzame energie wordt de afhankelijkheid van stijgende energieprijzen en het opraken van fossiele brandstoffen in de toekomst beperkt. Het lokaal investeren van die opbrengsten of meedelen in revenuen draagt bij aan de vitaliteit en zelfvoorzienendheid van de gemeente. Daarnaast laat de gemeente met deze doelstelling zien dat zij haar principiële ver­ antwoordelijkheid neemt ten aanzien van klimaatverandering. Let op! Duurzaamheid is nadruk­ kelijk meer dan alleen het besparen van energie of het treffen van milieumaatregelen (peopleprofit-planet). 3.5.4.

Beleidsvisie externe veiligheid Veluwe Noord De Gezamenlijke beleidsvisie externe veiligheid gemeenten in de regio Veluwe-Noord uit 2013 biedt aan de Noord-Veluwse gemeenten (Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Nunspeet, Oldebroek en Putten) is een kader om op gestructureerde wijze keuzes te maken over externe veiligheid en met name in de samenhang tussen ruimtelijke ordening en externe veilig­ heid. Daarnaast biedt de beleidsvisie ook een platform voor een samenwerking tussen de afde­ lingen van de gemeenten en bijvoorbeeld de hulpdiensten. Een belangrijk nevendoel van de beleidsvisie is om de beschikbare gemeentelijke middelen efficiënt in te zetten. Vanuit de externe veiligheidswetgeving gelden verplichtingen waarvan de invulling een inspanning vraagt van het gemeentelijk apparaat. De systematiek in de beleidsvisie externe veiligheid voorziet in het concentreren van de aan­ dacht op gebieden waar deze 'winst' is te realiseren en in het volstaan met algemene beleidsre­ gels voor gebieden op grotere afstand. Geld en kennis worden daarmee ingezet op plaatsen waar deze nodig zijn. Veel externe veiligheidsbeleid is vastgelegd in landelijke wet- en regelgeving, maar gemeenten zijn grotendeels verantwoordelijk voor de invulling en uitvoering daarvan.

Gemeenten dienen een antwoord te hebben op nieuwe technische en juridische inzichten, alsook ontwikkeling van nieuwe risicobronnen. Bij het invullen en uitvoeren van externe veiligheidsbeleid zijn drie thema's te onderscheiden: " inzicht verkrijgen in de externe veiligheidssituatie; " keuzes maken; " samenwerken.

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6

14

Hotels en restaurants worden gezien als beperkt kwetsbare objecten. In de beleidsvisie is aan­ gegeven op welk niveau het groepsrisico verantwoord dient te worden. Op ongeveer 1.500 meter afstand van het plangebied ligt het spoortracé Amersfoort-Zwolle. Over dit spoortraject kunnen (zeer) giftige (vloei)stoffen worden vervoerd (D4). Hierdoor is het invloedsgebied bepaald op 4.000 meter. Een scenario waarmee de omgeving geconfronteerd kan worden, is het vrijkomen van een giftige vloeistof of gas uit een spoorketelwagon. Een sce­ nario waarbij in één keer de gehele hoeveelheid gevaarlijke stof vrijkomt (instantaan falen om­ hulling) is - gezien het scenarioverloop - niet beheersbaar. Een (druppel)lekkage is dat wel, mits er voldoende toereikende bluswatervoorzieningen aanwezig zijn. Het plangebied ligt buiten de 200 meter. Een uitgebreide verantwoording is niet noodzakelijk. Op basis van het Bevt dient voor een ruimtelijk besluit buiten de 200 meter vanaf de transportroute ingegaan te worden op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, spoorweg of dat binnenwater. Daarnaast stelt het Bevt dat de Veiligheidsregio in de gelegenheid gesteld moet worden om advies uit te brengen over de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid.

3.6.

Bodembeleid De gemeente heeft samen met de omliggende gemeenten Elburg, Ermelo, Nunspeet, Elburg, Oldebroek en Putten een bodemkwaliteitskaart en bodembeheernota opgesteld. De Nota bo­ dembeheer regio Noord Veluwe is vastgelegd in het document met kenmerk R0021206995LNH-baw-V02-Nl d.d 21 januari 2014 (Tauw). In deze nota is omschreven welke keu­ zes de gemeenten hebben gemaakt ten aanzien van generiek en gebiedsspecifiek beleid, en onder welke voorwaarden grond en bagger mag worden toegepast binnen de regio. In paragraaf 5.5.4 wordt nader op dit onderwerp ingegaan.

3.7.

Waterbeleid

3.7.1. Europese Kaderrichtlijn Water (2003) De Europese Kaderrichtlijn Water gaat er vanuit dat water geen gewone handelswaar is, maar een erfgoed dat moet worden beschermd en verdedigd. Het hoofddoel van de richtlijn is daarop gebaseerd. De Kaderrichtlijn Water geeft het kader voor de bescherming van landoppervlaktewater, overgangswater, kustwater en grondwater. Dat moet ertoe leiden dat: aquatische eco­ systemen en gebieden die rechtstreeks afhankelijk zijn van deze ecosystemen, voor verdere achteruitgang worden behoed; emissies worden verbeterd; duurzaam gebruik van water wordt bevorderd op basis van bescherming van de beschikbare waterbronnen op lange termijn; er wordt gezorgd voor een aanzienlijke vermindering van de verontreiniging van grondwater. 3.7.2. Nationaal Waterplan De hoofddoelstelling voor waterbeheer in Nederland is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP): Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. Het Nationaal Water-

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6

15

plan is tevens een structuurvisie op basis van de Waterwet en de Wet ruimtelijke ordening en is opgesteld voor de planperiode 2016-2021. 3.7.3. Waterbeleid in de 21e eeuw (2000) De hoge waterstanden in de rivieren in 1995 en 1996 en de klimaatscenario's waarin naast de zeespiegelstijging ook meer en heviger buien worden voorspeld hebben geleid tot vernieuwde aandacht voor water. Nederland is met zijn lage ligging en hoge verstedelijkingsgraad kwets­ baar voor wateroverlast en de veiligheid is in de toekomst in het geding. Maar ook door de dro­ gere zomers is er het risico van watertekorten en verdroging. De commissie "Waterbeheer 21e eeuw" heeft in opdracht van de regering duidelijk gemaakt dat we anders moeten omgaan met water en ruimte. Ruimte die nu beschikbaar is voor de bescherming tegen overstromingen en wateroverlast moet ten minste behouden blijven. De aanwezige ruimte mag niet sluipenderwijs verloren gaan bij de uitvoering van nieuwe projecten voor infrastructuur, woningbouw, landbouw of bedrijventerreinen. Daarbij zijn De trits 'vasthouden, bergen en afvoeren' en' schoonhouden, scheiden en zuiveren' belangrijke uitgangspunten. De trits 'vasthouden, bergen en afvoeren' houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms in een stroomgebied wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater.

Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthou­ den en bergen te weinig opleveren, wordt het water afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste, wanneer schoonhou­ den en scheiden niet mogelijk is, komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod. 3.7.4. Omgevingsverordening Gelderland Op 19 december 2018 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. In de Omgevingsverordening zijn regels (randvoorwaarden) opgenomen passend bij de provinciale aanpak van ambities en doelen in de Omgevingsvisie. Veel van deze regels waren eerder in diverse andere verordeningen van de provincie opgenomen. De provincie trekt deze oude verordeningen in en brengt de Omgevingsverordening ervoor in de plaats. De regels in de Omgevingsverordening zijn zodanig dat zij goed passen bij de accenten in de aanpak van de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal.

De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening heeft de status van: « ruimtelijke verordening in de zin van artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening « milieuverordening in de zin van artikel 1.2 Wet Milieubeheer « waterverordening in de zin van de Waterwet

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6

16

"

verkeersverordening in de zin van artikel 57 van de Wegenwet en artikel 2 A van de Wegen­ verkeerswet

In de verordening staan ook doelen voor het waterbeheer, de maatregelen die daarvoor nodig zijn en wie ze gaat uitvoeren. Voor oppervlaktewaterkwaliteit, hoogwaterbescherming, regionale wateroverlast, watertekort en waterbodems gelden provinciebrede doelen. Voor een aantal functies, zoals landbouw, natte natuur, waterbergingsgebieden en grondwaterbeschermingsge­ bieden, zijn specifieke doelen geformuleerd. Vanwege de Europese Kaderrichtlijn Water is voor bepaalde oppervlaktewateren vastgelegd of het een kunstmatig of sterk veranderd oppervlak­ tewater is. Ook zijn voor die oppervlaktewateren ecologische doelen geformuleerd. Voor verbe­ tering van de grondwaterkwaliteit zijn maatregelen opgenomen. In de omgevingsverordening van provincie Gelderland zijn geen specifieke watergerelateerde doelen/maatregelen opgenomen voor het onderhavige plangebied. 3.7.5. Waterbeheer 21e eeuw (WB21) Het thema "water als ordenend principe" loopt als een rode draad door het gehele plan. Dit houdt in dat, voordat er beslissingen worden genomen op ruimtelijk gebied, er wordt bekeken welke gevolgen die hebben voor watersystemen. Het rijk, provincies, gemeenten, waterschap­ pen en drinkwaterbedrijven, hebben besloten maatregelen voor een doelmatiger waterbeheer overeen te komen in dit Bestuursakkoord Water.

Het waterschap gaat zich inzetten voor een mooi, veilig, schoon, gezond en duurzaam beheer van het watersysteem en de waterketen. Het doel is om de kwaliteit van het beheer te vergroten tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. De burger laten zien wat wordt bereikt en transparant zijn over de kosten. Dat doen de partijen vanuit eigen verantwoordelijkheden waarbij we de expertise en deskundig­ heid met elkaar delen. 3.7.6. Waterbeheerprogramma 2016-2021 Waterschap Vallei en Veluwe Waterschap Vallei en Veluwe is beheerder en bevoegd gezag voor zowel waterkwantiteit als kwaliteit van de primaire watergangen (voor gemeente Harderwijk ook de watergangen in het stedelijk gebied). Voor werkzaamheden op, aan of in nabijheid van watergangen en waterkerin­ gen geldt de Keur en heeft het waterschap algemene regels opgesteld. In het Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 heeft waterschap Vallei en Veluwe tactische doelen geformuleerd. Per jaarplan wordt concreet invulling gegeven aan de daadwerkelijke realisatie van deze doelen. 3.7.7. Keur Waterschap Vallei en Veluwe Op 1 januari 2014 is de nieuwe Keur met de Algemene - en Beleidsregels van Waterschap Val­ lei en Veluwe in werking getreden. Het waterschap stelt deze regels vast ter behartiging van de waterschapstaak en het bereiken van de doelstelling zoals genoemd in artikel 2.1 van de Waterwet.

Alle handelingen in of nabij een waterstaatswerk worden hieraan getoetst.

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6

17

Om zijn taak uit te kunnen oefenen, maakt het waterschap gebruik van de Keur en de Legger. De Keur is een door het waterschapsbestuur vastgestelde verordening waar gedoogplichten, geboden en verboden in staan. Deze regels gelden voor toestanden en handelingen op en vlakbij waterkeringen, watergangen en kunstwerken zoals duikers. De Legger bevat de ligging en maatvoering van waterstaatkundige werken en waterpartijen, alsmede de onderhouds- en beschermingszones. In de Legger wijst het waterschap tevens aan wie het onderhoud van een watergang, dijk of constructie moet uitvoeren. Ook wordt bepaald of er controle (schouw) wordt gedaan. De legger bepaalt samen met de keur welke regels er voor inwoners en gebruikers gelden en wordt daarom door het bestuur van het waterschap gesteld. Het waterschap levert de gemeente deze gegevens aan, teneinde de hoofdwatergangen en waterkeringen, inclusief de onderhouds- en beschermingszone in het bestemmingsplan te regelen en de bouwmogelijkhe­ den, voor zover noodzakelijk, te kunnen regelen. Algemene regels Veel handelingen op en nabij de waterstaatswerken zijn vrijgesteld van de vergunningsplicht. Deze handelingen heeft het waterschap in algemene regels opgenomen.

Verantwoordelijkheden " Hemelwater: Een belangrijk principe is dat zoveel mogelijk van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het opper­ vlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdro­ ging wordt tegengegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. " Grondwater: Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structu­ reel onttrekken Z draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voor­ komen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikke­ ling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. " Oppervlaktewater: Het waterschap is verantwoordelijk voor het peilbeheer in regionaal oppervlaktewater.

Daarbij heeft het waterschap de taak om het oppervlaktewatersysteem zo in te richten dat er geen in­ undatie plaatsvindt tot 1 maal per 100 jaar in stedelijk en 1 maal per 10 jaar in landelijk gebied.

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6

18

3.7.8. Waterplan Harderwijk 2013-2018 Het Waterplan Harderwijk 2013-2018 is op 8 oktober 2013 vastgesteld en is een gezamenlijk plan van de gemeente Harderwijk en Waterschap Vallei en Veluwe. Met dit plan willen beide partijen, samen met burgers, verenigingen en andere betrokkenen, verder werken aan het ver­ beteren van het water in Harderwijk. De hoofddoelstelling van het Waterplan Harderwijk is: "In beeld te brengen en uitvoeren van de benodigde maatregelen voor het realiseren en behouden van een veilig, veerkrachtig en ecologisch gezond functionerend watersysteem met het oog op een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving". In dit Waterplan is onder meer een Kansen- en knelpuntenkaart opgenomen en een Visiekaart. Het plangebied staat op de Kansen en knelpuntenkaart als een gebied dat valt binnen/buiten de grondwaterfluctuatiezone. In de grondwaterfluctuatiezone is extra aandacht nodig gezien de in de toekomst te verwachten hogere grondwaterstanden. Voor alle wijken met een gemengd rioolstelsel geldt dat herstructureringsprojecten, daar waar mogelijk gecombineerd worden met het afkoppelen van hemelwater. Bij nieuwbouw dient de ontwateringsdiepte ten opzichte van het bouwpeil minimaal 0,9 m te zijn. 3.7.9.

Zuiveringskring Afvalwaterketen Plan WHEP 2016-2020 (ZAP) Het ZAP is een gezamenlijk plan van gemeenten Harderwijk, Ermelo en Putten alsmede Water­ schap Vallei en Veluwe en heeft de status van het (wettelijk verplicht) verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP). In het plan zijn de volgende beleidsmatige uitgangspunten gedefinieerd voor de wettelijke gemeentelijk zorgplichten stedelijke afvalwater, hemelwater en grondwater: Stedelijk Afvalwater Uitgangspunt voor stedelijk afvalwater zijn de wettelijke verplichtingen Wet milieubeheer art. 10.33. Stedelijk afvalwater bestaat uit huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. De zorgplicht voor stedelijk afvalwater kent in vergelijking met de andere zorgplichten weinig vrijheid: inzamelen, transporteren en zuiveren (door het waterschap) is verplicht. Hemelwater Op het gebied van hemelwater is de belangrijkste opgave de gevolgen van de klimaatverande­ ring op te vangen. We doen dit door aanpassingen van onze systemen en door meer gebruik te gaan maken van de openbare ruimte voor opvang en afvoer van hemelwater. Vanuit de Waterwet artikel 3.5 zijn gemeenten verantwoordelijk voor een doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater.

Deze verantwoordelijkheid geldt alleen zolang degenen die zich wil ontdoen van hemelwater niet redelijkerwijs de mogelijkheid heeft om het hemelwater zelf in de bodem of op een oppervlaktewater te lozen. Uitgangspunten hierbij zijn:

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6

19

"

" " "

perceeleigenaar is in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor inzameling en verwerking van hemelwater (infiltratie op eigen terrein). Indien dit redelijkerwijs niet van de perceeleige­ naar kan worden verwacht, zal de gemeente de zorgplicht over moeten nemen; perceeleigenaren van bestaande bebouwing worden gestimuleerd om hemelwater van de vuilwater riolering af te koppelen; bij eventuele reconstructie: hemelwater van openbaar gebied afkoppelen van riolering, tenzij dit niet doelmatig blijkt te zijn; bij eventuele nieuwe grootschalige ontwikkelingen (inbreiding en/of herinrichting): hemelwa­ ter in principe bij voorkeur lokaal inzamelen en verwerken (infiltratie of lozing op oppervlak­ tewater), tenzij dit ondoelmatig blijkt te zijn (bijvoorbeeld bij hoge grondwaterstand of be­ staand dicht stedelijk gebied).

Om het afstromend hemelwater schoon te houden worden geen uitlogende materialen gebruikt bij de woningbouw en in de openbare ruimte (straatmeubilair en dergelijke). Op nieuwe bouwlo­ caties zal alleen het huishoudelijk afvalwater worden aangesloten op de gemeentelijke riolering. Voor het hemelwater moet een andere wijze van afvoeren worden gevonden. Hiervoor bestaan in principe twee mogelijkheden, namelijk infiltratie in de bodem en lozing op het oppervlaktewa­ ter. Grondwater De bewoner heeft de verplichting om grondwater op eigen terrein te verwerken (Waterwet arti­ kel 3.6). De gemeente heeft een regierol wat inhoudt dat in overleg met degene die overlast ervaart er wordt gekeken naar een mogelijke oplossing. Uitgangspunten hierbij zijn: " de perceeleigenaar: verwerkt grondwater op eigen terrein en zorgt voor een waterdicht pand. " de gemeente: neemt meldingen in ontvangst en zoekt naar een oplossing. " alleen als geen enkele andere partij een oplossing kan of hoeft te bieden, dan neemt de ge­ meente maatregelen. Er worden alleen maatregelen genomen als sprake is van structurele grondwateroverlast die de gemeente op een doelmatige manier kan oplossen. " het waterschap; neemt peilbesluiten en beïnvloedt hiermee de grondwaterstand. Vooral bui­ ten de bebouwde kom speelt het waterschap hiermee een belangrijke rol.

Ook verleent het waterschap vergunning voor kleinere grondwateronttrekkingen. " de provincie: verleent vergunningen voor grotere industriële grondwateronttrekkingen, ont­ trekkingen voor de drinkwatervoorziening en onttrekkingen voor een bodemenergiesysteem. Ook werkt de provincie aan natuurontwikkeling. Vooral als ergens sprake is van verdroging zal grondwater voor de provincie een belangrijk onderwerp zijn. Grondwaterneutraal bouwen Voor de bouw van eventuele ondergrondse ruimten (kelders) moet de grondwaterstand gedu­ rende de uitvoeringsperiode mogelijk worden verlaagd. De constructie van de kelder(s) moet zodanig waterdicht worden uitgevoerd dat na de bouw in de gebruiksfase geen (permanente) grondwaterstandverlaging nodig is. Tevens betekent dit ook, dat bij nieuwbouw het vloerpeil

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6

20

(bijvoorbeeld ophogen) of de bouwwijze (bijvoorbeeld kruipruimte loos) moet worden afgestemd op de grondwaterstand, zodat er geen permanente drainage nodig is. Om grondwateroverlast te voorkomen moet er een watertoets worden uitgevoerd. 3.7.10.Watertoets Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van rijk, provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nage­ streefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige as­ pecten. In paragraaf 5.4 zijn de resultaten van de watertoets beschreven.

3.8.

Groenbeleid In het Handboek Harderwijks Groen staat het Harderwijkse groenbeleid voor stad, landschap en bos in samenhang met elkaar beschreven. Dit beleidsplan is in december 2007 door de raad van de gemeente Harderwijk vastgesteld. Hoofddoelstelling van beleid is de hoofdstructuur van stedelijk groen (de Groene Mal) in stand te houden en te versterken. Hier zal niet worden ge­ bouwd en worden ontbrekende schakels hersteld. Omdat onderhavig bestemmingsplan betrekking heeft op twee percelen is het beleid uit dit handboek niet relevant voor de planontwikkeling.

3.9.

Verkeers- en vervoersbeleid

3.9.1. Verkeer Het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente Harderwijk is opgenomen in het Verkeersstructuurplan (VSP). Het VSP is in december 2010 vastgesteld door de gemeenteraad van Har­ derwijk en het plan bestaat uit een deel Mobiliteitsvisie (met een doorkijk naar 2030) en een deel Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan. Het VSP geeft aan dat de komende jaren priori­ teit wordt gegeven aan het aanpakken van verkeersonveiligheid in algemene zin en verkeersonveilige locaties in het bijzonder en daarnaast het stimuleren van het fietsverkeer in de ge­ meente Harderwijk. In paragraaf 5.7.1 wordt nader op dit onderwerp ingegaan. 3.9.2. Parkeren Op 23 mei 2013 is door de gemeenteraad een Parkeernormennota vastgesteld. Deze Parkeernormennota is een uitwerking van de vastgestelde visie op parkeren in Harderwijk (GVVP). De Parkeernormennota dient tevens als uitbreiding/toevoeging aan de parkeerfondsregeling. Omdat er geen wettelijke, door de rijksoverheid vastgestelde en voorgeschreven parkeernormen bestaan, heeft de gemeente Harderwijk besloten om de parkeernormen in één document vast te stellen met normen die specifiek toepasbaar zijn voor de situaties binnen de gemeente Harderwijk.

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6

21

Deze parkeernormen worden gebruikt bij het berekenen van de parkeerbehoefte bij voorzienin­ gen als woningen, scholen, winkels, kantoren en bedrijven. Het vaststellen van deze parkeer­ normen is onder meer voor burgers, projectontwikkelaars en de gemeente Harderwijk zelf van belang. Door het vaststellen is het namelijk voor iedere belanghebbende duidelijk en inzichtelijk welke parkeernormen voor een bepaalde functie gehanteerd worden. Hierdoor ontstaat eendui­ digheid in het parkeernormenbeleid. In paragraaf 5.7.2 wordt nader op dit onderwerp ingegaan.

3.10. Economisch beleid 3.10.1. Algemeen Het economische beleid is gericht op het optimaal benutten van de beschikbare ruimte en het bieden van meer uitgesproken, gedifferentieerde werkmilieus. Verder wordt er ruimte geboden aan kleinschalige werkgelegenheid in de woonomgeving waar dat kan (functiemenging). De milieuhinder van bestaande en nieuwe bedrijvigheid dient tot een zo laag mogelijk niveau te worden beperkt, terwijl milieuhinderlijke activiteiten dienen te worden geweerd uit de directe woonomgeving. 3.10.2. Detailhandelsvisie Op 13 september 2012 heeft de gemeenteraad de Detailhandelsvisie Harderwijk 2020 vastge­ steld. In de Detailhandelsvisie worden de kaders geschetst voor de toekomstige ontwikkeling van de detailhandel in Harderwijk. Deze visie geeft antwoord op de volgende hoofdvraag: "Wat is de meest optimale, evenwichtige en toekomstbestendige detailhandelsstructuur in de ge­ meente Harderwijk gegeven de grote ambities als regionaal centrum? Wat is de omvang en functie van de verschillende winkelgebieden in die structuur? En welke acties en (be­ leidsmaatregelen zijn nodig of gewenst, zowel generiek als voor de onderscheiden winkelge­ bieden, om de gewenste structuur te bereiken?" Over ondergeschikte detailhandel is het volgende opgenomen in de Detailhandelsvisie.

Vormen van detailhandel die ondersteunend en ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie en die een gemaksfunctie hebben voor de bezoekers van de betreffende voorziening, zijn toegestaan. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat van het detailhandelsaanbod een autonome attractie uitgaat op de consument die elders verblijft. De ondergeschikte detailhandel in de culiwinkel is conform de visie toegestaan. Het bestem­ mingsplan is voor wat dit aspect in overeenstemming met het detailhandelsbeleid. 3.10.3. Horecabeleid Horeca is van groot belang voor de economische ontwikkeling van de stad en de werkgelegen­ heid. Niet alleen het toerisme, maar ook de detailhandel en de culturele sector hebben baat bij een gevarieerd en levendig aanbod van horecavoorzieningen. De horeca levert een belangrijke

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6

22

bijdrage aan Harderwijk als attractieve stad, zowel voor de eigen bewoners en bedrijven, als voor de bezoekers van buitenaf. De binnenstad kent ten opzichte van andere delen van de stad veel horecagelegenheden. Deze horecagelegenheden zijn verspreid in een aantal kernhorecagebieden. Deze kerngebieden hebben ieder hun eigen thematiek. De Vischmarkt wordt daarin gekenschetst als rustig en hoogwaardig culinair plein en avondbestemming. De gemeente Harderwijk kiest voor het zoveel mogelijk situeren van horecagelegenheden bin­ nen deze geconcentreerde kerngebieden, zodat er sprake is van een versterkende werking in ruimtelijke zin. Deze kern- of themagebieden vormen een belangrijke basis voor het Harderwij­ ker horecabeleid. De rol van de gemeente ten aanzien van horeca is vooral voorwaarden­ scheppend. Zij verleent vergunningen en stelt randvoorwaarden voor nieuwe vestigingen.. Om de Harderwijker horeca een (economisch) gezonde toekomst in de binnenstad te geven wordt een horecabeleid gevoerd dat onder meer uitgaat van: " het mogelijk maken van terrassen waar het kan; " het voorkomen van geluidhinder; " het open staan voor nieuwe concepten (bieden van flexibiliteit); " levendig maken binnenstad in kader Harderwijk promotie; " een veilig uitgaansleven. De horeca-activiteiten aan de Vischmarkt 4 en 6 passen in dit beleid.

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6

23

4.

Planbeschrijving

4.1.

Inleiding In dit hoofdstuk wordt de planopzet beschreven. De beschrijving van de huidige situatie heeft al plaatsgevonden in hoofdstuk 2. Na eerst de uitgangspunten van het plan te vermelden, wordt in dit hoofdstuk, voor zover daar sprake van is, stilgestaan bij een aantal nieuwe ontwikkelingen en/of ervaren knelpunten. Vervolgens wordt beschreven op welke wijze daarmee in dit be­ stemmingsplan wordt omgegaan. Dit kan door middel van kleinschalige oplossingen binnen de bestemming (beheersmaatregelen) of door de introductie van nieuwe of gewijzigde bestemmin­ gen voor meer ingrijpende veranderingen. Afbeelding 6: Luchtfoto obliek.

ai ~

«fey

rnapQ! aiäktèi

' 0

■Aas!

tiifkĩ

4.2.

Uitgangspunten Uitgangspunt van dit bestemmingsplan is het consolideren van de bestaande situatie. Dit bete­ kent dat de bestaande ruimtelijke opzet gehandhaafd zal blijven. Op het perceel Vischmarkt 6 is op grond van het vigerende bestemmingsplan Binnenstad al een restaurant toegestaan. Door toepassing van de kruimelgevallenregeling uit het Bor zijn in 2015 twee omgevingsvergunningen verleend waarbij in eerste instantie de culiwinkel en de kookstudioAlokaal en vervolgens het stadslogement zijn toegestaan.

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6

24

Door het onderhavige bestemmingsplan worden de horeca-activiteiten op het perceel Vischmarkt 4 ook daadwerkelijk in een bestemmingsplan vastgelegd. Voor het perceel Vischmarkt 6 heeft het bestemmingsplan een conserverend karakter. Tussen de activiteiten op beide percelen bestaat er echter een zekere mate van verwevenheid, doordat bijvoorbeeld bij activiteiten in het kooklokaal ook gebruik wordt gemaakt van de keuken van het restaurant, of dat grotere gezelschappen dineren in het kooklokaal. Het kooklokaal, de culiwinkel en het stadslogement, in combinatie met restaurant Ratatouille, zijn succesvol en hebben een aantrekkingskracht op zowel Harderwijkers als toeristen. Het for­ maliseren van het gebruik geeft de initiatiefnemer de mogelijkheid om zijn restaurant verder te ontwikkelen en een kwaliteitsimpuls te geven. Dit heeft een positief effect op het toeristisch pro­ duct van Harderwijk.

4.3.

Gewijzigde bestemmingen in dit bestemmingsplan In dit bestemmingsplan wordt het vergunde gebruik mogelijk gemaakt. Daartoe krijgt ook het perceel een horeca-aanduiding. Door middel van een aanduiding 'detailhandel' wordt ook de culiwinkel als ondergeschikte detailhandel mogelijk gemaakt. In de bestemmingsomschrijving is ook het kooklokaal mogelijk gemaakt.

Vastgesteld Gemeente Harderwijk - Bestemmingsplan Binnenstad - Vischmarkt 4 en 6

25

5.

Onderzoek

5.1.

Algemeen Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrij­ ving opgenomen van het verrichte onderzoek naar relevante feiten en af te wegen belangen (artikel 3.2. Algemene wet bestuursrecht). Per onderzoeksaspect wordt een beschrijving gege­ ven van de situatie ter plaatse.

5.2.

Cultuurhistorie en archeologie

5.2.1. Inleiding Op 1 januari 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening aangepast als uitwerking van het in 2009 door het rijk ingezette beleid Modernisering Monumentenzorg (MoMo). Voor de ruimtelijke or­ dening betekent dit een omschakeling van een objectgerichte naar omgevingsgerichte benade­ ring. Door deze modernisering moet bij het opstellen van een bestemmingsplan meer rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Dit betekent dat naast archeologie, ook een beschrijving moet worden gegeven van de historische (steden)bouwkunde en historische geo­ grafie en hoe in het bestemmingsplan rekening is gehouden met de aanwezige cultuurhistori­ sche waarden. De gemeente Harderwijk hanteert het uitgangspunt dat bij ruimtelijke ingrepen in de bestaande ruimtelijke structuur cultuurhistorische waarden waar mogelijk worden ingepast. Wanneer er geen sprake is van ingrepen in de ruimtelijk structuur (actualisatieplannen), is het uitgangspunt dat cultuurhistorische waarden geen directe reden zijn om bestaande rechten in te perken. In dit geval is geen sprake is van een ingreep in de ruimtelijk structuur en wordt alleen het toegelaten gebruik aangepast. 5.2.2. (Steden)bouwkundige waarden Het pand aan de Vischmarkt 4 is een beschermd rijksmonument. De bescherming van dit mo­ numenten is afdoende geregeld in de Erfgoedwet. Vischmarkt 6 is een karakteristiek pand.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=06b7f559-9627-4fc9-91a2-7db2b976d2e0