CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Aanmeldnotitie m.e.r..pdf

Raadsvergadering 17 juni 2021, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Huisvesting arbeidsmigranten Goede Reede 4-6 te Harderwijk26.315 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Bouwtechnische veiligheidsmaatregelen Bouwtechnische veiligheidsmaatregelen aan de geprojecteerde bebouwing kunnen de gevolgen in geval van een incident met gevaarlijke stoffen beperken.

Blad 10 van 26

Externe veiligheid Goede Reede Harderwijk projectnummer 0453656.100 13 november 2020 revisie 3.0 WeLiving

antea'group

Op termijn kunnen op basis van de Omgevingswet door het bevoegd gezag (de gemeente Harderwijk) verplichtingen gesteld worden aan het soort glas (scherfvrij) dat toegepast dient te worden.4 Op dit moment ontbreekt echter nog de juridische basis om dit te eisen. In het Hand­ boek Omgevingsveiligheid van het RIVM is aangegeven dat deze eisen minder effectief zijn in het bieden van bescherming tegen een fakkelbrand. Het RIVM geeft aan dat er voor het bieden van bescherming tegen fakkelbranden ter hoogte van een gebouw slechts beperkte mogelijkheden zijn.

4.3

Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is de mate waarin personen in staat zijn zichzelf (zonder hulp van buitenaf) in geval van een calamiteit in veiligheid te brengen. Het gewenste handelingsperspectief in geval van een calamiteit (schuilen en/of vluchten) is afhankelijk van het scenario. Risicocommunicatie Gerichte risicocommunicatie met bewoners (bijvoorbeeld via NL-Alert) kan ertoe bijdragen dat alarmering sneller verloopt. Hierbij dient aan te worden gegeven wat het gewenste handelings­ perspectief is (schuilen of vluchten) en op welke manier hieraan invulling kan worden gegeven. Op de website van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland staan onder 'Incident met ge­ vaarlijke stoffen' (link) instructies wat iemand kan doen bij een incident met gevaarlijke stoffen. Het is aanbevelingswaardig om in het gebouw gerichte instructies (in meerdere talen) op te hangen die betrekking hebben op het handelingsperspectief bij een incident met gevaarlijke stoffen. Deze maatregel kan door de ontwikkelaar met de exploitant (en eventuele samen­ werking met de Veiligheidsregio) worden uitgewerkt. Vluchtwegen Door interne vluchtwegen af te stemmen op externe veiligheid wordt geanticipeerd op een incident met gevaarlijke stoffen.

Interne vluchtwegen die gericht zijn in de richting van de risicoluwe zijde van de bebouwing (de zuidzijde) voorzien in een veiligere ontvluchting in geval van een calamiteit. Deze mogelijke maatregel voorziet in uitbreiding van het traditionele ontruimingsplan met een paragraaf externe veiligheid. In deze additionele paragraaf wordt beschreven hoe de alarmering plaatsvindt, wat het gewenste handelingsperspectief is bij een rampscenario (schuilen of vluchten) en op welke wijze hieraan invulling wordt gegeven (in welke richting vluchten, in welke ruimte(s) schuilen). Voor externe ontvluchting van het plangebied is een goede infrastructuur van belang waarbij van de bron af gevlucht kan worden. De bestaande wegenstructuur in en rond het plangebied biedt meerdere mogelijkheden om van het incident af te kunnen vluchten. Vluchten kan in zuidelijke richting via de Goede Reede, de Fokko Kortlanglaan en de aangrenzende wegen. Zelfredzaamheid bij een BLEVE en fakkelbrand In het geval van een BLEVE of fakkelbrand is er geen tijd om te vluchten en zullen alle personen binnen de 100 procent-letaliteitscontour slachtoffer worden.

4 Het gaat hierbij om de aanvullende bouwkundige eisen zoals deze in artikel 4.91 t/m 4.95 van het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn geformuleerd. Deze maatregelen gelden vanaf het moment dat het voorschriftengebied in het ge­ meentelijk omgevingsplan is aangewezen.

Blad 11 van 26

Externe veiligheid Goede Reede Harderwijk projectnummer 0453656.100 13 november 2020 revisie 3.0 WeLiving

antea'group

Buiten deze zone is schuilen in een gebouw in beginsel de beste manier om de calamiteit te over­ leven. Echter, dergelijke scenario's kunnen optreden zonder enige aankondiging vooraf. De omgeving zal dus verrast worden door het incident en zelfredzaamheid is niet aan de orde. Zelfredzaamheid bij een toxisch scenario Bij een calamiteit waarbij toxische gassen kunnen vrijkomen is zo snel mogelijk schuilen in een gebouw het voorkeurscenario. Bij een calamiteit met toxische gassen zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. Snel reageren, naar binnen vluchten en ramen en deuren sluiten is bij dit scenario dus van belang. In geval van een calamiteit met toxische stoffen op de weg of op het spoor is het van belang dat de geprojecteerde bebouwing bescherming biedt. Het is daarbij belangrijk dat de (eventueel aan­ wezige) mechanische ventilatie centraal afgesloten kan worden (via een noodschakelaar). Dit voorkomt dat bij het optreden van een incident de ramen en deuren gesloten zijn, maar toch toxische stoffen via de ventilatie (versneld) tot het gebouw toetreden. Het is een goedkope maatregel die bij een calamiteit met toxische stoffen zeer effectief kan zijn.

Beperkt zelfredzame groepen Binnen het plangebied zijn geen bestemmingen opgenomen die de langdurige aanwezigheid van groepen beperkt zelfredzame personen (zoals kinderen, ouderen) faciliteren.5 De aanwezigen zijn volwassen personen van elders die werkzaam zijn in de regio Harderwijk. Zowel fysiek als mentaal zijn deze personen in staat voor zichzelf te zorgen. Wel verdient het aanbeveling om rekening te houden met de (mogelijke) taalbarrière, door aanwezige veiligheids­ instructies ook op te nemen in de moedertaal van de aanwezige personen.

4.4

Bestrijdbaarheid Bestrijdbaarheid is de mate waarin een rampscenario door de brandweer te bestrijden is. Elk scenario vraagt een specifiek aanvalsplan. De mate waarin uitvoering aan deze aanvalsstrategieën kan worden gegeven, hangt af van de capaciteit van de brandweer (opkomsttijd en beschikbare blusmiddelen) en de bereikbaarheid van het plangebied (opstelplaatsen). Ten aanzien van de bestrijdbaarheid wordt door de gemeente Harderwijk in het kader van de bestemmingsplanprocedure advies ingewonnen bij de Veiligheidsregio Noord- en OostGelderland. Plasbrandscenario Bij een ongeval met brandbare vloeistoffen, waarbij een plasbrand kan ontstaan, is het van belang dat de brandweer snel ter plaatse is. Een plasbrand is dan goed te bestrijden. Door het tijdig arriveren van de brandweer kan voorkomen worden dat het vuur zich snel kan uitbreiden en kan overslaan op gebouwen. BLEVE-scenario De directe effecten van een koude BLEVE zijn niet te bestrijden, omdat de tank meteen explodeert. De branden die door de explosie ontstaan kunnen wel bestreden worden.

5 Aanbevolen wordt dit dan ook volledig uit te sluiten via de planregels van het bestemmingsplan.

Blad 12 van 26

Externe veiligheid Goede Reede Harderwijk projectnummer 0453656.100 13 november 2020 revisie 3.0 WeLiving

antea'group

Toxisch scenario Bij een ongeval met toxische gassen en vloeistoffen kan de brandweer, afhankelijk van de stofintensiteit en het groeiscenario, optreden door de gaswolk neer te slaan of te verdunnen/op te nemen met water. Fakkelbrand In geval van een fakkelbrand spuit aardgas onder hoge druk uit de leiding, voor de brandweer bestaat geen bestrijdingsstrategie om de bron te doven. Gasunie zal op afstand de leiding afsluiten waarna het gas tussen de inblokking moet opbranden en de fakkelbrand na verloop van tijd dooft. De rol van de brandweer beperkt zich tot het afzetten van de omgeving, zo mogelijk het redden van slachtoffers, het koelen van panden in de omgeving en het bestrijden van secundaire branden.

Blad 13 va 26

Externe veiligheid Goede Reede Harderwijk projectnummer 0453656.100 13 november 2020 revisie 3.0 WeLiving

5

antea'group

Conclusies Het voornemen bestaat om een logiesvoorziening voor shortstay huisvesting van arbeidsmigranten te realiseren aan de Goede Reede te Harderwijk. De logiesvoorziening dient beschouwd te worden als een zogenaamd kwetsbaar object. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken wordt een ruimtelijke procedure doorlopen. In de omgeving van het plangebied bevinden zich verschillende risicobronnen: een hogedruk aardgastransportleiding, de provinciale weg N303, de Rijksweg A28 en de spoorlijn Amersfoort - Zwolle.

5.1

Risicobeschouwing Hogedruk aardgastransportleiding ^ De leiding heeft geen 10-6 plaatsgebonden risicocontour. Er wordt voldaan aan de grens- en richtwaarde ten aanzien van het plaatsgebonden risico; ^ De hoogte van het groepsrisico overschrijdt de oriëntatiewaarde. De maximale waarde van het groepsrisico neemt in de toekomstige situatie niet toe; ^ In het kader van de ruimtelijke procedure is verantwoording van het groepsrisico conform het Besluit externe veiligheid buisleidingen van toepassing. Provinciale weg N303 ^ De weg heeft geen 10-6 plaatsgebonden risicocontour. Er wordt voldaan aan de grens- en richtwaarde ten aanzien van het plaatsgebonden risico; ^ De hoogte van het groepsrisico bevindt zich onder de oriëntatiewaarde, de maximale waarde van het groepsrisico neemt in de toekomstige situatie toe; ^ Beperkte verantwoording van het groepsrisico is conform het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing. Rijksweg A28 ^ De maximale 10-6 plaatsgebonden risicocontour bedraagt 16 meter. Deze contour reikt niet tot het plangebied. Er wordt voldaan aan de grens- en richtwaarde ten aanzien van het plaatsgebonden risico; ^ Beperkte verantwoording van het groepsrisico is conform het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing. Spoorlijn Amersfoort - Zwolle ^ De maximale 10-6 plaatsgebonden risicocontour bedraagt 1 meter.

Deze contour reikt niet tot het plangebied. Er wordt voldaan aan de grens- en richtwaarde ten aanzien van het plaatsgebonden risico; ^ Beperkte verantwoording van het groepsrisico is conform het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing.

5.2

Verantwoording groepsrisico Verantwoording van het groepsrisico is voor zowel de hogedruk aardgastransportleiding, de provinciale weg N303, de Rijksweg A28 als de spoorlijn Amersfoort - Zwolle verplicht. In deze rapportage zijn - in lijn met de beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Harderwijk - elementen ter verantwoording van het groepsrisico aangedragen. Het bevoegd gezag kan deze betrekken bij de besluitvorming ten aanzien van het bestemmingsplan. Ten aanzien van de bestrijdbaarheid wordt door de gemeente Harderwijk in het kader van de ruimtelijke procedure advies ingewonnen bij de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland.

Blad 14 van 26

Externe veiligheid Goede Reede Harderwijk projectnummer 0453656.100 13 november 2020 revisie 3.0 WeLiving

antea'group

Bijlage 1: Risicoberekening buisleiding Ter hoogte van de Groene Zoomweg bevindt zich langs de grens van het plangebied de hogedruk aardgastransportleiding met kenmerk A-510 (figuur 3.1). In het kader van de ruimtelijke procedure is het risiconiveau van deze hogedruk aardgastransportleidingen beschouwd in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling van een logiesvoorziening. In deze bijlage worden de uitgangspunten en resultaten van de risicoberekeningen beschreven.

Uitgangspunten Rekenprogramma De risicoberekeningen zijn uitgevoerd met het rekenprogramma CAROLA versie 1.0.0.52. De gehanteerde parameterfile heeft versienummer 1.3. CAROLA is een softwarepakket dat in opdracht van de Nederlandse overheid is ontwikkeld, specifiek ter bepaling van het plaats­ gebonden risico en het groepsrisico van ondergrondse hogedruk aardgastransportleidingen. Conform het Bevb dienen de berekeningen uitgevoerd te worden volgens de bijbehorende regeling, hiermee wordt onder andere het rekenprogramma CAROLA bedoeld. De berekeningen zijn verder uitgevoerd conform de Handleiding risicoberekening Bevb, versie 2.0. Hierin is in module B omschreven hoe de risico's van leidingen berekend dienen te worden met CAROLA. Leidinggegevens N.V. Nederlandse Gasunie heeft de leidinggegevens op 13 november 2020 aangeleverd van de relevante leidingen. In tabel B1.1 zijn de belangrijkste gegevens weergegeven. De vervaldatum van deze leidinggegevens is 13 mei 2021. Na de vervaldatum wordt de actualiteit van de leidingdata niet meer door de leidingbeheerder gegarandeerd. Dit betekent niet dat aan de hier beschreven risicoberekeningen geen of minder betekenis moet worden gegeven. Tabel B1.1: Leidinggegevens

Leidingbeheerder

Kenmerk

Druk [bar]

Diameter [mm]

N.V. Nederlandse Gasunie

A-510

66.20

914

Invloedsgebied (W letaliteit) [meter] 430

100ro letali­ teit [meter] 180

Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de hogedruk aardgastransportleiding met kenmerk A-510. Het risiconiveau van deze leiding is in deze bijlage nader beschouwd.

Bevolkingsinventarisatie Varianten Voor de berekening van het groepsrisico zijn twee bevolkingssituaties relevant: ^ bevolking op basis van de vigerende situatie (huidige situatie); ^ bevolking op basis van het voorgenomen ruimtelijke besluit en de vigerende omgevingssituatie (toekomstige situatie). In de huidige situatie is het plangebied als 'bedrijventerrein' bestemd. Een deel van dit terrein is in de huidige situatie een braakliggend terrein. Met de voorgenomen ontwikkeling zal op deze locatie bebouwing worden gerealiseerd waar 150 personen kunnen verblijven.

Blad 15 van 26

Externe veiligheid Goede Reede Harderwijk projectnummer 0453656.100 13 november 2020 revisie 3.0 WeLiving

antea'group

Voor de modellering is aangenomen dat de aanwezigheid vergelijkbaar is met reguliere woon­ eenheden (50% overdag en 100% 's nachts). De maximale personendichtheid op deze locatie zal daarmee in de toekomstige situatie groter zijn dan in de huidige situatie. Kengetallen Voor de berekening van het groepsrisico is inzicht nodig in de personendichtheid binnen het invloedsgebied van de buisleiding ter hoogte van de ontwikkelingslocatie. Het traject waarbinnen de bevolking geïnventariseerd dient te worden loopt aan beide grenzen van het plangebied 1.000 meter door. De personendichtheid is te definiëren als het gemiddelde aantal personen, per bestemming, per planlocatie. De personendichtheden zijn op bestemmingsplanniveau geïnventariseerd, hierbij is gebruik gemaakt van kengetallen uit de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico (2007). Bevolkingsinvoer In tabel B1.2 is weergegeven welke bevolkingsvlakken zijn ingevoerd voor de risicoberekeningen. Bij deze modellering is aangesloten bij de modellering voor de provinciale weg N303, zoals beschreven in bijlage 2. Tabel B1.2: Gemodelleerde bevolkingsvlakken Vlak Bestemming 001 002 003 004 005 006 007 008 009 010 011 012 013 014 015 016 017 018 019 020 021 022 023 024 025 026 027 028 029

Aanwezigheid

Agrarisch Bedrijf (gemiddelde dichtheid) Recreatie 31 woningen Recreatie 13 woningen Basisschool 5 woningen 4 woningen 4 bedrijven 3 bedrijven 3 woningen 2 woningen Kantoor Z wonen Bedrijventerrein (gemiddelde dichtheid) Bedrijventerrein (gemiddelde dichtheid) 11 woningen 8 woningen Kantoor (1 pers730 m2) 60 woningen 117 woningen Wonen (drukke woonwijk) Wonen (drukke woonwijk) 8 woningen 16 woningen Bedrijventerrein (gemiddelde dichtheid) Bedrijventerrein (hoge dichtheid) 32 woningen Bedrijven (gemiddelde dichtheid)

Dag

Nacht

Eenheid

Dag

Nacht

Brongegevens

1 40 1.542 1,2 1.952 1,2 200 1,2 1,2 20 15 1,2 1,2 108 40 40 1,2 1.2 333 1,2 1,2 35 35 1,2 1,2 40 80 1.2 40

1 40 1.542 2,4 1.952 2,4 32 2,4 2,4 0 0 2,4 2,4 2,4 0 0 2,4 2,4 0 2,4 2,4 70 70 2,4 2,4 0 0 2.4 0

1/ha 1/ha Locatie Woning Locatie Woning School Woning Woning Bedrijf Bedrijf Woning Woning Eenheid 1/ha 1/ha Woning Woning 1/ha Woning Woning 1/ha 1/ha Woning Woning 1/ha 1/ha Woning 1/ha

1.00 0.05 0.07 0.07 0.07 0.07 0.33 0.07 0.07 0.05 0.05 0.07 0.07 0.07 0.05 0.05 0.07 0.07 0.05 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.05 0.05 0.07 0.05

1.00 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.69 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.00 0.00 0.01 0.01 0.00 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01

HVG HVG BP HVG BP HVG BP HVG HVG HVG PGS HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG

Blad 16 van 26

Fractie buiten

Externe veiligheid Goede Reede Harderwijk projectnummer 0453656.100 13 november 2020 revisie 3.0 WeLiving

Vlak

antea'group

Bestemming

Aanwezigheid Dag

Fractie buiten Eenheid

Dag

Nacht

Brongegevens

1/ha 1/ha Woning Woning 1/ha Woning Woning Woning Woning 1/ha Woning 1/ha Locatie Locatie 1/ha 1/ha 1/ha

0.05 0.05 0.07 0.07 0.88 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.05 0.05

0.01 0.01 0.01 0.01 0.24 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.00 0.00

HVG HVG HVG HVG PGS HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG BP BP HVG HVG HVG

1/ha

0.05

0.01

HVG

Locatie 1/ha

0.07 0.05

0.01 0.01

HVG HVG

Nacht

030 Bedrijven (gemiddelde dichtheid) 40 0 031 Bedrijven (gemiddelde dichtheid) 40 0 032 6 woningen 2.4 1,2 033 4 woningen 2.4 1,2 034 Recreatie 125 125 035 5 woningen 2.4 1,2 036 201 woningen 2.4 1,2 037 254 woningen 2.4 1,2 038 101 woningen 2.4 1,2 039 Wonen (drukke woonwijk) 35 70 040 88 woningen 2.4 1,2 041 Wonen (drukke woonwijk) 35 70 042 Recreatie 600 600 043 Recreatie 1.000 1.000 044 Wonen (drukke woonwijk) 35 70 045 Bedrijventerrein (gemiddelde dichtheid) 40 0 046 Bedrijven Z evenementen (hoge dichtheid) 80 0 | Plangebied: huidige situatie | P1 Bedrijventerrein (gemiddelde dichtheid) 40 0 | Plangebied: toekomstige situatie P2 Logiesvoorziening (150 personen) 75 150 P1 Bedrijventerrein (gemiddelde dichtheid) 40 0 HVG = Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico PGS = Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 1 deel 6 BP = Externe veiligheid bestemmingsplan 'Buitengebied - Bouw & Infra Park'

Een overzicht van het gehele bevolkingsmodel is weergegeven in figuur B1.2. ;±z'~'üu

44 44

23 22

19 .

'líŵsS

iWW»!

ļ '20 1

18 43

İįr4i C/l

ioede R(

g3ang»:a:oŕibretHĴ

17

KSSaNušSįnaabccei 41

16 P1 38

ĩ 13 I ^:9įl0».

15 14

39

26 46 37

•8\

« mil.12 25

6

32

‘rokíĩ

31 27

28

įnübaņâai

24l

33

35 30 29

Figuur B1.2: Totaaloverzicht gemodelleerde bevolkingsvlakken

Blad 17 van 26

)«lowp«rl Zonneho/

| | |

Externe veiligheid Goede Reede Harderwijk projectnummer 0453656.100 13 november 2020 revisie 3.0 WeLiving

antea'group

Resultaten Plaatsgebonden risico Uit de risicoberekeningen blijkt dat de hogedruk aardgastransportleiding geen PR 10-6-contour heeft. Er wordt daarmee voldaan aan de grens- en richtwaarde ten aanzien van het plaats­ gebonden risico. Groepsrisico Het berekende groepsrisico van de hogedruk aardgastransportleiding is weergegeven in figuur B1.3 en in tabel B1.3. Groepsrisico

E-5 - -

Figuur B1.3: Groepsrisico hogedruk aardgastransportleiding A-510 in de huidige en toekomstige situatie Tabel B1.3: Hoogte groepsrisico

Kenmerk leiding

Groepsrisico: huidige situatie

Groepsrisico: toekomstige situatie

A-510

1,606 x oriëntatiewaarde

1,606 x oriëntatiewaarde

Uit figuur B1.3 en tabel B1.3 volgt dat het groepsrisico van de leiding met kenmerk A510 zowel in de huidige als in de toekomstige situatie de oriëntatiewaarde overschrijdt. De hoogte van het groepsrisico neemt in de toekomstige situatie niet toe ten opzichte van de huidige situatie. Het groepsrisico van een hogedruk aardgastransportleiding wordt berekend per kilometer. De ligging van de kilometer met het hoogste groepsrisico bevindt zich ten oosten van het plangebied (de voorgenomen ontwikkeling heeft hierdoor geen invloed op de hoogte van het groepsrisico van de leiding). De ligging van deze kilometer is in de huidige situatie gelijk aan de toekomstige situatie. De kilometer met het hoogste groepsrisico per leiding is weergegeven in figuur B1.4.

Blad 18 vai 26

Externe veiligheid Goede Reede Harderwijk projectnummer 0453656.100 13 november 2020 revisie 3.0 WeLiving

antea'group

-rhZ' , ľjfweéhng

was z VVî..

ļ JW.Bur'iűa íowpprk «

ÍSSN.s, *

ieeďtì' ^ HOT yį JBWrÿï

'

ţŞSįįįleit::* a'llHu’-.t rBúngai JhoiVo

I:.-

Figuur B1.4: Kilometer met hoogste groepsrisico (groen) voor leiding A-510 in de huidige en toekomstige situatie

Het plangebied bevindt zich binnen het invloedsgebied van de hogedruk aardgastransportleiding. Verantwoording van het groepsrisico is conform het Bevb verplicht.

Blad 19 van 26

Externe veiligheid Goede Reede Harderwijk projectnummer 0453656.100 13 november 2020 revisie 3.0 WeLiving

antea'group

Bijlage 2: Risicoberekening N303 De N303 (Harderwijkerweg) bevindt zich vrijwel direct ten oosten van het plangebied. In het kader van deze ruimtelijke procedure zijn risicoberekeningen ten aanzien van deze weg uitge­ voerd.

Uitgangspunten Rekenprogramma De risicoberekeningen zijn uitgevoerd met de risicoberekeningsmethodiek RBM II, versie 2.3.0 build 535. RBM II is het wettelijk voorgeschreven rekenprogramma voor de evaluatie van de externe veilig­ heid ten gevolge van het transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. Transportintensiteit Uit tellingen van de Provincie Gelderland (2009) blijkt dat er transport van gevaarlijke stoffen over de weg plaatsvindt. De categorie vervoerde gevaarlijke stoffen en de daarbij behorende frequentie van het transport is weergegeven in tabel B2.1. Deze gegevens zijn van toepassing op het trajectdeel van de N303 tussen de aansluiting met de A28 (afrit 12) en de N798. Tabel B2.1: Vervoer gevaarlijke stoffen N303

N303 Aantal wagens per jaar

LF1, brandbare vloeistof | 98

LF2, brandbare vloeistof 488

GF3, brandbaar gas 585

Over de weg wordt onder meer stofcategorie GF3 vervoerd. Het invloedsgebied van de weg is daarmee conform de Handreiking Risicoanalyse Transport (HART) 355 meter. Traject De ligging van het onderzochte traject is zo gedefinieerd dat het plangebied in het midden van het traject ligt. De onderzochte trajectlengte bestaat uit de lengte van het plangebied, vermeerderd met 1.000 meter aan weerszijden van het plangebied. Ten noorden van de A28 is het traject niet doorgetrokken omdat hier geen telgegevens bekend zijn of plafonds voor zijn op­ genomen. In totaal zijn er twee trajectdelen gemodelleerd, één gedeelte buiten de bebouwde kom en één gedeelte binnen de bebouwde kom. Het totale traject bedraagt circa 1.600 meter. Het traject wordt weergegeven in figuur B2.1.

Blad 20 van 26

Externe veiligheid Goede Reede Harderwijk projectnummer 0453656.100 13 november 2020 revisie 3.0 WeLiving

antea'group

S» «

İ11İ i i ft* * ’’tįCļľ»

•v :v

1

\

*V

\

V* « ## i* TO*1.. t į-

ivt

iusŕ*'

,.i

\ /7^

Figuur B2.1: Onderzocht wegtraject (zwart)

Overige uitgangspunten Overige uitgangspunten voor de risicoberekening zijn opgenomen in tabel B2.2. Tabel B2.2: Overige uitgangspunten (conform de Handleiding Risicoberekeningen Transport)

Trajectdeel 1 Breedte Faalfrequentie Verhouding dag/nacht Verhouding werkweek/weekend Weerstation Traject 2 Breedte Faalfrequentie Verhouding dag/nacht Verhouding werkweek/weekend Weerstation

Buiten bebouwde kom 10 meter 3.6E-007 (1/vtg.km; standaard) 70%/30% (standaard) 100%/0% (standaard) Soesterberg Binnen bebouwde kom 8 meter 5.9E-007 (1/vtg.km; standaard) 70%/30% (standaard) 100%/0% (standaard) Soesterberg

Blad 21 van 26

Externe veiligheid Goede Reede Harderwijk projectnummer 0453656.100 13 november 2020 revisie 3.0 WeLiving

antea'group

Bevolkingsinventarisatie Varianten Voor de berekening van het groepsrisico zijn twee bevolkingssituaties relevant: ^ bevolking op basis van de vigerende situatie (huidige situatie); ^ bevolking op basis van het voorgenomen ruimtelijke besluit en de vigerende omgevingssituatie (toekomstige situatie). In de huidige situatie is het plangebied als 'bedrijventerrein' bestemd. Een deel van dit terrein is in de huidige situatie een braakliggend terrein. Met de voorgenomen ontwikkeling zal op deze locatie bebouwing worden gerealiseerd waar 150 personen kunnen verblijven. Voor de modellering is aangenomen dat de aanwezigheid vergelijkbaar is met reguliere woon­ eenheden (50% overdag en 100% 's nachts). De maximale personendichtheid op deze locatie zal daarmee in de toekomstige situatie groter zijn dan in de huidige situatie. Kengetallen Voor de risicoberekeningen is de bevolking binnen het invloedsgebied van de risicobron geïnventariseerd, hierbij is gebruik gemaakt van kengetallen uit de Handreiking verantwoordings­ plicht groepsrisico (2010) en de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS) 1, deel 6. De personendichtheden zijn op basis van de bestemmingsplancapaciteit (worst case scenario) geïnventariseerd. Bevolkingsinvoer In tabel B2.3 is weergegeven welke bevolkingsvlakken zijn ingevoerd voor de risicoberekeningen.

De dag/nachtfracties en binnen/buitenfracties bij de berekeningen van de weg zijn gebaseerd op kengetallen zoals standaard vastgelegd in het rekenprogramma. Voor specifieke dag/nacht­ fracties en binnen/buitenfracties is er gebruik gemaakt van Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS) 1, deel 6. Bij deze modellering is aangesloten bij de modellering voor de hogedruk aardgastransportleiding, zoals beschreven in bijlage 1.

Blad 22 va 26

Externe veiligheid Goede Reede Harderwijk projectnummer 0453656.100 13 november 2020 revisie 3.0 WeLiving

antea'group

Tabel B2.3: Gemodelleerde bevolkingsvlakken RBM II Vlak Bestemming Aanwezigheid personen per eenheid of per Absoluut hectare Dag Nacht eenheid Dag nacht of 1/ha 001 60 woningen Woning 72 144 1,2 2,4 002 177 woningen Woning 140 280 1,2 2,4 003 Basisschool 200 32 Woning 200 32 004 Wonen (drukke woonwijk) 35 70 1/ha 639 1.278 005 Kantoor 333 0 1/ha 132 0 006 Wonen (drukke woonwijk) 35 70 1/ha 563 1.126 007 Middelbare school 500 95 School 500 95 008 Camping 1.542 1.542 Locatie 1.542 1.542 009 Agrarisch 1 1 1/ha 3 3 010 Bedrijf (gemiddelde dichtheid) 40 40 1/ha 28 28 011 31 woningen Woning 37 74 1,2 2,4 012 Recreatie 125 125 1/ha 3.265 3.265 013 13 woningen Woning 16 31 1,2 2,4 014 Bedrijf (gemiddelde dichtheid) 40 0 1/ha 11 0 015 2 woningen Woning 2 4 1,2 2,4 016 LPG-tankstation 5 1 Bedrijf 5 1 017 Bedrijf (gemiddelde dichtheid) 40 0 1/ha 458 0 018 Bedrijven (gemiddelde dichtheid) 40 0 1/ha 126 0 019 Bedrijventerrein (gemiddelde dichtheid) 40 0 1/ha 54 0 020 Bedrijf 5 0 Bedrijf 5 0 021 Bedrijventerrein (gemiddelde dichtheid) 40 0 1/ha 148 0 022 2 woningen Woning 2 4 1,2 2,4 023 4 woningen Woning 5 10 1,2 2,4 024 8 woningen Woning 10 19 1.2 2,4 025 4 woningen Woning 5 10 1,2 2,4 026 4 woningen Woning 5 10 1,2 2,4 027 Recreatie 125 125 1/ha 353 353 028 74 woningen Woning 89 178 1,2 2,4 029 Bedrijventerrein (hoge dichtheid) 80 0 1/ha 3.140 0 030 8 woningen Woning 10 19 1,2 2,4 031 8

woningen Woning 10 19 1,2 2,4 032 16 woningen Woning 19 38 1,2 2,4 033 Bedrijven (gemiddelde dichtheid) 40 0 1/ha 41 0 034 3 bedrijven 15 0 Bedrijf 15 0 035 3 woningen Woning 4 7 1,2 2,4 036 5 woningen Woning 6 12 1,2 2,4 037 4 woningen Woning 5 10 1,2 2,4 038 4 bedrijven 20 0 Bedrijf 20 0 039 Kantoor Z wonen 108 2,4 Eenheid 108 2 040 2 woningen Woning 2 4 1,2 2,4 041 Bedrijventerrein (gemiddelde dichtheid) 40 0 1/ha 396 0 042 11 woningen Woning 13 26 1,2 2,4 043 8 woningen Woning 10 19 1,2 2,4 Huidige situatie 66 P2 | Bedrijventerrein 40 0 0 1 1/ha Toekomstige situatie P1 Logiesvoorziening: 150 personen 75 150 Locatie 75 150 P2 Bedrijventerrein 40 0 1/ha 35 0 BP Externe veiligheid bestemmingsplan 'Buitengebied - Bouw & Infra Park' HVG Handreiking Verantwoording Groepsrisico PGS Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 1 deel 6

Fractie buiten Dag

Nacht

0.07 0.07 0.33 0.07 0.05 0.07 0.29 0.07 1.00 0.05 0.07 0.88 0.07 0.05 0.07 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.05 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.88 0.07 0.05 0.07 0.07 0.07 0.05 0.05 0.07 0.07 0.07 0.05 0.07 0.07 0.05 0.07 0.07

0.01 0.01 0.69 0.01 0.00 0.01 0.11 0.01 1.00 0.01 0.01 0.24 0.01 0.00 0.01 0.01 0.00 0.00 0.00 0.00 0.00 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.24 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.00 0.01 0.01

HVG HVG PGS HVG HVG HVG PGS BP HVG HVG HVG PGS HVG HVG HVG PGS HVG HVG HVG PGS HVG HVG HVG HVG HVG HVG PGS HVG HVG HVG HVG HVG HVG PGS HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG

0.05

0.01

HVG

0.07 0.05

0.01 0.01

HVG HVG

Een overzicht van het gehele bevolkingsmodel binnen het invloedsgebied van de weg is weerge­ geven in figuur B2.2.

Blad 23 van 26

Bron gegevens

Externe veiligheid Goede Reede Harderwijk projectnummer 0453656.100 13 november 2020 revisie 3.0 WeLiving

antea'group

ĮB3í! 'U.f'iirtŕ ŵ V

» ï -7/1 rí*^ļŕį ļ LIŪ2 V/v įįT -ļį é

ris’,

I » m

v V iāl

O vń' 4 S Ie nek

osde 041 ede

Klavertje VjerJ u__ h 4 II . m I ill

fa a

Bliìç

Het Vér

^ 033 y ŵ

' a Veldz cht

-ŵ

Strokeì 8 u ľígalcwpl rkfí' firvphof*4,

ĈŵjSiîlïï&l ĮL-Gohofļ

dgsR I Ũ21

íTn303 .,

sy ^

i

t

.

V

l

ť\

■ ĩv

,

ľ

«

i

..

ÜWLZl.

kW

II

1

Figuur B2.2: Overzichtsweergave van het gehanteerde bevolkingsmodel

Blad 24 van 26

Ū27 'trf

Externe veiligheid Goede Reede Harderwijk projectnummer 0453656.100 13 november 2020 revisie 3.0 WeLiving

antea'group

Resultaten Plaatsgebonden risico Aan de hand van vuistregels uit de bijlage van de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) blijkt dat de weg geen plaatsgebonden risico heeft.6 Dit blijkt ook uit de resultaten van de risicoberekeningen (voor niet-Basisnetroutes is het plaatsgebonden risico niet standaard vastgelegd): een PR 10-6-contour treedt niet op. Er wordt daarmee voldaan aan de grens- en richtwaarde ten aanzien van het plaatsgebonden risico. Groepsrisico Met behulp van RBM II is het groepsrisico van zowel de huidige als de toekomstige situatie gemodelleerd (zie figuur B2.3).

Figuur B2.3: Groepsrisico van de N303 Legenda: — = Huidig groepsrisico — = Toekomstig groepsrisico

De maximale waarde van het groepsrisico van de N303 is weergegeven in tabel B2.4. Tabel B2.4: Groepsrisico van de N303

Hoogste groepsrisico Huidige situatie Toekomstige situatie

0.00017 U.7% van de oriëntatiewaarde) 0.00035 (3,5% van de oriëntatiewaarde)

Uit figuur B2.3 en tabel B2.4 blijkt dat de hoogte van het groepsrisico toeneemt, maar zowel in de huidige als de toekomstige situatie lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde. Daarom volstaat, conform artikel 8 van het Bevt, een beperkte groepsrisicoverantwoording. Daarbij dient ingegaan te worden op de elementen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Een aanzet voor de groeps­ risicoverantwoording is beschreven in hoofdstuk vier. De kilometer met het hoogste groepsrisico van de huidige situatie is weergegeven in figuur B2.4. Hieruit blijkt dat de ligging van de kilometer met het hoogste groepsrisico in de toekomstige situatie noordelijker is dan in de huidige situatie. 6 Wanneer het aantal GF3-transporten per jaar groter is dan 500 heeft een weg buiten de bebouwde kom geen PR 10-6contour als 0.0003*(GF3+0.2*LF2+LT1+LT2+3*LT3+GT4+GT5)<1. Hieruit volgt dat de weg geen PR 10-6-contour heeft.

Blad 25 van 26

Externe veiligheid Goede Reede Harderwijk projectnummer 0453656.100 13 november 2020 revisie 3.0 WeLiving

antea'group

‘Qņede Reēde KlavertjeVjérJ

V " įV-lf *

fifflS (Ton selŕ

«SUS

f* «LVeldzĩcFTť

iSyf.ïV/j Bungalowpark

(Tbnseįï «t

įv, 'Zônn'ehofïÉj

, Veldzichlŷi^i

iįįį jļëìijil * * Bun gàfowpįrk'

mi3è

į/eldzicht AlJo

M.

m! *'n ^onnehofįjį

řŴĩílira

íãáWfiM? ļrt\ ftfeldziĉht Jftì™ güj#*żAy*«./ -ľi:

Figuur B2.4: Ligging van de kilometer met hoogste groepsrisico (blauw) in huidige (links) en toekomstige situatie (rechts)

Blad 26 van 26

Over Antea Group Van stad tot land, van water tot lucht; de ad­ viseurs en ingenieurs van Antea Group dra­ gen in Nederland sinds jaar en dag bij aan onze leefomgeving. We ontwerpen bruggen en wegen, realiseren woonwijken en water­ werken. Maar we zijn ook betrokken bij thema's zoals milieu, veiligheid, assetmanagement en energie. Onder de naam Oranje­ woud groeiden we uit tot een allround en onafhankelijk partner voor bedrijfsleven en overheden. Als Antea Group zetten we deze expertise ook mondiaal in. Door hoogwaar­ dige kennis te combineren met een pragma­ tische aanpak maken we oplossingen haal­ baar én uitvoerbaar. Doelgericht, met oog voor duurzaamheid. Op deze manier antici­ peren we op de vragen van vandaag en de oplossingen van de toekomst. Al meer dan 60 jaar.

Contactgegevens Zutphenseweg 31D 7418 AH DEVENTER Postbus 321 7400 AH DEVENTER T: 0570 66 39 93 E. save@anteagroup.com

www.anteagroup.nl

A member of

^INOGEN*

Bijlage 3: Onderzoek flora en fauna

24

ĉroenewold Adviesbureau voor Milieu â Natuur

Actualisatie natuurtoets Goede Reede 6, Harderwijk

'

ŗ. i

íļļįgŞî' *ţ: .4 «Äļžŕ 7

ÜL-J _______

.

Opdrachtgever

WeLiving Hoge Rijndijk 306A 2314 AM LEIDEN

Contactpersoon

Viktor Lieuw-A-Fa viktor@veluwsearchitecten. nl

Uitvoering

Groenewold Adviesbureau voor Milieu & Natuur Dossiernummer

2020-016

Versie

Mrt.20-v2

Behandeld door

Lex Groenewold

Datum

23 maart 2020

Dokter Holtropstraat 97 ^ 3851 JH ^ Ermelo^ Tel.: 06-533 61 6 75 Website: www.groenewoldmilieu.nl ^ e-mail: info@groenewoldmilieu.nl KvK: 081 78662 ^ BTW: NL001 5 0 8693B90 ^ Bank: NL26 INGB 0673.0025.27

Inhoudsopgave 1 2

Aanleiding en doel......................................................................................................................3 Beschrijving situatie................................................................................................................... 3 2.1 Omschrijving gebied.......................................................................................................... 3 3 Relevante wetgeving................................................................................................................. 4 4 Aanpak onderzoek..................................................................................................................... 4 4.1 Gewenste ontwikkeling ......................................................................................................4 4.2 Bronnenonderzoek.............................................................................................................5 4.3 Locatiebezoek.................................................................................................................... 5 5 Effecten plan/activiteiten op Flora en Fauna ......................................................................... 5 5.1 Vaatplanten.........................................................................................................................

5 5.2 Amfibieën, reptielen, vlinders en libellen ........................................................................ 5 5.3 Zoogdieren.......................................................................................................................... 6 5.3.1 Vleermuizen................................................................................................................6 5.4 Vogels .................................................................................................................................. 6 5.4.1 Vogels algemeen ........................................................................................................6 5.5 Overige soorten.................................................................................................................. 7 6 Gebiedsbescherming................................................................................................................. 7 6.1 Natura 2000......................................................................................................................... 7 6.2 Gelders natuurnetwerk (GNN) en Groene Ontwikkelzone (GO)................................ 8 7 Conclusies en aanbevelingen..................................................................................................

9 7.1 Algemeen............................................................................................................................ 9 7.2 Beschermde soorten.......................................................................................................... 9 7.3 Gebiedsbescherming......................................................................................................... 9 7.4 Gelders natuurnetwerk Z Groene Ontwikkelzone...........................................................9 7.5 Voorbehoud en zorgplicht................................................................................................. 9 7.6 Ecologische kansen Z natuurinclusief bouwen............................................................. 10 8 Advies......................................................................................................................................... 11 9 Literatuur ................................................................................................................................... 12 Bijlagen...............................................................................................................................................12

Bijlagen 1. 2. 3. 4.

Overzicht situatie Foto’s plangebied Samenvatting natuurwetgeving Voorbeeldvoorzieningen

2

Versie: 23 maart 2020

1 Aanleiding en doel Initiatiefnemer heeft een aanvraag in voorbereiding voor realisatie van een logiesvoorziening voor tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten aan de Goede Reede te Harderwijk. Voor de uitvoering is een aanpassing van de in 2015 uitgevoerde natuurtoets noodzakelijk. Adviesbureau Groenewold Milieu & Natuur is gevraagd dit onderzoek uit te voeren.

2 Beschrijving situatie 2.1 Omschrijving gebied Een overzicht van de situatie is weergegeven op de figuren in de bijlage en hieronder. Het betreft een perceel aan de zuidzijde van Harderwijk vlak bij de grens met de gemeente Ermelo. Aan de westzijde ligt de Groenezoomweg, aan de oostzijde de Harderwijkerweg. Uit de quickscan moet blijken of de nieuwbouw gevolgen kan hebben voor beschermde na­ tuurwaarden.

r\

f 'f V

í\k

-

Men park TònJĮF

.

l-'L .

•v į, T.ons.el

^..-

1

^(1

0 ĩ Fō ff

3

Versie: 23 maart 2020

3 Relevante wetgeving De natuur in Nederland is beschermd. Er zijn beschermde gebieden en beschermde soorten. De bescherming is per 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). De provincie is in de meeste gevallen bevoegd gezag voor ontheffingen en vergunningaanvragen. Voor wat betreft de Europees beschermde gebieden en daarin levende soorten sluit de Wet hierop aan (Habitat- en Vogelrichtlijn en Verdrag van Bern en Bonn). Dit omvat ook de bescherming van de Natura2000 gebieden. Ook de soortbescherming sluit aan bij de Europese regelgeving. Alle in het wild voorkomende vogels zijn beschermd (art. 3.1 Wnb, conform Vogelrichtlijn). Verder alle soorten uit de Habitatrichtlijn (strikt beschermde soorten, art. 3.5 Wnb). Tot slot is er nog een nationale lijst met ‘Andere soorten’. Deze nationaal beschermde soorten (art. 3.10 Wnb, 1e lid) zijn aangewezen in de Bijlage bij de Wnb. Onderdeel A betreft een verbod op het opzettelijk doden of vangen van de genoemde in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers. Onderdeel B verbiedt het opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van de genoemde vaatplanten in hun natuurlijke verspreidingsgebied. In het voorliggende onderzoek worden de consequenties in beeld gebracht van de beoogde plannen en vindt toetsing plaats.

Als door het treffen van maatregelen tijdens de werkzaamheden en na de realisatie van het project, wordt voorkomen dat er verbodsbepalingen uit de Wnb worden overtreden én de functionaliteit van beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen komt niet in het geding, is er geen ontheffing nodig. In sommige gevallen is het noodzakelijk of raadzaam om vooraf een ontheffing aan te vragen bij de Provincie. Ook kan het zijn dat voor een aantal van de ge­ plande activiteiten vrijstelling geldt. Dit kan per provincie enigszins verschillen. Een samenvatting van de natuurwetgeving is weergegeven in Bijlage 3.

4 Aanpak onderzoek De voorliggende quickscan is gebaseerd op een locatiebezoek, beschikbare gebiedskennis, verspreidingsgegevens en bekende ecologische principes. Hieruit moet blijken of en zo ja welke beschermde soorten in het plangebied voorkomen of kunnen voorkomen (hoofd­ stuk 5). Verder is gekeken of de voorgenomen activiteiten invloed hebben op beschermde gebieden (hoofdstuk 7). Als er effecten mogelijk zijn zal kort worden ingegaan op mogelijke mitigerende (verzach­ tende of inpassings-) en compenserende maatregelen. Ook op basis van de algemene zorgplicht kan het nodig zijn maatregelen te treffen.

4.1 Gewenste ontwikkeling Het plan omvat het bouwrijp maken van het terrein, realisering van een logiesvoorziening en aanleg van parkeerplaatsen. Tevens vindt landschappelijke inpassing plaats. Deze activiteiten vallen onder de definitie van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling op basis van de Wet natuurbescherming. De effecten op beschermde soorten zijn beoordeeld op basis van de diverse uit te voeren activiteiten. Uitgangspunten hiervoor zijn:

4

Versie: 23 maart 2020

-

het verwijderen van vegetatie het bouwrijp maken van het terrein het realiseren van een logiesvoorziening het aanleggen van tuin, groen en verharding

4.2 Bronnenonderzoek Het plangebied ligt in kilometerhok x:170fy:482. Een eerste indruk is te verkrijgen bij het Natuurloket en waarneming.nl. Met deze gegevens in combinatie met een locatiebezoek en ecologische kennis kan een goede inschatting worden verkregen van de locatie en het be­ lang daarvan voor verschillende soorten. Om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen is verder gebruik gemaakt van openbaar toegankelijke en betrouwbare bronnen, zoals verspreidingsatlassen, rapporten, recente ar­ tikelen en internetsites (zie literatuurlijst).

4.3 Locatiebezoek Tijdens de locatiebezoeken op 14 oktober 2015 en 28 februari 2020 is het gebied en de di­ recte omgeving opgenomen. Het bezoeken leveren informatie over de op dat moment aan­ wezige soorten. Een quickscan is geen volledige inventarisatie. Om toch een goed beeld te krijgen van te verwachten soorten is een locatiebezoek bij de quickscan wel van groot be­ lang. Samen met beschikbare literatuurgegevens is dan een inschatting te maken van de geschiktheid van het plangebied voor mogelijk hier voorkomende beschermde soorten.

5 Effecten plan/activiteiten op Flora en Fauna Dit hoofdstuk gaat in op de vraag of er beschermde soorten voorkomen in of om het plan­ gebied. Hierbij zijn de meest voorkomende soortgroepen apart benoemd.

5.1 Vaatplanten

wmmñ

Het plangebied bestaat uit grasland. Er zijn alleen al­ gemene planten aangetroffen, zoals smalle (foto) en brede weegbree, paardenbloem, jacobskruiskruid, biggenkruid en duizendblad. Er zijn in de huidige situ­ atie geen beschermde soorten aangetroffen of te ver­ wachten.

'-a m

-1

Er is bij verdere realisatie van de plannen geen spra­ ke van overtreding van art. 3.5 of 3.10 Wnb. Het aanvragen van een ontheffing is voor de nog aanwezige flora niet nodig.

5.2 Amfibieën, reptielen, vlinders en libellen Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën, reptielen, vlinders, of libellen aangetroffen. Ge­ zien het tijdstip zijn deze soorten nu ook niet echt te verwachten. Wegens het ontbreken van geschikt voortplantingswater op het perceel is het niet geschikt voor amfibieën en libel­ len, behoudens een enkele doortrekker. Het plangebied is geen typisch leefgebied voor reptielen. Er zijn verder geen aanwijzingen dat beschermde soorten vlinders aanwezig zijn. Een ontheffing op basis van art. 3.5 of 3.10 van de Wnb is voor deze soortgroepen niet no­ dig.

5

Versie: 23 maart 2020

5.3 Zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde soorten aangetroffen. Egel en bunzing zijn wel bekend vanuit de omgeving. Op en rond het perceel zijn verder geen sporen of verblijf­ plaatsen van beschermde aangetroffen of te verwachten. Bij de planrealisatie kan een klein aantal verblijfplaatsen van de algemene en laag be­ schermde kleine zoogdieren verloren gaan. Het aanvragen van een ontheffing is voor deze soorten hier echter niet nodig, omdat hiervoor behoudens de algemene zorgplicht, vrijstel­ ling geldt conform de Omgevingsverordening Gelderland (algemene soorten art. 3.68) en schadesoorten (art. 3.66).

5.3.1 Vleermuizen Volgens de literatuurgegevens komen in de omgeving van het plangebied diverse soorten vleermuizen voor, zoals de gewone dwergvleermuis, bosvleermuis en gewone grootoorvleermuis. Deze soorten zijn strikt beschermd onder de Wet natuurbescherming, op basis van Bijlage IV van de Habitatrichtlijn. Zowel de zomer- als winterkolonies, als paarplaatsen en kraamkamers zijn beschermd tegen verstoring en vernietiging. Ook belangrijke foerageerroutes zijn beschermd. Op basis van de waarnemingen ter plaatse zijn geen potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig. Op basis van de bevindingen ter plaatse verdwijnen met zekerheid geen vaste verblijfplaat­ sen van vleermuizen. Er vindt door realisatie van de plannen geen aantasting plaats van vaste verblijfplaatsen, (potentieel) onmisbare vliegroutes en foerageergebied. Er is als ge­ volg van de beoogde ingrepen geen schade te verwachten op vleermuizen. Het aanvragen van een ontheffing op basis van de Wnb is voor zoogdieren niet nodig.

5.4 Vogels Er is geen broedvogelinventarisatie uitgevoerd. Op basis van waarnemingen tijdens de veldbezoeken, de terreingesteldheid, waarnemingen uit de directe omgeving, bekende verspreidingsgegevens en ervaring is een inschatting gemaakt over mogelijk aanwezige soor­ ten in het gebied. Tijdens het bezoek zijn houtduif en kauw rond het gebied gehoord en/of gezien. Er zijn ver­ der geen aanwijzingen of mogelijkheden voor beschermde soorten of nesten. Het aanvra­ gen van een ontheffing voor vogels is niet nodig.

5.4.1 Vogels algemeen In het algemeen geldt dat ingrepen in een plangebied tijdens het broedseizoen (15 maart 15 juli) sterke negatieve effecten hebben op de meeste vogelsoorten door vernietiging van broedplaatsen en verstoring van de reproductie. Wettelijk gezien is dat verboden (art. 3.1 Wnb). Verstoring van broedvogels is in sommige gevallen wel toegestaan, mits er geen negatief effect is op de populatie (art. 3.1 lid 5). Het beschadigen of vernietigen van nesten is wel verboden en dient te allen tijde te worden voorkomen. Dit is mogelijk door gefaseerd te werken en de uitvoering in elk geval op te starten buiten het broedseizoen van de aanwezi­ ge vogels. Is dat niet mogelijk dan dient aantoonbaar te zijn onderzocht (deskundige) dat er geen vernietiging van nesten van broedvogels zal plaatsvinden.

6

Versie: 23 maart 2020

Als bijv. met de inrichting van het terrein wordt gewacht tot het broedseizoen bestaat een kans dat grondbroeders eieren gaan leggen. Dan moet met de realisatie worden gewacht tot de jonge vogels zijn uitgevlogen. De effecten op (broed)vogels in het plangebied en de directe omgeving zullen verder beperkt of nihil zijn. Na realisatie van het plan ontstaan door de aanleg van beplanting en tuinen overigens ook weer nieuwe broedmogelijkheden. Werkzaamheden die broedbiotopen van vogels verstoren of beschadigen moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. Dit is mogelijk door gefaseerd te werken en de uitvoering in elk geval op te starten buiten het broedseizoen van de aanwezige vogels. Is dat niet moge­ lijk dan dient aantoonbaar te zijn onderzocht (deskundige) dat er geen vernietiging van nes­ ten, eieren of jongen zal plaatsvinden.

5.5 Overige soorten Van de overige beschermde soorten en soortgroepen is te stellen dat deze in het plange­ bied niet voorkomen of zijn te verwachten. Ook zullen de geplande activiteiten geen effect hebben op deze soorten.

6 Gebiedsbescherming Dit hoofdstuk beschrijft in algemene zin de te verwachten effecten van realisatie van het bestemmingsplan op beschermde gebieden en doelsoorten. Het plangebied ligt aan de zuidzijde van de bebouwde kom van Harderwijk, tegen de grens met Ermelo. Artikel 2.1 Wnb vormt de invulling van de gebiedsbescherming van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en heeft als doel het beschermen en instandhouding van bijzondere gebie­ den in Nederland. De Wnb sluit aan bij de Europese gebiedsbescherming zoals vastgelegd in de Vogel- en Habitatrichtlijn. De Nederlandse wetgeving heeft dit vastgelegd in een groot aantal Natura 2000 gebieden.

6.1 Natura 2000 Natura 2000 omvat een samenhangend Europees netwerk van beschermde natuurgebie­ den. Alle Europese lidstaten dragen hieraan bij. Natura 2000 is gericht op het behoud van natuurgebieden en de ontwikkeling daarvan. De Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn vormen hiervoor de onderliggende basis. Alle Natura 2000-gebieden liggen binnen de Ecologische Hoofd structuur. FNCrľi^

Het plan ligt op ruim 750m van Natura 2000 gebied Veluwe (zie figuur hiernaast PDOK maart 2020).

'Wíftrŗ.

Diverse habitats en soorten van de Veluwe zijn beschermd, zoals enkele bos- en heidetypen. Specifieke bescherming is er voor o.a. het Vliegend hert, Gevlekte witsnuitlibel en Kamsalamander. Relevante vogelsoorten zijn o.a. Wespendief, Zwarte specht, Boomleeuwerik, Nachtzwaluw en IJsvogel. Gezien de aard van het plan en de ligging t.o.v. de Natura 2000 gebieden zijn met zeker­ heid geen effecten van het plan te verwachten op de instandhoudingsdoelstellingen en habitattypen. Een berekening van de stikstofdepositie van gebruik en aanleg is weergegeven in een separate rapportage van bureau Lycens. De conclusies zijn in deze rapportage weergegeven.

7

Versie: 23 maart 2020

6.2 Gelders natuurnetwerk (GNN) en Groene Ontwikkelzone (GO) Naast toetsing op Natura 2000 gebied vindt separaat een toetsing plaats op het Gelders Natuurnetwerk (GNN), de voormalige Ecologische hoofdstructuur. Voor het GNN is door de provincie Gelderland een aantal criteria opgesteld waaraan wordt getoetst of een plan in­ vloed heeft op de wezenlijke waarden en kenmerken. Daarnaast zijn Groene Ontwikkelzones (GO) aangewezen. Dat zijn gebieden met andere functies dan natuur die ruimtelijk verweven zijn met de natuur van het Gelders Natuurnetwerk en daar functioneel mee samen­ hangen. Het beleid in de GO is gericht op versterking van die samenhang. rlAMJVITM.

Het plangebied ligt buiten het GNN en de GO (zie figuur resp. groen en bruin). Planrealisatie heeft geen effecten op de na­ tuurwaarden van deze gebieden. Verder onderzoek of een ontheffing wordt niet no­ dig geacht.

įţwryiMir:

iW.aľqwiMFtv Ztwnwljor-

8

Versie: 23 maart 2020

7

Conclusies en aanbevelingen

7.1 Algemeen Verschillende soorten planten, dieren worden beschermd in de Wet natuurbescherming. Op basis van de Vogel- en Habitatrichtlijn, zijn in de Wet speciale beschermingsgebieden aan­ gewezen. Een ruimtelijke ontwikkeling is alleen mogelijk als duidelijk is dat nesten, holen of andere verblijfsplaatsen niet worden vernield of beschadigd. Verstoring is in sommige ge­ vallen wel toegestaan, mits er geen negatief effect is op populatieniveau. Beschermde plan­ ten mogen niet worden verwijderd van hun groeiplaats. Ook mogen door een ruimtelijke ontwikkeling geen significante negatieve effecten plaatsvinden op beschermde gebieden. Adviesbureau Groenewold Milieu & Natuur heeft in opdracht van initiatiefnemer een natuurtoets uitgevoerd voor de realisatie van een logiesvoorziening, met parkeerplaatsen aan de Goede Reede te Harderwijk. Het betreft een braakliggend terrein in de oksel van de Groenezoomweg en de Harderwijkerweg.

7.2 Beschermde soorten Er zijn geen beschermde soorten of verblijfplaatsen gevonden of te verwachten. Hoewel de kans niet groot wordt geacht kunnen in het broedseizoen nesten van vogels (grondbroe­ ders) aanwezig zijn. Alle broedende vogels zijn beschermd en de nesten ook, totdat de jon­ ge vogels zijn uitgevlogen. Hiervoor geldt de algemene zorgplicht. Er geldt een vrijstelling voor de algemeen beschermde soorten (Omgevingsverordening Gelderland). Overigens blijft de algemene zorgplicht altijd van kracht. Een ontheffing Wnb voor soorten is niet nodig.

7.3 Gebiedsbescherming Op basis van de ligging en aard van de ruimtelijke ingrepen is de conclusie dat deze in­ greep geen negatieve invloed heeft op de specifieke natuurwaarden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied is de Veluwe op ca. 750m afstand. Het plan heeft geen invloed op be­ schermde habitats of soorten. De gevolgen voor de stikstofdepositie in gebruiks- en aanlegfase is weergegeven in een separate rapportage van bureau Lycens.

7.4 Gelders natuurnetwerk Z Groene Ontwikkelzone Het plan ligt buiten de begrenzing van het GNN en de GO. Op basis van de ligging van het plangebied ten opzichte van de begrenzing van het GNN mag worden aangenomen dat er geen effecten zijn te verwachten op de wezenlijke waarden en kenmerken van het GNN en de GO. Specifieke maatregelen of aanvullend onderzoek worden niet nodig geacht.

7.5 Voorbehoud en zorgplicht De voorliggende natuurtoets is gebaseerd op inventarisatiegegevens van derden, litera­ tuuronderzoek en een verkennend terreinbezoek. Om de risico’s op verstoring van be­ schermde soorten (bijv. vogels) op het werkterrein te minimaliseren, wordt aanbevolen om voorafgaand aan de werkzaamheden het terrein te controleren op de aanwezigheid van beschermde soorten.

9

Versie: 23 maart 2020

Algemene zorgplicht Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt wel een zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan beschermde soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Dit betekent onder meer dat een initiatiefnemer zich tijdig op de hoogte stelt van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen van het plan. Bij de uitvoering moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan ge­ maakt. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het voorkómen van verontrusting of verstoring in de kwetsbare perioden zoals de broedVvoortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden kan per soortgroep verschillen. Als ‘veilige’ periode voor alle groe­ pen geldt in het algemeen de periode van half augustus tot half november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als vleermuizen, overige zoogdieren en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Indien een plangebied in die periode bouwrijp wordt gemaakt, geeft realisatie gedurende het winterseizoen en het daarop volgende voor­ jaar meestal geen problemen. Vaak is het voldoende om rekening te houden met de broed­ tijd (15 maart-15 juli).

Als bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perio­ den van de soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kan bijvoorbeeld vegetatie gedurende het groeiseizoen kort gemaaid worden, of kunnen bomen buiten het broedseizoen worden gekapt, zodat er geen vogels gaan broeden. Hierbij geldt overigens wel de algemene zorgplicht. Beschermde soorten Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waarge­ nomen dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen).

7.6 Ecologische kansen I natuurinclusief bouwen Overigens zijn in de nieuwbouw relatief eenvoudig extra voorzieningen te realiseren voor vogels en/of vleermuizen. Door de betere isolatie van woningen verdwijnen openingen, kie­ ren e.d. en daarmee nest- en schuilplaatsen, die vroeger heel gewoon waren. De maatre­ gelen kosten weinig geld maar betekenen veel voor de betreffende soorten. Zo is een bij­ drage te leveren aan het behoud van deze soorten voor de toekomst. Bijvoorbeeld een speciale neststeen of plank voor huismussen, huiszwaluwen of gierzwa­ luwen (eten veel muggen). Een speciale kast voor vleermuizen (eten veel muggen) is een­ voudig aan de wand te plaatsen. De dieren kunnen dan niet in de spouw zelf komen maar krijgen wel extra verblijfplaatsen ter beschikking.

10

Versie: 23 maart 2020

8 Advies »

»

»

» »

»

Er zijn geen beschermde soorten of verblijfplaatsen aangetroffen of te verwachten. Ver­ blijfplaatsen van uilen, kleine marters en vleermuizen zijn uit te sluiten. Voor aanvang van de werkzaamheden is een ontheffing Wnb soorten niet nodig. Bij uitvoering van de werkzaamheden altijd invulling geven aan de ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wet natuurbescherming), wat inhoudt dat de initiatiefnemer passende maat­ regelen neemt om schade aan beschermde soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. De zorgplicht houdt hier in, de uitvoering van de werkzaamheden te laten plaatsvinden buiten de broedperiode. Overigens mogen eventuele vroege of late legsels niet worden verstoord. De beste tijd voor uitvoering is dan tussen juli en februari. Als uitvoering van de werkzaamheden wel gepland is in de periode maart-juni, dan dient vooraf eerst te worden aangetoond dat er geen vogels broeden (grondbroeders). Ter bevordering van de biodiversiteit is het advies het nieuwe gebouw te voorzien van een aantal duurzame neststenen of nestkasten. Bij landschappelijke inpassing is het advies inheemse noot- of besdragende soorten toe te passen. Natura2000 gebied Veluwe ligt op 750m van het plangebied en buiten de begrenzing van het GNN en de GO. Er zijn geen negatieve effecten op deze gebieden te verwach­ ten. Een Wnb vergunning gebieden is niet nodig.

11

Versie: 23 maart 2020

9 Literatuur » » » » » » » » » » » » » * » * » » » » » » » » » » » » » » » »

Broekhuizen, S., B. Hoekstra, V. Van Laar, C. Smeenk à J.B.M. Thissen, 1992. Atlas van de Nederlandse Zoogdieren. Stichting Uitgeverij Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereni­ ging, 3de herziene druk. BIJ12, Juli 2017, Kennisdocument Huismus 1.0 BIJ12, Juli 2017 Kennisdocument Steenuil 1.0 BIJ12, Juli 2017, Kennisdocument Gierzwaluw 1.0 BIJ12, Juli 2017, Kennisdocument Das 1.0 BIJ12, Juli 2017, Kennisdocument Gewone dwergvleermuis 1.0 Eekeren, N. van à F. Smeeding, 2006, Praktijkhandleiding Evenwichtige verschraling van na­ tuurgronden door uitmijnen van fosfaat met grasklaver en kalibemesting. Janssen, J.A.M. en Schaminée, J.H.J., 2008: Soorten van de habitatrichtlijn Lange, R., P.Twisk, A. van Winden à A. van Diepenbeek, 1994. Zoogdieren van West-Europa. Stichting Uitgeverij KNNV en VZZ i.s.m. Vereniging Natuurmonumenten. Limpens, H., K. Mostert à W. Bongers (red.) (1997). Atlas van de Nederlandse vleermuizen, Stichting Uitgeverij van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, Utrecht.

Provincie Gelderland: Omgevingsverordening Provincie Gelderland: Mitigatiecatalogus gebouwbewonende soorten, Arcadis, 27 september 2018 Regiebureau Natura 2000, Naslagwerk Natura 2000 www.gegevensautoriteitnatuur.nl http://geodata2.prv.gelderland.nl/ www.infomil.nl http://mineleni.nederlandsesoorten.nl/ www.Natura2000.nl www.Natuurloket.nl www.RAVON.nl www.rijksoverheid.nl www.soortenregister.nl http://www.synbiosys.alterra.nl/Natura 2000 http://www.vleermuis.net www.waarneming.nl (website met soortenwaarnemingen in Nederland) www.wetten.nl Zoon, C.P.M., 2005a. Dassen in de Groene Zoom. Gemeente Harderwijk. Zoon, C.P.M. 2005b. Dassen aan de Hooge Geest. Gemeente Harderwijk. Zoon, C.P.M., 2006. Natuuronderzoek in Horst-Noord. Gemeente Ermelo. Zoon, C.P.M., 2011 Effecten van een bouwplan in de Groene Zoom, (Harderwijk) op aanwezi­ ge dassenfamilie. Zoon, C.P.M., 2012, Natuurcompensatieplan Drielanden-west en Groene Zoom Zoon, C.P.M., 2012, Natuurtoets Drielanden-west en groene Zoom.

Bijlagen 1. CN CO -sf

Overzicht situatie Foto’s plangebied Samenvatting natuurwetgeving Voorbeeld voorzieningen

12

Versie: 23 maart 2020

Bijlage 1 Overzicht situatie 'Broekhuis ® 'FinanciëleBiensten. Broekhuis Verzekeringen «Broekĥũ^Fprd' .. ^įjįļarderwijķ

ľHardćŕŵijķ.BV1

N303

Post Rentja^WFldii

luta Volvo, v ui vu,

Harderwijk N ^

p

“0 opVolkswagęi

tì RozenďāaLSport v On Wheelst în’Tw.eewielers

I ŕŕĩrmintí jfUõ IŰ9SÖ ĴŪÜ95

luspa

•58

1İĴ2Ĩ 1761 2056

2ÙOO

Ōļ PO o

JOĉ-i

JübH

üOO é

2062 r/fij

1999

o fi

“3

1944

1253

K»sconuin*r «bavcnqronds; ļtaşţūAUlţwr londérgroodsl

Nieuwe situatie

Bijlage 2 Foto’s plangebied

.

Ľ&S ^ ‘\r«.-'-tr-

2®*í

Tf

"-'

•*aŕįî -v2İ -^

,

KwjsSR

--

V

--

I

ÿř?*:;.Äţ

,vwï*ú •».

A

nfeŕ^ip

^■ŵi ___

'^Sar.

'ír.J

įi*“vJŕļ# i ;'V i# ifiJK

é ' 53 •.îŕ:í-

ilS' l HM ;ŕ.Zlp ^0

ņ

įřvy'4

:ZSU3EŽ v- Sróį Sŕř^ - r*Aì* -: . įSnĮRįfi

.1 I \4 '4 í ?iĩ į

ÄŞ4

3Uí*ii

/Ŵï

ŕ'-'r* ' ík't ly. 'ĩÝ.ìř

Ŵ^#ŴŴŴB0S8TĮhj-rj

Bijlage 3 Samenvatting Natuurwetgeving

Samenvatting Wet Natuurbescherming Versie januari 2020

Inleiding In deze bijlage worden in het kort het wettelijk kader van de natuurwetgeving beschreven en de toepassing bij ruimtelijke ingrepen en beheer. De bescherming van natuur in Nederland is vastgelegd in Europese en Nationale wet- en regelgeving. Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getre­ den. De Wnb vervangt de Flora- en Faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. De Wet beoogt waardevolle natuur te beschermen met duidelijke en eenvoudige regels. Er is net als in de oude regelgeving onderscheid tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. Daar waar sprake is van Europese bescherming verandert er qua beschermingsniveau niet zo veel. In de soortenbescherming is wel het één en ander gewijzigd voor wat betreft de nationale bescherming. De uitvoeringsregels zijn vastgelegd in het Besluit natuurbescherming en de Regeling natuurbescherming.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=170cc7b4-a93e-4ff3-a09c-585c4d566d4a