3.a Onderzoeksrapport definitief.pdf
Tekst van het document
12. / 34
2.9. Verbinding van de fysieke aan de sociale leefomgeving Er zijn veel nieuwe inzichten op het gebied van de vormgeving van de fysieke leefomgeving Zo is er meer aandacht voor het verbinden van de fysieke aan de sociale structuren. Door een toename aan gedetailleerde ‘harde’ data ontstaan er nieuwe en evidence based ontwerptools in voorheen ‘zachte’ vakgebieden als omgevingspsychologie en social design. Er zijn bijvoorbeeld tools ontwikkeld die de maatschappelijke kosten baten kunnen onderbouwen. Dit geeft bestuurders, beleidsmakers en organisaties inzicht in de opbrengsten van een preventieve aanpak. Er bestaat ook een tool om Positieve Gezondheid op wijkniveau in te zetten om een gezond leefomgeving te creëren. IPH (Institute for Positive Health), On(t)roerend Goed, het Louis Bolk Instituut en studioMAEK hebben de handen ineen geslagen om deze integrale aanpak op multidisciplinaire wijze ten uitvoer te brengen op alle vereiste niveau’s (beleid-verbinding-organisatie-uitvoer). Op bestuurlijk vlak blijkt er namelijk steeds meer noodzaak én draagvlak om een dergelijke integrale visies te ontwikkelen die domeinoversteigend is. Om de verbinding van de fysieke aan de sociale leefomgeving te laten slagen is er een heldere visie nodig omdat het een meerjaren aanpak vereist met commitment op bestuurlijk en ambtelijk niveau.
Ook vereist het de bereidheid om nauw op te trekken met profit en non-profit organisaties én met de bewoners zelf.
2.10. Positieve Gezondheid Positieve Gezondheid (PG) benadert gezondheid vanuit het welzijn en/of welbevinden van mensen en kiest daarmee voor een nieuwe invalshoek binnen de medische sector. Het is een beweging/stroming die is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek van Machteld Huber, de initiatiefneemster van IPH (institute for Positive Health). Zo stelt de WHO momenteel nog dat “gezondheid een toestand van compleet welbevinden is, lichamelijk psychisch en sociaal”. Eigenlijk zou dat betekenen dat vrijwel niemand gezond is. Zelfs als je geen ziekte hebt, doen zich gebeurtenissen voor in het leven waardoor het tijdelijk niet goed gaat. Daar komt bij dat de definitie weinig recht doet aan mensen met een chronische ziekte. Toen voormalig huisarts en onderzoeker Machteld Huber in 2011 startte met haar researchproject waren er al langer geluiden dat de definitie van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) uit 1948 te statisch zou zijn. In de reguliere zorg ligt de focus grotendeels op het behandelen van klachten en gezondheidsproblemen. Positieve Gezondheid legt het accent op veerkacht en welzijn. De nadruk ligt niet langer op “ziekte” en “behandelen” maar meer op “mensen” en “voorkomen”. Van reactief naar preventief/pro-actief waar wordt gestuurd op veerkrach. Er wordt beter geluisterd naar wat het leven van mensen op individueel niveau beter maakt en meer betekenis geeft.
Positieve Gezondheid is daarmee geen doel op zich. Het is een gedachtengoed en/of methodiek die is uitgewerkt in een spinnenweb met 6 dimensies. Deze geeft een bredere (holistische) kijk op welbevinden dan gezondheid alleen. Deze bredere benadering draagt bij aan het vermogen van mensen om met fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan en om zo veel mogelijk eigen regie te voeren over je eigen situatie. iPH wil de beweging rond Positieve Gezondheid stimuleren, versterken en versnellen. 'Zo maken we met elkaar van Nederland de grootste Blue Zone ter wereld, een plek waar mensen langer, gezonder en gelukkiger leven dan waar ook ter wereld’. Positieve Gezondheid heeft instrumentarium ontwikkeld om laagdrempelig in gesprek te gaan met alle betrokken partijen om gezondheid op lokaal niveau tastbaar te maken. Het verbind de ‘grote’ beleidsthema’s aan lokale initiatieven en/of projecten waarin de regie op je omgeving en de kracht van de plaatselijke community onderdeel zijn van de oplossing. In Harderwijk is MFC de Roef in ontwikkeling. Dit is het eerste maatschappelijke nieuwbouwproject in Nederland waarin professionals op gebied van ontmoeten, welzijn en zorg op basis van Positieve Gezondheid vanaf de start zijn betrokken en onder één dak willen gaan samenwerken.
Een intentieovereenkomst tussen ruim 15 organisaties is afgesloten op 21 januari 2020 en vormt een basis voor de ontwikkeling van de nieuwbouw. In navolging van deze aanpak is ook voor de Kiekmure de gedachte om vanaf de start van de herpositionering Positieve Gezondheid als pijler te introduceren bij de toekomstige ontwikkelingen
13. / 34
3. STADSDENNEN 3.1. Stedenbouwkundige opzet In de ruimtelijke opbouw van de wijk Stadsdennen staat het assenkruis van Vondellaan-Alberdingk Thijmlaan en Tesselschadelaan centraal. Dit wegenkruis verdeelt de wijk in vier kwadranten. Bij de kruising van deze wegen is het wijkwinkelcentrum gelegen. Dit centraal gelegen winkelcentrum grenst aan de belangrijkste groenstructuur in de wijk, die van oost naar west door de wijk loopt. Langs deze groenstructuur zijn enkele belangrijke voorzieningen gelegen waaronder een aantal scholen en het in 2015 gebouwde MFC De Kiekmure. De bebouwing in Stadsdennen bestaat hoofdzakelijk uit laagbouw in de vorm van geschakelde eengezinswoningen (63%). Ongeveer 53% van de circa 2.500 woningen bestaat uit huurwoningen. 43% is eigendom van corporaties (Uwoon/ Omnia) en de overige 10% wordt verhuurd door particuliere partijen waaronder o.a. (kleine) beleggers. De woningvoorraad is relatief eenzijdig met een merendeel geschakelde doorzonwoning, galerijflats (hoogbouw) en portiek-etageappartementen (±4 laags) uit de jaren ’70. De middelhoge en hoogbouwcomplexen (37% van de voorraad) bevinden zich voornamelijk langs de wijkontsluitingswegen en aan de randen van de wijk. De hoogbouwcomplexen behoren vrijwel allen toe aan een corporatie.
Vanaf 2000 is de zone tussen de Vondellaan en de Brederolaan geherstructureerd in het kader van de stedelijke vernieuwing, waarbij middelhoogbouw en huurwoningen grotendeels zijn vervangen door nieuwe laagbouwwoningen en appartementencomplexen (soms met halfverdiept parkeren). Een aantal probleemlocaties zijn vervangen. Door de nieuwbouw is de woningdifferentiatie enigszins gewijzigd maar nog steeds is er sprake van een relatief monofunctioneel aanbod wat betreft woningen.
14. / 34
3.2. Corporatiewijk ? 14 Gebieden met leefbaarheidsproblemen zijn vaak buurten waar veel corporatiewoningen staan. De ontwikkeling van de gebieden met leefbaarheidsproblemen is dan ook in grote lijnen de ontwikkeling van de corporatiebuurten. Er zijn daarbij omslagpunten voor wat betreft het aandeel corporatiewoningen in zo’n gebied en de mate waarin de problemen er toenemen. Analyses van de Leefbaarometer15 heeft laten zien dat als er in de directe woonomgeving meer dan veertig à vijftig procent van de woningen in bezit van corporaties is, deze gebieden vaak een relatief ongunstige ontwikkeling doormaakten als naar de leefbaarheid als totaalscore wordt gekeken. Hier slaat een gemiddeld positieve ontwikkeling van de leefbaarheid om in een negatieve ontwikkeling. En daarbij geldt: hoe groter de concentratie (tot zo’n 80%) hoe ongunstiger de ontwikkeling. Als meer specifiek naar de dimensie Veiligheid wordt gekeken, ligt het kantelpunt (waar een negatieve ontwikkeling ontstaat) bij zestig procent. Stadsdennen heeft 43% corporatiewoningen en 10% particuliere verhuurders/beleggers) In gebieden met veel corporatiewoningen, is er dus een sterkere toename van kwetsbare groepen dan in gebieden met weinig corporatiewoningen. Dit resulteert in toenemende verschillen tussen deze gebieden.
Het gaat om deels overlappende groepen die op hun eigen manier kwetsbaar zijn, maar waarvoor in alle gevallen geldt dat hun aandeel sterkt toeneemt in deze reeds kwetsbare gebieden. Het resultaat is dat de verschillen landelijk gezien in 2018 40 tot 60% groter zijn dan in 2012. Het toevoegen van extra sociale woningbouwprojecten in de wijk zal de druk op de voorzieningen verder laten stijgen. De raad heeft recent besloten dat er nog 2 sociale woningbouwprojecten worden ontwikkeld in de wijk Stadsdennen en dat daarna het quotum in dit segment is bereikt. Carla Venema vat het tijdens een interview als volgt samen: De problemen die zich voordoen in de wijken zijn groter en urgenter in Tweelingstad. Ze onderkent wel dat de verschuiving in de wijk Stadsdennen sneller is gegaan dan voorzien. Er is nog geen sprake van crisis maar een preventieve aanpak zal zeker helpen om problemen in de nabije toekomst te voorkomen.
14 publicatie “Veerkracht in het corporatiebezit - De update: een jaar later, twee jaar verder…” i.o.v. Aedes 15 Leidelmeijer, K., M. Middeldorp en G. Marlet (2019), Leefbaarheid in Nederland (201); een analyse op basis van de Leefbaarometer 2018, onderzoek i.o.v. Ministerie van BZK.
15. / 34
3.3. Leefbaarheid De Leefbaarometer van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties geeft informatie over de leefbaarheid in alle buurten en wijken.De definitie van leefbaarheid is geformuleerd als: “de mate waarin de leefomgeving aansluit bij de voorwaarden en behoeften die er door de mens aan worden gesteld”. Het geeft de huidige situatie in de wijk weer, maar ook ontwikkelingen en achtergronden van de buurt. Om leefbaarheid in beeld te brengen wordt gebruik gemaakt van 100 indicatoren16. Deze geven op basis van statistisch onderzoek een oordeel over leefbaarheid van een stad, wijk of buurt.
Let op: de totaalscore voor leefbaarheid zoals in de kaarten via klassen wordt weergegeven betreft een “absolute” score. Een gemiddeld gebied in Nederland scoort op de grens tussen “Ruim voldoende”en “Goed” op deze schaal, wat betekent dat gebieden die bijvoorbeeld “Voldoende” scoren groen kleuren op de kaart, maar onder het nationaal gemiddelde liggen, en in deze grafiek rood uitslaan. Het gaat hierbij om de simpele rekensom waarbij de gemiddelde landelijke leefbaarheidsscore afgetrokken wordt van de leefbaarheidscore van het betreffende gebied in het betreffende jaar. Als bijvoorbeeld de leefbaarheid in 2014 gemiddeld 4,16 is en een gebied scoort 4,1, dan is de afwijking van het gemiddelde 4,1-4,16=-0,06. De Leefbaarometerschaal loopt overigens van ongeveer 3,4 tot en met ongeveer 4,6 , en is verdeeld over 9 leefbaarheidsklassen. Een gemiddelde klasse is daarmee 0,133 groot, waarmee een ontwikkeling van -0,06 bijna een halve leefbaarheidsklasse voorstelt en daarmee wezenlijk is. Nadat voor het betreffende gebied de afwijking van de gemiddelde leefbaarheid in Nederland is getoond, wordt bij de 5 achterliggende dimensies weergegeven in hoeverre ze bijdragen aan een bovengemiddelde of ondergemiddelde leefbaarheid in dat gebied. Indien bijvoorbeeld de veiligheidssituatie beter is dan gemiddeld in Nederland scoort een gebied positief op veiligheid.
De scores op de 5 dimensies tellen samen op tot de afwijking van de gemiddelde leefbaarheidsscore.
16 https://www.leefbaarometer.nl/page/indicatoren
16. / 34
De leefbaarheid in Harderwijk wordt door de Leefbarometer beoordeeld als : “Goed”. Alleen op het gebied van “voorzieningen” scoort de stad ondergemiddeld. Op wijkniveau Stadsdennen is er meer differentiatie waarneembaar met 2 deelgebieden die als zwak worden beoordeeld. Overigen hebben de kwalificatie voldoende tot ruim voldoende. De noodzaak is om hier juist in te zetten op preventie, zodat de zorg niet verder toeneemt. Anderszijds is in Tweelingstad het aantal deelgebieden met de kwalificatie zwak aanzienlijk groter. Een en ander in de lijn van wat Zorgdat in het interview heeft kenbaar gemaakt. Tweelingstad is, net als Frankrijk. Deze wijk is in principe ook aangewezen op de Kiekmure maar de fysieke afstand en de barrière die de ringweg vormt maken de locatie van de Kiekmure niet ideaal als laagdrempelige faciliteit voor de bewoners van Tweelingstad. Door het inzetten van bv satellieten, dependances zou deze fysieke afstand kunnen worden verkleind of overbrugd.
3.4. Integraal wijkprofiel De data van de leefbarometer meet de leefbaarheid Het biedt inzicht maar koppelt deze niet aan een handelingsperspectief. Interventies of preventief handelen vallen niet binnen de scope. RIVM heeft de toolkit Preventie in de wijk - samen werken aan gezondheid en welzijn van inwoners. Deze biedt meer handvatten voor organisaties om samen te gaan werken. Omdat de herpositionering van de Kiekmure tijd zal kosten zou het samen opstellen van het integrale wijkprofiel een middel kunnen zijn voor organisaties om alvast een start te maken. Uit de interviews blijkt dat het merendeel al bezig is op hun eigen deelgebied. Er ontbreekt echter regie om alle data wijkbreed in kaart te brengen en daar in samenspraak de afstemming / ordening in aan te brengen. Een proces als deze kan al worden gevoerd op basis van Positieve Gezondheid, wat sterk zou aansluiten bij de verdere ontwikkelingen en verbindingen die zullen ontstaan bij de herpositionering van de Kiekmure. Gebruik ook de bestaande structuur en sluit daar bij aan. Zo kan het project bijvoorbeeld binnen de structuur van het wijkplatform kunnen worden uitgevoerd, aangevuld met relevante stakeholders vanuit de wijk / de Kiekmure. Ook wijkbewoners die niet bij een organisatie/vereniging zijn aangesloten zouden betrokken moeten worden bij de totstandkoming van het project.
17. / 34
De toolkit “Preventie in de wijk - samen werken aan gezondheid en welzijn” kent 4 stappen. Ondersteunende tools uit de Toolkit zijn: Wijktypen, Datawijzer en Preventiewijzer. De processtappen van deze aanpak zijn:
3.4.1. Breng de wijk integraal in beeld Op basis van een van 9 wijktypen gaan partners en inwoners met elkaar in gesprek en verkennen welk wijktype of combinatie van wijktypen van toepassing is. Dit gebeurt aan de hand van de wijkkenmerken en herkenbare preventiethema’s. op basis daarvan wordt een integraal wijkprofiel opgesteld . De toolkit beschikt over een datawijzer met landelijk beschikbare bronnen, eventueel aangevuld met kwantitatieve en kwalitatieve gegevens uit eigen bronnen.
3.4.2. Kies prioriteiten en doelen Op basis van het wijkprofiel worden prioriteiten gesteld op thema’s en doelgroepen voor preventie. Er zijn vaak meerdere dialogen nodig om keuzes te maken.
3.4.3. Maak een plan met mix van interventies Stelt een integraal plan op en maak afspraken over samenwerking. Het plan bestaat uit een mix van (erkende) interventies en maatregelen die passen bij de preventiethema’s die aansluiten bij de doelgroep(en) en context.
3.4.4. Uitvoeren Voer interventies in samenhang uit .Op basis van het integrale plan en de samenwerkingsafspraken met partners en inwoners kunnen interventies en maatregelen in samenhang worden uitgevoerd. Deze interventies, passen binnen een bredere beleidsstrategie en vormen de ‘agenda’ van de conceptontwikkeling van de Kiekmure als centrum voor Positieve Gezondheid.
3.4.5. Monitoren en Evalueren Structureel monitoren , evalueren en bijsturen zijn onderdeel van het proces. Dit maakt de uitkomst toekomstbestendig en robuust.
18. / 34
3.5. Spinnenweb Positieve Gezondheid inzetten Om alle verschillende belangen, domeinen en organisaties op gelijkwaardige wijze aan elkaar te kunnen verbinden heeft IPH het spinnenweb als instrument ontwikkeld. Het is een middel om de onderlinge communicatie te ondersteunen en om elkaar inzichten te geven in elkaars positie. Het helpt om iedereen afgestemd te krijgen op basis van zes pijlers: • • • • • •
lichaamsfuncties mentaal welbevinden zingeving kwaliteit van leven meedoen dagelijks functioneren
Deze domeinen zijn op hun beurt weer door te vertalen naar het aanbod van zorg-, welzijn- en maatschappelijke organisatie én naar activiteiten en zelfs voorzieningen op wijkniveau.
3.6. Signalen uit de wijk De interviews geven een beeld van wat er allemaal speelt in de wijk. Het beeld is uiteraard niet compleet en de verschillende geïnterviewden hebben geen gelegenheid gehad om op elkaar te kunnen reageren. Het waren de eerste verkennende gesprekken om op open wijze te bespreken hoe men dacht over de voorgenomen herpositionering van de Kiekmure, wat deze voor hun kan betekenen en welke rol ze zien voor de Kiekmure als het gaat over Positieve Gezondheid icm hun eigen doelstellingen. De interviews zijn opgenomen als bijlage. Ze geven ons als auteur maar hopelijk vooral elkaar inzicht waar men staat wat betreft de nieuwe ontwikkelingen. Een aantal signalen zetten we bij wijze van samenvatting in onderstaande overzicht.
3.6.1. #Wijkbewoners In deze quickscan is niet onderzocht waar de specifieke vraag ligt vanuit de individuele bewoners. Het doel van de quickscan is eerst beeld te krijgen van de opgave, dit is door middel van deskresearch en interviews gebeurd. Het advies is om in de volgende fase wel actief ook de bewoners uit de wijk te betrekken. Een wijkenquête geënt op de methodiek van het Instituut voor Positieve Gezondheid zou hier een passend antwoord op kunnen geven. De indicatoren zijn nu vaak per sector/organisatie/domein onderzocht maar nog niet in samenhang.
19. / 34
Vanuit de signalering en de statistieken kunnen de volgende factoren worden beschouwd als algemene indicatoren die richtinggevend zijn voor een evt vervolgonderzoek: • • • • • • •
Toekomst- en handelingsperspectief Een gezonde leefomgeving en een gezonde levensstijl (voeding, beweging, mentale veerkracht) Tegengaan van eenzaamheid, armoede en ongelijke kansen Maatwerk in de ondersteuning voor bijzondere doelgroepen. Versterken van zelfstandigheid en zelfredzaamheid vergroten van het participatievermogen van wijkbewoners (werk & maatschappelijk). Verbeteren van leefbaarheid en veiligheid van de buurt.
3.6.2. #Ontmoeten • • • •
Wijkvereniging : groot bereik en groot netwerk van buurtbewoners / reactief & pro-actief. laagdrempelig en sterk in lijn met participatiedoelstellingen gemeente. Relatief lage diversiteit. Wijkplatform : meest complete samenstelling van organisaties werkzaam/betrokken in Stadsdennen. potentieel een platform om Positieve Gezondheid in de wijk uit te rollen. Kleurig Krachtig Harderwijk : organisatiekracht met intrinsiek gemotiveerde partners/ agenderend. Complementair op gebied van diversiteit en verbinding Moskee (nader aan te vullen op basis van een interview)
3.6.3. #Welzijn Zorgdat werkt samen met vrijwilligers, buurtbewoners, gemeente, woningcorporaties en veel verschillende (zorg)organisaties. Samen bieden ze hulp en ondersteuning op maat. Voor de wijk Stadsdennen zijn dit o.a.: • • • • • • • • • • • • • • • • •
Zorggroep Noordwest Veluwe Interakt Contour MEE Veluwe Kwintes Wijkvereniging Stadsdennen-Frankrijk De Kiekmure GA! Harderwijk Basisschool de Schakel Basisschool Dominicus Savio Basisschool Al Islaah Petrakerk Turkse Moskee Marokkaanse Moskee Uwoon Omnia Wonen Stimenz Huisartsen
Doordat er nauw wordt samengewerkt met al deze verschillende organisaties, wordt er veel gesignaleerd op gebied van hulpvraag, ondersteuning en . Zorgdat wil daar zijn waar de vraag is. De opbouwmedewerkers van Zorgdat zijn heel actief in de wijk, onder andere door het wekelijkse spreekuur. Projecten als een inclusieve buurt dragen bij aan het realiseren van een veilige en gezonde leefomgeving. Gelukkig is er de afgelopen jaren door de gemeente nog veel geïnvesteerd in welzijnswerk.
20. / 34
3.6.4. #zorg •
Eerstelijnszorg: huisartsen, fysiotherapie, etc
a) Bereikbaarheid zorg borgen De huisartsen geven aan dat pakweg 80% van hun tijd wordt besteed aan 20% van de patiënten. De sociaal en economische achterstand van veel van hun patiënten lijdt tot een hoger huisartsenbezoek. Sinds 2019 is er een nieuwe systematiek in werking getreden m.b.t. de vergoedingen van huisartsen en de praktijk Cohen heeft daardoor een extra middelen gekregen omdat de benodigde zorg in de wijk aanzienlijk hoger ligt dan het landelijk gemiddelde. Niet medische onderwerpen als bestaanszekerheid, vergrijzing, eenzaamheid, overgewicht, psychische klachten of financiële problemen hebben vaak en langdurig lichamelijke klachten tot gevolg waardoor de zorgbehoefte per patiënt sterk toeneemt. Bij de grote groep niet-westerse Nederlanders die in Stadsdennen wonen spelen verder ook thema’s als taalniveau, laaggeletterdheid, en culturele context een grote rol bij het ontwikkelen van klachten die leiden tot een bezoek aan de huisartsen Vanuit deze observatie is de huisartsenpraktijk continu aan het innoveren om deze patiënten te kunnen blijven helpen en de toegang tot de zorg van de huisartsen op termijn te kunnen borgen.
Geen medicijnen maar een gesprek, coaching van een psycholoog, hulp van maatschappelijke instanties aanreiken, praktische tips over voeding en het vergroten van bewustwording op het gebied van lifestyle worden nu nog relatief kleinschalig ingezet maar de overtuiging is dat daar een belangrijke sleutel ligt om het welzijn van de wijkbewoners / patiënten te kunnen verbeteren. b) Ondersteunen vestiging nieuwe huisartsen Het huisartsenoverleg (HAGRO) in Harderwijk heeft recent besloten dat ieder van de 17 aangesloten huisartsen in Harderwijk op korte termijn 50 patiënten extra zullen opnemen met het streven dat er zich op niet al te lange termijn extra huisartsen in Harderwijk moeten gaan vestigen om zowel de vergrijzing onder huisartsen alswel de bevolkingsgroei van de gemeente te kunnen opvangen. Er hebben zich 8 geïnteresseerde jonge artsen gemeld maar nog niemand heeft een besluit genomen tot de start van een praktijk en een concrete vestigingslocatie is vooralsnog niet gevonden17 . Tijdens een van de interviews wordt passeert het idee de revue dat het creëren van een nieuwe vestigingslocatie voor een huisartsenpraktijk interessant kan zijn om mee te nemen in de scope van het ontwikkelen van de Kiekmure als wijkcentrum rondom het concept van Positieve Gezondheid. 18
afbeelding: website de nieuwe dokter 17 artikel de Stentor dd 18 jan 2020 : Harderwijkse huisartsen maken einde aan wachtlijsten en nemen allemaal vijftig nieuwe patiënten aan (link)
21. / 34
3.6.5. #Corporaties Vanuit het sociale beheer van de complexen in de wijk schetsen de corporaties een beeld van toenemende sociale druk binnen de complexen. Vooral in de grootschalige (hoogbouw)complexen is er sprake van te grote verschillen tussen de levensstijlen bewoners onderling waardoor er een toename ontstaat van de ervaren overlast omdat men zich te weinig verbonden voelt met de directe omgeving waardoor men geen begrip kan opbrengen voor andermans keuzes en/of activiteiten. De woonconsulent van Omnia Wonen signaleert tijdens het interview dat als je van een afstandje naar de wijk kijkt deze wel iets is verbeterd na de nieuwbouw uit de jaren ’90-’00 maar dat de te grote onderlinge verschillen steeds vaker tot conflicten leiden die men door middel van bemiddeling probeert te kanaliseren maar niet kan oplossen door de enorme kloof tussen de bewoners onderling. Zo besteed het team leefbaarheid van UWoon structureel een steeds groter aandeel van de tijd aan taken die je eerder zou verwachten bij welzijn- en maatschappelijke organisaties. Een buurtbeheerder, een medewerker incasso of de medewerker overlast zijn steeds meer een soort hulpverlener geworden, en hoewel iedereen zich voor 100% inzet is men gewoon niet altijd voldoende uitgerust om sommige specifieke gevallen optimaal te kunnen oplossen.
Men ziet een verregaande samenwerking tussen gemeente, welzijn en wooncorporatie als sleutel om de leefbaarheid ook op de lange termijn te kunnen borgen. Deze samenwerking bestaat uiteraard al maar kan verder worden uitgebouwd. De woningcorporaties zijn vooral van het vroegtijdige signaleren en het verbinden maar moeten op gegeven ogenblik het stokje kunnen terugleggen bij de partners die tot actie kunnen overgaan. Gevraagd naar wat er nu ontbreekt om tot zo’n samenwerking verder door te ontwikkelen is antwoord : regie van de gemeente is. Meer regie en meer vooruit kijken wat betreft de toekomstige vragen uit de wijk! Wat betreft de teamleider van het team leefbaarheid heeft de gemeente momenteel teveel focus op projecten als van-grijs-naargroen (groenprojecten in de openbare ruimte) en buurtparticipatie en minder op de sociale cohesie.
22. / 34
4. DOORONTWIKKELING MFC DE KIEKMURE 4.1. Huidige Kiekmure De Kiekmure is een multifunctionele zalencentrum (MFZ) met een maatschappelijke doelstelling met een sociale functie voor de wijk Stadsdennen en omliggende buurten. Ontmoeten een van de hoofdpijlers is. De huidige Kiekmure is gebouwd in 2016 en is uitgegroeid naar een multifunctionele wijkvoorzienining. De locatie heeft jaarlijks 135.000 bezoekers en is 8.500 dagdelen per jaar verhuurd aan een grote diversiteit aan organisaties en activiteiten. De Kiekmure heeft 3 hoofdfuncties:
4.1.1. Buurthuis De oorspronkelijke Kiekmure heeft vanaf de oplevering in 1975 altijd de functie van buurthuis vervuld. Deze was primair gericht op het aanbieden van ruimtes voor sociale en culturele activiteiten van wijkbewoners. Door de rijke programmering en vaste achterban is de uitstraling van dit buurthuis groter dan de wijk Stadsdennen. Sinds de nieuwbouw in 2016 heeft de Kiekmure een bredere opdracht gekregen waarin ook eigen programma organiseren en het maatschappelijk ondernemerschap onderdeel zijn van de prestatieafspraken. De wijkvereniging blijft echter de belangrijkste huurder in de Kiekmure en vormt een schakel tussen MFZ en de buurtbewoners. Zij organiseren wekelijks ±50 activiteiten en op jaarbasis zelfs 1.500 activiteiten met 15.000 deelnemers. Met 700 leden (1 lid = 1 huishouden) zijn ze structureel aanwezig en zichtbaar in de Kiekmure. In de huidige opzet hebben ze echter geen eigen plek en die wordt gemist.
4.1.2. Zalencentrum Het zalencentrum is een bovenwijkse voorziening waar (ook) door externe partijen een ruimte kan worden gehuurd. Er is een commercieel tarief en een maatschappelijk tarief. In principe is het de insteek dat de overcapaciteit van de zalen wordt verhuurd aan marktpartijen indien die nog niet is bezet door programma van het wijkcentrum. Momenteel wordt 20% van de zalen commercieel verhuurd. Bij het huren van een zaal is de catering een vast gegeven. Bij een combinatie van maatschappelijk en commercieel tarief ligt ook het risico ligt op de loer dat de afhankelijkheid van deze commerciële inkomsten de hoofddoelstelling van wijkcentrum verdringt. Heldere prestatie-afspraken zijn wenselijk hoe een goede balans behouden blijft. De locatie Kiekmure is in de vergunning beperkt verhuurbaar voor evenementen (12x per jaar) waarbij de gedachte is dat de druk mbt bv overlast en parkeren op de buurt beperkt blijft. Wel mogen buurtactiviteiten hier plaatsvinden. Het gebruik van de grote zaal wordt verder ook beperkt doordat tijdens de bouw het vast podium is gewijzigd naar een semi-permanent podium. Deze kent in het gebruik aanzienlijke beperkingen omdat het opzetten ervan veel inzet van medewerkers kost en de exploitatie ervan daarmee moeilijk haalbaar is.
23. / 34
4.1.3. Maatschappelijk vastgoed // vaste huurders Er vindt commerciële verhuur plaats aan vaste huurders (CBR/Dansschool) in het kader van maatschappelijke ondernemerschap van de stichting. Bij de ontwikkeling van de nieuwe Kiekmure (2009-2016) en de daaraan verbonden oprichting van de “stichting de Kiekmure” is vastgelegd dat het aandeel vaste commerciële huurders niet zal toenemen. Ook het exploiteren van een terras wordt beperkt door deze gemaakte afspraken. Het maatschappelijk exploiteren van de zalen in combinatie met de bar wordt ook ingeperkt door de huidige exploitatiemodel. Omdat er vast personeel in dienst is wordt de verhuur van de zaal gekoppeld aan het verplicht gebruik maken van de horeca en catering. Een terras van formaat is op basis van (gemeentelijke)regelgeving met betrekking tot het verlenen van een vergunning niet toegestaan met het oog om oneigenlijke concurrentie te voorkomen met lokale ondernemers, hoofdzakelijk in het centrum. In de buurt van de Kiekmure zijn echter nauwelijks geschikte plekken om als bewoner op een terras een kop koffie te drinken en elkaar zo te ontmoeten. Momenteel loopt een aanvraag voor een para-commerciële vergunning waarbij ook het kunnen realiseren van een uitgebreider terras onderdeel van de aanvraag is.
24. / 34
4.2. Imago Het imago van de Kiekmure heeft twee kanten. Mensen die de Kiekmure van binnen kennen zijn zeer positief. In de buurt (en de wijde omgeving) staat het gebouw echter vooral bekend als “het CBR-gebouw”. Een ander deel van de buurt ziet de Kiekmure voornamelijk als een Harderwijkse zalencentrum. De rol van het wijkcentrum speelt in de beleving van de buurtbewoners een ondergeschikte rol en dat staat haaks op de hoofddoelstelling. Het ontwikkelbestuur heeft de ambitie om deze trend te keren en de focus te verleggen op de rol van wijkcentrum. Er bestaan ook veel vooroordelen over de Kiekmure en er zijn veel bewonersgroepen die structureel geen gebruik (willen) maken van de faciliteiten. De bezetting blijft achter bij de verwachtingen. Veel mensen ervaren een drempel om binnen te stappen of gebruik te maken van de faciliteiten. Men ervaart het nog niet als ‘hun’ Kiekmure. Het herpositioneren tot een wijkcentrum voor ontmoeten, welzijn en zorg op basis van Positieve Gezondheid is een uitgelezen moment om het imago bij te stellen en zo beter te laten aansluiten op de hoofddoelstellingen van de Kiekmure als sociaal en maatschappelijk gebouw voor de buurtbewoners Het toevoegen van nieuwe functies op gebied van zorg en welzijn zal ook een nieuwe dynamiek en uitstraling geven aan het gebouw.
De geïnteresseerde organisaties geven allen aan dat een informele en laagdrempelige sfeer belangrijk is en dat het etaleren van de eigen organisatie ondergeschikt is aan het geheel. Men wil geen sfeer van een klinische gezondheidscentrum of zakelijke kantooromgeving maar een huiskamer waar mensen bij wijze van spreken met hun voeten op de tafel durven te zitten. Ook mag de diversiteit van de buurt meer voelbaar worden om zo iedereen welkom te heten in woord, daad én uitstraling. Het is wel belangrijk om dat te doen vanuit gemeenschappelijke en gedeelde waarden en niet door elk individuele belang / cultuur een eigen herkenbare -en daarmee afgebakende- ‘plek’ te geven. De Kiekmure en de wijk zijn de verbindende factor. De communicatiestrategie zal beter moeten aansluiten op de diversiteit van de wijkbewoners en de gebruikers. Online én offline, website en sociale media, via officiële gemeentelijke kanalen maar ook via de informele of zakelijke netwerken door de verbonden organisaties of sleutelfiguren/ambassadeurs. Verder zou de website meer rekening moeten houden met de verschillende type gebruikers. Zo is het vanuit een technisch oogpunt mogelijk om binnen één site verschillende ‘klantreizen’ in te richten.
De commerciële zalenverhuur kan dan bijvoorbeeld in een eigen omgeving worden ondergebracht die meer gericht is op de zakelijke markt met dito uitstraling, communicatie- en taalniveau. Deze mengt zich dan niet langer meer met de lokale buurtactivitieiten en -organisaties om binnen die omgeving een toegankelijkere en informelere uitstraling, taalgebruik en informatieniveau te kunnen toepassen waardoor het wijkcentrum weer herkenbaar en vindbaar wordt voor de wijkbewoners.
25. / 34
4.3. Herpositionering Het zwaartepunt bij de herpositionering komt te liggen bij de maatschappelijke rol die de Kiekmure kan vervullen op het gebied van 3 pijlers: ontmoeten, zorg en welzijn. Om deze integraal te kunnen aanbieden wordt gewerkt volgens de principes van de positieve gezondheid. Het is de bedoeling dat alle activiteiten, faciliteiten en aangesloten organisaties gaan bijdragen aan het concept.
4.3.1. Wijkcentrum zorg en welzijn i.c.m. Positieve Gezondheid Binnen het centrum zal er een nauwe samenwerking worden aangegaan tussen zorg- en welzijnsorganisaties en andere maatschappelijke partners die binnen het verzorgingsgebied van de Kiekmure actief zijn. De samenwerkingen zijn gericht op het vergroten van de leefbaarheid in de wijk en het bevorderen van een gezondere leefomgeving voor wijkbewoners. De samenwerking zal op termijn een efficiëntere organisatie van zorg en welzijn binnen de wijk tot gevolg hebben door de preventieve werking die uitgaat van deze samenwerking. Voorkomen is beter (en goedkoper) dan genezen! Het houdt de zorg toegankelijk en bereikbaar, het verstevigt het sociale netwerk van/voor/door bewoners en het vergroot de veerkracht van bewoners door beter te ondersteunen in het bereiken/behouden van de zelfregie.
4.3.2. Buurthuis De functie van buurthuis is met de bouw van de nieuwe Kiekmure een beetje ondergesneeuwd in het nieuwe exploitatiemodel van het MFC. Met de herpositionering kan een nieuwe start met elkaar worden gemaakt waarbinnen de wijkvereniging een vaste plek krijgt. De oude privileges zullen echter plaatsmaken voor hernieuwde afspraken waarin alle stakeholders gelijke rechten en plichten hebben.Alle organisaties kunnen op eigen wijze bijdragen aan de doelstelling van het concept o.b.v. Positieve Gezondheid. Wijkverenigingen, culturele organisaties of individuen zijn allen welkom binnen in het concept hun bijdrage te leveren.
4.3.3. Zalencentrum De zalen van de Kiekmure zullen binnen het nieuwe concept deels worden ingezet om de activiteiten en bijeenkomsten op gebied van Positieve Gezondheid te faciliteren. :Dat kan zijn als zaal voor voorlichtingen, (buurt)bijeenkomsten en activiteiten rondom zorg en welzijn. Ook interne bijeenkomsten kunnen hier gaan plaatsvinden. Dat betekent dat de bezetting van de zalen zal toenemen. Er dienen heldere afspraken te worden gemaakt over hoe de verdeling van de ruimten zal plaatsvinden en waar de prioriteit ligt om alle partijen voldoende ruimte te bieden om zijn ‘ding’ te blijven doen. Gezien het signaal van de wijkvereniging zal dit een gevoelig onderwerp zijn. Uit de gesprekken blijkt dat iedereen de meerwaarde ziet van een brede samenwerking en het is dus niet de vraag óf men een oplossing vindt die recht doet aan allen maar hoe de afspraken er in de praktijk uit gaan zien. Het kan dus zijn dat iedereen een beetje moet inschikken / aanpassen maar het totaalconcept moet in zo’n geval genoeg meerwaarde bieden om het voor iedereen tot een aantrekkelijke locatie te maken. Onderzoek het exploitatiemodel van het zalencentrum in relatie tot de doelgroepen. Maak eventueel onderscheid in commerciële verhuur (inclusief consumpties, catering en schoonmaak) en verhuur voor bewoners / wijkorganisaties (bring your own-principe).
Vooral voor mensen met een culturele achtergrond is het zelf verzorgen van eten en drinken niet alleen een kwestie van geld maar vooral ingegeven vanuit een idee dat je je eigen eten en drinken aan je gasten wil aanbieden. Binnen de zalen zijn er echter wel heldere regels wat wel en niet mogelijk is wat betreft gebruik van de zaal.
4.3.4. Maatschappelijke vastgoed // vaste huurders De huisartsen, zorgpartijen en welzijnsorganisaties hebben allen aangegeven om zich te vestigen in de Kiekmure indien er gaat worden samengewerkt op basis van Positieve Gezondheid. Er zijn verder geen details besproken, maar allen vinden dat er meerwaarde is om onder één dak samen te gaan samenwerken. Dat overbrugt letterlijk de afstand tussen de organisaties en wordt gezien als een zeer directe wijze om tot integrale samenwerking en een wijkaanpak te komen. Elkaar kennen is de basis van elke samenwerking. Het CBR sluit niet direct aan bij de doelstelling van de Positieve Gezondheid. Er bestaat echter ook een lange relatie tussen CBR en de Kiekmure. Bij start van de conceptontwikkeling zou een eerste gesprek tussen de MFC en het CBR wenselijk zijn zodat beiden van elkaar weten hoe ze in de wedstrijd zitten.
26. / 34
4.4. Bewaken concept Om het concept op de lange termijn te kunnen borgen is het aan te bevelen om het bewaken van het concept al vanaf de eerste fase van de conceptontwikkeling mee te nemen. Wederkerigheid en actief bijdragen zijn essentieel en je zoekt naar partijen die de intrinsieke motivatie hebben om de waarden ook op de lange termijn te blijven nastreven. Het afdwingen van een samenwerken is niet de ambitie maar het is ook niet geheel vrijblijvend wanneer een organisatie zich vestigt in de Kiekmure als onderdeel van het concept op basis van positieve Gezondheid Geef alle belanghebbenden die willen gaan meewerken aan de conceptontwikkeling op hoofdlijnen bij start al duidelijkheid over: - Een profiel met criteria van de gewenste organisaties - De gewenste onderlinge verhoudingen en belangen - De wijze waarop de samenwerking tot stand zal gaan komen - Welke prioriteiten worden gesteld indien keuzes worden gemaakt - Hoe keuzes door het bestuur (indien nodig) tot stand komen. Deze transparantie geeft ruimte om onderling op gelijkwaardige wijze met elkaar in gesprek te gaan over de eigen en gezamenlijke doelen om Positieve Gezondheid en de wijkbewoners centraal te stellen in dit proces.
27. / 34
4.5. Nieuwe spelers, Nieuwe kansen Voor de herpositionering van MFZ naar een centrum voor ontmoeten, welzijn, zorg en Positieve Gezondheid zal het huidige aanbod worden aangevuld met verschillende nieuwe organisaties. Er is nog niet gesproken over ruimtebehoefte en financiën. de gesprekken hebben zich t.b.v. de quick scan beperkt tot ambities en wensen. De intrinsieke motivatie om deel te willen nemen in deze ontwikkeling is groot en sluit ook erg aan bij de ambities die de individuele organisaties zelf hebben als het gaat over hun eigen ontwikkeling, groei en doelen. Positieve gezondheid zien allen als een samenwerkingsmodel waarbinnen men meer, diversere en betere diensten kan verlenen. Hoe de samenwerking er precies uit gaat zien beschouwen ze allen als onderdeel van de start van een samenwerking. Naast de bestaande organisaties hebben de volgende organisaties aangeven dat ze geïnteresseerd om deel uit te maken van deze ontwikkeling:
4.5.1. Huisartsenpraktijk Cohen (solopraktijk) Zal de bestaande praktijk inhuizen in de Kiekmure. Deze bestaat uit huisartsen incl assistenten, praktijkondersteuners en staf.
4.5.2. Huisartsenpraktijk startup nieuwe huisarts (solopraktijk) Er is een tekort aan huisartsen in Harderwijk en de wens is de huisartsen (zowel Hagro als zorggroep) om ruimte te bieden voor nieuw te starten huisartsen. De Kiekmure lijkt een ideale plek voor een startup nieuwe huisarts.
4.5.3. Fysio- en manuele therapie MeringaOosterhoffBles Naast het uitbreiden van het aantal behandelruimtes zoeken ze vooral naar manieren om meer te doen dan behandelen alleen . De praktijk wil naast de reguliere behandelingen ook beweeg- en preventieprogramma’s gaan aanbieden/ontwikkelen gericht op gezondheid & lifestyle.
4.5.4. ZorgDat (welzijn) ZorgDat wil als organisatie midden in de wijken zitten. Omdat de Stadsdennen een zeer centrale ligging heeft in de focusgebieden van de organisatie heeft Carla Venema aangegeven dat de Kiekmure een goede uitvalsbasis zou zijn voor ZorgDat als organisatie. In dit geval zou het betekenen dat men niet alleen de wijkwerkers in het gebouw wil huisvesten, maar ook het kantoor met de administratieve functies en de ruimte om alle medewerkers op gezette tijden bij elkaar te brengen voor interne bijeenkomsten. Voor dat laatste is het zalencentrum uiteraard een zeer geschikte faciliteit waardoor de organisatie een lean kantoor met flexibele opzet nodig heeft. Er is voor de kantoorwerkzaamheden behoefte aan 3 type werkplekken: werkeilanden (projecten/administratief), besloten plekken (gesprekken privé/telefonisch) en concentratieplekken. Een gezonde werkomgeving (licht, geluid lucht) is belangrijk.
4.5.5. Kleurig Krachtig Harderwijk Een platform van 21 professionele organisaties en heeft in principe geen vaste locatie. Men werkt met een systeem waarin de partners roulerend de bijeenkomsten (ontbijtsessies/10x [per jaar) op hun ‘thuis’ locatie ontvangen. Hierdoor ontstaat meer inzicht in elkaars organisaties. Dit is een sterk en beproefd concept. Er zijn echter ook een aantal projecten die een vastere locatie en/of landingsplek in de stad nodig hebben. Indien deze doelgroepen aansluiten bij de doelstellingen en ambities van het nieuwe concept dan liggen er kansen om elkaars netwerken met elkaar te gaan verbinden en zo ook meer dwarsverbanden te leggen tussen de verschillende groepen wijkbewoners die soms naast elkaar wonen maar ver van elkaar afstaan wat betreft sociaal netwerk.
28. / 34
4.6. organisatorische doorontwikkeling naar MFC Harderwijk • • • • • •
• •
Reorganisatie MFC’s : bundelen van inkoop maar per locatie anders Overdracht gebouw aan gemeente Vergunningen : welke juridische ruimte is er? terras / horeca/ extra vaste huurders Verleggen accent van zalencentrum naar maatschappelijk centrum Efficiënter inrichten van de organisatie, bv uniform personeelsbeleid, vrijwilligers en inkoop Maatschappelijke ondernemerschap - Vs aandeel vaste huurders - Vergunning terras Hoe omgaan met CBR? Samenwerking lokale ondernemers
4.7. uitbreiding gebouw Om de gewenste organisaties een plek te bieden onder het dak van de Kiekmure bestaan er 3 denkrichtingen.
4.7.1. Inpassen Momenteel heeft de Kiekmure een omvang van ±1.500 m2 BVO. Gezien het animo onder organisaties en de huidige bezettingsgraad van het zalencentrum lijkt het bij voorbaat al uitgesloten om de gewenste herpositionering binnen het huidige gebouw onder te brengen. Ter vergelijk is in de Roef ±900 m2 BVO nodig om zorg en welzijn te huisvesten, los van de gedeelde ruimten op de Begane Grond.
4.7.2. Optoppen In deze optie zou het 2-laagse bouwvolume een extra bouwlaag krijgen. Inclusief stijgpunten kan de extra verdieping maximaal 590-625 m2 BVO omvatten. Het toevoegen van een extra verdieping betekent dat de hoofddraagconstructie naar alle waarschijnlijkheid moet worden aanpast op de extra belasting. De danszaal zal daarnaast ook mbt geluid een extra complexe factor zijn. Ook zal de dakverdieping ingrijpend moet worden aangepast. Het dak van het 2-laagse bouwvolume heeft een verloop van ±870mm waardoor een deel van de dakconstructie moet worden verwijderd om een nieuwe vloer te kunnen realiseren. De extra verdieping met een publieksfunctie zal ook betekenen dat er een rolstoeltoegangkelijke personenlift moet worden gerealiseerd om alle bezoekers van zorg en welzijn op de verdieping te kunnen ontvangen.
6
5
4
3
B-B
C-C3
C-C
2
C-C1
1
C-C2
9021
+8570 10208
3335
3350
4500
V03
+4640
300
V11
+3770
V02
B-B
748
790
+0 -100 maailveld
C-C3
C-C
C-C1
C-C2
E-
4.7.3. Uitbreiden bouwvolume Bouw naast het huidige gebouw een extra 2-laags bouwvolume. Tussen de bestaande en nieuwbouwvolume kan een (dubbelhoog) schakelvolume de twee bouwvolumes aan elkaar verbinden en zo de nieuwe entree vormen voor het centrum voor Positieve Gezondheid. Uit een eerste schetsmatige verkenning van de locatie blijkt dit stedenbouwkundig goed inpasbaar. Er zijn 3 kritische punten die bij de uitwerking extra aandacht moeten krijgen:
29. / 34
•
Bereikbaarheid/toegankelijkheid Naarmate het gebouw een bredere programmering krijgt met betrekking tot ook zorg en welzijn wordt de routing naar en toegankelijkheid van het gebouw op stedenbouwkundig schaalniveau steeds belangrijker. De bereikbaarheid voor autorijders is op hoofdlijnen op orde maar dat geldt niet als vanzelfsprekend voor voetgangers, fietsers en minder validen. Er zijn een aantal barrières die de bereikbaarheid van het gebouw verminderen en in een vervolgfase zal dit nader moeten worden uitgewerkt in samenspraak met de buurt en de gemeente.
•
Routing in het gebouw Door toevoeging van het extra bouwvolume zal er een rechthoekig en/of L-vormig gebouw ontstaan waarin niet alle looplijnen/routes door één centrale ruimte zullen lopen. Hoe de onderdelen op natuurlijke wijze aan elkaar worden verbonden zal tijdens de conceptontwikkeling en tijdens het structuurontwerp extra aandacht moeten krijgen om het (organisatorische) concept optimaal af te stemmen op de opzet van het gebouw.
•
Parkeren Parkeren is sowieso een heet hangijzer rond deze locatie. Een sensitieve aanpak zal nodig zijn en vanaf start zullen de aantallen open met de buurt moeten worden gedeeld. Het extra bouwvolume in combinatie met de daarmee vereiste extra parkeerplaatsen zijn alleen inpasbaar indien de gemeente hieraan medewerking zal verlenen omdat langs parkeren aan de Tesselschadelaan en Vondellaan nodig zal zijn. Indien het bouwvolume groter wordt dan 500-700 m2 dan kan een half-verdiepte stallingsgarage nodig blijken om het parkeerprogramma te kunnen realiseren. Dit zal van invloed zijn op het investeringsniveau en de businesscase. Het uiteindelijke aantal te realiseren parkeerplaatsen is afhankelijk van zowel de toename van het aantal vierkante meters gebouw als ook van het te realiseren programma, omdat een zorgfunctie een andere norm heeft dan bijvoorbeeld een kantoorfunctie. 10-1 88 240
156-
1500 M2 BVO
hade
elsc Tess
0
110 M2 BVO
laan
52-9
725 M2 BVO maximale oppervlak // 2 verdiepingen
(12PP*)
bouwvolume boven parkeerplaatsen 2-6
60PP
60 PP was 57
154
100(-2PP*)
12 PP buiten perceel
73-1
27
ad delp Von
Vond
53-8
3
Brede 51
rolaan
schetsmatige proefverkaveling tbv verkenning locatie
30. / 34
31. / 34
5. SAMENGEVAT 5.1. Conclusies De volgende vragen zijn gesteld door het ontwikkelbestuur:
5.1.1. "Wat is het beeld van de huidige situatie in Stadsdennen?” -
Het zalencentrum zoals dat is ontwikkelt bij de herbouw van de Kiekmure sluit momenteel onvoldoende aan bij de behoefte van bewoners en organisaties in de wijk. Het voldoet ook niet aan de verwachtingen van betrokken organisaties en het huidige bestuur.
-
De focus ligt momenteel erg op functionaliteiten en exploitatie. De maatschappelijke rol die de Kiekmure primair zou moeten vervullen is geleidelijk teveel naar de achtergrond verdwenen. De wijkbewoners vinden de weg onvoldoende naar de Kiekmure bij gebrek aan programma dat aansluit op de vraag van de wijkbewoners zelf.
-
Huidige Kiekmure is in 2016 teveel ontwikkeld als voorzetting van het ‘oude’ Kiekmure terwijl de maatschappelijk context sterk is veranderd. Om de Kiekmure weer een relevante maatschappelijke rol te laten spelen voor de wijk vraagt om een herpositionering.
-
Een centrum voor ontmoeten, welzijn, zorg en Positieve Gezondheid vraagt om een actieve bijdrage van aangesloten organisaties én van de gemeente. Niet kijkend naar het verleden maar sterk gericht op de toekomst en de rol die het centrum voor de wijk wil gaan vervullen
-
De uitstraling van de Kiekmure wordt door het merendeel als te zakelijk en te weinig uitnodigend beschreven. Alle waarderen de veelheid en diversiteit van activiteiten en faciliteiten die de Kiekmure te bieden heeft, maar herkennen dit niet terug in de wijze waarop het gebouw is vormgegeven/ingericht.
5.1.2. “Wat is de behoefte van de wijk als het gaat om een voorziening?” -
De focus moet weer komen te liggen op een laagdrempelig buurthuis. Een plek waar je als wijkbewoner even binnenloopt en zo in aanraking komt met alles wat de Kiekmure te bieden heeft. Een plek waar je je thuis voelt en je vrij voelt om mensen te komen ontmoeten. Gastvrijheid staat centraal.
-
Een centrale locatie om onder één dak samen te werken. Zorg-, maatschappelijke en welzijnorganisatie willen samen werken aan een gezonder en socialer Stadsdennen. Dit willen ze doen op basis van Positieve gezondheid. De nabijheid van de organisaties zal leiden tot een nauwere efficiëntere samenwerking waardoor bewoners een kwalitatief beter en diverser aanbod krijgen tegen minder maatschappelijke kosten.
-
Het gebouw kan als stepping stone functioneren om de afstand van wijkbewoners gemeente te verkleinen. Diverse (loket)functies zouden in de nieuwe Kiekmure kunnen worden ondergebracht die helpen om wijkbewoners te ondersteunen. In combinatie met welzijn kunnen deze functies elkaar versterken. Voorbeeld zou een dependance van de bibliotheek of (inloop)spreekuren / loket met gemeentelijke afdelingen kunnen zijn.
5.1.3. “Welke rol kan de Kiekmure nemen?” -
Die Kiekmure wordt nog meer een ontmoetingsplek voor de bewoners en voor organisaties uit de wijk. Het vergroten van de maatschappelijke rol zal de sociale cohesie van de wijk doen toenemen. Door te stimuleren dat wijkbewoners elkaar tegenkomen ontstaat ook een beter sociaal netwerk die bv eenzaamheid tegengaat en een vroegsignaleerfunctie heeft op het moment dat mensen ondersteuning nodig hebben.
-
Door te gaan werken rondom een concept op basis van Positieve gezondheid zal de Kiemure een verbindende rol gaan spelen voor alle organisaties die gaan samenwerken binnen de wijk. De Kiekmure is in dat geval een landingsplek voor het netwerk van welzijn- en zorginstanties, hetzij vaste huurder of werkzaam in de wijk.
-
Als exploitant van de Kiekmure en verhuurder aan maatschappelijke organisaties kan de Kiekmure actief het concept op basis van de Positieve Gezondheid bewaken. Indien in de loop van de tijd nieuwe partijen aansluiten of er verloop ontstaat bij de huidige organisaties dan kan worden gemonitord en bijgestuurd dat nieuwe partijen actief blijven bijdragen aan het concept en dat er geen ruimtes worden verhuurd aan partijen met doelstellingen die niet aansluiten bij het concept.
32. / 34
5.1.4. “Hoe is de interesse van organisaties in de wijk?” -
De meerwaarde voor een preventieve aanpak wordt breed gedragen door de geïnterviewde organisaties. Allen zijn van mening dat er een integrale wijkaanpak zou moeten gaan plaatsvinden. Vrijwel alle organisaties geven aan dat de regie bij de gemeente zou moeten liggen om continuïteit en tegenstrijdige belangen te voorkomen.
-
Er is veel animo om deel te nemen aan een nieuw concept rondom Positieve Gezondheid in de Kiekmure. Organisaties onderschrijven het positieve effect dat zal uitgaan van het samenwerken onder een dak vanuit een zelfde visie.
-
Naast de meerwaarde van interdisciplinaire samenwerking (intrinsiek) zien de gesproken organisaties dit project ook als manier om de kwaliteit van hun eigen werkzaamheden voor wijkbewoners in een sociaaleconomisch zwakke wijk op termijn te kunnen borgen. De preventieve werking die uitgaat van de samenwerking zullen de oplopende werkdruk en maatschappelijke kosten terugdringen.
5.2. Risico's / gevoeligheden a) Onvoldoende draagvlak onder bewoners / organisaties / gemeente waardoor deze partijen in de toekomst nog steeds onvoldoende de weg weten te vinden naar de Kiekmure. b) Eigenaarschap / te grote claim van één functie/organisatie die anderen verdrukt en/of afstoot. c) Teveel een compromis: onvoldoende sterk merk met daardoor een beperkte herkenbaarheid d) Er vindt onvoldoende afstemming plaats tussen de betrokken organisaties onderling concurreren op programma e) Onduidelijkheid tussen de gemeente en de stichting MFZ de Kiekmure over vergunning horeca (paracommerciële vergunning vs. commercieel vergunning) f)
Teveel diversiteit kan ook leiden tot te weinig identiteit en te weinig overlap mbt gedeelde/gezamenlijke waarden
g) Covid2019
33. / 34
5.3. Aanbevelingen a) Transformeer het zalencentrum naar een wijkcentrum waarin ontmoeten, welzijn en zorg aan elkaar worden verbonden op basis van Positieve Gezondheid. b) Ga niet alleen in de Kiekmure maar in de hele wijk werken op basis van positieve Gezondheid. Beschouw dit echter als twee parallelle trajecten om te voorkomen dat de verschillende processen een vertragende werking kunnen gaan krijgen op elkaar. Start zodra het kan met samenwerken door de betrokken organisaties in de wijk onder regie van de gemeente aan een preventieve wijkaanpak te laten samenwerken met als doel om de toenemende zorgvraag (= welzijn + zorg) middels preventie te voorkomen en de kwaliteit van de leefomgeving van de bewoners in de wijk te verbeteren. c) Om de afstand tussen wijk en gemeente kleiner te maken zouden publieke functies onderdeel moeten uitmaken van de Kiekmure. Een loketfunctie en een dependance van de bibliotheek sluiten sterk aan bij de doelstellingen voor de herpositionering en de samenwerking op basis van Positieve Gezondheid. d) Creëer breed draagvlak door bewoners en organisaties vanaf start te betrekken bij de programmering, uitstraling en faciliteiten die de Roef gaat bieden. Neem de uitstraling van het gebouw expliciet mee in de conceptontwikkeling op moment dat organisaties en buurt erbij worden betrokken.
e) De gemeente kan op drie niveaus kan bijdrage aan de herontwikkeling. 1) door regie te nemen bij het samenstellen van het wijkprofiel Door deze rol te vervullen verbindt men de wijkorganisaties en zal het proces worden versneld 2) ambtelijke ondersteuning te bieden in de conceptontwikkeling. Kennis inzetten om het concept scherp te krijgen en gelijktijdig het project ook in te bedden in de gemeentelijke organisatie 3) financiële middelen beschikbaar te stellen in het kader van Positieve Gezondheid in Stadsdennen. Het doel is om tot een wijkbrede preventieve aanpak te komen die op termijn maatschappelijke kosten terugdringt f)
Begin alvast! Wacht niet tot er bv een uitbreiding van het gebouw is gerealiseerd; je kan nooit te vroeg beginnen! In voorbereiding op het traject van conceptontwikkeling en realisatie kunnen de betrokken organisaties al starten met samenwerken op basis van Positieve Gezondheid. Het zal bijdragen aan een breed gedragen herpositionering van de Kiekmure. Ook kan worden bekeken of enkele urgente deelonderwerpen zoals uitstraling, imago en communicatie kunnen worden opgestart.Gebruik de tussentijd om de nieuwe koers steeds weer op de kaart te zetten bij bewoners en organisaties. Gebruik dit traject ook om nieuwe verbindingen aan te gaan met de buurt.
je kan nooit te vroeg beginnen ( beeld : vioolschoolroelofenreneeklaassen.nl)
34. / 34
VOLUMESTUDIE NIEUWBOUW Transformatie van De Kiekmure Van zalencentrum naar maatschappelijk centrum op basis van Positieve Gezondheid
1. HUISVESTING & NIEUWBOUW 1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5. 1.6. 1.7. 1.8. 1.9.
T RANSFORMATIE K IEKMURE MFZ K IEKMURE NU W AAROM TRANSFORMEREN ? W AT IS ER VERANDERD ? U ITBREIDEN GEBOUW VOOR TRANSFORMATIE R ANDVOORWAARDE #1: BEPALEN OMVANG BOUWVOLUME R ANDVOORWAARDE #2: R UIMTELIJKE O RDENING & STRUCTUURVISIE R ANDVOORWAARDEN #3: BESTEMMINGSPLAN ‘D E K IEKMURE ’ R ANDVOORWAARDEN #4: PARKEERBALANS D OEL VOLUMESTUDIE
3 3 3 4 4 5 5 6 6
2. MODEL 02: 3 BOUWLAGEN GEBOUW ZONDER CJG (1800 M2) 2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6.
B OUWVOLUME NIEUWBOUW MODEL 01 8 P ARKEERBALANS / PARKEREN EIGEN TERREIN 9 V ERKEERSSTROMEN 9 OPENBARE RUIMTE 9 OPENBARE RUIMTE MODEL 01B (ALTERNATIEF) HET T ESSELSCHADEPLEIN 10 CONCLUSIES MODEL 01 10
3. MODEL 02: 4 BOUWLAGEN GEBOUW MET CJG (2500 M2) 3.1. B OUWVOLUME NIEUWBOUW 3.2. OPENBARE RUIMTE MODEL 02 3.3. CONCLUSIES MODEL 02 ( T . O . V . MODEL 01)
12 12 12
4. MODEL 03 : 3 BOUWLAGEN GEBOUW MET CJG (2500 M2) 4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5.
B OUWVOLUME NIEUWBOUW P ARKEERBALANS / PARKEREN EIGEN TERREIN ( MODEL 03) VERKEERSSTROMEN OPENBARE RUIMTE MODEL 03 CONCLUSIES MODEL 03
14 15 15 15 16
1
1.1. TRANSFORMATIE KIEKMURE
1.2. MFZ KIEKMURE NU
De huidige Kiekmure is ontworpen als multifunctioneel zalencentrum met een dubbelfunctie. In de hoofdopzet staan de zalen en de (maatschappelijke) exploitatie daarvan centraal. De tweede hoofdfunctie van wijkcentrum is bedacht als gelijkwaardige functie maar uit de evaluatie van het stichtingsbestuur in 2019 komt naar voren dat het wenselijk is om deze maatschappelijke functie te versterken en indien nodig uit te breiden zodat de nadruk van het MFC weer meer komt te liggen op die van een wijkcentrum voor Stadsdennen.
Het huidige Kiekmure is een twee-laags gebouw en een omvang van ±1.500 m2 Bruto Vloeroppervlak (BG: 908 m2/ verdieping: 593 m2). Het omvat de volgende gebruiksfuncties:
De conceptontwikkeling van De Kiekmure heeft als insteek om niet alleen het gewenste programma en de samenwerkende organisaties in kaart te brengen en te betrekken bij deze ontwikkeling. Ook is gevraagd dit door te vertalen naar een ruimtebehoefte die hoort bij deze nieuwe opzet van De Kiekmure op basis van Positieve Gezondheid. Dit hoofdstuk gaat in op de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ruimtevraag zoals deze is geformuleerd op basis van de wensen van de partijen die willen gaan werken in de Kiekmure en Stadsdennen en omgeving. Om beter vat te krijgen op de gevolgen van een eventuele uitbreiding in het kader van de transformatie naar een maatschappelijk centrum op basis van Positieve Gezondheid wordt er voor het ruimtelijke vraagstuk (gebouw & inpassing in de omgeving) gewerkt in scenario’s en modellen. Deze maken het mogelijk om de verschillende, vaak erg abstracte, opties inclusief de daar bij horende afwegingen met elkaar en met de buurt te bespreken. De scenario’s en modellen, de analyse, de geformuleerde uitgangspunten en de conclusies & aanbevelingen m.b.t het gebouw en de inpassing in de omgeving staan beschreven in dit hoofdstuk
• foyer • 8 zalen (4 op de BG (316 m2) / 4 op de verdieping (155 m2)) • 1 danszaal (incl wacht-/kleedruimte) • 2 kantoorfuncties • 1 kantoorfunctie (CBR) • 2 flexruimtes (dit zijn in principe zones in de gangen) • keuken+bar
150 m2 471 m2 150 m2 35 m2 100 m2 36 m2 100 m2
De genoemde oppervlaktes zijn de netto ruimtematen (gebruiksoppervlak). Uiteraard zijn er naast deze functies ook ondersteunende ruimtes zoals gangen, stijgpunten, opslag, sanitair, installatieruimtes etc.
1.3. WAAROM TRANSFORMEREN? WAT IS ER VERANDERD? Tijdens de conceptontwikkeling voor De Kiekmure hebben betrokken organisaties aangegeven op welke wijze ze willen en kunnen bijdragen aan een maatschappelijk centrum. Een samenwerking op basis van Positieve Gezondheid staat voor allen centraal. Om deze samenwerking zo effectief mogelijk te laten verlopen is de wens van deze organisaties om zich samen, op één centrale locatie in de wijk te vestigen. De ambities van deze samenwerking sluiten aan op de maatschappelijke doelstelling van De Kiekmure. Een aantal betrokken organisaties willen alleen gebruik maken van de faciliteiten van De Kiekmure. Het merendeel van de betrokken partijen heeft een voorkeur uitgesproken om zich ook op locatie te komen vestigen en daarmee de samenwerking verder invulling te geven. Niet alleen wil men naar elkaar doorverwijzen, maar zijn er ook al ideeën gevormd om programma’s op elkaar af te gaan stemmen (en in een aantal gevallen samen te ontwikkelen). Daarnaast wil men ook bewerkstelligen dat de zorgen welzijnsorganisaties nauwer met elkaar in verbinding komen te staan door fysiek in elkaars nabijheid te zijn.
Het doorsturen van iemand die hulp nodig heeft wordt daarmee bevorderd en het zal de kwaliteit van de dienstverlening verder doen toenemen, een preventieve werking hebben door vroegsignalering en daarmee indirect ook de kosten op het gebied van zorg en welzijn doen afnemen. Niet alleen voor de hulpbehoevenden of zorgvragers (patiënten, cliënten, bezoekers etc) biedt dit veel voordelen. Ook de organisaties zelf raken meer met elkaar in verbinding omdat men elkaar vaker zal ontmoeten in de gezamenlijke ruimtes (bijvoorbeeld in de koffiehoek) in het gebouw. Het samenzijn in het gebouw levert daarmee ook op dat de zorgverleners ,welzijnwerkers, wijkorganisaties en vrijwilligers elkaar beter leren kennen op een meer informeel en persoonlijk niveau en daarmee ook de weg naar elkaar sneller weten te vinden op het professionele vlak. Het mes snijdt daarmee aan twee kanten Om deze nieuwe inzichten en samenwerkingsverbanden te kunnen huisvesten is er een overzicht gemaakt van de door alle organisaties gewenste ruimtes. Deze nieuwe ruimtevraag past niet binnen het huidige gebouw waardoor een uitbreiding van de huidige Kiekmure noodzakelijk lijkt.
3.
1.4. UITBREIDEN GEBOUW VOOR TRANSFORMATIE Er hebben tijdens de conceptontwikkeling gesprekken plaatsgevonden met de betrokken organisaties die hebben aangegeven dat ze zich zouden willen vestigen in de Kiekmure. Naast de kwalitatieve vragen op het gebied van Positieve Gezondheid, samenwerken en programma-aanbod is de partijen ook gevraagd: • welke doelgroepen/ type bezoekers de organisaties heeft • welke voorzieningen men wil bieden • welk programma men in principe wil aanbieden • welke samenwerkingsverbanden men al ziet • hoeveel werkplekken / ruimtes men nodig heeft • welke type ruimtes men nodig heeft o.b.v. hoofdfuncties (kantoorfunctie met/zonder balie / zorgfunctie / bijeenkomstfunctie etc) • welke wensen men heeft over hoe de ruimtes zich ten opzichte van elkaar bevinden • welke specifieke eisen men stelt aan een (specifieke) ruimte • welke specifieke eisen men stelt aan het gebouw • of het delen van gezamenlijke ruimtes en/of voorzieningen/faciliteiten mogelijk is • of het huren van zalen in de Kiekmure gewenst is