CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

240201 BURWKA Harderwijk v8.2 - Bijlagen - met enquete

Raadsvergadering 10 juni 2024, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Beleidsuitwerking en Uitvoeringsagenda Riolering, Water en Klimaatadaptatie23.442 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Feitelijk is de overstort vanuit het gemeentelijk rioolstelsel verplaatst, waarbij een extra bergbezinkstap is toegevoegd (peilstijging en verdringende propstroom). In de vuiluitworp berekeningen van het BRP is hier geen rekening mee gehouden. Dit betekent dat de berekende uitworp een overschatting is in het BRP werd nog uitgegaan van de realisatie van een tweede fase van retentiebassin als uitvoeringsmaatregel vanuit de OAS 2005. Het Waterschap heeft er voor gekozen om niet financieel bij te dragen aan de aanleg van deze tweede fase omdat het doelmatiger werd geacht om de hydraulische capaciteit van de RWZI te verhogen van 5.500 m3/u naar 6.000 m3/u (in de praktijk 5.900). Rijkswaterstaat Midden Nederland heeft middels schriftelijke bevestiging ingestemd met deze keuze. volgens de regenreeksberekening zou de centrale overstort gemiddeld 6x per jaar moeten overstorten met een overstortend volume van circa 100.000 m3. In de periode 2009-2012 was dat ook (ruimschoots) de situatie. In de periode 2012-2022 is het aantal overstorten en het overgestorte volume echter aanzienlijk lager geweest omdat er toevalligerwijs geen extreem zware buien in het invangend gebied zijn gevallen. Uit bovenstaande kanttekeningen wordt geconcludeerd dat de theoretische vuilvrachtberekening uit 2012 achterhaald is.

Uit de geregistreerd overstorten blijkt dat gedurende de planperiode ruimschoots aan deze functionele eis is voldaan. Hierbij wel de kanttekening dat de weergoden onze gemeente gunstig gezind waren, terwijl bij andere gemeenten in de regio wel regelmatig wateroverlast situaties zijn opgetreden. De emissie benadering is gaandeweg meer verschoven naar immissie benadering (niet uitgaan van normering van de uitworp, maar uitgaan van de ecologische draagkracht van ontvangende waterlichaam). Dan is deze eis maar een onderdeel van het verhaal (totale belasting op Veluwemeer). Ook leven er verschillende beelden bij de overheden. Er is bijvoorbeeld geopperd dat de vuilvracht van de chronische lozing van effluent een veel grotere belasting voor het ontvangende systeem is dan de incidentele ongezuiverde (maar sterk verdunde) overstorten vanuit het riool. Of het risico op incidentele uitspoeling van de nabezinktanks van de RWZI groter is dan overstortend rioolwater (met als consequentie dat het verhogen van de hydraulische capaciteit van de RWZI geen goede keuze zou zijn). En dan zijn er de opkomende nieuwe stoffen die mogelijk maar beperkt door de huidige zuiveringstappen worden verwijderd. De invloed van de chemische samenstelling van geloosd water (in welke vorm dan ook) op ecologische systemen is uiterst ingewikkeld materie en wordt nog maar voor een deel begrepen.

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024

67

Functionele eis 3a Alle percelen binnen het gemeentelijk gebied waar hemelwater vrijkomt moeten van een rioleringsaansluiting zijn voorzien, indien verwerking op het perceel redelijkerwijs niet mogelijk is. Maatstaf 3a Alle percelen zijn voorzien van een aansluiting op de riolering, tenzij men zich niet van het hemelwater wil ontdoen doch het voor lokale waterhuishouding of andere doeleinden wil gebruiken of wanneer indirecte lozing geoorloofd is. Meetmethode 3a Registratie van lozingssituatie van de percelen binnen en buiten de bebouwde kom. Zie functionele eis 1a. Voor ondergronds aansluiting op gemeentelijke rioolstrengen moet een rioolaansluitvergunning worden aangevraagd. Deze aansluitingen worden geregistreerd en gedeeld met afdeling belastingen. Indirecte lozingen van regenwater op gemeentelijke riolering of lokale regenwatersystemen worden niet geregistreerd.

Functionele eis 3b Voor zover rendabel, afkoppelen van schoon hemelwater zonder wateroverlast en ongewenste milieuverontreiniging te veroorzaken. Maatstaf 3b Afkoppelen indien technisch uitvoerbaar, toelaatbaar voor het milieu en kosteneffectief. Meetmethode 3b Registratie van situatie afgekoppeld verhard oppervlak. Zoals door Coelo onderbouwd is afkoppelen om het afkoppelen economisch niet rendabel. Om die reden doen we het in de praktijk alleen indien de riolering moet worden vervangen (tenzij relining mogelijk is of de bodemopbouw en grondwaterstand niet geschikt zijn voor infiltratie). Er is een historisch overzicht van afgekoppelde verharde oppervlakken. Functionele eis 3c De vuiluitworp door regenwaterlozingen op oppervlaktewater dient beperkt te zijn. Maatstaf 3c Resterende vuiluitworp mag geen belemmering vormen voor de waterkwaliteit. Meetmethode 3d Toetsing oppervlaktewaterkwaliteit Volgens registratiesystemen van gemeente, Waterschap en RWS zijn er geen chronische knelpunten door regenwaterlozingen. Volgens laatste ecoscan laat de waterkwaliteit van de doodlopende uiteinden van stedelijke watergangen te wensen over. Er zijn geen aanwijzingen dat deze knelpunten te maken hebben met regenwaterlozingen.

Sterker: als potentiële maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren wordt vaak geopperd om de doorspoeling/verversing te vergroten door meer regenwater op de waterlichamen te lozen. Het Waterschap Vallei en Veluwe heeft de afgelopen planperiode het volgende gedaan met toetsing oppervlaktewaterkwaliteit: Binnen Waterschap Vallei en Veluwe wordt het SWIB (Stedelijk Water In Beeld) proces doorlopen. Dit bestaat uit een cyclus van ca. 6 jaar met daarin: 1e jaar chemische/fysische monitoring 2e jaar ecologische scan (incl. beleving) 3e jaar veldinventarisatie en maatregelen vaststellen 4e – 6e jaar implementatiefase Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024

68

In Harderwijk heeft de laatste veldinventarisatie (Ecoscan) in 2016 plaatsgevonden met aansluitend de fietsronde. Op dit moment staat we weer opnieuw aan het begin van de cyclus (chemische/fysische monitoring in afronding). Op 9 februari jl. is er daarom een hernieuwde kennismaking geweest om het SWIB proces toe te lichten. Dit jaar vindt wederom de veldinventarisatie plaats. Volgend jaar voeren Waterschap en gemeente de fietsronde uit waarin we kijken welke maatregelen nodig of wenselijk zijn om ecologie/ waterkwaliteit/ beleving te verbeteren. De opvolging van maatregelen uit het SWIB proces verdient aandacht.

Functionele eis 3d Adequate inzameling van hemelwater, voor zover de particulier niet redelijkerwijs in de verwerking kan voorzien. Maatstaf 3d Indien bij nieuwbouw het perceel grenst aan het oppervlaktewater dan voorziet de particulier, in overleg met de waterbeheerder in de afvoer van het hemelwater van daken rechtstreeks op het oppervlaktewater. Indien er nieuwbouw plaatsvindt op zandgrond mag hemelwater alleen geloosd worden op het riool indien de particulier kan aantonen dat er geen andere optie is. Meetmethode 3d Visuele waarnemingen en meldingenregistratie. Aan deze eis wordt voldaan door bij de wabo aanvragen systematisch en structureel hier op te toetsen. Functionele eis 3e De instroming in riolen via de kolken dient ongehinderd plaats te vinden. Maatstaf 3e Plasvorming bij kolken dient beperkt te zijn. Meetmethode 3e Visuele waarnemingen en meldingenregistratie. Kolken worden 1 tot 2x per jaar door de eigen dienst gezogen. Als inwoners een verstopte kolk melden na een hoosbui, kan er gevraagd worden om even met een bezem het blad voor de klok weg te vegen. Kolkenzuiger pakt verstopte kolken aan. Als kolken niet goed meer functioneren wordt dit door de eigen dienst hersteld of doorgegeven aan de projecteider die op korte termijn een reconstructie uit gaat voeren.

Functionele eis 3f Beperkte hoeveelheid intredend grondwater. Maatstaf 3f Ingrijpmaatstaven voor waterdichtheid conform NEN 3398 (rekening houdend met lokale situatie) mogen niet voorkomen. Meetmethode 3f Visuele inspectie met classificatie volgens NEN 3398.

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024

69

Functionele eis 3g Geen afvoer van drainagewater via gemengde en/of dwa riolen. Maatstaf 3g Drains zijn niet op gemengde en/of dwa-riolen aangesloten. Meetmethode 3g Waarneming en metingen. Zover bekend zijn er geen drainageleiding aangesloten op gemengd/dwa of deze zijn opgeheven (parkeerterrein Harders Plaza). Doel 4 Zorgen voor verwerking van ingezameld hemelwater Functionele eis 4a De afvoercapaciteit van de riolering moet toereikend zijn om het aanbod bij hevige neerslag te kunnen verwerken, uitgezonderd bij bepaalde buitengewone omstandigheden. Maatstaf 4a Gemiddeld maximaal éénmaal per vijf jaar water op straat (theoretisch). (Voor de bedrijventerreinen in de gemeente Harderwijk geldt maximaal éénmaal per twee jaar.) Meetmethode 4a Hydraulische berekeningen conform Leidraad Riolering C2100 bij een gebeurtenis met een herhalingstijd van T=5 jaar (voor de bedrijventerreinen in de gemeente Harderwijk geldt T=2). Zie 2d. Kanttekening: er zijn twijfels over de wijze waarop regenwater infiltratiesystemen zijn gemodelleerd in het rioolmodel waarop de BRP berekeningen gebaseerd. Zo was het in 2012 nog niet mogelijk om afstroming over maaiveld te modelleren.

Bij de stresstestberekeningen is dit enigszins verbeterd, maar is geen aandacht besteed aan het functioneren van IT-riolen en wadi’s omdat de afvoercapaciteit via bodeminfiltratie geen significante invloed bij stresstest omstandigheden.

Functionele eis 4b De vuiluitworp door overstortingen op oppervlaktewater dient beperkt te zijn. Maatstaf 4b In overleg met de oppervlaktewaterbeheerder dient te worden bepaald wat acceptabel is. Meetmethode 4b Berekenen en meten van vuiluitworp. In het BRP is niet specifiek gekeken naar de vuiluitworp is van hemelwatersystemen. Er is regelmatige overleg met het Waterschap, maar er is niet beleidsmatig vastgelegd wat acceptabel is. We werken met het piepsysteem: als er een knelpunt is met oppervlaktewater, dan onderzoeken we mogelijke oorzaken en oplossingen. Er zijn tijdens de planperiode geen knelpunten gerezen in verband met de vuiluitworp van regenwatersystemen. Gedurende de planperiode heeft het Waterschap diverse gemeenten benaderd om verbeterd gescheiden stelsels om te bouwen naar gescheiden stelsel (om verdunning van de aanvoer naar RWZI te beperken). Daar kan uit afgeleid worden dat het Waterschap zich geen zorgen maakt over de invloed van de vuiluitworp uit regenwatersystemen op de kwaliteit van oppervlaktewater (HEN/SED uitgezonderd).

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024

70

Doel 5 Zorgen dat (voor zover mogelijk) het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert

Functionele eis 5a Maatregelen treffen om grondwateroverlast te voorkomen Maatstaf 5a Bij elk bestemmingsplan dient te zijn aangegeven welke risico's er bestaan qua wateroverlast en hoe hier op wordt gehandeld. Meetmethode 5a Watertoets Bij grootschalige ontwikkelingen wordt vroegtijdig watertoetsproces opgestart, meestal onderbouwd met geohydrologisch onderzoek, waterhuishoudingsplannen en basis rioleringsplanen voor het betreffende plangebied. Zie tevens aanleg IT-riool Wouterkampen en Mheenhof.

Functionele eis 5b Adequate handhaving van het grondwaterregime. Maatstaf 5b De ontwateringsdiepte is minimaal 70 cm beneden maaiveld, die maximaal 3 aaneengesloten maanden per jaar mag worden overschreden. Meetmethode 5b Onderzoek grondwaterstanden eventueel in combinatie met grondwatermodellering. Door hogere eisen aan energieprestaties van panden worden is de totale dikte van begane grondvloeren flink toegenomen (vloerverwarming en vloerisolatie). Hierdoor komt de bodem van de kruipruimte dieper in de bodem te liggen (bij gelijk bouwpeil), waardoor het risico op periodiek grondwater in de kruipruimte toeneemt. Om deze reden is de verlengingsnotitie van het ZAP de maatstaf aangepast en niet het maaiveld, maar de bodem van de kruipruimte als referentie opgenomen: ontwateringsdiepte tot GHG is minimaal 0,2 meter onder bodem kruipruimte. Dit betekent in de praktijk dat er een hoger bouwpeil wordt geadviseerd en in sommige gevallen ook het maaiveld plaatselijk verhoogd moet worden (bijvoorbeeld bij korte afstand van gevel naar perceelgrens). Sinds 2009 wordt middels een gemeentelijk grondwatermeetnet de grondwaterstanden structureel gemonitord. De ruwe gegevens zijn tweemaal geanalyseerd (Wareco 2015 en 2019). Indien de grondwaterstand kritisch is worden er grondwatermodellen gemaakt (bijvoorbeeld voor Drielanden en Lorentz III).

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024

71

III-5 Evaluatie onderzoeken Evaluatie Onderzoeken ZAP WHEP 2015-2020 Evaluatie door: M. Geerdink (gemeente Harderwijk) en Wolter Tijssen (Waterschap Vallei en Veluwe) Hieronder de voorgenomen onderzoeken volgens huidig ZAP. In cursief de stand van zaken april 2023. Databeheer (O1a) Een belangrijk deel van de gemeentelijke gegevens is opgeslagen in het beheerpakket. In deze pakketten en programma’s moeten gegevens actueel worden gehouden, periodiek worden gecontroleerd en soms worden bewerkt tot een bruikbare vorm. Deze werkzaamheden worden grotendeels in eigen beheer uitgevoerd. MG: In de planperiode is voor het beheren van data voor objecten van stedelijk water overgestapt naar een ander beheerpakket.(GIS-IB). Tijdens het opstellen van BURWKA is geconstateerd dat in sommige gevallen de geautomatiseerde vertaling van beoordeling van inspectieresultaten niet op de juiste wijze plaatsvindt. Hierop is actie ondernomen richting de leverancier om hiervoor een oplossing te vinden. Meten en monitoren (O1b) Na een in 2012-2013 uitgevoerd onderzoek naar de samenwerking is afgesproken dat er een gezamenlijke databeheerder wordt ingehuurd die zich ook gaat bezighouden met meten & monitoren (o.a. validatie meetgegevens). Deze nieuwe medewerker wordt ingezet bij de vier partijen. MG: Voltooid.

Dit is vanaf 2016 ondergebracht bij UVT (destijds UVO): Uitvoeringsteam Meten en Monitoren Afvalwaterketen en grondwatermeetnet (samenwerkingsverband van 21 gemeenten via een centrumregeling constructie). Er is geen formatie bij de gemeenten gecreëerd, maar we dragen financieel bij aan een aparte organisatie-eenheid (ca. 3 fte) die deze taken uitvoert voor de deelnemende gemeenten. Oorspronkelijk was de intentie om als WHEPgemeenten 0,5 fte af te nemen en dit eventueel uit te bouwen naar 1,0 fte. In de praktijk bleek het lastig om die 0,5 fte volledig te benutten vanwege onvoldoende capaciteit bij de vragende partijen. Wat ook meespeelt is dat veel van de monitoring en validatie taken vergaand geautomatiseerd konden worden. Het UVT richt zich met name om dynamische meetdata, maar heeft voor de WHEP-gemeenten bijvoorbeeld ook de compleetheid en validiteit te controleren van de statische informatie bij de objecten die in het Centraal Informatie Systeem zijn opgenomen (dit bleek voor minstens 80% in orde). WT: Er is geen gezamenlijke databeheerder ingehuurd. Het onderdeel datavalidatie van meten en monitoren is ondergebracht bij het UVT. De gemeente Harderwijk (Ermelo en Putten) zijn aangesloten bij het UVT (uitvoeringsteam) Meten en Monitoren. Dit is een samenwerkingsverband van ca.

24 gemeenten in het beheersgebied van Waterschap Vallei en Veluwe waarin deze beheeractiviteit gezamenlijk wordt opgepakt. Regulier (data) beheer van riolering wordt door de gemeenten nog zelf opgepakt. MG: De samenwerking is in 2021 omgevormd naar een Centrumregeling (GR) waarbij Waterschap Vallei en Veluwe optreedt als gastheerorganisatie. Gemeenten Putten, Ermelo en Harderwijk nemen deel aan deze regeling. Reiniging, inspectie (O2a) en Beoordeling van vrijvervalriolen (O2b) Om het huidige rioolstelsel in goede staat te houden is reiniging, inspectie en beoordeling van vrijvervalriolen nodig. Op dit moment hanteert elke gemeente eigen frequenties en werkwijzen, op termijn wordt dit gelijk gebracht. Onderzoek terugdringen discrepantie (O3) Om de discrepantie tussen geheven zuiveringsheffing en werkelijke lozing van vervuiling terug te dringen wordt onderzoek uitgevoerd. Het waterschap voert de metingen uit, gemeenten

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024 72

assisteren door toegang te verlenen tot gemalen en riolen. Indien een overtreder wordt ontdekt nemen gemeente en waterschap gezamenlijk actie. MG: Dit onderzoek is uitgevoerd, hoewel onduidelijk is of het voltooid is. Er zijn een aantal stappen gezet op regionaal schaalniveau in samenwerking met waterschap, ODNV en GBLT. Na een monitoringsprogramma bleek dat voor onze zuiveringskring de focus ligt bij ongeregistreerde lozingen van een aantal bedrijven in Putten. Hier zijn ook in handhavende sfeer maatregelen getroffen. Echter, er is tevens twijfel gerezen over de betrouwbaarheid van de discrepantie cijfers. Het UVT heeft in 2016 ontdekt en onderbouwd dat de betrouwbaarheid van de debietmeter effluent RWZI Harderwijk te wensen over laat. Omdat dit is een belangrijke factor in de bepaling van discrepantie afwijkingen worden deze resultaten ook met een korrel zout genomen. WT: Onderzoek naar discrepantie is een continue proces/aandachtspunt. Binnen het waterschap is daarvoor een werkgroep opgezet om dit te blijven monitoren. Indien nodig trekken het waterschap en gemeenten gezamenlijk op bij overtredingen. MG: Bij dit regionale onderzoek is ook Omgevingsdienst Noord Veluwe betrokken

Onderzoek afvoer hemelwater/watersysteem Ermelo (O4) Het waterschap zal, in overleg met de gemeenten Ermelo en Harderwijk, een onderzoek uitvoeren naar de maatschappelijk meest optimale oplossing om bij zeer hevige piekbuien in Ermelo wateroverlast te voorkomen. Vanuit de gemeente Harderwijk zal een urenbesteding worden gevraagd, omdat het af te voeren water deels over hun grondgebied zal lopen. MG: Dit onderzoek is uitgevoerd. Hierbij is met het waterschap een ‘unieke’ oplossingsrichting verkend en bestuurlijk overeengekomen waarbij een watergang gegraven zou worden om incidenteel overstortend bezonken sterk verdund rioolwater van een nieuw te bouwen bergbezinkvoorziening uit het gebied af te kunnen voeren. Dit bleek maatschappelijk de meest doelmatige wijze om forse en chronische wateroverlast knelpunten in Ermelo tot een acceptabel niveau te beperken. Uiteindelijk is geen gebruik gemaakt van deze oplossingsrichting vanwege (deels onvoorziene) belemmeringen die sterk kostenverhogend werkten (kruisende infra met spoorlijn en HD-gasleiding). Gemeente Ermelo heeft er (in overleg) voor gekozen andere maatregelen te treffen. Onduidelijk is of die voldoende impact hebben om bij de bekende wateroverlast locaties te gaan voldoen aan klimaatrobuust beleid. WT: onderzoek (o.a.

stresstest Hemelwater) gedaan naar oorzaak en oplossingsrichtingen (klimaatbestendige inrichting uitbreiding bedrijventerrein Lorentz, Stationsomgeving) voor wateroverlast. Opstellen onderhoudsplannen (O5) Om elkaars kennis beter te benutten worden gezamenlijke onderhoudsplannen opgesteld: één onderhoudsplan voor de gehele kring WHEP. Binnen elk onderhoudsplan mogen verschillen bestaan, maar de basis en de structuur moet overeenkomen. We stellen de onderhoudsplannen zelf op. Er is een beperkt budget beschikbaar om experts in te huren die nieuwe inzichten kunnen geven in het onderhoud. MG: Dit is in AWT verband verder verkend. Ervaringen en inzichten worden met elkaar uitgewisseld en bepaalde onderhoudstaken worden gezamenlijk aanbesteed (reiniging en inspectie). Er werd onvoldoende meerwaarde gezien om de onderhoudsplannen samen te voegen en te harmoniseren. Actualiseren ZAP (O6) In 2021 dient het geactualiseerde ZAP in te gaan. Dit betekent dat vanaf 2020 moet worden gewerkt aan het actualiseren van het ZAP 2015-2020. MG: De WHEP gemeenten hebben in 2015 besloten om het ZAP met 3 jaar ‘beleidsarm’ te verlengen, ook in relatie met de invoering van de omgevingswet. Samenwerking in de afvalwaterketen (O7)

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024 73

Voor het uitbouwen van de samenwerking in de afvalwaterketen is soms extra ondersteuning of onderzoek nodig. Elke partij legt de komende planperiode jaarlijks € 12.500,- in om de kosten hiervan te kunnen dragen. Hiernaast worden eigen uren besteed. MG: Dit is uitgevoerd. In Harderwijk onder de noemer: ”voorziening periodiek terugkerende planvorming”. WT: We werken samen in AWT (Afval)WaterTeams. Maar in hoeverre deze 12.500 EUR jaarlijks in een gezamenlijke pot is ingebracht, is me onduidelijk (volgens mij niet). Benchmark rioleringszorg (O8) Elke drie jaar wordt de landelijke benchmark rioleringszorg gehouden. MG: De landelijke benchmark Riolering werd uitgevoerd onder regie van stichting Rioned. Dit is gebeurd voor de jaren 2010, 2013 en 2016. Daarna is dit gestopt.

Specifieke onderzoeken (O9e) Specifiek onderzoek Harderwijk: Model Grondwatersysteem MG: Dit onderzoek is nog niet uitgevoerd. In het regionaal overleg Water en Klimaatadaptatie is bepaald dat vanwege de complexe ondergrond en de droogte problematiek van de afgelopen 5 jaar de studie en modellering van grondwatersystemen op een hoger schaalniveau moet worden aangevlogen. Afgesproken is dit onderwerp op manifestregio niveau aan te gaan pakken (het beheergebied van Waterschap Vallei en Veluwe). Gemeente Harderwijk volgt deze ontwikkeling passief, maar met belangstelling. Ander, onvoorzien onderzoek: de onvoorziene inspectie van transportriool nabij Stationsomgeving en de daaruit voortkomende vervolgonderzoeken bovenstrooms en benedenstrooms van die locatie (2016-2022). Uit een eerdere evaluatie uit 2019:

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024 74

IV. Kaders en strategie water- en klimaatadaptatie Uitgangspunten BURWKA (Raadsbesluit kaders en strategie water- en klimaatadaptatie) In het Raadsbesluit kaders en strategie water- en klimaatadaptatie (vaststelling vond plaats op 3 november 202212) heeft de gemeente Harderwijk de volgende kaders meegegeven voor het opstellen van het BURWKA: › Gidsprincipes voor een klimaatbestendige inrichting › Wateroverlast acceptatiecriteria › Beslisboom verwerken hemelwater › Verschillende strategieën voor klimaatadaptatie

IV-1 Gidsprincipes voor een klimaatbestendige inrichting In de ‘Gidsprincipes voor een klimaatbestendige inrichting’, kortweg ook wel de “Straatplaat” genoemd, hebben we per wijk in kaart gebracht welke opgaven en oplossingsrichtingen er zijn om Harderwijk in 2050 klimaatbestendig te maken. De aandachtslocaties waar kans is op wateroverlast, hitte, en droogte het grootst is, zijn aangegeven. Ook zijn mogelijke oplossingen, kosten, baten en meekoppelkansen op wijk en straatniveau aangegeven. Zie Figuur 15 voor een overzicht van per thema (wateroverlast, hitte of droogte) de 5 wijken waar de grootste opgaven liggen.

Figuur 15 Per klimaatthema de top 5 wijken in Harderwijk met de grootste klimaatopgaven

12 Zie https://harderwijk.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/cbd01eb6-8d3f-4127-bcd8-57a9a9cf6e38

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024 75

IV-2 Wateroverlast Acceptatiecriteria Harderwijk Figuur 16 geeft aan wat we als gemeente acceptabele gevolgen vinden van wateroverlast door buien in respectievelijk de binnenstad, een woonwijk, bedrijventerreinen, het buitengebied, en hoofdontsluitingswegen van Harderwijk. Aan de hand hiervan kan de wateroverlaststresstest worden uitgevoerd, en kunnen knelpunten worden geïdentificeerd.

Figuur 16 Acceptatiecriteria wateroverlast (grotere versie is te raadplegen via de raadsvergadering van 3 november 2022 via https://harderwijk.bestuurlijkeinformatie.nl)

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024 76

IV-3 Beslisboom verwerken hemelwater In 2021 is een beslisboom opgesteld (zie Figuur 17) om duurzame keuzes te maken voor het afvoeren van hemelwater. De volgende afwegingen worden gemaakt; ‘Wanneer is meekoppelen logisch?’ en ‘Hoe moet het HWA worden verwerkt?’. Het principe is dat water wordt vasthouden waar het mogelijk is, water wordt geborgen als vasthouden niet mogelijk is en als dat niet kan wordt water pas afgevoerd.

Figuur 17 Beslisboom hemelwater

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024 77

IV-4 Strategieën per klimaatadaptatiethema – Gemeente Harderwijk Binnen het BURWKA wordt geprioriteerd welke knelpunten het eerst worden aangepakt, en welke later, of überhaupt niet. Deze prioritering hangt af van een bepaalde strategie. In het document ‘Uitwerking en advies verschillende mogelijke strategieën’ is per klimaatthema aangegeven wat voor soort strategie het beste kan worden toegepast, zie Tabel 11. De strategieën waar een keuze uit is gemaakt zijn; urgentie gestuurd, impact gestuurd, doelmatigheidsafweging, meekoppelen, spreiden, en monitoren en analyseren. Tabel 11 Overzicht strategieën per klimaatadaptatiethema

IV-5 Andere documenten omtrent klimaatadaptatie Naast de kaders voor het water- en klimaatadaptatieplan zijn de volgende relevante adviezen omschreven: het hitteplan, de afkoppelkansenkaart en de instrumentenmix. Hitteplan Klimaatadaptatie hitte – GGD Noord- en Oost-Gelderland In het hitteplan is vastgelegd wat de taken van de interne en externe betrokkenen zijn. Eenduidig en begrijpelijk communiceren naar de betrokken partners is belangrijk om overlappende initiatieven te voorkomen en te weten waar iedereen over gaat. Kennisdeling op het gebied van hitte en gezondheid moet worden bevorderd en de zelfredzaamheid of samenredzaamheid van (groepen) mensen als het aan komt op aanhoudende hitte staat hoog in het vaandel. Afkoppelkansenkaart In 2019 heeft SWECO afkoppelkansenkaarten opgesteld. Een deel van de gemeente is al afgekoppeld, sommige wijken echter nog niet. In centrum van Harderwijk is weinig mogelijkheid tot afkoppelen op eigen perceel. De omliggende buurten en het buitengebied hebben hier betere mogelijkheden toe. In het centrum zijn echter wel kansen voor het afkoppelen naar openbaarterrein groen/ water, afgezien van het industrieterrein Lorentz. Voor bijna de gehele gemeente zijn de kansen voor afkoppelen van de gemeentelijke riolering goed.

Instrumentenmix – Werkregio water en klimaatadaptatie Noord-Veluwe Werkregio Noord-Veluwe heeft in 2021 namens de manifestregio Vallei en Veluwe klimaatadaptatiedoelen concreet gemaakt. Een overzicht van de beschikbare instrumenten die kunnen helpen om de gestelde doelen te bereiken en de effectiviteit daarvan ontbrak nog. In deze rapportage13 is inzichtelijk gemaakt wat het optimale gebruik van de beleidsinstrumenten is (zie ook Figuur 18).

13 https://www.tsallandadvies.nl/wp-content/uploads/sites/2/Instrumentenmix.pdf

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024 78

Figuur 18 Sporenaanpak keuze voor instrumentenmix

Plan van aanpak natuurbrandbeheersing (Veiligheidsregio) Het plan van aanpak natuurbrandbeheersing (Figuur 19) is opgesteld door de Veiligheidsregio en bevat een lange termijnplan met daarin een specifieke analyse van de lokale situatie in Harderwijk. De reden van het plan: ten gevolge van de klimaatverandering is de verwachting dat het natuurbrandgevaar de komende jaren toeneemt en dat dit leidt tot (meer) onbeheersbare natuurbranden met een grote impact op de gezondheid van mensen en de continuïteit van de samenleving. Harderwijk ligt tegen het natuurgebied de Veluwe aan en is daarom kwetsbaar voor (de gevolgen van) natuurbranden. Binnen de gemeente wordt een regiegroep belast met de gebiedsgerichte aanpak voor risicovolle objecten en locaties. De regiegroep wordt voorgezeten door een Ambtenaar Openbare Orde en Veiligheid en bestaat verder uit de voor de gemeente relevante beleidsterreinen zoals recreatie, zorg, gebiedsgericht werken, ruimtelijke ontwikkeling, wegen & verkeer, natuurbeheer, communicatie. Gemiddeld is hiervoor nodig ca. 150-200 uur per projectjaar. Figuur 19 Voorblad Plan van aanpak natuurbrandbeheersing

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024 79

V. Samenvatting huidige situatie water en riolering V-1 Inleiding In de periode 2015-2022 hebben we onze lokale duurzaamheidsvisie inclusief uitvoeringsagenda opgesteld (voor onder andere klimaatadaptatie, biodiversiteit en de energietransitie) en het ZAP op lokaal gemeentelijk niveau verlengd. Daarnaast spelen onderwerpen op regionaal, provinciaal en waterschapsniveau die een grote impact hebben op het stedelijk water en de ruimte. Denk hierbij aan de energietransitie, woningbouwopgave, stikstofopgave, uitdagingen in de zoetwaterverdeling en doelen vanuit de Kaderrichtlijn Water (KRW). In dit hoofdstuk maken we het vertrekpunt van het BURWKA scherp. Hoe hangt het regionale en lokale beleid samen? Hoe zetten we de koers voort onder de actuele omstandigheden en waar moeten we bijsturen? Om dit goed te bepalen beschrijven we de actuele situatie van beleid, ruimtelijke ontwikkelingen, bodem, watersysteem en riolering. Waar we nu staan biedt samen met de terugblik de basis voor visie, doelen en maatregelen die we in de volgende hoofdstukken beschrijven.

V-2 Hoogte, bodem en watersysteem Harderwijk heeft een unieke ligging langs het Wolderwijd en het Veluwemeer in het noorden en de Veluwe in het zuidoosten. Zie bijlagen V-1 Maaiveld, V-2 Bodem en grondwater en VI Huidige situatie oppervlaktewater voor de maaiveldhoogte-, bodemsoorten- en watersysteemkaarten. Het maaiveld loopt van het zuidoosten naar het westen van +35 m NAP naar 0 mNAP. We zien kleiachtige bodemsoorten zoals zavel in het zuidwesten en enkeerdgronden in de (voormalig) landbouwgebieden. Naar het oosten zien we zandige gronden, van leemarm zand naar stuifzand op het Beekhuizerzand. Gemeente Harderwijk is onderdeel van een eeuwenoud watersysteem. Beken voeren overtollig hemelwater vanaf de Veluwe af naar de Veluwerandmeren. Deze beken vormen de basis van het huidige watersysteem. Op verscheidene plekken zijn in het lagergelegen deel bergingsvoorzieningen (plassen en bassins) aangelegd om grote hoeveelheden neerslag te kunnen verwerken. Daarnaast zijn leidingen aangelegd om indien nodig bij grote watertekorten water vanuit het Wolderwijd het stedelijke oppervlaktewatersysteem in te laten. Het water dat vrijkomt uit het singelsysteem van Drielanden wordt deels benut om de rest van het stedelijk watersysteem door te spoelen. Het stroomt onder vrij verval naar de Weibeek, die in twee richtingen afstroomt naar Wolderwijd.

Water uit de bovenste tak wordt verpompt naar de Diepe Gracht. Deze staat in open verbinding met Friese Gracht. Vanuit de Friese Gracht wordt water verpompt naar de Couperussingel. Zo wordt doorstroming bevorderd en het waterpeil in de Couperussingel op peil gehouden. Zie Bijlage VIII voor een uitgebreidere omschrijving van het watersysteem. De zuidoost-west verdeling van de gemeente is ook terug te zien in de grondwaterstanden. De gebieden langs de Veluwerandmeren zijn kwelrijk, de ontwateringsdiepte is er klein en soms zelfs kleiner dat de maximaal toegestane eis van 0.7 m onder het maaiveld voor bebouwing en wegen binnen de bebouwde kom. In deze gebieden is kans op wateroverlast. In de hoger gelegen delen van de gemeente is droogte juist een groter probleem door de lage

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024 80

grondwaterstanden. Door klimaatverandering neemt bij langer durende perioden van droogte in combinatie met hittegolven het risico op oncontroleerbare natuurbranden toe.

V-3 Relevante visies en beleid In de afgelopen jaren heeft de gemeente Harderwijk, het Waterschap en de samenwerking binnen de afvalwaterketen op verschillende niveaus visies en beleid opgesteld voor water, klimaatadaptatie, natuur, energietransitie, omgeving en ruimte. Om te zien hoe het BURWKA zich verhoudt ten opzichte van al deze documenten hebben we een overzicht gemaakt, zie Figuur 20. Het is niet een alomvattend overzicht, maar geeft de meest relevante visies en beleidsstukken voor het BURWKA weer. Het overzicht bevat een onderverdeling in strategisch, tactisch en operationeel niveau. Dit is een onderverdeling die ook gehanteerd wordt in beheerplannen van bijvoorbeeld riolering en wegen en zorgt voor een goede verbinding tussen actoren (bestuurders op strategisch niveau, beleidsmakers op tactisch niveau en beheerders op operationeel niveau). Het nieuwe BURWKA bestrijkt zowel het strategische, tactische als operationele niveau. De gemeentelijke Omgevingsvisie (kortweg GOVI, besluitvorming verwacht Q2 2024) is de overkoepelende uitwerking voor de leefomgeving van Harderwijk, waarop de visie in dit BURWKA volgend is. Dan is er de Duurzaamheidsvisie (vastgesteld juli 2020). Hierin zijn voor elke pijler, waaronder klimaatadaptatie, ambities voor lange termijn vastgelegd.

Voor klimaatadaptatie zijn dat specifieke ambities (2050) voor overstroming, wateroverlast (acceptatiecriteria uit 2022), hitte en droogte. Dan is er de Transitievisie Warmte uit 2021 en de Natuur en Groenvisie uit 2022 (zie Bijlage VI.2). In 2013 is het Waterplan opgesteld. Dit is een gezamenlijk plan van gemeente en waterschap dat gaat over de inrichting en het beheer van het oppervlaktewater en het gewenste beeld van o.a. de ecologie, ruimtelijke kwaliteit, klimaatverandering en behoud cultuurhistorie. In het kader van de Omgevingswet heeft het Waterschap Vallei en Veluwe de Blauwe Omgevingsvisie (BOVI) opgesteld (zie Bijlage VI-1). Ook het huidige ZAP heeft een visiecomponent dat raakvlakken heeft op strategisch niveau. Het ZAP WHEP was opgesteld in samenwerking met de Noord-Veluwse gemeenten Harderwijk, Ermelo en Putten en waterschap Vallei en Veluwe, in de figuur in het groenblauw weergegeven. Op tactisch niveau is er het BasisRioleringsPlan (BRP) uit 2012, waarin het hydraulisch en milieutechnisch functioneren van het stedelijk watersysteem in de gemeente staat beschreven. Het eerdergenoemde ZAP is geëvalueerd en verlengd (notitie verlenging uit 2019). Daarnaast zijn er voor klimaatadaptatie de Gidsprincipes klimaatadaptatie (2021) en de Beslisboom verwerken hemelwater (2021) opgesteld (weergegeven in lichtgroen en lichtblauw).

De beslisboom is het meest operationeel van aard. De Strategieën klimaatadaptatie (2022) geven aan wat voor strategie wordt gekozen voor verschillende klimaatadaptieve maatregelen (vastgesteld door de Raad). Naast de thema’s water en klimaat heeft de gemeente het Integrale beheerplan openbare ruimte (2020) waarmee ook een verbinding gemaakt wordt tussen openbare ruimte en het stedelijk afvalwater. Al deze beleidsstukken moeten logisch aansluiten op dit BURWKA. Parallel aan deze stukken heeft het waterschap voor 2022-2027 een tactische doorvertaling van de Blauwe omgevingsvisie gemaakt, dit heet het Blauwe Omgevingsplan (BOP). Op operationeel niveau hebben we in het overzicht het Integraal beheerplan openbare ruimte (2020) en het BURWKA doorgetrokken. We zien hier sterke overlap tussen de meerjaren onderhoudsplanning, het risico gestuurd beheer en de inspectiecyclus van de riolering. Als het gaat over de daadwerkelijke uitwerking in projecten is het Programma van Eisen voor de openbare ruimte leidend.

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024 81

De grootste verandering met dit BURWKA vergeleken met het ZAP WHEP is dat het BURWKA een eerste programma op de thema’s stedelijk waterbeheer en klimaatadaptatie is onder de Omgevingswet. Een ander groot verschil is dat het een meer integraal beleid is, zowel “verticaal” (strategisch, tactisch, en operationeel) als “horizontaal” (meer afgestemd op aanpalende beleidsvelden) document is op gemeentelijk niveau, maar dat het op regionaal niveau geen programmatische aanpak bevat. Om dit toch te ondervangen voegen we in het BURWKA samenwerkingsafspraken tussen waterschap en de Noord Veluwse gemeentes toe.

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024 82

Figuur 20 Samenhang tussen relevante visies en beleidsstukken van gemeente Harderwijk, de andere Noord-Veluwse gemeentes en het Waterschap Vallei en Veluwe op strategisch, tactisch en operationeel niveau

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024 83

V-4 Riolering Ons rioleringsstelsel staat in verbinding met het stelsel van de gemeente Ermelo en Putten. Het afvalwater van alle gemeenten wordt gezuiverd in de RWZI van Harderwijk. In onze gemeente bestaat ongeveer 40% van de riolering uit een gemengd stelsel en 60% uit een gescheiden stelsel, zie Tabel 12. Tabel 12 Typen riolering gemeente Harderwijk

Type

Lengte (m)

Percentage

Gemengd

116.779

39%

Gescheiden

179.626

61%

HWA

42.816

14%

DWA

107.035

36%

Infiltratie

26.204

9%

Drainage

3.571

1%

Onbekend

72

0%

Totaal

296.477

100%

Per jaar wordt er gemiddeld 25 km van de ongeveer 300 km geïnspecteerd. Het inspecteren is uitbesteed aan een aannemer. De grote gemalen, tunnelgemalen, bergingsvoorzieningen en de drukriolering in het buitengebied wordt allemaal twee keer per jaar geïnspecteerd. Vanuit de inspectieresultaten hebben we de vervangingsjaren afgeleid. Dit is weergegeven in Tabel 13, waarbij een toenemende vervangingsopgave te zien is: vanaf 2041 is een enorme toename te zien in het aantal te vervangen kilometers leiding. Dit komt mede door de gestage groei van het aantal inwoners vanaf 1950. De afgelopen jaren is relatief weinig riolering vervangen (1500 m/jaar), 0,5% van het areaal. Het verschil tussen de afgelopen jaren en de komende planperiode is dus ook al aanzienlijk. Tabel 13 Vervangingsjaren van het rioolstelsel

Vervangingsjaar

Lengte (m)

Percentage

Onbekend

25.020

8%

Tot en met 2023

16.061

5%

2024-2030

9.334

3%

2031-2040

16.968

6%

2041-2050

32.749

11%

2051-2060

38.000

13%

2061-2070

43.823

15%

2071-2080

86.808

29%

2081-2090

21.936

7%

>2091

7.779

3%

Totaal

298.477

100%

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024

84

V-5 Ecologische waterkwaliteit In 2016 zijn verschillende trajecten van het Harderwijkse oppervlaktewatersysteem ecologisch geëvalueerd. In Tabel 14 is aangegeven hoe de beschouwde trajecten scoren op beleving, ecologie oever, en ecologie water. Sommige oevers hebben een slechte tot zeer slechte ecologie op de oever. Op een tweetal projecten is de ecologie in het water zeer slecht. Tabel 14 Beoordeling trajecten op ecologische kwaliteit

Tabel 15 geeft het waterbeeld van de beschouwde trajecten weer. Waterbeeld E ‘Zeer hoge bedekking planten’ geeft aan waar wellicht eutrofiëring optreedt als gevolg van riool overstorten. Tabel 15 Waterbeeld onderzochte trajecten.

Recente ontwikkelingen vernieuwde Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater Voor een schoon milieu moet het afvalwater van huishoudens en bedrijven zo goed mogelijk worden opgevangen en gezuiverd. Om dit in alle lidstaten van de Europese Unie te bevorderen is in 1991 de Richtlijn inzake de behandeling van stedelijk afvalwater van kracht geworden. Deze richtlijn wordt ten tijde van het opstellen van deze beleidsuitwerking vernieuwd. Het is op het moment van schrijven niet duidelijk wat op Europees niveau het definitieve besluit wordt, en dus welke mogelijke gevolgen te verwachten zijn voor Nederland en voor Harderwijk. Stichting Rioned twijfelt in een artikel in H2O van 16 juni 2023 het nut van deze herziening in twijfel14. Met name een eventuele uitbreiding op verplichting monitoring van riooloverstorten en hemelwateruitlaten zou voor onze gemeente een forse investering en taakverzwaring betekenen. Meerwaarde en doelmatigheid hiervoor worden in twijfel getrokken.

V-6 Ruimtelijke ontwikkelingen in Harderwijk In Harderwijk is net als in vele andere gemeenten een woningbouwopgave. Verschillende woningbouwprojecten staan op de planning, zoals Nieuw Weiburg en Kranenburg Noord. In Waterfront en Harderweide wordt al gebouwd. De prognose is dat er in totaal ongeveer 5.500 woningen worden gerealiseerd in de periode 2024-2028. Naast uitbreidingen, vinden er ook inbreidingen plaats de komende jaren. Hiervoor moet een reconstructie plaatsvinden van de bestaande rioleringen. Het uitgangspunt is dat deze

14 https://www.h2owaternetwerk.nl/h2opremium/mogelijk-5-miljard-euro-aan-investeringen-nodig

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024

85

reconstructie wordt gedekt vanuit de grondexploitatie onder deze ontwikkelingen, waarbij ook de kapitaalvernietiging aan de gemeente wordt vergoed. De planschaderamingen zijn in de voorspellingen o.b.v. risico gestuurd beheer meegenomen. Toekomstige vervangingskosten van de bestaande riolering in deze plangebieden zijn uit het kostendekkingsplan gehaald.

Het is een uitdaging om deze nieuwbouw (inbreiding of uitbreiding) op een duurzame manier te (laten) realiseren. Denk hierbij aan het aansluiten op een gescheiden stelsel, het klimaatbestendig inrichten van het openbaar gebied én de kansen voor het versnellen van de energietransitie mee te pakken.

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024

86

VI. Huidig beleid VI-1 Huidig beleid waterschap Vallei en Veluwe Blauwe omgevingsvisie (BOVI) Het BOVI15 is een visie voor duurzaam waterbeheer in 2050, deze gaat hand in hand met de omgevingswet die 01-01-2024 wordt uitgebracht. De visie kan worden geraadpleegd tijdens de ontwikkeling van ruimtelijke plannen. Vier thema’s staan centraal; (1) Energietransitie, (2) Circulaire economie, (3) Klimaatverandering, en (4) een Waardevolle leefomgeving, deze komen allemaal terug bij de taken van het waterschap en waterbeheer. Het Blauwe Omgevingsprogramma (BOP) maakt de visie concreet. Blauwe omgevingsprogramma (BOP) Het BOP wordt een kerninstrument van de aankomende omgevingswet. Het geeft aan wat de doelen van het Waterschap Vallei en Veluwe zijn en hoe deze behaald worden. Bij het opstellen van het BOP zijn het nationale- en regionale waterprogramma en de door het rijk opgestelde omgevingsvoorwaarden meegenomen. Ook zijn Europese richtlijnen zoals de Kader Richtlijn Water en de Zwemwaterrichtlijn hierin verwerkt. Naast doelen op het gebied van waterveiligheid, en de veranderopgaves: circulaire economie en energietransitie zijn doelen opgesteld voor het watersysteem en wonen en zuiveren. Bij wonen en zuiveren wordt water zo veel mogelijk vastgehouden en geïnfiltreerd. Steden moeten groener en blauwer worden.

Maatregelen dragen daarnaast bij aan biodiversiteit, bewustwording en het verhogen van de leefbaarheid. Het terugwinnen van energie en grondstoffen wordt gestimuleerd en de RWZI produceert zo schoon mogelijk effluent. Voor het watersysteem is het belangrijk om een toekomstbestendig, klimaat robuust, en flexibel grond- en oppervlaktewatersysteem te realiseren. Eindige maakbaarheid hoort hierbij in achterhoofd te zitten. Het belang van bewustwording en acceptatie bij gebiedspartners is groot.

VI-2 Huidig beleid gemeente Harderwijk Zuiveringskring Afvalwaterketen Plan (ZAP) Gemeente Harderwijk borgt haar zorgplicht voor stedelijk (afval)water in het ZAP (Zuiveringskring Afvalwaterketen Plan) WHEP (Waterschap, Harderwijk, Ermelo, Putten) 2015-2023, hierna ZAP. Dit plan was door de hiervoor genoemde partijen opgesteld voor de planperiode van 2015-2020 maar is door middel van een verlengingsnotitie verlengd tot 202316. Dit is gebeurd om in te spelen op de intreding van de omgevingswet Waterplan Het ZAP was, zoals de naam doet vermoeden, een samenwerking tussen alle gemeenten die lozen op dezelfde RWZI. Desondanks deze overkoepelende beleidsvorming wenste gemeente Harderwijk zelf een visie en beleid op het gebied van stedelijk waterbeheer. Daarom is het

15 https://bovi2050.nl/ 16 Verlenging vastgesteld in de raadsvergadering van 3 december 2020.

https://harderwijk.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/e681d9af-251e-49aa-b736-2c60023d9061 Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024

87

waterplan 2013-201817 opgesteld. In dit plan beschrijft gemeente Harderwijk hoe het toe werkt naar ‘een gezond, veerkrachtig, kwalitatief goed, aantrekkelijk en op de toekomst berekend watersysteem/ waterketen die aansluiting bij de natuurlijke omstandigheden op en om het Harderwijks grondgebied’ in 2030. In het plan zijn ook concrete maatregelen voor ruimte voor water, waterkwaliteit en ecologie, en grondwater beschreven, sommige waarvan al zijn uitgevoerd. Duurzaamheidsvisie Na intreding van het voormalige ZAP (2015) werd in 2017 het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie opgezet. Deze beschrijft dat alle gemeenten in 2050 klimaat robuust moeten zijn. Om hier, en aan andere duurzaamheidsambities, gehoor te geven heeft gemeente Harderwijk een duurzaamheidsvisie18 geschreven. Pijlers voor een duurzaam Harderwijk zijn; (1) Circulaire economie – afvalstoffen worden grondstoffen (2) Biodiversiteit – behouden en verbeteren natuur (3) Klimaatadaptatie – Beperken hittestress en de gevolgen van droogte. We voorkomen wateroverlast. (4) Energietransitie – Verminderen CO2-uitstoot Als gevolg van deze dit document ontstond een behoefte om te omschrijven hoe Harderwijk vorm zou geven aan deze duurzaamheidspijlers. Warmtevisie Als onderdeel van de duurzaamheidspijler energietransitie heeft de Gemeente Harderwijk een warmtevisie19 opgesteld.

Deze beschrijft maatregelen die aardgasgebruik kunnen verminderen, en hoe gebouwen duurzaam verwarmt kunnen worden. Door bestaande initiatieven focust het plan vooral op de overgang naar duurzame verwarming. Per wijk zijn drie strategieën voorgesteld; (1) een individuele warmtepomp per huishouden, (2) een warmtenet voor meerdere woningen tegelijk, (3) het gebruik maken van duurzame(re) gassen. Het plan identificeert tien wijken die de grootste potentie hebben. Het warmteplan wordt elke vijf jaar geüpdatet. Natuur & groenvisie - BoschSlabbers landschapsarchitecten Als onderdeel van de duurzaamheidspijler biodiversiteit heeft Gemeente Harderwijk een natuuren groen visie20 laten opstellen. Het beschrijft een tiental aanbevelingen die in het beleid zouden moeten worden opgenomen om de biodiversiteit in gemeente Harderwijk te verbeteren.

17 Vastgesteld in 2013. Pas vanaf 2014 staan de raadsvergaderingen online. We maken daarom dankbaar

gebruik van het feit dat het Waterplan online te vinden is via de hengelsportvereniging: https://www.hsvdesnoek.nl/images/vbc/Waterplan%20Harderwijk%2020132018%20definitief%20v7_red.pdf 18 Vastgesteld in de raadsvergadering van 2 juli 2020:

https://harderwijk.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/e477705b-aeb1-4f7f-8624-4eed0adea0f5 19 Vastgesteld in de raadsvergadering van 4 november 2021:

https://harderwijk.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/98d2dc6a-c1dc-49f0-b0e3-4a8b2cba17c1 20 Vastgesteld in de raadsvergadering van 22 december 2022:

https://harderwijk.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/4d7d8218-f47b-4571-a4b5-1899e3bae585 Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024

88

Uitvoeringsagenda duurzaamheid Elke twee jaar stelt gemeente Harderwijk een uitvoeringsagenda op om de doelen van de duurzaamheidsvisie, warmtevisie, en natuur & groenvisie te behalen. Het beschrijft doorlopende projecten of activiteiten en introduceert nieuwe projecten. Hierin wordt gesteld wat de waarde van groen en natuur is in de vorm van allerlei ecosysteemdiensten (frisse lucht, koelte, gezondheid, biodiversiteit etc.) en dat we de natuur hard nodig hebben. Hoofduitgangspunten zijn: 1. Uniek natuurlijk systeem is de basis. 2. Meer en natuurlijker groen. 3. Natuurlijk samenwerken en meekoppelen waar mogelijk. Energietransitie (Geen informatie over aangeleverd) Beleid inpassing zonnepanelen Met het beleid inpassing zonnepanelen maakt de gemeente Harderwijk kenbaar waar het ontwikkelingen op het gebied van zonne-energie wel, minder, en in het geheel niet wenselijk vindt binnen de gemeentegrenzen, zie Figuur 21. De zonneladder geeft in verschillende treden aan hoe zonnepanelen daar kunnen worden toegepast. Trede 1A beschrijft het vergunningsvrij realiseren van zonnepanelen op een dak. Trede 1B beschrijft multifunctioneel ruimtegebruik zoals langs hoofdinfrastructuur of boven parkeerplaatsen. Trede 2 betreffen gebieden die moeilijk bruikbaar zijn voor andere doeleinden. Trede 3 betreffen andere gebieden in het buitengebied waar inpassing in het landschap in is meegenomen.

Trede 4 zijn gebieden waar realisatie van zonnepanelen niet mogelijk is. Op platte daken, waar mogelijk ook groene daken gewenst zijn vanuit klimaatadaptatie, kan worden overwogen om de aanleg van zonnepanelen met de aanleg van een groen dak te combineren. Het voordeel is dat een groen dak vanwege de verkoelende werking het rendement van zonnepanelen verhoogt.

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024

89

Figuur 21 Zonneladderkaart Harderwijk

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024 90

Circulaire economie (Geen informatie over aangeleverd)

VI-3 Huidig beleid provincie Gelderland Grootschalige grondwateronttrekking Provincie Gelderland vergeeft vergunningen voor grondwateronttrekkingen voor openbare drinkwatervoorziening, permanente (industriële) onttrekkingen van groter van 150.000 m3 per jaar, en voor bodemenergiesystemen. De waterschappen vergeven vergunningen voor onttrekkingen kleiner dan 150.000 m3 per jaar en voor niet-permanente onttrekkingen als bronbemalingen, beregening en grondwatersaneringen. Verordening Kader Richtlijn Water De Kader Richtlijn Water is een Europese richtlijn voor de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater. In 2027 moet al het water in Nederland een goed leefgebied vormen voor planten en dieren. Bovendien moet er gemakkelijk drinkwater van te maken zijn. Het is belangrijk om de concentraties van giftige stoffen zoals stikstof, en fosfaat te verminderen. Om dit in de gaten te houden voeren de waterschappen projecten uit waarbij beken weer meanderend worden gemaakt, en de concentratie van giftige stoffen wordt gemonitord. Elk jaar rapporteren de Waterschappen de resultaten aan Brussel. Provincies en gemeenten assisteren bij het organiseren van maatregelen om de waterkwaliteit, biodiversiteit en ecologie te vergroten/ te verbeteren.

VI-4 Samenwerking in de (afval)waterketen WHEP Waterschap Vallei en Veluwe werkt samen met Gemeente Harderwijk, Ermelo en Putten omdat ze samen een zuiveringskring vormen, alle gemeenten maken gebruik van dezelfde RWZI. Het idee achter de samenwerking was dat het beleid meer integraal kon worden opgepakt en dat projecten op elkaar konden worden afgestemd. Het ZAP schetst een ideale situatie rondom riolering, hemelwater, grondwater en afvalwaterzuivering en beschrijft hoe deze gerealiseerd moet worden. Een integrale aanpak voor vervanging van de riolering wordt aangemoedigd in het ZAP, om zo samen te werken en elkaar te stimuleren tot duurzame investeringen. Het opwekken van energie uit de RWZI en riolering, grondstofwinning uit de RWZI, en het beperken van de gevolgen van overstorten zijn aandachtspunten. Voor hemelwaterafvoer doelt het zap op het zo veel mogelijk bovengronds afkoppelen van daken. Daarna ligt de focus op het infiltreren, bergen, en daarna pas afvoeren van hemelwater. Hierbij is het belangrijk gevonden dat de rioolstelsels robuust zijn ingericht en dat waar mogelijk groen wordt meegenomen in de maatregelen. Bij nieuwbouw ligt de focus op het aanleggen van een gescheiden stelsel. Ook beschrijft het ZAP dat de rol van de particulier moet worden vergroot. Grondwater wordt gemonitord, waar het leidt tot wateroverlast moeten maatregelen worden getroffen.

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024 91

VI-5 Water en klimaatadaptatie Noord-Veluwe De Noord Veluwse gemeenten werken samen om de regio klimaat robuust te maken. Hoe de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Nunspeet, Oldebroek, Putten, en Waterschap Vallei & Veluwe dit doen is vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomst Water en Klimaatadaptatie Noord-Veluwe.21

21 https://klimaatvalleienveluwe.nl/

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024 92

VII. Huidige situatie maaiveld, bodem en grondwater VII-1 Maaiveld Het verloop van het maaiveld is weergegeven in Figuur 22. Kenmerkend voor de gemeente Harderwijk is de overgang van de hooggelegen Veluwe in het zuidoosten naar de randmeren Wolderwijd en het Veluwemeer in het noordwesten. Het grote hoogteverschil zorgt ervoor dat zowel het riolerings- als het oppervlaktewatersysteem vooral onder vrij verval loopt.

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024 93

Figuur 22 Maaiveldhoogtekaart Gemeente Harderwijk

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024 94

VII-2 Bodem en grondwater De bodemopbouw van het hoger gelegen deel van de gemeente Harderwijk bestaat voor het grootste deel uit zandgronden met sporen van leem, zie Figuur 23. In het lagergelegen noordwesten is de grond naast zand ook opgebouwd uit klei, en oude enkeerdgronden. In het hoger gelegen deel kan regenwater goed infiltreren. In het lagergelegen deel komt kwel voor, dat door middel van greppels en watergangen wordt gedraineerd. In een zone van ca 200 m vanaf de oorspronkelijke kustlijn met de Zuiderzee komen plaatselijk ondiepe en dunne stoorlagen voor van afgezet leem, klei of veen. Omdat tijdens stormvloeden delen van deze lagen weer zijn weggeslagen is onbekend waar deze precies beginnen en eindigen. In 2019 heeft WARECO-onderzoek gedaan naar de grondwaterstanden in gemeente Harderwijk. Het grondwater stroomt van de Veluwe in het zuiden naar de randmeren ‘Wolderwijd’ en ‘Veluwemeer’. De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) varieert tussen +0,5 mNAP in het bebouwde gebied en +4,0 mNAP in de hoogste delen van de gemeente. De gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) in de gemeente is ongeveer 0,5m lager dan de GHG-situatie. De gemeente streeft naar een ontwateringsdiepte die groter is dan 0,7 m. Nagenoeg overal wordt deze eis behaald.

In de wijken Drielanden, Hierden en Weidewaard kan de ontwateringsdiepte gedurende langdurige buien en weinig verdamping (winterhalfjaar) kleiner worden dan de gestelde eis van 0,7 m. Hier is kans op wateroverlast. In de droge zomermaanden zijn de ontwateringsdiepten in het bebouwde gebied vrijwel overal groter dan 1 m. Hier liggen kansen om het hemelwater af te koppelen en te infiltreren volgens de ‘beslisboom verwerken hemelwater’.

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024 95

Figuur 23 Bodemsoortenkaart Gemeente Harderwijk. Bron: BOFEK 2012

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024 96

VIII. Huidige situatie oppervlaktewater In het verleden liep de beek ‘Sypel’ van de Veluwe, door de kern van het voormalige Harderwijk, naar de Zuiderzee. De Sypel splitste zich af in de ‘Weibeek’, die eerst richting het zuiden stroomde voordat deze ook in de Zuiderzee uitmondde. In het westelijke deel van de gemeenten lopen ook nog de beken ‘De beek van de Hoge Geest’, en de ‘Tonselse beek’. Aan de noordoostkant van de gemeente lopen de ‘Hierdense Beek’, en de zijtak de ‘Oostermheenbeek’. Deze hebben beide een belangrijke ecologische waarde (HEN-functie – Hoogste Ecologische Niveau) vanuit de Kader Richtlijn Water (KWR). Ook is er een vrij ontsprongen beek de ‘Lange Elssloot’. Deze beken vormen de basis van het watersysteem van Gemeente Harderwijk, zijn deels nog terug te vinden en hebben een belangrijke drainerende en afvoerende functie. Uitgaande van de voormalige beekstructuur in Harderwijk, zijn er een aantal belangrijke toevoegingen voor het watersysteem. De bergingsvijver ‘De Crescentplas’ is gerealiseerd om , die daarna afwatert op het Wolderwijd. Verschillende langvervalduikers zijn gerealiseerd. De connectie tussen de Vissershaven en de Friesegracht, en de Lelyhaven en de Friesegracht zijn gerealiseerd om doorspoeling in de Friesegracht en in het nieuwe woongebied Waterfront te bevorderen.

Er is één persleiding gerealiseerd die de connectie vormt tussen de Friesegracht en de Couperussingel. Later is daar een watergang naast gerealiseerd die door het park Friesegracht stroomt, als verwijzing naar de oorspronkelijke Sypelbeek. In 2011 is een watersysteemanalyse uitgevoerd. Daaruit werd duidelijk dat; A.

In een droge situatie is er vraag naar water in het centrum van Harderwijk, tegelijkertijd is er aanbod bij de wijk Drielanden. Dit vraag en aanbod zou beter op elkaar afgestemd moeten zijn.

B.

Peilstijging van de Veluwerandmeren kunnen een grote invloed hebben op het watersysteem van Harderwijk. In laaggelegen wijken kan een grotere hoeveelheid kwel leiden tot wateroverlast. Bovendien is Harderwijk kwetsbaar bij een peilverhoging doordat er geen waterkering aanwezig is.

In 2017 zijn er door Waterschap verschillende fysieke maatregelen doorgevoerd om meer water vanuit Drielanden de stad in te sturen en de waterverdeling beter te kunnen monitoren. Het oppervlaktewatersysteem is in Figuur 24Figuur 24 weergegeven.

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024 97

Figuur 24 Oppervlaktewatersysteem Harderwijk

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024 98

IX. Huidige situatie riolering IX-1 Systeemkenmerken In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van het bestaande rioleringssysteem. De voorzieningen, afvoertypes, (re)constructiejaren, inspectieresultaten en het verwachte vervangingsjaar zijn weergegeven. Overzicht voorzieningen Tabel 16 Overzicht voorzieningen

Tabel 17 Rioleringsvoorzieningen Harderwijk Voorziening

Aantal

Vrijvervalriolering

Eenheid Km

Waarvan gemengd

118,8

Km

Waarvan DWA

96,9

Km

Waarvan HWA

42,3

Km

Waarvan overig

Km

Drainageleidingen

3,57

Km

Infiltratieleidingen

26,23

Km

Bergingsleidingen

0.46

Km

Persleidingen

12,1

Km

Drukrioolleidingen

0

Km

Duikers

6,3

Km

IBA’s

0

Stuks

Gemalen (aantal pompen)

46

Stuks

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024

99

Waarvan gemengd

Stuks

Waarvan HWA

Stuks

Waarvan tunnelpomp

15

Stuks

Waarvan pomp in randvoorziening

6

Stuks

Waarvan onbekend

25

Stuks

Drukrioleringsunit

124

Stuks

Rioolput

6641

Stuks

Infiltratieput

1

Stuks

Pompputten

55

Stuks

Uitlaten

105

Stuks

Overstortput (intern én extern)

98

Stuks

Waarvan met pomp

49

Stuks

Waarvan zonder pomp

49

Stuks

Randvoorzieningen

7

Stuks

Waarvan Berg Bezink Bassins

5

Stuks

Waarvan Berg Bezink Leidingen

2

Stuks

Berging in randvoorzieningen

11.549

m3

Afvoertypes in het stelsel Het rioleringsstelsel van Harderwijk is een mix van een gemengd en gescheiden stelsel. 40% van de riolering een gemend stelsel, zie Tabel 18. Tabel 18 Typen riolering Harderwijk

Type

Lengte (m)

Percentage (%)

Gemengd

118779

40%

Gescheiden

179626

60%

HWA

42816

14%

DWA

107035

36%

Infiltratie

26204

9%

Drainage

3571

1%

Onbekend

72

0%

Totaal

298469

100%

Figuur 25 geeft aan wat de verdeling van de riooltypen is per wijk.

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024

100

Figuur 25 Typen riolering binnen de gemeente Harderwijk

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024101

(Re)constructiejaren In Tabel 19 zijn de (re)constructiejaren van de gerealiseerde riolering weergegeven. Bijna 66% van de riolering is minder dan 40 jaar oud. De oudste delen van het stelsel (<1960) liggen meer in het centrum van Harderwijk (denk o.a. aan de wijken Tinnegieter, Zeebuurt), zie Figuur 26. Tabel 19 (Re)constructiejaar riolering Harderwijk

Vervangingsjaar

Lengte (m)

Percentage

Tot en met 2023

5.607

2%

2024-2030

15.355

5%

2031-2040

32.186

11%

2041-2050

53.322

18%

2051-2060

39.361

13%

2061-2070

25.886

9%

2071-2080

87.207

29%

2081-2090

27.874

9%

>2091

11.673

4%

Totaal

298.469

100%

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024

102

Figuur 26 Aanlegjaar riolering Harderwijk

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024103

IX -2 Toestand van de infrastructuur Gemeente Harderwijk heeft inspecties uitgevoerd om de behoudstoestand te bepalen van de rioolbuizen. Tussen 2005 en 2015 is 87% van de voormalige vrij verval riolering (234 km) geïnspecteerd, de riolering was in goede staat. In de zomer van 2023 is het hele systeem middels de Rasmariant methodiek beoordeeld. De resultaten hiervan zijn in Tabel 20 weergegeven. Tabel 20 Inspectieresultaten riolering Harderwijk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=fd357b2b-0e74-4e71-ab08-1be2bc373b8e