CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

240201 BURWKA Harderwijk v8.2 - Bijlagen - met enquete

Raadsvergadering 10 juni 2024, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Beleidsuitwerking en Uitvoeringsagenda Riolering, Water en Klimaatadaptatie23.442 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bijlagen

Riolering, Water en Klimaatadaptatie Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda

2024-2028 Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0

BIJLAGEN

I. Nadere omschrijving inhoud BURWKA I-1 Waterketenzorg Eén van de belangrijkste thema’s in het nieuwe beleid is en blijft: goed zorgen voor ons stedelijk watersysteem en riolering. De gemeente is namelijk verantwoordelijk voor: a.

Inzameling en transport van afvalwater

b.

Inzameling en verwerking van hemelwater

c.

Voorkomen of beperken van structureel nadelige gevolgen van grondwater

Zie voor meer informatie over de wettelijke verantwoordelijkheden van de gemeente paragraaf I-2 in deze bijlage.

I-2 Klimaatadaptatie Daarnaast geven we met dit programma invulling aan het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie van het Rijk, waarin overheden en het bedrijfsleven de ambitie hebben uitgesproken om klimaatadaptatie vanaf 2020 te verankeren in het denken en handelen, met als doel een klimaatbestendig en waterrobuust Nederland in 2050. Klimaatadaptatie is het proces waarin we onze leefomgeving aanpassen aan toenemende weersextremen die leiden tot wateroverlast, droogte en hittestress. Door klimaatadaptatie houden we onze leefomgeving leefbaar, gezond, veilig én economisch sterk. In gemeente Harderwijk houden we al rekening met de veranderingen van het klimaat. Zo bereiden we ons bij projecten in de openbare ruimte al voor op klimaatextremen. Bijvoorbeeld door waar mogelijk regenwater niet meer via het riool af te voeren

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

(afkoppelen) maar vast te houden tegen droogte én onnodige belasting van de rioolwaterzuivering, het creëren van berging voor overtollig regenwater en het planten van extra bomen. Een voorbeeld van een klimaatadaptieve aanpassing van de openbare ruimte is het Crescentpark: dit gebied dient nu als waterbuffer, om wateroverlast en droogte tegen te gaan. Ook bij nieuwbouw houdt de gemeente steeds meer rekening met het toekomstige klimaat, bijvoorbeeld door eisen te stellen aan de hoeveelheden waterberging en groen in nieuwbouwwijken. Het ontbrak tot nu toe nog aan een structurele aanpak, volgens de doordachte omgevingsvisie. Met dit BURWKA komt daar verandering in. In dit programma beschrijven we hoe we klimaatadaptief denken en handelen onderdeel gaan maken van ons ‘DNA’ én wat we de komende jaren concreet gaan doen. We gaan met maatregelen aan de slag in de openbare ruimte en gebruiken verder een mix van communicatie, financiële- en juridische prikkels om ook de eigenaren van panden en private terreinen in beweging te krijgen voor een klimaatbestendiger terrein. Bij alles wat we gaan doen, houden we uiteraard rekening met de andere pijlers van onze duurzaamheidsvisie: energietransitie, biodiversiteit en circulariteit.

I-3 Kaders vanuit de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Harderwijk 2040 –welke parallel is opgesteld aan dit BURWKA– is een belangrijk kader geweest voor het uitwerken van de visie en doelen voor dit BURWKA (zie Hoofdstuk 4). Relevant vanuit de Omgevingsvisie voor het BURWKA is dat we een duurzame stad willen zijn. Klimaatadaptatie is één van de pijlers van de duurzame stad. In de Omgevingsvisie staan uitgangspunten centraal, waarvan de volgende twee relevant voor water en klimaatadaptatie: 1. Het natuurlijk systeem (water en bodem) is dragend voor iedere ontwikkeling 2. Het welbevinden van onze inwoners staat voorop Om de duurzame stad te realiseren op basis van het natuurlijke systeem, willen we een hoofdwater- en groenstructuur als basisstructuur voor gemeente Harderwijk. Deze structuur ligt als een vlechtwerk over de stad, dorp en buitengebied. Deze

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024 30

structuur leent zich ook heel goed voor het creëren van een gezonde en veilige leefomgeving, onder andere omdat de structuur als spons (tegen wateroverlast en droogte) en verkoelend (tegen hitte) werkt. Het groene en blauwe netwerk wordt parkachtig vormgegeven met speel- en sport- en ontmoetingsplekken. De basisstructuur dient ook als verbindende structuur met toegankelijke fiets- en wandelpaden. Een deel van de basisstructuur bestaat al en voor een deel ontbreken de schakels nog. Die schakels willen we de komende jaren gaan realiseren. Bij het realiseren van de groenblauwe structuur, houden we rekening met de

klimaatverandering worden deze systemen nog lastiger te beheersen, waardoor het goedkoper én makkelijker is om met het natuurlijke systeem mee te werken, in plaats van ze met kunstmatige ingrepen in bedwang proberen te houden. We willen dus het liefst ruimtelijk ontwikkelen zónder technische ingrepen (waarmee je tegen de natuur inwerkt) en bovendien graag het natuurlijke systeem herstellen, waar deze is aangetast. Ook willen we het welbevingen van onze inwoners uitwerken, denk aan het beschermen van de volksgezondheid, leefomgeving en milieu tegen besmetting en vervuiling vanuit de afvalwaterketen. In de openbare ruimte enkel acceptabele overlast door extreme weersomstandigheden. De Omgevingsvisie vormt de kaders voor onze visie en doelen (zie Hoofdstuk 3).

I-4 Wettelijke kaders Per 1 januari 2024 is de nieuwe Omgevingswet van kracht gegaan. De Omgevingswet bundelt een aantal wetten en laat oude wetten vervallen. Wetgeving is daarmee minder complex. Tegelijkertijd biedt het overheden meer beleidsvrijheid. De zorgplichten van de gemeente Harderwijk zijn en blijven ook binnen de Omgevingswet: › Inzameling en transport van stedelijk afvalwater (artikel 2.16, lid 1a 3 Omgevingswet) › Inzameling en verdere verwerking van afvloeiend hemelwater, voor zover de perceeleigenaar het water niet zelf kan verwerken (artikel 2.16, lid 1a 1 Omgevingswet) › Voorkomen of beperken van structurele nadelige gevolgen van grondwaterstanden, voor zover dat niet tot de zorg van de provincie of het Waterschap behoort (artikel 2.16, lid 1a 2 Omgevingswet) Figuur 12 Basisstructuur uit de Omgevingsvisie van Harderwijk, met daarin onder andere de hoofdgroenstructuur (groene stippellijnen) en binnenstedelijk watersysteem (blauwe lijnen)

draagkracht van bodem en (grond)watersysteem, de zogenaamde “natuurlijke alliantie”. Waarom is dat belangrijk? Natuurlijke bodem- en watersystemen ontstaan door langdurige processen en het aanpassen daarvan zijn kostbare ingrepen. Door

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Daarnaast volgt uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 3.17) dat de gemeente er zorg voor draagt dat een openbaar vuilwaterriool zo wordt ontworpen, gebouwd en onderhouden dat: › het zoveel mogelijk berekend is op de eigenschappen, samenstelling en hoeveelheid van het afvalwater;

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024 31

› ›

lekkage zoveel mogelijk wordt voorkomen en het aantal overstortingen zo beperkt is als voor een doelmatig beheer en functioneren van het afvalwatersysteem mogelijk is (de Kaderrichtlijn Wateropgave)

Met ingang van de Omgevingswet is de wettelijke planverplichting van Gemeentelijke Rioleringsplannen komen te vervallen. De Wet verankering en bekostiging van gemeentelijke watertaken blijft wel van kracht, waarmee het bekostigingsinstrument riool- en waterzorgheffing (voorheen riool- en waterzorgheffing) blijft bestaan. Onder deze heffing vallen kostbare investeringen die we doen voor meerdere generaties. Dat vraagt om een zorgvuldige afweging in investeringen en vervolgens om zorgvuldig beheer (goed rentmeesterschap). Hierom blijft het raadzaam om met regelmaat, bijvoorbeeld elke vijf jaar, het gemeentelijke riool- en waterbeleid te herzien. Wel zijn de te bekostigen taken aan het verbreden vanwege de nodige aanpassingen aan het veranderende klimaat. Dat maakt de riool- en waterzorg en klimaatadaptatie logische bondgenoten: we geven dan ook een onderbouwing voor de bekostiging van beide samen in deze beleidsuitwerking. Deze beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda voor riolering, water en klimaatadaptatie is de basis voor het Omgevingsprogramma, waarvan de visie is afgestemd op de overkoepelende Omgevingsvisie van de gemeente, en waarin de aanknopingspunten voor regels voor in het Omgevingsplan staan.

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024 32

II. Resultaten enquête

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024 33

III. Evaluatie III-1 Samenvatting evaluatie in succes- en aandachtspunten Onderdeel

Succespunten

Aandachtspunten

Achter-grond-informatie

1. 24 beleidsvoornemens (uit het ZAP)

1) Gebiedsgerichte, integrale aanpak rioolvervanging sinds 2015 gebruikelijk 2) Warmtewinning uit effluent RWZI voor Waterfront gerealiseerd 3) Frequentie en jaarvolumes overstorten waren -weliswaar mogelijk door weinig hevige neerslag- laag de afgelopen planperiode 4) Beslisboom verwerken hemelwater is vastgesteld 5) Wateroverlast acceptatiecriteria zijn vastgesteld 6) Stimuleringsregeling gelanceerd + tuincoaches voor particulieren 7) We monitoren sinds 2009 grondwater structureel met ruim 70 meetpunten. In 2019 is een analyse uitgevoerd van de huidige grondwatersituatie voor de hele gemeente

Behoefte aan:

Evaluatie beleids-voornemens

2. Meetbare doelen zorgplichten afvalwater, hemelwater en grondwater (uit het ZAP)

1) Het aantal verstoppingen bij huisaansluitingen blijft al sinds 1995 laag en min of meer constant

1) Met ‘alleen maar’ adviseren over het verduurzamen van (afval)waterstromen in huishoudens, blijven kansen liggen, o.a. voor waterberging en vermindering drinkwaterverbruik 2) Volgens het BRP 2012 en de stresstest 2021 zijn er een aantal locaties die niet voldoen aan de wateroverlast acceptatiecriteria 3) Op aandachtslocaties heeft de gemeente onvoldoende inzicht van de toestand van de riolering. Er is behoefte aan extra inspectie 4) Geregistreerde klachten en meldingen via het KCC zijn niet altijd goed te categoriseren. Hierdoor is er geen volledig beeld van riool- en watergerelateerde klachten.

Evaluatie DoFeMaMe

3. Onderzoeken (uit het ZAP en de verlengingsnotitie)

1) Meten en monitoren is sinds 2016 regionaal ondergebracht in het Uitvoeringsteam Meten en Monitoren Afvalwaterketen

Behoefte aan:

Evaluatie onderzoeken

2) Een aantal lekke riolen is gerelined 3) Een aantal problemen met de afstroming zijn opgelost

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

1) Inzicht in de duurzaamheid van relinen ten opzichte van vervangen 2) Meewegen van meekoppelkans voor klimaatadaptatie bij keuze voor wel/niet relinen. Aan de ene kant is relinen aantrekkelijk vanwege minder uitgaven en overlast, anderzijds beperkt het de mogelijkheden voor afkoppelen van regenwater 3) Nieuw beleid om decentrale zuivering van afvalwater voor (tijdelijke) innovatieve woonvormen zoals tiny houses voortaan toe te kunnen staan

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024 48

Onderdeel

Succespunten

Aandachtspunten

2) We hebben inzicht in de grotere overstortvolumes bij de overstort op het Veluwemeer: deze worden geautomatiseerd geregistreerd sinds 2005

1) actuele en betrouwbare rioleringsdata. Het in 2016 aangeschafte Gisib heeft moeite met GWSW-standaard voor riolering en op juiste wijze vertalen van inspectierapporten

3) We hebben onderzoek (o.a. stresstest Hemelwater) gedaan naar oorzaak en oplossingsrichtingen (klimaatbestendige inrichting uitbreiding bedrijventerrein Lorentz III, Stationsomgeving) voor wateroverlast 4) De Noord Veluwse gemeenten en het Waterschap hebben een gezamenlijk duurzaamheidsloket. Sinds 2021 is de stimuleringsregeling van start gegaan. Met deze subsidieregeling stimuleren we inwoners op de Noord-Veluwe één of meerdere maatregelen te nemen om hun tuin of bedrijventerrein klimaatbestendig te maken 4. Maatregelen (uit het ZAP en de verlengingsnotitie)

Niet alle geplande vervangingen zijn uitgevoerd. Wel is een aantal onvoorziene projecten opgepakt, zoals het vervangen van het transportriool i.s.m. het Waterschap en gemeente Ermelo

Achter-grond-informatie

2) actueel inzicht in het functioneren van het stedelijk watersysteem 3) blijvende aandacht voor lozingen op het riool, o.a. vanwege rioolvreemd water en de discrepantie tussen geheven zuiveringsheffing en werkelijke lozing van vervuiling 4) meer inzicht in vuiluitworp op oppervlaktewater (via overstorten en via effluent) Behoefte aan:

-

1) Een continu bijgewerkte meerjarenplanning (OMP: Operationeel MaatregelenProgramma) 2) Inzicht in uitgevoerde werkzaamheden en bijbehorende uitgaven onder de riool- en waterzorgheffing d.m.v. herleidbare beschrijvingen bij uitgevoerde (riool)werkzaamheden, zowel in rubricering in bestekken als in de facturatie

5. Samenwerking in de (afval)waterketen (uit het ZAP en de verlengingsnotitie)

1) Samenwerking binnen het Ambtelijk WaterTeam wordt als nutting en constructief ervaren 2) Onverwachte vervanging gezamenlijk transportriool goed verlopen 3) Er wordt meer en meer samengewerkt met de provincie

Behoefte aan: 1) Meer fysiek vergaderen met het (Afval)WaterTeam 2) Afspraken over de samenwerking met de provincie beter op papier zetten (nu afhankelijk van de goede wil van de betrokkenen) 3) Meer duidelijkheid over rol- en taakverdeling tussen gemeente en Omgevingsdienst NV

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024 49

-

Onderdeel

Succespunten

Aandachtspunten

Achter-grond-informatie

6. Financiën (uit het ZAP en de verlengingsnotitie)

De gemeente heeft t/m 2023 investeringen voor de riolering altijd kunnen betalen vanuit een egalisatievoorziening en calamiteitenbuffer

Behoefte aan:

-

1) De egalisatievoorziening is de afgelopen jaren onvoldoende aangevuld om de verwachte vervangingsgolf + klimaatadaptatiemaatregelen direct te kunnen betalen. Dezelfde financieringswijze voortzetten betekent een flinke stijging van de riool- en waterzorgheffing. Inzicht in welke financieringswijze een flinke stijging in de riool- en waterzorgheffing kan voorkomen is nodig 2) Voor elk perceel, met of zonder rioolaansluiting, kan voortaan riool- en waterzorgheffing worden geïnd

7. Personele capaciteit (uit het ZAP en de verlengingsnotitie)

In de afgelopen jaren is voldoende personele capaciteit gerealiseerd

Geen

8. Klimaat-adaptatie (uit de verlengingsnotitie)

1) De Wouter van Damstraat is klimaatbestendig herontwikkeld

Behoefte aan:

2) We hebben een gemeentelijk hitteplan

1) Zicht op meekoppelkansen in de uitvoering

3) We hebben een Klimaatstresstest uitgevoerd (klimaateffectatlas)

2) Detailonderzoek + ontwerp voor klimaatadaptatie bij elk uitvoeringsproject

4) Kaders voor klimaatadaptatie, incl. ambities, doelen en strategieën zijn per subthema vastgesteld door de gemeenteraad 5) Met de “Gidsprincipes voor een klimaatbestendige inrichting” (Bijlage IV) hebben we op hoofdlijnen in beeld waar in Harderwijk we welke maatregelen kunnen nemen, incl. ordegrootte kosten, om knelpunten weg te nemen

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

3) (Verder) versterken samenwerking met verkeer en sociaal domein 4) Betrekken stakeholders zoals woningbouwcorporaties en inwoners 5) Inzicht in het aandeel van uitvoeringsmaatregelen dat mag worden gedekt vanuit inkomsten en riool- en waterzorgheffing

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024 50

-

III-2 Uitgebreidere toelichting bij de succes- en aandachtspunten uit de evaluatie

heeft ervoor gezorgd dat de gegevens van de riolering met betrekking tot het verwachte vervangingsjaar minder actueel en betrouwbaar zijn geworden.

24 beleidsvoornemens (uit het ZAP)

Voor de uitgaven die worden gedaan vanuit de exploitatie, geldt dat deze zijn gebaseerd op de begroting en niet op werkelijke uitgaven (er wordt niet bijgehouden hoeveel uren aan welk onderzoek of welke activiteit worden besteed).

Zie III-3.

Zie bijlage III-5 voor de volledige evaluatie van de voorgenomen onderzoeken.

Meetbare doelen zorgplichten afvalwater, hemelwater en grondwater

Maatregelen

Een aandachtspunt is dat er meerdere locaties in Harderwijk zijn met niet-urgente beschadigingen van rioleringsassets, waarmee de levensduur op langere termijn niet kan worden gewaarborgd en wat het nodig maakt om deze op termijn te repareren, renoveren of vervangen.

Er waren afgelopen periode niet veel vervangingsprojecten. De vervangingsprojecten die gepland stonden zijn met succes uitgevoerd. Er waren verder een aantal onvoorziene projecten.

Er bestaat het vermoeden dat meldingen die binnenkomen bij het klantcontactcentrum (KCC) soms lastig te categoriseren zijn en daardoor onbedoeld niet onder ‘riolering’ of ‘stedelijk water’ worden ingedeeld. Hierdoor zijn klachten niet altijd bij de ambtelijke medewerkers terecht gekomen en dus is er geen totaalbeeld van de klachten. Daarnaast wordt de uitkomst van expert judgement van wel doorgekomen klachten niet altijd geregistreerd. Goede registratie en afhandeling vraagt wel extra inspanning. Zie III-4 voor de volledige evaluatie van de voorgenomen doelen. Onderzoeken Een aandachtspunt is dat in de beheergegevens van riolering onvoldoende actueel en betrouwbaar blijken te zijn. Het ontstaan hiervan is te herleiden tot het invoeren van het beheerpakket Gisib in 2016. Het mooie aan dit pakket is dat het een integraal beheerpakket is: je kunt er de gegevens in bewaren van alle domeinen (groen, verkeer, riolering, straatverlichting etc.). Helaas bleek dat in de praktijk de rioleringsgegevens er (momenteel) niet kunnen worden ingezet volgens de nieuwste standaard (GWSW). Daardoor ging bij de actualisatie van de inspectieresultaten de vertaling naar de nieuwe prognose van de restlevensduur niet helemaal goed. Dit

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Aandachtspunt is dat de daadwerkelijke uitgaven voor momenteel lastig te vergelijken zijn met de geraamde kosten. Voor investeringen geldt dat door het ‘werk met werk’ maken en het integraal (dat wil zeggen er worden meerdere opgaven gecombineerd aangepakt) uitvoeren van een project, gemaakte kosten specifiek voor de riool- en waterzorg onherleidbaar de boeken in gaan. Samenwerkingen SAMENWERKING BINNEN HET (AFVAL ) WATERTEAM WHEP Succesvol is dat de ambtelijke samenwerking binnen het Ambtelijk WaterTeam (AWT) als prettig wordt ervaren; gemeente en waterschap geven over en weer aan dat men op elkaar kan rekenen. Ca. zes keer per jaar is er een ambtelijk overleg. Er zou één keer per jaar bestuurlijk overleg moeten zijn. In werkelijkheid heeft er overleg plaatsgevonden als daar aanleiding toe was, zoals in 2017 over de maatregelen bij De Driehoek (Ermelo, omgeving Kolbaanweg) en de nieuw te graven watergang daarbij. Daarnaast is er een kennismaking geweest tussen voltallig B&W en D&H na de waterschapverkiezingen. De portefeuillehouders ontmoeten elkaar structureel in regionaal verband (Bestuurlijk Overleg Water en Klimaatadaptatie Noord Veluwe). Een ander succespunt is dat er een groot gezamenlijk project is uitgevoerd: het transportriool bleek in aanzienlijk slechtere staat te verkeren dan op basis van

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024 51

videoinspectiebeelden was ingeschat. Het werd ontdekt door een inspecteur die in het riool is gekropen. Hier hebben waterschap Vallei en Veluwe, gemeente Ermelo en gemeente Harderwijk gezamenlijk de schouders onder gezet. Inmiddels is het transportriool naar de RWZI succesvol gerenoveerd: door er een kous in aan te brengen (relinen) is de levensduur van het transportriool met 50 jaar verlengd. Aandachtspunt is dat sinds de Coronapandemie online vergaderen de norm is geworden. De achtergrondinformatie die je meekrijgt uit gesprekken bij de koffie en in de wandelgangen wordt gemist. SAMENWERKING MET DE O MGEVINGSDIENST NOORD V ELUWE Succesvol is dat er een goed contact is tussen gemeente en omgevingsdienst: zo is er een accounthouder namens de omgevingsdienst. Aandachtspunt is het nog wat duidelijker mag worden wat de rol- en taakverdeling en verantwoordelijkheden zijn met betrekking tot het stedelijk waterbeheer en klimaatadaptatie tussen gemeente en omgevingsdienst. Een voorbeeld hiervan is dat onduidelijk is hoe vergunningverlening, toezicht en handhaving van grote industriële lozers in de praktijk plaatsvindt. We willen de wijze van samenwerking (opnieuw) vastleggen in het BURWKA.

SAMENWERKING BINNEN DE GEMEENTELIJKE ORGANISATIE Succesvol is dat we elkaar steeds meer weten te vinden op de werkvloer: riolering, water, klimaatadaptatie, ruimtelijke ordening, verkeer, financiën en wonen. Daarnaast maken we al ‘werk met werk’ door elkaar te informeren over voorgenomen werkzaamheden.

er duidelijke raakvlakken met welzijn en gezondheid en speciale aandacht voor kwetsbare groepen in het zorgdomein. Aandachtspunt is dat dit volledig vanzelfsprekend moet worden, zodat we geen kansen meer missen. Daarom willen we de wijze van samenwerking vastleggen in het BURWKA. SAMENWERKING MET DE PROVINCIE GELDERLAND De provincie Gelderland is voor gemeente Harderwijk de afgelopen jaren een steeds belangrijkere partner geworden in het samen optrekken in waterbeheer en klimaatadaptatie via regionale samenwerking (een van de landelijke werkregio's DPRA). Succesvol is dat in de praktijk de provincie al contact opneemt met de gemeente voor meekoppelkansen, bijvoorbeeld bij uitvoeringswerkzaamheden aan provinciale wegen. De ruime planning van de provincie laat toe dat de gemeente deze kansen kan benutten. Hiermee worden kosten bespaard en kansen binnen een dergelijk project maximaal benut. Samenwerking en ‘werk met werk maken’ hangt nu nog wel sterk af van wie de projectleider is. We hebben hiervan geleerd dat de samenwerking met de provincie meekoppelkansen voor klimaatadaptatie oplevert, maar dit hangt nu af van de goede wil van de betrokken ambtenaren. Daarom willen we de wijze van samenwerking gaan bespreken met de provincie en op schrift vastleggen.

Ook weten we het domein ‘mens en maatschappij’ steeds meer te vinden. Dat met name belangrijk voor de aanpak van hittestress, want naast ruimtelijke aspecten zijn

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024 52

Financiën

Succesvol is dat we in de periode 2016-2022 een goede balans hebben weten te houden tussen een betaalbare gemeentelijke riolering en de instandhouding van het rioleringssysteem. In 2023 is de riool- en waterzorgheffing voor Harderwijk gesteld op € 147,-. Dit is lager dan in Ermelo (€ 220,-), Putten (€ 219,-) en het landelijk gemiddelde van 2023 (€ 21311), zie Figuur 13. De riool- en waterzorgheffing is lager dan dat we berekend hadden bij het ZAP in 2016, waarbij we uit zijn gegaan van een jaarlijkse toename van 3,3% boven op de inflatie. Door incidentele meevallers en het sneller stijgen van de onderhoud egalisatievoorziening gemeentelijke watertaken is er besloten om in 2021 de riool- en waterzorgheffing met ongeveer 7% te verlagen. Het verloop van de berekende en gerealiseerde tarieven is te zien in Tabel 10. We maken sinds 2020 gebruik van een reserve voor gemeentelijke watertaken om terugkerende periodieke planvorming te bekostigen. Het gaat dan om het vijfjaarlijkse BURWKA, zesjaarlijkse stresstesten voor klimaatadaptatie, tienjaarlijkse SSW’s, evaluatie van de grondwaterdata en de stedelijke waterbalans. De onderhoud egalisatievoorziening gemeentelijke watertaken is bedoeld om tarieven van baten en lasten gelijkmatig over de jaren te verdelen.

De egalisatievoorziening startte met een bedrag van € 206.829,- en is vanaf de start van de programmaperiode van dit BURWKA (2024) leeg. Hoe de baten, lasten en hoogtes van de reserve en de egalisatievoorziening veranderd zijn is te zien in de grafieken op de volgende pagina.

Figuur 13 Verschil tussen riool- en waterzorgheffingen voor meerpersoonshuishoudens in 2023 op de kaart. De gemeente Harderwijk is in het midden te zien

Tot 2022 hebben we de investeringen voor de riolering altijd in één jaar afgeschreven. Sinds Engelserf afgekoppeld moest worden en er niet voldoende geld beschikbaar was in de spaarvoorziening, is er een verdeling gemaakt om verbetermaatregelen te financieren via investeringen (dit worden kapitaallasten) en groot onderhoud via de onderhoud egalisatievoorziening. De voormalige financieringswijze voortzetten, zou een forse jaarlijkse stijging van de heffing betekenen de komende jaren.

11 Coelo atlas, overzicht riool- en waterzorgheffing meerpersoonshuishouden 2023, bron:

https://www.coelo.nl/index.php/atlas-lokale-lasten/landelijk-overzicht, geraadpleegd op 3 mei 2023

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024 53

Tabel 10 Verschil realisatie en begroting tariefberekening. 2023 ontbreekt hier omdat op het moment van schrijven nog geen realisatie bekend was. Realisatie tariefberekening

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Structurele lasten tariefberekening

€

2.203.682

€

2.231.011

€

2.542.629

€

2.482.368

€

2.601.243

€

2.647.475

€

2.630.204

Toevoeging aan onderhoudsvoorziening (=last) Incidentele uitgave groot onderhoud of incidentele dotatie reserve Totaal lasten

€

832.080

€

834.786

€

837.735

€

1.048.597

€

960.361

€

887.517

€

986.898

€

-

€

62.083

€

455.000

€

45.753

€

35.393

€

-

€

-

€

3.035.762

€

3.127.880

€

3.835.364

€

3.576.718

€

3.596.997

€

3.534.992

€

3.617.102

Inkomsten heffing

€

-2.871.069

€

-3.096.298

€

-3.336.169

€

-3.490.106

€

-3.522.694

€

-3.315.134

€

-3.356.946

Inkomsten overig (onttrekking voorziening/reserve) Totaal baten

€

-7.633

€

-31.583

€

-499.105

€

-86.613

€

-74.302

€

-183.611

€

-86.725

€

-2.878.701

€

-3.127.881

€

-3.835.274

€

-3.576.718

€

-3.596.996

€

-3.498.744

€

-3.443.671

Begroting tariefberekening

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Structurele lasten tariefberekening

€

2.286.354

€

2.277.092

€

2.618.394

€

2.553.843

€

2.555.920

€

2.582.165

€

2.458.200

Toevoeging aan onderhoudsvoorziening (=last) Incidentele uitgave groot onderhoud of incidentele dotatie reserve Totaal lasten

€

745.565

€

745.416

€

837.735

€

872.617

€

883.723

€

887.517

€

988.092

€

491.219

€

-

€

455.000

€

-

€

-

€

-

€

-

€

3.523.138

€

3.022.508

€

3.911.129

€

3.426.460

€

3.439.643

€

3.469.682

€

3.446.292

Inkomsten heffing

€

-3.059.301

€

-3.216.798

€

-3.436.785

€

-3.413.256

€

-3.414.261

€

-3.367.520

€

-3.439.134

Inkomsten overig (onttrekking voorziening/reserve) Totaal baten

€

-413.599

€

-7.631

€

-507.398

€

-40.860

€

-38.480

€

-14.926

€

-51.067

€

-3.472.899

€

-3.224.429

€

-3.944.184

€

-3.454.116

€

-3.452.741

€

-3.382.446

€

-3.490.201

Verschil begroting vs. werkelijk structurele lasten tariefberekening

€

82.671

€

46.081

€

75.765

€

71.475

€

-45.322

€

-65.310

€

-172.004

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024 54

o

Samenwerking met andere disciplines zoals RO, BOR, verkeer, groen, duurzaamheid loopt goed, bijvoorbeeld via de ‘Straat van de Toekomst’. Deze ideale straat komt tegemoet aan alle opgaven die er zijn.

o

Duurzaamheid, waarmee ook klimaatadaptatie (en de aanverwante biodiversiteit) worden steeds meer als volwaardig onderdeel van de opgaven in de buitenruimte erkend. Zo zijn deze thema’s voortaan vast onderdeel van elk collegevoorstel.

Tariefontwikkeling (berekend vs. gerealiseerd) 300

Bedrag (€)

250 200 150

o

100 › 50 -

2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Woning (berekend) Woning Niet-Woning (berekend)

2022 2023 Niet-Woning

› ›

Figuur 14 Tariefontwikkeling voor woningen en niet-woningen, zowel voor berekende bedragen (ZAP) en gerealiseerde bedragen

Klimaatadaptatie Met de verlengingsnotitie 2021-2023 is ook klimaatadaptatie geborgd in beleid, met dien verstanden dat de middelen voor klimaatadaptieve maatregelen voor de langere termijn niet zijn meegenomen omdat daar nog nader onderzoek voor nodig was. Hieronder een samenvatting van successen en aandachtspunten: ›

De werkprocessen binnen de gemeente hebben een verandering doorgemaakt, die het makkelijker maakt om klimaatadaptatie mee te koppelen:

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

De experts op deze thema’s worden aan de voorkant betrokken bij ontwikkelingen als Nieuw Weiburg en Kranenburg-Noord Met de “Gidsprincipes voor klimaatbestendige inrichting” hebben we inzichtelijk gemaakt waar de knelpunten zitten en wat mogelijke oplossingsrichtingen zijn (fysieke maatregelen in de openbare ruimte). Er zijn kaders voor klimaatadaptatie, incl. ambities en doelen vastgesteld door de raad. De Wouter van Damstraat is klimaatbestendig herontwikkeld.

We hebben als gemeente behoefte aan: › Afstemming werkzaamheden met nutsbedrijven (zijn ook gebaat bij tegengaan opwarming onder- en bovengrond en dus inrichting bovengrond!) › Samenwerking met sociaal domein (calamiteitenplan hitte), want koelte is essentieel voor welzijn en gezondheid van mensen, en voor een prettige leefomgeving. › Samenwerking met Verkeer (samenwerking opzoeken bij voornemens watersturende objecten zoals drempels en stoepranden).

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024 55

›

› › ›

Niet meer afhankelijk zijn beschikbare middelen voor het meekoppelen van klimaatadaptatie in de vorm van essentiële zaken zoals water en bomen (naast geveltuinen en groenblauwe daken). Afstemming maatregelen openbare ruimte m.b.t. belangen ruimte en middelen. Vormgeven inspraak van inwoners. Woningbouwcorporaties betrekken (gaat om grote arealen, dus daar valt nog veel klimaatadaptatie-winst te behalen).

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

› ›

Aansluiten op uitvoeringsagenda Duurzaamheid Omgaan met toename kans op oncontroleerbare natuurbranden; inzicht in handelingsperspectief gemeente.

›

Wijze van financiering van maatregelen (wat kan uit de verbrede water- en rioolen waterzorgheffing en wat niet en moet dus ergens anders vandaan komen?)

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024 56

III-3 Evaluatie 24 beleidsvoornemens Evaluatie beleidsvoornemens verlengingsnotitie ZAP WHEP 2015-2023 NB: Deze beleidsvoornemens waren genomen door het collectief van drie gemeenten en Waterschap 1. We hanteren vanaf nu een gebiedsgerichte, integrale aanpak voor de vervanging van vrijvervalriolering. De gebiedsgerichte integrale aanpak was in Harderwijk al voor 2015 gebruikelijk. Wel zien we een omslag in type maatregelen. Tegenwoordig is het “relinen tenzij…”, in plaats van “vervangen, tenzij…”. Relinen is een volwassen en betrouwbare techniek geworden en goedkoper dan vervangen en geeft veel minder overlast. Dit betekent wel dat kansen worden gemist om regenwater van het gemengd stelsel af te kunnen koppelen. Wellicht moeten we in BURWKA opnemen dat indien een gemengd rioolstelsel aan vervanging toe is in een gebied wat geschikt is om regenwater in de bodem te infiltreren, dat dit riool niet gerelined, maar vervangen wordt of naast het (gerelinede) gemengde riool een gescheiden HWA-stelsel wordt aangelegd. Daarmee worden de voordelen van een financiële besparing en minder overlast tenietgedaan. Daar staan andere lange termijn baten tegenover: het op grote schaal afkoppelen van regenwater draagt bij aan het terugdringen van wateroverlast benedenstrooms en beperkt de frequentie en jaarvolume van lozing van ongezuiverd rioolwater op oppervlaktewater.

En er wordt minder regenwater afgevoerd naar de zuivering, wat gunstig is voor het zuiveringsrendement. Bovendien vergroot het de zoetwater beschikbaarheid in droge periode (sponswerking bodem vergroten). 2. We zullen elkaar actief informeren en betrekken bij afwegingen omtrent duurzaamheid. Ook spreken we af dat degene die investeert in duurzaamheid de mogelijke financiële Baten ontvangt. Hier wordt naar gehandeld. Voorbeelden zijn de warmtewinning uit effluent van RWZI Harderwijk voor warmtenet Waterfront e.o. en de samenwerking tussen gemeente Harderwijk en Waterschap voor de plaatsing van een windmolen op grondgebied van RWZI. Gemeente heeft zonnepanelen op P8 gelegd en Waterschap heeft zonnepanelen op terrein RWZI gelegd. Bij de voorbereidingen informeren we elkaar over en weer. 3. We focussen onze aandacht wat betreft energieopwekking/-terugwinning op de RWZI Harderwijk (indirect op de RWZI Apeldoorn). Alleen wat betreft riothermie zullen we ook naar andere locaties kijken. Zie punt 2. Er is een quickscan gedaan naar riothermie voor zwembad De Sypel en ook voor warmtenet Waterfront, maar dat bleek niet doelmatig (concurrerend met bestaande warmtewinning of kapitaalvernietiging voor een deel van een weg die net opnieuw was ingericht. 4. We focussen onze aandacht wat betreft grondstoffenterugwinning op de RWZI Harderwijk (en verdere verwerking op de RWZI Apeldoorn).

Er lopen pilots met terugwinning cellulose en alginaat op RWZI Apeldoorn. 5. We houden voorlopig vast aan drukriolering. Indien uit onderzoeken blijkt dat andere technieken voordelig kunnen zijn, dan onderzoeken we de mogelijke toepassing in ons gebied. Dit is ongewijzigd. Wel is de vraag of er nieuw beleid ontwikkeld moet worden voor de decentrale zuivering van afvalwater voor (tijdelijke) innovatieve woonvormen. Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024

57

6. We kijken kritisch naar maatregelen om de effecten van overstortingen verder te reduceren. De ontvangende draagkracht van het ontvangende water speelt hierbij voor ons een bepalende rol. We streven ernaar om schadelijke effecten zoveel als mogelijk terug te dringen, zolang dit tegen beperkte kosten mogelijk is en de maatregel een duidelijke meerwaarde biedt. In de afgelopen planperiode is zowel de frequentie en jaarvolume van overstorten klein geweest. Dit is opvallend omdat we vanwege de klimaatverandering juist een toename van frequentie en volume zouden mogen verwachten. 7. Klimaatverandering is voor ons een reden om de rioolstelsels anders in te richten. We doen dit vooral door aanpassingen aan de openbare ruimte, zodat we daar water kunnen opvangen. Verder bepalen we locaties om water te bergen en te infiltreren. Deze aanpak heeft als gevolg dat vaker water zichtbaar in de openbare ruimte geborgen zal worden. Zie punt 1. Als de riolering niet aan vervanging toe is, dan blijken er vaak onvoldoende middelen beschikbaar om de openbare ruimte klimaatadaptiever in te richten. Bijvoorbeeld door gesloten verharding te vervangen door waterdoorlatende verharding of groen. Of meer bomen te planten: in bestaande situatie moet er vaak een ondergrondse groeiplaatsvoorziening worden aangebracht om de boom voldoende groeiruimte te geven om vitaal volwassen te worden. 8.

Waar mogelijk worden aanpassingen aan groen gecombineerd met aanpassingen aan de hemelwaterstructuur. Meestal in de vorm van wadi’s. Het graven van nieuw oppervlaktewater is meestal geen optie omdat er geen ruimte beschikbaar is of er onvoldoende garantie is op voldoende doorspoeling. 9. Perceeleigenaren moeten zelf zorgen voor de verwerking van hemelwater. Als blijkt dat dit niet mogelijk is sluiten we bij nieuwbouw het hemelwater aan op een apart hemelwaterriool, of verwerken we het direct. We onderzoeken de mogelijkheden voor een afkoppelfonds. Een afkoppelfonds is in Harderwijk nooit onderzocht vanwege de moeizame ervaringen met een parkeerfonds en fonds voor landschappelijke verevening (groen voor rood). 10. We beslissen of we een gebied afkoppelen aan de hand van afkoppelkansenkaarten en een op te stellen afwegingskader. Dit is de beslisboom verwerken regenwater (3-11-2022 door de raad vastgesteld). De afkoppelkansenkaart uit deze beslisboom is overigens vereenvoudigd in regionale samenwerking om deze meer praktisch toepasbaar te maken (t.b.v. de stimuleringsregeling klimaatadaptieve maatregelen privaat terrein) 11. We kiezen voor bovengronds afkoppelen, mits dit doelmatig is. Meestal in de vorm van wadi’s 12. We toetsen voorgekomen wateroverlast/-schade aan de hand van een theoretische berekening (uitgaand van bui 09 uit de Leidraad Riolering).

Wanneer de uitkomst is dat vaker dan 1x per 5 jaar wateroverlast voorkomt, dan zullen we onderzoek doen naar mogelijke oplossingen. Uitzondering hierop is Harderwijk, voor de bedrijventerreinen en buiten de bebouwde kom geldt daar dat 1x per 2 jaar wateroverlast mag voorkomen. Ook doen we onderzoek naar mogelijke oplossingen als in de praktijk 3 maal wateroverlast voorkomt binnen een periode van 3 keer de gestelde termijn. We nemen alleen maatregelen als er ook in de praktijk sprake is van structurele overlast (hiervoor wordt gekeken naar geregistreerde klachten) en de te nemen maatregelen doelmatig zijn.

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024

58

Dit is in Harderwijk vervangen door de wateroverlast acceptatiecriteria (door gemeenteraad vastgesteld 3-11-2022). 13. We vergroten de rol van particulieren in het verwerken van hemelwater. Hierbij houden we goed in het oog wat we wel en niet mogen verwachten van particulieren. Goed voorbeeld hiervan is de stimuleringsregeling en de inzet van tuincoaches 14. We kiezen ervoor om een actieve rol te hebben in de omgang met grondwater. Dit betekent dat we altijd inzicht willen hebben in de grondwatersituatie van een gebied, ook als we hiervandaan nog nooit overlastmeldingen hebben ontvangen. Sinds 2009 wordt het grondwater structureel gemonitord met ruim 60 grondwaterpeilbuizen in gemeente Harderwijk. Hiervoor is in regionaal verband een beheerovereenkomst met Vitens afgesloten. 15. We vervullen een regierol bij meldingen van grondwateroverlast. Als binnen de bebouwde kom het grondwater hoger dan 0,7 meter onder maaiveld staat voor een aaneengesloten periode van minimaal 3 maanden per jaar, dan erkennen we dat er sprake is van structurele grondwateroverlast. Dit beleidsvoornemen is met de verlenging notitie aangescherpt. Een toegevoegd criterium is dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand dieper ligt dan 0,2 onder de bodem van een kruipruimte (bij nieuwbouw). 16.

We bepalen in overleg met alle betrokkenen of het mogelijk is om doelmatige maatregelen te treffen tegen grondwateroverlast. Hierbij kunnen we van elke partij een financiële bijdrage verlangen voor de uitvoering van de maatregelen. Dit is niet aan de orde geweest. 17. Indien we bouwen op locaties waar we grondwateroverlast verwachten, moet vooraf worden geïdentificeerd welke risico’s er bestaan en welke maatregelen hiertegen worden genomen. Dit wordt standaard gedaan door middel van waterhuishoudingsplannen en geohydrologische onderzoeken. Bij deelgebied 1 van woonwijk Harderweide zijn wel veel klachten gekomen over water in kruipruimte (en plasvorming in de tuinen). Uit nader onderzoek bleek dit niet te komen door hoge grondwaterstanden, maar door knelpunten in de oppervlakkige afvoer en infiltratie van regenwater. 18. We zullen voldoen aan verplichtingen om voldoende zuiveringsrendement te behalen. Zolang er geen verplichting toe bestaat zullen we niet investeren in aanvullende zuiveringstechnieken. Dit is een beleidsvoornemen specifiek voor het Waterschap. 19. We gaan ervan uit dat het huidige systeem voor centraal zuiveren blijft bestaan. Bij aanpassingen in de afvalwaterketen zal worden overwogen of decentraal zuiveren meerwaarde biedt. In de planperiode niet aan de orde geweest. Zie wel punt 5: in Harderwijk loopt een pilot met 3 tiny houses.

De raad heeft bepaald dat dit een off-grid concept moest worden. Echter, wettelijk geldt er een verplichting tot het aansluiten op gemeentelijk riool omdat de afstand kleiner dan 40 m is. Dit is pragmatisch opgelost. De tiny houses lozen hun afvalwater op een helofytenfilter met een gesloten bodem. Het effluent van dit filter wordt op het riool geloosd. 20. We werken samen in het opsporen en aanpakken van overtreders.

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024

59

Dit is vooral relevant in het dossier “discrepantie” RWZI Harderwijk. Na de nodige onderzoeken (regionaal onder regie van Waterschap en ODNV) lopen er een aantal handhavingszaken bij een aantal bedrijven binnen gemeente Putten. 21. We denken en handelen vanuit de afvalwaterketen. Leidend principe hierbij is het halen en brengen: er moet een eerlijke verdeling zijn tussen wat een partij inbrengt en terugkrijgt. Indien dit principe uit evenwicht is zal de partij die meer krijgt dan inbrengt zich aanpassen. Dit is vooral relevant voor de samenwerking binnen de zuiveringskring en in de regio. Iedere deelnemer draagt in de praktijk bij naar draagkracht (in proces en/of inhoud). Merkbaar is de toenemende personele krapte bij gemeenten: het vinden en vasthouden van kundig personeel blijkt lastig in de huidige arbeidsmarkt. De focus is duidelijk aan het verschuiven/verbreden van de afvalwaterketen naar klimaatadaptatie. 22. We gaan het beheer van de afvalwaterketen in grote mate gezamenlijk uitvoeren. Hiervoor stellen we overeenkomstige onderhoudsplannen op, maken gelijke afwegingskaders en delen onze medewerkers. Dit is tot op heden niet van de grond gekomen. Ervaringen worden uitgewisseld en indien het past wordt gezamenlijk aanbesteed. Het delen van medewerkers zal lastig blijken door de afhankelijkheid van de lokale gebiedskennis.

Wel is merkbaar dat er meer voor elkaar gedaan wordt op het gebied van databeheer (GIS-applicaties). 23. Om de afvalwaterketen op de beschreven manier te beheren zijn voldoende medewerkers nodig. We zullen daarom het aantal FTE’s op peil houden en indien er voldoende onderbouwing voor is zullen we extra FTE’s beschikbaar stellen. In Harderwijk is het aantal FTE’s op peil of met tijdelijke constructies opgevangen. Met name in Ermelo is er sprake van onderbezetting door natuurlijk verloop en de moeite om daar vervanging voor te kunnen vinden. 24. Om een betere vergelijkbaarheid van onze werkzaamheden mogelijk te maken, werken we toe naar een eenduidige werkwijze voor de financiën van de afvalwaterketen. Het Waterschap heeft hierin een aparte positie, omdat zij zich dient te houden aan de richtlijnen vanuit de Waterschapswet en de Unie van Waterschappen. Dit is nog niet ontwikkeld. Een vergelijking op globaal niveau op gezamenlijk bepaalde categorieën kan waardevol zijn. In zekere zin is de kostendekkingsberekening van alle gemeenten al een bestaande manier om te vergelijken. De structuur van de kostendekkingsberekening voor gemeenten in de paragraaf lokale heffingen van de jaarrekening is namelijk (vrijwel) gelijk.

Buiten deze globale verdeling is vanuit het perspectief van financiën geen wens om te kunnen vergelijken op specifieker niveau en is dus geen eenduidige werkwijze nodig. Wel kan mogelijk vanuit de inhoud vergeleken worden of bepaalde onderhoudskosten in werkelijkheid afwijken van de ramingen vooraf op basis van kengetallen.

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024

60

III-4 Evaluatie Doelen, Functionele Eisen, Maatstaven en Meetmethoden Bron Doelen, Functionele Eisen, Maatstaven en Meetmethoden (DoFeMaMe): Achtergrondrapport ZAP WHEP 2015-2023 paragraaf 3.3 “Toetsing” Evaluatie door: M. Geerdink; 2023-05-05 Doel 1 Zorgen voor inzameling van stedelijk afvalwater Functionele eis 1a Alle percelen op het gemeentelijk gebied waar afvalwater vrijkomt moeten van een rioleringsaansluiting zijn voorzien, uitgezonderd bij specifieke situaties waar lokale behandeling een zelfde graad van milieubescherming biedt. Maatstaf 1a Alle percelen binnen of buiten bebouwde kom moeten aangesloten zijn op riolering of op een lokale behandeling van het afvalwater (IBA) als dit eenzelfde graad van milieubescherming biedt tenzij dit niet doelmatig is met het oog op kosten en milieu. Meetmethode 1a Registratie van lozingssituatie van de percelen binnen en buiten de bebouwde kom. Een aansluitvergunning op gemeentelijke vuilwater- en regenwaterstelsels dient apart van de wabo vergunning aangevraagd worden. De registratie hiervan wordt beheerd door team Realisatie en beheer en gedeeld met afdeling belastingen (Meerinzicht). Zover bekend zijn alle percelen aangesloten op gemeentelijke riolering.

Er zijn wel indicaties dat een beperkt aantal percelen in het buitengebied ooit wel de mogelijkheid is geboden om aan te sluiten op drukriolering, maar dat hier blijkbaar geen gebruik van gemaakt is. Hier zijn we achter gekomen omdat in de afgelopen planperiode een aantal bezwaren zijn ingediend voor de opgelegde riool- en waterzorgheffing met als argument dat er geen gebruik gemaakt wordt van de rioolaansluiting en het huishoudelijk afvalwater op de gierput wordt geloosd. Deze bezwaren zijn ongegrond verklaard. In het BURWKA opnemen dat onder het regime van de riool-en waterzorgheffing het niet hebben van een aansluiting voor afvoer van vuilwater geen reden meer is om geen riool- en waterzorgheffing te mogen heffen. In BURWKA afweging maken tussen splitsen van heffing in vuilwater deel en overige watertaken. Er is wel behoefte om uitzonderingen te kunnen maken, bijvoorbeeld bij bijzondere woonvormen met een autarkisch karakter. Hierbij moet de kwaliteit van het te lozen water geen bedreiging vormen voor het milieu waarin het geloosd wordt (oppervlaktewater of bodem). In BURWKA opnemen welke kwaliteitseisen daarvoor gelden (of verwijzen naar openbare info van nevenoverheden). Functionele eis 1b Er dienen geen ongewenste lozingen op de riolering plaats te vinden.

Maatstaf 1b Geen overtredingen van de Lozingsvoorwaarden bij of krachtens de Wet milieubeheer en geen foutieve aansluitingen. Meetmethode 1b Controle, handhaving en registratie Er is bekend dat er in Stadsweiden, Hierden Dorp (Wouterskampen) en Lorentz II een aantal foutaansluitingen zijn. Hemelwater op vuilwaterriool: Bij Wouterskampen is dit bewust gedaan: verhard oppervlak openbaar gebied was niet aangekoppeld, maar door de beperkte verwerkingscapaciteit van het hemelwaterstelsel trad bij forse neerslag stagnante plasvorming op. Er zijn een aantal hooggelegen kolken aangesloten op het vuilwaterstelsel. Dit in lijn met de voorkeursvolgorde.

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024

61

In de Wouterskampen en Mheenhof is rond 2000 (nog controleren) een IT-stelsel aangelegd om de relatief hoge grondwaterstand aan te pakken. Er waren meerdere woningen met een relatief vochtige kruipruimten. Dit IT-stelsel loost via een overstortmuur op een nabijgelegen sloot. Op dit stelsel zijn ook de straatkolken aangesloten zodat deze niet meer naar de RWZI gebracht worden. In Stadsweiden ligt een gescheiden stelsel. Af en toe komt de gemeente situaties tegen dat er regenwaterafvoeren zijn aangesloten op de vuilwaterriolering. Indien is te achterhalen vanaf welk perceel de foutlozing plaats vindt wordt de eigenaar van het pand verzocht om de foutieve aansluiting op te heffen. Rondom appartementencomplex aan het Kruithuis bleken meerdere VWA-aansluitingen te zijn aangesloten op het hemelwaterstelsel. Bij hoosbuien kwam dit dan meermalen in de nabijgelegen Weibeek terecht. Het was niet eenvoudig te achterhalen welke aansluitingen dit betrof. Een deel van het HWA-stelsel is aangesloten op het VWA-stelsel en loost nu probleemloos via gemaal Diepegracht. In beide gevallen vormt de foutief aangesloten hoeveelheid regenwater geen probleem voor het functioneren van het rioolgemaal. Vuilwater op regenwaterriool: Het diepst gelegen regenwaterriool van Lorentz II maakt ook draaiuren wanneer het langdurig droog weer is.

Dit wordt voor een deel veroorzaakt door de lozing van koelwater (thermisch belast grondwater). Dit is een gedoogde situatie die is ontstaan na het beëindigen van een pilot van Vitens om dit koelwater te verpompen en te infiltreren nabij het waterwingebied van drinkwater productielocatie Harderwijk. De te lozen hoeveelheid koelwater is overigens drastisch teruggebracht om de laagwaardige toepassing van grondwater terug te dringen (door inzet van koeltorens). Uit video-inspecties van het regenwaterstelsel blijkt dat er op een beperkt aantal locaties ook bedrijfsvalwater geloosd wordt (resten van toiletpapier). Omdat het regenwaterstelsel van het type “duurzaam verbeterd gescheiden” is vormen deze beperkt vervuiling geen bezwaar omdat droogweer afvoer naar de RWZI wordt verpompt. Indien is te achterhalen vanaf welk perceel de foutlozing plaats vindt wordt de eigenaar van dit bedrijf verzocht om de foutieve aansluiting op te heffen. Opsporen van foutaansluitingen is niet eenvoudig, kostbaar en heeft geen prioriteit. Om die reden wordt deze controle meegenomen met een reguliere rioolinspectie van het HWA-stelsel. Na reiniging wordt een HWA-leiding pas na 24 tot 48 uur geïnspecteerd. Werkt alleen bij droog weer. Tijdens de laatste inspectie zijn geen foute aansluitingen aangetroffen.

Functionele eis 1c Het verduurzamen van (afval) waterstromen in huishoudens, bedrijven en industrie dient te worden bevorderd. Maatstaf 1c Toepassen gescheiden systemen in huishoudens, bedrijven en industrie. Verbeteringen op RWZI. Meetmethode 1c Controle, handhaving en registratie in het kader van bouwvergunningen. Bij nieuwbouw wordt via de WABO-vergunning geadviseerd om regenwater op eigen terrein te verwerken (minimaal 36 mm berging en ledigingstijd <24 uur). Uitzondering hierop worden in de watertoets van het betreffende bestemmingsplan onderbouwd (bijvoorbeeld als de combinatie van bodemeigenschappen en grondwaterstand bodeminfiltratie belemmerd). Enerzijds is de ervaring dat dit advies opgevolgd wordt (althans op papier). Anderzijds is bekend (intern email verkeer) dat er vanuit bouwzaken geen kennis en capaciteit beschikbaar is om toezicht te houden op het deugdelijk plaatsen en aansluiten van (ondergrondse) infiltratievoorzieningen. Eventuele afwijkingen van de verleende WABO-vergunning worden niet opgemerkt om nog maar te zwijgen over handhaving. In BURWKA onderbouwen dat in het omgevingsplan als regel (eis i.p.v. advies) opgenomen wordt dat regenwater niet op vuilwater aangesloten mag worden en dat indien de omstandigheden

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024

62

hiervoor geschikt zijn het regenwater dat afstroomt van verharde oppervlakken op eigen terrein verwerkt moet worden met een voorziening die minimaal 40 mm per m2 aangesloten verhard oppervlak kan bergen. Na volledige benutting van de berging dient deze berging binnen 24 uur weer beschikbaar te zijn (door bodem infiltratie of vertraagde afvoer naar oppervlaktewater met een maximaal debiet van 1,5 l/s/ ha). Of en welke mogelijkheden er per deelgebied zijn kan worden nagegaan via de afkoppelkansenkaart. Volgens Vitens is het waterverbruik in per inwoner in gemeente Harderwijk relatief hoog. In BURWKA hier een analyse van maken en mogelijke verklarende factoren opnemen. In de kamerbrief Water en Bodem sturend is een keuze opgenomen om het drinkwaterverbruik te beperken. In BURWKA onderbouwen dat in het omgevingsplan als regel wordt opgenomen dat bij nieuwbouw en/of grootschalige renovatie maatregelen worden getroffen om het drinkwaterverbruik met minimaal 20% te reduceren (gemiddeld 100 liter per persoon per dag). Dit kan gerealiseerd te worden door laagwaardig gebruik van drinkwater te vervangen door toepassing van gebufferd regenwater of grijswater. Dit moet ook gelden voor bedrijven die veel drinkwater verbruiken als proceswater. Er is bij gemeente niet bekend welke maatregelen er in de planperiode op RWZI Harderwijk zijn doorgevoerd om de waterstromen te verduurzamen.

Er is in 2017 een pilot gestart geweest (FLOW Harderwijk), waarbij de RWZI bij een voorspelling van matige neerslag op een constante en beperkt verhoogde capaciteit blijft draaien. Een constante bedrijfsvoering is gunstig voor het zuiveringsrendement. Bovendien wordt de capaciteit beperkt tot die van de zandfilters (4de trap nitraatverwijdering). De onderdrempel berging van het gemeentelijk vrijverval rioolstelsel wordt als regelbuffer gebruikt. De laatste berichten (2021?) zijn dat deze regeling is uitgezet vanwege instabiel en ongewenst regelgedrag. Functionele eis 1d De huisaansluitleidingen moeten in goede staat zijn. Maatstaf 1d Beperkt aantal klachten over functioneren aansluitleidingen Meetmethode 1d Meldingen- en klachtenregistratie Voor een verstopt riool op gemeentegrond kan men de gemeente bellen om dit te verhelpen. Een verstopping is meestal een gevolg van een probleem in de aansluitleiding. Zo nodig wordt dit aan de collega’s doorgegeven voor herstel. Dit blijkt te werken want het aantal meldingen nam sinds 1995 sterk af. Nu de knelpunten verholpen zij, blijft het aantal verstoppingen laag en min of meer constant. Functionele eis 1e Riolen en andere objecten dienen in hoge mate waterdicht te zijn, zodanig dat de hoeveelheid uittredend rioolwater beperkt blijft.

Maatstaf 1e Ingrijpmaatstaven voor waterdichtheid en stabiliteit (conform NEN 3399, rekening houdend met lokale situatie) mogen niet voorkomen. Meetmethode 1e Visuele inspectie met classificatie volgens NEN 3399. Lekkages wordt meegenomen met een relining. Kleine instromingen worden geaccepteerd. Enkele grote instromers zijn gerepareerd.

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024

63

Doel 2 Zorgen voor transport van stedelijk afvalwater Functionele eis 2a De afvoercapaciteit moet voldoende zijn om bij droog weer het aanbod van stedelijk afvalwater binnen zekeren grenzen te verwerken. Maatstaf 2a Optimaal stelselontwerp, volgens landelijke normen. Meetmethode 2a Ontwerp volgens Leidraad Riolering Ontwerpen voor ontwikkelgebieden worden door externe adviseurs uitgewerkt in een rioleringsplan volgens de richtlijnen van de Leidraad Riolering. Functionele eis 2b De afstroming dient gewaarborgd te zijn. Maatstaf 2b Ingrijpmaatstaven voor afstroming mogen niet voorkomen. Meetmethode 2b Visuele inspectie met classificatie volgens NEN 3399. Problemen in de afstroming worden opgelost om te voorkomen dat hoofriolen verstopt raken. Enkele Inhangende rubberingen en spoelcement is op meerdere plekken verwijderd. Ook zijn enkele doorgestoken inlaten aangepakt. In het verleden zijn ingroeiende wortels in de buis verwijderd. Zo mogelijk is dat ook aan de buitenzijde gedaan om nieuwe ingroei te voorkomen. Functionele eis 2c Het afvalwater dient zonder overmatige aanrotting de rwzi te bereiken. Maatstaf 2c Verblijftijd van het afvalwater in het stelsel niet langer dan 24 uur.

Meetmethode 2c Hydraulische berekeningen Afvalwater dat vanuit de uithoeken van het rioolstelsel van Putten naar RWZI Harderwijk wordt verpompt en onder vrij verval moet afstromen is bij droogweer minstens 11 uur onderweg (20 km met 0,5 m/s; meerdere verpompingen). Het grootste deel van het ingezamelde afvalwater dat wordt verwerkt door de RWZI hoeft een veel minder lange weg af te leggen en heeft een verblijftijd, minder dan 5 uur. Uit het BRP 2012 is gebleken dat er in ieder geval 1 randvoorziening is waarvan de ledigingscapaciteit zo klein is dat het minstens 36 uur duurt om deze voorziening leeg te pompen (Kerkdennen te Ermelo). Er is in de afgelopen planperiode onderzocht of de ledigingstijd verkort kan worden, maar het vergroten van de pompcapaciteit was niet doelmatig (vooral door de hoge kosten voor het vervangen van de lange persleiding door een grotere diameter). Deze randvoorzieningen worden alleen benut bij extreme neerslag. Ook het afvalwater van recreatieterreinen langs het Wolderwijd en van recreatieparken kan een lange verblijftijd hebben, zeker buiten het toeristisch seizoen Aan deze eis wordt voor een deel structureel en incidenteel niet voldaan. Het structurele deel is een fundamenteel kenmerk van een dergelijk uitgestrekt stelsel. De langere verblijftijd wordt vanuit rioolbeheer en waterzuivering niet als een urgent knelpunt ervaren.

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024

64

Functionele eis 2d De afvoercapaciteit van de gemengde riolering voor afvalwater moet toereikend zijn om het aanbod bij hevige neerslag te kunnen verwerken, uitgezonderd bij bepaalde buitengewone omstandigheden. Maatstaf 2d Gemiddeld maximaal éénmaal per vijf jaar water op straat (theoretisch). Meetmethode 2a Hydraulische berekeningen conform Leidraad Riolering C2100 bij een gebeurtenis met een herhalingstijd van T=5 jaar In Harderwijk geldt dat de gemiddelde herhalingstijd voor water op straat voor bedrijventerreinen op T=2 is gesteld. Volgens de infoworks berekeningen (BRP 2012 en wateroverlast stresstest berekeningen 2021) zijn er een aantal locaties in Harderwijk die niet aan deze functionele eis voldoen. Meestal doordat sprake is van een lokale depressie in het maaiveldverloop waar de druklijn bij extreme neerslag boven maaiveld komt (in de directe omgeving bovenstrooms en benedenstrooms geen water op straat). De gemeenteraad van Harderwijk heeft 3 november 2003 generieke wateroverlast acceptatiecriteria vastgesteld, waarbij voor verschillende neerslaggebeurtenissen en verschillende type gebieden de schaal, duur en impact van water op straat nauwkeuriger is bepaald. Hierbij wordt beperkte mate van water op straat bij T=2 (bedrijventerreinen) en T=5 (woonwijken) acceptabel geacht. In die zin is de functionele eis uit het ZAP afgezwakt.

Uit de stresstest berekeningen blijkt dat er een aantal locaties in de gemeente zijn die niet aan de wateroverlast acceptatiecriteria voldoen (met name op hoofd ontsluitingswegen). In het BURWKA moet een rangorde van afwijking worden opgesteld en per afwijkend geval een plan van aanpak uitgewerkt worden. Uit ordegrootte analyses van potentiële maatregelen (aanvoer beperken, berging vergroten of afvoer vergroten) blijkt dat een oplossing altijd ruimtelijke ingrijpend en/of erg kostbaar is, zeker in gebieden langs het hoofd transportriool. Dit betekent dat eerst in kaart gebracht moet worden welke potentiële technische oplossingsvarianten er zijn met een ordegrootte kostenraming. Vervolgens zal het gemeentebestuur een besluit moeten nemen of ze het de investering waard vinden of bewust en expliciet voor de betreffende situatie afwijken van de generieke acceptatiecriteria. Hierbij wel de kanttekening dat in dergelijke gevallen verzekeringsmaatschappijen eventuele schadeclaims door wateroverlast mogelijk gaan verhalen op de gemeente (deze consequentie in BURWKA benoemen en juridisch onderbouwen of dit aannemelijk/redelijk is). Functionele eis 2e De objecten moeten in goede staat zijn. Maatstaf 2e Ingrijpmaatstaven voor waterdichtheid en stabiliteit mogen niet voorkomen. Meetmethode 2e Visuele inspectie met classificatie volgens NEN 3399.

Ernstige schades worden zo snel mogelijk opgepakt of ingepland met andere werkzaamheden (werk met werk).

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024

65

Functionele eis 2f De vervuilingstoestand van de riolering dient acceptabel te zijn. Maatstaf 2f Ingrijpmaatstaven voor afstroming (conform NEN 3399, rekening houdend met lokale situatie) mogen niet voorkomen. Meetmethode 2f Visuele inspectie met classificatie volgens NEN 3399 en hydraulische berekening. Sinds medio jaren ‘90 wordt de riolering zo veel mogelijk per stuwgebied om de 7 à 8jaar gereinigd en geïnspecteerd. Een volgende reiniging leverde aanmerkelijk minder (tot wel 50%) rioolslib op. Hierop is de reinigingsfrequentie langzaam opgehoogd naar 1x per 10 tot 12 jaar. Locaties met een verhoogde kans op rioolslib bv voor stuwdrempel worden extra gereinigd.

Functionele eis 2g De vuiluitworp uit rioolstelsels dient beperkt te zijn. Maatstaf 2g In overleg met de oppervlaktewaterbeheerder dient te worden bepaald wat acceptabel is. Meetmethode 2g Berekenen en meten van vuiluitworp. In het BRP Harderwijk-Ermelo 2012 (H 4.5) zijn berekeningen uitgevoerd.

De conclusie hieruit was dat qua overstortfrequentie, vuilvracht en overstortend volume werd voldaan aan de vergunning (2003-2006). Het bestuurlijk overeengekomen OAS-doel (2005) om het overstortend volume te beperken tot 75.000 m3/jaar wordt theoretisch met 30% overschreden. Hierbij zijn de volgende kanttekeningen te stellen:

Riolering, Water en Klimaatadaptatie

Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda | Y0042 | 1-2-2024

66

er is bewust voor gekozen om de traditionele regenreeks 1955-1965 niet statistisch te bewerken om te corrigeren voor de invloed van de klimaatverandering. Als dat wel was gedaan mag aangenomen worden dat de berekende vuiluitworp hoger was uitgekomen er zijn twijfels over de opbouw van het rioolmodel waarmee de vuiluitworp berekeningen zijn uitgevoerd (verhard oppervlak is mogelijk dubbel gerekend) uit de beschikbare analyses van monsters die automatisch zijn genomen van het overstortende rioolwater blijkt dat er een enorme spreiding zit in vervuilende bestanddelen per liter. Het overstortende volume wordt geschat op basis van niveaumetingen in de bergbezinkvoorziening van de centrale riooloverstort op het Veluwemeer (RO1). Vanwege de dimensies van deze overstort (72 m breed), is een natte kalibratie praktisch niet uitvoerbaar. Omdat het een ‘gevouwen’ overstortdrempel betreft geeft de traditioneel gehanteerde drempelformule slechts een ruwe indicatie. achter de oorspronkelijke overstort is in 2015 een eerste fase van een retentiebassin aangelegd. Dit bassin is een ingedamd stukje Veluwemeer, een soort vijver met een openbodem en er staat normaal gesproken oppervlaktewater in (kwel en regenwater). Door een overstort is dit bassin hydraulisch losgekoppeld van het Veluwemeer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=fd357b2b-0e74-4e71-ab08-1be2bc373b8e