2. Integraal beheerplan openbare ruimte 2026- 2030
Tekst van het document
In het BuRWKA adviseren we dan ook over de eventuele gevolgen voor de rioolheffing. Meten en monitoren Man-inspectie is een inspectiemethode waarbij een inspecteur in de inspectieput afdaalt en een rioolbuis betreedt. Deze vorm van inspecteren geeft een veel beter inzicht in de toestand van de put en de buis dan de methode waarbij inspectie alleen met een rijdende videocamera plaatsvond. Daarom willen we in de komende jaren samen met de mede-eigenaren gemeente Ermelo en Waterschap Vallei en Veluwe ook in de overige transportriolen op die wijze inspecties uitvoeren. De kosten worden verdeeld volgens de eigendomsverhoudingen. Op diverse locaties hangen meetsensoren in het stelsel om de werking te kunnen volgen. Duurzaamheid en circulariteit Duurzaamheid en circulariteit zijn twee actuele thema’s. Riolering wordt vervangen als er reden toe is. Blijkt de riolering volgens de verwachte levensduur aan vervanging toe, dan zal deze pas vervangen worden als er de resultaten van een rioolinspectie daartoe ook aanleiding geven. Hierdoor kan riolering langer meegaan dan verwacht, maar kan ook eerder vervangen worden als schadebeelden daartoe aanleiding geven. Een reden voor vervanging kan ook zijn dat er bijvoorbeeld door de toegenomen buien grotere buizen nodig zijn.
Stedelijk water Klimaatverandering De trend van de afgelopen jaren waarin jaarlijks minder regenwater valt heeft effect op het grondwaterpeil. Het grondwaterpeil is nu lager dan voorgaande jaren en dat is buiten duidelijk zichtbaar. Najaar 2023 was echter extreem nat. Enkele watergangen konden de enorme hoeveelheid neerslag niet aan en zorgde voor een hoge grondwaterstand en ondergelopen weilanden. We hebben naast droogte ook te maken met wateroverlast doordat er vaker buien voorkomen met hogere intensiteit. In korte tijd valt er dan veel neerslag. Daarnaast speelt mee dat een steeds groter oppervlak van de privétuinen wordt verhard. Samen met het Waterschap Vallei en Veluwe zoeken we naar een efficiënte en duurzame methode om deze problemen aan te pakken. De Beslisboom verwerken regenwater (Raad 3/11/2022) kan hierbij als hulpmiddel dienen.
22
3.6 Kosten Riolering De beheerraming op basis van de benodigde activiteiten voor het jaarlijks onderhoud t.b.v. een duurzame instandhouding volgens de afgesproken kwaliteit C bedraagt € 1.425.979. De beheerraming heeft een tekort van € 31.106 (2,2 %) t.o.v. het begrote bedrag. Vervangingsgolf riolering Een belangrijk feit is dat door de “structurele” uitbreidingen van de stad vanaf 1945, de rioolvervangingsopgave vanaf 2026 structureel gaat toenemen. Hoe dit precies zit, is te lezen in bijlage IX van de BuRWKA. Voor die opgave is over de afgelopen periode 2015-2023 gemiddeld 1 miljoen euro per jaar uitgegeven. Dat bedrag gaat op termijn richting 3 miljoen euro per jaar gedurende een periode van tientallen jaren. Dat is een aanzienlijke stijging ten opzichte van de huidige jaarlijkse exploitatiebegroting voor het taakveld Riolering (circa 3,5 miljoen euro). Stedelijk water De begroting op basis van de benodigde activiteiten volgens het afgesproken prestatieniveau bedraagt € 44.005. De beheerraming is hoger dan het bedrag uit de meerjarenbegroting 2025 ter hoogte van € 44.005 ná opnemen van de taakstellingen. Er is een tekort van € 7.375 (20,1%). We merken wel dat er incidenteel op locaties extra onderhoud uitgevoerd moet worden. De taakstelling is verwerkt in de beheerraming en begroting.
Taakstelling De volgende taakstelling is verwerkt in de beheerraming en begroting: In Harderwijk staat een groot aantal watertappunten. Dit is geen essentiële voorziening voor een functionele openbare ruimte. Tevens blijkt uit het verbruik van de watertappunten dat een groot deel niet tot nauwelijks gebruikt wordt. Watertappunten opheffen € 4.000.
23
4. Reiniging De reinigingswerkzaamheden omvatten de volgende taken: ▪ Het dagelijks reinigen van straten, pleinen, stoepen, parken en andere openbare ruimtes; ▪ Het legen en schoonmaken van afvalbakken en prullenbakken in de openbare ruimte; ▪ Het verwijderen van zwerfafval, zoals blikjes, flesjes, papier en plastic (minimaal 3x per week); ▪ Het reinigen van de hondenrennen; ▪ Het verwijderen van graffiti en wildplakken op openbare gebouwen en voorzieningen; ▪ Het reinigen van openbare toiletten en urinoirs (minimaal 2x per dag); ▪ Het reinigen van straatmeubilair, zoals bankjes, paaltjes en verkeersborden; ▪ Het verwijderen van onkruid op stoepen en langs wegen; ▪ Het ophalen en afvoeren van afvaldumpingen.
4.1 Prestatiebeschrijving De reinigingswerkzaamheden dienen te worden uitgevoerd volgens de gestelde kwaliteitsniveaus zoals beschreven in het CROW Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte (KOR). Wij hanteren voor deze onderdelen CROW-kwaliteitsniveau B+. Voor het verwijderen van graffiti en wildplakken op openbare gebouwen en voorzieningen streven we naar CROW-kwaliteitsniveau A+. Graffiti wordt binnen 2 werkdagen na melding verwijderd. Racistische uitingen worden binnen 24 uur weggehaald. Hieronder staan twee voorbeelden van de kwaliteitsbeschrijving van de CROW voor grof zwerfafval in beplanting en op verharding.
Figuur Kwaliteitscatalogus openbare ruimte 2023, publicatie 380, Bron: CROW 2023.
24
4.2 Beleidsuitgangspunten Voor reiniging van de openbare ruimte is geen specifiek beleid vastgesteld. Daarom hanteren we de algemene beleidsuitgangspunten zoals bijvoorbeeld het vastgestelde duurzaamheidsbeleid. Met het oog op de ‘Fixing-broken-Windows-theorie’ streven we naar een nette openbare ruimte. Daarom hanteren we voor intensief bezochte gebieden beeldkwaliteitsniveau A.
4.3 Korte terugblik 2019-2024 Er heeft in de gemeente veel nieuwbouw plaatsgevonden. Het areaal openbare ruimte is de afgelopen 4 jaar met 9% gegroeid. Daardoor zijn er meer prullenbakken bijgekomen en ook is meer capaciteit nodig. We kijken hoe we het werk efficiënter kunnen inrichten. Een voorbeeld hiervan zijn het Crescentpark in Harderweide, de wijk Harderweide en de Weide Wellen. Door plaatsing van sensoren op de prullenbakken zetten we lediging in op basis van de vulgraad. Sommige afvalbakken legen we vaak, andere minder vaak. Vooral het succes van Crescentpark vraagt vanuit reiniging extra inzet om schoon te houden.
Statiegeld op petflesjes en blikjes kan, door een beslissing van de raad, worden gedoneerd. Om de afvalbakken is een ijzeren ring aangebracht waarop de statiegeldflesjes kunnen worden gezet. Een vervuild beeld rond de ondergrondse containers vraagt om extra inzet. Dat geldt ook voor aanslag op de verharding op het Stationsplein en de vervuiling door hanggroep jongeren (lachgaspatronen ed.). Twee keer per jaar wordt de Beach Cleaner ingezet. Dit is een soort grote zeef die zorgt voor schoon zand op het stadsstrand. In 2021 en 2022 heeft de afvalinzameling van vuurwerk als gevolg van corona niet plaatsgevonden. Gelukkig konden we dat in 2024 weer oppakken, want het was een doorslaand succes. Kinderen (met hun ouders) leveren met enthousiasme graag een zak in, waarvoor zij € 1 krijgen. Bewoners zijn sowieso erg betrokken – de gemeente ondersteunt o.a. het project Wijkhelden. In dit project brengt de gemeente vrijwilligers bij elkaar die samen willen werken aan een schone buurt. De gemeente levert hiervoor alle benodigde materialen (afvalprikkers, zakken, emmers, hesjes) en verzekert de vrijwilligers. Op dit moment hebben we 266 volwassen en 288 kinderen die als actieve wijkhelden met veel enthousiasme bezig zijn om onze straten schoon te houden. Eens per maand helpt bijvoorbeeld de organisatie Sup en Go ons.
Dit is een organisatie die mensen gratis de mogelijkheid geeft te suppen. Met maximaal 25 mensen wordt in ruil hiervoor zwerfafval uit het water (bijv. in de haven en langs het strand) opgeruimd. De gemeente levert knijpers en zakken en het ingezamelde zwerfafval wordt door het Stadsbedrijf opgehaald.
4.4 Huidige kwaliteit Technische kwaliteit Sinds 2020 laten wij in de winkelgebieden scans uitvoeren. In vier gebieden in de gemeente Harderwijk worden de inwoners op straat geënquêteerd. Deze gegevens kunnen met data van andere gemeenten worden vergeleken en worden afgezet tegen gegevens van eerdere enquêtes. De afgelopen jaren scoort Harderwijk hoger dan gemiddeld met een schoonheidsscore van 7. Daarmee worden de afgesproken kwaliteitsniveaus ruimschoots behaald, ook op de hotspots waar extra inzet nodig blijft om vervuiling tegen te gaan. Ook de graffiti afspraken zijn behaald, de huidige werkwijze en partner voor uitvoering zijn succesvol.
25
We gebruiken naar aanleiding van de motie in de raad sensoren in de containers in de binnenstad, op het strandeiland en in prullenbakken in buitengebieden en wijken. We onderzoeken hoe we de inzet van sensoren kunnen benutten om efficiënter te werken. Er is een toename van het aantal hangplekken dat door verschillende groeperingen wordt bezocht. Deze plekken worden steeds vuiler als gevolg van onder andere het gebruik van lachgas. Blijven inzetten op gedrag is dus belangrijk. Als we met zijn allen ons afval opruimen dan is schoonmaken minder nodig. Zeker de jeugd bewust maken (zij hebben de toekomst) is belangrijk. Communicatie blijft aandacht vragen en moet meer afgestemd worden op de verschillende doelgroepen om gedragsverandering te bereiken. Waarbij we de belangrijkste doelgroep, jongeren, met name willen bereiken met de boodschap dat je rommel beter kunt opruimen dan buiten weggooien. De beheerkosten voor ondergrondse containers vallen onder afvalinzameling en zijn geen onderdeel van dit beheerplan. Wel zien we dat het plaatsen/dumpen van afval bij deze ondergrondse containers een negatief effect heeft op de beeldkwaliteit. Ook is extra inzet noodzakelijk van reiniging om het beeld goed te houden. Deze constatering bespreken we in de evaluatie van de huisvuilinzameling.
4.5 Ontwikkelingen 2026-2030 We zien veel mogelijkheden voor het toepassen van data gestuurd beheer. Met route informatiesystemen kunnen we de inzet van materieel en mensen optimaliseren. En door het toepassen van sensoren op prullenbakken kunnen we de meest optimale route berekenen en rijden. Het toenemend bezoek van toeristen en het toenemende aantal evenementen in de stad vraagt steeds meer inzet. Ook bij al langer draaiende evenementen is meer inzet nodig, voor bijvoorbeeld extra schoonmaakrondes. Zie ook pagina 40 (Straatmeubilair). Voor evenementen zal apart beleid ontwikkeld worden. In de komende periode blijven we zoeken naar methoden om effectief te communiceren met verschillende doelgroepen over het belang van het schoonhouden van de eigen omgeving. Door doelgroepen op hun eigen manier te benaderen, hopen we gedragsverandering te realiseren. Wij zetten in op “Harderwijk in 1 dag schoon” (verschillende manieren om aandacht aan zwerfvuil te geven), want educatie blijft belangrijk. Ook blijven we inzetten op de wijkhelden.
4.6 Kosten De begroting op basis van de benodigde activiteiten volgens het afgesproken prestatieniveau B+ bedraagt € 1.519.315. De beheerraming komt redelijk overeen met het bedrag uit de meerjarenbegroting 2025 ter hoogte van € 1.490.499 ná opnemen van de taakstellingen. Er is een tekort van € 28.816 (1,9%) ten opzichte van de begroting. De taakstelling is verwerkt in de beheerraming en begroting. Taakstelling ▪ Stelpost reiniging versoberen € 25.000,De stelpost reiniging heeft jarenlang bijgedragen aan extra inzet voor het schoonhouden van de openbare ruimte wanneer dat nodig was. Hoewel dit een waardevolle flexibiliteit bood, is het geen essentiële voorziening om de basiskwaliteit van de openbare ruimte te waarborgen. In lijn met de strategie stellen we daarom voor om deze stelpost te schrappen. Hiermee focussen we op structurele oplossingen binnen de reguliere begroting en uitvoering. ▪ In eigen beheer uitvoeren graffiti en ongediertebestrijding € 20.000,-
26
In lijn met de strategie stellen we voor om deze bestrijding te beperken tot onze wettelijke taken: het beheersbaar houden van de rattenpopulatie in de openbare ruimte en het bestrijden van ongedierte wanneer de volksgezondheid in gevaar komt. Wespenbestrijding op openbaar terrein blijft een gemeentelijke taak, maar particuliere wespenbestrijding laten we in het kader van de Wet Markt en Overheid over aan de markt. Daarnaast stoppen we met het uitbesteden van graffitiverwijdering en nemen we deze taak zelf op. Door plaagdierbestrijding en graffitiverwijdering te combineren in één functie benutten we onze capaciteit efficiënter en realiseren we kostenbesparing, terwijl we flexibel blijven inspelen op deze taken. ▪ Stoppen met de landelijke compostdag € 5.000,▪ UPV vergoeding prullenbakken legen € 35.000,-
27
5. Wegen Het wegbeheer betreft het onderhouden van wegen, paden en parkeerterreinen die bestaan uit asfalt, elementen-, beton- of halfverharding. Het totaal aan verhard oppervlak bedraagt 268 hectare. Voor de hoofdroutes voert de gemeente Harderwijk gladheidsbestrijding uit. Het doel is om met bepaalde onderhoudsmaatregelen binnen het beschikbare budget, de veiligheid en de beeldkwaliteit op een gewenst minimumniveau te handhaven.
5.1 Prestatiebeschrijving De prestatie is het behalen van de vastgestelde kwaliteitsomschrijvingen in de onderhoudsplanning en bestekken. In 2021 heeft de gemeenteraad op basis van een kadernota en met de toekenning van financiële middelen besloten om de beeldkwaliteit in vier jaar te verhogen van beeldkwaliteitsniveau C naar B. De prestatie-indicatoren zijn vastgelegd in de beeldmeetlatten van de Wegenbeheersystematiek 2019 en de Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte 2023 van het CROW.
Figuur KOR 2023, beeldmeetlatten technisch onderhoud. Bron: CROW, 2023
5.2 Beleidsuitgangspunten Wegbeheer is een belangrijk onderdeel van het beheer van de openbare ruimte. Artikel 6:174 van het Burgerlijk Wetboek regelt de risicoaansprakelijkheid van de wegbeheerder. Er bestaat uitgebreide jurisprudentie over aansprakelijkheid van de wegbeheerder. Wettelijke kaders en richtlijnen waaraan de wegbeheerder moet voldoen zijn onder andere in de Wegenwet, de Wegenverkeerswet, het RVV 1990 (Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990), de NENEN 1436 (Wegmarkeringsmaterialen-Eisen gesteld aan de wegmarkering ten behoeve van de weggebruiker) en de CROW-publicatie 147 Wegbeheer vastgelegd. Dat betekent dat als de weg niet voldoet aan de eisen die men mag stellen (bijvoorbeeld door gebrekkig onderhoud) en er schade ontstaat, de wegbeheerder dan wel de gemeente aansprakelijk is voor schade als gevolg van een gebrek (ook al was hij niet op de hoogte van het gebrek).
28
Zaak is dus om de wegen goed te onderhouden. Voor dit wegenonderhoud stellen wij een planning op met gebruik van ons areaal managementpakket gisib. Daarnaast zijn er diverse beleidsuitgangspunten zoals het integraal fietsbeleid (2019), het handboek toegankelijkheid (2022), wegencategoriseringsplan (2023), verkeersveiligheidsplan (2021-2025), de parkeervisie en het nog vast te stellen laadvisie die invloed hebben op de planmatige onderhoudswerkzaamheden. Beleid versus realiteit De huidige onderhoudsbudgetten zijn voor 30 km straten niet toereikend en ombouw van asfalt naar een klinkerverharding brengt meerkosten met zich mee. Deze meerkosten moeten eerst door de gemeenteraad worden besloten of via de kadernota worden toegekend. Ambities Ons beleid vereist dat de buurtstraten als 30 km straten worden ingericht. Veel straten zijn echter voorzien van asfaltverhardingen. Bij groot onderhoud aan deze straten is dat het juiste moment om de straat in te richten volgens het 30 km beleid (met een klinkerverharding en verkeersremmende maatregelen). Het was de wens om stapsgewijs (2021-2025) het kwaliteitsniveau van C naar B op te hogen en daarop te handhaven. Dit is helaas niet gelukt, zie toelichting in 5.4.
5.3 Korte terugblik 2019-2024 Groei Door uitbreidingen als Harderweide, Lorentz III en het Waterfront is het areaal verhard oppervlak fors gegroeid met 6% (ca. 151.000 m2). Hiermee komt het totale areaal aan verharding op 2.685.000 m2, ongeveer 383 voetbalvelden. Ontwikkeling binnenstad In 2023 zijn we gestart met een omvangrijk revitaliseringstraject in de binnenstad. De gemeente pakt diverse straten, pleinen en stegen aan, conform de vastgestelde ‘Binnenstadsvisie Harderwijk 2031, Een eigentijdse Hanzestad.’ Gevolgen onderhoudsniveau C In 2021 heeft de gemeenteraad besloten het wegenareaal te onderhouden op niveau B en dat is de afgelopen jaren – ondanks incidentele middelen – niet gehaald. Niveau C is feitelijk het laagst haalbare beeldkwaliteitsniveau, bij D is de schade onherroepelijk. Het gevolg is dat er sprake is van een steeds verder dalend onderhoudsniveau en dat wordt steeds zichtbaarder in de gemeente Harderwijk. Op beeldbepalende locaties (hoofdontsluitingswegen en locaties als de Scheepssingel, de Havendam, de Stationslaan en de route Engelserf/Veldkamp/Nassaulaan) zijn grotere reconstructies integraal aangepakt en met bijbehorende financiële middelen in nieuwstaat gebracht. Door die integrale aanpak is de verslechtering als geheel beperkt gebleven.
Gevolgen van de oorlog en de krapte op de arbeidsmarkt Oorlogen binnen en buiten Europa hebben de prijzen voor energie zeer sterk beïnvloed. Beton, asfalt en klei zijn de meest voorkomende en gebruikte materialen voor verhardingen. De stijging van de energiekosten heeft daarmee een sterke invloed op de kostprijs van deze materialen. De onderhoudskosten aan asfaltverhardingen zijn t.o.v. 2019 met 24,3% gestegen (Bron: GWWindex). De onderhoudskosten aan straatwerk met 27,2%. Deze forse stijging komt niet alleen door
29
de gestegen energieprijzen maar ook door krapte op de arbeidsmarkt. De verwachting is dat de prijzen in de komende periode 2026-2030 stabiliseren, maar dat de krapte op de arbeidsmarkt voorlopig blijvend is. Gevolgen voor de projecten zijn niet alleen de hogere kosten, de projecten zijn ook lastiger te plannen. De tijd tussen voorbereiden en uitvoeren neemt toe naarmate er minder personeel beschikbaar is. Onkruid op verharding neemt toe De afgelopen jaren zien we het onkruid op verharding toenemen. Dat heeft twee oorzaken: ▪ We bestrijden met heet water in plaats van chemische middelen (glyfosaat). Door onkruid met heet water te bestrijden blijven de diep gelegen wortels onaangetast en wordt alleen het zichtbare onkruid verdelgd en daarmee oppervlakkig bestreden. ▪ Het veranderende klimaat. De zomer begint vroeg, de herfst duurt langer en seizoenen met aanhoudende vrieskou zijn steeds zeldzamer. Daarnaast kennen we langere periodes van droogte naast intensieve regenperiodes. Ideale omstandigheden voor de groei van onkruid, zowel in de zomer als in de herfst. Omdat vrieskou zeldzamer wordt krijgt onkruid de tijd om goed te groeien. Het beheersen van onkruid wordt daarmee intensiever en uitgebreider.
5.4 Huidige kwaliteit De huidige beeldkwaliteit van het wegenareaal is weergegeven in onderstaande figuur.
Het grootste gedeelte van het wegenareaal (88%) ligt op A+ en A-niveau. Dit niveau is vergelijkbaar met nieuwe aanleg. Omdat dit grote percentage door nieuw areaal wordt veroorzaakt, geeft dit een vertekend beeld van de gemiddelde kwaliteit van het totale areaal. De beeldkwaliteit is onder andere afhankelijk van gebruik, locatie, ondergrond, materialisatie en onderhoud. Het percentage C-niveau neemt in het totaal af, maar het percentage D-niveau neemt wel toe. Een positief signaal is dat het percentage lager onderhoudsniveau, C en D, in totaal 6% is van het totaal. Reparaties van wegen zijn goed zichtbaar omdat we bestaande materialen hergebruiken. Het gevolg voor de langere termijn is dat door het uitblijven van tussentijds groot onderhoud wegen eerder moeten worden vervangen en er dus kapitaalvernietiging plaatsvindt. De krapte in het beschikbare budget is afgelopen jaren verminderd zichtbaar doordat we ‘werk met werk’ maken, en onderhoud uitstellen om mee te liften op het verkeersveiligheidsplan, of middels verkregen subsidies. Dit is geen structurele oplossing voor de toekomst. Een mooi
30
voorbeeld is de introductie van relining binnen de discipline riolering. Door deze werkmethode hoeft de weg niet helemaal meer open en kunnen we op dat gebied geen ‘werk met werk’ meer maken. De kosten voor grote renovaties van wegen of groen stijgen omdat de discipline “riolering” hier niet meer aan bijdraagt. Onderhoudskwaliteit C geeft een sober beeld en een armoedige uitstraling van de wegen. Dit werkt door in de beleving van de omgeving en dat zien we terug in de meldingen. Maar een armoedige uitstraling en een technisch nog goede weg vraagt even goed onderhoud. De kosten voor het wegbeheer zijn de afgelopen 2 jaren boven de budgetten uitgestegen als gevolg van forse prijsstijgingen, maar ook door de groeiende wensen en behoeften van bewoners. Deze laatste nemen we nu summier mee, omdat het budget slechts de onderhoudskosten kan dragen. Toch is het raadzaam om, als de wegen aangepakt worden, de wensen van bewoners ook mee te wegen in de maatregelen voor het onderhoud. Om het beheer op een integrale manier uit te kunnen voeren zijn twee uitgangspunten van belang: de technische kwaliteit en de kwaliteit zoals die door bewoners en gebruikers ervaren wordt. Beiden zijn van belang voor een duurzame instandhouding van de openbare ruimte. De uitkomst van beide vormen een basis voor de bijstelling van de beheerplannen.
Snel Herstel Omdat de leefbaarheidsmonitor niet meer wordt uitgevoerd, hebben we geen meting over de daadwerkelijke beleving van bewoners. Sinds de overstap van B naar C zien we wel een toename van de klachten via Snel Herstel, een tweede indicatie is een toename van het klein onderhoud, de verwachting is dat ook dit zal toenemen. Technische kwaliteit In de kadernota 2022 heeft de gemeenteraad besloten dat de beeldkwaliteit van wegen van C naar B gaat. Bij dat besluit zijn de benodigde financiële middelen ook toegekend. Voor het onderhoud aan de wegen zijn de prijzen fors gestegen, de toegekende middelen dekken slechts de prijsstijging. Het gevolg is dat het beeldkwaliteitsniveau op C is gebleven en het gewenste B-niveau, ondanks de toekenning van meer budget, niet haalbaar is gebleken. We beheren op kwaliteitsniveau C, maar willen onderhouden op niveau B, dat houden we vast. De extra middelen zijn opgegaan aan prijsstijgingen en de krapte op de arbeidsmarkt. Op korte termijn wordt dit zichtbaar door uitstel van onderhoud en hergebruik van materialen. De gevolgen op de langere termijn is dat het beeldkwaliteitsniveau van wegen lager wordt. Ook het bewust verlagen van beeldkwaliteit werkt kapitaalvernietiging in de hand en worden grote investeringen naar de toekomst verschoven. Het areaal is met voldoende aandacht voor veiligheid en de conditie van de verharding onderhouden.
Met langjarig onderhoud op onderhoudsniveau C daalt de algemene beeldkwaliteit van de wegen. Positief lijkt het dat het aandeel C-niveau is gedaald van 7% in 2019 tot 1% in 2025, dit komt echter door de uitbreiding van het nieuwe areaal. Het nieuwe areaal zorgt ervoor dat het percentage Cniveau ten opzichte van het totaal afneemt. Helaas is het aandeel D-niveau gestegen van 0% in 2019 naar 6% in 2025. In werkelijkheid is de totale kwaliteit van het wegen areaal afgenomen. Ondanks de extra investeringen zal de komende jaren het onderhoud niet per direct omhoog gaan. Door het onderhoud op een lager onderhoudsniveau van de afgelopen 20 jaar duurt het ook weer even om het areaal weer op orde te brengen. Om de beeldkwaliteit naar een acceptabel onderhoudsniveau te tillen vraagt dit in de toekomst om grotere budgetten.
31
5.5 Ontwikkelingen 2026-2030 De komende jaren dragen Harderweide en Waterfront fase-3 bij aan een uitbreiding van het areaal. In Waterfront fase-3 worden dezelfde materialen toegepast als in fase-2. In Harderweide worden de verhardingen in de parkeerplaatsen zoveel mogelijk waterpasserend aangelegd. Waterpasserende verharding vraagt meer beheer en onderhoud, omdat het regenwater tussen de verharding wordt afgevoerd. De infiltratie van regenwater zorgt voor meer zetting in de ondergrond en daarmee eerder voor oneffenheden. De stad stelt zich een ambitieus doel: in 2031, wanneer Harderwijk zijn 800-jarig bestaan viert en de Internationale Hanzedagen organiseert, moet de binnenstad volledig volgens deze visie zijn ingericht. Het realiseren van deze visie vraagt echter om meer dan de reguliere vervangingsbudgetten bieden. Als beheerders passen wij onze werkwijze aan om te voldoen aan het klimaatakkoord. Wij ontwikkelen schone uitvoeringsmethoden en kiezen voor milieuvriendelijke en circulaire materialen. Kiezen voor cementloos straatmateriaal, waterpasserende bestrating en meer ruimte voor een groene invulling helpt om duurzamer en milieubewuster te werken. Het gebruik van andere materialen en een schone uitvoeringsmethode zijn kostenverhogend, maar dragen in grote mate bij aan een gezondere leefomgeving en het klimaat.
Ook in onze onderhoudsprojecten proberen we de aannemer waar mogelijk emissieloos te laten werken. Daarnaast wordt materiaal zoveel mogelijk hergebruikt, bijvoorbeeld straatstenen. Om duurzaamheid meer vorm te geven kijken we ook naar cementloze straatstenen en het aanbrengen van “warm” (140 graden) i.p.v. (170 graden) “heet” asfalt. Omdat deze methoden in ontwikkeling zijn kan het betekenen dat duurzaam materiaal vaker onderhouden moet worden. Die ontwikkelingen zijn gaande en worden gevolgd. Inpassen van wensen vanuit bewoners Tijdens de voorbereiding van de grotere onderhoudsklussen maken bewoners middels participatie hun wensen bekend. Het voorbereidingsproces vraagt daarom veel meer tijd en inzet dan voorheen. Het resultaat is dat de plannen breed gedragen zijn en de expertise van de buurt en/of bewoners uitstekend wordt ingebracht. Daarmee zijn kansen voor de buurt benut, maar de financiële armslag om deze wensen vanuit de bewoners toe te passen vaak niet. Participatie is noodzakelijk, maar het inpassen van wensen geeft ook financiële knelpunten. De afweging is dan om of ander onderhoud of de wensen niet in te passen en daarmee het project passend te maken binnen de financiële kaders. Met de nieuwe omgevingswet krijgt het betrekken en inpassen van wensen een grotere en belangrijkere rol.
De komende jaren heeft dit een blijvende invloed op de doorlooptijden en de financiën van het onderhoud. Energietransitie: overgaan naar warmtenet. In de komende jaren worden de eerste bestaande wijken aardgasvrij gemaakt door aan te sluiten op een warmtenet of verzwaring van het elektriciteitsnet (all-electric). De vervanging van de verharding (en omvorming van verharding naar halfdoorlatende verharding of groen) kan dan meeliften op die transitie. Doordat we nu vaker de keuze maken voor relinen in plaats van een algehele vervanging van de bestaande riolering en de daarbij behorende openbare ruimte, hoeft niet meer de hele straat worden opengelegd. De meekoppelkansen om het verharde oppervlak van gemengde riolering af te koppelen nemen daardoor af. De aanleg van het warmtenet biedt nieuwe kansen om mee te koppelen. 32
Als een bestaande wijk aardgasvrij wordt, verwijderen we gasleidingen en leggen we nieuwe warmtenetten aan. Dit zijn ingrijpende werkzaamheden voor de buurt en voor de wegen. De verharding wordt verwijderd en de straat moet open. De werkzaamheden zijn vergelijkbaar met het aanleggen van een nieuw rioolstelsel. Indien wegverharding eigenlijk een aantal jaren eerder zou moeten volgens het afgesproken onderhoudsniveau, kiezen we ervoor deze vervanging uit te stellen en gelijk op te pakken met de aanleg van het warmtenet. Dit heeft een slechtere staat van de verharding tot gevolg. Momenteel zijn er nog geen besluiten genomen over welke wijken een warmtenet krijgen en op welke manier de aanleg gaat plaatsvinden, maar dit biedt ons de kans om de wegen in te richten volgens de meest moderne principes. Bij de uitwerking van de oplossingen voor de energietransitie (voornamelijk bij verzwaren elektriciteitsnet en aanleg warmtenet) wordt ingezet op deze koppelkansen. Hierbij moet onderzocht worden hoe dit financieel mogelijk te maken is. Het IBOR kan alleen bijdragen als op hetzelfde moment ook onderhoud moet plaatsvinden, nieuwe investeringen zijn niet geraamd in het IBOR. Naast de transitie in warmte is er ook een sterk groeiende vraag naar elektriciteit. Dat stelt netbeheerder Liander en Tennet voor een behoorlijke netverzwaringsopgave.
Bij netverzwaringen worden er meer en dikkere kabels en leidingen aangelegd om in de toekomst te voldoen aan de grote vraag. Ook hiervoor moeten de straten en stoepen open. Groei Het beheerareaal groeit de komende jaren gestaag door met de aanleg van nieuwe woonwijken in Harderweide en het Waterfront 3. In deze nieuwe wijken wordt minder asfalt en meer waterdoorlatende verharding toegepast. Het beheersen van onkruidgroei wordt door de veranderende omstandigheden een belangrijker onderdeel van het onderhoud.
33
5.6 Kosten De beheerraming op basis van de benodigde activiteiten voor duurzame instandhouding volgens de afgesproken kwaliteit bedraagt € 3.638.794 ná opnemen van de taakstelling. De beheerraming is hoger dan het begrote bedrag van € 3.548.270. De taakstelling is verwerkt in de beheer-raming en begroting. Door de sterk gestegen energieprijzen, inflatie en de personeelstekorten in de sector is er een tekort van € 90.524 (2,6%). Taakstelling ▪ Verlaging aantal weginspecties € 5.000,-
34
6. Civieltechnische kunstwerken Civiele kunstwerken bestaan uit tunnels, bruggen, kademuren, duikers, hellingbaan en viaduct. In totaal hebben we 102 civiele kunstwerken (12 tunnels, 76 bruggen, 6 kademuren, 6 duikers, één hellingbaan, één viaduct en bijna 1 kilometer aan geluidscherm in beheer en onderhoud. Het doel is om met bepaalde onderhoudsmaatregelen binnen het beschikbare budget, de veiligheid en de conditie op het gewenste C-niveau te handhaven.
6.1 Prestatiebeschrijving De prestatie is het behalen van de vastgestelde kwaliteitsomschrijvingen in de onderhoudsplanning en bestekken. De prestatieindicatoren voor het beheer van civieltechnische kunstwerken volgens kwaliteit C zijn vastgelegd in de beeldmeetlatten van de Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte waarbij Schoon, Heel en Veilig de indicatoren zijn.
6.2 Beleidsuitgangspunten De civieltechnische kunstwerken zijn in het areaalmanagementsysteem IASSET opgenomen waarbij de eis is gesteld dat de civiele kunstwerken voldoende moeten functioneren. Het beheer wordt uitgevoerd op basis van een planmatige verouderingstijd. Het benodigde beheer en inzicht in de staat van de kunstwerken volgt uit een inspectie die eens per drie jaar wordt uitgevoerd. In IASSET is ook een overzicht opgenomen van de civiele kunstwerken waarvan hun verwachte vervangingstermijn binnen 10 jaar valt.
6.3 Korte terugblik 2019-2024 Het areaal aan civieltechnische kunstwerken is de afgelopen vier jaar iets gegroeid. In Harderweide zijn er twee betonnen metselwerkbruggen en in Waterfront zijn er negen betonnen bruggen bijgekomen. In Drielanden zijn de meeste houten brugdekken vervangen door composiet en is er met een schildersbedrijf uit Harderwijk een onderhoudscontract gesloten om het schilderwerk van de bruggen jaarlijks bij te houden. Bij de spoortunnel over het Westeinde hebben we de voegovergangen opnieuw gekit. De Wellen is gerealiseerd en heeft als doel “verbinding met water”. In dit project is langs de waterlijn een promenadeachtige inrichting gecreëerd met speelse waterbouwkundige elementen die de verbinding met het water zullen versterken. In Harderweide is het Crescentpark aangelegd waarin langs de meanderende beek en waterplas diverse brugelementen en kademuurachtige constructies zijn opgenomen. De spijlen onder de leuning van de brug bij het station zijn vastgezet. Hier was sprake van veel en doelbewust molest, waardoor er grote gaten tussen de spijlen ontstonden. De brug is nu weer veilig voor gebruik.
6.4 Huidige kwaliteit Om het beheer op een integrale manier uit te kunnen voeren zijn twee uitgangspunten van belang: de kwaliteit zoals die door bewoners en gebruikers ervaren wordt en de technische kwaliteit. De uitkomsten van beide zijn de basis voor de invulling van de beheerplannen. De vastgestelde kwaliteit C wordt binnen het beschikbare budget gehaald. De veiligheid van de civieltechnische kunstwerken is daarmee geborgd.
35
Snel Herstel Meldingen van bewoners gaan meestal over veiligheid zoals gladheid van brugdekken en molest zoals vernielingen aan bevestigingen of glasplaten. Technische kwaliteit De kwaliteit van de civieltechnische staat wordt eens per drie jaar gemonitord. De conditie van de civieltechnische kunstwerken is op peil en er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Wel zien we dat het houtwerk van de bruggen in Drielanden langzaam achteruitgaat. De leuningen en relingen zijn de komende jaren aan renovatie toe. Over civieltechnische kunstwerken zijn geen meldingen gedaan door bewoners.
6.5 Ontwikkelingen 2026-2030 In het Waterfront wordt nog een bijzondere brug voorzien in de Stadswerven. Verwacht wordt dat deze brug omstreeks 2027 wordt aangelegd. Houten brugdelen waarmee de bruggen in Drielanden zijn opgebouwd zoals leuningen en het hekwerk zullen worden vervangen vanwege het einde van de technische levensduur. De ontwikkelingen van duurzame materialen gaan sneller dan verwacht en deze worden vaker toegepast in civiele kunstwerken. Het gebruik van cementarm beton, herbruikbare segmenten, en van circulair bio-composiet materiaal winnen terrein. Ook op andere manieren werken we duurzamer. Zo worden bestaande bruggen hergebruikt. Veel civieltechnische kunstwerken, zoals de tunnels onder de Stadswei, zijn aangelegd in de jaren 70 en zijn ongeveer 50 jaar oud. De technische levensduur van een betonnen kunstwerk is ongeveer 80 jaar. Dat betekent dat over ongeveer 30 jaar, afhankelijk van de technische staat, de kunstwerken vervangen moeten worden.
6.6 Kosten De beheerraming op basis van de benodigde activiteiten voor duurzame instandhouding volgens het afgesproken prestatieniveau bedraagt € 171.714. De beheerraming komt goed overeen met het bedrag uit de meerjarenbegroting ter hoogte van € 171.714. Er is een klein positief verschil van €1.142 (0,7%). De taakstelling is verwerkt in de beheerraming en begroting.
36
7. Openbare verlichting en technische installaties Het areaal van de openbare verlichting (de lichtmasten en armaturen) bestaat uit 9.291 lichtmasten en 9.323 armaturen. Daarnaast bestaat het areaal uit speciale verlichting voor het aanlichten van bomen, stadsmuren en gebouwen. Voorbeelden hiervan zijn de Linnaeustoren en de led-lijn op de Havendam. Dit doen we met 150 grondspots en een led lijn. Onder technische installaties vallen onder andere parkeerinstallaties, camerasystemen, verzinkbare stadsafsluitingen, betaalverkeer, maar ook kabels. Het doel is om binnen het beschikbare budget de veiligheid op een gewenst niveau te handhaven en de installaties zonder storingen te laten werken.
7.1 Prestatiebeschrijving De prestatie is het voldoen aan de vastgestelde wettelijke verplichtingen voor aansprakelijkheid en waarborgen dat de installaties continu functioneren. Het kwaliteitsniveau voor technische installaties gaat uit van de beheerafspraken die zijn vastgesteld over de levensduur en het instandhoudingsplan. De technische installaties moeten altijd functioneren. Om dit te bewerkstelligen is een service-level-agreement (SLA) afgesloten. Binnen deze SLA is afgesproken dat storingen binnen 24 uur opgelost moeten zijn. Daarnaast is het van groot belang dat de technische installaties veilig in gebruik en veilig om aan te werken zijn. Daarom worden de technische installaties gekeurd volgens de normen NEN 1010 en NEN 3140. De prestatie-indicatoren voor het beheer van openbare verlichting zijn gebaseerd op een planmatige vervanging van armaturen en lichtmasten. Om de kwaliteit van de openbare verlichting te borgen, rijdt de aannemer drie keer per jaar een controleronde door de gemeente. Een lamp mag maximaal drie weken niet branden. Ontstaat een verkeersonveilige situatie, zoals bij een lichtmast ter hoogte van een zebrapad, dan wordt er sneller ingegrepen. De oorspronkelijke doelstellingen van het Energieakkoord uit 2013 liepen tot 2023. Voor de periode tot 2030 en verder zijn deze doelen opgevolgd door het Klimaatakkoord en aanvullende Europese afspraken.
Hieronder is een overzicht gegeven van de belangrijkste klimaat- en energiedoelstellingen voor Nederland tot 2030 en 2031. ▪ 50% energiebesparing bij OVL (en VRI’s) in 2030 t.o.v. 2013 ▪ 100% energiezuinige openbare verlichting (zoals LED) voor 2030 ▪ Slimme verlichting: inzet van slimme sturing, dimmen, en monitoring voor efficiëntie
7.2 Beleidsuitgangspunten Er is geen inrichtingsvisie voor openbare verlichting. Als basis voor de doelen en richtlijnen geldt de landelijk gehanteerde richtlijn voor de verlichtingskwaliteit van de openbare verlichting. De meest recente versie hiervan is de NPR 13201+A1: 2018. Deze richtlijn is het product van een samenwerking tussen NEN en NSVV (Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde). De richtlijnen geven een handreiking aan beheerders om goede verlichting te realiseren die bijdraagt aan de verkeers- en sociale veiligheid. Voor zowel de openbare verlichting als de technische installaties geldt dat deze moeten voldoen aan de landelijke wet- en regelgeving. Uitgangspunt is dat deze installaties continu moeten functioneren en veilig zijn in gebruik. De wetten en regels die van toepassing zijn op de openbare verlichting en technische installaties zijn:
37
Elektriciteitswet De Elektriciteitswet omvat onder meer het beheer en instandhouding van het kabelnet. De netbeheerder is belast met het in stand houden van het kabelnet. De gemeente is netbeheerder voor het eigen net en moet dus niet alleen oog hebben voor de lichtmasten, maar ook voor het ondergrondse deel. WIBON De WIBON is in het leven geroepen om geen schade aan kabels te veroorzaken door graafwerkzaamheden. Degene die graafwerkzaamheden wil verrichten dient een KLIC-melding te doen om de locatie van de voorgenomen werkzaamheden te melden. De gemeente is verplicht om alle bij haar in beheer zijnde kabels en leidingen op een digitale tekening bij te houden en deze via een landelijke voorziening te ontsluiten. De Arbowet en NEN De Arbowet stelt strenge eisen aan het werken aan en met elektrische installaties. Zo moet veilig gebruik van elektriciteit gewaarborgd zijn. Zij geeft hiervoor geen praktische invulling, maar verwijst naar de Nederlandse Normen (NEN). In het werkveld van de verlichting wordt vooral verwezen naar het veilig werken (NEN 3140) en die van een veilige installatie (NEN 1010). Deze NEN-normen zijn van belang bij het veilig beheren van de elektrische installatie. Installatieverantwoordelijkheid Volgens de Arbowet en NEN is de gemeente als eigenaar van de openbare verlichtingsinstallatie ook “installatieverantwoordelijke”.
Dit betekent dat de gemeente op de hoogte is van de geldende wet- en regelgeving en dat zij zorgt voor een veilige en goede installatie. Alleen deskundige, goed onderrichtte en bevoegde werknemers mogen elektrotechnische en bedieningswerkzaamheden uitvoeren. Binnen de gemeentelijke organisatie dient een installatieverantwoordelijke aangesteld en opgeleid te zijn conform NEN 3140. Een middel om ervoor te zorgen dat een installatie tijdens gebruik veilig blijft is een periodieke inspectie van de elektrische installatie.
7.3 Korte terugblik 2019-2024 De afgelopen vier jaar hebben we ons openbare verlichtingsareaal een stuk energiezuiniger gemaakt. Door deels te dimmen en alleen maar LED lampen te gebruiken hebben we de SER energieakkoord doelen van 2020 behaald. In het vorig IBOR-plan zouden we in 2031 volledig over zijn op ledverlichting. Door stijgende energieprijzen op vast- en variabele stroom zijn er afgelopen jaren echter minder armaturen vervangen voor LED armaturen en lopen we achter op onze doelstelling. We dachten dat we extra verlichting konden vervangen met de besparing op stroomkosten. Door de gestegen stroomprijzen is dat helaas niet gelukt. De afgelopen vier jaar zijn er 897 armaturen vervangen voor LED armaturen, en zijn er 373 lichtmasten vervangen. Daarnaast is bij de herinrichting van de Havendam een LED lijn van 200 meter geplaatst die de stadsmuur nabootst. Ook is in 2022 de Linnaeustoren uitgelicht met grondspots. Daarnaast is de server van het politiecamerasysteem op het politiebureau in Harderwijk vervangen. Hier hebben we een efficiëntieslag gemaakt door de server van het camerasysteem van de parkeergarage de Houtwal samen te voegen met het camerasysteem van de politie. Ook zijn er vier interactieve voetgangersoversteekplaatsen geplaatst om de veiligheid voor voetgangers tijdens het oversteken te vergroten. Om ook voor mindervaliden toegankelijk te zijn,
38
is in parkeergarage “De Houtwal” een kassa vervangen door een verlaagde kassa zodat die nu ook gebruikt kan worden door mensen in een rolstoel. Tot slot is begonnen met de implementatie van installatieverantwoordelijkheid binnen de gemeente Harderwijk. Ook zijn de verzinkbare stadsafsluitingen op de locaties Luttekepoortstraat en Donkerstraat vervangen. Om in de toekomst de dienstverlening te verbeteren zijn deze locaties voorzien van een ANPR-kentekencamera. Hierdoor is het mogelijk om voertuigen op basis van een kenteken toegang te geven tot de binnenstad. Tot slot is het parkeer route informatie systeem (PRIS) uitgebreid met 11 locaties. In 2023 is de paslezer/toegangssysteem van parkeergarage de Vuldersbrink vervangen, nadat deze tijdens oud en nieuw is opgeblazen met zwaar vuurwerk. Daarnaast zijn er twee extra mobiele politiecamera’s aangeschaft en is er een samenwerking opgezet met de gemeente Putten en Ermelo met betrekking tot het leveren en monteren van de mobiele politiecamera’s. Het elektrisch rijden in de gemeente is in hoog tempo toegenomen. Hierdoor waren er veel aanvragen voor openbare laadpalen.
7.4 Huidige kwaliteit De openbare verlichting vervult een belangrijke functie zowel op het gebied van sociale- als verkeersveiligheid en draagt bij aan de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van onze stad. Het is belangrijk dat de inwoners en bezoekers zich prettig en veilig voelen in hun leefomgeving, ook na het invallen van de duisternis. Bij aanleg van nieuwe verlichting gaan we uit van de landelijke richtlijnen. Bij grootschalige vervangingen worden altijd lichtberekeningen gemaakt om te voldoen aan de landelijk geldende normen. Gemiddeld worden er 850 storingen per jaar gemeld, waarbij het in 80 procent gaat om defecte verlichting. In alle andere gevallen gaat het om onder andere aangereden lichtmasten en netstoringen. Armaturen die end of life zijn moeten vervangen worden. Het betreft een groot deel van de bestaande 5622 conventionele armaturen (nog exclusief binnenstad). Deze zullen bij een koude winter in grote getallen uitvallen, dus deze moeten nu al over naar LED. De nieuwe armaturen zijn echter duurder waardoor het vervangingsbudget niet toereikend is. Er is nu 150K per jaar beschikbaar om LED te vervangen, met dit budget is dan in 2037 alles vervangen voor LED. Ook de extra structurele vervanging van lampen vanwege de gewenste verledding van het lampenbestand blijft achter.
Dat is een aandachtspunt omdat de prijzen voor stroom in de afgelopen jaren enorm zijn gestegen. Door LED lampen toe te passen kan al snel een daling in de onderhoudskosten worden gerealiseerd. Als alle lampen zijn omgezet naar LED kan dat een jaarlijkse besparing opleveren van 100K. De armaturen in de binnenstad zijn ook nog veel duurder dan in de rest van de wijken (€4000 vs €300). Het is de wens om deze voor 2031 te vervangen, vanwege het 800 jarig bestaan van de stad. Duurzaamheid en circulariteit zijn twee thema’s waaraan de gemeente Harderwijk veel belang hecht. Naast het volgen van het energieakkoord, proberen we ook op andere zaken te voldoen aan deze thema’s. Zo herplaatsen we lichtmasten en armaturen wanneer deze in een nieuwe inrichting niet meer passen, maar nog goed genoeg zijn om elders in Harderwijk geplaatst te worden. Ook laten we aan het eind van de technische levensduur een kwaliteitsinspectie plaatsvinden aan de lichtmasten. Tot slot, als uit deze inspectie blijkt dat de kwaliteit van de lichtmasten voldoende is, worden deze niet vervangen.
39
De technische installaties functioneren naar behoren, waarbij de parkeersystemen door het veelvuldig gebruik het meest onderhoudsintensief zijn. Het algemene beeld voor zowel de openbare verlichting als de technische installaties is dat de kwaliteit moeilijk te handhaven is. De oorzaak hiervan is enerzijds de hoeveelheid beschikbaar technisch personeel bij de leveranciers, naast de geleverde kwaliteit en anderzijds stijgende kosten.
7.5 Ontwikkelingen 2026-2030 Verlichting Armaturen voor de openbare verlichting worden modulair gebouwd, zodat er alleen onderdelen vervangen hoeven te worden en niet het gehele armatuur. Ook worden de armaturen steeds energiezuiniger, en zijn ze dimbaar. Daarnaast houden we bij het toepassen van verlichting steeds meer rekening met de flora en fauna in de omgeving. Dit doen we onder andere door het toepassen van een lichtkleur die niet standaard is, voor de das bijvoorbeeld gebruiken we amberkleurig licht. Standaard passen we warm licht toe. Daarnaast neemt het areaal toe door uitbreidingen in Harderweide en Waterfront. Technische installaties Het wordt steeds lastiger om goede locaties voor laadpalen te vinden in wijken waar de parkeerdruk al hoog is. Plaatsing van een laadpaal stuit vaker op bezwaren van bewoners uit de buurt, wat leidt tot langere procedures. Het is beleid om de binnenstad autoluw te maken. Het aantal dynamische afsluitingen neemt toe en piramides worden vervangen door omhoogkomende palen. We verwachten veel van kentekenherkenning. Dit kan bij parkeergarages en dynamische afsluitingen gemak opleveren voor bewoners en toeristen. Van de technische installaties is een deel van de kasten nog niet gecontroleerd, dat moet nog wel gebeuren. Er zal een investering nodig zijn om alle kasten op het gewenste veiligheidsniveau te krijgen.
7.6 Kosten De beheerraming op basis van de benodigde activiteiten voor duurzame instandhouding volgens het afgesproken prestatieniveau bedraagt € 1.564.251 ná opnemen van de taakstellingen. De beheerraming komt niet overeen met het bedrag uit de begroting van € 1.535.748. Dit geeft een tekort van € 28.504 (1,9%). De taakstelling is verwerkt in de beheerraming en begroting. Taakstelling ▪ Parkeerrouteinformatiesysteem (PRIS)versoberen € 9.800,Voor de parkeerroute bewegwijzering rondom de binnenstad maken we gebruik van een dynamisch parkeerrouteinformatiesysteem (PRIS). Er staan nu 23 PRIS-borden. Door 13 van de 25 PRIS-borden te vervangen door statische borden, kunnen we kosten besparen op onderhoudscontract en energiekosten. Een deel van de PRIS-borden is onderdeel van de utilitaire (verplichte) bewegwijzering en moet wel blijven staan. Daarom kunnen ze niet allemaal weggehaald worden. Door de systemen af te koppelen besparen we onderhoud op hardware, elektra, software en abonnementsgelden.
40
▪
Afschaffen betalen met muntgeld in Harderwijk € 7.500,In Harderwijk is het nog steeds mogelijk om bij alle parkeerautomaten met muntgeld te betalen. Deze betaalmogelijkheid is echter niet noodzakelijk. Dit blijkt ook uit het lage aantal betalingen met muntgeld. Bovendien zijn de kosten voor het ophalen van muntgeld hoger dan de inkomsten uit parkeergeld. We verwachten niet dat het afschaffen van de mogelijkheid om met muntgeld te betalen zal leiden tot minder inkomsten.
41
8. Straatmeubilair Het straatmeubilair in de gemeente Harderwijk bestaat uit zitbanken, prullenbakken, fietsklemmen, verkeersborden, hekwerken (35 hondenrennen), bewegwijzering, stadsplattegronden en plaquettes. Daarnaast zijn er nog enkele bijzondere objecten en elementen. In totaal hebben we ongeveer 11.000 stuks straatmeubilair. Het doel is het duurzaam beheren en onderhouden van straatmeubilair.
8.1 Prestatiebeschrijving De prestatie is het behalen van de vastgestelde kwaliteitsomschrijvingen in de onderhoudsplanning en bestekken. De prestatie-indicatoren voor het beheer van straatmeubilair volgens kwaliteitsniveau B zijn vastgelegd in de Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van het CROW in de schaalbalken voor straatmeubilair. Het gaat om de aspecten schoon, heel en veilig. Hieronder staat als voorbeeld de kwaliteitsbeschrijving voor het aspect heel van dragers van straatmeubilair.
Figuur Kwaliteitscatalogus openbare ruimte 2023, publicatie 380, Bron: CROW, 2023.
8.2 Beleidsuitgangspunten De nota Kwaliteit Openbare Ruimte – Straatmeubilair is op 22 februari 2000 vastgesteld voor de periode 2000-2019. In deze nota zijn kwaliteitsomschrijvingen en omvang van de beschikbare middelen getoetst en vastgesteld. De nota is richtinggevend voor de gewenste kwaliteit van straatmeubilair.
8.3 Korte terugblik 2019-2024 Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2019 Het beheer is uitgevoerd op het afgesproken niveau. Door de uitbreiding van het areaal, zoals Waterfront Fase-2 en Fase-3 en Harderweide is er straatmeubilair bijgekomen. Doordat er hoogwaardig en duurzaam (duurder) meubilair wordt toegepast in deze uitbreidingen, zijn de onderhouds- en vervangingskosten omhoog gegaan. Ook is er op De Wellen langs de waterlijn een ‘verbinding met water’; een promenadeachtige inrichting gecreëerd met speelse waterbouwkundige elementen die de verbinding met het water versterken. Evenementen In de afgelopen jaren is voor evenementen steeds meer inzet nodig van personeel en materieel zoals hekwerken en prullenbakken. Denk hierbij aan Aaltjesdag, Blije Bietjes, rommelmarkten, Ibizamarkt, Visserijdagen, maar ook commerciële evenementen zoals Harderwijk op stelten, de
42
Veluwade en Harderwijk op IJs. En niet te vergeten de opbouw van het podium voor Harderwijk Live bijvoorbeeld. De kosten hiervan drukken behoorlijk op de begroting. Uitbreiding en duurzaamheid Het areaal is ten opzichte van 2019 met 9% gegroeid. Er zijn dus steeds meer objecten te onderhouden. In objecten zitten steeds duurzamere materialen. Daarmee wordt de aanschaf van het object ook duurder. Borden, bankjes en prullenbakken van duurzame materialen zijn beter voor het milieu maar ook molest gevoelig. Die meerkosten en de uitbreiding van het areaal drukken op de begroting.
8.4 Huidige kwaliteit Om het beheer op een integrale manier uit te kunnen voeren zijn twee uitgangspunten van belang: de kwaliteit zoals die door bewoners en gebruikers ervaren wordt en de technische kwaliteit, die van belang is voor een duurzame instandhouding van de openbare ruimte. De uitkomsten van beide kwaliteiten zijn de basis voor de bijstelling van de beheerplannen. Het doel om binnen het beschikbare budget straatmeubilair duurzaam te beheren en onderhouden is behaald. De afgelopen jaren is bij uitbreidingen hoogwaardiger en duurder straatmeubilair toegepast, wat leidt tot spanning in de vervangingsbudgetten. Om te besparen zijn overbodige borden verwijderd en houten planken van banken vervangen door duurzame gerecyclede kunststof planken. Het huidige B-niveau kan hiermee worden gehandhaafd. De kosten voor herstel van vernield straatmeubilair zijn gelijk gebleven. Technische kwaliteit De huidige kwaliteit - zoals blijkt uit de ervaring van de beheerder - is gehandhaafd op niveau B. Het relatief dure (design) straatmeubilair, bij einde levensduur of molest, wordt vervangen door een goedkoper standaard type, daarmee blijft het kwaliteitsniveau B gehandhaafd. Op bijvoorbeeld toeristisch aantrekkelijke plaatsen blijven we bijzondere materialen toepassen. Omdat duurzaamheid een steeds belangrijker thema wordt, maken we vaker de keuze voor duurzame materialen.
Een mooi voorbeeld zijn de bio-composiet verkeersborden die we toepassen op het Waterfront Fase-3. Snel Herstel Meldingen over het straatmeubilair zijn marginaal toegenomen ten opzichte van andere jaren. Rond de jaarwisseling komen de meeste schademeldingen binnen door vuurwerkschade. Jaarlijks worden er ongeveer 25 prullenbakken en ongeveer 35 stuks aan verkeersborden vernield/ opgeblazen.
8.5 Ontwikkelingen 2026-2030 Slim meubilair Straatmeubilair wordt steeds slimmer en duurzamer. We verwachten dat sensoren in straatmeubilair steeds meer toegepast gaan worden. Daardoor is er meer monitoring van bijvoorbeeld het gebruik ervan mogelijk. Meubilair dat niet veel gebruikt wordt, kan verwijderd worden. Hiermee kunnen we beheerkosten besparen. Energietransitie, Circulariteit, Biodiversiteit en Klimaatadaptatie Er is een maatschappelijke druk en noodzaak om meer duurzame en circulaire materialen te gaan gebruiken. Die opkomst van duurzame materialen is niet meer te stoppen. Circulaire verkeersborden, duurzame bio-composiet banken en prullenbakken worden steeds meer de norm. Duurzaam gemaakt straatmeubilair is nog wel duurder.
43
8.6 Kosten De beheerraming op basis van de benodigde activiteiten voor duurzame instandhouding volgens de afgesproken kwaliteit bedraagt € 284.607 ná opnemen van de taakstellingen. De beheerraming is wat hoger dan het bedrag uit de begroting van € 281.879. Dit geeft een klein tekort van € 2.728 (1,0%). Taakstelling ▪ Podium niet meer opzetten €15.000,-Het opzetten van een podium voor activiteiten is een taak die uitstekend door de markt kan worden uitgevoerd. Het aanbieden van deze service is niet in lijn met de Wet Markt en Overheid, aangezien we hiervoor geen kosten in rekening brengen. ▪ Luxe banken vervangen voor reguliere banken € 5000,Luxe banken vragen meer onderhoud dan reguliere banken, terwijl beide hetzelfde doel dienen: een plek om op te zitten. Vaak draait het bij luxe banken vooral om esthetische kwaliteiten in plaats van functionele voordelen. Bij de Stille wei staan bijvoorbeeld vier Smart City-banken. Hoewel deze banken zijn voorzien van moderne snufjes, zoals schermen en zonnepanelen, zorgen deze toevoegingen voor extra onderhoud. De schermen zijn vaak kapot, de zonnepanelen werken niet goed, en de batterijen laden en ontladen niet meer zoals het hoort. Bovendien hebben de banken regelmatig schade, wat al meerdere reparaties noodzakelijk heeft gemaakt.
Het vervangen van deze luxe banken door reguliere exemplaren vereenvoudigde het onderhoud en bespaart beheerkosten. ▪ Geen gratis hekwerken meer voor commerciële evenementen vanaf 2026 – €14.000 Bedrijven in de markt kunnen uitstekend hekwerken plaatsen voor evenementen. Het gratis aanbieden van deze dienst past niet binnen de Wet Markt en Overheid, omdat er geen kosten worden berekend. Daarom stoppen we vanaf 2026 met het faciliteren van hekwerken voor commerciële evenementen. Voor niet-commerciële evenementen blijft ondersteuning mogelijk. Inwoners/initiatiefnemers kunnen nog steeds rekenen op hekken voor activiteiten zoals een buurtbarbecue, de avondvierdaagse, Koningsdag en de Koningsspelen. ▪ Stoppen met het drijvende podium € 3.950,Het drijvende podium is geen wettelijke taak daarbij is het podium tot op heden nog nooit gebruikt voor het oorspronkelijke doel. Momenteel ligt het drijvende podium als een “speelplek” in het water bij het strandeiland. De plek is echter erg geliefd bij watervogels en vraagt veel inzet om het enigszins presentabel te houden. De plek is eigenlijk te ondiep dus echt gebruiken als plek om vanaf te springen is niet toegestaan. Daarom stellen we voor om in lijn met de strategie te stoppen met het drijvende podium.
44
9. Groen De gemeente Harderwijk heeft ongeveer 200 hectare groen en 23.833 straat- en parkbomen. Het doel is om de beplanting en het bomenbestand duurzaam in stand te houden en te voldoen aan de wettelijke zorgplicht.
9.1 Prestatiebeschrijving De prestatie is het behalen van de vastgestelde kwaliteitsomschrijvingen in de onderhoudsplanning en bestekken. De prestatie-indicatoren voor het beheer van groen in Harderwijk en Hierden zijn gebaseerd op kwaliteitsniveau B (functioneel) van de CROW. Voor de Binnenstad hanteren we kwaliteitsniveau A. Deze schaalbalken voor de openbare ruimte zijn landelijk vastgelegd in de Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van de CROW. De nadruk ligt op een technisch maar verzorgde instandhouding van het groen (beplanting en gras). Hieronder de schaalbalk voor het meten van onkruid in beplanting.
Figuur Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte 2023, publicatie 380, Bron: CROW, 2023.
Voor bomen hanteren we geen beeldkwaliteitsniveau maar zijn de normen van het Norminstituut Bomen leidend. Het onderhoud en de visuele controle voeren wij uit volgens de richtlijnen in het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen.
9.2 Beleidsuitgangspunten De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer van openbaar groen. Vanuit haar algemene verantwoordelijkheid als beheerder is er een zorgplicht (met verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid) voor een veilige en duurzaam ingerichte openbare ruimte. De aansprakelijkheid is vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek en aanvullende jurisprudentie. De belangrijkste uitgangspunten voor de inrichting en beheer van het groen stonden in het Handboek Groen uit 2007. Dit handboek is vervangen door de Natuur- en Groenvisie uit 2022 ‘Harderwijk Natuurlijk Groen’ en de beleidsuitwerking Natuur en Groen uit 2024. Hierin staan de volgende principes centraal: ▪ Neem de unieke ruimtelijke ondergrond als basis voor groen ▪ Meer en gevarieerd groen ▪ Natuurlijk samenwerken en beleven
45
In het bebouwde gebied voeren we het beheer steeds meer op een natuurvriendelijke manier uit. Bij nieuwe aanplant zorgen we voor variatie en meerdere lagen, en gebruiken we zo veel mogelijk inheemse planten. Ook geven we bomen meer ruimte, zodat ze kunnen uitgroeien tot gezonde en sterke exemplaren. Zo ontstaat er meer groen in de stad. In het buitengebied richten we ons op het herstel van landschappelijke beplanting. We leggen bloemrijke akkerranden en bermen aan, zorgen voor natuurlijke oevers en stimuleren het gebruik van inheemse soorten. Op deze manier vergroten we de biodiversiteit en sluiten we aan bij de natuurlijke kenmerken van het landschap. In de beleidsuitwerking Natuur en Groen staat in detail beschreven wat dit betekent voor de Natuur- en Groenvisie in het beheerplan. Daarbij is de 3-30-300 regel een belangrijk uitgangspunt voor de hoeveelheid groen in woonwijken.
9.3 Korte terugblik 2019-2024 De afspraken voor het beeldkwaliteitsniveau hebben we gehaald, uit de schouwen komt een gemiddelde naar voren van beeldkwaliteit B. De afgelopen jaren is de bestrijding van invasieve soorten succesvol verlopen. We werken met een vaste partner die de bestrijding uitvoert. We zien hierdoor een afname in zowel de Japanse Duizendknoop als eikenprocessierups. In de afgelopen droge zomers merken we dat vooral pas aangeplante bomen en struiken extra kwetsbaar zijn. Met behulp van sensoren zijn we proeven gestart om het vochtgehalte in de bodem te meten, zodat we tijdig water kunnen geven en alleen daar water geven waar het nodig is. Zo gaan we effectief om met het water dat we uit de Randmeren pompen. Zo hebben we in 2024 zelfs vijfnieuw aangeplante bomen dat jaar helemaal geen water gegeven. We zien nog wel dat bij aanleg in de nieuwe woonwijken door de ruimere budgetten in de grondexploitatie voor beplantingstypen gekozen wordt die niet met de reguliere onderhoudsbudgetten te vervangen zijn. Dit is een aandachtspunt. Het Strandeiland is een druk bezochte en gewaardeerde plek. Een aantal onderdelen van het ontwerp kon deze hoge druk niet aan. De afgelopen jaren hebben we dit aangepast en robuuster vormgegeven. Het strand blijft door de ongunstige ligging op de overheersende windrichting afkalven. Veel zand spoelt weg richting de kom.
Bij de aanleg van de brug komt het zand dan in de haven. Om dit zoveel mogelijk te voorkomen hebben we een extra damwand geslagen om zo het zand beter vast te houden. Zand herschikken en aanvullen zal echter noodzakelijk blijven. Voor alle producten maar met name reiniging, spelen en groen maar ook ongediertebestrijding blijft het nodig het onderhoud continu bij te sturen. Eenvoud en differentiatie Om te voorkomen dat de beeldkwaliteit terugliep hebben we beplanting omgevormd naar gazon en kruidenbermen. Deze beheergroepen zijn minder intensief en daardoor goedkoper dan het beheer van struiken. Door de kwaliteitsslag die is ingezet naar niveau B zien we wel dat langzaam de kwaliteit van het groen herstelt. Bewoners maken weinig gebruik van sponsoring om geld te genereren voor eigen voorstellen. Voor de sponsoring door bedrijven van de rotondes is meer animo. De afgelopen jaren heeft de exploitant in overleg met de beheerders de inrichting van de rotondes aangepast zodat ze goed