Toelichting bestemmingsplan Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim
Tekst van het document
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
25
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld ruimtelijke ontwikkelingen. De “Natuurlijke laag” en de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” kunnen in dit geval buiten beschouwing blijven aangezien de oorspronkelijke waarden van deze lagen niet meer voorkomen in het plangebied. Daarnaast wordt de “Laag van de beleving” buiten beschouwing gelaten omdat er geen kenmerken of elementen vanuit deze laag op het plangebied van toepassing zijn. 1.
De ‘Stedelijke laag‘
In de “Stedelijke laag” ontstaat de koppeling van de sociale en fysieke dynamiek van de stedelijke functies aan het verbindende netwerk van wegen, paden, spoorwegen en kanalen. Elke stad of dorp bezit zijn eigen karakteristieke ruimtelijke, sociale en functionele opbouw en kwaliteiten. De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart van de “stedelijke laag” aangeduid met het gebiedstype “Historische centra binnensteden”, “Bebouwingsschil 1900-1955” en “Woonwijken 1955-nu”. In afbeelding 4.3 is dit weergegeven.
Afbeelding 4.3 Uitsnede De Stedelijke laag’ (Bron: Provincie Overijssel)
‘Historische centra, binnensteden en landstadjes’ De historische centra, binnensteden en landstadjes vormen de functionele en emotionele kernen van de steden en dorpen. Ruimtelijk kenmerkend zijn de compacte bebouwingsstructuur, veelal binnen (voormalige) omwalling en veel individuele karakterverschillen op korte afstand. De ontwikkelingen in historische centra en binnensteden staan in het teken van een hoge dynamiek: functieveranderingen, verdichting en inbreiding. De ambitie is om vitale stads- en dorpscentra met een gevarieerd functioneel en ruimtelijk beeld te creëren. Het eigen karakter van het centrum wordt opgezocht en versterkt. ‘Bebouwingsschil 1900 – 1955’ De bebouwingsschil 1900 – 1955 bestaat uit gemengde stadwijken en woonwijken direct aansluitend op de historische centra en binnensteden. Op sommige plaatsen liggen (voormalige) grootschalige fabriekscomplexen direct aansluitend aan woonwijken. Deze stadswijken kennen een gesloten, compacte vorm (bouwblokken) en zijn veelal opdeelbaar in wijken met eigen karakter. De wijken worden van elkaar gescheiden door doorgaande lanen, singels en stadsstraten. Kenmerkend in de bebouwing is de verwantschap in architectuurstijlen en aandacht voor architectonische details en verbijzondering van gebouwen op specifieke plekken als straathoeken.
De schil is op te delen in wijken met individuele panden, gekenmerkt door veel variatie in bebouwing en veel (individueel en openbaar) groen. De wijken op basis van de fabrieksdorp/tuindorpprincipes zijn juist herkenbaar aan een hechte stedenbouwkundige en architectonische eenheid op basis van collectieve principes. Stationsomgevingen liggen vaak in deze schil. De stadsassen doorkruisen deze BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
26
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld bebouwingsschil veelal en vormen belangrijke verbindingsassen tussen de stedelijke centra, stationsgebieden en het hoofdinfrastructuurnetwerk rond de steden. “Woonwijken 1955 – nu” De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken, wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Er is aandacht voor de aansluiting op de binnenstad en het hoofdwegennetwerk, maar vaak minder op fietsaansluitingen naar het buitengebied. Lokaal zijn kleine eenheden die afwijken van het systeem, zoals ‘goudkustjes’ aan de rand van de wijk. Steeds is sprake van een afgeronde eenheid met duidelijke in- en uitgangen. Toetsing van het initiatief aan de ‘Stedelijke laag’ In dit geval wordt een verouderde bedrijfslocatie (voormalig hoveniers-/tuincentrumbedrijf met kassen) herontwikkeld. De omgeving betreft een woonwijk met een homogeen bebouwingskarakter. Met voorgenomen ontwikkeling wordt rekening gehouden met omliggende functies en bestaande bebouwingsstructuren.
Wat betreft bouwmogelijkheden wordt aangesloten op de woonbestemming uit het vigerende bestemmingsplan. De bouwkenmerken worden afgestemd op de omgeving, zodat de het voornemen qua bouwmassa en verschijningsvorm goed opgaat in het bebouwingskarakter van de omgeving. Zowel vanuit ruimtelijk als functioneel oogpunt is er sprake van een gewenste ontwikkeling. De herontwikkeling levert een grote bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit van de locatie, doordat een verouderde (milieuhinderlijke) bedrijfslocatie wordt geamoveerd. Tot slot wordt opgemerkt dat de bestaande bedrijfs- en recreatiewoning eveneens zullen worden voorzien van een passende woonbestemming (dan wel dat permanente bewoning wordt geregeld), deze woningen zijn er echter in bestaande situatie echter reeds aanwezig, daarom kan gesteld worden dat deze geen nadere toetsing behoeven. Geconcludeerd wordt dat het plan past binnen de uitgangspunten van de ‘Stedelijke laag’. 4.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
4.3
Regionaal beleid
4.3.1
Woondeal West Overijssel
4.3.1.1 Algemeen Op 21 december 2022 is de regionale woondeal West Overijssel getekend. De woondeal gaat over meerdere onderdelen, maar in het kort samengevat in ieder geval over de doelstellingen van deze regio West-Overijssel om de komende jaren tot de bouw van voldoende passende woningen te komen, waarmee het woningtekort in deze regio kan worden opgelost. West-Overijssel zet zich, in samenwerking met corporaties en marktpartijen, in voor de realisatie van minimaal 28.200 woningen tot en met 2030. Voor nieuwe woningbouwplannen (plannen waarvan de ruimtelijke procedure op het moment van het sluiten van deze Woondeal nog moet starten) streeft de gemeente naar een verdeling van 30% sociale huur, 40% middenhuur en betaalbare koop en 30% dure woningen. Dit is een inspanningsverplichting. Het streven geldt op gemeente- en regionaal niveau, dus niet bij elk afzonderlijk plan en wordt op regionaal niveau gemonitord. Partijen spannen zich hier gezamenlijk voor in. Lokaal maatwerk is mogelijk, rekening houdend met de specifieke gemeentelijke situatie en de aantoonbare behoefte.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
27
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld Planspecifiek De opgave/ambitie van de gemeente Hardenberg sluit kwantitatief aan bij de opgave vanuit de woondeal. De autonome opgave binnen West Overijssel is 28.200 woningen t/m 2030. De gemeenten zetten in op een opgave/ambitie van 40.000 woningen. De opgave vanuit de gemeente Hardenberg met 3.360 tot en met 3031 (volgt uit gemeentelijk woningbehoefteonderzoek 2022) sluit hierop aan. Voor nieuwe woningbouwplannen (plannen waarvan de ruimtelijke procedure op het moment van het sluiten van deze Woondeal nog moet starten) streeft de gemeente naar een verdeling van 30% sociale huur, 40% middenhuur en betaalbare koop en 30% dure woningen. Dit is een inspanningsverplichting. Het streven geldt op gemeente- en regionaal niveau, dus niet bij elk afzonderlijk plan en wordt op regionaal niveau gemonitord. Partijen spannen zich hier gezamenlijk voor in. Lokaal maatwerk is mogelijk, rekening houdend met de specifieke gemeentelijke situatie en de aantoonbare behoefte. Bij plannen waarvan de ruimtelijke procedure reeds gestart is of gemeentelijke projecten waar het participatietraject afgerond is, worden geen wijzigingen in de programmering gemaakt en blijft men sturen op versnellingsafspraken.
Deze 30-40-30 systematiek sluit aan bij en is een verfijning van het nationale streven van tweederde betaalbare woningen. Het is daarmee een middel om de doelgroep sociale huur en de middeninkomens in de regio beter te kunnen huisvesten en geen doel op zich. De gemeenten spreken hierbij de intentie uit om te blijven bouwen aan gemengde wijken en willen voorkomen nieuwe wijken toe te voegen met alleen maar sociale huur. Het prijspeil behorend bij de categorieën wordt in beginsel elke twee jaar geïndexeerd. Kwantitatief heeft Dedemsvaart een brede opgave voor het huisvesten van woningzoekenden. Gaat dan zowel om de opgave/behoefte vanuit het dorp zelf, maar ook de behoefte van de regionale vraag. Dedemsvaart gaat een deel van de regionale opgave invullen binnen de woningbouwplannen de komende jaren. In aantallen gaat het om een woningbouwopgave van 760 woningen tot en met 2031. Hiervan komen 300 woningen als invulling van de regionale opgave. Dus 460 vanuit de autonome behoefte. Van dit aantal zijn al 229 gerealiseerd of zitten nog in harde bestemmingsplancapaciteit. Er is dus nog voldoende opgave aanwezig om nieuwe plancapaciteit te ontwikkelen. Daarbij is er voor Dedemsvaart ook behoefte aan de soort woningen, zoals worden gerealiseerd in voorliggend plan.
Er ligt een grote opgave in verband met de komende vergrijzing van de bevolking, dus er is een opgave voor realiseren van levensloopbestendige woningen voor ouderen. Maar de gemeente Hardenberg is ook een echte gezinsgemeente. In de prestatieafspraken met Vechtdal Wonen is een aantal van 950 te bouwen sociale huurwoningen vastgelegd tot en met 2030. Dit aantal omvat meer dan 30% van de totale woningbouwopgave voor de gemeente Hardenberg (incl. ambitie) over de periode tot en met 2030, en daarmee wordt invuling gegeven aan de 30% sociale woningbouw vanuit de Woondeal. 4.3.1.4 Toetsing van het initiatief aan de Woondeal West-Overijssel Zoals in de woondeal is aangegeven is op dit soort locaties ruimte voor herstructurering, inbreiding en transformatie. Voorliggend plan voorziet in een gevarieerd programma: het betreffen 3 vrijstaande woningen (koop), 4 twee-onder-een-kap woningen (koop) en 29 geschakelde woningen (koop). Het zijn in beginsel levensloop bestendige (seniorengeschikte) woningen, maar zijn ook geschikt voor een brede doelgroep waaronder 1- en 2-persoonshuishoudens en eventueel gezinnen. Voorliggend bestemmingsplan voorziet daarbij ook in de mogelijkheden om de woningbouw in Dedemsvaart concreet te versnellen, en is ook reeds gestart qua procedure en voorbereidingen vóórdat de regionale deal is gesloten.
Daarom behoeft het planvoornemen dan ook nog niet 1:1 aan te sluiten op deze deal, worden er geen wijzigingen in de programmering aangebracht, maar wordt er vanuit de gemeente wel gestuurd op spoedige realisatie van het voornemen, ná doorlopen van de planologische- en vergunningsprocedures. De ontwikkeling draagt resumerend in belangrijke mate bij aan de ambities in de Woondeal West-Overijssel om tot 2030 in voldoende woningen te voorzien.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
28
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld 4.3.2
Conclusie toetsing aan het regionaal beleid
Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met het regionaal beleid zoals verwoord in de in deze paragraaf aan bod gekomen woondeal.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1
Structuurvisie Dedemsvaart
4.4.1.1 Algemeen De Structuurvisie Dedemsvaart vormt de vertaling van de Strategische Visie Masterplan Dedemsvaart in een structuurvisie. Het geeft de ruimtelijke visie weer voor het centrum van Dedemsvaart tot 2020. De structuurvisie vormt daarmee het belangrijkste kader voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen het centrum. De kern Dedemsvaart heeft een unieke ligging en heeft unieke kwaliteiten. Tegelijkertijd bestaat een (toekomstige) behoefte aan ruimte voor allerlei doeleinden. De vraag is op welke wijze het beste aan deze ruimtevragen tegemoet gekomen kan worden. Het verdient aanbeveling deze afweging niet per individuele ruimtevraag te maken, maar in samenhang en voor langere periode. 4.4.1.1 Gewenst structuurbeeld In de structuurvisie wordt gekozen voor een ontwikkelingsrichting die is gebaseerd op: • • •
de kwaliteiten van Dedemsvaart; de potenties van Dedemsvaart; een passende ruimtelijke structuur;
Onder de kwaliteiten van Dedemsvaart wordt als eerste genoemd de inbedding van de kern Dedemsvaart in de omgeving. De landschappelijke kenmerken van het buitengebied (veenkoloniale ontginning en het Reestdal) worden zowel in relevante beleidsstukken gewaardeerd als door gebruikers en bezoekers van het buitengebied. Ook de grensvlakken tussen de bebouwing en het buitengebied zijn waardevol (het gebied nabij de kalkovens, de lintstructuren die naar de bebouwing leiden en de doorzichten die soms nog in de kern aanwezig zijn). De ontwikkelingsrichting is ook gebaseerd op de potenties van Dedemsvaart. Dedemsvaart is de tweede kern van de gemeente Hardenberg en vervult een functie in het huisvesten van de woon- en werkopgave. Dedemsvaart kan deze rol op goede wijze vervullen. De ontwikkelingsrichting is tenslotte gebaseerd op een passende ruimtelijke structuur. Het gaat dan om uitbreiding van het stedelijk gebied, het benutten van mogelijkheden om in te breiden en het bezien van mogelijkheden om lintstructuren te vernieuwen. 4.4.1.3 Wonen De structuurvisie kent voor wat betreft wonen een strategie voor: • • •
uitbreidingswijken; inbreidingslocaties; vernieuwing linten.
Uitgangspunt is om Dedemsvaart verder te ontwikkelen op een vernieuwende, landschappelijk passende wijze. Inbreidingslocaties Voor wat betreft inbreidingslocaties staat de gemeente Hardenberg een optimaal gebruik van de ruimte in de bestaande kern voor. Dat betekent dat initiatieven voor vernieuwing in beginsel positief worden gewaardeerd. Om de bestaande kern vitaal te houden is een dynamiek in het ruimtegebruik nodig. Gronden waarvan de oorspronkelijke functie niet meer in het geding is, zijn toe aan een hernieuwd gebruik. Hierbij is bijvoorbeeld
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
29
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld te denken aan verouderde woningen en woongebieden, maar ook (voormalige) bedrijfslocaties. Ook kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik leiden tot functieverandering. 4.4.1.4 Toetsing van het initiatief aan de Structuurvisie Dedemsvaart Het plangebied maakt deel uit van een gebied dat als bestaande woonwijk wordt omschreven in de structuurvisie. Bovendien is sprake van een inbreidingslocatie. In voorliggend geval is er sprake van een bestaand bedrijfslocatie, welk wordt getransformeerd naar een woongebied met 36 woningen. Voor het bedrijfsperceel is geen vervolgfunctie meer, waardoor er een nieuwe functie voor de locatie is gezocht. Gelet op de functionele structuur van het nabijgelegen gebied is een woonfunctie passend en wenselijk. Tot slot wordt opgemerkt dat de bestaande bedrijfs- en recreatiewoning eveneens zullen worden voorzien van een passende woonbestemming (dan wel dat permanent bewoning wordt toegestaan), deze woningen zijn er echter in bestaande situatie al aanwezig, daarom kan gesteld worden dat dit geen extra toevoeging van woningen betreft. Gelet op het vorenstaande staat de ‘Structuurvisie Dedemsvaart’ de gewenste ontwikkeling niet in de weg. 4.4.2
Omgevingsvisie Landstad Hardenberg
4.4.2.1 Algemeen Sinds 2021 beschikt de gemeente Hardenberg over een eigen omgevingsvisie. In deze visie is het verhaal van de gemeente Hardenberg voor het heden en de komende 20 jaar uitgewerkt. Deze omgevingsvisie is samengesteld met participatie van vele stakeholders uit allerlei sectoren. In de visie komt alles samen in het verhaal van de gemeente tot 2040. Het verhaal heet 'Landstad Hardenberg'. Hierin is de functie voor de hele regio verder uitgebouwd. De rode draad in de gemeente is als volgt: •
•
•
De gemeente en samenleving zijn verbonden. De Hardenbergers hebben altijd de blik naar buiten. Ze zien voortdurend kansen. Door een goede samenwerking tussen inwoners, overheid en bedrijfsleven benutten we de kansen die zich voordoen. De gemeente speelt in op toekomstige veranderingen, veert mee, verbindt en investeert waar nodig. De kernen zijn onderling sterk verbonden. Platteland en stad raken steeds meer verweven. De gemeente combineert de kracht van het platteland met een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Voor een grensgemeente is dat een unieke prestatie. De gemeente zoekt de regionale verbinding. Hardenberg is onderdeel van de regio Zwolle. Daarnaast zijn er sterke verbindingen met Twente en Drenthe.
4.4.2.2 Ambitie Hardenberg staat voor grote uitdagingen. Een groeiende bevolking en economie zijn voor een grensregio niet vanzelfsprekend. Integendeel. Dit vraagt om blijvende inspanningen en investeringen. De gemeente kan niet doorbouwen zoals het groot is geworden. Het gebruik van het platteland verandert. Dat vraagt om ontwikkeling van bebouwing die samengaat met ruimtelijke kwaliteit, landschap en natuur. Stad en land vullen elkaar steeds meer aan en houden elkaar in balans. Samen vertellen zij het verhaal van de functieverandering van het Hardenbergse platteland. Of-of-denken maakt plaats voor en-en-denken. De gemeente wil de kwaliteiten van het buitengebied versterken door stedelijke elementen aan te brengen. Tegelijkertijd blijft de gemeente werken aan het binnenstedelijk woon- en leefklimaat met vitale en bruisende centra in Hardenberg en Dedemsvaart. De gemeente Hardenberg staat niet op zichzelf. Sociale, maatschappelijke en economische relaties zijn steeds (boven)regionaler. Hardenberg wordt steeds afhankelijker van de omliggende regio’s. Omgekeerd geldt hetzelfde. De gemeente speelt daar op in. Per opgave kiest de gemeente het juiste schaalniveau voor de aanpak en samenwerking. De gemeente gaat ‘spelen met schalen’. De gemeente staat voor een nieuwe schaalsprong. Om deze schaalsprong te kunnen maken zijn vier uitgangspunten opgesteld. 1. 2.
de groei vasthouden en doortrekken; kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
30
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld 3. 4.
ruimte als troefkaart; bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden.
De groei vasthouden De gemeente blijft inzetten op groei van de economie en de werkgelegenheid. Hardenberg streeft naar een positieve arbeidsmarktbalans. Dit past bij onze positie als streekcentrum. De omvang en samenstelling van de beroepsbevolking geeft nu voldoende basis voor een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Dat wil de gemeente in de toekomst ook zo houden. Een stabiele bevolkingsgroei is daarom een voorwaarde. Net als het behouden van de concurrerende economie. Volgens de prognoses groeit de bevolking in de gemeente Hardenberg tot 2040. Tot 2050 groeit ook het aantal huishoudens, en daarmee de woningbehoefte. Terwijl de bevolking groeit, neemt de beroepsbevolking geleidelijk af door vergrijzing. Dit kan Hardenberg positief beïnvloeden door jonge gezinnen en startende huishoudens aan te trekken. Dit is gunstig voor de omvang van de beroepsbevolking en het voorzieningenniveau. De Regio Zwolle krijgt van het Rijk een groeiopgave van naar verwachting 40.000 tot 60.000 woningen in 2040. Hiervan kan en wil de gemeente Hardenberg in ieder geval 1.000 woningen voor haar rekening nemen. Kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker Groei is geen doel op zich maar moet bijdragen aan welvaart en welzijn van onze inwoners. De gemeente bouwt bestaande kwaliteiten uit en voegt nieuwe toe aan de leefomgeving en economie.
Zo wil de gemeente haar inwoners binden en vertrokken Hardenbergers verleiden om terug te keren. De gemeente schept een gunstig vestigingsklimaat voor nieuwe bedrijven. Nieuwbouw is hiervoor niet voldoende. Verbeteringen in het woon, leef- en werkklimaat werken als een vliegwiel voor de lokale welvaart en het welzijn van de inwoners. Dit noemt met brede welvaart. De brede welvaart wordt bereikt door in te spelen op de trends en ontwikkelingen die de samenleving beïnvloeden, zoals: klimaatontwikkelingen, energietransitie, transities in de landbouw, circulaire economie, aandacht voor voeding en levensstijl en demografische ontwikkelingen. Ruimte als troefkaart Ruimte is de troefkaart. In Hardenberg krijg je veel voor weinig. Er is kwaliteit van leven. De Brede Welvaartsindicator 2019 laat een hoge woontevredenheid zien. Een kwaliteit die in Nederland steeds schaarser wordt. Hiermee onderscheiden we ons. Nu en in de toekomst. Dit doet Hardenberg door werk te maken van leefbaarheid: • • • •
de gemeente versterkt landbouw en natuur; de gemeente verbeterd het leef- en woonmilieu (groen, water, schoon, veilig, ruimte); de gemeente zorgt voor een passend woningaanbod en versterkt de sociale samenhang; de gemeente houdt het voorzieningenniveau op peil.
Bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden Hardenberg is de op één na grootste gemeente in zowel de regio Zwolle als de Dutch TechZone. Beide samenwerkingsverbanden zijn belangrijk om onze ambities en opgaven te realiseren. Vooral voor de bereikbaarheid en de economie. En daarmee ook voor onderwijs en scholing. Hardenberg moet daarom uitgroeien tot een netwerkgemeente bij uitstek. Dit vraagt om intensivering van de samenwerkingsrelaties, specifiek met de regio Zwolle. Goede bereikbaarheid is hierbij een belangrijke voorwaarde. De gemeente zet zich in voor snelle verbindingen met Twente en Zwolle. 4.4.2.3 Thema's De visie is vertaald in vier thema's voor ontwikkeling. Dit betreffen de volgende:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
31
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld 1. 2. 3. 4.
Hardenberg in balans: over de verscheidenheid van het landelijk gebied; Hardenberg voor elkaar: over stedelijke ontwikkeling, een vitale samenleving en leefbare kernen; Hardenberg knooppunt: over een vitale economie en goede bereikbaarheid; Hardenberg duurzaam: over de energietransitie, klimaatadaptatie en een circulaire economie.
Binnen elk thema heeft de gemeente ambities en staat de gemeente voor opgaven. Samen vormen ze de agenda voor toekomstige samenwerkingen. In dit geval is met name het thema 'Hardenberg voor elkaar' met bijbehorend subthema 'aantrekkelijk wonen' relevant, aangezien deze ingaat op woningbouw. Hardenberg voor elkaar: aantrekkelijk wonen Aantrekkelijk wonen Het aantal huishoudens in West-Overijssel groeit tot 2030 tot 35.000-40.000. Deels is deze groei autonoom (bevolkingsgroei en afname grootte huishoudens). Voor het andere deel komt dit door de inhaalvraag en de overloop vanuit steden in het westen en de randen van het land. De regio West-Overijssel heeft onvoldoende plancapaciteit om deze huishoudens allemaal te huisvesten. Er is behoefte aan nieuwe woningen. De gemeente Hardenberg wil tenminste 1.000 woningen (extra) bouwen om de groei van de regionale woningbehoefte te helpen opvangen. De gemeente kan veel woonkwaliteit bieden voor een relatief lage prijs. Om aantrekkelijk en klaar voor de toekomst te blijven is maatwerk per kern belangrijk. Hierna worden de ambities behorend bij dit subthema benoemd: • • • •
• •
de gemeente wil, naast de eigen inwoners, minimaal 1.000 nieuwe huishoudens een plaats geven; de gemeente wil jongeren vasthouden of naar de gemeente laten terugkeren; we verleiden hoger opgeleiden met jonge gezinnen om in de gemeente te komen wonen en werken; de gemeente speelt flexibel in op nieuwe ontwikkelingen op het gebied van wonen (adaptieve aanpak). De gemeente werkt kleinschalig en levert maatwerk per kern. Dedemsvaart en Hardenberg (Marslanden) houden grotere uitbreidingslocaties; de gemeente zoekt meer mogelijkheden voor wonen in het landelijk gebied en in de kleine kernen; de gemeente zoekt naar mogelijkheid voor huisvesting van tijdelijke werknemers uit het buitenland.
De belangrijkste opgaven betreffen: •
• 1. 2. 3. 4.
5. 6. 7. 8.
samen met het onderwijs en bedrijfsleven starten met een marketingcampagne om mensen naar de gemeente te trekken. Doel is het vasthouden van de bevolkingsgroei en daarmee ons voorzieningenniveau in stand te kunnen houden; de gemeente breidt de woningvoorraad uit en verbeterd deze. De woningvoorraad ziet er de komende 5-10 jaar als volgt uit: Tot 2035 zijn tenminste 3.500 woningen nodig. 3.000 daarvan wil de gemeente bouwen voor 2030. Dit betekent dat er van 2022 tot 2026 jaarlijks 300 nieuwe woningen nodig zijn. in en rond de centra maakt de gemeente het woningaanbod diverser; in de uitleggebieden bouwt de gemeente vooral voor de overloop van de regio Zwolle (startende huishoudens) en op een enkele locatie voor de hogere inkomens; de gemeente wil goed inspelen op de marktvraag, zowel qua aantal als type woning. Daarom zorgt de gemeente voortdurend voor voldoende nieuwe woonbestemmingen in de bestemmingsplannen; samen met woningcorporaties gaat de gemeente voor tijdelijke uitbreiding, verduurzaming en transformatie van minimaal 300 sociale huurwoningen tot 2023; de gemeente stimuleert woningeigenaren om te investeren in duurzaamheid en levensloopbestendigheid; het woningbouwprogramma is gebaseerd op leefbaarheid, ook op de langere termijn. in samenspraak met ontwikkelaars en consumenten richt de gemeente zich vooral op kleine woningbouwprojecten.
Zo kan goed ingespeeld worden op woontrends.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
32
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld 9.
•
De gemeente verbeterd de woonkwaliteit door woningen te renoveren. Zo ontstaat een diverse woningvoorraad die levensloopgeschikt en energiezuinig is. Om een tijdelijke piek in de woningbehoefte tot 2025-2030 op te vangen is gestart met het versnellen van de nieuwbouw.
samen met de (dorps)gemeenschappen werkt de gemeente aan kaders voor nieuwe woningbouwontwikkelingen en aanpassingen van de bestaande woningvoorraad.
4.4.2.4 Toetsing van het initiatief aan de gemeentelijke omgevingsvisie 'Landstad Hardenberg' Deze ontwikkeling past binnen de ambitie om aan nieuwe huishoudens een plaats te geven. Zoals ook in de toetsing aan de ladder van duurzame verstedelijking is aangeven, is het wenselijk om tot 2035 3.500 woningen te bouwen, waarvan 3.000 tot 2030 en tussen 2022 en 2026 400 woningen per jaar. Voorliggend plan voorziet daarnaast in bevordering van de woningbouwdifferentiatie door het realiseren van 36 woningen, voor diverse doelgroepen. Tot slot wordt opgemerkt dat de bestaande bedrijfs- en recreatiewoning eveneens zullen worden voorzien van een passende woonbestemming (dan wel dat permanente bewoning wordt geregeld), deze woningen zijn er echter in bestaande situatie reeds aanwezig, daarom kan gesteld worden dat dit geen extra toevoeging van woningen betreft. Geconcludeerd wordt dat het initiatief hiermee naadloos aansluit bij de ambities zoals verwoord in de gemeentelijke omgevingsvisie 'Landstad Hardenberg'. 4.4.3
Programma Wonen
4.4.3.1 Algemeen Het Programma Wonen is op 26 maart 2019 door de gemeenteraad van Hardenberg vastgesteld. Het programma legt de woonambities voor de langere termijn vast, maar voorziet daarnaast in concrete maatregelen voor de eerstvolgende twee jaar. 4.4.3.2 Ambitie: rust en ruimte, met oog voor elkaar ook in de toekomst In de gemeente Hardenberg is het al jaren goed wonen, werken en leven. Door de ligging in het groene Vechtdal en de vele aantrekkelijke kleine kernen ervaren inwoners en bezoekers de rust, ruimte en veiligheid die de gemeente Hardenberg kenmerkt. Tegelijkertijd zijn er met Hardenberg en Dedemsvaart twee stedelijke kernen waar de werkgelegenheid zich concentreert en alle voorzieningen te vinden zijn. Demografen verwachten dat het aantal inwoners en huishoudens van de gemeente Hardenberg het komende decennium zal blijven groeien. In tegenstelling tot de situatie in de meeste andere Nederlandse plattelandsgemeenten is nieuwbouw noodzakelijk om aan de lokale woningvraag te kunnen voldoen. Natuurlijk zijn er wel verschillen tussen de diverse kernen. Zo zijn ‘steden’ Hardenberg en Dedemsvaart in trek als woonlocatie, ook voor huishoudens van buiten onze gemeente en zijn de dorpen en buurtschappen vooral gewild bij de lokale bevolking en rustzoekers van buitenaf.
De afgelopen jaren is, mede door de ladder voor duurzame verstedelijking, sterk ingezet op woningbouw op locaties binnen bestaand stedelijk gebied. Het bouwen van woningen op inbreidingslocaties is een goed streven, als dat betekent dat de kwaliteit van het gebied en de woonkwaliteit daarmee vergroot wordt. 4.4.3.3 De juiste woning voor elk huishouden Doorstromers vormen de grootste groep op de woningmarkt. Hardenberg is een echte gezinsgemeente. In deze levensfase zijn huishoudens op zoek naar een ruimere woning of wil men doorstromen van een huur naar een koopwoning. Het aanbod aan ruime grondgebonden koopwoningen dat vanuit de bestaande voorraad op de markt komt, is te klein om te voorzien in de verwachte vraag. Ontwikkelaars hebben veel interesse om voor de groep doorstromers te bouwen. Er wordt ruimte geboden dit te doen, maar hierbij wordt wel meegewogen dat er geen sprake is van een overschot aan gezinswoningen op termijn.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
33
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld De gemeente Hardenberg vergrijst in hoog tempo. Dat is niet uitzonderlijk voor een middelgrote gemeente in het oosten van het land, maar wel iets om rekening mee te houden in ons woonbeleid. Gelukkig zijn ouderen steeds vitaler en zelfstandiger. In het woonbeleid is daarom de keuze aan ouderen gelaten om of langer zelfstandig te wonen of door te stromen naar een meer geschikte en comfortabele woning . 4.4.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Programma Wonen Uit zowel dit hoofdstuk als toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking is gebleken dat er binnen de planperiode voldoende woningbehoefte is om de in voorliggende bestemmingsplan opgenomen aantal woningen te realiseren. Naast de vraag of er een kwantitatieve behoefte is, is het ook van belang dat het voorliggende plan bijdraagt aan de kwalitatieve behoefte. De voorgenomen ontwikkeling geeft op meerdere manieren invulling aan de woningbehoefte in de gemeente Hardenberg, daarbij wordt ook invulling gegeven aan de concrete woningbehoefte die volgt uit het woningmarktonderzoek (Companen, mei 2022). Ten eerste kan ten aanzien van dit plan worden geconcludeerd dat er sprake is van een plan dat voorziet in een wenselijk aanbod (woningen voor allerhande doelgroepen).
Het gaat om het realiseren van circa 36 grondgebonden gelijkvloerse woningen (seniorengeschikt), conform het woonbeleid van de gemeente is bij woningbouwinitiatieven in en rond het centrum van Hardenberg en Dedemsvaart het streven ‘Woonkeur Basis’ als gewenste nieuwbouwkwaliteit qua levensloopgeschiktheid en het realiseren van bijbehorende openbare ruimte. Het bestemmingsplan voorziet hierin en biedt hiertoe de flexibiliteit. Daarbij is het tevens van belang om te benoemen dat met het bouwen voor alle doelgroepen ook doorstroming wordt bevorderd. Tot slot wordt opgemerkt dat de bestaande bedrijfs- en recreatiewoning eveneens zullen worden voorzien van een passende woonbestemming (dan wel dat permanente bewoning wordt geregeld), deze woningen zijn er echter in bestaande situatie reeds aanwezig, daarom kan gesteld worden dat dit geen extra toevoeging van woningen betreft. Daarom wordt geconcludeerd dat ook voor wat betreft de kwalitatieve behoefte wordt voldaan aan het programma 'Wonen'. 4.4.4
Welstandsnota
4.4.4.1 Inleiding De gemeenteraad heeft op 29 november 2011 de Welstandsnota Hardenberg Visie op beeldkwaliteit vastgesteld. Deze nota zet in op “het leggen van verbindingen tussen bestaande gebiedskwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen, tussen oud en nieuw, tussen snel en traag, tussen stad en land, tussen rood en groen, tussen opbrengsten en kosten". De ambitie is een kwaliteitsontwikkeling in gang te zetten waarbij elk project bijdraagt aan de versterking van de beeldkwaliteit van de leefomgeving. Daarmee zullen de verschillende kernen zich meer onderscheiden en krijgt elke kern haar eigen kleur (terug). De gemeente wil meer vrijheid voor burgers creëren. Dit wordt bereikt door kaders te stellen 'waar het er toe doet' en andere delen van de gemeente regelvrij te maken. Een en ander komt tot uiting in de toekenning van drie niveaus (zie navolgende). Op de belangrijke plekken wordt door middel van welstand en bestemmingsplan gestuurd. De laag gewaardeerde plekken zijn welstandsvrij. Voor deze gebieden is het bestemmingsplan (of de beheersverordening) maatgevend. De Welstandsnota maakt onderscheid naar de volgende niveaus: Niveau 0 (laag): Geen eisen ten aanzien van welstand. Beeldkwaliteit wordt geregeld in het bestemmingsplan (of de beheersverordening).
Niveau 1 (midden): Specifieke ambitie ten aanzien van beeldkwaliteit, gericht op behoud van belangrijkste gebiedskenmerken van architectonische of stedenbouwkundige aard. Inzet van een globale vorm van welstand met planbegeleiding naast het bestemmingsplan (of de beheersverordening). Niveau 2 (hoog): BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
34
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld Hoge ambitie ten aanzien van beeldkwaliteit, bij gebieden en/of locaties met een hoge architectonische en stedenbouwkundige waarde. Inzet van welstand met een intensieve vorm van planbegeleiding naast het bestemmingsplan. Voor het plangebied geldt gedeeltelijk welstandsniveau 1 en gedeeltelijk welstandsniveau 0. Welstandsniveau niveau 0: De gebieden tussen de kern en de belangrijke invalswegen zijn niet typerend voor Dedemsvaart. De kwaliteit van de bebouwing varieert en vormt een doorsnede van de Nederlandse architectuur. Deze gebieden zijn daarom op dat aspect laag gewaardeerd. In het gebied met niveau 0 betreft de ambitie: • Het handhaven van de basis structuur met de bijbehorende bebouwingskarakteristiek. Welstandscriteria Niveau 1 Criteria ter plaatse van welstandsniveau 1 zijn onder meer: • • • • • • • •
De hoofdmassa is eenvoudig vormgegeven en passend (qua maat en schaal) tussen de belendende bebouwing en het bebouwingslint. De bebouwing draagt bij aan de versterking van de bebouwingswand in geval van ligging nabij waterstructuur. Alle gevels richting de openbare ruimte zijn representatief vormgegeven. De architectuur is afgestemd op de bebouwing uit de omgeving. In geval van een uitbreiding, verbouw of renovatie wordt deze afgestemd op het bestaande bouwwerk. De gevelcompositie en de plaats, afmetingen en verhoudingen van gevelopeningen zijn zorgvuldig op elkaar afgestemd. De detaillering, en het kleur- en materiaalgebruik is afgestemd op de bebouwing uit de omgeving. Te felle of contrasterende kleuren zijn niet toegestaan. Het materiaalgebruik sluit aan op het kleurenpallet van het omringende landschap. (donkere tinten, niet glimmend) in geval van ligging nabij waterstructuur.
4.4.4.2 Toetsing van het initiatief aan 'Welstandsnota' Ten tijde van de aanvraag omgevingsvergunning zal het bouwplan getoetst worden aan de Welstandsnota.
4.4.5
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid zoals verwoord in de in deze paragraaf aan bod gekomen beleidsdocumenten.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
35
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld
HOOFDSTUK 5
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieu- en omgevingsaspecten bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieu- en omgevingsaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, Besluit milieueffectrapportage en water.
5.1
Geluid (Wet geluidhinder)
5.1.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. 5.1.2
Situatie plangebied
In het plangebied is sprake van toevoeging van geluidsgevoelige objecten, namelijk de woningen. Het betreffen 3 vrijstaande woningen (koop), 4 twee-onder-een-kap woningen (koop) en 29 geschakelde woningen (koop). Tot slot wordt opgemerkt dat de bestaande bedrijfs- en recreatiewoning eveneens zullen worden voorzien van een passende woonbestemming, deze woningen zijn er echter in bestaande situatie echter ook reeds, daarom kan gesteld worden dat deze woningen geen nadere toetsing behoeven. 5.1.2.1 Wegverkeerslawaai Voor de Moerheimstraat en omliggende straten geldt een maximum snelheid van 30 km/uur. Deze wegen hebben geen wettelijke geluidszone. Volgens jurisprudentie blijkt een 30 km/uur weg in de beoordeling te moeten worden meegenomen, indien vooraf aangenomen had kunnen worden dat deze weg een geluidbelasting veroorzaakt die hoger ligt dan de voorkeursgrenswaarde (48 dB). De toetsing moet worden uitgevoerd in verband met een belangenafweging in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Gelet op het feit dat de nieuwe woonbebouwing op ruim 100 tot 150 meter afstand vanaf de Moerheimstraat wordt gerealiseerd en het feit dat de ontsluitingsweg van de woningen enkel door bestemmingsverkeer gebruikt zullen worden, wordt de voorkeurswaarde van 48 dB niet overschreden.
Daarnaast zorgt omliggende bebouwing voor een afschermende werking van wegverkeerslawaai ten gevolge van omliggende wegen. Daarnaast behoeven de om te zetten recreatie- en bedrijfswoning geen nadere aandacht op basis van artikel 76 lid 3 Wgh. Het aspect wegverkeerslawaai vormt dan ook geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling. 5.1.2.2 Industrielawaai In de nabijheid van het plangebied zijn geen gezoneerde bedrijventerreinen aanwezig. Het aspect industrielawaai als bedoeld in de Wgh vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. Opgemerkt wordt dat de geluidsbelasting van individuele bedrijvigheid in paragraaf 5.5 (Milieuzonering) aan bod komt.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
36
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld 5.1.2.3 Railverkeerslawaai In de nabijheid van het plangebied zijn geen spoorwegen aanwezig. Het aspect railverkeerslawaai vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 5.1.3
Conclusie
Het aspect geluid in het kader van de Wgh vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.
5.2
Bodemkwaliteit
5.2.1
Algemeen
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. Lycens heeft eind 2020 een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn in de komende paragraaf opgenomen. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar de onderzoeksrapportage die is opgenomen in bijlage 1 bij deze toelichting. 5.2.2
Onderzoeksresultaten
Resultaten grond Zowel de zintuiglijk schone als zintuiglijk met puin en/of kooldeeltjes verontreinigde bovengrond bevat licht verhoogde gehalten aan diverse zware metalen. De zintuiglijk schone bovengrond bevat daarnaast plaatselijk een licht verhoogd gehalte aan minerale olie. De zintuiglijk schone ondergrond bevat eveneens licht verhoogde gehalten aan diverse zware metalen en plaatselijk minerale olie. De zintuiglijk verontreinigde ondergrond bevat analytisch geen verhoogde gehalten. De toplaag van de bodem bevat daarnaast plaatselijk licht verhoogde gehalten aan drins. De gemeten gehalten overschrijden de achtergrondwaarden in geringe mate en worden gerelateerd aan het gebruik van de locatie door de jaren heen. Ter plaatse van de voormalige bovengrondse tank zijn geen olieproducten in gehalten boven de achtergrondwaarde gemeten. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat het gebruik van de tank niet heeft geleid tot een verontreiniging met olieproducten in grond. Analytisch is verder vastgesteld dat de bodem geen asbest bevat. De milieuhygienische kwaliteit van de grond vormt geen belemmering voor de geplande planologische procedure, aanvraag omgevingsvergunning en de geplande herontwikkeling van de locatie. Resultaten grondwater Het grondwater bevat plaatselijk een licht verhoogde concentratie aan barium.
Aangezien met betrekking tot de verhoogde concentratie geen antropogene bron bekend is, is barium vermoedelijk van nature in een verhoogde concentratie in het grondwater aanwezig. De gemeten concentratie overschrijdt de streefwaarde in geringe mate. Op het zuidelijk deel van de locatie bevat het grondwater een licht verhoogde concentratie aan minerale olie. De gemeten concentratie overschrijdt de streefwaarde in geringe mate. Een directe oorzaak is niet bekend. Ter plaatse van de voormalige bovengrondse tank bevat het grondwater een matig verhoogde concentratie aan minerale olie. De interventiewaarde wordt niet benaderd en/of overschreden. Vluchtige aromaten zijn niet verhoogd gemeten.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
37
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld Conclusies en aanbevelingen De opzet van het uitgevoerde onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek kan worden geconcludeerd dat er milieuhygiënisch gezien geen belemmeringen zijn voor de planologische procedure, aanvraag omgevingsvergunning en de geplande herontwikkeling van de locatie. De gestelde hypothese dat de voormalige tanklocatie als verdacht beschouwd kan worden ten aanzien van olieproducten is op basis van de verhoogde concentratie aan minerale olie in het grondwater juist gebleken. De gestelde hypothese dat de toplaag ter plaatse van de locatie als verdacht beschouwd kan worden ten aanzien van bestrijdingsmiddelen is op basis van de plaatselijk verhoogd gemeten gehalten aan is juist gebleken. De gestelde hypothese dat de locatie ten aanzien van overige chemische parameters als onverdacht beschouwd kan worden ten aanzien van chemische parameters is niet juist gebleken op basis van de aangetoonde licht verhoogde gehalten en concentraties aan zware metalen en minerale olie in zowel grond als grondwater. De gevolgde onderzoeksstrategie geeft echter een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie.
Bovendien vormen de gemeten gehalten (grond) en concentraties (grondwater) geen belemmering voor het toekomstige gebruik van de onderzoekslocatie, de geplande planologische procedure, de geplande aanvraag van een omgevingsvergunning en de geplande herontwikkeling van de locatie. De gestelde hypothese dat de locatie ten aanzien van de parameter asbest in bodem als verdacht kan worden aangemerkt is niet juist gebleken. Analytisch is vastgesteld dat de bodem geen asbest bevat. 5.2.3
Conclusie
De bodem wordt geschikt geacht voor het toekomstig gebruik van wonen met tuin. Het aspect bodem vormt daarmee geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling.
5.3
Luchtkwaliteit
5.3.1
Beoordelingskader
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. In bijlage 2 van de Wet milieubeheer staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Op grond van de Wet milieubeheer, gelet op artikel 5.16 lid 4 Wet Milieubeheer geldende de volgende regelingen:
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);
5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • •
woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
38
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld •
kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 5.3.2
Situatie plangebied
Gelet op de aard en omvang van dit project, in verhouding tot categorieën van gevallen zoals beschreven in paragraaf 5.3.1.1 kan worden gesteld dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Tevens wordt opgemerkt dat de functie (wonen) niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. 5.3.3
Conclusie
Gezien het vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.
5.4
Externe veiligheid
5.4.1
Algemeen
Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.
Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen, per buisleiding of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •
het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).
De regelgeving omtrent het vervoer van gevaarlijke stoffen via buisleiding is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
39
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is het tot een minimum beperken van risico’s waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.4.2
Situatie plangebied
Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 5.1 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied (rode contour) en omgeving weergegeven.
Afbeelding 5.1 Uitsnede Risicokaart (Bron: Risicokaart.nl)
Uit de inventarisatie blijkt dat de locatie: • • • •
5.4.3
zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Conclusie
Het bestemmingsplan is in overeenstemming met wet- en regelgeving inzake externe veiligheid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
40
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld
5.5
Milieuzonering
5.5.1
Algemeen
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • •
het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan of wijzigingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd.
5.5.2
Gebiedstypen
In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Een ‘gemengd gebied’ is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Het gebied waarin het plangebied zich bevindt is aan te merken als ‘gemengd gebied’. Dit vanwege het feit dat het plangebied zich nabij het centrum van Dedemsvaart bevindt. Er is sprake van functiemenging, aangezien er in de omgeving ruimte geboden wordt aan woon-, bedrijfs-, detailhandels en maatschappelijke functies.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
41
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
5.5.3
Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
Situatie plangebied
5.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd, wordt bij het realiseren van nieuwe functies gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe functies gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen en rol: 1. 2.
past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).
5.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. De functie ‘wonen’, is niet milieubelastend voor de omgeving. Gezien het vorenstaande resulteert de voorgenomen ontwikkeling niet in een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. 5.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de beoogde woningen hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. Nabij het plangebied zijn ten westen een aantal bedrijven en een maatschappelijke functie aanwezig. Op basis van het bestemmingsplan zijn op de nabijgelegen bedrijfspercelen enkel bedrijven van milieucategorie 1 en 2 toegestaan. Voor dergelijke bedrijvigheid geldt een grootste richtafstand van 10 meter. Deze nabijgelegen bedrijfspercelen liggen op ruim meer dan 100 meter van de te realiseren woningen. De milieubelasting van dergelijke bedrijvigheid is dusdanig beperkt dat woningen op korte afstand goed in te passen zijn zonder dat het woon- en leefklimaat onevenredig aangetast wordt. Omgekeerd worden deze omliggende functies niet door de gewenste woningen belemmerd.
Te meer, omdat er reeds woningen van derden op kortere afstand van deze bedrijven aanwezig zijn. Ten oosten van het plangebied zijn de Tuinen van Mien Ruys aanwezig, welke zijn voorzien van de bestemming ‘Groen – Park’. Deze gronden zijn met name bedoeld voor groenvoorzieningen en waterpartijen, voor bos als ook als wandelgebied met modeltuinen met bijbehorende educatieve voorzieningen. Tevens zijn er dagrecreatieve voorzieningen, horeca en detailhandel, ondergeschikt aan de bestemming en direct verband houdend met de uitoefening van de bedrijfsactiviteiten toegestaan. Voor dergelijke bedrijvigheid (ondergeschikte horeca of soortgelijke voorzieningen) geldt een grootste richtafstand van 10 meter. De te realiseren woningen liggen op meer dan 10 meter afstand van de voorgenoemde bedrijvigheid. Daarbij is (mede gebaseerd op de gevoerde participatie met deze tuinen door de ontwikkelaar) een forse groenstrook
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
42
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld (groene buffer, eveneens voorzien van een groenbestemming) opgenomen, ter bescherming van de belangen van deze tuinen. 5.5.4
Conclusie
Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er ter plaatse van het plangebied sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en omliggende bedrijven niet in de bedrijfsvoering worden belemmerd. Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend initiatief.
5.6
Ecologie
5.6.1
Algemeen
Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. 5.6.2
Gebiedsbescherming
5.6.2.1 Algemeen Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. 5.6.2.2 Situatie plangebied Natura 2000-gebied Het plangebied ligt niet in- of binnen een straal van drie kilometer van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft het ‘Vecht- en Beneden-Reggegebied’ op een afstand van circa 6,9 kilometer. Om te bepalen of de voorgenomen ontwikkeling leidt tot stikstofdepositie op Natura 2000gebieden is door BJZ.nu een AERIUS berekening (uitgevoerd in september 2023) uitgevoerd. Het bijbehorende rapport is als bijlage 2 bijgevoegd. In de komende alinea worden de belangrijkste conclusies uiteengezet. Uit de rekenresultaten van de Aerius-berekening blijkt dat er op geen van rekenpunten een depositie van boven de 0,00 mol/ha/j is gemeten. Hiermee zijn significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden uitgesloten. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van het onderdeel stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningplichtig is.
Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS) Het plangebied niet gelegen binnen de begrenzing van het NNN. De dichtstbijzijnde gronden die zijn aangemerkt als NNN zijn gelegen op meer dan 1,34 kilometer afstand van het plangebied. Gezien het feit dat sprake is van een ontwikkeling buiten het NNN en gezien de aard en omvang van dit plan wordt geconcludeerd dat er geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN.