Toelichting bestemmingsplan Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim
Tekst van het document
Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim
Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerhe im ontwerp
Inhoudsopgave
Toelichting
3
BJZ.nu Bestemmingsplannen
2
Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerhe im ontwerp
Toelichting
BJZ.nu Bestemmingsplannen
3
Bestemmingsplan
Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim
April 2024
Status: Vastgesteld
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’
Plan: Plantype: IMRO-nummer: Status: Datum:
Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim Bestemmingsplan NL.IMRO.0160.0000BP00400-VG01 Vastgesteld April 2024
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld
TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 6 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING ............................................................................................................................................... 6 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 6 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 6 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 7 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 8
HOOFDSTUK 2 DEDEMSVAART EN BESCHRIJVING PLANGEBIED...................................... 9 2.1 2.2
DEDEMSVAART ............................................................................................................................................ 9 BESCHRIJVING PLANGEBIED EN OMGEVING ...................................................................................................... 10
HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 12 3.1 3.2 3.3
INLEIDING................................................................................................................................................. 12 RUIMTELIJK CONCEPT.................................................................................................................................. 12 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 14
HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 17 4.1 4.2 4.3 4.4
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 17 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 21 REGIONAAL BELEID ..................................................................................................................................... 27 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 29
HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 36 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.9 5.10
GELUID (WET GELUIDHINDER) ...................................................................................................................... 36 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 37 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 38 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 39 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 41 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 43 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 44 WATERASPECTEN....................................................................................................................................... 46 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 49
HOOFDSTUK 6 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 51 6.1 6.2 6.3
INLEIDING................................................................................................................................................. 51 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 51 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 53
HOOFDSTUK 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 54 HOOFDSTUK 8 VOOROVERLEG, INSPRAAK & ZIENSWIJZEN ........................................ 55 8.1 8.2 8.3
VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 55 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 55 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 56
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 57 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2
VERKENNEND BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 58 AERIUS BEREKENING ......................................................................................................................... 59
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5
QUICK SCAN FLORA EN FAUNA .............................................................................................................. 60 WATERTOETSRESULTAAT ..................................................................................................................... 61 NOTA ZIENSWIJZEN ............................................................................................................................ 62
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Voorliggend plan heeft betrekking op het bedrijfsperceel van de kwekerij ‘Moerheim’ in Dedemsvaart. Het betreft een grotendeels braakliggend perceel van circa 2,6 ha, met daarop voormalige bedrijfsbebouwing met fors achterstallig onderhoud. De kwekerij is niet meer als zodanig in gebruik en aangezien de omgeving van het plangebied zich kenmerkt als woongebied is het wenselijk dat het perceel wordt voorzien van een duurzame vervolgfunctie en hiermee de bedrijfsmatige mogelijkheden ter plaatse komen te vervallen. Initiatiefnemer is daarom voornemens de vervallen bedrijfsbebouwing te slopen en hiervoor in de plaats 36 grondgebonden koopwoningen te realiseren. Het betreffen 3 vrijstaande woningen, 4 twee-onder-een-kap woningen en 29 geschakelde woningen. Tot slot wordt opgemerkt dat de bestaande bedrijfs- en recreatiewoning (welke zijn gelegen aan de wegzijde) eveneens zullen worden voorzien van een passende woonbestemming. Omdat deze voorgenomen herontwikkeling niet in overeenstemming is met de geldende bestemmingsplannen, is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. In voorliggend bestemmingsplan wordt aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt net buiten het centrum van de kern Dedemsvaart, aan de Moerheimstraat. Kadastraal is het plangebied bekend als Avereest, sectie H, nummers 5496, 5917, 5148, 5916, 5714 en 5729. De ligging van het plangebied in de kern Dedemsvaart en de ligging ten opzichte van de directe omgeving wordt weergegeven in afbeelding 1.1.
Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Dedemsvaart en de nabije omgeving (Bron: PDOK)
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ bestaat uit de volgende stukken: • •
verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0160.0000BP00400-VG01) en een renvooi; regels. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld Op de verbeelding is de bestemming van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Huidig planologisch regime
1.4.1
Algemeen
Het plangebied is gelegen binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen “Bestemmingsplan Dedemsvaart” (op 18 februari 2014 vastgesteld) en “Facetherziening parkeren Hardenberg” (vastgesteld op 17 juli 2018). In afbeelding 1.2 zijn uitsneden van de verbeelding opgenomen.
Afbeelding 1.2 Uitsneden verbeeldingen geldende bestemmingsplannen (Bron: Gemeente Hardenberg)
1.4.2
Beschrijving bestemmingen
De gronden ter plaatse van het plangebied hebben de bestemming ‘Bedrijf’ en ‘Groen’. De bedrijfsbestemming is tevens voorzien van een bouwvlak en van een functieaanduiding ‘kas’ (deels) en ‘tuincentrum’. ‘Bedrijf’ Gronden met deze bestemming zijn onder meer bestemd voor bedrijven en instellingen behorende tot milieucategorie 1 en 2, wonen in bedrijfswoningen en daarbij behorende voorzieningen. Ter plaatse is eveneens een tuincentrum toegestaan. Dit houdt in het verkopen van planten en aanverwante artikelen, een hoveniersbedrijf, een kwekerij van gewassen ten behoeve van hoveniersbedrijven/tuincentra en het houden van exposities, ondergeschikte horeca en detailhandel direct verband houden met de uitoefening van de bedrijfsactiviteiten zijn tevens toegestaan. Wonen is uitsluitend toegestaan in bedrijfswoningen. Hierbij dient de bewoner van de bedrijfswoning binding te hebben met het bedrijf ter plaatse. Eveneens is een recreatiewoning in het gebied toegestaan (vergunde en toegestane situatie uit het verleden).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld
‘Groen’ De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor met name groenvoorzieningen en waterpartijen, als ook fiets- en voetpaden, speelvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen en verkeers- en verblijfsvoorzieningen. Strijdigheid Gelet op de beschrijving van bovenstaande bestemmingen is het realiseren van 36 grondgebonden reguliere woningen daarmee niet mogelijk, het is immers in strijd met de geldende bouw- en gebruiksregels, uit voorgenoemde bestemmingen. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken, dient het bestemmingsplan herzien te worden. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin en schept een nieuw planologisch kader voor de toekomstige situatie. Tot slot wordt opgemerkt dat de bestaande bedrijfs- en recreatiewoning eveneens zullen worden voorzien van een passende woonbestemming.
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de kern Dedemsvaart en wordt tevens een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van rijk, provincie en de gemeente Hardenberg beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 8 gaat in op vooroverleg en de inspraak.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld
HOOFDSTUK 2 2.1
DEDEMSVAART EN BESCHRIJVING PLANGEBIED
Dedemsvaart
Afgezien van kleine verveningen voor eigen gebruik, begon het afgraven van veen in Noord-Overijssel vrij laat, namelijk in het begin van de negentiende eeuw. Voor de afvoer van turf en de afwatering was het graven van een kanaal noodzakelijk. In 1808 is begonnen met het graven van het kanaal: de Dedemsvaart. In 1827 was het kanaal doorgetrokken tot Ane bij de Vecht. Opmerkelijk is dat juist ter plaatse van de huidige nederzetting Dedemsvaart het beloop van het kanaal niet de rechte, strakke opzet kent zoals dat ten westen en ten oosten van Dedemsvaart het geval is. Er is sprake van een aantal scherpe knikken in het beloop van het kanaal. Feitelijk zijn hier twee kanalen parallel aan elkaar gegraven: de zuidelijk gelegen Hoofdvaart en de ten noorden daarvan gelegen Lange Wijk. Vermoedelijk is dit het gevolg van de stagnatie die bij de vervening optrad en de afzonderlijke verveningsactiviteiten die aan het graven van het kanaal vooraf gingen. Rond 1900 zijn vrijwel alle veengronden in de directe omgeving van Dedemsvaart afgegraven. Alleen ten noordwesten en ten zuiden van Dedemsvaart worden nog gronden verveend. Langs de Hoofdvaart en de Lange Wijk is de hoeveelheid bebouwing destijds sterk toegenomen. Vooral in de omgeving van de Kalkwijk, die een verbinding vormt tussen beide eerdergenoemde kanalen, is de concentratie van bebouwing in het lint sterker dan elders.
Naast de agrarische activiteiten zijn ook andere vormen van bedrijvigheid ontstaan: vier scheepswerven, drie kalkovens en de kwekerij Moerheim. In 1950 zijn alle veengronden verdwenen. De landbouw rondom Dedemsvaart is volledig gericht op akkerbouw. De bebouwing is verder toegenomen. Dit is vooral langs de kanalen en dwarswijken het geval. Bij de Hoofdvaart rondom de Kalkwijk tekent zich de eerste kernvorming af. De meeste wegen zijn verhard. De doorgaande wegen lopen langs de Lange Wijk en de Hoofdvaart. Het water speelt nog steeds een rol voor het transport. De tramlijn is verdwenen. Tot 2000 is de bebouwing van Dedemsvaart sterk uitgebreid; in eerste instantie tussen de Lange Wijk en de Hoofdvaart, maar later ook ten zuiden van de Hoofdvaart. Vergeleken met de situatie in 1950 wordt een zeer groot oppervlak in gebruik genomen door stedelijke functies (wonen, werken en voorzieningen). Bij de Rollepaal is een vrij omvangrijk bedrijventerrein tot ontwikkeling gekomen. De landbouwgronden in de omgeving bestaan vooral uit bouwland, maar ook weilanden zijn aanwezig. De ontsluiting van Dedemsvaart heeft grote veranderingen ondergaan. Dit betreft in de eerste plaats de aanleg van de N377. Hierdoor is het doorgaande verkeer uit Dedemsvaart verdwenen. De kanalen en wijken hebben hun transportfunctie geheel verloren.
Ten behoeve van de afwatering is het Ommerkanaal doorgetrokken langs de N377. In afbeelding 2.1 is de ontwikkeling van Dedemsvaart in de afgelopen eeuw weergegeven. Het plangebied is indicatief met rode ster weergegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld
Afbeelding 2.1 Historische ontwikkelingen van Dedemsvaart, en specifiek ook de Moerheim-locatie (Bron: Topotijdreis.nl)
2.2
Beschrijving plangebied en omgeving
Het plangebied is centraal in kern Dedemsvaart gelegen, aan de Moerheimstraat. Het is daarnaast nabij de Tuinen van Mien Ruys gesitueerd. De ruimtelijke structuur van de omgeving wordt voornamelijk gevormd door de watergang Hoofdvaart, die in oost-westelijke richting door Dedemsvaart loopt. De functionele structuur van de omgeving is divers. Het plangebied ligt nabij verschillende centrumfuncties, maar ook in een overwegende woonomgeving. Aan de Moerheimstraat is onder meer detailhandel en bedrijvigheid gevestigd, maar ook vele woonfuncties. Het plangebied bestaat uit voormalige bedrijfsgebouwen, kassen en voor het overige is het plangebied onbebouwd en bestaat het uit grasland, gronden tot voorheen in gebruik door de kwekerij als ook de noodzakelijke erfverharding. Ten noorden van het plangebied ligt een forse woonwijk, ten oosten van het plangebied wordt het begrenst door de Tuinen van Mien Ruys, ten zuiden wordt het plangebied begrensd door de infrastructuur van de Moerheimstraat en de daaraan gelegen Hoofdvaart. Tenslotte wordt het plangebied ten westen omgeven door deels bebouwing en deels groenstructuren/bebossing. De huidige situatie van het plangebied is in afbeelding 2.2 weergegeven op een luchtfoto. In afbeelding 2.3 zijn straatbeelden opgenomen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld
Afbeelding 2.2 Luchtfoto ligging plangebied (Bron: Provincie Overijssel)
Afbeelding 2.3 Straatbeelden huidige situatie (Bron: Google Maps)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld
HOOFDSTUK 3 3.1
PLANBESCHRIJVING
Inleiding
Op de Moerheim-locatie in Dedemsvaart, net buiten het centrumgebied van Dedemsvaart, bevindt zich een bedrijfslocatie waar voorheen een kwekerij gevestigd was. Dit bedrijf wordt als zodanig echter niet meer geëxploiteerd, het betreft een grotendeels braakliggend perceel van circa 2,6 ha, met daarop voormalige bedrijfsbebouwing met fors achterstallig onderhoud. Gezien vorenstaande is door initiatiefnemer naar een passende vervolgfunctie voor deze locatie gezocht. Gelet op de omliggende woongebieden is het wenselijk dat de huidige bedrijfsbestemming ter plaatse komt te vervallen, en is invulling van het plangebied met grondgebonden woningen (op voldoende afstand van de omliggende functies rondom het plangebied) een wenselijke invulling. Initiatiefnemer is daarom voornemens de vervallen bedrijfsbebouwing te slopen en hiervoor in de plaats 36 grondgebonden woningen te realiseren. Op deze plaats wordt eveneens vermeldt dat de pakschuur in het plangebied niet wordt gesloopt wordt maar elders een nieuw leven krijgt. Deze wordt dus zodanig afgebroken dat deze gemakkelijk elders weer op te bouwen is. De pakschuur is immers een gebouw dat weliswaar geen monumentenstatus heeft maar wel als karakteristiek gebouw benoemd is. Wat betreft de nieuwbouw, dit betreffen 3 vrijstaande woningen (koop), 4 twee-onder-een-kap woningen (koop) en 29 geschakelde woningen (koop).
Het gaat om het realiseren van circa 36 grondgebonden gelijkvloerse woningen (seniorengeschikt), conform de Woonvisie van de gemeente (zie de toetsing in hoofdstuk 4) is bij woningbouwinitiatieven in en rond het centrum van Hardenberg en Dedemsvaart het streven ‘Woonkeur Basis’ als gewenste nieuwbouwkwaliteit qua levensloopgeschiktheid en het realiseren van bijbehorende openbare ruimte. Tot slot wordt opgemerkt dat de bestaande bedrijfs- en recreatiewoning eveneens zullen worden voorzien van een passende woonbestemming.
3.2
Ruimtelijk concept
Gelet op vorenstaande is gezocht naar een geschikte herontwikkeling van het gebied. Hiertoe is een schetsontwerp opgesteld, zoals opgenomen onderstaande afbeelding. Dit schetsontwerp bevat een indicatie van de gewenste ontwikkeling. In afbeelding 3.1 is een verkavelingstekening weergegeven, waarop eveneens de profielen en maten zichtbaar zijn.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld
Afbeelding 3.1 Impressie van de gewenste verkaveling (Bron: Roelofs Infra en Ter Steege)
Ten aanzien van het plangebied zelf wordt opgemerkt dat het voornemen (de aard en omvang van het aantal woningen, alsmede de typologie woningen en ook de goot- en bouwhoogte) vanuit stedenbouwkundig opzicht qua volume goed past binnen de omgeving. Eveneens is bij de inrichting van de percelen rekening gehouden met de wensen voortvloeiend uit de zienswijzen op het ontwerp-bestemmingsplan. Het plangebied wordt, hierbij wordt verwezen naar de plankaart, in de toekomst groen ingericht, waarbij voldoende ruimte is voor groen en parkeren. Door deze wijze van bestemmen ontstaat er planologisch gezien meer groene ruimte om de bebouwing heen, dit draagt dit bij aan een betere inbedding van de bouwvolumes in de context. Eveneens wordt (na gevoerde participatie met de buurt) er een forse groenstrook aan de oostelijke zijde van het plangebied aangelegd, om zo voldoende afstand te creëren en daarmee bescherming te garanderen tot en voor de tuinen van Mien Ruys (zie ook de paragraaf 5.5 milieuzonering). Voor een verdere weergave van het aspect ‘participatie’ wordt verwezen naar hoofdstuk 8 van deze toelichting. De woningen kunnen mogelijk worden gemaakt, omdat het plangebied in een overwegende woonomgeving is gelegen. De parkeerbehoefte kan op eigen erf en in directe omgeving worden opgelost, zie ook paragraaf 3.3.
Wat betreft de aansluiting van het plangebied richting de Kraagroos, wordt opgemerkt dat deze uitsluitend is bedoeld voor langzaamverkeer en in geval van calamiteiten voor hulpdiensten. Dit is verankerd in dit bestemmingsplan middels de aanduiding ‘langzaam verkeer’ ter plaatse van de ontsluiting richting de Kraagroos, teneinde ook planologisch te borgen dat uitsluitend langzaam verkeer en nooddiensten deze ontsluiting mogen gebruiken, en dat ander gebruik strijdig is met de bestemming. Het totale plangebied zal op verantwoorde wijze worden vormgegeven waarbij rekening wordt gehouden met de historische context van het bebouwingslint. Bij de uitwerking van de planontwikkeling wordt rekening gehouden met het waardevolle karakter van de omgeving, zowel qua positionering van de bebouwing als het stedenbouwkundige ontwerp (materialisering, kleurstelling etc., civieltechnische uitwerking, inrichting en openbare ruimte).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld
3.3
Verkeer en parkeren
3.3.1
Algemeen
Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de effecten op de verkeersgeneratie en parkeerbehoefte die ontstaat door de nieuwe ontwikkeling. Voor de berekening van de verkeersgeneratie kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor heeft het CROW de publicatie ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ opgesteld. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Voor de berekening van de parkeerbehoefte kan gebruik worden gemaakt van de beleidsregel ‘Parkeernormennota Hardenberg 2017’ d.d. 11-2017. 3.3.2
Verkeersaspecten
Het te realiseren voornemen brengt een bepaald aantal verkeersbewegingen met zich mee. Het aantal verkeersbewegingen heeft invloed op de verkeersafwikkeling en verkeersstromen in de omgeving van het plangebied en dient daarom in ogenschouw worden genomen. Om het aantal verkeersbewegingen te bepalen is gebruik gemaakt van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’ van CROW. De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd: • •
Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk / gemeente Hardenberg (Bron: CBS Statline) Stedelijke zone: rest bebouwde kom
In de CROW publicatie is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet met een minimum en een maximaal aantal verkeersbewegingen. In voorliggend geval is uitgegaan van het minimum, conform de werkwijze van de gemeente Hardenberg. Het betreffen 3 vrijstaande woningen (koop), 4 twee-onder-een-kap woningen (koop) en 29 geschakelde woningen (koop). Het betreffen maximaal 36 woningen in 3 typen, maar in het kader van een worst-case verkeersscenario is gerekend met de hoogste verkeersgeneratie, behorende bij de functie: koop, huis, vrijstaand. Op basis van de vorenstaande uitgangspunten ontstaat qua verkeersgeneratie als gevolg van het project het volgende beeld: Functie Koop, huis, vrijstaand (worstcase)
Verkeersgeneratie 7,8
Aantal te realiseren woningen 36
Totale verkeersgeneratie 280,8
De totale verkeersgeneratie voor de 36 te realiseren woningen komt neer op afgerond 281 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Tot slot wordt opgemerkt dat de bestaande bedrijfs- en recreatiewoning eveneens zullen worden voorzien van een passende woonbestemming, deze verkeersgeneratie betreft bij elkaar opgeteld 16 verkeersbewegingen, maar deze bestaan in de bestaande situatie echter reeds, dus behoeven daarom geen nadere toetsing. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het toevoegen van 36 woningen. Het is evident dat een dergelijke ontwikkeling gepaard gaat met een toename van het aantal verkeersbewegingen. De Moerheimstraat en de hierop aansluitende wegen zijn echter in voldoende mate ingericht om de toename in het aantal verkeersbewegingen veilig en snel af te kunnen wikkelen. De Moerheimstraat is een weg met een gewenste maximale intensiteit van 3500 voertuigen. De huidige intensiteiten op de Moerheimstraat bedragen ± 1400 mvt/etmaal. De extra verkeersgeneratie kan dus ruim opgevangen en verwerkt worden. Daarbij wordt nog opgemerkt dat in de huidige situatie er planologisch een bedrijfsbestemming aanwezig is, dit ten behoeve van een kwekerij en een kassencomplex en een hoveniersbedrijf. Het betreft een perceel van circa 2,6 ha, met
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld daarop voormalige bedrijfsbebouwing welke aangewend kan worden voor bedrijfsactiviteiten. Deze bedrijvigheid kent ook een bepaalde verkeersgeneratie, zodat een en ander met elkaar vergelijkend de toename aan verkeersstromen acceptabel is. Het aspect verkeer vormt daarmee geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 3.3.3
Parkeren
Om de totale parkeerbehoefte te bepalen is gebruik gemaakt van de beleidsregel ‘Parkeernormennota Hardenberg 2017’ d.d. 11-2017. Deze bevat de parkeernormering van de gemeente Hardenberg. Parkeervoorzieningen moeten in eerste instantie op het eigen erf c.q. binnen het plangebied worden aangebracht. Voor de woningen in het plangebied is conform het beleid het minimale kencijfer van het CROW voor de ‘rest bebouwde kom’ in ‘weinig stedelijk’ gebied van toepassing. In voorliggend initiatief leidt dit voor de woningen tot de volgende bruto parkeerbehoefte: • • •
3 vrijstaande woningen (koop) * 1,9 parkeerplaats = 5,7 parkeerplaatsen 4 twee-onder-een-kap woning (koop) * 1,8 parkeerplaats = 7,2 parkeerplaatsen 29 geschakelde woningen (koop) * 1,8 parkeerplaats = 52,2 parkeerplaatsen
Totaal benodigde parkeerplaatsen = 65,1 parkeerplaatsen, afgerond 66. De bruto parkeerbehoefte van het deelgebied met woningen is daarmee afgerond 66 parkeerplaatsen. Hiervan zijn er (36 * 0,3) 10,8 bestemd voor bezoekers van de woningen en 54,3 voor de bewoners. Het deelgebied met woningen kent op basis van de gemeentelijke berekeningsaantallen de volgende parkeercapaciteit op eigen terrein: • • •
3 vrijstaande woning enkele oprit met garage * 1,0 = 3,0 parkeerplaatsen 4 twee-onder-een-kapwoning enkele oprit met garage * 1,0 = 4,0 parkeerplaatsen 29 geschakelde woningen enkele oprit met garage * 1,0 = 29,0 parkeerplaatsen
Totaal benodigde parkeercapaciteit eigen terrein = 36,0 parkeerplaatsen Dit betekent dat er in de openbare ruimte bruto (65,1 – 36 =) 29,1 (afgerond 30) parkeerplaatsen beschikbaar moeten zijn. Hiervan zijn (54,3 – 36,0 =) 18,3 parkeerplaatsen bestemd voor bewoners en 10,8 parkeerplaatsen voor bezoekers. Deze parkeerplaatsen komen in aanmerking voor dubbelgebruik. Op basis van de aanwezigheidspercentages uit de gemeentelijke parkeernormennota, volgt een parkeereis van 26 parkeerplaatsen in de openbare ruimte (zie onderstaande tabel 1).
Verspreidt over het plangebied zijn 30 openbare parkeerplaatsen (voorzien van een verkeersbestemming) opgenomen. De minimale parkeereis is om 26 parkeerplaatsen te faciliteren. Vanuit comfort zijn er nog 4 extra parkeervakken opgenomen in het plan. Gesteld kan worden dat er binnen het plangebied meer dan genoeg ruimte om in de eigen parkeerbehoefte en de parkeerbehoefte van bezoekers te voorzien, zoals tevens weergegeven in afbeelding 3.1. Het aspect parkeren vormt dan ook geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld Tot slot wordt opgemerkt dat de bestaande bedrijfs- en recreatiewoning eveneens zullen worden voorzien van een passende woonbestemming, deze parkeerbehoefte is er in bestaande situatie echter ook reeds, en kan zowel nu als in de toekomst eenvoudig op eigen perceel worden opgelost.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld
HOOFDSTUK 4
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald op de verbeelding en in de regels.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie
Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2.
Duurzaam economisch groeipotentieel
Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede kwaliteit van leven. Belangrijk is dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.
Sterke en gezonde steden en regio's
Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector in de vorm van duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
Combinatie van functies gaat voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte;
2.
Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere;
3.
Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties.
4.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
In de SVIR (voorganger NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.2
Toetsing aan het rijksbeleid
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de NOVI. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' geldt dat toetsing noodzakelijk is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Er is geen ondergrens bepaald voor wat een 'stedelijke ontwikkeling' is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. a.
11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld b.
12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953).
In dit geval gaat het om de realisatie van 36 grondgebonden woningen (3 vrijstaande woningen (koop), 4 tweeonder-een-kap woningen (koop) en 29 geschakelde woningen (koop)). Tot slot wordt opgemerkt dat de bestaande bedrijfs- en recreatiewoning eveneens zullen worden voorzien van een passende woonbestemming, deze woningen zijn er echter in bestaande situatie echter ook reeds, daarom kan gesteld worden dat dit geen extra toevoeging van woningen betreft. Gezien bovenstaande voornemen is er sprake van een stedelijke ontwikkeling dan wel dat er sprake is van het toestaan van permanente bewoning. Hierna wordt op de ladder ingegaan ten aanzien van de ontwikkelingen. Artikel 3.1.6 lid 2 van de Bro geeft aan dat de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voldoen aan een aantal voorwaarden: • •
er wordt beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte; indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Er is sprake van een wisselende aantrekkingskracht van Hardenberg op inwoners van regiogemeenten. Het ligt niet in de lijn der verwachtingen dat dit in de komende jaren zal veranderen. Per saldo groeit het aantal inwoners binnen de gemeente. Met name de laatste tijd stijgt het aantal inwoners door toename van de binnenlandse migratie door instroom vanuit andere Nederlandse gemeenten. De groei van het aantal woningen is mede gericht op een instroom vanuit de regio, om gezamenlijk met de regio de grote woningvraag op te vangen. Met name de instroom vanuit de grensgemeenten is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Daarnaast valt op dat de instroom vanuit Randstedelijke provincies redelijk constant was, maar dat deze in 2020 is toegenomen ten opzichte van de jaren daarvoor. Mogelijk dat corona hierbij een rol speelt; de afstand tussen werk en woonplaats is vanwege het thuiswerken voor steeds meer mensen minder belangrijk. De gemeente Hardenberg maakt, samen met Ommen en Dalfsen, deel uit van de bestuurlijke regio WestOverijssel subregio Vechtdal. Naast de kern Hardenberg richten een paar voorzieningendorpen zich, naast de autonome woningvraag, ook op de vraag vanuit de regio.
Het plan is met name bedoeld om te voorzien in de woningbehoefte van lokale bevolking in de gemeente Hardenberg en dan specifiek bedoeld om te voorzien in de woningbehoefte van lokale bevolking van Dedemsvaart. Het ruimtelijk verzorgingsgebied zal daarmee dus voornamelijk bestaan uit de gemeente Hardenberg zelf en dan meer specifiek het dorp Dedemsvaart en omliggende woonbuurten. Beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling Algemeen Met voorliggend bestemmingsplan wordt voorzien in 36 woningen in Dedemsvaart. De gemeente beschikt over een eigen actueel Programma Wonen, welke is opgesteld voor de periode 2019-2025. In het programma wordt met name op de kwalitatieve behoefte ingegaan. Kwantitatieve behoefte De actuele woningbehoefte is in beeld gebracht in het woningmarktonderzoek van mei 2022, uitgevoerd door Companen. In de gemeente Hardenberg is sprake van een stabiele toenemende bevolkingsontwikkeling. De komende jaren blijft de bevolking van de gemeente Hardenberg groeien. Uiteraard zal het aantal ouderen toenemen door de vergrijzing, maar het aantal gezinnen blijft in de komende jaren stabiel. Daarnaast is sprake van een toename van de instroom van vestigers. In de afgelopen jaren is het aantal vestigers in de gemeente toegenomen. Deze vestigers spelen een belangrijke rol in de groei van de bevolking.
De meeste vestigers komen uit de naastgelegen gemeenten en Zwolle. De instroom vanuit de Randstedelijke provincies is beperkt maar nam de afgelopen jaren wel toe (van 9% in 2015 naar 15% in 2020). Vestigers lijken zich in de afgelopen jaren iets meer op de bestaande voorraad te richten dan op de nieuwbouw. Het aandeel vestigers in de nieuwbouw is in 2020 wel sterk toegenomen en ligt voor het eerst op een vergelijkbaar niveau als in de bestaande bouw.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld In Nederland zijn tot en met 2030 in totaal 900.000 woningen nodig. Minimaal 42.300 van deze woningen moeten worden gerealiseerd in provincie Overijssel. In de regionale Woondeal West-Overijssel (december 2022) is afgesproken dat West-Overijssel zich, in samenwerking met corporaties en marktpartijen, inzet voor de realisatie van minimaal 28.200 woningen tot en met 2030. In de regionale woonagenda West-Overijssel is de ambitie opgenomen om tot en met 2030 40.000 woningen toe te voegen. Die ambitie blijft als ambitie overeind. In de Woondeal hebben de provincie en de WestOverijsselse gemeenten met het Rijk afspraken gemaakt over 28.200 woningen. Op basis van de Woondeal West-Overijssel 2022 in het programma wonen is de kwantitatieve woningbehoefte nader bepaald. In de regionale Woondeal West-Overijssel (2022) is bepaald dat de opgave (basisinspanning) in West-Overijssel tot 2030 bestaat uit minimaal 28.200 woningen. Daarnaast geldt er een extra ambitie van circa 12.000 waarmee de totale opgave uitkomt op circa 40.000 woningen. De totale plancapaciteit in WestOverijssel tot en met 2030 (harde en zachte plannen) bestaat uit 34.100 woningen. Met een netto plancapaciteit van 34.100 voldoet West-Overijssel ruimschoots aan de opgave om tot en met 2030 28.200 woningen toe te voegen.
Hiervan zijn reeds 11.010 (peildatum december 2022) plannen hard. Door de komende jaren wordt ingezet op het hard maken van plannen. De zachte plancapaciteit betreft de plannen die nog niet concreet opgenomen zijn in de programmering. De gemeente Hardenberg is één van de weinige gemeenten in de omgeving die groeit. Nieuwbouw is noodzakelijk om aan de regionale en lokale woningvraag te kunnen voldoen. Uit de woonvisie blijkt dat er volgens de prognose tussen 2019-2029 behoefte is aan ruim 1.600 nieuwe woningen. Daarnaast wordt gesteld dat de capaciteit nog verder zal moeten groeien om aan de regionale doelstellingen te kunnen voldoen, die hoger ligt dan de behoefte zoals geschetst in de woonvisie en welke meer recent is. Omdat Hardenberg als groeigemeente wordt aangemerkt, is het aannemelijk om te stellen dat een aanzienlijk deel van de regionale behoefte in de gemeente Hardenberg dient te worden gerealiseerd. Er is dus ruimte om de plancapaciteit te verhogen, zoals ook is vastgelegd in de Omgevingsvisie Landstad Hardenberg. Hiermee wordt geconcludeerd dat er sprake is van een kwantitatieve behoefte. Met de voorgenomen ontwikkeling (36 woningen voor de lokale behoefte) wordt voor een deel voorzien in deze behoefte. Hiermee wordt geconcludeerd dat er sprake is van een kwantitatieve behoefte.
Kwalitatieve behoefte Wat betreft deze behoefte zijn met name de woningen van belang om te toetsen. In de gemeentelijke woonvisie wordt met name op de kwalitatieve behoefte ingegaan. De gemeente Hardenberg richt zich met name op starters, het in beweging krijgen van doorstromers en geschikte woningen voor senioren. Doorstromers vormen de grootste groep op de woningmarkt. Hardenberg is een echte gezinsgemeente. In deze levensfase zijn huishoudens op zoek naar een ruimere woning of wil men doorstromen van een huurnaar een koopwoning. Het aanbod aan ruime grondgebonden koopwoningen dat vanuit de bestaande voorraad op de markt komt, is te klein om te voorzien in de verwachte vraag. In mei 2022 heeft de gemeente Hardenberg een woonwensenonderzoek gehouden onder de gehele bevolking. Hieruit blijkt dat de huishoudens die verhuisgeneigd zijn, vooral op zoek zijn naar eengezinswoningen en de ouderen voor een groot deel naar seniorenwoningen (levensloopbestendige woningen). In de woonvisie wordt deze wens vertaald naar een productie van woningen die senioren-geschikt zijn, in en om het centrum van de stad Hardenberg. Daarnaast is er ook zeker een groeiende behoefte aan betaalbare koopwoningen zowel in de grotere als in de kleine kernen. Voor de grote behoefte aan eengezinswoningen is binnen bestaand stedelijk gebied geen ruimte meer beschikbaar.
Voorliggend plan voorziet in een gevarieerd programma: het betreffen 3 vrijstaande woningen (koop), 4 tweeonder-een-kap woningen (koop) en 29 geschakelde woningen (koop). Het zijn in beginsel levensloop bestendige (seniorengeschikte) woningen, maar zijn ook geschikt voor een brede doelgroep waaronder 1- en 2-persoonshuishoudens en eventueel gezinnen. Daarmee wordt in woningtypen voorzien waar nu en in de nabije toekomst behoefte aan is. Geconcludeerd wordt dat de gewenste ontwikkeling passend is binnen de kwalitatieve woningbehoefte. Ligt de stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied?
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld Dit bestemmingsplan voorziet in de planologische kaders voor de herontwikkeling van een bestaand bedrijfsperceel naar een meer passend woongebied. Op basis van de geldende bestemmingsplannen hebben de gronden in het plangebied reeds een bestemming op basis waarvan stedelijke functies zijn toegestaan. Hiermee is sprake van een stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied. Conclusie ladder van duurzame verstedelijking Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de gewenste ontwikkelingen in overeenstemming zijn met de ladder van duurzame verstedelijking.
4.1.3
Conclusie toetsing aan het rijksbeleid
Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het rijksbeleid.
4.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In 2017 is de Omgevingsvisie en –verordening 2017 vastgesteld. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of ‘rode draden’ bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. 4.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 4.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. 2. 3.
Of - generieke beleidskeuzes; Waar - ontwikkelingsperspectieven; Hoe - gebiedskenmerken.
Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld 4.2.3.1 Of - generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn.
Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, Gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 4.2.3.2 Waar – ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst.
4.2.3.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag ‘hoe’ een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld
Afbeelding 4.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
4.2.4
Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of - Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) en artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan.. 2.1.3
Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik
Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: •
•
dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.
In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip ‘groene omgeving’ nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip ‘bestaand bebouwd gebied’ gedefinieerd als: de gronden die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerpbestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel De ontwikkeling betreft een binnenstedelijke herontwikkeling die voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Het plangebied is gelegen binnen het gebied dat wordt gerekend tot het bestaand bebouwd gebied van de kern Dedemsvaart. Ter plaatse is sprake van een ontwikkeling die zowel functioneel als ruimtelijk c.q. stedenbouwkundig passend is. Tot slot wordt opgemerkt dat de bestaande bedrijfs- en recreatiewoning eveneens zullen worden voorzien van een passende woonbestemming (dan wel dat permanente bewoning wordt geregeld), deze woningen zijn er echter in bestaande situatie echter ook reeds, daarom kan gesteld worden dat dit geen extra toevoeging van woningen betreft. Op basis van de geldende bestemmingsplannen kunnen de gronden in het plangebied reeds benut worden voor stedelijke functies. Daarnaast is het plangebied ook op basis van het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief en het ter plekke geldende gebiedskenmerk van de ‘Stedelijke laag’ aangemerkt als bestaand bebouwd gebied. In verband hiermee is het voorliggende bestemmingsplan in overeenstemming met artikel 2.1.3 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.2.2 1.
2.
Realisatie nieuwe woningen Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming.
Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Voorliggend plan omvat het realiseren van in totaal 36 woningen. Het betreffen 3 vrijstaande woningen (koop), 4 twee-onder-een-kap woningen (koop) en 29 geschakelde woningen (koop). Het gebied is aan te merken als inbreidingslocatie. Opgemerkt wordt dat de woningen zijn bedoeld voor de lokale behoefte, daarbij wordt in paragraaf 4.3.3 getoetst aan de gemeentelijke woonvisie, maar deze voorzien ook deels in de woningbouwbehoefte uit de regio. Hieruit blijkt dat de gewenste ontwikkeling passend is binnen het woonbeleid en de geldende woonafspraken. Tot slot wordt opgemerkt dat de bestaande bedrijfs- en recreatiewoning eveneens zullen worden voorzien van een passende woonbestemming (dan wel dat permanente bewoning wordt toegestaan), deze woningen zijn er echter in bestaande situatie echter ook reeds, daarom kan gesteld worden dat dit geen extra toevoeging van woningen betreft, zie ook paragraaf 4.3.1 voor de onderbouwing van de behoefte. Op deze plaats wordt gesteld dat de ontwikkeling in overeenstemming met de gemeentelijke woonvisie is. In verband hiermee is het voorliggende bestemmingsplan in overeenstemming met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel.
4.2.4.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. In de stedelijke omgeving is de uitdaging om de economische centra bereikbaar te houden en door herstructurering de kwaliteit van de woonomgevingen en bedrijfslocaties te vergroten. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld
Afbeelding 4.2 Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
‘Woon en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’ De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toetsing van het initiatief aan de ‘Ontwikkelingsperspectieven’ Binnen gebieden met het ontwikkelingsperspectief ‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’ is ruimte voor herstructurering, inbreiding en transformatie.
Voorliggend plan voorziet in een gevarieerd programma: het betreffen 3 vrijstaande woningen (koop), 4 twee-onder-een-kap woningen (koop) en 29 geschakelde woningen (koop). Het zijn in beginsel levensloop bestendige (seniorengeschikte) woningen, maar zijn ook geschikt voor een brede doelgroep waaronder 1- en 2-persoonshuishoudens en eventueel gezinnen. Deze beoogde functie wordt zowel vanuit ruimtelijk als functioneel oogpunt aanvaardbaar geacht op deze locatie, aangezien de functie wonen nabij het plangebied veelvuldig aanwezig is. Tot slot wordt opgemerkt dat de bestaande bedrijfs- en recreatiewoning eveneens zullen worden voorzien van een passende woonbestemming (dan wel dat permanente bewoning wordt toegestaan), deze woningen zijn er echter in de bestaande situatie al aanwezig, daarom kan gesteld worden dat dit geen extra toevoeging van woningen betreft. Geconcludeerd wordt dat het ontwikkelingsperspectief ‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’ zich niet verzet tegen de voorgenomen herontwikkeling. 4.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor