Toelichting bestemmingsplan Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim
Tekst van het document
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
43
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld 5.6.3
Soortenbescherming
5.6.3.1 Algemeen Wat betreft de soortbescherming is de Wet natuurbescherming van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. Natuurbank Overijsel heeft een quickscan natuurwaarden uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek is verwerkt in de komende paragraaf. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar de onderzoeksrapportage welke is opgenomen in bijlage 3 bij deze toelichting. 5.6.3.2 Quickscan natuurwaardenonderzoek De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- en voortplantingsplaats, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en nestelen er vogels. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied maar gebruiken het wel als foerageergebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats.
Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de beplanting verwijderd wordt en de bouwwerkzaamheden verricht worden tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Voor de meeste beschermde amfibieën en grondgebonden zoogdieren, die een vaste rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling van het `beschadigen/vernielen van vaste rust- en voorplantingsplaatsen’. Dit geldt echter niet voor de egel. Voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën geldt geen vrijstelling. De vaste rust- en voorplantingsplaats van de egel is beschermd. Om de vaste rust- en voorplantingsplaats van egels te mogen vernielen dient een ontheffing verkregen te worden, of dient gewerkt te worden volgens een toepasbare en goedgekeurde gedragscode. Onderdeel van het werken volgens een gedragscode is het opstellen van een ecologisch werkprotocol. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor sommige foeragerende diersoorten af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties. 5.6.4
Conclusie
Het aspect ecologie vormt, met in achtnemimg van de adviezen uit de quickscan natuurwaardenonderzoek, geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
5.7
Archeologie & Cultuurhistorie
5.7.1
Archeologie
5.7.1.1 Algemeen De Op grond van de Erfgoedwet dient er in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met archeologische waarden. In de Erfgoedwet is bepaald dat gemeenten een archeologische zorgplicht hebben en dat initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, verplicht zijn rekening te houden met
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
44
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 5.7.1.2 Situatie plangebied De gemeente Hardenberg beschikt over een archeologische beleidskaart. Een uitsnede van deze kaart is in afbeelding 5.2 weergegeven.
Afbeelding 5.2 Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Hardenberg (Bron: gemeente Hardenberg)
Gebleken is dat het een gedeelte van het plangebied is gelegen in een gebied waarvoor ‘Archeologie 3’ geldt. Daarnaast is eveneens een groot gedeelte van de toekomstige woonbuurt gelegen in een gebied zonder bekende archeologische verwachting. Een archeologisch onderzoek in de ‘Archeologie 3-verwachting’ is benodigd indien bodemingrepen over een groter oppervlak dan 275 m² plaatsvinden en de grond dieper van 40 cm roeren. Er worden 36 woningen aan nieuwe bebouwing gerealiseerd, echter is er in de bestaande situatie ook reeds sprake van bebouwing, kassen en overige verharding en groene inrichting. De bodem is hiermee in het verleden dus reeds geroerd, tot op zekere hoogte en diepte. Om deze reden wordt een archeologisch onderzoek op voorhand niet noodzakelijk geacht. Vorenstaande is met de gemeentelijke en/of regioarcheoloog besproken, welke hebben aangegeven te kunnen instemmen met deze aanpak. Het plangebied wordt daarmee vrijgegeven. 5.7.2
Cultuurhistorie
5.7.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
45
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 5.7.2.2 Situatie plangebied Uit de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Overijssel blijkt dat in het plangebied of in de directe omgeving van het plangebied sprake is van cultuurhistorische gebiedswaarden. Aangrenzend in de Mien Ruys tuinen bevinden zich (tuinen) namelijk een aantal gemeentelijke monumenten en rijksmonumenten. Op deze plaats wordt eveneens vermeldt dat de pakschuur in het plangebied niet wordt gesloopt wordt maar elders een nieuw leven krijgt. Deze wordt dus zodanig afgebroken dat deze gemakkelijk elders weer op te bouwen is. De pakschuur is immers een gebouw dat weliswaar geen monumentenstatus heeft maar wel als karakteristiek gebouw benoemd is. Gezien de cultuurhistorische waarden nabij het plangebied is er contact geweest tussen de ontwikkelaar, de tuinen en de gemeente en is met deze waarden in het stedenbouwkundig plan rekening mee gehouden. 5.7.3
Conclusie
Er is geen archeologisch onderzoek noodzakelijk. Van belemmeringen van cultuurhistorische waarden is geen sprake. De aspecten ‘archeologie en cultuurhistorie’ vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.9
Wateraspecten
5.9.1
Vigerend beleid
5.9.1.1 Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 5.9.1.2 Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2022-2027. Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022. In het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Het Nationaal Water Programma 2022–2027 geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. We werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren.
5.9.1.3 Provinciaal beleid In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
46
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 5.9.1.4 Waterschap Vechtstromen Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het algemeen bestuur van waterschap Vechtstromen heeft in de vergadering van 15 december 2021 het 'Waterbeheerplan 2022-2027 vastgesteld. In het Waterbeheerplan is aangegeven hoe het waterschap zijn taken de komende jaren (2022-2027) wil uitvoeren. In het plan zijn doelen en maatregelen gesteld voor de thema's waterveiligheid, voldoende water, schoon water en het zuiveren van afvalwater. Deze zijn gericht op: • • • • 5.9.2
Voorkomen of beperken van overstromingen, wateroverlast en droogte; Beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater en Het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem; Het effectief en efficiënt behandelen van afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties.
Waterparagraaf
5.9.2.1 Watertoets Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 5.9.2.2 Watertoetsproces Algemeen Het Waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. Voor de locatie is een digitale watertoets ingevuld en heeft geleid dat de zogenoemde ‘normale procedure’ van de watertoets van toepassing is. Het watertoetsresultaat is opgenomen in bijlage 4 bij deze toelichting. Hierna wordt ingegaan op de waterhuishoudkundige aspecten in het plangebied.
Waterhuishoudkundige aspecten plangebied Algemeen Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom van Dedemsvaart. De locatie bevindt zich niet binnen een grondwaterbeschermings-, intrek- of waterwingebied. Grondwater Binnen het plangebied zijn geen gevallen van grondwateroverlast bekend. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
47
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld Oppervlaktewater Te zien is dat in het plan, zie hiervoor hoofdstuk 3, een waterpartij is opgenomen en langs de ontsluitingsweg twee delen van een watergang. Aan de oostkant ligt een bestaande watergang, welke via een duiker in directe verbinding staat met de Dedemsvaart. De plek waar de geplande waterpartij is getekend is in de huidige situatie ook al watergang, maar valt buiten het beheer van de gemeente. Aan de zuidkant van het plangebied, ten zuiden van de Moerheimstraat, ligt de Dedemsvaart. Het streefpeil van de vaart is NAP + 5,80 m. De watergang aan de oostkant van het plangebied is met een duiker onder de Moerheimstraat direct verbonden met de vaart en heeft dus ook een streefpeil van NAP + 5,80 m. Deze watergang zorgt voor de aan- en afvoer van water uit de wijk Rozenheim aan de noordkant van het plangebied. Door de gemeente Hardenberg is aangegeven dat de watergang aan de oostkant zeer slecht toegankelijk is voor onderhoud. Het onderhoud dient handmatig uitgevoerd te worden. Doordat in het nieuwe plan langs een deel van de watergang wegen komen, is machinaal onderhoud weer mogelijk wanneer rekening gehouden wordt met de invulling van het plangebied. Hemelwater Het schoonhemelwater wordt (bovengronds) afgekoppeld en via hemelwaterriool aangeboden.
Voorgesteld wordt om de wegen langs de watergangen op één oor te leggen richting de watergang, met daar een band die af en toe onderbroken is. Het regenwater kan zo wegstromen in de berm, het talud en naar de watergang. De daken van de woningen langs deze wegen kunnen hun regenwater op de erfgrens bovengronds aanbieden (bijv. via een ‘duikbootconstructie’ of via goten in de tuin). Het regenwater van de wegen die niet aan een watergang grenzen, de ontsluitingsweg en het regenwater afkomstig van daken en van particuliere verhardingen van de woningen, dient ingezameld te worden via HWAriolen die uitkomen in de watergangen. De vijver en watergangen worden rechtstreeks verbonden met de aanwezige watergang aan de noord- en oostzijde en vormen zo één geheel met het aanwezige watersysteem. Er hoeven geen extra stuwen te worden geplaatst. Wel dienen er duikers te worden toegepast tussen de oppervlaktewaterlichamen om de verschillende delen met elkaar te verbinden. In principe uitgaan van een minimale afmeting voor de duikers van beton ø 500 mm, waarbij 1/3 deel van de duiker boven streefpeil ligt. Beheer en onderhoud watergangen De watergangen kunnen vanaf de aangrenzende wegen worden onderhouden. Langs deze wegen komen wel parkeervakken, waar dan tijdens het onderhoud tijdelijk niet geparkeerd kan worden.
Voor de watergang aan de oostzijde die nu handmatig onderhouden moet worden, verbetert de situatie. Deze watergang kan straks voor een groot deel machinaal onderhouden worden vanaf de aangrenzende weg. Er dienen afspraken gemaakt te worden over de locatie van de te planten bomen. Voorstel DWA-riolering Uitgaande van 36 woningen, 2,5 inwoner per woning en 12 l/inwoner per uur is van de woningen een maximale afvalwaterstroom te verwachten van 1,02 m³/uur. Voor de benodigde diameters van het DWA-riool kan worden volstaan met de door de gemeente Hardenberg gehanteerde minimale diameter van ø 250 mm. Uitgaande van een straatpeil (as weg) op ca. NAP + 6,80 m en een langste afstand vanuit het plan naar het riool in de Moerheimstraat van ca. 350 m, kan onder vrijverval worden aangesloten met een gemiddeld buisverhang van ongeveer 1:300. Omdat dit nu nog vrij grof is berekend, dient dit bij de verdere civieltechnische uitwerking verder uitgezocht te worden. Eventueel kan onderzocht worden of bij de beginbuizen volstaan kan worden met een iets lagere dekking (bijvoorbeeld 1,00 m), een iets kleinere diameter (ø 200 mm) of een combinatie hiervan. Het toepassen van een rioolgemaal met een lage pompcapaciteit dient voorkomen te worden.
Omdat er een DWA-riool onder vrij verval op een gemengd rioolstelsel wordt aangesloten, kan tijdens regen vanuit het gemengde riool ook het DWA-zich vullen met regenwater. Gemengde rioolstelsel kunnen ontluchten via de regenpijpen van de woningen, het DWA-riool kan dat niet. Er dient gezorgd te worden voor
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
48
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld goede ontluchting van het DWA-riool, bijvoorbeeld via speciale putdeksels of via de standpijpen van de woningen. De exacte ligging zal bij de civieltechnische uitwerking nader vastgesteld worden. Bij kruisingen van HWA- en DWA-riolen dienen de HWA-riolen uitgevoerd te worden als zinker, onder of boven het DWA-riool langs.
5.10
Besluit milieueffectrapportage
5.10.1 Kader De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: •
Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan);
Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. •
Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3);
Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). •
Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4);
Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of bestemmingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van ‘kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r.. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven.
Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. 5.10.2 Situatie plangebied 5.10.2.1 Artikel 2.8 lid 1 van de Wet Natuurbescherming Het plangebied ligt niet in- of binnen een straal van drie kilometer van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft het ‘Vecht- en Beneden-Reggegebied’ op een afstand van circa 6,9 kilometer. Om te bepalen of de voorgenomen ontwikkeling leidt tot stikstofdepositie op Natura 2000gebieden is door BJZ.nu een AERIUS berekening (uitgevoerd in september 2023) uitgevoerd. Het bijbehorende rapport is als bijlage 2 bijgevoegd. Uit de rekenresultaten van de Aerius-berekening blijkt dat er op geen van rekenpunten een depositie van boven de 0,00 mol/ha/j is gemeten. Hiermee zijn significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden uitgesloten. Gezien de aard en omvang van de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in relatie tot de ruime afstand tot Natura 2000-gebieden worden geconcludeerd dat geen sprake zal zijn van een aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 van de Wet natuurbescherming is in het kader van het voornemen dan ook niet noodzakelijk. Daarom is geen sprake van een m.er.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
49
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld
5.10.2.3 Drempelwaarden Besluit m.e.r. Voor wat betreft het gehele plangebied wordt voorzien in directe eindbestemmingen waardoor het voldoet aan de definitie van een 'besluit' als bedoeld in het Besluit m.e.r. Dit betekent dat dit bestemmingsplan m.e.r.(beoordelings)plichtig is indien activiteiten mogelijk worden gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en daarmee geen sprake van een directe m.e.r.-plicht. In onderdeel D 11.2 van het besluit wordt de “aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen” genoemd. Indien geoordeeld wordt dat sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' is mogelijk een vormvrije m.e.r.beoordeling noodzakelijk. Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag om er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Bestluit milieueffectrapportage.
Uit jurisprudentie (ABRvS 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2414) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. Initiatiefnemer is in dit plan voornemens de vervallen bedrijfsbebouwing te slopen en hiervoor in de plaats 36 grondgebonden woningen te realiseren. Op deze plaats wordt eveneens vermeldt dat de pakschuur in het plangebied niet wordt gesloopt wordt maar elders een nieuw leven krijgt. Deze wordt dus zodanig afgebroken dat deze gemakkelijk elders weer op te bouwen is. De pakschuur is immers een gebouw dat weliswaar geen monumentenstatus heeft maar wel als karakteristiek gebouw benoemd is. Het gaat dus om een kleinschalige ontwikkeling waarbij het aantal verkeersbewegingen niet onevenredig toeneemt, nu een bedrijfsbestemming wordt wegbestemd. Verder is, voor zover in dit kader relevant, sprake van een nieuwe functie die niet leidt tot een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen.
Gelet op het vorenstaande en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.. Tevens blijkt uit dit hoofdstuk en hoofdstuk 6 dat dit bestemmingsplan geen belangrijk nadelige milieugevolgen heeft, die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. 5.10.3 Conclusie Dit bestemmingsplan is niet M.E.R.-plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
50
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld
HOOFDSTUK 6 6.1
JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
6.2
Opzet van de regels
6.2.1 Algemeen In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4. 6.2.2
Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •
Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.
•
6.2.3
Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in: •
Bestemmingsomschrijving:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
51
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld Hierin is de omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan binnen deze bestemming opgenomen. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies. •
Bouwregels: In deze regels zijn eisen opgenomen waaraan de binnen de bestemming voorkomende bebouwing aan moet voldoen. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd is hierin vastgelegd.
•
Afwijken van de bouwregels: Op basis van deze regels hebben burgemeester en wethouders de bevoegdheid om bij omgevingsvergunning af te wijken van de bouwregels in het plan.
•
Specifieke gebruiksregels: In de specifiek gebruiksregels is bepaald welk gebruik van gronden en opstallen in elk geval strijdig is met of onder voorwaarden wordt toegestaan binnen deze bestemming.
•
Afwijken van de gebruiksregels: Deze afwijking geeft burgemeester en wethouders de bevoegdheid om met omgevingsvergunning af te wijken van het plan in het kader van zorgwoningen.
6.2.4
Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •
Anti-dubbeltelregel (Artikel 6) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich bijvoorbeeld voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage.
•
Algemene afwijkingsregels (Artikel 7) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken.
•
Algemene wijzigingsregels (Artikel 8) In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels geven burgemeester en wethouders onder andere de bevoegdheid om het plan te wijzigen ten behoeve van ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan.
•
Overige regels (Artikel 9) In dit artikel is een regel opgenomen ten aanzien van de afstemming van de regels van dit bestemmingsplan met de welstandscriteria en de APV. Tevens zijn bepalingen ten aanzien van parkeren en laad- en losmogelijkheden opgenomen.
6.2.5
Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
52
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld
6.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. ‘Groen’ (Artikel 3) De gronden welke groen worden ingericht in het plangebied zijn bestemd als ‘Groen’. De voor 'groen' aangewezen gronden zijn met name bestemd voor de beoogde groenvoorzieningen en groene buffers en ook voor waterpartijen, fiets- en voetpaden, speelvoorzieningen en wegen en paden. Voor deze bestemming geldt dat geen gebouwen en overkappingen, met uitzondering van gebouwen en overkappingen voor openbare nutsvoorzieningen en verkeers- en verblijfsvoorzieningen, mogen worden gebouwd.
‘Verkeer’ (Artikel 4) De voor 'Verkeer' aangewezen gronden in het plangebied zijn bestemd voor met name wegen en ook parkeerplaatsen en ook voor een functie van doorgaand verkeer, fiets- en voetpaden als ook groenvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen. ‘Woongebied’ (Artikel 5) Binnen de bestemming ‘Woongebied’ zijn de gronden bestemd voor het wonen en tevens voor aan huis gebonden beroepen, verkeers- en verblijfvoorzieningen, parkeervoorzieningen, openbare nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Voor de bouwregels is onderscheidt gemaakt in: • • • •
Hoofdgebouwen Bijgebouwen en overkappingen Gebouwen en overkappingen voor openbare nutsvoorzieningen en verkeer en verblijf Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde
Het aantal woningen mag niet meer dan is aangegeven middels de aanduiding per woongebied bedragen. Woningen dienen grondgebonden te zijn en binnen het bouwvlak gebouwd te worden. De bouw- en goothoogte van de hoofdgebouwen (woningen) bedragen maximaal dat wat is aangegeven middels de bouwaanduidingen op de plankaart. Voor de bestaande bedrijfswoning en de om te zetten recreatiewoning geldt de bestaande bouwhoogte als maximale goot- en bouwhoogte. Voor bijgebouwen en overkappingen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn afzonderlijke regels opgenomen. Daarnaast zijn er nog enkele afwijkingsmogelijkheden opgenomen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
53
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld
HOOFDSTUK 7
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval is een anterieure overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Hierin is tevens het risico van planschade opgenomen zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
54
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld
HOOFDSTUK 8 8.1
Vooroverleg
8.1.1
Het Rijk
VOOROVERLEG, INSPRAAK & ZIENSWIJZEN
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 8.1.2
Provincie Overijssel
Dit bestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg voorgelegd aan de provincie Overijssel. Zij hebben aangegeven te kunnen instemmen met de plannen. 8.1.3
Waterschap Vechtstromen
De watertoets heeft plaats gevonden op de website www.dewatertoets.nl. Deze toets resulteerde in een ‘normale procedure’. Nader overleg met het waterschap is gedurende dit bestemmingsplantraject uitgevoerd. Zij hebben aangegeven, mits de normale procedure gedurende de uitwerkingsfase wordt gevoerd, te kunnen instemmen met de plannen.
8.2
Inspraak
Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In dit geval is er door initiatiefnemer uitvoerig invullinggegeven aan de burgerparticipatie, zie hierna de verslaglegging. Maatschappelijke uitvoerbaarheid Belanghebbenden en omwonenden zijn in een vroeg stadium door initiatiefnemer op de hoogte gebracht over het voornemen binnen het plangebied. Daarnaast krijgen zij de kans het plan in te zien tijdens de ter inzage termijn van 6 weken. Dit zal daadwerkelijk aantonen of er sprake is van een maatschappelijke uitvoerbaarheid. Burgerparticipatie Nadat de initiatiefnemer de gronden had aangekocht zijn de buurtbewoners geïnformeerd middels een brief en zijn vervolgens uitgenodigd voor een inloopbijeenkomst. Tijdens deze bijeenkomst zijn de eerste plannen gedeeld en is er om feedback gevraagd. Een ieder heeft meekunnen denken en zijn feedback kunnen geven door een formulier in te vullen met wat gewaardeerd werd aan het plan, wat beter zou kunnen en of er tips of opmerkingen waren. Dit heeft geresulteerd in 7 ingevulde formulieren. De uitkomst van deze formulieren is zoveel mogelijk verwerkt in de verdere planvorming. Daarnaast zijn er diverse 1 op 1 gesprekken gevoerd en bezoekjes gebracht aan buurtbewoners die een specifieke vraag hebben gesteld.
Aan alle randen van de nieuwe wijk is een forse groenstrook gesitueerd om de overgang van huidige bebouwing, naar de nieuwe bebouwing zo zacht mogelijk vorm te geven. Samenvattend In voorliggend geval hebben er in de voorfase van het planvoornemen diverse gesprekken met omwonenden en belanghebbenden plaatsgevonden en is een inloopavond georganiseerd, met en voor de direct omwonenden. Met de tuinen van Mien Ruys alsook enkele omwonenden die zorgen hebben geuit ten aanzien van het parkeren en de woningen zijn concrete afspraken gemaakt, ondermeer ten aanzien van de breedte van groenstroken en de groene buffers en erfafscheiding. Deze gesprekken hebben in de zomer van 2022 en het voorjaar van 2023 plaatsgevonden. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
55
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld
8.3
Zienswijzen
Na voorafgaande publicaties via officielebekendmakingen.nl en het gemeentelijke huis-aan-huis blad is in overeenstemming met artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening met ingang van donderdag 30 november 2023 voor een periode van zes weken (tot en met vrijdag 10 januari 2024) het ontwerpbestemmingsplan “Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim” voor eenieder ter inzage gelegd. Opgemerkt wordt dat er voor de omwonenden van het plangebied alsook belangstellenden op 16 maart 2022 en 12 december 2023 (voorafgaand aan het ter inzage liggen van het ontwerpbestemmingsplan) een tweetal informerende inloopavonden zijn georganiseerd geweest, hieruit is aanvullende informatie opgehaald. Ook zijn met enkele omwonenden individuele gesprekken gevoerd, door de gemeente en/of de ontwikkelaar. Met deze opgehaalde informatie is, waar mogelijk, het ontwerpbestemmingsplan vooraf al aangescherpt en/of zijn bepaalde wensen waar mogelijk reeds verwerkt in de plannen. Gedurende de hiervoor genoemde termijn kon een ieder zienswijzen naar voren brengen omtrent het ontwerpbestemmingsplan. Er zijn een viertal partijen (onder partijen worden eveneens individuen verstaan) die gebruik hebben gemaakt van het recht om een zienswijze in te dienen. De ingediende zienswijzen zijn binnen de termijn ontvangen en zijn hiermee ontvankelijk.
Daarom is een nota zienswijzen opgesteld, waarin de zienswijzen worden behandeld en van antwoord voorzien. Deze nota is opgenomen als bijlage bij het raadsbesluit/vaststellingsbesluit én als bijlage 5 bij deze toelichting. Voor een inhoudelijke weergave wordt dan ook naar dit document verwezen. Naar aanleiding van deze nota zijn de volgende (ambtshalve) wijzigingen aan het bestemmingsplan doorgevoerd: 1
2 3 4
In de toelichting zijn plaatjes vervangen en zaken verduidelijkt omtrent het stedenbouwkundige plan (ontsluiting richting de Kraagroos is tekstueel aangepast/verduidelijkt naar aanleiding van de zienswijze + er is geschoven met de woningtypes in het plangebied naar aanleiding van de zienswijze); de volgende bijlage bij de toelichting is toegevoegd; a Bijlage 5 : nota zienswijzen Algemene teksten in toelichting zijn, naar aanleiding van de zienswijze over de ontsluiting richting de Kraagroos op ondergeschikte onderdelen gewijzigd; De plankaart en regels zijn gewijzigd, hierbij wordt concreet tegemoet gekomen aan enkele zienswijzen, alsmede zijn er ambtshalve wijzigingen. Hierna zijn de wijzigingen puntsgewijs benoemd: De regels en de plankaart zijn voorzien van de aanduiding ‘langzaam verkeer’ ter plaatse van de ontsluiting richting de Kraagroos. De recreatiewoning in het plangebied wordt voorzien van een maximale goothoogte van 7,5 meter en het bouwvlak zal worden verschoven. Er is geschoven met de woningtypes in het noordoostelijke deel van het plangebied.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
56
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
57
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld
Bijlage 1
Verkennend bodemonderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
58
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld
Bijlage 2
AERIUS berekening
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
59
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld
Bijlage 3
Quick scan flora en fauna
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
60
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld
Bijlage 4
Watertoetsresultaat
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
61
Bestemmingsplan ‘Dedemsvaart, herontwikkeling locatie kwekerij Moerheim’ Status: Vastgesteld
Bijlage 5
Nota zienswijzen
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
62