Regels, toelichting en bijlagen bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Vliermansweg 2-4 Ane'
Tekst van het document
Cultuurhistorie
4.8.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden verstaan die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 48
4.8.2.2 Situatie plangebied Er bevinden zich, op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Overijssel, in het plangebied zelf geen rijks- dan wel gemeentelijke monumenten. Op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Overijssel is het plangebied onderdeel van het historisch cultuurlandschap ruilverkaveling. Onderdeel van de voorgenomen ontwikkeling is een goede landschappelijke inpassing van het voornemen, waarbij rekening wordt gehouden met cultuurhistorische landschap rond het plangebied. Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt met betrekking tot voorliggend plan. 4.8.3
Conclusie
Geconcludeerd kan worden dat er geen archeologisch onderzoek benodigd is en er geen sprake is van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden.
4.9
Verkeer & parkeren
4.9.1
Algemeen
Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat. De gemeente Hardenberg beschikt over een eigen parkeernota. Hierin is aansluiting gezocht bij de landelijke parkeerkencijfers op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren (december 2018)' van het CROW. Wat betreft de functies wordt aansluiting gezocht bij de functies zoals genoemd in deze CROW-publicatie. De parkeernormen in de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren' bestaan uit een minimum- en maximumwaarde. In de gemeente Hardenberg is vanuit de duurzaamheidsgedachte de minimale parkeernorm voor auto's voldoende. Om schijnnauwkeurigheid te voorkomen is in de Parkeernormennota uitgegaan van één stedelijkheidsgraad, te weten: "weinig stedelijk gebied" voor de gehele gemeente. De verschillen in inrichting en bebouwing in de gemeente zijn redelijk groot, waardoor het zinvol is om onderscheid te maken naar gebiedskenmerken, te weten: centrum, schil/overloopgebied, rest bebouwde kom en buitengebied. In de Parkeernormennota is de gebiedsindeling opgenomen. Het plangebied wordt aangemerkt als buitengebied. 4.9.2
Verkeersgeneratie
Met dit initiatief wordt binnen het plangebied twee compensatiewoningen toegevoegd, waarvan één twee-onder-een-kapwoning en één vrijstaande woning. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten: ligging in het buitengebied; weinig stedelijke gemeente (gemeente Hardenberg); koop, vrijstaande woning en koop, twee-onder-een-kapwoning Voor de vrijstaande compensatiewoning geldt op basis van bovenstaande uitgangspunten, op basis van de CROW, een extra verkeersgeneratie van gemiddeld 8,2 verkeersbewegingen per weekdagetmaal per woning. Voor de twee-onder-een-kapwoning geldt een extra verkeersgeneratie van gemiddeld 7,8 verkeersbewegingen per weekdagetmaal per woning. In totaal zorgt het voornemen voor afgerond 24 extra verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Met het initiatief worden slechts twee woningen toegevoegd, waarvan één twee-onder-een-kapwoning en één vrijstaande woning, wat een zeer beperkte verkeersgeneratie op zal leveren. In de toekomstige situatie wordt gebruik gemaakt van de bestaande in- en uitritten, die op een veilige en overzichtelijke wijze zijn ontsloten op de Vliermansweg. Geconcludeerd wordt dat het aspect 'verkeersgeneratie' geen belemmering vormt voor het initiatief.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 49
4.9.3
Parkeren
Voor de functie wonen wordt volgens de Parkeernormennota van de gemeente Hardenberg, de minimale CROW gehanteerd voor het gebied weinig stedelijk en het betreffende gebiedskenmerk (buitengebied). Voor wat betreft het aspect parkeren geldt dat er op eigen erf voldoende ruimte is om te voorzien in de benodigde parkeerbehoefte van afgerond 2 parkeerplaatsen per woning voor zowel de bestaande woningen als de compensatiewoningen. De uitsneden van het Ruimtelijk kwaliteitsplan zoals opgenomen in 2.2 bevestigen dit. 4.9.4
Conclusie
Het aspect 'verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkelingen.
4.10
Besluit milieueffectrapportage
4.10.1 Kader De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het wijzigingsplan wordt bestemd.
Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r. Beoordeling gehanteerd. 4.10.2 Beoordeling 4.10.2.1
Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming
Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Vecht- en Beneden Reggegebied' is gelegen op circa 10,8 kilometer afstand van het plangebied (dichtstbijzijnde locatie). Gelet op deze ruime afstand en de aard en omvang van de ontwikkeling (toevoegen van drie wooneenheden) is een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 van de Wet natuurbescherming in het kader van het voornemen dan ook niet noodzakelijk. Daarom is geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 50
4.10.2.2
Drempelwaarden Besluit m.e.r.
Het bestemmingsplan is m.e.r.-(beoordelings)plichtig indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C en D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en is daarom niet direct m.e.r.-plichtig. Op basis van onderdeel D kan de in dit plan besloten ontwikkeling worden aangemerkt als: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' (onderdeel D 11.2 besluit m.e.r.). De ontwikkeling in dit bestemmingsplan is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien de volgende drempelwaarden worden overschreden: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Gezien de drempelwaarden wordt geconcludeerd dat voor dit bestemmingsplan geen sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplicht. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben.
Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag om er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Bestluit milieueffectrapportage. Uit jurisprudentie (ABRvS 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2414) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. De in het voorliggende bestemmingsplan besloten ontwikkeling gaat uit van het herbestemmen van een agrarisch bouwvlak, het slopen van landschapsontsierende bebouwing en het realiseren van twee wooneenheden in het buitengebied van de gemeente Hardenberg, waarvan één twee-onder-een-kapwoning en één vrijstaande woning. Het gaat om een (zeer) kleinschalige ontwikkeling waarbij het aantal verkeersbewegingen planologisch gezien niet in grote mate toe zal nemen. Immers het agrarische bedrijf wordt wegbestemd. Verder is, voor zover in dit kader relevant, geen sprake van een nieuwe functie en leidt het voornemen niet tot een aantasting van het woon- en leefklimaat van omliggende woningen.
Gelet op het vorenstaande en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r. Eén en ander is tevens bevestigd in de in dit hoofdstuk opgenomen milieu- en omgevingsaspecten en de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken. 4.10.3 Conclusie De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling is niet m.e.r. (beoordelings)-plichtig.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 51
Hoofdstuk 5
Wateraspecten
5.1
Vigerend beleid
5.1.1
Europees beleid
De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 5.1.2
Rijksbeleid
Het Nationaal Waterprogramma (NWP) 2022-2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en het Beheer en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren 2016-2021. Het NWP komt voort uit de Waterwet en met het oog op de Omgevingswet zijn deze twee plannen samengevoegd tot één programma. In het NWP staan de internationale verplichtingen voortkomend uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Overstromingsrisico's (ROR) en de Kaderrichtlijn Maritieme Strategie (KRM). Het Nationaal Waterprogramma geeft op hoofdlijnen het beleid aan van het Rijk in de periode 2022 – 2027. Door klimaatverandering, bodemdaling, milieuverontreiniging, het verlies aan biodiversiteit en ruimtedruk worden de wateropgaven steeds groter en complexer. De opgaven zijn complex door deze in samenhang met de opgaven voor energietransitie, de woningbouw, de transitie van het landelijk gebied en de verouderde infrastructuur aan te pakken. Bij de ruimtelijke inrichting van Nederland zijn daarvoor water en bodem leidend. Het vraagt daarvoor in te zetten op klimaat- en landbouwtransitie en herstel voor natuur. 5.1.3
Provinciaal beleid
In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 5.1.4
Waterschap Vechtstromen
Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vier stroomgebieden: Maas, Rijn, Schelde en Eems. Binnen het stroomgebied Rijn zijn er drie deelstroomgebieden: Rijn-Noord, Rijn-Oost en Rijn-West. Het stroomgebied Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen en Drents Overijsselse Delta. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het algemeen bestuur van het waterschap Vechtstromen heeft in de vergadering van 15 december 2021 het 'Waterbeheerprogramma 2022 – 2027' vastgesteld. Het waterbeheerprogramma volgt inhoudelijk op de Watervisie 2050, die op 14 april 2021 door het algemeen bestuur is vastgesteld. In het Waterbeheerprogramma en de Watervisie is aangegeven hoe het waterschap zijn taken de komende jaren wil uitvoeren. De grote opgaven van het waterschap Vechtstromen zijn werken aan voldoende water, omgaan met klimaatverandering, voldoen aan de eisen
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 52
voor waterkwaliteit, de biodiversiteit versterken, werken aan duurzame energie en circulair grondstoffengebruik. 5.2
Waterparagraaf
5.2.1
Algemeen
Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe 'eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren' is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem.
Vandaar dat het principe 'eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren' een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst. Wateraspecten plangebied Het plan loopt geen verhoogd risico op wateroverlast als gevolg van overstromingen. Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er in of rondom het plangebied geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd. De toename van het verharde oppervlak is minder dan 1500m2. Het plangebied bevindt zich niet binnen een beschermingszone of herinrichtingszone langs een waterloop, primair watergebied, invloedszone zuiveringstechnisch werk of een retentiecompensatiegebied. Het afvalwater en hemelwater dient tot aan de perceelsgrens gescheiden aangeboden te worden. Hier kan het worden aangesloten op het ter plaatse aanwezige stelsel. Aanleghoogte van de bebouwing Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG).
Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Kelders dienen waterdicht te zijn. Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast. In het plan wordt er naar gestreefd het voorkeursbeleid van het waterschap op te volgen.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 53
5.2.2
Watertoetsprocedure
Het waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de zogenoemde 'korte procedure' van de watertoets wordt toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding. Het watertoetsresultaat is opgenomen in Bijlage 7 bij deze toelichting. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Vechtstromen geeft een positief wateradvies.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 54
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische aspecten en planverantwoording
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is. 6.2
Opzet van de regels
6.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs- en slotregels. 6.2.2
Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Om op een eenduidig manier afstanden, oppervlaktes en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. 6.2.3
Bestemmingsregels
Dit hoofdstuk bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen, zoals weergegeven op de verbeelding van dit bestemmingsplan. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan;
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 55
Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bouwhoogte etc.); Afwijken van de bouwregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bouwregels; Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig zijn; Afwijken van de gebruiksregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemming; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; Wijzigingsbevoegdheden: welke wijzigingsbevoegdheden gelden voor het bestemmingsplan (in de archeologische dubbelbestemming). 6.2.4
Algemene regels
Artikel 7 Anti-dubbeltelregel; Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de beoordeling van bouwplannen. Artikel 8 Algemene gebruiksregels; In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven met specifieke aandacht voor uitsluiting van besluit-m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Artikel 9 Algemene afwijkingsregels In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Artikel 10 Algemene wijzigingsregels; In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels geven de bevoegdheden van Burgemeester en wethouders weer om het plan op ondergeschikte punten te wijzigen. Artikel 11 Overige regels; In dit artikel zijn bepalingen ten aanzien van de werking wettelijke regelingen, afstemming welstandstoets, uitsluiting seksinrichting, afstemming APV en evenementen en parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden. 6.2.5
Overgangs- en slotregels
In Artikel 12 (Hoofdstuk 4) staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
6.3
Verantwoording van de regels
6.3.1
Bestemmingen
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. Het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" en bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg, herziening regels" zijn de basis voor voorliggend bestemmingsplan. Immers wijzigt het bestemmingsplan de bestemming 'Agrarisch met waarden - Essen- en hoevenlandschap' naar 'Wonen - Essen- en hoevenlandschap' zoals deze is opgenomen in
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 56
bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" en bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg, herziening regels". De bouw- en gebruiksregels van onderstaande bestemmingen blijven daarmee grotendeels gelijk. Hieronder wordt nader toegelicht waar deze bestemmingen afwijken van het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" en bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg, herziening regels". Agrarisch met waarden - Essen- en hoevenlandschap Ter plaatse van de overblijvende agrarische gronden, welke niet worden bestemd tot 'Wonen - Essen- en hoevenlandschap' blijven de gronden bestemd als 'Agrarisch met waarden - Essen- en hoevenlandschap', maar dan zonder bouwvlak. De toekomstige woonbestemming is iets smaller gemaakt als het bestaande agrarische bouwvlak. Ter plaatse van deze gronden die buiten het woonerf vallen worden eveneens landschapsmaatregelen uitgevoerd. Gronden met deze bestemming zijn met name bedoeld voor de instandhouding van de sterke gebiedskenmerken behorend bij het daar voorkomend landschapstype. De gronden zijn tevens bestemd voor voorzieningen voor extensieve openluchtrecreatie, watergangen, waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen, landschappelijke inpassing en hobbymatige agrarische activiteiten. Op de gronden zijn uitsluitend andere bouwwerken toegestaan. Voor de andere bouwwerken zijn bouwbepalingen opgenomen.
In de specifieke gebruiksregels zijn vormen van strijdig gebruik opgenomen. Er is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de gronden te kunnen inzetten voor natuurontwikkeling. Tot slot is er een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen, waarin voor bepaalde werkzaamheden een vergunningplicht is opgenomen. Specifiek is een uitzondering opgenomen voor werken en werkzaamheden die uitgevoerd worden in het kader van een ruimtelijk kwaliteitsplan. Wonen - Essen- en hoevenlandschap Ter plaatse van de kavels van bestaande woningen en de compensatiewoningen is de bestemming 'Wonen - Essen- en hoevenlandschap' opgenomen. Voor het perceel aan de Vliermansweg 4 is een bestemmingsvlak opgenomen. Tevens is op dit perceel een functieaanduiding van toepassing, namelijk 'specifieke vorm van wonen - kleinschalig reinigingsbedrijf'. Binnen deze functieaanduiding is een kleinschalig reinigingsbedrijf toegestaan. Tevens is op het gehele erf een voorwaardelijke verplichting voor de landschappelijke inpassing opgenomen, gekoppeld aan een aanduiding. Voor het perceel aan de Vliermansweg 2 zijn vier bestemmingsvlakken opgenomen. Per bestemmingsvlak is één woning toegestaan. Voor de compensatiewoningen is tevens een bouwvlak opgenomen, waarbinnen de woningen gebouwd dienen te worden. Woningen dienen vrijstaand te worden gebouwd.
Ter plaatse van de bouwaanduiding 'aaneengebouwd', dienen de woningen aaneengebouwd te worden vormgegeven. Gronden met de woonbestemming zijn bestemd voor wonen, met inbegrip van aan-huis-gebonden beroepen, tuinen, landschappelijke inpassing en ontsluitingsvoorzieningen. Hieraan ondergeschikt zijn tevens bed- and breakfast en boerderijkamers toegestaan. De inhoud van een vrijstaande woning bedraagt maximaal 750 m3. De inhoud van de twee-onder-een-kapwoning bedraagt maximaal 1.100 m3. De goot- en bouwhoogte bedragen respectievelijk 3,5 en 10 meter. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - beeldkwaliteit' dient de twee-onder-een-kapwoning te voldoen aan de beeldkwaliteitseisen zoals opgenomen in Bijlage 4 bij de regels. Bij de compensatiewoningen is maximaal 100 m2 aan bijgebouwen toegestaan. Voor de bestaande woningen gelden de bestaande maatvoeringen, met uitzondering van de oppervlakte van de te slopen gebouwen zoals weergegeven in Bijlage 5 bij de regels. Bijgebouwen dienen ten minste 1 meter achter het verlengde van de voorgevel van de woning te worden gebouwd. Ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouw' mogen bijgebouwen ook voor de voorgevel gebouwd worden. Van de bouwregels kan op ondergeschikte punten afgeweken worden.
In de specifieke gebruiksregels zijn vormen van strijdig gebruik en bepalingen omtrent aan-huis-gebonden beroepen, bed and breakfast en boerderijkamers opgenomen. Tevens is hier een voorwaardelijke verplichting voor de landschappelijke inpassing opgenomen, gekoppeld aan een aanduiding. Ook de sloop van de bebouwing zoals weergegeven in Bijlage 5 is als
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 57
voorwaardelijke verplichting opgenomen. Daarnaast geldt een voorwaardelijke verplichting voor het saneren van de grond ter plaatse van druppelzone 5. Dit is met een aanduiding op de plankaart aangegeven. In de afwijking van de gebruiksregels zijn afwijkingsmogelijkheden opgenomen om via een omgevingsvergunning kleinschalige bedrijfsactiviteiten en andere landschappelijke maatregelen dan in de voorwaardelijke verplichting bepaald, toe te staan. Waarde - Archeologie 4 De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de verwachte archeologische waarden. Waarde - Archeologie 5 De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de verwachte archeologische waarden.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 58
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. Een exploitatieplan hoeft niet te worden vastgesteld als: a. het totaal der exploitatiebijdragen dat kan worden verhaald minder bedraagt dan € 10.000,–; b. er geen verhaalbare kosten zijn als bedoeld in artikel 6.2.4, onderdelen b tot en met f Besluit ruimtelijke ordening; c. de verhaalbare kosten uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen betreffen. In dit plan is sprake van één of meer van deze uitzonderingsgronden, zodat een exploitatieplan niet nodig is. De gemeentelijke kosten zijn beperkt tot de ambtelijke kosten, welke worden verhaald middels de gemeentelijke legesverordening. Eventuele planschade komt voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe is een anterieure overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente.
Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12 Wro geen exploitatieplan nodig.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 59
Hoofdstuk 8 8.1
Vooroverleg, inspraak en zienswijzen
Vooroverleg
Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. 8.1.1
Het Rijk
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 8.1.2
Provincie Overijssel
Het plan is in het kader van vooroverleg aan de provincie Overijssel voorgelegd. 8.1.3
Waterschap Vechtstromen
In het kader van de watertoets heeft er een digitale watertoets plaatsgevonden via de website www.dewatertoets.nl. De uitkomsten van deze watertoets hebben geleid tot de 'korte procedure'. Het waterschap geeft een positief wateradvies. De beantwoording van de vragen heeft er niet toe geleid dat er nader overleg met het waterschap moet worden gevoerd.
8.2
Inspraak
Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In het voorliggende geval wordt vanwege de aard en beperkte omvang geen voorontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegd.
8.3
Zienswijzen
Het ontwerp bestemmingsplan heeft gedurende een periode van 6 weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn geen zienswijzen ingediend.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 60
Bijlagen bij de toelichting
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 61
Bijlage 1
Ruimtelijk kwaliteitsplan
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 62
ruimtelijk kwaliteitsplan Vliermansweg 2 en 4 Ane
Door:
dé Erfontwikkelaar b.v. Radewijkerweg 9 7791 RJ Radewijk
Telefoonnummer E-mail Internet Project Auteur Datum laatst gewijzigd Bestandsnaam Aantal pagina’s
06 24 88 38 28 herbert@erfontwikkelaar.nl www.erfontwikkelaar.nl 2170 H. Oldehinkel 17 november 2023 2170-RKP-02.indd 21
Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of dé Erfontwikkelaar b.v.
INHOUDSOPGAVE 1 INTRODUCTIE
1
2 VIGEREND BELEID
4
2.1.
omgevingsvisie overijssel
4
2.2.
gemeente hardenberg
4
3 B E S TA A N D E S I T U AT I E
6
4 ONDERBOUWING NR. 2
9
4.1.
ruimtelijk onderbouwing
9
4.2.
samenvatting maatregelen
9
4.3.
kwaliteitsimpuls groene omgeving
15
5 B EEL D K WA L I T EI T S P L A N
16
5.1.
16
schuurwoning
6 ONDERBOUWING NR. 4
18
6.1.
ruimtelijk onderbouwing
18
6.2.
samenvatting maatregelen
18
1 INTRODUCTIE dé Erfontwikkelaar is gevraagd een visie te geven op de inrichting als onderdeel van een ontwikkeling aan de Vliermansweg 2 en 2 te Ane. Op dit perceel aan de Vlieransweg 2 was een varkens- en pluimveehouderij actief. Het bedrijf is reeds gestaakt waarmee de stallen geen gebruikswaarde meer kennen. Middels de beleidsnotitie ‘Erven met kwaliteit’ worden de landschapsontsierende bebouwing gesloopt waarmee ter compensatie twee woningen op het erf gebouwd kunnen worden. Een bestaande bedrijfswoning blijft behouden. Het erf aan de Vliermansweg 4 kent eveneens nog een agrarische bestemming maar is niet meer in gebruikt. Als goede buren is besloten om beide erven tegelijk weer een passende vervolgfunctie te geven. De gebouwen aan de Vliermansweg 4 blijven behouden en zullen in het kader van de vrijkomende agrarische bedrijfgebouwen (VAB) een passende vervolgfunctie krijgen. Op deze locatie is reeds een agrarisch diensverlening vergund. Het doel is dat de ruimtelijke kwaliteit op beide erven versterkt wordt. Deels wordt dit bereikt door de sloop van landschapsontsierende bebouwing met asbest op nummer 2 en deels door het landschappelijk goed inpassen van beide erven. Een voordeel is dat de inpassin op elkaar afgestemde kunnen worden.
Ten grondslag van dit Ruimtelijk kwaliteitsplan ligt de visienota buitengebied Hardenberg en de LandschapsIdentiteitsKaarten Slagharen-de krim- (Oud Lutten). Naast het beleid zijn ook de wensen en de randvoorwaarden van opdrachtgever verwerkt in een plan. 1
lo catie plangebie d
Op het erf Vliermansweg 2 (eigendom aangegeven met witte lijn) staan landschapsontsierende bebouwing met de volgende oppervlakte: 1 1) 1.095 m2 met asbest 2) 615 m2 met asbest 2
3
3) 489 m2 met asbest en 95 m2 dakpannen (76 m2 ) netto in te zetten
4
4) 527 m2 met asbest 5 In totaal wordt er dus 2.802 m2 gesloopt. Nabij de bestaande woning (5) mag bij recht nog een extra bijgebouw van 100 m2 gerealiseerd worden waarmee het netto in te zetten sloopoppervlakte 2.702 m2 is. Op het erf aan de Vliermansweg 4 wordt niets gesloopt. 2
plangebied en omgeving rond 1900
plangebied en omgeving rond 1950
plangebied en omgeving rond 2020
3
2 VIGEREND BELEID
water wordt vastgehouden) ontwikkelde zich in het zandgebied op kleine en grote schaal hoogveen; onder invloed van regen-
2.1.
OMGEVINGSVISIE OVERIJSSEL
water ontstonden veenmoerassen. Deze groeiden als een dikke
De Provincie Overijssel heeft het Streekplan, het verkeer- en
spons van veenmossen steeds verder omhoog, los van
vervoerplan, het waterhuishoudingsplan en het milieube-
het grondwater. De extreme zure en voedselarme omstandig-
leidsplan samengevoegd tot de Omgevingsvisie. Het vormt
heden leidden tot natte, slecht toegankelijke moerasgebieden,
het provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van
waar vrijwel geen boom kon groeien. De hoogveenrestanten
Overijssel. De Provincie Overijssel stuurt op ruimtelijke kwali-
worden gekenmerkt door een hoge waterkwaliteit, een hoge
teit en duurzaamheid. Bestaande kwaliteiten moeten worden
waterstand en een hoge natuurkwaliteit De hoogveenontgin-
beschermd en er moeten verbindingen worden gelegd tussen
ningslandschappen zijn te herkennen aan de opstrekkende ver-
deze bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Dat wil
kavelingen, een min of meer grillig patroon van wegen en paden
zeggen dat nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de
en de vele elzensingels. Reliëfrijk, vanwege het niet vergraven
verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Voor het behoud en
van delen, waar de veenpakketten dun waren. Het landschaps-
het versterken van de ruimtelijke kwaliteit vormen essentiële
type is afwisselend meer of min-der open.
hoogveen
gebiedskenmerken het uitgangspunt. 2.2.
GEMEENTE HARDENBERG
Gebiedskenmerken
Visienota Buitengebied Hardenberg
Middels een verdeling in 4 lagen zijn de gebiedskenmerken
De Visienota Buitengebied van de gemeente Hardenberg (2006)
binnen de Omgevingsvisie toegelicht:
is een ruimtelijke visie voor het buitengebied van de gemeente
De natuurlijke laag De laag van het agrarisch-cultuur landschap De stedelijke laag De laag van de beleving
Hardenberg. Het perceel valt in gebied Vechtdal.
Toelichting: Hoogveen als natuurlijke laag en veenkoloniaal landschap Het gebied ligt in de natuurlijke laag hoogveen met het veenkoloniale landschap als agrarisch cultuurlandschap. De ontwikkelingspersectief is mixlandschap met wonen, werken en recree-
natuurlijke laag
In de Visienota Buitengebied worden, op hoger niveau, gebiedskenmerken beschreven en ontwikkelingsrichtingen aangegeven. Dit is in LIK’s en de Ontwikkelingsvisie verder uitgewerkt. Gebiedskenmerken Landschapstype: Essen- en hoevenlandschap Landschapsbeeld: kleinschalig Huidige functies: landbouw en wonen
ren als goede buur.
veenkoloniaal landschap Landschapskenmerken:
Op waterhuishoudkundig geïsoleerde plekken (waar het regen4
Kleinschalig landschap; eikenbomen – singels; agrarisch cultuurlandschap
kronkelend patroon van wegen; licht glooiend landschap; verspreid bebouwingspatroon; grootschalig reliëf bij Oud-Lutten (Lutteres).
Huidige functies Kleinere) boerenbedrijven; wonen; bedrijvigheid. Landschapsidentiteitskaarten: In de LIK worden de specifieke kenmerken en kwaliteiten van het deelgebied vastgelegd, welke de basis vormen van zowel het bestemmingplan als de structuurvisie en het landschapsontwikkelingsplan. ESSEN- EN HOEVENLANDSCHAP Sterk: oude agrarische bebouwing in buurtschappen Engeland en Ane kronkelige wegen wegbeplanting onregelmatige erfopbouw met losse strooiing gebouwen op het erf; grote bomen, verstrooid op het erf kleinschalig landschap;
streefbeeld erfopbouw, verstrooide bebouwing met bomen
Kansen: verbeteren landschappelijke inpassing erven; versterking biodiversiteit
wensbeeld essenlandschap (LIK Hardenberg) 5
3 B E S TA A N D E S I T U AT I E Midden op het erf staat nog de oorspronkelijke boerderij (1). Deze is door de jaren heen verbouwd en in gebruik geweest als schuur. Voor de boerderij staan nog twee waardevolle lindes (2). In de jaren ‘70 van de vorige eeuw is een nieuwe bedrijfswoning gebouwd (3). Door de jaren heen is het bedrijf gegroeid tot een gemengd bedrijf met varkens/ kippen en kalveren. Deze schuren zijn als landschapsontsierend aan te merken (4). Ze hebben asbestdaken en kennen
6
geen gebruikswaarde meer. Het erf ligt vrij naakt in het
4
landschap en de schuren zijn in de omgeving te zien. Wel
7
staan er enkele zomereiken op de perceelsgrens (5) en is er enig struweel aan de noordzijde aanwezig (6). Het erf wordt ontsloten door een gezamenlijk pad (7) met de buren aan de Vliermansweg 4. De erfgrens is hier globaal aangegeven
1
(8).
4
Het erf op nr. 4 bestaat uit een woonboerderij (9) met en-
bestaat uit klinkerverharding. Voor de boerderij is een die-
8
10
5
12
kele schuren t.b.v privé (10) en enkele voor bedrijfsdoelein11
11
2 3
14
den (11). Het erf kent een kenmerkend centraal erf (12) dat
4
4
9 10
13
renweide voorzien (13). Achter de schuur staat een tijdelijke mantelzorgwoning. (14). Rondom het erf staat nagenoeg geen verharding. Het ligt naakt in het landschap. Belangrijkste ruimtelijke kenmerken: veel landschapsontsierende bebouwing enkele waardevolle bomen aanwezig houtsingel aanwezig verstrooide bebouwing oud erf (zie historische kaart) 6
de bestaande erven aan de Vliermansweg 2 & 4
ANE
DE VAART
De er ven liggen op de rand van het essenlandschap in e en van o orsprong natter
VECHT
gebie d. Het gebie d is daarme e o ok op e ner. De Vaart , (met laanb eplanting) vormt aan de no ordzijde e en gro ene afscherm ing . De er ven rond de essen in Engeland schermen het gebie d aan de zuidzijde ruimtelijk af. De landschapsstructuurkaart ge eft de verschillende ruimtelijke kenmerken van het landschap we er. 7
BAALDER
8
uitgangspunten gemeente Hardenberg
4 ONDERBOUWING NR. 2
lijkbeeld ontstaat.
het erf weer een duidelijk voorerf.
Uitgangspunten initiatiefnemer:
De compensatiewoning nabij de bestaande bedrijfswoning
Bestaande volwassen bomen kunnen behouden blijven. De
sloop 2.702 m2 aan landschapsontsierende bebouwing nieuwe schuur bij bestaande bedrijfswoning; één 2/1 kap woning en één vrijstaande woning.
krijgt de oriëntatie op de Vliermansweg en wordt getoetst
randen van het erf zijn ingepast met bomen en struweel..
aan de welstandsnota. Voor de andere compensatiewoning
De gebouwen op de erven blijven in de omgeving deels
zijn aparte beeldkwaliteitseisen opgenomen (zie hoofdstuk
zichtbaar. Dit is een kwaliteit van het landschap. De erven
Uitgangspunten gemeente:
5). Daarbij is geborgd dat het een verschijning van een
kennen geen harde begrenzing, er is daarom gekozen enkel
sloop alle landschapsontsierende bebouwing landschappelijk goed inpassen van het gehele erf; enkel gebruik streekeigen beplanting; aansluiten op de gebiedskenmerken van het essenlandschap zoals is omschreven in de LandschapsIdentiteitsKaarten.
schuur krijgt en het geen stedelijke 2/1 kap wordt.
daar hagen toe te passen waar enige beschutting wenselijk is.
Nabij iedere woning kan een schuur voorzien worden. Hier is binnen het plan rekening mee gehouden.
Schuttingen en hoge opgaande exoten moeten in het buitengebied voorkomen worden.
Groenstructuur en inrichting erf: Uitgangspunten provincie:
Vanuit de landschapsidentiteitskaarten is het gewenst om
4.2.
het erf moet aansluiten op de gebiedskenmerken (essenlandschap) volgens de Omgevingsvisie Overijssel; de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving is van toepassing en wordt in hoofdstuk 4.2 nader toegelicht.
in het essen- en hoevenlandschap de diversiteit in richtin-
sloop landschapsontsierende gebouwen; het erf blijft zich als eenheid in het landschap presenteren door één woning aan de andere zijde van de inrit te situeren en één woning voor de bestaande bedrijfswoning te situeren; middels aanvullende beeldkwaliteitseisen blijft de hierarchie op het erf behouden en wordt voorkomen dat er een te stedelijk beeld ontstaat; bestaande volwassen beplanting (houtsingel/bomen) op het erf blijft behouden; aanplant streekeigen beplanting overeenkomstig met het wensbeeld uit de landschapsidentiteitskaart. .
gen te versterken en te herstellen. Daarnaast staan er veel grote bomen op het erf en wordt de bebouwing deels aan het zicht ontnomen door struweel.
4.1.
RUIMTELIJK ONDERBOUWING
Een belangrijke ruimtelijke voorwaarde is dat dit erf zich
Het erf maakt onderdeel uit van een reeks erven aan de
als eenheid in het landschap moet blijven presenteren. Dat
Vliermansweg. Duidelijk afscheiding is niet aanwezig.
wordt deels bereikt door een compacte positionering op
Er is gekozen om tussen het zuidelijk gelegen erf en de
het erf en daar te (her) bouwen waar al wat stond.
bestaande bedrijfswoning een weide te voorzien met enkele bomen. Hiermee wordt voldaan aan de wens van
In samenspraak met de gemeente Hardenberg is er voor
de gemeente om een groen erf te maken. De erven in het
gekozen om één nieuwe compensatiewoning nabij de
essenlandschap kennen een duidelijke cluster en wor-
bestaande woning te realiseren en één compenatiewoning
den veelal ontsloten door meerdere inritten. Op het erf
aan de andere zijde van de inrit (met twe wooneenheden).
zullen de bestaande inritten behouden blijven. Er wordt zo
Deze compensatiewoning dient te worden uitgevoerd als
voorkomen dat er onnodig veel verharding aangelegd hoeft
schuurwoning om daarmee de hiërarchie op het erf te
te worden. Om het voorerf en het hoofdgebouw extra te
behouden. Er moet voorkomen worden dat er een te stede-
accentueren wordt er een beukenhaag rondom de tuin van de noordelijke compensatiewoning voorzien. Hiermee krijgt
9
SAMENVATTING MAATREGELEN
2
4
10 verschillende erven Vliermansweg 2 en 4 formaat a3
tekeningno 1 (3)
8 november 2023
datum
1270
project
2. Bestaande bedrijfswoning 1 datum
3. Nieuw bijgebouw bij bestaande bedrijfswoning
1270
1. Te slopen landschapsontsierende bebouwing
8 november 2023
project
Legenda
10
10
11
6
8. Bestaande zomereiken behouden
10 9. Aanplant houtsingel 10. Aanplant bomen 1e grote
1
11. Aanplant beukenhaag 5 12. Aanplant meidoornhaag
4
10
1
1 3 7
10
9
2
11
8
het erfinrichtingsplan
a3
12
7. Weide
formaat
6. Compensatiewoning met twee wooneenheden (schuurwoning)
1 (3)
5. Bijgebouw bij boerderij
tekeningno
4. Compensatiewoning 1 (boerderij)
2 1
4. Aanplant tamme kastanje- Castanea sativa Aanplantmaat 14-16 Totaal 1 stuks Eindbeeld is een solitaire boom
6 8
5. Aanplant beuk - Fagus sylvatica Aanplantmaat 14-16 Totaal 1 stuks Eindbeeld is een solitaire boom
1 1
6. Aanplant beukenhaag - Fagus sylvatica Aanplantmaat 80-100 Aanplanten met 5 st/m1 Eindbeeld is een geschoren haag van max. 1 (m) hoog
1 8 5
7. Bestaande zomereiken behouden 8. Aanplant zilverlinde - Tilia tomentosa Aanplantmaat 14-16 Totaal 3 stuks Eindbeeld is een boomgroep 9. Aanplant walnoot - Juglans regia Aanplantmaat 14-16 Totaal 1 stuks met als eindbeeld een solitaire boom
1
1
1 9 2 3
10
10. Nieuw aan te planten struweel bestaande uit: Prunus spinosa - Sleedoorn 20% Viburnum opulus - Geldersche roos 15% Sambucus nigra - Vlier 20% Corylus avalana - Hazelaar 10% Crateagus monogyna - Eénst. Meidoorn 15% Sorbus aucuparia - Lijsterbes 10% Ligustrum vulgare - Wilde liguster 10% 1 st/m2 aanplanten in de maat 80-100 Eindbeeld is een houtsingel van min. 5 (m)
3
7
9
de landschapsmaatregelen
12
laat je erf groeien!
1270 8 november 2023
datum
a3
4
formaat
3. Aanplant zomereik - Quercus robur Aanplantmaat 14-16 Totaal 4 stuks met een onderlinge afstand van 8 (m) Eindbeeld is een boomgroep
1 (3)
2. Aanplant meidoorn - Crateagus monogyna Aanplantmaat 80-100 met 10 st/m1 (driehoeksverband) Eindbeeld is een meidoornhaag
tekeningno
de beplanting voor Vliermansweg 2 staat gesitueerd op deze tekening bomen met 2 boompalen en band; bomen in gras ook met 2 maaipalen 30cm; indien beplanting grenst aan terreinen die worden beweid door vee of waar men met voertuigen rijdt, dient deze beplanting te worden beschermd tegen
1. Aanplant zwarte els - Alnus glutinosa Aanplantmaat 14-16 Totaal 5 stuks Eindbeeld is een boomrij
project
Legenda
dubbele schuurwoning ‘boerderij’
groen erf
bestaande woning
Vliermanweg 4
13
visualisatie erf
Vliermansweg 4 bestaande woning
groen erf ‘boerderij’
14
groen erf
visualisatie erf
4.3.
KWALITEITSIMPULS GROENE OMGEVING
bedrijven en wonen.(mixlandschap). In voorliggend geval is
Met de kwaliteitsimpuls Groene Omgeving biedt de provin-
dan ook sprake van een gebiedseigen functie. Tevens draagt
cie Overijssel beleidsruimte aan gemeenten voor ontwikke-
het initiatief bij aan het sociaal en economisch vitaal houden
lingen in de groene ruimte. Nieuwe ontwikkelingen moeten
van het buitengebied..
mogelijk zijn onder voorwaarde dat ze bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. In het buitengebied is ruimte
Schaal en impact op de omgeving
voor grootschalige uitbreidingen en nieuwe ontwikkelingen
De activiteiten zullen plaatsvinden aansluitend op een be-
mits die gelijk opgaan met verbeteringen van de ruimtelijke
staand erf. De schuren aan de Vliermansdijk 2 zijn niet meer
kwaliteit.
in gebruik en zijn daarmee als landschapsontsierend aangemerkt. Het totale bebouwde oppervlakte in het buitengebied
Ruimtelijke kwaliteit wordt gerealiseerd door naast bescher-
van Hardenberg neemt af. De schaal van de ontwikkeling is
ming vooral in te zetten op het verbinden van bestaande
klein, mede door de positionering van de gebouwen middels
gebiedskwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen, waarbij
de één erfgedachte. De impact op de omgeving is hiermee
bestaande kwaliteiten worden beschermd en versterkt en
beperkt en kan zelfs als positief ervaren worden door het
nieuwe kwaliteiten worden toegevoegd.
opruimen van oude stallen.
De methodiek voor het bepalen van de balans tussen ont-
Eigen belang en maatschappelijk belang
wikkelingsruimte en de gevraagde investering in de groene
Er is sprake van een eigen belang. Het vergroot het woonge-
omgeving, is gericht op het volgende: hoe meer de ontwik-
not en er kunnen gelden gegenereerd worden voor de sloop
keling als gebiedsvreemd te beschouwen is en /of hoe groter
van de opstallen. Ook is er een maatschappelijk belang. Op
de schaal en impact op de ruimtelijke kwaliteit is, des te
het erf staan landschapsontsierende bebouwing met asbest.
zwaarder weegt dat aan de ontwikkelingskant van de balans
Middels de sloop van het geheel en het opruimen van veel
en hoe hoger de aanvullende kwaliteitsprestaties dan dienen
verharding zal de ruimtelijke kwaliteit van het gehele buiten-
te zijn. Als het gaat om een gebiedsvreemde ontwikkeling
gebied verbeteren. Dit is goed voor de leefomgeving en het
van een grote schaal en met een grote impact op de omge-
landschap.
ving, dan zal een forse investering in het landschap nodig zijn. Om te beoordelen of medewerking kan worden verleend
Tegenprestatie
aan het verzoek, wordt het volgende model gevolgd:
Al met al wordt er enkel voor de ontwikkeling aan de Vliermasnweg 2 boven op de basisinspanning aanvullende kwali-
Gebiedseigen ontwikkeling
teitspretaties gevraagd, die bijdragen aan de versterking van
Het ontwikkelingsperspectief voor het plangebied voorziet
de gebiedskenmerken uit het landschapsontwikkelingsplan
primair in het bieden van ruimte aan (verbrede) agrarische 15
en de ontwikkelingsrichting uit de ontwikkelingsvisie.
Deze tegenprestatie zal bestaan door het slopen van minimaal 2.702 m2 landschapsontsierende bebouwing, het opruimen van de overtollige verharding en het realiseren van een kwalitatief hoogwaardig erfensemble met gebouwen die passen in het landschap. Er is daarbij gekozen om een 2/1 kap en een vrijstaande compensatiewoning te bouwen waarmee er een passend erfensemble ontstaat. Voor deze ontwikkeling is 2.275 m2 aan sloopmeters op locatie ingezet. De overige meters zijn verkocht. Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) saneren 2.702 m2 landschapsontsierende bebouwing
5 B EEL D K WA L I T EI T S P L A N 5.1.
SCHUURWONING
Op de inrichtingstekening (pag 10) worden structuren duidelijk. In hoofdlijnen staan wegen, groen en kavelgrenzen vast. De noordelijke woning zal middels de welstandsnota worden getoets. De 2/1 kap woning zal afzonderlijk van de Welstandsnota getoetst worden aan het beeldkwaliteitsplan. Hiermee is de hierarchie tussen de bebouwing, dat een essentieëel onderdeel van de beeldkwaliteit is, geborgd. Binnen het kader is er voldoende ruimte om een eigen ontwerp van de schuurwoning te ontwikkelen. Om de eenheid in het gebied te bewaken zijn er wel randvoorwaarden opgesteld voor vormgeving, materialisatie, en beplanting. Positionering op de kavel en inhoud woning: De grote van de schuurwoning is maximaal 1.100 m3 worden. De voorkomende schuren op de erven in dit deel van het Vechtdal zullen als inspiratie moeten dienen. Dit beeldkwaliteitsplan vormt na vaststelling het toetsingskader voor een bouwplan van de schuurwoning met een architectuurstijl passend bij het erf. Vorm De woning heeft een eenvoudige en duidelijk herkenbare hoofdvorm en een rechthoekig grondvlak; de woning moet zich als eenheid presenteren en niet als een stedelijke 2/1 kap; het dak dient te bestaan uit een zadeldak met een helling van 35-50 graden; een lineaire noklijn zonder haakse toevoegingen en verbijzonderingen. geen doosvormige verbijzonderingen die gevel en goot onderbreken zoals entree risalieten e.d. 16
Detaillering en materiaalgebruik:
Detaillering en materiaalgebruik te behouden schuur
De detaillering van de compensatiewoning dient sober te zijn, duidelijk soberder dan die van de boerderijen en landelijke woningen die in de nabije omgeving staan; de dakgoot is subtiel vormgegeven, bijvoorbeeld door een mastgoot. Het vormt een geïntegreerd onderdeel van de hele dakconstructie, geen goot is ook mogelijk; de materialen zijn niet glimmend en passen qua oppervlakte en structuur goed in de omgeving eenduidig materiaalgebruik zoals bakstenen, rabatdelen/ gepotdekseld hout en keiwerk. in alle gevels van de compensatiewoning worden dezelfde hierboven omschreven materialen gebruikt; geen dakkapellen
De detaillering van de schuur dient sober te zijn, opvallende kleuren of elementen zijn niet toegestaan; de dakgoot is subtiel vormgegeven, bijvoorbeeld door een mastgoot vormt een geïntegreerd onderdeel van de hele dakconstructie, geen goot is ook mogelijk; de materialen zijn niet glimmend en passen qua oppervlakte en structuur goed in de omgeving traditionele materialen zoals bakstenen, rabatdelen/ gepotdekseld hout die mooi verouderen; zonnepanelen vormen een onderdeel van het gebouw, ze worden uitgelijnd en aaneengesloten geplaatst op het dak.
Vernieuwende architectuur
De schuurwoning wordt modern en sober, en past in de extensieve omgeving van het Vechtdal. Het wordt aangemoedigd dat
de architectuur op een vernieuwende manier omgaat met de Het wordt aangemoedigd dat de architectuur op een criteria, zolang deze recht doet aan een beeldbepalend dakvlak vernieuwende manier omgaat met de criteria, zolang deze recht doet aan een beeldbepalend dakvlak en een rustige en een rustige uitstraling. uitstraling; de schuurwoning heeft een langwerpige hoofdvorm, Op de volgende pagina zijn referentiebeelden opgenomen -> de kap bestaat uit een zadeldak; de kap kan twee ongelijke kanten bevatten (verschil in goothoogte/dakhelling); er mag af worden geweken van de kenmerkende symmetrie van stalgebouwen indien de hoofdvorm eenduidig blijft; de dakbedekking bestaat uit een pannendak, niet glimmend plaatmateriaal of een vegetatiedak; het dak kan voorzien zijn van (grote) dakramen en lichtstraten; gevels kunnen geheel van glas zijn of (deels) grote raampartijen/stroken hebben; de compositie van de gevels en het dak is sober in opzet en heeft een robuuste uitstraling; het kleurgebruik is gedekt (natuurlijke tinten, geen felle kleuren).
17
referentieb e elden vo or de schuurwoning
6 ONDERBOUWING NR. 4
Groenstructuur en inrichting erf: Vanuit de landschapsidentiteitskaarten is het gewenst om in
Uitgangspunten initiatiefnemer: herbestemmen van agrarisch naar wonen met een bedrijf, de opstallen blijven behouden.
het essen- en hoevenlandschap de diversiteit in richtingen te versterken en te herstellen. Daarnaast staan er veel grote bomen op het erf en wordt de bebouwing deels aan het zicht
Uitgangspunten gemeente: landschappelijk goed inpassen van het gehele erf; enkel gebruik streekeigen beplanting; aansluiten op de gebiedskenmerken van het essenlandschap zoals is omschreven in de LandschapsIdentiteitsKaarten. Uitgangspunten provincie: het erf moet aansluiten op de gebiedskenmerken (essenlandschap) volgens de Omgevingsvisie Overijssel; de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving is niet van toepassing.
ontnomen door struweel. Op het bestaande erf is momenteel weinig beplanting aanwezig. Aangezien het een eis is vanuit de gemeente om het erf landschappelijk goed in te passen wordt hierin voorzien door nieuwe bomen op het erf te planten. Langs de perceelgrens (in de rug van het erf) wordt een rij zwarte elzen aangeplant. Deze sluit aan op de bomenrij die voorzien wordt op nr. 2. Op het voorerf staan nu al drie bomen.
6.1.
RUIMTELIJK ONDERBOUWING
Dit is voldoende om het erf aan deze zijde in te passen. Op de
Momenteel kent het erf een agrarische bestemming. Aangezien zuidelijke grens is geen ruimte om beplanting aan te brengen aangezien de eigendomsgrens te dicht op de schuur ligt. Wel hier geen agrarische activiteiten meer plaatsvinden zal de bestemming omgezet worden naar wonen met bedrijf. De schuren kan er in het verlengde van de schuur een bomenrij van berk worden voorzien. Tesamen met de solitaire bomen zullen de worden namelijk gebruikt voor een agrarisch dienstverleningsbedrijf die gespecialiseerd is in het reinigen van pluimveestallen. gebouwen verzacht worden en krijgt het erf weer de gewenste groene massa. Het is niet noodzakelijk om gesloten beplanting Concreet zullen er geen schuren gesloopt of bijgebouwd wor-
aan te brengen. Onder de bomen door mochen de gebouwen te
den en ook de woning blijft gelijk aan de huidige situatie. Op het zien zijn. Schuttingen en hoge opgaande exoten moeten in het erf is een mantelzorgwoning die op termijn weer zal verdwijnen. buitengebied voorkomen worden. Het erf maakt ruimtelijk gezien onderdeel uit van het erf aan de SAMENVATTING MAATREGELEN
Vliermansweg 2. Hierdoor kan er nu één aansluitende passende
6.2.
landschappelijke inpassing worden voorzien.
aanplant bomenrij van zwarte els behouden bomen op het voorerf aanplant bomenrij van berk
18
solit aire b euk
2. Bestaand bijgebouw t.b.v. privé datum
3. Bestaand bijgebouw t.b.v. bedrijf
1270
1. Bestaande boerderij
26 oktober 2023
project
Legenda
formaat
a3
7
1 (3)
5. Bestaande boom
tekeningno
4. Bestaande mantelzorgwoning
6. Aan te planten ruwe berk 7. Aan te planten zwarte els
4
2
5 7 1
5 3
5
3 2
6
19
het erfinrichtingsplan voor Vliermansweg 4
2
1
de beplanting voor Vliermansweg 4 staat gesitueerd op deze tekening bomen met 2 boompalen en band; bomen in gras ook met 2 maaipalen 30cm; indien beplanting grenst aan terreinen die worden beweid door vee of waar men met voertuigen rijdt, dient deze beplanting te worden beschermd tegen vraatschade/aanrijschade/verdichting van de wortelzone. 20
formaat
a3 1 (3)
2
tekeningno
datum
2. Aanplant zwarte els - Alnus glutinosa Aanplantmaat 14-16 Totaal 5 stuks Eindbeeld is een boomrij
1270
1. Aanplant ruwe Berk - Betula pendula Aanplantmaat 12-14 Totaal 4 stuks met als eindbeeld een bomenrij
26 oktober 2023
project
Legenda
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vliermansw eg 2-4 Ane | PAGINA 87
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Vliermansweg 2 en 4, Ane
22-11 2023
Definitief
AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI VLIERMANSWEG 2 EN 4, ANE
Auteur: Status: Datum: Projectnummer: Versie:
BJZ.nu Definitief 22-11-2023 2023-568 1
INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 Inleiding ....................................................................................................... 4 Hoofdstuk 2 Wettelijk kader ............................................................................................ 5 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Algemeen ............................................................................................................................................... 5 Zone langs wegen .................................................................................................................................. 5 Grenswaarden ....................................................................................................................................... 5 Berekenen geluidsbelasting ................................................................................................................... 6 Gemeentelijk geluidsbeleid ................................................................................................................... 6