CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels en toelichting bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53 en 54 Bergentheim

gemeenteraad 22 november 2022, gemeente HardenbergBij agendapunt: Het ongewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost tussen 53 en 54, Bergentheim (bouw compensatiewoning op perceel Kanaalweg Oost tussen 53 en 54 in Bergentheim)32.218 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Situatie plangebied

Kanaalweg Oost nr. 53 en nr. 54 Zoals reeds in paragraaf 4.5 is aangegeven, bevinden zich in de nabije omgeving van het plandeelgebied aan de Kanaalweg Oost nr. 53 en 54 geen intensieve of grondgebonden veehouderijen. Voor een nadere uitwerking is in Bijlage 6 behorende bij deze toelichting een overzicht van veehouderijen met geuremissie binnen 2 km, op basis van registratie van de vergunde dieraantallen, RAV stalsystemen en bijbehorende geuremissie zichtbaar. Met deze indicatieve toets op basis van de emissiegegevens van deze bedrijven in relatie tot de afstand van 2 kilometer is met voldoende zekerheid vast te stellen dat de geurbelasting van deze bedrijven op de planlocatie voldoen aan de geurnorm van 4,0 ouE/m3 die op basis van de geurverordening geldt voor dit gebied. Indicatief heeft bedrijf met de hoogste geuremissie op deze planlocatie een emissie lager dan 1,0 ouE/m3. Hiermee is sprake van een goed woon/ en leefklimaat. Tevens is met deze gegevens ook aannemelijk dat met achtergrondbelasting nog sprake is van een goed woon en leefklimaat. Broekdijk nr. 81 en 81a Op basis van artikel 3, 2e lid van de Wet geurhinder en veehouderij geldt voor een woning die onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij, of een woning die op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden onderdeel uit te maken van een andere veehouderij (plattelandswoning), i.p.v.

de geurnorm (art 3 1e lid) een vaste afstand van 100 meter indien gelegen in bebouwde kom en 50 meter indien gelegen buiten de bebouwde kom. De woning Broekdijk 81 heeft onderdeel uitgemaakt van een andere veehouderij en is gelegen buiten de bebouwde kom. Aan de vaste afstand van 50 meter wordt voldaan. Wel blijft uit oogpunt van goede ruimtelijke ordening van belang voor de beoogde woonbestemming voor de voormalige agrarische bedrijfswoning nog te beoordelen of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In Bijlage 6 is een lijst opgenomen van veehouderijen met geuremissie binnen 2 kilometer ten opzichte van het plandeelgebied op basis van registratie van de vergunde dieraantallen, RAV codes stalsystemen en bijbehorende geuremissie, zoals opgenomen in het milieu inrichtingen bestand van IJVI. Met een indicatieve toets op basis van de emissiegegevens van deze bedrijven in relatie tot de afstanden tot de locatie Broekdijk nr. 81 is met voldoende zekerheid vast te stellen dat de geurbelasting van deze bedrijven op de planlocatie voldoen aan de geurnorm van 14,0 ouE/m3 die op basis van de geurverordening van de gemeente Hardenberg geldt voor dit gebied. Het bedrijf in de omgeving met de meeste geuremissie betreft het pluimveebedrijf maatschap van het Riet op adres Emtenbroekerweg 27 te Bruchterveld op een afstand va circa 400 meter van de woning.

(gemeten vanaf centrale emissiepunt luchtwassers van beide stallen) Indicatief heeft dit bedrijf met een vergunde geuremissie van 38.130 ouE/s op afstand van 400 meter een voorgrondbelasting van circa 5 ouE/m3. Andere bedrijven zitten ruim lager.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 50

Tot slot dient te worden opgemerkt dat in voorliggende situatie sprake is van een bestaande woning die niet wijzigt. Daarnaast voorziet het voornemen in een beëindiging van het agrarische bedrijf en de agrarische bestemming en sloop van de bedrijfsgebouwen op dit adres, waarmee per saldo een afname van geuremissie in dit gebied en kwaliteitsverbetering optreedt. Nadere toetsing aan het aspect geur wordt in voorliggende situatie dan ook niet noodzakelijk geacht. 4.6.3

Conclusie

Het aspect 'geur' vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. Dit aangezien in de nabijheid van de compensatielocatie geen veehouderijen zijn gesitueerd naast dat ter plaatse van de slooplocatie reeds een woning aanwezig is, die enkel planologisch wordt omgezet. Daarnaast is door het stopzetten van de bedrijfsvoering ter plaatse sprake van een afname van de geuremissie nabij het plandeelgebied.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 51

4.7

Ecologie

4.7.1

Algemeen

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Natuurbeschermingswet en het Natuurnetwerk Nederland. Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. 4.7.2

Gebiedsbescherming

4.7.2.1 Natura 2000-gebieden Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Nederland zal aan de hand van een vergunningenstelsel de zorgvuldige afweging waarborgen rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde (Nederlandse) Natura 2000-gebied 'De Vecht- en Beneden Reggebied' ligt op een afstand van circa 4,1 kilometer afstand ten opzichte van de Kanaalweg-Oost. In dit geval gaat het om een Rood voor Rood ontwikkeling, waarbij een agrarische bedrijf buiten werking wordt gesteld om vervolgens elders in de gemeente een compensatiewoning te realiseren. Per saldo is daarmee sprake van een afname van stikstofdepositie, vanwege het vervallen van de agrarische gerelateerde stikstofemissie. Een stikstofberekening wordt gelet op de ruime afstand dan ook niet noodzakelijk geacht. 4.7.2.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlands natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. In dit geval ligt het plangebied op minimaal 1900 m afstand van de concreet begrensde NNN.

Er is daarmee geen aantasting van de waarden van het NNN, gezien de afstand in relatie tot de kleinschaligheid van de ontwikkeling. 4.7.3

Soortenbescherming

4.7.3.1 Algemeen Wat betreft de soortbescherming is de Wet natuurbescherming van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. 4.7.3.2 Situatie plangebied In dit geval is door Natuurbank Overijssel een quickscan ecologie ter plaatse van de Broekdijk 81 uitgevoerd. Het volledige rapport is als Bijlage 7 opgenomen. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. Broekdijk 81/81a Het plangebied behoort vermoedelijk tot het functionele leefgebied van verschillende vogel-, vleermuis-, amfibieën- en beschermde grondgebonden zoogdiersoorten. Verschillende vleermuis-, amfibieën- en grondgebonden zoogdiersoorten benutten het onderzoeksgebied als foerageergebied en mogelijk nestelt er ieder voorjaar een spreeuw onder de golfplaten van de meest oostelijke schuur. Van de spreeuw is uitsluitend het bezette nesten beschermd, niet het oude nesten of de nestplaats. Werkzaamheden die leiden tot het verstoren/vernielen van vogelnesten dienen buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De functie van het plangebied als foerageergebied voor de in het plangebied voorkomende vogelsoorten is niet beschermd.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 52

Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten worden geen vleermuizen verstoord, verwond of gedood en worden geen verblijfplaatsen van vleermuizen beschadigd of vernield. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten worden mogelijk aanwezige verblijfplaatsen van vleermuizen buiten het plangebied niet aangetast. De zorgplicht geldt voor alle in ons land voorkomende planten en dieren. In het kader van de zorgplicht worden geen specifieke maatregelen voorgesteld. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming. Kanaalweg-Oost, tussen nr. 53 en nr. 54 De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden.

Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de beplanting verwijderd wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten worden mogelijk beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën gedood en wordt mogelijk een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibie beschadigd of vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren amfibieënsoorten, die een vaste (winter)rust- en voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling 'beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen'. Er geldt geen vrijstelling voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden dienen ze weggejaagd te worden of weggevangen te worden (en elders losgelaten). Indien niet voorkomen kan worden dat een beschermd dier gedood wordt, dient een ontheffing aangevraagd te worden of dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde en toepasbare gedragscode.

Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor verschillende beschermde diersoorten af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties. 4.7.4

Conclusie

Het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkelingen.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 53

4.8

Archeologie & cultuurhistorie

4.8.1

Archeologie

4.8.1.1 Algemeen Op grond van de Erfgoedwet dient er in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met archeologische waarden. In de Erfgoedwet is bepaald dat gemeenten een archeologische zorgplicht hebben en dat initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, verplicht zijn rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 4.8.1.2 Situatie plangebied De gemeente Hardenberg heeft de archeologische verwachting verwerkt in dubbelbestemmingen in het bestemmingsplan/beheersverordening. Ter plaatse van de beoogde te bouwen woning geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5'. Hierbij geldt een onderzoeksgrens indien er sprake is van oppervlakteverharding van meer van dan 2.500 m2. In voorliggende situatie betreft het een toevoeging van één woning waarbij ruimschoots onder deze onderzoeksgrens wordt gebleven. Een archeologisch onderzoek kan dan ook achterwege gelaten worden. 4.8.2

Cultuurhistorie

4.8.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden verstaan die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 4.8.2.2 Situatie plangebied Er bevinden zich, op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Overijssel, in de locaties van het plangebied zelf geen rijks- dan wel gemeentelijke monumenten. In de directe nabijheid van de locaties van het plangebied is er geen sprake van bijzondere cultuurhistorische waarden. Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt met betrekking tot voorliggend plan. 4.8.3

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat er geen archeologisch onderzoek benodigd is en er geen sprake is van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 54

4.9

Besluit milieueffectrapportage

4.9.1

Kader

De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen:  Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is.  Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen).  Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd.

Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r. Beoordeling gehanteerd. 4.9.2

Beoordeling

4.9.2.1 Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op circa 4,1 kilometer afstand van het plangebied (dichtstbijzijnde locatie). Gezien de aard van de ontwikkeling in relatie tot de afstand tot Natura 2000-gebied zijn negatieve effecten ten aanzien van Natura 2000-gebied uitgesloten. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 van de Wet natuurbescherming is in het kader van het voornemen dan ook niet noodzakelijk. Daarom is geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer. 4.9.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r. In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en daarmee geen sprake van een directe m.e.r.-plicht. In onderdeel D 11.2 van het besluit wordt de “aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen” genoemd. Indien geoordeeld wordt dat sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' is mogelijk een vormvrije m.e.r.-beoordeling noodzakelijk.

Uit jurisprudentie volgt dat het antwoord op de vraag of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aan de hand van aspecten als aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 55

De in het voorliggende bestemmingsplan besloten ontwikkeling gaat uit van de sloop van circa 1.407 m2 bebouwing en de bouw van één compensatiewoning. Het gaat om een (zeer) kleinschalige ontwikkeling waarbij het aantal verkeersbewegingen niet significant toeneemt. Verder is, voor zover in dit kader relevant, sprake van een functie die niet leidt tot een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen of een beperking voor andere functies in de directe omgeving. Gelet op het vorenstaande en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.. Tevens blijkt uit dit hoofdstuk en Hoofdstuk 5 dat dit bestemmingsplan geen belangrijk nadelige milieugevolgen heeft, die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. 4.9.3

Conclusie

De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling is niet m.e.r.-plichtig.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 56

Hoofdstuk 5 Wateraspecten 5.1

Vigerend beleid

5.1.1

Europees beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 5.1.2

Rijksbeleid

Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015). Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema's als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012), het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). 5.1.3

Provinciaal beleid

In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 5.1.4

Waterschap Vechtstromen

Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het algemeen bestuur van waterschap Vechtstromen heeft in de vergadering van 7 oktober het 'Waterbeheerplan 2016-2021' vastgesteld. In het Waterbeheerplan is aangegeven hoe het waterschap zijn taken de komende jaren (2016 tot 2021) wil uitvoeren. In het plan zijn doelen en maatregelen gesteld voor de thema's waterveiligheid, voldoende water, schoon water en het zuiveren van afvalwater. Deze zijn gericht op:  voorkomen of beperken van overstromingen, wateroverlast en droogte;  beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater en het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem;  het effectief en efficiënt behandelen van afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 57

5.2

Waterparagraaf

5.2.1

Algemeen

Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 5.2.2

Watertoetsprocedure

Het waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft ertoe geleid dat voor beide plandeelgebieden de korte procedure van toepassing is. Hierbij dient te worden opgemerkt dat door het slopen van de bedrijfsbebouwing ter plaatse van de Broekdijk nr. 81 een verbetering optreedt ten behoeve van de waterhuishouding. Dit aangezien er meer mogelijkheden ontstaan om het hemelwater te laten infiltreren. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding. Het watertoetsresultaat is opgenomen in Bijlage 8 en Bijlage 9 bij deze toelichting. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Vechtstromen geeft een positief wateradvies. Hieronder wordt nader op de waterhuishouding ingegaan. Waterhuishouding Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. Binnen het bestemmingsplan worden niet meer dan tien wooneenheden gerealiseerd en de toename van het verharde oppervlak bedraagt niet meer dan 1500 m^. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Voor de aanleghoogte wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 cm. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en onderzijde bouwvloer.

Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een kleinere ontwateringsdiepte. Om wateroverlast binnen woningen en bedrijven te voorkomen adviseren wij om een drempelhoogte van 30 cm boven het straatpeil te hanteren (as van de weg). Voor lagergelegen ruimtes, zoals kelders en parkeergarages, wordt aandacht besteed aan het voorkomen van wateroverlast door bijvoorbeeld instromend hemelwater. De nieuwe woning zal worden aangesloten op het bestaande riool. Het hemelwater zal in de grond worden geïnfiltreerd. Binnen het plandeelgebied is hiervoor meer dan voldoende ruimte beschikbaar. Tevens is er al reeds sprake van een duidelijke afscherming ten opzichte van het kanaal waardoor de nieuwe woning wordt beschermd indien er sprake is van een hoge waterstand. Ter plaatse van het plandeelgebied aan de Broekdijk nr. 81 zullen meer infiltratiemogelijkheden door het verwijderen van de bebouwing ontstaan. Hierbij treedt een verbetering op.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 58

Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieuen omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is. 6.2

Opzet van de regels

6.2.1

Algemeen

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs-en slotregels.

Wat betreft de regelsets is aangesloten bij het bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, herziening regels, vastgesteld op 26-9-2016 en de Beheersverordening Bergentheim, vastgesteld op 18-12-2012 door de gemeenteraad van de gemeente Hardenberg. 6.2.2

Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten:  Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.  Wijze van meten (Artikel 2) Om op een eenduidig manier afstanden, oppervlaktes en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 59

6.2.3

Bestemmingsregels

Dit hoofdstuk bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen, zoals weergegeven op de verbeelding van dit bestemmingsplan. De regels zijn onderverdeeld in o.a.:  Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan;  Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bouwhoogte etc.);  Afwijken van de bouwregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bouwregels.  Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig zijn;  Afwijken van de gebruiksregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemming;  Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: is een vergunningstelsel voor bepaalde werkzaamheden opgenomen;  Wijzigingsbevoegdheden: welke wijzigingsbevoegdheden gelden voor het bestemmingsplan. 6.2.4

Algemene regels

 Artikel 7 Anti-dubbeltelregel; Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de beoordeling van bouwplannen.  Artikel 8 Algemene gebruiksregels; In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven met specifieke aandacht voor uitsluiting van besluit-m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit en gebruik gewasbescherming.  Artikel 9 Algemene bouwregels; In dit artikel worden de algemene bouwregels beschreven met betrekking tot de afstanden tot wegen en bestaande bouwregels.  Artikel 10 Algemene afwijkingsregels In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken.  Artikel 11 Algemene wijzigingsregels; In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels geven de bevoegdheden van Burgemeester en wethouders weer om het plan op ondergeschikte punten te wijzigen.  Artikel 12 Overige regels; In dit artikel zijn bepalingen ten aanzien van de werking wettelijke regelingen, afstemming welstandstoets, uitsluiting seksinrichting, afstemming APV en evenementen en parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden. 6.2.5

Overgangs- en slotregels

In Artikel 13 en Artikel 14 (Hoofdstuk 4) staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 60

6.3

Verantwoording van de regels

6.3.1

Bestemmingen

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan/wijzigingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. Agrarisch met waarden - Besloten veenontginningslandschap (Artikel 3) Ter plaatse van de gronden aan Broekdijk 81/81a die buiten het woonerf vallen, maar binnen het voormalige bouwvlak en waar de te slopen gebouwen staan, is een agrarische gebiedsbestemming (zonder bouwvlak) opgenomen. Gronden met deze bestemming zijn met name bedoeld voor de instandhouding van de sterke gebiedskenmerken van het besloten veenontginningslandschap, voorzieningen voor extensieve openluchtrecreatie, zoals fiets- en voetpaden en picknickplaatsen, watergangen en waterpartijen en verkeersvoorzieningen en nutsvoorzieningen naast landschappelijke inpassing.

Op de gronden zijn uitsluitend andere bouwwerken toegestaan, waaronder tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen. Voor de andere bouwwerken zijn bouwbepalingen opgenomen. In de specifieke gebruiksregels zijn vormen van strijdig gebruik opgenomen. Wonen - Besloten veenontginningslandschap (Artikel 4) Ter plaatse van het woonerf aan de Broekdijk 81/81a is de bestemming Wonen - Besloten veenontginningslandschap opgenomen. Dit aangezien de agrarisch bedrijfsvoering is beëindigd maar de bewoners nog wel ter plaatse blijven wonen. Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor wonen, met inbegrip van aan-huis-gebonden beroepen, tuinen en erven, bed and breakfast, boerderijkamers, statistische opslag in bestaande gebouwen, ontsluitingsvoorzieningen en landschappelijke inpassing. Op de gronden zijn uitsluitend de bestaande woning en bijgebouwen en andere bouwwerken toegestaan. In de bouwregels is bepaald dat woningen conform de bestaande situatie, toegestaan zijn. De inhoud van de woningen bedraagt maximaal de bestaande inhoud. Bij de woning is maximaal 100 m2 aan bijbehorende bouwwerken toegestaan, danwel de bestaande oppervlakte na sloopt. Bijbehorende bouwwerken worden minimaal 1 m achter de voorgevel gebouwd. Van de bouwregels kan op ondergeschikte punten afgeweken worden.

In de specifieke gebruiksregels zijn vormen van strijdig gebruik en bepalingen omtrent aan-huis-gebonden beroepen, bed and breakfast en boerderijkamers opgenomen.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 61

Woongebied (Artikel 5) Ter plaatse van de compensatiekavel aan de Kanaalweg-Oost is de bestemming 'Woongebied' opgenomen. Deze bestemming wijkt qua systematiek af van andere bestemmingen aangezien aansluiting is gezocht bij de systematiek van de Beheersverordening Bergentheim. Gronden met deze bestemming zijn met name bestemd voor het wonen. Tevens zijn aan-huis-gebonden beroepen, verkeer- en verblijfsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, openbare nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen en water mogelijk. In de bouwregels is bepaald dat maximaal één woning is toegestaan met een maximale inhoud van 750 m3. De woning mag de rooilijn niet overschrijden. De goot- en bouwhoogte bedragen maximaal 6 m en 10 m. Hierbij dient het hoofdgebouw op minimaal 5 m van de zijdelingse perceelsgrens te worden gebouwd. Het bebouwingspercentage van het perceel bedraagt maximaal 60%. Bij de woning is maximaal 60 m2 aan bijbehorende bouwwerken toegestaan. Bijbehorende bouwwerken worden minimaal 3 m achter de voorgevel gebouwd. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de vergunningsvrije regels. Van de bouwregels kan op ondergeschikte punten afgeweken worden. In de specifieke gebruiksregels zijn vormen van strijdig gebruik en bepalingen omtrent aan-huis-gebonden beroepen en zorgfuncties opgenomen.

Tevens is hier een voorwaardelijke verplichting voor de landschappelijke inpassing en het slopen van de voormalige bebouwing ter plaatse van de slooplocatie opgenomen. In de afwijking van de gebruiksregels zijn afwijkingsmogelijkheden opgenomen om via een omgevingsvergunning kleinschalige bedrijfsactiviteiten en andere landschappelijke maatregelen dan in de voorwaardelijke verplichting bepaald, toe te staan. Waarde - Archeologie 5 (Artikel 6) Deze dubbelbestemming is conform geldend bestemmingsplan overgenomen ter plaatse van de Broekdijk 81/81a en de Kanaalweg-Oost. Gronden met deze bestemming zijn, naast de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de te verwachten archeologische waarden. Gronden met deze bestemming zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en herstel van de cultuurhistorisch ruimtelijke structuur, het historische bebouwingsbeeld en overige ruimtelijke elementen, zoals omschreven in de in het bijlage opgenomen aanwijzingsbesluit.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 62

Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan/wijzigingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan/wijzigingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten zijn beperkt tot de ambtelijke kosten, welke worden verhaald middels de gemeentelijke legesverordening. Eventuele planschade komt voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe is een anterieure overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12 Wro geen exploitatieplan nodig.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 63

Hoofdstuk 8 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 8.1

Vooroverleg

Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. 8.1.1

Het Rijk

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 8.1.2

Provincie Overijssel

Op 22-2-2022 heeft de provincie Overijssel de volgende reactie gegeven: Dit bestemmingsplan past in ons ruimtelijk beleid. Er zijn dan ook geen belemmeringen wanneer u dit plan in deze vorm in procedure brengt. Ook is hiermee het ambtelijk vooroverleg met de provincie (uit het Bro) afgerond. 8.1.3

Waterschap Vechtstromen

In het kader van de watertoets heeft er een digitale watertoets plaatsgevonden via de website www.dewatertoets.nl. De uitkomsten van deze watertoets hebben geleid tot de 'korte procedure'. Het waterschap geeft een positief wateradvies. De beantwoording van de vragen heeft er niet toe geleid dat er nader overleg met het waterschap moet worden gevoerd. 8.2

Inspraak

Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In het voorliggende geval wordt geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd door het college van Burgemeester en Wethouders. 8.3

Zienswijzen

Het bestemmingsplan wordt voor een periode van zes weken als ontwerp ter inzage gelegd. Na afronding van deze periode zal deze paragraaf worden ingevuld.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 64

Bijlagen bij de toelichting

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 65

Bijlage 1

Ruimtelijk kwaliteitsplan Broekdijk 81/81a

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 66

Bijlage 2

Ruimtelijk kwaliteitsplan Kanaalweg-Oost

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 67

Bijlage 3

Verkennend bodemonderzoek Kanaalweg-Oost

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 68

Bijlage 4

Verkennend bodemonderzoek Broekdijk

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 69

Bijlage 5

Aanvullend bodemonderzoek Broekdijk 81/81a

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 70

Bijlage 6

Uitwerking aspect geur

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 71

Bijlage 7

Quickscan ecologie

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 72

Bijlage 8

Watertoetsresultaat Kanaalweg-Oost

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 73

Bijlage 9

Watertoetsresultaat Broekdijk

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 74

Regels

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 75

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 1.1

Begrippen plan:

het bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/... met identificatienummer NL.IMRO.0160.0000BP00387-OW01 van de gemeente Hardenberg; 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3

aan-huis-gebonden beroep:

administratieve, juridische, medische, therapeutische, kunstzinnige, ontwerptechnische en daarmee gelijk te stellen beroepen, die door hun beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend en die een ruimtelijke uitwerking of uitstraling hebben die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.4

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5

agrarisch bedrijf:

een bedrijf, dat geheel of overwegend gericht is op het bedrijfsmatig voortbrengen van agrarische producten door het telen van gewassen waaronder begrepen tuinbouw en/of het houden van dieren, waaronder begrepen een productiegerichte paardenhouderij, inclusief pensionstal en productie van zonne-energie waarvan de geproduceerde elektriciteit in hoofdzaak aangewend wordt voor eigen gebruik. Bewerking en vergisting van mest en biomassa zijn activiteiten die onderdeel uitmaken van het agrarisch bedrijf, met dien verstande dat deze activiteiten plaatsvinden binnen het eigen bouwvlak, met bedrijfseigen producten en/of bedrijfseigen mest waarvan de geproduceerde elektriciteit en/of brandstof in hoofdzaak aangewend wordt voor eigen gebruik; 1.6

appartement:

het geheel van bijbehorende vertrekken als afzonderlijk gemeubileerde woongelegenheid in een groter gebouw en dat naar de aard en inrichting is bedoeld voor recreatief verblijf; onder recreatief nachtverblijf is in ieder geval niet begrepen permanente bewoning door eenzelfde persoon, gezin of andere groep van personen; 1.7

archeologische monumentenzorg:

zorg die zich richt op het optimaal beheer van de bodem als unieke bron van informatie over de geschiedenis van Nederland; 1.8

archeologisch onderzoek:

in een schriftelijke rapportage vastgelegd bureau- en/of veldonderzoek naar de materiële neerslag van menselijke aanwezigheid en menselijk handelen in het verleden; 1.9

archeologische waarde:

de aan een gebied toegekende waarden in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit in het verleden, ten minste ouder dan 50 jaar;

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 76

1.10

bebouwing:

een of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.11

bebouwingspercentage:

de oppervlakte van de bebouwing binnen het bouwvlak of het bestemmingsvlak indien daarin geen bouwvlak voorkomt, uitgedrukt in een percentage van de oppervlakte van dat bouwvlak respectievelijk bestemmingsvlak; 1.12

bed and breakfast:

het tegen betaling aanbieden van toeristisch en kortdurend verblijf en ontbijt. Permanente bewoning van een bed and breakfast in een bijgebouw of bedrijfsgebouw is niet toegestaan; 1.13

berging:

een niet voor bewoning bestemd gebouw ten dienste van een recreatief nachtverblijf; 1.14 bestaand(e) aantal, afmeting, afstand, bedrijf, bouwhoogte, bouwwerk, goothoogte, inhoud, inrichting, object, oppervlakte, plaats, situatie en vorm: aantal, afmeting, afstand, bedrijf, bouwhoogte, bouwwerk, goothoogte, inhoud, inrichting, object, oppervlakte, plaats, situatie of vorm, zoals dat of die rechtens bestaat op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan, dan wel nadien krachtens een omgevingsvergunning, waarvoor de aanvraag is ingediend voor dat tijdstip, kan worden gerealiseerd; 1.15

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.16

bijgebouw:

een gebouw dat in ruimtelijk opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; 1.17

boerderijkamer:

(een deel van) een (voorheen) agrarisch gebruikt gebouw dat blijvend wordt gebruikt voor recreatief nachtverblijf in kamers, al dan niet in combinatie met een dagverblijf. De oppervlakte van een zelfstandige boerderijkamer mag niet meer bedragen dan 50 m2 en van de boerderijkamers in totaal niet meer dan 200 m2. Het aantal slaapplaatsen mag niet meer bedragen dan 15, vrijstaande appartementen c.q. huisjes zijn niet toegestaan; 1.18

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.19

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.20

bouwperceelgrens:

de grens van een bouwperceel; 1.21

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn toegestaan; 1.22

bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.23

dagrecreatie

activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, toerisme en educatie, waarbij overnachting niet is toegestaan;

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 77

1.24

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en leveren van goederen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegend anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.25

eenvoudige dagrecreatieve voorziening:

extensieve, kleinschalige vormen van vrijetijdsbesteding met een maximale duur van een dag, waarbij geen overnachting plaatsvindt; 1.26

erf:

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1.27

extensieve openluchtrecreatie:

vormen van recreatief medegebruik van het agrarisch of natuurgebied door middel van al dan niet aangelegde en aanwezige voorzieningen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruime, zoals wandel-, ruiter- en fietspaden, vis- en picknickplaatsen; 1.28

gebouw:

elk bouwwerk, met uitzondering van windturbines, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.29

hoofdgebouw:

een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.30

huishouden:

één of meer personen die op hetzelfde adres wonen en een economisch-consumptieve eenheid vormen; 1.31

internetwinkel:

specifieke vorm van detailhandel, waarbij de transactie via internet (of postorder) tot stand komt en waarbij afhalen, tonen en afrekenen van goederen niet ter plaatse gebeurt; 1.32

kampeerterrein:

een terrein ingericht voor recreatief verblijf in kampeermiddelen en stacaravans; onder recreatief nachtverblijf is in ieder geval niet begrepen permanente bewoning door eenzelfde persoon, gezin of andere groep van personen; 1.33

kleinschalig kamperen:

kamperen in de vorm van recreatief medegebruik op een kampeerterrein geschikt voor een beperkt aantal kampeermiddelen; 1.34

omgevingsvergunning:

een vergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo); 1.35

opgraving:

archeologische maatregel waarbij een aangetroffen en gewaardeerde vindplaats ex situ wordt behouden; 1.36

overkapping:

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat dient ter overdekking en niet, of slechts met één wand is omgeven; 1.37

paardenbak:

een onverhard en omheind terrein, niet overdekt en met een andere ondergrond dan gras, ingericht voor het africhten, trainen en berijden van paarden en pony's en het anderszins beoefenen van de paardensport;

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 78

1.38 a. b. c. 1.39

peil: voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het aan het bouwwerk aansluitende afgewerkte terrein; het peil zoals door of namens burgemeester en wethouders is bepaald; rooilijn:

de als zodanig vanwege burgemeester en wethouders in het terrein langs de wegzijde of voetpad aan te geven lijn, welke: 1. bij het ontbreken van bestaande bebouwing zoveel mogelijk op een gelijkmatige afstand evenwijdig aan de as van de weg of het voetpad is gelegen; de daarbij aan te houden gelijkmatige afstand wordt gemeten uit de kant van de weg en bedraagt ten minste 3 m, tenzij in het plan anders is aangegeven; 2. bij bestaande bebouwing zoveel mogelijk aansluit aan de ligging van de naar de weg gekeerde gevels van die bebouwing, tenzij in het plan anders is aangegeven; 1.40

ruimtelijk kwaliteitsplan:

een plan dat beschrijft op welke wijze het erf landschappelijk gezien is ingepast in zijn omgeving, hoe de sterke gebiedskenmerken worden doorvertaald in de inrichting van het erf en hoe de nieuwe ontwikkeling op het erf en waar nodig compenserende maatregelen elders, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving; voor het bepalen van de sterke gebiedskenmerken moet gebruik gemaakt worden van de tabellen in de Landschap Identiteit Kaarten (LIK's), waarin de sterke gebiedskenmerken per (deel)gebied zijn beschreven; de LIK's maken als bijlage onderdeel uit van de regels; 1.41

ruimtelijke kwaliteit:

het resultaat van menselijk handelen en natuurlijke processen dat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. 1.42

schuilgelegenheid:

een gebouw met maximaal drie gesloten wanden, dat dient voor de beschutting van, al dan niet hobbymatig gehouden, dieren tegen weersinvloeden alsmede voor de opslag van het voor deze dieren bestemde voer; 1.43

seksinrichting:

een inrichting, bestaande uit een of meer voor publiek toegankelijke, besloten ruimten, waarin bedrijfsmatig of op een daarmee vergelijkbare wijze, seksuele handelingen worden verricht; onder een hiervoor bedoelde inrichting wordt in elk geval verstaan een bordeel en parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.44

statische opslag:

opslag van goederen en producten die geen regelmatige verplaatsing behoeven, zonder dat deze ter plaatse bewerkt, verwerkt, gerepareerd of verhandeld worden; uitgezonderd de opslag van gevaarlijke stoffen; 1.45

technische installatie:

een voor de bedrijfsvoering benodigde installatie; 1.46

teeltondersteunende voorzieningen:

een verplaatsbare constructie, overtrokken met transparant materiaal anders dan glas, voor het kweken of beschermen van gewassen, uitsluitend aanwezig tijdens het teeltseizoen; 1.47

verbeelding:

de verbeelding van het bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/..., bestaande uit kaart met identificatienummer NL.IMRO.0160.0000BP00387-OW01;

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 79

1.48

voorgevel:

de naar de weg gekeerde of aan de voorzijde van een gebouw gelegen gevel of, indien het een gebouw betreft met meerdere zodanige gevels, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt; 1.49

voorgevelrooilijn:

de lijn die horizontaal loopt, door het buitenwerks vlak van de voorgevel van het hoofdgebouw, tot aan de perceelgrenzen. 1.50

waarde archeologie 5:

door burgemeester en wethouders aangewezen terrein waarvan op grond van historische gegevens of door archeologische vondsten en onderzoek vermoed wordt dat het van algemeen belang is wegens zijn betekenis voor de archeologische monumentenzorg; 1.51

waterpeil:

de hoogte (het niveau) van de waterspiegel gemeten naar NAP op het moment van aanvraag van de vergunning of bestemmingswijziging. Dit kan betrekking hebben op zowel oppervlaktewater als grondwater; 1.52

windturbine:

een door de wind aangedreven bouwwerk waarmee energie wordt opgewekt, inclusief de bij dit bouwwerk behorende (infrastructurele) voorzieningen; 1.53

wonen:

het gehuisvest zijn van één huishouden in een woning; 1.54

woning:

een complex van ruimten volgens aard en indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van een afzonderlijk huishouden; 1.55

zonnecollectoren:

collectoren voor warmteopwekking of een paneel voor elektriciteitsopwekking;

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 80

Artikel 2 2.1

Wijze van meten de tiphoogte van een windturbine:

vanaf het peil tot het maximale 2.2

de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.3

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; ondergeschikte bouwdelen worden hierbij buiten beschouwing gelaten; 2.5

de inhoud van een bouwwerk:

a.

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; b. Ruimten, zoals kelders en kruip- en soortgelijke ruimten, onder de onderzijde van de begane grondvloer - en tussen de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren worden niet meegerekend bij de inhoud van een bouwwerk, tenzij: 1. de onderzijde van de begane grondvloer op meer dan 0,3 meter boven peil is gelegen, of; 2. de kelder aan de buitenzijde een directe toegang heeft. c. In bestaande situaties wordt een kelder waarvan de onderzijde van de begane grondvloer op meer dan 0,3 meter boven peil is gelegen of de kelder aan de buitenzijde een directe toegang heeft, niet meegerekend bij de inhoud van een bouwwerk. In geval van recreatiewoningen wordt de inhoud van een kelder onder de recreatiewoning wel meegeteld bij de inhoud van de woning; 2.6

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.7

ondergeschikte bouwdelen:

bij de toepassing van het bepaalde over het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- of bestemmingsgrens dan wel rooilijn met niet meer dan 1 meter wordt overschreden.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 81

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 3.1

Agrarisch met waarden - Besloten veenontginningslandschap Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch met waarden - Besloten veenontginningslandschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de instandhouding van de sterke gebiedskenmerken van het besloten veenontginningslandschap, welke per (deel)gebied zijn beschreven in de tabellen van de Landschap Identiteit Kaarten (LIK's), de relevante LIK Bergentheim-Zuid maakt als Bijlage 1 LIK Bergentheim-Zuidonderdeel uit van de regels; met daaraan ondergeschikt: b. voorzieningen voor extensieve openluchtrecreatie, zoals fiets- en voetpaden en picknickplaatsen; en tevens voor: c. watergangen en waterpartijen, met bijbehorende waterhuishoudkundige voorzieningen; d. (aanpassingen aan) bestaande verkeersvoorzieningen en nutsvoorzieningen; e. landschappelijke inpassing. 3.2

Bouwregels

3.2.1

Toegestane (bouw)werken buiten bouwvlakken

Buiten bouwvlakken mogen uitsluitend worden gebouwd: a. andere (bouw)werken, waaronder tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, met uitzondering van bouwwerken voor de opslag van mest en zonnecollectoren; b. schuilgelegenheden tot een oppervlakte van maximaal 15 m² per schuilgelegenheid en met een maximum van 1 schuilgelegenheid per één hectare bij elkaar behorende grond. 3.2.2

Bouwen

Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in artikel 3.2.1 gelden de volgende bepalingen: a. voor de goothoogte, bouwhoogte en dakhelling van bouwwerken gelden de volgende bepalingen:

b.

c.

bouwwerken max. goothoogte max. bouwhoogte min. dakhelling erf- of 1m perceelsafscheidinge n schuilgelegenheden 2,5 m 5m 18o overige andere 3m bouwwerken een bouwwerk dat afwijkt van het bepaalde onder a en op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan aanwezig is of gebouwd kan worden krachtens een vergunning voor bouwen, is toegestaan en mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, geheel of gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; in voorkomend geval artikel 9.1 Afstanden tot wegen (Afstanden tot wegen).

3.3

Specifieke gebruiksregels

3.3.1

Strijdig gebruik

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 82

Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de in artikel 3.1 opgenomen bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor niet-agrarische bedrijfsactiviteiten, anders dan genoemd in de bestemmingsomschrijving; b. het gebruik van gronden en bouwwerken als kleinschalig kampeerterrein; c. het gebruik van gronden als paardenbak. 3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1

Vergunningplicht

Behoudens het bepaalde in artikel 3.4.2, is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de hierna aangegeven gronden de daarbij aangegeven werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. aanleggen en dempen van water; c. aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; d. bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden. 3.4.2

Uitzonderingen vergunningplicht

Het in artikel 3.4.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van het volgende werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; a. werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. werken en werkzaamheden, waarmee rechtens is of mag worden begonnen ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; c. werken en werkzaamheden die worden uitgevoerd ter ontwikkeling van de aan het besloten veenontginningslandschap eigen gebiedskenmerken; d. werken en werkzaamheden met minder dan 250 m 3 grondverzet; e. kavelpaden en in- of uitritten; f. werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 3.4.1, onder b, voor zover het betreft het aanleggen van poelen. 3.4.3

Toelaatbaarheid werken en werkzaamheden

Werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 3.4.1, zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, een of meer waarden of functies van de in dit artikel bedoelde gronden, welke het plan beoogt te beschermen: - niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel; - de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12015781/3