CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels en toelichting bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53 en 54 Bergentheim

gemeenteraad 22 november 2022, gemeente HardenbergBij agendapunt: Het ongewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost tussen 53 en 54, Bergentheim (bouw compensatiewoning op perceel Kanaalweg Oost tussen 53 en 54 in Bergentheim)32.218 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Dit vraagt om blijvende inspanningen en investeringen. De gemeente kan niet doorbouwen zoals het groot is geworden. Het gebruik van het platteland verandert. Dat vraagt om ontwikkeling van bebouwing die samengaat met ruimtelijke kwaliteit, landschap en natuur. Stad en land vullen elkaar steeds meer aan en houden elkaar in balans. Samen vertellen zij het verhaal van de functieverandering van het Hardenbergse platteland. Of-of-denken maakt plaats voor en-en-denken. De gemeente wil de kwaliteiten van het buitengebied versterken door stedelijke elementen aan te brengen. Tegelijkertijd blijft de gemeente werken aan het binnenstedelijk woon- en leefklimaat met vitale en bruisende centra in Hardenberg en Dedemsvaart. De gemeente Hardenberg staat niet op zichzelf. Sociale, maatschappelijke en economische relaties zijn steeds (boven)regionaler. Hardenberg wordt steeds afhankelijker van de omliggende regio’s. Omgekeerd geldt hetzelfde. De gemeente speelt daar op in. Per opgave kiest de gemeente het juiste schaalniveau voor de aanpak en samenwerking. De gemeente gaat ‘spelen met schalen’. De gemeente staat voor een nieuwe schaalsprong. Om deze schaalsprong te kunnen maken zijn vier uitgangspunten opgesteld. a. de groei vasthouden en doortrekken; b. kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker; c. ruimte als troefkaart; d. bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 30

De groei vasthouden De gemeente blijft inzetten op groei van de economie en de werkgelegenheid. Hardenberg streeft naar een positieve arbeidsmarktbalans. Dit past bij onze positie als streekcentrum. De omvang en samenstelling van de beroepsbevolking geeft nu voldoende basis voor een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Dat wil de gemeente in de toekomst ook zo houden. Een stabiele bevolkingsgroei is daarom een voorwaarde. Net als het behouden van de concurrerende economie. Volgens de prognoses groeit onze bevolking tot 2040. Tot 2050 groeit ook het aantal huishoudens, en daarmee de woningbehoefte. Terwijl de bevolking groeit, neemt de beroepsbevolking geleidelijk af door vergrijzing. Dit kan Hardenberg positief beïnvloeden door jonge gezinnen en startende huishoudens aan te trekken. Dit is gunstig voor de omvang van de beroepsbevolking en het voorzieningenniveau. De Regio Zwolle krijgt van het Rijk een groeiopgave van naar verwachting 40.000 tot 60.000 woningen in 2040. Hiervan kan en wil de gemeente in ieder geval 1.000 woningen voor haar rekening nemen. Kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker Groei is geen doel op zich maar moet bijdragen aan welvaart en welzijn van onze inwoners. De gemeente bouwt bestaande kwaliteiten uit en voegt nieuwe toe aan de leefomgeving en economie. Zo wil de gemeente haar inwoners binden en vertrokken Hardenbergers verleiden om terug te keren.

De gemeente schept een gunstig vestigingsklimaat voor nieuwe bedrijven. Nieuwbouw is hiervoor niet voldoende. Verbeteringen in het woon, leef- en werkklimaat werken als een vliegwiel voor de lokale welvaart en het welzijn van de inwoners. Dit noemt met brede welvaart. De brede welvaart wordt bereikt door in te spelen op de trends en ontwikkelingen die de samenleving beïnvloeden, zoals: klimaatontwikkelingen, energietransitie, transities in de landbouw, circulaire economie, aandacht voor voeding en levensstijl en demografische ontwikkelingen. Ruimte als troefkaart Ruimte is de troefkaart. In Hardenberg krijg je veel voor weinig. Er is kwaliteit van leven. De Brede Welvaartsindicator 2019 laat een hoge woontevredenheid zien. Een kwaliteit die in Nederland steeds schaarser wordt. Hiermee onderscheiden we ons. Nu en in de toekomst. Dit doet Hardenberg door werk te maken van leefbaarheid:  de gemeente versterkt landbouw en natuur;  de gemeente verbeterd het leef- en woonmilieu (groen, water, schoon, veilig, ruimte);  de gemeente zorgt voor een passend woningaanbod en versterkt de sociale samenhang;  de gemeente houdt het voorzieningenniveau op peil. Bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden Hardenberg is de op één na grootste gemeente in zowel de regio Zwolle als de Dutch TechZone. Beide samenwerkingsverbanden zijn belangrijk om onze ambities en opgaven te realiseren.

Vooral voor de bereikbaarheid en de economie. En daarmee ook voor onderwijs en scholing. Hardenberg moet daarom uitgroeien tot een netwerkgemeente bij uitstek. Dit vraagt om intensivering van de samenwerkingsrelaties, specifiek met de regio Zwolle. Goede bereikbaarheid is hierbij een belangrijke voorwaarde. De gemeente zet zich in voor snelle verbindingen met Twente en Zwolle. 3.3.1.3 Thema's De visie is vertaald in vier thema's voor ontwikkeling. Dit betreffen de volgende: 1. Hardenberg in balans: over de verscheidenheid van het landelijk gebied; 2. Hardenberg voor elkaar: over stedelijke ontwikkeling, een vitale samenleving en leefbare kernen; 3. Hardenberg knooppunt: over een vitale economie en goede bereikbaarheid; 4. Hardenberg duurzaam: over de energietransitie, klimaatadaptatie en een circulaire economie.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 31

Binnen elk thema heeft de gemeente ambities en staat de gemeente voor opgaven. Samen vormen ze de agenda voor toekomstige samenwerkingen. In dit geval is met name het thema 'Hardenberg in balans' relevant, aangezien deze gaat over het landelijk gebied, waar het plangebied onderdeel van is. Hardenberg in Balans Ten aanzien van dit thema's heeft de gemeente zes ambities opgesteld, dit betreffen de volgende: 1. De gemeente houdt het landelijk gebied vitaal; 2. De gemeente behoud en versterkt natuur en landschap, economie en samenleving: 3. De gemeente maakt ruimte voor klimaatadaptatie en de energietransitie met aandacht voor de kwaliteit, het gebruik en de waarden in het landelijk gebied; 4. De gemeente benaderd ontwikkelopgaven en vraagstukken gebiedsgericht; 5. De gemeente stimuleert nieuwe samenwerkingsvormen en strategische partnerschappen tussen ondernemers, onderzoek, onderwijs en overheden; 6. De gemeente zorgt voor passend hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing. 3.3.1.4 Opgaven per gebied De gemeente zet zich al lang in om ontwikkelingen in het buitengebied bij te laten dragen aan versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het beleid beschrijft daarom voor elk landschapstype de belangrijkste gebiedskenmerken en ontwikkelingsrichtingen. Bij het maken van dit beleid waren zowel bewoners als professionals betrokken.

De resultaten zijn vastgelegd in Landschap-Identiteit-Kaarten (LIK’s). Deze vormen de natuurlijke onderlegger voor ontwikkelvisies voor verschillende deelgebieden. In dit geval ligt het plangebied in een gemengd gebied. Dit zijn de besloten heide- en veenontginningen en het brede beekdallandschap stroomopwaarts van Hardenberg. De gemeente geeft hier ruimte aan de landbouw. De gemeente maakt functietransformaties van vrijkomende agrarische bebouwing mogelijk. De gemeente richt ook op behoud en aanvulling van passende landschapselementen zoals bosjes en singels. 3.3.1.5 Aandachtspunten voor natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten De natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten in het landelijk gebied blijven voortdurend aandacht vragen. Natuur en landschap staan onder druk, vanwege de energietransitie, klimaatmaatregelen en de transitie in de landbouw. Tegelijk vormen deze ontwikkelen juist een kans om bij te dragen aan de Landstad Hardenberg en de ‘regio van het gezonde leven’. In de dialoog ‘bouw je eigen buurt’ was de zorg voor een gezonde en groene leefomgeving een speerpunt. Een goede landschappelijke en ruimtelijke inpassing van vrijkomende agrarische bebouwing is hiervan een voorbeeld. De regeling ‘Erven met kwaliteit’ (voorheen rood-voor-rood) blijft hierbij het kader.

Dit sluit aan bij de landelijke trend om meer ruimtelijke kwaliteit toe te voegen in de fysieke leefomgeving. Ruimtelijke kwaliteit ziet de gemeente als “datgene wat ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is”. De provincie gebruikt deze omschrijving ook. Ambities:  De gemeente geeft een extra kwaliteitsimpuls aan de groene omgeving waarbij de verschillende landschappen herkenbaarder worden. Gebiedsgerichte projecten versterken enerzijds de landschappelijke relaties en biodiversiteit in het landelijk gebied zelf en anderzijds de relatie tussen het landelijk gebied en de kernen. Dit overstijgt de huidige perceelsgerichte benadering.  De gemeente zoekt naar nieuwe economische dragers in het landelijk gebied om gebiedsgerichte projecten te kunnen financieren. Een voorbeeld is het bieden van ruimte aan tweede woningen. De investeringsruimte die hiermee ontstaat zet de gemeente in voor kwaliteitsverbetering van de fysieke leefomgeving van het buitengebied.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 32

De gemeente onderzoekt hoe inkomsten uit grootschalige(r) toekomstige ontwikkelingen in het landelijk gebied kunnen inzetten voor de kwaliteit van de groene leefomgeving. Denk aan koppeling van geldstromen rond de energietransitie of klimaatadaptatie. Dit kunnen ook nieuwe economische dragers in het landelijk gebied worden. De gemeente stimuleert groenblauwe diensten ter ondersteuning van de gebiedsgerichte projecten. Deze dragen bij aan nieuwe kwaliteitsimpulsen voor de groene leefomgeving.

3.3.1.6 Toetsing van het initiatief aan de gemeentelijke omgevingsvisie 'Landstad Hardenberg' Deze ontwikkeling draagt bij aan de algemene ambitie van de gemeente om kwaliteit toe te voegen. Door de sloop van vervallen gebouwen en realisatie van een toekomstbestendige woning wordt hier aan bijgedragen. Ten aanzien van het thema 'Hardenberg in Balans' geldt dat het initiatief bijdraagt aan het vitaal houden van het landelijk gebied en de versterking van de ruimtelijke kwaliteit, dit door landschapsontsierende bebouwing te verwijderen. Samenvattend wordt gesteld dat het initiatief past binnen de omgevingsvisie 'Landstad Hardenberg'.

3.3.2

Visienota Buitengebied Hardenberg

3.3.2.1 Algemeen De gemeente Hardenberg heeft de hoofdlijnen van het nieuwe ruimtelijke beleid voor het totale buitengebied van de gemeente Hardenberg geformuleerd in de 'Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg'. De nota richt zich vooral op de realisatie van ruimtelijke kwaliteiten in het buitengebied. De ruimtelijke visie zoals vastgelegd in de visienota heeft de basis gevormd voor de bestemmingsplannen “Buitengebied Hardenberg, Reestdal en Bergentheim-Zuid” en “Buitengebied Hardenberg”. De hoofddoelen van het ruimtelijk beleid zoals verwoord in de 'Visienota Buitengebied' zijn:  Op een duurzame en efficiënte wijze ruimte scheppen voor de verschillende ruimtevragende functies;  Het vergroten van de leefbaarheid van het platteland;  Het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit. Deze hoofddoelen zijn in de visienota als volgt vertaald: 1. een thematische benadering van het buitengebied (8 thema's); 2. een gebiedsgerichte benadering van het buitengebied; 3. uitgangspunt hierbij: de landschapstypen en de visuele landschapskenmerken; 4. een ontwikkelingsgerichte wijze van bestemmen. 3.3.2.2 Thematische benadering - visie voor wonen De visie voor de 8 thema's wordt hierna weergegeven, in dit geval is voor het thema 'wonen' van belang.

Het gemeentelijk beleid ten aanzien van het thema 'wonen' is gericht op:  Behoud van een gevarieerd woningaanbod in het buitengebied, zowel qua inhoud van de woningen als qua verschijningsvorm;  De afstemming van de maximale inhoudsmaat van woningen in het buitengebied op de gebiedskenmerken;  Het bieden van ruime mogelijkheden voor inwoning;  Het bieden van de mogelijkheid om aan vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen een woonfunctie toe te kennen; waarbij ruimere mogelijkheden gelden naarmate meer oppervlakte aan landschapsontsierende bedrijfsgebouwen worden afgebroken;  Het tegengaan van permanente bewoning van recreatiewoningen;  Het bieden van ruimte voor opvulling van open gaten in bebouwingslinten met woningbouw of kleinschalige bedrijvigheid. 3.3.2.3 Gebiedsgerichte benadering - Collendoorn, Gramsbergen-Zuid, Radewijk

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 33

Voor de locatie aan de Broekdijk 81 geldt dat deze valt binnen de gebiedsgerichte benadering Collendoorn, Gramsbergen-Zuid en Radewijk. Hier gelden de landschapstypen Essen- en kampenlandschap en de heideontginning. Landschapskenmerken zijn onder andere kleinschalige elementen, eikenbomen en singels, kronkelende wegen, lichte glooiingen en verspreide bebouwing. Functioneel bestaat het gebied uit boerenbedrijven, wonen en bedrijvigheid. De ontwikkelingsrichting is gericht op wonen, verbrede landbouw en economie. In afbeelding 3.6 is een uitsnede van de visiekaart weergegeven, waarop de locatie met een gele ster is aangeduid.

Afbeelding 3.6: Uitsnede visiekaart Visienota Buitengebied (Bron: Gemeente Hardenberg) 3.3.2.4 Toetsing van het initiatief aan de Visienota Buitengebied Hardenberg Voor de ontwikkeling zal de slooplocatie aan de Broekdijk 81 worden herbestemd naar een woonfunctie met bijpassende bouwmogelijkheden, zodat de gesloopte opstallen niet kunnen worden teruggebouwd. De ter plaatse geldende gebiedskenmerken zullen in acht worden genomen. Hierbij worden de agrarische gronden middels kruidenrijkgras ingericht naast dat de aldaar aanwezige bomenrij wordt versterkt. In deze toelichting wordt ook aangetoond dat de ontwikkeling geen belemmering met zich meebrengt voor omliggende functies en dat het milieubelang zorgvuldig is afgewogen. Door de voorgenomen ontwikkeling wordt het mogelijk om ter plaatse van de huidige woning aan de Broekdijk 81/81a te blijven wonen waardoor geen kapitaalsvernietiging plaatsvindt. Tevens wordt door sloop van de vervallen bebouwing de leefbaarheid van het platteland vergroot naast dat ter plaatse van de Kanaalweg-Oost een braakliggend perceel in een bestaand bebouwingslint wordt ingevuld. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat dit bestemmingsplan in overeenstemming is met de 'Visienota Buitengebied gemeente Hardenberg'. 3.3.3

Beleidsnotitie Erven met kwaliteit

3.3.3.1 Inleiding De gemeenteraad van Hardenberg heeft op 28 februari 2020 de beleidsnotitie 'Erven met kwaliteit' vastgesteld. De doelstelling van deze beleidsnotitie is de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied door de sloop van landschapsontsierende gebouwen. Om de sloop te stimuleren, worden diverse (ruimtelijke) ontwikkelingsmogelijkheden geboden. 3.3.3.2 Gebiedsgerichte benadering In de beleidsnotitie wordt uitgegaan van een gebiedsgerichte benadering. De gemeente Hardenberg kent zes verschillende landschapstypen. Per landschapstype zijn bouw- en ontwikkelmogelijkheden aangegeven.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 34

3.3.3.3 Landschapsontsierend Het belangrijkste uitgangspunt voor het bepalen van de landschapsontsierendheid van een gebouw is dat een erf niet op zichzelf staat, maar een eenheid vormt met het landschap. De eenheid tussen het erf en zijn omgeving komt tot uiting in stedenbouwkundige opzet en de landschappelijk structuur van het gebied. (hoe gaat het erf op in zijn omgeving). Per landschapstype verschilt de stedenbouwkundige opzet en de landschappelijk structuur. Of een gebouw landschapsontsierend is, moet worden bezien in relatie tot de gebiedskenmerken en wordt bepaald door een aantal kenmerken, te weten:  het volume;  de vorm van het gebouw;  het materiaalgebruik;  het kleurgebruik;  de uitstraling;  de situering op het erf;  de passendheid bij de overige bebouwing op het erf. Daarnaast kan een gebouw ook als landschapsontsierend worden aangemerkt als het geen (potentiële) gebruikswaarde meer heeft. Een gebouw waarvan aannemelijk is gemaakt dat het niet voor andere (economische) doeleinden geschikt is heeft namelijk geen gebruikswaarde, komt leeg te staan, verloedert en wordt daarmee vanzelf landschapsontsierend. 3.3.3.4 Sloopbewijzen De gemeente gaat werken met sloopbewijzen, waarbij een sloopbewijs kan worden verkregen van minimaal 200 m2 met asbest en minimaal 300 m2 zonder asbest.

Met de invoering van sloopbewijzen wordt het mogelijk om de te slopen landschapsontsierende gebouwen, meteen of op een later moment, in te brengen in een project waarvoor sloopcompensatie nodig is. De eigenaar van de schuren ontvangt een brief, wat geldt als sloopbewijs. Hierin wordt vastgelegd hoeveel oppervlakte in aanmerking komt voor inbreng in andere projecten. Het sloopbewijs is tien jaar geldig en is verhandelbaar. Voor het verkrijgen van een sloopbewijs gelden de volgende voorwaarden. 1. Het moet gaan om landschapsontsierende gebouwen; 2. De bebouwing is bestaand, danwel maximaal 6 maanden geleden gesloopt. Dit moet door de aanvrager worden aangetoond. 3. Als de aanvraag voor een sloopbewijs door een gemachtigde wordt ingevuld moet er bij de aanvraag een volmacht worden ingediend. 4. Bij de aanvraag moet een duidelijke situatietekening worden toegevoegd met daarop de gebouwen waarop de aanvraag betrekking heeft. Het gaat zowel om de gebouwen die gesloopt worden als de gebouwen die blijven staan. 5. Eigenaren die een sloopbewijs ontvangen moeten ermee akkoord gaan dat hun contactgegevens door de gemeente beschikbaar worden gesteld aan partijen die op zoek zijn naar sloopmeters voor een ontwikkeltraject. Dit maakt het mogelijk vraag en aanbod met elkaar te verbinden. De gemeente gaat uiteraard zorgvuldig met deze gegevens om.

3.3.3.5 Locatie nieuwbouw Deze regeling gaat in de eerste plaats uit van de bouw van de nieuwe woning(en) op het eigen erf, dat wil zeggen op het erf van de slooplocatie. Dit uitgangspunt komt voort uit de gebiedsgerichte benadering: de slooplocatie en de ontwikkellocatie moeten zo dicht mogelijk bij elkaar liggen. De bouw van de compensatiewoning moet daarom bij voorkeur op het bestaande erf plaatsvinden en als dat niet lukt in hetzelfde gebied. Er zijn echter slooplocaties waar de inpassing van een nieuwe woningbouwkavel ter plekke niet mogelijk of gewenst is. Bijvoorbeeld door de ligging in een agrarisch ontwikkelingsgebied, de aanwezigheid van een agrarisch bedrijf in de directe omgeving of omdat het erf er zich, door zijn opbouw, niet voor leent. Daarnaast kan de eigenaar er zelf voor kiezen om af te zien van herbouw op de eigen locatie. In die gevallen kan elders in de gemeente een bouwlocatie worden toegekend, al dan niet via de uitgifte van een sloopbewijs.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 35

De gemeente wil voorkomen dat het buitengebied “dichtslibt” met woningen. Dat zou ten koste gaan van het groene karakter van het buitengebied. Daarom wordt het uitgangspunt gehanteerd dat nieuwe bouwkavels moeten aansluiten op bestaande bebouwing. Daarmee wordt bedoeld: een locatie op een bestaand erf in het buitengebied, in lintbebouwing of in, danwel direct aan, een dorp of buurtschap. Om landschappelijke redenen zijn echter geen nieuwe erven gewenst in het beekdallandschap en het essen- en hoevenlandschap, daar kan dus alleen op bestaande erven worden gebouwd. De begrenzing van een bestaand erf wordt bepaald door de feitelijke situatie en niet door de juridische begrenzing van de (woon)bestemming. 3.3.3.6 Toetsing van het initiatief aan de beleidsnotitie 'Erven met kwaliteit' In voorliggende situatie is er sprake van twee locaties; een slooplocatie en een bouwlocatie ten behoeve van de compensatiewoning. Ter plaatse van de slooplocatie is sprake van een voormalig agrarisch bedrijf dat stopt waarbij circa 1.407 m2 aan voormalige agrarische schuren aanwezig zijn. Gelet op het stoppen van het agrarisch bedrijf, waarbij al jaren niet meer in het onderhoud is geïnvesteerd, kunnen de schuren als landschapsontsierend (volume, vorm, uitstraling en situering op het erf) worden aangeduid.

Tevens kan door de staat van de schuren naast het stoppen van het agrarisch bedrijf geconcludeerd worden dat de schuren geen gebruikswaarde meer hebben. Gelet op het te slopen oppervlak van 1.407 m2 wordt ruimschoots voldaan aan de sloopnorm om één compensatiekavel (850 m2) te verkrijgen. De overige sloopmeters blijven in bezit van de eigenaren van de Broekdijk 81/81a middels een sloopbewijs. Het gaat om een sloopbewijs van 557 m2. In voorliggende situatie vindt nieuwbouw plaats buiten de slooplocatie. Dit aangezien initiatiefnemer ervoor heeft gekozen om af te zien van de bouw van een compensatiewoning op de slooplocatie en via een sloopbewijs de compensatiewoning op een andere plek te laten landen. Dit is conform de beleidsnota toegestaan. Wat betreft de compensatiewoning is de locatie gevonden aan de Kanaalweg-Oost te Bergentheim. Het betreft een historisch lint waaraan meerdere woningen zijn gesitueerd. Echter is ter plaatse van het historisch lint sprake van open plekken. Deze open plekken hebben veelal een agrarische bestemming maar aangezien deze plekken tussen woonbestemmingen liggen, zijn de gebruiksmogelijkheden voor agrarisch gebruik niet ideaal. In voorliggende situatie is op een open plek tussen twee woonpercelen de compensatiewoning beoogd waarbij een versterking plaatsvindt van het historische lint.

Hierbij wordt middels het vastleggen in de regels een passende vrijstaande woning gerealiseerd waarbij ondermeer de inhoudsmaat op 750 m3 wordt vastgelegd. Tot slot zal door de bestemmingsplan wijziging de terugbouwmogelijkheden ter plaatse van de slooplocatie worden uitgesloten. Hierbij zal de locatie waar in de huidige situatie de bebouwing is gesitueerd in oorspronkelijke staat worden ingepast waarbij geen bouwmogelijkheden van toepassing zullen zijn. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de beleidsnotitie 'Erven met kwaliteit'.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 36

3.3.4

Programma wonen

3.3.4.1 Algemeen Het Programma Wonen is op 26 maart 2019 door de gemeenteraad van Hardenberg vastgesteld. Het programma legt de woonambities voor de langere termijn vast, maar voorziet daarnaast in concrete maatregelen voor de eerstvolgende twee jaar. 3.3.4.2 Ambitie: rust en ruimte, met oog voor elkaar ook in de toekomst In de gemeente Hardenberg is het al jaren goed wonen, werken en leven. Door de ligging in het groene Vechtdal en de vele aantrekkelijke kleine kernen ervaren inwoners en bezoekers de rust, ruimte en veiligheid die de gemeente Hardenberg kenmerkt. Tegelijkertijd zijn er met Hardenberg en Dedemsvaart twee stedelijke kernen waar de werkgelegenheid zich concentreert en alle voorzieningen te vinden zijn. Demografen verwachten dat het aantal inwoners en huishoudens van de gemeente Hardenberg het komende decennium zal blijven groeien. In tegenstelling tot de situatie in de meeste andere Nederlandse plattelandsgemeenten is nieuwbouw noodzakelijk om aan de lokale woningvraag te kunnen voldoen. Volgens de prognoses is er in de gemeente Hardenberg de komende tien jaar behoefte aan ruim 1.600 nieuwe woningen. Natuurlijk zijn er wel verschillen tussen de diverse kernen.

Zo zijn 'steden' Hardenberg en Dedemsvaart in trek als woonlocatie, ook voor huishoudens van buiten onze gemeente en zijn de dorpen en buurtschappen vooral gewild bij de lokale bevolking en rustzoekers van buitenaf. Met name in de kleinere kernen en buitengebieden bevinden zich grote boerderijen op grote kavels. Vanwege het grote onderhoud en het (te) grote oppervlak worden deze woningen steeds minder aantrekkelijk voor een zelfstandig huishouden. Door de mogelijkheid van woningsplitsing te vergroten kunnen we deze ruime woningen geschikt maken voor meerdere (kleine) huishoudens. 3.3.4.3 De juiste woning voor elk huishouden De meeste mensen verhuizen tijdens hun leven wel één of meerdere keren. De woningmarkt wordt betreden als starter. De meeste starters beginnen met een kleine, betaalbare woning. In de eerste plaats gaat het bij deze groep vooral om het zelfstandig wonen. Na een aantal jaar komt de wens om iets ruimer te gaan wonen. Dat geldt zeker als gezinsuitbreiding aan de orde komt. De starter van weleer wordt dan een doorstromer. Voor veel doorstromers in de gemeente is een ruime tweekapper of vrijstaande woning het ideaalbeeld. Deze fase in de wooncarrière houdt lange tijd aan. Ongeveer vanaf de periode dat het pensioen aan de orde komt, volgt een kantelpunt. Huishoudens gaan dan nadenken over hun toekomstige woonsituatie.

Dat betekent dat sommige huishoudens willen verhuizen naar een kleinere woning met minder onderhoud en meer mogelijkheden om zelfstandig te blijven wonen, ook bij een eventuele zorgvraag. Steeds meer senioren zien voldoende mogelijkheden om in hun huidige, vaak ruime, woning te kunnen blijven wonen, ook als zij ooit zorgbehoevend worden. Doorstromers vormen de grootste groep op de woningmarkt. Hardenberg is een gezinsgemeente. In deze levensfase zijn huishoudens vaak op zoek naar een ruimere woning of wil men doorstromen van een huur- naar een koopwoning. Het aanbod aan ruimte grondgebonden koopwoningen dat vanuit de bestaande voorraad op de markt komt is te klein om te voorzien in de verwachte vraag. Er bestaat eveneens een behoefte voor zelfbouw, al dan niet in de vorm van collectief opdrachtgeverschap.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 37

3.3.4.4 Toetsing van het initiatief aan het Programma wonen De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het realiseren van een vrijstaande woning binnen een bestaande bebouwingslint. Door het realiseren van een woning ter plaatse van het agrarische perceel wordt het bebouwingslint versterkt. Hierbij is eveneens sprake van doorstroming aangezien door het bouwen van een nieuwe woning, een woning voor een andere doelgroep (starters) vrijkomt. Hierbij wordt ingespeeld op Hardenberg als gezinsgemeente. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met het Programma Wonen. 3.3.5 LIK (Landschap Identiteit Kaart) en Ontwikkelingsvisie - Radewijk - Hoogenweg Bruchterveld - Sibculo 3.3.5.1 Inleiding De gemeente heeft voor het gebied een Landschap-Identiteit-Kaart (LIK) gemaakt. In de LIK wordt de identiteit van het gebied bepaald zoals de specifieke kenmerken en kwaliteiten. Op deze wijze wil de gemeente de ruimtelijke kwaliteit van het gebied versterken. 3.3.5.2 Methodiek LIK's De gemeente Hardenberg wil regie voeren op de ontwikkeling van het landelijk gebied. Daarbij wil de gemeente een meer richtinggevende rol gaan innemen, gericht op het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke kwaliteit is echter een breed begrip, dat deels subjectief van aard is. In de Visienota Buitengebied is dit gedefinieerd als “eigen identiteit”.

De identiteit van het gebied komt voort uit de ontstaansgeschiedenis en de daarmee samenhangende landschapstypen. In de LIK is daarom een onderscheid gemaakt tussen de verschillende landschapstypen die in het gebied voorkomen. Deze landschapstypen zijn op een overzichtskaart opgenomen. Vervolgens is voor het gebied een schema opgesteld, waarin een overzicht is opgenomen van de aanwezige waardevolle en storende kenmerken. Ook zijn de kansen of juist bedreigingen voor deze kenmerken omschreven. De schema's ten aanzien van de landschapstypen zijn opgenomen in het volledige LIK. 3.3.5.3 Ontwikkelingsvisie Bergentheim-zuid De locatie aan de Kanaalweg-Oost, tussen nr. 53 en nr. 54 ligt binnen het open veenontginningslandschap. De voor dit plan relevante kansen, zoals genoemd in de ontwikkelingsvisie voor het 'Bergentheim-Zuid' binnen dit deelgebied betreffen:  Behoud grootschaligheid/openheid;  Verbeteren herkenbaarheid wijkenstructuur;  Landbouw; ruimte voor schaalvergroting, nieuwvestiging (met uitzondering van de Rauwbloksweg). Een uitsnede is in afbeelding 3.7 weergegeven. De locatie is met de rode ster aangegeven.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 38

Afbeelding 3.7: Uitsnede LIK (Bron: Gemeente Hardenberg) 3.3.5.4 Toetsing van het initiatief aan het LIK Het voornemen voorziet in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit door het treffen van landschapsmaatregelen ter plaatse van de nieuw te bouwen woning. Voor het bepalen van de landschapsmaatregelen is een ruimtelijke kwaliteitsplan opgesteld, waarbij de landschappelijke kenmerkende waarden als uitgangspunt hebben gediend. De landschapsmaatregelen bestaat uit het aanplanten van gebiedseigen beplanting. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het LIK voor dit betreffende gebied. 3.3.6

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het gemeentelijk beleid.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 39

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het besluit milieueffectrapportage. Opgemerkt wordt dat met name voor de compensatiekavel aan de Kanaalweg Oost tussen nr. 53 en nr. 54 te Bergentheim relevante milieuaspecten gelden. Uitsluitend daar waar relevant wordt ter plaatse van de slooplocatie aan de Broekdijk nr. 81/81a te Bruchterveld op ingegaan. 4.1

Geluid

4.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 4.1.2

Situatie plangebied

In dit geval wordt aan de Kanaalweg-Oost, tussen nr. 53 en 54 een geluidsgevoelig object toegevoegd, namelijk één woning. Hierna wordt achtereenvolgens op de aspecten wegverkeers-, railverkeers- en industrielawaai ingegaan. 4.1.2.1 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte afhankelijk is van het aantal rijstroken en van de ligging van het plangebied binnen stedelijk gebied of buitenstedelijk gebied. Aantal rijstroken Stedelijk gebied Buitenstedelijk gebied 1 of 2 rijstroken 200 m 250 m 3 of 4 rijstroken 350 m 400 m 5 of meer rijstroken 350 m 600 m

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 40

De hiervoor genoemde wetzones gelden niet voor:  wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2);  wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2). Het deelgebied ter plaatse van de Kanaalweg-Oost ligt aan een 30 km/uur weg. In de nabijheid van het plangebied komen enkel 30 km/uur wegen voor. Hierbij is de dichtstbijzijnde 50 km/uur weg op circa 230 meter ten noordoosten van het plangebied gesitueerd. Gelet op de ligging aan een 30 km/uurweg en het feit dat 50 km/uurwegen op geruime afstand van het plangebied liggen, wordt het uitvoeren van een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai niet noodzakelijk geacht. Tevens wordt de woning op circa 15 meter van de Kanaalweg-Oost gebouwd naast dat de gevels aan de nieuwe normen wat betreft geluidsreductie zullen voldoen. Gesteld wordt dat er sprake zal zijn van een aanvaardbaar woonen leefklimaat. 4.1.2.2 Railverkeerslawaai en industrielawaai De locatie aan Kanaalweg-Oost ligt niet in de nabijheid van een spoorlijn of een gezoneerd bedrijventerrein. De aspecten 'railverkeerslawaai' en 'industrielawaai' vormen van ook geen belemmering voor dit planvoornemen. Voor de invloed van individuele bedrijvigheid op dit plan wordt verwezen naar paragraaf 4.5 van deze toelichting. 4.1.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat de Wet geluidhinder geen belemmering vormt voor het plan.

4.2

Bodemkwaliteit

4.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. In dit geval is voor beide locaties een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Kruse B.V. Voor de Kanaalweg Oost tussen nr. 53 en nr. 54 is dit gedaan omdat aangetoond moet worden of de bodem geschikt is om ter plaatse een woning te realiseren. Ter plaatse van de Broekdijk 81/81a is dit gedaan om mogelijke verontreinigingen ter plaatse van de te slopen agrarische bebouwing inzichtelijk te krijgen en tevens te verwijderen, zodat het erf veilig als reguliere woonfunctie kan fungeren. De volledige rapportages van beide bodemonderzoeken zijn in Bijlage 3 en Bijlage 4 bij deze toelichting opgenomen. Tevens is in Bijlage 5 het aanvullend bodemonderzoek ter plaatse van de Broekdijk 81/81a opgenomen. Hierna wordt kort op de onderzoeksconclusies ingegaan. 4.2.2

Situatie plangebied

4.2.2.1 Kanaalweg-Oost, tussen nr. 53 en nr. 54 Verkennend bodemonderzoek Gehele locatie In het grondwater (PB 1) is een zeer lichte verontreiniging aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. In de boven- en ondergrond (BG en OG) zijn geen verontreinigingen gemeten. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, is het uitvoeren van nader onderzoek niet nodig. Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en de nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreiniging geen risico voor de volksgezondheid oplevert. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin).

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 41

4.2.2.2 Broekdijk 81/81a Verkennend (asbest) bodemonderzoek Resultaten veldwerk In totaal zijn er ten behoeve van het verkennend (asbest)onderzoek 26 inspectiegaten gegraven en 6 grondboringen verricht. Van de 26 inspectiegaten zijn er 12 gegraven ter plekke van de 4 asbestverdachte druppelzones (deellocaties A tot en met D). In totaal zijn 2 peilbuizen geplaatst Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit matig fijn tot matig grof zand. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen waargenomen (zie tabellen 3). In de puinlaag van inspectiegat 24 en in de bovengrond van boring 27 zijn visueel asbesthoudende materialen waargenomen. Er is zintuiglijk geen minerale olie waargenomen in de grond of in het grondwater (geen oliegeur, geen olie/water-reactie). Het freatische grondwater in de peilbuizen is gemiddeld aangetroffen op 2.25 meter min maaiveld. Resultaten analyses Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: Deellocatie A tot en met D: asbestverdachte druppelzones  in A - MM FF is asbest aangetoond in een gehalte ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek;  in B - MM FF is niet asbesthoudend;  in C - MM FF is asbest aangetoond in een gehalte ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek;  in D - MM FF is niet asbesthoudend.

Deellocatie E: voormalige bovengrondse dieseltank met olieopslag  de bovengrond (E - BG) is niet verontreinigd met minerale olie;  het grondwater (PB E1) is niet verontreinigd met minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX) en naftaleen. Overig terreindeel  de bovengrond (BG I) is zeer licht verontreinigd met PAK;  de bovengrond (BG II) is niet verontreinigd;  de bovengrond (BG III) is niet verontreinigd;  boring 15 (0.18-0.28) is niet licht verontreinigd;  de ondergrond (OG I) is niet verontreinigd;  de ondergrond (OG II) is niet verontreinigd;  het grondwater (PB 1) is (zeer) licht verontreinigd met barium, nikkel en zink;  MM FF - 01 is niet asbesthoudend;  MM FF - 02 is niet asbesthoudend;  in FF - 03 (gat 15) is asbest aangetoond in een gehalte ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek;  het materiaalmonster uit inspectiegat 24 (puin) is asbesthoudend;  het materiaalmonster uit inspectiegat 27 (grond) is asbesthoudend. Conclusies en aanbevelingen Verkennend (asbest)bodemonderzoek overig terreindeel In het mengmonster van de bovengrond BG I en in het grondwater zijn enkele (zeer) licht verhoogde concentraties aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. In de bovengrond (BG II), de ondergrond (OG I en OG II) zijn geen verhoogde gehalten gemeten.

Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is er geen reden om een nader onderzoek uit te voeren. De monsters MM FF - 01 en MM FF - 02 zijn niet asbesthoudend. Het monster van de fijne fractie van de uiterste puinhoudende bodemlaag in inspectiegat 15 (FF - 03) is asbesthoudend; het gewogen asbestgehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. De materiaalverzamelmonsters van inspectiegaten 24 en 27 zijn asbesthoudend. Op basis van de hoeveel aangetroffen asbesthoudend materiaal in gat 24, 1335 gram golfplaat, zal het gewogen asbestgehalte in ruime mate de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek overschrijden. Het asbest in de gaten 24 en 27 betreft vermoedelijk sloopresten van de bebouwing, die hier tot 1990 heeft gestaan. Een nader asbestonderzoek is noodzakelijk om inzicht te krijgen in de aard

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 42

en de eventuele omvang van de asbestverontreiniging, die zowel in puin (gat 24) als in grond (gat 27) aanwezig is. Geadviseerd wordt het nader asbestonderzoek uit te voeren na sloop van de bebouwing en het verwijderen van de betonvloeren. De oostelijk gelegen schuur, waar zich de asbestverontreiniging bevindt, dient te worden gesloopt tot aan het maaiveld. Om blootstellingrisico’s te vermijden wordt geadviseerd om de klinkerverharding ten zuiden van deze schuur te handhaven tot na eventueel sanering. Deellocaties A tot en met D De druppelzones ter plekke van deellocatie A en C zijn asbesthoudend; de gewogen asbestgehalten zijn ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. De druppelzones ter plekke van de deellocaties B en D zijn niet asbesthoudend. Deellocatie E De voormalige bovengrondse dieselopslag heeft geen aantoonbare negatieve invloed gehad op de bodemkwaliteit. Slotconclusie Een nader asbestonderzoek ter plekke van de oostelijk gelegen veeschuur is noodzakelijk. Uit het nader asbestonderzoek moet blijken of er een saneringsnoodzaak is. Uit milieukundig oogpunt is er, na een eventuele asbestsanering, geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging, aangezien de overige vastgestelde verontreinigingen geen risico‘s voor de volksgezondheid opleveren.

De bodem wordt, na een eventuele sanering, geschikt geacht voor het huidige en beoogd toekomstige gebruik Aanvullend (asbest) bodemonderzoek Conclusies en aanbevelingen Het gewogen asbestgehalte in sleuf S1 bedraagt 393 mg/kg d.s. Het gewogen asbestgehalte is hoger dan de interventiewaarde. Aangenomen wordt dat gezien de hoeveelheid asbest in de puinlaag van sleuf S3 ook hier de interventiewaarde wordt overschreden. Het gewogen asbestgehalte wordt grotendeels bepaald door de asbesthoudende grove fractie. Omdat het terrein wordt heringericht is sanering noodzakelijk. De omvang van de asbestverontreiniging in de puinlaag in een gehalte hoger dan de interventiewaarde wordt geschat op 60-70 m3 (circa 70 m2 x 0.9 meter). Voorafgaande aan de sanering dient hiervan melding te worden gedaan bij ILT (Inspectie voor Leefomgeving en Transport). De sterk asbesthoudende puinlaag mag niet worden verminderd of verplaatst zonder toestemming van het bevoegd gezag. Het saneren van sterk asbesthoudend puin mag alleen door erkende bedrijven worden uitgevoerd. Het gewogen asbestgehalte in gat G1 is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Er is geen saneringsnoodzaak. Geadviseerd wordt bij graafwerkzaamheden elders op het terrein alert te blijven op asbestnesten. 4.2.3

Conclusie

Het aspect 'bodem' vormt, mits de benodigde saneringswerkzaamheden/maatregelingen worden uitgevoerd en/of getroffen ter plaatse van de Broekdijk 81/81a geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkelingen. ten tijde van het verwijderen van de verharding, zowel in- als rondom de schuur dient men alert te zijn wat betreft de (mogelijke) niet ontdekte asbestverontreiniging.

4.3

Luchtkwaliteit

4.3.1

Algemeen

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen:

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 43

 

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);

4.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn:  woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg;  woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen;  kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Veehouderijen zijn niet opgenomen in de Regeling NIBM. Toch is het niet altijd noodzakelijk om met behulp van een berekening vast te stellen of er sprake is van NIBM. Dit kan ook gedaan worden met een motivering, bijvoorbeeld op basis van ervaring.

Als hulpmiddel bij de motivering is een vuistregel opgesteld waarmee men kan aantonen of de fijnstofbijdragen van de veehouderijen op het plan is te beschouwen als Niet in Betekenende Mate (NIBM). In de vuistregel is een tabel opgenomen met als uitgangspunt de 3% NIBM grens. In de tabel is sprake van een "worst case" benadering. Dat betekent dat wanneer uit de toets blijkt dat de fijnstofbijdrage van een bedrijf op het beoordelingspunt voldoet aan de 3% NIBM grens, het ook voldoende aannemelijk is dat dit zal blijken uit een berekening met rekenprogramma ISL3a en deze laatste berekening daarvoor niet nodig is. Afstand tot te toetsen 70 m 80 m 90 m 100 m 120 m 140 m 160 m plaats Totale emissie in g/jr 324.000 387.000 473.000 581.000 817.000 1.075.00 1.376.000 0 4.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter.

Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet milieubeheer nodig. 4.3.2

Situatie plangebied

Gelet op de aard en omvang van voorliggende ontwikkeling in vergelijking met de voorgenoemde categorieën, kan worden aangenomen dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Tevens worden woningen niet aangemerkt als gevoelige bestemming in het kader van het 'Besluit gevoelige bestemmingen'. 4.3.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 44

4.4

Externe veiligheid

4.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer:  het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi);  de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi);  het Registratiebesluit externe veiligheid;  het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015);  het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de 'Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in:  het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt);  de Regeling basisnet;  de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

Het vervoer van gevaarlijke stoffen per buisleiding is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 4.4.2

Situatie in en bij het plangebied

4.4.2.1 Algemeen Aan de hand van de Risicokaart is voor de locatie aan de Kanaalweg Oost tussen nr. 53 en nr. 54 een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. De slooplocatie is buiten beschouwing gelaten. Ter plaatse is namelijk geen sprake van het toevoegen van personen en dus geen sprake van het toenemen van het plaatsgebonden en groepsrisico. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In de volgende afbeelding een uitsnede van de risicokaart opgenomen. De locatie is met de rode ster aangeduid. 4.4.2.2 Situatie plangebied In onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied op een uitsnede van de risicokaart weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 45

Afbeelding 4.1: Uitsnede risicokaart (Bron: Risicokaart.nl) Op een afstand van circa 550 meter ten westen van het deelgebied aan de Kanaalweg-Oost ligt een spoorlijn waarover transport van o.a. brandbare goederen plaatsvindt. Hierbij behoort op basis van het attribuutrapport een PR-plafond van 13 meter. Aangezien het plangebied op geruime afstand van deze spoorlijn is gesitueerd, vormt dit spoortraject geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Uit de inventarisatie blijkt dan ook dat het plangebied:  zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico);  zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is;  niet gelegen is binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen  niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Vanuit het aspect externe veiligheid zijn er geen belemmeringen betreffende dit plan. 4.4.3

Conclusie

Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 46

4.5

Milieuzonering

4.5.1

Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden.

De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. 4.5.2

Gebiedstypen

In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Op basis van de VNG-uitgave wordt het buitengebied gerekend tot een met het omgevingstype 'rustige woonwijk' vergelijkbaar omgevingstype. Het omgevingstype 'gemengd gebied' wordt in de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' als volgt omschreven: 'Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen.

Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.' De richtafstanden (met uitzondering van het aspect gevaar) uit het omgevingstype rustige woonwijk kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsmaat worden verlaagd indien sprake is van gemengd gebied. Daarbij wordt in de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' opgemerkt dat het vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik de voorkeur verdient functiescheiding niet verder door te voeren dan met het oog op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat noodzakelijk is. In dit geval wordt puur ingegaan op de locatie aan de Kanaalweg Oost. Op de andere locatie aan de Broekdijk gaat het namelijk enkel om het omzetten van de agrarische bestemming naar een woonbestemming waarbij enkele sloopwerkzaamheden plaatsvinden. De huidige bedrijfswoning geniet al bescherming van omliggende milieubelastende functies. Deze worden door de omzetting naar een woonbestemming dan ook niet verder beperkt dan nu het geval. Ten aanzien van het aanvaardbare woon- en leefklimaat zorgt de planologische omzetting niet in een verandering ten opzichte van de huidige situatie. Het plangebied aan de Kanaalweg-Oost ligt binnen de bebouwde kom van Bergentheim, waar geen sprake is van sterke menging van functies. Daarom wordt uitgegaan van het omgevingstype 'rustige woonwijk'.

Onderstaande tabel geeft de richtafstanden weer voor de verschillende omgevingstypes.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 47

Milieucategori Richtafstanden tot omgevingstype e rustige woonwijk 1 10 m 2 30 m 3.1 50 m 3.2 100 m 4.1 200 m 4.2 300 m 5.1 500 m 5.2 700 m 5.3 1.000 m 6 1.500 m 4.5.3

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

Beoordeling

Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd, wordt bij het realiseren van nieuwe functies gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe functies gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). 4.5.3.1 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden wordt aangetast. De functie 'wonen' vormt geen milieubelastende functie. Er is dan ook geen sprake van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omliggende functies. 4.5.3.2 Interne werking In de nabijheid van het deelgebied aan de Kanaalweg-Oost zijn voornamelijk woonpercelen aanwezig en enkele maatschappelijke functies.

Hierbij dient te worden opgemerkt dat in de nabije omgeving (straal circa 800 m) geen veehouderijen zijn gesitueerd waardoor de toetsing aan grondgebonden en intensieve veehouderijen wat betreft het aspect milieuzonering wegens de grote afstand buiten beschouwing kan worden gelaten. In de volgende tabel wordt nader op de in de nabijheid aanwezige bedrijven, functies en bijbehorende richtafstanden ingegaan. Hierbij is gemeten tussen de grens ter plaatse van de milieugevoelige woning en de grens waar de milieubelastende activiteit plaats kan vinden (grens woning/grens bedrijfs- maatschappelijke bestemming). Adres Kanaalweg-Oost 57/58/59

Bestemming en functie

Maatschappelijke bestemming: kerkgebouw, pastoriewoning, bijeenkomstcentrum (Hervormde Kerk Kanaalweg-Oost 63 Bedrijfsbestemming (categorie 2) Van Roijensweg Bedrijfsbestemming 15a categorie 2)

Richtafstand in m Daadwerkelijke afstand 30 m 50 m

30 m

150 m

30 m

60 m

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 48

Zoals uit voorgaande tabel blijkt, wordt de richtafstand voor de maatschappelijke gronden en bedrijfsgronden gehaald. Ter plaatse van het plangebied is daarmee een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te verwachten en de bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering en uitbreidingsmogelijkheden belemmerd. 4.5.4

Conclusie

Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

4.6

Geur

4.6.1

Algemeen

4.6.1.1 Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader vergunningverlening, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien en paarden) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden:  ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en  ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, buiten een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 2 odeur units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 8 odeur units per kubieke meter lucht.

De definitie van een geurgevoelig object luidt: gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt. 4.6.1.2 Activiteitenbesluit Vanaf 1 januari 2013 is het Activiteitbesluit ook van toepassing op agrarische activiteiten. Het Besluit landbouw milieubeheer is tegelijkertijd komen te vervallen. Agrarische bedrijven hebben geen vergunning meer nodig als al hun activiteiten onder de reikwijdte van het Activiteitenbesluit vallen. Dit zijn type B-bedrijven, zoals veehouderijen, kinderboerderijen (en andere bedrijven die kleinschalig dieren houden), glastuinbouwbedrijven, bedrijven met teelt in gebouwen, bedrijven met open teelt, agrarische loonwerkers en losse opslagen (bijvoorbeeld mest). Voor geurhinder is in het Activiteitenbesluit een soortgelijk beoordelingskader opgenomen als in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Zo gelden binnen en buiten de bebouwde kom dezelfde normen als in de Wgv. Ook de geurbelasting wordt bepaald volgens het bepaalde in de Wgv. Hetzelfde geldt voor het meten van de afstanden.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Broekdijk 81/81a, Bruchterveld en Kanaalweg Oost 53/...

|

PAGINA 49

4.6.1.3 Geurverordening gemeente Hardenberg De Wgv maakt het voor gemeenten mogelijk om gebiedsgericht geurbeleid op te stellen. Daarmee krijgt de gemeente een instrument om de ontwikkeling van (grootschalige) veehouderij te sturen. Gemeenten mogen bij verordening van de normen van de Wgv afwijken (artikel 6 Wgv), binnen bepaalde grenzen. Het hanteren van afwijkende normen moet worden onderbouwd vanuit een ruimtelijke visie op de ontwikkeling van het gebied, de zogenaamde “gebiedsvisie”. De gemeente Hardenberg heeft een dergelijke 'geurverordening' opgesteld en gebiedsgericht geurbeleid ontwikkeld. In deze geurverordening zijn de wettelijke geurnormen (odeur) en afstanden aangepast. De afstand van de gevel van een bestaande stal tot de gevel van een geurgevoelig object moet in het buitengebied minimaal 25 meter bedragen. Dit geldt alleen als er sprake is van het houden van de in artikel 4.2 van de gemeentelijke geurverordening genoemde dieraantallen niet wordt overschreden. Worden deze aantallen overschreden, of gaat het om de bouw van een nieuwe stal, dan geldt de minimale afstandseis van 50 meter. 4.6.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12015781/3