CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Agenda Vitale Landbouw ontwerp

gemeenteraad 24 juni 2025, gemeente HardenbergBij agendapunt: Agenda Vitale Landbouw19.642 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Concreet betekent dat de regeling moet passen binnen de Europese Landbouw VrijstellingsVerordening (LVV). We werken een subsidieregeling uit die aan de LVV voldoet en benutten hiervoor de ervaringen van o.a. buurgemeente de Wolden.

Agrocontactpersoon De agrocontactpersoon is een cruciale schakel tussen de agrarische sector en de gemeente. Deze persoon biedt laagdrempelige ondersteuning aan agrariërs en zorgt ervoor dat de communicatie met de gemeente soepel verloopt, waardoor vragen en uitdagingen snel opgepakt worden. De gemeente stelt hiervoor een vast aanspreekpunt aan, dat ondernemers begeleidt bij het navigeren door regelgeving. Daarmee krijgt de agrocontactpersoon een vergelijkbare rol als de accountmanagers voor economie en voor recreatie en toerisme. Daarnaast organiseert deze persoon informatiebijeenkomsten over relevante onderwerpen. Door nauw contact te onderhouden met boeren en hun behoeften te peilen, fungeert de agrocontactpersoon als schakel tussen de agrarische sector en de gemeentelijke organisatie. Zo kan het beleid beter afgestemd worden op de sector. De agrocontactpersoon zal zich richten op de blijvende boeren. In Hardenberg is momenteel ook een erfcoach actief; een erfcoach is een onafhankelijke sparringpartner die bekend is met veel thema’s die spelen op een (boeren)erf. Dit is een initiatief van provincie Overijssel dat wordt ondersteund door de Overijsselse gemeenten. De erfcoach is er om te luisteren, vragen te stellen, om in vertrouwen te kunnen nemen en om iemand verder te kunnen helpen.

Overigens wordt door de provincie onderzocht in hoeverre de rol van de erfcoach kan worden overgenomen door de Sociaal Economische Begeleiding, die wordt opgezet door de agrarisch collectieven (bij ons Collectief Midden-Overijssel) en gefinancierd vanuit het Ministerie van LVVN. Dit vindt plaats onder de naam BoerenPerspectief. De agrocontactpersoon zal vanuit de gemeente samenwerken met de erfcoach of de begeleider vanuit Boerenperspectief. De agrocontactpersoon moet goed ingevoerd zijn binnen de gemeente en zal een brugfunctie van beleid naar praktijk – en vice versa – vervullen,

23

Platform Platteland Hardenberg Een opgave uit Landstad Hardenberg is dat we met belanghebbenden in de landbouwsector en op het platteland in gesprek gaan over de weg naar een vitale en krachtige landbouw. Startpunt was hiervoor de landbouwanalyse uit 2020, maar we willen ook structureel invulling geven aan deze opgave. Daarom biedt de gemeente met het Platform Platteland Hardenberg een ontmoetingsplaats voor agrarische ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden. In dit platform werken zij samen aan oplossingen voor lokale uitdagingen. Dit platform faciliteert dialoog en samenwerking; deelnemers bespreken knelpunten en kansen in het buitengebied en ontwikkelen samen oplossingen. De gemeente ondersteunt het platform door lokale initiatieven te helpen opstarten en projecten te faciliteren die bijdragen aan een leefbaar, natuurvriendelijk en economisch vitaal buitengebied. Daarmee zal het Platform Platteland een vergelijkbare rol spelen als het Platform Gastvrij voor de vrijetijdseconomie. Dit biedt ook kansen om overlappende activiteiten gezamenlijk op te pakken.

Sociaaleconomisch perspectief – brede welvaart stimuleren Een belangrijk onderdeel van de aanpak is de aandacht voor de lokale gemeenschappen en de omgeving van agrarische bedrijven. Agrarische bedrijven zijn een onmisbaar onderdeel van ons platteland en de verbinding tussen de agrarische sector en de omgeving verdient aandacht. Het sociaaleconomische perspectief moet bijdragen aan welzijn, sociale samenhang en een duurzame leefomgeving. Initiatieven zoals boerderijeducatie en recreatieve voorzieningen waaronder boerenlandpaden versterken de verbinding tussen de agrarische sector en de gemeenschap. Projecten op het gebied van natuurbeheer en biodiversiteit dragen bij aan een gezonde, toekomstbestendige leefomgeving, waarin landbouw en natuur in balans zijn en kunnen rekenen op (financiële) ondersteuning van de gemeente. Ook zetten we onze samenwerking met het Agrarisch Collectief Midden-Overijssel/Stichting GroenBlauwe Diensten Overijssel voort. Waarmee we bijdragen aan de opgave uit Landstad Hardenberg om de natuurinclusieve landbouw te bevorderen. Tot slot dragen we actief bij aan de versterking van het draagvlak en aan wederzijds begrip tussen ‘boeren, burgers en buitenlui’ door o.a. initiatieven zoals Vechtdal Boert Bewust te stimuleren.

Huidige bouwstenen en aanvullende uitdagingen Het Agronetwerk, de subsidieregeling, de agrocontactpersoon, het Platform Platteland Hardenberg en het sociaaleconomisch perspectief (brede welvaart stimuleren) vormen samen de bouwstenen voor een sterke agrarische sector in Hardenberg. Met deze maatregelen en acties werkt de gemeente aan een veerkrachtige agrarische sector en een vitaal buitengebied. Door samenwerking en ondersteuning te bieden, financiële prikkels in te zetten en een centraal aanspreekpunt te in te vullen, zet Hardenberg stappen naar een duurzame toekomst. Zo kan de agrarische sector floreren en de band tussen stad en platteland versterken. Dit draagt bij aan de brede welvaart van de hele gemeenschap en sluit goed aan bij de ambities en opgaven zoals geschetst in onze Omgevingsvisie Landstad Hardenberg.

24

25

5.3 Opgaven en randvoorwaarden voor beleid De agrarische sector in Hardenberg staat voor complexe uitdagingen die van strategisch belang zijn voor de toekomst van zowel agrarische ondernemers als het buitengebied. Deze opgaven vereisen een gebalanceerde aanpak, met oog voor duurzame oplossingen, economisch perspectief en betrokkenheid bij de leefomgeving. Zoals eerder geschetst zien wij drie sporen, die hand in hand gaan. Om inzicht te geven in wat de verschillen omvatten, geven wij hieronder inzicht in de opgaven die wij zien en welke rol voor de gemeente hierin weggelegd is.

Ruimtelijk spoor: maatwerk In het ruimtelijke beleid wordt een ‘ja, mits…’ benadering gehanteerd, om maatwerk mogelijk te maken. Het geldende Bestemmingsplan Buitengebied biedt voldoende mogelijkheden zonder ingrijpende herziening. Momenteel wordt voor het pilotgebied Balkbrug gewerkt aan een beleidsarme omzetting van het bestemmingsplan naar een Omgevingsplan. Voor eventuele aanpassingen of uitwerkingen op het ruimtelijk spoor zien we op dit moment geen aanleiding.

Netwerkspoor: ondersteunen in obstakels en regelgeving Beleidsafstemming en lobby Hardenberg is de grootste plattelandsgemeente binnen Overijssel. Ondernemende agrariërs die graag willen doorgaan met hun bedrijfsvoering, maken de landbouwsector tot een belangrijke pijler. Wij willen deze kennis en achtergrond benutten om vanuit onze eigen rol en ambities ook op provinciaal en landelijk niveau onze inbreng te geven. Ook vanwege de invloed van regionale en landelijke regelgeving op de agrarische sector is samenwerking met de provincie Overijssel en Rijksoverheid cruciaal. Randvoorwaarden: • De gemeente werkt nauw samen met de provincie en het Rijk om een gezamenlijk, helder en uitvoerbaar beleid te ontwikkelen voor de agrarische sector. De gemeente fungeert als aanspreekpunt (door het aanstellen van een agrocontactpersoon) voor agrariërs en ondersteunt hen bij het navigeren door complexe regelgeving.

Ontwikkelspoor: stimuleren van innovatie en samenwerking Innovatie en maatwerk De gemeente stimuleert innovatieve oplossingen die bijdragen aan de transitie naar een circulaire en duurzame landbouw. Innovatie staat centraal in het gemeentelijk beleid om bij te dragen aan emissiereductie, biodiversiteitsherstel en een weerbare agrarische sector. De gemeente biedt praktische ondersteuning voor onder andere circulaire landbouw, mestvergisting en duurzame energieoplossingen. Deze maatregelen dragen niet alleen bij aan milieudoelen, maar versterken ook de economische veerkracht van agrarische bedrijven. Randvoorwaarden: • Agrarische ondernemers worden gestimuleerd om maatwerkoplossingen te implementeren, afgestemd op de specifieke kenmerken van hun bedrijf. • De gemeente faciliteert toegang tot kennis over innovatie en ondersteunt pilots waarin agrariërs samenwerken met kennisinstellingen en andere partners om duurzame oplossingen te verkennen en toe te passen. Stikstofuitstoot en klimaatverandering De stikstofproblematiek en de noodzaak tot klimaatadaptatie vormen een van de grootste uitdagingen voor de sector. De veranderende wetgeving en de druk om emissies te verlagen raken de bedrijfsvoering direct. Voor agrariërs betekent dit toenemende onzekerheid rondom vergunningen en 26

investeringen. Hoewel de gemeente beperkte invloed heeft op nationale emissienormen, kan de gemeente bijdragen door samenwerking en innovatie te stimuleren. Initiatieven zoals mestvergisting en circulaire landbouw spelen een cruciale rol in het toekomstbestendig maken van de sector en voldoen aan de lokale en nationale duurzaamheidsdoelen. Mestbeheer en kringlooplandbouw Effectief mestbeheer, eiwit van eigen land en de transitie naar kringlooplandbouw zijn essentieel voor een duurzame agrarische toekomst. Innovatieve technieken zoals mestvergisting en het gebruik van alternatieve gewassen dragen bij aan efficiënter mestgebruik, wat de bodemgezondheid en biodiversiteit bevordert. Voor Hardenberg is de overgang naar een circulaire economie binnen de landbouw van strategisch belang. Dit versterkt niet alleen het milieu, maar ook de veerkracht van de sector in een veranderende markt.

Ondersteuning en subsidies Financiële duurzaamheid en regelgeving De financiële druk op agrarische bedrijven neemt toe door veranderende regelgeving en de toenemende eisen rond duurzaamheid. Deze transitie vraagt om aanzienlijke investeringen, wat veel agrariërs voor een uitdaging stelt. Om agrarische bedrijven te stimuleren bij verduurzaming en innovatie, biedt de overheid diverse programma’s en regelingen. Een laagdrempelige aanvulling hierop is een gemeentelijke subsidieregeling, die financiële ondersteuning biedt aan ondernemers die investeren in duurzame technieken en kennisontwikkeling. Dit verlaagt de drempel naar circulaire landbouw en duurzaam ondernemerschap. De gemeente Hardenberg ondersteunt deze ondernemers met een subsidieregeling die verduurzaming en innovatie stimuleren. Deze ondersteuning is essentieel om het economische fundament van de sector te versterken en ervoor te zorgen dat agrariërs zich kunnen aanpassen aan de gewenste veranderingen en kunnen blijven bijdragen aan de gemeenschap. Randvoorwaarden: • De gemeente informeert ondernemers over subsidieprogramma's en biedt praktische hulp bij de aanvraagprocedure. • Een flexibele aanpak binnen een eigen gemeentelijke regeling maakt het voor ondernemers mogelijk om maatwerk aan te vragen voor duurzaamheidsdoelen die aansluiten bij hun bedrijfsvoering.

Brede welvaart en leefbaarheid in het buitengebied De agrarische sector is een belangrijke factor in de brede welvaart en leefbaarheid van het buitengebied van Hardenberg. Een vitaal platteland vraagt niet alleen om economische welvaart, maar ook om sociale samenhang en een aantrekkelijk leefklimaat. Initiatieven zoals boerderijeducatie, boerenlandpaden en samenwerking met lokale belangenorganisaties versterken de wisselwerking tussen agrarische bedrijven en de gemeenschap. Deze inzet draagt bij aan een versterkte relatie tussen stad en platteland, wat de brede welvaart en leefbaarheid in Hardenberg ten goede komt. Om de agrarische sector toekomstbestendig te maken en de brede welvaart in het buitengebied te versterken, werkt de gemeente Hardenberg op basis van duidelijke uitgangspunten en randvoorwaarden. Hierbij staan innovatie, samenwerking, ondersteuning en een gemeenschapsgerichte benadering centraal. Deze pijlers vormen het fundament van het gemeentelijke beleid en bieden agrarische ondernemers de ruimte om optimaal te ondernemen. Gemeenschapsgerichte benadering De agrarische sector in Hardenberg is nauw verweven met de lokale gemeenschappen. De gemeente bevordert de betrokkenheid van inwoners en agrariërs via initiatieven zoals het Platform Platteland Hardenberg en het Agronetwerk.

Dit netwerk fungeert als platform voor samenwerking, kennisdeling en gezamenlijke aanpak van lokale uitdagingen. Deze aanpak versterkt de sociale samenhang en de

27

brede welvaart in het buitengebied door bewoners actief te betrekken bij de toekomst van hun leefomgeving. Randvoorwaarden: • De gemeente creëert ruimte voor initiatieven vanuit de gemeenschap, waarbij zij een faciliterende en stimulerende rol speelt. • Platform Platteland Hardenberg en het Agronetwerk fungeren als verbindende partijen om samenwerking en betrokkenheid te bevorderen. Door deze uitgangspunten en randvoorwaarden creëert de gemeente Hardenberg een solide basis voor een duurzame, innovatieve en toekomstbestendige agrarische sector. Met de focus op innovatie, beleidsafstemming, financiële ondersteuning en een gemeenschapsgerichte benadering ontstaat een omgeving waarin agrariërs niet alleen kunnen overleven, maar ook bijdragen aan de brede welvaart van het buitengebied.

28

5.4 Uitvoering: Financiering en Tijdsplanning Het stimuleren van een veerkrachtige agrarische sector en een vitaal landelijk gebied, vraagt om een gerichte inzet van financiële middelen, ondersteund door een zorgvuldig uitgewerkte planning. In deze paragraaf worden de financieringsbronnen, de planning voor de komende jaren en de evaluatiemomenten besproken. De voortgang van de maatregelen en de acties worden periodiek aan de gemeenteraad gerapporteerd.

Financiering Voor het stimuleren van de agrarische sector en een vitaal landelijk gebied zijn in de gemeentelijke begroting structurele middelen aanwezig. Jaarlijks gaat het om een bedrag van € 227.580,-. De afgelopen jaren zijn daarnaast incidentele middelen gereserveerd, onder andere als bijdrage voor gebiedsprocessen binnen het Provinciaal Programma Platteland. Omdat dit programma is beëindigd zijn de gereserveerde middelen nog beschikbaar in de begroting voor 2025 en 2026. Ook is een reserve van €500.000,- beschikbaar gesteld vanaf 2026 om de uitvoeringscapaciteit op peil te houden. Dit betreft een incidentele bijdrage vanuit de kansen- en investeringsagenda. De intentie daarbij is dat deze middelen flexibel worden ingezet als programmagelden en verdeeld worden over de initiatieven, afhankelijk van de vraag binnen de agrarische sector en de prioriteiten van dat jaar. De totale incidentele middelen die beschikbaar zijn in de periode 2025 – 2027 bedragen daarmee €1.585.000,. Begroting

structureel

incidenteel

totaal

2025

€ 227.580,-

€ 710.000,-

€ 937.580,-

2026

€ 227.580,-

€ 375.000,-

€ 602.580,-

2027

€ 227.580,-

€ 500.000,-

€ 727.580,-

2028

€ 227.580,-

--

€ 227.580,-

2029

€ 227,580,-

--

€ 227.580,-

De transitie van het landelijk gebied is complex en kent veel uitdagingen en onzekerheden. Zoals eerder geschetst heeft de gemeente geringe invloed op de toekomst van de landbouwsector, maar zet zich in waar zij kan om een vitale en representatieve landbouw in Hardenberg te houden. Om samen met de sector en andere belanghebbenden een goede samenwerking op te bouwen, is een meerjarige en flexibele inzet vanuit de gemeente wenselijk. De maatregelen en acties uit deze landbouwagenda, zoals het Agronetwerk, de subsidieregeling en de rol van de agrocontactpersoon spelen daarbij een belangrijke rol. Voor het aanstellen van een vaste agrocontactpersoon zal een deel van de structurele middelen (€86.000,-) vanaf 2026 jaarlijks ingezet worden voor uitbreiding van de formatie. Deze middelen zijn daarmee niet meer als programmabudget te besteden. We willen de maatschappelijke middelen zo effectief en efficiënt mogelijk inzetten. Dit vraagt om flexibiliteit, zodat ingespeeld kan worden op de dynamiek in de sector en op cofinanciering vanuit andere overheden. Voor de Landbouwagenda stellen we voor om in de periode tot en met 2029 over te gaan tot programmafinanciering en hiertoe de een bestemmingsreserve in te stellen. De beschikbare structurele, incidentele en programmagelden kunnen zo programmatisch worden ingezet. Uitgangspunt is onderstaande indicatieve meerjarige inzet.

Indicatieve meerjarige inzet:

29

2025

2026

2027

2028

2029

€495.000,-

€475.000,-

475.000,-

475.000,-

€458.900,-

Indicatief uitvoeringsprogramma Uitvoeringsprogramma Landbouwagenda 2025 Algemeen Agro contactpersoon

Personele inzet en bijdrage provinciale erfcoach

€ 95.000,-

Analyse

o.a. registratie ingetrokken vergunningen etc.

€ 20.000,-

Communicatie

Nieuwsbrief

€ 10.000,-

Agro netwerk

Bijdrage aan Agronetwerk (regiodealproject)

€ 75.000,-

Voucher/subsidie regeling

Subsidieregeling

€ 50.000,-

Samenwerkingsverbanden/proeftuinen

€ 55.000,-

Economie

Maatschappelijk Landbouwcafé

€ 5.000,-

Vechtdal Boert Bewust

€ 5.000,-

Leader programma

€ 65.000,-

Boerenlandpaden

Vergoedingen voor beheer

€ 50.000,-

Gebiedsmakelaar agrarisch. Natuurbeheer

€ 15.000,-

Biodiverse akkerranden, groenbemesters, kruidenrijk grasland

€ 20.000,-

Groene diensten: vergoeding onderhoud landschapselementen

€ 35.000,-

Boomdeeldag

€ 5.000,-

Omgeving

Totaal

€ 495.000,-

30

Financieringsbronnen De middelen zijn afkomstig uit het gemeentelijke budget voor plattelandsontwikkeling en worden waar mogelijk aangevuld met subsidies en bijdragen van provinciale en landelijke fondsen, zoals LEADERprogramma’s en provinciale regelingen voor duurzame landbouw en brede welvaart. De gemeente streeft naar een actieve samenwerking met de provincie Overijssel en het Rijk om aanvullende financiering te verwerven voor projecten die zowel economisch als ecologisch waarde toevoegen aan het buitengebied.

Tijdsplanning De maatregelen en acties worden gefaseerd ingevoerd: 1. Initiatiefase (2025): In het eerste jaar ligt de focus op het opzetten van basisstructuren, zoals de aanstelling van de agrocontactpersoon, de oprichting van het Agronetwerk en de lancering van de subsidieregeling. Het Platform Platteland Hardenberg wordt ook in deze fase opgericht en start met de eerste bijeenkomsten. 2. Uitvoeringsfase (2026 – 2027): In de tweede fase ligt de nadruk op implementatie en verdere ontwikkeling van de initiatieven. Het Agronetwerk wordt in deze jaren volledig operationeel en het aantal deelnemende agrariërs aan het platform en de kennisuitwisseling groeit. De subsidieregeling wordt tussentijds geëvalueerd en, indien nodig, aangepast om beter aan te sluiten bij de behoeften van de sector. Het platform stelt in deze fase een gezamenlijke agenda op en start met de uitvoering van concrete projecten. 3. Uitvoering en bijstelling (2028 en verder): In deze fase richt de gemeente zich op het evalueren van behaalde resultaten en het waarborgen van de continuïteit van de initiatieven. De agrocontactpersoon blijft als vast aanspreekpunt functioneren en Platform Platteland Hardenberg bouwt zijn rol als samenwerkings- en overlegorgaan verder uit. Met de gemeenteraad wordt besproken in hoeverre de doelen moeten worden bijgesteld.

Jaarlijkse monitoring en rapportage aan de raad Om de voortgang en effectiviteit van de maatregelen te bewaken worden er een aantal activiteiten uitgevoerd. De resultaten van de activiteiten wordt jaarlijks kwantitatief gemonitord. Daarbij is er specifiek aandacht voor bijdrage van de resultaten aan te behalen doelen en ambities, de besteding van middelen en de impact op het buitengebied. Dit wordt gemeten aan de hand van de methode van de impactmeting, waarbij de output van de activiteiten in beeld worden gebracht en de effecten op de doelen wordt besproken in het Platform Platteland. Met deze kwalitatieve methode wordt gekeken welke initiatieven succesvol zijn en waar bijsturing nodig is. De uitkomsten hiervan worden gerapporteerd aan de gemeenteraad. De impactmeting vormt de basis voor de uitvoeringsagenda van het komende jaar. Verder zal de Landbouwanalyse en de ondernemerspeiling onder agrarische ondernemers na 4 jaar worden herhaald. Met deze financiering, planning en jaarlijkse evaluatie- en rapportagemomenten heeft de gemeente Hardenberg een solide basis gelegd voor een succesvolle implementatie van de maatregelen. Hierdoor kan de gemeente efficiënt inspelen op de behoeften van de agrarische sector en tegelijkertijd de brede welvaart en duurzaamheid in het buitengebied versterken.

31

Bijlage 1: Bijeenkomsten en literatuurlijst Bijeenkomsten Bespreking Landbouwanalyse Hardenberg met expertteam van adviseurs, 23 Oktober 2024, M.m.v.: Jakob Jager (Wageningen Economic Research), Bert Smit (Wageningen Economic Research), Johan Groot Nibbelink (Kadaster), Jan van de Wolfshaar (Kadaster), Collin Cooper (Kadaster). Bespreking Landbouwanalyse met expertteam van agrarisch ondernermers. 28 oktober 2024. Expertise van Jan Roeloef Meesters bij de duiding landbouwanalyse 2024, december 2024. Bijeenkomst Platform Platteland Hardenberg, 30-01-2025, Bespreken H1 en H2 van de Strategienota landbouw Gemeente Hardenberg.

Websites: Strategische Dialoog biedt kansen voor beter Europees landbouw-beleid - LTO, bezocht op 3 november 2024 Website RVO Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) 2024, bezocht op 24 november 2024. Website RVO Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) | RVO.nl, Februari 2025 Website Rijksoverheid www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2025/01/22/uitspraak-civieleprocedure-greenpeace-stikstofbeleid bezocht februari 2025 Website Hardenberg www.hardenberg.nl/bouwen-en-verbouwen/ontwikkelingen-in-uwbuurt/gemeentelijke-plannen/omgevingsplan. Bezocht februari 2025 Website gemeente De Wolden, https://www.dewolden.nl/dossiers/toekomstgerichte-landbouw. Bezocht april 2025

Rapporten Omgevingsvisie Landstad Hardenberg, Gemeente Hardenberg, juli 2021 Coalitieakkoord 2022-2026, Oog voor elkaar, blik op de toekomst, Gemeente Hardenberg (2022) Conceptlandbouwvisie, Gedeputeerde Staten van Overijssel, juni 2024 Ondernemerspeiling, Gemeente Hardenberg, maart 2024 Economische koers (Agenda 2023-2026), gemeente Hardenberg, 2023 Naar een regionaal transitienetwerk in het Vechtdal, ADVIES INZAKE FUTURE FARM, Martin Scholten en Klaas Feenstra, februari 2023

32

Bijlage 2: Landbouw in Hardenberg Om tot de Agenda Vitale Landbouw Hardenberg te komen, is inzicht nodig in de huidige situatie. In 2020 is een landbouwanalyse uitgevoerd in opdracht van de gemeente. In 2024 is deze analyse herhaald, om een actueel overzicht te krijgen. De werkelijke cijfers geven inzichten in wat er gebeurd en speelt in de sector. Dit sluit aan op één van de opgaven uit Landstad Hardenberg, waarin we stellen gezamenlijk inzicht in de uitdagingen, mogelijkheden, kansen en knelpunten te willen krijgen. De eerste stap hiervoor is een landbouwanalyse, die we samen met belanghebbenden uitvoeren en vervolgens het startpunt voor het gesprek met belanghebbenden in de landbouwsector vormt. In de landbouwanalyse 2024 is gebruik gemaakt van data van het Kadaster en Wageningen Economic Research (WEcR), deze hebben op hun beurt gebruik gemaakt van de data van de RVO (Gecombineerde opgave, CBS-Landbouwtellingen) en het Bedrijven Informatie Net (BIN). Het Bedrijven Informatie Net verzamelt naast economische data ook andere data, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid en gewasbeschermingsmiddelen. Bedrijven die informatie aanleveren doen

dit op vrijwillige basis. In de Gemeente Hardenberg is gebruik gemaakt van de data van 77 bedrijven.

2.1 Landbouwstructuur Ontwikkeling aantal en omvang alle typen Het aantal bedrijven in Hardenberg neemt minder af dan in de rest van Nederland. Tussen 2010 en 2023 is het aantal agrarische bedrijven in Hardenberg afgenomen met ruim 20 procent, waar het gemiddeld in Drenthe en Overijssel met bijna 30 procent afgenomen is. In heel Nederland ligt dit percentage zelfs nog hoger. De bedrijfsomvang – uitgedrukt in hectares – in Hardenberg neemt minder sterk toe dan in de rest van Nederland. De bedrijfsontwikkeling (SO = Standaard Opbrengst2) in Hardenberg is wel vergelijkbaar met Nederland, maar is minder gestegen dan in Overijssel en Drenthe. Dus hoewel er meer bedrijven blijven bestaan, beperkt dit wellicht de mogelijkheden voor schaalvergroting en extensivering, aangezien er minder land vrijkomt voor bedrijven die willen groeien.

Standaard Opbrengst (SO) is een gestandaardiseerde maat voor de economische omvang van agrarische bedrijven, gebaseerd op de opbrengst op jaarbasis per gewas of diercategorie. 2

33

Verdeling naar bedrijfstypen Het aandeel melkvee en akkerbouwbedrijven neemt tussen 2010 en 2023 iets toe in Hardenberg, ook nemen de overige graasdieren3 af. Overige graasdierbedrijven zijn ook rundveebedrijven zonder melkvee, dus vleesvee, jongvee. Met name omdat het aantal overige graasdierbedrijven afneemt, neemt het aantal akkerbouw en melkveebedrijven relatief toe. In Hardenberg zijn in vergelijking met de andere gebieden meer hokdierbedrijven 4. In Hardenberg is het aandeel melkveebedrijven vergelijkbaar met Overijssel en Drenthe, maar hoger dan in Nederland. In Hardenberg is het aandeel overige bedrijven vergelijkbaar met Overijssel en Drenthe, maar lager dan in Nederland. Dit wordt met name veroorzaakt door het ontbreken van (glas)tuinbouwbedrijven.

Onder ‘overige graasdieren’ vallen volgens de definitie van het rvo schapen, geiten, paarden, ezels, Midden-Europese edelherten, damherten, waterbuffels. 4 In de NEG-typering (de Nederlandse variant van de gemeenschappelijke typologie in EU-verband) worden acht hoofdbedrijfstypen onderscheiden: akkerbouw-, tuinbouw-, blijvende teelt-, graasdier- en hokdierbedrijven. Combinaties zijn gewassen-, veeteelt-, en gewassen/veeteeltcombinaties. 3

34

Detaillering overige graasdierbedrijven In Hardenberg bevinden zich meer vleeskalverenbedrijven dan in de rest van Nederland. Tussen 2010 en 2020 heeft deze sector zich in de gemeente sterk ontwikkeld. Schapen- en paardenbedrijven komen juist minder voor in Hardenberg dan elders. De grootste groep bedrijven binnen het type ‘overige graasdierbedrijven’ zijn de overige rundveebedrijven (zoogkoeien, vlees- en weidevee). Dit aandeel is in Nederland iets lager.

35

Ontwikkeling aantal dieren In Hardenberg nam vooral het aantal vleeskuikens en vleeskalveren toe (tussen 2010 en 2020) in vergelijking met zowel Overijssel en Drenthe, als Nederland vanaf 2010. Voor melkkoeien gold dit in mindere mate. Er is in Hardenberg sinds 2010 een krimp van het aantal fokzeugen, vleesvarkens en leghennen. Het aantal biggen is stabiel, terwijl dit in de rest van Nederland afneemt. Daarnaast is sinds 2020 een stabilisatie of afname van de andere diercategorieën te zien, met name bij aantallen vleesvarkens en vleeskuikens. De ontwikkeling van de afgelopen vier jaar is duidelijk een andere, dan de periode 2010-2020. Zo is de hoeveelheid melkvee met name gestegen in de periode 2010-2020. Dit houdt vermoedelijk verband met de afschaffing van de melkquotering in 2015. Per 1 januari 2018 is voor de (melk)veehouderij het stelsel van fosfaatrechten ingevoerd. Dit heeft in toen geleid tot een afroming van de veestapel. Er is een stijging van 12% van het aantal melkkoeien van 2010 tot 2023 in de gemeente Hardenberg, dat is meer dan gemiddeld Nederland. Hardenberg

Overijssel + Drenthe

Nederland

2010

2020

2023

2023 tov 2010 (%)

19.821

22.036

22.184

12

334.563

361.597

359.766

8

1.478.635

1.593.071

1.573.787

6

Vleeskalveren (wit en rosé) 27.768

38.719

39.469

42

170.623

213.737

194.497

14

927.699

1.071.279

1.024.080

10

Fokzeugen

9.060

6.841

6.887

-24

156.670

125.804

109.517

-30

983.552

870.863

753.755

-23

Biggen

47.280

45.324

47.335

0

817.356

779.793

731.054

-11

5.123.807

5.413.682

4.933.746

-4

Vleesvarkens

79.915

77.048

70.638

-12

946.327

817.453

781.441

-17

5.904.172

5.445.946

4.932.959

-16

Leghennen

1.016.252

800.542

749.806

-26

5.634.497 5.992.118 5.705.917

1

47.904.063 43.165.986 42.855.685

-11

Vleeskuikens

967.281

1.462.079 1.187.832

23

9.290.618 11.875.752 9.068.241

-2

44.747.893 49.228.507 40.809.158

-9

Melkkoeien

2010

2020

2023

2023 tov 2010 (%)

2010

2020

2023

2023 tov 2010 (%)

36

Ontwikkeling aantal en omvang biologisch In Hardenberg ligt het aandeel biologische bedrijven op één derde van die in Overijssel en Drenthe in 2023 en neemt minder toe dan in de rest van Nederland. In Overijssel en Drenthe is het aandeel biologische bedrijven in 2023 17% minder dan in Nederland. De biologische bedrijven in Hardenberg nemen sterk in omzet (SO) toe, maar zijn in 2023 nog kleiner dan in de rest van Nederland.

Aantal en omvang bedrijven in Hardenberg, Overijssel + Drenthe en Nederland

Hardenberg

Ontwikkeling tov 2010 (%)

2010 2020 2023

Overijssel + Drenthe 2010

2020 2023

Ontwikkeling tov 2010 (%)

Ontwikkeling tov 2010 (%)

Nederland 2010

2020

2023

Aantal bedrijven

786

621

604

-23

12.687

9.408

9.086

-28

72.324

52.695

50.634

-30

Aantal biologische bedrijven

6

7

7

17

194

265

301

55

1.305

1.826

2.012

54

Aandeel biologische bedrijven

0,8%

1,1%

1,2%

1,5%

2,8%

3,3%

1,8%

3,5%

4,0%

Omvang in SO biologisch

125

317

318

201

387

378

304

467

448

155

88

37

48

Verbreding Hardenberg Het aantal bedrijven met verbreding volgens de definitie Task Force Multifunctionele Landbouw 5 neemt toe in Hardenberg. Deze toename komt door verkoop van landbouwproducten aan huis, natuurbeheer en boerderijeducatie. Enkele andere vormen van verbreding binnen de Task Force nemen af (agrotoerisme en zorgboerderij). De meeste ander vormen van verbreding nemen toe.

Bedrijven kunnen aan meerdere vormen van verbreding doen; in deze figuur is dus sprake van dubbeltelling.

De taskforce multifunctionele landbouw onderscheidt een aantal verbredingsactiviteiten: kinderopvang, toerisme, educatie, natuurbeheer, verkoop aan huis en zorg. Daarnaast zijn er ook andere verbredingsactiviteiten zoals energieproductie (zon, wind en biogas), loonwerk voor derden, stalling en verwerking van producten. 5

38

Verbreding naar aandeel in de omzet Bij de meeste bedrijven (60%) is het aandeel van de verbrede landbouwactiviteiten minder dan 10% van de totale omzet. In Hardenberg is de omzet uit verbreding in de bedrijfsomzet vergelijkbaar met die in Overijssel en Drenthe. Op 16 á 17% van de bedrijven maakt het aandeel van de verbrede landbouwactiviteiten wel meer dan 50% van de omzet uit.

Opvolgingssituatie van alle bedrijven Het aantal bedrijven met opvolgers in Hardenberg is 184 in 2023. Het aantal stoppers (op basis van leeftijd) in 2023 is naar verwachting 230. Stoppers zijn bedrijven waarvan het bedrijfshoofd ouder is dan 50 jaar en hebben aangegeven geen opvolger te hebben. Deze ‘stoppers’ hoeven op korte termijn niet hun bedrijf te beëindigen. Het beeld in Hardenberg wijkt niet veel af van Overijssel en Drenthe en de Nederland in zijn totaal.

39

2.2 Economische bedrijvigheid Economische prestaties melkveebedrijven De melkproductie per koe ligt in Hardenberg iets hoger dan het Nederlandse gemiddelde. In Hardenberg is de melkproductie in 2018-2022 het hoogst per koe, per hectare én het meest gestegen. De gemiddelde omvang (SO) in Hardenberg is vergelijkbaar met Overijssel en Drenthe. De kasstroom ligt op melkveebedrijven in Hardenberg lager in de periode 2013-2017. Dit betekent dat er minder middelen beschikbaar zijn die dienen als basis voor investeringen. In 2018-2022 is het verschil met de andere gebieden verkleind. De moderniteit (economische ouderdom) van de gebouwen en machines, werktuigen is vergelijkbaar met de andere regio’s. Tussen beide vijfjaarlijkse gemiddelden zijn het saldo, inkomen en de melkopbrengsten toegenomen door de hogere melkprijs. De kostprijs en kg opbrengst per koe en per hectare zijn toegenomen. Resultaten en saldi melkveebedrijven in Hardenberg, Overijssel + Drenthe en totaal Nederland (vijfjaarlijkse gemiddelden) Hardenberg Periode

2013-2017 2018-2022

Overijssel + Drenthe

Nederland

2013-2017 2018-2022 2013-2017 2018-2022

Aantal bedrijven

230

212

3.760

3.304

16.552

14.495

Standaard opbrengsten (x 1.000 euro)

358

412

352

413

373

441

Inkomen uit bedrijf per onbetaalde aje (euro) a)

33.929

50.237

34.079

50.497

37.073

55.788

Idem 20% waarneming

8.297

9.218

8.140

10.429

5.766

11.517

Idem 80% waarneming

57.373

79.200

56.928

77.266

65.229

86.855

Opbrengsten per koe (euro per jaar)

3.883

4.531

3.929

4.512

3.936

4.494

Betaalde kosten en afschrijving per koe (euro per jaar)

3.314

3.703

3.348

3.679

3.349

3.635

Aantal melkkoeien

92

99

90

99

95

105

Melkproductie per koe (kg)

8.514

9.219

8.413

9.055

8.279

8.856

Melkproductie per hectare (kg)

15.247

16.827

16.100

16.319

15.612

16.035

Oppervlakte cultuurgrond (ha)

49

54

49

55

51

58

Kostprijs melk per 100 kg melk (euro)

44

46

45

47

44

46

Saldo per melkkoe (euro per jaar)

2.134

2.509

2.142

2.464

2.106

2.436

Solvabiliteit

68

73

69

74

68

74

Kasstroom

69.987

101.781

76.347

105.584

91.244

100.059

Moderniteit gebouwen

39

33

38

34

40

35

Moderniteit machines/ werktuigen/ installaties

32

31

32

31

30

29

a) Aje = Arbeidsjaareenheid; ‘onbetaalde aje’s’ worden ingevuld door de ondernemer met eventueel meewerkende gezinsleden. Bron: Bedrijveninformatienet WEcR

40

Economische prestaties akkerbouwbedrijven Qua akkerbouw zijn de standaardopbrengsten en hectares vaak lager in Hardenberg dan in de andere gebieden. Het inkomen uit het bedrijf per onbetaalde arbeidsjaareenheid (aje) in Hardenberg is van 2013-2017 gelijk of hoger dan in de andere gebieden. Van 2018-2022 is het aje lager. Tussen de saldi van de gewassen zijn er verschillen: ze zijn meestal lager, maar in een beperkt aantal gevallen hoger (consumptieaardappelen en uien). Door achterblijvende saldi is het inkomen tussen beide vijfjaarlijkse gemiddelden gedaald, in combinatie met sterk gestegen betaalde kosten en afschrijvingen met gemiddeld een extensiever bouwplan. De kasstroom is in Hardenberg lager dan in de andere gebieden. Ook de moderniteit van de gebouwen is in Hardenberg lager. Resultaten en saldi akkerbouwbedrijven in Hardenberg, Overijssel + Drenthe en Nederland (vijfjaarlijkse gemiddelden) Hardenberg Periode

Overijssel + Drenthe

2013-2017 2018-2022 2013-2017 2018-2022

Nederland 2013-2017 2018-2022

Aantal steekproefbedrijven

72

76

797

892

7.454

7.726

Oppervlakte cultuurgrond (ha)

64

54

72

67

58

57

Standaard opbrengsten (x 1.000 euro)

153

178

184

226

202

229

Standaard opbrengst per ha )euro)

2.399

3.266

2.552

3.350

3.462

4.011

Inkomen uit bedrijf per onbetaalde aje (euro) a)

58.959

49.154

59.716

61.027

46.378

71.976

Idem 20% waarneming

-20.343

-5.411

-17.175

-4.933

-4.306

-3.234

Idem 80% waarneming

98.771

133.081

93.428

136.491

87.919

125.557

Opbrengsten per hectare (euro)

3.953

4.567

4.258

4.897

5.055

6.044

Directe kosten per hectare (euro)

870

991

917

1.078

1.189

1.313

Betaalde kosten en afschrijving per hectare (euro)

3.136

3.733

3.421

3.989

4.262

4.701

Oppervlakte cultuurgrond (ha)

64

54

72

67

58

57

Saldo tarwe per hectare (euro) b)

957

1.361

972

1.519

977

1.514

Saldo zetmeelaardappelen per hectare (euro) b)

1.761

2.272

1.889

2.266

1.888

2.280

Saldo pootaardappelen per hectare (euro) b)

3.630

3.523

4.696

5.083

6.633

7.176

Saldo consumptieaardappelen per hectare (euro) b)

3.807

5.336

4.154

5.178

3.665

5.631

Saldo suikerbieten per hectare (euro) b)

2.391

1.783

2.543

1.846

2.832

2.186

Saldo zaaiuien per hectare (euro) b)

4.195

5.001

3.453

6.119

3.844

6.030

Solvabiliteit

83

87

80

84

80

83

Kasstroom

82.282

22.410

95.969

41.474

77.674

90.525

Moderniteit gebouwen

27

23

32

26

39

31

Moderniteit machines / werktuigen / installaties

34

29

35

29

33

28

a)

Aje = Arbeidsjaareenheid; ‘onbetaalde aje’s’ worden ingevuld door de ondernemer met event. meewerkende gezinsleden;

b)

Na aftrek van de kosten voor werk door derden (loonwerk).

Bron: Bedrijveninformatienet WEcR

41

Duurzaamheid melkveebedrijven 2020-2022 De verschillen in duurzaamheidsprestaties tussen Hardenberg en de andere gebieden is op de melkveebedrijven niet groot. Over het algemeen scoort Hardenberg iets gunstiger met name op stikstof- en fosfaatgebruik en ammoniakemissies, behalve op de milieubelastingspunten (MBP)6. Dit kan te maken hebben met intensiever bodemgebruik en hogere inputs, zoals het gebruik van kunstmest of gewasbeschermingsmiddelen. KPI Hardenberg versus Overijssel + Drenthe en gemiddeld Nederland | 2020-2022 melkveebedrijven Hardenberg

Overijssel + Drenthe

Nederland

206

3.411

13.992

N bodemoverschot7 per ha

149

152

169

P overschot per ha8

3,3

3,7

3,9

Ammoniak emissie per ha

54

54

58

Eiwit eigen land (%)

56

57

59

Blijvend grasland (%)

82

83

86

Gram bkg melk per kg meetmelk

1.009

1.016

1.040

Milieubelastingspunten per ha

215

176

144

Aantal bedrijven KPI scores

Bron: BIN, Kringloopwijzer

MPB kwantificeren de milieubelasting op verschillende domeinen, zoals grondwater, bodem en oppervlaktewater. Bodemoverschot stikstof (N) is het verschil tussen aangevoerde en opgenomen hoeveelheid stikstof. 8 Bodemoverschot fosfaat (P) is het verschil tussen aangevoerde en opgenomen hoeveelheid fosfaat. 6 7

42

Duurzaamheid akkerbouwbedrijven 2020-2022 De verschillen in duurzaamheidsprestaties tussen Hardenberg en de andere gebieden zijn op de akkerbouwbedrijven divers. Hoewel efficiënt stikstof- en fosfaatgebruik positieve punten zijn, vragen de hogere milieubelasting van grond- en watergebruik en de lage gewasdiversiteit om meer aandacht. Door verdere innovatie en diversificatie kan de balans tussen productiviteit en duurzaamheid verbeteren. KPI Hardenberg, Overijssel + Drenthe en Nederland 2020-2022 akkerbouw bedrijven Hardenberg

Overijssel + Drenthe

Nederland

77

978

7.718

MBP grondwater per ha

624

589

526

MBP bodem per ha

434

388

324

MBP oppervlakte water per ha

838

838

867

Totaal MBP per ha

1.896

1.815

1.717

Bodemoverschot N (kg N perha)

101

108

134

Bodemoverschot P (kg P2O5 perha)

15

16

18

eOS aanvoer (kg eOS per ha)9

1.259

1.213

1.222

Broeikasgasemissie (kg CO2-eq. per ha)10

2.609

2.646

2.834

Ammoniak (kg NH3 per ha)11

14,7

14,2

13,3

Bodembedekking (%)

74

71

61

Gewasdiversiteit - HS index (p|ln(p)|)12

3,8

3,9

4,2

Gewasdiversiteit - randdichtheid (m/ha)

232

221

211

Aantal bedrijven KPI scores

Bron: Bedrijveninformatienet

eOS-aanvoer (externe organische stof zoals compost of mest) meet de hoeveelheid eOS die per hectare wordt aangevoerd. Dit draagt bij aan de bodemvruchtbaarheid en structuur. 10 BKG (Broeikasgasemissie) meet de hoeveelheid CO2-equivalenten die per hectare wordt uitgestoten. Dit omvat emissies van bodembewerkingen, mestverbruik en energieverbruik. 11 Ammoniakemissie meet de hoeveelheid ammoniak (NH3) die vrijkomt uit de bodem- en bemestingsactiviteiten. 12 Gewasdiversiteit meet de diversiteit per hectare (HS-index) en de dichtheid van randen met gewassen (randdichtheid). Dit beïnvloedt biodiversiteit en landschapskwaliteit. 9

43

2.3 Grondgebruik en grondbezit Grondgebruik Hardenberg – Gewassen Het areaal granen en zetmeelaardappelen is tussen 2010 en 2023 met 541 en 501 hectare afgenomen (28% en 18%). Het areaal voor gewassen bestemd voor menselijke consumptie, zoals consumptieaardappelen en akkerbouwgroenten, is klein maar groeit gestaag. Het areaal bloembollen (inclusief leliebollen) is in deze periode met 99 hectare toegenomen (+32%). Het totaal areaal akkerbouwgewassen is met 4% afgenomen. Het areaal voedergewassen is met 831 hectare afgenomen tussen 2010 en 2023 (-18%). Het areaal grasland bleef vrijwel onveranderd. Hardenberg

2010

2020

2023

2023 t.o.v.

2023 t.o.v.

(ha)

(ha)

(ha)

2010 (ha)

2010 (%)

Totaal akkerbouwgewassen

6.348

6.019

6.088

-259

-4

Granen

1.900

1.188

1.359

-541

-28

Pootaardappelen

26

51

46

20

75

Consumptieaardappelen

368

473

469

100

27

Zetmeelaardappelen

2.780

2.660

2.279

-501

-18

Suikerbieten

863

1.118

1.127

264

31

Akkerbouwgroente: totaal

52

228

329

277

533

Waarvan uien

5

154

221

215

4.025

Spinazie

13

9

0

-13

-100

Winterpeen

0

53

42

42

.

Handelsgewassen

95

156

130

35

37

Overige akkerbouwgewassen

263

144

350

87

33

Waarvan agrarisch natuurmengsel

0

2

85

85

.

groenbemesting/braak

32

50

113

81

253

Bloembollen en knollen

315

328

414

99

32

Waarvan leliebol

272

238

300

29

10

Grasland en voedergewas

15.966

15.492

15.052

-914

-6

Grasland

11.393

11.535

11.310

-82

-1

Voedergewassen

4.574

3.957

3.742

-831

-18

Bron: CBS-Landbouwtelling, bewerking WEcR

44

Grondbezit – Deelgebieden Voor het verkavelingsonderzoek is de gemeente opgedeeld in 9 deelgebieden. Deze deelgebieden zijn identiek aan die van de landbouwanalyse van 2020.

Grondbezit – Bedrijfsgrootte en -aantal Het aantal akkerbouwbedrijven neemt toe, het aantal melkveebedrijven neemt af. Melkveebedrijven worden groter, terwijl akkerbouwbedrijven kleiner worden. Dit kan het gevolg zijn van veehouderijen die stoppen met het houden van vee, maar op kleinere schaal doorgaan met de teelt van voedergewassen. Er is een zeer forse toename van het aantal akkerbouwbedrijven in Gemengd gebied Oost. Het aantal overige bedrijven neemt af, maar deze worden gemiddeld wel groter.

45

Grondbezit – Verkavelingsstructuur akkerbouw De agrarische structuur van de akkerbouwbedrijven is licht verbeterd. In Vechtdal Zuid is er sprake van een aanzienlijke verbetering. Het huiskaveloppervlakte is afgenomen in Veenontginning Noordoost en Vechtdal Noord. In dit laatste gebied is ook de veldkaveloppervlakte behoorlijk gedaald.

Grondbezit – Verkavelingsstructuur melkveehouderij De agrarische structuur van de melkveebedrijven is duidelijk verslechterd (met name in Veenontginning Noord). De huiskaveloppervlakte en veldkaveloppervlakte zijn over het algemeen wel wat verbeterd, maar dit weegt niet op tegen de verslechtering in het huiskavelpercentage en het aantal veldkavels.

46

Grondbezit – Gebruiksvormen In Hardenberg is circa 6% meer grond in eigendom dan in de rest van Nederland. Het aandeel eigendom is toegenomen ten opzichte van 2019. Reguliere pacht komt beduidend minder voor dan gemiddeld in Nederland. Eenmalige pacht is net als in heel Nederland fors afgenomen en komt nu nauwelijks meer voor in Hardenberg. Geliberaliseerde pacht is in lijn met de landelijke trend toegenomen ten opzichte van 2019. Overige exploitatievormen komen in Hardenberg meer voor dan in Overijssel en Drenthe en de rest van Nederland. Overige exploitatievormen zijn bijvoorbeeld mondelinge overeenkomsten of grondgebruiksverklaringen.

Grondgebruik 2019 en 2023 120

100 4 4 6

6 6

80

6 5 10

21

9 1 10

21 15

15

60

7 5

Reguliere pacht kortlopend

12

11 2 11

13

13

Natuurpacht

Erfpacht

Geliberaliseerde pacht Eenmalige pacht

40

Reguliere pacht langlopend 62

64

60

60

57

58

Overige exploitatievormen Eigendom

20

0 2019

2023

Hardenberg

2019

2023

Overijssel + Drenthe

2019

2023

Nederland

47

Grondbezit – Grondprijzen De grondprijs in Hardenberg is naar het landelijk gemiddelde toegegaan en in 2023 hoger dan het landelijk gemiddelde. De grondprijs in Hardenberg lag in 2021 en 2023 hoger dan het gemiddelde van Overijssel en Drenthe. De grondprijzen in Hardenberg zijn na 2020 sterker aan het stijgen dan in de periode tot 2020. De grondprijzen zijn gebaseerd op gemiddeld 54 transacties per jaar. De gemiddelde grondmobiliteit bedraagt 341 hectare per jaar. Dit is 1,5% van het totale areaal aan cultuurgrond. De grondmobiliteit ligt lager dan gemiddeld in Nederland (over de periode 2014-2023: 1,9%). Net als de landelijke trend, daalt ook de grondmobiliteit in Hardenberg.

Grondprijsontwikkeling € 90.000

€ 70.000 € 60.000 € 50.000 € 40.000 € 30.000 2014

2015

2016

Hardenberg

2017

2018

2019

Overijssel en Drenthe

2020

2021

2022

2023

Nederland

Grondprijsontwikkeling € 90.000 € 80.000

Grondprijs / ha

Grondprijs / ha

€ 80.000

€ 70.000 € 60.000 € 50.000 € 40.000 € 30.000 2014

2015 2016 Hardenberg

2017 2018 2019 Overijssel en Drenthe

2020 2021 Nederland

2022

2023

48

2.4 Analyse landbouw cijfer 2023 In deze paragraaf wordt dieper ingegaan op de data vanuit de landbouwanalyse van het Kadaster en Wageningen Economic Research (WEcR) en wat deze betekenen in de praktijk op verschillende thema’s. Om de resultaten beter te begrijpen, is de landbouwanalyse in het najaar van 2024 besproken tijdens twee bijeenkomsten met verschillende adviesgroepen. De eerste adviesgroep bestond uit agrarische ondernemers uit de gemeente Hardenberg, terwijl de tweede groep adviseurs omvatte. Deze sessies zijn begeleid door externe adviseur, Jan Roelof Meesters. De adviesgroepen hebben de data nader geprobeerd te verklaren en te interpreteren. Daarnaast heeft Jan Roelof Meester zijn expertise ingezet om de cijfers nader te duiden. De inzichten en mogelijke verklaringen voor de cijfers op de verschillende thema’s worden in deze paragraaf uiteengezet. Daar waar nodig hebben zij aanbevelingen gedaan voor een verdere toelichting van de cijfers.

Aantal en omvang bedrijven Uit de cijfers blijkt dat het aantal agrarische bedrijven in Hardenberg minder sterk is afgenomen dan in de rest van Nederland (zie paragraaf 1.1). Terwijl de landelijke afname rond de 30% ligt, bleef deze in Hardenberg beperkt tot 23%. De standaardopbrengst (SO) in Hardenberg is vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde, maar de groei in SO is minder sterk dan in Overijssel en Drenthe. Doordat er meer bedrijven blijven bestaan, beperkt dit de mogelijkheden voor schaalvergroting en extensivering, aangezien er minder land vrijkomt voor bedrijven die willen groeien. De omvang van de melkveesector blijft stabiel, met een lichte stijging in de melkproductie de afgelopen vier jaar. Dit volgt op een eerdere toename van het aantal melkkoeien, wat vermoedelijk verband houdt met de afschaffing van de melkquotering in 2015. Hoewel het totaal aantal agrarische bedrijven afneemt, zijn er binnen specifieke diercategorieën tussen 2010 en 2020 duidelijke stijgingen te zien. Het aantal vleeskalveren en vleeskuikens is in Hardenberg sterker gegroeid dan in de rest van Nederland en de regio. Tussen 2020 en 2024 stabiliseerde of daalde dit aantal echter. Daarnaast is er een toename zichtbaar in de groenteteelt, waar het aantal bedrijven is gestegen van 3 naar 7.

Dit lijkt vooral het resultaat van nieuwe ondernemers, aangezien melkvee- en varkensbedrijven in dezelfde periode afnamen. Het areaal akkerbouwgewassen blijft relatief stabiel, omdat groenteteelt doorgaans onder de categorie tuinbouw valt. Een relevante ontwikkeling is de groei in bollenteelt, waar het areaal sinds 2010 met 100 hectare is toegenomen tot 414 hectare in 2023. Hoewel deze sector in absolute zin groeit, blijft de procentuele toename beperkt.

Verbreding in de agrarische sector Uit de cijfers blijkt dat het aantal bedrijven in Hardenberg met verbredingsactiviteiten zoals agrotoerisme en zorgboerderijen zijn afgenomen. Rond het jaar 2000 begonnen veel agrarische bedrijven met een recreatietak. Hoewel sommige van deze recreatieve activiteiten anno 2024 nog steeds bestaan, is de landbouwtak bij sommige bedrijven inmiddels gestaakt. Daarnaast wordt aangenomen dat een aantal zorgboerderijen is gestopt vanwege de sterk toegenomen wet- en regelgeving. Tijdens de sessies met de expertgroepen werd dit herkend als een zorg van Hardenbergse ondernemers, met name vanwege regelgeving en vereiste professionalisering. Als mogelijke oplossing werd door een van de experts voorgesteld om samen te werken met bestaande zorginstellingen. Deze instellingen kunnen delen van de administratieve verplichtingen overnemen, omdat zij ervaring hebben met dergelijke processen en efficiënter kunnen werken. Verder laten de cijfers zien dat in 2023 40% van de agrarische bedrijven in Hardenberg ‘energie per saldo’ levert aan het net. Volgens de expertgroepen geeft dit echter een onvolledig beeld van de

49

werkelijke duurzame energieopwekking. Naar schatting wekt ongeveer 70% van de agrarische bedrijven in Hardenberg op enige wijze duurzame energie op, ook al wordt deze niet altijd netto terug geleverd aan het energienet. Hoewel verbreding aandacht krijgt, heeft het bij de meeste agrarische bedrijven slechts een klein aandeel in de totale omzet. Opvallend is dat bij een klein aantal bedrijven de omzet uit verbredingsactiviteiten wel een substantieel deel van het totaal vormt. Dit wordt door de expertgroepen verklaard door de kleinschaligheid van deze bedrijven, waar de opbrengst van de agrarische tak beperkt is en verbreding een belangrijke inkomstenbron vormt.

Stoppers en opvolgers in de agrarische sector In 2023 gaven 230 agrarische ondernemers in de gecombineerde opgave (RVO) aan dat zij op termijn willen stoppen. Dit cijfer vereist echter enige nuance. Het betekent niet dat al deze ondernemers direct stoppen met hun bedrijf. De interpretatie van deze vraag kan namelijk variëren per ondernemer. Zo kan een ‘ja’ bijvoorbeeld aangeven dat de ondernemer het bedrijf op termijn volledig wil overdragen aan een opvolger of wil omschakelen naar een andere bedrijfsvoering. In andere gevallen betreft het daadwerkelijk het beëindigen van de bedrijfsactiviteiten, maar dit vindt ook vaak geleidelijk plaats, bijvoorbeeld door stapsgewijze verkoop van grond en/of activa. Het begrip ‘stopper’ is in deze context dus breed. Het aantal daadwerkelijke bedrijfsbeëindigingen op korte termijn ligt naar verwachting aanmerkelijk lager dan de opgegeven 230. Desondanks wijst dit aantal erop dat de komende jaren een dynamische periode is, gekenmerkt door bedrijfsontwikkelingen en transacties. Het biedt zowel uitdagingen als kansen voor de gemeente om ondernemers in deze overgangsfase adequaat te ondersteunen. Positief is dat het aantal opvolgers in Hardenberg de laatste jaren weer toeneemt. In 2023 waren er 184 opvolgers geregistreerd. De adviesgroepen benadrukken het belang van een evenwichtige aanpak.

Naast aandacht voor het goed begeleiden van stoppers, zou de gemeente zich ook moeten richten op opvolgers. Het stimuleren van innovatie, het bieden van advies en het inspireren van deze nieuwe generatie ondernemers is essentieel om de toekomst van de agrarische sector in Hardenberg veilig te stellen.

Economische prestaties akkerbouwbedrijven De cijfers laten zien dat het aandeel van consumptieaardappelen en uien in Hardenberg toeneemt. Andere gewassen, zoals wortelen en bonen, worden daarentegen nauwelijks geteeld. Dit wijst op een voorkeur voor meer traditionele teelten, zoals suikerbieten, tarwe, consumptieaardappelen en zetmeelaardappelen. Het inkomen uit akkerbouwbedrijven is gedaald tussen de periodes 2013-2015 en 2018-2020. Dit komt met name door achterblijvende saldi, gecombineerd met sterk gestegen betaalde kosten en afschrijvingen. Daarnaast zijn akkerbouwbedrijven gemiddeld extensiever gaan telen, wat ook bijdraagt aan deze daling. Opvallend is de toename van het aantal akkerbouwers in Hardenberg, hoewel deze bedrijven over het algemeen een kleiner areaal bewerken. Dit fenomeen wordt deels verklaard door stoppende

50

melkveehouders die overstappen naar akkerbouw, wat zorgt voor meer diversiteit in bedrijfssystemen. Ondanks deze veranderingen is er weinig gronddynamiek in de regio. Veel voormalige melkveehouders behouden hun grond, wat de beschikbaarheid van grond voor andere akkerbouwers en blijvende melkveehouders beperkt.

Grondprijzen De grondprijzen in Hardenberg vertonen sinds 2020 een stijgende trend. Regionaal zijn er aanzienlijke verschillen zichtbaar, deels beïnvloed door de mate van bedrijfsontwikkeling. Daarnaast spelen de diversiteit en samenstelling van ondernemers binnen een gebied een belangrijke rol in de variatie van grondprijzen. De grondmobiliteit in Hardenberg blijft echter beperkt, wat wijst op een relatief lage doorstroming en transacties van landbouwgrond.

Grondgebruik en grondbezit De cijfers laten een duidelijke afname zien van de hoeveelheid cultuurgrond (grasland en akkerbouwland) in Hardenberg tussen 2010, 2020 en 2023. Het totaal aan cultuurgrond is gedaald van 22.039 hectare in 2020 naar 21.715 hectare in 2023, een afname van ongeveer 80 hectare per jaar. Deze daling roept de vraag op welke functies deze grond sindsdien heeft gekregen, met bijzondere aandacht voor de periode 2020-2023. Verandering in functies van cultuurgrond Van de grond die niet meer als cultuurgrond is opgegeven, blijkt 60% nog steeds een agrarische functie te hebben. Het gaat hierbij vaak om percelen in het bezit van particulieren zonder agrarisch bedrijf, maar die mogelijk nog wel door agrariërs worden bewerkt zonder formele registratie als landbouwgrond. Daarnaast is 10% van de voormalige cultuurgrond omgezet in bebouwing binnen de bebouwde kom. Voorbeelden hiervan zijn de uitbreiding van woonwijken en bedrijventerreinen in Hardenberg (ten noordwesten van de N34 en het bedrijventerrein aan de zuidoostkant), net als Balkbrug en Dedemsvaart. Een extra 10% is omgezet naar bebouwing buiten de bebouwde kom, waarvan de helft (4,7%) wordt geclassificeerd als bebouwing in het buitengebied, zoals erven. Over een langere periode, sinds 2010, is zelfs 12,9% van de voormalige cultuurgrond naar dergelijke functies gegaan.

Verder is 12% van de voormalige cultuurgrond bestemd als natuurgebied, vaak in samenhang met waterprojecten. Denk hierbij aan de hermeandering van de Overijsselse Vecht en nieuwe waterbergingsgebieden ten noorden van Hardenberg. Oevers in deze projecten zijn vaak ingericht als natuurgebied, wat bijdraagt aan de afname van cultuurgrond. Een ander opvallend gebruik betreft zonneparken. Tussen 2020 en 2023 is 9 hectare landbouwgrond omgezet naar zonneparken, een relatief klein aandeel in het landgebruik. Dalende grasland- en voedergewassen, opkomende teelten Een belangrijke verschuiving binnen het landgebruik is de afname van grasland en voedergewassen, met een daling van 450 hectare tussen 2020 en 2023. Tegelijkertijd blijft het totale areaal akkerbouw grotendeels constant. Dit wordt deels verklaard door een toename van specifieke, kleinere teelten. Het areaal akkerbouwgroenten, zoals knolselderij, rode biet, kool, asperges, bospeen en aardbeien, is in deze periode met 100 hectare gestegen naar 328 hectare. Ook het areaal tuinbouwgroenten is gegroeid, met een toename van 54 hectare naar 122 hectare. Daarnaast is er een lichte stijging van 70 hectare in het totale akkerbouwareaal.

51

Conclusie grondgebruik De veranderingen in het grondgebruik weerspiegelen een dynamische ontwikkeling in Hardenberg. Terwijl traditionele landbouwgrond voor grasland en voedergewassen afneemt, groeit het aandeel van specifieke teelten en alternatieve functies, zoals natuur, zonneparken en stedelijke uitbreiding. Deze trends wijzen op een verschuiving naar diversificatie en multifunctioneel landgebruik, wat zowel kansen als uitdagingen biedt voor de agrarische sector en het landelijk gebied.

Mestplaatsingsruimte in Hardenberg Met de afbouw van de derogatie is de stikstofnorm voor dierlijke mest teruggebracht naar maximaal 170 kg stikstof per hectare. In Nutriënten Verontreinigde (NV-)gebieden (zoals de hoge zandgronden in Nederland) moet deze norm versneld worden ingevoerd. Dit heeft aanzienlijke gevolgen voor de melkveehouderij in Hardenberg. Plaatsingsruimte in de melkveehouderij Een globale berekening van de huidige situatie (op basis van aannames en trends uit het verleden, dit is dus geen exacte berekening of vaststaande werkelijkheid in de toekomst) in Hardenberg toont het volgende: •

Er is 15.052 hectare grasland en voedergewas beschikbaar, wat bij een norm van 170 kg stikstof per hectare resulteert in een plaatsingsruimte van 2.558.840 kg stikstof in 2026.

•

De stikstofproductie van melkkoeien in Hardenberg bedraagt 2.684.264 kg.13

•

Daarnaast produceren jongvee in Hardenberg gezamenlijk circa 683.339 kg stikstof.

Deze cijfers tonen aan dat de melkveehouderij in Hardenberg, onder de huidige regelgeving, niet alle geproduceerde mest kan verwerken op het bestaande areaal grasland en voedergewassen. Er is een extra behoefte aan circa 4.000 hectare akkerbouwgrond om de overschotten te kunnen plaatsen. Dit komt overeen met de productie van mest door ongeveer 1.000 melkkoeien, oftewel 5% van het totale aantal melkkoeien in de gemeente in 2023. De beschikbaarheid van akkerbouwgrond binnen de gemeente biedt enige ruimte om aan deze behoefte te voldoen. Invloed van jongvee en regelgeving De onzekerheid rond regelgeving, zoals het aantal dieren dat mag worden gehouden, leidt ertoe dat melkveehouders relatief veel jongvee aanhouden. Dit verhoogt de totale stikstofproductie. Een gemiddelde jongveebezetting van 25% op de bedrijven resulteert in extra stikstofdruk. Als deze bezetting wordt teruggebracht, kan er naar schatting een stikstofreductie van 137.738 kg worden gerealiseerd. Plaatsingsruimte voor andere diercategorieën Naast melkvee zijn er in Hardenberg ook andere diercategorieën die bijdragen aan de stikstofproductie. Wanneer rekening wordt gehouden met alle diercategorieën, exclusief de pluimveesector (waarvan de mest grotendeels naar Moerdijk gaat voor de productie van groen gas), is er in totaal 23.500 hectare cultuurgrond nodig om alle stikstof in 2026 te kunnen plaatsen.

In 2023 was er slechts 21.700 hectare cultuurgrond beschikbaar, wat wijst op een tekort van 1.800 hectare mestplaatsingsruimte.

De stikstofproductie per melkkoe is uiteraard afhankelijk van de melkproductie en ureum, maar we gaan in deze berekening uit van een gemiddelde. 13

52

53

Bijlage 3: Concept subsidieregeling Burgemeester en wethouders van de gemeente Hardenberg; overwegende dat het met het oog op de toekomstbestendigheid van de landbouw in de gemeente Hardenberg gewenst is om innovatie en ontwikkeling actief te stimuleren; overwegende dat een subsidieregeling ondernemers zal helpen om concrete activiteiten te organiseren; gelet op titel 4.23 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 van de Algemene subsidieverordening gemeente Hardenberg 2018; Besluiten: Vast te stellen de: “Subsidieregeling Toekomstgerichte Landbouw Hardenberg 20252029”. Hoofdstuk 1: Inleidende bepalingen Artikel 1.

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder: a. programma: de agenda Vitale Landbowu 2025-2029 b. natuurinclusieve landbouw: een economisch rendabel landbouwsysteem, dat optimaal beheer van natuurlijke hulpbronnen duurzaam integreert in bedrijfsvoering, inclusief zorg voor ecologische functies en de biodiversiteit op en om het bedrijf; c. Toekomstgerichte Landbouw: de stapsgewijze ontwikkeling van de huidige gangbare landbouw naar een ecologisch en economisch duurzamere landbouw; d. biodiversiteit: de verscheidenheid aan levensvormen in een bepaald gebied; e. Multifunctionele landbouw: een verzamelbegrip voor bedrijven die hun agrarische productie en omgeving combineren met het leveren van diensten aan de samenleving: zorglandbouw, boerderijeducatie, boerderijwinkels/korte ketens, agrarische kinderopvang, agrarisch natuurbeheer en agrotoerisme f. Landbouwvrijstellingsverordening (LVV): Verordening (EU) 2022/2472 van de commissie van 14 december 2022, waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU, L327); g. Samenwerkingsverband: al dan niet formele samenwerking van minimaal drie agrarische bedrijven die tezamen een subsidieaanvraag indienen.

Een van de agrarische bedrijven, of een stichting, vereniging of coöperatie zonder winstoogmerk, is door de anderen aangewezen als penvoerder; 54

Artikel 2.

Doelstelling

Deze regeling heeft ten doel het subsidiëren van activiteiten die bijdragen aan het vergroten van de toekomstgerichtheid en de leefbaarheid van het landelijk gebied in Hardenberg, dit in overeenstemming met de in het programma geformuleerde begrippen en doelen.

Artikel 3: Subsidiecriteria en hoogte subsidie 1) Een subsidie op grond van deze regeling wordt slechts verleend aan: a) Een samenwerkingsverband voor een project dat bijdraagt aan duurzamere landbouw of doorontwikkeling van de samenwerkende bedrijven. De subsidie is aan te vragen met in totaal drie of meer agrarisch ondernemers. De subsidie voor deze categorie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 4, onder a en b, met een maximum van €25.000,- per jaar; b) Rechtspersonen, voor een project dat bijdraagt aan duurzamere landbouw of doorontwikkeling van hun bedrijf. De subsidie voor deze categorie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 4, onder a en b, met een maximum van €5.000,- per aanvrager per jaar; c) Rechtspersonen, voor het organiseren en uitvoeren van initiatieven die bijdragen aan de leefbaarheid in het landelijk gebied. De subsidie voor deze categorie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 4, onder a en b, met een maximum van €5.000,- per aanvrager per jaar; 2) De activiteit waar subsidie voor aangevraagd wordt draagt bij aan minimaal twee van de volgende doelen: • • • • • • • • • • • •

Verbeteren van de waterkwaliteit; Verbeteren van de bodemkwaliteit; CO2-uitstoot verlagen; Verminderen van gebruik chemische gewasbescherming; Ontwikkelen van nieuwe verdienmodellen; Anticiperen op klimaatverandering; De aanleg van landschapselementen (houtwal, natuurvriendelijke oever, etc.); Biodiversiteit verbeteren; Bedrijfsvoering natuurinclusiever maken (kruidenrijk grasland of niet-kerende grondbewerking bijvoorbeeld); Introductie nieuwe gewassen; Voedselketen verkorten; Consumenten en omwonenden betrekken bij de bedrijfsvoering (informeren of dialoog aangaan bijv.);

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15597728/4