Agenda Vitale Landbouw ontwerp
Tekst van het document
Agenda Vitale Landbouw
0
Voorwoord Met trots presenteren wij deze Agenda Vitale Landbouw, waarbij een balans is gezocht tussen uitdagingen en kansen, met een sterke focus op de toekomst van de agrarische sector in de gemeente Hardenberg. De agrarische sector is een belangrijke economische pijler van de gemeente Hardenberg. Dit omvat niet alleen de landbouwbedrijven zelf, maar ook de toeleveranciers, verwerkers en dienstverleners die afhankelijk zijn van deze sector. De landbouw verdient versterking en waardering, zeker gezien de grote maatschappelijke opgaven die op de sector afkomen. Als gemeente zetten we ons in om maximale ruimte te bieden binnen ons gemeentelijk beleid, in een speelveld dat al wordt gedomineerd door provinciale, nationale en Europese regelgeving. Het landelijke gebied van Hardenberg ondergaat een ingrijpende verandering. Het behoud van vitaliteit en leefbaarheid in dit gebied is een gezamenlijke uitdaging. Als gemeente willen wij een goed contact onderhouden met onze agrarische ondernemers. Daarbij stimuleren wij innovatie en ontwikkeling. De economische koers 2023-2026 van de gemeente richt zich op behoud van werkgelegenheid in de agrarische en aanverwante sectoren. De gemeente is hierbij een gesprekspartner voor de ondernemers en stimuleert onder andere proeftuinen en innovatieve verdienmodellen.
De landbouwagenda is gebaseerd op de ambities en opgaven uit het coalitieakkoord (2022) en de Omgevingsvisie (Landstad Hardenberg, 2021). De agenda geeft inzicht in hoe wij aan deze ambities en opgaven invulling willen geven. In deze nota is daarnaast een beschrijving van de huidige landbouwstructuur, een overzicht van relevante beleidsontwikkelingen tot en met maart 2025 en een strategie voor kansen en versterking van de sector opgenomen. Flexibiliteit is hierbij een sleutelwoord; de snelle ontwikkelingen in regelgeving en marktomstandigheden vragen om een adaptieve aanpak. De sector is een dynamische, mede door beleidsontwikkelingen. Na het verdwijnen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied en het Transitiefonds hebben we onderzocht hoe we als gemeente met de gewijzigde omstandigheden kunnen omgaan. Wij willen de ondernemers en andere experts die hierover mee hebben gedacht van harte bedanken. Wij vinden het belangrijk om als gemeente Hardenberg de context te kennen en een eigen koers te varen en aanpak te hebben, die niet afhankelijk is van de dynamiek in de politiek en de sector. Samen met ondernemers en andere belanghebbenden willen we nu graag de uitvoering in. Een jaarlijkse actualisatie van het uitvoeringsprogramma waarborgt dat wij inspelen op actuele ontwikkelingen. Hiermee houden we u als gemeenteraad betrokken en geïnformeerd.
Didi Dorrestijn Wethouder Landbouw Mei 2025
1
Leeswijzer Deze agenda Vitale Landbouw sluit aan op de uitgesproken ambities in de Omgevingsvisie Landstad Hardenberg en de Economische Koers van de gemeente Hardenberg, meer informatie daarover en de achtergrond/aanleiding voor deze agenda Vitale Landbouw is te vinden in hoofdstuk 1 Landstad Hardenberg. In hoofdstuk 2 duiden wij de bestaande situatie in de sector in Hardenberg. Dit is een samenvatting van een uitgebreide landbouwanalyse. De complete landbouwanalyse is de bijlagen opgenomen. Daarin is gebruik gemaakt van data van Wageningen Economic Research (WEcR) en het Kadaster (zie bijlage 2). Daarin wordt ook een vergelijking gemaakt met de landelijke en regionale ontwikkelingen. Omdat cijfers slechts een deel van het verhaal vertellen, zijn de bevindingen in het najaar van 2024 besproken met twee adviesgroepen: één bestaande uit lokale agrarisch ondernemers en één uit adviseurs die betrokken zijn bij het landelijk gebied in onze regio. Hun inzichten en aanbevelingen zijn ook verwerkt in hoofdstuk 2. Daarnaast is de landbouwanalyse in januari 2025 gedeeld en besproken met het Platform Platteland in oprichting, hierin zijn onder andere LTO Noord afdeling Vechtdal, Agrarische Jongeren Hardenberg, Vechtdal Boert Bewust, het Zone-college en andere stakeholders vertegenwoordigd.
Verdere behoeften en ideeën die tijdens de sessies aan de orde kwamen hebben een plek gekregen in hoofdstuk 3. Een uitgebreide toelichting is te vinden in bijlage 4. De trends en ontwikkelingen op Europees, nationaal en provinciaal niveau komen in hoofdstuk 4 aan de orde. Het biedt een bondig overzicht van de meest relevante beleidsontwikkelingen die van invloed zijn op de agrarische sector in Hardenberg. Op basis van deze inzichten en beleidskaders is in hoofdstuk 5 Agenda Vitale Landbouw voor Hardenberg opgesteld. Een agenda voor de periode tot en met 2029. Hierin wordt toegelicht hoe de gemeente de beschikbare middelen inzet om te werken aan een duurzame, economisch sterke toekomst voor de agrarische sector, voortbordurend op de Omgevingsvisie en Economische koers. Deze Agenda Vitale Landbouw dient als een flexibel instrument om in te spelen op nieuwe kansen en uitdagingen in een voortdurend veranderend speelveld.
2
Inhoud Voorwoord ............................................................................................................................................... 1 Leeswijzer ........................................................................................................................................ 2 Hoofdstuk 1: Landstad Hardenberg ........................................................................................................ 4 Hoofdstuk 2: Landbouw in Hardenberg ................................................................................................... 6 2.1 Landbouwanalyse.......................................................................................................................... 6 Hoofdstuk 3. Inbreng vanuit expertgroepen ............................................................................................ 9 Hoofdstuk 4. Trends en ontwikkelingen op Europees, nationaal en provinciaal niveau ....................... 11 4.1 Europa ......................................................................................................................................... 11 4.2 Nationaal .....................................................................................................................................
12 4.3 Provinciaal ................................................................................................................................... 14 4.4 Gemeente .................................................................................................................................... 16 Hoofdstuk 5. Agenda Vitale Landbouw Hardenberg ............................................................................. 19 5.1 Ambities ....................................................................................................................................... 19 5.2 De bouwstenen: de maatregelen en acties ................................................................................. 22 5.3 Opgaven en randvoorwaarden voor beleid ................................................................................. 26 5.4 Uitvoering: Financiering en Tijdsplanning ................................................................................... 29 Bijlage 1: Bijeenkomsten en literatuurlijst .............................................................................................. 32 Bijlage 2: Landbouw in Hardenberg ...................................................................................................... 33 Bijlage 3: Concept subsidieregeling ......................................................................................................
54 Bijlage 4. Adviesgroepen ....................................................................................................................... 60
3
Hoofdstuk 1: Landstad Hardenberg In 2021 is de Omgevingsvisie Landstad Hardenberg vastgesteld. Deze Omgevingsvisie biedt voor de landbouw en het platteland het volgende vergezicht voor 2040:
Landstad Hardenberg, met 29 kernen, wil zich in 2040 profileren als een gemeente met een sterke vertegenwoordiging van de landbouw. Dit is belangrijk voor Hardenberg en Nederland, omdat de landbouw zowel van groot economisch belang is als van betekenis voor het beheer van een vitaal en levendig platteland. Deze landbouw heeft de landbouwtransitie kunnen doorstaan, en er is een veelkleurigheid aan bedrijven uit komen rollen, die op allerlei verschillende manieren bijdragen aan de brede welvaart. Er is in de afgelopen jaren gericht ingespeeld op de trends en ontwikkelingen binnen de landbouw, en de gemeente heeft daarin altijd een ondersteunende rol gespeeld. In het buitengebied van Hardenberg vinden zowel traditionele, moderne als experimentele bedrijven hun plek. De traditionele landbouw versterkt zich vooral verder in de landbouwontwikkelingsgebieden, de open veen- en heideontginningen. Ook hier is aandacht voor landschap, het herstellen van de wijkstructuur en aandacht voor biodiversiteit langs onder andere sloten en akkerranden. Hardenberg is de bakermat voor smartfarming, waarbij natuurinclusiviteit, productiviteit en circulaire landbouw hand in hand gaan. De verbrede landbouw heeft zijn plek veroverd als het gaat om gezond voedsel, korte ketens in combinatie met een aantrekkelijk landschap, dat bijdraagt aan het floreren van recreatie en vrijetijdseconomie.
Landschap en biodiversiteit zijn belangrijke thema’s. Mooi is ook de nieuwe ontwikkeling van wijngaarden, die het landschap een meer multifunctioneel en afwisselend karakter geven. Er is een landstad-coöperatie opgericht, die een verbindende en faciliterende rol speelt in de grote opgaven waar de landbouw voor staat, zoals verdroging, het terugdringen van stikstof en het verbeteren van de biodiversiteit. Het zijn onze eigen gebiedsontwikkelingen, geïnitieerd door de coöperatie met veel inbreng van de samenleving en ondernemers zelf.
Economische Koers 2023-2026 Naast de Omgevingsvisie is de Economische Koers een tweede pijler onder deze agenda. In 2023 is hiervoor de Agenda 2023-2026 vastgesteld. Hierin is de landbouw als één van de drie topsectoren van onze economie benoemd. Daarbij wordt gesteld dat het landelijk gebied en de agrarische sector vanwege diverse ontwikkelingen een grote transformatie doormaken, waarbij het een uitdaging is om het landelijk gebied vitaal te houden. Uitgangspunt van de Agenda 2023-2026 is dat economische groei bijdraagt aan brede welvaart. Ook voor deze agenda Vitale Landbouw geldt daarom dat we niet alleen aandacht besteden aan het economische belang van de agrarische sector, maar ook aan de relatie met de omgeving en de samenleving waarbinnen de sector produceert. Doelstellingen voor de landbouwsector en het landelijk gebied zijn: • • •
Het behouden van eerlijk werk en economische groei, gekoppeld aan verantwoorde productie en consumptie; Het op peil houden van de werkgelegenheid in de agrarische (en aanverwante) sector; Als gemeente willen we ondernemers die willen innoveren ondersteunen.
Rol van gemeente Met de samenvatting uit de visie Landstad Hardenberg spreekt de gemeente het grote belang uit van een gezonde, innoverende landbouwsector. Maar hoe bereiken wij dat landbouw deze essentiële
4
bijdrage kan blijven leveren aan brede welvaart, met gezond voedsel, een mooi buitengebied en een vitale economie? Steeds weer realiseren wij dat beleid van provincie, Rijk en Europa grote invloed hebben op de toekomst van de landbouw. Waar onze rol ligt, laat zich het best zien door de volgende indeling: 1. Ruimtelijk spoor, via het instrumentarium van de Omgevingswet; 2. Ontwikkelspoor, waarbij samen met de sector en andere partners een gezonde en innoverende landbouwsector stimuleren; 3. Netwerkspoor, waarbij we onze bestuurlijke en ambtelijke netwerken benutten om aandacht te vragen voor een gezamenlijk, helder en uitvoerbaar beleid. Voorliggend document richt zich met name op het ontwikkelspoor, maar kan niet geheel los gezien worden van beide andere sporen. Dit wordt verder toegelicht in de paragraaf 5.3 Opgaven en randvoorwaarden voor beleid.
5
Hoofdstuk 2: Landbouw in Hardenberg Om tot de Agenda Vitale Landbouw Hardenberg te komen, is inzicht nodig in de huidige situatie. In 2020 is een landbouwanalyse uitgevoerd in opdracht van de gemeente. In 2024 is deze analyse herhaald, om een actueel overzicht te krijgen. De werkelijke cijfers geven inzichten in wat er gebeurt en speelt in de sector. Dit sluit aan op één van de opgaven uit Landstad Hardenberg, waarin we stellen gezamenlijk inzicht in de uitdagingen, mogelijkheden, kansen en knelpunten te willen krijgen. De eerste stap hiervoor is een landbouwanalyse, die we samen met belanghebbenden uitvoeren en vervolgens het startpunt voor het gesprek met belanghebbenden in de landbouwsector vormt. In de landbouwanalyse 2024 is gebruik gemaakt van data van het Kadaster en Wageningen Economic Research (WEcR), op basis van de data van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) (Gecombineerde opgave, CBS-Landbouwtellingen) en het Bedrijven Informatie Net (BIN). Het BIN verzamelt naast economische data ook andere data, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid en gewasbeschermingsmiddelen. Bedrijven die informatie aanleveren doen dit op vrijwillige basis. In de gemeente Hardenberg is gebruik gemaakt van de data van 77 bedrijven. In dit hoofdstuk is een analyse van de cijfers en wat dit betekent omschreven.
Voor een uitgebreid overzicht van de landbouwcijfers, zie bijlage 2: Landbouw in Hardenberg.
2.1 Landbouwanalyse Om de resultaten en cijfers beter te duiden, is de landbouwanalyse in het najaar van 2024 besproken tijdens twee bijeenkomsten met verschillende adviesgroepen. De eerste adviesgroep bestond uit agrarische ondernemers uit de gemeente Hardenberg, terwijl de tweede groep adviseurs omvatte. Deze sessies zijn begeleid door een extern adviseur. De adviesgroepen hebben de data nader geprobeerd te verklaren en te interpreteren. De inzichten en mogelijke verklaringen voor de cijfers op de verschillende thema’s worden in deze paragraaf uiteengezet. Daar waar nodig hebben zij aanbevelingen gedaan voor een verdere toelichting van de cijfers.
Aantal en omvang bedrijven Kijkende naar het aantal bedrijven in Hardenberg, zien we enerzijds dat deze aantallen minder afnemen dan in de rest van Nederland. Anderzijds neemt de bedrijfsomvang (in hectares) minder sterk toe dan in de rest van Nederland. De bedrijfsontwikkeling in Hardenberg, uitgedrukt in Standaard Opbrengst1, is vergelijkbaar met Nederland, maar is minder gestegen dan in Overijssel en Drenthe. Doordat er meer bedrijven blijven bestaan, zijn de mogelijkheden voor schaalvergroting en extensivering voor de blijvende bedrijven beperkt, aangezien er minder land vrijkomt. • • • •
De omvang van de melkveesector blijft stabiel, met een lichte stijging in de melkproductie de afgelopen vier jaar. Dit volgt op een eerdere toename van het aantal melkkoeien, wat vermoedelijk verband houdt met de afschaffing van de melkquotering in 2015. Het aantal vleeskalveren en vleeskuikens is in de periode 2010-2020 Hardenberg sterker gegroeid dan in de rest van Nederland en de regio. Tussen 2020 en 2024 stabiliseerde of daalde dit aantal echter. Er is een toename in de groenteteelt, maar dit blijft een relatief kleine sector in onze gemeente. Het areaal akkerbouwgewassen blijft relatief stabiel. Een relevante ontwikkeling is de groei in bollenteelt, waar het areaal sinds 2010 met 100 hectare is toegenomen tot 414 hectare in 2023. Hoewel deze sector in absolute zin groeit, blijft de procentuele toename beperkt.
Standaard Opbrengst (SO) is een gestandaardiseerde maat voor de economische omvang van agrarische bedrijven, gebaseerd op de opbrengst op jaarbasis per gewas of diercategorie. 1
6
Verbreding Uit de cijfers blijkt dat het aantal bedrijven in Hardenberg met verbredingsactiviteiten zoals agrotoerisme en zorgboerderijen zijn afgenomen. Hoewel verbreding aandacht krijgt, heeft het bij de meeste agrarische bedrijven slechts een klein aandeel in de totale omzet. Opvallend is dat bij een klein aantal bedrijven de omzet uit verbredingsactiviteiten wel een substantieel deel van het totaal vormt. Dit wordt door de expertgroepen verklaard door de kleinschaligheid van deze bedrijven, waar de opbrengst van de agrarische tak beperkt is en verbreding een belangrijke inkomstenbron vormt. Een andere vorm van verbreding is de opwekking van energie. Naar schatting wekt ongeveer 70% van de agrarische bedrijven in Hardenberg op enige wijze duurzame energie op, waarbij een groot aandeel hiervan wordt ingezet in de eigen bedrijfsvoering.
Stoppers en opvolgers Het totaal aantal agrarische bedrijven in Hardenberg in 2023 was 604. Een groot aandeel daarvan (69%) heeft een bedrijfshoofd van 50 jaar en ouder. Het aantal bedrijven met een bedrijfshoofd van 50 jaar en ouder waar naar verwachting een opvolger is, is 184 in 2023. Het aantal van deze bedrijven zonder opvolger is momenteel naar verwachting 230. Deze 230 ‘stoppers’ hoeven op korte termijn niet hun bedrijf te beëindigen. Het beeld in Hardenberg wijkt hierin niet veel af van Overijssel en Drenthe en Nederland in zijn totaal. Het is lastig om een daadwerkelijke inschatting te maken van de ‘stoppers’. Vaak vindt het afbouwen van een bedrijf geleidelijk plaats. Bijvoorbeeld door stapsgewijze verkoop van grond en/of activa. Het begrip ‘stopper’ is in deze context dus breed. Het aantal daadwerkelijke bedrijfsbeëindigingen op korte termijn ligt naar verwachting aanmerkelijk lager dan de opgegeven 230 uit de landbouwanalyse. De adviesgroepen benadrukken het belang van een evenwichtige aanpak. Naast aandacht voor het goed begeleiden van stoppers, zoals de 10 ondernemers die deelnemen aan de Landelijke Beëindigingsregelingen Veehouderijlocaties (LBV), zou de gemeente zich ook moeten richten op opvolgers.
Het ondersteunen van innovatie, het bieden van advies en het inspireren van deze nieuwe generatie ondernemers is essentieel om de toekomst van de agrarische sector in Hardenberg veilig te stellen. Wij komen hier verder op terug in de uitwerking van het programma.
Grondgebruik, -bezit en -prijzen Het areaal granen en zetmeelaardappelen is tussen 2010 en 2023 met 541 en 501 hectare afgenomen (28% en 18%). Het areaal voor gewassen bestemd voor menselijke consumptie, zoals consumptieaardappelen en akkerbouwgroenten, is klein maar groeit gestaag. Het areaal bloembollen (inclusief leliebollen) is in deze periode met 99 hectare toegenomen (+32%). Het totaal areaal akkerbouwgewassen is met 4% afgenomen. Het areaal voedergewassen is met 831 hectare afgenomen tussen 2010 en 2023 (-18%). Het areaal grasland bleef vrijwel onveranderd. Het aantal akkerbouwbedrijven neemt toe, het aantal melkveebedrijven neemt af. Melkveebedrijven worden groter, terwijl akkerbouwbedrijven kleiner worden. Dit kan het gevolg zijn van veehouderijen die stoppen met het houden van vee, maar op kleinere schaal doorgaan met de teelt van voedergewassen. Er is een zeer forse toename van dergelijke akkerbouwbedrijven in ‘Gemengd gebied Oost’ (besloten heideontginningsgebied in Radewijk en omgeving, zie afbeelding op pagina 38 in Bijlage 2: Landbouw in Hardenberg). Het aantal overige bedrijven neemt af, maar deze worden gemiddeld wel groter. De veranderingen in het grondgebruik weerspiegelen een dynamische ontwikkeling in Hardenberg.
Terwijl traditionele landbouwgrond voor grasland en voedergewassen afneemt, groeit het aandeel van specifieke teelten en alternatieve functies, zoals natuur, zonneparken en stedelijke uitbreiding. Deze trends wijzen op een verschuiving naar diversificatie en multifunctioneel landgebruik, wat zowel kansen als uitdagingen biedt voor de agrarische sector en het landelijk gebied. De grondprijzen in Hardenberg vertonen sinds 2020 een stijgende trend. Binnen deelgebieden van de gemeente zijn er aanzienlijke verschillen zichtbaar, deels beïnvloed door de mate van bedrijfsontwikkeling. De grondmobiliteit in Hardenberg blijft echter beperkt, wat wijst op een relatief lage doorstroming en transacties van landbouwgrond.
7
Mestplaatsingsruimte Hardenberg De cijfers tonen aan dat de melkveehouderij in Hardenberg, onder de huidige regelgeving, niet alle geproduceerde mest kan verwerken op het bestaande areaal grasland en voedergewassen. De beschikbaarheid van akkerbouwgrond binnen de gemeente biedt enige ruimte om aan deze behoefte te voldoen. De onzekerheid rond regelgeving, zoals het aantal dieren dat mag worden gehouden, leidt ertoe dat melkveehouders relatief veel jongvee aanhouden. Dit verhoogt de totale stikstofproductie.
8
Hoofdstuk 3. Inbreng vanuit expertgroepen De bevindingen van de landbouwanalyse zijn besproken met twee expertgroepen in het najaar van 2024, want cijfers vertellen slechts een deel van het verhaal. De twee expertgroepen – één bestaande uit lokale agrarisch ondernemers en één uit adviseurs die betrokken zijn bij het landelijk gebied – hebben inzichten gegeven en aanbevelingen gedaan, die verwerkt zijn in dit hoofdstuk. Vanuit de expertgroepen kwamen er uitgangspunten, randvoorwaarden en behoeften en ideeën naar voren. Als geheel geeft dit een strategie voor kansen en versterking van de sector. Een uitgebreid overzicht hiervan is terug te vinden in bijlage 4. Verschillende aanbevelingen werden gedaan, deze worden hieronder samengevat: -
Ruimtelijk beleid en vergunningverlening: een agrocontactpersoon binnen de gemeente kan ondernemers wegwijs maken en processen vereenvoudigen. Innovatie: zet als gemeente in op het wegnemen van obstakels die nieuwe initiatieven belemmeren. Inspiratie: zet als gemeente in op het delen van voorbeelden en kansen om bedrijven toekomstbestendig te maken. Uitwisseling: zet als gemeente in op het stimuleren van samenwerking en kennisdeling tussen ondernemers. Kavelruil: door grond dichter bij bedrijven te brengen en percelen meer aaneengesloten te maken, kan verkeersdruk op plaatsen verminderen. Dit vraagt wel om een langetermijnaanpak en samenwerking. Gebiedsontwikkeling: door individuen bijeen te brengen, kunnen zij gezamenlijk onderzoeken wat in collectief belang mogelijke samenwerkingen zijn. Zo kan een gezamenlijke visie op het gebied worden ontwikkeld. Hierbij wordt als praktijkvoorbeeld het gestarte proces in Radewijk genoemd (zie kader).
Proces Radewijk; De buurtschap Radewijk heeft een ambitieuze toekomstvisie opgesteld voor de komende 10 jaar. Vele vrijwilligers werken aan de uitwerking van de verschillende thema’s uit de visie. De thema’s zijn woningbouw, maatschappelijk vastgoed, recreatie, duurzaamheid, ontmoeten, bereikbaarheid, veiligheid en agrarische ontwikkelingen. Centraal daarin staat het opzetten van een coöperatie of andere organisatievorm waar diverse zaken in geregeld worden. Eén van de doelen is om tot lokale samenwerking te komen als er gronden te koop komen van stoppende agrariërs, zodat deze behouden blijven voor lokale boeren en burgers.
Naast de specifieke kansen en aanbevelingen, kwamen ook aanbevelingen vanuit de adviesgroepen over hoe de gemeente Hardenberg een meer strategische rol kan vervullen in het stimuleren van de agrarische sector. Daarbij werd gevraagd aan de gemeente om uit te dragen dat zij trots is op de agrarische sector, dat het behouden van agrarische grond voor de sector een prioriteit is, dat de focus op blijvende agrarische ondernemers moet liggen, door innovatieve projecten te faciliteren en ruimte te bieden voor experimenten. Tot slot heeft het ruimtelijk beleid een belangrijke rol. Flexibiliteit en maatwerk zijn hierbij sleutelbegrippen voor het toepassen. Ook zijn een aantal suggesties gedaan van nieuwe innovatie mogelijkheden om innovatie, duurzaamheid en samenwerking verder te stimuleren. Deze zijn in bijlage 4 te vinden.
9
Tweesporenbeleid De expertgroepen hebben waardevolle inzichten gegeven in hoe de gemeente Hardenberg agrarische ondernemers kan stimuleren. Dit vraagt om een tweesporenbeleid: enerzijds het wegnemen van obstakels en vereenvoudigen van beleid, anderzijds het stimuleren van innovatie en samenwerking. Ruimtelijk beleid, verkaveling en gebiedsontwikkeling zijn sleutels tot een toekomstbestendige landbouw en leefbaarheid in het buitengebied. Tijdens bijeenkomsten met de expertgroepen zijn aanvullende kansen en ideeën naar voren gekomen die deze bouwstenen verder versterken. Voorbeelden hiervan zijn het stimuleren van ketensamenwerking, zoals korte keten-projecten met levering aan zorginstellingen en het promoten van Vechtdal-producten. Ook werd aandacht gevraagd voor het behoud van agrarische grond, bouwen van nieuwe woningen in de kleine kernen (of aan randen van de kernen) en daarmee niet verspreid in het buitengebied en het faciliteren van kavelruil. Door deze initiatieven te combineren met de gepresenteerde bouwstenen, kan Hardenberg niet alleen de economische positie van de sector helpen versterken, maar ook bijdragen aan het verbeteren van de sociale cohesie en leefbaarheid van het platteland. Dit integrale perspectief is essentieel voor een toekomstbestendige en vitale landbouwsector.
10
Hoofdstuk 4. Trends en ontwikkelingen op Europees, nationaal en provinciaal niveau De agrarische sector in Hardenberg opereert in een complex beleidslandschap dat wordt bepaald door regelgeving op Europees, Rijks- en provinciaal niveau. Deze hebben een grote invloed op de dagelijkse praktijk en de toekomstmogelijkheden van agrarische ondernemers. De gemeente Hardenberg erkent deze uitdagingen en heeft in haar coalitieakkoord vastgelegd dat zij maximale ruimte wil bieden aan agrarische ondernemers binnen haar eigen beleid. Dit moet ondernemers helpen om flexibel en veerkrachtig in te spelen op de vele opgelegde regels door andere overheidslagen. Dit hoofdstuk geeft een bondig overzicht van de meest urgente beleidsontwikkelingen tot en met maart 2025. Het doel is om inzicht te bieden in de invloed van deze kaders op de agrarische sector, net als de ruimte die er binnen dit speelveld nog bestaat voor ondernemers in Hardenberg. Hierbij ligt de focus op de belangrijkste thema's en veranderingen die op dit moment actueel zijn op Europees, rijks- en provinciaal niveau. Een uitgebreide toelichting is in de bijlage te vinden.
4.1 Europa Strategische Dialoog over de Toekomst van de Landbouw in de EU Op 4 september 2024 zijn de resultaten van de ‘Strategische Dialoog over de Toekomst van de Landbouw in de EU’ gepresenteerd door de voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen. Het doel van deze strategische dialoog was het uitwerken van een gedeelde visie op de Europese landbouw. Bij de strategische dialoog waren 29 organisaties uit de agrovoedingsketen betrokken. De Europese Commissie presenteerde begin dit jaar een visie op de Europese Landbouw en voedselproductie. Hierin kwamen als grote doelen bloeiende plattelandsgebieden, voedselzekerheid en veerkracht naar voren.
Het rapport benadrukt dat de transitie naar duurzame en winstgevende landbouw- en voedselsystemen geen eenvoudige taak is. Dit vraagt om een nauwe samenwerking, investeringen en beleid dat boeren en andere betrokkenen ondersteunt. Daarnaast presenteerde de Europese Commissie op 19 februari 2025 haar ‘Visie op Landbouw en Voedsel’. Hierin kwamen de volgende hoofdlijnen naar voren: (1) een aantrekkelijke sector, o.a. door het verbeteren van inkomen voor boeren, het versterken van hun positie in de voedselketen en een eerlijke beloning voor ecosysteemdiensten. Ook (2) een concurrerende en veerkrachtige sector en (3) een toekomstbestendige sector werden benoemd. Tot slot (4) werd de waarde van voedsel en mensen benoemd. Met dit laatste werd gedoeld op de band tussen consumenten en hun voedsel, de ondersteuning van plattelandsgebieden en het bevorderen van korte voedselketens en regionale producten. De commissie zal in 2025 een wetgevingspakket publiceren om de huidige regels voor de landbouwsector te vereenvoudigen en administratieve lasten voor boeren te verminderen.
Gemeenschappelijk Landbouwbeleid In juni 2021 is in Europa een akkoord bereikt over het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid voor de periode 2023-2027 (GLB). Dit is gebaseerd op 10 kerndoelstellingen. Deze doelstellingen, die gericht zijn op sociale, milieu gerelateerde en economische doelen, vormen de basis voor de strategische GLB-plannen van de EU-landen. In Nederland is in het Nationaal Strategisch Plan (NSP) omschreven hoe Nederland vanaf 1 januari 2023 invulling geeft aan dit GLB. De boeren krijgen gerichter steun voor activiteiten die bijdragen aan een toekomstbestendige en innovatieve landbouw, die in balans is met natuur, milieu en klimaat. In het nieuwe NSP zet Nederland fors in op vergoedingen voor maatschappelijke diensten, de urgente aanpak van water- en bodemkwaliteit en biodiversiteit.
11
Voor (veel) agrarisch ondernemers is het GLB van (groot) belang voor de inkomens, omdat o.a. subsidies ontvangen kunnen worden voor ecologische activiteiten en de inkomenssteun die boeren financiële stabiliteit biedt hierin opgenomen is.
4.2 Nationaal Hoofdlijnenakkoord Op 16 mei 2024 werd het Hoofdlijnenakkoord tussen de PVV, VVD, NSC en BBB gepresenteerd. Hoofstuk 4 van het akkoord gaat in op de toekomst voor de land- en tuinbouw, voor voedselzekerheid en voor natuur. Daaronder vallen de thema’s toekomstperspectief voor boeren, werkbare Europese Richtlijnen, emissiebeperking en innovaties, flexibiliteit in mestbeleid, verdienmodellen en dierwelzijn en gebiedsgerichte natuur- en stikstofaanpak.
Regeerprogramma Op 13 september 2024 is het regeerprogramma door het kabinet-Schoof gepresenteerd. Het regeerprogramma is een uitwerking van het Hoofdlijnenakkoord en biedt een raamwerk voor een duurzame toekomst voor landbouw, voedselzekerheid en natuur, met aandacht voor de samenwerking tussen de landelijke en lokale overheden. De belangrijkste speerpunten zijn: -
Herstel van vertrouwen in de overheid; Voedselzekerheid en innovatie; Doelgericht beleid voor emissiereductie; Natuurbeheer en biodiversiteit; Ondersteuning van jonge boeren; Mestproblematiek en stikstofreductie; Samenwerking met medeoverheden; Financiering en investeringen.
Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) Op 4 september 2024 werd bekend dat het NPLG, waarin provincies plannen moesten maken om stikstof- en waterkwaliteitsproblemen aan te pakken, in de toenmalige vorm stopte. Het NPLG vormde voor de provincie en de gemeente de afgelopen jaren de basis voor (landbouw)beleid, plannen, regelingen en gebiedsprocessen. In de Provinciale Programma’s Landelijk Gebied (PPLG) werd per provincie een vertaling gemaakt van de landelijke doelen voor natuur, stikstof en water in concrete provinciale plannen en maatregelen. Op 29 november 2024 heeft minister Wiersma van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) de Tweede Kamer geïnformeerd over de 'Aanpak Ruimte voor Landbouw en Natuur'. Deze aanpak is gericht op het realiseren van wettelijke doelen op het gebied van natuur, water en klimaat, en het bieden van een toekomstperspectief voor de landbouw. Het plan benadrukt het maken van nationale ruimtelijke keuzes voor de ontwikkeling van landbouw en natuur, en streeft naar meer samenhang in het rijksbeleid voor het landelijk gebied. De minister onderstreept in de brief het belang van een geïntegreerde benadering waarbij doelen voor natuur, water en klimaat gezamenlijk worden aangepakt. Dit houdt in dat er prioriteit wordt gegeven aan gebieden waar de uitdagingen het grootst zijn, met als doel efficiëntie en effectiviteit te verhogen.
Daarnaast wordt er aandacht besteed aan het waarborgen van de sociaal-economische vitaliteit van het platteland en het behouden van voedselzekerheid. Er is een verschuiving naar een uitvoeringsgerichte aanpak, met gerichte budgetten ter ondersteuning van boeren bij het behalen van de gestelde doelen. In de Rijksbegroting zijn middelen beschikbaar gesteld die bijdragen aan de realisatie van de wettelijke doelen. Voor innovatie in de landbouw is landelijk eenmalig € 5 miljard beschikbaar en voor agrarisch natuurbeheer structureel € 500 miljoen per jaar vanaf 2026.
12
Stikstofbeleid Het is nog onzeker hoe de Nationale overheid gaat handelen na de recente uitspraak van 22 januari 2025. De rechtbank acht het voldoende bewezen dat de meest urgente, voor stikstof gevoelige, habitats in Natura 2000-gebieden (de Urgente Lijst) verslechteren. De rechtbank oordeelde dat dit ook aan de Staat te wijten is, doordat er onvoldoende passende maatregelen zijn getroffen in de periode dat het beschermingsregime uit de Habitatrichtlijn op de Natura 2000-gebieden van toepassing is (2004). De Staat is verplicht te voorkomen dat de natuur in de Natura 2000-gebieden verslechtert en moet zorgen dat die natuur herstelt en in een goede staat komt te verkeren. De rechtbank heeft de Staat opgedragen om uiterlijk op 31 december 2030 het met het huidige beleid nog niet gerealiseerde deel van het stikstofdoel van 50% onder de KDW te brengen. Dat moet op zodanige wijze gebeuren dat er prioriteit wordt gegeven aan de aanpak van de stikstofdepositie op de habitattypen en leefgebieden vermeld op de Urgente Lijst. Per 31 december 2030 zou daarmee volgens de rechtbank 32% van het areaal aan stikstofgevoelige natuur op de Urgente Lijst onder de KDW moeten worden gebracht. Als dit niet lukt moet een dwangsom van € 10 miljoen worden betaald. De rechter verplicht de Staat zich aan zijn eigen deadline te houden.
De Staat moet daar ook al direct mee beginnen en mag niet wachten tot de uitspraak in een eventueel hoger beroep. Dit komt bovenop de uitspraak door Raad van State van december 2024 over intern salderen rondom stikstof. Voorheen konden bedrijven bij het aanpassen of uitbreiden van activiteiten binnen hun bestaande stikstofruimte (intern salderen) vaak zonder natuurvergunning blijven werken. Nu oordeelt de Raad van State dat intern salderen alleen is toegestaan als daarvoor een natuurvergunning is verleend, met striktere voorwaarden, waaronder het 'additionaliteitsvereiste'. Dit houdt in dat moet worden aangetoond dat de stikstofruimte van een bestaande activiteit die wordt gewijzigd, niet nodig is voor natuurherstel. Deze wijziging heeft brede gevolgen voor sectoren zoals landbouw, industrie, woningbouw en infrastructuur, aangezien het verkrijgen van natuurvergunningen complexer is geworden. Naar verwachting zal bij de stikstofopgave door het Rijk en de provincie vooral naar de directe omgeving van Natura 2000-gebieden worden gekeken. Voor de gemeente Hardenberg zijn daarbij de zones direct rond Engbertsdijksvenen en Vecht-Beneden Regge van belang.
13
4.3 Provinciaal In juni 2024 is de conceptlandbouwvisie gepresenteerd door Gedeputeerde Staten van Overijssel, een vervolg op de motie ‘Statenvoorstel landbouwvisie in 2023’ van 22 februari 2023. Deze concept landbouwvisie is op 12 maart 2025 in Provinciale Staten besproken. De landbouwvisie is een belangrijke stap om concreter handen en voeten te geven aan ‘het perspectief voor de landbouw’, zoals dat is opgenomen als één van de drie pijlers van de 3x3 aanpak (zie kader). De belangrijkste punten uit de visie zijn: •
De landbouwvisie streeft naar een toekomstbestendige landbouwsector met een balans tussen voedselproductie, biodiversiteit en milieu. Dit sluit aan op de bredere ‘3x3 aanpak’ van de provincie, gericht op een leefbaar platteland, een toekomstbestendige landbouwsector en herstel van natuur, watersysteem en klimaat. • De bodem staat centraal in deze visie. Een gezonde en vitale bodem vormt de basis voor duurzame voedselproductie en vermindert de noodzaak van externe inputs zoals kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Dit zorgt voor lagere emissies en ondersteunt de veerkracht van het landbouwsysteem tegen klimaatverandering. • Overijssel wil circulaire landbouw bevorderen, waarbij energie, land en grondstoffen efficiënt worden gebruikt en verliezen in de kringloop beperkt blijven. Dit sluit aan bij de bredere maatschappelijke trend van brede welvaart, die welzijn en duurzaamheid naast economische groei benadrukt. • Er wordt een onderscheid gemaakt tussen het gebruik van agrarische gronden: o Gebieden met goede bodem- en wateromstandigheden blijven gericht op intensieve voedselproductie. o Gebieden met specifieke ecologische uitdagingen, zoals natuurgebieden en veenweidegebieden, zullen multifunctioneel benut worden, met lagere productieniveaus en een grotere focus op natuurbeheer en biodiversiteit.
o In het midden van het spectrum blijft ongeveer een derde van het landbouwareaal over, dat qua opgaven en kansen tussen de twee andere categorieën zit. • Er is aandacht voor het verdienvermogen van boeren. Dit vereist dat de markt, overheid en samenleving bijdragen aan de waardering en beloning van duurzame landbouwpraktijken, zoals via ecosysteemdiensten. De provincie ziet een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het realiseren van deze visie. Samenwerking met gemeenten, waterschappen, ketenpartners en maatschappelijke organisaties is essentieel. De provincie ondersteunt bijvoorbeeld via regelgeving, stimulering van kavelruil en
3x3 aanpak Overijssel; De Overijsselse 3x3 aanpak bestaat uit 3 doelen, 3 randvoorwaarden en 3 categorieën boeren. De provincie beoogt met de aanpak – samen met gebiedspartners – richting te geven aan uitvoering. 3 doelen: (1) Een goed sociaal-economisch perspectief voor het Overijssels platteland, (2) een toekomstbestendige landbouwsector en (3) herstel van natuur, het watersysteem en het klimaat. 3 randvoorwaarden: (1) We (provincie) werken samen met onze gebieden, (2) alle sectoren dragen evenredig bij aan de gestelde natuur-, water- en klimaatdoelen en (3) we pakken deze doelen in één keer op (integraal). 3 categorieën boeren: (1) Afbouwers/stoppers, (2) blijvers die zoveel mogelijk op het huidige (intensieve) pad door willen en (3) omvormers die het bedrijf op de huidige plek extensiever willen runnen en/of verbreden.
14
innovatie in landbouwtechnieken.De provincie wil aan de hand van onderstaande vijf knoppen draaien om de landbouwvisie te realiseren.
Toekomst voor ons Platteland Met het wegvallen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) zijn de omstandigheden waarin de 3x3-aanpak wordt uitgevoerd ingrijpend veranderd. Op 14 november 2024 hebben Gedeputeerde Staten (GS) van Overijssel een brief gestuurd over het vervolg van het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG). Deze brief bevatte updates en voorstellen voor de verdere uitvoering van het PPLG. Daarin werd benoemd dat niks doen en afwachten geen optie is, omdat de doelstellingen onveranderd zijn en vragen om volle aandacht en inzet. Anderzijds is doorgaan alsof er niets veranderd is ook geen optie, want de mogelijkheden zijn anders geworden met o.a. het wegvallen van het Transitiefonds. Wel kunnen nog de beschikbaar gestelde Rijksmiddelen voor de maatregelpakketten PPLG en versnellingsprojecten worden ingezet. Op basis hiervan hebben Provinciale Staten (PS) in hun vergadering van 27 november 2024 besloten om: • • •
16 miljoen euro te investeren in het versterken van het platteland, met als doel het sociaaleconomisch perspectief van inwoners te verbeteren. Prioriteit te geven aan natuurinclusieve landbouw, wat inhoudt dat landbouwactiviteiten worden uitgevoerd met respect voor de natuur en het landschap. Samen met inwoners en andere partners te werken aan toekomstbestendige oplossingen voor een leefbaar platteland.
Deze besluiten zijn genomen om een balans te vinden tussen economische ontwikkeling en het behoud van natuur en landschap in Overijssel. De provincie Overijssel is ‘Toekomst voor ons Platteland’ (TVOP) momenteel aan het inrichten, als doorvertaling van de PPLG processen in de zes Overijsselse deelgebieden. De werkgroep TVOP Vechtdal en de Ambtelijke Gebiedstafel TVOP Vechtdal zijn momenteel in het proces om te komen tot een aanpak, doel en vorm van de TVOP in het Vechtdal. Met TVOP zet de provincie Overijssel zich in voor een goed sociaal-economisch perspectief en het herstel van natuur, het watersysteem en het klimaat. Daarbij werken zij samen met gemeenten, waterschappen, natuur- en landbouworganisaties, ondernemers en inwoners uit Overijssel. Hierin staat nog altijd de 3X3-aanpak centraal. Daarnaast wordt geloofd in de specifieke kansen en uitdagingen per gebied in Overijssel, wat maatwerk vereist. Momenteel vindt een consultatie (intern en extern) plaats door provincie Overijssel met betrekking tot Toekomst voor ons Platteland. Op 28 mei zal bestuurlijke besluitvorming plaatsvinden. Daarbij is door de gemeente Hardenberg aandacht gevraagd voor opgaven op het gebied van de vitale landbouw.
15
Daarbij moet aandacht zijn voor de gevolgen van bijvoorbeeld de uitplaatsing van landbouwbedrijven van dicht bij naar verder van Natura 2000 en de verschuiving van veehouderij naar akkerbouw.
4.4 Gemeente Deze paragraaf geeft inzicht in de ambities, opgaven, lopende activiteiten en invloedsfeer van de Gemeente Hardenberg. Deze beleidskaders vormen de basis om te komen tot een Landbouwagenda Hardenberg.
Omgevingsvisie Landstad Hardenberg De gemeentelijke ambities en opgaven voor het landelijk gebied en de landbouw zijn vastgelegd in de Omgevingsvisie Landstad Hardenberg. In het hoofdstuk Hardenberg in Balans staat centraal dat er een goede wisselwerking en samenhang behouden blijft tussen economie (landbouw en vrijetijdseconomie), de waardering van het gebied door inwoners en gasten en de kwaliteit van natuur, biodiversiteit, landschap en cultuurhistorie. Voor een vitale en veerkrachtige landbouw heeft de gemeente Hardenberg diverse ambities en opgaven geformuleerd. De gemeente wil hierin een stimulerende en faciliterende rol spelen, met oog voor de uitdagingen en kansen binnen de sector.
Wettelijke Bevoegdheden – Omgevingsplan en Milieuaspecten De invloed van de gemeente op de ontwikkelingsmogelijkheden van landbouwbedrijven ligt met name binnen het ruimtelijke domein. Als verantwoordelijke voor ruimtelijke ontwikkeling stelt de gemeenteraad via het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) vast welke activiteiten binnen een gebied zijn toegestaan. Dit plan vormt het kader voor de beoordeling van bouw- en gebruiksmogelijkheden. Bij de huidige omzetting van het bestemmingsplan naar het omgevingsplan zet de gemeente Hardenberg in op een zo beleidsarm mogelijke vorm. Daarnaast heeft de gemeente beleidsruimte op lokale milieuaspecten, zoals geur en geluid. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij kan de gemeente maximale geurnormen en afstanden vaststellen voor dierenverblijven. Als hiervan wordt afgeweken, moeten deze afwijkingen in een gemeentelijke verordening worden vastgelegd. Deze milieuafwegingen worden meegenomen in het Omgevingsplan. Het uitgangspunt van de gemeente Hardenberg, zoals vastgelegd in het coalitieakkoord, is om de landbouw maximale ruimte te bieden binnen het gemeentelijke beleid, omdat de sector al te maken heeft met complexe regelgeving op provinciaal, landelijk en Europees niveau.
Milieuwetgeving en Vergunningen Landbouwbedrijven, met name veehouderijen, staan onder streng nationaal toezicht vanwege milieubelastende activiteiten zoals mestopslag, ammoniakuitstoot, geur en fijnstof. Onder andere de Wet ammoniak en veehouderij, het Activiteitenbesluit en het Besluit emissiearme huisvesting bepalen de kaders voor deze sector. In de meeste gevallen is de gemeente het bevoegd gezag voor deze milieubelastende activiteiten. Taken zoals vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) zijn in de gemeente Hardenberg uitbesteed aan de Omgevingsdienst IJsselland.
Economische Koers Naast het ruimtelijke spoor speelt de economische koers van de gemeente een belangrijke rol in het ondersteunen van de agrarische sector. Binnen de economische agenda van Hardenberg is de agrarische sector één van de drie topsectoren. De huidige uitdagingen vragen om grote inspanningen van zowel ondernemers als de overheid. De doelstellingen van de gemeente Hardenberg voor de agrarische sector zijn: •
Behoud van eerlijk werk en economische groei, gekoppeld aan verantwoorde productie en consumptie;
16
•
Het op peil houden van werkgelegenheid in de agrarische en aanverwante sectoren;
•
Ondersteuning van innovatieve ondernemers, met faciliteiten en advies.
In maart 2024 is een ondernemerspeiling uitgevoerd onder ondernemers in de gemeente Hardenberg. De uitkomsten van de ondernemerspeiling bevestigen dat deze groep ondernemers aandacht verdient in de ondernemersdienstverlening. De agrarische ondernemers hebben vooral behoefte aan gesprekspartners die kennis van agrarische zaken hebben en begrijpen wat er binnen deze sector speelt.
Lopende activiteiten en innovatie De gemeente Hardenberg ondersteunt de sector via verschillende initiatieven, zoals landbouwcafés, agrocarrousels en bedrijfsbezoeken. De samenwerking met erfcoaches wordt voortgezet om agrarische ondernemers praktisch te ondersteunen. Een aandachtspunt is dat een belangrijk deel van de rol van de erfcoaches overgenomen zal worden door de Sociaal Economische Begeleiding dat gefinancierd wordt door het Ministerie van LVVN. Onder de naam Boerenperspectief zal dit worden uitgevoerd door agrarische collectieven, zoals het Collectief Midden Overijssel in ons gebied. Aandachtspunten hierbij zijn de naamsbekendheid, een laagdrempelige werkwijze en herkenbare begeleiders. We zullen ons inzetten voor een goede samenwerking met dit nieuwe initiatief. Op basis van ervaringen met de agrohub zet de gemeente in op het uitbreiden van een breder netwerk voor innovatie in de landbouw, om ondernemers te helpen toekomstbestendig te blijven. Dit alles, voortkomend uit de ambities en opgaven geschetst in de Omgevingsvisie Landstad Hardenberg. Inmiddels is begonnen met de uitvoering, maar is daarnaast behoefte aan een herkenbare eigen aanpak vanuit de gemeente. Voorliggende Agenda Vitale Landbouw geeft hieraan invulling.
Invloed nationaal beleid: PAS-melders en Lbv in Gemeente Hardenberg Wat kan de gemeente doen? Hoewel de bevoegdheden van de gemeente beperkt zijn, kan zij een actieve rol spelen door goed contact te houden met de ondernemers. PAS-melders De situatie van PAS-melders (Programma Aanpak Stikstof) blijft een complex en urgent vraagstuk in de gemeente Hardenberg. Voortkomend uit landelijk beleid, heeft dit effect op de mogelijkheden binnen de gemeente. Veel agrarische ondernemers hebben te maken met onzekerheden rond de legalisatie van hun activiteiten, die ooit onder de PAS-regeling vielen. Het herstellen van vertrouwen tussen boeren en de overheid is essentieel, zeker gezien de impact van het stikstofbeleid op de agrarische sector. Voor PAS-melders is het cruciaal dat hun situatie snel en juridisch houdbaar wordt opgelost. Dit vraagt om heldere communicatie, een eerlijke behandeling en een haalbare route naar legalisatie. Hoewel de gemeente geen directe oplossingen kan bieden, ziet zij het als een belangrijke taak om inzicht te krijgen in de specifieke situatie van deze melders. Daardoor kunnen wij als gemeente gericht ondersteuning bieden en knelpunten onder de aandacht te brengen bij hogere overheden. Er zijn 49 PAS melders in de Gemeente Hardenberg, dat is in vergelijking met landelijk relatief veel.
Deze groep maken een substantieel deel uit van de agrarische ondernemers in de gemeente. Veel van deze melders bevinden zich in onzekerheid, omdat hun vergunningen in het verleden zijn afgegeven op basis van de inmiddels ongeldig verklaarde PAS-regeling. Hierin vervult de gemeente een rol als belangenbehartiger: door de knelpunten aan te kaarten bij provinciale en landelijke overheden, wordt aandacht gevraagd voor een snellere en rechtvaardige aanpak van de PASproblematiek. Overigens is dit niet de enige categorie ondernemers die in onzekerheid verkeren. Door gerechtelijke uitspraken over interne saldering geldt dit ook voor ondernemers die vanaf 2020 activiteiten hebben gerealiseerd en daarvoor wellicht alsnog een vergunning moeten aanvragen.
17
Landelijke Beëindigingsregeling Veehouderijlocaties (Lbv en Lbv-plus) Andere effecten van landelijk beleid die op gemeentelijke niveau aandacht vragen, zijn de Lbv en de Lbv-plus. Deze regelingen zijn opgezet om veehouderijen vrijwillig te ondersteunen bij bedrijfsbeëindiging, met als doel het reduceren van stikstofuitstoot in kwetsbare natuurgebieden. Het gaat hierbij om de bedrijven en gebouwen waar vee gehouden wordt. Als een bedrijf die mee doet aan Lbv grond heeft, kan het bedrijf op een andere manier worden voortgezet, bijvoorbeeld als akkerbouwbedrijf. De gemeente Hardenberg speelt een belangrijke rol in het begeleiden van de transities die voortvloeien uit de Lbv-regeling. Dit omvat ondersteuning voor stoppende bedrijven, maar ook een visie op herbestemming van vrijgekomen locaties. In de gemeente Hardenberg zijn momenteel circa 10 aanvragen voor de (Lbv) positief beoordeeld. Het merendeel van deze aanvragen betreft varkenshouderijen, met daarnaast enkele melkveebedrijven die zich voor deze regeling hebben aangemeld. De Lbv deelnemers is gevraagd om vroegtijdig contact op te nemen met de gemeente Hardenberg omdat zij binnen een bepaalde termijn een aanvraag moeten doen voor wijziging van het omgevingsplan.
18
Hoofdstuk 5. Agenda Vitale Landbouw Hardenberg Om te komen tot een Agenda Vitale Landbouw zijn de data uit de landbouwanalyse, beleidskaders op verschillende overheidsniveaus en analyses en de inbreng uit expertgroepen gecombineerd. Daarnaast zijn de Omgevingsvisie Landstad Hardenberg en de Economische Koers Hardenberg als uitgangspunt gebruikt voor de gesprekken en analyses. Uitgebreide informatie hiervan is in de voorgaande hoofdstukken en bijlagen van dit stuk te vinden. Dit alles benadrukt dat Hardenberg voor een cruciale periode staat. Voordat we tot de inhoud van de Agenda Vitale Landbouw komen, worden de ambities van de Gemeente Hardenberg uiteengezet. Daarna wordt ingegaan wordt op de bouwstenen voor onze aanpak. Vervolgens worden de opgaven en randvoorwaarden voor beleid weergegeven. Tot slot worden concrete voorstellen gedaan voor uitvoering en wordt een toelichting gegeven op de financiering en tijdsplanning.
5.1 Ambities In de omgevingsvisie Landstad Hardenberg zijn de ambities voor het landelijk gebied en de agrarische sector beschreven. Hardenberg is de grootste agrarische gemeente in de provincie Overijssel qua areaal en aantal bedrijven, de ambitie is om deze positie te behouden. De agrarische sector is een onmisbare pijler van de lokale economie en onderhoudt sterke banden met toeleveranciers, verwerkers en dienstverleners. Naast de economische waarde, is de agrarische sector ook cultureel en sociaal verweven met de gemeenschap. Agrarisch ondernemers vormen een belangrijk onderdeel van de identiteit van Hardenberg, waar traditie en innovatie hand in hand gaan. De agrarische sector in Hardenberg is vitaal, van groot economisch belang en van grote betekenis voor het beheer van het landschap. De gemeente wil de sector zo goed mogelijk blijven stimuleren en faciliteren. De omvang van het landelijk gebied in Hardenberg biedt daarvoor ook letterlijk de ruimte. De ambities en opgaven uit Landstad Hardenberg staan centraal. Hier is de afgelopen periode mee aan de slag gegaan, de focus lag op uitvoering en ‘handen en voeten geven aan’ de Omgevingsvisie in de praktijk. Inmiddels is er behoefte aan een aanpak vanuit de gemeente Hardenberg. De Agenda Vitale Landbouw geeft hier invulling aan.
Hardenberg: een agrarische gemeente met ambitie Hardenberg blijft een gemeente met een sterke agrarische sector en dynamische plattelandsgemeenschappen. De agrarische sector is een van de drie belangrijkste sectoren van de lokale economie en vormt een essentiële verbinding tussen stad en platteland. Naast de agrarische bedrijven profiteren ook toeleveranciers, verwerkers en dienstverleners van de economische kracht van de landbouw. Dit draagt bij aan de brede welvaart in de gemeente. Zoals geschetst in Landstad Hardenberg, concentreren we de groei en doorontwikkeling van grootschalige agrarische functies in de agrarische ontwikkelingsgebieden. Met de voortzetting van het huidig ruimtelijk beleid kan de gemeente hier een rol van betekenis in spelen. Ook hebben we de ambitie om in 2030 een productieve, vitale en veerkrachtige landbouw te hebben, die tegelijk leverancier is van groene grondstoffen. In Landstad Hardenberg stellen we dat we in 2040 dé eiwitteelt van Nederland huisvesten. We hebben een eigen gezicht op het gebied van verbrede landbouw en gezond en streekeigen voedsel en ‘smart farming’. Dat maken we waar in een aantrekkelijk landelijk gebied dat sterk verweven is met de vrijetijdssector. De landbouwsector levert hiermee een belangrijke bijdrage aan de identiteit van Hardenberg en draagt, door een optimale
19
benutting van mineralen en meststoffen, bij aan herstel van biodiversiteit. De rol van de gemeente kan hier actief, faciliterend en stimulerend zijn. Daarnaast zetten we het huidig ruimtelijk beleid voort, met een gebiedsgerichte benadering en nemen we deel aan het LEADER programma. Met betrekking tot gezond en streekeigen voedsel, is een stimuleringsregeling ontstaan, gericht op samenwerking. Verder stimuleren we de verduurzaming van de landbouw, voorbeelden hiervan zijn al benoemd in de Omgevingsvisie Landstad Hardenberg. De doelen zullen we zo nodig concretiseren en actualiseren in overleg met de sector en andere belanghebbenden. De verduurzaming stimuleren we door te faciliteren en financieel te ondersteunen, een nadere toelichting hierop is in paragraaf 5.4 te vinden. Voorbeelden van verduurzaming, afkomstig uit Landstad Hardenberg, zijn de volgende: a. Ondersteunen van proeftuinen en praktijkprogramma’s, waarin ook de introductie van nieuwe gewassen in de regio wordt verkend; b. Sluiten van kringlopen, bijvoorbeeld door samenwerking tussen akkerbouw en intensieve veehouderij op het gebied van eiwitteelt; c. “Kunstmestvrij Hardenberg”: passende ruimte voor mestverwerking; d. Zorgvuldig omgaan met de ruimte vanwege de extensiveringsopgave van de melkveehouderij; e.
Ondersteuning van kavelruilprojecten die landbouwstructuurversterking en maatschappelijke opgaven combineren; f. Groen gas: verbinden duurzaamheidsopgaven met de landbouw; g. Zon op dak;’ h. Circulaire- en klimaatneutrale bedrijfsgebouwen; i. Het sluiten van convenanten, in het verlengde van het succesvolle convenant over de bollenteelt. Ook hier geldt dat de kansen voor verduurzaming snel kunnen wijzigen. Hoe we hier mee om willen gaan leest u in paragraaf 5.2.
20
Dicht bij de boer: overbruggen van de kloof De kloof tussen de agrarische sector en de overheid lijkt groter te worden. De gemeente Hardenberg wil deze kloof overbruggen door actief te luisteren naar de sector en bottom-up initiatieven te stimuleren. Boeren begrijpen de uitdagingen en kansen van hun bedrijf als geen ander. De gemeente ziet het als haar taak om hun ideeën te stimuleren en verder te brengen. De gemeente Hardenberg wil een toegankelijke, betrokken overheid zijn die luistert naar haar inwoners, agrariërs en bewoners in het buitengebied. Het uitgangspunt van de Omgevingsvisie Landstad Hardenberg is dat de gemeente niet alleen beleid maakt, maar samen met de sector werkt aan duurzame oplossingen. Dit doen we door in contact te zijn en blijven met bewoners en ondernemers in het buitengebied. O.a. de jonge boeren (Agrarische Jongeren Hardenberg) en LTO Noord, afdeling Vechtdal en andere belangenorganisates. We willen naast onze inwoners staan en actief het gesprek aangaan. Door in contact te blijven met mensen in het buitengebied kunnen we de vitaliteit van het platteland versterken. Dit doen we niet door top-down beleidsmaatregelen, maar door verder te bouwen op kansen, ideeën en de cultuur die leven in de lokale gemeenschappen. Een mooi voorbeeld hiervan is het Bollenconvenant dat we in 2025 wederom hebben vernieuwd.
Het convenant is een samenwerkingsverband tussen de verschillende partijen die betrokken zijn bij de bloembollenteelt in de gemeente Hardenberg. Ondertekenaars zijn de stichting Bollenteelt Hardenberg e.o., de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB), LTO Noord afdeling Vechtdal en vele individuele bollentelers. Het eerste convenant werd in 2014 gesloten en is sindsdien meerdere keren verlengd en richt zich op communicatie tussen de betrokkenen en de verduurzaming van de bloembollenteelt. In het ruimtelijke beleid wordt een ‘ja, mits…’ benadering gehanteerd, om maatwerk mogelijk te maken. Het geldende Bestemmingsplan Buitengebied biedt voldoende mogelijkheden zonder ingrijpende herziening. Hierbij wordt altijd rekening gehouden met ontwikkelingsmogelijkheden voor omliggende (agrarische) bedrijven. Het bestemmingsplan Buitengebied wordt de komende tijd beleidsarm omgezet naar een Omgevingsplan, waarbij achtereenvolgens per kern de procedure wordt doorlopen. Uit de ondernemerspeiling van maart 2024 blijkt dat agrarische ondernemers de gemeente zien als een partner die meedenkt en ondersteunt via initiatieven zoals de Agro-Carrousels. Dit versterkt het vertrouwen in de kennis en betrokkenheid van de gemeente bij agrarische ontwikkelingen in de regio.
Het landelijk gebied van Hardenberg omvat meer dan alleen agrarische bedrijven; brede welvaart is een centraal uitgangspunt. Brede welvaart richt zich op het sociaaleconomische perspectief en daarmee op het versterken van welzijn, sociale samenhang en een duurzame leefomgeving. De agrarische sector is als grootste landgebruiker van grootbelang voor ons landelijk gebied en zowel sociaal als economisch belangrijk voor de vitaliteit van het buitengebied. De agenda die de gemeente Hardenberg uitrolt voor de sector houdt rekening met de integrale opgaven en de leefbaarheid van het gebied.
21
Samenwerking over gemeentegrenzen heen, in ieder geval binnen het Vechtdal, maar ook met buurgemeenten in Drenthe en Overijssel, versterkt deze benadering en draagt bij aan een gemeenschappelijke aanpak van de uitdagingen.
5.2 De bouwstenen: de maatregelen en acties Om de agrarische sector te versterken en bij te dragen aan toekomstbestendigheid, is de gemeente Hardenberg van plan een aantal gerichte maatregelen en acties uit te voeren. Deze initiatieven zijn gericht op het bevorderen van een toekomstbestendige landbouw en komen voort uit de ambities en opgaven uit de Omgevingsvisie. Deze bouwstenen bestaan uit het stimuleren van het agronetwerk, het gericht subsidiëren van agrarische ondernemers (individueel en in collectief), het structureel aanstellen van een agrocontactpersoon bij de Gemeente Hardenberg, het faciliteren van Platform Platteland en het stimuleren van brede welvaart. Hieronder een nadere toelichting op de vijf bouwstenen. De zesde bouwsteen – het verhaal/de visie – is opgemaakt in voorgaande paragraaf 5.1.
Het Agronetwerk In Landstad Hardenberg omschrijven we de opgave om samen met de sector de ontwikkeling van een agrohub te faciliteren. Destijds stelden we dat dit een fysieke locatie in het landelijk gebied voor praktijkonderzoek, innovaties, kennisontwikkeling en kennisuitwisseling moest zijn. Inmiddels hebben we op basis van ervaringen en adviezen gekozen om deze ambitie door te ontwikkelen naar een agronetwerk. Het Agronetwerk brengt innovatieve agrarische ondernemers samen en bevordert de uitwisseling van kennis en ervaring, zo mogelijk op Vechtdalniveau. Door boeren bijeen te brengen, ontstaat een dynamisch platform om inzichten en praktijkervaringen te delen. Dit helpt hen om gezamenlijk innovatieve oplossingen te ontwikkelen. Tijdens regelmatige bijeenkomsten worden thema’s als duurzame landbouw, mestverwerking en circulaire economie besproken. Het netwerk stimuleert
22
gezamenlijke experimenten met nieuwe technologieën. Het Agronetwerk ondersteunt bedrijven door ze in contact te brengen met subsidiemogelijkheden, kennisinstellingen en andere sectoren, zodat nieuwe technieken en inzichten de agrarische sector versterken. Voor de opzetten van een dergelijk Agronetwerk loopt een aanvraag voor de Regiodeal Regio Zwolle.
De subsidieregeling Om verduurzaming en innovatie concreet te bevorderen, biedt de gemeente een subsidieregeling die agrariërs financieel stimuleert bij investeringen in duurzame technologieën. Met deze steun kunnen samenwerkende boeren gerichter investeren in bijvoorbeeld energiebesparing, waterbeheer, biodiversiteit en bodemkwaliteit. De gemeente monitort en evalueert de regeling tussentijds om deze af te stemmen op de actuele behoeften van de sector, zodat de ondersteuning maximaal effect heeft. Daarnaast stimuleert de subsidieregeling samenwerking tussen agrariërs. Dit vergroot de impact van gezamenlijke initiatieven en draagt bij aan collectieve duurzaamheidsdoelen. De gemeentelijke regeling is aanvullend op nationale en provinciale regelingen. Vanwege de snel veranderende ontwikkelingen in maatschappelijke ontwikkelingen, regelgeving en technische mogelijkheden, wordt een onafhankelijke commissie van deskundigen ingesteld om te adviseren over subsidieaanvragen. Om te komen tot een definitieve regeling wordt gebruik gemaakt van de ervaringen van andere (buur)gemeenten. We zijn inmiddels in gesprek met o.a. de gemeente de Wolden, die de afgelopen periode ervaringen op heeft kunnen doen in de praktijk met het opstellen van en uitvoeren van een subsidieregeling. Aandachtspunt is de specifieke regelgeving rond staatssteun voor agrarische bedrijven.