Zomernota 2025 Definitief.pdf
Tekst van het document
Daarnaast is er een arbitragezaak geweest tussen het Markland College en het bouwbedrijf. Het vonnis van de rechter luidt dat er € 399.431 betaald moet worden aan het bouwbedrijf. Ook hiervoor is de verdeelsleutel 90 / 10 aangehouden. In totaal komt dit neer op een extra investering van circa € 1.005.000. Bijstelling planning en raming investeringsprogramma Bij het opstellen van de Zomernota zijn alle lopende investeringskredieten en het Investeringsprogramma 2025-2028 geactualiseerd waarbij gekeken is naar de verwachte kosten en de haalbare planning. Doordat in de planning de afronding van een aantal investeringen (met name wegreconstructies, civieltechnische kunstwerken en verkeersmaatregelen) een jaar wordt doorgeschoven, krijgen we ook pas een jaar later de afschrijvingslasten. Dit geeft met name voor 2026 een fors incidenteel voordeel. Daarnaast zijn er ook hogere kapitaallasten als gevolg van het bijstellen van diverse investeringsbedragen. Bij het opstellen van de Programmabegroting 2026 zal opnieuw worden gekeken of bijstelling van het investeringsprogramma noodzakelijk is. In onderstaande tabel zijn alle bijstellingen van de investeringskredieten opgenomen. De investeringen waarvan de raming wordt bijgesteld, worden hieronder afzonderlijk toegelicht.
De investeringen waarvoor extra middelen gevraagd worden, zijn ook als afzonderlijk beslispunt opgenomen in het raadsvoorstel bij deze Zomernota.
32
33
1.334
Wegreconstructies 2024
258
1.824
Reconstructie Oudendijk
Wegreconstructies 2025
Civieltechnische kunstwerken
2.870
OR deelgebied St AnnaBasiliek
895
1.771
Reconstructie wegen 2023
OR deelgebied St Louis West-Mariasch
1.745
Reconstructie wegen 2022
147
3.592
Reconstructie Kruislandseweg
Herinrichting weg begraafplaats Stampersgat
1.339
724
1.030
Reconstructie wegen 2021
Actiekaart centrum Oud Gastel
Herinrichting winkelstraten Oudenbosch
Wegreconstructies
Openbare ruimte
Investering
Oude raming krediet
-
-
-
-
-
-
-49
-
-
-
-2
206
Bijstelling krediet
1.824
258
2.871
895
147
1.334
1.721
1.745
3.596
1.339
724
1.236
Nieuwe raming krediet
2025
2025
2027
2025
2025
2025
2025
2025
2025
2025
2025
2025
Oude planning gereed
2026
2027
2027
2026
2026
2026
2025
2026
2026
2026
2025
2026
Nieuwe planning gereed
64
10
-3
26
5
40
2
53
112
34
-0
27
Kapitaallasten 2026
-1
9
4
-0
-0
-1
2
-1
-1
-1
-0
-9
Kapitaallasten 2027
-1
-0
0
-0
-0
-1
2
-1
-1
-1
-0
-9
Kapitaallasten 2028
-1
-0
0
-0
-0
-1
2
-1
-1
-1
-0
-8
Kapitaallasten 2029
34
2.739
140
Herstel monumentale kademuur ODB
Aanschaf jetpompen en bellenscherm
577
602
179
Vervangen armaturen OV 2024
Vervangen armaturen OV 2025
Vervangen lichtmasten OV 2025
22
67
90
Verbeteren fietsoversteek Rijpersweg
Snelheidsremmende maatregelen 2024
Aanpak parkeerknelpunten 2024
Verkeer en parkeren
206
Vervangen lichtmasten OV 2023
Openbare verlichting
1.511
25
Steigers en over vooz haven ODB
Vervanging duiker Barlaqueseweg/brug
Investering
Oude raming krediet
-90
-67
-22
-
-
5
4
-75
-
-25
-25
Bijstelling krediet -
-
-
-
179
602
582
210
65
2.739
1.485
Nieuwe raming krediet
2025
2025
2025
2025
2025
2025
2025
2025
2025
2025
2025
Oude planning gereed
nvt
nvt
nvt
2026
2026
2025
2025
2026
2026
2026
nvt
Nieuwe planning gereed
5
4
1
5
32
-1
-0
9
79
41
1
Kapitaallasten 2026
5
4
1
-0
-0
-1
-0
5
-1
0
1
Kapitaallasten 2027
5
4
1
-0
-0
-1
-0
5
-1
0
1
Kapitaallasten 2028
5
4
1
-0
-0
-1
-0
5
-1
0
1
Kapitaallasten 2029
35
22
112
37
34
Aanleg passeerstroken
Uniek uitbreiding parkeerplaatsen
Verkeersveiligh maatregelen Industrieweg
Inrichten 60 km/u zones 2024
56
34
67
30
90
28
Tegengaan sluipverkeer 2025
Inrichten 60 km/u zones 2025
Snelheidsremmende maatregelen 2025
Veilig inrichten schoolzones 2025
Aanpak parkeerknelpunten 2025
Verbeteren oversteeklocaties 2025
959
112
Inrichten 60 km/u zone buitengebied
Afwaarderen Molenstraat
104
20
Inrichten 60 km u zones 2021
Infrastructurele maatregelen verkeer
Investering
Oude raming krediet
-28
-
-30
-
-
-
-
-34
-
-
-
-
-16
-9
Bijstelling krediet
Nieuwe raming krediet
-
90
-
67
34
56
959
-
37
112
22
112
96
11
2025
2025
2025
2025
2025
2025
2025
2025
2025
2025
2025
2025
2025
2025
Oude planning gereed
nvt
2026
nvt
2026
2026
2026
2027
nvt
2026
2027
2026
2026
2025
2025
Nieuwe planning gereed
2
4
2
4
2
3
53
2
2
6
1
5
1
1
Kapitaallasten 2026
2
-0
2
-0
-0
-0
41
2
-0
6
-0
-0
1
1
Kapitaallasten 2027
2
-0
2
-0
-0
-0
-1
2
-0
-0
-0
-0
1
1
Kapitaallasten 2028
1
-0
2
-0
-0
-0
-1
2
-0
-0
-0
-0
1
1
Kapitaallasten 2029
36
545
Vervangen persleiding Hoeven fase 1
327
Verbeteren waterketen 2022
1.145
491
Vervanging vrijvervalriolering 2025
Vervanging vrijvervalriolering 2025
142
1.188
Meetnet riolering
Bovendonksestraat, zuiden Achter 't Hof
Gemeentelijk Waterplan 2024 - 2027
Vervangen speeltoestellen 2025
135
137
Semenariebos Hoeven fase 3
Spelen
73
90
Semenariebos Hoeven fase 2
Groenvoorziening
Aanpak parkeerknelpunten 2026
Investering
Oude raming krediet
-
-
-
-
-
-
-
-
-
20
Bijstelling krediet
155
137
73
90
545
1.145
327
491
142
1.188
Nieuwe raming krediet
2025
2026
2025
2026
2025
2026
2025
2027
2026
2026
Oude planning gereed
2026
2027
2026
2026
2026
2027
2025
2028
2027
2027
Nieuwe planning gereed
16
9
5
-1
2
8
-2
-
-
-
Kapitaallasten 2026
-0
21
-0
-0
-0
25
-2
-
4
4
Kapitaallasten 2027
-0
-0
-0
-0
-0
-0
-2
8
-0
-0
Kapitaallasten 2028
-0
-0
-0
0
-0
-0
-2
-0
-0
-0
Kapitaallasten 2029
37
1.435
nvt
Vervanging vrijvervalriolering 2027
Verrekening rioolheffing
Renovatie Fidei et Arti
Renovatie kapel St Anna
Kapel St Louis, stucwerk wanden
Dorpshuizen
Zorg, jeugd en participatie
Aanschaf traktor buitendienst
Vervangen voertuig gemalendienst
Buitendienst
Verpl. dienstgebouw alg begr plaats Strijmondlaan
567
3.098
235
105
45
199
545
Vervangen persleiding Hoeven fase 2
Begraafplaatsen
1.635
Vervanging vrijvervalriolering 2026
Investering
Oude raming krediet
-
-
-
-
199
-235
15
-1
-
nvt
Bijstelling krediet
567
3.297
-
120
44
199
nvt
1.435
545
1.635
Nieuwe raming krediet
2025
2025
2025
2025
2025
2025
nvt
2028
2026
2027
Oude planning gereed
2027
2025
nvt
2025
2025
2026
nvt
2030
2027
2028
Nieuwe planning gereed
29
-13
9
-2
0
6
-39
-
-
-
Kapitaallasten 2026
27
-13
9
-2
0
-0
-74
-
16
12
Kapitaallasten 2027
-1
-13
9
-2
0
-0
-44
9
-0
36
Kapitaallasten 2028
-1
-12
9
-2
0
-0
-41
42
-0
-0
Kapitaallasten 2029
38
6.664
Nieuwbouw dorpshuis Hoeven
1.799
150
Uniek uitbreiding kinderopvang
Bossche Hart verbouwing kinderopvang
Vervangen mobiele telefoons 2024
Automatisering
29
1.983
Uniek uitbreiding onderwijs
Overhead
1.744
117
De Klinkert verbouwing onderwijs
De Klinkert uitbreiding kinderopvang
2.140
De Klinkert uitbreiding onderwijs
Onderwijshuisvesting
Onderwijs, sport en cultuur
4.025
Nieuwbouw dorpshuis Stampersgat
Investering
Oude raming krediet
-20
-150
174
191
169
11
207
507
73
Bijstelling krediet
9
-
1.974
2.174
1.913
128
2.347
7.186
4.099
Nieuwe raming krediet
2025
2025
2027
2027
2027
2027
2027
2025
2025
Oude planning gereed
nvt
nvt
2027
2027
2027
2027
2027
2025
2025
Nieuwe planning gereed
8
6
-
0
-
0
0
-20
-3
Kapitaallasten 2026
7
6
-2
-3
-2
-0
-3
-19
-3
Kapitaallasten 2027
-3
6
-7
-8
-7
-0
-8
-20
-3
Kapitaallasten 2028
-
6
-7
-8
-7
-0
-8
-19
-3
Kapitaallasten 2029
39
-
651
2026
Kapitaallasten 2026
Totaal mutatie kapitaallasten
2026
Nieuwe planning gereed
-2
154
Oude planning gereed
Mutatie kapitaallasten door aanpaste raming
85
Nieuwe raming krediet
653
69
Bijstelling krediet
Mutatie kapitaallasten door aanpaste planning
Vervanging laptops 2026
Investering
Oude raming krediet
54
-37
91
-23
Kapitaallasten 2027
-66
-74
8
-22
Kapitaallasten 2028
-70
-70
-
-22
Kapitaallasten 2029
Herinrichting winkelstraten Oudenbosch Het college heeft op 27 mei het voorlopig ontwerp voor de herinrichting van de Prof van Ginnekenstraat, Fenkelstraat, Varkensmarkt, St. Elisabethstraat, Polderstraat en Kop van de Haven in Oudenbosch vastgesteld. Totaal van deze investering is € 1.030.000 inclusief personele lasten. Aanbesteding heeft plaatsgevonden en de oplevering staat gepland voor kwartaal 1 2026. Tevens wordt voorgesteld om het krediet te verhogen met € 206.000 incl. personele lasten, vanwege het feit dat het plan wordt uitgebreid met de Polderstraat. Actiekaart centrum Oud Gastel Er is een vergoeding ontvangen vanuit de verzekering voor schade aan wegmeubilair. Deze baten worden nu ook geraamd op het krediet. Reconstructie wegen 2023 De laatste werkzaamheden die gelabeld zijn aan dit krediet zijn afgerond, en het krediet kan daarmee afgeraamd worden en bij de Jaarrekening 2025 afgesloten worden. Vervanging duiker Barlaqueseweg/brug Uit een vervolginspectie is gebleken dat een voorziene vervanging van de onderdoorgang niet nodig is en dat de werkzaamheden zich kunnen beperken tot het uitvoeren van onderhoud aan het metselwerk. Het investeringskrediet voor de vervanging van de duiker is dus niet meer nodig. Steigers en overige voorzieningen haven Oudenbosch Er zijn kosten gemaakt voor het Waterschap die verhaald mochten worden na afronding van het onderzoek.
Het betreft een blauwalgonderzoek in de haven van Oudenbosch. Opbrengsten zijn in 2024 ontvangen. De baten worden nu op het krediet geraamd. Aanschaf jetpompen en bellenscherm Het Waterschap draagt bij aan de waterkwaliteitsinpuls na de reeds uitgevoerde onderzoeken. De uitvoeringsmaatregel is met een bestuurlijke toezegging middels een brief bekrachtigd dat er een bijdrage komt van € 75.000 om een bellenscherm en jetpompen te installeren in het havenkanaal. Realisatie kan plaatsvinden na werkzaamheden in de haven begin Q2 2026. Vervangen lichtmasten OV 2023 De vervangingen van lichtmasten gelabeld aan dit krediet zijn uitgevoerd. Er is een kleine overschrijding op het krediet, die nu bijgeraamd wordt. Het krediet kan hierna bij de Jaarrekening 2025 afgesloten worden. Vervangen armaturen OV 2024 De vervangingen van armaturen gelabeld aan dit krediet zijn uitgevoerd. Er is een kleine overschrijding op het krediet, die nu bijgeraamd wordt. Het krediet kan hierna bij de Jaarrekening 2025 afgesloten worden. Verbeteren fietsoversteek Rijpersweg De provincie heeft de werkzaamheden een jaar geleden uitgevoerd en geen kosten doorbelast. Snelheidsremmende maatregelen 2024 Het krediet mag afgeraamd worden omdat de werkzaamheden niet binnen de huidige capaciteitsplanning uitgevoerd kunnen worden.
Het krediet keert jaarlijks terug op de planning, dus dit krediet hoeft niet doorgeschoven te worden maar mag afgeraamd worden. Aanpak parkeerknelpunten 2024 Het krediet mag afgeraamd worden omdat de werkzaamheden niet binnen de huidige capaciteitsplanning uitgevoerd kunnen worden. Het krediet keert jaarlijks terug op de planning, dus dit krediet hoeft niet doorgeschoven te worden maar mag afgeraamd worden. Infrastructurele maatregelen verkeer De werkzaamheden die gelabeld waren aan dit krediet zijn uitgevoerd. Het restant van het beschikbaar gestelde krediet mag afgeraamd worden. Inrichten 60 km/u zones 2021 De werkzaamheden die gelabeld waren aan dit krediet zijn uitgevoerd. Het restant van het beschikbaar gestelde krediet mag afgeraamd worden.
40
Inrichten 60 km/u zones 2024 Het krediet mag afgeraamd worden omdat de werkzaamheden niet binnen de huidige capaciteitsplanning uitgevoerd kunnen worden. Het krediet keert jaarlijks terug op de planning, dus dit krediet hoeft niet doorgeschoven te worden maar mag afgeraamd worden. Veilig inrichten schoolzones 2025 Het krediet mag afgeraamd worden omdat de werkzaamheden niet binnen de huidige capaciteitsplanning uitgevoerd kunnen worden. Het krediet keert jaarlijks terug op de planning, dus dit krediet hoeft niet doorgeschoven te worden maar mag afgeraamd worden. Verbeteren oversteeklocaties 2025 Het krediet mag afgeraamd worden omdat de werkzaamheden niet binnen de huidige capaciteitsplanning uitgevoerd kunnen worden. Het krediet keert jaarlijks terug op de planning, dus dit krediet hoeft niet doorgeschoven te worden maar mag afgeraamd worden. Vervangen speeltoestellen 2025 In het speelbeleidsplan 2021-2025 is de belofte gedaan om in elke kern een Samenspeelplek te realiseren. Voor 2025 staan Samenspeelplek De Brink, Samenspeelplek Bernhardstraat Oud Gastel en Samenspeelplek Stampersgat op de planning. Momenteel is er binnen de kredieten van speeltoestellen 2023, 2024 en 2025 nog circa € 180.000 ruimte om deze Samenspeelplekken te realiseren. De totaalkosten voor de realisatie van de Samenspeelplekken zijn geraamd op € 200.000.
Aan de raad wordt voorgesteld om het krediet van speeltoestellen 2025 met € 20.000 te verhogen. Vervangen voertuig gemalendienst In maart 2025 is er een Opel Movano inclusief extra's en accessoires aangeschaft voor de gemalendienst. Het krediet is toereikend gebleven en het restant wordt afgeraamd. Aanschaf traktor buitendienst Na een zorgvuldige marktverkenning is gebleken dat het beschikbare budget niet toereikend is voor de beoogde inzet van de tractor. Om aan de functionele eisen te kunnen voldoen, is een kredietverhoging van € 15.000 noodzakelijk. Kapel St. Louis, stucwerk wanden Met het opleveren van het gehele stucwerk, de vloerconstructie en de definitieve toekenning van de provinciale susidie is het krediet van de stucwerk wanden a.d. € 230.000 komen te vervallen. Dit krediet zat in de fase voor autorisatie, maar was al wel doorgerekend in de begroting 2025 en levert een jaarlijks voordeel op in de exploitatie van de komende jaren. Renovatie kapel St. Anna Bij aanvang van de raming van de investering in de kapel van St. Anna is er rekening gehouden met een gedeeltelijke Btw kostenverhogende component. Dit had gezien de uitvoering achteraf niet gekund en is er sprake van een volledig kostenverhogende Btw component. De kosten voor de renovatie van de kapel St. Anna komen hierdoor circa € 199.000 hoger uit. Voorgesteld wordt het krediet met dit bedrag te verhogen.
Nieuwbouw dorpshuis Stampersgat Voor de realisatie van het dorpshuis in Stampersgat wordt nog voor circa € 72.000 aan meerwerk verwacht. Het meerwerk bestaat onder andere uit extra architectskosten, het plaatsen van een andere lift, het creëren van een extra zolder boven een kleedkamer waar boilers voor de douches worden geplaatst, het toegankelijk maken van de zolder van het dorpshuis en diverse andere kleine bouwkundige aanpassingen. Nieuwbouw dorpshuis Hoeven Voor de realisatie van het dorpshuis in Hoeven wordt nog voor circa € 470.000 aan meerwerk verwacht. De meewerkkosten bestaan uit diverse bouwkundige zaken zoals het storten van een vloer rondom de inbouw in verband met tegelwerk, aanpassing/reparatie van wanden, aanpassingen van deurbeslag, aanpassingen in verband met de uitwerking in het kader van brandveiligheid en de realisatie van de nieuwe entree bij het kerkgebouw. In het krediet voor het dorpshuis is een inkomst geraamd van € 175.000 voor de bijdrage van stg. Dorpshuizen voor het podium. Deze bijdrage gaan we niet ontvangen maar deze is rechtstreeks betaald aan Breda Bouw en zal worden verwerkt in de meer/minderwerklijst. Overigens is de bijdrage van stg. Dorpshuizen zonder Btw uitbetaald en bedraagt € 145.000. Na verrekening van de kosten van het podium, moet het krediet met circa € 507.000 verhoogd worden.
41
Uitbreiding De Klinkert en Uniek Bij de vaststelling van het investeringsbudget in 2023 voor de uitbreiding van basisscholen De Klinkert en Uniek is uitgegaan van een bepaalde kostprijs voor installaties en bouwmaterialen. Echter, door significante prijsstijgingen binnen de bouwsector de laatste jaren blijkt het beschikbare budget ontoereikend om de geplande uitbreiding uit te voeren. De directe en indirecte bouwkosten zijn in de afgelopen jaren fors gestegen. Deze stijgingen hebben geleid tot hogere kosten voor bouwmaterialen, loon-, advies-, ingenieurskosten ten opzichte van de oorspronkelijke ramingen uit 2023. Om te voldoen aan de gestelde kwaliteits- en veiligheidseisen en een gezonde leeromgeving voor de leerlingen te waarborgen, is een aanvullende financiering van € 753.000 noodzakelijk. Deze middelen zullen worden ingezet om de gestegen kosten van de installaties te dekken, zodat de scholen op een duurzame en toekomstbestendige manier uitgebreid kunnen worden. Om de planning te kunnen handhaven en verdere kostenstijgingen te voorkomen, is het noodzakelijk dat het aanvullende krediet tijdig beschikbaar wordt gesteld. Doelstelling is om na de zomer te starten met bouwen. Bossche Hart verbouwing kinderopvang Het uitbreidingsprogramma voor IKC 't Bossche Hart in Bosschenhoofd voor de kinderopvang is afgerond.
De benodigde ruimte voor de kinderopvang is aangekocht en verbouwd door de kinderopvangorganisatie 't Toverbosch. De gemeente heeft hier uiteindelijk niet in geïnvesteerd en/of voorgefinancierd. Vervangen mobiele telefoons 2024 Niet alle medewerkers die in 2024 in aanmerking kwamen voor een mobiele telefoon hebben hier gebruik van gemaakt. Voor de vervanging van de mobiele telefoons in 2025 is een nieuw krediet beschikbaar. Om deze redenen kan het krediet "vervanging mobiele telefoons 2024" worden afgeraamd en worden afgesloten. Vervanging laptops 2026 Het reguliere budget voor vervanging hardware 2025 zal niet toereikend zijn omdat er meer nieuwe laptops nodig zijn voor nieuwe medewerkers en een aantal nieuwe ruimtes voorzien zijn van vergader apparatuur. We schuiven daarom de vervanging van een aantal laptops door naar 2026 waardoor het krediet van 2026 met 35.000 opgehoogd moet worden. Raadsleden krijgen na de gemeenteraadsverkiezingen in 2026 de keuzemogelijkheid tussen een i-pad of laptop. Om deze reden wordt het krediet voor de vervanging van de laptops in 2026 met € 50.000 verhoogd. Het budget van € 23.000 dat hiervoor in de exploitatie was geraamd, komt daardoor te vervallen. Stelpost onderuitputting kapitaallasten In deze Zomernota wordt beoogd om de investeringen voor 2025 en komende jaren realistisch en haalbaar te plannen.
Dit heeft er toe geleid dat de planning van veel investeringen is bijgesteld. De totale omvang van het investeringsprogramma blijft echter zeer omvangrijk. Op basis van de bijgestelde planningen staat er voor 2025 nog een totaalbedrag van ca. € 23 miljoen op het investeringsprogramma (ter vergelijking: de totale investeringsuitgaven in 2024 bedroegen ca. € 14 miljoen). Ook voor 2026 staat er een totaalbedrag van ca. € 22 miljoen op de planning. Vanaf 2027 neemt het investeringsbedrag af. Gezien de ervaringen van de afgelopen jaren is bij een dergelijke omvang van het investeringsprogramma zeer waarschijnlijk dat er op enkele investeringsprojecten toch een vertraging optreedt ten opzichte van de bijgestelde planning zoals opgenomen in deze Zomernota. Daarom wordt voorgesteld de stelpost onderuitputting kapitaallasten voor de jaren 2026 en 2027 te verhogen. Hiermee wordt rekening gehouden met enige vertraging en, als gevolg hiervan, lagere kapitaallasten in deze jaren doordat de afschrijvingslasten pas ingaan vanaf het jaar nadat de investering gereed is.
42
Overschotten budgetten Jaarrekening 2023 en 2024
Zowel in 2023 als in 2024 was sprake van een fors positief jaarrekeningsaldo. Er is op taakveld- en grootboekniveau een overzicht gemaakt van alle budgetten die in de Jaarrekening 2023 én in de Jaarrekening 2024 een overschot hadden van meer dan € 5.000. Op basis van dit overzicht is er een scan gedaan welke van deze posten structureel, en in sommige gevallen incidenteel, afgeraamd kunnen worden. Hierbij zijn neutrale posten als grondexploitaties, afval en riolering en mutaties in reserves uitgezonderd. Ook budgetten die al zijn geactualiseerd in de Zomernota, zoals bijvoorbeeld de loonkosten, bijdragen aan verbonden partijen en de kosten voor wmo en jeugdzorg zijn er uit gehaald. In onderstaande tabel is per programma aangegeven voor welke budgetten voorgesteld wordt om deze af te ramen op basis van de positieve saldi op deze posten in de afgelopen jaren. Mocht op een later moment blijken dat een budget toch nog (deels) nodig is, zal daarvoor op dat moment een voorstel worden opgenomen in de P&C cyclus. Het verwerken van deze mutaties leidt tot een structureel voordeel van ruim € 400.000. Mutaties aframen overschotten budgetten Jaarrekening 2023 en 2024
2025
2026
2027
2028
2029
V/N
Gemeenteraad, opleidingskosten
8
0
0
0
0
V
Overheid en burgerparticipatie, overige uitgaven
8
8
8
8
8
V
Veiligheid, overige uitgaven (aanpak overlast)
0
10
11
11
11
V
Handhaving, overige uitgaven (operationeel budget)
15
15
16
16
17
V
Post onvoorzien onderhoud gebouwen zonder MJOP
31
0
0
0
0
V
Wegen, straten en pleinen, onderhoud verkeerregelinstallaties
8
8
8
8
8
V
Wegen, straten en pleinen, bermen
15
15
16
16
17
V
Wegen, straten en pleinen, stortrecht (afvoeren grond)
10
10
11
11
11
V
Wegen, straten en pleinen, overige uitgaven (beleidsplan wegen)
75
77
80
82
84
V
Civieltechnische kunstwerken, groot onderhoud van wegen
0
50
50
50
50
V
Bestuur en burgerzaken
Veiligheid
Openbare ruimte
43
Mutaties aframen overschotten budgetten Jaarrekening 2023 en 2024
2025
2026
2027
2028
2029
V/N
Verkeersveiligheid, uitvoering werkplan VVN
15
15
16
16
17
V
Waterwegen, schouw van sloten
15
15
16
16
17
V
Waterwegen, overig onderhoud
13
13
13
14
14
V
Milieubeheer, opruimingskosten illegale dumpingen
5
5
5
5
5
V
Ruimtelijke ordening, kosten bezwaar en beroep
8
8
8
8
9
V
Algemene uitgaven bijstandsverlening, voorziening debiteuren Werkplein
50
50
50
50
50
V
Plustaken GGD
10
10
11
11
11
V
Huisvesting bijzonder basisonderwijs, overige uitgaven
17
17
18
18
19
V
Overige voorziening bijzonder voortgezet onderwijs, huur gebouwen en terreinen
10
10
11
11
11
V
Overige gemeenschappelijke aangelegenheden, overige uitgaven
10
10
11
11
11
V
Peuterspeelzalen
25
26
27
27
28
V
Werkbudget Visie op Cultuur en onderhouden beheerskosten
20
15
15
15
15
V
Zouavenmuseum, overige uitgaven
8
8
8
8
8
V
4
4
4
4
5
V
376
401
410
418
427
Ruimtelijke en economische ontwikkelingen
Zorg, jeugd en participatie
Onderwijs, sport en cultuur
Overhead Overige personeelskosten, voorziening in vacature Totaal Mutaties aframen budgetten overschotten Jaarrekening 2023 en 2024
44
Post onvoorziene uitgaven
2.11.1 Overzicht onvoorziene uitgaven In onderstaande tabel wordt de huidige stand van zaken met betrekking tot de post onvoorziene uitgaven 2025 weergegeven (x € 1.000). Post onvoorziene uitgaven Primaire begroting
Bedrag 200
Toevoegingen -
-
Totaal toevoegingen
0
Onttrekkingen Ambtelijk secretaris regionale managementtafel sociaal domein
13
Huur verkiezingsborden 2025-2029
3
Speciale editie Suske en Wiske
3
Toezicht kinderopvang 2025 en VE-inspectie
7
Addendum overeenkomst Meedenkvoorziening 2025-2026
9
Luchtmachtconcert
12
Extra maatregelen feestweekend Oudenbosch
9
Toekomstbestendig en duurzaam zwembad Blankershove
21
Subsidie Halderbergse Veteranen
4
Aanvullende bijdrage nieuwbouw handboogvereniging Concordia Florebith
15
Totaal onttrekkingen
97
Saldo post onvoorziene uitgaven
103
45
2.11.2 Toelichting onvoorziene uitgaven Ambtelijk secretaris managementtafel sociaal domein Door de vele landelijke opgaven en ontwikkelingen in het sociaal domein heeft het college ingestemd met het aanstellen van een tijdelijk ambtelijk secretaris voor de bestuurstafel en voorzitter van de regionale managementtafel voor de duur van 3 jaar. Deze ambtelijk secretaris bevordert de regionale samenwerking en optimaliseert deze ontwikkelingen. Door het aanstellen van deze ambtelijk secretaris moet ook de dienstverleningsovereenkomst jeugd aangepast te worden. De kosten voor 2025 bedragen € 13.262. Het college heeft besloten om de kosten van € 13.262 voor 2025 te dekken uit de post onvoorziene uitgaven 2025. Huur verkiezingsborden 2025-2029 Het plaatsen van trotterborden door de gemeente voor het voeren van verkiezingscampagnes voor politieke partijen is geen verplichting. Gemeenten stellen zelf hun eisen aan het aanplakken van verkiezingsposters, plaatsen kraampjes en laten rondrijden van geluidswagens. De regels hiervoor zijn opgenomen in de APV.In verband met de vrijheid van meningsuiting moet de gemeente het mogelijk maken dat politieke partijen zich kunnen uiten in de openbare ruimte. Door trotterborden beschikbaar te stellen is het aanbrengen van verkiezingsuitingen op andere plaatsen (het zogenoemde wildplakken) verboden.
Bij het afsluiten van een nieuwe meerjarige overeenkomst kunnen Politieke partijen voorafgaand aan de verkiezingen bij Image Building hun digitale poster uploaden die gepubliceerd wordt op het trotterbord. De kosten van de overeenkomst voor 2025 bedragen € 3.375. Het college heeft besloten om de kosten van € 3.375 voor 2025 te dekken uit de post onvoorziene uitgaven 2025. Speciale editie Suske en Wiske In 1975 bracht Standaard Uitgeverij NV de Suske en Wiske-strip "De Vliegende Klomp" op de markt. Dit deden zij in opdracht van de VVV van Noord-Brabant, met als doel de provincie te promoten. In dit verhaal bezoeken Suske en Wiske onder andere de Basiliek in Oudenbosch en Bovendonk in Hoeven. Volgend jaar, in 2025, viert deze strip zijn 50-jarig jubileum. Dit jubileum valt samen met het 750-jarig bestaan van Oudenbosch. Ter ere van deze bijzondere gelegenheid wil Standaard Uitgeverij NV, in samenwerking met de Fameuze Fanclub, "De Vliegende Klomp" herdrukken. Deze herdruk bevat acht extra informatiepagina's over Oudenbosch en het religieus erfgoed. Het college werkt graag mee aan de herdruk van “De Vliegende Klomp”. Het levert een waardevolle bijdrage aan de viering van het 750-jarig jubileum van Oudenbosch en de promotie van het culturele en historische erfgoed van onze gemeente. De kosten van de herdruk bedragen € 2.679.
Het college heeft besloten om de kosten van de herdruk te dekken uit de post onvoorziene uitgaven 2025. Toezicht kinderopvang 2025 en VE-inspectie Het college van burgemeester en wethouders stelt voor het jaar 2025 een bedrag van € 69.808,97 beschikbaar te stellen voor de inspecties Wet kinderopvang voor de gemeente Halderberge. De GGD West – Brabant voert toezicht en de handhavingsopdrachten uit, waarbij het minimale wettelijke pakket wordt afgenomen. Hierdoor voldoet gemeente Halderberge aan de wettelijk gestelde eisen. Daarnaast wordt een aanvullende inspectie uitgevoerd om in beeld te brengen wat de kwaliteit is van de uitvoering van de Voorschoolse educatie bij de kinderopvangaanbieders. . Dit betekent voor 2025 een verhoging van het budget met € 7.365. Het college heeft besloten om de extra kosten voor 2025 te dekken uit de post onvoorziene uitgaven 2025. Addendum overeenkomst Meedenkvoorziening 2025-2026 In september 2024 heeft de gemeente met Stichting Jeugd Opvoed en Opgroei Professionals (SPRING) een overeenkomst getekend voor de inzet van meedenkcoaches binnen de gemeente Halderberge. Partijen hebben geconstateerd dat de vergoeding voor de opdracht in de overeenkomst meedenkcoaches niet correct is. Per abuis is in de overeenkomst meedenkcoaches het bedrag uit 2024 opgenomen voor het jaar 2025 in plaats van het bedrag over 2025.
Dit betekent voor 2025 een verhoging van het budget met € 9.182. Het college heeft besloten om de extra kosten voor 2025 te dekken uit de post onvoorziene uitgaven 2025. Luchtmachtconcert In mei 2024 heeft het college besloten om, via het budget voor de herdenking en viering van 80 jaar Vrijheid in Halderberge, een bedrag van € 28.000 ter beschikking te stellen voor het concert van het Orkest van de Koninklijke Luchtmacht met ontvangst van de veteranen voor en na het concert. Dit concert is inmiddels gecombineerd met een feestweekend in het kader van 750 jaar Oudenbosch, een netwerkbijeenkomst en een crowdfundingsactie voor de basiliek. Vanwege extra de organisatiekosten, de kosten van de netwerkbijeenkomst en extra kosten vanwege verhoogde veiligheidseisen door de NAVO-top (beperkte politiecapaciteit, dient het oorspronkelijke budget met € 12.000 verhoogd te worden. Het college heeft besloten om de extra kosten te dekken uit de post onvoorziene uitgaven 2025.
46
Extra maatregelen feestweekend Oudenbosch Voor het feestweekend Oudenbosch van 20 t/m 22 juni 2025 worden extra maatregelen op het gebied van sfeerbeheer getroffen. De kosten bedragen circa € 8.700. Het college heeft besloten om de extra kosten te dekken uit de post onvoorziene uitgaven 2025. Toekomstbestendig en duurzaam zwembad Blankershove Voor openluchtzwembad Blankershove is een plan opgesteld om te komen tot een toekomstbestendige en duurzame zwembadaccommodatie. Stichting Zwembad Blankershove heeft een subsidieaanvraag ingediend voor de benodigde onderhoudswerkzaamheden aan de installaties, om het zwembad te verduurzamen en om de faciliteiten te verbeteren. Het college heeft, met instemming van de raad op 05-06-2025, besloten om een eenmalige bijdrage aan zwembad Blakershove toe te kennen van € 320.000,- en de begrotingssubsidie 2025 voor zwembad Blankershove vast te stellen op € 60.000 en deze vanaf 2026 en verder te indexeren. Dit betekent dat het subsidiebudget voor 2025 met € 21.122 verhoogd moet worden. Het college heeft besloten om de aanvullende subsidie voor 2025 te dekken uit de post onvoorziene uitgaven 2025. Subsidie Halderbergse Veteranen Het college heeft besloten aan de nieuw opgerichte Stichting Halderbergse Veteranen een eenmalige subsidie toe te kennen van € 4.150.
De subsidie dient ter ondersteuning van de opstartkosten van de stichting en het organiseren van activiteiten voor Halderbergse veteranen, zoals ontmoetingsbijeenkomsten en een herdenkingsmunt voor alle veteranen. Het college heeft besloten om de incidentele subsidie voor 2025 te dekken uit de post onvoorziene uitgaven 2025. Aanvullende bijdrage nieuwbouw handboogvereniging Concordia Florebith Handboogvereniging Concordia Florebith en het Gilde Sint Sebastiaan zijn bezig met de bouw van een eigen accommodatie op sportpark Albano in Oudenbosch. Het college heeft besloten een aanvullende incidentele subsidie beschikbaar te stellen aan de vereniging voor de bouw van de accommodatie. Het college heeft besloten om de aanvullende bijdrage van 15.000 beschikbaar te stellen vanuit de post onvoorziene uitgaven 2025.
47
48
Kadernota 2026 - 2029
49
50
Uitgangspunten Programmabegroting 2026
3.1.1 Algemeen Voor het opstellen van de begroting is het van belang dat de raad de uitgangspunten voor het opstellen van de Programmabegroting 2026 vaststelt. Deze uitgangspunten, die tevens zijn gehanteerd bij het opstellen van deze Zomernota 2025 – 2029, staan hieronder vermeld. Hieronder is een aantal algemene uitgangspunten genoemd die gehanteerd worden bij het opstellen van de Programmabegroting 2026. • De meerjarenbegroting 2026 – 2029 wordt opgesteld overeenkomstig het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), de Financiële verordening Halderberge, het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK) van de provincie Noord-Brabant en de begrotingscirculaire 2025 van de provincie Noord-Brabant van 10 april 2025. • Bij de opstelling van de Begroting 2026 worden de begrotingswijzigingen betreffende het jaar 2025 tot en met de raadsvergadering van 3 juli 2025 meegenomen. • In de Begroting 2026 wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met autonome ontwikkelingen, zoals het (verwachte) aantal inwoners, woonruimten, uitkeringsgerechtigden, bouwvergunningen, e.d. Verder wordt er zoveel mogelijk rekening gehouden met (opgelegd) rijksbeleid. In principe worden autonome ontwikkelingen door het rijk gecompenseerd middels de algemene uitkering uit het Gemeentefonds.
Het kan echter zo zijn, dat het rijk uit bezuinigingsoverwegingen besluit tot geen of een gedeeltelijke compensatie. • De ramingen van de uitkeringen uit het gemeentefonds in deze Zomernota 2025 – 2029 zijn gebaseerd op de uitkomsten van de meicirculaire 2025 en de laatste specificaties van de algemene uitkering. De uitkomsten van de septembercirculaire 2025 worden indien mogelijk (afhankelijk van de verschijningsdatum van deze circulaire) meegenomen in de Programmabegroting 2026. • Bij de berekening van de algemene uitkering is rekening gehouden met de (verwachte) areaalontwikkeling van de WOZ-capaciteit en de verwachte ontwikkeling van de aantallen eenheden zoals woonruimten, inwoners en bijstandsgerechtigden. 3.1.2 Prijs- en loonontwikkeling • In de huidige meerjarenbegroting is voor de jaren 2025 – 2028 uitgegaan van een inflatiepercentage van 3,0% per jaar. Deze inflatie is structureel in de meerjarenraming opgenomen. De huidige inflatieverwachting bedraagt voor 2025 3,0% en voor 2026 2,4% (CPB, Centraal Economisch Plan 2025, inflatie, geharmoniseerde consumentenprijsindex). Gezien de verwachte inflatiecijfers wordt voorgesteld bij de opstelling van de meerjarenbegroting 2026 – 2029 het inflatiepercentage te handhaven op 3,0% per jaar. • Voor de ontwikkeling van de salarissen wordt, naast de periodieke verhogingen, rekening gehouden met de loonstijgingen als gevolg van de cao.
De huidge cao voor gemeenteambtenaren loopt tot en met 31 maart 2027. In de huidige meerjarenraming is vanaf 2025 een loonsverhoging opgenomen van 3,0% per jaar. De loonstijging wordt door het CPB geraamd op 4,8% voor 2025 en 4,2% voor 2026 (CPB, Centraal Economisch Plan 2024, cao-loon bedrijven). Dit betreft een gemiddelde voor alle lonen in Nederland. Op basis van de cao gemeenten 2025 bedraagt de loonstijging voor gemeenten 3,85% in 2025 en 1,25% + € 35 nominaal in 2026. Voorgesteld wordt bij de opstelling van de meerjarenbegroting 2026 – 2029 de geraamde loonstijging voor 2027 en volgende jaren te handhaven op 3% per jaar, gelijk aan het inflatiepercentage. • De totale kosten van de professionele instellingen (zoals de bibliotheek) hebben een gemengd karakter. Deze verhouding is in zijn algemeenheid ongeveer 30% materialen en diensten en 70% lonen. Voorgesteld wordt voor de subsidies aan professionele instellingen voor de meerjarenbegroting 2026 – 2029 een indexering van 3,0% te hanteren, gelijk aan het inflatiepercentage. • Voorgesteld wordt voor de overige subsidies, conform de huidige begroting, geen indexering toe te passen in de meerjarenbegroting 2026 – 2029.
51
• Voor de verbonden partijen wordt de bijdrage opgenomen zoals deze in de Begroting 2026 van de betreffende verbonden partij is vastgesteld.
• De tarieven van de OZB stijgen jaarlijks met het inflatiepercentage. In de meerjarenbegroting 2026 – 2029 wordt uitgegaan van een stijging van de tarieven met 3,0% per jaar.
• Voor 2026 is een aanvullende stijging van de OZB tarieven met 3,0% opgenomen. De totale stijging van de OZB tarieven komt hiermee op 6,0%.
• De inkomstenbudgetten stijgen eveneens met het inflatiepercentage van 3,0% per jaar. 3.1.3 Rentebeleid
• Het gehanteerde rentebeleid is opgenomen in de Financiële verordening Halderberge. • Er wordt geen rente berekend over de eigen financieringsmiddelen. • Rentekosten worden verzameld op het taakveld Treasury en via dit taakveld toegerekend aan de overige taakvelden. De rente wordt toegerekend aan het taakveld waarvoor het activum is aangeschaft.
• Voor de toerekening van de rente aan de investeringen en grondexploitaties wordt jaarlijks een renteomslag opgesteld.
•
De werkelijke rentekosten worden hierin afgezet tegen de boekwaarden van de activa en de voorraden en monden uit in een gemiddeld rentepercentage. In de huidige meerjarenraming bedraagt dit rentepercentage 1,5%. In de voorlopige berekening voor de Begroting 2026 komt het rentepercentage vanaf 2026 ook uit op 1,5%. Bij het opstellen van de Programmabegroting 2026 wordt het definitieve rentepercentage berekend. Indien sprake is van projectfinanciering wordt de rente rechtstreeks toegerekend aan het betreffende activum. Dit is bij twee gebouwen het geval, namelijk het gemeentehuis aan de Parklaan te Oudenbosch en de nieuwbouw van het Markland College.
3.1.4 Reserves en voorzieningen
• Het beleid inzake reserves en voorzieningen is opgenomen in de Financiële verordening Halderberge. • Bij het opstellen van de Programmabegroting 2026 worden de bestaande reserves en voorzieningen indien nodig geactualiseerd.
• Conform het rentebeleid vindt geen inflatiecorrectie plaats op de reserves en voorzieningen. 3.1.5 Activa • De activa worden geactiveerd en afgeschreven conform het BBV en de Financiële verordening Halderberge. • Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 20.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en onbewerkte terreinen die altijd worden geactiveerd. Bij de bepaling van het bedrag van € 20.000 wordt gekeken naar het totaal van de investering en niet naar de prijs per afzonderlijk goed. 3.1.6 Toerekening personele lasten • Personele lasten worden toegerekend aan de tarieven van de afvalstoffen- en rioolheffing, investeringen en grondexploitaties. Daarnaast worden kosten in rekening gebracht bij ontwikkelaars in het kader faciliterend grondbeleid. • Op basis van de urenraming bij de Begroting 2026 worden de personele kosten (inclusief overhead) die betrekking hebben op de taakvelden riolering en afvalverwijdering en -verwerking doorberekend in de tarieven van respectievelijk de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Het budgettair voordeel wat hierdoor ontstaat komt volledig ten gunste van de exploitatie. • In het BBV is bepaald dat activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings-of vervaardigingsprijs. Hieronder vallen ook personeelskosten die direct aan een actief zijn toe te rekenen.
In de Financiële verordening Halderberge is opgenomen dat personele kosten (exclusief overhead) worden doorberekend aan investeringen. De personeelskosten worden uitgedrukt in een percentage van de totale kosten van de investering. Het berekende percentage wordt zowel op de raming voor het investeringsplan in de begroting als voor de realisatie toegepast. Op basis van het huidige investeringsprogramma is een inschatting gemaakt van de toe te rekenen kosten. Hierbij is uitgegaan van een gemiddeld investeringsniveau voor de komende jaren en de beschikbare reguliere capaciteit. • Op basis van de plankostenscan van de VNG worden de personele lasten (inclusief overhead) berekend die kunnen worden toegerekend aan de grondexploitaties. • Op basis van het Programma kostenverhaal en financiële bijdrage kunnen kosten van faciliterend grondbeleid worden doorberekend aan externe ontwikkelaars. Het door te berekenen bedrag wordt per project bepaald op basis van een plankostenscan. • Het budgettair voordeel wat ontstaat door de toerekening van personele lasten aan investeringen, grondexploitaties en faciliterend grondbeleid, komt deels (€ 250.000 per jaar) ten gunste van de exploitatie.
52
• Op basis van het collegewerkprogramma 2022-2026, Samen aan de Slag! is in 2023 een reserve flexibele schil
•
gevormd van € 750.000. Wanneer er meer investeringen, grondexploities en projecten gedaan worden en er een hoger bedrag aan personele lasten kan worden toegerekend dan het hierboven genoemde bedrag, wordt het meerdere toegevoegd aan de reserve flexibele schil. Het college kan de reserve flexibele schil inzetten voor aanvullende capaciteit om de geplande (investerings-)projecten en grondexploitaties ook daadwerkelijk te kunnen realiseren. Het college zorgt er hierbij voor dat de investering in de flexibele schil op een transparante en effectieve manier wordt ingezet en rapporteert hierover aan de raad via de P&C-cyclus.
3.1.7 Gemeentefonds Algemeen De meicirculaire 2025 vormt de basis voor de meerjarenraming van de uitkeringen uit het gemeentefonds in deze Zomernota 2025. De meicirculaire geeft informatie over de verwachte ontwikkeling van de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse mutatie van de omvang van het gemeentefonds wordt aangeduid met de term accres. De omvang van het gemeentefonds is gekoppeld aan de ontwikkeling van de accresrelevante rijksuitgaven (normeringsmethodiek). Daarnaast melden de beheerders van het gemeentefonds (de minister van BZK en de staatssecretaris van Financiën) in de meicirculaire de verwachte (landelijke) ontwikkeling van de aantallen eenheden van diverse verdeelmaatstaven, de zogeheten uitkeringsbasis, en de eventuele taakmutaties en/of beleidsintensiveringen. Wanneer er een taak van het Rijk naar de gemeenten wordt overgeheveld of de gemeenten er een extra taak bij krijgen, ontvangen de gemeenten hiervoor doorgaans middelen van het Rijk. Deze rijksmiddelen worden veelal toegevoegd aan het Gemeentefonds. De verdeling van deze rijkmiddelen kan dan plaatsvinden via de algemene uitkering of een afzonderlijke decentralisatie-uitkering. Stelpost onderuitputting BTW-compensatiefonds (BCF) De laatste jaren blijkt dat er ieder jaar sprake is van onderuitputting op het BTW-compensatiefonds (BCF).
Het geraamde plafond van het BCF volgt grosso modo de toename van het accres van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Daarnaast wordt er rekening houden met taakmutaties en decentralisatie-uitkeringen en dergelijke. De declaraties uit het BCF kennen (blijkbaar) een andere dynamiek. De declaraties uit het BCF zijn de afgelopen jaren minder hard gegroeid op realisatiebasis dan het BCF-plafonddeel gemeenten. Een gemeente mag voor de meerjarenraming uitgaan van maximaal zijn aandeel in de definitief gerealiseerde vrijval uit het BCF over het vorige jaar. In de huidige meerjarenbegroting is voor de jaren 2025 – 2028 voorzichtheidshalve een stelpost opgenomen van € 400.000, uitgaande van 50% van de gerealiseerde onderuitputting in het vorige jaar. Voorgesteld wordt deze stelpost te handhaven bij de opstelling van de meerjarenbegroting 2026 – 2029. Septembercirculaire 2025 en Begroting 2026 Indien de planning van het bestuurlijke besluitvormingstraject het toelaat zullen de gevolgen van de septembercirculaire 2025 worden meegenomen bij de opstelling van de Begroting 2026. Ontwikkeling aantal eenheden (uitkeringsbasis) De meicirculaire geeft onder meer actuele informatie over de bedragen per eenheid per verdeelmaatstaf, de uitkeringsfactor (vermenigvuldigingsfactor voor alle gemeenten) en de landelijke ontwikkeling van de aantallen eenheden van een aantal verdeelmaatstaven.
Afhankelijk van de verdeelmaatstaf worden de aantallen eenheden gebaseerd op informatie binnen de eigen organisatie of verbonden partij (burgerzaken, Werkplein Hart van West-Brabant, Belastingsamenwerking West-Brabant), de meest actuele informatie vanuit het ministerie van BZK, de verwachte landelijke trend zoals opgenomen in de meicirculaire en/of op basis van een prognose gebaseerd op gegevens uit het verleden (trend).
53
3.1.8 Post onvoorziene uitgaven De post onvoorziene uitgaven is samen met het begrotingssaldo de vrije bestedingsruimte in de begroting. De post onvoorziene uitgaven is niet per programma, maar in zijn geheel onder de algemene dekkingsmiddelen opgenomen. Op 23 maart 2023 heeft de gemeenteraad de Fianciële verordening Halderberge vastgesteld. Hierin is opgenomen dat de post onvoorziene uitgave tenminste € 200.000 bedraagt en ten hoogste 0,5% van het lastentotaal van de begroting, exclusief mutaties in de reserves. In de huidige meerjarenraming is een post onvoorziene uitgaven van € 200.000 per jaar opgenomen. Voorgesteld wordt de post onvoorziene uitgaven bij de opstelling van de meerjarenbegroting 2026 – 2029 te handhaven op € 200.000 per jaar.
54
Lokale heffingen
3.2.1 Algemeen Jaarlijks stelt de gemeenteraad de tarieven vast voor de gemeentelijke heffingen. Dat gebeurt via de afzonderlijke verordeningen voor die heffingen. De uitgangspunten die de raad hierbij hanteert, komen voort uit het bestuursakkoord en het collegeprogramma voor de jaren 2022 t/m 2026. Daarnaast is de raad gebonden aan diverse wettelijke bepalingen. Voor zover relevant zijn deze hieronder opgenomen. Wettelijke bepalingen:
• de tarieven van de afvalstoffen- en de rioolheffing zijn maximaal 100% kostendekkend; • datzelfde geldt voor de tarieven van de leges. Binnen de legesverordening is kruissubsidiëring toegestaan. Zie voor een toelichting het onderdeel leges.
Lokale ambities: In het bestuursakkoord 2022 – 2026 is aangegeven dat Halderberge de ambitie houdt om voor de totale lastendruk één van de goedkopere woongemeenten van de regio te blijven. Hieronder wordt per belasting of retributie specifieke informatie gegeven. Als concrete gegevens van specifieke heffingen ontbreken, zal in deze Zomernota worden volstaan met de uitgangspunten ervan. Voor zover mogelijk wordt een indicatie van de tarieven gegeven zoals deze in de Programmabegroting voor 2026 zullen worden opgenomen. Tussentijdse ontwikkelingen kunnen nog zorgen voor wijzigingen in deze tarieven. Per heffing wordt aangegeven welke ontwikkelingen van invloed kunnen zijn. 3.2.2 Onroerendezaakbelasting (OZB) In het collegewerkprogramma is opgenomen dat de gemeente Halderberge de ambitie heeft om voor wat betreft de lastendruk één van de goedkoopste gemeenten in de regio kan te blijven. Gezien de uitgangspunten voor de rioolheffing en de afvalstoffenheffing dat die 100% kostendekkend moeten zijn, kan daar alleen door beperking van de tarieven voor de onroerendezaakbelasting sturing aan worden gegeven. Indien dat gewenst is, zal dat in de Begroting 2026 worden aangegeven. Bij de berekening van de OZB-tarieven en -opbrengsten worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
• de tarieven van de OZB stijgen met het inflatiepercentage van 3%; • Voor 2026 is een aanvullende stijging van de OZB tarieven met 3,0% opgenomen. De totale stijging van de OZB • • • •
tarieven komt hiermee op 6,0%. Dit leidt tot een stijging van de totale lokale lastendruk in 2026 met ca. 3% ten opzichte van 2025. Dit is gelijk aan het inflatiepercentage; bij het opstellen van de verordening voor 2026 vindt een correctie plaats op de tarieven voor de waardeontwikkeling; voor de waarde van de woningen en niet-woningen wordt uitgegaan van de waardepeildatum 1 januari 2025; uit oogpunt van voorzichtigheid wordt er beperkt rekening gehouden met areaalontwikkeling; er wordt tariefdifferentiatie toegepast tussen woningen en niet-woningen om de lastendruk evenwichtiger te verdelen;
In onderstaande tabel is aangegeven wat de OZB tarieven worden. De waardeontwikkeling voor woningen en niet-woningen is nog niet beschikbaar. Bij het opstellen van de Begroting 2026 en de verordening voor de onroerendezaakbelasting zal de waardeontwikkeling zoals die dan bekend is, worden meegenomen. Deze wordt te zijner tijd door de Belastingsamenwerking West-Brabant verstrekt.
55
Voorlopige ontwikkeling tarieven 2026: OZB
2025
2026
Verschil
OZB woningen eigenaar
0,0818%
0,0867%
6,0%
OZB niet-woningen gebruik
0,2189%
0,2321%
6,0%
OZB niet-woningen eigenaar
0,2450%
0,2598%
6,0%
Over de stijging van het OZB tarief wordt pas bij de vaststelling van de Programmabegroting 2026 in november een definitief besluit genomen. De aanvullende stijging van de OZB tarieven, zoals nu opgenomen in de Zomernota, wordt alleen in de Programmabegroting 2026 opgenomen als dit echt noodzakelijk is. Dat wil zeggen, als het niet mogelijk is om een sluitende begroting voor het jaar 2026 voor te leggen zonder deze verhoging. 3.2.3 Afvalstoffenheffing Bij de berekening van de afvalstoffenheffing zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • er wordt uitgegaan van 100% kostendekkendheid; • de compensabele BTW wordt in de tarieven van de afvalstoffenheffing volledig doorberekend; • bij de baten wordt het geraamde dividend van Saver geheel meegenomen; • bij de ontwikkeling van de lasten is uitgegaan van het door SAVER aangegeven inflatiepercentage van 3,1% op de basistaken (o.a. het ophalen van huisvuil, verwerking afval etc.
totaal aandeel van deze activiteiten binnen Saver: 97%) en 4,1% op de plustaken (dus niet zijnde kerntaken); • in de lasten zijn de kosten van het grondstoffencentrum van Saver meegenomen; • het tarief voor de afvalstoffenheffing bestaat uit een vast en een variabel deel: - het vaste deel is voor iedere belastingplichtige gelijk; - het variabele deel van het tarief wordt bepaald door de wijze van aanbieding van het afval, via een container of via inworp in een ondergrondse container, en het volume van de container, 140 of 240 liter; • bij het berekenen van de tarieven is ervoor gekozen om alleen een meerjarig effect van het aantal ledigingen en/of inworpen mee te nemen. Dit betekent dat het aantal ledigingen of inworpen wordt bijgesteld als sprake is van een wijziging die zich minimaal drie jaar heeft voorgedaan. Hierdoor worden ongewenste schommelingen in het tarief voorkomen.
Bij de berekening van de tarieven wordt uitgegaan van gemiddeld 10 ledigingen per jaar van een 140-liter container, 12 ledigingen per jaar van een 240-liter container en 38 inworpen in een ondergrondse container; • als het aantal ledigingen of inworpen hoger is dan het gemiddelde aantal wordt een opslag in rekening gebracht; • de ledigingen en stortingen worden na afloop van het kalenderjaar in rekening gebracht; • bij de opstelling van de jaarrekening komt het saldo van baten en lasten op het product afvalverwijdering en -verwerking ten laste of ten gunste van de voorziening afvalstoffenheffing. Een negatief saldo kan alleen worden verrekend voor zover de voorziening daarvoor toereikend is. Voorlopige ontwikkeling tarieven 2026: Afvalstoffenheffing
2025
2026
Verschil
Vast tarief per aansluiting
€ 217,08
€ 222,24
2,4%
Tarief per lediging 240-liter container
€ 14,18
€ 14,51
2,3%
Tarief per lediging 140-liter container
€ 8,27
€ 8,47
2,4%
Tarief inworp ondergrondse afvalcontainer
€ 2,36
€ 2,42
2,5%
Bovenstaande tarieven zijn nog gebaseerd op het inflatiepercentage 2025 van SAVER. Voor de begroting 2026 ontvangen we nog een nieuw inflatiepercentage op basis van de begroting 2026 van SAVER. De verwachte stijging van de tarieven is lager dan het nu doorberekende inflatiepercentage van 3,1%, wat voor een deel te relateren is aan de incidentele kosten (o.a. onderzoeken afvalbeleidsplan) die opgenomen zijn in 2025 en niet van toepassing zijn voor 2026.
56
3.2.4 Rioolheffing Op 1 januari 2008 is de Wet gemeentelijke watertaken in werking getreden. Deze wet regelt dat naast de kosten voor afvoer en verwerking van afvalwater ook de kosten voor afvoer van hemelwater via de verbrede rioolheffing verhaald kunnen worden. Daarnaast is het mogelijk om kosten voor voorzieningen die verband houden met het grondwaterpeil ook via de verbrede rioolheffing te verhalen. De verwachte kosten liggen vast in het in Gemeentelijk Water Programma 2024 - 2027 dat in september 2023 door de gemeenteraad is vastgesteld. Op basis van de kosten van het GWP voor het jaar 2026 zijn, uitgaande van 100% kostendekkendheid, de tarieven voor de rioolheffing berekend. Bij het bepalen van de rioolheffing is de methodiek van éénpersoons- en meerpersoonshuishoudens van toepassing. Bedrijven betalen tot een afname van 500 m³ het meerpersoonstarief. Bedrijven die meer dan 500m³ water afnemen worden gezien als grootverbruikers en betalen naast het meerpersoonstarief vanaf 501m³ een extra bedrag per m³.
Bij de berekening van de rioolheffing zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • er wordt uitgegaan van 100% kostendekkendheid; • de compensabele BTW wordt in de tarieven van de rioolheffing volledig doorberekend; • bij de ontwikkeling van de lasten wordt uitgegaan van een inflatiepercentage van 3%; • In de jaren 2024 tot en met 2027 wordt een onttrekking aan de voorziening overschotten riolering gedaan om de stijging van de tareiven van de rioolheffing te beperken. Deze voorziening is in de afgelopen opgebouwd uit overschotten op de rioolheffing en vrijval van de spaarvoorziening en voorziening kapitaallasten, zoals opgenomen in het nieuwe GWP. Met het inzetten van de voorziening om de tariefstijging te beperking, worden deze middelen teruggegeven aan de inwoners. Voor 2026 wordt een bedrag van € 225.000 onttrokken aan de voorziening, voor 2027 is dit € 266.000. Vanaf 2028 is geen onttrekking aan de voorziening overschotten meer opgenomen; • bij de opstelling van de jaarrekening wordt het verschil tussen de werkelijke baten en lasten verbonden aan de rioolheffing, verrekend met de voorziening overschotten riolering. Een negatief saldo kan alleen worden verrekend voor zover de voorziening daarvoor toereikend is. Voorlopige ontwikkeling tarieven 2026: Rioolheffing
2025
2026
Verschil
Eenpersoonshuishouden
€ 191,82
€ 192,36
0,3%
Meerpersoonshuishouden
€ 255,76
€ 256,56
0,3%
Bedrijven tot 500 m3
€ 255,76
€ 256,56
0,3%
€ 0,31
€ 0,32
3,2%
Grootverbruik per m3 vanaf 501 m3
De verwachte stijging van de tarieven zit hiermee onder het algemeen gehanteerde inflatie percentage van 3%. De voornaamste oorzaak hiervan is dat met het herijken van de projecten riolering, deze naar achteren in de meerjarenplanning zijn verschoven van 2025 naar latere jaren. Hierdoor komen de kapitaallasten bij deze investeringen nog niet ten laste van de exploitatie in 2026. Daarnaast is een onttrekking uit de voorziening overschotten opgenomen van € 225.000 voor 2026 conform het GWP, waardoor de tariefstijging wordt beperkt. 3.2.5 Toeristenbelasting en watertoeristenbelasting Via het besluit voor de (water-)toeristenbelasting over 2023 op 15 december 2022 heeft de gemeenteraad besloten om het tarief voor de (water-)toeristenbelasting voor de komende vier jaar gelijk te houden. Dat houdt in dat het tarief voor de toeristenbelasting in 2026 net als in 2025 € 1,35 bedraagt. Voor de watertoeristenbelasting bedraagt het tarief in 2026 € 1,20. 3.2.6 Leges Op basis van artikel 229 van de Gemeentewet kunnen gemeenten rechten heffen ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. In de legesverordening is een groot aantal diensten van de gemeente Halderberge opgenomen waarvoor leges in rekening gebracht mogen worden. Deze staan in de bijbehorende tarieventabel.
57
In verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is hoofdstuk 2 van de tarieventabel grotendeels herzien. Dat geldt voor de artikelen, tarieven én voor de titel. Deze is veranderd in ‘Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet’. De inwerkingtreding van de Omgevingswet is door de VNG ook aangegrepen om de indeling van de tarieventabel te herzien. Dit is vertaald in een nieuwe modelverordening. De gemeente Halderberge heeft deze ontwikkeling gevolgd en de eigen verordening zoveel mogelijk afgestemd op deze modelverordening. De tarieventabel is verdeeld in drie hoofdstukken (voorheen titels). Binnen een hoofdstuk is er een onderverdeling in paragrafen (voorheen hoofdstukken). De drie hoofdstukken zijn: 1. Algemene dienstverlening 2. Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet 3. Dienstverlening vallend onder Europese Dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2 De herziening van de tarieventabel is aangegrepen om te komen tot een betere onderbouwing van de tarieven. Niet alleen voor de dienstverlening in het kader van de Omgevingswet, maar ook voor een groot deel van de andere diensten (zoals voor burgerzaken, vergunningen voor kabels en leidingen, horeca en evenementen). Hiervoor is gebruik gemaakt van de applicatie Kostendekkendheid.nl.
Per dienst is gekeken welke werkzaamheden daarvoor verricht worden en tegen welk tarief dat gebeurt. Net zoals bij de tarieven van andere heffingen van de gemeente Halderberge is aan de legestarieven overhead toegerekend. Dat is gebeurt op basis van de methode die in de financiële verordening is vastgesteld. De uitkomst is een kostprijs per dienst. Op basis van deze kostprijs is vervolgens het tarief bepaald. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten aangehouden: 1. de tarieven zijn zo veel mogelijk kostendekkendheid met een maximum van 100%, zowel op niveau van de verordening (wettelijk bepaald) als op hoofdstukniveau (deels wettelijk verplicht en deels de keuze van de gemeente). 2. binnen een hoofdstuk kan kruissubsidiëring voorkomen. Van kruissubsidiëring is sprake als het tarief voor de ene dienst wordt gecompenseerd door het tarief van een andere dienst. Dit impliceert dat sommige tarieven hoger kunnen zijn dan nodig is om de geraamde kosten te dekken en dat andere tarieven juist lager kunnen zijn. Kruissubsidiëring komt in de tarieventabel van de gemeente Halderberge alleen binnen een hoofdstuk voor; 3. kruissubsidiëring is niet toegestaan bij de leges voor de dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn. Hieronder valt onder meer de vergunningverlening op het gebied van horeca en evenementen.
Voor deze diensten is wettelijk bepaald dat de leges per paragraaf niet meer dan kostendekkend mogen zijn; 4. indien tarieven deels of geheel van Rijkswege worden bepaald, wordt het maximale tarief aangehouden; 5. indien het (nog) niet mogelijk is om de kostprijs van een product te berekenen, wordt het tarief uit 2025 geïndexeerd met een inflatiepercentage van 3%; 6. uit praktische overwegingen kunnen tarieven worden afgerond. Voor de dienstverlening in het kader van de Omgevingswet zijn aparte uitgangspunten benoemd: 1. in het verleden gemaakte keuzes om voor bepaalde activiteiten geen leges te heffen, zijn zoveel mogelijk in stand gehouden; 2. het indienen van aanvragen voor ruimtelijke en maatschappelijke initiatieven (R&MI) wordt gestimuleerd door de hoogte van de daarvoor verschuldigde leges beperkt te houden; 3. in afwijking van de bestaande legesverordening zijn voor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor veel voorkomende bouwwerken (woningen, dakkapellen en erfafscheidingen) standaard legesbedragen in de verordening opgenomen; 4. voor het vaststellen van de bouwkosten van de overige bouwwerken is de ROEB-bijlage leidend. Als een bouwwerk daar niet in is vermeld, geldt de definitie van de bouwkosten zoals die in de tarieventabel is opgenomen; 5. voor milieubelastende activiteiten worden leges in rekening gebracht, deze zijn afkomstig van de OMWB; 6.
indien een aanvraag wordt ingetrokken of wordt geweigerd bestaat recht op teruggaaf van een deel van de leges. Hiervoor is zoveel mogelijk aangesloten op de percentages van de bestaande legesverordening; 7. activiteiten waarvoor geen leges worden geheven, maar die wel in de modelverordening staan, zijn niet opgenomen in de tarieventabel. De betreffende artikelen hebben de standaard tekst ‘gereserveerd’ gekregen, zodat de nummering gelijk blijft aan de modelverordening. Dit zorgt ervoor dat wijzigingen eenvoudig verwerkt kunnen worden en er geen lange, overbodige bepalingen staan die de leesbaarheid nadelig beïnvloeden (deze methode wordt door een groot deel van de gemeenten in Nederland gevolgd).
58
3.2.7 Lijkbezorgingsrechten Voor de lijkbezorgingsrechten gelden de volgende uitgangspunten: • ieder tarief dekt in principe voor 100% de kosten die verbonden zijn aan de verleende dienst; • uitzondering hierop zijn de tarieven voor de rechten voor een graf of urnennis voor kinderen onder 12 jaar; • bij het verlenen van rechten wordt een logische opbouw gehanteerd, waarbij het tarief voor 20 jaar tweemaal zo hoog is als het tarief voor 10 jaar (en naar rato ook voor andere looptijden); • de tarieven voor het verlengen van rechten zijn even hoog als de tarieven voor het verlenen van rechten; • het jaartarief voor het reserveren van een bijzonder graf bestaat naast een dekking voor de administratieve kosten uit een aandeel voor de dekking van het onderhoud (1/10 deel van het 10-jaarstarief voor het verlenen van een recht); • de geraamde structurele kosten voor het onderhoud van de begraafplaats worden verdeeld over de maximale capaciteit van de begraafplaats; • uit praktische overwegingen kunnen tarieven worden afgerond. 3.2.8 Marktgelden Het tarief voor het innemen van een standplaats op de markt bedraagt in 2025 € 2,60 per m¹. Voorgesteld wordt om voor het tarief voor 2026 een indexering toe te passen van 3% ten opzichte van het tarief van 2025 en de uitkomst hiervan naar boven af te ronden op een veelvoud van € 0,05. Het nieuwe tarief voor 2026 wordt dan € 2,70 per m¹.
De bijdrage in de promotiekosten bedraagt in 2025 per marktdag of gedeelte daarvan € 0,10 per m¹. Dit tarief wordt niet geïndexeerd en blijft daarmee ook in 2026 € 0,10 per m¹. Bij het innemen van een standplaats op een straatmarkt wordt meestal ook elektriciteit verbruikt. Die verbruikte elektriciteit belast de gemeente door aan de verbruiker op basis van het werkelijke verbruik en de werkelijke kosten. 3.2.9 Kwijtscheldingsbeleid Indien een belastingplichtige niet of over te weinig financiële middelen beschikt om de belastingaanslag te voldoen en niet beschikt over vermogen, kan de belastingplichtige onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen voor kwijtschelding. Voorgesteld wordt om voor de Begroting 2026 een kwijtscheldingspercentage te hanteren van 100%. Concreet betekent dit dat belastingplichtigen die een vermogen hebben onder de norm en een inkomen hebben van 100% van het minimuminkomen (volgens bijstandsnorm) of lager in aanmerking komen voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. Belastingplichtigen kunnen alleen kwijtschelding aanvragen voor de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de onroerendezaakbelasting. Omdat het gebruikersdeel van de onroerendezaakbelasting al een aantal jaren geleden is afgeschaft, komt echter bijna niemand in aanmerking voor kwijtschelding van de onroerendezaakbelasting.
Voor de overige heffingen kunnen belastingplichtigen geen verzoek doen tot kwijtschelding.
59
3.2.10 Lastendruk De ontwikkeling van de woonlasten voor huishoudens in de gemeente Halderberge kan in beeld worden gebracht door middel van de lastendruk. Dit is een vergelijking ten opzichte van 2025 van van de som van de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en, bij koopwoningen, de onroerendezaakbelasting. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen eenpersoonsen meerpersoonshuishoudens. Overzicht ontwikkeling woonlasten meerpersoonshuishouden Afvalstoffenheffing meerpersoonshuishouden