Zomernota 2025 Definitief.pdf
Tekst van het document
Verschil
€ 387,24
€ 396,36
2,4%
Rioolheffing meerpersoonshuishouden
€ 255,72
€ 256,56
0,3%
OZB eigenaar
€ 308,65
€ 327,17
6,0%
Totaal lastendruk meerpersoonshuishouden met huurwoning
€ 642,96
€ 652,92
1,5%
Totaal lastendruk meerpersoonshuishouden met eigen woning
€ 951,61
€ 980,09
3,0%
Lastendruk Lastendruk2026 2025
Verschil
Overzicht ontwikkeling woonlasten eenpersoonshuishouden
60
Lastendruk Lastendruk2026 2025
Afvalstoffenheffing eenpersoonshuishouden
€ 299,78
€ 306,94
2,4%
Rioolheffing eenpersoonshuishouden
€ 191,76
€ 192,36
0,3%
OZB eigenaar
€ 308,65
€ 327,17
6,0%
Totaal lastendruk eenpersoonshuishouden met huurwoning
€ 491,54
€ 499,30
1,6%
Totaal lastendruk eenpersoonshuishouden met eigen woning
€ 800,19
€ 826,47
3,3%
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
3.3.1 Inleiding Naast een sluitende meerjarenraming is ook het weerstandsvermogen een indicator voor de financiële positie van een gemeente. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een indicator van de weerstandscapaciteit ten opzichte van de risico’s. Gehanteerde uitgangspunten berekening benodigde weerstandscapaciteit In de voorbereiding op de Zomernota 2025 heeft er naast een inventarisatie van nieuwe risico’s ook een herijking van de bestaande risico’s plaats gevonden. De geïnventariseerde risico’s zijn vervolgens opgenomen in NARIS en opnieuw berekend. Daarbij is een onderscheid gemaakt in structurele risico’s en incidentele risico’s. Bij de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit zijn de volgende uitgangpunten gehanteerd. 1. Opgenomen zijn risico’s die, op relatief eenvoudige wijze, financieel zijn te vertalen. 2. Elke risico wordt berekend aan de hand van de volgende parameters: - kans van optreden (bandbreedte 10% - 90%). - minimaal financieel gevolg, verwacht financieel gevolg en maximaal financieel gevolg als het risico zich voordoet. 3. Bij de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit is er rekening mee gehouden dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen: de benodigde weerstandscapaciteit bedraagt 95% van het totaal aan berekende risicobedragen. 4.
De gemeente krijgt voor structurele risico’s vier jaar de tijd om de financiële gevolgen van deze risico’s, fasegewijs, in de begroting/meerjarenraming op te nemen. Dit uitgangpunt vertaalt zich in een vermenigvuldigingsfactor van 2,5 voor structurele risico’s (jaar 1: 100%, jaar 2: 75%, jaar 3: 50%, jaar 4: 25%; totaal 250%).
61
3.3.2 Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en de mogelijkheden die de gemeente heeft om onverwachte kosten (risico’s) op te kunnen vangen. De weerstandscapaciteit op begrotingsbasis bestaat uit de volgende onderdelen. • De algemene reserves (inclusief algemene reserve grondexploitaties) • De vrije begrotingsruimte (post onvoorziene uitgaven en het begrotingssaldo) • Vrij besteedbare bestemmingsreserves • De onbenutte belastingcapaciteit • Eventuele stille reserves In de onderstaande tabel is de verwachte weerstandscapaciteit voor 2025 weergegeven (x € 1.000). Weerstandscapaciteit
Zomernota 2025
Algemene reserve
16.212
Algemene reserve grondexploitaties
4.882
Egalisatiereserve rente
1.000
Post onvoorziene uitgaven Begrotingsruimte
200 9
Onbenutte belastingcapaciteit
2.155
Totaal weerstandscapaciteit
24.458
3.3.3 Risico's In onderstaande tabel is het totale risicobedrag weergegeven (x € 1.000).
Risico's
62
Risicobedrag
Incidentele risico's
763
Structurele risico's
4.256
Totaal risicobedrag
5.019
Waarvan risico's sociaal domein
2.335
De 10 grootste risico's worden hierna toegelicht.
Risico Tekort jeugdzorg
Risicobedrag 1.263
CAO en andere loonontwikkelingen
469
Tekort Wmo huishoudelijke ondersteuning
379
Lagere algemene uitkering (verallen behoedzaamheidsreserve)
305
Tekort Wmo begeleiding
290
Tekort BUIG
247
Wateroverlast
237
Grondexploitaties, stijging inflatie
205
Stijging van energiekosten
165
Tekort Wmo voorzieningen
157
Tekort jeugdzorg Omdat de uitvoering van de Jeugdwet een open-einde regeling betreft, bestaat het risico dat het beschikbare budget wordt overschreden. Dit risico is ingeschat op maximaal 10% van het budget voor jeugdzorg. CAO en andere loonontwikkelingen Voor de ontwikkeling van de salarissen wordt, naast de periodieke verhogingen, rekening gehouden met de loonstijgingen als gevolg van de cao. De huidge cao voor gemeenteambtenaren loopt tot en met 31 maart 2027. In de huidige meerjarenraming is vanaf 2025 een loonsverhoging opgenomen van 3,0% per jaar. De loonstijging wordt door het CPB geraamd op 4,8% voor 2025 en 4,2% voor 2026 (CPB, Centraal Economisch Plan 2025, cao-loon bedrijven). Dit betreft een gemiddelde voor alle lonen in Nederland. Op basis van de cao gemeenten 2025 bedraagt de loonstijging voor gemeenten 3,85% in 2025 en 1,25% + € 35 nominaal in 2026. Voorgesteld wordt bij de opstelling van de meerjarenbegroting 2026 – 2029 de geraamde loonstijging voor 2027 en volgende jaren te handhaven op 3% per jaar, gelijk aan het inflatiepercentage. Een extra loonstijging van 1% betekent voor Halderberge een structurele stijging van de loonkosten met ca. € 214.000 per jaar. Tekort Wmo huishoudelijke ondersteuning Omdat de uitvoering van de Wmo-voorziening hulp bij het huishouden een open-einde regeling betreft, bestaat het risico dat het beschikbare budget wordt overschreden.
Dit risico is ingeschat op maximaal 10% van het budget voor hulp bij het huishouden. Lagere algemene uitkering (vervallen behoedzaamheidsreserve) In de Programmabegroting 2025 is opgenomen dat in de raming van de uitkeringen uit het gemeentefonds geen rekening meer wordt gehouden met een behoedzaamheidsreserve. Dit betekent dat wanneer de raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds gedurende een begrotingsjaar naar beneden wordt bijgesteld, dit voortaan direct een negatief budgettair effect heeft. Tekort Wmo begeleiding Omdat de uitvoering van de Wmo-voorziening begeleiding een open-einde regeling betreft, bestaat het risico dat het beschikbare budget wordt overschreden. Dit risico is ingeschat op maximaal 10% van het budget voor begeleiding. Tekort BUIG Van het rijk wordt een gebundelde uitkering (BUIG) ontvangen voor de uitvoering van de Particiaptiewet, IOAW, IOAZ en BBZ. Omdat de uitvoering hiervan een open-einde regeling betreft, bestaat het risico dat het beschikbare budget wordt overschreden. Dit risico is ingeschat op maximaal 7,5% van de rijksbijdrage. Bij een (stuctureel) tekort van meer dan 7,5% kan een beroep worden gedaan op de vangnetregeling.
63
Wateroverlast Het klimaat is aan het veranderen. We krijgen meer en meer te maken met buien waarin binnen een korte tijd veel water valt. Het afwateringssysteem kan dergelijke intensieve regenbuien niet aan. De kans op wateroverlast in zowel stedelijk als landelijk gebied neemt daarom toe. De laatste jaren is daarom enorm veel geïnvesteerd in het treffen van maatregelen om wateroverlast tegen te gaan. De gevolgen van waterlast kunnen zijn: • Verzakkingen van wegen als gevolg van uitspoeling. • Herstellen verzakkingen en breuken in het riool. • Schoonmaken van ondergelopen gebieden. • Inzet van pompen voor het wegpompen van water in de ondergelopen gebieden. • In ernstige gevallen evacueren en opvangen bewoners. In de begroting is geen rekening gehouden met deze gebeurtenissen. Wel zijn er middelen voor het onderhoud aan wegen en riolering ter voorkoming van mogelijke overlast. Weersomstandigheden blijven echter een risico. Grondexploitatie, stijging inflatie Binnen de grondexploitaties is er een (samengesteld) risico dat verband houdt met de inschatting van de parameters die gebruikt zijn bij de grondexploitatieberekeningen. Op basis van een aantal risico-scenarioberekeningen is bepaald welke impact de gebruikte parameters tot gevolg kunnen hebben.
In deze scenarioberekeningen is voor alle projecten per parameter het totale impactbedrag berekend en teruggerekend naar een risico tegen een contante waarde. Eén van de risico's die hierin is meegenomen in een extra stijging van het inflatiepercentage met 2%. Stijging van energiekosten In de begroting worden energiekosten opgenomen. Het kan voorkomen dat door externe factoren de energiekosten substantieel stijgen. Gezien de omvang van de totale energiekosten wordt dit als risico opgenomen. Tekort Wmo voorzieningen Omdat de uitvoering van de Wmo-voorzieningen (woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen, rolstoelen) een openeinde regeling betreft, bestaat het risico dat het beschikbare budget wordt overschreden. Dit risico is ingeschat op maximaal 10% van het budget voor Wmo-voorzieningen. Overige risico's Deze risico's zijn ter informatie opgenomen. Ze zijn nog niet te kwantificeren en dus ook niet in het totale risicobedrag meegenomen. Sporthallen De Beuk en De Parrestee Op basis van de motie van de gemeenteraad van 14 december 2023 met het verzoek aan het college om een onderzoek te doen naar een eventuele aankoop van de sporthallen De Beuk en De Parrestee zijn deze sporthallen getaxeerd. Het is vooralsnog niet zeker dat de sporthallen door de gemeente aangekocht zullen worden. Binnen de begroting is nog geen rekening gehouden met de aankoop, onderhoud en beheer van deze sporthallen.
64
3.3.4 Weerstandsvermogen Op basis van de weerstandscapaciteit en de verwachte risico’s kan een uitspraak worden gedaan over het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat de normale bedrijfsvoering wordt aangetast. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (de middelen waarover de gemeente kan beschikken om niet begrote kosten die onverwachts en substantieel zijn te dekken) en de benodigde weerstandscapaciteit (de risico’s waarvoor geen voorzieningen of verzekeringen zijn afgesloten). Deze relatie kan op een eenvoudige wijze in de volgende vergelijking worden weergegeven: Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit (risico's). De ratio weerstandsvermogen is berekend op € 24.458.000 / € 5.019.000 = 4,87. De ratio voor het weerstandsvermogen is als volgt gecategoriseerd. Situatie
Ratio weerstandsvermogen
Betekenis weerstandsvermogen
A
X > 2,0
Hoog
B
1,5 < X < 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 < X < 1,5
Voldoende
D
0,5 < X < 1,0
Onvoldoende
E
X < 0,5
Ruim onvoldoende
De ratio van het weerstandsvermogen is berekend op 4,87. Dit is te categoriseren als hoog. Zoals ook bij de eerder genoemde uitgangspunten is aangegeven, is bij de berekening van benodigde weerstandscapaciteit rekening gehouden met zowel incidentele als structurele risico’s. Hierdoor heeft het benodigde weerstandsvermogen ook een meerjarig karakter voor de komende 4 jaar. Dit zal vervolgens jaarlijks bij de Zomernota en Begroting worden bijgesteld met de inzichten op dat moment. De lichte stijging ten opzichte van de ratio, zoals die voor het jaar 2025 was berekend in de Programmabegroting 2025 (4,46), is het gevolg van een stijging van de weerstandscapaciteit met € 1.350.000 (7,3%) en een daling van de risico's met € 161.000 (4,0%). De stijging van de weerstandscapaciteit is met name het gevolg van: 1. Het toevoegen van het positieve saldo van € 1.792.000 van de Slotwijziging 2024 aan de algemene reserve. 2. Het toevoegen van het positieve saldo van € 900.000 van de Jaarrekening 2024 aan de algemene reserve. 3. Het toevoegen van € 128.000 aan de algemene reserve vanwege vrijval van bestemmingsreserves in 2024. 4. Het onttrekken van € 625.000 aan de algemene reserve voor baggeren haven Oudenbosch 5. Het onttrekken van € 734.000 aan de algemene reserve voor dorpshuis Oud Gastel. 6.
Het toevoegen van € 1.168.000 aan de algemene reserve grondexploitaties vanwege het hogere resultaat op de grondexploitaties in 2024. 7. Het toevoegen van € 392.000 aan de algemene reserve grondexploitaties vanwege de hogere vrijval van de reserve bovenwijkse voorzieningen in 2024. 8. Een daling van de begrotingsruimte met € 1.728.000. 9. Een hogere onbenutte belastingcapaciteit van € 122.000 als gevolg van een hoger tarief ‘redelijk peil OZB’ in de meicirculaire 2025. De daling van de risico's is met name het gevolg van: 1. Een daling van het totale risicobedrag voor het sociaal domein met € 799.000, met name door afname van het risico op BUIG. 2. Een stijging van het totale risicobedrag voor de grondexploitaties met € 231.000, met name door toename van het risico’s op verhoging van de inflatie en verhoging van de rente op het geïnvesteerde vermogen. 3. Een stijging van het risicobedrag voor wachtgeld wethouders in het verkiezingsjaar met € 122.000. 4. De toevoeging van het risico op stijgende energiekosten van € 165.000. 5. De toevoeging van het risico op calamiteiten riolering van € 61.000.
65
66
Meerjaren Perspectief Grondexploitaties
3.4.1 Inleiding De werkwijze van de gemeente om de ruimtelijke doelstellingen binnen de gemeente te realiseren en op welke wijze de daartoe beschikbare grondbeleid instrumenten (kunnen) worden ingezet is vastgelegd in de Nota grondbeleid 2020 gemeente Halderberge. De actuele financiële vertaling hiervan met betrekking tot alle binnen het onderdeel grondexploitaties opgenomen projecten blijkt uit het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG) 2025-2034 (het totale MPG is als bijlage bij deze Zomernota gevoegd). Op basis van alle lopende projecten, de gecalculeerde risico’s, de inschatting van de baten en de lasten van de projecten en de prognoses over de vastgoedmarkt, geeft dit MPG een doorkijk vanuit het verleden naar de toekomst van de in beheer en ontwikkeling zijnde complexen, vallend onder het taakveld grondbedrijf. Een dergelijke berekening vormt altijd een momentopname. Tal van gebeurtenissen hebben invloed op het exploitatieresultaat. Het is dan ook van groot belang om de berekening regelmatig te actualiseren. In dit MPG zijn op basis van de genoemde geactualiseerde exploitatieberekeningen, de financiële consequenties van alle grondbedrijf-activiteiten vertaalt in een meerjarige staat van reserves en voorzieningen grondexploitaties. De beginstand van deze staat is altijd 1 januari van het redactiejaar, in dit geval 2025.
Bovendien is er aansluiting tussen de exploitatieberekeningen en de zogeheten staten P die in de Jaarrekening worden vermeld. Een exploitatieberekening geeft meerjarig inzicht in de verwachte kosten en opbrengsten van een activiteit. Optelling van alle activiteiten binnen het taakveld grondbedrijf per jaarschijf zijn de basis voor de begroting voor het taakveld grondbedrijf. Het MPG en alle onderliggende berekeningen bieden hiervoor het meest actuele kader. 3.4.2 Toerekening personele lasten Op basis van hetgeen toegestaan is volgens de notitie Grondbeleid van de commissie BBV is bepaald welke bedragen reëel zijn om toe te rekenen aan de verschillende projecten binnen de grondexploitaties. Deze toerekening is limitatief. Het gaat hierbij alleen om vervaardigingskosten in relatie tot het transformeren van ruwe grond naar bouwrijpe grond van projecten welke gecategoriseerd mogen worden als Bouwgronden in Exploitatie (BIE). Alle andere werkzaamheden die nodig zijn om bouwgronden in exploitatie te brengen (zoals een totale visie voor een gebied of voorbereidende werkzaamheden hiervoor) mogen niet meer worden toegerekend aan projecten binnen de grondexploitatie. Op basis van de bijgestelde grondexploitaties is in onderstaand staatje aangegeven welke personele lasten in de komende jaren aan de grondexploitatie-projecten worden toegerekend (x € 1.000).
Totaal toe te rekenen personele lasten
2025
2026
2027
2028
207
207
200
120
Bij de uitgangspunten voor de Programmabegroting 2026 is aangegeven hoe de toe te rekenen personele lasten in de Begroting worden verwerkt.
67
3.4.3 Financiële positie grondexploitaties Voor de beoordeling van de financiële situatie van de grondexploitaties zijn een aantal gegevens een belangrijke graadmeter. Het betreft hier o.a. de volgende onderdelen: • De ontwikkeling van de reservepositie van de grondexploitaties; • Het verloop van de totale boekwaarde van de complexen binnen de grondexploitaties; • De ontwikkeling van de reserve bovenwijkse voorzieningen; • Geraamd saldo complexen op contante waarde. Onderstaand worden deze onderdelen toegelicht. De ontwikkeling van de reservepositie van de grondexploitaties De uitgangspunten van het actuele woningbouwprogramma zijn verwerkt in de geactualiseerde grondexploitatieberekeningen. Indien de projecten conform deze uitgangspunten worden uitgevoerd zal de algemene reserve grondexploitaties groeien van € 5,1 miljoen per 1-1-2025 naar ca. € 10,2 miljoen op 31-12-2031. In onderstaand schema is het verloop van de algemene reserve grondexploitaties weergegeven (x € 1.000)
Algemene reserve grondexploitaties
1-1-2025
1-1-2026
1-1-2027
1-1-2028
5.138
5.146
5.211
8.140
Het verloop van de totale boekwaarde van de complexen binnen de grondexploitaties De boekwaarde van de complexen welke binnen de grondexploitaties worden geadministreerd, wordt enerzijds beïnvloed door de vervaardigingskosten die gemaakt moeten worden om ruwe gronden naar woonrijpe gronden te transformeren en anderzijds door de opbrengsten die deze woonrijpe gronden kunnen genereren. Op basis van het vastgestelde woningbouwprogramma zal de totale boekwaarde van de complexen in de periode 2025 - 2033 afnemen van ca. € 3,8 miljoen naar € 0. De ontwikkeling van de reserve financiële bijdrage Voor wat betreft de onttrekkingen aan de reserve bovenwijkse voorzieningen is gerekend met een uitname zoals die is opgenomen in het Programma kostenverhaal en financiële bijdrage. De voeding van deze reserve is gebaseerd op de aantallen woningen zoals deze zijn geprognosticeerd in het acutele woningbouwprogramma. Op basis van bovenstaande gegevens wordt in de periode 2025-2034 nog een toevoeging aan de reserve verwacht van ca. € 2,0 miljoen. De geplande onttrekkingen in deze periode zijn begroot op ca. € 1,0 miljoen. In onderstaand schema is het verloop van de reserve financiële bijdrage weergegeven (x € 1.000). Verloop reserve financiële bijdrage
2025
2026
2027
2028
0
304
1.053
1.074
Toevoegingen
404
849
121
122
Onttrekkingen
100
100
100
100
Saldo 31-12
304
1.053
1.074
1.096
Saldo 1-1
68
Geraamd saldo complexen op contante waarde Naast de boekwaarden zijn ook de nog te verwachten kosten en opbrengsten in beeld gebracht voor de projecten die in exploitatie zijn. Op basis hiervan zijn onderstaand de projecten weergegeven met een verwacht financieel resultaat (winstgevend of verliesgevend) op basis van de nominale waarde en de contante waarde per 1-1-2025 (x € 1.000). Project
Resultaat nominale waarde
Resultaat contante waarde
2.493
2.349
8
8
144 Havendijk
435
410
217 Linde / Joannes
478
442
315 Hoeven Oost-cluster Lindelommer
-530
-510
316 Uitbr. Hoeven Bovendonksestraat
66
65
317 Bosvenne
1.565
1.390
Totaal
4.516
4.154
106 Sportpark Pagnevaart 143 Bornhemweg
Op basis van de contante waarde geven de projecten die positief sluiten nog een resultaat van in totaal ca. € 4,7 miljoen. De projecten die negatief sluiten hebben een verwacht resultaat van in totaal ca. € 0,5 miljoen. Voor de projecten met een verwacht verlies is reeds een voorziening gevormd op basis van deze contante waarde. 3.4.4 Risico's Doordat in de Jaarrekening 2024 de voorzieningen voor de verliesgevende projecten wederom zijn geactualiseerd, is het grootste deel van het risico binnen de grondexploitaties ondervangen. Echter aanvullende verliesvoorzieningen en afwaarderingen kunnen nog nodig zijn op basis van onderstaande risico’s. • De verkoopprijs binnen de diverse projecten is vastgesteld op een bedrag van € 350 per m2. Doordat de werkelijke uitgifteprijs anders kan worden, kan dit leiden tot andere opbrengsten dan waar nu in de exploitatieberekeningen van is uitgegaan. Ook de ontwikkelingen in de markt, zoals fluctuatie van de huizenprijzen, kunnen van invloed zijn op de grondprijs. • Er is gekozen voor een gespreide fasering op basis van het vastgestelde reële woningbouwprogramma. Door een verslechtering van de woningmarkt zou deze fasering nog meer uitgespreid kunnen worden. Hierdoor zullen de rentelasten verder stijgen. • Het algemene rentepercentage dat gebruikt wordt binnen de grondexploitaties is 1,5%.
Door (voornamelijk) externe factoren kan dit percentage hoger of lager uitvallen waardoor de resultaten van de berekeningen af gaan wijken. • Indien projecten door wet- en regelgeving niet langer uitgevoerd kunnen worden op de manier zoals die gepland waren kunnen hierdoor financiële verliezen ontstaan. Hierdoor kunnen naast de financiële verliezen ook wijzigingen optreden in het aantal te realiseren woningen, wat weer gevolgen heeft voor het saldo van de reserve financiële bijdrage. Op basis van de bovenstaande risico’s is het totale risicobedrag voor de grondexploitaties bepaald op € 3,7 miljoen. Dit bedrag is opgenomen in de berekening van het totale weerstandsvermogen van de gemeente Halderberge.
69
70