CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Zomernota 2024 Definitief.pdf

Gemeenteraad 4 juli 2024, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 5: Voorstel vaststellen Zomernota 202421.187 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Inkoop Als gevolg van stijging van de tarieven voor de inzet van het Inkoopbureau West-Brabant stijgen de kosten met ca. € 7.500 per jaar, op basis van het vaste aantal van 10 dagdelen per week. Digitalisering milieudossiers Er is een aanbesteding geweest voor het laten opschonen en digitaliseren van de milieudossiers. De inschrijving is fors hoger dan verwacht. De kosten zijn de laatste jaren flink hoger geworden in vergelijking met het digitaliseren van bouwdossiers een aantal jaren terug. Hierdoor is het beschikbare budget wat hiervoor in de begroting was geraamd (€ 10.000) niet toereikend en dient het budget te worden bijgesteld. Bijdrage West-Brabants Archief Op basis van de eerste begrotingswijziging 2024 en de conceptbegroting 2025 van het WBA, behandeld in de raadsvergadering van 19 juni 2024, wordt de bijdrage voor 2024 en meerjarig bijgesteld. Facilitaire voorzieningen De budgetten voor facilitaire voorzienigen zoals schoonmaak, beveiliging en catering, e.d. zijn als gevolg van de gestegen prijzen (inflatie, loonkostenstijging) niet meer toereikend en worden daarom nu structureel bijgesteld. Energiekosten Met ingang van 1 januari 2024 maakt de gemeente gebruik van een nieuwe energieleverancier. De energielasten (electra en gas) zijn op basis van de tarieven van de nieuwe leverancier en het verbruik over 2023 opnieuw berekend.

Voor 2024 zijn daarbij ook de afrekeningen van de oude leverancier voor de jaren 2022 en 2023 als incidentele kosten meegenomen. In de Begroting 2024 was een structruele stelpost energielasten opgenomen. Deze stelpost wordt nu volledig afgeraamd. Na verrekening van de stelpost energielasten betekent dit ca. € 45.000 aan extra structurele lasten voor energie.

34

Automatisering, informatiebeleidsplan en Saas transitie Vanwege de diverse ontwikkelingen op het gebied van automatisering is het totale budget geanalyseerd en herveeld zodat dit aansluit bij de verschillende kostenposten. Als gevolg van de diverse ontwkkelingen en herverdeling van budgetten is er structureel ruimte gevonden binnen het totale automatiseringsbudget. Deze ruimte zal de komende 4 jaar worden ingezet voor de ontwikkeling van de thema’s die in het informatiebeleidsplan 2024 - 2027 zijn genoemd. Deze thema’s ondersteunen gewenste eigen ontwikkelingen zoals verdere digitalisering en optimalisatie van processen, het verminderen van administratieve lasten en de realisatie van het manifest dienstverlening. Daarnaast ondersteunen ze wettelijke ontwikkelingen, landelijk en Europees, die veel vragen van onze informatiehuishouding. Uit eerdere ervaringen weten we dat ontwikkelingen die de hele organisatie raken niet in één jaar geïmplementeerd moeten worden omdat dan de impact op de organisatie te groot is. We zorgen daarom voor een goede balans tussen de gewenste ontwikkelingen en de levercapaciteit en verandercapaciteit van onze organisatie. De hiervoor benodigde middelen zijn opgenomen in de voorgestelde meerjarenbegroting. De ontwikkelingen hebben ook gevolgen voor de structurele lasten van Automatisering. Dit betreft o.a.

licentiekosten die toenemen voor Microsoft365, beheerkosten van het data platform en Saas kosten van nieuwe aan te schaffen software zoals een Woo portaal. De dekking hiervoor zoeken we binnen het bestaande budget. De komende periode staat ook in het teken van het uitbesteden van onze ICT-infrastructuur en het bijbehorende beheer en het, vanuit de software leveranciers gestuurde, omzetten van onze applicaties naar de door hen geleverde SaaS (Software as a Service) variant. Voor deze ontwikkelingen zijn afzonderlijke middelen opgenomen in de meerjarenbegroting. Transitie cloud/SaaS Halderberge heeft als doel uitgesproken om per 1 april 2025 geen uitgebreid eigen datacenter meer te hebben en te beheren en het te hebben teruggebracht tot een minimale variant voor het ontsluiten van internet, security en een eerstelijns servicebalie. In de programmabegroting 2024 is voorzien in de kosten voor de komende transitiefase I&A. Hiervoor is € 200.000 opgenomen dat onder andere wordt benut voor contractmanagement (omzetten van lopende contracten met leveranciers applicaties en software), kosten voor de projectleider en kosten voor de transitie. Deze werkzaamheden zullen in 2024 en 2025 worden uitgevoerd. Daarom wordt voorgesteld het beschikbare budget van € 200.000 bij de zomernota 2024 te herverdelen over 2024 en 2025.

In 2024 is een bedrag van € 69.000 nodig voor contractmanagement en de projectleider. Het resterende deel van € 131.000 zal worden overgeheveld naar 2025 voor de inzet van de projectleider en de feitelijke transitie. Vanaf 2026 wordt op basis van de kennis van nu uitgegaan dat jaarlijks een bedrag van € 200.000 nodig is voor de operationele kosten. Op basis van het onderzoek dat in 2024 en 2025 wordt uitgevoerd, zal in beeld worden gebracht wat de daadwerkelijk kosten zullen zijn en waar mogelijk besparingen gerealiseerd kunnen worden. Op basis van deze uitkomsten zal indien nodig het budget worden bijgesteld. Overige mutaties (< € 5.000) Binnen de verschillende programma's zijn diverse kleine financiële mutaties (< € 5.000). Voor het overzicht en de leesbaarheid van deze Zomernota zijn deze posten niet afzonderlijk opgenomen en toegelicht.

35

36

Investeringen

2.9.1 Financiële mutaties In onderstaande tabel zijn de financiële mutaties in de investeringen opgenomen (x € 1.000). Mutaties Investeringen

2024

2025

2026

2027

2028

V/N

Rente en afschrijving 2024

210

0

0

0

0

V

Bijstelling planning investeringsprogramma

0

527

51

-6

-6

V/N

Bijstelling raming investeringsprogramma

0

-18

-117

-116

-115

N

Inzet stelpost prijsstijging investeringen

104

42

22

22

22

V

Totaal Mutaties Investeringen

315

551

-44

-100

-99

2.9.2 Toelichting Rente en afschrijving 2024 Op basis van de boekwaarden van alle activa op 1 januari 2024 zijn de afschrijvings- en rentelasten voor 2024 berekend. Deze zijn ca. € 210.000 lager dan in de Begroting 2024 was geraamd. Dit is met name het gevolg van latere uitvoering van diverse investeringen. Als een investering in 2024 wordt afgerond in plaats van in 2023, start de afschrijving ook een jaar later. Dit geeft voor 2024 een incidenteel voordeel. Bijstelling investeringsprogramma en inzet stelpost prijsstijging investeringen Bij het opstellen van de Zomernota zijn alle lopende investeringskredieten en het Investeringsprogramma 2024-2027 geactualiseerd waarbij gekeken is naar de verwachte kosten en de haalbare planning. Doordat in de planning de afronding van een aantal investeringen (met name wegreconstructies en basisscholen) een jaar wordt doorgeschoven, krijgen we ook pas een jaar later de afschrijvingslasten. Dit geeft met name voor 2025 een fors incidenteel voordeel. De hogere kapitaallasten als gevolg van het bijstellen van de investeringsbedragen kunnen deels worden gedekt uit de stelpost die hiervoor nog in de begroting is opgenomen. De resterende stelpost van ca. € 104.000 in 2024, ca. € 42.000 in 2025 en ca. € 22.000 structureel vanaf 2026 wordt hiermee volledig ingezet.

Bij het opstellen van de Programmabegroting 2025 zal opnieuw worden gekeken of bijstelling van het investeringsprogramma noodzakelijk is. In onderstaande tabel zijn alle bijstellingen van de investeringskredieten opgenomen. De investeringen die worden bijgesteld, worden hieronder afzonderlijk toegelicht. De investeringen waarvoor extra middelen gevraagd worden, zijn ook als afzonderlijk beslispunt opgenomen in het raadsvoorstel bij deze Zomernota.

37

38

1.030

105

Herinrichting winkelstraat Oudenbosch

Herinrichting weg begraafplaats Stampersgat

1.968

1.797

Wegreconstructies 2024

OR deelgebied St AnnaBasiliek

402

1.593

258

50

Kruislandseweg buiten bebouwde kom

Reconstructie Kruislandseweg

Reconstructie Oudendijk

Wegreconstructies

Openbare ruimte

Vervanging auto BOA's

Handhaving

Veiligheid

Investering

Oude raming krediet

-

5

-

42

-

-

-

988

Bijstelling krediet

258

55

1.968

147

1.030

1.797

402

2.581

Nieuwe raming krediet

2025

2024

2024

2024

2024

2024

2024

2025

Oude planning gereed

2026

2024

2025

2025

2025

2025

2025

2024

Nieuwe planning gereed

0

-2

40

51

15

57

10

-6

Kapitaallasten 2025

57

-2

-0

-1

-0

-44

-0

-0

Kapitaallasten 2026

-1

-2

-0

-1

-0

-44

-0

-0

Kapitaallasten 2027

-1

-2

-0

-1

-0

-43

-0

-0

Kapitaallasten 2028

39

214

Vervangen lichtmasten OV 2022

22

112

224

Infrastructurele maatregelen verkeer en parkeren

Uniek uitbreiding parkeerplaatsen

Verbeteren Pastoor van Breugelstraat

37

22

Aanleg passeerstroken

Verkeersveiligh maatregelen Industrieweg

30

Veilig inrichten schoolzones 2024

Verkeer en parkeren

500

Vervangen armaturen OV 2022

Openbare verlichting

913

1.511

Steigers en over vooz haven ODB

Bijdrage Lamgatse brug Hoeven

3.299

Vervanging damwand haven Oudenbosch

Civieltechnische kunstwerken

Investering

Oude raming krediet

-

644

-

-

-

-

15

2

87

-

-918

Bijstelling krediet

37

868

112

22

22

30

229

502

1.000

1.511

2.381

Nieuwe raming krediet

2024

2024

2024

2024

2024

2024

2024

2024

2024

2024

2024

Oude planning gereed

2025

2024

2025

2025

2025

2025

2024

2024

2024

2025

2024

Nieuwe planning gereed

2

-35

6

1

1

1

-1

-0

-3

49

37

Kapitaallasten 2025

-0

-35

-0

-0

-0

-0

-1

-0

-3

-1

36

Kapitaallasten 2026

-0

-35

-0

-0

-0

-0

-1

-0

-3

-1

36

Kapitaallasten 2027

-0

-34

-0

-0

-0

-0

-1

-0

-3

-1

36

Kapitaallasten 2028

40

1.188

1.635

nvt

Bovendonksestraat, zuiden Achter 't Hof

Vervanging vrijvervalriolering 2024

Verrekening rioolheffing

Aanschaf takkenhakselaar

65

719

Verbeteren waterketen 2023

Buitendienst

327

147

213

34

Verbeteren waterketen 2022

Gemeentelijk Waterplan 2024 - 2027

Aanschaf speeltoestellen 2023

Spelen

Visie sportpark Albano, fase 1

Groenvoorziening

Inrichten 60 km/u zones

Investering

Oude raming krediet

-

-

-

-

-

-

-

-15

nvt

Bijstelling krediet

719

327

147

213

34

50

nvt

1.635

1.188

Nieuwe raming krediet

2024

nvt

2025

2025

2024

2024

2024

2024

2024

Oude planning gereed

2024

nvt

2026

2026

2024

2025

2024

2024

2025

Nieuwe planning gereed

2

-15

12

5

-12

10

-

-6

2

Kapitaallasten 2025

2

-62

36

27

0

-0

-

-6

-0

Kapitaallasten 2026

2

1

-0

-0

0

-0

-

-6

-0

Kapitaallasten 2027

2

1

-0

-0

0

-0

-

-6

-0

Kapitaallasten 2028

41

186

4.025

6.666

Blokhut Openbare ruimte

Nieuwbouw dorpshuis Stampersgat

Nieuwbouw dorpshuis Hoeven

1.744

1.983

Uniek uitbreiding onderwijs

117

De Klinkert verbouwing onderwijs

De Klinkert uitbreiding kinderopvang

2.140

De Klinkert uitbreiding onderwijs

Onderwijshuisvesting

Onderwijs, sport en cultuur

1.694

149

St Louis inventaris

Nieuwbouw dorpshuis Bosschenhoofd

567

2.397

Renovatie Fidei et Arti

Renovatie kapel St Anna

Dorpshuizen

Zorg, jeugd en participatie

Investering

Oude raming krediet

-

-

-

-

13

-

44

109

-

-

701

Bijstelling krediet

1.983

1.744

117

2.140

6.680

4.025

230

1.804

149

567

3.098

Nieuwe raming krediet

2024

2024

2024

2024

2025

2025

2024

2024

2025

2025

2024

Oude planning gereed

2025

2025

2025

2025

2025

2025

2024

2024

2025

2025

2024

Nieuwe planning gereed

77

68

5

83

5

17

-2

-4

-1

2

-39

Kapitaallasten 2025

-1

-1

-0

-1

-24

-2

-2

-4

-

-0

-38

Kapitaallasten 2026

-1

-1

-0

-1

-23

-2

-2

-4

-

0

-38

Kapitaallasten 2027

-1

-1

-0

-1

-23

-2

-2

-4

-

0

-37

Kapitaallasten 2028

42 6

70

509

2024

2025

Kapitaallasten 2025

Totaal mutatie kapitaallasten

2024

2024

Nieuwe planning gereed

-18

150

1.799

Oude planning gereed

Mutatie kapitaallasten door aanpaste raming

-145

-

Nieuwe raming krediet

527

295

Bossche Hart verbouwing kinderopvang

Bijstelling krediet

Mutatie kapitaallasten door aanpaste planning

1.799

Uniek uitbreiding kinderopvang

Investering

Oude raming krediet

-66

-117

51

6

-1

Kapitaallasten 2026

-122

-116

-6

6

-1

Kapitaallasten 2027

-121

-115

-6

6

-1

Kapitaallasten 2028

Vervanging auto BOA's Een van de bestaande dienstauto’s van de BOA’s heeft de economische levensduur niet vol kunnen maken en het is economisch niet haalbaar om deze te repareren. Op korte termijn, zeker gezien de recente uitbreiding van het team, is er behoefte aan een nieuw inzetbare dienstauto. Deze auto was aanvankelijk al gepland als vervangingsinvestering in 2025, maar door de urgentie is deze naar voren gehaald en staat nu gepland voor 2024 met een extra geraamd budget van € 5.000 voor de extra eisen aan de dienstauto o.b.v. de ervaringen met de andere dienstauto’s. Reconstructie Kruislandseweg De verhoging van dit krediet is opgebouwd uit een stijging van de lasten en een daling van de baten. Enerzijds zijn de lasten gestegen. De bouwkosten zijn in de afgelopen 6 jaar flink gestegen, daarom wordt er een inflatiecorrectie van 15% doorgevoerd over de totale investering van € 2.303.550. Anderzijds zijn de baten gedaald, in verband met de subsidies. De geraamde subsidies waren destijd een reëele inschatting omdat in de afgelopen jaren voor verkeerveiligheidsmaatregelen regionale subsidies zijn ontvangen en dit betreffende project hier op verschillende vlakken bij aansluit. De subsidieaanvragen die in 2023 en 2024 zijn gedaan resulteerde in een resultaat van € 147.425 voor klimaatregelen. De regionale subsidies voor verkeersveiligheid zijn niet beschikbaar gebleken.

Hierdoor dalen de baten met een bedrag van € 632.575. De uitvoering van dit project vindt plaats in 2025. Een deel van de voorbereidingskosten zal wel in 2024 vallen. Herinrichting weg begraafplaats Stampersgat De verhoging van het krediet is voornamelijk noodzakelijk voor extra kosten voor de aanleg van een tijdelijke toegang aan de zijkant van de begraafplaats zodat deze toegelijk blijft tijdens de werkzaamheden. Daarnaast laat een inmeting zien dat we vrijkomende grond moeten gaan afvoeren. Het is mogelijk dat deze afvoerkosten nog kunnen worden verlaagd, maar dat is op dit moment nog niet definitief bekend. In de komende periode wordt het ontwerp verder uitgewerkt op basis van gesprekken en onderzoeken wat nog tot wijzigingen kan leiden. Vervanging damwand haven Oudenbosch Er is een aanbestedingsvoordeel opgetreden ter hoogte van € 900.000. Hierdoor kan dit investeringproject met dat bedrag afgeraamd worden. Aan de andere kant zal er in september een voorstel naar de raad gaan voor het herstel van de monumentale kademuur in de haven van Oudenbosch. Om de monumentale kademuur te stabiliseren (voorvloeiend uit verzakkingen in het straatwerk) en deze daarmee weer toekomstbestendig te maken is een krediet benodigd van € 1.650.000. Dit zal in een apart raadsvoorstel uitgebreid voorgelegd worden en is derhalve niet meegenomen in deze editie van de Zomernota.

Bijdrage Lamgatse brug Hoeven Met enige slag om de arm is het totaalplaatje financieel afgerond. In de kostenverdeling die besproking is met de gemeente Moerdijk is naar voren gekomen dat we een tekort van € 85.000 hebben op het begrote bedrag. Dit is ontstaan door diverse onvoorziene kosten: gebruik van gronden om de brug te plaatsen, zwaarder materieel in verband met veilig inhijsen van de brug en diverse onderzoeken die moesten plaatsvinden. Vervangen armaturen OV 2022 Dit project is afgerond, en kan worden afgesloten. Er is een overschrijding op dit krediet van € 1.833 opgetreden. Vervangen lichtmasten OV 2022 Dit project is afgerond, en kan worden afgesloten. Er is een overschrijding op dit krediet van € 14.692 opgetreden. De exacte aard van gebreken aan lichtmasten is van tevoren lastig te bepalen. Masten die nog niet aan het einde van de levensduur zijn kunnen toch al gebreken vertonen. Dit kan bijvoorbeeld ontstaan door schade door maaimachines. Ook de zuurgraad in de ondergrond kan de mast zodanig aantasten dat er voor het einde van de levensduur gaten in de mast ontstaan. Dit zijn enkele redenen om een mast te moeten vervangen en waardoor er op dit krediet tegenvallers zijn ontstaan, daar waar we bij de voorbereiding er vanuit gingen dat de masten langer konden blijven staan.

Verbeteren Pastoor van Breugelstraat Op 25 mei 2023 is door de gemeenteraad de Mobiliteitsvisie 2023-2027 vastgesteld. Hierin zijn diverse plannen voor de komende jaren weergegeven. Binnen de bebouwde kom is de gehele Pastoor van Breugelstraat gecategoriseerd als gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 30 km/uur (GOW30). In het uitvoeringsplan van de Mobiliteitsvisie 2023-2027 is voor het jaar 2024 een investeringskrediet van € 224.000 opgenomen. Uit onderzoek is gebleken dat er een aantal maatregelen nodig zijn, zoals het vervangen van wegversmallingen voor 30 km/uur drempels en maatregelen om het zicht op en vanaf de zijstraten te verbeteren. Verder is het nodig om op een aantal plaatsen fietsstroken aan te leggen. Het in het uitvoeringsplan opgenomen bedrag is niet toereiken om alle maatregelen uit te kunnen voeren. Op 18 april 2024 heeft de gemeenteraad besloten een aanvullend krediet van € 644.000 beschikbaar te stellen en de financiële gevolgen te verwerken bij de Zomernota.

43

Aanschaf takkenhakselaar Sinds 1 janurai 2023 voert het Serviceteam Bomen van de Buitendienst het onderhoud aan gemeentelijke bomen zelf uit. Om de werkzaamheden efficiënt en flexibel uit te kunnen voeren is een takkenhakselaar met eigen motor noodzakelijk. In het investeringsprogramma 2023 was een bedrag opgenomen van € 65.000 voor de aanschaf van de takkenhakselaar. De kosten voor de aanschaf hiervan bleken € 49.989 te zijn. Hierdoor ontstaat er een voordeel van € 15.011. Renovatie kapel St Anna Bij aanvang van het renovatieproject is er een inschatting gemaakt op basis van een visuele inspectie. Destructief onderzoek was haast niet uitvoerbaar, omdat er asbest was aangetroffen en het gebouw in de ontwerpfase nog in gebruik was en het een voorwaarde was voor zo'n destructief onderzoek om het dak gedeeltelijk te ontmantelen. Tijdens deze visuele inspectie is er geen (naar wat later wel zou blijken, boktor, zwamvorming en vergevorderde houtrot) aangetroffen. Dit is later bij het weer vastschroeven van de boeidelen (wederopbouwfase) wel gebleken. De raad is hierover geïnformeerd, vooruitlopend op een nieuwe gedetailleerde kostenraming, middels een raadsinformatiebrief d.d. 24 april 2024. Een totaal nieuwe dakconstructie voor een raming van € 385.673 bleek noodzakelijk.

Daarnaast is er regulier meerwerk € 131.465, maatregelen voor het borgen van de veiligheid in de instabiele gevel € 90.326 en een meerprijs op de bestaande werkzaamheden € 80.208 benodigd als extra krediet voor de renovatie van de St. Annakapel. Nieuwbouw dorpshuis Bosschenhoofd De verhoging van het krediet is voornamelijk nodig voor extra kosten van de aannemer in de verbouwingswerkzaamheden. Ten opzichte van de aanneemsom is er bij de werkzaamheden aan het gebouw èn de buitenruimte tezamen sprake van circa 8% meerwerk. De extra kosten voor het gebouw zijn gemaakt voor het extra sloopwerk en nieuwe stalen dakplaten omdat hergebruik van het voormalige dak toch niet voldoende geschikt bleek, de aanpassing van de keuken- en baropstelling, extra werkzaamheden aan de riolering, het toevoegen van elektrische deuropeners ten behoeve van toegankelijkheid en het verzorgen van houten regelwerk tussen de wanden en gipsplaten voor meer flexibiliteit in het aanbrengen van installaties/leidingen. Ook zijn kosten geraamd voor het ontwerp en aanbrengen van de belettering op het gebouw en voorbereidingskosten voor de feestelijke opening. Nu het dorpshuis enkele maanden in gebruik is blijken verder ook enkele aanpassingen nodig, zoals het toevoegen van een binnendeur om de toegankelijkheid en bruikbaarheid van het podium te vergroten.

Blokhut Openbare ruimte De verhoging van het krediet is nodig vanwege extra kosten van de aannemer bij de herinrichting van de buitenruimte. Ten opzichte van de aanneemsom is er bij de werkzaamheden aan het gebouw èn de buitenruimte tezamen sprake van circa 8% meerwerk. De extra kosten voor de buitenruimte zijn voornamelijk gemaakt voor het plaatsen van openbare lichtmasten die in de oorspronkelijke begroting niet waren meegerekend, het gebruik van bomenzand en bomengrond en de keuze voor duurdere materialisering van de parkeervakken en de voetpaden rondom het gebouw. Daarnaast zijn bij de oplevering nog enkele aanvullende punten naar voren gekomen, zoals het aanpassen van de rijbaan in het Advocatenhof om de afrit van auto's van het parkeerterrein te verbeteren, het toevoegen van een fietssluis en het aanpassen van banden langs de rijbaan. Nieuwbouw dorpshuis Hoeven Er zijn kosten gemaakt voor het verwijderen van groen, een lichtmast en 2 eiken in verband met de voorbereiding van de bouw van het dorpshuis. Daarvan wordt volgend jaar (2025) € 2.150 in mindering gebracht aan de ontwikkelaar die de parkeerplaatsen voor het dorpshuis gaat aanleggen aan de westzijde van de kerk. Bossche Hart verbouwing kinderopvang Uitgangspunt van het uitbreidingsprogramma van 't Bossche Hart was dat de uitbreiding van de opvangscapaciteit zou worden bekostigd door de gemeente.

De kinderopvang heeft echter de ruimte van Woonkwartier aangekocht, waardoor de opvangcapaciteit niet volledig bekostigd hoeft te worden door de gemeente. Het kan nog voorkomen dat er voor benodigde aanpassingen een beroep wordt gedaan op het krediet. Derhalve wordt het krediet niet volledig afgeraamd. Bij de Najaarsnota kunnen we de balans verder opmaken, en eventueel volledig aframen.

44

Energiecrisis

De subsidieregeling "compensatie energielasten maatschappelijke instellingen en organisaties" liep op 31 december 2023 af. Voor de definitieve vaststelling van de subsidie worden de jaarrekeningen (gas en/of electra) over 2023 gebruikt. Daarnaast moet de aanvrager inzichtelijk maken welke stappen zij op het gebied van verduurzaming hebben gezet. Aan de hand hiervan kan worden bepaald of een aanvrager te veel of te weinig heeft ontvangen en eventueel een aanvullend bedrag ontvangt of een gedeelte van de subsidie moet terugbetalen. In de loop van 2024 ontvangen de verenigingen en instellingen die gebruik hebben gemaakt van de subsidieregeling de jaarafrekeningen over 2023. Tot op heden zijn nog niet alle jaarafrekeningen 2023 van de aanvragers ontvangen. Om die reden hebben er nog geen definitieve afrekeningen plaatsgevonden. Via de P&C-cyclus zullen wij u informeren over de afronding van deze regeling en wat hier de financiële gevolgen van zijn.

45

46

Post onvoorziene uitgaven

2.11.1 Overzicht onvoorziene uitgaven In onderstaande tabel wordt de huidige stand van zaken met betrekking tot de post onvoorziene uitgaven 2024 weergegeven (x € 1.000). Post onvoorziene uitgaven Primaire begroting

Bedrag 200

Toevoegingen -

-

Totaal toevoegingen

0

Onttrekkingen Werkprogramma OMWB

13

Bijdrage CV De Meerkrap

2

Verkoop pand Brouwerijstraat 9, verschil aankoopprijs

30

Verkoop pand Brouwerijstraat 9, herstel dak

10

Aanvullende subsidie Streekomroep

1

Huur units pastorie Oudenbosch

25

Uitvoering Wet Kinderopvang 2024

6

Juridische advisering exploitatie dorpshuizen

20

Verhoging sponsorregeling 2024

5

Totaal onttrekkingen

113

Saldo post onvoorziene uitgaven

87

47

2.11.2 Toelichting onvoorziene uitgaven Werkprogramma OMWB Jaarlijks stellen de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) en de gemeente Halderberge een werkprogramma op. Het werkprogramma geeft de financiële kaders voor de taken die de OMWB namens en in opdracht van de gemeente uitvoert. Het college heeft besloten de raad in de gelegenheid te stellen zijn zienswijzen kenbaar te maken op het Werkprogramma 2024 met bijbehorende toelichting voor de overschrijding van de gestelde begroting van de gemeente. Een gedeelte van de extra kosten van het werkprogramma worden gedekt vanuit de post onvoorziene uitgaven 2024. Bijdrage CV De Meekrap Stampersgat Vanwege de verbouwing van het dorpshuis De Steiger in Stampersgat is het voor carnavalsvereniging de Meekrap niet mogelijk om de carnavalsactiviteiten te organiseren. Hierdoor krijgt de stichting te maken met hoge incidentele kosten. Het college stemt in om ter overbrugging dit jaar een compensatie van € 2.380 toe te kennen aan CV de Meekrap en de kosten te dekken uit de post onvoorziene uitgaven 2024. Verkoop pand Brouwerijstraat 9 Het college heeft besloten om voor de verkoop van de woning Brouwerijstraat 11 in Oudenbosch de vastgestelde koopprijs los te laten en het verhelpen van de bouwkundige gebreken voor rekening van de gemeente te nemen. Uw raad is hier op 22 december 2023 per brief over geïnformeerd.

Voor meer informatie verwijzen wij u naar deze brief. De totale kosten van € 40.000 zijn gedekt vanuit de post onvooorziene uitgaven 2024. Aanvullende subsidie streekomroep De gemeente ontvangt in het gemeentefonds een bijdrage voor de financiering van de Streekomroep Ons West-Brabant. De bijdrage is gebaseerd op een bedrag per huishouden. Voor 2024 is gerekend met een bedrag van € 1,50 per huishouden. In oktober 2023 is bekend geworden dat het richtsnoerbedrag € 1,57 per huishouden is. De Streekomroep heeft verzocht om het verschil te verstrekken als aanvullende subsidie. Het college heeft hiertoe besloten waarbij de extra kosten van circa € 1.000 worden gedekt vanuit de post onvoorziene uitgaven 2024. Huur units pastorie Oudenbosch De gemeenteraad heeft het college opdracht geven in overleg met het bisdom en het parochiebestuur te komen tot een afspraak om de pastoriewoning eerder te kunnen slopen, met als bedoeling het basiliekplein uiterlijk in 2024 te herinrichten volgens de plusvariant. De onderhandelingen met het bisdom en het parochiebestuur zijn met succes afgerond. De voorwaarde voor medewerking is dat de gemeente ervoor zorgt dat de Parochie kan blijven beschikken over een Parochieel Centrum in het centrum van Oudenbosch. Voor de tijdelijke huisvesting is dit opgelost door het plaatsten van 5 units achter de Basiliek.

Het college heeft besloten opdracht te verstrekken voor het huren van de tijdelijke units en de kosten van € 25.000 te dekken uit de post onvoorziene uitgaven 2024. Uitvoering Wet Kinderopvang 2024 Het toezicht en de handhavingsopdrachten voor de uit voering van de Wet Kinderopvang worden uitgevoerd door de GGD West – Brabant waarbij het minimale wettelijke pakket wordt afgenomen. Hierdoor voldoet gemeente Halderberge aan de wettelijk gestelde eisen. Het college van burgemeester en wethouders heeft besloten om voor het jaar 2024 een bedrag van € 59.625 beschikbaar te stellen voor de inspecties Wet kinderopvang voor de gemeente Halderberge. Dit betekent voor 2024 een verhoging van het budget met € 6.270. Het college heeft besloten om de extra kosten voor 2024 te dekken uit de post onvoorziene uitgaven 2024. Juridische advisering exploitatie dorpshuizen De gemeente Halderberge heeft besloten onderzoek te doen naar de exploitatie van de dorpshuizen in de diverse kernen en daarvoor opdracht te verlenen aan Stijl Advocaten en deze advieskosten te dekken uit de post onvoorziene uitgaven 2024. De kosten bedragen ca. € 20.000. Verhoging sponsorregeling 2024 Het doel van de sponsorregeling 2024-2028 is om Halderberge in de spotlight te zetten en organisaties te stimuleren om een evenement te organiseren door sponsoring van evenementen.

In 2024 ontvangen 19 evenementen een sponsorbijdrage van € 750. Het college heeft besloten het beschikbare budget voor 2024 te verhogen van € 10.000 naar € 15.000 en de extra kosten van € 5.000 te dekken uit de post onvoorziene uitgaven 2024.

48

Kadernota 2025 - 2028

49

50

Uitgangspunten Programmabegroting 2025

3.1.1 Algemeen Voor het opstellen van de begroting is het van belang dat de raad de uitgangspunten voor het opstellen van de Programmabegroting 2025 vaststelt. Deze uitgangspunten, die tevens zijn gehanteerd bij het opstellen van deze Zomernota 2024 – 2028, staan hieronder vermeld. Hieronder is een aantal algemene uitgangspunten genoemd die gehanteerd worden bij het opstellen van de Programmabegroting 2025. • De meerjarenbegroting 2025 – 2028 wordt opgesteld overeenkomstig het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), de Financiële verordening Halderberge, het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK) van de provincie Noord-Brabant en de begrotingscirculaire 2024 van de provincie Noord-Brabant van 5 april 2024. • Bij de opstelling van de Begroting 2025 worden de begrotingswijzigingen betreffende het jaar 2024 tot en met de raadsvergadering van 4 juli 2024 meegenomen. • In de Begroting 2025 wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met autonome ontwikkelingen, zoals het (verwachte) aantal inwoners, woonruimten, uitkeringsgerechtigden, bouwvergunningen, e.d. Verder wordt er zoveel mogelijk rekening gehouden met (opgelegd) rijksbeleid. In principe worden autonome ontwikkelingen door het rijk gecompenseerd middels de algemene uitkering uit het Gemeentefonds.

Het kan echter zo zijn, dat het rijk uit bezuinigingsoverwegingen besluit tot geen of een gedeeltelijke compensatie. • De ramingen van de uitkeringen uit het gemeentefonds in deze Zomernota 2024 – 2028 zijn gebaseerd op de uitkomsten van de meicirculaire 2024 en de laatste specificaties van de algemene uitkering. De uitkomsten van de septembercirculaire 2024 worden indien mogelijk (afhankelijk van de verschijningsdatum van deze circulaire) meegenomen in de Programmabegroting 2025. • Bij de berekening van de algemene uitkering is rekening gehouden met de (verwachte) areaalontwikkeling van de WOZ-capaciteit en de verwachte ontwikkeling van de aantallen eenheden zoals woonruimten, inwoners en bijstandsgerechtigden. 3.1.2 Prijs- en loonontwikkeling • In de huidige meerjarenbegroting is voor de jaren 2024 – 2027 uitgegaan van een inflatiepercentage van 4,0% voor 2024 en 3,0% voor 2025 en volgende jaren. Deze inflatie is structureel in de meerjarenraming opgenomen. De huidige inflatieverwachting bedraagt voor 2024 2,7% en voor 2025 2,5% (CPB, Centraal Economisch Plan 2024, inflatie, geharmoniseerde consumentenprijsindex). Gezien de verwachte inflatiecijfers wordt voorgesteld bij de opstelling van de meerjarenbegroting 2025 – 2028 het inflatiepercentage te handhaven op 3,0% per jaar.

• Voor de ontwikkeling van de salarissen wordt, naast de periodieke verhogingen, rekening gehouden met de loonstijgingen als gevolg van de cao. De huidge cao voor gemeenteambtenaren loopt tot en met 31 maart 2025. In de huidige meerjarenraming is vanaf 2025 een loonsverhoging opgenomen van 3,0% per jaar. De loonstijging wordt door het CPB geraamd op 6,0% voor 2024 en 3,9% voor 2025 (CPB, Centraal Economisch Plan 2024, cao-loon bedrijven). Dit betreft een gemiddelde voor alle lonen in Nederland. Gezien de hoge loonstijging in de cao gemeenten afgelopen jaren (in 2023 voor Halderberge gemiddeld 7,7% en in 2024 5,1%), schatten wij in dat de loonstijging voor gemeenten in 2025 wat lager zal uitkomen dan het gemiddelde voor alle lonen in Nederland. Voorgesteld wordt bij de opstelling van de meerjarenbegroting 2025 – 2028, in afwachting van de nieuwe cao, de geraamde loonstijging te handhaven op 3% per jaar, gelijk aan het inflatiepercentage. • De totale kosten van de professionele instellingen (zoals de bibliotheek) hebben een gemengd karakter. Deze verhouding is in zijn algemeenheid ongeveer 30% materialen en diensten en 70% lonen. Voorgesteld wordt voor de subsidies aan professionele instellingen voor de meerjarenbegroting 2025 – 2028 een indexering van 3,0% te hanteren, gelijk aan het inflatiepercentage.

• Voorgesteld wordt voor de overige subsidies, conform de huidige begroting, geen indexering toe te passen in de meerjarenbegroting 2025 – 2028.

51

• Voor de verbonden partijen wordt de bijdrage opgenomen zoals deze in de Begroting 2025 van de betreffende verbonden partij is vastgesteld.

• De tarieven van de OZB stijgen jaarlijks met het inflatiepercentage. In de (meerjaren)begroting 2025 – 2028 wordt uitgegaan van een stijging van de tarieven met 3,0% per jaar.

• De inkomstenbudgetten stijgen eveneens met het inflatiepercentage van 3,0% per jaar. 3.1.3 Rentebeleid

• Het gehanteerde rentebeleid is opgenomen in de Financiële verordening Halderberge. • Er wordt geen rente berekend over de eigen financieringsmiddelen. • Rentekosten worden verzameld op het taakveld Treasury en via dit taakveld toegerekend aan de overige taakvelden. De rente wordt toegerekend aan het taakveld waarvoor het activum is aangeschaft.

• Voor de toerekening van de rente aan de investeringen wordt jaarlijks een renteomslag opgesteld. De werkelijke

• •

rentekosten worden hierin afgezet tegen de boekwaarden van de activa en de voorraden en monden uit in een gemiddeld rentepercentage. In de huidige meerjarenraming bedraagt dit rentepercentage 1,5%. In de voorlopige berekening voor de Begroting 2025 komt het rentepercentage vanaf 2025 ook uit op 1,5%. Bij het opstellen van de Programmabegroting 2025 wordt het definitieve rentepercentage berekend. Indien sprake is van projectfinanciering wordt de rente rechtstreeks toegerekend aan het betreffende activum. Dit is bij twee gebouwen het geval, namelijk het gemeentehuis aan de Parklaan te Oudenbosch en de nieuwbouw van het Markland College. De toe te rekenen rente aan de grondexploitaties is gebaseerd op de daadwerkelijk te betalen rente. Het over het vreemd vermogen te hanteren rentepercentage wordt bepaald op grond van het gewogen gemiddelde rentepercentage van de leningenportefeuille van de gemeente naar de verhouding vreemd vermogen / totaal vermogen op de balans. De rente wordt toegerekend over de boekwaarde van de bouwgronden in exploitatie per 1 januari van het begrotingsjaar.

3.1.4 Reserves en voorzieningen

• Het beleid inzake reserves en voorzieningen is opgenomen in de Financiële verordening Halderberge. • Bij het opstellen van de Programmabegroting 2025 worden de bestaande reserves en voorzieningen indien nodig geactualiseerd.

• Conform het rentebeleid vindt geen inflatiecorrectie plaats op de reserves en voorzieningen. 3.1.5 Activa

• De activa worden geactiveerd en afgeschreven conform het BBV en de Financiële verordening Halderberge. • Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 20.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en

onbewerkte terreinen die altijd worden geactiveerd. Bij de bepaling van het bedrag van € 20.000 wordt gekeken naar het totaal van de investering en niet naar de prijs per afzonderlijk goed.

3.1.6 Toerekening personele lasten

• Personele lasten worden toegerekend aan de tarieven van de afvalstoffen- en rioolheffing, investeringen •

•

• • •

52

en grondexploitaties. Daarnaast worden kosten in rekening gebracht bij ontwikkelaars in het kader faciliterend grondbeleid. Op basis van de urenraming bij de Begroting 2025 worden de personele kosten (inclusief overhead) die betrekking hebben op de taakvelden riolering en afvalverwijdering en -verwerking doorberekend in de tarieven van respectievelijk de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Het budgettair voordeel wat hierdoor ontstaat komt volledig ten gunste van de exploitatie. In het BBV is bepaald dat activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings-of vervaardigingsprijs. Hieronder vallen ook personeelskosten die direct aan een actief zijn toe te rekenen. In de Financiële verordening Halderberge is opgenomen dat personele kosten (exclusief overhead) worden doorberekend aan investeringen. De personeelskosten worden uitgedrukt in een percentage van de totale kosten van de investering. Het berekende percentage wordt zowel op de raming voor het investeringsplan in de begroting als voor de realisatie toegepast. Op basis van het huidige investeringsprogramma is een inschatting gemaakt van de toe te rekenen kosten. Hierbij is uitgegaan van een gemiddeld investeringsniveau voor de komende jaren en de beschikbare reguliere capaciteit. Op basis van de plankostenscan van de VNG worden de personele lasten (inclusief overhead) berekend die kunnen worden toegerekend aan de grondexploitaties.

Op basis van de Nota Kostenverhaal kunnen kosten van faciliterend grondbeleid worden doorberekend aan externe ontwikkelaars. Het door te berekenen bedrag wordt per project bepaald op basis van een plankostenscan. Het budgettair voordeel wat ontstaat door de toerekening van personele lasten aan investeringen, grondexploitaties en faciliterend grondbeleid, komt deels ten gunste van de exploitatie (€ 300.000 in 2024 en € 250.000 structureel vanaf 2025).

• Op basis van het collegewerkprogramma 2022-2026, Samen aan de Slag! is in 2023 een reserve flexibele schil

•

gevormd van € 750.000. Wanneer er meer investeringen, grondexploities en projecten gedaan worden en er een hoger bedrag aan personele lasten kan worden toegerekend dan het hierboven genoemde bedrag, wordt het meerdere toegevoegd aan de reserve flexibele schil. Het college kan de reserve flexibele schil inzetten voor aanvullende capaciteit om de geplande (investerings-)projecten en grondexploitaties ook daadwerkelijk te kunnen realiseren. Het college zorgt er hierbij voor dat de investering in de flexibele schil op een transparante en effectieve manier wordt ingezet en rapporteert hierover aan de raad via de P&C-cyclus.

3.1.7 Gemeentefonds Algemeen De meicirculaire 2024 vormt de basis voor de meerjarenraming van de uitkeringen uit het gemeentefonds in deze Zomernota 2024 – 2028. De meicirculaire geeft informatie over de verwachte ontwikkeling van de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse mutatie van de omvang van het gemeentefonds wordt aangeduid met de term accres. De omvang van het gemeentefonds is gekoppeld aan de ontwikkeling van de accresrelevante rijksuitgaven (normeringsmethodiek). Daarnaast melden de beheerders van het gemeentefonds (de minister van BZK en de staatssecretaris van Financiën) in de meicirculaire de verwachte (landelijke) ontwikkeling van de aantallen eenheden van diverse verdeelmaatstaven, de zogeheten uitkeringsbasis, en de eventuele taakmutaties en/of beleidsintensiveringen. Wanneer er een taak van het Rijk naar de gemeenten wordt overgeheveld of de gemeenten er een extra taak bij krijgen, ontvangen de gemeenten hiervoor doorgaans middelen van het Rijk. Deze rijksmiddelen worden veelal toegevoegd aan het Gemeentefonds. De verdeling van deze rijkmiddelen kan dan plaatsvinden via de algemene uitkering of een afzonderlijke decentralisatie-uitkering.

Vervallen behoedzaamheidsreserve In de begroting 2024 en de meerjarenraming 2025 tot en met 2027 is er, voorzichtigheidshalve, rekening mee gehouden dat de (meerjaren)raming van de algemene uitkering als gevolg van gewijzigde nominale ontwikkelingen lager uitvalt dan het Rijk verwacht. De meerjarenraming van de algemene uitkering is in de begroting 2024 - structureel - voor een bedrag van € 300.000 structureel lager geraamd. Deze inhouding of lagere raming van de algemene uitkering ten bedrage van € 300.000 per jaar wordt behoedzaamheidreserve genoemd. Voorgesteld wordt om in de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026 tot en met 2028 geen rekening meer te houden met een behoedzaamheidreserve. De motivering hiervoor is dat de nieuwe normeringssystematiek, die vanaf 2024 in werking treedt, naar verwachting resulteert in een stabieler beeld van de meerjarenraming van de algemene uitkering, aangezien de volume-ontwikkeling gebaseerd wordt op 8-jaars historisch gemiddelde, én er in de komende jaren een stabieler beeld van de inflatie verwacht wordt. BTW-compensatiefonds (BCF) In de meerjarenraming van de algemene uitkering wordt er geen rekening gehouden met een eventuele ruimte onder het BCF-plafond.

Septembercirculaire 2024 en Begroting 2025 Indien de planning van het bestuurlijke besluitvormingstraject het toelaat zullen de gevolgen van de septembercirculaire 2024 worden meegenomen bij de opstelling van de Begroting 2025. Ontwikkeling aantal eenheden (uitkeringsbasis) De meicirculaire geeft onder meer actuele informatie over de bedragen per eenheid per verdeelmaatstaf, de uitkeringsfactor (vermenigvuldigingsfactor voor alle gemeenten) en de landelijke ontwikkeling van de aantallen eenheden van een aantal verdeelmaatstaven. Afhankelijk van de verdeelmaatstaf worden de aantallen eenheden gebaseerd op informatie binnen de eigen organisatie of verbonden partij (burgerzaken, Werkplein Hart van West-Brabant, Belastingsamenwerking West-Brabant), de meest actuele informatie vanuit het ministerie van BZK, de verwachte landelijke trend zoals opgenomen in de meicirculaire en/of op basis van een prognose gebaseerd op gegevens uit het verleden (trend).

53

3.1.8 Post onvoorziene uitgaven De post onvoorziene uitgaven is samen met het begrotingssaldo de vrije bestedingsruimte in de begroting. De post onvoorziene uitgaven is niet per programma, maar in zijn geheel onder de algemene dekkingsmiddelen opgenomen. Op 23 maart 2023 heeft de gemeenteraad de Fianciële verordening Halderberge vastgesteld. Hierin is opgenomen dat de post onvoorziene uitgave tenminste € 200.000 bedraagt en ten hoogste 0,5% van het lastentotaal van de begroting, exclusief mutaties in de reserves. In de huidige meerjarenraming is een post onvoorziene uitgaven van € 200.000 per jaar opgenomen. Voorgesteld wordt de post onvoorziene uitgaven bij de opstelling van de meerjarenbegroting 2025 – 2028 te handhaven op € 200.000 per jaar.

54

Ontwikkeling lokale heffingen en tarieven

3.2.1 Algemeen Jaarlijks stelt de gemeenteraad de tarieven vast voor de gemeentelijke heffingen. Dat gebeurt via de afzonderlijke verordeningen voor die heffingen. De uitgangspunten die de raad hierbij hanteert, komen voort uit het bestuursakkoord en het collegeprogramma voor de jaren 2022 t/m 2026. Daarnaast is de raad gebonden aan diverse wettelijke bepalingen. Voor zover relevant zijn deze hieronder opgenomen. Wettelijke bepalingen:

• de tarieven van de afvalstoffen- en de rioolheffing zijn maximaal 100% kostendekkend; • datzelfde geldt voor de tarieven van de leges. Binnen de legesverordening is kruissubsidiëring toegestaan. Zie voor een toelichting het onderdeel leges.

Lokale ambities: In het bestuursakkoord 2022 – 2026 is aangegeven dat Halderberge de ambitie houdt om voor de totale lastendruk één van de goedkopere woongemeenten van de regio te blijven. Hieronder wordt per belasting of retributie specifieke informatie gegeven. Als concrete gegevens van specifieke heffingen ontbreken, zal in deze Zomernota worden volstaan met de uitgangspunten ervan. Voor zover mogelijk wordt een indicatie van de tarieven gegeven zoals deze in de Programmabegroting voor 2025 zullen worden opgenomen. Tussentijdse ontwikkelingen kunnen nog zorgen voor wijzigingen in deze tarieven. Per heffing wordt aangegeven welke ontwikkelingen van invloed kunnen zijn. 3.2.2 Onroerendezaakbelasting (OZB) In het collegewerkprogramma is opgenomen dat de gemeente Halderberge de ambitie heeft om voor wat betreft de lastendruk één van de goedkoopste gemeenten in de regio kan te blijven. Gezien de uitgangspunten voor de rioolheffing en de afvalstoffenheffing dat die 100% kostendekkend moeten zijn, kan daar alleen door beperking van de tarieven voor de onroerendezaakbelasting sturing aan worden gegeven. Indien dat gewenst is, zal dat in de Begroting 2025 worden aangegeven. Vooralsnog wordt uitgegaan van de gebruikelijke indexering. Bij de berekening van de OZB-tarieven en -opbrengsten worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:

• de tarieven van de OZB stijgen met het inflatiepercentage van 3%, waarna bij het opstellen van de verordening voor 2024 een correctie plaatsvindt voor de waardeontwikkeling;

• voor de waarde van de woningen en niet-woningen wordt uitgegaan van de waardepeildatum 1 januari 2024; • uit oogpunt van voorzichtigheid wordt er beperkt rekening gehouden met areaalontwikkeling; • er wordt tariefdifferentiatie toegepast tussen woningen en niet-woningen om de lastendruk evenwichtiger te verdelen; • de indexering van de tarieven wordt gecorrigeerd voor de verwachte waardeontwikkeling. In onderstaande tabel is aangegeven wat de OZB-tarieven worden. De waardeontwikkeling voor woningen en niet-woningen is nog niet beschikbaar. Bij het opstellen van de Begroting 2025 en de verordening voor de onroerendezaakbelasting zal de waardeontwikkeling zoals die dan bekend is, worden meegenomen. Deze wordt te zijner tijd door de Belastingsamenwerking West-Brabant verstrekt.

55

Voorlopige ontwikkeling tarieven 2025: OZB

2024

2025

Verschil

OZB woningen eigenaar

0,0842%

0,0867%

3,0%

OZB niet-woningen gebruik

0,2187%

0,2253%

3,0%

OZB niet-woningen eigenaar

0,2448%

0,2521%

3,0%

3.2.3 Afvalstoffenheffing Bij de berekening van de afvalstoffenheffing zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • er wordt uitgegaan van 100% kostendekkendheid; • de compensabele BTW wordt in de tarieven van de afvalstoffenheffing volledig doorberekend; • bij de baten wordt het geraamde dividend van Saver geheel meegenomen; • bij de ontwikkeling van de lasten is uitgegaan van het door SAVER aangegeven inflatiepercentage van 5,9%; • in de lasten zijn de kosten van het grondstoffencentrum van Saver meegenomen; • het tarief voor de afvalstoffenheffing bestaat uit een vast en een variabel deel: - het vaste deel is voor iedere belastingplichtige gelijk; - het variabele deel van het tarief wordt bepaald door de wijze van aanbieding van het afval, via een container of via inworp in een ondergrondse container, en het volume van de container, 140 of 240 liter; • bij het berekenen van de tarieven is ervoor gekozen om alleen een meerjarig effect van het aantal ledigingen en/of inworpen mee te nemen. Dit betekent dat het aantal ledigingen of inworpen wordt bijgesteld als sprake is van een wijziging die zich minimaal drie jaar heeft voorgedaan. Hierdoor worden ongewenste schommelingen in het tarief voorkomen.

Bij de berekening van de tarieven wordt uitgegaan van gemiddeld 10 ledigingen per jaar van een 140-liter container, 12 ledigingen per jaar van een 240-liter container en 38 inworpen in een ondergrondse container; • als het aantal ledigingen of inworpen hoger is dan het gemiddelde aantal wordt een opslag in rekening gebracht; • de ledigingen en stortingen worden na afloop van het kalenderjaar in rekening gebracht; • bij de opstelling van de jaarrekening komt het saldo van baten en lasten op het product afvalverwijdering en -verwerking ten laste of ten gunste van de voorziening afvalstoffenheffing. Een negatief saldo kan alleen worden verrekend voor zover de voorziening daarvoor toereikend is; Voorlopige ontwikkeling tarieven 2025: Afvalstoffenheffing

2024

2025

Verschil

Vast tarief per aansluiting

€ 199,32

€ 222,00

11,4%

Tarief per lediging 240-liter container

€ 13,02

€ 14,50

11,4%

Tarief per lediging 140-liter container

€ 7,60

€ 8,46

11,3%

Tarief inworp ondergrondse afvalcontainer

€ 2,17

€ 2,42

11,5%

Bovenstaande tarieven zijn nog gebaseerd op het inflatiepercentage 2024 van SAVER. Voor de begroting 2025 ontvangen we nog een nieuw inflatiepercentage op basis van de begroting 2025 van SAVER. De verwachte stijging van de tarieven is hoger dan het inflatiepercentage van SAVER van 5,9%. Dit heeft te maken met een extra stijging van de kosten met € 105.000 op basis van het Afvalbeleidsplan 2024 - 2028 dat op 18 april 2024 door de gemeenteraad is vastgesteld. Dit leidt tot een extra stijging van de tarieven met ca. 2,7%. Daarnaast is in 2024 incidenteel een bedrag van € 105.000 ingezet uit de voorziening afvalstoffenheffing om de tariefstijging in 2024 beperkt te houden. In 2025 is geen extra onttrekking meer voorzien, wat ook leidt tot een extra stijging tov de tarieven van 2024 van ca. 2,7%.

56

3.2.4 Rioolheffing Op 1 januari 2008 is de Wet gemeentelijke watertaken in werking getreden. Deze wet regelt dat naast de kosten voor afvoer en verwerking van afvalwater ook de kosten voor afvoer van hemelwater via de verbrede rioolheffing verhaald kunnen worden. Daarnaast is het mogelijk om kosten voor voorzieningen die verband houden met het grondwaterpeil ook via de verbrede rioolheffing te verhalen. De verwachte kosten liggen vast in het in Gemeentelijk Water Programma 2024 - 2027 dat in september 2023 door de gemeenteraad is vastgesteld. Op basis van de kosten van het GWP voor het jaar 2025 zijn, uitgaande van 100% kostendekkendheid, de tarieven voor de rioolheffing berekend. Bij het bepalen van de rioolheffing is de methodiek van éénpersoons- en meerpersoonshuishoudens van toepassing. Bedrijven betalen tot een afname van 500 m³ het meerpersoonstarief. Bedrijven die meer dan 500m³ water afnemen worden gezien als grootverbruikers en betalen naast het meerpersoonstarief vanaf 501m³ een extra bedrag per m³.

Bij de berekening van de rioolheffing zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • er wordt uitgegaan van 100% kostendekkendheid; • de compensabele BTW wordt in de tarieven van de rioolheffing volledig doorberekend; • bij de ontwikkeling van de lasten wordt uitgegaan van een inflatiepercentage van 3%; • In de jaren 2024 tot en met 2027 wordt een onttrekking aan de voorziening overschotten riolering gedaan om de stijging van de tareiven van de rioolheffing te beperken. Deze voorziening is in de afgelopen opgebouwd uit overschotten op de rioolheffing en vrijval van de spaarvoorziening en voorziening kapitaallasten, zoals opgenomen in het nieuwe GWP. Met het inzetten van de voorziening om de tariefstijging te beperking, worden deze middelen teruggegeven aan de inwoners. Vanaf 2025 wordt de inzet van de voorziening afgebouwd en stijgt de rioolheffing geleidelijk. Voor 2025 wordt een bedrag van € 195.000 onttrokken aan de voorziening; • bij de opstelling van de jaarrekening wordt het verschil tussen de werkelijke baten en lasten verbonden aan de rioolheffing, verrekend met de voorziening overschotten riolering. Een negatief saldo kan alleen worden verrekend voor zover de voorziening daarvoor toereikend is; Voorlopige ontwikkelingen tarieven 2025: Rioolheffing

2024

2025

Verschil

Eenpersoonshuishouden

€ 185,76

€ 194,28

4,6%

Meerpersoonshuishouden

€ 247,80

€ 259,08

4,6%

Bedrijven tot 500 m3

€ 247,80

€ 259,08

4,6%

€ 0,30

€ 0,31

3,3%

Grootverbruik per m3 vanaf 501 m3

De verwachte stijging van de tarieven is hoger dan het inflatiepercentage van 3,0%. Dit heeft te maken met een verwachte stijging van de energiekosten met € 51.500. 3.2.5 Toeristenbelasting en watertoeristenbelasting Via het besluit voor de (water-)toeristenbelasting over 2023 op 15 december 2022 heeft de gemeenteraad besloten om het tarief voor de (water-)toeristenbelasting voor de komende vier jaar gelijk te houden. Dat houdt in dat het tarief voor de toeristenbelasting in 2025 net als in 2024 € 1,35 bedraagt. Voor de watertoeristenbelasting bedraagt het tarief in 2025 € 1,20. 3.2.6 Leges Op basis van artikel 229 van de Gemeentewet kunnen gemeenten rechten heffen ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. In de legesverordening is een groot aantal diensten van de gemeente Halderberge opgenomen waarvoor leges in rekening gebracht mogen worden. Deze staan in de bijbehorende tarieventabel. In verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is hoofdstuk 2 van de tarieventabel grotendeels herzien. Dat geldt voor de artikelen, tarieven én voor de titel. Deze is veranderd in ‘Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet’.

57

De inwerkingtreding van de Omgevingswet is door de VNG ook aangegrepen om de indeling van de tarieventabel te herzien. Dit is vertaald in een nieuwe modelverordening. De gemeente Halderberge heeft deze ontwikkeling gevolgd en de eigen verordening zoveel mogelijk afgestemd op deze modelverordening. De tarieventabel is verdeeld in drie hoofdstukken (voorheen titels). Binnen een hoofdstuk is er een onderverdeling in paragrafen (voorheen hoofdstukken). De drie hoofdstukken zijn: 1. Algemene dienstverlening 2. Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet 3. Dienstverlening vallend onder Europese Dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2 De herziening van de tarieventabel is in 2024 aangegrepen om te komen tot een betere onderbouwing van de tarieven. Niet alleen voor de dienstverlening in het kader van de Omgevingswet, maar ook voor een groot deel van de andere diensten (zoals voor burgerzaken, vergunningen voor kabels en leidingen, horeca en evenementen). Hiervoor is gebruik gemaakt van de applicatie Kostendekkendheid.nl. Per dienst is gekeken welke werkzaamheden daarvoor verricht worden en tegen welk tarief dat gebeurt. Net zoals bij de tarieven van andere heffingen van de gemeente Halderberge is aan de legestarieven overhead toegerekend. Dat is gebeurt op basis van de methode die in de financiële verordening is vastgesteld.

De uitkomst is een kostprijs per dienst. Op basis van deze kostprijs is vervolgens het tarief bepaald. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten aangehouden: 1. de tarieven zijn zo veel mogelijk kostendekkendheid met een maximum van 100%, zowel op niveau van de verordening (wettelijk bepaald) als op hoofdstukniveau (deels wettelijk verplicht en deels de keuze van de gemeente). 2. binnen een hoofdstuk kan kruissubsidiëring voorkomen. Van kruissubsidiëring is sprake als het tarief voor de ene dienst wordt gecompenseerd door het tarief van een andere dienst. Dit impliceert dat sommige tarieven hoger kunnen zijn dan nodig is om de geraamde kosten te dekken en dat andere tarieven juist lager kunnen zijn. Kruissubsidiëring komt in de tarieventabel van de gemeente Halderberge alleen binnen een hoofdstuk voor; 3. kruissubsidiëring is niet toegestaan bij de leges voor de dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn. Hieronder valt onder meer de vergunningverlening op het gebied van horeca en evenementen. Voor deze diensten is wettelijk bepaald dat de leges per paragraaf niet meer dan kostendekkend mogen zijn; 4. indien tarieven deels of geheel van Rijkswege worden bepaald, wordt het maximale tarief aangehouden; 5. indien het (nog) niet mogelijk is om de kostprijs van een product te berekenen, wordt het tarief uit 2024 geïndexeerd met een inflatiepercentage van 3%; 6.

uit praktische overwegingen kunnen tarieven worden afgerond. Voor de dienstverlening in het kader van de Omgevingswet zijn aparte uitgangspunten benoemd: 1. in het verleden gemaakte keuzes om voor bepaalde activiteiten geen leges te heffen, zijn zoveel mogelijk in stand gehouden; 2. het indienen van aanvragen voor ruimtelijke en maatschappelijke initiatieven (R&MI) wordt gestimuleerd door de hoogte van de daarvoor verschuldigde leges beperkt te houden; 3. in afwijking van de bestaande legesverordening zijn voor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor veel voorkomende bouwwerken (woningen, dakkapellen en erfafscheidingen) standaard legesbedragen in de verordening opgenomen; 4. voor het vaststellen van de bouwkosten van de overige bouwwerken is de ROEB-bijlage leidend. Als een bouwwerk daar niet in is vermeld, geldt de definitie van de bouwkosten zoals die in de tarieventabel is opgenomen; 5. voor milieubelastende activiteiten worden leges in rekening gebracht; 6. indien een aanvraag wordt ingetrokken of wordt geweigerd bestaat recht op teruggaaf van een deel van de leges. Hiervoor is zoveel mogelijk aangesloten op de percentages van de bestaande legesverordening; 7. activiteiten waarvoor geen leges worden geheven, maar die wel in de modelverordening staan, zijn niet opgenomen in de tarieventabel.

De betreffende artikelen hebben de standaard tekst ‘gereserveerd’ gekregen, zodat de nummering gelijk blijft aan de modelverordening. Dit zorgt ervoor dat wijzigingen eenvoudig verwerkt kunnen worden en er geen lange, overbodige bepalingen staan die de leesbaarheid nadelig beïnvloeden (deze methode wordt door een groot deel van de gemeenten in Nederland gevolgd).

58

3.2.7 Lijkbezorgingsrechten Voor de lijkbezorgingsrechten gelden de volgende uitgangspunten: • ieder tarief dekt in principe voor 100% de kosten die verbonden zijn aan de verleende dienst; • uitzondering hierop zijn de tarieven voor de rechten voor een graf of urnennis voor kinderen onder 12 jaar; • bij het verlenen van rechten wordt een logische opbouw gehanteerd, waarbij het tarief voor 20 jaar tweemaal zo hoog is als het tarief voor 10 jaar (en naar rato ook voor andere looptijden); • de tarieven voor het verlengen van rechten zijn even hoog als de tarieven voor het verlenen van rechten; • het jaartarief voor het reserveren van een bijzonder graf bestaat naast een dekking voor de administratieve kosten uit een aandeel voor de dekking van het onderhoud (1/10 deel van het 10-jaarstarief voor het verlenen van een recht); • de geraamde structurele kosten voor het onderhoud van de begraafplaats worden verdeeld over de maximale capaciteit van de begraafplaats; • uit praktische overwegingen kunnen tarieven worden afgerond. 3.2.8 Marktgelden Het tarief voor het innemen van een standplaats op de markt bedraagt in 2024 € 2,60 per m¹. Voorgesteld wordt om voor het tarief voor 2025 een indexering toe te passen van 3% ten opzichte van het tarief van 2024 en de uitkomst hiervan naar boven af te ronden op een veelvoud van € 0,05. Het nieuwe tarief voor 2025 wordt dan € 2,70 per m¹.

De bijdrage in de promotiekosten bedraagt in 2024 per marktdag of gedeelte daarvan € 0,10 per m¹. Dit tarief wordt niet geïndexeerd en blijft daarmee ook in 2025 € 0,10 per m¹. Bij het innemen van een standplaats op een straatmarkt wordt meestal ook elektriciteit verbruikt. Die verbruikte elektriciteit belast de gemeente door aan de verbruiker op basis van het werkelijke verbruik en de werkelijke kosten. 3.2.9 Kwijtscheldingsbeleid Indien een belastingplichtige niet of over te weinig financiële middelen beschikt om de belastingaanslag te voldoen en niet beschikt over vermogen, kan de belastingplichtige onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen voor kwijtschelding. Voorgestel wordt om voor de Begroting 2025 een kwijtscheldingspercentage te hanteren van 100%. Concreet betekent dit dat belastingplichtigen die een vermogen hebben onder de norm en een inkomen hebben van 100% van het minimuminkomen (volgens bijstandsnorm) of lager in aanmerking komen voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. Belastingplichtigen kunnen alleen kwijtschelding aanvragen voor de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de onroerendezaakbelasting. Omdat het gebruikersdeel van de onroerendezaakbelasting al een aantal jaren geleden is afgeschaft, komt echter bijna niemand in aanmerking voor kwijtschelding van de onroerendezaakbelasting.

Voor de overige heffingen kunnen belastingplichtigen geen verzoek doen tot kwijtschelding.

59

3.2.10 Lastendruk De ontwikkeling van de woonlasten voor huishoudens in de gemeente Halderberge kan in beeld worden gebracht door middel van de lastendruk. Dit is een vergelijking ten opzichte van 2024 van van de som van de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en, bij koopwoningen, de onroerendezaakbelasting. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen eenpersoonsen meerpersoonshuishoudens. Overzicht ontwikkeling woonlasten meerpersoonshuishouden Afvalstoffenheffing meerpersoonshuishouden

Verschil

€ 355,56

€ 396,00

11,4%

Rioolheffing meerpersoonshuishouden

€ 247,80

€ 259,17

4,6%

OZB eigenaar

€ 299,68

€ 308,67

3,0%

Totaal lastendruk meerpersoonshuishouden met huurwoning

€ 603,36

€ 655,17

8,6%

Totaal lastendruk meerpersoonshuishouden met eigen woning

€ 903,04

€ 963,84

6,7%

Lastendruk Lastendruk2025 2024

Verschil

Overzicht ontwikkeling woonlasten eenpersoonshuishouden

60

Lastendruk Lastendruk2025 2024

Afvalstoffenheffing eenpersoonshuishouden

€ 275,32

€ 306,60

11,4%

Rioolheffing eenpersoonshuishouden

€ 185,76

€ 194,29

4,6%

OZB eigenaar

€ 299,68

€ 308,67

3,0%

Totaal lastendruk eenpersoonshuishouden met huurwoning

€ 461,08

€ 500,89

8,6%

Totaal lastendruk eenpersoonshuishouden met eigen woning

€ 760,76

€ 809,56

6,4%

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

3.3.1 Inleiding Naast een sluitende meerjarenraming is ook het weerstandsvermogen een indicator voor de financiële positie van een gemeente. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een indicator van de weerstandscapaciteit ten opzichte van de risico’s. Gehanteerde uitgangspunten berekening benodigde weerstandscapaciteit In de voorbereiding op de Zomernota 2024 heeft er naast een inventarisatie van nieuwe risico’s ook een herijking van de bestaande risico’s plaats gevonden. De geïnventariseerde risico’s zijn vervolgens opgenomen in NARIS en opnieuw berekend. Daarbij is een onderscheid gemaakt in structurele risico’s en incidentele risico’s. Bij de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit zijn de volgende uitgangpunten gehanteerd. 1. Opgenomen zijn risico’s die, op relatief eenvoudige wijze, financieel zijn te vertalen. 2. Elke risico wordt berekend aan de hand van de volgende parameters: - kans van optreden (bandbreedte 10% - 90%). - minimaal financieel gevolg, verwacht financieel gevolg en maximaal financieel gevolg als het risico zich voordoet. 3. Bij de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit is er rekening mee gehouden dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen: de benodigde weerstandscapaciteit bedraagt 95% van het totaal aan berekende risicobedragen. 4.

De gemeente krijgt voor structurele risico’s vier jaar de tijd om de financiële gevolgen van deze risico’s, fasegewijs, in de begroting/meerjarenraming op te nemen. Dit uitgangpunt vertaalt zich in een vermenigvuldigingsfactor van 2,5 voor structurele risico’s (jaar 1: 100%, jaar 2: 75%, jaar 3: 50%, jaar 4: 25%; totaal 250%).

61

3.3.2 Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en de mogelijkheden die de gemeente heeft om onverwachte kosten (risico’s) op te kunnen vangen. De weerstandscapaciteit op begrotingsbasis bestaat uit de volgende onderdelen. • De algemene reserves (inclusief algemene reserve grondexploitaties) • De vrije begrotingsruimte (post onvoorziene uitgaven en het begrotingssaldo) • Vrij besteedbare bestemmingsreserves • De onbenutte belastingcapaciteit • Eventuele stille reserves In de onderstaande tabel is de verwachte weerstandscapaciteit voor 2025 weergegeven (x € 1.000). Weerstandscapaciteit

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/585/documents/17170