Zomernota 2024 Definitief.pdf
Tekst van het document
Zomernota 2024
Algemene reserve
14.448
Algemene reserve grondexploitaties
3.385
Egalisatiereserve rente
1.000
Post onvoorziene uitgaven Begrotingsruimte Vrij besteedbare bestemmingsreserves Onbenutte belastingcapaciteit Stille reserves Totaal weerstandscapaciteit
200 1.394 1.587 PM 22.014
3.3.3 Risico's In onderstaande tabel is het totale risicobedrag weergegeven (x € 1.000).
Risico's
62
Risicobedrag
Incidentele risico's
305
Structurele risico's
4.298
Totaal risicobedrag
4.603
Waarvan risico's sociaal domein
2.661
De 10 grootste risico's worden hierna toegelicht.
Risico Tekort jeugdzorg
Risicobedrag 1.078
Tekort BUIG
798
CAO en andere loonontwikkelingen
427
Tekort Wmo huishoudelijke ondersteuning
380
Lagere algemene uitkering (verallen behoedzaamheidsreserve)
312
Tekort Wmo begeleiding
283
Wateroverlast
240
Tekort Wmo voorzieningen
126
Vost- en dooischade
121
Schade aan wegen als gevolg van omleidingen en sluiproutes
120
Tekort jeugdzorg Omdat de uitvoering van de Jeugdwet een open-einde regeling betreft, bestaat het risico dat het beschikbare budget wordt overschreden. Dit risico is ingeschat op maximaal 10% van het budget voor jeugdzorg. Tekort BUIG Van het rijk wordt een gebundelde uitkering (BUIG) ontvangen voor de uitvoering van de Particiaptiewet, IOAW, IOAZ en BBZ. Omdat de uitvoering hiervan een open-einde regeling betreft, bestaat het risico dat het beschikbare budget wordt overschreden. Dit risico is ingeschat op maximaal 7,5% van de rijksbijdrage. Bij een (stuctureel) tekort van meer dan 7,5% kan een beroep worden gedaan op de vangnetregeling. CAO en andere loonontwikkelingen Voor de ontwikkeling van de salarissen wordt, naast de periodieke verhogingen, rekening gehouden met de loonstijgingen als gevolg van de cao. De huidge cao voor gemeenteambtenaren loopt tot en met 31 maart 2025. In de huidige meerjarenraming is vanaf 2025 een loonsverhoging opgenomen van 3,0% per jaar. De loonstijging wordt door het CPB geraamd op 6,0% voor 2024 en 3,9% voor 2025 (CPB, Centraal Economisch Plan 2024, cao-loon bedrijven). Dit betreft een gemiddelde voor alle lonen in Nederland.
Gezien de hoge loonstijging in de cao gemeenten afgelopen jaren (in 2023 voor Halderberge gemiddeld 7,7% en in 2024 5,1%), schatten wij in dat de loonstijging voor gemeenten in 2025 wat lager zal uitkomen dan het gemiddelde voor alle lonen in Nederland. Bij de uitgangspunten voor de Programmabegroting 2025 wordt voorgesteld bij de opstelling van de meerjarenbegroting 2025 – 2028, in afwachting van de nieuwe cao, uit te gaan van een loonstijging van 3% per jaar, gelijk aan het inflatiepercentage. Een extra loonstijging van 1% betekent voor Halderberge een structurele stijging van de loonkosten met ca. € 190.000 per jaar. Tekort Wmo huishoudelijke ondersteuning Omdat de uitvoering van de Wmo-voorziening hulp bij het huishouden een open-einde regeling betreft, bestaat het risico dat het beschikbare budget wordt overschreden. Dit risico is ingeschat op maximaal 10% van het budget voor hulp bij het huishouden. Lagere algemene uitkering (vervallen behoedzaamheidsreserve) Bij de uitgangspunten voor de Programmabegroting 2025 wordt voorgesteld om in de raming van de uitkeringen uit het gemeentefonds geen rekening meer te houden met een behoedzaamheidsreserve. Dit betekent dat wanneer de raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds gedurende een begrotingsjaar naar beneden wordt bijgesteld, dit voortaan direct een negatief budgettair effect heeft.
63
Tekort Wmo begeleiding Omdat de uitvoering van de Wmo-voorziening begeleiding een open-einde regeling betreft, bestaat het risico dat het beschikbare budget wordt overschreden. Dit risico is ingeschat op maximaal 10% van het budget voor begeleiding. Wateroverlast Het klimaat is aan het veranderen. We krijgen meer en meer te maken met buien waarin binnen een korte tijd veel water valt. Het afwateringssysteem kan dergelijke intensieve regenbuien niet aan. De kans op wateroverlast in zowel stedelijk als landelijk gebied neemt daarom toe. De laatste jaren is daarom enorm veel geïnvesteerd in het treffen van maatregelen om wateroverlast tegen te gaan. De gevolgen van waterlast kunnen zijn: • Verzakkingen van wegen als gevolg van uitspoeling. • Herstellen verzakkingen en breuken in het riool. • Schoonmaken van ondergelopen gebieden. • Inzet van pompen voor het wegpompen van water in de ondergelopen gebieden. • In ernstige gevallen evacueren en opvangen bewoners. In de begroting is geen rekening gehouden met deze gebeurtenissen. Wel zijn er middelen voor het onderhoud aan wegen en riolering ter voorkoming van mogelijke overlast. Weersomstandigheden blijven echter een risico.
Tekort Wmo voorzieningen Omdat de uitvoering van de Wmo-voorzieningen (woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen, rolstoelen) een openeinde regeling betreft, bestaat het risico dat het beschikbare budget wordt overschreden. Dit risico is ingeschat op maximaal 10% van het budget voor Wmo-voorzieningen. Vorst- en dooischade Jaarlijks is er financieel ruimte voor het uitvoeren van onderhoud aan wegen, verhardingen en kunstwerken. In de begroting is geen rekening gehouden met mogelijke schades als gevolg van een dergelijke weersomstandigheden. Die hebben zich tot op heden nog niet voorgedaan, maar vormen wel een risico. Schade aan wegen als gevolg van omleidingen en sluiproutes Door reconstructies aan wegen kunnen schades ontstaan aan die wegen die worden aangewezen als omleidingsroute bij deze werkzaamheden. Daarnaast worden wegen ook gebruikt door sluipverkeer omdat het verkeer naast de omleidingsroutes haar eigen weg kiest. Met deze mogelijke schades is geen rekening gehouden in de begroting maar vormt wel een risico. Overige risico's Deze risico's zijn ter informatie opgenomen. Ze zijn nog niet te kwantificeren en dus ook niet in het totale risicobedrag meegenomen.
Sporthallen De Beuk en De Parrestee Op basis van de motie van de gemeenteraad van 14 december 2023 met het verzoek aan het college om een onderzoek te doen naar een eventuele aankoop van de sporthallen De Beuk en De Parrestee worden deze sporthallen getaxeerd. Er is nog geen definitieve taxatie voorhanden. De eigenaar heeft de sporthallen aan de gemeente te koop aangeboden. Binnen de begroting is nog geen rekening gehouden met de aankoop, onderhoud en beheer van deze sporthallen. De gevolgen voor de begroting zijn nog niet in te schatten.
64
3.3.4 Weerstandsvermogen Op basis van de weerstandscapaciteit en de verwachte risico’s kan een uitspraak worden gedaan over het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat de normale bedrijfsvoering wordt aangetast. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (de middelen waarover de gemeente kan beschikken om niet begrote kosten die onverwachts en substantieel zijn te dekken) en de benodigde weerstandscapaciteit (de risico’s waarvoor geen voorzieningen of verzekeringen zijn afgesloten). Deze relatie kan op een eenvoudige wijze in de volgende vergelijking worden weergegeven: Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit (risico's). De ratio weerstandsvermogen is berekend op € 22.014.000 / € 4.603.000 = 4,78. De ratio voor het weerstandsvermogen is als volgt gecategoriseerd. Situatie
Ratio weerstandsvermogen
Betekenis weerstandsvermogen
A
X > 2,0
Hoog
B
1,5 < X < 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 < X < 1,5
Voldoende
D
0,5 < X < 1,0
Onvoldoende
E
X < 0,5
Ruim onvoldoende
De ratio van het weerstandsvermogen is berekend op 4,78. Dit is te categoriseren als hoog. Zoals ook bij de eerder genoemde uitgangspunten is aangegeven, is bij de berekening van benodigde weerstandscapaciteit rekening gehouden met zowel incidentele als structurele risico’s. Hierdoor heeft het benodigde weerstandsvermogen ook een meerjarig karakter voor de komende 4 jaar. Dit zal vervolgens jaarlijks bij de Zomernota en Begroting worden bijgesteld met de inzichten op dat moment. De lichte stijging ten opzichte van de ratio, zoals die voor het jaar 2024 was berekend in de Programmabegroting 2024 (4,61), is het gevolg van een stijging van de weerstandscapaciteit met € 3.629.000 (19,7%) en een stijging van de risico's met € 615.000 (15,4%). De stijging van de weerstandscapaciteit is met name het gevolg van: 1. Het toevoegen van het positieve saldo van € 467.000 van de Slotwijziging 2023 aan de algemene reserve. 2. Het toevoegen van het positieve saldo van € 2,8 miljoen van de Jaarrekening 2023 aan de algemene reserve. 3. Het toevoegen van € 300.000 aan de algemene reserve vanwege een vrijval van de egalisatiereserve rente in 2023. 4. Het toevoegen van € 334.000 aan de algemene reserve vanwege een vrijval van de egalisatiereserve rente in 2024. 5. Het onttrekken van € 250.000 aan de algemene reserve voor de aanpak niet-vitale vakantieparken. 6.
Het onttrekken van € 126.000 aan de algemene reserve voor het 750-jarig bestaan van Oud Gastel en Oudenbosch. 7. Het onttrekken van € 186.000 aan de algemene reserve voor de ontwikkeling van het Dorpshuis Hoeven. 8. Het ontrekken van € 41.000 voor de Visie op cultuur. 9. Een daling van de algemene reserve grondexploitaties met € 115.000. 10.Een stijging van de begrotingsruimte met € 626.000. 11.Een lagere onbenutte belastingcapaciteit van € 370.000 als gevolg van een lager tarief 'redelijk peil OZB' in de meicirculaire 2024. De stijging van de risico's is met name het gevolg van: 1. De toevoeging van het risico van een lagere algemene uitkering en het vervallen van de behoudzaamheidsreserve van € 289.000. 2. Een stijging van het totale risicobedrag voor het sociaal domein met € 295.000, met name door toename van het risico op BUIG. 3. Het vervallen van het risico van het herstel van de waterschade aan MFA Fudura in Oud Gastel van € 110.000, omdat de schade wordt vergoed door de verzekeraar.
65
66
Meerjaren Perspectief Grondexploitaties
3.4.1 Inleiding De werkwijze van de gemeente om de ruimtelijke doelstellingen binnen de gemeente te realiseren en op welke wijze de daartoe beschikbare grondbeleid instrumenten (kunnen) worden ingezet is vastgelegd in de Nota grondbeleid 2020 gemeente Halderberge. De actuele financiële vertaling hiervan met betrekking tot alle binnen het onderdeel grondexploitaties opgenomen projecten blijkt uit het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG) 2024-2033 (het totale MPG is als bijlage bij deze Zomernota gevoegd). Op basis van alle lopende projecten, de gecalculeerde risico’s, de inschatting van de baten en de lasten van de projecten en de prognoses over de vastgoedmarkt, geeft dit MPG een doorkijk vanuit het verleden naar de toekomst van de in beheer en ontwikkeling zijnde complexen, vallend onder het taakveld grondbedrijf. Een dergelijke berekening vormt altijd een momentopname. Tal van gebeurtenissen hebben invloed op het exploitatieresultaat. Het is dan ook van groot belang om de berekening regelmatig te actualiseren. In dit MPG zijn op basis van de genoemde geactualiseerde exploitatieberekeningen, de financiële consequenties van alle grondbedrijf-activiteiten vertaalt in een meerjarige staat van reserves en voorzieningen grondexploitaties. De beginstand van deze staat is altijd 1 januari van het redactiejaar, in dit geval 2024.
Bovendien is er aansluiting tussen de exploitatieberekeningen en de zogeheten staten P die in de Jaarrekening worden vermeld. Een exploitatieberekening geeft meerjarig inzicht in de verwachte kosten en opbrengsten van een activiteit. Optelling van alle activiteiten binnen het taakveld grondbedrijf per jaarschijf zijn de basis voor de begroting voor het taakveld grondbedrijf. Het MPG en alle onderliggende berekeningen bieden hiervoor het meest actuele kader. 3.4.2 Toerekening personele lasten Op basis van hetgeen toegestaan is volgens de notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken van de commissie BBV is bepaald welke bedragen reëel zijn om toe te rekenen aan de verschillende projecten binnen de grondexploitaties. Deze toerekening is limitatief. Het gaat hierbij alleen om vervaardigingskosten in relatie tot het transformeren van ruwe grond naar bouwrijpe grond van projecten welke gecategoriseerd mogen worden als Bouwgronden in Exploitatie (BIE). Alle andere werkzaamheden die nodig zijn om bouwgronden in exploitatie te brengen (zoals een totale visie voor een gebied of voorbereidende werkzaamheden hiervoor) mogen niet meer worden toegerekend aan projecten binnen de grondexploitatie. Al een aantal jaren wordt de plankostenscan van de VNG gehanteerd om de personele lasten toe te rekenen aan de grondexploitaties.
Op basis van de bijgestelde grondexploitaties is in onderstaand staatje aangegeven welke personele lasten in de komende jaren aan de grondexploitatie-projecten worden toegerekend (x € 1.000).
Totaal toe te rekenen personele lasten
2024
2025
2026
2027
170
169
118
0
Bij de uitgangspunten voor de Programmabegroting 2025 is aangegeven hoe de toe te rekenen personele lasten in de Begroting worden verwerkt.
67
3.4.3 Financiële positie grondexploitaties Voor de beoordeling van de financiële situatie van de grondexploitaties zijn een aantal gegevens een belangrijke graadmeter. Het betreft hier o.a. de volgende onderdelen: • De ontwikkeling van de reservepositie van de grondexploitaties; • Het verloop van de totale boekwaarde van de complexen binnen de grondexploitaties; • De ontwikkeling van de reserve bovenwijkse voorzieningen; • Geraamd saldo complexen op contante waarde. Onderstaand worden deze onderdelen toegelicht. De ontwikkeling van de reservepositie van de grondexploitaties De uitgangspunten van het actuele woningbouwprogramma zijn verwerkt in de geactualiseerde grondexploitatieberekeningen. Indien de projecten conform deze uitgangspunten worden uitgevoerd zal de algemene reserve grondexploitaties groeien van € 3,5 miljoen per 1-1-2024 naar ca. € 7,9 miljoen op 31-12-2027. In onderstaand schema is het verloop van de algemene reserve grondexploitaties weergegeven (x € 1.000)
Algemene reserve grondexploitaties
1-1-2024
1-1-2025
1-1-2026
1-1-2027
3.510
3.510
3.523
7.866
Het verloop van de totale boekwaarde van de complexen binnen de grondexploitaties De boekwaarde van de complexen welke binnen de grondexploitaties worden geadministreerd, wordt enerzijds beïnvloed door de vervaardigingskosten die gemaakt moeten worden om ruwe gronden naar woonrijpe gronden te transformeren en anderzijds door de opbrengsten die deze woonrijpe gronden kunnen genereren. Op basis van het vastgestelde woningbouwprogramma zal de totale boekwaarde van de complexen in de periode 2024 - 2033 afnemen van ca. € 9,0 miljoen naar € 0. De ontwikkeling van de reserve bovenwijkse voorzieningen Voor wat betreft de onttrekkingen aan de reserve bovenwijkse voorzieningen is gerekend met een uitname zoals die is opgenomen in de Nota kostenverhaal. De voeding van deze reserve is gebaseerd op de aantallen woningen zoals deze zijn geprognosticeerd in het acutele woningbouwprogramma. Hieruit blijkt op dit moment dat er nog een toevoeging aan de reserve bovenwijkse voorzieningen wordt verwacht van ca. € 2,6 miljoen. De geplande onttrekkingen zijn begroot op ca. € 2,4 miljoen. In de jaren 2021 t/m 2023 heeft een voorfinanciering plaatsgevonden vanuit de algemene reserve grondexploitaties. Met de verwachte positieve saldi kan dit in de komende jaren teruggestort worden in de algemene reserve grondexploitaties.
In onderstaand schema is het verloop van de reserve bovenwijkse voorzieningen weergegeven (x € 1.000). Verloop bovenwijkse voorzieningen
2024
2025
2026
2027
0
466
500
447
Toevoegingen
556
418
331
331
Onttrekkingen
90
384
384
384
Saldo 31-12
360
500
447
394
Saldo 1-1
68
Geraamd saldo complexen op contante waarde Naast de boekwaarden zijn ook de nog te verwachten kosten en opbrengsten in beeld gebracht voor de projecten die in exploitatie zijn. Op basis hiervan zijn onderstaand de projecten weergegeven met een verwacht financieel resultaat (winstgevend of verliesgevend) op basis van de nominale waarde en de contante waarde per 1-1-2024 (x € 1.000). Project
Resultaat nominale waarde
Resultaat contante waarde
3.752
3.535
0
0
591
557
216 Mgr. Meeuwissenstraat / Kerkstraat
-2.753
-2.699
315 Hoeven Oost-cluster Lindelommer
-512
-492
316 Uitbr. Hoeven Bovendonksestraat
13
13
504 Klooster Stampersgat e.o.
-2.552
-2.502
Totaal
-1.461
-1.587
106 Sportpark Pagnevaart 143 Bornhemweg 144 Havendijk
Op basis van de contante waarde geven de projecten die positief sluiten nog een resultaat van in totaal ca. € 4,1 miljoen. De projecten die negatief sluiten hebben een verwacht resultaat van in totaal ca. € 5,7 miljoen. Voor de projecten met een verwacht verlies is reeds een voorziening gevormd op basis van deze contante waarde. 3.4.4 Risico's Doordat in de Jaarrekening 2023 de voorzieningen voor de verliesgevende projecten wederom zijn geactualiseerd, is het grootste deel van het risico binnen de grondexploitaties ondervangen. Echter aanvullende verliesvoorzieningen en afwaarderingen kunnen nog nodig zijn op basis van onderstaande risico’s. • De verkoopprijs binnen de diverse projecten is vastgesteld op een bedrag van € 330 per m2. Doordat de werkelijke uitgifteprijs anders kan worden, kan dit leiden tot andere opbrengsten dan waar nu in de exploitatieberekeningen van is uitgegaan. Ook de ontwikkelingen in de markt, zoals fluctuatie van de huizenprijzen, kunnen van invloed zijn op de grondprijs. • Er is gekozen voor een gespreide fasering op basis van het vastgestelde reële woningbouwprogramma. Door een stagnatie in de bouw van woningen zou deze fasering in werkelijkheid anders kunnen worden. Hierdoor zullen de rentelasten over het geïnvesteerd vermogen toenemen. • Het algemene rentepercentage dat gebruikt wordt binnen de grondexploitaties is 0,73%.
Door (voornamelijk) externe factoren kan dit percentage hoger of lager uitvallen waardoor de resultaten van de berekeningen af gaan wijken. • Indien projecten door wet- en regelgeving niet langer uitgevoerd kunnen worden op de manier zoals die gepland waren kunnen hierdoor financiële verliezen ontstaan. Hierdoor kunnen naast de financiële verliezen ook wijzigingen optreden in het aantal te realiseren woningen, wat weer gevolgen heeft voor het saldo van de reserve bovenwijkse voorzieningen. Op basis van de bovenstaande risico’s is het totale risicobedrag voor de grondexploitaties bepaald op € 1,6 miljoen. Dit bedrag is opgenomen in de berekening van het totale weerstandsvermogen van de gemeente Halderberge.
69
70