Programmabegroting 2025 Definitief.pdf
Tekst van het document
Beleidsvoornemens:Voor 2025 is geen specifiek beleid aangegeven.
Richtlijnen 2025
34
Niet van toepassing
Brabant Water N.V. Doel of belang dat wordt behartigd:
De levering van drinkwater van hoge kwaliteit, water op maat en water gerelateerde producten en diensten.
Beleidsvoornemens:Voor 2025 is geen specifiek beleid aangegeven.
Richtlijnen 2025
Niet van toepassing
Samenwerkingsverband Reinigingsdiensten N.V. (SAVER) Doel of belang dat wordt behartigd:
Uitvoering van de wettelijke en autonome taken op het gebied van reiniging en afvalverwijdering.
Beleidsvoornemens:Voor 2025 is geen specifiek beleid aangegeven.
Richtlijnen 2025
Niet van toepassing
REWIN NV Doel of belang dat wordt behartigd:
De regionale ontwikkelingsmaatschappij REWIN West-Brabant is actief voor een economisch veerkrachtig West-Brabant. REWIN voert daarbij de Economische Agenda uit; de visie voor de regio zoals vastgesteld door de Economic Board West-Brabant, door overheid, onderwijs en bedrijfsleven samen. Met de inzet van regionale programma’s gericht op het versterken en vernieuwen van de sectoren maintenance, logistiek en agrofood/biobased. En door het bevorderen van startups & innovatief mkb en het aantrekken van nieuwe vestigers die een meerwaarde vormen voor de West-Brabantse economie.
Beleidsvoornemens Voor 2025 is geen specifiek beleid afgegeven.
Richtlijnen 2025
Niet van toepassing
1.4.8 Wat mag het kosten? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten van het programma Ruimtelijke en economische ontwikkelingen opgenomen (x € 1.000). Programma Ruimtelijke en economische ontwikkelingen
2024
2025
2026
2027
2028
2.3 Recreatieve havens
151
845
451
451
451
3.1 Economische ontwikkeling
637
611
631
650
668
3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur
273
238
250
250
250
3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
23
24
24
25
26
3.4 Economische promotie
253
325
342
349
356
7.3 Afval
4.007
4.261
4.355
4.490
4.629
7.4 Milieubeheer
1.622
1.809
1.272
1.315
1.359
Lasten per taakveld
35
Programma Ruimtelijke en economische ontwikkelingen
2024
2025
2026
2027
2028
8.1 Ruimte en leefomgeving
1.298
1.785
1.447
1.561
1.609
8.2 Grondexploitatie (nietbedrijventerreinen)
6.419
11.420
2.272
550
550
8.3 Wonen en bouwen
1.515
1.585
1.647
1.682
1.726
Totaal lasten Ruimtelijke en economische ontwikkelingen
16.197
22.902
12.689
11.322
11.624
142
176
233
231
229
0
0
119
118
116
Kapitaallasten grondexploitaties
-45
-6
-92
0
0
Direct toe te rekenen salarislasten
3.428
3.774
3.927
4.064
4.185
2.3 Recreatieve havens
53
4
4
4
4
3.1 Economische ontwikkeling
6
6
6
6
6
3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur
0
0
0
0
0
3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
21
16
16
17
17
3.4 Economische promotie
661
662
664
665
666
5.062
5.350
5.464
5.628
5.792
7.4 Milieubeheer
579
585
7
7
7
8.1 Ruimte en leefomgeving
298
803
807
812
816
8.2 Grondexploitatie (nietbedrijventerreinen)
6.509
11.493
6.638
500
500
511
1.071
828
673
565
Totaal baten Ruimtelijke en economische ontwikkelingen
13.700
19.990
14.433
8.310
8.373
Saldo
-2.498
-2.913
1.744
-3.013
-3.250
Waarvan: Kapitaallasten bestaande activa Kapitaallasten Investeringsprogramma 2025 - 2028
Baten per taakveld
7.3 Afval
8.3 Wonen en bouwen
36
Programma Zorg, jeugd en participatie
1.5.1 Inleiding Het uitgangspunt voor zorg, jeugd en participatie in het bestuursakkoord Samen aan de Slag is dat het huidige beleid wordt voortgezet. De uitgangspunten hierin zijn: de mens centraal, de kracht van samen, de touwtjes zelf in handen hebben en preventie. Veel mensen kunnen goed meedoen in de huidige samenleving. Voor wie dit niet vanzelfsprekend is, bieden we samen met inwoners en regionale en maatschappelijke partners ondersteuning waar dat nodig is. 1.5.2 Wat willen we bereiken (speerpunten)? Inwoners van Halderberge zijn zo gezond mogelijk. De inwoners van Halderberge doen mee naar vermogen en zijn financieel gezond. De inwoners van Halderberge ondersteunen elkaar en zetten zich actief in voor hun omgeving. Halderbergse kinderen kunnen opgroeien tot zelfredzame volwassenen.
1.5.3 Wat doen we al? Huidig beleid (wat voortgezet wordt): • Beleidsplan sociaal domein “de kracht van samen” • Verordeningen Jeugdwet, Wmo en Participatiewet • Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning • Regionale nota ‘Integraal Armoede- en schuldenbeleid’ • Beleidsplan Hulp bij Financiële Zorgen • Regiovisie Jeugdhulp West-Brabant 2022 - 2025 • Regionaal beleidsplan inburgering ‘Iedereen doet mee’ • Regiovisie Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang • Regionaal beleidskader 2022 - 2025 inzake Geweld in afhankelijkheidsrelaties en Meldpunt Crisiszorg • Regionaal Beleidsplan Mensenhandel 2022-2025 Huidige werkzaamheden: Samen met partners organiseren we passende ondersteuning voor en met inwoners, wanneer zij het zelf niet redden. We werken dichtbij onze inwoners en zetten in op preventie. We luisteren naar de vraag en kijken met een brede blik samen met de inwoner naar wat nodig is. Ook voeren we de regie op uitvoeringsorganisaties en werken we in de regio intensief samen. Hierbij geven we kaders mee voor de uitvoering. De budgetten voor het sociaal domein staan onder druk terwijl we een hogere en complexere zorgvraag zien. Daarnaast worden we als gemeente geconfronteerd met een fors aantal nieuwe ontwikkelingen in het sociaal domein die een grote impact hebben op de beleidsontwikkeling en de uitvoering.
De grootste opgaven zijn het Integraal Zorg Akkoord (IZA), het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Deze, in combinatie met de andere nieuwe opgaven in het sociaal domein, moeten we verbinden én laten landen in de brede toegang sociaal domein bij team Zorg & Jeugd. Dat is complex. Enerzijds vanwege de omvang van de opgaven, anderzijds doordat alles aan elkaar gerelateerd is (sociale basis ↔ preventie ↔ voorliggend veld ↔ toegang sociaal domein ↔ gespecialiseerd hulpaanbod Wmo, Jeugdwet en Participatiewet).
37
We zetten alle zeilen bij om de gestelde doelen op een efficiënte manier uit te voeren. Jaarlijks bepalen we in het uitvoeringsprogramma sociaal domein ‘De kracht van samen’, waar we dat jaar op inzetten. Deze werkwijze blijven we voortzetten. IZA/GALA Om de zorg in de toekomst toegankelijk en betaalbaar te houden is (landelijk) ingezet op een meer gezonde generatie (Gezond en Actief Leven Akkoord) en een transformatie in de zorg (Integraal Zorg Akkoord). De landelijke afspraken vanuit het Gezond en Actief Leven Akkoord en het Integraal Zorgakkoord zijn vertaald naar een lokaal plan van aanpak ‘Gezond en Actief Halderberge’. De inzet van dit plan is de preventie te versterken en te verduurzamen door meer samenhang aan te brengen tussen gezondheid, sport en bewegen, cultuur en de sociale basis waaronder welzijn. We werken hier samen met onze inwoners, lokale en regionale partners en sluiten daarbij aan op de afspraken en activiteiten van het Regioplan IZA West-Brabant. De activiteiten die hieruit voortvloeien nemen we op in het uitvoeringsprogramma sociaal domein ‘De kracht van samen'. Hervormingsagenda Jeugd De hervormingsagenda Jeugd is op 19 juni 2023 vastgesteld.
De hervormingsagenda bevat een groot pakket maatregelen met als doel de jeugdzorg te verbeteren, financieel houdbaar te krijgen en om ervoor te zorgen dat kinderen en gezinnen die hulp nodig hebben, zo snel mogelijk de juiste hulp en ondersteuning krijgen. Zowel het Rijk, gemeentes en samenwerkingspartners hebben hierin een grote taak. Zo gaan gemeenten en het Rijk bijvoorbeeld structureel investeren in de landelijke kwaliteit en effectiviteit van jeugdhulp. Ook komt er een aanpassing van de Jeugdwet, waardoor duidelijker wordt waarvoor kinderen en ouders hulp kunnen krijgen. Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming Het toekomstscenario streeft naar een andere benadering van het bieden van hulp, ondersteuning en bescherming, namelijk een integraal mens- en gezins (systeem)gerichte aanpak. Lokale teams krijgen een centrale rol en krijgen bij complexe (veiligheids)casussen ondersteuning van een Regionaal Veiligheidsteam, dat gespecialiseerde expertise op het gebied van veiligheid biedt. In het eerste kwartaal 2024 is het Programmaplan Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming vastgesteld voor de jeugdhulpregio West-Brabant West. De komende jaren zal er uitvoering gegeven worden aan dit programmaplan. De opgaven zijn vooral maatregelen die een meerjarenplan omvatten waarvan de effectiviteit op langere termijn zichtbaar zal moeten worden.
Met deze opgaven zijn financiële middelen nodig waarvan we nu nog niet weten wat de omvang zal zijn. 1.5.4 Kritische succesfactoren Medewerking van externe partners kunnen we niet afdwingen zoals bijvoorbeeld bij het Bravis/Medisch Centrum Oudenbosch. 1.5.5 Beleidsindicatoren Lokale indicatoren In het beleidsplan van het sociaal domein "de kracht van samen" zijn een aantal doelen gesteld. Het wel of niet behalen van deze doelen worden met een specifieke set aan indicatoren gemonitord door middel van de monitor sociaal domein. Deze monitor wordt jaarlijks opgesteld en via de reguliere P&C cyclus bij de jaarrekening aan uw raad aangeboden. BBV-indicatoren De onderstaande verplichte indicatoren vallen onder het programma Zorg, jeugd en participatie (bron: www.waarstaatjegemeente.nl;d.d. 01-10-2024). Vergelijkbare gemeenten zijn gemeenten met 25.000 - 50.000 inwoners. Indicator Banen1
Jongeren met een delict voor de rechter2
38
2021
2022
2023
Halderberge
515,4
583,1
589,8
Vergelijkbare gemeenten
587,0
603,8
615,1
Halderberge
1,0%
0,0%
Vergelijkbare gemeenten
1,0%
1,0%
2024
Indicator Kinderen in uitkeringsgezin3
Netto arbeidsparticipatie4
Werkloze jongeren5
Personen met een bijstandsuitkering6
Lopende re-integratievoorzieningen7
Jongeren met jeugdhulp8
Jongeren met jeugdbescherming9
Jongeren met jeugdreclassering10
Cliënten met een maatwerkarrangement WMO11
2021
2022
2023
Halderberge
6,0%
6,0%
Vergelijkbare gemeenten
4,0%
4,0%
Halderberge
70,5%
71,8%
72,7%
Vergelijkbare gemeenten
71,0%
72,5%
73,4%
Halderberge
1,0%
2,0%
Vergelijkbare gemeenten
1,0%
1,0%
Halderberge
269,1
244,3
246,2
Vergelijkbare gemeenten
277,7
239,4
230,3
Halderberge
149,3
152,9
162,6
Vergelijkbare gemeenten
?
192,0
196,1
Halderberge
13,5%
14,1%
15,1%
Vergelijkbare gemeenten
13,4%
13,5%
13,5%
Halderberge
1,2%
0,9%
0,8%
Vergelijkbare gemeenten
1,3%
1,2%
1,1%
Halderberge
0,2%
?
?
Vergelijkbare gemeenten
?
?
?
Halderberge
770,0
780,0
770,0
Vergelijkbare gemeenten
689,0
690,0
686,0
2024
1 Het aantal banen, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar. 2 Het percentage jongeren (12-21 jaar) dat met een delict voor de rechter is verschenen. 3 Het percentage kinderen tot 18 jaar dat in een gezin leeft dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen. 4 Het percentage van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de (potentiële) beroepsbevolking. 5 Het percentage werkeloze jongeren (16-22 jaar). 6 Het aantal personen met een bijstandsuitkering, per 10.000 inwoners. 7 Het aantal re-integratievoorzieningen, per 10.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar. 8 Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp ten opzicht van alle jongeren tot 18 jaar. 9 Het percentage jongeren tot 18 jaar met een jeugdbeschermingsmaatregel ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar. 10Het percentage jongeren (12 tot 23 jaar) met een jeugdreclasseringsmaatregel ten opzichte van alle jongeren (12 tot 23 jaar). 11 Aantal per 10.000 inwoners in de betreffende bevolkingsgroep. Een maatwerkarrangement is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo. Voor de Wmo gegevens geldt dat het referentiegemiddelde gebaseerd is op 327 deelnemende gemeenten.
39
1.5.6 Wat gaan we daarvoor doen in 2025? Door de gemeenteraad is het beleidsplan sociaal domein “de kracht van samen” vastgesteld. Dit beleidsplan bepaalt de koers en kaders voor de komende jaren. Jaarlijks wordt samen met partners bepaald wat er gedaan wordt om aan de doelen uit het beleidsplan te werken. Dit wordt opgenomen, samen met alle acties uit het collegewerkprogramma, in een jaarlijks uitvoeringsprogramma. Eind 2024 wordt het uitvoeringsprogramma 2024 geëvalueerd en wordt een nieuw uitvoeringsprogramma 2025 opgesteld, wat ter informatie aan de gemeenteraad wordt verzonden. De verantwoording van (de hoofdlijnen van) het uitvoeringsprogramma vindt plaats in de monitor sociaal domein en bij de jaarrekening. Er worden daarom nu geen concrete acties/activiteiten opgenomen. Voor acties/activiteiten die bijdragen aan de doelstellingen van het beleidsplan en waar extra financiële middelen voor nodig zijn, wordt in eerste instantie de reserve innovaties en knelpunten sociaal domein ingezet. Als deze reserve is uitgeput of als het om een structurele actie/activiteit gaat, zal in de Zomernota 2025 een voorstel worden gedaan voor extra middelen. 1.5.7 Verbonden partijen Gemeenschappelijke regeling GGD West-Brabant Doel of belang dat wordt behartigd:
Het behartigen van de belangen van de gemeenten op het gebied van de publieke gezondheid. Het samenwerkingsverband beheert de GGD West-Brabant.
Beleidsvoornemens:Het jaar 2025 is het derde jaar van de GGD-beleidsperiode ‘Wij maken samen gezond gewoon 2023-2026’. Door samenwerking met inwoners, gemeenten, andere GGD’en, provincie, (zorg)partners en ondernemers uit de regio wil de GGD de gezondheidskansen voor iedereen vergroten.Het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en het Gezond en Aktief Leven Akkoord (GALA) zijn daarbij belangrijk. De GGD heeft een coördinerende rol en zal ook in de uitvoering aan deze akkoorden bijdragen. De hervorming van de jeugdzorg zal invloed hebben op de werkzaamheden van de jeugdgezondheidszorg, al is de precieze impact nog niet helder. De GGD zal de taken rondom de infectieziektepreventie nog steviger wegzetten. In 2025 evalueert de GGD haar eerste werkzaamheden na de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024.
Richtlijnen 2026
Beleidsmatige richtlijnen: 1. De GGD geeft in kaders en Beleidsbegroting 2026 duidelijk weer met welke concrete plannen invulling gegeven gaat worden aan de in het beleidsplan 2023-2026 ‘Wij maken samen gezond gewoon’ opgenomen 4 ambities en laten ze hun 3 gezonde geluiden horen. 2. Wij verwachten dat zij in samenspraak met de deelnemende gemeenten in 2026 een vervolg van het beleidsplan opstelt en presenteert. 3. Gezien de afnemende financiële middelen in 2026 verwachten gemeenten beleidsmatige keuzes te moeten maken. Om deze keuzes gedegen voor te kunnen bereiden is meer gedetailleerd inzicht nodig in het aanbod en in de geleverde producten en kosten. Wij verwachten van de GGD dat zij deze informatie leveren. Financiële richtlijnen: Voor de financiële richtlijnen 2026 verwijzen wij u naar de paragraaf Verbonden partijen.
40
Gemeenschappelijke regeling Regionale Ambulancevoorziening Brabant, Midden-West-Noord (RAV) Doel of belang dat wordt behartigd:
Regionaal ambulancevervoer.
Beleidsvoornemens:De doelstelling van de RAV is het leveren van kwalitatief hoogwaardige ambulancezorg, die tijdig ter plaatse is en binnen de budgettaire kaders wordt gerealiseerd. Het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en de Beleidsagenda Toekomstbestendige Acute Zorg bevatten richtinggevende kernpunten: Kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg, Zorgcoördinatie en Samenwerking. Het jaar 2025 is het laatste jaar van het lopende meerjarenplan. De RAV is voornemens om stakeholders bij het opstellen van het nieuwe plan te betrekken. Vanaf 2024 is de verbeterde urgentie-indeling spoedvervoer gefaseerd ingevoerd. De RAV volgt hoe de nieuwe urgenties in de praktijk uitpakken en zal waar nodig bijsturen. Het zorgaanbod van de RAV is gedifferentieerd: de RAV biedt een breed scala aan ambulancezorg waarbij de patiënt wordt vervoerd of ter plaatse wordt geholpen. De krapte op de arbeidsmarkt is voor de acute zorg een enorm probleem. De RAV onderneemt actie en streeft ernaar om in 2025 over voldoende personeelscapaciteit te beschikken om de paraatheid conform het geldende referentiekader in te vullen.
Richtlijnen 2026
Beleidsmatige richtlijnen: 1. De RAV waarborgt onder de Wet ambulancezorgvoorzieningen de kwaliteit en continuïteit van de ambulancezorg in heel haar werkgebied. De ambulancezorg dient blijvend te worden uitgevoerd zonder gemeentelijke financiële bijdragen. 2. Het Meerjarenplan 2022-2025 van de RAV loopt tot en met 2025. De RAV betrekt bij de opstelling van het nieuwe meerjarenplan de stakeholders. Het nieuwe meerjarenplan komt tot uitdrukking in de begroting 2026. 3. Het Landelijk Kwaliteitskader Ambulancezorg 1.0 bevat 26 indicatoren waarmee daadwerkelijk het niveau van de geleverde zorg wordt gemeten. Tijdigheid in het spoedvervoer is er hier één van. De indicatoren zijn onderverdeeld in zeven segmenten: Bereikbare en beschikbare zorg, Patiënt centraal, Veilige zorg, Professionaliteit, Samenwerken, Continue verbeteren en Basis op orde. De RAV informeert de gemeenten in haar begroting hoe zij voldoet aan het landelijke kwaliteitskader en de opgenomen indicatoren. 4. De RAV is in 2024 gestart met de implementatie van de nieuwe urgentie-indeling ambulancezorg. De nieuwe indeling kent zeven in plaats van drie urgentieniveaus. De RAV verwerkt de nieuwe urgentie-indeling in haar begroting waarbij inzage in de responstijden op A0 en A1 (voorheen A1 en A2 ritten) behouden blijft.
Uitgangspunt dient te zijn dat in het hele werkgebied de responstijd voor A0 ritten niet meer dan 5% wordt overschreden (melding-aankomst meer dan 15 minuten). 5. In haar begroting geeft de RAV aan wat het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en de landelijke Beleidsagenda Toekomstbestendige Acute Zorg van VWS betekent voor de ambulancezorg in haar werkgebied. De beleidsagenda kent drie kernpunten: Kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg, Zorgcoördinatie en Samenwerking in de regio. Financiële richtlijnen: De RAV wordt via de zorgverzekeraars gefinancieerd. Om die reden zijn de financiële richtlijnen niet van toepassing op de RAV.
Gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningschap Westelijk Noord-Brabant (WVS) Doel of belang dat wordt behartigd:
WVS behartigt de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en de in mandaat gegeven taken op het gebied van de Participatiewet (PW). WVS ondersteunt inwoners binnen de Wsw of de PW, die niet in staat zijn om op eigen kracht passende arbeid te verwerven en/of te behouden, of voor wie de maatschappelijke participatie dient te worden bevorderd. WVS verzorgt voor deze inwoners een traject dat óf leidt naar (gesubsidieerde) arbeid, óf een sociaal isolement voorkomt of doorbreekt. Daarnaast heeft WVS tot doel het organiseren van werk in een beschutte omgeving voor de inwoners die hierop zijn aangewezen.
41
Gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningschap Westelijk Noord-Brabant (WVS) Beleidsvoornemens:WVS zal ook in 2025 de Wsw en het onderdeel beschut werken binnen de PW uitvoeren. Daarnaast blijft WVS als sociaal ontwikkelbedrijf met haar kennis en ervaring optimale ondersteuning bieden aan de inwoners die onder de PW vallen in hun ontwikkeling naar een betaalde baan of als dat niet haalbaar is betaalde detachering of vrijwilligerswerk. Dit doet WVS in samenwerking met het Werkplein Hart van West-Brabant en de ISD Brabantse Wal in de keten van de Participatiewet (ketensamenwerking). Deze steeds intensievere ketensamenwerking heeft als doelstelling: ‘Samen werken aan Participatie’ en wordt in 2025 verder doorontwikkeld. Onderzoek zal uitwijzen welke organisatievorm het beste past bij deze verdere doorontwikkeling.
Richtlijnen 2026
Beleidsmatige richtlijnen: 1. WVS houdt inzichtelijk welke activiteiten en risico’s verbonden zijn aan de afbouw van het huidige WSW-bestand in combinatie met de opdrachtportefeuille en stelt maatregelen voor om nadelige financiële gevolgen daarvan zoveel mogelijk te beperken. 2. WVS besteedt in de begroting 2026 aandacht aan de visie en ambitie rondom de doorontwikkeling van het sociaal ontwikkelbedrijf. 3. De begroting van WVS wordt daarbij opgesteld in lijn met de ambities en doelstellingen van de integrale ketensamenwerking met het Werkplein Hart van West-Brabant en de ISD Brabantse Wal. De ketenpartners dienen hun activiteiten en inspanningen in samenhang te bezien, waarbij het resultaat van de organisaties tezamen optimaal dient te zijn. 4. Ten aanzien van deze ambities en doelstellingen verwachten we dat WVS samen met het Werkplein en ISD komt tot concrete doelstellingen rond de ontwikkelingen van inwoners, zowel in kwalitatief als kwantitatief opzicht. 5. Daarbij verwachten we dat WVS in afstemming met de ketenpartners zorgt voor passende leerroutes en ontwikkeltrajecten die aansluiten bij de vraag op de arbeidsmarkt en de veranderende doelgroep waarvoor deze trajecten worden ingezet. We vragen WVS daarbij innovatief te werk te gaan, zodat recht wordt gedaan aan de uitdagingen rond de doelgroep. 6.
In de begroting 2026 wordt de inzet van WVS ten behoeve van de ketensamenwerking in een afzonderlijke paragraaf uitgewerkt. Financiële richtlijnen: Voor de financiële richtlijnen 2026 verwijzen wij u naar de paragraaf Verbonden partijen.
Gemeenschappelijke regeling Werkplein Hart van West-Brabant (HvWB) Doel of belang dat wordt behartigd:
Het Werkplein Hart van West-Brabant (hierna: het Werkplein) ondersteunt inwoners waarvan het (tijdelijk) niet lukt om deel te nemen aan de arbeidsmarkt. Zo ondersteunt het Werkplein inwoners bij het vinden van een plek op de arbeidsmarkt. Wanneer dit niet direct mogelijk is helpt het Werkplein inwoners middels begeleiding, bemiddeling en scholing (kort, vakgericht) bij de groei en ontwikkeling naar de arbeidsmarkt. Dit met als doel om inwoners weer financieel zelfredzaam te laten zijn. Inwoners die niet economisch zelfredzaam zijn, biedt het Werkplein een financieel vangnet in de vorm van een uitkering. Wie echt niet kan werken, wordt ondersteund bij de groei en ontwikkeling zodat zij naar vermogen mee kunnen doen aan de samenleving. Daarnaast voert het Werkplein regie op de uitvoering van de nieuwe Wet Inburgering met het doel om inburgeraars zich tot het hoogst mogelijke niveau te laten ontwikkelen, zodat zij maximaal kunnen deelnemen aan de samenleving.
Beleidsvoornemens:In 2025 wordt de inzet op het werkprogramma onverminderd voortgezet met accentverschuivingen op de inspanningen die bij de huidige inspanningen horen. Tevens zal in 2025 een extra strategische doelstelling (+ inspanningen) worden toegevoegd op het gebied van inburgering. Het Werkplein werkt met WVS en de ISD Brabantse Wal samen in de keten van de Participatiewet (ketensamenwerking). Deze steeds intensievere ketensamenwerking heeft als doelstelling:
42
Gemeenschappelijke regeling Werkplein Hart van West-Brabant (HvWB) ‘Samen werken aan Participatie’ en wordt in 2025 verder doorontwikkeld. Onderzoek zal uitwijzen welke organisatievorm het beste past bij deze verdere doorontwikkeling. Zie hiervoor ook de beleidsvoornemens bij GR WVS.
Richtlijnen 2026
Beleidsmatige richtlijnen: 1. Het Werkplein HvWB stelt een begroting voor het jaar 2026 op waarin de ambities van de deelnemende gemeenten tot uitdrukking komen met betrekking tot duurzame uitstroom van uitkeringsgerechtigden, het beperken van uitkeringslasten, het bieden van inkomensondersteuning en armoedebestrijding en het integraal samenwerken binnen het Sociaal Domein. 2. De begroting 2026 dient een duidelijke onderbouwing te bevatten van de manier waarop het Werkplein HvWB de hiervoor genoemde ambities gaat realiseren, alsmede de lasten die daarmee gepaard gaan. 3. De onderbouwing bevat concrete maatregelen die afdoende zijn om aanspraak te kunnen maken op een uitkering in het kader van de vangnetregeling mocht er voor 2026 uiteindelijk onverhoopt toch sprake zijn van een overschrijding van de BUIG-budgetten. 4. De begroting 2026 van het Werkplein HvWB is opgesteld in lijn met de ambities en doelstellingen van de integrale ketensamenwerking met WVS en de ISD Brabantse Wal. De ketenpartners dienen hun activiteiten en inspanningen in samenhang te bezien, waarbij het resultaat van de organisaties tezamen optimaal dient te zijn. 5. Ten aanzien van deze ketensamenwerking verwachten we dat het Werkplein samen met WVS en ISD komt tot concrete doelstellingen rond de ontwikkelingen van inwoners, zowel in kwalitatief als kwantitatief opzicht. 6.
Daarbij verwachten we dat het Werkplein in afstemming met de ketenpartners zorgt voor passende leerroutes en ontwikkeltrajecten die aansluiten bij de vraag op de arbeidsmarkt en de veranderende doelgroep waarvoor deze trajecten worden ingezet. We vragen het Werkplein daarbij innovatief te werk te gaan, zodat recht wordt gedaan aan de uitdagingen rond de doelgroep. 7. In de begroting 2026 wordt de inzet van het Werkplein ten behoeve van de ketensamenwerking in een afzonderlijke paragraaf uitgewerkt. Financiële richtlijnen: Voor de financiële richtlijnen 2026 verwijzen wij u naar de paragraaf Verbonden partijen.
43
Gemeenschappelijke regeling inzake Geweld in Afhankelijkheidsrelaties en Meldpunt Crisiszorg WestBrabant (Veilig Thuis) Doel of belang dat wordt behartigd:
Met Veilig Thuis is er één advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling voor de regio West-Brabant. De missie van Veilig Thuis is om huiselijk geweld en kindermishandeling te stoppen, terug te dringen en de schade ervan te beperken en zo de cirkel van geweld, de overdracht van generatie op generatie te doorbreken. Ook heeft Veilig Thuis de taak sinds 2019 om te zorgen voor één Meldpunt Crisiszorg in de regio West-Brabant.
Beleidsvoornemens De ambitie blijft (net als de afgelopen jaren) het voorkomen, stoppen en blijvend oplossen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Iedereen in West- Brabant verdient het om zicht thuis veilig te voelen. Alleen dan zijn kinderen en volwassen in staat om zich te ontwikkelen, om mee te doen in de samenleving en om eigen keuzes te maken nu en in de toekomst. Hiervoor is passende ondersteuning, hulp of behandeling, bescherming en toezicht nodig. Dichtbij, zo vroeg mogelijk en zo lang als nodig is. Om dit te bereiken wordt er gewerkt aan de doelen die gesteld zijn bij de start van het regionaal programma Geweld Hoort Nergens Thuis. Daarnaast is in 2024 het programmaplan Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming regio West Brabant vastgesteld. Acties hieruit voortkomend voeren worden uitgevoerd. Ook wordt er ingezet op de Doorontwikkeling Meldpunt Crisiszorg.
Richtlijnen 2026
Niet van toepassing.
1.5.8 Wat mag het kosten? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten van het programma Zorg, jeugd en participatie opgenomen (x € 1.000). Programma Zorg, jeugd en participatie
2024
2025
2026
2027
2028
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie
4.587
6.343
6.715
6.490
6.684
6.2 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen
3.431
3.703
3.836
3.965
4.096
6.3 Inkomensregelingen
12.348
13.457
13.943
14.320
14.712
6.4 WSW en beschut werk
5.814
5.853
5.715
5.504
5.435
764
883
872
893
910
6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO)
1.544
1.608
1.611
1.646
1.684
6.71a Huishoudelijke hulp (WMO)
3.060
3.516
3.617
3.722
3.829
6.71b Begeleiding (WMO)
2.544
2.567
2.640
2.716
2.793
6.71c Dagbesteding (WMO)
88
91
94
96
99
6.72a Jeugdhulp begeleiding
105
74
13
13
13
6.72b Jeugdhulp behandeling
1.393
1.566
1.623
1.671
1.721
6.72c Jeugdhulp dagbesteding
692
957
986
1.016
1.046
Lasten per taakveld
6.5 Arbeidsparticipatie
44
Programma Zorg, jeugd en participatie
2024
2025
2026
2027
2028
6.72d Jeugdhulp zonder verblijf overig
266
655
516
527
538
6.73a Pleegzorg
603
601
619
638
657
2.254
2.207
2.291
2.359
2.431
6.73c Jeugdhulp met verblijf overig
909
1.446
1.110
1.143
1.177
6.74a Jeugdhulp behandeling GGZ zonder verblijf
64
70
72
75
77
6.74b Jeugdhulp crisis/LTA/GGZverblijf
354
562
498
504
509
6.74c Gesloten plaatsing
340
200
200
200
200
6.81a Beschermd wonen (WMO)
130
130
130
130
130
6.81b Maatschappelijkeen vrouwenopvang
143
151
158
158
159
6.82a Jeugdbescherming
444
540
556
573
590
6.82b Jeugdreclassering
13
41
42
44
45
7.1 Volksgezondheid
1.469
1.546
1.615
1.687
1.761
Totaal lasten Zorg, jeugd en participatie
43.359
48.766
49.472
50.087
51.296
152
552
959
955
945
0
0
15
41
52
2.850
3.081
3.214
3.337
3.458
1.276
2.309
2.070
1.716
1.719
0
0
0
0
0
7.883
9.346
9.609
10.009
10.288
6.4 WSW en beschut werk
0
0
0
0
0
6.5 Arbeidsparticipatie
0
0
0
0
0
6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO)
309
289
299
300
301
6.71a Huishoudelijke hulp (WMO)
0
0
0
0
0
6.71b Begeleiding (WMO)
0
0
0
0
0
6.73b Gezinsgericht
Waarvan: Kapitaallasten bestaande activa Kapitaallasten Investeringsprogramma 2025 - 2028 Direct toe te rekenen salarislasten
Baten per taakveld 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 6.2 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen 6.3 Inkomensregelingen
45
Programma Zorg, jeugd en participatie
2024
2025
2026
2027
2028
6.71c Dagbesteding (WMO)
0
0
0
0
0
6.72a Jeugdhulp begeleiding
0
0
0
0
0
6.72b Jeugdhulp behandeling
0
0
0
0
0
6.72c Jeugdhulp dagbesteding
0
0
0
0
0
6.72d Jeugdhulp zonder verblijf overig
0
0
0
0
0
6.73a Pleegzorg
0
0
0
0
0
6.73b Gezinsgericht
0
0
0
0
0
6.73c Jeugdhulp met verblijf overig
0
0
0
0
0
6.74a Jeugdhulp behandeling GGZ zonder verblijf
0
0
0
0
0
6.74b Jeugdhulp crisis/LTA/GGZverblijf
0
0
0
0
0
6.74c Gesloten plaatsing
0
0
0
0
0
6.81a Beschermd wonen (WMO)
0
0
0
0
0
6.81b Maatschappelijkeen vrouwenopvang
0
0
0
0
0
6.82a Jeugdbescherming
0
0
0
0
0
6.82b Jeugdreclassering
0
0
0
0
0
7.1 Volksgezondheid
8
8
8
8
8
9.476
11.951
11.985
12.031
12.315
-33.883
-36.815
-37.487
-38.056
-38.981
Totaal baten Zorg, jeugd en participatie
Saldo
46
Programma Onderwijs, sport en cultuur
1.6.1 Inleiding Het programma Onderwijs, sport en cultuur is gericht op het bieden van goed onderwijs in aantrekkelijke schoolgebouwen. Vanuit dit programma worden activiteiten op het gebied van sport en bewegen mogelijk gemaakt. Ook wordt de beleving van kunst, cultuur en cultuurhistorie aangemoedigd. 1.6.2 Wat willen we bereiken (speerpunten)? We voeren de plannen uit, zoals die zijn vastgelegd in het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Opvang en onderwijshuisvesting. In dit plan nemen we ook onderwijs & spelen en de vergroening van schoolpleinen mee. Verdere ontwikkeling van de integrale kindcentra; hierin werken kinderopvang en (basis)onderwijs zoveel mogelijk samen. Sportverenigingen kunnen gebruik maken van goede voorzieningen. Er zijn betaalbare sportvoorzieningen binnen de hele gemeente. Inwoners kunnen sporten en bewegen bij sportvoorzieningen en ook in de openbare ruimte. De belevingswaarde vergroten van wat we hebben aan kunst, cultuur en cultuurhistorie. We willen samen met de inwoners zorgen dat er meer kunst in de openbare ruimte komt.
1.6.3 Wat doen we al? Huidig beleid (wat voortgezet wordt): • Beleidsplan sociaal domein "De kracht van Samen" • Integraal huisvestingsplan onderwijs (2021) • Visiedocument Kindcentra in de gemeente Halderberge (2019) • Beleidsnota Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (2024) • Verordening Onderwijshuisvesting (2022) • Verordening leerlingenvervoer • Lokale meld en Coördinatiefunctie (LMC) • Sportnota Haldeberge in beweging (2010) • Kadernotitie buitensportaccommodaties (2017) • Kaders beheer en onderhoud buitensportaccommodaties (2019) • Cultuurkompas (2017) • Beleidsnota archeologie "Ons ongeschreven verleden" (2011) • Beleidsnota Cultureel erfgoed "Inspirerend verleden" (2011) • Visie op cultuur (2024) Huidige werkzaamheden: We voeren uit: Leerlingenvervoer, leerplicht, onderwijshuisvesting, coördinatie integrale kindcentra, beheer, onderhoud van sportvelden en huisvesting sportgebouwen (kleedlokalen en technische ruimtes), buurt- en schoolsportsportcoaches activiteiten, archeologie- en monumenten(subsidies), Lokale educatieve agenda, culturele activiteiten (bijvoorbeeld Cultuurmaand en Open Monumentendag), uitvoeringsregeling muziekeducatie en beeldende vorming, ONS WestBrabant, de Marktplaats Halderberge, welzijnssubsidies, heemkundekringen en musea, onderhoud aan kunst in de openbare ruimte.
47
We voeren onderwijsachterstanden beleid uit. Dit doen we in afstemming met kinderopvang, basisonderwijs en voortgezet onderwijs het. Het gaat onder andere om voor- en vroegschoolse educatie (VVE). Daarnaast bieden we ondersteuning aan het Nationaal Programma Onderwijs. 1.6.4 Kritische succesfactoren De bereidheid van partners om samen te werken met de gemeente, de groei of krimp van het aantal leerlingen, en wisselende bouwkosten zijn bepalend voor het uitvoeren van de speerpunten. 1.6.5 Uitvoering subsidiebeleid 2025 Subsidiebudget 2025 In maart 2020 heeft de raad de Algemene Subsidieverordening en de bijbehorende subsidieregelingen vastgesteld. Zo sluiten de subsidies beter aan op de doelen van de gemeente in het sociaal domein. Daarnaast is het subsidieproces vereenvoudigd. Er is een onderscheid gemaakt tussen de budgetsubsidies (maatwerkafspraken voor organisaties die belangrijke taken uitvoeren, waarbij we sturen op gemeentelijke doelen) en de basissubsidies (een vast bedrag en weinig administratieve lasten, ter waardering van vrijwilligersorganisaties. Het overzicht beleidsregels welzijnssubsidie is het uitvoeringsinstrument van het college. Na vaststelling van de Programmabegroting 2025 zal het college de subsidiebeschikkingen afgeven aan de afzonderlijke instellingen.
Het totaalvolume van het subsidiebudget voor 2025 is ten opzichte van het subsidiebudget 2024 met € 245.361 gestegen en bedraagt € 2.929.834. De volgende toelichting kan hierbij worden gegeven: Subsidiebudget 2024
€ 2.684.473
Mutaties en indexering budget- en basissubsidies
€ 50.021
Cultureel Erfgoed locatie Sint Anna
€ 75.245
Dorpshuis Bosschenhoofd
€ 90.000
Stichting Bibliotheek West-Brabant West
€ 186.743
Stichting Goed Ontmoet
€ 3.000
Stichting Leergeld
€ 5.000
Cultureel Erfgoed locatie Saint Louis
-/- € 71.000
Stichting Exploitatie Het Kompas
-/- € 36.375
Stichting Cultuureducatie Halderberge
-/- € 57.273
Subsidiebudget 2025
€ 2.929.834
Begrotingssubsidies 2025 Onderstaand een overzicht van de voorgenomen begrotingssubsidies met daarbij de naam van ontvanger en het maximaal vast te stellen subsidiebedrag.
48
Organisatie
Bedrag
Stichting Dorpshuis de Steiger
€ 21.038
Stichting CC Fidei et Arti
€ 95.344
Cultuurcluster Sint Anna
€ 100.245
Stichting Exploitatie het Kompas
€ 38.625
Stichting Dorpshuis Bosschenhoofd
€ 90.000
Stichting Zwembad Blankershove
€ 38.878
Stichting Bibliotheek West-Brabant West
€ 718.839
Kringloper
€ 70.000
Surplus Welzijn - AMW
€ 280.983
Surplus - Plusbus
€ 18.000
Surplus - Mantelzorgondersteuning
€ 122.720
Surplus - Vrijwilligerscentrale
€ 55.855
Stichting Cultuureducatie Halderberge
€ 53.418
Stichting Nederlands Zouavenmuseum
€ 6.200
Natuurhistorisch en Volkenkundig museum
€ 9.437
Stichting Arboretum
€ 20.100
Vliegend Museum Seppe
€ 1.500
Slachtofferhulp M+W Brabant
€ 12.013
Radar tegen discriminatie
€ 15.324
Stichting Streekomroep voor West-Brabant
€ 21.831
1.6.6 Beleidsindicatoren Lokale indicatoren Voor programma 6 zijn geen cijfers beschikbaar, welke één op één aansluiten bij de speerpunten van het collegewerkprogramma. Indien deze alsnog beschikbaar komen, dan zullen deze worden toegevoegd aan de basisset met beleidsindicatoren. BBV-indicatoren De onderstaande verplichte indicatoren vallen onder het programma Onderwijs, sport en cultuur (bron: www.waarstaatjegemeente.nl; d.d. 01-10-2024). Vergelijkbare gemeenten zijn gemeenten met 25.000 - 50.000 inwoners.
49
Indicator Absoluut verzuim1
Relatief verzuim2
Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie3
Niet-sporters4
2021
2022
2023
Halderberge
2,8
4,9
5,7
Vergelijkbare gemeenten
2,0
4,2
6,0
Halderberge
11,0
9,0
16,0
Vergelijkbare gemeenten
18,0
21,0
23,0
Halderberge
1,5%
2,2%
2,0%
Vergelijkbare gemeenten
1,6%
2,1%
2,1%
Halderberge
51,1%
Vergelijkbare gemeenten
47,9%
2024
1 Het aantal leer- of kwalificatieplichtigen jongeren dat absoluut verzuimer is (geweest) gedurende het schooljaar: de jongeren is niet ingeschreven bij een onderwijsinstelling en beshcikt niet over een vrijstellingl; per 1.000 leerlingen. 2 Het relatieve aantal leer- of kwalificatieplichtige jongeren zonder vrijstelling dat langer dan 4 opeenvolgende weken niet ingeschreven was op school; per 1.000 leerlingen. 3 Vsv'ers zijn jongeren van 12 tot 23 jaar die zonder startkwalificatie het onderwijs verlaten (havo, vwo of minimaal mbo-2 diplome). Het vsv-percentage staat voor het aantal vsvérs asl percentage van het aantal onderwijsdeelnemers die aan het begin van het schooljaar ingeschreven staan; per 1,000 leerlingen. 4 Het percentage niet-wekelijks sporters t.o.v. bevolking van 19 jaar en ouder. Bevolking van 19 jaar en ouder dat niet minstens één keer per week aan sport doet.
1.6.7 Wat gaan we daarvoor doen in 2025? Doel
Wat gaan we daarvoor doen
Participatie
Wanneer
Onderwijshuisvesting
Knelpunten in de huisvesting bij de basisscholen (de Klinkert; De Regenboog; de Bukehof; Uniek; ’t Bossche Hart; Futura) en het voortgezet onderwijs (Markland College) worden opgelost. Hierbij wordt ook gezorgd voor de benodigde tijdelijke huisvesting.
Faciliteren
2022-2025
Het duurzamer maken van schoolpleinen en ze klimaatadaptief maken. Schoolpleinen aanpassen op de risico’s van een klimaat dat verandert. Denk aan: betere opvang van regenwater bij zware regenbuien.
Co-Creatie
2023-2026
Vanaf 2024 kunnen de kindcentra aanspraak maken op een vergoeding als zijnde stimuleringsbijdrage om te komen tot een kindcentra.
Faciliteren
Doorlopend
Jongerenwerkers en buurtsportcoaches werken samen met scholen aan voorlichtingsactiviteiten over gezondheid en welzijn. De jongerenwerkers gaan ook meer de wijken in.
Co-creatie (met onderwijs)
Doorlopend
Verdere ontwikkeling van de integrale kindcentra
50
Doel
Sport
De belevingswaarde vergroten van wat we hebben aan kunst, cultuur en cultuurhistorie
Kunst in de openbare ruimte
Wat gaan we daarvoor doen
Participatie
Wanneer
Voor de kinderen uit het basisonderwijs wordt met ingang van 2022 het educatieve doe-programma ‘Democracity’ ingezet. Hierin leren kinderen om actief deel te nemen aan de maatschappij (burgerschap). Ook doen we het voortgezet onderwijs het aanbod voor gastlessen over dit thema.
Faciliteren
2022-2026
Het behouden van het huidige basisaanbod van sportvoorzieningen. Waar mogelijk willen we dit verbeteren en verduurzamen. Hierbij is aandacht voor monitoring van de kwaliteit van de accommodaties en bijvoorbeeld het gebruik van LED verlichting.
Faciliteren
Doorlopend
Door het bundelen van activiteiten, geld en mensen willen we zoveel mogelijk mensen de kans geven om mee te doen aan sportactiviteiten bij een reguliere sportvereniging. Of aan speciaal opgezette sport- en beweegactiviteiten. Ook als zij te maken hebben met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking of als zij chronisch ziek zijn. We zorgen dat tenminste één speelplek per kern inclusief is.
Co-creatie
Doorlopend
Bij de inrichtingsplannen voor openbare ruimte spelen we in op bijzondere cultuurhistorische waarde (zoals de waterput Oud Gastel).
Faciliteren
2022-2026
Met het uitschrijven van een prijsvraag stimuleren we acties om de belevingswaarde te vergroten op het gebied van cultureel erfgoed.
Raadplegen
2025: prijsvraag
Er wordt uitvoering gegeven aan het opgestelde actieplan ‘Kunst in de Openbare Ruimte’ opgesteld. Hierbij is aandacht voor o.a. kunst op rotondes, langs routes, en teksten op gevels, en bestickeren van stroomhuisjes ed. Hierbij betrekken we inwoners (waaronder jongeren) en ondernemers zoveel mogelijk met onder andere prijsvragen.
Co creatie
2024 e.v.
1.6.8 Verbonden partijen Gemeenschappelijke regeling Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten (RBL) Doel of belang dat wordt behartigd:
De gemeenschappelijke regeling is aangegaan met als doel het behartigen van de belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van de Leerplichtwet 1969 en de Regionale Meld en Coördinatiefunctie.
51
Gemeenschappelijke regeling Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten (RBL) Beleidsvoornemens:RBL West-Brabant richt zich in 2025 op de volgende speerpunten en aandachtsgebieden: Speerpunt 1. Basis op orde In de eerste begrotingswijziging 2024 is aangegeven dat RBL vanaf augustus 2024 de basisformatie structureel op orde brengt. Deze inzet om de basis op orde te brengen wordt voortgezet in 2025. Speerpunt 2. Thuiszitters: De kerntaak binnen RBL West-Brabant is het uitvoeren van de Leerplichtwet en de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie (RMC) voor voortijdig schoolverlaten. Met een diploma op zak heeft een jongere een betere uitgangspositie in de samenleving dan zonder. Speerpunt 3. Sluitend regionaal vangnet voor jongeren van 12 tot 23 jaar: RBL wil iedere jongere in een kwetsbare positie tijdig in beeld hebben om hen zoveel mogelijk de kans te bieden om een startkwalificatie te behalen. De negatieve maatschappelijke gevolgen van schooluitval zijn groot en hebben daarnaast een langdurig impact op de loopbaanontwikkeling van jongeren. RBL, onderwijs, sociaal domein en alle andere partners in de verzuimketen spannen zich in om het recht op onderwijs voor alle jongeren te waarborgen. Speerpunt 4. Aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt: Elke jongere verdient een duurzame toekomst met perspectief. Daarom wil de overheid voorkomen dat jongeren zonder startkwalificatie van school gaan.
Voortijdig schoolverlaten vergroot de afstand tot de arbeidsmarkt: zonder startkwalificatie hebben jongeren minder kans om duurzaam aan het werk te komen. Om gelijke kansen te bevorderen, werkt het ministerie van OCW aan een integrale aanpak van school naar werk. De kern van deze aanpak is een pakket aan maatregelen waarmee jongeren die dit nodig hebben, begeleiding krijgen in de overstap van school naar werk. In de voorgestelde aanpak krijgen gemeenten bijvoorbeeld een rol om kwetsbare jongeren naar werk te begeleiden. Ook wil de overheid de RMC-leeftijd verhogen van 23 naar 27 jaar, zodat jongeren zonder startkwalificatie langer in beeld blijven. Speerpunt 5. Specifieke doelgroepen: RBL probeert schoolverzuim en -uitval zoveel mogelijk te voorkomen door aan de voorkant een sluitend vangnet te creëren, maar het lukt niet altijd om alle jongeren binnenboord te houden. Daarom is er ook aandacht aan de achterkant zijn voor jongeren die extra ondersteuning nodig hebben. Richtlijnen 2026
Beleidsmatige richtlijnen: Er zijn voor 2026 geen beleidsmatige richtlijnen voor het RBL opgesteld. Dit omdat Halderberge, samen met de gemeenten Bergen op Zoom, Roosendaal, Woensdrecht en Steenbergen, de beleidstaken uitvoert op het niveau van 5 West-Brabant West gemeenten (netwerksamenwerking WBW) en deze niet van het RBL afneemt. Deze netwerkgemeenten zijn de zogenaamde “Niveau 1 gemeenten”, die slechts de leerlingenadministratie van het RBL afnemen. De vijf gemeenten hebben hun beleidsvoornemens rond de aanpak van schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten in het LMC Uitvoeringsplan West-Brabant West 2021-2025 verwoord. Financiële richtlijnen: Voor de financiële richtlijnen 2026 verwijzen wij u naar de paragraaf Verbonden partijen.
1.6.9 Wat mag het kosten? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten van het programma Onderwijs, sport en cultuur opgenomen (x € 1.000).
52
Programma Onderwijs, sport en cultuur
2024
2025
2026
2027
2028
4.2 Onderwijshuisvesting
2.007
1.927
1.881
1.968
2.170
4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken
2.714
2.638
2.708
2.779
2.863
367
529
411
427
424
1.135
1.225
1.193
1.215
1.219
5.3 Cultuurpresentatie, -productie en -participatie
240
323
299
303
306
5.4 Musea
89
163
167
172
177
5.5 Cultureel erfgoed
98
81
84
86
88
5.6 Media
627
1.043
842
714
736
7.277
7.929
7.585
7.664
7.982
1.353
1.742
1.746
1.812
1.980
0
0
0
0
0
755
907
944
978
1.011
61
215
221
228
234
1.056
1.088
1.120
1.154
1.189
0
0
0
0
0
5.2 Sportaccommodaties
118
120
123
126
129
5.3 Cultuurpresentatie, -productie en -participatie
14
19
19
19
19
5.4 Musea
0
0
0
0
0
5.5 Cultureel erfgoed
0
0
0
0
0
5.6 Media
1
220
33
34
35
Totaal baten Onderwijs, sport en cultuur
1.250
1.662
1.517
1.562
1.607
Saldo
-6.027
-6.267
-6.068
-6.102
-6.375
Lasten per taakveld
5.1 Sportbeleid en activering 5.2 Sportaccommodaties
Totaal lasten Onderwijs, sport en cultuur
Waarvan: Kapitaallasten bestaande activa Kapitaallasten Investeringsprogramma 2025 - 2028 Direct toe te rekenen salarislasten
Baten per taakveld 4.2 Onderwijshuisvesting 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken 5.1 Sportbeleid en activering
53
54
Algemene dekkingsmiddelen
1.7.1 Inleiding Ambities en financiële mogelijkheden moeten met elkaar in evenwicht zijn. Met het financiële beleid van de gemeente Halderberge bewaken we dit evenwicht en zorgen we voor de juiste verantwoording van de uitgaven en inkomsten van de gemeente. Om de ambities op het terrein van woningbouw, (ruimtelijke) projecten en verkeersveiligheid uit te voeren, zorgt het college voor voldoende capaciteit en flexibiliteit in de organisatie. We streven ernaar om één van de goedkopere gemeenten in de regio te zijn door een lage lastendruk voor inwoners en ondernemers. 1.7.2 Wat willen we bereiken (speerpunten)? De begroting is reëel en structureel sluitend. We streven naar een solvabiliteit van minimaal 20%. Dit doen we door het eigen vermogen te vergroten en de groei van de schulden zo beperkt mogelijk te houden. We streven naar een weerstandsvermogen dat minimaal ‘voldoende’ is. Dit doen we door het eigen vermogen te vergroten en de risico’s goed in beeld te houden. We zorgen voor meer flexibiliteit in de organisatie om projecten op het gebied van woningbouw en openbare ruimte goed uit te kunnen voeren. Hierbij zorgen we voor capaciteit die meebeweegt met het aantal en de omvang van de projecten. Een gezonde bedrijfsvoering staat hierbij voorop. We streven ernaar om één van de goedkopere gemeenten in de regio te zijn door een lage lastendruk voor inwoners en ondernemers.
1.7.3 Wat doen we al? Huidig beleid (wat voortgezet wordt): De begroting van de gemeente Halderberge is reëel en structureel sluitend. Dat willen we zo houden. Ook het weerstandsvermogen, de verhouding tussen de risico’s die de gemeente loopt en de financiële middelen die beschikbaar zijn om die op te vangen, willen we op peil houden. We gaan door met het verbeteren van de solvabiliteit: de verhouding tussen het eigen en het totale vermogen. Reguliere werkzaamheden: • Vastleggen van alle financiële handelingen in de financiële administratie; • Adviseren over en toetsen van voorstellen aan het college en de raad op financiële haalbaarheid; • Adviseren over de juiste inzet van de beschikbare middelen. Via de bestuursrapportages melden we geplande activiteiten en projecten, voortgang, behaalde doelen en inzet van beschikbare middelen. 1.7.4 Beleidsindicatoren Lokale beleidsindicatoren Conform de regelgeving BBV worden de verplichte indicatoren in diverse paragrafen van de P&C documenten opgenomen. BBV-indicatoren Voor het programma Algemene dekkingsmiddelen zijn in het BBV geen verplichte beleidsindicatoren opgenomen.
55
1.7.5 Wat gaan we daarvoor doen in 2025? Doel
Wat gaan we daarvoor doen
Wanneer
De begroting is reëel en structureel sluitend
Streven naar behoud van het repressief toezicht door de toezichthouder (de provincie Noord-Brabant).
Jaarlijks
Structurele lasten dekken met structurele baten.
Jaarlijks
Eigen vermogen vergroten door positieve rekeningresultaten, begrotingsoverschotten en positieve resultaten van grondexploitaties toe te voegen aan de algemene reserves.
Doorlopend
Beperking van de schulden door terughoudend te zijn met nieuwe investeringen.
Doorlopend
Het budget voor flexibele vervanging bij ziekte verhogen naar € 200.000 per jaar.
Doorlopend
De ambtelijke kosten die aan projecten worden toegerekend zoveel mogelijk inzetten voor de vorming van de jaarlijkse flexibele schil.
Doorlopend
Bij nieuwe taken gevolgen meenemen voor ambtelijke capaciteit.
Doorlopend
Benchmark over de lastendruk bij het opstellen van de begroting.
Jaarlijks
De afvalstoffenheffing en rioolheffing zijn 100% kostendekkend.
Jaarlijks
Door middel van het tarief voor de onroerendezaakbelasting sturing geven aan de positie in regio.
Jaarlijks
We streven naar een solvabiliteit van minimaal 20%
Realiseren van meer flexibiliteit in de organisatie
De gemeente Halderberge is voor wat betreft de lastendruk voor burgers en bedrijven in de regio één van de goedkopere gemeenten
1.7.6 Algemene dekkingsmiddelen De gemeente heeft een aantal algemene dekkingsmiddelen die de gemeente naar eigen inzicht mag aanwenden. Deze inkomsten zijn voor een belangrijk deel niet beïnvloedbaar. Daarbij kan worden gedacht aan de uitkeringen uit het Gemeentefonds. Voor een deel kan de gemeente de omvang zelf bepalen. Dit gedeelte wordt afgebakend door het eigen belastinggebied. De gemeentelijke belastingen kennen in tegenstelling tot de retributies, zoals het rioolrecht en de afvalstoffenheffing, geen vooraf bepaald bestedingsdoel. In de Gemeentewet is vastgelegd welke belastingen een gemeente mag heffen. Hieronder zijn in een overzicht de algemene dekkingsmiddelen van de gemeente Halderberge opgenomen (x € 1.000). Algemene dekkingsmiddelen
Begroting 2025
1. Onroerende zaakbelastingen
8.883
2. Uitkeringen gemeentefonds
66.043
3. Treasury/dividend
172
4. Post onvoorzien
-200
Totaal
74.898
Hieronder worden de verschillende onderdelen verder toegelicht.
56
Onroerende zaakbelastingen De geraamde opbrengst van de onroerende zaakbelastingen bedraag voor 2025 € 8.883.000. Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar de paragraaf lokale heffingen. Uitkeringen Gemeentefonds Algemeen In de Zomernota 2024 is als uitgangspunt voor de Begroting 2025 en de meerjarenraming 2026 - 2028 onder meer opgenomen dat de uitkomsten van de septembercirculaire 2024 meegenomen worden voor zover dat mogelijk is. Traditiegetrouw verschijnt de septembercirculaire Gemeentefonds op of direct na Prinsjesdag. De septembercirculaire geeft een actueel beeld van de (meerjaren)raming van de uitkeringen uit het gemeentefonds, waarvan de algemene uitkering qua omvang de belangrijkste is. De rijksbegroting 2025 (Miljoenennota 2025) vormt de basis van de meerjarenraming van de algemene uitkering in de septembercirculaire 2024. De Macro Economische Verkenning van het Centraal Planbureau (hierna: CPB), die een actueel overzicht geeft van de economische verwachtingen van de Nederlandse economie, staat op zijn beurt weer aan de basis van de rijksbegroting. Normeringssystematiek De (jaarlijkse) mutatie van de omvang van de algemene uitkering, ook wel accres genoemd, is vanaf 2024 gekoppeld aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (hierna: BBP). Daarbij wordt er een onderscheid gemaakt tussen het volume deel en het nominale deel.
Het nominale deel wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van de verwachte prijsontwikkeling die door het CPB geraamd wordt. Het nominale deel wordt vastgesteld op basis van de raming van het CPB in het voorjaar van het betreffende jaar (Centraal Economisch Plan). Het volume deel is gekoppeld aan de historische ontwikkeling van het BBP (een achtjarig gemiddelde, t-9 t/m t-2). Voorheen was de (omvang van de) algemene uitkering uit het gemeentefonds gekoppeld aan de ontwikkeling van de (accresrelevante) rijksuitgaven. Echter omdat de rijksuitgaven op begrotingsbasis en realisatiebasis nogal eens afgeweken, resulteerde dat in onvoorziene mutaties na afloop van het begrotingsjaar. Deze schommelingen werden als ongewenst ervaren. Een mutatie van de omvang van de algemene uitkering uit het gemeentefonds resulteert in een mutatie van de uitkeringsfactor (ook wel vermenigvuldigingsfactor genoemd) en werkt structureel door naar de volgende jaren (cumulatief effect). Algemene mutaties septembercirculaire In de septembercirculaire 2024 is de accresraming voor het jaar 2025 en verder geactualiseerd. Er wordt daarbij een onderscheid gemaakt tussen een (meerjarige) bijstelling van het nominale deel en een (meerjarige) bijstelling van het volume deel. Voor het jaar 2025 is de raming voor het nominale deel opwaarts bijgesteld.
Voor de jaren 2025 tot en met 2028 is de raming van het volume deel neerwaarts bijgesteld. Per saldo is er sprake van een beperkte stijging van het accres over 2025 en een beperkte daling van de accressen over de jaren 2026 tot en met 2028. Het nominale deel van het accres voor het jaar 2025 wordt (definitief) vastgesteld in de meicirculaire 2025. Taakmutaties septembercirculaire Het aantal taakmutaties in de septembercirculaire 2024 is qua aantal vrij beperkt gebleven. De qua omvang belangrijkste twee taakmutaties zijn: - de toevoeging van middelen voor de jeugdzorg vanaf 2026 (structureel) wegens het vervallen van de besparing op de jeugdzorg (voor de gemeente Halderberge betekent deze mutatie een hogere algemene uitkering van ruim € 800.000 vanaf 2026); - de toevoeging van middelen voor de Wmo vanaf 2026 ter compensatie van de verwachte extra kosten bij gemeenten als gevolg van de verwachte toename op het beroep op de Wmo (vergrijzing, demografische ontwikkeling) (voor de gemeente Halderberge betekent deze mutatie een hogere algemene uitkering van zo’n € 130.000 in 2026 tot zo’n € 400.000 in 2028). Tegenover deze extra rijksmiddelen staan echter ook extra lasten voor de gemeente(n) van nagenoeg gelijke omvang, zodat deze extra middelen niet automatisch resulteren in extra vrije begrotingsruimte voor de gemeente(n).
57
BTW-compensatiefonds: algemene mutatie voor het jaar 2024 De fondsbeheerders maken, zoals gebruikelijk, in de septembercirculaire de verwachte onderuitputting op het BTWcompensatiefonds (BCF) bekend. De verwachte onderuitputting voor het jaar 2024 bedraagt naar verwachting zo'n € 447 miljoen. In de meicirculaire 2025 volgt de definitieve afrekening. De gemeente Halderberge houdt bij de meerjarenraming van de algemene uitkering geen rekening met een eventuele onderuitputting op het BCF, zodat bij een eventuele onderuitputting dit resulteert in een, in beginsel, eenmalige meevaller. De algemene uitkering voor de gemeente Halderberge in 2024 valt, onder aftrek van de neerwaartse bijstellingen van de algemene uitkering over de jaren 2022 en 2023, voornamelijk als gevolg van deze onderuitputting op het BCF (eenmalig) afgerond € 200.000 hoger uit. De hogere algemene uitkering voor het jaar 2024 zal worden meegenomen in de Slotwijziging 2024. Mocht het (definitieve) bedrag van de onderuitputting op het BCF in de meicirculaire 2025 lager uitvallen, dan wordt dat verrekend met de algemene uitkering over 2025. Stelpost onderuitputting BTW-comensatiefonds 2025 en volgende jaren De laatste jaren blijkt dat er ieder jaar sprake is van onderuitputting op het BTW-compensatiefonds (BCF).
Het geraamde plafond van het BCF volgt grosso modo de toename van het accres van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Daarnaast wordt er rekening houden met taakmutaties en decentralisatie-uitkeringen en dergelijke. De declaraties uit het BCF kennen (blijkbaar) een andere dynamiek. De declaraties uit het BCF zijn de afgelopen jaren minder hard gegroeid op realisatiebasis dan het BCF-plafonddeel gemeenten. Naar verwachting zal bij gelijkblijvende systematiek er sprake blijven van een aanzienlijke onderuitputting BCF. Aangezien het plafonddeel gemeenten BCF harder stijgt dan de declaraties uit het BCF, is er een trend waarneembaar waarbij de onderuitputting BCF blijft toenemen. Een mogelijke verklaring zou kunnen zijn dat de gemeentelijke uitgaven jaarlijks stijgen (aanname input voor berekening plafond BCF), maar dat deze jaarlijkse stijging verhoudingsgewijs meer plaatsvindt bij taakvelden waarbij de BTW niet compensabel is. Hoe het ook zij, er blijkt een groeiende discrepantie tussen de berekening van het BCF plafond en de declaraties uit BCF met als gevolg een toename van de onderuitputting BCF. Een gemeente mag voor de Begroting 2025 en de meerjarenraming uitgaan van maximaal zijn aandeel in de definitief gerealiseerde vrijval uit het BCF over het jaar 2023 van € 573,2 miljoen.
Een gemeente kan er ook voor kiezen om van lagere bedragen uit te gaan, omdat ze verwacht dat deze vrijval in de toekomst krimpt of om juist behoedzaam te begroten. Voorgesteld wordt voorzichtheidshalve uit te gaan van 50% van de gerealiseerde onderuitputting in 2023. Dit betekent voor Halderberge een bedrag van € 400.000. Overige uitkeringen In de septembercirculaire 2024 zijn vier nieuwe decentralisatie-uitkeringen opgenomen, die resulteren in extra middelen voor de jaren 2024 en verder. Twee van deze decentralisatie-uitkeringen hebben een eenmalig effect voor het jaar 2024 (totaalbedrag circa € 51.000). Qua omvang is de (tijdelijke) decentralisatie-uitkering openbare bibliotheken het belangrijkste. Voor de jaren 2025 en 2026 ontvangt de gemeente Halderberge € 100.000. Daar staat tegenover dat de specifieke uitkering voor het versterken van het lokale bibliotheekstelsel met ingang van 2025 is komen te vervallen. Uiteindelijk is het de bedoeling dat de middelen voor het lokale bibliotheekstelsel via de algemene uitkering verdeeld worden over gemeenten. Daarnaast is het bedrag van een bestaande decentralisatie-uitkering opwaarts bijgesteld voor het jaar 2024.
De beheerders van het gemeentefonds maken in de septembercirculaire 2024 verder bekend dat het Rijk de gemeente(n) via de integratie-uitkering Participatie de gemeente(n) compenseert voor de afschaffing van het lage inkomensvoordeel in de sociale werkvoorziening. Het gaat voor onze gemeente om een jaarlijks bedrag van ongeveer € 50.000 vanaf 2025. De gemeente Halderberge sluist de middelen die het ontvangt voor de integratie-uitkering Participatie rechtstreeks door naar de WVS. Tegenover de (verhogingen van de) decentralisatie-uitkeringen en de integratie-uitkeringen staan doorgaans extra lasten voor de gemeente(n) van nagenoeg gelijke omvang, zodat deze extra rijksmiddelen, over het algemeen, niet resulteren in extra vrije begrotingsruimte.
58
Totaaloverzicht gemeentefonds In onderstaande tabel treft u voor de jaren 2025 tot en met 2028 de mutaties (x € 1.000) van de algemene uitkering en de overige uitkeringen uit het gemeentefonds (ten opzichte van de stand Zomernota 2024) voor onze gemeente aan: 2025
2026
2027
2028
Algemene uitkering
-144
940
1.218
1.408
Overige uitkeringen
177
171
60
58
Totaal Gemeentefonds
33
1.112
1.278
1.466
Verwachte onderuitputting BTW-compensatiefonds
400
400
400
400
Extra lasten agv taakmutaties en toegenomen decentralisatie- en integratie-uitkeringen
-139
-137
-35
-34
Vervallen stelpost besparing uitgaven jeugdzorg
-900
-900
-900
Bijstelling stelpost extra bijdrage jeugdzorg
-88
-65
-6
-130
-260
-400
257
418
526
Stelpost demografische ontwikkeling Wmo Totaal
294
Treasury/dividend De gemeente Halderberge bezit aandelen in diverse ondernemingen, waarvan twee jaarlijks dividend uitkeren, nl. BNG Bank NV en Saver NV. De volgende bedragen zijn in de begroting 2025 opgenomen. • Dividend BNG: € 80.000 • Dividend Saver: € 92.250 Een toelichting op het onderdeel Treasury treft u aan in de paragraaf Financiering. Post onvoorzien In de begroting 2025 en de meerjarenbegroting 2026 - 2028 is een post voor onvoorziene uitgaven opgenomen van € 200.000 per jaar. 1.7.7 Verbonden partijen Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) Doel of belang dat wordt behartigd:
De BWB verzorgt de heffing en de inning van de belastingen voor de gemeenten, Bergen op Zoom, Breda, Etten-Leur, Halderberge, Oosterhout, Roosendaal, Woensdrecht, Dongen, Moerdijk, Zundert, Rucphen, Loon op Zand en het waterschap Brabantse Delta. Voor de gemeenten wordt ook de uitvoering van de Wet onroerende zaken verzorgd. De GR BWB biedt de mogelijkheid tot de uitvoering van de Wet Basisregistraties Adressen en Gebouwen (hierna BAG). Voor de gemeente Moerdijk wordt de BAG uitgevoerd.
Beleidsvoornemens:Het beleid genoemd in de kadernota 2025-2028 heeft een tweetal aanvullingen uit de begroting 2025:
59
Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB)
• Voor het opvangen van afwijkingen tussen de indexeringen die in de begroting zijn opgenomen
•
Richtlijnen 2026
en de werkelijke cao-indexering, overige cao-afspraken en de werkelijke prijsontwikkeling houdt de verbonden partij een beperkte algemene reserve aan om de bedrijfsvoering in het lopende boekjaar te kunnen continueren zonder dat hiervoor een beroep moet worden gedaan op de deelnemers en een zienswijzenprocedure moet worden gevolgd. In de begroting 2025 is de aanvulling hierop dat dit alleen mag geschieden uit een positief resultaat bij de jaarrekening In aanvulling op het uitgangspunt dat de BWB haar positief jaarrekeningresultaat uitkeerd aan de deelnemers, mag de BWB ook een eventueel positief resultaat aanwenden voor het vormen van een algemene reserve.
Beleidsmatige richtlijnen: Van de BWB wordt verwacht dat ze op de hoogte blijft van nieuwe ontwikkelingen en mogelijkheden om de werkzaamheden zo efficiënt mogelijk uit te voeren. In dit kader wordt de BWB verzocht in de begroting aan te geven welke moderne ontwikkelingen er zijn, wat deze kunnen betekenen voor de BWB, welke daarvan daadwerkelijk ingezet gaan worden en wat het verwachte effect ervan is. Onze deelnemers mogen van de BWB verwachten zich te blijven inspannen om het kostenniveau te verlagen. De structurele krapte op de arbeidsmarkt versterkt de noodzaak om in te blijven zetten op innovatie en LEAN-werken. Ook wanneer de kansen zich voordoen om verdere kostenverlagingen vóór 2026 te realiseren zullen we dat doen Financiële richtlijnen: Voor de financiële richtlijnen 2026 verwijzen wij u naar de paragraaf Verbonden Partijen.
N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) Doel of belang dat wordt behartigd: