CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2022.pdf

Gemeenteraad 4 november 2021, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 4: Programmabegroting 202231.825 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

2022

2023

2024

2025

Directie en management

1.129.996

1.126.048

1.142.466

1.159.109

Ondersteunende teams

3.928.530

3.967.967

4.062.166

4.095.142

Overige personeelskosten (geen salarislasten)

1.263.046

1.499.863

1.452.181

1.432.141

Huisvesting

843.034

843.564

847.028

850.547

Administratiekosten

188.085

190.834

193.624

196.456

Archief

270.576

270.896

271.221

271.550

1.653.363

1.467.104

1.462.783

1.476.024

Juridisch en inkoop advies

167.598

170.112

172.663

175.253

Voorlichting en publicaties

92.616

104.005

95.415

106.846

Totaal overhead

9.536.844

9.640.392

9.699.548

9.763.070

Toegerekende overhead aan grondexploitaties

-123.594

-76.832

-54.795

-43.811

Netto overhead

9.413.250

9.563.561

9.644.752

9.719.259

Automatiseringskosten

Hieronder word bovenstaand overzicht kort toegelicht.

63

Directie en management De salarislasten van de directie en het management mogen niet langer worden toegerekend aan de producten (nu taakvelden) maar behoren tot de overhead. Ondersteunende teams De salarislasten van de ondersteunende teams (team advies en team ondersteuning) mogen niet langer worden toegerekend aan de producten (nu taakvelden) maar behoren tot de overhead. Overige personeelslasten Naast de salarislasten van het gemeentepersoneel zijn er ook nog andere personele lasten. Hierbij moet gedacht worden aan de kosten voor vergaderingen, koffie- en thee voorziening, studiekosten, werving en selectie van personeel, medische kosten, kosten voor arbo maatregelen en overige voorzieningen voor het personeel. Huisvesting Dit betreft de lasten van het gemeentehuis, zoals energieverbruik, onderhoud, schoonmaak en de kapitaallasten van investeringskosten. Administratiekosten Onder de administratiekosten vallen de budgetten voor kopieerkosten, meubilair, boeken en abonnementen, drukwerk en papier, postverzorging en telefoonkosten. Archief De kosten voor archief betreffen het herstellen van archiefstukken en de bijdrage aan het West-Brabants Archief (WBA). Automatiseringslasten Dit zijn de lasten die betrekking hebben op de totale automatiseringskosten binnen de gemeentelijke organisatie.

Het gaat hierbij onder andere om vervangingskosten van hardware, aanschaf en onderhoud van software en datacommunicatie. Ook de kapitaallasten van de investeringen zijn hierin opgenomen. Juridisch en inkoop advies Dit betreft de kosten voor het inwinnen van extern juridisch advies en de advisering door het Inkoopbureau West-Brabant. Voorlichting en publicaties Dit betreft onder andere de kosten voor de publicaties in de Bode, burgerparticipatie (digipanel) en het bekend maken van regelgeving via de Gemeenschappelijke Voorziening Officiële Publicaties (GVOP). Toegerekende overhead aan grondexploitaties Een deel van de overhead mag conform de regelgeving worden toegerekend aan de grondexploitaties en in mindering worden gebracht op de kosten van het taakveld overhead. Dat is in bovenstaande tabel als negatieve regel weergegeven. Wat overblijft zijn de netto overheadkosten. N.B. Zowel bij de toerekening van de overhead aan de grondexploitaties als bij de toerekening aan de kostendekkende tarieven wordt dezelfde methodiek gebruikt. Voor alle berekeningen inzake toerekening van overhead wordt derhalve het bedrag gebruikt wat als totale overhead staat aangegeven.

64

1.8.3 Beleidsindicatoren De onderstaande verplichte indicatoren vallen onder het programma Overhead. Indicator

Jaarrekening 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Formatie1

6,22

6,22

6,40

Bezetting1

5,86

6,03

6,10

Apparaatskosten2

€ 281,65

€ 295,28

€ 309,28

Externe inhuur3

8,02%

2,58%

2,11%

Overhead4

10,21%

10,96%

10,84%

1 Fte per 1.000 inwoners 2 Kosten per inwoner in euro's 3 Kosten als % van de totale loonsom + totale kosten inhuur externen 4 Percentage van de totale lasten

1.8.4 Verbonden partijen Gemeenschappelijke regeling West-Brabants Archief (WBA) Doel of belang dat wordt behartigd:

Artikel 3 van de Archiefwet 1995 verplicht overheidsorganen om hun archieven in goede, geordende en toegankelijke staat te bewaren; artikel 14 regelt de openbaarheid en artikel 32 lid 2 het toezicht. Deze wettelijke taken zijn uitbesteed aan de gemeenschappelijke regeling WBA.

Beleidsvoornemens:De doelstellingen van de samenwerking: • Een bijdrage leveren aan een efficiënte en effectieve borging van de digitale informatie voor de bedrijfsvoering, verantwoording en controleerbaarheid nu en voor erfgoed in de toekomst. • Goede kwaliteit van beleidsontwikkeling en de uitvoering van kerntaken die voortvloeien uit de Archiefwet 1995 en lokale regelingen. • Geringe kwetsbaarheid van de uitvoering van kritische taken op het gebied van archiefbeheer en wettelijk toezicht op de nog niet overgebrachte archiefbescheiden. • Goede kwaliteit van innovatieve en eigentijdse dienstverlening aan de interne en externe klanten binnen de financiële ruimte die geboden is. Richtlijnen 2023

Beleidsmatige richtlijnen: 1. We verwachten van het WBA een efficiënte en effectieve archiefinspectie (KPI) die zoveel mogelijk is beperkt op hoofdlijnen. 2. Actieve ondersteuning van het WBA op het moment dat er bij meerdere deelnemers op de hoofdpunten van de KPI dezelfde gebreken worden geconstateerd. 3. We verwachten dat het WBA ons meeneemt bij de consequenties van nieuwe wetgeving en de hieruit voortvloeiende beleidsdocumenten. Financiële richtlijnen: Voor de financiële richtlijnen 2023 verwijzen wij u naar de paragraaf Verbonden Partijen.

65

Stichting Inkoopbureau West-Brabant Doel of belang dat wordt behartigd:

Het bieden (tegen lage kosten) van de beste toegevoegde waarde in inkoopoplossingen voor de deelnemende gemeenten, door het ontwikkelen en implementeren van ‘Best in Class’ inkoopbeleid, processen, methodieken, systemen en training. De SIW draagt dus bij aan een continue verbetering van het inkoop- en aanbestedingsbeleid, van de implementatie van dit beleid in de praktijk binnen de aan de SIW deelnemende gemeenten en aan borging van inkoop binnen het werkproces.

Beleidsvoornemens:SIW wil de organisatie in staat stellen om toonaangevend te zijn en te blijven, kwaliteit te leveren en een breed scala van dienstverlening aan te kunnen bieden. Richtlijnen 2023

Niet van toepassing

1.8.5 Wat mag het kosten? Programma Overhead

2021

2022

2023

2024

2025

0.4 Overhead

9.254.000

9.670.000

9.775.000

9.837.000

9.902.000

Totaal lasten Bestuur en dienstverlening

9.254.000

9.670.000

9.775.000

9.837.000

9.902.000

849.000

837.000

719.000

668.000

666.000

Kapitaallasten Investeringsprogramma 2022 - 2025

0

0

2.000

31.000

34.000

Direct toe te rekenen salarislasten

0

0

0

0

0

0.4 Overhead

309.000

212.000

212.000

192.000

183.000

Totaal baten Bestuur en dienstverlening

309.000

212.000

212.000

192.000

183.000

-8.945.000

-9.458.000

-9.563.000

-9.645.000

-9.719.000

Lasten per taakveld

Waarvan: Kapitaallasten bestaande activa

Baten per taakveld

Saldo

66

2 Paragrafen

67

68

Paragraaf Lokale heffingen

2.1.1 Inleiding De gemeente Halderberge kent diverse lokale heffingen. Deze kunnen onderverdeeld worden in belastingen, rechten en bestemmingsheffingen. Belastingen kunnen worden ingezet als algemeen dekkingsmiddel en de hoogte ervan is vrij te bepalen. Rechten worden geheven voor diensten die door de gemeente worden verleend. De hoogte ervan mag niet meer dan kostendekkend zijn. Bestemmingsheffingen zijn bedoeld voor de dekking van specifieke lasten voor collectieve voorzieningen. Ook hiervan mag de hoogte niet meer dan kostendekkend zijn. In de gemeente Halderberge komen de volgende heffingen voor: • belastingen: onroerendezaakbelasting, toeristenbelasting, watertoeristenbelasting • rechten: marktgelden, leges, lijkbezorgingsrechten • bestemmingsheffingen: rioolheffing, afvalstoffenheffing De lokale heffingen kunnen worden geheven op grond van de Gemeentewet of op grond van andere wetten, zoals de Wet milieubeheer en de Paspoortwet. Het beleid voor de lokale heffingen is vastgelegd in de diverse verordeningen en regelingen. De uitgangspunten die bij het vaststellen van de verordeningen zijn gehanteerd, komen gedeeltelijk voort uit het raadsprogramma 2018 – 2022. Daarnaast is de raad gebonden aan wettelijke bepalingen.

De uitgangspunten bestaan uit de volgende wettelijke bepalingen en lokale keuzes: Wettelijke bepalingen: • de tarieven van de afvalstoffen- en de rioolheffing zijn maximaal 100% kostendekkend; • datzelfde geldt voor de tarieven van de leges. Binnen de legesverordening is kruissubsidiëring toegestaan. Zie voor een toelichting hierop het onderdeel leges. Lokale keuzes: • de tarieven van de onroerendezaakbelasting (OZB), gecorrigeerd voor de waardeontwikkelingen, stijgen niet meer dan het inflatiepercentage; • de rioolheffing en de afvalstoffenheffing dekken volledig de kosten; • bij de bepaling van de mate van kostendekkendheid wordt de compensabele btw in de tarieven van de afvalstoffenheffing en rioolheffing doorberekend. Via de Zomernota 2021 heeft de gemeenteraad reeds een besluit genomen over de lokale keuzes voor 2022. Dit was deels nog op hoofdlijnen. In deze paragraaf is dat overgenomen of verder uitgewerkt. Het inflatiepercentage wat in deze begroting is gehanteerd, bedraagt 1,5%. Dit inflatiepercentage is overgenomen in alle tarieven. 2.1.2 Toerekening van indirecte kosten aan de tarieven Sinds 2017 worden indirecte kosten (de overhead) apart verantwoord en buiten de administratie om toegerekend aan de kostendekkende tarieven.

Dit gebeurt op basis van de personeelslasten die verbonden zijn aan een specifieke heffing in verhouding tot de totale personeelslasten van alle productieve activiteiten van de gemeente Halderberge (ofwel alle activiteiten exclusief overheadtaken). De uitkomst hiervan levert een percentage op wat wordt vermenigvuldigd met de totale overhead. Per heffing is het percentage van de toegerekende overhead apart vermeld.

69

2.1.3 Onroerendezaakbelasting (OZB) Onder de naam onroerendezaakbelasting wordt een belasting geheven van diegene die op 1 januari gebruik maakt en/ of in het bezit is van een pand. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen: • de gebruikersbelasting, die wordt opgelegd aan degene die een onroerende zaak, niet zijnde een woning, gebruikt; • de eigenarenbelasting, die wordt opgelegd aan de zakelijk gerechtigde (meestal de eigenaar) van een onroerende zaak. Bij de berekening van de OZB opbrengsten voor 2022 gelden de volgende uitgangspunten: • voor de waarde van de onroerende zaak wordt uitgegaan van de waardepeildatum 1 januari 2021; • er wordt tariefdifferentiatie toegepast tussen woningen en niet-woningen om de lastendruk evenwichtiger te verdelen; • de opslag op het tarief voor niet-woningen voor de uitgaven van de Economische Koepel Halderberge blijft gehandhaafd op 5% conform de besluiten van de gemeenteraad van 15 december 2016 en 4 juli 2019; • bij de vaststelling van de tarieven wordt rekening gehouden met de verwachte waardeontwikkeling. Belastingplicht Degene die op 1 januari de onroerende zaak in eigendom heeft en/of hiervan gebruik maakt, betaalt onroerendezaakbelasting voor het gehele jaar. Maatstaf voor de heffing De heffingsmaatstaf is de waarde van de onroerende zaak die op grond van de Wet waardering onroerende zaken wordt vastgesteld.

Gebruik door derden De waardegegevens worden gebruikt door de Belastingdienst in verband met het eigen woningforfait, door het waterschap (via de Belastingsamenwerking West-Brabant) voor de aanslag waterschapslasten en door het CBS ten behoeve van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds (inkomstenmaatstaven). Tarieven OZB De stijging van de OZB tarieven voor 2022 is gelijk aan het inflatiepercentage dat in de begroting 2022 wordt gehanteerd. Dat percentage bedraagt 1,5% (zie ook de inleiding van deze paragraaf). De opslag van 5% op het tarief voor niet-woningen blijft gehandhaafd. Deze opslag is in 2017 en 2018 gefaseerd aangebracht ter dekking van de uitgaven voor het uitvoeringsprogramma van de economische visie 2020. Hieronder treft u de voorlopige tarieven voor 2022 aan. Bij het opstellen van de verordening op de heffing en invordering van de onroerendezaakbelasting voor 2022 zal het tarief nog worden aangepast met de op dat moment bekende gemiddelde waardeontwikkeling van resp. woningen en niet-woningen. Bij een waardestijging zal het tarief dalen, bij een waardedaling zal het tarief stijgen. In onderstaande tabel is nog geen waardeontwikkeling meegenomen. Met inachtneming van het voorgaande zijn de voorlopige tarieven momenteel als volgt: OZB

2021

2022

Verschil

OZB woningen eigenaar

0,1042%

0,1058%

1,50%

OZB niet-woningen gebruik

0,2151%

0,2183%

1,50%

OZB niet-woningen eigenaar

0,2407%

0,2443%

1,50%

Opbrengsten OZB in 2022 De verwachte OZB opbrengst bedraagt ca. € 7.677.000. Een toename van het aantal woningen en/of niet-woningen (volume-ontwikkeling) leidt tot een toename van de OZB-opbrengsten, maar tegelijkertijd ook tot een afname van de algemene uitkering (via de inkomstenmaatstaven). Een toename van de waarde (prijsstijging) leidt niet tot een toename van de OZB-opbrengsten, omdat waardestijgingen gecompenseerd worden door een neerwaarts bijgesteld OZB-tarief (en vice versa).

70

2.1.4 Afvalstoffenheffing De gemeente zorgt voor het wekelijks ophalen van het huisvuil. Via de afvalstoffenheffing worden de kosten verbonden aan het verzamelen en het verwerken van het huisvuil verhaald op de burger. Sinds 1 januari 2014 hanteert de gemeente Halderberge gedifferentieerde tarieven voor de afvalstoffenheffing (ofwel diftar). Door afval goed te scheiden en de containers minder vaak aan straat te zetten kunnen inwoners van de gemeente zelf invloed uitoefenen op de variabele kosten. Op basis van de verwachtingen van lagere kosten door betere scheiding en het aantal keren dat de containers gemiddeld aan straat worden gezet, is het tarief berekend. Als uitgangspunt is het principe van 100% kostendekkendheid gebleven, waarbij de geraamde totale opbrengst net zo hoog is als de geraamde kosten. De afvalstoffenheffing is berekend met inachtneming van het door de gemeenteraad vastgestelde afvalbeleid voor de jaren 2019 t/m 2022.

Bij de berekening van de afvalstoffenheffing zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • bij de berekening van de tarieven van de afvalstoffenheffing wordt uitgegaan van 100% kostendekkendheid; • de compensabele BTW is volledig doorberekend in de tarieven van de afvalstoffenheffing; • het geraamde dividend van SAVER wordt geheel betrokken bij de berekening van de kostendekkendheid van de tarieven voor de afvalstoffenheffing; • het inflatiepercentage van de lasten is na overleg met SAVER vastgesteld op 1,9%; • het tarief voor de afvalstoffenheffing bestaat uit een vast en een variabel deel; • het vaste deel is voor iedere belastingplichtige gelijk; • het variabele deel van het tarief wordt bepaald door het volume van de container, 140 of 240 liter, of per storting in een ondergrondse container; • op grond van de meest recente informatie over het aantal ledigingen wordt uitgegaan van gemiddeld 12 ledigingen per jaar van een 140-liter container en gemiddeld 13 keer per jaar van een 240-liter container. Voor het aantal inworpen in een ondergrondse container is uitgegaan van 46; • het werkelijk aantal ledigingen en stortingen wordt na afloop van het kalenderjaar in rekening gebracht.

In 2022 ontvangen de inwoners van de gemeente Halderberge een aanslag waarop het vaste tarief van 2022 en het variabele tarief van 2021 (maal het werkelijk aantal ledigingen in 2021) in rekening wordt gebracht. Het werkelijk aantal ledigingen over 2022 wordt via de aanslag gemeentelijke belastingen in 2023 in rekening gebracht. Belastingplicht Particuliere huishoudens, die de gelegenheid wordt geboden huishoudelijk afval aan te bieden, betalen voor het feit dat de vuilophaaldienst langskomt om afval op te halen. Ook wanneer geen afval wordt aangeboden, is er een betalingsplicht. Het gebruik van een pand is dus bepalend voor de belastingplicht. Door een container minder vaak aan straat te zetten of minder vaak een inworp te doen in een ondergrondse container kunnen huishoudens de kosten beperken. Maatstaf van de heffing De belasting wordt geheven naar de volgende grondslagen: 1. een vast bedrag per perceel; 2. het aantal ledigingen en inworpen van de periodiek ingezamelde afvalstoffen per perceel: 3. het op afroep inzamelen of achterlaten op het grondstoffencentrum of andere incidentele dienstverlening. Kosten die verbonden zijn aan de afvalstoffenheffing Bij het berekenen van het tarief voor de afvalstoffenheffing worden diverse kosten meegenomen. Allereerst vanzelfsprekend de directe kosten die verbonden zijn aan het ophalen van huishoudelijk afval.

Dit betreft met name de kosten die door Saver in rekening worden gebracht. Ook kosten die daar rechtstreeks mee verbonden zijn, zoals het stortrecht, de milieustraat en andere verwerkingskosten worden volledig meegenomen. Verleende kwijtscheldingen worden voor 50% meegenomen in de heffing, aangezien het aandeel afvalstoffenheffing hierin ongeveer dit percentage bedraagt. Het vegen van de straten wordt voor 40% meegenomen in de heffing. Het aandeel zwerfafval en -vuil in het straatafval is iets minder groot dan het aandeel bladafval. Een percentage van 40% wordt redelijk geacht voor dit aandeel. Voor de toerekening van de kosten van de overhead is een berekening uitgevoerd zoals aangegeven bij de algemene uitgangspunten voor de toerekening van indirecte kosten. Het percentage van de overheadkosten dat toegerekend is aan deze heffing bedraagt 1,93%. Opslag bij een aantal ledigingen of inworpen dat meer is dan gemiddeld Sinds 2020 wordt een opslag in rekening gebracht als het aantal ledigingen of inworpen op jaarbasis hoger is dan het gemiddelde aantal waar in de begroting van is uitgegaan. De opslag varieert en is afhankelijk van het volume van de container en het aantal ledigingen of inworpen boven het gemiddelde. Het gemiddeld aantal ledigingen en inworpen treft u aan onder de uitgangspunten.

De staffel voor de opslagen treft u aan in de Verordening afvalstoffenheffing Halderberge.

71

Met inachtneming van het voorgaande zijn de belangrijkste tarieven voor 2022 als volgt: Afvalstoffenheffing

2021

2022

Verschil

Vast tarief per aansluiting

€ 170,16

€ 179,64

5,57%

Tarief per lediging 240-liter container

€ 10,00

€ 10,63

6,30%

Tarief per lediging 140-liter container

€ 5,83

€ 6,20

6,35%

Inworp ondergrondse afvalcontainer

€ 1,67

€ 1,77

5,99%

* Bij de bepaling van het vaste tarief is rekening gehouden met het feit dat dit deelbaar moet zijn door 12. Dit in verband met de maandelijkse verrekening van aanslagen wegens vestiging of vertrek van personen. Opbrengst afvalstoffenheffing in 2022 De totale opbrengst voor de afvalstoffenheffing is geraamd op ca. € 4.107.000. Bij het opstellen van de jaarrekening wordt het verschil tussen de werkelijke baten en lasten verbonden aan de afvalstoffenheffing verrekend met de Voorziening overschotten afvalstoffenheffing. Momenteel is deze voorziening € 0 en kan een eventueel tekort dus niet worden verrekend. Bij het opstellen van de jaarrekening zal op basis van het resultaat over dat jaar blijken of er een overschot of tekort is en of er een bedrag kan worden gestort in de voorziening. 2.1.5 Rioolheffing Op 1 januari 2008 is de Wet gemeentelijke watertaken in werking getreden. Deze wet regelt dat naast de kosten voor afvoer en verwerking van afvalwater ook de kosten voor afvoer van hemelwater via de verbrede rioolheffing verhaald kunnen worden. Daarnaast is het mogelijk om kosten voor voorzieningen die verband houden met het grondwaterpeil ook via de verbrede rioolheffing te verhalen. De verwachte kosten liggen vast in het in Gemeentelijk RioleringsPlan Halderberge (GRP) 2020 – 2023 dat in september 2019 door de gemeenteraad is vastgesteld.

Op basis van de kosten van het GRP voor het jaar 2022 zijn, uitgaande van 100% kostendekkendheid, de tarieven voor de rioolheffing berekend. Bij het bepalen van de rioolheffing is de methodiek van éénpersoons- en meerpersoonshuishoudens van toepassing. Bedrijven betalen tot een afname van 500 m³ het meerpersoonstarief. Bedrijven die meer dan 500m³ water afnemen worden gezien als grootverbruikers en betalen naast het meerpersoonstarief vanaf 501m³ een extra bedrag per m³. Bij de berekening van de rioolheffing zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • bij de berekening van de tarieven van de rioolheffing wordt uitgegaan van 100% kostendekkendheid; • de compensabele BTW is volledig doorberekend in de tarieven van de rioolheffing; • bij de ontwikkeling van de lasten is uitgegaan van een inflatiepercentage van 1,5%. Belastingplicht De rioolheffing wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. Maatstaf van de heffing De belasting wordt geheven naar de volgende grondslagen: 1. een vast bedrag per perceel; 2. een bedrag op basis van het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. Kosten die verbonden zijn aan de rioolheffing Bij het berekenen van het tarief voor de rioolheffing worden diverse kosten meegenomen.

Allereerst vanzelfsprekend de directe kosten die verbonden zijn aan het beheer van de riolering. U dient hierbij te denken aan het reinigen van de riolering, energielasten voor het gebruik van de gemalen en onderzoekskosten aan het rioolsysteem en de waterketen. Een ander onderdeel wat een flinke bijdrage levert aan de kosten betreft de kapitaallasten die verbonden zijn aan de investeringen in de riolering. Verleende kwijtscheldingen worden voor 50% meegenomen in de heffing, aangezien het aandeel rioolheffing hierin ongeveer dit percentage bedraagt. Het vegen van de straten wordt voor 50% meegenomen in de heffing. Het voorkomen dat zwerfvuil en bladafval in het riool terecht komt, zorgt ervoor dat er minder kosten uitgegeven hoeven te worden aan het beheer. Een percentage van 50% wordt redelijk geacht voor dit aandeel.

72

Voor de toerekening van de kosten van de overhead is een berekening uitgevoerd zoals aangegeven bij de algemene uitgangspunten voor de toerekening van indirecte kosten. Het percentage van de overheadkosten dat toegerekend is aan deze heffing bedraagt 4,92%. Tarieven rioolheffing

2021

2022

Verschil

Eenpersoonshuishouden

€ 167,64

€ 172,56

2,93%

Meerpersoonshuishouden

€ 223,56

€ 230,16

2,95%

Bedrijven tot 500 m3

€ 223,56

€ 230,16

2,95%

€ 0,27

€ 0,28

3,70%

Grootverbruik per m³ vanaf per 501 m³

* Bij de bepaling van de tarieven is rekening gehouden met het feit dat de bedragen deelbaar moeten zijn door 12. Dit in verband met de maandelijkse verrekening van aanslagen wegens vestiging of vertrek van personen. Opbrengst rioolheffing in 2022 De totale inkomsten uit de rioolheffing zijn geraamd op ca. € 3.038.000. Bij de vaststelling van de jaarrekening wordt het verschil tussen de werkelijke baten en lasten die verbonden zijn aan de rioolheffing, verrekend met de Voorziening overschotten riolering. Op begrotingsbasis worden de tarieven voor de rioolheffing berekend op basis van 100% kostendekkendheid. Aan het eind van het begrotingsjaar wordt bij het opstellen van de jaarrekening bepaald wat uiteindelijk het verschil is tussen de begroting en de werkelijke lasten en baten. Dit verschil, dat zowel positief als negatief kan zijn, wordt verrekend met de Voorziening overschotten riolering. Voordelen worden in deze voorziening gestort en nadelen worden uit de voorziening onttrokken. 2.1.6 Toeristenbelasting Zoals de naam al aangeeft wordt deze belasting geheven van (water)toeristen. Omdat toeristen gebruik maken van de voorzieningen in de gemeente, maar de gemeente hiervoor niet gecompenseerd wordt via het Gemeentefonds, mogen gemeenten een deel van de kosten van deze voorzieningen verhalen op de toeristen via een toeristenbelasting.

Als toeristen worden aangemerkt personen die in de gemeente verblijven zonder dat ze in het bevolkingsregister van de gemeente zijn opgenomen. Belastingplicht De (water)toeristenbelasting wordt geheven van degene die gelegenheid biedt tot verblijf. Maatstaf van de heffing • toeristenbelasting: de belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. • watertoeristenbelasting: de belasting wordt geheven naar het aantal etmalen dat verblijf is gehouden. Tarief Via het besluit voor vaststelling van de Verordening toeristenbelasting 2019 heeft de gemeenteraad besloten om het tarief voor de toeristenbelasting voor 2019 ook te laten gelden voor de jaren 2020 t/m 2022. Dit betekent dat het tarief in 2022 niet wijzigt en gehandhaafd wordt op € 1,15 per overnachting. Opbrengst (water)toeristenbelasting in 2022 De opbrengst over 2022 is afhankelijk van het aantal overnachtingen. Evenals in 2020 en 2021 kunnen onverwachte maatregelen in verband met de coronacrisis zorgen voor een lagere opbrengst. De geraamde opbrengst voor 2022 bedraagt ca. € 534.000. Dit betreft zowel de toeristenbelasting die geheven wordt voor toeristische accommodaties, als de toeristenbelasting die geheven wordt van exploitanten met accommodaties voor huisvesting van arbeidsmigranten.

73

2.1.7 Marktgelden Onder de naam marktgeld wordt een recht geheven voor het innemen van standplaatsen, als bedoeld in artikel 1 van de Verordening voor het marktwezen in de gemeente Halderberge, op het daarvoor bestemde terrein. Belastingplicht Het marktgeld is verschuldigd door degene aan wie de standplaats is toegewezen. Maatstaf van de heffing Het marktgeld wordt geheven op basis van het aantal strekkende meters van de marktkraam per marktdag of gedeelte daarvan met een minimum van 4 m¹. Naast het marktgeld wordt een bijdrage in de promotiekosten in rekening gebracht en een vergoeding voor het gebruik van elektriciteit. Tarieven Het tarief van voorgaand jaar wordt verhoogd met een indexering van 1,5%. Om praktische redenen wordt het tarief afgerond op een veelvoud van € 0,05. Als gevolg hiervan wordt het tarief voor 2022 € 2,40 per m¹. De bijdrage voor de promotiekosten bedraagt net als voorgaande jaren per marktdag of gedeelte daarvan € 0,10 per m¹. Voor het verbruik van elektriciteit geldt een staffel op basis van de apparatuur die wordt gebruikt. De bedragen in de staffel worden verhoogd met het inflatiepercentage en afgerond op een veelvoud van € 0,05.

De staffel voor 2022 is als volgt: • categorie 0: € 0 per kwartaal • categorie 1: € 27,40 per kwartaal • categorie 2: € 52,80 per kwartaal • categorie 3: € 80,20 per kwartaal Opbrengst marktgelden in 2022 In de begroting is voor de marktgelden een opbrengst geraamd van ca. € 13.200. Toerekening overhead Voor de toerekening van de kosten van de overhead is een berekening uitgevoerd zoals aangegeven bij de algemene uitgangspunten voor de toerekening van indirecte kosten. Het percentage van de overheadkosten dat toegerekend is aan deze heffing bedraagt 0,13%. 2.1.8 Lijkbezorgingsrechten Voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats heft de gemeente zogeheten lijkbezorgingrechten.

Voor de lijkbezorgingsrechten gelden de volgende uitgangspunten: • ieder tarief dekt in principe voor 100% de kosten die verbonden zijn aan de verleende dienst; • uitzondering hierop zijn de tarieven voor de rechten voor een graf of urnennis voor kinderen onder 12 jaar; • bij het verlenen van rechten wordt een logische opbouw gehanteerd, waarbij het tarief voor 20 jaar tweemaal zo hoog is als het tarief voor 10 jaar (en naar rato ook voor andere looptijden); • de tarieven voor het verlengen van rechten zijn even hoog als de tarieven voor het verlenen van rechten; • het jaartarief voor het reserveren van een bijzonder graf bestaat naast een dekking voor de administratieve kosten uit een aandeel voor de dekking van het onderhoud (1/10 deel van het 10-jaarstarief voor het verlenen van een recht); • de geraamde structurele kosten voor het onderhoud van de begraafplaats worden verdeeld over de maximale capaciteit van de begraafplaats. Deze capaciteit bedraagt 2203 plaatsen (zowel gewone graven als urnengraven en -nissen); • alle tarieven worden afgerond op eenheden van € 0,05. Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

74

Maatstaf van de heffing De rechten worden geheven naar verschillende maatstaven: • voor het verlenen of verlengen van rechten: de werkelijke kosten en de periode waarvoor het recht wordt verleend; • voor het begraven van een persoon: de werkelijke kosten en de leeftijd van de overledene, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen personen van 12 jaar en ouder en personen jonger dan 12 jaar; • voor het bijzetten van een asbus of urn: de werkelijke kosten en de locatie van de bijzetting; • het afgeven van een vergunning voor de grafbedekking en het inschrijven en overboeken van eigen graven en urnennissen: de werkelijke kosten; • opgravingen: een vast bedrag. Tarieven De tarieven worden op basis van de genoemde uitgangspunten berekend bij het opstellen van de verordening. Opbrengst in 2022 Voor 2022 is een opbrengst geraamd van ca. € 28.600. Dit dekt ca. 22,4% van de geraamde kosten 29,9%.Voor de toerekening van de kosten van de overhead is een berekening uitgevoerd zoals aangegeven bij de algemene uitgangspunten voor de toerekening van indirecte kosten. Het percentage van de overheadkosten dat toegerekend is aan deze heffing bedraagt 0,32%. 2.1.9 Leges Op basis van artikel 229 van de Gemeentewet kunnen gemeenten rechten heffen ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten.

Hieronder vallen onder meer de diensten voor het verstrekken van paspoorten, rijbewijzen en het in behandeling nemen van aanvragen voor omgevingsvergunningen. In de legesverordening is een groot aantal diensten van de gemeente Halderberge opgenomen waarvoor leges in rekening gebracht mogen worden. De tarieven hiervan mogen niet meer dan kostendekkend zijn. De bij de legesverordening behorende tarieventabel is verdeeld in 3 titels: • algemene dienstverlening; • dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning; • en dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn. De wet spreekt van een maximale kostendekking van 100% op het niveau van de verordening. Dit impliceert dat sommige tarieven hoger kunnen zijn dan nodig is om de geraamde kosten te dekken en dat andere tarieven juist lager kunnen zijn. Indien dit het geval is, is sprake van kruissubsidiëring. In de gemeente Halderberge zijn niet van ieder product afzonderlijk de kosten bepaald. Dit vindt minimaal plaats op het niveau van productcategorie of zelfs hoger. Derhalve is het mogelijk dat kruissubsidiëring plaatsvindt.

Op het uitgangspunt van kruissubsidiëring binnen de verordening bestaan enkele uitzonderingen: • er is geen kruissubsidiëring toegestaan tussen de dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn en de overige dienstverlening; • de wetgeving over de omgevingsvergunning gaat ervan uit dat alleen binnen de omgevingsvergunning kruissubsidiëring kan worden toegepast en niet met dienstverlening erbuiten. Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst of van de Nederlandse identiteitskaart of het reisdocument, dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht. Maatstaf van de heffing De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven zoals die opgenomen zijn in de tarieventabel van de legesverordening. Gezien het groot aantal onderdelen wordt volstaan met een verwijzing naar die tarieventabel. Tarieven In titel 1 van de tarieventabel zijn tarieven opgenomen voor algemene dienstverlening. Hieronder vallen een aantal producten waarvoor van Rijkswege wettelijke tarieven worden bepaald. Zoals besloten in de Zomernota 2021 worden hiervoor in 2022, net als in 2021, de maximaal toegestane tarieven aangehouden. De tarieven worden naar beneden afgerond op een veelvoud van € 0,05.

75

Voor de overige tarieven is besloten tot een indexering met het inflatiepercentage van 1,5%. De tarieven worden afgerond op een veelvoud van € 0,05. In afwijking hiervan worden de tarieven in hoofdstuk 1 van de tarieventabel (dienstverlening voor een huwelijk of geregistreerd partnerschap), voor zover wettelijk toegestaan, afgerond op hele euro’s. In titel 2 van de tarieventabel zijn de leges opgenomen voor de dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving. Paragraaf 2.3.1.1 gaat specifiek over bouwactiviteiten. Hiervoor is een staffel opgenomen. Het basisbedrag van de staffel wordt conform de Zomernota 2021 met het inflatiepercentage verhoogd en afgerond op een veelvoud van € 5. Het basisbedrag wordt daardoor € 250. De staffel is verder zodanig logisch opgebouwd dat het bedrag van de start van een trede in de staffel gelijk is aan het maximum van de voorgaande trede. De percentages wijzigingen niet. De uitkomst van de staffel wordt afgerond op hele euro’s. De invoering van de Omgevingswet per 1 juli 2022 zal waarschijnlijk leiden tot aanpassing van de bepalingen en tarieven in titel 2. Hiervoor zal een voorstel aan de raad worden aangeboden voor aanpassing van de legesverordening. Indien de inwerkingtreding van de Omgevingswet verder wordt uitgesteld, zal ook het voorstel voor wijziging van de legesverordening daarop worden afgestemd.

In titel 3 van de tarieventabel zijn de tarieven opgenomen voor vergunningsverlening op het gebied van horeca, organisatie van evenementen of markten, brandbeveiliging en verdere niet specifiek genoemde aangelegenheden. Deze tarieven worden verhoogd met het inflatiepercentage van 1,5% en vervolgens naar beneden afgerond op een veelvoud van € 0,05. In de raadsvergadering van 10 december 2015 is besloten dat voor verenigingen en vrijwilligersorganisaties de leges voor collectes en loterijen zijn vervallen. De overige tarieven in de tarieventabel bij de verordening zijn gehandhaafd. Hierboven zijn per titel de uitgangspunten opgenomen voor de tariefontwikkeling voor 2022. Het kan echter wenselijk zijn om wegens bijzondere redenen of voor specifieke tarieven een afwijkend voorstel te doen. Indien dat het geval is, zal dat bij het voorstel voor de legesverordening 2022 nader worden toegelicht. Baten en lasten leges In het onderstaande overzicht staan de verwachte baten en lasten die betrekking hebben op de dienstverlening waarvoor leges in rekening kunnen worden gebracht. Daarbij zijn de verwachte baten en lasten onderverdeeld naar de titels in de tarieventabel. Titel

Lasten 2022

Baten 2022

Kostendekking

1.

Algemene dienstverlening

1.176.806

304.241

26%

2.

Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning

1.557.491

685.664

44%

3.

Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn

249.916

19.898

8%

Kosten die verbonden zijn aan de leges In de lasten die zijn opgenomen in bovenstaand overzicht bevinden zich alleen de directe kosten die verbonden zijn aan de betreffende leges. Dit betreft met name het personeel dat de dienst verleend. Indirecte kosten zijn wel meegeteld in het percentage kostendekking en zijn opgenomen conform hetgeen in de algemene toelichting aan het begin van deze paragraaf hierover is opgenomen. Binnen de titel Algemene dienstverlening is er sprake van een kostendekking van 26%. Het belangrijkste aandeel binnen deze titel zijn de reisdocumenten, ID kaarten en de rijbewijzen. De tarieven voor deze documenten zijn gelimiteerd. Hierdoor zijn er weinig tot geen mogelijkheden om de kostendekkendheid binnen deze titel te verhogen. Binnen de titel Omgevingsvergunningen is voor het begrotingsjaar 2021 sprake van een kostendekking van 44%. De belangrijkste baten binnen deze titel zijn de leges voor de omgevingsvergunningen en de leges voor de procedures Ruimtelijke Ordening. Op basis van de verwachte kosten, de doorberekende uren en raming van de leges is de kostendekkendheid berekend. Het verloop van het aantal vergunningen en de leges (op basis van de bouwsom) fluctueren jaarlijks. De hoogte van de leges dient te worden bezien in relatie tot de hoogte van de leges in de regio.

Een verhoging van de leges kan met name effect hebben op het vestigingsklimaat voor bedrijven. Ook kunnen voor particulieren de leges naar verhouding te hoog worden. Binnen de titel Europese dienstenrichtlijn is de kostendekking ca. 8%. Binnen deze titel vallen de diverse APV vergunningen en vergunningen op basis van de Drank- en horecawet.

76

2.1.10 Kwijtscheldingsbeleid Indien een belastingplichtige niet of over te weinig financiële middelen beschikt om de belastingaanslag te voldoen en niet beschikt over vermogen, kan de belastingplichtige onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen voor kwijtschelding. In de Zomernota 2021 is een kwijtscheldingspercentage gehanteerd van 100%. Concreet betekent dit dat belastingplichtigen die een vermogen hebben onder de norm en een inkomen hebben van 100% van het minimuminkomen (volgens bijstandsnorm) of lager in aanmerking komen voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. Belastingplichtigen kunnen alleen kwijtschelding aanvragen voor de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de OZB. Omdat het gebruikersdeel van de OZB al geruime tijd is afgeschaft, komt echter bijna niemand in aanmerking voor kwijtschelding van de OZB (eigenaarsdeel). Voor de overige heffingen kunnen belastingplichtigen geen verzoek doen tot kwijtschelding. Vanaf 2011 heeft de gemeenteraad de mogelijkheid om bepaalde verruimingen met betrekking tot de kwijtscheldingsregels toe te passen. Sinds 2011 is dat reeds gebeurd voor kwijtscheldingsverzoeken van ondernemers. De gemiste opbrengsten als gevolg van de verleende kwijtschelding worden betrokken bij de berekening van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Deze gemiste opbrengsten zijn bij de berekening van de tarieven in dit hoofdstuk meegenomen.

Voor het jaar 2022 wordt een bedrag van € 270.000 aan kwijtschelding geraamd, bestaande uit 50% kwijtschelding van de afvalstoffenheffing (€ 135.000) en 50% kwijtschelding van de rioolheffing (€ 135.000). Deze percentages zijn ten opzichte van voorgaand jaar bijgesteld op basis van de werkelijke kwijtscheldinggegevens over 2021. 2.1.11 Vergelijk woonlasten Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) geeft jaarlijks de ‘Atlas van de lokale lasten’ uit. Deze Atlas geeft inzicht in de woonlasten per gemeente (afvalstoffenheffing, rioolrecht en OZB) en de positie die de gemeenten ten opzichte van elkaar innemen. Voor een vergelijkend overzicht zijn de lasten van de afgelopen drie jaar van de gemeenten uit de De6 samenwerking met elkaar vergeleken, zowel voor meerpersoonshuishoudens als voor eenpersoonshuishoudens. Om de gemeentelijke woonlasten goed met elkaar te kunnen vergelijken hanteert Coelo een eigen berekeningswijze. Deze wijkt af van de waarden die de gemeente Halderberge hanteert in de tabel voor de lastendruk. Zo hanteert het Coelo voor de OZB heffing een gestandaardiseerd tarief, terwijl de gemeente Halderberge de werkelijke tarieven hanteert. Bij de afvalstoffenheffing gebruikt de gemeente het aantal ledigingen, terwijl het Coelo uitgaat van het gemiddeld aantal kilo restafval. Voor de vergelijking is dat niet erg.

Die geeft een goed beeld van de onderlinge verhoudingen. Zowel bij meerpersoonshuishoudens als bij eenpersoonshuishoudens liggen de woonlasten van Halderberge onder het landelijke gemiddelde. Onder de De6 gemeenten neemt de gemeente Halderberge in beide gevallen de tweede plaats in met de op één na laagste woonlasten.

77

Gemiddelde woonlasten meerpersoonshuishoudens 1.250

975

1.000

750

740

811 776

794 817

769 787 731

666

692

785 734

791

881 828

880 764 708

800 739

500

250

0 Landelijk 2019

2020

Etten-Leur

Halderberge

Moerdijk

Roosendaal

Rucphen

Zundert

2021

Gemiddelde woonlasten eepersoonshuishoudens 1.000

750

929

672

737 705

760

785

643

759 661 679 634 573

846 794

839 695 659

644 605

720

707

500

250

0 Landelijk 2019

2020

Etten-Leur

Halderberge

Moerdijk

Roosendaal

Rucphen

Zundert

2021

Zowel bij meerpersoonshuishoudens als bij eenpersoonshuishoudens liggen de woonlasten van Halderberge onder het landelijke gemiddelde. Onder de De6 gemeenten neemt de gemeente Halderberge in beide gevallen de tweede plaats in met de op één na laagste woonlasten.

78

2.1.12 Lastendruk De ontwikkeling van de woonlasten voor huishoudens in de gemeente Halderberge kan in beeld worden gebracht door middel van de lastendruk. Dit is een vergelijking van meerdere jaren van de som van de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en, bij koopwoningen, de onroerendezaakbelasting. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens. Voor meerpersoonshuishoudens levert dit de volgende tabel op: Overzicht ontwikkeling woonlasten meerpersoonshuishouden

Lastendruk 2021

Lastendruk 2022

Stijging/ daling

Afvalstoffenheffing meerpersoonshuishouden

€ 300,16

€ 317,83

5,89%

Rioolheffing meerpersoonshuishouden

€ 223,56

€ 230,16

2,95%

OZB eigenaar

€ 269,88

€ 273,93

1,50%

Totaal lastendruk meerpersoonshuishouden met huurwoning

€ 523,72

€ 547,99

4,63%

Totaal lastendruk meerpersoonshuishouden eigen woning¹

€ 793,60

€ 821,92

3,57%

Lastendruk 2021

Lastendruk 2022

Stijging/ daling

Afvalstoffenheffing eenpersoonshuishouden

€ 240,12

€ 254,04

5,80%

Rioolheffing eenpersoonshuishouden

€ 167,64

€ 172,56

2,93%

OZB eigenaar

€ 269,88

€ 273,93

1,50%

Totaal lastendruk eenpersoonshuishouden met huurwoning

€ 407,76

€ 426,60

4,62%

Totaal lastendruk eenpersoonshuishouden eigen woning¹

€ 677,64

€ 700,53

3,38%

Voor eenpersoonshuishoudens levert dit de volgende tabel op: Overzicht ontwikkeling woonlasten eenpersoonshuishouden

Voor meerpersoonshuishoudens met een eigen woning stijgen de woonlasten in 2022 met 3,57% ten opzichte van 2021. Voor eenpersoonshuishouden is dat 3,38%. Voor huishoudens met een huurwoning stijgen de woonlasten ten opzichte van 2021 met resp. 4,63% voor meerpersoonshuishoudens en 4,62% voor éénpersoonshuishoudens.

79

80

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

2.2.1 Algemeen Naast een sluitende meerjarenraming is ook het weerstandsvermogen een indicator voor de financiële positie van een gemeente. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een indicator van de weerstandscapaciteit ten opzichte van de risico’s. De Rekenkamer West-Brabant (hierna: rekenkamer) heeft in 2014 een onderzoek uitgevoerd naar de opzet en werking van het risicomanagementsysteem van de gemeente Halderberge. De aanbevelingen van de rekenkamer zijn uitgewerkt in een plan van aanpak risicomanagement, dat begin 2015 door het college is vastgesteld. Gehanteerde uitgangspunten berekening benodigde weerstandscapaciteit In de voorbereiding op de Begroting 2022 heeft er naast een inventarisatie van nieuwe risico’s ook een herijking van de bestaande risico’s plaats gevonden. De geïnventariseerde risico’s zijn vervolgens opgenomen in NARIS en opnieuw berekend. Daarbij is een onderscheid gemaakt in structurele risico’s en incidentele risico’s. Bij de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit zijn de volgende uitgangpunten gehanteerd. 1. Opgenomen zijn risico’s die, op relatief eenvoudige wijze, financieel zijn te vertalen. 2. Elke risico wordt berekend aan de hand van de volgende parameters: - kans van optreden (bandbreedte 10% - 90%); - minimaal financieel gevolg, verwacht financieel gevolg en maximaal financieel gevolg als het risico zich voordoet. 3.

Bij de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit is ermee rekening gehouden dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen: de benodigde weerstandscapaciteit bedraagt 95% van het totaal aan berekende risicobedragen. 4. De gemeente krijgt voor structurele risico’s vier jaar de tijd om de financiële gevolgen van deze risico’s, fasegewijs, in de begroting/meerjarenraming op te nemen; dit uitgangpunt vertaalt zich in een vermenigvuldigingsfactor van 2,5 voor structurele risico’s (jaar 1: 100%, jaar 2: 75%, jaar 3: 50%, jaar 4: 25%; totaal 250%). 2.2.2 Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en de mogelijkheden die de gemeente heeft om onverwachte kosten (risico’s) op te kunnen vangen. De weerstandscapaciteit op begrotingsbasis bestaat uit de volgende onderdelen. • De algemene reserves (inclusief algemene reserve grondexploitaties) • De vrije begrotingsruimte (post onvoorziene uitgaven en het begrotingssaldo) • Vrij besteedbare bestemmingsreserves • De onbenutte belastingcapaciteit • Eventuele stille reserves In de volgende tabel is de verwachte weerstandscapaciteit voor 2022 weergegeven.

81

Weerstandscapaciteit

Begroting 2022

Algemene reserve

6.624

Algemene reserve grondexploitaties

3.779

Reserve Borchwerf II

300

Egalisatiereserve rente

955

Post onvoorziene uitgaven

100

Begrotingsruimte Vrij besteedbare bestemmingsreserves Onbenutte belastingcapaciteit Stille reserves Totaal weerstandscapaciteit

1.311 1.946 PM 15.015

2.2.3 Risico's Op basis van de gehanteerde uitgangspunten, bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit € 3.987.000.

Risico's

Risicobedrag

Incidentele risico's

422

Structurele risico's

3.565

Totaal risicobedrag

3.987

Waarvan risico's sociaal domein

2.110

De 10 grootste risico's worden hierna toegelicht.

Risico

Risicobedrag

Tekort jeugdzorg

759

Tekort BUIG

512

CAO en andere loonontwikkelingen

331

Tekort Wmo begeleiding

326

Tekort Wmo huishoudelijke ondersteuning

313

Wateroverlast

240

Stijging rentepercentage

124

Vorst- en dooischade

119

Schade aan wegen agv omleidingsroutes en sluipverkeer

119

Tekort Wmo voorzieningen

113

82

Tekort jeugdzorg Omdat de uitvoering van de Jeugdwet een open-einde regeling betreft, bestaat het risico dat het beschikbare budget wordt overschreden. Dit risico is ingeschat op maximaal 10% van het budget voor jeugdzorg. Tekort BUIG Van het rijk wordt een gebundelde uitkering (BUIG) ontvangen voor de uitvoering van de Particiaptiewet, IOAW, IOAZ en BBZ. Omdat de uitvoering hiervan een open-einde regeling betreft, bestaat het risico dat het beschikbare budget wordt overschreden. Dit risico is ingeschat op maximaal 7,5% van de rijksbijdrage. Bij een (stuctureel) tekort van meer dan 7,5% kan een beroep worden gedaan op de vangnetregeling. CAO en andere loonontwikkelingen Voor de ontwikkeling van de salarissen wordt, naast de periodieke verhogingen, rekening gehouden met de loonstijgingen als gevolg van de cao. De huidige cao voor gemeenteambtenaren loopt tot 1 januari 2021. De VNG en de vakbonden gaan in het najaar van 2020 in overleg over een nieuwe cao voor 2021 en verder. In de huidige meerjarenraming is voor de jaren 2021 – 2023 een loonsverhoging van 1,5% per jaar opgenomen, gelijk aan het inflatiepercentage. Een extra loonstijging van 1% betekent voor Halderberge een structurele stijging van de loonkosten met ca. € 135.000 per jaar.

Tekort Wmo begeleiding Omdat de uitvoering van de Wmo-voorziening begeleiding een open-einde regeling betreft, bestaat het risico dat het beschikbare budget wordt overschreden. Dit risico is ingeschat op maximaal 10% van het budget voor begeleiding. Tekort Wmo huishoudelijke ondersteuning Omdat de uitvoering van de Wmo-voorziening huishoudelijke ondersteuning een open-einde regeling betreft, bestaat het risico dat het beschikbare budget wordt overschreden. Dit risico is ingeschat op maximaal 10% van het budget voor huishoudelijke ondersteuning. Wateroverlast Het klimaat is aan het veranderen. We krijgen meer en meer te maken met buien waarin binnen een korte tijd veel water valt. Het afwateringssysteem kan dergelijke intensieve regenbuien niet aan. De kans op wateroverlast in zowel stedelijk als landelijk gebied neemt daarom toe. De laatste jaren is daarom enorm veel geïnvesteerd in het treffen van maatregelen om wateroverlast tegen te gaan. De gevolgen van wateroverlast kunnen zijn: • Verzakkingen van wegen als gevolg van uitspoeling. • Herstellen verzakkingen en breuken in het riool. • Schoonmaken van ondergelopen gebieden. • Inzet van pompen voor het wegpompen van water in de ondergelopen gebieden. • In ernstige gevallen evacueren en opvangen bewoners. In de begroting is geen rekening gehouden met deze gebeurtenissen.

Wel zijn er middelen voor het onderhoud aan wegen en riolering ter voorkoming van mogelijke overlast. Weersomstandigheden blijven echter een risico. Stijging rentepercentage Op dit moment wordt er binnen de grex-berekeningen rekening gehouden met het rentepercentage van 0,71% voor 2021 en verder. Uitgangspunt is dat dit percentage met maximaal 2% toeneemt tot 2,71%. Op basis van dit percentage is in beeld gebracht welk gevolg dit heeft op de contante waarde van alle projecten binnen de grondexploitaties. Vorst- en dooischade Jaarlijks is er financieel ruimte voor het uitvoeren van onderhoud aan wegen, verhardingen en kunstwerken. In de begroting is geen rekening gehouden met mogelijke schades als gevolg van een dergelijke weersomstandigheden. Die hebben zich tot op heden nog niet voorgedaan, maar vormen wel een risico. Schade aan wegen als gevolg van omleidingen en sluitroutes Door reconstructies aan wegen kunnen schades ontstaan aan die wegen die worden aangewezen als omleidingsroute bij deze werkzaamheden. Daarnaast worden wegen ook gebruikt door sluipverkeer omdat het verkeer naast de omleidingsroutes haar eigen weg kiest. Met deze mogelijke schades is geen rekening gehouden in de begroting maar vormt wel een risico.

Tekort Wmo voorzieningen Omdat de uitvoering van de Wmo-voorzieningen (woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen, rolstoelen) een openeinde regeling betreft, bestaat het risico dat het beschikbare budget wordt overschreden. Dit risico is ingeschat op maximaal 10% van het budget voor Wmo-voorzieningen. 83

Overige risico's Herijking gemeentefonds Zoals in juli aangekondigd door de beheerders van het gemeentefonds heeft er in de zomermaanden van 2021 nog een actualisatie van het verdeelvoorstel plaatsgevonden. Het (aangepaste) verdeelvoorstel dat in juli werd gepresenteerd (en ook het eerste verdeelvoorstel begin dit jaar) was nog gebaseerd op de gegevens uit 2017. Inmiddels zijn de gegevens geactualiseerd naar 2019. Zo zijn de standen van de gebruikte verdeelmaatstaven geactualiseerd naar 2019 en zijn alle budgetontwikkelingen die tussen 2017 en 2019 hebben plaatsgevonden volgens de nieuwe verdeling verwerkt. Het doel van deze actualisatie was vooral ook om te bezien of het (aangepaste) verdeelvoorstel de ontwikkeling van de netto lasten over de tijd gezien goed volgt. Naar het oordeel van de fondsbeheerders volgt het (aangepaste) verdeelmodel de ontwikkeling van de netto lasten van de gemeenten. De fondsbeheerders benadrukken dat de nieuwe herverdeeleffecten op basis van de cijfers 2019 nog indicatief zijn. In de aanloop naar 2023 zal de ontwikkeling van de kosten van gemeenten en de invloed daarvan op de verdeling nauwgezet gevolgd worden. Een aandachtspunt bij het vaststellen van de verdeling per 1 januari 2023 is nog wel de mate waarin de inkomsten meebewegen in de verdeling. Immers van 2017 op 2019 nemen de inkomsten van gemeenten uit overige eigen middelen af.

De uitkomsten van het geactualiseerde (aangepaste) verdeelvoorstel zijn op de website van het ministerie van BZK geplaatst. Het negatieve herverdeeleffect voor onze gemeente is afgenomen van € -/- 35 per inwoner (stand juli 2021) naar € -/- 16 per inwoner. Begin dit jaar bedroeg het herverdeeleffect voor onze gemeente evenwel nog zo’n € 3 per inwoner (positief)4. Hoewel de gemeente Halderberge nog steeds een nadeelgemeente is, is het negatieve herverdeeleffect ten opzichte van het voorstel van juli 2021 voor meer dan de helft afgenomen. In euro's gaat het nog steeds om ongeveer -/- € 480.000 (structureel nadeel). Inzoomend op Halderberge Kijkend naar de gemeente Halderberge, dan bedraagt het negatieve herverdeeleffect van het nieuwe verdeelmodel sociaal domein € -/- 75 per inwoner. Het herverdeeleffect voor het nieuwe verdeelmodel klassiek domein bedraagt € 209 per inwoner. De aftrekpost voor de eigen inkomsten bedraagt € -/- 150. Per saldo een nadelig herverdeeleffect van € -/-16 per inwoner. Binnen het geactualiseerde (aangepaste) verdeelmodel van het sociaal domein blijft met name het onderdeel Wmo een negatieve bijdrage in het herverdeeleffect leveren.

Regionaal beeld Binnen de regio West-Brabant gaan de gemeenten Zundert (€ -/- 23 per inwoner), Etten-Leur (€ -/- 18 per inwoner), Halderberge (€ -/- 16 euro per inwoner), Drimmelen (€ -/- 14 per inwoner) en Geertruidenberg (€ -/- 7 per inwoner) er op achteruit in het nieuwe (aangepaste) verdeelvoorstel, geactualiseerd naar 2019. Grote winnaar in onze regio is de gemeente Breda met een positief herverdeeleffect van maar liefst € 97 per inwoner. De andere grote winnaar is Bergen op Zoom met een positief herverdeeleffect van € 40 per inwoner. Maximalisering herverdeeleffecten en ingroeipad De fondsbeheerders geven aan dat het voornemen is het herverdeeleffect voor gemeenten te maximaliseren (negatief en positief) op € 60 per inwoner en een ingroeipad te hanteren van vier jaar. Dit heeft tot gevolg dat het maximale herverdeeleffect (negatief en positief) voor een gemeente in het eerste jaar (naar verwachting 2023) maximaal € 15 per inwoner is. Voor het tweede jaar is dat dan € 30 per inwoner enzovoorts. Voor de gemeente Halderberge zou dit betekenen, uitgaande van een negatief herverdeeleffect van € -/- 16 per inwoner, dat de gemeente in het eerste jaar van de invoering van het nieuwe verdeelmodel (voorzien is 2023) geconfronteerd wordt met vrijwel het gehele negatieve herverdeeleffect (ca. € 450.000).

Hoge kosten materiaal en personeel bij werken Sterk stijgende prijzen materialen, stijgende lonen en krapte op de arbeidsmarkt hebben tot gevolg dat de kosten voor aankopen en opdrachten voor de gemeente fors stijgen. Met name bouwmaterialen zijn afgelopen periode flink in prijs gestegen en de verwachting is dat deze prijsstijging de komende periode zal doorzetten. Dit heeft consequenties voor diverse onderhoudsbudgetten maar ook op investeringen die zijn opgenomen in het IP. Het is met name de vraag of eerder geraamde IP posten nog voldoende financiële ruimte bieden om de geplande projecten en onderhoudswerken uit te voeren. 4

Het eerste herverdelingsvoorstel ontving kritiek vanuit diverse geledingen o.a. de Raad voor het Openbaar Bestuur. Naar aanleiding van deze kritiek hebben de fondsbeheerders het verdeelmodel sociaal domein en de wijze waarop in de verdeling rekening wordt gehouden met overige eigen middelen herzien. Dit resulteerde in een voorlopig aangepast verdeelvoorstel in juli. In de zomermaanden heeft er nog een actualisatieslag plaatsgevonden uitmondend in een geactualiseerd aangepast verdeelvoorstel.

84

2.2.4 Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat de normale bedrijfsvoering wordt aangetast. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (de middelen waarover de gemeente kan beschikken om niet begrote kosten die onverwachts en substantieel zijn te dekken) en de benodigde weerstandscapaciteit (de risico’s waarvoor geen voorzieningen of verzekeringen zijn afgesloten). Deze relatie kan op een eenvoudige wijze in de volgende vergelijking worden weergegeven. Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit (risico’s)

De ratio voor het weerstandsvermogen is als volgt gecategoriseerd. Situatie

Ratio weerstandsvermogen

Betekenis weerstandsvermogen

A

X > 2,0

Hoog

B

1,5 < X < 2,0

Ruim voldoende

C

1,0 < X < 1,5

Voldoende

D

0,5 < X < 1,0

Onvoldoende

E

X < 0,5

Ruim onvoldoende

De ratio weerstandsvermogen is berekend op € 15.015.000 / € 3.987.000 = 3,77 Dit is te categoriseren als hoog. De ratio van het weerstandsvermogen is voor 2022 berekend op 3,77. Zoals ook bij de eerder genoemde uitgangspunten is aangegeven, is bij de berekening van benodigde weerstandscapaciteit rekening gehouden met zowel incidentele als structurele risico’s. Hierdoor heeft het benodigde weerstandsvermogen ook een meerjarig karakter voor de komende 4 jaar. Dit zal vervolgens jaarlijks bij de zomernota en begroting worden bijgesteld met de inzichten op dat moment. De stijging ten opzichte van de ratio, zoals die voor het jaar 2022 was berekend in de Zomernota 2021 (3,05), is het gevolg van een stijging van de weerstandscapaciteit met € 2.264.000 en een daling van de risico’s met € 190.000. De stijging van de weerstandscapaciteit is met name het gevolg van: 1. Een stijging van de algemene reserve met € 804.000 vanwege een deel van de winstuitkering borchwerf die in 2021 nog is ontvangen. 2. Een incidentele ontvangst van € 253.479 vanwege de verkoop van de Mariaschool in Oudenbosch. Een incidentele opbrengst in 2021. 3. Het geraamde begrotingssaldo 2022 van € 1,3 miljoen. Het totale risicobedrag is met € 190.000 gedaald. Dit wordt met name veroorzaakt door een lichte daling in het risico voor de tekorten BUIG.

Zie voor het overzicht met de 10 grootste risico's in voorgaande paragraaf. Eventuele winstuitkeringen van verbonden partijen kunnen in de komende jaren worden ingezet om de weerstandscapaciteit en de vermogenspositie verder te verbeteren.

85

2.2.5 Kengetallen Inleiding Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) schrijft voor dat gemeenten vijf kengetallen in de begroting en jaarrekening opnemen. Door middel van deze kengetallen kunnen raadsleden eenvoudiger zicht krijgen op de financiële positie van de gemeente. Sinds de begroting 2016 zijn op grond van de voorschriften uit het BBV de volgende kengetallen in de begroting en de jaarrekening opgenomen: 1. netto schuldquote & de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. de solvabiliteitsratio; 3. kengetal grondexploitaties; 4. de structurele exploitatieruimte; 5. en de belastingcapaciteit. Deze kengetallen beogen, in onderlinge samenhang, een bijdrage te leveren aan het inzicht in de financiële positie van de gemeente. Juist de onderlinge samenhang en het verloop gedurende meerdere jaren biedt het verlangde inzicht. Daarom is het niet zinvol om op basis van één enkel kengetal conclusies te trekken.

Kengetallen en de signaleringswaarde De kengetallen zijn primair bedoeld als instrument voor de raad en worden niet gebruikt als extra normeringsinstrument in het kader van het financieel toezicht door de provincies of het Rijk.De gezamenlijke provinciale toezichthouders hebben echter geconstateerd dat het financiële beeld dat uit de kengetallen naar voren komt, voor de toezichthouder ook belangrijk is voor het inzicht in de financiële positie van de gemeente. Er is door de toezichthouders daarom besloten om voor het verkrijgen van een goed beeld, aan te sluiten bij de zogeheten ‘signaleringswaarden’ die afkomstig zijn uit onder meer de stresstest voor 100.000⁺ gemeenten. In de tabel hieronder is te zien welke waarden bij welke categorie (A, B of C) behoren. Categorie A is het minst risicovol en categorie C het meest risicovol. Kengetal

Categorie A

Categorie B

Categorie C

1a

Netto schuldquote

< 90%

90 - 130%

> 130%

1b

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

< 90%

90 - 130%

> 130%

2

Solvabiliteitsratio

> 50%

20 - 50%

< 20%

3

Structurele exploitatieruimte

Begroting > 0%

Begroting 0%

Begroting < 0%

4

Grondexploitatie

< 20%

20 - 35%

> 35%

5

Belastingcapaciteit

< 95%

95 - 105%

> 105%

De volgende tabel laat de kengetallen zien vanaf de Jaarrekening 2020.

86

Verloop van de kengetallen Verplichte kengetallen:

Jaarrekening 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Netto schuldquote

74,13%

89,74%

102,91%

120,53%

127,95%

125,17%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

70,82%

86,00%

100,03%

117,56%

124,91%

122,19%

Solvabiliteitsratio

16,03%

17,64%

13,96%

11,68%

11,28%

11,52%

Structurele exploitatieruimte

0,91%

0,46%

1,76%

0,84%

0,49%

0,87%

Grondexploitatie

5,73%

7,64%

5,40%

-0,30%

-1,28%

-2,27%

Belastingcapaciteit

106,17%

102,46%

101,35%

104,46%

108,19%

111,64%

Als deze ontwikkeling wordt afgezet tegen de signaalwaarden ontstaat het volgende beeld: Indeling volgens signaleringswaarde

2022

2023

2024

2025

Netto schuldquote

B

B

B

B

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

B

B

B

B

Solvabiliteitsratio

C

C

C

C

Structurele exploitatieruimte

A

A

A

A

Grondexploitatie

A

A

A

A

Belastingcapaciteit

B

B

C

C

Toelichting kengetallen Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Hierbij geldt: hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. Het geeft hiermee een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is, valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens zijn doorgeleend aan andere partijen, die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen, wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast. In de handreiking “Houdbare gemeentefinanciën” van de VNG wordt voor de netto schuldquote een signaalwaarde van 100% genoemd als indicatie dat een gemeente moet gaan opletten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/504/documents/15136