CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2022.pdf

Gemeenteraad 4 november 2021, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 4: Programmabegroting 202231.825 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

De provincie hanteert de signaalwaarde van 90%. Er blijft dan weinig leencapaciteit over om tegenvallers op te vangen. Een waarde van 130% wordt in beginsel aangegeven als kritische grens. Boven die grens is sprake van een zeer hoge schuld en kan de houdbaarheid van de gemeentefinanciën in gevaar zijn. De gemeente zou dan terughoudend moeten zijn met investeringen en voorraden bouwgrond en leningen moeten afbouwen. Als gevolg van het omvangrijke investeringsprogramma laten de schuldquotes een stijgende lijn zien. Deze verwachting was al eerder aangegeven in de vorige bestuursrapportages en dat wordt nu verder geconcretiseerd in deze begroting. Pas in 2025 is sprake van een lichte daling. Door het oplopen van de schuldquotes bevinden deze zich de komende vier jaar in categorie B. 87

De solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente (op langere termijn) in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen van de gemeente bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Voor de solvabiliteitsratio geldt: hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Een solvabiliteit van 100% zou inhouden dat de gemeente geen schulden heeft. De solvabiliteitsratio bevindt zich normaal gesproken in categorie B (tussen 20% en 50%). Een solvabiliteitsratio in categorie A (< 20%) geeft een scheefgroei in de verhouding eigen / vreemd vermogen aan. De solvabiliteitsratio laat in deze begroting een structureel beeld zien in categorie C. Dit beeld komt overeen met het beeld uit de begroting 2021. De schulden lopen op, terwijl het eigen vermogen na 2022 juist wat afneemt. Dat zorgt ervoor dat het vreemd vermogen een groter deel uitmaakt van het totale vermogen. Dit heeft een dalende solvabiliteitsratio tot gevolg. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten.

Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering uit het gemeentefonds en de opbrengsten uit de onroerendezaakbelasting. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van leningen) te dekken. De relevantie van dit kengetal voor de beoordeling van de financiële positie schuilt erin dat het van belang is om te weten welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De kengetallen moeten daarbij in samenhang worden bezien. Wanneer bijvoorbeeld de grondexploitatie er niet toe bijdraagt om de schuldpositie te verminderen en de structurele exploitatie ruimte negatief is, geeft het kengetal belastingcapaciteit inzicht in de mogelijkheid tot hogere baten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten en dit uit te drukken in een percentage.

De structurele exploitatieruimte bevindt zich in de jaren 2022 – 2025 structureel in categorie A. Dit geeft aan dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. In andere woorden: er is nog wat ruimte om een mogelijke stijging van de structurele lasten te dekken of een daling van de structurele baten op te vangen. Grondexploitatie In het verleden is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Indien gemeenten of provincies leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstige) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de woningen kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale baten. Wanneer de grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht, loopt een gemeente relatief gering risico. Het is dus belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet die worden afgewaardeerd, dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteitsratio.

Voor de berekening van dit kengetal worden bouwgronden in exploitatie gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting en uitgedrukt in een percentage. Het kengetal grondexploitaties fluctueert, maar bevindt zich structureel in categorie A. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Hierbij wordt uitgegaan van de woonlasten voor een gezin, bestaande uit de OZB voor een woning met een gemiddelde waarde, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing, omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld (er is dan sprake van belastingcapaciteit die niet wordt benut). De definitie van het kengetal belastingcapaciteit is: woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t (het begrotingsjaar) ten opzichte van het landelijk gemiddelde in jaar t-1 (het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar) uitgedrukt in een percentage. 88

De gemiddelde lastendruk laat de komende vier jaar een stijgende lijn zien. Dit is ook aangegeven in voorgaande begrotingen. Dit komt met name door de stijgende lasten voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing en het uitgangspunt dat deze heffingen 100% kostendekkend moeten zijn. Ten opzichte van het landelijke gemiddelde zijn de cijfers iets gunstiger dan in 2021. Toen was er vanaf 2022 sprake van een indeling in categorie C. Dat is nu pas vanaf 2024. De belastingcapaciteit van de komende vier jaar wordt afgezet tegen het landelijk gemiddelde van vorig jaar. Enige nuancering is hierbij op zijn plaats, omdat het landelijke gemiddelde geen jaarlijkse stijging laat zien. In dit opzicht is ook de vergelijking met de andere De6 gemeenten zinvol die in de paragraaf lokale heffingen is opgenomen. Desalniettemin kan in algemene zin worden gesteld dat de woonlasten weinig tot geen ruimte bieden om, indien nodig, de financiële positie van de gemeente bij te sturen. Samenvattend oordeel In het collegeprogramma 2018-2022 heeft het college de ambitie opgenomen om te werken aan een verbetering van de vermogenspositie. Tweemaal per jaar, bij de jaarrekening en bij de begroting, wordt de voortgang getoetst door middel van de financiële kengetallen. De kengetallen schuldquote en solvabiliteit worden in grote mate beïnvloed door het investeringsprogramma.

Dat is de komende jaren erg omvangrijk, waardoor de eerste jaren geen sprake is verbetering van de kengetallen. Pas vanaf 2025 is een licht herstel zichtbaar. De kengetallen inzake grondexploitaties en structurele exploitatieruimte laten zien dat er op die gebieden weinig ruimte is om bij te dragen aan verbetering van de financiële positie van de gemeente Halderberge. Datzelfde geldt voor de belastingcapaciteit, die zich boven het landelijk gemiddelde bevindt. In de begroting van de afgelopen jaren werd de verwachting aangegeven dat het herstel van de financiële positie een verbetering zal laten zien zodra de grote investeringen zijn gerealiseerd. Dat is nog steeds zo, maar dat is niet eerder dan vanaf 2025.

89

90

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

2.3.1 Inleiding De gemeente Halderberge heeft 7.524 hectare aan openbare ruimte in beheer. Veel activiteiten, zoals wonen, werken en recreëren, vinden binnen deze openbare ruimte plaats. Daarvoor zijn kapitaalgoederen vereist zoals wegen, riolering, openbaar groen, verlichting, gebouwen enz. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en de (jaarlijkse) lasten. Het beleid van de gemeente Halderberge voor het onderhoud van kapitaalgoederen is voor een belangrijk deel vastgelegd in nota’s, te weten: • Gemeentelijk RioleringsPlan (vGRP 2020 - 2023); • Beleidsnota Wegbeheer (2022 - 2026); • Beleidsplan Openbare Verlichting (2021 - 2025); • Groenbeleidsvisie 2020; • Landschapsplan (2016 - 2025); • Kadernota parkeren 2017 - 2021; • Mobiliteitsvisie 2018-2023; • AVOI, vastgesteld in 2017; • Beleidsnota Civieltechnische kunstwerken (2017 – 2021) 2.3.2 Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) Het Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP) is het resultaat van een planproces. Het GRP omvat de doelen die aan de riolering worden gesteld, de maatregelen om deze doelen te bereiken en de daarvoor in te zetten middelen. Het nieuwe GRP heeft een looptijd van 4 jaar en is geldig van 2020 tot 2023. Deze opzet is gekozen om iedere raadsperiode een nieuw GRP te laten vaststellen. De speerpunten van beleid worden ook in de programmabegroting vertaald.

Naast het beleid en de taken op het gebied van riolering is ook de zorg en het beheer van het hemelwater en grondwater binnen dit plan betrokken. Dit GRP is binnen de Waterkring West opgesteld waarbij zoveel mogelijk gezamenlijke beleidsuitgangspunten voor de samenwerkende gemeenten en het waterschap zijn gehanteerd. Naast het reguliere beheer van de afvalwaterketen is er in het nieuweGRP steeds meer aandacht voor klimaatadaptatie. Door maatregelen te nemen om wateroverlast te verminderen, wordt nadrukkelijk ook hitte en droogte meegenomen in de afwegingen. Effectieve maatregelen hiervoor zijn om water zoveel mogelijk te bergen en vast te houden waar het valt. Effectieve maatregel hiervoor is het vergroenen/ ontharden van de buitenruimte in zowel openbaar gebied als particulier terrein. De combinatie van groen en blauw helpt om wateroverlast te voorkomen, waarbij het voorkomen van hittestress en tegengaan van droogte meeliften. 2.3.3 Beleidsnota wegbeheer In de gemeenteraadsvergadering van 5 juni 2021 is het beleid voor de jaren 2022 tot en met 2026 vastgesteld. Voor het opstellen van het plan zijn eind 2020-begin 2021 wegeninspecties uitgevoerd. Naar aanleiding van de kaderstellende uitspraken door de raad wordt er een vijfjarenplanning voor 2022 en verder opgesteld en voorgelegd aan het college.

Gekozen is voor een kwaliteitsmodel waarbij op basis van de ernst en omvang de reparaties aan verhardingen worden uitgevoerd en waarbij er dus geen prioriteitsstelling wordt aangehouden voor bepaalde wegen. Hierbij is de ondergrens voor het onderhoudsniveau C-kwaliteit, zoals vastgesteld door het CROW. Er wordt niet extra geïnvesteerd op trottoirs en fietspaden. In het huidige en nieuwe beleid wordt met name ingegaan op de aanpak van klein onderhoud waardoor groot onderhoud en mogelijk ook investeringen worden uitgesteld. Voor het behalen van het minimale onderhoudsniveau van C (CROW) zal de wegenplanning leidend zijn om eventueel werk met werk te maken. Een ideale combinatie van werk met werk maken kan dan alleen als de desbetreffende weg ook voorkomt op de onderhoudsplanning voor groot onderhoud 2022-2026. 91

Doordat het budget voor klein onderhoud ook wordt verhoogd kunnen er veel kleinschalige oneffenheden worden weggehaald en kan er ook worden geïnvesteerd op het voorkomen van groot onderhoud aan wegen. 2.3.4 Openbaar groen Het onderhoud van het openbaar groen in de vijf kernen is gebaseerd op het Groenbeleidsplan “ Het groene doorgroeimodel”. Het Groenbeleidsplan biedt een praktische leidraad en toetsingskader voor de inrichting en het beheer van het openbaar groen binnen de bebouwde kom in de periode 2021-2025 bij de uitvoering van de dagelijkse werkzaamheden en bij ruimtelijke ontwikkelingen. Gaan voor duurzame instandhouding met oog voor kwaliteit, aandacht voor herstel van de biodiversiteit en het klimaatbestendige. Het beheer van het openbaar groen buiten de bebouwde kom is gebaseerd op de visie verwoord in het Landschapsplan Halderberge ‘Het landschap in beweging’ (2016- 2025). Een document dat gericht is op het duurzaam behoud, ontwikkeling en versterking van een groen samenhangend landschap. Enerzijds vormt het een beleidsstuk en anderzijds een doorvertaling naar uitvoeringsprojecten. In 2022 wordt uitvoering gegeven aan het stimuleren van agrarisch particulier landschapsbeheer en een vervolg op het verbeteren van de verbinding tussen verschillende ( groen ) elementen door het versterken van landschappelijke beplantingen in het buitengebied.

Tevens verder gaande omschakeling van traditioneel beheer naar bijvriendelijk beheer. 2.3.5 Beleidsplan openbare verlichting Voor de beleidsperiode 2021 - 2025 is in oktober 2020 het nieuwe beleidsplan vastgesteld. De ambities en doelstellingen opgenomen in het beleidsplan zijn gerelateerd aan het Energieakkoord wat in 2013 is ondertekend door de verschillende overheden, de VNG en hiermee ook de gemeente Halderberge. Dit Energieakkoord loopt nog door tot en met 2030 en de gemeente Halderberge wil hieraan invulling geven. Door het vaststellen van het beleidsplan kan in 2026 het verduurzamen van de openbare verlichting worden afgerond en wordt de bovengrens behaald van wat aan verduurzaming en energiebesparing mogelijk is. In de nieuwe beleidsperiode na 2025 wordt er verder gezocht naar innovatieve oplossingen die het nog meer mogelijk maken om openbare verlichting aan te passen aan de wensen van bewoners, maar daarbij ook oog te houden voor het niet verlichten waar dit ook niet is gewenst. Momenteel lopen de vervangingswerkzaamheden aan de lichtpunten die zijn opgenomen voor 2020 en 2021. Ook het onderhoudscontract is opnieuw aanbesteedt en loopt weer 4 jaar door (2021-2025). 2.3.6 Waterhuishouding Gebiedsproces Halderberge Het uitvoeringsprogramma Water zoals in het verleden altijd opgesteld samen met het waterschap wordt niet meer als zodanig geactualiseerd.

Samen met het waterschap is dit uitvoeringsprogramma opgegaan in het Gebiedsproces Halderberge. Samen met het waterschap, agrariërs, inwoners van het stedelijk gebied en natuurorganisaties is men bezig om gezamenlijk naar de wateropgave in het gebied te kijken, zoals bijvoorbeeld het Gastels Laag. Maatregelen voortkomend uit het gebiedsproces zullen binnen de beschikbare rioleringsbudgetten worden uitgevoerd. Bruggen en duikers De gemeente heeft een onderhoudsverantwoordelijkheid voor de civieltechnische kunstwerken, zoals bruggen en duikers die in eigendom zijn van de gemeente Halderberge. Hierbij kennen we een 50-tal grotere bruggen en duikers en meer dan 300 kleinere duikers onder de verschillende wegen in met name het buitengebied. Daarnaast is er een aantal bruggen en duikers van de provincie, Rijkswaterstaat en het waterschap, waarbij de gemeente in veel gevallen een onderhoudsplicht heeft voor wat betreft de wegconstructie en de afwatering van hemelwater. In het in 2016 vastgestelde beleidsplan civiele kunstwerken 2017-2021 is aangegeven welke civieltechnische kunstwerken, zoals bruggen, beschoeiingen en aanlegsteigers er in de komende periode aan vervanging toe zijn. Aandachtspunten voor nu zijn het vervangen van de aanlegsteiger in Stampersgat en de aanpak van een gedeelte van de damwand in de haven van Oudenbosch.

Door de snel teruglopende onderhoudssituatie van een gedeelte van de aanlegsteiger in Stampersgat is deze in juli 2021 vervangen. In het tweede gedeelte van 2021 is gekeken naar de uitgangspunten voor het vervangen van het overige gedeelte. De basis voor het vervangen van de aanlegsteiger blijft het vervangen van de huidige steiger en dus geen uitbreiding. De grootschalige vervanging van een gedeelte van de damwand in de haven van Oudenbosch is in 2021 voorbereid, waarbij de uitvoering mede afhankelijk zal zijn van de bouwactiviteiten langs de haven. Vanuit de gemeente Moerdijk wordt nu ook meegedacht over de aanpak van de brug over de Mark (Markweg). In 2022 wordt het beleidsplan voor de jaren 2022 en verder herzien. De inspecties hiervoor zijn inmiddels uitgevoerd.

92

2.3.7 Gebouwen Voor alle gemeentelijke gebouwen is een Meerjaren Onderhouds Plan gebouwen (hierna: MOP) 2020-2024 opgesteld en vastgesteld op 6 februari 2020 door de gemeenteraad. In het MOP is opgenomen dat het volledige onderhoud zoveel mogelijk wordt uitgevoerd, maar er wordt wél rekening gehouden met bijzondere omstandigheden bij een gebouw. Door de gemeenteraad is ingestemd met het scenario waarbij basis onderhoud wordt gepleegd inclusief een verduurzamingsslag bij een aantal gebouwen. Het streven naar duurzaam is ook een onderdeel van het collegewerkprogramma 2018 - 2022. 2.3.8 Budgetten begroting 2022 - 2025 In het hierna opgenomen overzicht is het verloop van de onderhoudskosten van de kapitaalgoederen weergegeven. Deze kostenontwikkeling is opgenomen in de meerjarenbegroting 2022 - 2025. Omschrijving

2022

2023

2024

2025

1.575.000

1.584.000

1.593.000

1.603.000

Openbare verlichting

68.000

63.000

57.000

58.000

Waterkering en afwatering

86.000

92.000

99.000

100.000

Openbaar groen

620.000

629.000

638.000

648.000

Gebouwen

162.000

162.000

186.000

186.000

Riolering

513.000

521.000

528.000

536.000

Totalen

3.024.000

3.051.000

3.101.000

3.131.000

Wegbeheer

93

94

Paragraaf Financiering

2.4.1 Inleiding De paragraaf Financiering geeft aan hoe invulling is gegeven aan het treasurybeleid van de gemeente Halderberge, zoals dat is vastgelegd in het Treasurystatuut. In deze paragraaf wordt onder meer ingegaan op de financieringsbehoefte, de daaraan verbonden rentelasten en -baten, het renteresultaat en het risicobeheer, nader geconcretiseerd in de ruimte boven/onder de kasgeldlimiet en de ruimte boven/onder de renterisiconorm. Bij de toelichting op het renteresultaat is aangegeven welke rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend. Bovendien worden in deze paragraaf de mutaties in de portefeuille van verstrekte en opgenomen geldleningen weergegeven. Als laatste wordt in deze paragraaf ingegaan op de afspraken met de financiële instellingen. Alle bedragen in deze paragraaf zijn in euro’s. Het financierings- of treasurybeleid van de gemeente Halderberge is vastgelegd in het treasurystatuut. Dit is gebaseerd op de bepalingen in de Wet financiering decentrale overheden (kortweg Wet fido) die in 2001 van kracht is geworden. De huidige versie van het treasurystatuut dateert van 2 juli 2015 en is in werking getreden op 1 augustus 2015.

Het treasurystatuut heeft de volgende doelstellingen: • het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; • het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s; • het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; • het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido respectievelijk de limieten en de richtlijnen van het treasurystatuut; • het inrichten en handhaven van een kwalitatief hoogwaardig en veilig betalingssysteem; • het realiseren van de informatiestromen ter ondersteuning van de opstelling van het treasurybeleid, de uitvoering van het beleid en de verantwoording ervan. 2.4.2 Rentebeleid De rentelasten worden verantwoord op het aparte taakveld Treasury. Dit betreft alleen rente over de externe financieringsmiddelen. Er wordt geen rente berekend over de eigen financieringsmiddelen. Toerekening van de rentelasten aan de andere taakvelden vindt plaats op basis van een renteomslag. In deze paragraaf treft u de berekening daarvan aan. Om grote schommelingen en onverwachte negatieve effecten in de exploitatie van stijgende rente te voorkomen is een egalisatiereserve rente beschikbaar.

Deze reserve bedraagt maximaal € 1 miljoen. Voor de juiste inschatting van de rentelasten en -baten én de verwachte ontwikkeling van de leningenportefeuille is een vierjarig kasstroomoverzicht opgesteld. Naast het feit dat het kasstroomoverzicht een goede basis biedt voor de berekening van de verwachte rentelasten en de ontwikkeling van de leningenportefeuille, geeft het inzicht in de kasstromen die in de komende vier jaar naar verwachting plaats gaan vinden.

95

2.4.3 Renteschema en renteresultaat Conform het advies van de Commissie BBV is onderstaand renteschema opgenomen in de begroting en de jaarrekening. Het renteschema van de begroting geeft inzicht in de verwachte rentelasten en -baten van de gemeente Halderberge en het verwachte renteresultaat. 2022

2023

2024

2025

Externe rentelasten over korte en lange financiering

946.034

1.098.292

1.119.312

1.106.300

Externe rentebaten

63.067

62.209

61.350

60.490

Saldo rentelasten en rentebaten

882.967

1.036.084

1.057.963

1.045.809

Grondexploitaties (+)

78.215

39.419

-1.816

-7.553

Gemeentehuis (+)

371.367

366.382

361.191

355.787

Markland College (+)

47.415

125.838

131.053

128.164

0

0

0

0

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

496.997

531.639

490.428

476.398

Saldo

385.970

504.445

567.535

569.411

Rente eigen vermogen

0

0

0

0

Rente over voorzieningen met contante waarde

0

0

0

0

Totaal geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente

385.970

504.445

567.535

569.411

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

346.124

450.582

482.540

498.880

Renteresultaat taakveld Treasury

-39.846

-53.863

-84.995

-70.532

Toerekening bijzondere rentes:

Rentebaten verstrekte leningen (projectfinanciering) (-)

In het schema komen drie bijzondere rentes voor. De grondexploitaties krijgen een rente toegerekend die is gebaseerd op de gemiddelde rente over de externe financiering en de verhouding van het vreemd vermogen / totaal vermogen. De leningen voor het gemeentehuis en het Markland College zijn bij uitzondering aangegaan als projectfinanciering. De rentelasten daarvan worden geheel toegerekend aan het resp. het taakveld Overhead (huisvesting) en het taakveld Huisvesting voortgezet onderwijs. De overblijvende rentelasten- en baten van de integrale financiering zijn opgenomen in de renteomslag. De berekende percentages liggen tussen 0,5% en 1% en zijn naar beneden afgerond op een veelvoud van 0,5%. Op grond hiervan wordt een rente van 0,5% toegerekend aan de investeringen. Het negatieve renteresultaat wordt conform het bestaande beleid onttrokken aan de egalisatiereserve rente. 2.4.4 Renteontwikkelingen (bron: BNG infodienst) De extreem lage tarieven op de kapitaalmarkt houden nog steeds aan. Voor leningen met een relatief korte looptijd tot ca. 5 jaar zijn de rentetarieven negatief. Dat betekent dat er jaarlijks een rentevergoeding wordt verkregen in plaats van dat er een rentebedrag moet worden betaald. De tarieven voor leningen met een langere looptijd zijn weliswaar niet negatief, maar wel erg laag. Voor de gebruikelijke looptijden (tot 40 jaar) is dat lager dan 1%.

Ten opzichte van een jaar geleden is er wat dat betreft niet veel veranderd. De lage en/of negatieve rentetarieven voor op te nemen geldleningen resulteren er ook in dat er geen vergoeding wordt gekregen over uit te zetten middelen. Dat betekent onder meer dat bedragen die als gevolg van het schatkistbankieren moeten worden weggezet bij de centrale overheid, geen rendement opleveren. 96

De BNG Bank hanteert sinds 1 juli 2021 een negatieve rente voor tegoeden hoger dan € 500.000. De rente is variabel en afhankelijk van de 1-maands Euribor. Een voorspelling van de rente is zoals gebruikelijk erg lastig en houdt verband met de ontwikkeling van de economische situatie. Vooralsnog zijn er geen aanwijzingen dat de huidige situatie gaat veranderen. Uit voorzichtigheidsoverwegingen is voor de raming van nieuwe leningen uitgegaan van een lichte stijging. Voor de jaren 2022 en 2023 wordt uitgegaan van een rente van 1% op nieuwe leningen. Voor de jaren daarna is dat 1,25%. Dankzij de lage rente zal de gemiddelde rente die de gemeente Halderberge betaalt over de langlopende financiering verder dalen. Bij de jaarrekening 2020 bedroeg de gemiddelde rente 1,39%. Op grond van de huidige prognose zal de gemiddelde rente van de leningenportefeuille in 2022 naar verwachting dalen naar ca. 1,14%. Dit percentage is vanzelfsprekend sterk afhankelijk van de realisatie van de activiteiten zoals die opgenomen zijn in de liquiditeitsplanning en de daarvoor benodigde liquide middelen. 2.4.5 Financieringsbehoefte De gemeente Halderberge kent diverse inkomstenbronnen om uitgaven te financieren.

De belangrijkste inkomstenbronnen op een rij: • uitkeringen uit het Gemeentefonds (algemene uitkering, integratie- en decentralisatie-uitkeringen); • specifieke uitkeringen van het rijk en andere overheden (provincie); • gemeentelijke heffingen (belastingen en retributies). Met deze zogeheten lopende (= jaarlijkse terugkerende) inkomsten kunnen niet alle uitgaven gedaan worden. De lopende inkomsten dienen in beginsel de lopende uitgaven te dekken. Omdat het tijdstip waarop de inkomsten worden ontvangen niet altijd gelijk loopt met het tijdstip waarop de uitgaven worden gedaan, ontstaat er behoefte aan financieringsmiddelen. Een andere oorzaak voor het ontstaan van financieringsbehoefte zijn (grote) investeringen en rente- en aflossingsverplichtingen van al opgenomen geldleningen. In de begroting wordt een inschatting gegeven van de financieringsbehoefte in de komende vier jaar. Op basis van een kasstroomoverzicht wordt de behoefte aan externe financiering en de daarmee gepaard gaande rentelasten geraamd. Het kasstroomoverzicht is opgebouwd vanuit de verwachte operationele kasstromen en met de beschikbare gegevens van medio september 2021.

97

Voorcalculatorisch kasstroomoverzicht gemeente Halderberge

2022

2023

2024

2025

Inkomende kasstromen

79.535

77.955

79.505

80.869

Uitgaande kasstromen

-74.798

-73.645

-74.401

-75.238

4.737

4.311

5.105

5.630

Investeringen in (im)materiële vaste activa

-32.441

-17.972

-6.467

-4.021

Kasstromen uit grond aan- en verkopen

2.665

6.412

1.916

1.916

0

0

0

0

-29.776

-11.560

-4.551

-2.105

Kasstromen uit verstrekte leningen

48

47

46

37

Kasstromen uit aangegane leningen

-8.279

-8.325

-7.904

-7.788

Saldo kasstroom uit financieringsactiviteiten

-8.231

-8.278

-7.858

-7.751

Verwachte mutatie liquide middelen

-33.271

-15.527

-7.304

-4.226

* (bedragen in euro’s en x € 1.000) Kasstroom uit operationele activiteiten

Saldo kasstroom uit operationele activiteiten

Kasstroom uit investeringsactiviteiten

(Des)investeringen in financiële vaste activa Saldo kasstroom uit investeringsactiviteiten

Kasstroom uit financieringsactiviteiten

Het kasstroomoverzicht geeft een (afgeronde) financieringsbehoefte aan van resp. € 33,3 miljoen in 2022, € 15,5 miljoen in 2023, € 7,3 miljoen in 2024 en € 4,2 miljoen in 2025. De gevolgen daarvan zijn zowel verwerkt in de meerjarige balans die is opgenomen in de Paragraaf weerstandsvermogen als in het renteoverzicht van deze paragraaf. De gemeente Halderberge hanteert net zoals veel andere gemeenten voor de financiering van haar activiteiten het systeem van totaalfinanciering. Dit betekent dat niet voor afzonderlijke projecten en activiteiten financiering wordt aangetrokken, maar dat er wordt gekeken naar de gezamenlijke financieringsbehoefte voor alle activiteiten van de gemeente. Hierop wordt vervolgens de daadwerkelijke financiering afgestemd. Deze vorm van financiering heeft tot gevolg dat jaarlijks een beperkt aantal geldleningen wordt aangegaan. Kortlopende leningen Kortlopende leningen kunnen worden aangegaan tot het bedrag van de kasgeldlimiet. De hoogte daarvan staat verderop in deze paragraaf vermeld. Onder kortlopende leningen vallen ook de rekening courant saldi met de bank. Deze saldi laten over het algemeen een zeer schommelend verloop zien. Kortlopende leningen worden doorgaans alleen afgesloten ter overbrugging van een periode tussen grote uitgaven en inkomsten.

Omdat kortlopende financiering over het algemeen aanzienlijk goedkoper is dan langlopende financiering, zal de ruimte onder de kasgeldlimiet ook in 2022 zo optimaal mogelijk worden benut. Langlopende geldleningen In onderstaand overzicht geven wij het verwachte verloop van de portefeuille aan langlopende opgenomen geldleningen weer. Hierbij is de eindstand van 2020 als uitgangspunt genomen, met inachtneming van alle bekende en nog te verwachten mutaties van 2021 en 2022.

98

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/504/documents/15136