CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

NvZ bijlage 1 - Programmerings- en investeringsagenda Bedrijventerreinen 2021.pdf

Gemeenteraad 17 oktober 2024, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 6: Vaststelling bestemmingsplan Klaverweide18.926 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

• •

6 Bijdrage plan aan / visie op maatschappelijke opgaven

Parkmanagement, georganiseerde bedrijven Energietransitie/RES Mobiliteit en bereikbaarheid Arbeidsmigrantenhuisvesting

Ruimtelijke inpassing en inpassing Voorkomen verpaupering en ondermijning van de bestaande bedrijventerreinen en eventueel de achterlaatlocatie (relatie met onderdeel 2)

Wat wordt er over opgenomen in bijvoorbeeld bestemmingsplan en/of uitgifteregels? Richtinggevend versus verplichtend? Voor het motiveren van dit onderdeel kan verbinding worden gelegd met diverse (beleids)agenda’s, bijv. de RES.

De leidraad kan ook dienen voor het goede gesprek dat de gemeente voert met de ondernemers die een uitbreidingswens hebben. En is daarmee onderdeel van een goede planvoorbereiding.

Proces 1 2 3 4

5 6

Gemeenten benutten de leidraad voor het onderbouwen van de vraaggerichte lokale behoefte. De gemotiveerde leidraad wordt gedeeld, afhankelijk van het schaalniveau van de ontwikkeling met buurgemeenten of een ruimere marktregio. Als er draagvlak is bij de buurgemeente(n) dan wordt de RWB geïnformeerd over de in te brengen locatie via het Contactambtenarenoverleg. De locatie wordt vervolgens geagendeerd in de Commissie van Advies Economie en Ruimte. De regio heeft geen formeel zeggenschap over ‘vraaggericht lokaal’, maar kan wel adviserend optreden als er discussiepunten zijn. Daarnaast heeft het agenderen van de locatie als doel ‘vinger aan de pols te houden’. De locatie wordt geagendeerd (als hamerstuk) op de West-Brabantse Ontwikkeldag. Indien de locatie wordt vastgesteld krijgt de locatie een juridische status vanwege de provinciale verordening.

Buck Consultants International

24

Figuur 3.1 Processchema vraaggericht lokaal ontwikkelen

Bron: BCI 2021

Buck Consultants International

25

3.3

Vraaggericht strategisch

Doel: locaties met een strategische meerwaarde voor de regionale ambities en speerpunten moeten tijdig beschikbaar zijn op korte en op langere termijn. De ontwikkeling van strategische locaties en de thematische terreinen en de campussen is nauw met elkaar verweven. Voor vraaggerichte ontwikkeling van beide typen locaties gelden dezelfde uitgangspunten en spelregels. In de praktijk betekent dit in de komende jaren dat het vooral zal gaan om nieuwe strategische locaties en de uitbreiding van enkele thematische terreinen, zoals Business Centre Treeport in Zundert (fase 2), het maritieme cluster in Werkendam (in de vorm van kaderuimte) en Side Stream Innovation Valley. We spreken in het vervolg over strategische locaties en op enkele onderdelen van de tekst wordt expliciet op de specials ingegaan. Voor strategische locaties gelden de volgende regionale uitgangspunten voor samenwerking: • Het gaat om locaties, die: − bijdragen aan het Toekomstbeeld Bedrijventerreinen West-Brabant 2020-2030; − passen binnen de provinciale prognoses of een langere tijdshorizon kennend in (plan) ontwikkeling. • Er is sprake van een strategische meerwaarde. Daarbij gelden de volgende opmerkingen: − De zes thema’s in het Integraal Afwegingskader (zie figuur 3.4 en tabel 3.2) geven een onderbouwing om de regionale meerwaarde van de locaties aan te tonen.

− Perspectief in tijd: het is belangrijk om te melden hoe lang de verwachte ontwikkeltijd is en of er al een eerste toets op de haalbaarheid (RO/milieuaspecten) heeft plaatsgevonden. − De motivatie is een momentopname en wordt gedurende planvoorbereiding steeds concreter en beter. In het Bijlagendocument zijn de momentopnames van maart 2021 opgenomen van de voorgestelde plannen voor nieuwe strategische locaties. − Nut en noodzaak locatie van de voorgesteld locaties kan urgenter worden of niet (dit in verband met nieuwe opgaven en prognoses). In figuur 3.2 is de systematiek achter het afwegingskader opgenomen, waaruit blijkt waarom diverse elementen in het afwegingskader zijn opgenomen. Het afwegingskader bestaat niet alleen uit ruimtelijk economische thema’s, maar er wordt ook nadrukkelijk naar bijdragen aan de maatschappelijke opgaven en mobiliteitsaspecten gekeken. Met dit afwegingskader gaan we in de komende jaren ervaring opdoen. De invulling van de diverse thema’s zal halfjaarlijks bestuurlijk worden besproken.

Buck Consultants International

26

Figuur 3.2 Integraal afwegingskader: motivering van bijdrage aan het Toekomstbeeld

De zes thema’s zijn in het Bijlagendocument verder uitgewerkt zodat gemeenten en andere partners een duidelijke richting hebben hoe het kader gehanteerd kan worden. Het Afwegingskader bevat veel elementen, daarmee gaan we in de komende jaren ervaring opdoen. Er kunnen dus aanpassingen plaatsvinden op het Afwegingskader. Daarvoor is tijdens de Commissie van Advies de ruimte aanwezig.

Tabel 3.2

Elementen ter motivering van het Integraal afwegingskader

Hoofdthema’s

Elementen van de beoordeling

1 Bijdrage aan Toekomstbeeld Vastgesteld medio 2020

• • • • • • •

Speerpuntsectoren Clusterontwikkeling Nieuwe economie Basis op orde Lokaal MKB Werkgelegenheid Toegevoegde waarde

Argumentatie voor bijdrage aan de strategische richting en daarmee de economische meerwaarde voor de regio • 2 Passend binnen vraagprognose PNB

• •

Beoordeling op segmenten (volgens actuele prognoses provincie als actuele aanbod Beoordeling op herprofilering segment indien aan de orde Marktsituatie op basis van vraag – aanbod

Argumentatie voor het bepalen van de nut en noodzaak (op hoofdlijnen)

Buck Consultants International

27

Hoofdthema’s

Elementen van de beoordeling • •

3 Subregionale/ lokale behoefte

• •

Beoordeling op basis van subregionale, lokale onderzoeken, verdieping op provinciale behoefteraming Mogelijkheden op actuele plancapaciteit (harde bestemmingsplannen) Mogelijkheden van herontwikkeling en herstructurering (brownfield onderzoek grootschalige terreinen) Beoordeling op subregionaal (bestuurlijk) draagvlak

Argumentatie voor het bepalen van nut en noodzaak, daadwerkelijke behoefte, haalbaarheid en draagvlak • • • • •

Energietransitie (verbinden met de RES) Circulaire economie Sociaaleconomisch Klimaatadaptatie Nieuwe economie

Welke elementen zijn richtinggevende voorwaarden en welke zijn minimaal vereist. Hierbij wordt er onderscheid gemaakt bij wat er in het bestemmingsplan verplichtend kan worden opgenomen. En wat er bij voorbeeld via uitgifteregels en/of koopovereenkomsten afgesproken kan worden. Zoals zon op dak, verplichte vorm van samenwerking, duurzaamheid en energieneutraal, circulariteit en klimaat adaptieve toepassingen. Deze kunnen in koopovereenkomsten worden opgenomen en eventueel via een Omgevingsplan (als de Omgevingswet wordt ingevoerd) worden geregeld.

4 Bijdrage aan maatschappelijke opgaven

Argumentatie voor het verbinden aan transities en vernieuwing • • •

5 Verbinding met bestaande terreinen

Vliegwiel voor herontwikkeling/ herstructurering Vliegwiel voor transities en transformaties Vliegwiel voor vernieuwing

Argumentatie voor bijdrage aan zorgvuldig ruimtegebruik, verbinding transitie en vernieuwing • • 6 Bereikbaarheid •

Aansluiting bovenregionaal wegennet Duurzame mobiliteitsoplossingen / verbindingen met de stad (zowel voor goederen- als voor personenvervoer) Clustering van de vraag op de beste plekken, gebruik maken van corridors en multimodale mogelijkheden

Argumentatie voor bijdrage aan zorgvuldig ruimtegebruik, clustering, duurzame mobiliteit

7. Haalbaarheid

• • •

Toets op hoofdlijnen RO Toets op hoofdlijnen milieuaspecten Toets op hoofdlijnen financiële haalbaarheid

Argumentatie voor haalbaarheid en realisme van de ontwikkeling

Buck Consultants International

28

Procesafspraken 1

2

3

4

5

6

De gemeente(n) motiveert/motiveren de strategische locatie door middel van het Integraal Afwegingskader: • De eerste invulling van het afwegingskader (zie Bijlagendocument) vormen het vertrekpunt van het verdere regionale afstemmingsproces en vormt onderdeel van de regionale agenda. • De tot nu toe benoemde locaties (zie volgend hoofdstuk) worden op de regionale agenda geplaatst, maar hebben dan nog geen formele status. • Locaties worden voorzien van de benodigde informatie en motivering door de initiatiefnemers, die gedurende de tijd aangevuld, verbeterd en geactualiseerd gaat worden. • Partners in die overleggen (gemeenten en provincie) proberen constructief mee te denken over de toekomstkansen van het terrein (marktbasis, RO/Milieu, impact herontwikkeling, verduurzaming) zodat het te ontwikkelen terrein ook een regionale meerwaarde heeft. • De Provincie Noord-Brabant vervult in het planvormingsproces een meedenkende rol: samen met gemeenten kijken naar eventuele drempels en toewerken naar oplossingen hiervoor. • In het proces kunnen terreinen afvallen, maar kunnen ook nieuwe locaties worden toegevoegd. Er wordt een werkgroep ingericht die als doel heeft de Strategische locaties af te wegen en het eerste inhoudelijke gesprek over de locatie(s) te voeren. De werkgroep bestaat uit vertegenwoordigers van gemeenten met een strategische locatie op de agenda.

De werkgroep heeft regelmatig overleg met de provincie over de aangeleverde onderbouwing. De werkgroep en de provincie geven feedback aan de initiatiefnemers De werkgroep geeft de initiatiefnemers van een planlocatie adviezen hoe zij de uitwerking van het Afwegingskader kunnen versterken en met welke kanttekeningen de initiatiefnemer het plan zelf kunnen agenderen voor het regionale bestuurlijke gesprek in de nieuw in te stellen Bestuurlijke Kopgroep. In de Bestuurlijke Kopgroep is een aantal wethouders uit de regio vertegenwoordigd. De werkgroep ondersteunt de Bestuurlijke Kopgroep. Deze Bestuurlijke Kopgroep wordt medio 2021 geïnstalleerd en zal regelmatig van samenstelling veranderen, onder meer vanwege verkiezingen. De Bestuurlijke Kopgroep voert het gesprek over de locaties op inhoud en brengt advies uit over de status van een locatie. Vraagt de locatie aanvulling, dan is het advies om terug te gaan naar de initiatiefnemer. Wanneer de initiatiefnemers vinden dat de onderbouwing voldoende is dan wordt de locatie, met een advies van de Bestuurlijke Kopgroep ingebracht voor de Commissie van Advies. Een advies van de Bestuurlijke Kopgroep kan vier keer per jaar worden geagendeerd voor de Commissie van Advies. In de Commissie van Advies is een vertegenwoordiger van de provincie aanwezig en zal er ook vanuit de provincie feedback worden gegeven.

Ook in de Commissie van Advies kan het inhoudelijke gesprek gevoerd worden en vindt er besluitvorming plaats over het wel of niet inbrengen op de West-Brabantse Ontwikkeldag. Wanneer gemeente(n), regio en provincie over aan de orde zijnde locaties overeenstemming hebben, dan pas krijgen die locaties een status als doorwerking van de provinciale

Buck Consultants International

29

verordening, lees programma status. Dit gebeurt tijdens de halfjaarlijkse West-Brabantse Ontwikkeldag. • Te ontwikkelen locaties doorlopen in de praktijk minimaal één keer het traject van een nieuw in te stellen werkgroep, Bestuurlijke Kopgroep, commissie van advies, om het regionaal en provinciaal draagvlak te creëren. Op de halfjaarlijkse West-Brabantse Ontwikkeldag vinden de bestuurlijke afwegingen en discussies plaats (met de provincie). In figuur 3.3 is het proces schematisch weergegeven. Twee keer per jaar vindt er een bestuurlijk overleg plaats tijdens de West-Brabantse Ontwikkeldag. Daaraan voorafgaand kunnen initiatiefnemers voor een strategische locatie advies vragen aan de werkgroep en de Bestuurlijke Kopgroep. De Commissie van Advies bepaalt samen met de initiatiefnemers of een project wordt ingebracht op de Ontwikkeldag, eventueel nog met enkele bespreekpunten. Figuur 3.3 Processchema Strategische vraaggerichte ontwikkeling

Bron: BCI 2021

Buck Consultants International

30

Hoofdstuk 4

Resultaat programmeren

In dit hoofdstuk laten we de resultaten van overleg met alle 16 West-Brabantse gemeenten en met de provincie zien. Het resultaat is dat de genoemde locaties op de agenda staan van de overleggen tussen gemeenten en provincie (vraaggericht lokaal) en tussen de regionale partners en de provincie als het gaat om de strategische locaties en de specials.

4.1

Vraaggericht lokaal

Van de volgende locaties wordt de werkwijze voor vraaggericht lokaal ontwikkelen voorgesteld Tabel 4.1

Locaties voor de vraaggerichte lokale behoefte, s.v.z. april 2021

Terreinnaam Alphen-Chaam

Uitbreiding Baarleseweg Noord

Alphen-Chaam

Uitbreiding BT Alphen

Altena

Subregionaal bedrijventerrein Giessen

Baarle-Nassau

Visweg-Akker

Bergen op Zoom

De Schans 6

Bergen op Zoom

De Ster

Breda

Frankenthalerstraat

Breda

Steenakker-Noord

Drimmelen

Brieljenspolder

Drimmelen

Thijsseweg

Moerdijk

Noordrand – Zevenbergen-Noord

Rucphen

Doortrekking Vosdonkseweg

Rucphen

Ontsluiting Zuidelijk Deel Omleiding

Woensdrecht

Driehoeve III

Bergen op Zoom

Dosko-locatie

Buck Consultants International

31

De locaties zijn in de vraaggericht lokaal benadering niet in alle gevallen leidend, er kunnen andere locaties in beeld komen om aan de behoefte van lokaal MKB te voldoen. Daarbij zijn er ook enkele locaties met een omvangrijke grootte, die de gestelde richtlijn van 10 ha overschrijden. Deze kunnen dan eventueel gefaseerd ontwikkeld worden of kunnen aan de lijst met strategische locaties worden toegevoegd, indien blijkt dat deze voor een regionale opgave, zoals opgenomen in het toekomstbeeld worden ontwikkeld.

4.2

Vraaggericht strategisch

De volgende locaties vormen de regionale programmeringsagenda. We spreken alleen nog van strategische locaties, maar omdat er in het verleden thematische bedrijventerreinen en campussen (ook wel specials) zijn afgesproken, zijn de locaties die daarbij passen aangeduid met “specials”. In Tabel 4.2 het overzicht van de strategische locaties. Tabel 4.2

Vraaggericht strategische locaties (en thematisch) s.v.z. april 2021

Strategische locaties

Perspectief / fasering

Altena – zoeklocatie

(middel)lange termijn

Altena – Ontwikkeling 3e haven (extra kades en natte kavels) (special)

Lange termijn

Breda – Rithmeesterpark Fase 2

Korte termijn

Breda Oost– Bavel

(Middel)lange termijn

Bergen op Zoom – Auvergnepolder

Lange termijn

Etten-Leur – Zoekgebied West

Lange termijn

Moerdijk – Stationsgebied Lage Zwaluwe

Middellange termijn

Oosterhout – Side Stream Innovation Valley (special)

Korte termijn

Roosendaal – de Wig

Korte/ middellange termijn

Steenbergen – zoeklocatie/ Reinierpolder III

Korte/ middellange termijn

Zundert – Business Centre Treeport (special)

Korte termijn

In het Bijlagendocument is een ingevulde startbeoordeling per locatie gegeven voor de strategische agendering (op basis van gesprekken met en input van de gemeenten). Bij de strategische locaties valt op dat slechts voor enkele terreinen ingeschat wordt dat die op korte termijn (2021/2022) zo ver kunnen zijn dat ze (vanuit de onderbouwing via het afwegingskader) dat ze een formele status zouden kunnen krijgen. Dat geldt alleen voor de drie terreinen met de vermelding korte termijn.

Buck Consultants International

32

Deze zijn dan regionaal vastgesteld en voor de meeste van deze locaties is een onherroepelijk vastgesteld bestemmingsplan van toepassing. Voor de tweede fase van Business Centre Treeport in Zundert vindt momenteel het gesprek plaats met de regionale partners en de provincie aan de hand van de beschrijvingen in het afwegingskader. Voor Side Stream Innovation Valley geldt dat de procedure van regionale afstemming, inclusief regionale afweging op basis van het strategische karakter van de locatie, is doorlopen. De status zal in regionaal verband (Commissie van Advies en tijdens de West-Brabantse Ontwikkeldag) herbevestigd worden. In Werkendam wordt gezocht naar een locatie voor een regulier bedrijventerrein voor de middellange termijn. Daarnaast worden op de langere termijn de Biesbosch en Beatrix havens uitgebreid met een derde haven ten behoeve van het Maritiem (Maintenance) cluster. In tabel 4.3 is een overzicht gegeven van alle specials (bestaande terreinen en nieuwe ontwikkelingen). Tabel 4.3

Overzicht van ‘Thematische terreinen en campussen’

Gemeente

Terreinnaam

Altena

Maritiem (maintenance) cluster in Werkendam

Bergen op Zoom

Green Chemistry Campus

Halderberge

Breda International Airport

Woensdrecht

Bus. Park Aviolanda

Zundert

Business Centre Treeport

Steenbergen

Agro Food Cluster Nieuw-Prinsenland

Moerdijk

IPM Moerdijk

Oosterhout

Side Stream Innovation Valley

Moerdijk

Logistiek Park Moerdijk

Resultaat gedifferentieerde programmering Door gedifferentieerd naar de drie typen terreinen te kijken, bereiken we in West-Brabant het volgende: • We zorgen ervoor dat aanbod van ruimte en de juiste voorzieningen voor de specials altijd gegarandeerd zijn, mits de marktbehoefte is aangetoond. • We geven de gemeenten meer verantwoordelijkheid voor vraaggericht lokaal, om de dynamiek van het lokale MKB op te kunnen vangen. • We met elkaar de verantwoordelijkheid nemen in ontwikkelen van nieuwe locaties, zodat op elk moment er voor alle bovenlokale speerpunten voldoende locaties aanwezig zijn van de juiste kwaliteit. • We bij de ontwikkeling van locaties veel aandacht besteden aan de maatschappelijke opgaven. • We nieuwe ontwikkelingen niet meer los willen zien van de opgave van de herontwikkeling van verouderde bedrijventerreinen. Buck Consultants International

33

Hoofdstuk 5

5.1

Investeringsagenda

Introductie

Het doel is om zodanig te investeren in nieuwe, maar vooral ook bestaande terreinen zodat alle bedrijventerreinen in West-Brabant maximaal bijdragen aan een duurzame en vitale economie. De Investeringsagenda Bedrijventerreinen richt zich op het versterken van het vestigingsklimaat via toekomstbestendige bedrijventerreinen. Daardoor heeft deze agenda raakvlakken met andere investeringen in de regio (zoals bijv. in het kader van de RES West-Brabant). Toekomstbestendige bedrijventerreinen bieden fysieke groeimogelijkheden voor bedrijven met aandacht voor duurzame energievoorzieningen en -transitie en duurzame ruimtelijke inrichting, maar ook aandacht voor veranderingen in de economie (digitalisering, circulaire processen), een aantrekkelijke werkomgeving en mobiliteit (zoals in figuur 5.1 is vermeld). Figuur 5.1 Toekomstbestendige bedrijven op toekomstbestendige bedrijventerreinen

Bron: Toekomstbeeld West-Brabant, 2020

Buck Consultants International

34

Er spelen in West-Brabant veel initiatieven op lokaal en regionaal niveau. Het koppelen van de regionale programmering aan investeringen in de kwaliteit en toekomstbestendigheid van bestaande en nieuwe bedrijventerreinen is een nieuw fenomeen. Dat heeft er toe geleid dat gemeenten en private partners nog in het beginstadium verkeren hoe die investeringsagenda te vullen en uit te werken. Maar dat laatste is ook logisch omdat West-Brabant met de Investeringsagenda Bedrijventerreinen een koploper is in Nederland. Wij zijn de eerste regio die programmering van terreinen koppelt aan de investeringen in met name de herontwikkeling en verduurzaming van bedrijventerreinen. Bestuurlijk en ambtelijk is daar ook in de afgelopen periode met prioriteit ook invulling aan gegeven. Met de nu opgehaalde eerste lijst van projecten is een eerste stap gezet, waarbij een onderscheid is gemaakt wat lokaal opgepakt kan worden, maar vooral ook de opgaven op de grotere terreinen (de grote oogstterreinen) zijn benoemd. De opgaven zijn dan nu weliswaar in beeld gebracht, de uitdaging is om op die terreinen ook concreet aan de slag te gaan. Dat vraagt nog zeker om een verdere uitwerking in de komende jaren. Zoals in paragraaf 2.4 al is vermeld moet daar ook nog het juiste instrumentarium voor beschikbaar komen bij provincie en met name het Rijk.

Het Rijk kent momenteel vooral veel instrumenten op bedrijfsniveau. Voor een duurzame ontwikkeling en inrichting van een bedrijventerrein zijn ook collectieve maatregelen en instrumenten nodig. Collectief leidt in een aantal gevallen namelijk tot betere resultaten. Daarbij kan worden gedacht aan het gezamenlijk opwekken en onderling uitwisselen van meer duurzame energie, het aanbieden van duurzame brandstoffen en het opslaan van energie voor het hele terrein en de directe omgeving. Gemeenten hebben aangegeven mee te willen investeren in verduurzaming, maar vinden ook dat bedrijven daarin het voortouw moeten nemen en dat provincie en Rijk ook middelen beschikbaar moeten stellen om de transities en de verduurzaming op bedrijventerreinen te kunnen versnellen. Bij het realiseren van de (her)ontwikkelingsopgave geeft de provincie ondersteuning op de kwaliteitssprong die gemeenten moeten maken. Het verder uitwerken van deze eerste versie van de Investeringsagenda wordt een vast onderdeel van het regionale proces over de programmering van terreinen. Daarbij hoeft niet alles opnieuw bedacht te worden er liggen voorbeelden elders in Brabant, zoals de Green Deals in Waalwijk en Tilburg, maar ook in de regio zelf bijv. op het gebied van uitwisseling en benutting van reststromen (symbiosis4growth).

5.2

Herontwikkeling en de investeringsbehoefte

Bij het inventariseren van mogelijke projecten, van regionale meerwaarde is een onderscheid gemaakt in: • Investeren in het versnellen van herontwikkeling en verduurzaming. • Investeren in het vestigingsklimaat van speerpuntsectoren.

Buck Consultants International

35

De regionale meerwaarde zit vooral in de omvang van de opgaven (terreinen), maar ook in de aansluiting op de speerpunten van de regio (economische speerpunten) of belangrijke regionale opgaven (zoals versnelling van de energietransitie en circulaire economie).

Versnellen herontwikkeling en verduurzaming Gemeente

Herontwikkeling en verduurzaming versnellen

Bergen op Zoom

• • •

Theodorushaven verduurzamen (restwarmte industrie) Herontwikkeling containerterminal Haven/locaties Bergen op Zoom onderdeel van as Rotterdam-Antwerpen (Regionaal havennetwerk)

Breda

•

De locatie voor de toekomstige busremise ligt formeel op bedrijventerrein Druivenstraat, direct gelegen naast het gebied Frankenthalerstraat. Voor de Frankenthalerstraat wordt een ontwikkeling voorzien als stedelijk werkmilieu met gemengd werken en voorzieningen. Dit draagt mogelijk bij aan revitalisering van het bestaande bedrijventerrein Druivenstraat. Alle bedrijventerreinen toekomstbestendig maken, te beginnen bij Krogten en Hazeldonk.

•

Geertruidenberg Moerdijk

•

Energie-uitwisseling, energiehub Amercentrale (benoemd in RES)

Moerdijk

•

Cosun silo’s verplaatsen van kern Zevenbergen-Noord naar AFC, herontwikkeling achterlaat locatie

Oosterhout

•

Infrastructuur, duurzame mobiliteit etc. Vijf Eiken. Slim aansluiten bij investeringen die daar gedaan worden (private partijen). Verduurzamen van het bedrijventerrein, analyses restwarmte. Ambitie om meer gebruik van water en spoor te maken, modal shift op Vijf Eiken.

• •

Roosendaal

• • •

Majoppeveld, herontwikkeling deelzone Leemstraat, food bedrijven Greendeal Stedelijk werkmilieu Vlietpark

Het merendeel van de genoemde projecten verkeert in een beginfase. Dat betekent dat in de komende periode de ideeën uitgewerkt moeten worden in concrete projectvoorstellen, met ook financieringsvragen en een voorstel voor dekking van die financiering.

Vestigingsklimaat speerpuntsectoren Gemeente

Vestigingsklimaat speerpuntsectoren

Altena

• •

Bergen op Zoom

•

Insteekhaven Biesbosch Haven – herstructurering bestaand deel dat wordt onderbenut voor haven gebonden activiteiten Ontwikkeling 3e haven (onderdeel van Integraal Riviermanagement): Extra kades en natte kavels voor de maritieme industrie. Onderzoek naar mogelijkheden Biobased

Buck Consultants International

36

Breda

•

Innovatiedistrict Slingerweg/ Tramsingel. Een hub voor toegepaste technologie en creativiteit: faciliteren en stimuleren technologische innovatie middels fysieke plek en gericht programma (rond Triple O). Verbinding met CSM-terrein en Slingerweg.

Steenbergen

• •

Kaderuimte ontwikkelen op AFC - t.b.v. modal shift. Campus ontwikkeling AFC (toekomstbeeld en innovatie)

Bovengenoemde projecten leggen de nadruk op het versterken van de concurrentiekracht van de speerpunten. Sommige projecten zullen op de economische tafels in de regio opgepakt gaan worden, maar het gaat vaak ook om vraagstukken die verband houden met fysieke investeringen die gekoppeld zijn aan de bedrijventerreinen.

Lokale ambities en projecten Naast regionale projecten zijn er door partners ook voorbeelden genoemd van lokale projecten die ook gericht zijn op herontwikkeling en verduurzaming van locaties. Gemeente

Herontwikkeling en verduurzaming versnellen

Alphen-Chaam

•

Herontwikkeling incl. kleine uitbreiding

Drimmelen

•

’t Spijk (onderdeel van de 1ste tranche RIA)

Etten-Leur

•

Frijado naar kleinschalige verkaveling (onderdeel RIA)

Halderberge

•

Binnenstedelijk gelegen herontwikkeling van de locatie Smurfit Kappa (intentieverklaring getekend)

Oosterhout

•

Binnenstedelijke locatie van Smurfit kappa (5 ha) geen schuifruimte voor beschikbaar

Steenbergen

•

Herontwikkeling Randweg

Woensdrecht

•

Uit 1ste ronde – Entree Aviolanda. De Kooij

Zundert

•

Herontwikkeling van de Ambachten. Een integrale opgaven, combinatie van wonen, werken toevoegen, verduurzamen

Hoewel sommige projecten wellicht een lokaal karakter hebben, zijn ze voor de kwaliteit van het vestigingsklimaat in die gemeenten van groot belang. Dat is ook de reden dat een aantal projecten al is opgenomen in de Regionale Investeringsagenda Breda e.o. (RIA).

Extra onderwerpen Truckparkings worden door meerdere gemeenten en de provincie benoemd als een belangrijk onderdeel van het regionale vestigingsklimaat. Hierbij kunnen die truckparkings, gecombineerd met het aanbod van duurzame brandstoffen (en restauratieve voorzieningen), zich ook ontwikkelen tot zogenaamde Clean Energy Hubs. De belangrijke vervoersassen (corridors) in de regio bieden voldoende marktbasis, maar de financiering van die faciliteiten is

Buck Consultants International

37

moeilijk alleen door marktpartijen op te pakken en dat vraagt ook om investeringen van overheden. Meerdere gemeenten hebben behoefte om meer van elkaar te leren hoe de collectieve aanpak van verduurzaming van bedrijventerreinen opgepakt kan worden. Het gaat bijvoorbeeld om programma’s als zon op dak, het oprichten van energiecoöperaties, verbinden van energie/warmtenetwerken met woonwijken en opslag van duurzame energie. Deze onderwerpen worden nog onvoldoende als opgave geformuleerd in de RES, op zon op dak na. Vanuit ‘regionaal programmeren van en investeren in bedrijventerreinen’ zal dit op de RES tafels geagendeerd gaan worden. Voor collectieve aanpakken is het versterken van de organisatiegraad van ondernemers op bedrijventerreinen van cruciaal belang. Investeren in de organisatiegraad en structureel financiële middelen voor verduurzaming van terreinen leveren een grote bijdrage aan het realiseren van de ambities, zowel lokale als regionale ambities. In de regio zijn bedrijventerreinen met een beschikbare hoge milieucategorie en/of watergebonden kavels schaars. Via de programmering zijn vooralsnog beperkte locaties voorzien die voorzien in deze vestigingskenmerken. Terwijl de verwachting juist is dat die locaties in de circulaire economie en in duurzaam goederenvervoer een belangrijke rol gaan vervullen.

Bedrijven die afhankelijk zijn van deze vestigingsvoorwaarden hebben daardoor een beperkt groei perspectief. Gezien het belang van deze locaties zouden enkele herontwikkelingen en enkele nieuwe terreinen ook in de komende jaren op de Investeringsagenda Bedrijventerreinen geplaatst kunnen worden. Een ander mogelijk thema voor de investeringsagenda dat is ingebracht, zijn de solitaire bedrijven in het buitengebied. Deze bedrijven vestigen zich doorgaans niet graag op bedrijventerreinen, vanwege hoge grondprijzen. Toch kan het verplaatsen van deze bedrijven een goede stimulans betekenen voor het versterken van de kwaliteit van het buitengebied. Ook hiervoor zou financiering organiseren via de Investeringsagenda Bedrijventerreinen een stimulans kunnen zijn. De inventarisatie van projecten voor de Investeringsagenda Bedrijventerreinen heeft nu nog slechts een eerste beeld opgeleverd. Vergelijkbaar met de programmeringsagenda voor strategische locaties wordt hiervoor een regionaal werkproces ingericht om dynamisch en adaptief op veranderingen en kansen in te kunnen spelen. Hierop wordt in het volgend hoofdstuk ingegaan.

Buck Consultants International

38

Hoofdstuk 6

‘Aan de slag’

De nieuwe regionale afspraken bedrijventerreinen die in de vorige hoofdstukken beschreven zijn, moeten uitgevoerd worden en vragen om doorontwikkeling, zodat de bedrijventerreinen een stevige bijdrage kunnen leveren aan een krachtig economisch vestigingsklimaat, met sterke ketens en clusters rond onze speerpuntsectoren. Daarvoor zal een uitvoeringsagenda worden opgesteld voor de komende jaren (2021 en 2022). Met die uitvoeringsagenda zetten we in op: 1 2

Voeren van een adaptieve, dynamische agenda voor bedrijventerreinen Doorontwikkelen van de strategische investeringsagenda

In de realisatie van de opgaven werken partners in de regio en provincie nauw samen op basis van wederkerigheid, openheid en vertrouwen. In de samenwerking leggen we prioriteit bij terreinen waarmee we het verschil kunnen maken. Bij terreinen met een strategische functie voor de regio, voor het versterken van de speerpuntsectoren, voor het verduurzamen van de regionale economie. Lopende het proces trekken de partners samen op. Via informele en formele overleggen. Formele bestuurlijke platforms hiervoor zijn de Commissie van Advies (RWB), waar de gedeputeerde van de provincie aan kan sluiten om samen in gesprek te gaan over ontwikkelingen en te maken afspraken, en de West-Brabantse Ontwikkeldag, waar gezamenlijke besluitvorming plaatsvindt.

Ad 1 Voeren van een adaptieve, dynamische agenda voor toekomstbestendige bedrijventerreinen Met de huisvestings- en programmeringsafspraken hebben we een werkwijze om te zorgen dat het juiste bedrijf op de juiste plek komt en dat we passend aanbod ontwikkelen voor de bedrijven die we willen faciliteren. Met een adaptieve, dynamische agenda voor toekomstbestendige bedrijventerreinen spelen we in op ontwikkelingen en stellen de agenda bij waar nodig. Dat betekent dat we de regionale opgaven scherp moeten houden: gezamenlijk organiseren op kennis en informatie die hiervoor nodig is en regionaal keuzes maken. Dat vraagt om een goed beeld van ontwikkelingen, van te verwachten vraag, van inzicht in het bestaande aanbod en wat ervoor nodig is om dat toekomstbestendig te houden. Dat houdt concreet het volgende in: •

•

Actief en actueel gemeentelijk bedrijventerreinenbeleid, dat bijdraagt aan de regionale opgaven en dat zowel gericht is op bestaande bedrijventerreinen, als op wat aanvullend nodig is aan nieuwe bedrijventerreinen. Gemeenten, provincie, REWIN en RWB werken samen in het delen van kennis & informatie en in het regionaal afstemmen van huisvestingsvragen en plannen voor bedrijventerreinen.

Buck Consultants International

39

•

• •

Monitoring vraag en aanbod: provinciale prognoses voor bedrijventerreinen en actuele cijfers over de bedrijventerreinen (o.a. IBIS), met o.a. hard en zacht planaanbod, uitgegeven terrein, leegstand, herstructurering, transformatie, verduurzaming. Voorbereiden regionaal project voor het verduurzamen van bedrijventerreinen, i.s.m. andere regio’s (OP-Zuid). Verdieping en doorontwikkeling op thema’s zoals: − herontwikkeling brownfields voor met name grootschalige logistiek maar ook voor andere doelgroepen, inclusief instrumentarium; − wat (aanvullend) nodig is om de gewenste logistiek te faciliteren en ‘ongewenste’ logistiek te ontmoedigen; − de regionale opgaven voor vestigingslocaties gericht op hoge milieucategorieën en water- en kadegebonden kavels, ook in relatie tot circulaire economie en duurzaam goederenvervoer; − toekomstbestendige bedrijventerreinen, met opgaven vanuit o.a. energietransitie, klimaatadaptatie (incl. stikstof) en circulaire economie.

Ad 2 Doorontwikkelen regionale investeringsagenda bedrijventerreinen (strategisch) De regionale investeringsagenda voor bedrijventerreinen staat nog in de kinderschoenen, maar dat is ook niet erg, want het is de eerste keer dat de ramingen van bedrijventerreinen ook gekoppeld worden aan investeringen die nodig zijn om die terreinen toekomstbestendig in te kunnen vullen. De doorontwikkeling van regionale investeringsagenda voor bedrijventerreinen is tweeledig: 1. Verkenning van de prioritaire bedrijventerreinen met een strategische functie voor de regio, met focus op doorontwikkeling van clusters voor de topsectoren agrofood en biobased, hightechmaintenance en logistiek: wat zijn de locaties waarop we (integraal) moeten investeren, waarop moet geïnvesteerd worden en wat is daarvoor nodig. 2. Als onderdeel van die bredere regionale aanpak voor het versterken van investerings- en uitvoeringskracht verkennen wat regionaal nodig is om tot een investeringsagenda te komen, wat we op welk schaalniveau doen (regionaal of lokaal), welke instrumenten van provincie, Rijk en EU we daarvoor in kunnen zetten, maar ook helder te hebben wie welke rol speelt. De rollen van diverse partijen bij het programmeren van en investeren in bedrijventerreinen zijn in de afgelopen periode uitgewerkt.

In Bijlage 3 is een overzicht opgenomen van de rollen die onder meer de gemeenten, de Regio West-Brabant, de provincie en het REWIN zullen vervullen. De inhoud is nu bij elkaar gebracht, de rolverdeling is uitgewerkt, dus nu zo snel mogelijk met elkaar aan de slag.

Buck Consultants International

40

Buck Consultants International

41

Bijlage 1

Huisvestingsafspraken

Faciliteren van bedrijven met huisvestingsvragen Bedrijven in West-Brabant ontwikkelen zich continu. Bedrijfsactiviteiten veranderen, de eisen aan een locatie veranderen. Dit kan leiden tot huisvestingsvragen van bedrijven. Om uit te breiden, om te verplaatsen naar een andere locatie. Ook komen huisvestingsvragen vanuit de strategische acquisitie van REWIN en partners, waarbij de focus ligt op het aantrekken van bedrijven die van toegevoegde waarde zijn voor de regio. Bijvoorbeeld om innovatie van de speerpuntsectoren te bevorderen, om ketens te sluiten en clusters te vormen. De manier waarop we als regio omgaan met het faciliteren van bedrijven met een huisvestingsvraag maakt onlosmakelijk deel uit van de bredere regionale bedrijventerreinenterreinenstrategie, waarin we regionaal samenwerken aan een gezonde bedrijventerreinenmarkt, met toekomstbestendig aanbod aan bedrijventerreinen. En waarmee we een bijdrage leveren aan de regionale ambitie “Hub voor vernieuwend ondernemerschap”. Daarbij hoort een sterke gezamenlijke profilering van de regio naar buiten toe en het samenwerken bij het faciliteren van bedrijven met een huisvestingsvraag. Door nauw samen te werken in het faciliteren van bedrijven met een huisvestingsvraag, krijgen we een scherper inzicht in wat we, ook op termijn, nodig hebben aan aanbod.

Wat we willen bereiken met regionaal samenwerken voor bedrijven met een huisvestingsvraag: • We willen onderlinge concurrentie op vestigende bedrijven voorkomen: gelijk speelveld en daarmee duidelijkheid voor ondernemers en vastgoedeigenaren. • We willen het juiste bedrijf op de juiste plek. − We willen de bestaande bedrijventerreinenvoorraad zo goed mogelijk gebruiken. Pas als er geen geschikte bestaande locatie beschikbaar is, faciliteren we onder voorwaarden een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, volgens de werkwijze ‘vraaggericht ontwikkelen’. − We willen het regionale ecosysteem versterken, met sterke ketens en netwerken en kruisbestuiving tussen sectoren met toegepaste innovaties, verslimming, verduurzaming en ondernemerschap. De toegevoegde waarde van een bedrijf voor de regio is een leidend principe.

Buck Consultants International

42

Strategische Acquisitie We schieten niet (langer) met hagel op alles wat beweegt. De essentie van Strategische Acquisitie is dat we bedrijven acquireren die van toegevoegde waarde zijn voor de regio. Die toegevoegde waarde bepalen we door met de reeds in de regio gevestigde bedrijven in gesprek te gaan over hun ontwikkelrichting en innovaties. Die gesprekken organiseren we over de insteek van ‘Hub voor Open Innovatie’ (zie volgende paragrafen). Daarnaast gaan we met de Bestuurlijke Kopgroepen van de huidige sterke sectoren aan de slag om te bepalen welke soort bedrijvigheid van toegevoegde waarde kan zijn voor het totale ecosysteem / de sector. Tot slot blijft onze deur altijd geopend voor bedrijven die vanuit zichzelf naar onze regio willen komen. Om te gaan van ‘acquisitie voor de regio’ naar een ‘acquirerende regio’ moeten er ook twee randvoorwaarden ingevuld worden. Enerzijds moeten we als regio een duidelijke propositie neer kunnen leggen die concurrerend en aantrekkelijk is. Anderzijds moeten we de samenwerking binnen en buiten de regio met de acquirerende partners professioneel afstemmen. Dat laatste kan via de reeds ingezette regionale ontwikkeling van LeadMe. Dit geeft het volgende totale beeld:

Dit beeld maakt duidelijk dat we strategische acquisitie (gebaseerd op innovatie) op een pro-actieve manier oppakken, dat we generieke acquisitie op een reactieve manier willen invullen (als iemand zich meldt, dan helpen we). Daar tussen in zit de acquisitie op basis van sectorale inzichten, deze vorm van acquisitie pakken we op een actieve manier op. In deze manier van werken kan het soms voldoende zijn om een bedrijf van buiten de regio alleen maar te verbinden met de bedrijven in onze eigen regio. Daarmee wordt onze regio wel sterker, maar is er geen nieuwe vestiger. De volgende stap na verbinden is om met het bedrijf in kwestie toe te werken naar een innovatiecontract waarin we af spreken op welke manier het bedrijf bij gaat dragen in de innovatievraag die we hebben. Vanuit de innovatiecontracten kunnen we dan toewerken naar meer sterkere partnerschappen, door de bedrijven bijvoorbeeld op te nemen in de regionale clusters of ze nauw te betrekken bij de regionale innovatie-infrastructuur zoals campussen, living labs, etc. Op die manier kan het bedrijf in kwestie de toegevoegde waarde van de regio ervaren en gaan we het gesprek aan om een permanente link (vestigen) met de regio te organiseren.

Buck Consultants International

43

Bron: REWIN

In dit hoofdstuk staat beschreven welke uitgangspunten we hanteren bij de facilitering van bedrijven naar de juiste plek en hoe de regionale partners (gemeenten, RWB, REWIN en Provincie Noord-Brabant) hierin samenwerken.

Regionale afspraken bij huisvestingsvragen van bedrijven Bedrijven voeren natuurlijk zelf regie over hun vestigingsbeslissingen. Bedrijven vragen advies bij de gemeenten, en hebben vaak meerdere alternatieven uitstaan. Dat neemt niet weg dat gemeenten voorwaarden kunnen stellen aan huisvesting van bedrijven of dat zij bedrijven kunnen stimuleren om naar alternatieve locaties te kijken. Om de bedrijven met een huisvestingsvraag naar de juiste plek te kunnen begeleiden, hebben we een aantal uitgangspunten en voorwaarden afgesproken. Deze hebben vooral betrekking op bedrijven met een bijzonder vestigingsprofiel aan de ene kant en locaties met bijzonder profiel aan de andere kant. We hanteren bij huisvestingsvragen in ieder geval de volgende uitgangspunten: • Bij de begeleiding van bedrijven naar een vestigingsplek bekijken we met het bedrijf de kansen en mogelijkheden voor clustering, ketensamenwerking en circulaire verbindingen met andere bedrijven. Waar mogelijk begeleiden we kansrijke bedrijven in de speerpuntsectoren of bedrijven met een bijzonder profiel naar thematische bedrijventerreinen of campussen of naar terreinen met kansen voor uitwisseling van reststromen (circulaire economie). Daarvoor kijken we naar mogelijkheden in de hele regio West-Brabant.

• Samenwerken gaat over de eigen gemeentegrenzen heen en vraagt dus om een proactieve houding en het tijdig met elkaar delen van relevante informatie (vestigingsinformatie, plannen, etc.). • Voor locaties met een specifiek vestigingsprofiel geldt het volgende: − We onderscheiden in de regio een aantal thematische bedrijventerreinen en campussen ('specials'). Deze locaties richten zich op een specifieke, afgebakende doelgroep of specifiek (speerpunt)cluster van bedrijven. Alleen bedrijven die passen bij het profiel van deze locaties, worden op deze locaties gefaciliteerd. − Spoor- en/of watergebonden kavels worden alleen uitgeven aan bedrijven die ook van deze faciliteiten gebruikmaken. De vraag hiernaar is weliswaar beperkt, maar het aanbod ook. • Voor grootschalige logistieke vestigers hebben we afzonderlijke afspraken, zoals omschreven in hoofdstuk 3. In het bijzonder voor vestigingsverzoeken van logistieke bedrijven: − We beoordelen logistieke vestigingsverzoeken op regionale meerwaarde. Regionale meerwaarde kent twee componenten: de mate van regionale gebondenheid en de mate van maatschappelijke en economische meerwaarde (zie figuur 1). Als er geen sprake is van regionale meerwaarde, dan wordt de vestiging vanuit de gemeente ontraden en niet gefaciliteerd. In de andere gevallen richten we onze sturingsinzet op het verhogen van de regionale meerwaarde.

Waar nodig zetten gemeenten naast publiekrechtelijk, ook privaatrechtelijk instrumentarium in. − We willen versnippering van logistieke activiteiten vermijden en versterking van innovatie en cross-overs stimuleren. − Voor grootschalige VAL/VAS-activiteiten en activiteiten die sterk gekoppeld zijn aan de aanwezige zeehaven, kiezen we in West-Brabant voor clustering van logistieke

Buck Consultants International

44

•

•

•

bedrijven op het Logistiek Park Moerdijk. Voor andere logistieke bedrijven (en/of afwijking op bovenstaande) zijn bepaalde bestaande bedrijventerreinen de aangewezen plek. Bij bedrijven die zich melden bij een gemeente (nieuwvestiging en uitbreiding/verplaatsing) inventariseert de gemeente of gebruik wordt gemaakt van arbeidsmigranten en hoe huisvestiging geregeld wordt. Gemeente, bedrijf en eventuele partners hierin maken aan de voorkant afspraken over de huisvesting van arbeidsmigranten. Als een bedrijf wil verplaatsen naar een andere locatie, gaan we met de ondernemer in gesprek over de locatie die achterblijft. Als het een incourante, verouderde locatie betreft, gaan we na welke plannen de ondernemer heeft met de locatie en onderzoeken we welke kansen er zijn voor herstructurering of herontwikkeling. Zo nodig en mogelijk stellen we hier voorwaarden aan. Voor 'gewoon', regulier lokaal gebonden mkb geldt dat de bedrijven in de eigen gemeente gefaciliteerd mogen worden, als daar passende ruimte beschikbaar is.

Figuur 1

Beoordelingsaspecten regionale gebondenheid en maatschappelijke en economische meerwaarde logistieke bedrijven

Regionale gebondenheid

Maatschappelijke en economische meerwaarde

• Uitbreiding of verplaatsing van lokaal/ regionaal bedrijf. • Logistieke operatie die ge- of verbonden is met een regionaal gevestigd productiebedrijf of hoofdkantoor. • Samenwerking met regionale kennisinstelling (ROC West-Brabant, NLDA of BUAS) of deelname in regionale innovatieprojecten. • West Brabantse toeleveranciers, afnemers/innovatiepartners. • Gebruik van regionale haven, spoor, buis, binnenvaart.

• Bedrijf betreft VAL-VAS logistiek of ketenregie. • Bedrijf zet stevig in op robotisering/ innovatie/ automatisering. • Er is een gezonde balans tussen inzet (boven)regionaal personeel en inzet arbeidsmigranten. • Er is bereidheid om samenwerking met werkplein en onderwijsinstellingen in relatie tot arbeidsmarkt- & onderwijsprojecten, participatie en inburgering concreet vorm te geven. • Bedrijf levert bijdrage aan klimaatopgave – energietransitie (bijvoorbeeld in de vorm van circulair bouwen, BREEAM-certificering, zon-op-dak, etc.). • Bedrijf levert bijdrage aan modal shift (van weg naar water, buis, spoor). • Bedrijf levert een bijdrage aan (sociale) innovatieprojecten in de regio.

Monitoring huisvestingsvragen We monitoren huisvestingsvragen (‘leads’) structureel en delen de resultaten periodiek in de Commissie van Advies (RWB).

Proces en werkwijze Het proces van huisvestingsafspraken bestaat uit enkele stappen. Deze stappen zijn belangrijk voor een eenduidig en transparant proces: Buck Consultants International

45

• • • •

Onderbouwing aan de hand van het format inventarisatie ruimtevraag Delen van huisvestingsvragen Stroomschema huisvestingsvragen Regionale afstemming

Voordat het rapport ingaat op de stap-voor-stap-werkwijze van huisvestingsvragen worden er eerst enkele stappen uitgelicht.

Delen van huisvestingsvragen Voor het gelijke speelveld en begeleiding van bedrijven naar de juiste plek is het delen van verzoeken van bedrijven (zgn. ‘leads’) cruciaal. De zestien gemeenten, RWB, REWIN en Provincie Noord-Brabant werken samen om het delen van leads verder te bevorderen. Dit betreft afstemmingsoverleggen en de doorontwikkeling van regionaal informatiesysteem LeadMe. LeadMe LeadMe is een tool voor het invoeren en bekijken van leads in de regio. De regio heeft ervoor gekozen om deze tool te gebruiken om leads van acquisitiepartners met elkaar te delen. • Op dit moment zijn alle bedrijfscontactfunctionarissen, accountmanagers en acquisiteurs aangesloten op het systeem. Ook wordt LeadMe doorontwikkeld met interessante data over bedrijventerreinen. • Als een gemeente leads deelt, dan is de afspraak dat die gemeente regievoerder is over de lead totdat de gemeente deze (warm) overdraagt aan een andere gemeente. • Om uitvoering te geven aan de afspraken is het van belang dat gemeenten en REWIN LeadMe gebruiken om leads te bekijken, maar ook om leads in te voeren. • REWIN en RWB delen via ambtelijke en bestuurlijke weg statistieken over de gedeelde leads op LeadMe. Afstemmingsoverleggen REWIN organiseert vanaf 2021 afstemmingsoverleggen voor accountmanagers, bedrijfscontactfunctionarissen en acquisiteurs.

Het doel van het overleg is om leads te bespreken en zo een bedrijf naar de juiste plek te kunnen begeleiden. Overlegstructuur Voordat ingegaan wordt op stroomschema, eerst een korte toelichting over de overlegstructuren. In beginsel worden de werkwijze huisvesting afgedaan op de volgende tafels: • Tweemaandelijks afstemmingsoverleg: huisvestingsvragen die vragen om regionale afstemming worden besproken op het regionale tweemaandelijks afstemmingsoverleg van accountmanagers, acquisiteurs en bedrijfscontactfunctionarissen. Dit overleg wordt georganiseerd door REWIN. Het gesprek wordt gevoerd aan de hand van het format inventarisatievraag bedrijven. Wanneer geen overeenstemming bereikt wordt, kan er bestuurlijk opgeschaald worden (tussen gemeenten onderling of de commissie van advies Ruimte en Economie). • Bestuurlijke afstemming: indien het regionale tweemaandelijks afstemmingsoverleg van accountmanagers, acquisiteurs en bedrijfscontactfunctionarissen geen akkoord bereikt

Buck Consultants International

46

over een huisvestingsvraag, dan is bestuurlijke afstemming nodig. Afstemming tussen buurgemeenten kan hiervoor voldoende zijn. Zo nodig kan de huisvestingsvraag besproken worden in de commissie van advies Ruimte en Economie (RWB). Concrete afspraken: • We gaan huisvestingsvragen van bedrijven structureel monitoren en via een uniforme systematiek beoordelen. Als regionaal informatiesysteem gebruiken we LeadMe, om zo een bedrijf met ruimtevraag actief met elkaar te delen. • Tweemaandelijks organiseert REWIN een afstemmingsoverleg om leads te bespreken en het delen van leads te evalueren.

Onderbouwing aan de hand van het format inventarisatie ruimtevraag Voor een eenduidige onderbouwing van huisvestingsvragen is een format ontwikkeld: het ‘format inventarisatie ruimtevraag bedrijven’. Dit format dient ertoe om bij regionale afstemming te toetsen of een bedrijf op de juiste plek in de regio landt. Het format is opgesteld aan de hand van de regionale afspraken. Tijdens regionale afstemming wordt het gesprek gevoerd aan de hand van de onderbouwing in dit format. Figuur 2

Format inventarisatie ruimtevraag bedrijf

Herkomst bedrijf

• •

Type bedrijfsactiviteiten

Bijzondere aandachtspunten: • HMC • Speerpuntsector • Specials Locatiegebonden activiteiten

huidige vestigingslocatie historie van het bedrijf

Beknopte samenvatting van het initiatief

Hoeveel vierkante meters kavel/gebouw wordt gevraagd en mogelijk achtergelaten

• •

m² bvo m² kavel

Tijdpad van de ruimtevraag (urgentie)

• •

benodigde ruimtelijke procedure inschatting planning

Vestigingswensen /-eisen

• • •

locatie Eisen aan de locatie (water-, airstrip of spoorgebonden) Locatiewensen m.b.t. samenwerking andere bedrijven (cluster- en ketenvorming, uitwisseling reststromen): kansen voor vestiging op thematisch bedrijventerrein of campus?

Werkgelegenheid, naar functieniveau

• • • • •

totaal laaggeschoold middelbaar geschoold hooggeschoold verhouding vast/flex

Plannen met de huidige bedrijfslocatie

Buck Consultants International

47

Economische binding met gemeente en regio (onderdeel van een keten / cluster)

•

inzet arbeidsmigranten

• •

•

relatie met topsectoren bedrijven in West-Brabant waar bedrijf mee samenwerkt/relatie mee heeft samenwerking t.b.v. innovatie koppeling met bedrijven op een van de strategische terreinen uitwisseling reststromen samenwerking t.b.v. innovatie koppeling met bedrijven op een van de strategische terreinen uitwisseling reststromen

• • •

op niveau van in- en uitkomende (volume)stromen op niveau van pand, locatie, kavel op niveau van bedrijfsvoering

• • • • •

Bijdrage aan RES

Stroomschema en toelichting Figuur 3

Schematische weergave proces huisvestingsafspraken en bijbehorend format

Buck Consultants International

48

Als het komt tot een huisvestingsvraag wordt gekeken of het een uitbreiding betreft op een eigen of aangrenzend perceel, of dat het een nieuwvestiging of verplaatsing betreft. Beide mogelijkheden worden hieronder nader toegelicht.

Situatie 1: een bedrijf wil op of aangrenzend aan het eigen perceel uitbreiden Een bedrijf wil op of bij de huidige vestigingslocatie uitbreiden. 1 Als eerste bepaalt een gemeente of een huisvestingsvraag past binnen het bestemmingsplan. Is dat het geval, dan kan deze vraag gefaciliteerd worden door het verlenen van een omgevingsvergunning. Er is geen regionale afstemming nodig. Uitzondering: • Indien een plan past in het bestemmingsplan, maar volgens de regionale afspraken het beter is dat het bedrijf zich vestigt op een thematische of strategische locatie, dan gaat de gemeente daarover met dat bedrijf in gesprek. 2 Als de huisvestingsvraag niet in het bestemmingsplan past, is de grootte van de huisvestingsvraag van belang. a. Bij ontwikkelingen groter dan 5.000 m2 loopt de regionale afstemming via het schema ‘programmeringsafspraken’. b. Bij een ontwikkeling kleiner dan 5.000 m2 is het van belang of de vraag past in de geest van de regionale afspraken. De gemeente kan dit toetsen door het plan in te vullen in het format inventarisatie ruimtevraag bedrijven. − Bij ontwikkelingen die binnen de regionale uitgangspunten en kaders passen, kan de bestemmingsplanprocedure verder doorlopen worden. − Wijkt de ontwikkeling af van die kaders, dan zal nader (aanvullend op het format) gemotiveerd moeten worden waarom de ontwikkeling toch noodzakelijk is.

Situatie 2: een nieuwe vestiger of verplaatsing Hierbij gaat het om een bedrijf dat (volledig) wil verhuizen, wil uitbreiden, of zich nieuw van buiten de regio meldt voor vestiging. Vul eerst LeadMe in en bereid het format inventarisatie ruimtevraag bedrijven voor. 1 Als eerste bepaalt de gemeente of het plan past binnen het bestemmingsplan. Mocht een plan passen, dan kan je starten met de vergunningsprocedure. Uitzondering: • Indien een plan past in het bestemmingsplan, maar volgens de regionale afspraken het beter is dat het bedrijf zich vestigt op een thematische of strategische locatie, dan gaat de gemeente daarover met dat bedrijf in gesprek. 2 Indien een plan niet past in het bestemmingsplan, dan kijk je of een plan past in de bestaande voorraad. a. Mocht het lukken om het bedrijf in de gemeente een plek te geven, dan is geen afstemming nodig. b. Lukt het alsnog niet om in de gemeente een plek te vinden, dan wordt de lead regionaal gedeeld via LeadMe, zodat andere gemeenten/partners in de regio in actie

Buck Consultants International

49

3

kunnen komen om het bedrijf, desgewenst, te faciliteren. De betreffende gemeente/partner neemt de lead dan over (als het bedrijf dat wil). − Bij de overdracht van de lead van de ene naar de andere gemeente/partner moet een check plaatsvinden of en waar elders in de regio direct geschikte ruimte beschikbaar is. Dit onder de regie van de oorspronkelijke gemeente (waar het bedrijf zich eerst meldde). Indien er geen direct alternatief aanbod in de regio is, dan is een ruimtelijke procedure (a) of een vraaggerichte ontwikkeling (b) nodig: a. Bij een ontwikkeling kleiner dan 5.000 m2 is het van belang of een vraag past in de geest van de regionale afspraken. De gemeente kan dit toetsen door het plan in te vullen in het format inventarisatie ruimtevraag bedrijven. − Bij ontwikkelingen die binnen de regionale uitgangspunten en kaders passen, kan de bestemmingsplanprocedure verder doorlopen worden. − Wijkt de ontwikkeling af van die kaders, dan zal nader (aanvullend op het format) gemotiveerd moeten worden waarom de ontwikkeling toch noodzakelijk is. b. Is de vraag groter dan 5.000 m2, dan kan de procedure vraaggerichte ontwikkelingen worden gestart (vgl. [paragraaf vraaggericht ontwikkelen]).

Partners en rollen De afspraken over huisvesting van bedrijven betreffen afspraken tussen de West-Brabantse gemeenten, RWB, REWIN en de Provincie Noord-Brabant. Elke partner vervult een eigen rol in de samenwerking. Gemeenten • Kennis van gemeentelijke situatie • Eigenaarschap op ‘lead’ (bedrijf met vestigingsvraag) • Regionaal informeren en afstemmen waar nodig (LeadMe) • Deelnemer (ambtelijk) aan regionaal afstemmingsoverleg over vestigingsvragen van bedrijven (leads) • Waar nodig: bestuurlijk agenderen (via RWB) Regio West-Brabant (RWB) • Bieden regionaal bestuurlijk platform voor vestigingsvraagstukken die regionaal bestuurlijke aandacht vragen (agendering door gemeente en/of REWIN) REWIN • Faciliteren online platform voor het delen van ‘leads’ (vestigingsvragen van bedrijven), via de tool LeadMe • Organiseren van regionaal afstemmingsoverleg (ambtelijk) over vestigingsvragen van bedrijven (leads) • Begeleiden van bedrijven met vestigingsvraag naar de juiste plek • Organiseren van periodieke evaluatie van de regionale werkwijze Provincie Noord-Brabant

Buck Consultants International

50

• •

Levering van data voor om te koppelen aan LeadMe, voor betere informatie over de bedrijventerreinen, de kavels, de gevestigde bedrijven. Deelnemer (ambtelijk) aan regionaal afstemmingsoverleg over vestigingsvragen van bedrijven (leads)

Samenwerking met (grote) ontwikkelende partijen Het betreft afspraken tussen gemeenten, RWB, REWIN en de Provincie Noord-Brabant. We realiseren ons dat ook een aantal ontwikkelende partijen een belangrijke rol vervult in het uitgeven van gronden en het acquireren en het begeleiden van bedrijven naar een vestigingslocatie. Alhoewel het formele instrumentarium hiervoor beperkt is, willen we dat de ontwikkelende partijen met ons samenwerken in de geest van de regionale afspraken. Het primaat voor deze samenwerking ligt bij betreffende grondgemeente.

Buck Consultants International

51

Bijlage 2

Afspraken logistiek en arbeidsmigrantenhuisvesting

Logistiek We zijn als West-Brabant groot in logistiek. Het gaat dan om logistiek gekoppeld aan onze speerpuntsectoren, maar bijvoorbeeld ook om logistiek die vanuit West-Brabant een deel van Europa bedient. Komende jaren is er nog veel vraag vanuit logistieke bedrijven. We willen onze positie als logistieke hotspot behouden, maar verschuiven onze focus van kwantiteit naar kwaliteit. We willen niet de grootste, maar vooral de kwalitatief beste logistieke hotspot zijn. We zetten daarvoor in eerste instantie nadrukkelijker in op betere benutting van onze bestaande bedrijventerreinen voor logistiek. Voor aanvullende logistieke ruimtevraag zetten we in op Logistiek Park Moerdijk en nieuwe ontwikkelingen op kansrijke locaties in de WestBrabantse stedenrij. Om de groei van de logistieke sector in de regio te faciliteren hebben we een uitdaging die we moeten oppakken. We signaleren schaarste in ruimte, schaarste op gebied van arbeidsmarkt en toenemende maatschappelijke weerstand (‘verdozing’). Dit dwingt ons als logistieke top-regio tot keuzes. Door logistieke vestigers met meerwaarde voor de regio op de juiste plek te faciliteren, door geschikte brownfields te herontwikkelen, door wat aanvullend nodig is te faciliteren op nieuwe plekken in de stedenrij.

Dit betekent dat we bij het beoordelen (zie figuur 8) van logistieke vestigingsverzoeken goed kijken of deze van toegevoegde waarde zijn onze regionale economie en bijdragen aan onze economische ambities (‘hub voor vernieuwend ondernemerschap’). De strategie van verbinden, verslimmen en verduurzamen uit de economische agenda is daarbij leidraad. Ambitie ten aanzien van logistiek in West-Brabant West-Brabant ontwikkelt en innoveert in triple helix verband haar logistieke keten. Maritieme en continentale lading wordt op een zo duurzaam en efficiënt mogelijke manier georganiseerd, geproduceerd en van toegevoegde waarde voorzien. Haar logistieke knooppunten zijn multimodal (via weg, water, spoor en buis) ontsloten. Door haar robuuste (digitale) infrastructuur, modern markgericht onderwijs en de aanwezigheid van voldoende gekwalificeerde arbeidskrachten is West-Brabant de meest duurzame innoverende logistieke hotspot in de Vlaams-Nederlandse Delta. We focussen ons op twee specifieke aspecten die ons onderscheidend vermogen vergroten: • Innovatieve en complexe VAL/VAS-activiteiten voor (grote internationale) verladers, zoals ompakken, verpakken, assembleren, repareren, retourstromen en garantieafhandelingen.

Buck Consultants International

52

•

Ketenregie, het volledig regisseren van de keten voor de verlader. Door de combinatie van de aanwezige knooppunten (binnenvaart- en spoorterminals en zeehaven Moerdijk) en het ruime aanbod voor opslag zijn de fysieke elementen voor ketenregie ruimschoots aanwezig.

De regionale afspraken over bedrijventerreinen zijn ondersteunend aan deze logistieke ambitie. Ook voor de komende jaren verwachten we een hoge investeringsdynamiek onder logistieke bedrijven (zowel onder logistiek dienstverleners, verladers als e-commerce). Een groot deel van de logistieke bedrijven is honkvast. Ruim 70% van de bedrijven heeft een voorkeur voor (her)vestiging (of uitbreiding) in de eigen regio. Van belang is dus om bestaande – in WestBrabant gevestigde bedrijven – te kunnen blijven faciliteren. Dit betekent ruimte houden voor groei op bestaande locaties, selectief zijn bij nieuwe vestigers en deze toetsen op de regionale (en economische) meerwaarde voor West-Brabant. Hierbij past ook dat we bestaande faciliteiten en voorzieningen (zoals bereikbaarheid, truckparking, multimodale ontsluiting, etc.) versterken, zodat regionale bedrijven kunnen groeien. Voor logistieke bedrijven zijn met name bereikbaarheid (multimodaal), oppervlakte van het kavel en (beschikbare) arbeid belangrijke vestigingscriteria. De laatste betekent echter niet dat bedrijven nu massaal het stedelijk gebied opzoeken voor vestiging. Regio’s en gebieden waar arbeid voorhanden is (en ook op de bedrijfslocatie kan komen, op wisselende tijden) hebben een pré ten opzichte van andere locaties.

Met name logistieke operaties die gebaat zijn bij vestiging in het stedelijk weefsel (denk aan pakkethubs of depots van e-commercepartijen) zullen dit in de toekomst overwegen. Trends en ontwikkelingen ten aanzien van robotisering en digitalisering – en de effecten op de ruimtevraag en locatievoorkeuren van (logistieke) bedrijven – zijn integraal onderdeel van de prognose. De effecten hiervan zijn meegenomen. Waarom koesteren we wat we in deze regio al hebben en faciliteren we juist groei en uitbreiding van deze bedrijven? • Omdat deze bedrijven al geworteld zijn en binding hebben met andere bedrijven (klanten, leveranciers, maar ook samenwerkingspartners) en hierdoor al van waarde zijn in het ecosysteem. • Uitbreiding is van belang voor behoud van werkgelegenheid en de groei van deze werkgelegenheid wordt vaker met mensen uit directe omgeving gerealiseerd in tegenstelling tot grootschalige (internationale) nieuw vestigers die vaker terug moeten vallen op arbeidsmigranten. • Trend is schaalvergroting, consolidaties van operaties, multi-client warehousing, dus sterke spelers groeien en verhandelen steeds meer volumes. Die sterke spelers zijn aanwezig in onze regio en die willen we faciliteren en letterlijk de ruimte geven om te groeien.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/591/documents/17329