Breda International Airport vastgesteld 1 Toelichting.pdf
Tekst van het document
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Breda International Airport Gemeente Halderberge Projectnummer 0468805.100
zeeklei die door overstromingen in de late middeleeuwen is afgezet. Rond de gehuchten Hoeven en Bosschenhoofd komen aanzienlijke oppervlakten aan oude bouwlanden met een plaggendek (cultuurdek) voor. De indruk bestaat dat (een deel van) de cultuurdekken snel zijn aangelegd, waardoor het onderliggende dekzandprofiel nog goed intact is. Gemeentelijk beleid Naast het rijks- en provinciaal beleid is het gemeentelijk beleid ‘Ons Inspirerend Verleden’ uit 2011 opgesteld en ook kent de gemeente een eigen cultuurhistoriekaart (2013). De centrale visie vanuit het gemeentelijk beleid is: cultuurhistorie is een belangrijke drager van de identiteit van Halderberge en maakt integraal onderdeel uit van de ruimtelijke ontwikkeling van Halderberge, waardoor ontmoetingen van heden en ver leden gelden als uitdaging en inspiratiebron voor de toekomst.
Figuur 4.3: Cultuurhistoriekaart Halderberge (2013) Op de gemeentelijke cultuurhistoriekaart is het plangebied aangemerkt als zandgrond. Omdat het zandgrond betreft is het nodig om op structuurniveau ontwikkelingen te sturen, onder andere afstemming op het ruimtelijk karakter is nodig. Daarnaast is een lijn van redelijk hoge waarde een drift/steeg en voormalige turfvaart aanwezig in de nabijheid van het plangebied. Bij het opstellen van het bestemmingsplan ‘Airparc Seppe’ is rekening gehouden met de omgeving. Voorliggend plan brengt geen wijzigingen aan in de landschappelijke en cultuurhistorische structuur en waarden. Conclusie Er is geen sprake van aantasting van cultuurhistorische waarden.
4.4
Bedrijven en milieuzonering Beleid De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht om in het kader van een goede ruimtelijke ordening aan te tonen dat toekomstige bewoners en gebruikers een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Daarnaast dient te worden aangetoond dat bestaande bedrijven niet in hun belangen worden geschaad. Milieuzoneringen zijn wederkerig. Dit betekent dat bedrijven afstand moeten houden tot gevoelige objecten, maar ook dat nieuw te ontwikkelen (gevoelige) objecten voldoende afstand moeten houden tot de bedrijven. Deze afstand is noodzakelijk, omdat anders het vergund recht van het bedrijf wordt aangetast, en omdat daarmee hinder voor toekomstige bewoners wordt voorkomen. Relevantie plangebied
blad 28 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Breda International Airport Gemeente Halderberge Projectnummer 0468805.100
Bestaande situatie Op basis van het bestemmingsplan 'Airparc Seppe' en het bestemmingsplan 'Eerste herziening bestemmingsplan Buitengebied Halderberge' zijn op Breda International Airport diverse bedrijfsmatige activiteiten toegestaan. Op grond van het bestemmingsplan 'Eerste herziening bestemmingsplan Buitengebied Halderberge' betreft het luchtvaartgebonden bedrijvigheid, een verkooppunt voor vliegtuigbrandstoffen, een museum en bijbehorende voorzieningen. het bestemmingsplan 'Airparc Seppe' biedt eveneens de mogelijkheid voor luchtvaartgebonden bedrijvigheid en daarnaast ondergeschikte functies, zoals bezoekersen ontvangstruimten, kantoorruimten, horeca en detailhandel. In dit bestemmingsplan is aanvullend bepaald dat deze functies slechts zijn toegestaan zover zij behoren tot categorie 1, 2 dan wel 3.1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten. Dat is een bij het bestemmingsplan gevoegde lijst op grond van de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de VNG. het betekent dat als gevolg van de bedrijfsactiviteiten de richtafstand tot de dichtstbijzijnde gevoelige functie niet meer mag bedragen dan 50 meter. De afstand tot de dichtstbijzijnde woning is ruim 100 meter. Daarmee wordt een aanvaardbaar woon- en leefklimaat geborgd. Beoogde situatie De bestaande situatie ten aanzien van milieuhinder wordt op geen wijze beïnvloed door onderhavig bestemmingsplan.
De wijzigingen die met voorliggend bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, vinden inpandig plaats. In de kantoren van Breda Airparc mogen naast luchtvaartgebonden bedrijven ook, hetzij gedeeltelijk, niet-luchtvaartgebonden bedrijven zich vestigen in de vorm van kantoren. Gelet op het aspect 'bedrijven en milieuzonering' is er geen verschil tussen type kantoren. Daarnaast is de oppervlakte dat de horeca in Breda Airparc kan benutten uitgebreid van 500 m2 bvo naar 1.000 m2 bvo, in geval van een evenement of bijeenkomst. De extra vierkante meters bvo kunnen ingezet worden ter plaatse van de bestaande aanduiding 'horeca' en 'specifieke vorm van horeca - 1 '. Er vindt geen verruiming plaats van de gronden waarbinnen horeca is toegestaan. Ook de diverse aanpassingen in de bouwhoogten hebben geen invloed op de directe omgeving. Doordat er geen sprake is van een bestemmingswijziging of uitbreiding van bouwvlakken of aanduidingen, kan geconcludeerd worden dat er ten opzichte van de huidige vigerende situatie geen wijzigingen plaatsvinden die invloed kunnen hebben op de bedrijfsvoering van de bedrijven op Breda International Airport of omliggende (woon)functies. In onderstaande tabel is gekeken naar de functies waar een wijziging in het planologisch regime plaatsvindt.
Voor de beoordeling is gebruik gemaakt van de VNG-brochure (2009), waarin de indicatieve richtafstanden bestaan beschreven. Tabel 1.1 toetsing indicatieve afstanden VNG-brochure (2009) Functie
Categorie en indicatieve afstand
Toestaan niet-luchtvaartgebonden luchtvaart 1 (10 meter) in de bestaande kantoren (functie: kantoren)
137 meter
Uitbreiding oppervlakte horeca binnen de bestaande aanduiding 'horeca' (functie: restaurant)
235 meter
Conclusie blad 29 van 57
Afstand tot meest nabijgelegen bestaande woning
Ruimte - Antea Nederland B.V.
2 (30 meter)
vastgesteld bestemmingsplan Breda International Airport Gemeente Halderberge Projectnummer 0468805.100
Geconcludeerd kan worden dat het aspect milieuhinder geen belemmering vormt voor de onderhavige ontwikkeling.
4.5
Bodem Beleid Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat deze kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Uitgangspunt is dat nieuwe bestemmingen bij voorkeur op schone grond dienen te worden gerealiseerd. Onderzoek Met het plan worden geen bodemroerende activiteiten uitgevoerd en vindt tevens geen wijziging in het gebruik van de gronden plaats relevant voor het aspect bodemkwaliteit. Er is daarom geen bodemonderzoek benodigd. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor het doorgaan van het plan.
4.6
Externe veiligheid Beleid Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten is verbonden voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. Het veiligheidsbeleid in Nederland is gebaseerd op een tweetal begrippen, het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR): Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat één persoon, die onafgebroken en onbeschermd op een plaats langs een transportroute of nabij een inrichting verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met het vervoer, de opslag en/of de handeling van gevaarlijke stoffen. Daarbij is de omvang van het risico een functie van de afstand waarbij geldt: hoe groter de afstand, des te kleiner het risico. De risico's worden weergegeven in PR risicocontouren. Het groepsrisico is de kans per jaar dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van een transportroute of een inrichting voor handelingen met gevaarlijke stoffen in één keer het (dodelijk) slachtoffer wordt van een ongeval. In tegenstelling tot het plaatsgebonden risico geldt voor het groepsrisico geen grenswaarde maar een oriëntatiewaarde.
Deze oriëntatie-waarde kan gezien worden als een streefwaarde en heeft geen juridische status. Het overschrijden van de oriëntatiewaarde is mogelijk mits dit in de besluitvorming door het bevoegd gezag wordt gemotiveerd. Risicobronnen kunnen worden onderscheiden in risicovolle inrichtingen (waaronder lpg-tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen. Om voldoende ruimte te scheppen tussen een risicobron en personen of objecten die risico lopen (kwetsbare en
blad 30 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Breda International Airport Gemeente Halderberge Projectnummer 0468805.100
beperkt kwetsbare objecten), moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Het beoordelingskader voor risicovolle inrichtingen wordt gevormd door het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), waarin de Basis-netten voor weg, spoor en water zijn vastgelegd. Voor buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Onderzoek Door Antea Group is in 2020 een onderzoek naar externe veiligheid uitgevoerd. Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van het uitwerkingsplan 'Fase 3 en 4 Breda Airport'. Voor de ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt met onderhavig bestemmingsplan is door Antea Group in 2021 een aanvullende memo opgesteld. Beide documenten zijn als bijlage bij de toelichting bijgevoegd (bijlage 2 en bijlage 4). Hierna wordt ingegaan op het groepsrisico en de conclusie uit de aanvullende memo uit 2021. Verantwoording groepsrisico In hoofdstuk 3 van de memo is geconcludeerd dat een (beperkte) verantwoording van het groepsrisico verplicht is ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Rijksweg A58, spoorlijn Roosendaal Oost – Breda en hogedruk aardgastransportleidingen.
Vanuit goede ruimtelijke ordening wordt ook aandacht besteed aan de risico’s ten gevolge van de luchthaven. In dit hoofdstuk worden elementen aangedragen voor de invulling van de verantwoordingsplicht door het bevoegd gezag: de gemeenteraad van de gemeente Halderberge. Deze elementen zijn afgeleid uit het Bevt en het Bevb en zijn tevens omschreven in hoofdstuk 2 van de memo en in de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico. Voor de volledige aanzet groepsrisicoverantwoording wordt kortheidshalve verwezen naar de rapportage 'Actualisatie EV onderzoek Seppe' (Antea Group, juli 2020). In deze rapportage zijn de relevante scenario's beschreven, is ingegaan op de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid en zijn (ruimtelijke) veiligheidsmaatregelen beschreven. Ten opzichte van deze groepsrisicoverantwoording worden enkele ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt (zie hoofdstuk 2), waarvan geen enkele ontwikkeling voorziet in een ruimere aanwezigheid van personen binnen het plangebied. Tevens voorziet het plan niet in logies noch in het verblijf van groepen zeer kwetsbare personen.
De verruiming betreft wel dat een deel van de kantoorruimten voor kantoren zonder binding met het vliegveld is toegestaan en dat een deel van hangar 1 mag worden gebruikt voor horecafunctie in die gevallen dat sprake is van een bijeenkomst die verbonden is aan de in het pand gevestigde bedrijven. In dat geval mag de horecafunctie maximaal 1.000 m2 bedragen, waar het restaurant al een brutovloeroppervlak van 500 m2 heeft. De tijdelijke uitbreiding betreft derhalve maximaal 500 m2 brutovloeroppervlak (binnen de bestaande bebouwing). Het aantal extra bezoekers is daarmee beperkt tot maximaal 100 personen. In de voornoemde aanzet voor de groepsrisicoverantwoording wordt het volgende geconcludeerd: er worden geen functies mogelijk gemaakt die de aanwezigheid van groepen beperkt zelfredzame personen faciliteren (zelfredzaamheid van aanwezige personen); de luchthaven beschikt over een calamiteitenplan en wordt geacht conform te kunnen handelen bij het optreden van een incident (bestrijdbaarheid); alarmering is mogelijk via het Waarschuwing- en Alarmeringssysteem (WAS) en/of NL-Alert; het verdient aanbeveling om bij de aanwezige bedrijfshulpverlening (BHV) en verplichte blad 31 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Breda International Airport Gemeente Halderberge Projectnummer 0468805.100
ontruimingsplannen aandacht te besteden aan de scenario's externe veiligheid; bij nieuwbouw wordt mechanische ventilatie bij voorkeur centraal afsluitbaar uitgevoerd, zodat deze bij een incident met gevaarlijke stoffen uitgeschakeld kan worden (ter bevordering van de schuilmogelijkheden in een gebouw); maatregelen aan de hogedruk aardgastransportleidingen (zoals het verhogen van de gronddekking en/of het aanbrengen van afscherming) kunnen worden verkend met de leidingbeheerder en het bevoegd gezag. De Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant heeft in het kader van de ruimtelijke procedure hierover positief geadviseerd onder de voorwaarde dat: logies en het verblijf van groepen zeer kwetsbare personen expliciet wordt uitgesloten; in de toelichting de uitbreiding van horeca-functie voor bijeenkomsten wordt beperkt qua bezoekers, zodat geen festivals mogelijk zijn, en er een binding met de bedrijven moet zijn. de wijziging van het luchthavenbesluit wordt beschouwd. Deze voorwaarden zijn verwerkt. Conclusie In de memo is het aspect externe veiligheid beschouwd. Hieruit volgt dat de beoogde ontwikkelingen geen effect hebben op de externe veiligheid binnen het plangebied. Het aspect externe veiligheid vormt om deze reden geen belemmering voor het doorgaan van het plan.
4.7
Geluid Beleid Geluidhinder kan ontstaan vanwege verschillende activiteiten, waaronder wegverkeer, railverkeer en bedrijfsactiviteiten. De Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer, het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Bouwbesluit geven normen voor de geluidbelasting op geluidgevoelige objecten (zoals woningen) en de minimale geluidwering die moet worden toegepast. De Wet geluidhinder bepaalt dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd als een bestemmingsplan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen de geluidzone van een bestaande geluidbron (een weg, een spoorlijn of een geluidgezoneerd bedrijventerrein) of als het plan een nieuwe geluidsbron vallend onder de werkingssfeer van de Wet geluidhinder mogelijk maakt. Relevantie plangebied In onderhavig bestemmingsplan worden geen nieuwe geluidgevoelige functies toegevoegd. Er is daarom geen reden voor het uitvoeren van een akoestisch onderzoek. Door het toestaan van 500 m2 aan ondergeschikte horeca (alleen tijdens evenementen en bijeenkomsten) is een worst-case inschatting gemaakt van het aantal extra verkeersbewegingen dat van en naar het plangebied gaat rijden. Het gaat om circa 86 verkeersbewegingen per etmaal. Om te bepalen of dit aantal verkeersbewegingen een effect heeft op de omliggende woningen is beoordeeld of er sprake is van een toename van de geluidbelasting op de woningen.
In het akoestisch onderzoek 'Akoestisch onderzoek verkeersaantrekkende werking Airparc Seppe' dat onderdeel is van het bestemmingsplan Airparc Seppe blijkt dat er op de Bredasebaan in 2020 sprake is van circa 3.264 verkeersbewegingen per etmaal, waarvan 15,5% middel -en zwaar verkeer betreft . Als gevolg van voorliggend plan komen hier circa 86 lichte verkeersbewegingen per etmaal bij. Dit betreft een verkeerstoename van ongever 3% ten opzichte van de huidige verkeersgeneratie
blad 32 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Breda International Airport Gemeente Halderberge Projectnummer 0468805.100
op de betreffende weg. Uit het document 'Geluid luistert nauw' van Rijkswaterstaat blijkt dat het geluidsniveau tussen een afname van 10% en een toename van 10% ten opzichte van de huidige verkeersgeneratie geen wijziging in het geluidsniveau teweegbrengt. Gesteld kan worden dat door de minimale toename van het aantal verkeersbewegingen er ten opzichte van de huidige geluidbelasting op de gevel geen sprake is van een toename van het geluidniveau op de gevels van de omliggende woningen aan de Bredasebaan. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het doorgaan van het plan.
4.8
Kabels en leidingen De in dit plan opgenomen ontwikkelingen hebben geen gevolgen voor de aanwezige planologisch relevante kabels en leidingen.
4.9
Luchtkwaliteit Beleid In de Wet milieubeheer is de regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteit vastgelegd. In artikel 5.16 is vastgelegd dat bestuursorganen bevoegdheden, zoals het vaststellen van een bestemmingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning, mogen uitoefenen wanneer sprake is van één van de volgende gevallen: a. b. c. d.
er is geen sprake van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden; de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht verbetert of blijft ten minste gelijk; het plan draagt 'niet in betekenende mate' bij aan de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht; de ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).
Een nadere uitwerking van de regelgeving met betrekking tot het begrip 'niet in betekenende mate' is vastgelegd in het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)'. Voor ontwikkelingen die 'niet in betekenende mate' bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeft niet te worden getoetst aan de grenswaarden. In de Regeling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als 'niet in betekenende mate' worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven. Er is volgens deze regeling geen onderzoek nodig voor 'woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat'. Relevantie plangebied De ontwikkeling die in het plan zijn opgenomen voorzien in een toename van het aantal verkeersbewegingen. Er is sprake van een toename van circa 86 verkeersbewegingen per etmaal (weekdaggemiddelde). Op basis van de NIBM tool, zoals hierna weergegeven, draagt het plan niet in betekende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit
blad 33 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Breda International Airport Gemeente Halderberge Projectnummer 0468805.100
Figuur 4.4: Uitsnede NIBM-tool (Bron: Rijkwaterstaat) Om de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied te beoordelen is de Atlas voor Leefomgeving geraadpleegd. Uit de beoordeling van Fijnstof (PM10 en PM 2,5) blijkt dat de luchtkwaliteit ter plaatse voldoet aan de normen.
Figuur 4.5: Fijnstof 2019 (PM 10) (bron: Atlasleefomgeving.nl - gegevens RIVM)
blad 34 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Breda International Airport Gemeente Halderberge Projectnummer 0468805.100
Figuur 4.6: Fijnstof 2019 (PM 2,5) (bron: Atlasleefomgeving.nl - gegevens RIVM) Conclusie De in het plan opgenomen ontwikkelingen zijn van een dusdanig beperkte omvang dat het plan Niet in Betekende Mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast is er sprake van een goede luchtkwaliteit ter plaatsen van het plangebied. Daarmee is het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor het doorgaan van het plan.
4.10
Natuur Beleid De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. 2.
soorten van de Vogelrichtlijn; soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; 3. 'andere soorten' (onderdeel A 'fauna' en onderdeel B 'flora'). Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en / of Vogelrichtlijn. In de nabijheid van het plangebied zijn de volgende Natura 2000-gebieden gelegen: De Maatjes, Wuustwezelheide en Groot Schietveld (13,6 km in België), Hollands Diep (14,3 km), Brabantse Wal (14,6) en Ulvenhoutsebos (16,8). Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een Passende beoordeling opgesteld te worden. De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. blad 35 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Breda International Airport Gemeente Halderberge Projectnummer 0468805.100
Het betreft het 'Natuurnetwerk Nederland' (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen) en niet via de natuurwetgeving. Bij de voorbereiding van ruimtelijke plannen moet onderzocht worden of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Indien onderdelen van het plan niet vergunbaar worden geacht, zal bij de ruimtelijke besluitvorming moeten worden geconcludeerd dat de voorgenomen ingreep geen doorgang kan vinden. Relevantie plangebied De verruiming van de horeca en bedrijfsactiviteiten die meer mogelijkheden bieden voor niet-luchtvaartgebonden bedrijvigheid vinden plaats binnen bestaande bebouwing. Er worden geen nieuwe bouwactiviteiten mogelijk gemaakt, of vinden er geen sloopactiviteiten plaats. Gelet op bovenstaande kan gesteld worden dat er geen beschermde gebieden en soorten worden aangetast. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op het aspect stikstofdepositie in relatie tot Natura 2000-gebieden. Conclusie De voorgenomen ontwikkelingen hebben zodoende geen effect op het aspect natuur. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen.
Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst.
4.11
Stikstofdepositie Beleid Binnen de EU worden de belangrijkste leefgebieden van de meest bedreigde en waardevolle soorten en habitattypen aangewezen als Natura 2000-gebied. Deze Natura 2000-gebieden moeten samen een Europees ecologisch netwerk vormen om de achteruitgang van de biodiversiteit te keren. De juridische basis voor dit netwerk zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, die in Nederland zijn doorvertaald in de Wet natuurbescherming (Wnb). Per gebied worden voor de soorten en habitattypen instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Dit kunnen behouds- of uitbreidings-/verbeteringsdoelstellingen zijn. Het is verplicht om plannen en projecten te beoordelen op de gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Voor projecten geldt een vergunningsplicht als het project een significant gevolg kan hebben op een Nederlands Natura 2000-gebied (art. 2.7 lid 2, Wnb). Bij vaststelling van plannen moet het bevoegd gezag rekening houden met de gevolgen van het plan voor Natura 2000-gebieden (art. 2.7 lid 1, Wnb). Bij plannen of projecten in of in de nabijheid van een Natura 2000-gebied dient in een oriënterende fase onderzocht te worden of de ontwikkeling een significant (negatief) gevolg op het betreffende Natura 2000-gebied kan hebben. Vrijstelling realisatiefase Op 9 maart 2021, is voor de realisatiefase de Wet stikstofreductie en natuurverbetering door de Eerste Kamer aangenomen.
Deze wet, die op korte termijn van kracht wordt (voor vaststelling van het bestemmingsplan), voorziet in een vrijstelling voor activiteiten van de bouwsector, zoals slopen en bouwen. De bij deze activiteiten vrijkomende emissies die zorgen voor stikstofdepositie mogen dan bij de beoordeling buiten beschouwing worden gelaten.
blad 36 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Breda International Airport Gemeente Halderberge Projectnummer 0468805.100
Onderzoek Door Antea Group is in februari 2022 een berekening met Aerius Calculator 2021.0.2. uitgevoerd voor de gebruiksfase. Het onderzoek is als bijlage 5 bijgevoegd bij de toelichting van dit bestemmingsplan. Hierna wordt ingegaan op de conclusie uit het rapport. Voor de gebruiksfase toont AERIUS Calculator een rekenresultaat van 0,00 mol/ha/jaar. Geconcludeerd kan worden dat er geen significante (negatieve) gevolgen zijn voor de beschermde habitats in de Natura 2000-gebieden. Conclusie Voor de gebruiksfase toont AERIUS Calculator een rekenresultaat van 0,00 mol/ha/jaar. Mede gelet op de vrijstelling voor de realisatie kan geconcludeerd worden dat het aspect 'stikstof' geen belemmering vormt voor het voorgenomen initiatief.
4.12
Verkeer en parkeren Verkeer De bebouwing en functies ten noorden van de start- en landingsbaan wordt ontsloten via de Pastoor van Breugelstraat. Aangezien er op dit deel van het plangebied geen wijzigingen plaatsvinden die gevolgen hebben voor de verkeerskundige situatie zijn geen belemmeringen te verwachten. De bebouwing en functies ten zuiden van de start- en landingsbaan worden ontsloten via een interne weg die aansluit op de Bredasebaan. De verruiming van de vestigingsmogelijkheden voor de kantoren zorgt niet voor extra verkeersbewegingen, aangezien de functie kantoor blijft. De extra vierkante meters horeca, bij een evenement of bijeenkomst, zorgen echter wel voor een toename aan verkeersbewegingen. In totaal gaat het om gemiddeld circa 86 verkeersbewegingen per etmaal vanwege de extra vierkante meters hoeca ten behoeve van evenementen en bijeenkomsten (zie subparagraaf parkeren). Dit betreft een worst-case aanname, aangezien de hangar niet elke dag gebruikt zal worden. Gelet op de minimale toename aan verkeersbewegingen en de aard en omvang van de Bredasebaan kan gesteld worden dat deze weg voldoende capaciteit heeft om de extra verkeerbewegingen te kunnen verwerken. Parkeren Gezien de uitbreiding van de extra vierkante meters horeca, bij evenementen en bijeenkomsten, zijn 40 parkeerplaatsen benodigd.
Dit is gebaseerd op het kengetal voor een 'evenementenhal/beursgebouw/congresgebouw) uit de Kadernota Parkeren 2017-2021. Hierbij is uitgegaan van een stedelijkheidsgraad 'weinig stedelijk' en met een ligging in 'overig gebied'. Uitgaande van het gemiddelde kengetal dienen 8,0 parkeerplaatsen per 100 m2 gerealiseerd te worden. Dit komt neer op 40 parkeerplaatsen. In de huidige situatie zijn er circa 162 parkeerplaatsen aanwezig voor bezoekers van de horecagelegenheid, de spottersplekken en overige gasten van het vliegveld. De bezoekers en gasten kunnen gebruik maken van het westelijk gelegen parkeerterrein, nabij de zuidelijke entree van het vliegveld. Uit praktijkervaring blijkt dat gedurende de gehele week er ruim voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Een bezetting van 90% wordt alleen met hoge uitzondering, maximaal een enkele keer per jaar, behaald. In de afgelopen jaren is de beschikbaarheid dan ook ruim voldoende gebleken. Voor de bijeenkomsten in de hangar, wat met dit bestemmingsplan direct mogelijk wordt gemaakt, werd voorheen een specifieke vergunning per bijeenkomst aangevraagd. Gedurende deze bijeenkomsten is geen sprake geweest van een te kort aan parkeerplaatsen of
blad 37 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Breda International Airport Gemeente Halderberge Projectnummer 0468805.100
parkeeroverlast. Doordat de parkeerplaatsen in de huidige situatie ook al plaatsvinden, is feitelijk dan ook geen sprake van een wijziging van de parkeerbehoefte. Gesteld kan worden dat er reeds ruim voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn om te voorzien in de behoefte van de bijeenkomsten in de hangar. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de omliggende wegen voldoende capaciteit hebben om de extra verkeersbewegingen te verwerken. Tevens is er reeds voldoende parkeergelegenheid om te voorzien in de extra behoefte.
4.13
Besluit milieueffectrapportage Beleid Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten m.e.r-plichtig zijn en voor welke activiteiten een m.e.r-beoordeling moet worden verricht. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is. In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Voor alle activiteiten zijn drempelwaarden opgenomen. Als een activiteit voorkomt in kolom 1 van de C- of D-lijst en de drempelwaarden uit kolom 2 worden overschreden, is een m.e.r. (onderdeel C) of een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) verplicht. Komt een activiteit niet voor in kolom 1, dan geldt er geen m.e.r-(beoordelings)plicht. Voor activiteiten die genoemd worden in onderdeel D, maar waarbij de drempelwaarde niet wordt overschreden, geldt de verplichting om na te gaan of tóch een m.e.r.-beoordeling (of een m.e.r.) moet worden uitgevoerd.
Het bevoegd gezag moet in zo’n geval nagaan of er sprake is van omstandigheden die - ondanks dat de drempelwaarden niet worden overschreden - aanleiding geven voor het verrichten van een m.e.r.(beoordeling). Voor deze afweging gelden echter geen vormvereisten, daarom wordt de term ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ gehanteerd. Activiteit en drempelwaarden In artikel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is een categorie ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ (D11.2) opgenomen. Op grond van het Besluit milieueffectrapportage dient voor de ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. 2. 3.
een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
Het plan voorziet in de uitbreiding van de aanduiding 'horeca' binnen een bestaande hangar, het verruimen van de vestigingsmogelijkheden voor niet niet-luchtvaartgebonden kantoren in de bestaande kantoren en de aanpassingen van een aantal bouwhoogten in de regels van het bestemmingsplan. het plan heeft een zeer beperkte aard en omvang, waardoor er geenszins sprake is van een stedelijke ontwikkeling.
blad 38 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Breda International Airport Gemeente Halderberge Projectnummer 0468805.100
Conclusie Aangezien er hier niet gesproken kan worden van een ‘stedelijke ontwikkeling’ is de activiteit dus niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig en hoeft er ook geen vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld te worden. De activiteit komt niet voor in kolom 1 van de C- of D-lijst uit het besluit.
4.14
Waterhuishouding Beleid In ruimtelijke plannen dient aandacht besteed te worden aan waterhuishoudkundige aspecten. Daarbij staan naast een duurzaam waterbeheer de integrale afweging en het creëren van maatwerk voorop. Water moet altijd bekeken worden in het licht van het watersysteem of stroomgebied waarin een stad of een dorp ligt. Een goede afstemming van waterbeleid en ruimtelijke ordening, ook in het direct aangrenzende gebied, is daarom noodzakelijk. De integratie van water in ruimtelijke plannen vindt plaats via de zogenaamde watertoets. Concreet betekent de watertoets, dat een plan een zogenaamde waterparagraaf dient te bevatten, die keuzes ten aanzien van de waterhuishoudkundige aspecten gemotiveerd beschrijft. Daarin dient een wateradvies van de waterbeheerder te worden meegenomen. De watertoets is wettelijk verankerd in artikel 3.1.6 lid 1, sub b Bro. Beleid provincie Noord-Brabant en Waterschap De waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben in de Noord-Brabantse Waterschapsbond (NBWB) besloten om de keuren te uniformeren en tegelijkertijd te dereguleren. Hierbij is aangehaakt bij het landelijke uniformeringsproces van de Unie van Waterschappen. Er is conform het nieuwe landelijke model een sterk gedereguleerde keur opgesteld, met bijbehorende algemene regels en beleidsregels. Deze zijn voor de drie waterschappen gelijkluidend.
De nieuwe uniforme keuren zijn gezamenlijk in werking getreden op 1 maart 2015. In de nieuwe keur is opgenomen dat het in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van verhard oppervlak of door afkoppelen van bestaand oppervlak, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. Dit verbod is van toepassing tenzij: Het afkoppelen van verhard oppervlak maximaal 10.000 m2 is, of; De toename van verhard oppervlak maximaal 500 m2 is, of; De toename van verhard oppervlak bestaat uit een groen dak. De toename van verhard oppervlak tussen 500 m2 en 10.000 m2 is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel: Benodigde retentiecapaciteit (in m3) = toename verhard oppervlak (in m2 ) x Gevoeligheidsfactor x 0,06 a. b. c. d.
Daarbij dient de voorziening te voldoen aan de volgende voorschriften: a.
De bodem van de voorziening dient boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te liggen; b. De afvoer uit de voorziening via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater plaatsvindt. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben; c. Daarnaast moet er altijd een overloopconstructie zijn, om uitspoeling naar de sloot te voorkomen. Bij nieuwe ontwikkelingen geldt dus het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud en/of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudelijke blad 39 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Breda International Airport Gemeente Halderberge Projectnummer 0468805.100
situatie'. Hierbij wordt uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen en afvoeren. Daarnaast zijn worden technische eisen gesteld aan het watersysteem. Deze zijn beschreven in de beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen'. Verder is het wenselijk dat het gebruik van milieuvriendelijk materialen gestimuleerd word en het gebruik van uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC achterwege te laten. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Grondwaterbeschermingsgebied Het plangebied is geheel gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied. De maximale boringsdiepte is 80 meter.
Figuur 4.7: Grondwaterbeschermingsgebied (bron: Kaartbank Noord-Brabant) Beleid gemeente De gemeente Halderberge heeft haar waterbeleid opgenomen in het ‘GRP Halderberge 2020-2023 zoals vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 18 juli 2019. In het plan wordt beschreven hoe het stedelijk watersysteem in de huidige situatie functioneert en met welke uitdagingen en ontwikkelingen de gemeente in de nabije toekomst te maken krijgen. Dit dient als vertrekpunt voor de visie op lange termijn en onze strategie op korte termijn en een transparante, toekomstbestendige financiering. Het gemeentelijke waterbeheer staat niet op zich, maar is continu in beweging door diverse uitdagingen en ontwikkelingen. De belangrijkste zijn onderstaand beschreven en vormen de basis voor de speerpunten voor de planperiode 2020-2023: klimaatverandering; uitputting energie en grondstoffen; veranderende wetgeving; energietransitie; participatie en bewustzijn; vitaliteit; veiligheid. Relevantie plangebied blad 40 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Breda International Airport Gemeente Halderberge Projectnummer 0468805.100
Met de in het plan opgenomen ontwikkelingen wordt geen wijziging beoogd, waarmee de oppervlakteverharding toeneemt. Daardoor is er geen sprake van een feitelijke wijziging in de waterhuishoudingsituatie ter plaatse. Aangezien er geen boringen plaatsvinden kan gesteld worden dat er geen aantasting van het grondwaterbeschermingsgebied plaatsvindt. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor het doorgaan van het plan.
4.15
Ladder voor duurzame verstedelijking Wettelijk kader Het streven naar zorgvuldig ruimtegebruik is een belangrijk onderdeel van de Brabantse Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening. Daarmee wil de provincie Noord-Brabant de groei en de spreiding van het stedelijk ruimtebeslag afremmen en daarmee de huidige omvang van het bestaand stedelijk gebied zoveel mogelijk behouden. Het benutten van nieuwe ruimte voor stedelijke ontwikkeling is pas aan de orde, als gebleken is dat deze niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd, ook niet in andere kernen binnen de desbetreffende gemeente. In feite gaat het hier om de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking. Het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat voor onder meer bestemmingsplannen de een laddertoets moet worden doorlopen. Doel van een dergelijke toets is het bereiken van een duurzame verstedelijking in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in bestaande stedelijke gebieden. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Relevantie voor plangebied Een toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is uitsluitend nodig bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierna wordt per wijziging beoordeling of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Verruiming bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de kantoren Bij een functiewijziging is uitsluitend sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de aard en omvang van de wijziging dusdanig is. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de verruiming van de bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de kantoren. Ten hoogste 6.000 m2 brutovloeroppervlakte van de kantoren mag ingezet worden voor bedrijven die niet-luchtvaartgebonden zijn. De overige 6.000 m2 blijft uitsluitend te gebruiken voor luchtvaartgebonden bedrijven. De hoofdfunctie kantoor blijft hierbij gelijk. Er is om deze reden dan ook geen sprake van een dusdanige wijziging in de aard en omvang van de activiteiten. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Uitbreiding oppervlakte horeca bij evenementen en bijeenkomsten De uitbreiding van het vloeroppervlak van de aanduiding 'horeca' bedraagt maximaal 500 m2 bvo. Uit jurisprudentie blijkt dat er in beginsel geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling als er sprake is van een ruimtebeslag van maximaal 500 m2 bvo. Door middel van onderhavig bestemmingsplan is sprake van een toevoeging van maximaal 500 m2 horeca in bestaande bebouwing onder voorwaarden. Hierdoor kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
blad 41 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Breda International Airport Gemeente Halderberge Projectnummer 0468805.100
Overige wijzigingen Het bestemmingsplan voorziet verder in de aanpassing van de bouwhoogtes ter plaatse van de bebouwing aan de noordzijde van de start- en landingsbaan. Dit wordt in overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie. Tevens wordt de maximale bouwhoogte van de verkeerstoren met 1,5 meter verhoogd. Deze verhoging is naar waarschijnlijkheid benodigd om ook in de toekomst de functie als verkeerstoren goed te blijven vervullen. Er is hiermee geen sprake van extra ruimtebeslag en kan de verkeerstoren als specifiek bouwwerk gezien worden. Een verkeerstoren op een andere locatie heeft geen toegevoegde waarde en is dus locatie-specifiek. Conclusie Het aspect ladder voor duurzame verstedelijking vormt geen belemmering voor het doorgaan van de in dit plan opgenomen ontwikkelingen. De hierboven genoemde kaders zijn verankerd in de regels van dit bestemmingsplan.
4.16
Marktonderzoek vestiging niet-luchtvaartgebonden kantoren Onderzoek Voor het verruimen van de vestigingsmogelijkheden is in oktober 2020 een kwalitatieve marktscan uitgevoerd door ArcusPlus (bijlage 6). Deze is kwantitatief aangevuld met een marktverkenning door Antea Group (bijlage 7). De scan en de verkenning onderbouwen in hoeverre een verruiming haalbaar en realistisch is. Uit het onderzoek volgen de volgende conclusies: 1.
2.
3.
4.
5.
6.
blad 42 van 57
Binnen een straal van 10 kilometer rondom Breda Airparc is er reeds voldoende kwantitatieve marktvraag om een verruiming van de vestigingsmogelijkheden te verantwoorden. Er is voldoende marktruimte voor de toevoeging van kantoorruimte tot circa 600 m2 bvo binnen een straal van 10 kilometer rondom Breda Airparc. De beoogde verruiming van het profiel voor kantoorruimte voor Breda Airparc past binnen deze ontwikkeling. Er is marktruimte voor de toevoeging van kantoorruimte op 'planologische specials', zoals Breda Airparc, binnen de regio West-Brabant. Dit volgt uit de actualisatie van de kwalitatieve vraag-aanbod confrontatie uit de provinciale behoefteraming (2018). Hieruit wordt geconcludeerd dat ook kwalitatief de verruiming van Breda Airparc past in het marktbeeld op korte en middellange termijn (t/m 2030). De bestaande 'leads' van geïnteresseerde partijen voor Breda Airparc bevestigen het beeld dat er, zowel vanuit luchtvaartgebonden bedrijvigheid als vanuit meer reguliere kantoorgebruikers, vraag is naar vestiging op Breda Airparc. Daarbij komen eindgebruikers niet alleen uit de regio, maar vanuit heel Nederland, zo volgt uit analyse van verhuisbewegingen. In de regio West-Brabant, maar ook binnen een straal van 10 km rondom Breda Airparc, is maar zeer beperkt concurrentie van kantoorlocaties.
Het profiel van Breda Airparc als 'planologische special' met ontwikkelruimte voor kleinschalige kantoorruimte tot 500 m2 vvo (600 m2 bvo) is niet of nauwelijks vergelijkbaar met formele kantoorlocaties in de regio en omliggende gemeenten. Daarmee zorgt verruiming van de vestigingsmogelijkheden voor Breda Airparc eerder voor een aanvulling en versterking van het regionaal (kantoren)profiel dan voor concurrentie. Verruiming van de vestigingsmogelijkheden voor Breda Airparc zorgt niet voor onaanvaardbare ruimtelijke effecten elders (en daarmee bovengemiddelde, ongewenste leegstand).
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Breda International Airport Gemeente Halderberge Projectnummer 0468805.100
Minder efficiënt benutte gebouwen kunnen door kleinere kantoren van buiten de luchtvaartsector worden benut om de leegstand van met name de kantoorgedeelten op te vullen, zonder dat dit negatief doorwerkt in de regio. Dit blijkt ook zonder meer uit de conclusies van het onderzoek van ArcusPlus en Antea Group “In de regio West-Brabant, maar ook binnen een straal van 10 km rondom Breda Airparc, is maar zeer beperkt concurrentie van 6 kantoorlocaties. Het profiel van Breda Airparc als 'special' met ontwikkelruimte voor kleinschalige kantoorruimte tot 500 m2 vvo (600 m2 bvo) is niet of nauwelijks vergelijkbaar met formele kantoorlocaties in de regio en omliggende gemeenten. Daarmee zorgt verruiming van het bestemmingsplan voor Breda Airparc eerder voor een aanvulling en versterking van het regionaal (kantoren)profiel dan voor concurrentie” (bron: ArcusPlus; Antea Group, oktober 2020). Ook REWIN heeft over de verruiming van de vestigingsmogelijkheden advies gegeven. Zij zijn eveneens van mening dat de gevraagde, beperkte verruiming geen afbreuk doet aan de speciale status die Breda International Airport heeft. Bovendien geeft REWIN aan nauwelijks zoekvragen te zien voor kantoorruimte met een oppervlakte groter dan 600 m2 . De beperkte verruiming van de vestigingsmogelijkheden voorziet daarmee in een aantrekkelijk aanbod op een aansprekende locatie.
Meerwaarde en meekoppelkansen regio als gevolg van de verruiming van de vestigingsmogelijkheden Vanwege de ligging en uitstraling van Breda Airparc worden wezenlijk andere soorten bedrijfsactiviteiten aangetrokken dan op de bestaande bedrijventerreinen in de regio. Het aanbod is additioneel ten opzichte van de bestaande bedrijfsruimtevoorraad. Op Breda Airparc vestigen uitsluitend kleine creatieve en innovatieve bedrijven, in de vorm van kantoren. Deze bedrijven hebben in de regio nu geen of nauwelijks vestigingsmogelijkheden omdat het bedrijfsvloeroppervlak per vestiging beperkt is (75 m2 bvo – 600 m2 bvo). Deze kantoren, veelal start-ups, dreigen de regio nu de rug toe te keren terwijl ze juist een belangrijke meerwaarde hebben, ook voor de regio, vanwege de werkgelegenheid, imago en innovatie. Deze vorm van bedrijvigheid biedt met name ook arbeidsplaatsen voor hoger opgeleiden (HBO/universiteit), wat een economische impuls kan geven voor de regio. Daarnaast levert het bundelen van creatieve en innovatieve kantoren, waaronder start-ups, unieke samenwerkingen met bijzondere en soms baanbrekende resultaten die de regio op de kaart kunnen zetten (cross-sectorale samenwerking). Dit werkt stimulerend en kan een spin-off betekenen voor andere bedrijven, die wel luchtvaartgebonden zijn, om zich te vestigen op Breda International Airport, waaronder Breda Airparc.
Voor de gemeente Halderberge is een economisch stabiele en duurzame bedrijfsvoering van het vliegveld van belang. Door te kiezen voor een kwalitatieve invulling, met een verbreding van de vestigingsmogelijkheden, wordt het vliegveld de kans geboden een gezonde financiële exploitatie te bewerkstelligen en stabiliteit te garanderen. Immers de bedrijfsruimten kunnen optimaal worden gevuld met gedeeltelijk kantoorfuncties die niet luchtvaartgebonden zijn, wat een positief effect heeft op de exploitatie. Die stabiliteit heeft naar verwachting ook een positief effect op de omliggende gemeenten, onder ander voor wat betreft vestigingsklimaat en werkgelegenheid. Conclusie Geconcludeerd wordt, op basis van uitgevoerde onderzoeken en het advies van REWIN, dat de voorgestelde oppervlakte van maximaal 6.000 m2 én de verbijzonderingen ten aanzien van de omvang van een kantoorvestiging (maximaal 600 m2 ) alsmede de beperking van de blad 43 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Breda International Airport Gemeente Halderberge Projectnummer 0468805.100
vestigingsmogelijkheden vanuit de regio past binnen de mogelijkheden die de regio biedt, zonder nadelige effecten op de bestaande bedrijven op Breda International Airport en bedrijventerreinen elders in de regio.
blad 44 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Breda International Airport Gemeente Halderberge Projectnummer 0468805.100
Hoofdstuk 5
Juridische planopzet
5.1
Planvorm
5.1.1
Algemeen Dit hoofdstuk geeft inzicht in de wijze waarop de bestaande toestand en de beoogde ontwikkeling zijn vertaald in juridisch bindende regels, met hieraan gekoppeld een verbeelding. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en de regels over de toegelaten gebouwen. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels evenals de functie van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen juridisch bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en soms voor de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Dit bestemmingsplan is opgesteld volgens de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP). Deze SVBP maakt deel uit van een set Standaarden en Regels die door het ministerie van VROM ontwikkeld is voor bestemmingsplannen en hebben betrekking op zowel de verschijningsvorm als de technische uitvoering van het plan. De SVBP schrijft voor op welke wijze de verbeelding moet worden vervaardigd en aan welke eisen de regels moeten voldoen. Dit houdt in dat onder andere de benaming van de bestemmingen en het kleurgebruik in deze Standaard zijn voorgeschreven. De SVBP is verplicht gesteld vanaf 1 januari 2010.
5.1.2
Overwegend consoliderend bestemmingsplan Dit bestemmingsplan is opgesteld voor het Airparc Seppe. Op deze gronden was een actueel planologisch kader aanwezig. Het kader bestond wel uit verschillende vigerende plannen (paragraaf 1.3). De ontwikkelingen, zoals beschreven in paragraaf 2.2, pasten daar echter niet binnen. Om een opeenstapeling van regelingen te voorkomen is gekozen om een nieuw bestemmingsplan op te stellen voor het gehele terrein van Breda International Airport. Het is echter niet nodig en niet wenselijk het planologisch kader voor het Airparc ingrijpend aan te passen. Dit bestemmingsplan is daarom een samenvoeging van alle regelingen die op het terrein van toepassing waren met de aanpassingen die benodigd zijn voor het mogelijk maken van de gewenste ontwikkelingen. De aanpassingen hebben betrekking op: a.
het mogelijk maken van zelfstandige kantoren die geen verbintenis hebben met het vliegveld; b. het uitbreiden van het brutovloeroppervlak dat gebruikt mag worden voor horeca, binnen de bestemming 'Bedrijf', bij een evenement of bijeenkomst; c. de bouwhoogte en oppervlakte van de bestaande gebouwen aan de noordzijde van het vliegveld. Hiermee zijn de maten in overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie; d. de bouwhoogte voor de verkeerstoren. Behoudens deze onderwerpen zijn er geen wijzigingen in de bouw- en gebruiksmogelijkheden aangebracht ten opzichte van de hiervoor vigerende bestemmingsplannen. De bestaande bestemmingsplannen worden dus verder conserverend overgenomen. Dat geldt voor de ontwikkeling van fase 3 en 4 van Breda Airparc. Het zonnepark dat naast de start- en landingsbaan is voorzien is met dit bestemmingsplan nog niet mogelijk gemaakt. Daarvoor dient uiteindelijk nog een afzonderlijke procedure doorlopen te worden. Wel is in het bestemmingsplan de mogelijkheid voor duurzame energieopwekking opgenomen. Dat past bij de maatschappelijke ontwikkeling om waar mogelijk energie op te wekken uit duurzame bronnen. Een grootschalige opwekking zoals beoogd naast de start- en landingsbaan, valt hier niet onder. blad 45 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Breda International Airport Gemeente Halderberge Projectnummer 0468805.100
5.1.3
Uitgangspunten plansystematiek Dit bestemmingsplan bevat verschillende elementen, waaronder het beschrijven van de toelaatbare functies en bouwmogelijkheden en het beschermen van waarden. Zoals hiervoor beschreven legt het plan de bestaande situatie vast en geeft toekomstige (kleinschalige) ontwikkelingen de ruimte. Er zijn keuzes gemaakt voor de uitwerking en doorvertaling van de essentiële onderdelen van het ruimtelijk beleid voor het vliegveld als onderdeel van het buitengebied, waaronder de Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant. De daarin opgenomen structuren zijn in het bestemmingsplan verwerkt.
5.1.4
Indeling van de regels De regels zijn ingedeeld in 4 hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels en bevat 2 artikelen. Het eerste artikel geeft een omschrijving van enkele in de regels gehanteerde begrippen. Het tweede artikel geeft aan hoe ten aanzien van maten, oppervlakte en inhoud gemeten moet worden. In hoofdstuk 2 worden de verschillende bestemmingen behandeld. Per bestemming wordt aangegeven welke doeleinden/functies zijn toegelaten op de gronden en wat en hoe er mag worden gebouwd. In hoofdstuk 3 worden de algemene regels behandeld. Hier zijn onder andere de algemene bouwregels en de bepalingen ten aanzien van de gebiedsaanduidingen opgenomen. In hoofdstuk 4 worden de overgangs- en slotregels aangegeven.
5.2
Toelichting op de regels
5.2.1
Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan moet worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende woorden toegekende betekenis. Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel wordt aangegeven hoe de hoogte en andere maten, die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden.
5.2.2
Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In de verschillende bestemmingen zijn regels opgenomen ten aanzien van de toelaatbare functies en bouwmogelijkheden op de gronden. Hiertoe is in de bestemmingsomschrijving bepaald welke functies zijn toegestaan. Om er geen limitatieve lijst van te maken zijn de bestemmingsomschrijvingen afgesloten met algemene functies die ook toegestaan zijn. Het betreft ondergeschikte voorzieningen behorende bij de hoofdfuncties en daarnaast is bepaald dat water, groen, waterhuishoudkundige voorzieningen, parkeervoorzieningen en dergelijke doorgaans in alle bestemmingen mogelijk zijn. Naast de bestemmingsomschrijvingen zijn bouwregels gesteld waarin geregeld is welke bouwmogelijkheden er zijn. Met afwijkingsregels zijn in voorkomende gevallen uitzonderingen op de functies en bouwregels mogelijk gemaakt. Artikel 3 Bedrijf De gronden van Breda Airparc zijn bestemd als 'Bedrijf'. De gronden zijn aangewezen voor luchtvaartgebonden bedrijvigheid en onder voorwaarden zelfstandige kantoren. Daarnaast
blad 46 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Breda International Airport Gemeente Halderberge Projectnummer 0468805.100
zijn ondergeschikte voorzieningen zoals bezoekers- en ontvangstruimten, horeca en detailhandel, duurzame energieopwekking, water-, groen-, parkeer- en verkeersvoorzieningen. Eveneens zijn bijeenkomsten en evenementen toegestaan. De toelaatbaarheid van de bedrijven is gemaximeerd op categorie 1, 2 dan wel 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Deze staat is als bijlage 1 bij de regels gevoegd. In de regels is daarnaast onder voorwaarden de mogelijkheid opgenomen om luchtvaartgebonden bedrijven toe te staan die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd. In de specifieke gebruiksregels zijn regels opgenomen over het toestaan van detailhandel en horeca-activiteiten. Deze activiteiten zijn toegestaan als ondergeschikte functies bij de luchtvaartgebonden activiteiten en de zelfstandige kantoren. In de specifieke gebruiksregels is de verruiming van het oppervlak voor horeca tot 1.000 m2 bvo verwerkt, waarvan 500 m2 uitsluitend voor ondergeschikte horeca bij bedrijfsgebonden bijeenkomsten en evenementen is bedoelt. Binnen de definitie van 'horeca' (lid 1.37 van artikel 1) is het houden van bijeenkomsten eveneens toegestaan. Daarnaast bevat dit lid de voorwaarden waaronder kantoren zijn toegestaan die niet luchtvaartgebonden zijn. Deze bepalingen zijn met dit bestemmingsplan nieuw toegevoegd.
Tevens is in dit lid bepaald dat het gebruik van de gronden voor logies niet is toegestaan evenals het gebruik van de gronden voor het verblijven van groepen zeer kwetsbare personen. Artikel 4 Groen De bestaande groengebieden in het plangebied zijn aangewezen als 'Groen'. Daarnaast zijn tevens parkeerterreinen en ontsluitingen toegestaan, mits deze zijn gelegen binnen een aanduiding. Hiervoor is de aanduiding 'ontsluiting' opgenomen. In het oostelijke gedeelte van het plangebied is de mogelijkheid opgenomen voor het plaatsen van een reclamemast. Hiervoor is de aanduiding 'specifieke vorm van groen - reclamemast' opgenomen. Dit artikel is inhoudelijk niet aangepast ten opzichte van de vigerende regeling met uitzondering van het toevoegen van de mogelijkheid om carports te realiseren. Deze zijn uitsluitend beoogd op de parkeerterreinen en zullen worden benut om zonnepanelen op aan te brengen. Datzelfde geldt voor de mogelijkheid een spottersplek te realiseren ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - spottersplek'. Artikel 5 Horeca Deze bestemming is toegekend aan de zelfstandige horecavestiging binnen het plangebied. De regeling is niet aangepast ten opzichte van de regeling in het bestemmingsplan 'Eerste herziening bestemmingsplan Buitengebied Halderberge'.
Artikel 6 Verkeer Deze bestemming is opgenomen voor de wegen en paden die geen functie hebben voor de luchtvaart maar verbonden zijn aan het gemotoriseerd wegverkeer. Net als bij de bestemming 'Groen' is deze bestemming conform overgenomen met uitzondering van de mogelijkheid tot het realiseren van carports. Artikel 7 Verkeer - Luchthaven Alle gronden van Breda International Airport, met uitzondering van Airparc Seppe zijn aangewezen met de bestemming 'Verkeer - Luchthaven'. Deze regeling is conserverend overgenomen uit het bestemmingsplan 'Eerste herziening bestemmingsplan Buitengebied Halderberge'. blad 47 van 57
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Breda International Airport Gemeente Halderberge Projectnummer 0468805.100
Naast voorzieningen ten behoeve van het luchtverkeer, zoals start- en landingsbanen, verkooppunt vliegtuigbrandstoffen en de taxibanen zijn ook luchtvaartgebonden bedrijven toegestaan. Artikel 8 Leiding - Gas en Artikel 9 Leiding - Water In het plangebied liggen enkele transportleidingen die planologisch relevant zijn. Het betreft een gas- en watertransportleidingen. Om de belangen van deze leidingen te regelen zijn voor de leidingen inclusief de bijbehorende zakelijk-rechtstroken zogenaamde dubbelbestemmingen opgenomen. De gronden waarop deze dubbelbestemmingen rusten zijn primair bestemd voor de aanwezige leidingen en de bijbehorende zakelijk-rechtstroken. Bouwwerken en werken voor de 'onderliggende' bestemming zijn uitsluitend toegestaan met respectievelijk een afwijking of een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden indien de belangen van de leiding niet worden geschaad. Artikel 10 Waarde - Archeologie 2 en Artikel 11 Waarde - Archeologie 3 Gebieden met een hoge en middelhoge archeologische verwachtingswaarde zijn voorzien van deze dubbelbestemming. De mogelijk aanwezige archeologische waarden worden beschermd, doordat archeologisch onderzoek vereist is, voordat mag worden gebouwd of werken mogen worden uitgevoerd, tenzij is aangetoond dat de bodem al dusdanig is geroerd dat er geen waarden meer aanwezig kunnen zijn.
5.2.3
Hoofdstuk 3: Algemene regels Artikel 12 Anti-dubbeltelregel Om misbruik van de bouwregels te voorkomen, is in dit artikel bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor een bouwvergunning hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. Doel van deze zogenaamde dubbeltelregel is te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 13 Algemene bouwregels Binnen dit artikel is de bestaande matenregeling opgenomen die bepaalt dat wanneer bij het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan de bestaande maten (legaal) al hoger zijn dan de gestelde maximale maten, deze maten als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. Daarnaast is een regeling opgenomen voor ondergronds bouwen. deze is zonder afwijking uitsluitend toegestaan daar waar andere bouwwerken bovengronds aanwezig zijn of worden gebouwd, tot een diepte van 3,5 meter. Na afwijking is ondergronds bouwen ook op andere terreinen toegestaan. Daarvoor gelden specifieke voorwaarden.