CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7; Vragen tweede kamer.pdf

Gemeenteraad 14 november 2024, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 7: Verordening Leerlingenvervoer gemeente Halderberge36.277 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

16 januari 2024 TK 29

29-15-19

opgaat, inclusief de TTW's, de ZonMw's, de groeifondsen, de Nationale Wetenschapsagenda en het topsectorenbeleid. Hoe kan Nederland uit de achterhoede van de Europese ranglijst van academische vrijheid ontsnappen en meer ruimte creëren voor onontdekte Karikó's die in onze gelederen schuilgaan? Vrijheden staan nooit op zichzelf. Academische vrijheid komt met een wetenschappelijke en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Een van de verantwoordelijkheden van wetenschappers gaat over toegankelijkheid. Dat doen wij goed, want wij gaan naar een 100% open access voor onze onderzoeksartikelen. Dat betekent dat u de resultaten van wetenschappers gratis kunt lezen. Maar helaas is de barrière om onderzoek te lezen veranderd in een barrière om onderzoek te publiceren. Want als een onderzoeker een artikel in het toonaangevende tijdschrift Nature wil publiceren, dan betaalt hij daar €10.000 voor. Daarvoor heeft Nature niks gedaan; geen geld gegeven aan het onderzoek, zelfs niet eens de eigen kwaliteitscontrole gedaan, want dat is peerreview, en dat doen publiek gefinancierde wetenschappers. Uitgeverijen hanteren marges van 40%. Dat is hoger dan de techsector, volledig met publiek gefinancierd geld.

Ik wil aan de minister vragen of hij mogelijkheden ziet om bij het open science-initiatief ook in Europees verband het voortouw te nemen om dit soort absurde bedragen aan publicatiekosten te beteugelen en het liefst naar nul terug te brengen, om de macht van de uitgeverijen in het wetenschappelijke publiceren definitief te doorbreken. Vrijheid gaat gepaard met verantwoordelijkheid, wetenschappelijke en maatschappelijke. Wetenschappelijk gaat het prima in het hoger onderwijs, maar de vraag is in welke mate het hoger onderwijs voldoet aan zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid, bijvoorbeeld aan de kerntaak om opleidingen te verzorgen die toegankelijk zijn voor de Nederlandse burger of aan de wettelijk vastgelegde kerntaak om de Nederlandse uitdrukkingsvaardigheid te bevorderen. Volgens het CBS was afgelopen jaar meer dan 40% van de instromende eerstejaars in het wetenschappelijke onderwijs afkomstig uit het buitenland. Zoals eerder gememoreerd door de collega van de PvdA-fractie schreef ik daar destijds inderdaad zeer positief over. Ik denk dat dit tijdens mijn studietijd was, in 2008, toen het tweeënhalf keer zo weinig was. De instroom was destijds ongeveer 16%. Dit legt vandaag de dag een onacceptabele druk op de toegankelijkheid.

Collegezalen zijn overvol, er is minder bekostiging per student beschikbaar en voor populaire studies zoals psychology wordt een numerus fixus geïntroduceerd. De toegang wordt beperkt. De docenten zijn overbelast. Een studentenkamer is in geen velden of wegen te bekennen. Wij weten hoe belangrijk uit huis gaan is in de ontwikkeling van jongvolwassenen, in hun zelfstandigheid, in hun mentaal welzijn. 70% van de thuiswonende studenten in dit land woont tegen zijn zin thuis, bij gebrek aan toegankelijke of betaalbare kamers. Dit gaat om bijna 250.000 studenten. De instroom van buitenlandse studenten gaat naar verwachting nog verder stijgen, nu dit jaar ook de beurs beschikbaar wordt voor alle studenten die een bijbaantje hebben van zes uur per week. Daarmee komt de toegankelijkheid van het hoger onderwijs nog verder onder druk te staan. Dat is onacceptabel. Die instroom van buitenlandse studenten is geen natuurverschijnsel, maar is gericht beleid. Door een steeds groter

Tweede Kamer

Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024

deel van de opleidingen volledig in het Engels in te richten en internationale studenten te verleiden om hier te studeren kun je als universiteit een groter deel van de taartpunten behouden, met de bijbehorende bekostiging. Geld is een belangrijke drijfveer in de internationalisering. De keuze voor een taal voor je opleiding is geen neutrale keuze, maar een richtinggevende keuze. De keuze heeft gevolgen voor de hele samenleving, voor je taal en voor de mensen die je opleidt. Wij leiden Nederlandse burgers veelal voor werk in Nederland op, maar tijdens hun opleiding schrijven ze hun belangrijkste essays en scripties in het Engels. Projectwerk van die studenten, bijvoorbeeld in de masteropleiding maar ook in de bachelors, met een belangrijk aandeel internationale studenten, gaat niet meer over Nederlandse onderwerpen, want buitenlandse studenten kunnen geen gemeenteraadsvergadering volgen, geen beleidsstuk lezen en geen Nederlandse burgers interviewen en kunnen de media niet volgen. Niet alleen de opleiding maar ook de inhoud is veel internationaler georiënteerd. Ook in de steden merk je dit: steeds weer "English please" op de terrassen en in de winkels, mede omdat universiteiten geen enkele moeite hebben gedaan om die internationale studenten met die bijbanen een basis van Nederlands bij te brengen. Maar dit heeft ook minder tastbare consequenties.

Niet alles is zo makkelijk in getallen te vangen, maar die gevolgen zijn wel reëel, bijvoorbeeld voor de maatschappelijke binding, de herkenbaarheid en de toegankelijkheid van de universiteit als instituut. De taal creëert ook afstand, want voor sommige mensen is Engels een statussymbool en voor anderen is het een barrière. Wanneer men zich bij wetenschapscommunicatie weer eens afvraagt hoe wij wetenschappen in hemelsnaam dichter bij de mensen kunnen brengen, ligt hierin misschien een antwoord. Bijna 80% van de masteropleidingen is nu volledig in het Engels, evenals 30% van de bacheloropleidingen. Geen land in Europa heeft zijn eigen taal zo gretig verwaarloosd als Nederland. Nederlands is in hoog tempo een randverschijnsel aan het worden in de academie. Die internationalisering is compleet uit de hand gelopen en er is echt dringend balans nodig. Uiteraard willen wij niet alle buitenlandse studenten weg hebben of alle opleidingen heel fundamentalistisch in het Nederlands maken. Dat soort karikaturen zijn echt onzin.

Voor een heel aantal beroepen zijn wij gewoonweg afhankelijk van buitenlandse studenten en in de regio's zou je hier en daar gericht uitzonderingen kunnen maken, maar de wet schrijft gewoon voor dat de taal voor het hoger initiërend onderwijs — dat zijn de bachelors — Nederlands is, met uitzonderingen op basis van goede redenen, bijvoorbeeld vanwege een gastdocent of vanwege kwaliteit die niet op een andere manier te organiseren is. Er gelden dus geen uitzonderingen vanwege de uitstraling en vanwege geld. Wij zijn bezig met een motie om de minister te verzoeken het aantal Engelstalige opleidingen samen met de universiteiten terug te dringen en de internationalisering én de verengelsing weer onder controle te brengen ten behoeve van de kwaliteit, maar vooral de toegankelijkheid. Er zijn nu eenmaal vrijheden en verantwoordelijkheden in het hoger onderwijs en de wetenschap. Voor beide zullen wij ons hier de komende jaren hardmaken.

16 januari 2024 TK 29

29-15-20

Dank u wel.

daarmee ver onder het Europees gemiddelde. Ook de rekenvaardigheden gaan rap achteruit.

De voorzitter: Dank u wel.

Voorzitter. De heer Paternotte had al een mooi voorbeeld uit Rotterdam, waar er op de school Het Open Venster gewoon meer wordt gelezen, zodat het beter wordt. Maar het gaat er niet alleen om dát je leest, maar ook om hoe je leest. Want we weten dat het digitale leren een vlucht heeft genomen, maar ook leidt tot slechter lezen en schrijven. Tekst gelezen van papier wordt nou eenmaal dieper verwerkt. In de PISA-landen waar de laptop selectief gebruikt wordt, zoals in Zweden, lezen kinderen beter. Daarom grijpt het Zweedse ministerie ook steeds meer terug op papieren schoolboeken. Het zou goed zijn als er meer duidelijkheid komt rondom gedigitaliseerd onderwijs en de effecten daarvan. Dit heeft invloed op de beheersing van de basisvaardigheden. Wij willen dat de minister hier, net zoals voor het gebruik van mobieltjes, met een handreiking voor komt. Is de minister hiertoe bereid?

(Geroffel op de bankjes) De voorzitter: Van harte gefeliciteerd met uw maidenspeech. Als u ook hier voor mij wilt komen staan, dan krijgt u van de heer Omtzigt een bos bloemen; hij komt al aangerend, nou ja, rustig aangelopen. Ik schors de vergadering even. De vergadering wordt van 19.57 uur tot 20.02 uur geschorst. De voorzitter: We gaan verder met de behandeling van de begroting van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het woord is aan de heer Krul, die namens het Christen Democratisch Appèl het woord gaat voeren. De heer Krul (CDA): Voorzitter, dank u wel. Het mooie van een debat met zo veel maidenspeeches is dat leden er dan toch altijd iets extra's in gooien, of dat nu gaat om de militante wokecultuur, zielige ijsberen, vinkschaamte of drievinkers. We hebben zelfs de Basken en de Sami horen noemen. We hoorden over wetenschappelijke bankslapers. En D66 had ook een inbreng. Voorzitter. Zonder verdere gekheid wil ik iedereen van harte feliciteren met hun geweldige maidenspeech. Ik kijk erg uit naar de laatste, van mevrouw Van Zanten. Ze hebben mij in ieder geval verrijkt en ik hoop dat ze een mooie toon zetten voor de komende jaren. Voorzitter. Onderwijs is het fundament onder een samenleving waarin iedereen tot bloei kan komen. Als we daarom één woord uit het woordenboek kunnen schrappen, dan is dat wat het CDA betreft het woord "afgestudeerd".

In een wereld die razendsnel verandert en die steeds meer draait om kennis en informatie, leren we elke dag bij. Dat doen we op scholen en universiteiten, maar net zo goed thuis, online en op het werk. Leren doen we vanaf de eerste dag van ons leven om de wereld om ons heen te snappen en om te kunnen gaan met veranderingen en verschil. Kennis, vakmanschap en vaardigheden zijn de basis om mee te kunnen doen in de samenleving en je eigen talenten volop te kunnen benutten. Voor die basis zijn niet alleen de vaardigheden belangrijk. Het draait ook om mensen, als eerste om leraren, maar ook om schooldirecteuren, om ondersteunend personeel, om ouders en natuurlijk om de jongste generatie. We zetten ons met z'n allen ervoor in dat de jongste generatie het beter heeft dan wijzelf. Juist dat staat onder druk. Leren begint bij de basis en juist daar heeft het CDA veel zorgen over, want het staat er slecht voor met de basisvaardigheden. De laatste PISA-scores zijn gepresenteerd en die gaven een onthutsend beeld. Hieruit bleek dat de onderwijsprestaties alleen maar verder verslechterd zijn. Een op de drie Nederlandse scholieren — een op de drie — is inmiddels functioneel ongeletterd. Nederland presteert

Tweede Kamer

Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024

Voorzitter. Opvoeden en onderwijs beschouwen wij als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van ouders en school. Dat is niet eens zo gek, want ouderbetrokkenheid blijkt volgens verschillende onderzoeken zowel direct als indirect alsook op de lange termijn de schoolse ontwikkeling van kinderen positief te beïnvloeden. Zo blijkt dat ouderbetrokkenheid zorgt voor lagere doublurecijfers, minder schooluitval, hogere onderwijsrendementscijfers en meer deelname aan vervolgonderwijs. In de basisschoolleeftijd is het effect van ouderbetrokkenheid op de ontwikkeling van kinderen zelfs groter dan het effect dat wordt veroorzaakt door het verschil in kwaliteit van scholen. Ook blijkt dat ouderbetrokkenheid bijdraagt aan een positievere houding van kinderen richting andere kinderen en richting volwassenen. Het zorgt er dus voor dat er een gedeeld normen- en waardenkader is van morele, sociale en maatschappelijke ontwikkeling, voor burgerschap dus. Dat ouderbetrokkenheid ertoe doet voor de prestaties, de sociale vaardigheden en het welbevinden van kinderen staat dus vast. Voorzitter. Het CDA zal daarom samen met de SGP met een paar amendementen komen die dit gaan verankeren. We vinden het belangrijk dat de band tussen het onderwijs en de ouders versterkt wordt. Als eerste willen we middelen beschikbaar stellen om een parent-teacher association op te richten.

Ik beloof dat dit de enige keer is dat ik iets in het Engels zeg. In de PTA staat het gemeenschappelijke belang van ouders, leerkrachten, directeuren en bestuurders centraal, namelijk het kind. Dit plan zorgt ervoor dat er een concentratie van belangenbehartiging plaats gaat vinden en het kind weer centraal komt te staan. Gezien het belang van goede ouderbetrokkenheid willen we ten tweede middelen beschikbaar stellen om de ouderbetrokkenheid op regionaal en lokaal niveau te versterken. Het derde voorstel is een cliffhanger. De voorzitter: Ah, want u wilt eerst de interruptie van de heer Paternotte beantwoorden. Ik geef hem het woord. De heer Paternotte (D66): Ja, ik hoorde iets in het Engels. Ouderbetrokkenheid is ongelofelijk belangrijk en kan natuurlijk het verschil maken. Je wilt natuurlijk nooit dat we het beeld van de Luizenmoeder in het echt zouden zien. Dit is een beetje waar ik aan

16 januari 2024 TK 29

29-15-21

het begin van mijn termijn op doelde. We bedenken zoiets vanuit de politiek. De ouderbelangen zijn vertegenwoordigd via Ouders & Onderwijs, Balans, de oudervereniging van ouders met kinderen met leer- en gedragsproblemen — mijn moeder heeft daar twintig jaar bij gezeten — Voor Werkende Ouders, de Reformatorische Oudervereniging enzovoorts. Voor leraren hebben wij de AOb en de CNV. We hebben dertien vakverenigingen die weer verenigd zijn in de FNV, in de FvOv. Voor leerlingen hebben we LAKS en LBVSO. Daarnaast hebben we nog de PO-Raad, de VO-raad, GO-raad, de Sectorraad Praktijkonderwijs, VOS/ABB, Verus, AVS, Velon, Voion en Kennisnet. En deze clubs komen dan weer samen in de Stichting van het Onderwijs. Wat maakt nou dat de heer Krul denkt dat we in het onderwijs echt nog een extra organisatie nodig hebben? Of zouden we eigenlijk moeten zeggen: we zien deze opdracht — die zie ik ook — en we vragen de minister om met de bestaande organisaties in gesprek te gaan over hoe we het kunnen versterken? De heer Krul (CDA): Wij pleiten niet zozeer voor een nieuw informeel overlegorgaan of een nieuwe belangenbehartigingsclub. We stellen twee dingen voor. Allereerst willen we concrete middelen, echt gewoon middelen, om ervoor te zorgen dat de basisvaardigheden juist in die samenwerking verbeterd worden, zodat het kind daar ook iets aan heeft.

Ten tweede zie je wel dat er, ondanks die hele prachtige opsomming van de heer Paternotte, een verankering mist, die er in zo'n PTA wel kan zijn. We hebben ongelofelijk veel clubs die met ontzettend goeie dingen bezig zijn, maar er mist wat ons betreft een gremium, in dit geval zo'n PTA, waarin je die samenwerking ook echt vastlegt met de nodige middelen. Op die manier kun je een positieve bijdrage leveren aan de ontwikkeling van het kind. Dat is wel gebleken. De heer Paternotte (D66): Dan zeg je eigenlijk: heel veel organisaties doen op zich heel goede dingen, maar er mist ergens nog iets en dus zetten we er nog een organisatie naast. Is dat in het hoofd van de heer Krul gebaseerd op de duidelijke roep van scholen en ouders dat zij dit nodig hebben en willen? Want die roep heb ik zelf nog nooit gehoord. De heer Krul (CDA): Ja, we hebben die signalen wel degelijk gehoord. We zien ook de cijfers en het onderzoek dat erop wijst dat verankerde ouderbetrokkenheid leidt tot betere resultaten en een hogere kwaliteit van onderwijs. Daar zien wij dus echt een kans. Over de precieze vorm kunnen we doorpraten. Wij zien hier echt een meerwaarde in, maar als D66 er ook goede ideeën over heeft, kunnen we er de komende tijd misschien nog even over doorbabbelen.

Het gaat er wat ons betreft om dat we een wezenlijke stap zetten in het verankeren van het ouderbelang, niet gericht op meer Luizenmoederpraktijken, maar op het verbeteren van de kwaliteit van onderwijs, en uiteindelijk dus ook op het verbeteren van de positie van het kind. De heer De Kort (VVD): De heer Krul geeft in antwoord op de heer Paternotte aan dat het gaat om concrete middelen. Ik vraag me dan het volgende af. We hebben de voorstellen al kunnen lezen. De

Tweede Kamer

Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024

dekking is me niet helemaal duidelijk. Hoe dekt u deze concrete middelen? De heer Krul (CDA): Wij hebben de begroting van OCW bestudeerd. Daarin wordt aangegeven dat er van pak 'm beet 15 miljard 0,1% onbestede ruimte is. Die willen wij hiervoor inzetten. Daar hebben we ook een vraag over uitstaan. Donderdag willen we er heel graag over in gesprek met de minister, omdat we het niet konden terugvinden in de regels, maar in de begrotingstabellen staat wel degelijk dat ongeveer 0,1% van die 15 miljard onbesteed is. Dat is wat ons betreft de dekkingsgrond. We gaan ervan uit dat het ministerie ons erbij kan helpen om die in de regels terug te vinden, maar dat is in ieder geval de gedachte die wij hebben. De voorzitter: De heer Krul vervolgt zijn betoog. De heer Krul (CDA): Om geconcentreerd te kunnen leren, is het nodig dat kinderen voldoende eten. Niemand zal het ontkennen. De heer Paternotte had het al over fitte scholieren. In het basisonderwijs maken steeds meer scholen gebruik van het continurooster. Voor veel ouders en leerkrachten is het een uitkomst, maar voor velen ook een crime. Kinderen hebben heel weinig tijd voor de lunch. De broodtrommels komen vaak nog gevuld met bammetjes weer terug naar huis. Hoe kan dit nou? Het komt door een gebrek aan tijd. Er is maximaal vijftien minuten om te lunchen.

Om die toch als lestijd te kunnen wegschrijven, kiezen heel veel basisscholen ervoor om een televisie aan te zetten en een filmpje af te draaien. Vertel mij één ding over heel jonge kinderen voor een televisie zetten: dat bammetje is niet op binnen vijftien minuten. Het is niet goed voor het kind, maar ook niet goed voor de leraar, die al zo ontzettend weinig pauze heeft en wordt begraven in het administratieve moeras waarover de heer Soepboer het ook al had. We hebben nog twee korte punten, voorzitter. Allereerst. Scholen in kleine dorpen en rond kernen zijn cruciaal voor de leefbaarheid van onze regio's, want elke regio telt. Jonge mensen moeten zich kunnen ontplooien waar ze zich thuis voelen. Mede doordat wij in Nederland geen normen hanteren voor de maximale reisafstand voor scholieren, verdwijnen kleine scholen steeds vaker en sneller. Het is tijd om deze tendens te stoppen en met een stevig plan te komen voor hoe onderwijs in de regio's dicht bij huis kan worden versterkt, zodat er voor alle kinderen dicht bij huis onderwijs is. Tot slot. De talen Frans en Duits zitten in een negatieve spiraal van minder examenleerlingen en minder docenten. Het gevaar bestaat dat deze vakken überhaupt verdwijnen als schoolvakken. Dit zal ertoe leiden dat toekomstige generaties de talen van onze buurlanden helemaal niet meer machtig zijn.

Met name in grensregio's is dit een groot probleem, want daar hebben deze talen een economisch, cultureel en maatschappelijk belang. Met een amendement stellen we middelen beschikbaar om scholieren enthousiast te maken voor Duits en/of Frans. Ik ging bijna afronden, maar ...

16 januari 2024 TK 29

29-15-22

De voorzitter: U mag afronden en dan komt er nog een interruptie. De heer Krul (CDA): Voorzitter. Ik rond af. Het CDA pleit en strijdt voor een samenleving waarin de randvoorwaarden geschapen zijn waarmee alle kinderen hun talenten kunnen ontdekken en ontplooien. Ik zal mij er de komende jaren als nieuwe woordvoerder OCW keihard voor inzetten dat iedereen een kans heeft op passend onderwijs en dat het niet uitmaakt waar je vandaan komt, in letterlijke en figuurlijke zin. Dank u wel. De voorzitter: Dank voor uw betoog. Een interruptie van de heer Stultiens. De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA): Helemaal in het begin was er een debatje over het plan van mevrouw Westerveld ten bedrage van 1 miljoen en over de dekking ervan. Tegelijkertijd zie ik in de plannen van het CDA een bezuiniging van 1 miljard op onderwijs, dus 1.000 miljoen. Ik vraag mij af hoe de angst om die 1 miljoen weg te halen zich verhoudt tot het weghalen van die 1 miljard bij onderwijs, zoals in het verkiezingsprogramma van het CDA staat. Ik hoor dat namelijk helemaal niet terug in uw inbreng. De heer Krul (CDA): Daar moet ik even over nadenken. Ik neem aan dat u doelt op de doorrekening van ons programma waarin we een reeks maatregelen voorstellen die vooral de kwaliteit van het onderwijs ten goede komen. Wij hebben, zeg ik nu uit mijn hoofd, ook de keuze gemaakt om een deel uit het wetenschapsfonds te schrappen.

Dat is een keuze, net als ik de keuze van het GroenLinks-PvdA respecteer als zij zegt: wij vinden die maatschappelijke diensttijd wat minder belangrijk en kiezen er dus voor om de groeikansen daarvoor iets in te perken omdat wij iets anders ook heel belangrijk vinden. Ik voelde niet direct de noodzaak om ons verkiezingsprogramma in de paar minuten die wij hier als kleinere fractie aan spreektijd hebben, uit de doeken te doen. Ik hoop dat de heer Stultiens dat begrijpt. De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA): Dat begrijp ik. Volgens mij is de conclusie wel duidelijk dat het CDA nog steeds vindt dat er elk jaar 1 miljard weggehaald moet worden uit de OCW-begroting. De heer Krul (CDA): Deze vergelijking gaat dan een beetje mank. We zijn hier geen verkiezingsdebatten aan het doen. We behandelen de begroting van OCW zoals die nu voorligt. Ik ben ook heel benieuwd of alle voorstellen uit het GroenLinks-PvdA-programma hier ook zullen voorliggen in de vorm van moties of amendementen. Want dat is eigenlijk een beetje de lijn die nu voorgesteld wordt: alles wat in je verkiezingsprogramma staat, moet je bij een begrotingsbehandeling blijkbaar dus indienen, als ik de heer Stultiens goed begrijp. Maar zo is het natuurlijk niet. We behandelen de begroting die nu voorligt. We denken dat die beter kan en we hebben

Tweede Kamer

Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024

daar een paar voorstellen voor middels amendementen en moties. We hopen daarbij natuurlijk op brede steun, maar we begrijpen ook dat alle partijen hun eigen politieke afweging maken. De voorzitter: Nogmaals dank voor uw inbreng. Dan zijn we toe aan de achtste en laatste maidenspeech en die zal worden gehouden door mevrouw Van Zanten namens de BoerBurgerBeweging. Ook haar wens ik succes. Mevrouw Van Zanten (BBB): Voorzitter, aanwezigen in de zaal, mensen op de publieke tribune en in het bijzonder iedereen die werkt in het onderwijs. Allereerst wil ik de kiezers bedanken voor het vertrouwen dat ze hebben gesteld in de BBB. Ik vind het bijzonder eervol dat ik hen mag vertegenwoordigen in het hart van de democratie. Onderwijs staat net als opvoeding aan de basis van elk leven en levert een essentiële bijdrage aan ieders ontwikkeling en de kans op succesvolle deelname aan de maatschappij. Daarom moet onderwijs in Nederland beschikbaar zijn voor iedereen en moet die hoogstaand van kwaliteit zijn, ongeacht het opleidingsniveau of de plek waar iemand woont. Ikzelf zat op de kleuterschool en de lagere school in het Zuid-Hollandse dorp Hazerswoude-Rijndijk. De dorpsschool is sinds 2015 ter ziele, las ik onlangs online, wegens een tekort aan leerlingen. Ik bewaar goede herinneringen aan deze tijd toen ik met zo'n 35 andere kinderen in de klas zat.

Ondanks de chaos die 36 kinderen bij elkaar veroorzaken, was er wel respect en zelfs ontzag voor leerkrachten en dus ook stilte en aandacht als het moest. Ik mocht destijds een kleuterklas overslaan en kreeg als eerste van de klas een vulpen omdat ik het netste kon schrijven. Ik verslond boeken van Thea Beckman, Jan Terlouw en Evert Hartman. Op mijn 11de ging ik naar het voortgezet onderwijs. Dat verliep iets minder voorspoedig. Ook mijn studie Media en Cultuur aan de UvA duurde iets langer dan gepland. Mijn focus was niet altijd even scherp, vooral bij saaie onderwerpen. Ik was ook wat druk en chaotisch, zoals mijn omgeving wel weet. Een lang verhaal kort: ADHD, zo bleek later. Het goede nieuws: ook met ADHD kun je Kamerlid worden. Ik vermoed overigens dat meer mensen in de politiek hetzelfde probleem hebben — althans, probleem, het kan ook een hele mooie toevoeging zijn — en ook in de journalistiek, mijn vroegere vakgebied. Voorzitter. Hiermee probeer ik maar te zeggen dat heel veel kinderen, jongeren en volwassenen niet in het reguliere hokje passen, ook al lijkt dat van de buitenkant wel zo. Daarom is het zo belangrijk dat er goede, opmerkzame leerkrachten voor de klas staan en dat er ruimte is voor maatwerk om talenten van kinderen en jongeren ten volle te benutten.

Zo sprak ik enkele weken geleden hier in Nieuwspoort een jonge vrouw die mij vertelde dat ze vroeger op het atheneum zat maar door psychische klachten en andere problemen naar het speciaal onderwijs moest, maar dat het enige onderwijs dat werd aangeboden vmbokader was. Dus door een gebrek aan uitdaging en begeleiding kwam ze thuis te zitten. Vandaag de dag zitten ruim 20.000 kinderen thuis. Dat zijn kinderen die wel naar school willen, maar voor wie er geen geschikte plek is. Wat kan en gaat de minister doen om ervoor te zorgen dat deze kinderen zo snel mogelijk weer naar school kunnen?

16 januari 2024 TK 29

29-15-23

Voorzitter. BBB wil beter passend onderwijs, of het nu gaat om kinderen met een leerachterstand, een beperking, een stoornis of gedragsproblemen, of om hoogbegaafde kinderen, en of dit nu op een speciaal voor het doel uitgeruste school is of op een reguliere school. Voorzitter. Ik wil ook kort stilstaan bij een groot probleem rond het leerlingenvervoer. Wij willen strengere eisen aan de uitbesteding van leerlingenvervoer, om malafide vervoerders tegen te gaan. Ziet de minister dit ook zitten? Zo ja, wat is volgens de minister de beste manier om dit tegen te gaan? Voorzitter. Voor BBB is het absoluut prioriteit dat jongeren beschikken over goede lees-, taal- en rekenvaardigheid. Echter, we zien de basisvaardigheden hard achteruitgaan, bijvoorbeeld in het PISA-2022-onderzoek. Wat zou helpen, is structureel meer geld én een stop op de zogenaamde subsidieconfetti. Hierdoor wordt tegelijkertijd de administratieve last voor scholen verminderd. Is de minister dit met de BBB eens? Daarnaast vindt BBB het erg belangrijk dat jongeren adequate kennis hebben van de Nederlandse cultuur en geschiedenis, en van ingrijpende gebeurtenissen in de wereld, zoals de Tweede Wereldoorlog. Het is onbestaanbaar dat ongeveer een op de vier jongeren in ons land denkt dat de Holocaust een mythe is, of dat het aantal vermoorde joden schromelijk wordt overdreven. Voorzitter.

BBB ziet nergens in de begroting aandacht voor praktische vaardigheden. BBB kiest ervoor om in het eerste jaar van de middelbare school praktische vaardigheden aan te leren. Ik heb het over vaardigheden die nodig zijn voor ons dagelijks leven. Dit kan variëren van huishoudelijke taken tot financieel beheer en zelfzorg. Zou de minister dit willen opnemen in het curriculum? Voorzitter. De BBB ziet een toename van online pesten en cybercriminaliteit, zoals het hacken van e-mailaccounts, grooming, online stalking en doxing. Hierom willen wij op alle onderwijsniveaus, te beginnen in het basisonderwijs, voorlichting over de digitale samenleving voor zowel docenten als leerlingen. Zou de minister dit willen faciliteren? Voorzitter. Als het aan BBB ligt, wordt thuisnabij onderwijs de norm. Het openhouden van scholen in de regio krijgt prioriteit, met name basisscholen in de kleinere kernen, zoals de Driessenschool in Grootschermer. Hierbij steunt het Rijk de gemeente zowel financieel als anderszins. Immers, zonder basisvoorzieningen lopen de dorpen en het platteland nog verder leeg. Kan de minister een beeld schetsen van de impact op een gemeenschap als zo'n dorpsschool sluit? En hoe kijkt de minister aan tegen een krimpcheck bij het voornemen een school te sluiten?

Voorzitter. Het is meer dan zorgwekkend dat de oorlog tussen Israël en Hamas zorgt voor groeiende Jodenhaat op sommige onderwijsinstellingen in ons land. Joodse leerlingen durven niet meer uit te komen voor hun Joodse identiteit, want ze voelen zich bedreigd. Enkele Joodse studenten hebben hierdoor zelfs besloten te stoppen met hun studie. Het is onbegrijpelijk en onacceptabel dat er door onderwijsinstellingen nauwelijks iets wordt gedaan om het oplaaiende antisemitisme een halt toe te roepen. Daarom wil ik de minister vragen in hoeverre hij bereid is om maatregelen te nemen en een veilige omgeving te creëren voor alle scholieren en studenten. Voorzitter. BBB benadrukt dat het belangrijk is om de toegankelijkheid van het Nederlandse onderwijs voor Nederlandse studenten te waarborgen. Om dit te realiseren, is het noodzakelijk om de instroom van studenten uit het buitenland te beperken. We zien dit als een belangrijk aspect van goed migratiebeleid. Kan de minister laten weten wat de stand van zaken is omtrent zijn genomen maatregelen? Voorzitter. Jongeren ervaren tegenwoordig een enorme druk op school door verschillende factoren, zoals prestatiedruk, de focus op hoge opleidingsniveaus, schoonheidsidealen en de impact van sociale media. Deze combinatie legt een enorme last op hun schouders.

De maatschappij legt heel veel nadruk op succes en prestatie, waardoor jongeren het gevoel hebben continu te moeten voldoen aan hoge verwachtingen. Hoe is de samenwerking tussen VWS en OCW op dit onderwerp? Wordt er op dit moment gewerkt aan een gezamenlijke aanpak voor op scholen? Voorzitter. In regio's zoals de Achterhoek, Twente en de Zaanstreek voelen mensen zich verbonden met hun culturele identiteit. Traditionele evenementen als carbidschieten en carnaval dragen bij aan sociale verbinding en gemeenschapszin. BBB pleit voor meer transparantie, betere toegankelijkheid van cultuursubsidies, evenredige verdeling over Nederland en speciale regelingen voor kleine organisaties. Giftenaftrek moet gelijk worden getrokken, zodat sociale structuren en verenigingen niet langer worden achtergesteld ten opzichte van elitaire kunstvormen. BBB vindt dat cultuur in zichzelf van waarde is, en niet via beleid politiek gemaakt moet worden, zoals nu gebeurt via opgelegde inclusie- en diversiteitspolitiek. Hoe kijkt de minister aan tegen het eerlijker verdelen van de cultuursubsidies in de regio? Voorzitter, tot slot. BBB vindt 1 miljard euro voor kansengelijkheid aan de forse kant, vooral in tijden waarin het onderwijs onder druk staat door het lerarentekort en een derde van de 15-jarigen functioneel analfabeet is.

Laten we een deel van dit miljard steken in de kwaliteit van het onderwijs en ervoor zorgen dat er straks geen 15-jarige analfabeten meer zijn. Ik dank u wel.

Voorzitter. Dan het lerarentekort. BBB ziet dat er binnen de G5 31 miljoen euro wordt besteed aan het bestrijden van het lerarentekort. BBB wil dat onderwijsassistenten deelopleidingen kunnen volgen op de pabo, met verkrijging van een certificaat. Zo kunnen zij op vakniveau lesgeven in het primair onderwijs. Kijkt de minister hier positief tegen aan? Zo ja, zou dit dan de G5 kunnen ontlasten?

De voorzitter: Dank u wel. (Geroffel op de bankjes) De voorzitter:

Tweede Kamer

Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024

16 januari 2024 TK 29

29-15-24

Van harte gefeliciteerd met uw maidenspeech. Ook u nodig ik uit om hier voor mij te gaan staan. Mevrouw Van der Plas komt er al aan met de bloemen. We zijn even geschorst. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. De voorzitter: We gaan door met de behandeling van de begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. We zijn toe aan de tweede spreker namens de BoerBurgerBeweging. Dat is mevrouw Keijzer. Zij gaat niet haar maidenspeech houden, want dat is al een tijdje geleden, maar zij krijgt wel het woord. Gaat uw gang. Mevrouw Keijzer (BBB): Dank u wel, voorzitter. "Media" is natuurlijk meer dan alleen de publieke omroep, maar vanwege het rapport van de commissie-Van Geel en de beperkte spreektijd ga ik mij vandaag daartoe beperken. Er gaat inmiddels een aanzienlijke hoeveelheid geld naar de NPO. Het totale geactualiseerde budget is 1,2 miljard euro, de Ster-inkomsten worden geraamd op 181 miljoen en in de algemene reserve zit ongeveer 200 miljoen aan geld. Dat is best veel. De vraag is vervolgens wat je ervoor krijgt en hoe dat wordt gewaardeerd. Bij het rapport van de commissie-Van Geel zat een onderzoek naar kijk- en luistergedrag. Daar komt wat de BBB betreft geen rooskleurig beeld uit. In de top 3 van radiozenders komt niet één publieke radiozender voor. De top 3 zijn namelijk 538, Qmusic en Sky Radio. Voor tv is het beter.

NPO 1 is het meest bekeken, maar daarnaast staan in de top 3 RTL 4 en SBS6. 27% van de Nederlanders maakt dagelijks gebruik van de tv-zenders van de NPO, een derde nooit. 18% luistert dagelijks naar de radiozenders van de NPO, de helft nooit. De commissie-Van Geel stelt drie voorwaarden aan de functie van de publieke omroep, namelijk eigenheid, herkenbaarheid en een inhoudelijke grondslag, ten tweede een maatschappelijke worteling die samenhangt met de identiteit van de omroep, en ten derde verantwoordelijkheid voor het publieke bestel en het leveren van kwalitatief hoogstaande producten. De commissie-Van Geel komt tot de conclusie dat meer omroepen niet de weg zijn en kiest voor een verdere integratie — lees: fusie — tot zes omroepen. Ik houd mijn hart een beetje vast voor de strijd die zal losbarsten op het Media Park. Wat resteert er dan nog van de oorspronkelijke bedoeling van het stelsel dat ooit aansloot bij een verzuilde samenleving en daardoor een vanzelfsprekende eigenheid, herkenbaarheid en worteling had? De BBB is van mening dat de NPO met dit voorstel van de commissie nog verder komt af te staan van het evenwicht dat er volgens het huidige bestel zou moeten zijn tussen de collectiviteit, de wettelijke mediaopdracht en de eigenheid via de missies van verenigingen.

En ja, er worden mooie programma's gemaakt, maar wij zijn vaak het spoor bijster bij het vaststellen welk programma bij welke omroep hoort, en zien dezelfde soort programma's bij de commerciëlen. Voorzitter. Een ander punt dat ik vandaag nog aan wil raken, is de vraag die in het rapport van de commissie-Van Geel ook opgeworpen wordt, namelijk: wanneer is er nou sprake van een publieke taak die niet ingevuld kan worden door het bedrijfsleven en de commerciële omroepen? Dat oordeel heb je namelijk nodig om de bijdrage van de belastingbetaler te rechtvaardigen en de marktverstoring die daardoor

Tweede Kamer

Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024

optreedt te accepteren, om zo uiteindelijk te voorkomen dat je in staatssteundiscussies terechtkomt. Ook de concurrentie op de advertentiemarkt is een punt van zorg. Publieke omroepen en commerciële omroepen strijden om de reclamecenten. Zij moeten daarbij concurreren met streamingsdiensten zoals Netflix, die tientallen miljarden aan content kan uitgeven. Waarom heeft het kabinet gekozen voor meer ruimte voor de NPO om extra geld uit de advertentiemarkt te halen, en niet gewoon voor het handhaven van de lagere bijdrage van 24 miljoen? Voorzitter. Ik ga afronden. Dit kabinet is demissionair. Ik ga er dan ook van uit dat het kabinet niet komt met een beoordeling van het rapport van de commissie-Van Geel, waarmee het de lijnen uit zou zetten naar de toekomst. Klopt dat? Wel vraag ik de staatssecretaris te reflecteren op de advertentiemarkt. Door de streamingsdiensten en andere onlinecontent is die kleiner aan het worden. Dat heeft dus effect op het Nederlandse medialandschap in den brede, en dus breder dan alleen dit onderdeel. Is daarover nagedacht? Voorzitter. De BBB heeft een voorkeur voor een NPO die zich meer moet gaan toeleggen op onafhankelijk nieuws en mooie culturele programma's, waarbij er nadrukkelijk aandacht moet zijn voor regionaal nieuws en regionale cultuur. Maar dat is voor later. Dank u. De voorzitter: Dank voor uw inbreng.

Er is een interruptie voor u van mevrouw Westerveld. Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA): Ik kan me voorstellen dat veel mensen op het Media Park, maar ik eigenlijk ook, wat bezorgd zijn over toekomst van de NPO en de onafhankelijke pers in het algemeen. We hebben hier namelijk van vier partijen, die alle vier aan de onderhandelingstafel zitten, een heel verschillend verhaal gehoord over de toekomst van de NPO. Ik wil mevrouw Keijzer vragen wat straks nou echt haar speerpunt gaat zijn aan die onderhandelingstafel. Want we horen hier een PVV met het oude riedeltje, we horen de VVD, die een aantal eerder gedane voorstellen uit de kast haalt, we horen in een hele mooie bijdrage dat NSC zich echt hard wil maken voor een sterke publieke omroep, en we horen van mevrouw Keijzer, van de BBB, dat we vooral de commissieVan Geel moeten gaan volgen. Volgens mij hoorde ik haar ook spreken over minder financiering voor de publieke omroep. Dus wat wordt het nou, zou ik haar willen vragen. Mevrouw Keijzer (BBB): Dan ben ik blijkbaar niet helemaal duidelijk geweest, want ik vraag me af of wat de commissie-Van Geel zegt nou de weg is.

Als jij tot de conclusie komt dat het nu niet werkt en dat die opdracht, die nu al gewoon in de Mediawet zit, niet volbracht wordt, en jouw oplossing daarvoor is het verder verwateren van die eigenheid en pluriformiteit door minder omroepen en dus het fuseren, dan vraag ik me of of je daarmee je doel bereikt. Wordt dan wel de opdracht volbracht die erin zit, waarbij de toekomstige omroepen

16 januari 2024 TK 29

29-15-25

wél divers, pluriform en in de samenleving geworteld zijn? Ik denk dat de analyse klopt, maar dat de oplossing de juiste niet is. Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA): Trekt mevrouw Keijzer dan niet zelf de verkeerde conclusie door aan te geven dat de top, waar mensen het meest naar kijken, vooral uit de commerciële zenders bestaat? Dat is nogal wiedes, zou ik denken, want commerciële zenders hebben over het algemeen veel meer ruimte om programma's te maken en hebben ook veel meer te investeren, terwijl de NPO met de bedragen die daarnaartoe gaan, de afgelopen jaren juist toch de hele tijd heeft moeten beknibbelen op van alles en nog wat. Mijn concrete vraag aan mevrouw Keijzer zou dus zijn: wat gaat straks aan de onderhandelingstafel nou echt de inzet van BBB worden om ook te zorgen dat mensen op het Media Park en elders wat meer rust krijgen? Staat zij voor een onafhankelijk, goed mediabestel met een solide financiering of is BBB van plan om daar van alles af te gaan halen? Mevrouw Keijzer (BBB): Volgens mij heeft u inmiddels de verschillende mensen die aan de formatietafel zitten, voorbij zien komen en varianten horen uiten van "daar kan ik niks over zeggen". Daar hoort u van mij dus ook vandaag niks over.

Ik ben geëindigd met zeggen dat er bij ons een voorkeur ligt voor een NPO die zich meer moet gaan toeleggen op onafhankelijke nieuwsberichtgeving en mooie culturele programma's met nadrukkelijke aandacht voor de regio. Dat is wat u van mij gehoord hebt. Dat is hoe wij hiernaar kijken. Ik heb dat zojuist onderbouwd door vanuit het rapport van de commissie-Van Geel aan te geven dat de flinke hoeveelheid geld die het inmiddels kost, niet leidt tot een doorslaand succes bij het Nederlandse kijkende en luisterende publiek. Ik schrok van de cijfers. Ik vond ze weinig positief. Dat is iets anders dan de vraag die u stelt over een van de pijlers van de Nederlandse democratie. Dat is namelijk zeer zeker de media. Absoluut. Die vormen een van de instituten die wij moeten koesteren in dit land, omdat die onderdeel zijn van het controleren van de macht. Maar alle Nederlandse kranten worden ook niet door de belastingbetaler van budget voorzien. Die zijn ook onderdeel van de onafhankelijke media. De NPO heeft nu een opdracht in de Mediawet. De commissie-Van Geel is daar kritisch op. Vandaar dat ze met een voorstel komt om het anders te gaan doen. Ik kan mij in die analyse vinden. Alleen snap ik de keuze die ze vervolgens maakt niet, namelijk om de eigenheid van de omroepverenigingen verder te laten verwateren door ze te fuseren. Dat is ook de keuze van de BBB niet.

De heer Paternotte (D66): Ik denk dat ik een groot deel kan volgen van wat mevrouw Keijzer zegt. Ik heb alleen nog twee dingen die ik niet helemaal kan plaatsen. Dat zijn de luistercijfers van de radio met drie zenders — ik luister er zelf ook vaak naar — die vooral muziek uitzenden en mensen naar een geluid laten raden, en van de commerciële televisie, die natuurlijk inderdaad ook een hoop kijkers trekt, maar dat natuurlijk wel met hele grote budgetten doet, zoals mevrouw Westerveld zei. Daarnaast zegt mevrouw Keijzer dat zij eigenlijk een publieke omroep wil die zich meer gaat richten op

Tweede Kamer

Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024

nieuws en cultuur. Daarbij denk ik: dat klinkt alsof zij een publieke omroep wil die minder doet. Klopt dat? Mevrouw Keijzer (BBB): Ja, dat klopt. Neem bijvoorbeeld de radiozenders die genoemd worden. Weet de heer Paternotte wat de eerste radiozender van de NPO is die het dichtst bij de eerste drie komt? De heer Paternotte (D66): Ik neem aan dat dat Radio 2 of 3 is. Mevrouw Keijzer (BBB): Ja, dat klopt. Dat is Radio 2. Dat geeft maar weer aan dat ook ... De heer Paternotte (D66): 66% kans, maar ja. Mevrouw Keijzer (BBB): Nou ja, misschien had meneer Paternotte gedacht dat het Radio 1 zou zijn, als nieuwszender. Maar dat is dus niet zo. Het is Radio 2, wat ook gewoon een radiozender is waar eigentijdse muziek op te horen is. Je kunt jezelf dus afvragen wat daarvan dan de meerwaarde is ten opzichte van de drie die ik net genoemd heb. Natuurlijk zijn er nu allemaal mensen die dit een belachelijke stelling vinden, "want het is allemaal echt heel anders". Daarover kan je dus van mening verschillen. In ieder geval kiest de Nederlandse bevolking, die via belastinggeld bijdraagt aan die zenders, dus voor een andere. Voorzitter. Dat is overigens niet de enige afweging die je hebt te maken. Vandaar dat ik ook zeg dat de NPO naar onze mening aan onafhankelijke nieuwsberichtgeving en culturele programma's zou moeten doen.

Dat betekent dus wel dat een aantal dingen daar wat de BBB betreft niet meer een plek in hoeven te vinden. De heer Paternotte (D66): Er zijn op Radio 2 natuurlijk ook best goed beluisterde nieuws- en actualiteitenprogramma's die nu waarschijnlijk denken: hé, dit staat op de helling. Dat is enigszins met een goede reden, want mevrouw Keijzer heeft de komende tijd natuurlijk een invloedrijke positie. Moet er ook een televisiezender af, NPO 3 bijvoorbeeld? Mevrouw Keijzer (BBB): Het jammere van de manier waarop de heer Paternotte deze discussie voert, is dat we dan meteen met elkaar beginnen te schrappen. Het zou heel interessant zijn om van de fractie van D66 te horen hoe die kijkt naar het rapport van de commissie-Van Geel. Daarin wordt toch een flinke analyse neergelegd, niet alleen over de mate waarin mensen kijken en luisteren naar producten van de NPO, maar ook wat betreft de opdracht in de Mediawet. Als je dat leest in het rapport — ik neem aan dat de heer Paternotte dat gedaan heeft — zie je vervolgens dat de commissie-Van Geel tot de conclusie komt dat die opdracht in de Mediawet, die pluriformiteit, een breed publiek informeren en worte-

16 januari 2024 TK 29

29-15-26

ling hebben in de verschillende achterbannen van die omroepen, blijkbaar niet goed genoeg is. Daarom adviseert de commissie-Van Geel om te fuseren. Daar zouden wij het met elkaar over moeten hebben in plaats van het nu heel plat te maken, zo van: nou, dan moet die of die zender — Radio 2 of NPO 3, in de woorden van de heer Paternotte — verdwijnen. Op zo'n manier moeten we het niet doen. We moeten kijken welke opdracht je ze meegeeft. Vervolgens heeft dat consequenties voor de concessie. Die discussie gaan we nog uitgebreid met elkaar voeren. De heer Paternotte (D66): Volgens mij ben ik niet over Radio 2 begonnen en ook niet over een kleinere publieke omroep. Ik probeer te begrijpen wat mevrouw Keijzer zegt. We gaan hier het debat over voeren bij het volgende commissiedebat Media. Dat zal mijn collega Sneller dan ook doen, zeker ook op basis van het rapport. Met een aantal dingen die mevrouw Keijzer zegt, ben ik het eens. Maar ik probeer het gewoon te begrijpen. Als mevrouw Keijzer zegt "ik wil een publieke omroep die zich toelegt op nieuws en cultuur", vraag ik: is dat een kleinere omroep? Dan is het antwoord: ja. Dan probeer ik te begrijpen wat dat betekent. Mevrouw Keijzer (BBB): Dat is waarschijnlijk een kleinere omroep. Maar je kunt nu nog niet zeggen welke er dan vanaf kunnen, zoals de heer Paternotte zegt. Ik vind dat veel te plat.

Ik ben mij er zeer van bewust dat achter al die omroepverenigingen heel veel mensen werken, overigens ook heel veel mensen in zzpconstructies. Voor hen zijn de consequenties nog groter. Ik vind het veel te makkelijk om er op deze manier over te praten. Maar als wij het hebben over de begroting van OCW, vind ik het wel goed om het ook over het medialandschap te hebben. Ik heb mijn bijdrage weliswaar toegespitst op de NPO, maar ik heb in mijn afsluiting ook gesproken over het brede medialandschap en de teruglopende reclameopbrengsten. De pot wordt steeds kleiner vanwege internationale streamingdiensten. Wat betekent dat nou voor de toekomst van de media? Daarover moeten wij het met elkaar hebben. Vandaar mijn vraag over de 24 miljoen. Het is niet heel veel op 1 miljard, maar ja, wie het kleine niet eert, is het grote ook wel weer niet weerd; zo is het ook weer. Dat was dan niet in het Fries, maar een beetje verhaspeld Volendams. En ik weet dat dat geen taal is. Dank u wel. De voorzitter: Dank voor uw inbreng. De heer Ceder gaat het woord voeren, en dat doet hij namens de ChristenUnie. De heer Ceder (ChristenUnie): Voorzitter. Je schoolperiode is de meest vormende periode in je leven. Het is dé voorbereiding voor iedere persoon om zijn of haar weg te vinden in deze samenleving.

Het is een tijd waarin je je identiteit vindt, je je karakter vormt en waarin je actief de wereld ontmoet. Ik ben dan ook dankbaar voor mijn eigen leraren, zoals meester Auke op de school De Brink en mevrouw Oosterwijk op het St. Nicolaaslyceum. Die deden zo veel meer dan alleen lesstof overdragen. Zij gaven betekenis aan de werkelijkheid en leerden mij om zelf na te denken en om te staan in deze wereld. Die ruimte

Tweede Kamer

Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024

is trouwens mede te danken aan de grondwettelijke onderwijsvrijheid in ons land. Voorzitter. Juist deze vormende periode staat enorm onder druk. Want niet elk jong persoon wordt momenteel recht gedaan in dit land. Denk aan het enorme lerarentekort waar we nog steeds geen oplossing voor hebben en waar schoolgaande jongeren de dupe van zijn. Denk aan de onderwaardering van het mbo: onze jongeren met gouden handen, die niet altijd de waardering krijgen die ze verdienen. Maar denk ook aan het mentale welzijn van zo veel studenten die gebukt gaan onder stress en angst om te falen, omdat deze samenleving ze inmiddels leert dat succes een keuze is en daarmee dat falen ook hun eigen schuld is. Het trieste feit dat suïcide de meest voorkomende doodsoorzaak is bij jongeren onder de 30, zorgt voor rillingen over mijn rug. Tegen al deze jongeren die meekijken en luisteren, wil ik zeggen: je bent waardevol, niet om wat je doet en wat je kan, niet vanwege wat er wel of niet lukt in je leven, maar simpelweg omdat je er bent. Omdat deze jongeren er zijn en omdat ze ook waardevol zijn, is het belangrijk dat wij hier in de Kamer, samen met al die hardwerkende leraren, betrokken ouders, conciërges, gemeenten, schoolbestuurders enzovoorts, ervoor zorgen dat onze jongeren perspectief hebben.

We moeten zorgen dat ze weten dat ze er mogen zijn en dat er een overheid en een samenleving is die om hen heen staat. Voorzitter. Een van de manieren waarop we dat kunnen doen is door middel van deze onderwijsbegroting. Daarom wil ik een aantal thema's belichten. Ik begin met mentaal welzijn. Het is mooi dat onderwijskoepels en studentenorganisaties samen hebben gewerkt aan een kader voor een integrale aanpak studentenwelzijn, die momenteel wordt uitgevoerd. Ik lees over diverse thema's en maatregelen. Uit onderzoek blijkt echter ook dat mentaal welzijn sterk samenhangt met de vraag of iemand zijn of haar leven als zinvol ervaart en of iemand betekenis vindt. Vindt de minister dat dit voldoende aan bod komt bij de aanpak van het studentenwelzijn? Kan de minister benoemen op welke manieren dit thema binnen het hoger onderwijs aan de orde komt? Ten tweede. Ik maak me veel zorgen over het toenemende antisemitisme van de afgelopen maanden in het onderwijs, van het basisonderwijs tot het hoger onderwijs. Leerlingen en studenten in dit land voelen zich niet veilig. Vorige week waren er bijvoorbeeld op scholen zelfs twee incidenten met fysiek geweld, waarbij Joodse leerlingen werden omsingeld door 40 tot 50 jongeren. Voor mij, en ik neem aan voor de hele Kamer, staat als een paal boven water dat de school voor elke leerling of student een veilige omgeving moet zijn.

Ik heb hierover een aantal vragen. Schoolbesturen geven aan dat ze behoefte hebben aan concrete richtlijnen en protocollen om effectief om te kunnen gaan met antisemitische incidenten. Dat moet een concreet stappenplan zijn waarin staat welke acties moeten worden ondernomen als er een incident plaatsvindt. Is de minister bereid om met scholen, organisaties en andere experts te zorgen voor een dergelijke handreiking en om verder het gesprek te voeren over hoe Joodse leerlingen een veilige leeromgeving kan worden geboden? In hoeverre herkennen daarnaast vertrouwenspersonen in het hoger onderwijs antisemitisme? Herkennen ze hun rol in het opvangen en begeleiden

16 januari 2024 TK 29

29-15-27

van Joodse studenten en medewerkers die hiermee te maken hebben? Kan de minister hier misschien over in gesprek met onderwijsinstellingen, om vertrouwenspersonen hierbij te ondersteunen? Het CIDI heeft een meldpunt opgericht dat hulp biedt bij aangifte en andere vervolgstappen. Kan de minister scholen in gesprekken misschien ook stimuleren om dit meldpunt verder onder de aandacht van ouders van Joodse leerlingen te brengen?

namelijk om het geld te gebruiken om de eenmalige tegemoetkoming te verhogen. Is de minister bereid om deze optie verder uit te werken, met alle mitsen en maren? Daarbij zou ik graag concrete opties zien. Stel je voor dat we het geld tot bijvoorbeeld 2040 middels een kasschuif naar voren halen. Hoe hoog zou dan de tegemoetkoming zijn? Lukt het om daar nog voor de tweede termijn van het kabinet op terug te komen?

Dit toenemende antisemitisme laat ook zien hoe belangrijk het is dat leraren de ondersteuning hebben om gesprekken te kunnen voeren en in goede banen te kunnen leiden over gevoelige thema's als antisemitisme, racisme, homofobie of eenzaamheid. Je hebt organisaties zoals de Respect Foundation, die hierin goed werk doen. Voor dat gesprek moet ook de ruimte zijn. Op welke manieren kan de minister zich nog meer inzetten voor de ondersteuning van leraren en voor het vergroten van de weerbaarheid van leraren op dit punt?

Voorzitter. Ik rond af met nog één punt: de thuiszitters. Elke thuiszitter in het onderwijs is er een te veel. Een van de problemen die hen belemmert om deel te nemen aan het reguliere onderwijs is het feit dat leerlingen in het reguliere onderwijs geen vakcertificaten kunnen halen middels het staatsexamen. Is het in het kader van passend onderwijs, waarbij we juist zo veel mogelijk leerlingen in het reguliere onderwijs een plek willen geven, niet goed als het behalen van certificaten ook voor hen mogelijk is? Is de minister bereid om de wet- en regelgeving hierop aan te passen?

Voorzitter. Dan het onderwerp vakmanschap. De samenleving schreeuwt om technici, juist gezien alle uitdagingen waar wij nu voor staan. Dit kabinet heeft op het gebied van de praktijkgerichte havo al mooie stappen gezet. Er zijn een stuk meer aanvragen ingediend dan het geld dat ervoor beschikbaar is. Dat laat zien dat het onderwijsveld ermee verder wil. Laten we nu een nieuwe stap zetten, richting het wettelijk verankeren van een echte techniekhavo als onderwijsvorm. Daar is behoefte aan. Het Gilde Vakcollege Techniek in Gorinchem is hier al mee gestart. Brugklassers krijgen nu al tien uur techniekonderwijs per week. Vanaf de derde klas werken zij aan complexe opdrachten vanuit het bedrijfsleven. De wettelijke kaders hiervoor ontbreken echter. In Gorinchem lopen ze daartegenaan doordat een techniekhavoleerling evenveel kost als een vmbo-leerling met een techniekprofiel, terwijl de bekostiging niet toereikend is. Ook zijn de wettelijke vereisten voor het curriculum hierop niet ingericht. Dat is een onwenselijke situatie die jongeren geen recht doet. Is de minister daarom bereid om te verkennen hoe het goede werk dat al gebeurt wettelijk verankerd kan worden, waarbij aandacht is voor de financiering en het curriculum?

Voorzitter. Daar laat ik het bij. Dank u wel.

Als het om vakmanschap gaat, kijk ik nadrukkelijk ook naar het vmbo en het mbo. Is de minister bereid om te verkennen hoe we de administratieve lasten en daarmee ook de werkdruk voor mbo-docenten kunnen verlagen? Voor het basisonderwijs loopt er al een onderzoek door de Rekenkamer naar de administratieve lasten. Is de minister bereid om ook voor het mbo te onderzoeken waar de administratieve lasten vandaan komen en hoe die verminderd kunnen worden? Voorzitter. We zijn in Nederland gezegend met docenten die hart hebben voor hun vak. Hoe vaak komen docenten die soms al tientallen jaren voor de klas staan echter zelf bij bedrijven in hun werkveld? Zou het niet goed zijn als docenten soms ook even stage kunnen lopen, al is het maar één dag per halfjaar? Op welke manieren zou de minister dit eventueel kunnen stimuleren en hiervoor ruimte kunnen bieden? Voorzitter. Ik dank de minister voor de brief over de studieschuld, met opties voor rentemaatregelen voor studenten die onder het leenstelsel hebben gestudeerd. Bij de derde optie lezen we in een voetnoot over een niet-verkende optie,

Tweede Kamer

Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024

De voorzitter: Hartelijk dank voor uw inbreng. De volgende spreker is mevrouw Beckerman. Zij voert het woord namens de Socialistische Partij. Gaat uw gang. Mevrouw Beckerman (SP): Voorzitter, dank. Ook mijn felicitaties aan iedereen die zijn of haar maidenspeech heeft gehouden. Voorzitter. Ik wil beginnen met het boek De laatste lente van de dinosauriërs. Ik vind het echt een fantastisch boek. Het is heel populair. Het is geschreven door Melanie During. Zij ontdekte dat de dinosauriërs uitstierven in de lente. Ik wil het eigenlijk niet over dit boek hebben, maar over iets wat mij opviel aan het levensverhaal van Melanie. Zij kende als kind en puber veel tegenslagen. Er was een mooi moment in het verhaal dat zij vertelde. Zij woonde in een dorpje, Langedijk. Daar werd een nieuw fietspad aangelegd, waar van die schelpjes op werden gestort. Zij stopte een aantal van die schelpjes in haar zak. Daar zaten ook fossiele schelpjes tussen, maar dat wist zij op dat moment nog niet. Op een gegeven moment kwam ze bij de bibliotheek om een paar boeken te lenen. Ze probeerde uit haar jaszak haar bibliotheekpasje te halen. Op dat moment vielen de schelpjes die zij op dat fietspad had verzameld, uit haar zak. De mevrouw van de bibliotheek zag dat gebeuren en zei: wij hebben hier ook boeken over, natuurwetenschappelijke boeken. Ze wijst de jonge Melanie op dit soort boeken.

Op dat moment is er een fascinatie geboren en daar wil ik het over hebben, want dat is het moment waarop de mevrouw van de bibliotheek haar op een spoor zet dat misschien wel de rest van haar leven bepaalt. Dat is eigenlijk ook wat goed onderwijs is of zou moeten zijn: iets zien in kinderen wat ze zelf nog niet hebben kunnen zien. Werd het daarna makkelijk voor Melanie? Nou, absoluut niet. Melanie is de eerste in haar familie met überhaupt een diploma van de middelbare school. Ze stapelde vmbo, havo en vwo, kwam leraren tegen die tegen haar zeiden: jij kunt dit niet. Het is bewonderenswaardig hoe ze doorzette en uitgroeide tot, zoals ze nu genoemd wordt, de rockster van de paleontologie.

16 januari 2024 TK 29

29-15-28

Maar even terug naar dat moment. Is ons onderwijs nu zo ingericht dat we zorgen dat leerlingen datgene kunnen worden wat het best bij ze past, op welk niveau dan ook? Is ons onderwijs nu zo ingericht dat leraren leerlingen maximaal kunnen helpen om het beste uit zichzelf te halen? Het antwoord is, denk ik: nee. Een heel pijnlijk nee. Het is hier al vaak aangehaald: een op de drie 15-jarigen in Nederland is misschien wel onvoldoende geletterd, zo blijkt uit het internationale PISA-onderzoek naar de leesvaardigheid van middelbare scholieren. Deze groep kan niet goed genoeg lezen om mee te doen in onze samenleving. Maar ook de rekenkundige en wiskundige vaardigheden blijven verslechteren. Onze leerlingen zijn ook steeds minder goed in de natuurwetenschappen. Het lerarentekort is gigantisch: 9,4% in het hele land, 18% in de grote steden. Dat betekent dus dat een op de vijf kinderen in de grote steden geen bevoegde leraar voor de klas heeft. In sommige wijken loopt dit zelfs op tot meer dan 30%. Dit heeft grote gevolgen voor de onderwijskwaliteit én de ontwikkeling van kinderen. De kwaliteit staat zwaar onder druk. Voorzitter. Dit is natuurlijk geen natuurverschijnsel, maar mede het gevolg van politieke keuzes. De komende jaren moeten we wat de SP betreft daarom ook een heel fundamenteel debat gaan voeren over onderwijs, alle vormen van onderwijs.

Het debat begint wat de SP betreft bij de vraag: wie gaat er over onderwijs? Waarom houden we vast aan lumpsumfinanciering als dat ervoor zorgt dat niet leerlingen en leraren maar de begroting centraal staat? Voor deze manier van financieren is gekozen in een tijd waarin het marktdenken dominant was. De overheid plaatste zichzelf bewust op afstand. De overheid had nu bijna niks meer te zeggen en de democratische controle op het belastinggeld is buiten beeld. De gevolgen van dit stelsel zijn inmiddels duidelijk. De onderwijskwaliteit holt achteruit, de leerprestaties dalen in rap tempo en er ontstaat een enorme bureaucratie, die een groot gedeelte van de lumpsum opslokt. Er wordt bezuinigd op lerarensalarissen en miljarden aan onderwijsgeld komen niet terecht in het klaslokaal. Kortom, leraren en leerlingen zijn de dupe van een pervers financieringssysteem. Tegelijkertijd zien we dat er hele netwerken van commerciële organisaties opkomen, die een behoorlijk slaatje slaan uit deze situatie en zichzelf, vaak met publiek geld, weten te verrijken. Ondanks het lerarentekort zijn er heel veel goede leraren die vastzitten aan tijdelijke contracten en van baan naar baan gaan omdat scholen een flexibele schil willen. Voorzitter. Die lumpsumfinanciering zou zogenaamd scholen de vrijheid geven om te kiezen, maar de realiteit is een andere.

Ik wil wijzen op het fantastische onderzoek dat Investico deed, als we het ook hebben over het belang van goede journalistiek en goede onderzoeksjournalistiek. Investico bracht pijnlijk duidelijk in beeld wat het betekent voor het leesonderwijs. Zij stelden de vraag wie eigenlijk bepaalt wat leerlingen leren. Dat is een hele simpele en logische vraag. De onderwijsmarkt voor lespakketten is een markt zonder drempels, ontdekten zij. Scholen moeten zich verhouden tot een soort wirwar van bedrijven die telkens met nieuwe producten komen. Overheidsdiensten die scholen voorheen begeleidden bij het kiezen, zijn geprivatiseerd. Scholen die leesonderwijs willen op basis van de laatste wetenschappelijke inzichten, gaan verder zonder methode. Er is vandaag al een paar keer aan gerefereerd dat scholen gewoon zeggen: wij stoppen met de methodes die worden aangeboden en doen het zelf wel weer. Het is

Tweede Kamer

Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024

natuurlijk een hele pijnlijke realiteit dat dat nodig is en dat er dan wel goede resultaten worden behaald. Nog even terug naar het voorbeeld van Melanie During over het cruciale moment waarop iemand je wijst op iets wat de rest van je leven kan bepalen. Hoe gaan we ervoor zorgen dat leraren dat weer veel meer kunnen gaan doen? We vinden eigenlijk — dat is natuurlijk wel lastig in deze demissionaire periode — dat we daar in deze begroting nog te weinig van terugzien. Is het kabinet bereid om strakker te sturen op wat wel en niet werkt qua lesmethode? Wat gaat u effectief doen tegen het lerarentekort? Er zijn al veel voorstellen gedaan, waaronder het gratis maken van lerarenopleidingen. Hoe staat het met de plannen om commerciële bijles te weren en uitzendbureaus overbodig te maken? Hoe staat het met het verbieden van reclame hiervoor? Voorzitter. Cruciaal voor de kansengelijkheid is dat iedereen goed onderwijs kan volgen op alle niveaus. De SP heeft zich jarenlang ingezet om daarvoor te zorgen, van de strijd tegen de ouderbijdrage tot de strijd tegen het schuldenstelsel en alles ertussenin. Voor vandaag doe ik enkele voorstellen op dat gebied. Ik wil aansluiten bij het mooie betoog van mevrouw Westerveld over de ov-kaart voor praktijkscholen. Praktijkschoolleerlingen was beloofd dat ze in 2024 een ov-kaart zouden krijgen. Die hebben ze nodig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/594/documents/17398