Bijlage 7; Vragen tweede kamer.pdf
Tekst van het document
Ze lopen meerdere dagen per week stage. "Ik ga het regelen" zei minister Wiersma. Maar nu breekt het kabinet de belofte en krijgen duizenden leerlingen die kaart alsnog niet. Die leerlingen moeten we koesteren en steunen. Geef deze leerlingen een ov-kaart. Dat moeten we toch deze week kunnen regelen? Voorzitter. Ik wil ook mijn dank uitspreken aan alle leerlingen, leraren en schoolbestuurders die ons hier de afgelopen dagen over gemaild hebben en hun verhalen hebben gedeeld. Ik denk dat het heel goed is dat juist ook deze groep leerlingen de politiek weet te bereiken. Laten we vooral ook naar hen luisteren. Voorzitter. Wij zijn er trots op dat de initiatiefwet van Kwint en Westerveld is aangenomen, waardoor de regels over de vrijwillige ouderbijdrage zijn aangescherpt. Leerlingen mogen niet meer worden uitgesloten. Maar er is meer nodig. Nog steeds blijkt een klein deel van de scholen leerlingen wel uit te sluiten als de ouderbijdrage niet wordt betaald. Uit de schoolkostenmonitor blijkt ook dat er verschillen ontstaan tussen scholen met een meer en minder kapitaalkrachtige ouderpopulatie. De ene school kan nog wel naar Rome, bij de andere school wordt het een uitje in de buurt. Daarnaast zien we dat de ICT-kosten ervoor zorgen dat voor veel ouders de schoolkosten weer oplopen. Wat de SP betreft wordt het funderend onderwijs kosteloos.
Waarom schaffen we die hele ouderbijdrage niet in z'n geheel af? Voorzitter. Dan het leenstelsel. Dat is afgeschaft, terecht. De SP is er altijd fel tegenstander van geweest. Maar daarmee zijn de problemen natuurlijk nog niet voorbij. Het is een hard gelag voor de pechgeneratie. Zij zitten niet alleen opgezadeld met een schuld, maar ook de rente daarop stijgt hard. Er is sprake van een vervijfvoudiging. Vlak voor de verkiezingen was daar een stevig Kamerdebat over. Mijn partij heeft altijd gepleit voor forse compensatie voor de schuldengeneratie. Maar waar staan we nu wat betreft die
16 januari 2024 TK 29
29-15-29
rente? We zien nadelen aan alle uitwerkingen van het amendement-Omtzigt. Waarom kiezen we er niet alsnog voor om de rente op 0% te zetten? Voorzitter. Voor de nieuwe generatie is er nu een studiebeurs. Dat is terecht. Maar voor velen is die niet toereikend. Eenmalig kwam er een verhoging van de uitwonendenbeurs vanwege de gestegen kosten. In juli dreigt die beurs alweer lager te worden: € 164,30 eraf, terwijl studenten nog steeds tegen hoge kosten aanlopen. De SP zegt: verhoog de beurs structureel. Met D66 dienen we een voorstel in om dat in ieder geval voor volgend jaar te regelen. Voorzitter. Mijn laatste punt over onderwijs. Wij maken ons echt zorgen over de stijgende kosten voor studenten. Het collegegeld stijgt ook al vele jaren. In de afgelopen jaren is het collegegeld met bijna €500 gestegen. Zouden we niet naar een maximale stijging per jaar van dat collegegeld toe moeten, bijvoorbeeld van 2%, zoals het ISO voorstelt? Dat is de makkelijkste manier om studenten wat te helpen bij het verbeteren van de koopkracht. Voorzitter. Helemaal tot slot wil ik teruggaan naar het begin. Melanie During laat in de bibliotheek schelpjes uit haar jaszak vallen en de bibliothecaresse wijst haar de natuurwetenschappelijke boekjes die later mede de basis vormen voor een toekomst als paleontoloog. De bibliotheek was cruciaal.
In veel wijken, kernen en dorpen zijn de afgelopen jaren bibliotheken verdwenen. Nu liggen er terecht plannen van het kabinet om nieuwe vestigingen te openen en bestaande bibliotheken te verbeteren. Alleen zijn er meer plannen dan er geld is. Het zou zonde zijn als we de volgende Melanie During hierdoor mislopen. Investeer in bibliotheken en lezen voor iedereen. Dank u wel. De voorzitter: Dank voor uw inbreng, maar u krijgt nog een interruptie van mevrouw Hertzberger. Mevrouw Beckerman (SP): Leuk! Mevrouw Hertzberger (NSC): Ik wil mevrouw Beckerman vragen naar die drie opties. U heeft het over het verlagen van de rente, maar u heeft ook gezien dat het lastig is om te differentiëren aan de hand van hoeveel jaren een student onder het leenstelsel heeft gezeten. Verder zijn er natuurlijk heel veel studenten die helemaal niet extra geleend hebben maar die juist thuis zijn blijven wonen of die daarnaast gewoon keihard gewerkt hebben. Daar zou die rentestap ook niet echt bij helpen. Hoe kijkt u daarnaar? Mevrouw Beckerman (SP): Ik vind dat een heel terecht punt. Wij zijn als SP altijd tegen dat leenstelsel of, zoals wij dat noemden, schuldenstelsel geweest. Nu zitten we eigenlijk met de gevolgen daarvan. Hoe zorg je er nou voor dat je dat op een hele rechtvaardige manier doet? We hebben heel goed gekeken naar die drie varianten. De variant waarbij alle studenten een vast bedrag
Tweede Kamer
Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024
krijgen, is wel een variant die zou kunnen helpen voor de student die inderdaad heel veel dingen heeft moeten laten liggen om maar te zorgen dat die niet met zo'n gigantische schuld begint. Tegelijkertijd staan daar natuurlijk ook studenten tegenover die geen schuld hebben omdat ze een enorme bijdrage hebben kunnen krijgen van hun ouders. Mevrouw Hertzberger zal het met mij eens zijn dat aan al die varianten nadelen kleven. Ik denk dat mijn vraag veel meer ging over hoeveel we bereid zijn uit te trekken voor compensatie voor deze groep studenten. Daar begint eigenlijk ons probleem, want het gaat er niet alleen om dat je begint met een schuld: er is ook nog een gigantische wooncrisis, die ervoor zorgt dat deze groep nu in een peperdure vrijesectorwoning zit, op een wachtlijst staat of een woning moet kopen voor een hoge prijs. Deze groep zit dus heel erg klem. Wij zouden graag gewoon verder willen gaan dan wat er nu wordt voorgesteld voor deze groep studenten. Dat was het, denk ik. Een fijne avond! De voorzitter: Ja, dank. Dat geldt natuurlijk ook voor u, maar de heer Ergin gaat nog spreken namens de fractie van DENK. De heer Ergin (DENK): Dank u wel, voorzitter. Allereerst mijn felicitaties aan de collega-Kamerleden die vandaag hun maidenspeech hebben gehouden.
Voordat ik begin december aan de slag ging als Tweede Kamerlid, was ik als wethouder in Schiedam verantwoordelijk voor het onderwijs. Onderwijs was mijn mooiste portefeuille, de plek waar letterlijk en figuurlijk wordt gewerkt aan de toekomst van toekomstige generaties. In een van de klassen die ik bezocht, hing een mooie quote die eigenlijk ook een samenvatting was van hetgeen we vandaag bespreken en in het onderwijs speelt: "Onderwijs is het paspoort voor de toekomst en de toekomst behoort aan hen die zich er vandaag op voorbereiden". Dat was die mooie quote van Malcolm X. Het onderwijs in Nederland is volop in beweging en de uitdagingen worden alsmaar groter. Toen ik de begroting las, dacht ik aan alle gesprekken die ik in de afgelopen jaren heb gevoerd met leraren, die het zwaar hebben. Ze zijn met weinigen, hebben het druk en hebben het gevoel dat het klaslokaal te pas en te onpas wordt gezien als de plek waar de problemen in de samenleving maar moeten worden opgelost. Ik dacht ook aan de gesprekken met ouders die zich zorgen maken of hun kind straks, bij het verlaten van de basisschool, wel kan lezen, schrijven en rekenen. Ik dacht ook aan de gesprekken met leerlingen die zich niet volledig kunnen richten op hun talentontwikkeling en die daardoor belemmerd worden in het werken aan hun toekomst. We zien dat op vele vlakken.
Allereerst zien we dat bij de kwaliteit van onderwijsgebouwen, maar ook bij gelijke kansen, bij de vraag of leerlingen zichzelf kunnen zijn en bij een rechtvaardige behandeling van die leerlingen. Bij al die gesprekken heb ik leraren gezien die zich met hart en ziel inzetten voor hun leerlingen en die, ondanks de zoveelste verantwoording voor de zoveelste subsidiespaghetti, dag in, dag uit leerlingen iets
16 januari 2024 TK 29
29-15-30
proberen bij te brengen. Veel leraren doen dat te vaak in slechte gebouwen. Dat zijn gebouwen waar het koud is, gebouwen die soms 40 jaar terug als tijdelijke huisvesting zijn neergezet en gebouwen waar het gewoon niet meer helpt om de muren een nieuw likje verf te geven. Zo is de Prinses Julianaschool in Gouda ontruimd, omdat er plafondplaten naar beneden vielen. Op vele andere scholen, bijvoorbeeld in Rotterdam, zien we dat de vloeren letterlijk afbrokkelen. Het tekort is nijpend. Volgens de VNG is er jaarlijks 1,2 miljard nodig om de kwaliteit van schoolgebouwen weer op te krikken. We kunnen het wel hebben over de visies op goed onderwijs, maar als het gaat om huisvesting zien we dat de basis beneden elk peil is. Voorzitter. Kunt u zich voorstellen hoe het is om als ouder nieuwsberichten te lezen en je zorgen te moeten maken over of je kind later op de dag wel gezond en veilig aan kan komen? Schoolleiders kunnen niet meer uitleggen aan ouders dat ze goed onderwijs in barslechte schoolgebouwen moeten aanbieden, of willen aanbieden. Gemeenten willen de ambities op het gebied van huisvesting verhogen, maar moeten die noodgedwongen juist verlagen, want het geld in de begroting na het ravijnjaar is gewoon zoek. Vorige maand kwam de minister met het schamele bedrag van 10 miljoen euro voor een programmatische aanpak.
In maart van dit jaar moet er bekend worden of er nog 275 miljoen bij komt om scholen aan te pakken. Dat brengt mij eigenlijk tot de conclusie dat de vooruitzichten van deze begroting onvoldoende zijn voor het onderwijs. Daarom zou ik aan de minister willen vragen hoelang het nog gaat duren voor de kwaliteit van schoolgebouwen weer op orde is, zeker met deze bedragen. Wanneer wil het kabinet de achterstand die we constateren en die ook heel veel partners in het onderwijs constateren, ingehaald hebben? Hoeveel scholen hebben we, bijvoorbeeld in 2023, überhaupt aangepakt? Voorzitter. Ik weet dat de minister binnenkort met de eerste resultaten komt van de consultatie van de nieuwe wet over onderwijshuisvesting, maar is de minister het met DENK eens dat de uitdaging eigenlijk veel verder gaat dan alleen extra geld? Moeten we niet veel dieper duiken in de bekostiging en bijvoorbeeld de gemeente verantwoordelijk maken voor het onderhoud van deze schoolgebouwen? Is de minister het met DENK eens dat de gelden van onderwijshuisvesting geoormerkt zouden moeten kunnen worden, zodat gemeenten ook daadwerkelijk de geoormerkte bedragen kunnen inzetten voor het verbeteren van scholen? Is de minister bereid om daarnaar te kijken? DENK overweegt een motie in te dienen over het verbeteren van de onderwijshuisvesting. Dan kom ik aan bij het punt dat leerlingen zichzelf moeten kunnen zijn.
Identiteit is niet iets dat je bij het binnentreden van het gebouw aan de kapstok hangt; het is er wel of het is er niet en je bent het wel of je bent het niet. In de afgelopen maanden hebben we gezien dat een legitieme roep van leerlingen om bijvoorbeeld een stilteruimte in te richten soms aan dovemansoren was gericht. We zagen dat men uitgerekend in het onderwijs — dat is de plek waar het o zo belangrijk is dat leerlingen zich thuis en welkom voelen — moeite had met het inrichten van een stilteruimte. De Kamer heeft in meerderheid een motie aangenomen waarin de minister werd opgeroepen om hier werk van te maken en het gesprek aan te gaan met het onderwijsveld. De vraag aan de minister is dan ook: wat hebben deze gesprekken opgeleverd? Zijn er afspraken gemaakt? Zo ja, wat zijn deze afspraken? Is de minister ook bereid om deze gesprekken
Tweede Kamer
Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024
met de vertegenwoordigers van het vo te voeren? Is de minister ook bereid om de beschikbaarheid van stilteruimtes blijvend op de agenda te zetten, zodat die niet alleen gebruikt kunnen worden door neurodivergente studenten, maar ook door leerlingen die om religieuze redenen een moment van rust willen tijdens een bomvolle lesdag? Voorzitter. Het derde punt dat toont dat discriminatie een veelkoppig monster is, zien we ook als het gaat om stages. We zien dat vooral leerlingen met een migratieachtergrond te kampen hebben met stagediscriminatie. Zij komen op basis van hun afkomst moeilijker aan een stageplek. Vanwege hun naam moeten zij vaker sollicitatiebrieven schrijven, terwijl hun medestudenten soms veel sneller aan een stageplek komen. In het Stagepact mbo heeft de minister afspraken gemaakt met partners om stagediscriminatie tegen te gaan. Hoe gaat het eigenlijk met deze aanpak? Kan de minister aangeven hoeveel meldingen er zijn gemaakt door mbo-studenten? Hoeveel onderzoeken heeft de SBB uitgevoerd? Wat hebben de onderzoeken naar deze meldingen opgeleverd? Is de minister bereid om een soortgelijke aanpak uit te rollen naar het hbo en wo? DENK overweegt om op dit punt een motie in te dienen. Ook zou ik aan de minister willen vragen of er inmiddels mysteryguestonderzoeken zijn uitgevoerd naar aanleiding van de motie die in 2022 in meerderheid is aangenomen door de Kamer.
Voorzitter. Toen ik op de basisschool zat en aangaf dat ik advocaat wilde worden, was de boodschap duidelijk: je kunt beter iets met je handen gaan doen. Toen ik naar de middelbare school ging, moest ik een niveautje lager starten. Ik moest namelijk iets met mijn handen doen. Met mijn handen kon ik meer. Ik heb veel respect voor mensen die iets met hun handen doen, maar ik heb ook zelfkennis. Ik kan één ding zeggen en één conclusie trekken, namelijk dat ik twee linkerhanden heb. Ik kan vrij weinig met mijn handen. Vandaag nog is het onderzoek gepubliceerd van het kennisplatform KIS, waarin staat dat ouders bij onderadvisering tegen muren aanlopen. Een herkenbaar punt in dit onderzoek is ook de vermoeidheid die ontstaat als je jezelf continu moet bewijzen en alsmaar opleidingen moet stapelen. Dat geldt voor mij persoonlijk en ook voor heel veel mensen die ik spreek. Daarom vraag ik aan de minister hoe het nou zit met de aanpak van onderadvisering. Ik zou graag een reactie willen van de minister op het voorstel in het onderzoek, waarin eigenlijk wordt gepleit voor een second opinion om ouders en leerlingen een betere positie te geven als ze het gevoel krijgen ondergeadviseerd te worden. Dan kom ik bij mijn laatste blokje. Dat gaat over rechtvaardig onderwijs. Ik heb het net gehad over stagediscriminatie. We zien ook dat veel leerlingen geen stagevergoeding krijgen.
40% van de studenten in het hbo en 51% van de studenten in het wo krijgt geen stagevergoeding. We zien dat een student te vaak wordt gezien als een goedkope arbeidskracht en niet als iemand die komt proeven aan een beroep en die daar dan ook een redelijke vergoeding voor krijgt. We zien dat de minister via de cao's afspraken wil maken over stagevergoedingen. We weten ook dat Nederland meer dan 800 cao's telt. Kan de minister aangeven in hoeveel cao's er inmiddels afspraken zijn gemaakt over stagevergoedingen? De Tweede Kamer heeft vorig jaar ook een motie aangenomen, waarin wordt gevraagd om een jaarlijkse monitor stagevergoedingen uit te voeren. Ik kon de monitor zelf niet terugvinden. Misschien ligt dat aan mij. Ik zou graag een reactie van de minister willen op deze monitor, want ik kan mij goed voorstellen dat het wel rea-
16 januari 2024 TK 29
29-15-31
listisch is om binnen twee jaar een monitor op te stellen. Hoe kijkt de minister aan tegen het wettelijk verankeren van stagevergoedingen, ook met het oog op studenten die bij werkgevers aan de slag gaan die niet aangesloten zijn bij een cao? Want die groep is ook behoorlijk groot. Dan kom ik bij mijn laatste punt. Dat gaat over het leenstelsel. De invoering van het leenstelsel was al een klap in het gezicht van veel studenten. Het geld dat vrijkwam, zou gebruikt worden om de onderwijskwaliteit te verbeteren, maar ook daar is weinig van terechtgekomen. Waar de toenmalige minister maar al te graag riep dat er geen reden was om leenangst te hebben, besloot het kabinet vorig jaar om het rentepercentage te verhogen. Nog een klap in het gezicht van heel veel jongeren! DENK maakt zich ernstige zorgen over de positie van jongeren. Dit betekent niet alleen dat deze jongeren duizenden euro's extra moeten aflossen, maar ook dat zij moeilijker aan een woning kunnen komen. Voordat ik daarop inga, ben ik wel benieuwd naar de reactie van de minister op de vraag van mevrouw Beckerman, die ik ook graag onder de aandacht zou willen brengen. We zien in de brief drie voorstellen. Alle drie die voorstellen hebben nadelen.
Kunnen we niet gewoon een stapje extra zetten voor de studenten die het heel moeilijk hebben en die gemiddeld met €30.000 aan lening hun studie verlaten? We moeten ook kijken naar studenten die vanwege de schulden die ze hebben moeilijker aan een woning komen. Ik weet dat de minister in de afgelopen periode een en ander heeft gedaan. Ziet de minister geen ruimte om daar nog een aantal stappen in te zetten? We zien gewoon dat studenten moeilijker aan een hypotheek komen, waardoor ze overgeleverd worden aan relatief dure woningen, ze uiteindelijk meer betalen en ze ook meer inkomen kwijt zijn aan huisvesting. Tot slot, voorzitter. Het is mij wellicht niet gelukt om advocaat te worden, maar het advies om iets met mijn handen te doen, ga ik zeker opvolgen. Ik ben Tweede Kamerlid geworden om mijn handen uit de mouwen te steken, voor gelijke kansen, tegen discriminatie en voor goed onderwijs in gebouwen die niet uit elkaar vallen. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank voor uw inbreng. Mevrouw Teunissen gaat het stokje overnemen. Zij zal spreken namens de Partij voor de Dieren. Daarna komt nog de heer Stoffer, de laatste spreker. Nu is het woord aan mevrouw Teunissen. Gaat uw gang. Mevrouw Teunissen (PvdD): Dank u wel, voorzitter. Ik wil alle collega's die hun maidenspeech hebben gehouden hartelijk bedanken en hen namens de Partij voor de Dieren van harte feliciteren.
Het eerste onderwerp dat ik wil aanstippen, is de beïnvloeding van wetenschap en onderwijs door het bedrijfsleven, en dan met name het fossiele bedrijfsleven. Nog steeds bestaan er innige banden tussen fossiele industrie, wetenschap en onderwijs. Zo financiert Shell mede acht universitaire leerstoelen. Tata Steel financiert een leerstoel. In Wageningen worden bijzonder hoogleraren gesponsord
Tweede Kamer
Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024
door zuivelbedrijven om te onderzoeken hoe koeien nog meer melk kunnen produceren, zich blindstarend op commerciële voordelen. Er zijn convenanten en gedragscodes gesloten tegen sponsoring van de wetenschap door het bedrijfsleven, maar die zorgen er vooralsnog niet voor dat de beïnvloeding minder wordt. De evaluatie van het sponsorconvenant laat op zich wachten. Ik vraag de minister: wanneer kunnen we dat verwachten? Wat vindt de minister van de invloed van deze fossiele multinationals op de kennisagenda's van onze universiteiten? Heeft hij handvatten om hieraan paal en perk te stellen? Voorzitter. Ook in het primair en voortgezet onderwijs zien we misleiding door de fossiele industrie. Shell sponsort het onderwijs met lespakketten over hun duurzame activiteiten, terwijl een fractie van hun investeringsbudget hiernaar toegaat. In IJmuiden gaan kinderen op schoolreis naar Tata Steel om te leren over de "duurzame fabriek" daar, terwijl het de grootste vervuiler van Nederland is. Deze vorm van misleiding is schadelijk omdat die gebaseerd is op halve waarheden die kinderen en jongeren tot zich nemen op een plek waar kennis volledig en wetenschappelijk onderbouwd zou moeten zijn. In het onderwijs wil je dat kinderen kritisch leren denken en dat zij geen marketing als lesmateriaal voorgeschoteld krijgen.
Sponsoring door de tabaksindustrie is inmiddels verboden vanwege de schadelijke invloed op de gezondheid. Waarom dan niet hetzelfde verbod op sponsoring door de fossiele industrie, zo vraag ik het kabinet. Is de minister bereid om dit te onderzoeken? Voorzitter. Het Biomedical Primate Research Centre (BPRC) is het enige proefdierenlab dat onder OCW valt. De Kamer heeft bij de vorige begrotingsbehandeling unaniem een oproep gedaan voor een afname van het aantal dierproeven met apen. Het is fijn dat de minister conform de motie snel een commissie heeft ingesteld om dit uit te werken, maar ondertussen gaat er wel weer 12 miljoen euro aan belastinggeld naar het apenproefdiercentrum. Dit wordt niet geoormerkt. Het BPRC mag dus zelf bepalen of ze het uitgeven aan proeven met apen of aan alternatieven. Dit is onbegrijpelijk. De Partij voor de Dieren roept de minister dan ook op om deze subsidie zo snel mogelijk af te bouwen en ondertussen een groot deel te oormerken voor proefdiervrij onderzoek. Graag een reactie. Tot slot, voorzitter, groene schoolpleinen. Nog altijd kunnen kinderen bij meer dan de helft van de scholen in Nederland niet op een groen schoolplein spelen, terwijl de voordelen wetenschappelijk aangetoond zijn: een positief effect op de ontwikkeling, het welzijn en de gezondheid van kinderen.
Vandaag werd een petitie ingediend met meer dan 15.000 handtekeningen om in één generatie al onze schoolpleinen groen te maken. Ik wil graag weten wat de minister ervan vindt dat 60% van de schoolpleinen nog steeds niet vergroend is, terwijl ook de bijkomende voordelen voor het klimaat en de biodiversiteit evident zijn. Is de minister bereid om in één generatie alle schoolpleinen te vergroenen, daarin de regie te pakken en met een plan van aanpak te komen? Dank u wel. De voorzitter:
16 januari 2024 TK 29
29-15-32
Hartelijk dank voor uw inbreng. Tot slot van de zijde van de Kamer is het woord aan de heer Stoffer en hij voert het woord namens de Staatkundig Gereformeerde Partij. De heer Stoffer (SGP): Voorzitter. Het was een voorrecht om vandaag acht maidenspeeches te mogen aanhoren. Ik vond het aangenaam, ik vond het mooi en ik wil u bedanken en uiteraard ook feliciteren. Het smaakt naar meer. Voorzitter. Ik neem ons mee naar de jaren tachtig van de vorige eeuw. Er was toen een gewone jongen in een gewoon dorp die speelde bij het bouwbedrijf van de vader van zijn vriendje, op de hei tussen oefenende militairen want die had je toen nog volop. Maar op een gegeven moment mocht die jongen naar school. Er ging toen een wereld voor hem open. Daar mocht je wat leren en leerde je ook lezen. Zeker in groep 8, want toen kwam hij bij meester Post en die voelde echt aan wat hij nodig had. Er ging een wereld voor hem open en het bood ook perspectief voor de toekomst. Zo'n 35 jaar later stuurde die meester nog een briefje naar zijn oud-leerling om hem te feliciteren dat hij fractievoorzitter was geworden van de mooiste en oudste partij van het land, de SGP. U begrijpt het, het was mijn meester Post. En zo'n meester gun je iedereen. Ik heb vandaag gehoord dat er heel wat mensen zijn die een meester of een juf of wat dan ook hebben gehad die ze echt vooruit heeft geholpen.
Ik denk dat dit voor veel mensen in Nederland geldt. Het is mij dan ook een genoegen en een eer dat ik de portefeuille Onderwijs, met daarbij Cultuur en Wetenschap, mag overnemen van mijn voorganger Roelof Bisschop. Ik kan uiteraard niet in zijn schoenen staan. Hij had jaren onderwijservaring en ik heb alleen maar op school gezeten, maar ik zal mij inspannen om een beetje in zijn buurt te komen. Voorzitter. De betekenis van ouders voor het onderwijs, dat is een onderbenut kapitaal. Vanuit het CDA werd dat zojuist ook aangegeven. Denk daarbij ook aan de cruciale rol van ouders bij leesbevordering. Het terechte pleidooi van mijn voorganger Roelof Bisschop over ouders dat hij samen hield met zijn collega René Peters van het CDA neem ik dan ook graag van hem over. Met genoegen neem ik ook met collega Krul de verdediging van hun initiatiefnota Onderwijs met ouders verder op me. Voor sommige voorstellen zijn financiële middelen nodig en daarom dienen wij vandaag al een aantal amendementen in; u heeft ze vast gezien. Voorzitter. In de formatie staat de rechtsstaat hoog op de agenda. De SGP wijst erop dat hierover ook op het gebied van onderwijs behoorlijke zorgen bestaan. En dan bedoel ik in algemene zin allerlei gemorrel aan de vrijheid van onderwijs en ook heel specifiek de plannen over informeel onderwijs. Die laatste zijn niet rechtsstaatbestendig.
Het is goed om in het onderwijs alert te zijn op bedreigingen voor de democratische rechtsorde maar het kan niet zo zijn dat de middelen die we kiezen die rechtsorde juist ondermijnen. Betekent het uitstel van die plannen ook het begin van afstel? De heer Paternotte (D66): Dat was een prachtige opening van de heer Stoffer en mooi dat de SGP haar fractievoorzitter op de portefeuille Onderwijs heeft gezet. U gaat dat ongetwijfeld heel goed doen. Het was ook een mooi verhaal over uw meester in groep
Tweede Kamer
Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024
8. Ik was in de campagne ook op de radio met een docent van mij, maar die ging op de radio vertellen dat hij op Kati Piri ging stemmen, wat ik weer wat minder geslaagd vond. Maar verder was dat leuk. Ik heb nog een vraag over die parent-teacher associations. Ik heb het amendement daarover nog even goed bestudeerd. Ik kreeg net nog een appje van een docent waarin hij zegt: bij ons op school noemen wij dat de medezeggenschapsraad. Kan de heer Stoffer uitleggen waarom hij daar een meerwaarde in ziet en hij er een extra organisatie voor wil optuigen terwijl er al zo veel organisaties zijn die juist ook willen dat het op die scholen gebeurt? De heer Stoffer (SGP): Jazeker. Het gaat misschien te ver om dat nu helemaal uitgebreid te doen, want dat kunnen we ook bij de behandeling van de nota doen. Het ligt er natuurlijk ook aan vanuit welk perspectief je het bekijkt. Heel veel ouders hebben nog niet het gevoel dat ze ook echt mee mogen doen. Ik heb zelf dat gevoel ook weleens gehad. Dus volgens mij kan er wat dat betreft meer. Ik denk ook dat het gewoon goed zou zijn om het wat meer te professionaliseren en om een extra organisatie hiervoor op te tuigen. Maar daar kunnen we natuurlijk met elkaar nog uitgebreid het debat over aangaan op het moment dat we de nota gaan behandelen.
De heer Paternotte (D66): Dus ik moet het me zo voorstellen dat u nu het budget wilt vrijmaken en het dan op basis van de nota wilt instellen. Maar als u het budget vrijmaakt, dan komt het er natuurlijk. Misschien kunt u in de tweede termijn dus nog ingaan op hoe dat dan precies werkt: hoe gaat dat er dan precies aan bijdragen dat op al die scholen ouders en leerlingen inderdaad beter met elkaar gaan samenwerken? Wij denken hier namelijk toch altijd dat het op die scholen moet gebeuren. Laten we ouders dan ook motiveren om mee te doen aan die medezeggenschapsraden en laten we zorgen dat docenten de tijd hebben om die ouders te woord te staan. Maar ga nou niet weer meer onderwijsgeld steken in dingen die juist in een organisatie ver buiten die school zitten. De heer Stoffer (SGP): Op de school van mijn kinderen heb je ook zo'n medezeggenschapsraad. Daar zit dan een enkele ouder in, terwijl je natuurlijk heel veel ouders hebt. Ik zou het mooi vinden als het echt voor ieder kind, iedere ouder en iedere leraar een samenspel wordt. Dus wat dat betreft is het wel iets breder. Maar we kunnen daar natuurlijk nog verdere discussies over voeren. Het lijkt me goed om dat nog wat verder uit te diepen met elkaar. Mevrouw Pijpelink (GroenLinks-PvdA): Ik heb een vraag over wat u aangaf over de betrokkenheid van ouders, bijvoorbeeld bij het bevorderen van de leesvaardigheid bij kinderen.
Ik deel dat overigens, maar ik ben even benieuwd naar uw opvatting. Het kan namelijk ook heel erg kansenongelijkheid teweegbrengen, omdat de ene ouder nu eenmaal meer in de positie en in de gelegenheid is om dat te doen dan de andere. Ik ben eigenlijk benieuwd naar het standpunt van de SGP op dit punt: de relatie tussen ouderbetrokkenheid en kansengelijkheid.
16 januari 2024 TK 29
29-15-33
De heer Stoffer (SGP): Tja, dat is misschien wel ... Nou, ik moet eigenlijk eerlijk zeggen: dat vind ik een eyeopener. Dat is namelijk inderdaad een punt. Je gaat natuurlijk een beetje uit van het ideale plaatje, maar zo is het in de praktijk natuurlijk geregeld niet zo. Misschien is dat iets waar we nog eens nader met elkaar over zouden kunnen spreken. Ik heb daar aan de voorkant namelijk niet over nagedacht; ik ben natuurlijk ook nieuw op deze portefeuille. Maar het is wel terecht, want de ene ouder is daar net wat actiever in of heeft daar wat meer over meegekregen. Daar zou een kind inderdaad de dupe van kunnen worden, zogezegd. Ik denk dat dat nog wel een goed punt is om over na te denken. Dat heb ik nu nog niet echt gedaan, dus dank voor het aandragen hiervan. Mevrouw Pijpelink (GroenLinks-PvdA): Dank voor uw eerlijke antwoord. Soms moeten we inderdaad even zoeken en even bedenken hoe iets zit. Maar dat relateer ik dan toch even aan die parent-teacher association, die PTA. Ik ben daar namelijk ook nog een beetje zoekende in. Ik vroeg mij het volgende af. De indiener vertelde dat deze vragen echt van ouders komen, maar ik vraag me echt af hoeveel docenten hierop zitten te wachten. Ik denk aan een reactie in de trant van: tja, dat noemen ze bij ons de mr. Maar ik noem het in relatie tot wat ik net zei over de ouderbetrokkenheid versus de resultaten van hun kind op school.
Als oud-afdelingsleider kan ik namelijk echt wel zeggen: de kinderen, van allerlei pluimage, die uit nesten kwamen van ouders die meekeken, meeleefden, op de ouder- en de docentenspreekavond kwamen en de mentor belden, hadden gewoon een voorsprong. Ik zou dat elk kind gunnen. Sommige ouders moet je daar ook een beetje in meenemen: hoe doe je dat nou als ouder? Zouden we dat geld dan dus niet beter anders kunnen besteden, dus niet zozeer aan zo'n parent-teacher association? Ik gun het die docenten namelijk ook gewoon dat ze hun vak kunnen uitoefenen. Daar horen overigens ook gesprekken met ouders bij, maar ik zie heel veel ouders worstelen: hoe doe je dat nou? Dat speelt zeker bij de leeftijd rondom de puberteit, want dan willen ze helemaal niet dat je naar school belt en naar school gaat. Kunnen we ons geld niet beter daarin steken, zodat al die kinderen dezelfde kansen krijgen? De heer Stoffer (SGP): Ik denk dat je het ene kunt doen en het andere niet kunt nalaten. Het punt dat het bij de een meer gebeurt en misschien wel kansenongelijkheid creëert, vind ik echt een mooi punt. Dat werd ook aangedragen door mevrouw Pijpelink. Daar wil ik nog naar kijken. Maar het andere zou ik niet weg willen laten. U geeft een bepaalde worsteling aan. Ik heb zelf nooit op een school mogen werken. Mijn vrouw overigens wel.
Maar ik heb zelf als vader van pubers ook wel die worsteling gehad: wat doe je wel en niet? Daarbij is het ene kind ook weer niet het andere kind. Mijn vrouw werkt als orthopedagoog in het voortgezet onderwijs. Ik zie vanuit die professionele kant inderdaad ook wel die worsteling. Eigenlijk denk ik als ik het nu zo zeg ... U gaf nog wat extra's aan over die tweede kant, over ouders die dat misschien niet zo doen of kinderen die denken: maar waarom doen die ouders het wel en mijn ouders het niet? Misschien zijn ze daar trouwens wel blij mee; dat kan ook. Maar ik denk zeker dat we het punt van die kansengelijkheid nog eens heel goed moeten wegen. Dat wil ik nadrukkelijk aangeven.
Tweede Kamer
Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024
Dat neem ik mee. Ook bij de behandeling van de nota zullen we daar nog uitgebreider naar kijken. Ik wil er best nog over nadenken morgen, dus mochten we er in tweede termijn nog verder over willen discussiëren, dan kan dat wat mij betreft ook. Voorzitter. Dan denk ik dat ik verderga met mijn termijn. Als het gaat om vrijheid, baart het de SGP zorgen dat de bestrijding van antisemitisme in de begroting geen thema is. Dit is een specifieke, ernstige bedreiging van de vrijheid van Joodse leerlingen. Dan kunnen we toch niet alleen in het algemeen blijven spreken over discriminatie en racisme? Mijn vraag aan de minister is of hij bereid is expliciet beleid op te nemen en middelen te oormerken. Ten aanzien van vrijheid van onderwijs moet mij nog iets anders van het hart, want de SGP vindt het onwenselijk dat we scholen bij alle grote uitdagingen telkens weer gaan lastigvallen met nieuwe verplichtingen. Er komen wetsvoorstellen over strategisch personeelsbeleid, over eisen aan bestuurders, over extra vog's, over verplichte ondersteuning van zeer zwakke scholen en ga zo maar door. Er lijkt sprake te zijn van een steeds maar verder toenemend aantal wetsvoorstellen. Mijn korte oproep is eigenlijk: zouden we daar niet gewoon mee moeten stoppen? Laten we met elkaar eens heel goed kijken wat wel en wat niet nodig is. Voorzitter.
Het lerarentekort zal het onderwijs voorlopig hoofdbrekens blijven kosten. Hoewel we dit probleem niet snel oplossen, verbaast het de SGP dat sommige eenvoudige oplossingen nog steeds achterwege blijven. Denk aan het instellingscollegegeld voor een tweede studie binnen zorg en onderwijs. Denk ook aan meer regie op stagevergoedingen in het funderend onderwijs. De SGP staat nu vooral stil bij de te rigide opleidingseisen op de pabo, want op dit moment worden studenten afgewezen die de rekenvaardigheden voor groep 8 niet halen, terwijl het heel duidelijk is dat ze alleen met kleuters willen gaan werken. Waarom laten we dit nog steeds gebeuren? Zouden we die regels niet kunnen aanpassen? Ook de zorg worstelt met personeelsproblemen, maar vreemd genoeg ontstaan die deels door het beperken van de opleidingscapaciteit. De wachtlijsten groeien voor de opleiding tot tandarts, verpleegkundig specialist en ga zo maar door. Het kabinet onderschrijft daarom het advies van het Capaciteitsorgaan om vanaf 2024 jaarlijks de opleidingscapaciteit te verhogen. Waarom wacht het kabinet dan met de uitvoering tot 2025-2026? Zou de minister willen verkennen of nog een deel van de boventallige plaatsen bij geneeskunde dan wel de onderbenutting in andere disciplines gebruikt kunnen worden voor extra tandartsen? Voorzitter. Dan het leerlingenvervoer.
De SGP ziet twee problemen als het gaat om het vervoer van leerlingen. Het eerste is dat leerlingen die stage lopen soms in de knel komen. Sommige gemeenten gaan uit van de schooltijden, maar de stages eindigen vaak op werktijden. Het probleem komt voort uit de modelverordening van de VNG, die aangeeft dat vergoeding alleen mogelijk is als schooltijden en stagetijden samenvallen. Mijn vraag is of de minister dit probleem wil bespreken met de VNG en met de samenwerkingsverbanden. Het tweede dat ik wil opmerken is dat we vanuit het praktijkonderwijs horen dat ouders de reiskosten als een hoge hobbel kunnen ervaren. Ook door de doorlopende beroepsroutes van vmbo naar mbo ontstaan meer
16 januari 2024 TK 29
29-15-34
vragen over de kosten van vervoer. Vormen deze nieuwe ontwikkelingen geen aanleiding om het huidige systeem te heroverwegen, is mijn vraag. De SGP vindt overigens niet dat iedereen te gemakkelijk een volledige ov-jaarkaart moet krijgen, maar een passende tegemoetkoming verdient serieuze overweging wat ons betreft. Voorzitter. Dan de schoolmaaltijden. Het kabinet heeft fiks geïnvesteerd in schoolmaaltijden. Het is goed dat kinderen met een moeilijke thuissituatie ook met een gevulde maag naar school gaan, maar dit mag geen sluipende uitbreiding van het takenpakket van de rijksoverheid en scholen worden. Hoe bevordert het kabinet dat bij uitstek gemeenten en maatschappelijke organisaties aan zet zijn? De SGP vindt het in ieder geval niet terecht dat de financiering van schoolmaaltijden nu vooral op het bord van de minister van Onderwijs komt, omdat het primair een armoedekwestie betreft. Voorzitter. Dan nog een laatste punt. Ik besluit mijn inbreng met het onderdeel emancipatie. Het Reformatorisch Dagblad is de huiskrant van de SGP, zeg ik er maar bij. Misschien ook wel van de ChristenUnie; dat weet ik niet. Het mag van iedereen worden natuurlijk. In december werd er in ieder geval inzichtelijk gemaakt dat vrijwel alle belangenorganisaties voor emancipatie voor meer dan 90% afhankelijk zijn van subsidies. Meer dan 90%, en dat voor een maatschappelijke organisatie.
Mijn vraag is of de minister het wenselijk vindt dat maatschappelijke organisaties bijna volledig leven van het staatsinfuus. Zou het niet van emancipatie getuigen dat ze ten minste voor een bepaald percentage eigen inkomsten moeten hebben, is mijn slotvraag. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank, meneer Stoffer. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de Kamer. De algemene beraadslaging wordt geschorst. De voorzitter: We gaan donderdag verder met de begrotingsbehandeling. Dan is het woord aan het kabinet. Er is al een aantal amendementen ingediend. Volgens mij zijn er ook nog een paar aangekondigd die nog niet zijn ingediend. Ik zou degenen die dat overwegen, wel willen vragen om dat dan morgen te doen. Dan kunnen de ministers en de staatssecretaris er al in de eerste termijn een oordeel over geven. Het staat u vrij om dat iets later te doen, maar het zou gunstig zijn voor de afronding van het debat op donderdag. Dank aan de bewindslieden en hun ondersteuning, en ook aan de leden en hun ondersteuning.
Tweede Kamer
Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024
16 januari 2024 TK 29
29-15-35