Bijlage 7; Vragen tweede kamer.pdf
Tekst van het document
Tweede Kamer
Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024
Voorzitter. Nog een ander voorbeeld: al vier jaar op rij, bij vier begrotingen, probeer ik een reiskostenvergoeding te regelen voor leerlingen in het praktijkonderwijs, want net zoals hun leeftijdsgenoten in het mbo maken ook zij kosten voor vervoer naar school maar ook omdat ze op stage gaan. Juist dit is een groep waarvan de ouders vaak tot de armste inkomenscategorie behoren. Al vier jaar op rij is dit gewoon gedoe en lukt het ons niet om de handen in de Kamer op elkaar te krijgen voor een bedrag van een paar miljoen op een onderwijsbegroting van 50 miljard. Tot een jaar geleden, want toen beloofde minister Wiersma in het vragenuur dat hij dit onderwerp serieus zou oppakken. Hij voegde de daad bij het woord, want in de afgelopen Voorjaarsnota konden we lezen dat er 12 miljoen beschikbaar zou komen voor een reiskostenvergoeding voor leerlingen uit het volwassenenonderwijs en leerlingen uit het praktijkonderwijs. Wij waren daar heel blij mee, maar tot onze verbazing en schrik zagen wij in deze onderwijsbegroting dat het geld voor specifiek het praktijkonderwijs pas in 2026 beschikbaar komt en dat de leerlingen dit de komende twee jaar dus uit eigen zak moeten betalen. Ik heb hierover een amendement ingediend om deze ongelijkheid op te lossen. Ik ga ervan uit dat de collega's dat amendement kunnen steunen. Anders hoor ik het graag. Voorzitter.
Dan door naar het mbo, waar studie-uitval een enorm probleem is. De voorzitter: Een ogenblik, want op dit onderwerp heeft de heer Ceder een vraag. Gaat uw gang. De heer Ceder (ChristenUnie): Mevrouw Westerveld heeft een punt. Reiskosten in het praktijkonderwijs moeten geregeld worden. Ik vroeg me nog wel af hoe het met de dekking staat. Ik heb naar het amendement gekeken en ik vind het jammer dat u het geld weghaalt bij de maatschappelijke diensttijd. Dat is volgens mij ook een regeling waarmee we juist jongeren willen helpen. Ik denk dat dat hartstikke goed is en het wordt ook gesteund door de Kamer. Ik worstel hiermee, want ik steun het doel wel, maar kunnen we niet op zoek naar een andere dekking, misschien samen of ook met andere partijen, juist omdat we ook die maatschappelijke diensttijd zo waardevol vinden voor jongeren? Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA): Ik ben blij met deze vraag van de heer Ceder, want dan kan ik het ook wat beter uitleggen. Als je hier een voorstel doet en een amendement indient, dan moet je natuurlijk ook aangeven waar dat geld vandaan komt. Wij hebben deze twee keer 1 miljoen inderdaad gehaald uit de niet-juridisch verplichte middelen van het budget van de maatschappelijk diensttijd. Ik ben geen tegenstander van de maatschappelijke diensttijd. Daarin zitten inderdaad hele mooie projecten.
We hebben wel al eerder aangegeven in debatten daarover dat wij het budget dat daarnaartoe gaat wel heel erg groot vinden. In de afgelopen jaren is dat ook gebleken: er is voortdurend een onderbesteding geweest op het budget dat kabinetten beschikbaar hebben gesteld voor projecten uit de maatschappelijke diensttijd. We hebben nu in deze begroting gekeken naar waar wij het geld vandaan kunnen halen. Een deel van dit budget dat
16 januari 2024 TK 29
29-15-10
voor de komende jaren gereserveerd is, is niet juridisch verplicht. Dat gaat niet ten koste van lopende projecten, dus er worden geen lopende projecten stilgezet, maar het is wel een bedrag van 1 miljoen, waarvan wij denken dat we dat uit deze dekking kunnen halen zonder dat het dus ten koste gaat van die mooie projecten waar de heer Ceder, terecht, op wijst. Dat is terecht, want daar gebeuren inderdaad mooie zaken. De heer Ceder (ChristenUnie): Dank voor deze toelichting. Het is inderdaad zo dat lopende regelingen niet geraakt worden, maar het zou een uitbreiding mogelijk wel in de weg kunnen staan. Als we kijken naar de maatschappelijke diensttijd, hoe die aan het groeien is en hoe belangrijk die is, zoals mevrouw Westerveld net ook aangaf — de voorbeelden daarvan zijn alom te vinden — dan vraag ik mij toch af of ik mevrouw Westerveld niet kan verleiden om te kijken hoe wij deze dingen niet tegenover elkaar kunnen stellen, maar ervoor kunnen zorgen dat beide dingen door kunnen gaan en de ruimte hebben om uit te breiden. Ik moet dan zelf ook op zoek, want dingen kosten nu eenmaal geld. Ik vraag me af hoe mevrouw Westerveld daar tegenover staat. Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA): We kunnen natuurlijk altijd kijken naar een andere dekking als die een meerderheid krijgt van de Kamer, maar ik denk niet dat we nu die projecten tegenover elkaar zetten.
Wij willen niet dat het ten koste gaat van mooie projecten die al lopen. Alleen, als je kijkt naar de maatschappelijke diensttijd, dan zie je vanaf het moment dat die werd ingevoerd een onderbesteding op die gelden. In het coalitieakkoord is het jaarlijkse budget van de maatschappelijke diensttijd ook nog eens verdubbeld en het is overgeheveld van het ministerie van VWS naar het ministerie van OCW. Er blijft nog steeds een heel groot bedrag over, 117 miljoen, meen ik, dat in de afgelopen tijd niet is uitgegeven. Het lijkt mij sterk dat dat budget in de komende jaren ineens wel helemaal opgaat aan de doelen waarvoor het is gereserveerd. Nogmaals, het gaat dus niet ten koste van de lopende budgetten en bij mijn weten is in de afgelopen jaren het budget dat ervoor beschikbaar was, nog geen enkele keer uitgeput. De heer Krul (CDA): We hebben hier in de Kamer gesproken met jonge mensen die de maatschappelijke diensttijd hebben doorlopen. Zij gaven aan dat het hen zelfs met hun startkwalificatie niet lukte om mee te komen in de maatschappij, maar dat het hen door die mdt is gelukt om niet alleen trots te zijn op henzelf en om zelfvertrouwen te winnen, maar ook gewoon om te functioneren. Een van de redenen waarom dat geld tot op heden niet altijd helemaal opgemaakt is, is dat je op een zorgvuldige manier wilt groeien. Je wilt de kwaliteit van die projecten waarborgen.
We weten dat er wel veel meer vraag is naar die mdt, zowel vanuit organisaties als vanuit jongeren. Soms is dat wel frustrerend, want we zouden willen dat dat geld allemaal besteed zou kunnen worden, maar je moet ook een kwaliteitswaarborg kunnen leveren. Ik wil dus concreet vragen aan mevrouw Westerveld of zij dan accepteert dat zij die mogelijke groei nu hiermee eigenlijk de nek omdraait.
Tweede Kamer
Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA): Dat lijkt me nogal een overdrijving als wij uit een budget van 200 miljoen, meen ik, 1 miljoen gaan weghalen. Ik zeg het nog een keer: normaal gesproken reserveer je iets in de begroting en op het moment dat dat aan het einde van het jaar niet opkomt, dan wordt dat niet automatisch daarbij opgeteld. In de maatschappelijke diensttijd zitten projecten. Daar zitten heel goede projecten tussen. Ik gaf dat net ook al aan in mijn antwoord aan de heer Ceder. Maar het is wel zo dat de budgetten de afgelopen jaren nooit op zijn gemaakt. Het lijkt me heel, heel, heel sterk dat dit de komende jaren wel gaat gebeuren. Zoals ik net al zei, hebben we bovendien een bedrag van twee keer 1 miljoen nodig, terwijl er in die maatschappelijke diensttijd nu 200 miljoen zit. Nogmaals, dat is geld dat de afgelopen jaren niet is opgekomen en ik denk niet dat dit de komende jaren wel gaat gebeuren. Bovendien is dit het niet-juridische deel van de begroting. De heer Krul weet volgens mij net als ik dat het best wel ingewikkeld is om ergens een dekking vandaan te halen in de begroting van OCW die bovendien al loopt, omdat de meeste middelen gewoon juridische gedekt zijn. De heer Krul (CDA): Dat begrijp ik.
Ik ben ook blij dat mevrouw Westerveld in ieder geval het belang van die mdt nog een keer onderstreept en ook zegt dat er misschien nog weleens hele mooie dingen kunnen gaan gebeuren. Ik sluit me in ieder geval aan bij de oproep van de heer Ceder om dan misschien samen nog eens te kijken naar andere mogelijkheden. Want het zou ontzettend jammer zijn, zeg ik maar even via deze interruptie, om deze projecten dus wel tegenover elkaar te stellen. Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA): Mijn kritiek in eerdere debatten op de maatschappelijke diensttijd was dat ik zag dat het vooral om projecten ging die ten goede kwamen aan mensen die al goed waren opgeleid en veel minder aan de praktisch opgeleide jongeren. Daar heb ik toen een aantal keren een punt van gemaakt. Gelukkig wordt er bij deze projecten ook steeds beter rekening mee gehouden dat ze echt ten goede komen aan alle jongeren. Maar de jongeren die naar het praktijkonderwijs gaan, zijn net zo goed praktisch opgeleide jongeren. We hebben de afgelopen dagen allemaal de mails kunnen lezen van een aantal van hen. Zij gaven aan: ik moet de reiskosten voor mijn stage nu uit eigen zak betalen en het is ongelofelijk ingewikkeld voor mij om dat te doen. Als we niet uitkijken houden we volgens mij wederom een ongelijkheid in stand.
Dat komt niet per se voort uit een kwade bedoeling, maar het is wel weer een ongelijkheid als studenten van hogescholen, universiteiten en roc's wel een reiskostenvergoeding krijgen of vaak een ov-kaart krijgen, maar deze jongeren niet. Dat vind ik een ongelijkheid. Als wij die ongelijkheid kunnen verhelpen, dan moeten we dat doen. Gelukkig gaat de minister dat vanaf 2026 structureel doen. We moeten er ook gewoon voor zorgen dat deze jongeren de komende jaren de reiskostenvergoeding niet uit eigen zak hoeven te betalen. Bovendien is dat al een toezegging geweest. Als we dat als Kamer nog niet geregeld hebben, terwijl niet alleen ik, maar alle partijen hier in de Kamer de afgelopen jaren hebben gezegd dat goed praktijkonderwijs van belang is, dan vind ik dat de Kamer de daad bij het woord moet voegen.
16 januari 2024 TK 29
29-15-11
De voorzitter: Mevrouw Westerveld vervolgt haar betoog.
structureel geld om basisvaardigheden te verbeteren. Kan zij er eens over nadenken of ze in die wet ook de bibliotheek op school als voorwaarde kan verankeren?
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA): Ja, voorzitter. Ik wilde door naar het mbo, waar studie-uitval een enorm probleem is. Wij pleiten al een paar jaar voor bekostiging van oriëntatiejaren, omdat wij weten dat het voor heel veel Nederlandse leerlingen te vroeg is om te kiezen, helemaal voor leerlingen die naar het mbo gaan. Ik was een tijdje geleden op het YouLab op Graafschap College. Dat kan een hele mooie manier zijn, maar zij komen niet in aanmerking voor bekostiging. Ik heb daar schriftelijke vragen over gesteld en ik hoor graag de reactie van de minister daarop.
Voorzitter. Ik wil nog iets zeggen over media. Ik zei net al dat we geen apart WGO Media hebben gehad. Er zijn hier wel een aantal harde woorden geuit over media. Ik vind het jammer dat we daar geen discussie over kunnen voeren met elkaar, maar zo gaat dat bij maidenspeeches. Ik maak me wel zorgen, want ik hoor verschillende geluiden van de partijen. Volgens de VVD is een sterke publieke omroep nodig in het belang van ons allemaal. Vanuit de PVV hoorden we heel andere geluiden. Ik ben dus benieuwd hoe dat verdergaat. We zullen dat hopelijk binnenkort bespreken in het mediadebat.
Voorzitter. Het is zo dat lang niet elke mbo-student een stageplaats kan vinden. Voor sommige van deze studenten wordt het moeilijk of onmogelijk om hun opleiding succesvol af te ronden. Vaak is er sprake van stagediscriminatie. We zien dat de wet de eindverantwoordelijkheid voor de beschikbaarheid van de praktijkplaatsen bij de opleiding legt. Volgens onze fractie zou dat ook kunnen betekenen dat de onderwijsinstelling voortaan stageplekken moet toewijzen in plaats van dat studenten hiernaar moeten solliciteren. Ik ben benieuwd wat de minister denkt van deze suggestie.
Ik sluit af met een belofte, namelijk dat de fractie van GroenLinks-PvdA zich sterk zal blijven verzetten tegen intolerantie en zich zal inzetten voor een samenleving waarin iedereen zichzelf kan zijn. Ik hoop dat de bewindspersonen dat ook zullen doen. Investeringen in goed onderwijs en een goed cultureel netwerk, in kansen voor jongeren en een bloeiende sector, maar ook in onafhankelijke en goede kwaliteitsmedia zijn daarom van essentieel belang.
Voorzitter. Ik wilde ook nog wat zeggen over cultuur en media. We hebben geen aparte wetgevingsoverleggen daarover, wat ik zeer betreur, dus dan komen deze onderwerpen ook bij dit debat aan de orde. Ik wilde beginnen met de constatering dat wij en ook de culturele sector zich grote zorgen maken over de plannen op de formatietafel en ook over de huidige begroting. Wij maken daaruit niet op dat de plannen over bijvoorbeeld de eerlijke beloning, fair pay, waargemaakt kunnen worden. Ik heb een aantal hele concrete vragen aan onze nieuwe staatssecretaris. Ik wil haar vragen: hoe ziet ze dat? Is ze bereid om bij subsidieverlening de harde eis te gaan stellen dat culture instellingen de fairpractice- en fairpayafspraken zullen nakomen? Datzelfde geldt voor de toegankelijkheidsen verduurzamingsopgave. Hoe staat het met de eerdere toezegging om beter te kijken naar een eerlijke verdeling van cultuurgelden over alle regio's? We zien bijvoorbeeld heel concreet dat Opera Zuid dreigt te verdwijnen. Ik krijg daar ook graag een concrete reactie op. Zou het ook niet heel mooi zijn om in navolging van landen als Groot-Brittannië en Frankrijk musea in staat te stellen om in ieder geval één dag per maand gratis toegang aan te bieden? Voorzitter. GroenLinks en PvdA vinden de bibliotheek ook een basisvoorziening. Daarom pleiten we al langer voor de versterking van het landelijke netwerk.
In de brief las ik dat de aanvragen uit de SPUK-regeling het budget overschrijden. Dat is eigenlijk hartstikke mooi, want dat betekent dat er behoefte is aan zo'n regeling, maar ik zou ook heel graag van de staatssecretaris horen of zij denkt dat ze het verschil in financiering kan overbruggen, zodat al die aanvragen gewoon kunnen worden gehonoreerd. Ik wil graag van de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs het volgende weten. Vanaf 2026 krijgen scholen
Tweede Kamer
Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024
De voorzitter: Dank u wel voor uw inbreng. Ik ga het woord geven aan de volgende spreker, de heer Paternotte, die namens D66 spreekt. Ik ben van plan om daarna even te schorsen voor de dinerpauze. In de avond kunnen de andere woordvoerders dan het woord voeren. Dan geef ik nu het woord aan de heer Paternotte. De heer Paternotte (D66): Dank u wel, voorzitter. Wat een eer om in aanwezigheid te zijn van zo veel mensen die hier hun maidenspeech houden en dat ik dit record mag meemaken. Ik wil de mensen die hun maidenspeech hebben gehouden, van harte feliciteren. Ik zie natuurlijk ook zeer uit naar de maidenspeeches van collega's Hertzberger, Soepboer en Van Zanten. Voor twee van de drie bewindspersonen in vak-K geldt natuurlijk ook dat dit hun eerste begrotingsbehandeling is, zij het dat mevrouw Paul vorige keer in een Kamerzetel zat. Hen wil ik daar ook alvast mee feliciteren. Ik denk dat wij als onderwijswoordvoerders de komende tijd regelmatig heel pittige debatten zullen krijgen, maar we hebben allemaal één heel duidelijke gezamenlijke taak: in onze fracties als een soort hitteschild gaan staan tussen het onderwijs en de klas, en de politiek. Voorzitter. Het lijkt af en toe een soort virus.
Dan wil de Tweede Kamer of de politiek verplicht vijf uur sport in de wet, verplichte weerbaarheidslessen, mindfulness, een Week van het geld, het Wilhelmus zingen in de klas, Streetwise-verkeerslessen van de ANWB, aparte lessen rouwverwerking, een verplichte moestuin op elke school, kookles of meer boerderij-educatie, en o ja, ook graag meer aandacht voor de basisvaardigheden, want op de een of andere gekke manier is daar te weinig tijd voor. Ik voorspel u dat het onvermijdelijk is dat u het in de komende tijd in uw fractie een keertje hebt over een groot maatschappelijk vraagstuk en dat iemand zegt: daar zou op scholen nou eens meer aandacht voor moeten komen. Voordat iedereen dan enthousiast is en meteen zegt "laten we er een verplicht
16 januari 2024 TK 29
29-15-12
vak van maken": beste collega's, grijp alstublieft in. Leraren verdienen de vrijheid om niet continu afgeleid te worden door wat 150 Tweede Kamerleden en al die gemeenteraadsleden bedenken. Ik zal dat ongetwijfeld zelf ook moeten doen, want in de opsomming die ik net noemde, zat ook een voorbeeld van D66-huize. 2023 was een jaar zonder begrotingsbehandeling. Het kabinet is achttien maanden missionair geweest. Het is goed om even vast te stellen dat u niet heeft stilgezeten. De studiebeurs is terug. Ook is de loonkloof tussen basisscholen en middelbare scholen weg, want er is €1.800 per maand meer salaris bijgekomen voor een basisschooldocent. Veel meer mensen zien echt de waarde van het mbo; daar kwam zonet terecht ook een compliment voor. Meer havisten en vwo'ers overwegen nu een mbo-studie. Ruim 100.000 kinderen hebben nu elke dag een rijke schooldag met sport, cultuur en muziek. Op meer dan een kwart van de scholen zijn kinderen fitter, gemotiveerder en eten ze gezonder met dank aan de schoolmaaltijden. En er zijn 1.200 wetenschappers bijgekomen, waardoor Nederland weer wordt gezien als topland voor de wetenschap. Dat is echt niet niks. En er moet nog veel meer gebeuren maar niet voordat de heer Krul een interruptie pleegt.
zullen wij een voorstel voor doen en ik wist dat de heer Paternotte iets zou vertellen over schoollunches. Dus dacht ik: ik ga hem nu gelijk pakken, want dan hoef ik dat straks zelf niet te doen. De heer Paternotte (D66): Hoe dan ook, of er nou een scherm bij is of niet, er zal af en toe wel iets gegeten moeten worden op school om te zorgen dat je weer verder kan, want die lesdagen zijn ook niet zo ontzettend kort. Ik zal inderdaad wel even iets meer doorvragen als mijn dochter de volgende keer de mandarijnen niet gepeld heeft en zegt: ik had er geen tijd voor. De heer De Kort (VVD): Ik ben het helemaal met de heer Paternotte eens over die basisvaardigheden. We moeten inderdaad die scholen niet te veel lastigvallen met allerlei lespakketten of met het Wilhelmus zoals het CDA ooit heeft voorgesteld, waarbij ik opmerk dat de VVD ook bepaalde dingen heeft voorgesteld. Wat ons betreft moet twee derde van alle lestijd ten minste naar die basisvaardigheden gaan. Taal en rekenen komen namelijk ook gewoon terug in geschiedenis, aardrijkskunde en andere vakken. Hoe ziet D66 dat en stelt D66 ook een bepaald minimum daarvoor?
De voorzitter: Ja, de heer Krul. Gaat uw gang. De heer Krul (CDA): Ik zal bekennen dat ik zat te wachten op het onderwerp maaltijden om te kunnen interrumperen. Het is wel heel vroeg in het betoog van de heer Paternotte, maar hij zal het wel overleven, denk ik. Het is een mooie opsomming van de heer Paternotte. Hij heeft het erover dat kinderen fitter zijn en dat er heel veel gebeurt, ook als het gaat om gezonder eten. Maar er gebeurt af en toe ook iets waar we minder gelukkig van worden. Ik doel dan op scholen met een continurooster waar kinderen voor de maaltijd — of het nou een schoollunch is of het eten uit hun eigen broodtrommeltje — voor een televisiescherm gezet worden omdat ze maar vijftien minuten hebben, waarbij tegelijkertijd eten en televisie kijken als lestijd geldt. Is de heer Paternotte het met ons eens dat dit een ontwikkeling is die wat minder positief is? De heer Paternotte (D66): Schermtijd is voor jonge ouders, zo zeg ik uit ervaring, soms ook wel even een klein moment op de dag, maar het moet zeker niet te veel worden. Als dit het resultaat is van het feit dat René Peters telefoontjes uit de klas heeft getrokken en er dan nog maar een keer per dag naar een scherm gekeken wordt en je er ook nog iets van kunt leren, vind ik het allemaal niet zo'n ramp, maar het moet niet te lang duren. Ik ben overigens benieuwd waar de heer Krul naartoe wil.
De heer Krul (CDA): Dat zal uit mijn eigen inbreng blijken. Waar ik naartoe wil, is dat kinderen die in een continurooster maar vijftien minuten hebben om te eten, niet met volle broodtrommeltjes weer naar huis gaan omdat ze te afgeleid waren in die vijftien minuten en ze hun bammetje niet op kregen vanwege dat prachtige filmpje over Peppa Big of Bingo. Daar
Tweede Kamer
Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024
De heer Paternotte (D66): Ik gaf zonet een voorbeeld van al die verplichtingen in die lespakketten. Volgens mij is de VVD nog steeds voor het wettelijk vastleggen van die drie uur per week sport. Dus het is prima om aan de andere kant te zeggen: twee derde van de week basisvaardigheden. Maar de heer De Kort geeft terecht aan dat dit niet per se allemaal hoeft te zitten in het vak taal. Sterker nog, als je een taalrijk vak hebt, zoals geschiedenis en aardrijkskunde, dan kan daar heel veel van geleerd worden, omdat het dan gaat om echt lezen en niet om het eruit halen van signaalwoorden, waar Nederlandse leerlingen overigens fantastisch goed in zijn. Of je dat op die manier moet gaan vastleggen, daarvan weet ik niet of je daarmee het doel bereikt. Ik merk dat die scholen graag willen dat wij ze niet overladen met dingen waar ze eigenlijk helemaal geen tijd voor hebben en dat wij leraren de mogelijkheid geven om niet al te veel afgeleid te worden door allemaal papierwerk en regeldruk maar om ze met de kerndoelen in de hand aan de slag te laten gaan. De heer De Kort (VVD): Ik heb al aangegeven dat wij er als VVD ook schuldig aan zijn geweest. Ik denk dat D66 en de VVD elkaar op dit terrein wellicht kunnen vinden. Daarnaast is het belangrijk dat hoe eerder we beginnen, we ook een beter fundament kunnen neerleggen.
Zeker waar het gaat om kinderen met een taalachterstand is het van belang ervoor te zorgen dat er stappen gemaakt worden om die basisvaardigheden te verbeteren. Hoe kijkt D66 aan tegen bijvoorbeeld een meer dwingend opleggen van vve voor kinderen met een taalachterstand en het vervroegen van de leerplicht naar de leeftijd van 4? De heer Paternotte (D66): Daar zijn wij zeker niet principieel tegen. Aangezien wij nogal voor het onderwijs zijn, zijn wij ook zeker niet tegen eerder beginnen. De meeste Nederlandse ouders sturen
16 januari 2024 TK 29
29-15-13
hun kinderen natuurlijk ook met 4 naar de basisschool toe. Maar ik heb nog geen onderbouwing gezien in de trant van: het vanaf 4 in plaats van 5 verplicht stellen, gaat echt helpen en het verschil maken. Maar als dat zou blijken, zijn wij daar niet principieel op tegen. De voorzitter: De heer Paternotte vervolgt z'n betoog. De heer Paternotte (D66): Voorzitter. Ik noemde zonet een aantal dingen die in die achttien maanden zijn gebeurd. Daar kan overigens voor een heel groot deel nog aan doorgewerkt worden, met steun van deze Kamer. Dat is niet niks, maar er moet nog veel gebeuren. Het is wel goed om te benoemen dat er sinds de verkiezingen ook in het onderwijs een onzeker vaarwater is, omdat het woord "bezuinigingen" vaak wordt genoemd, terwijl er nog grote problemen zijn. Van de vier onderhandelende partijen is er één partij die het programma heeft laten doorrekenen: de VVD. Daarbij vinden we meer dan een miljard aan bezuinigingen op onderwijs. Maar ook in de lijstjes van speerpunten en op de flyers en de posters van andere partijen kwam onderwijs vaak helemaal niet voor. En ondertussen sturen scholen kinderen steeds vaker naar huis omdat er geen leraar is. De leesvaardigheid gaat achteruit. Het onderwijsveld is dus gebaat bij duidelijkheid en bij een steun in de rug.
Ik hoop daarom ook dat de collega's de mooie woorden — ik vond ze niet allemaal mooi, maar ik hoorde heel veel mooie woorden in de maidenspeeches — ook in hun eigen fracties de komende tijd blijven herhalen. Het PISA-onderzoek van voor de kerst was namelijk dramatisch; daar kunnen we niet omheen. Een op de drie komt functioneel analfabeet van school. Ook het niveau op het gebied van rekenen daalt. Het gaat niet over heel Europa, maar Nederland staat inmiddels zelfs bijna onderaan. Afgelopen vrijdag was ik in Rotterdam-Zuid, in Feijenoord, op de Bogermanschool. Daar gebeurde de afgelopen jaren grappig genoeg precies het omgekeerde. Jarenlang scoorden ze daar ondergemiddeld. De inspectie was eigenlijk niet eens heel erg kritisch, want de leerlingen kwamen toch al met een flinke taalachterstand op die school, dus je kon ook niet te veel verwachten. Maar in drie jaar tijd wist de school dat toch te veranderen, dankzij scherpe keuzes. Lesmethoden met vooral plaatjes en korte tekstjes gingen eruit; samen met de klas verhalen lezen ging erin. De school kiest duidelijke prioriteiten binnen de kerndoelen. Leraren worden vrijgehouden van papierwerk. Ze kiezen er rigoureus voor om bijna alle fratsen uit de lesmethoden, het curriculum en vrijwillige lespakketten buiten de school te houden. Dankzij de schoolmaaltijden zitten de kinderen niet meer met honger en frisser in de klas.
En dankzij de Rijke Schooldag is er meer ruimte voor talentontwikkeling na de schoolbel, waardoor er minder druk zit op sport en muziek tot 15.00 uur 's middags. En toen de lesmethode voor rekenen op het basisniveau even niet op voorraad was, hebben ze noodgedwongen maar een hoger niveau besteld. Ze moesten wel, want anders hadden ze geen lesmethode. Het resultaat was dat ze twee derde van de leerlingen naar dat hogere niveau wisten te tillen, fors boven het landelijk gemiddelde. Dus toen de basislesmethode weer op voorraad was, wilde geen leerkracht meer terug naar dat niveau.
Tweede Kamer
Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024
Ze wilden niet terug naar lage verwachtingen. Hoge verwachtingen werden de norm. Voorzitter. Vanochtend betoogde ik met basisschoolleraar Jan van de Ven dat leesonderwijs minder moet gaan om begrijpend lezen. Ik had het daar zonet al over met de heer De Kort. Nederlandse kinderen blinken namelijk uit in het opzoeken van informatie in tergend saaie korte teksten en zijn geweldig in het markeren van signaalwoorden. De minister verwees in reactie hierop naar de curriculumherziening. Ik ben blij dat die er komt, met die nadruk op rijke en diepgaande teksten. Maar het nieuwe curriculum moet nog wettelijk verankerd worden. De toetsen en methoden moeten nog worden aangepast. En de curriculumherziening is al heel erg lang bezig, terwijl jongeren nu misschien wel blijvend moeite blijken te hebben met lezen. Daarom vraag ik de minister: hoe gaat zij ervoor zorgen dat deze ontwikkeling nu al wordt ingezet? Hoe gaan we de ambities opschroeven? Ik benoemde net namelijk die school die laat zien dat het helpt als leraren hoge verwachtingen hebben van kinderen. Wetenschappelijk onderzoek bevestigt dat. Waarom heeft de overheid dan zulke lage verwachtingen van scholen? Het lijkt dezelfde gedachte als achter begrijpend lezen, waarbij vaak wordt gekozen voor die korte oppervlakkige teksten. Hoe ziet de minister dit? Voorzitter. Volgende maand gaan we het uitgebreid hebben over het lerarentekort.
Dat vormt een fundamentele bedreiging voor de kansengelijkheid. Uit het onderwijsveld kwam een brede oproep voor een stagevergoeding voor leraren in opleiding, omdat bijna negen op de tien leraren in opleiding geen stagevergoeding krijgen, terwijl leraren die als stagiair voor de klas staan toch bijna hetzelfde werk doen en dezelfde spanning ervaren — mevrouw Pijpelink beschreef het net — als leraren die bevoegd voor de klas staan. De uitval is al behoorlijk hoog, dus zou daarvoor niet inderdaad een stagevergoeding moeten komen? Hoe ziet de minister dat? Voorzitter. Binnenkort komt er van de andere minister een wet internationalisering in het vervolgonderwijs. Over dit onderwerp heb ik de afgelopen tijd veel gesproken met veel partijen, van de universiteiten tot de hogescholen. Gisteren ben ik op bezoek geweest bij De Haagse Hogeschool, een instelling die na 95 jaar bouwen in de internationale top 5 staat. Zij maken zich echt heel erg zorgen over de gevolgen van maatregelen die in de afgelopen verkiezingscampagne zijn genoemd. Zowel voor de hotels als voor de studenten van Nederlandse en internationale bodem zou dat enorme gevolgen kunnen hebben, want zonder een internationaal karakter zijn dit soort scholen een schim van zichzelf. De hoge kwaliteit van hun onderwijs komt juist doordat ze studenten uit verschillende landen samen laten studeren.
Ik wilde hierbij uit een column citeren, maar dat heeft de heer Stultiens al gedaan. Een Nederlandse student vertelde me dat als de hotelschool een Nederlandstalige opleiding zou zijn, hij liever naar het buitenland was gegaan, omdat hij weet dat je in de hotelwereld veel meer kansen hebt in de wereldtaal. Nederland is een topland van wetenschap en vervolgonderwijs, omdat we staan voor de wereld en ons niet verstoppen achter de dijken. Het is dus helder wat wij willen. Er is schaarste, dus er is meer sturing nodig, maar laten we nou niet de historische blunder maken om bijna alle bachelors in het Nederlands te doen. Er staat veel op het spel als we nu niet de goede
16 januari 2024 TK 29
29-15-14
keuzes maken. Denk aan alle tekorten op de arbeidsmarkt die je krijgt, zoals in Denemarken gebeurde nadat zij in 2018 de deur dichtdeden voor internationale studenten. Bij de VVD is al een bezuiniging van 800 miljoen euro ingeboekt. Bij een andere partij zagen we het plan om zo goed als alle bachelors in het Nederlands te gaan doen. Misschien is meer verengelsing, zoals ik ooit in een column las, soms nog wel een beter idee dan wat je in sommige verkiezingsprogramma's leest. Mevrouw Martens-America (VVD): Ik heb een vraag aan de heer Paternotte. Dat is mooi, want de VVD gaat met een voorstel komen om ervoor te zorgen dat we de Engelse instroom gaan beperken. D66 komt vandaag met een voorstel om verder te verengelsen. Ik heb eigenlijk een hele simpele vraag. Wat is het antwoord van de heer Paternotte aan al die mensen die hierheen komen met prachtige verhalen over Engelse studies psychologie en hier geen woonruimte kunnen vinden? De heer Paternotte (D66): Daarom moeten er ook iets meer mogelijkheden zijn om te sturen op die instroom. Alleen zag ik voorstellen om dat helemaal te doen met taalbeleid. Ik was gisteren bij de hotelschool. Daar heb je inderdaad ook studenten die woonruimte moeten kunnen vinden, maar voor een heel groot deel van de tijd dat ze hier zijn, doen ze dat in het Skotel, het woonhotel van de school zelf.
In de doorrekening van het VVD-programma zie je het plan om, buiten de vier technische universiteiten, alle Engelstalige bachelors te verbieden. De hotelschool levert inderdaad wat woonruimte op, want die kun je opdoeken. Zo kijk ik bijvoorbeeld ook naar de Roosevelt Academy in Middelburg, de toerismehogeschool in Breda en de scheepvaartopleidingen. Hoe gaan we dat doen? Ik hoop dat u de plannen niet serieus meende, maar ik ben heel erg bang dat als we dat doorzetten, het echt funest wordt. De voorzitter: Mevrouw Mertens-America. Mevrouw Martens-America (VVD): Martens, voor de zekerheid.
studenten psychologie in Enschede te hebben. Is de heer Paternotte het dus met de VVD eens dat we echt kritischer moeten gaan kijken naar waar dat wel en niet kan en dat Nederland op dit moment niet gebaat is bij per definitie uitgaan van meer internationalisering? De heer Paternotte (D66): Wij vinden dat je de meerwaarde moet kunnen aantonen als je een studie in het Engels wilt aanbieden. Als je die meerwaarde kan aantonen, moeten wij dat niet gaan verbieden. U noemt precies dat voorbeeld van Brainport. Ja, er zijn inderdaad heel veel studies waarbij je je dat goed kan voorstellen. Dat zijn technische opleidingen; dit is een technische universiteit. Maar de universiteiten die geen technische universiteit zijn, hebben ook heel veel technische opleidingen. Ik begrijp dan bijvoorbeeld niet waarom de VVD voor de technische universiteiten een uitzondering wil maken, maar dat het bij diezelfde technische studies bij andere universiteiten gewoon weer in het Nederlands moet. De voorzitter: U heeft acht vragen per fractie, zeg ik maar even voor de duidelijkheid. U mag doorgaan, mevrouw Martens, maar … De heer Paternotte (D66): Ik kom er in de tweede termijn op terug. Mevrouw Hertzberger (NSC): Het valt ons toch steeds weer op dat er een enorme karikatuur wordt gemaakt van de voorstellen die Nieuw Sociaal Contract tijdens de campagne heeft gedaan.
Dat is onder andere dat wij alle bachelors in het Nederlands zouden willen. Wij hebben steeds het voorbehoud gemaakt dat er uitzonderingen kunnen bestaan voor beroepen waarvoor we sterk afhankelijk zijn van buitenlandse studenten in de arbeidsmarkt of voor bepaalde regio's. Het is vervelend dat telkens het voorbeeld van Denemarken erbij wordt gehaald als land dat op zijn schreden is teruggekeerd. Maar weet de heer Paternotte dat de instroom aan buitenlandse studenten in Denemarken nooit hoger is geweest dan 24%, en dat die in Nederland volgens het CBS boven de 40% lag? Wij zijn de koplopers van internationalisering en verengelsing in Europa. Waarom vindt de heer Paternotte dan die vergelijking met Denemarken toch steeds zo relevant?
De voorzitter: O, Martens. Mevrouw Martens-America (VVD): Geen probleem. Dank voor het antwoord van de heer Paternotte. Daarmee raakt de heer Paternotte ook meteen de uitdaging waar we voor staan. In ieder geval wat de VVD betreft zou niet top-down moeten worden opgelegd welke numerus fixus waar zou moeten plaatsvinden. Volgens mij zijn onderwijsinstellingen daar zelf ontzettend goed toe in staat. Neem bijvoorbeeld de Brainportregio. Ik ben het geheel eens met de heer Paternotte dat als we zeggen dat daar alles in het Nederlands moet, we grote tekorten hebben op de arbeidsmarkt. Maar nogmaals, er zijn natuurlijk ook heel veel studies waarbij het voor de Nederlandse samenleving als geheel, als je kijkt naar de stayrate, geen enkele toegevoegde waarde heeft om bijvoorbeeld meer Duitse
Tweede Kamer
Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024
De heer Paternotte (D66): Ik vind de vergelijking zo relevant omdat ze daar zeiden: we willen veel minder internationale studenten. Vervolgens hebben ze gezegd dat er veel meer in het Deens moest. Daar is heel erg op gestuurd. Dat hebben ze nu drie jaar gedaan en daar komen ze nu flink op terug en hebben ze spijt van. Ze zeggen dat het een groot probleem is. Dat zeggen niet alleen politici, maar dat zeggen juist al de bedrijven. Zij zeggen: er komt nu veel te weinig talent naar Denemarken en er gaat wetenschappelijk talent Denemarken uit; dit is heel dom beleid en we schieten onszelf in de voet. Daarom komen ze erop terug. Daarom vind ik de vergelijking heel relevant. Ik hoop namelijk heel erg — mevrouw Hertzberger gaat daar in de komende jaren natuurlijk een heel belangrijke rol in spelen — dat zij niet dezelfde fout maakt.
16 januari 2024 TK 29
29-15-15
Mevrouw Hertzberger (NSC): Ik wil toch herhalen dat 24% van de instroom echt een stuk lager is dan de 41% waar wij inmiddels op zitten. De Wet op het hoger onderwijs schrijft gewoon voor dat initiërend hoger onderwijs in Nederland, dus de bachelors, in het Nederlands wordt gegeven, met een aantal uitzonderingsgronden. Dat geldt inmiddels voor 30%. Het Engels is voor een heleboel mensen een statussymbool — "kijk mij eens; ik heb een Engelstalig opleiding gedaan" — maar voor een heleboel mensen is het een taalbarrière, het verschil tussen de winnaars en de verliezers. De vraag aan de heer Paternotte is of we nu door de enorme instroom van internationale studenten niet een heel aandeel Nederlandse studenten mislopen, die een barrière voelen om een opleiding helemaal in het Engels te doen. We hadden immers ook een hotelschool voordat we verengelsten. De heer Paternotte (D66): Ik zei net al: op zich zijn wij er echt wel voor dat er meer instrumenten komen om op de instroom te sturen, want bij sommige studies zie je inderdaad dat het aandeel heel groot wordt. Als er meerwaarde is, vinden wij alleen dat het wel moet kunnen en dat we dat niet moeten verbieden. Mevrouw Hertzberger vraagt of er dan geen studenten zijn die zich laten afschrikken, maar ik hoor van studenten echt alleen maar het omgekeerde.
Gisteren op die hotelschool zeiden ze bijvoorbeeld: als dit allemaal in het Nederlands was en ik deze topopleiding niet in Nederland had kunnen doen, dan had ik misschien wel naar het buitenland gemoeten. Die studenten willen heel graag de vrijheid hebben om te kunnen kiezen, ook voor Engelstalige bachelors. Zij willen graag worden opgeleid voor een wereldmarkt, voor een land dat misschien wel de meest open economie van de wereld heeft. Laten we er dan misschien een beetje trots op zijn dat Nederland dat internationale talent weet aan te trekken en dat hier soms de beste docenten uit de wereld naartoe willen komen, terwijl we ondertussen een hogeronderwijsstelsel hebben waarbij je geen collegegelden van €30.000 hoeft te bereiken. Het is echt knap dat we dat met elkaar voor elkaar hebben gekregen. Dus ja, de meerwaarde moet je aantonen. We zullen inderdaad iets meer moeten gaan sturen op de instroom. Maar maak nou niet de fout om te zeggen: buiten de vier technische universiteiten moeten alle bachelors weer in het Nederlands. Dan kun je de hotelscholen en de universitycolleges sluiten. Hoe gaan we International Business Administration hier op De Haagse Hogeschool dan noemen? Internationaal zakenlevenbestuur? Dat zou echt funest zijn. Ik hoop dat die plannen niet echt worden doorgezet op de formatietafel. De voorzitter: De heer Paternotte vervolgt zijn betoog.
De heer Paternotte (D66): Dan kom ik bij studiefinanciering, want ik wil het hebben over geld. Daar gaat een begroting natuurlijk ook over. Sinds 2023 is er voor bijna een half miljoen studenten weer een basisbeurs. In het koopkrachtpakket van toen hebben we de basisbeurs voor uitwonende studenten verhoogd met €160. Dat was nodig, want de kosten stegen flink. Maar helaas vervalt deze verhoging weer in september. Dat betekent voor zo'n 200.000 studenten dat hun basisbeurs met meer dan €160 daalt. Dat zou heel logisch zijn als de
Tweede Kamer
Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024
kosten voor het studeren, de huur en de boodschappen ook weer zouden dalen, maar dat is niet zo. Studenten doen hun best om ook te werken naast hun studie en als ouders kunnen bijdragen, moeten ze dat ook doen. Maar die €160 maakt heel vaak het verschil tussen je huur wel of niet kunnen betalen en genoeg geld hebben voor een laptop of niet, en die bepaalt vaak of je aan het einde van je geld nog een stukje maand over hebt. Hopelijk niet. Daarom doen wij samen met de SP een voorstel om de verhoging van de basisbeurs te verlengen. We betalen dat uit de Aanvullende Post bij Financiën die daar technisch gereserveerd staat voor de begroting LNV, namelijk voor het stikstoffonds. Ik verwacht brede steun, want een grote meerderheid van deze Kamer heeft zich sinds de invoering van de basisbeurs uitgesproken voor het verhogen van de basisbeurs. Deze dekking zou ook steun moeten kunnen vinden bij een meerderheid. Aan de minister heb ik nog de vraag of dit uitvoerbaar is en of dit nog voor het komende collegejaar lukt. Voorzitter. Ik wil de inzet van mijn voorganger Jeanet van der Laan met betrekking tot studentenwelzijn graag voortzetten, zodat iedere student goed in zijn of haar vel zit. Het gaat op veel plekken gelukkig beter. Het Landelijk Kader Studentenwelzijn draagt hier ook aan bij, maar in de tussentijd zie ik nog wel knelpunten.
Voor studenten is het niet duidelijk op welke ondersteuning ze recht hebben en voor instellingen en docenten is het onduidelijk wat hun verantwoordelijkheid hierin is. Ik las dat de minister een zorgplicht voor sociale veiligheid wettelijk gaat vastleggen. Ik heb aan de minister de vraag of we dat niet ook kunnen doen voor het welzijn van studenten. De heer Ceder (ChristenUnie): Ik heb een vraag over de dekking van het vorige punt van de heer Paternotte uit de LNV-begroting. Volgens mij is de ongeschreven regel hier dat wij binnen de begroting van het departement geld halen, dus dat wij niet uit een ander departement geld halen. Ik vraag me af of D66 breekt met die lijn of dat het er nog mee eens is dat het wel keurig is om het geld binnen de onderwijsbegroting te zoeken. De heer Paternotte (D66): Ik ben niet bekend met die ongeschreven regel. Volgens mij bestaat die ook niet. De ongeschreven regel is wel dat een amendement gedekt moet zijn. Dat doen we ook. Het is overigens niet van de LNV-begroting, want het is geld dat nog niet is toegekend; het is de Aanvullende Post. De regel is dat je niet kunt dekken met begrotingen die al behandeld zijn. Het Belastingplan bijvoorbeeld staat al vast. Dat kan niet. Ik vind het ook logisch dat je dat niet in het lopende jaar kan wijzigen, maar dat beperkt natuurlijk de mogelijkheden.
Dit is een dekking waarvan een meerderheid van partijen, althans in de verkiezingsprogramma's, heeft gezegd dat je die kunt verlagen. Wij zien mogelijkheden om dat op een effectieve manier te doen. Dat is iets wat bij de begroting LNV aan bod zal komen, want daar komt een dekkingsamendement langs. Maar het gebeurt aan de lopende band dat je voor een begroting kijkt naar een ander departement. Ik wil u niet op ideeën brengen, maar ... De voorzitter:
16 januari 2024 TK 29
29-15-16
De heer Ceder. Nee? Het is goed? Dan gaat de heer Paternotte naar zijn afronding. Dat denk ik gelet op de tijd, maar dat laat ik aan hem. De heer Paternotte (D66): Niet helemaal. Ik denk dat ik een minuut extra gaat vragen. Voorzitter. Winston Churchill zou ooit de vraag hebben gekregen of het tijdens de Tweede Wereldoorlog niet een goed moment was om eens wat te gaan bezuinigen op cultuur, zodat er wat meer geld naar de oorlogsinspanningen kon. Zijn antwoord was: "Waar vechten we dan voor?" Cultuur geeft betekenis aan de wereld om ons heen, geeft verbeeldingskracht en empathie, en brengt mensen samen. Juist nu de samenleving steeds meer verhardt, is die verbinding meer nodig dan ooit. Dat brengt me bij de bibliotheek in de buurt, bij uitstek de plek waar ruimte is voor ontmoeting en verbinding in een buurt of dorp, maar ook voor digitale hulp en taallessen. Laten we er daarom voor zorgen dat elke gemeente in ons kleine land een bibliotheek heeft. Het is goed dat de staatssecretaris zich ervoor inzet om in iedere gemeente een bibliotheek te realiseren en dat zij bestaande bibliotheken wil versterken. Gemeenten willen dat ook; dat is duidelijk. Er werd veel meer geld voor bibliotheken aangevraagd dan er beschikbaar was.
Wat kan de staatssecretaris op korte termijn nog doen voor bibliotheken die net achter het net vissen? Waarom wil de staatssecretaris het wetsvoorstel voor een bibliotheek in elke gemeente pas in 2025 aan de Kamer sturen? Kan dat niet versneld worden? Voorzitter. Uiteindelijk zit cultuur niet in stenen, in gebouwen of in voorwerpen. Cultuur begint bij de ideeën van mensen, de artiesten, de kunstenaars en de muzikanten. Het kabinet heeft een eerlijke betaling voor de mensen in de cultuursector verplicht gesteld en daar ook geld voor vrijgemaakt. Dat is baanbrekend. Kan de staatssecretaris vertellen wat haar verwachtingen zijn voor de komende BIS-periode? Verwacht zij dat meer gemeenten en provincies haar fairpayvoorbeeld zullen volgen? Wat kan er gedaan worden om gemeenten daarbij te ondersteunen? Voorzitter, tot slot. Voor onze democratische rechtsstaat is een onafhankelijke, pluriforme pers die in veiligheid zijn werk kan doen essentieel. Het is de zuurstof van de democratie. Vooral journalisten die zich bezighouden met verslaggeving over misdaad of terrorisme lopen soms enorme risico's, zoals wij helaas te vaak met verschrikkelijke afloop hebben gezien. We moeten voorkomen dat journalisten zich gedwongen voelen zichzelf te censureren vanwege de veiligheid.
Daarom hebben wij een amendement ingediend om beveiliging voor deze groep te financieren wanneer deze journalisten dat zelf niet kunnen. De voorzitter: Dank voor uw inbreng. Daarmee zijn we wat mij betreft even klaar met de eerste termijn, in de zin dat we even gaan schorsen voor de dinerpauze. Dat doen we tot 19.25 uur. Dan zien we elkaar weer. De vergadering wordt van 18.23 uur tot 19.27 uur geschorst.
Tweede Kamer
Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024
De voorzitter: Aan de orde is de voortzetting van de begrotingsbehandeling Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Ik hoop dat iedereen genoten heeft van het diner. De bewindslieden zitten ook alweer klaar in vak K. We zijn toe aan de volgende maidenspeech, die zal worden gegeven door de heer Soepboer namens Nieuw Sociaal Contract. Ik nodig hem van harte uit om naar het spreekgestoelte te komen. Gaat uw gang. De heer Soepboer (NSC): Dank u wel, voorzitter. Ik dacht: als ze in Nieuw-Zeeland een haka in het parlement kunnen doen, dan vindt u het vast niet erg als ik een paar woordjes in het Fries tot u richt. Ik zal u geruststellen: naderhand is er voor iedereen een stencil beschikbaar met een vertaling van die paar zinnen. Maar ik doe dat natuurlijk niet van tevoren, want elke goede docent weet: als je dat doet bij een spreekbeurt, gaat iedereen zitten lezen. En dat willen we nou net niet. Een stukje in het Fries dus. En ik doch dat mei grutte soarchfâldichheid, omdat ik net wol dat it boadskip ferlern giet, myn taal ta karikatuer makke wurdt of foar opskuor yn 'e seal soarget. Dat binne de ôfwagings dy't ik altyd bydel gean moat as ik de taal fan myn hert sprekke wol, sels yn Fryslân.
Want ik bin sprekker fan in minderheidstaal, in taal dy't op papier beskerme wurdt troch hânfêsten en wetten mar allinnich takomst hat as har sprekkers genôch moed ha, grutsk doare te wêzen en selsbetrouwen ha. En dat is lang net altyd maklik. Der binne plakken yn Europa dêr't taalminderheden beskimpt, útskolden, achtersteld en diskriminearre wurde: de Sami, de Basken, de Sorben, de Skotten en gean sa mar troch. Allegear kinne wy in skiednis fan ûnderdrukking, in no fan ûngelikens en in takomst dy't ûnwis is. Ik stean hjir hjoed net as slachtoffer — perfoarst net, en dat sil ik ek nea dwan. Mar ik sprek hjir hjoed myn memmetaal yn ús nasjonale parlemint omdat ik jo help nedich ha. Help mij de komende tijd om wat al lang afgesproken is in verdragen, ook echt te doen. Help mij onze officiële taal de grondwettelijke bescherming te geven die hij verdient. En natuurlijk zal ik u helpen om voor uw taal op te komen, of dat nu het Jiddisch, het Limburgs, het Papiaments of zelfs het Nederlands is. Want ik zeg het u: ook daarvan is de toekomst niet zeker. Voorzitter. Dan over naar het hoofdgerecht: onderwijs. We zijn net terug van reces. De eerste weken in Den Haag liggen achter ons. Sommige momenten die daarin plaatsvonden, liggen mij nog vers in het geheugen. Eén moment wil ik daar vandaag uit pakken. Dat is het moment waarop ik mij niet kon inhouden om licht te gniffelen.
Meesmuilend lach ik over de schokkende uitslag van de PISA-scores. Ik was zelfs even blij met Griekenland in de EU, want als dat niet zo was geweest, zouden wij als Nederland het laagst hebben gescoord qua lees- en rekenvaardigheid van de hele Europese Unie. Eigenlijk had ik in tranen uit moeten barsten, maar het werd gniffelen, en ik zal u uitleggen waarom. Hier volgt: Redenen tot gniffelen, een drieluik in mineur. De eerste reden tot gniffelen is het Fries als referentiekader. Zoals u mogelijk van mijn introductie heeft begrepen, hebben wij in Fryslân onze eigen officiële taal, het Frysk. Zou
16 januari 2024 TK 29
29-15-17
u onder jongeren van 15 jaar in Fryslân een onderzoek houden over de lees- en schrijfvaardigheid van hun moedertaal, dan zult u tot de conclusie komen dat bijna 100% analfabeet is in zijn eigen taal. Gaandeweg zijn wij het normaal gaan vinden dat wij onze eigen taal niet functioneel kunnen maar ook niet hoeven te gebruiken. Wij zijn het normaal gaan vinden dat, zodra wij op de basisschool komen, wij onze moedertaal in de poppenhoek mogen parkeren. Wij zijn het normaal gaan vinden dat wij ons aanpassen zodra iemand dat van ons verlangt. U begrijpt dat als dat je referentiekader is, je moet gniffelen om PISAscores. Wel kunnen wij, denk ik, leren van de Friese situatie. Er zijn parallellen te trekken naar de staat van het Nederlands en de mogelijke toekomst daarvan. De les die wij kunnen leren, is de volgende: als wij niet in staat zijn de noodzaak van het goed beheersen van de taal te waarborgen, kunnen wij hem afschrijven. We zien dat momenteel op de universiteit gebeuren. Ik hoop dat ik in u allen medestanders vind om dit te voorkomen en om zowel voor het Fries als voor het Nederlands de toekomst zeker te stellen.
Ik vraag dan ook aan de minister: bent u het met Nieuw Sociaal Contract eens dat het Fries en het Nederlands, als officiële talen van Nederland, gewaarborgd moeten worden en blijven, en dat daarvoor een duidelijke opdracht bij het Rijk ligt? Wij zullen ook nog met een amendement komen over een practoraat Fries op de mbo's aldaar. De tweede reden tot gniffelen: verwijten en pleisters. In de brief van de minister over het duiden van de tegenvallende PISA-scores lees ik veel over de coronapandemie als de grote oorzaak voor het resultaat. Monkend las ik dat van alles de schuld kreeg behalve de schuldigen en dat er tijdelijke pleisters op wonden werden geplakt, zoals de NPOgelden. Van die gelden hebben wij tot op de dag van vandaag geen idee wat het precies heeft uitgehaald en waar het precies naartoe is gegaan. Wij mogen over anderhalf jaar een evaluatie verwachten. We kunnen dus over anderhalf jaar constateren wat er nu mis is. Dat is exemplarisch voor onderzoek doen binnen het onderwijs: mosterd na de maaltijd. Ik verzeker u: als ik hier op dit moment een hartaanval krijg, wil ik graag nú gereanimeerd worden en direct een cardioloog zien; ik wil niet over anderhalf jaar horen dat ik een hartaanval had. Ik heb zelf meer dan tien jaar voor de klas mogen staan. Toen corona uitbrak, gaf ik nog les.
Ik heb kort mogen genieten van het digitale thuisonderwijs aan groepen pubers die het laatste beetje structuur dat het onderwijs hun nog bood als sneeuw voor de zon zagen smelten. En ja, dat was vervelend. En nee, dat is niet dé grote reden van de achteruitgaande beheersing van taal en rekenen bij onze jongeren. Ook zonder corona waren onze PISA-scores even dramatisch geweest. Dat geldt ook voor de staat van het onderwijs, overigens. Met name het vmbo zakt door de bodem. Ik vraag de minister om daar een analyse van te maken. Wat is er aan de hand op het vmbo, en in het verlengde daarvan op het mbo? Wat wil de minister daar specifiek aan doen? De derde reden tot gniffelen: de algehele staat van het onderwijs. De aftakeling van het onderwijs zou eigenlijk voor niemand als verrassing moeten komen. Ik gniffelde in plaats van te moeten huilen, omdat ik het van mijlenver aan zag komen. Dat is dan weer niet om te gniffelen. De
Tweede Kamer
Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024
algehele staat van het onderwijs is namelijk wel degelijk om te huilen. We hebben dat met elkaar gedaan, dat was niet corona. Het kwam deels door mobiele telefoons en door sociale media waar niemand mee om kan gaan. U kunt dit niet, ik kan dit niet, laat staan dat onze leerlingen dit kunnen. Maar hoofdzakelijk kwam het door slecht beleid en door slechte innovaties. In de jaren tachtig moest er bezuinigd worden. "Iedereen moet een offer brengen om de economie te redden", zei Lubbers. Zeker die kinderenpestende, vakantievierende, overbetaalde docenten moesten maar eens loon naar werken krijgen. Nou ja, werken … Het werd een offer dat het onderwijs nooit meer te boven is gekomen. De Herziening Onderwijs Salarisstructuur was veel meer dan een salariskorting. En dat was nog maar het begin. Tel de volgende zaken daarbij op. We hebben van scholen geldgedreven bedrijven gemaakt, waarbinnen parttime werken in een flexibele schil de norm is geworden. Ook hebben we systeemdenken laten winnen van vertrouwen, waardoor docenten te weinig zeggenschap over hun werk hebben en vaak vastzitten in verslagleggingsmoerassen en administratieoerwouden. We kieperen alle sociale en maatschappelijke problemen moeiteloos bij het onderwijs over het hek. We hebben docenten gedegradeerd tot coaches. We gaan ervan uit dat leerlingen in een halfuurtje instructie de kern wel kunnen oppakken.
We hebben kennis ondergeschikt gemaakt aan vaardigheden, ook op de docentenopleidingen. We hebben met elkaar een stadium bereikt waarin alles fun moet zijn, waarin tussenjaren en jezelf ontdekken op de goudgele stranden van Bali de normaalste zaken van de wereld zijn en waar plichtsbesef, doorzettingsvermogen en afzien een negatieve smaak achterlaten. Zelfs een hele slechte rekenaar — en daar hebben we er nogal wat van — weet dan dat het er niet goed voor staat. Er is nog meer, maar ik heb maar twaalf minuten en u begrijpt dat de oplossing nooit zal liggen in subsidieconfetti en symptoombestrijding, waarvan de NPO-gelden een voorbeeld zijn. Die ligt helaas ook niet in nieuwe curricula, hoe belangrijk ook, en zelfs niet in het Masterplan basisvaardigheden. Wat nodig is, is een langdurig herstelplan kwaliteit onderwijs, verdeeld in meerjarenplannen met structurele financiering.
Is de minister dit met Nieuw Sociaal Contract eens? Wat zou er volgens de minister nodig zijn om tot zo'n herstelplan te komen? Is de minister het ook met Nieuw Sociaal Contract eens dat onderwijsgeld terecht moet komen bij het primaire proces en in minimale mate bij de overheid? Is de minister bereid om zo snel mogelijk onderzoek te laten doen naar welk percentage van de lumpsum daarvoor geoormerkt zou moeten worden? Hoe waardeert de minister de loononderhandelingen met de onderwijsraden terwijl financiële ruimte door OCW wordt bepaald? Zou een directere vorm van onderhandelingen met de bonden niet logischer zijn en meer draagvlak genieten van het onderwijzend personeel in de breedste zin des woords volgens de minister? De Onderwijsbegroting valt volgens de minister in vier hoofdthema's uiteen, te weten: lerarentekort, basisvaardigheden, gelijke kansen en sociale veiligheid. Is de minister het met Nieuw Sociaal Contract eens dat de prioriteit echt bij de eerste twee punten zou moeten liggen, en dat goed onderwijs voorwaardelijk is voor gelijke kansen?
16 januari 2024 TK 29
29-15-18
Dan tot slot over cultuur. Cultuur is wat NSC betreft onmisbaar in een levendige democratie. Ik noem bijvoorbeeld journalistieke media, landelijke, maar zeker ook regionale en lokale, die hun rol in de maatschappij goed verstaan en ons helpen om goede gesprekken te voeren. De pers en de NPO moeten ruimte en vertrouwen krijgen om hun onafhankelijke rol binnen de democratie te kunnen blijven spelen. We willen constructief en samen met de media zoeken naar wegen om hun onafhankelijke positie te versterken en het vertrouwen in de media te herstellen. NSC is niet huiverig voor een herziening van het publieke bestel. Misschien is bestuur vanuit de gedachte van een representatieveledenstructuur wel achterhaald. Er zijn andere manieren om de pluriformiteit en transparantie in het medialandschap te borgen. Wij zullen hiervoor de komende tijd de contouren uit gaan tekenen. Cultuur moet volgens Nieuw Sociaal Contract in iedere regio beschikbaar en bereikbaar zijn. De verdeling van cultuurgelden en subsidies is nog steeds verre van gelijkwaardig. Om een voorbeeld te noemen: de regio Amsterdam krijgt 80% van de operagelden en de regio zuid nog geen vijf. Dat is slechts één voorbeeld.
De komende tijd zal Nieuw Sociaal Contract er alles aan doen om ervoor te zorgen dat er een betere verdeling komt en dat de adviezen uit het rapport Elke regio telt! ook echt worden uitgevoerd, zodat de regio de aandacht en de structurele middelen krijgt die ze verdient, niet alleen op het gebied van OCW, maar overal. Want, foarsitter, te lang ha de minsken yn de regio yn it skaad fan De Haach libbe. It wurdt heech tiid dat wy de sinne skine litte yn dy plakken dêr't it tsjuster west hat en dat wy waarmte bringe, dêr wêr't de minsken yn de kjeld sitte. It is tiid foar in nij sosjaal kontrakt. (Geroffel op de bankjes) De voorzitter: Dank u wel. Van harte gefeliciteerd met uw maidenspeech. Ik nodig ook u uit om hiervoor te gaan staan en de felicitaties van uw collega's in ontvangst te nemen. De vergadering wordt van 19.40 uur tot 19.46 uur geschorst. De voorzitter: We zijn nog steeds bezig met de behandeling van de begroting van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. We gaan nu wederom naar een maidenspeech luisteren, namelijk van mevrouw Hertzberger, die namens Nieuw Sociaal Contract spreekt. Zij heeft ook aangegeven dat ze geïnterrumpeerd mag worden. Ik stel wel voor om dat een beetje later in het betoog te doen, maar dat is verder aan u.
microbioloog en schrijver. Een soort thuiswedstrijd dus, en een warm bad. Ik wil graag beginnen bij wetenschap, bij een van mijn grote voorbeelden in de wetenschap, Katalin Karikó, een Hongaars-Amerikaanse biochemicus, die vorig jaar de Nobelprijs voor de geneeskunde won met haar onderzoek naar mRNA-moleculen. Met haar onderzoek legde zij de grondslagen voor de ontwikkeling van de RNA-vaccins, die een cruciale rol speelden tijdens de coronapandemie. Ik denk dat het belangrijk is dat iedereen die zich bezighoudt met wetenschapsbeleid, haar verhaal kent. Want zij won die Nobelprijs niet dankzij wetenschapsbeleid maar ondanks wetenschapsbeleid. De Amerikanen slaagden erin haar zo goed als nooit te financieren. Haar subsidieaanvragen waren nooit succesvol. Voor haar experimenten moest zij steeds weer om onderdak bedelen bij labs die wél geld hadden gekregen. Zij was een soort wetenschappelijke bankslaper. Niemand zag in haar wat zij wel was: een Nobelprijswinnaar. De vraag die iedereen die zich bezighoudt met wetenschapsbeleid zou moeten stellen, is hoe het mensen als Karikó in Nederland zou zijn vergaan. Zijn wij wél in staat om deze mensen de tijd en de ruimte te bieden om te knutselen, hun nieuwsgierigheid te volgen, te vallen en op te staan? Het antwoord is: waarschijnlijk niet. Want ook hier komen ze in de knel, en misschien nog wel ernstiger dan in de VS.
Ze leggen het af in de competitie voor subsidies, ze vinden geen verplichte cofinanciering bij gebrek aan interesse van het bedrijfsleven, ze kunnen te weinig successen laten zien bij hun tussentijdse rapportages en het onderwerp is niet modieus genoeg, want ook in de wetenschap blijft dat belangrijk. Dit gaat niet alleen over hoe slecht wij zijn in het herkennen van wetenschappelijke excellentie; dit gaat ook over academische vrijheid. Want de vrije wetenschapsbeoefening staat in Nederland onder druk. Wij staan 24ste op de Academic Freedom Index-lijst van 29 Europese landen en gebieden. Dat is niet vanwege autoritaire regimes of politiek inhoudelijke inmenging, zoals elders. In Nederland staat die onder druk door beleid. De executives-taal, lean management, de korte contracten voor onderzoekers en docenten, het topdown sturen op kwantitatieve output: aantallen studenten, promoties, papers. Wat ook meespeelt is dat wij valorisatie vaak inrichten door verplichte samenwerking met het bedrijfsleven: publiek-private projecten en steeds weer die grote consortia waarin je maar beter iedereen te vriend kan houden. Denk aan Katalin Karikó en vraag je af hoe succesvol zij zou zijn geweest in dit bestel.
Of bekijk het wetenschapsveld eens vanuit het perspectief van iemand met onderzoeksresultaten die niet iedereen zullen bevallen, van iemand die een nieuw soort milieuvervuiling, fraude of bestuurlijke misstanden op het spoor is.
Ik geef het woord aan mevrouw Hertzberger. Gaat uw gang. Mevrouw Hertzberger (NSC): Voorzitter. Het is een grote eer om hier, in deze Kamer, voor het eerst over onderwijs, wetenschap, cultuur en media het woord te mogen voeren, aangezien ik mijn gehele volwassen leven heb doorgebracht in in ieder geval drie van die vier gebieden: onderwijs, wetenschap en media. Ik was eerder promovendus, onderzoeker aan de universiteit als
Tweede Kamer
Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024
Dankzij het beleid van deze minister heeft Nederland een aantal belangrijke stappen gezet om de situatie te verbeteren, bijvoorbeeld door het Programma Erkennen en Waarderen, door meer vaste contracten en meer geld voor ongebonden onderzoek, waaronder de starters- en stimuleringsbeurzen. Dat is winst. Maar hoe vaak moeten wetenschappers nog steeds verplicht op zoek naar een bedrijf dat iets in hun werk ziet en eraan wil bijdragen? Mijn vraag aan de minister is of hij een overzicht kan maken waaruit blijkt voor hoeveel van het beschikbare wetenschapsgeld dit