CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7; Vragen tweede kamer.pdf

Gemeenteraad 14 november 2024, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 7: Verordening Leerlingenvervoer gemeente Halderberge36.277 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

15 Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024

in de tijd. We hebben de al behandelde begrotingen op dezelfde manier behandeld als de begrotingen die we tot aan het februarireces gaan behandelen. De algemene beraadslaging wordt geopend.

Voorzitter: Van der Lee Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024 Aan de orde is de behandeling van: - het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2024 (36410-VIII). De voorzitter: Aan de orde is de behandeling van de begroting van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. We gaan vandaag beginnen met de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik heet de bewindslieden van harte welkom: de minister van OCW, de minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs en de vers benoemde staatssecretaris van OCW; nog van harte gefeliciteerd. Van harte welkom. Het is een bijzondere dag vandaag, want er zijn maar liefst acht leden die in dit debat hun maidenspeech gaan houden. Dat is, voor zover we nu weten, een record. Daarom ga ik er iets meer over zeggen. We hebben de volgende parlementaire traditie. Voor iedere nieuwgekozen volksvertegenwoordiger is de eerste grote speech altijd een belangrijk moment. Daar gaan we ook apart bij stilstaan. Dat betekent dat ik na iedere maidenspeech ga schorsen, zodat de persoon waar het om gaat gefeliciteerd kan worden. Sommige Kamerleden hebben aangegeven dat ze aan het eind van hun maidenspeech ook wel vragen willen beantwoorden. Ik zal vooraf zeggen bij welke Kamerleden die hun maidenspeech houden dat het geval is.

Verder hebben we een aantal afspraken gemaakt over het aantal interrupties bij de begrotingsbehandeling. Bij deze begrotingsbehandeling, waarin veel leden spreken en waarin drie bewindslieden een rol spelen, is de afspraak dat we per fractie acht interrupties toestaan. Het gaat om acht interrupties, onderling, maar ook donderdag in de eerste termijn van de zijde van de regering. Ik hoop dat dat duidelijk is. Ik zie dat er geen vragen zijn. Dan gaan we beginnen. De heer Paternotte heeft toch een vraag. Het zijn acht vragen. De heer Paternotte (D66): O, dat is alles? De voorzitter: Ja. De heer Paternotte (D66): Oké. De voorzitter: Nog een korte toelichting. In het verleden gaven we wat meer ruimte voor interrupties, maar toen hadden we de reguliere begrotingsbehandeling, die al in september begon en voor de kerst eindigde. Nu zitten we toch wat krapper

Tweede Kamer

Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024

De voorzitter: Als eerste van de zijde van de Kamer zal het woord worden gevoerd door mevrouw Van der Velde. Zij spreekt namens de PVV. Zij houdt haar maidenspeech. Ik verzoek haar om achter de katheder te gaan staan. Gaat uw gang. Mevrouw Van der Velde (PVV): Dank u wel, voorzitter. Redbad, oftewel Radboud, it Reaklif en de Slach by Warns, oftewel het Rode Klif en de Slag bij Warns, en Friezen om utens, oftewel Friezen buiten Friesland. Een geheel eigen taal, een eigenzinnige cultuur, eigen tradities en een eigen geschiedenis: dat is Friesland. Dat is de provincie van mijn ouders en de provincie waar ik vandaan kom. Nergens binnen Nederland zult u een volk vinden dat zo trots is op zijn wortels als de Friezen. Ook ik als Fries om utens ben ontzettend trots op de provincie waar ik oorspronkelijk vandaan kom. Ik houd van de Friese taal, het Friese landschap en de eigenzinnige Friese mensen. Mocht ik op een gegeven moment met pensioen gaan, dan zie ik mijzelf ook zeker terugverhuizen naar Friesland. Want u kunt de Fries wel uit Friesland halen, maar u kunt Friesland niet uit de Fries halen. Dit is een stukje trots dat ik altijd bij mij zal dragen, een stukje trots dat ik werkelijk iedere Nederlander gun. Het doet er niet toe uit welke provincie je komt, uit welk dorp of uit welke stad: er is altijd wel iets in de eigen omgeving om trots op te zijn, waar je ook trots op mag zijn.

Maar ja, dat telt schijnbaar niet bij de begroting, als je naar het onderdeel over cultuur kijkt. Bijvoorbeeld bij het onderdeel over de opera maakt het deel van het land waaruit je komt wel degelijk uit. Wat vindt de minister er bijvoorbeeld van dat Opera Zuid zo veel minder krijgt dan de opera in het noorden of het midden? Daar horen wij natuurlijk graag een antwoord op. Helaas leeft de Nederlander tegenwoordig ook nog eens in een schaamcultuur. Ja, u hoort het goed: een schaamcultuur. Want trots op de eigen omgeving is vaak ver te zoeken. Beroepsactivisten maken Nederlanders wijs dat ze die trots ook niet meer mogen hebben. Dat geldt ook voor onze cultuur, tradities en geschiedenis. Zo liggen onder andere Zwarte Piet, carnaval en onze VOC-geschiedenis al jaren onder vuur. Die VOC-geschiedenis — het is nogal een ding — wordt naar het schijnt gelijkgetrokken met de slavernijhandel. Nu vraagt u zich misschien af hoe die nou gelijk kan worden getrokken met de slavernijhandel. Dat is heel simpel: de kwartiermaker van het nieuwe aanstaande slavernijmuseum zei over een replica van het VOC-schip De Amsterdam dat het in de zeventiende en achttiende eeuw slaven zou hebben verplaatst van het ene continent naar het andere. Maar weet u wat dit schip daadwerkelijk vervoerde? Dat waren specerijen, porselein, thee, zijde en andere soorten textiel. Dit was namelijk een handelsschip.

Maar nee, wij Nederlanders moeten ons schamen voor die Nederlandse geschiedenis van handeldrijven. Volgens deze nieuwe kwartiermaker vervoerde het schip dus slaven. Dat is natuurlijk fout, maar als mensen over deze duistere periode hun "feiten" al niet eens recht kunnen hebben, vraag

16 januari 2024 TK 29

29-15-1

ik mij af wat voor andere "feiten" dit slavernijmuseum zal verkondigen. Wordt er wel nagekeken of deze "feiten" kloppen? Voorzitter. Niet alleen onze culturele sector werkt mee aan deze schaamcultuur, maar ook organisaties zoals de NPO dragen hieraan bij. Als u niet dagelijks om de oren wordt geslagen met feiten zoals dat vlees, geschiedenis, auto's, vliegen en een vuurtje stoken slecht voor ons zijn, komen deze feiten ook weer als venijnige steken terug binnen de programmering. U bent de reden dat de ijsberen op sterven liggen op de Noordpool. U bent ook de reden dat Nederland straks onder water staat en dat de wereld vergaat. En schaam u vooral voor de kleine geneugten die u heeft. Voel u vooral niet te goed over uw leven en over het land waar u woont. Voorzitter. In de begroting staat het volgende. "De Nederlandse Publieke Omroep" — oftewel de NPO — "vervult een essentiële rol in de verrijking en verbinding van de Nederlandse samenleving met informerende, inspirerende en impactvolle programma's. Als open en diverse publieke omroep geeft de NPO zo veel mogelijk mensen en meningen in onze veelkleurige maatschappij de ruimte." Ja, zo zou dat moeten zijn en dat zou de PVV natuurlijk ook graag zien, want iedere Nederlander betaalt mee aan de NPO.

Maar laten we heel eerlijk zijn: wanneer was de laatste keer dat u naar de NPO keek en dacht: wat een fijne, diverse en open omroep is het eigenlijk? De NPO wilde nota bene Ongehoord Nederland van de buis laten verdwijnen, omdat het geluid van deze kleine omroep de NPO niet aanstond. Maar goed, ook D66 wilde Ongehoord Nederland graag laten verdwijnen van de buis, maar we zien vooralsnog dat vooral D66 zelf van het toneel verdwijnt. Mevrouw Uslu is vertrokken naar Corendon en haar fractiegenoot Steven van Weyenberg is ook vertrokken naar hogere oorden, als minister van Financiën. De NPO heeft recent aangegeven dat Ongehoord Nederland weer aan mag schuiven bij het volgende bestuurlijke overleg aan het einde van deze maand. Het blijft natuurlijk frappant dat de baas van de NPO, Frederieke Leeflang, heeft aangegeven dat zij haar functie niet meer fatsoenlijk uit kan voeren door Ongehoord Nederland. Dat is op z'n zachtst gezegd bijzonder te noemen, net als haar enthousiasme voor een mogelijke wettelijke verankering van de journalistieke code van de NPO in de Mediawet, waar de omroepen zich nu vrijwillig aan hebben gebonden. Hierdoor kunnen er sancties komen op afwijkend gedrag en wordt het toezicht op naleving gedelegeerd aan het Commissariaat voor de Media. De PVV maakt zich daar grote zorgen over, omdat je dan in feite over een staatstoezicht spreekt, met alle gevolgen van dien.

Onze fractie zal zich daar altijd tegen blijven verzetten. Voorzitter. Niet alleen is ons omroepbestel onvoldoende pluriform, er is op dit moment ook weinig ruimte voor diverse meningen. Dan kunt u denken aan de bijzonder eenzijdige berichtgeving van de NPO. Ook volgens de NPO is kleinburgerlijk Nederland slecht en mag het zich schamen voor alle plezierige dagelijkse zaken. Verder zijn alle asielzoekers zielig, net als die eerdergenoemde ijsberen, en is er vooral interesse voor gemarginaliseerde groepen, maar ook weer niet voor alle, want niet iedereen is zielig genoeg en u mag zich natuurlijk tegoed doen aan nieuws dat aangeleverd wordt door Hamas, nota bene door de EU aangemerkt als terreurorganisatie. Het zou bijna lachwekkend zijn als het niet zo ernstig is. De PVV trekt de conclusie dat we nog veel te doen hebben op het gebied van cultuur en

Tweede Kamer

Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024

media op dit vlak. Nederlanders moeten weer trots worden op Nederland en op onze cultuur en geschiedenis, want er is veel om trots op te zijn. Ik hoop dan ook vanuit de grond van mijn hart dat de liefde en trots die ik aan het begin van mijn betoog genoemd heb, straks door iedere Nederlander gevoeld gaan worden. Dat was het onderdeel media en cultuur. Ik zou verder natuurlijk nog even door willen gaan met het onderdeel emancipatie. Voorzitter. De PVV heeft de afgelopen jaren op het gebied van emancipatie een eigen geluid vertegenwoordigd. In die tijd leken veel andere partijen zich vooral te willen binden aan progressief-linkse en links-liberale geloofsartikelen. Het leek erop dat deze partijen vooral het geluid van, al dan niet gesubsidieerde, belangengroepen en activisten vertegenwoordigden of hierbij aanhaakten uit onwetendheid en conformisme. Ondertussen voerde de PVV een duidelijke koers, een koers van gezond verstand en het vertegenwoordigen van opvattingen uit de bredere samenleving. Dat betreft ook opvattingen vanuit holebi en feministen die in de media en politiek niet of nauwelijks aan bod komen, en als ze wel aan bod komen is dat vaak in negatieve zin. Dit is het fundament onder de consistente lijn die wij zullen doorzetten en waar nodig zullen aanscherpen. We zien momenteel grote veranderingen plaatsvinden in Nederland, maar ook in de landen om ons heen.

Dat gebeurt dus niet alleen in Nederland en ook niet alleen op het gebied van bijvoorbeeld asiel en migratie, maar ook als het gaat om de invloed van de militante woke-ideologie. In de VS, vanwaaruit deze ideologische waanzin is overgewaaid, zien we een kentering ontstaan die ongetwijfeld ook hier zijn beslag zal krijgen. Gezond verstand, feiten en rechtvaardigheid kunnen wellicht razendsnel weer de overhand krijgen. Of het nu is op het gebied van emancipatie, van media en cultuur, van onderwijs of van welke portefeuille dan ook, de PVV zal er in de komende kabinetsperiode alles aan doen om Nederland na decennia van ideologische gekte eindelijk weer te helpen normaliseren. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank, mevrouw Van der Velde. (Geroffel op de bankjes) De voorzitter: Ik feliciteer u van harte met uw maidenspeech en ik verzoek u om even voor mij te gaan staan, zodat de collega's u ook kunnen feliciteren. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. De voorzitter: Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van de begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. We zijn nu toe aan de tweede maidenspeech van een lid van de Partij voor de Vrijheid. Ik geef het woord aan de heer Van der Hoeff. De heer Van der Hoeff (PVV):

16 januari 2024 TK 29

29-15-2

Voorzitter. Vandaag voer ik mijn eerste onderwijsdebat en dat is dan ook nog eens de begrotingsbehandeling. De lijn van de PVV op ons onderwijs is al jaren duidelijk en consistent. Ik zal namens de PVV die lijn dan ook voortzetten. Voorzitter. De Onderwijsraad kwam afgelopen zomer met de waarschuwing dat een vierdaagse lesweek, een uitleenbare docent onvermijdelijk zijn ... Nee, ik pak het even opnieuw op. Voorzitter. De Onderwijsraad kwam afgelopen zomer met de waarschuwing dat de vierdaagse lesweek én de uitleenbare docent onvermijdelijk zijn geworden in de strijd tegen het lerarentekort. Het lerarentekort is namelijk ongelijk verdeeld en dus moet solidariteit leidend zijn. Voor ons is een vierdaagse lesweek volstrekt onacceptabel. Ook zien we niets tot weinig in een plan om leraren uit te lenen aan scholen waar het lerarentekort het grootste is. Dat is geen duurzame oplossing en wij vrezen dat dit juist ertoe zal gaan leiden dat nog meer leraren het onderwijs zullen verlaten. Zeker voor leraren die pas een aantal jaren aan het werk zijn, is dit onwenselijk. Mijn driedelige vraag aan de minister is dan ook: waarom zijn er zulke verschillen tussen scholen, hoe ziet de minister de uitvoering van een dergelijk plan op basis van solidariteit en deelt zij de waarschuwing van de Onderwijsraad? Voorzitter. Het onderwijs verkeert in een systeemcrisis.

Hoe zijn we eigenlijk in deze situatie terechtgekomen? De politiek heeft de fout gemaakt de notie te omarmen dat het onderwijs zelf het beste weet hoe ons geld in het onderwijs besteed moet worden. Dat was het startschot voor bestuurders om zich meester te maken van het eigenaarschap van het onderwijs. Zij konden voortaan met de lumpsum, de financiering van de scholen door de overheid, doen wat ze wilden. Niet de leraren, niet de ouders en niet de politiek bepaalden wat er gebeurde, maar de bestuurskoepels namen het eigenaarschap over. Zij konden in alle vrijheid beslissen welke vernieuwingen er doorgevoerd werden. Het waren altijd vormen van het nieuwe leren die leraarextensief en dus niet begrensd zijn; grote klassen, leerpleinen, weinig leraren en dus weinig kosten. Ze zetten zichzelf op salarissen net onder de norm van topinkomens. Ze konden bijna ongebreideld fuseren tot massa-instituten zoals we die in het mbo en hbo zien. Dit is echter slechts een deel van de analyse over het verval van het onderwijs. Ons onderwijs is ook een soort vergaarbak geworden van allerlei vormen van activisme. Het gaat van klimaat tot gender en er is steeds minder tijd en aandacht voor de basis, de kern. Graag een reflectie van de minister! Dat de discrepantie tussen leraren en de bestuurders groter dan ooit werd, is een aantal weken geleden duidelijker geworden dan ooit.

Het bestuur van de OOadA, de Stichting Openbaar Onderwijs aan de Amstel, kwam met het idee om de leerkrachten te bedanken met een voetenbankje in de vorm van een kartonnen doos. Een doos, voorzitter! Een kartonnen doos. Het was vast ludiek bedoeld, maar het is illustratief voor de haast onoverbrugbare kloof tussen bestuurders en het onderwijs en de leerkrachten. De feeling met de werkvloer is veelal zoek. Intussen ging de kwaliteit met het jaar achteruit tot we zijn aangeland in 2023, het derde jaar op rij waarin de onderwijsinspectie vaststelde

Tweede Kamer

Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024

dat het niet goed gaat met de basisvaardigheden van de leerlingen. Voorzitter. Maar liefst 25% van de 15-jarigen kan niet goed lezen en schrijven. Het onlangs verschenen PISA-onderzoek heeft ons echter verder met de neus op de feiten gedrukt. Inmiddels kunnen we een derde van de leerlingen classificeren als semi-analfabeet. Een derde, voorzitter! Een derde is semi-analfabeet. In het mbo is het niet veel beter. 15% van de mbo 2-studenten en 7% van de mbo 3-studenten verlaat de opleiding zonder het referentieniveau 2F te behalen. Dit niveau is minimaal nodig om normaal te kunnen functioneren in de maatschappij. In het basisonderwijs is het niet beter gesteld met de leerprestaties. Te weinig leerlingen halen het vereiste taal- en rekenniveau om zonder problemen hun schoolcarrière te vervolgen. Dit zijn uiterst zorgwekkende cijfers die onwaardig zijn voor een eerstewereldland als Nederland. Een derde van de kinderen wordt als functioneel analfabeet sociaal gehandicapt het leven in gestuurd. Een totale schande. In sommige wijken in onze grote steden, zoals bijvoorbeeld RotterdamZuid en Laak, ligt het percentage nog hoger. Een dramatische ontwikkeling. Graag een reactie van de minister. Voorzitter. Even iets over de totale leegte van het begrip "kansenongelijkheid".

Er wordt altijd gesteld dat we alle kinderen en jongeren de kans willen geven om zich optimaal te ontwikkelen en het beste uit zichzelf te halen. Er wordt gesteld dat niet uitmaakt wat het opleidingsniveau, het inkomen of de herkomst van hun ouders is, of in welke wijk ze opgroeien. Maar natuurlijk maakt het uit of je geboren bent in het chique Amsterdam-Zuid of in de Schilderswijk, en natuurlijk doet het ertoe of er thuis Nederlands wordt gesproken, er Nederlandse boekjes worden gelezen en er naar Nederlandse televisieprogramma's wordt gekeken. Wij betogen al jaren dat het onderwijs kansenongelijkheid niet kán oplossen. Het onderwijs kan en moet — dat is zelfs haar eerste taak — kansengelijkheid bevorderen. Het onderwijs hoort de emancipatiemotor van de samenleving te zijn, die kinderen verheft en ze in staat stelt om hun dromen waar te maken, en die ervoor zorgt dat zij het beter zullen krijgen dan hun ouders. Voorzitter. Wij constateren helaas precies de tegengestelde beweging. Het bevorderen van kansengelijkheid heeft nul zin zolang ons onderwijs de basis niet op orde heeft. Weet u wat kansengelijkheid bevordert? Alle scholen in elke stad en elk dorp — in Laak is inmiddels 50% van de inwoners laaggeletterd — moeten aan dezelfde strenge kwaliteitsnormen voldoen als de scholen in de blanke enclaves waar de bakfietsen rijden.

De kerndoelen, de basiskennis en eindtermen moeten hetzelfde zijn. Leraren moeten dezelfde kennis en vaardigheden hebben, opgeleid en gediplomeerd door pabo's en lerarenopleidingen die dezelfde kwaliteitsnormen streng handhaven. Scholen moeten kinderen minimaal leren schrijven, lezen en rekenen. Dát bevordert kansengelijkheid als geen andere beleidsmaatregel. De beheersing van de basis van taal en rekenen is de sleutel tot het leven met zingeving. Dát maakt onderwijs weer de grote gelijkmaker die het altijd was. Voorzitter. De realiteit is echter dat kinderen tegenwoordig slechter lezen, schrijven en rekenen dan toen hun ouders het funderend onderwijs verlieten. Niet voor niets is de

16 januari 2024 TK 29

29-15-3

vorige minister met een masterplan basisvaardigheden gekomen om deze maatschappelijke ramp te beteugelen. Voorzitter. Binnen dit kader wil ik het graag hebben over het plan om de lerarenopleiding gratis te maken. Allereerst, gratis bestaat niet. De rekening zal hoe dan ook opgebracht moeten worden. Wij zien liever dat een eventuele lening rentevrij blijft en dat na een dienstverband van een x-aantal jaren de kosten worden kwijtgescholden. Er is geen enkele garantie dat ze ook in het onderwijs gaan werken en daar, bovenal, blijven werken, zeker met de krappe arbeidsmarkt als de onze. Graag een reactie hierop van de minister. Voorzitter. Het steeds virulenter worden van antisemitisme aan onze universiteiten baart ons ernstig zorgen. De PVV weigert te geloven dat dit het gevolg is van het conflict in het Midden-Oosten. Wij zien het vooral als een voortvloeisel van het activistische gedachtegoed waarmee ieder conflict door de binaire bril van het kolonialisme wordt bekeken. Het wordt verklaard als antizionisme, maar zoals de legendarische professor Jacques Presser hierover heeft gezegd: het nieuwe fascisme zal zichzelf antifascisme noemen. Ondertussen voelen Joodse studenten zich niet meer veilig aan onze universiteiten en blijft keihard optreden tegen haatzaaiers achterwege.

Wat gaat de minister doen zodat de Joodse studenten zich weer veilig kunnen voelen aan onze universiteiten? Voorzitter. De centrale eindtoets is twee jaar geleden doodverklaard en vervangen door de prestatieneutrale doorstroomtoets. De eindtoets zou namelijk onbedoeld de indruk hebben gewekt dat dit het einde zou betekenen van de doorlopende leerlijn. De eindtoets zou zogenaamd ook geleid hebben tot extra prestatiedruk. Nu zitten we dus met de doorstroomtoets opgezadeld, die nog ná het voorlopig schooladvies afgenomen wordt. Ik wil er, binnen het kader van kansengelijkheid, dan ook voor pleiten om de doorstroomtoets vóór het voorlopig schooladvies af te nemen. Zo voorkomen we, in mooi Nederlands, the soft bigotry of low expectations, waar juist veel kinderen met een migratieachtergrond mee te kampen hebben. Voorzitter. Ik ga afronden. Vorig jaar werd de noodklok geluid over de instroom van het aantal vluchtelingenkinderen. Er kwamen bijvoorbeeld in Den Haag maandelijks vier klassen bij en dat in een tijd van een gierend lerarentekort. Gezien de huidige duizelingwekkende aantallen minderjarige asielzoekers die wekelijks richting ons land vooruitgestuurd worden, zouden we graag willen weten hoe de situatie nu is. Hoeveel minderjarige asielzoekers stromen in ons onderwijs in en ziet de minister ook dat we er geen capaciteit meer voor hebben? Tot zover mijn bijdrage, voorzitter.

De voorzitter: Hartelijk dank. (Geroffel op de bankjes) De voorzitter: En ook u, meneer Van der Hoeff, van harte gefeliciteerd met uw maidenspeech. Ik vraag u te gaan staan voor de katheder en dan wordt u gefeliciteerd.

Tweede Kamer

Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. De voorzitter: Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van de begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. We gaan over naar een spreker van de VVD die al langer lid is van de Kamer en dus niet zijn maidenspeech houdt, en dat is de heer De Kort. Ik geef hem het woord. De heer De Kort (VVD): Dank u wel, voorzitter. Op zich bijzonder dat je met twee jaar en negen maanden eigenlijk al een ervaren Kamerlid bent hier en nu. Desalniettemin heel veel felicitaties aan beide collega's van de PVV met hun mooie maidenspeech. Ik ben ook heel benieuwd naar de overige zes maidenspeeches. Namens de VVD zal over deze onderwijsbegroting het woord worden gevoerd door collega Martens-America en mijzelf. Ik zal ingaan op het primair en het voortgezet onderwijs en mijn collega zal ingaan op het vervolgonderwijs, media en cultuur. Voorzitter. De periode dat je het meest wordt gevormd in je leven is volgens mij je schoolperiode en in het bijzonder je periode op de basisschool en op de middelbare school. Als ik naar mijzelf kijk, heb ik tot mijn 15de een zorgeloze schoolperiode gehad. Op de basisschool heb ik geleerd om te lezen, te schrijven en te rekenen, maar ook om vriendjes en vriendinnetjes te maken, om samen te werken. Voetballend op het schoolplein heb ik daar geleerd wat het inhoudt om te winnen en om te verliezen.

Het was een heel vormende periode. Ik gun onze Nederlandse kinderen en jongeren allemaal zo'n zorgeloze periode, waarin je de ruimte krijgt om fouten te maken maar ook om te leren van die fouten en je de ruimte krijgt om je talenten te ontwikkelen. Degenen die mij al iets langer volgen in deze Kamer, weten dat voor mij mijn visuele beperking de motivatie is geweest om de politiek in te gaan. De afgelopen jaren heb ik mij ingezet om juist die talenten voorop te zetten in de arbeidsmarkt. Dat wil ik blijven doen, maar ook dat ontwikkelen van talenten is iets wat heel belangrijk is in het onderwijs. Ik zal in mijn bijdrage ingaan op drie thema's. Ten eerste en volgens mij ook het belangrijkste, de basisvaardigheden, ten tweede het lerarentekort en ten derde de veiligheid op onze scholen. Allereerst dus de basisvaardigheden, voor ieder kind een goede basis. Daarbij speelt thuis een belangrijke rol, maar zeker ook het onderwijs, want in het onderwijs worden kinderen voorbereid op de maatschappij. Helaas is uit recent onderzoek wederom gebleken dat juist die basisvaardigheden achterblijven. Als ik dan dieper inzoom op dat PISArapport, valt mij ook helaas op dat juist bij de gezinnen waar thuis geen Nederlands wordt gesproken de taalachterstand groter is dan bij gezinnen waar wel Nederlands wordt gesproken.

Ik vraag mij dan ook af of het kabinet een specifieke aanpak ziet om die gezinnen waar taalachterstanden plaatsvinden, even ongeacht de achtergronden, sowieso beter te kunnen helpen. Ik heb daarvan zelf goede voorbeelden gevonden in Duitsland. Wat de VVD betreft zou het goed zijn als we de kinderen bij wie juist sprake is van zo'n taalachterstand, nog dwingender naar vve begeleiden. Daar kan namelijk een goede basis worden gelegd. Dat is ook

16 januari 2024 TK 29

29-15-4

het fundament voor een goed verder verloop van een schoolcarrière. Daarnaast vindt de VVD het belangrijk om de leerplicht naar de leeftijd van 4 jaar te vervroegen. Ik ben benieuwd hoe de minister daarnaar kijkt. Kan zij overzien welke effecten dit mogelijk kan hebben op het verder verbeteren van de basisvaardigheden? Voorzitter. Dan het tweede punt: het lerarentekort. Inmiddels staan er zo'n 40.000 vacatures open in het primair en voortgezet onderwijs. Maar juist een bevlogen en deskundige leraar kan het verschil maken voor een kind. Dan kijk ik terug naar mijn eigen schoolperiode. Toen ik plotseling nagenoeg blind werd, stond er één docent op: Toon Leijten, mijn docent economie. Als je plotseling een handicap krijgt, kun je niet meteen braille lezen of meteen met spraaksoftware werken. Het was Toon die na het geven van z'n vakken economie en na het achtste lesuur alle boeken ging voorlezen: aardrijkskunde, biologie, het maakte niet uit. Hij deed ook andere vakken. Hij nam de tijd. Hij stak z'n nek uit. Ik gun iedereen een Toon. Juist mensen zoals Toon moeten we vooral ontzorgen. We moeten ervoor zorgen dat zij met hun vak en met hun ambacht bezig kunnen zijn. Want het zijn die docenten die het verschil kunnen maken voor ieder kind, voor iedere scholier. Het is dan ook jammer dat docenten te vaak worden geconfronteerd met administratieve lasten.

Dan kunnen ze namelijk niet bezig zijn met hun vak. Het is niet eens altijd Den Haag dat die regels oplegt, want we hebben er met hele goede redenen voor gekozen dat scholen en schoolbesturen heel veel vrijheid hebben, maar het betreft juist ook vaak interne regeldruk, door de school of door de schooldirectie opgelegd. Ik denk dat het goed is als de onderwijsinspectie een soort van benchmark gaat maken, want dat is een partij die bij al die scholen langskomt. Zij kunnen gaan kijken: hoe zit het nu met die administratieve lasten voor die docenten? Dan kunnen we die druk wegnemen. Dan kan de docent weer bezig zijn met z'n vak en met het doceren van onze kinderen en jongeren. Ik ben benieuwd hoe de minister daarnaar kijkt. De afgelopen jaren hebben we ook het een en ander gedaan om de salarissen van leraren omhoog te brengen. Dat was ook terecht, want die vakkrachten verdienen dat. Ik hoop dat u dat ook kunt opmaken uit mijn verhaal over Toon. Zo zijn er namelijk nog heel veel andere bevlogen en deskundige docenten. Maar het mag niet zo zijn dat die salarisverhoging leidt tot het werken van minder uren. Daarom is het goed dat de minister bezig is met de voltijdbonus. Ik vraag me dan ook af wat daarvan de laatste stand van zaken is.

Wanneer wordt die voltijdbonus over het gehele onderwijsveld uitgerold? Dan nog een punt voor de lange termijn, om ook meer leraren te werven voor de toekomst. Dan kijk ik specifiek naar de pabo. De pabo is nu nog heel erg generiek ingericht, terwijl het best zo kan zijn dat studenten een specifieke behoefte hebben. Misschien weten ze al dat ze graag willen worden opgeleid om te gaan doceren aan het jonge kind, groep 1 of 2, de kleuters. We zien ook, even heel generaliserend gesteld, dat mannelijke studenten vaker de behoefte hebben om niet die kleuters maar juist het oudere kind les te gaan geven. Het zou goed zijn om een splitsing in het pabo-aanbod aan te brengen met opleidingen specifiek

Tweede Kamer

Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024

voor het jonge kind en het oudere kind. Natuurlijk moeten we daarnaast ook nog het generieke aanbod in stand houden voor de studenten die de behoefte hebben het gehele pabo-aanbod in hun studie te volgen. Hoe kijkt het kabinet daarnaar? Wanneer komt er een dergelijke specifiekere inrichting van de pabo? Voorzitter. Dan het derde punt: de veiligheid op onze scholen. Iedere leerling moet in alle veiligheid z'n lessen kunnen volgen en iedere leerkracht moet in alle veiligheid z'n vak kunnen uitoefenen. Dan heb ik het zowel over fysieke als sociale veiligheid. Dan baart het de VVD zorgen dat we het wapenbezit onder jongeren flink zien toenemen. In 2019 werden er — ik zou bijna "slechts" zeggen omdat het verschil zo groot is, maar ieder wapen is er natuurlijk één te veel — nog 315 jongeren betrapt met een wapen, terwijl dat er in 2022 maar liefst 1.268 waren. Dat is dus meer dan een verviervoudiging. De scholen hebben vaak het nakijken, want zij kunnen een leerling niet langer dan een week schorsen. In extreme gevallen moeten ze leerlingen van school kunnen verwijderen, maar dat kunnen ze niet als er nog geen alternatief is gevonden. De conciërge of een ander personeelslid van de school heeft ook niet altijd de gelegenheid om bijvoorbeeld tassen of jassen te fouilleren. Mijn vraag aan de minister is of zij zich net zo veel zorgen maakt over deze ontwikkeling als de VVD.

Ziet zij andere instrumenten of maatregelen die scholen kunnen inzetten om dit wel aan te pakken? Met name in de grote steden is deze problematiek steeds erger aan het worden. Wij verwachten dan ook dat we, in samenwerking met politie en alle andere actoren die ervoor nodig zijn, er echt voor zorgen dat de leerlingen en de leerkrachten in alle veiligheid hun talenten kunnen ontwikkelen, hun fouten mogen maken en daar ook van leren, en dus die zorgeloze schoolperiode kunnen hebben waarover ik het in het begin van mijn verhaal had. Voorzitter, tot zover mijn bijdrage. Dan gaan we naar mijn collega, denk ik. De voorzitter: Ja. Hartelijk dank voor uw inbreng. Uw collega, mevrouw Martens-America, zal haar maidenspeech houden, ook namens uw partij, de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie. Gaat uw gang. Mevrouw Martens-America (VVD): Voorzitter, dank. Als volksvertegenwoordigers zijn wij de stem van onze buurt, ons dorp en onze stadsgenoten in dit huis. Dat zijn we logischerwijs voor hen die op ons hebben gestemd, maar, wellicht vandaag de dag steeds belangrijker, ook voor hen die niet op ons hebben gestemd. Want wij vertegenwoordigen Nederlanders niet alleen namens onze partij, maar ook middels de bagage die wij meenemen.

Mensen zullen onze accenten herkennen, lezen dat we dezelfde opleiding delen, een vergelijkbare vluchtgeschiedenis hebben, in dezelfde levensfase zitten of simpelweg houden van dezelfde voetbalclub. Het vervullen van onze controlerende en wetgevende taak doen wij namelijk voor alle Nederlanders. Ik draag daar dan ook de komende jaren in alle nederigheid graag mijn steentje aan bij. Dan wil ik graag beginnen bij die herkenbaarheid, want ruim 25 jaar geleden ging een 11-jarige Claire een tikkie jong naar de middelbare school. Het advies was: Claire is jong en weinig geïnteresseerd in school; begin maar lekker

16 januari 2024 TK 29

29-15-5

op de mavo. Dankzij mijn ouders was ik mij nooit bewust van bestaande oordelen over mavo versus havo en havo versus vwo. Ik begon al even ongeïnteresseerd aan mijn middelbare school. Gezien de weg die ik heb bewandeld, kan het niet anders dan dat ik mijn ouders regelmatig hoofdpijn heb bezorgd. Uiteindelijk was het devies thuis in huize Martens: werk hard, niet klagen en zorg gewoon dat je je papiertje haalt. Of dat nu een mbo-, een hbo- of een wo-diploma zou worden, het kwam nooit ter sprake, zolang ik maar niet de handdoek in de ring zou gooien. Op de momenten dat ik dat wel dreigde te doen, was daar mijn vader, met als resultaat dat ik tussen de zes maanden dat ik op het mbo heb gezeten en naar de havo ging, schoonmaakster was in een hotel om de hoek en, op het moment dat ik fulltime moest werken naast mijn studie, bekendstond als de slechtste stewardess die Nederland ooit heeft gekend. Zoals heel veel andere mensen in Nederland werd ook ik regelmatig gedwongen om om te gaan met tegenslagen. Uiteindelijk, via een omweg en een stapeling van diploma's, bleek dat de theoretische kant mijn weg was en kwam ik goed terecht in het bedrijfsleven. Voorzitter. Ik spoel door naar het heden. Ik begin graag bij de politieke hype van 2023, namelijk de zeven vinkjes. Ik noem dit "vinkschaamte".

Om toch maar een disclaimer te plaatsen: dit is geenszins een aanval op literaire vrijheid, maar voor mij een prachtige symboliek voor het savioursyndroom dat wij hier in Den Haag regelmatig hebben. Ik bedoel dat het nastreven van succes en het hebben van hoogopgeleide — of laten we zeggen "theoretische" — ouders in sommige progressieve hoeken toch iets is waar je je voor zou moeten schamen en niet iets om trots op te zijn. Er bestaat dus zoiets als: hoeveelvinkjeshebjij.nl. Ondanks de wellicht juiste intenties van dit mechanisme legt het exact bloot waarom een drievinker niets snapt van de zelfschaamte van een zevenvinker, laat staan van het opgelegde medelijden. Volgens die website ben ik namelijk een drievinker. Daar ben ik niet trots op. Daar schaam ik mij niet voor. Dat ben ik gewoon, en met mij mijn ouders en mijn broertje. Mijn vader had tot de financiële crisis van 2008 een succesvolle mkb-onderneming, mijn moeder heeft een fijne baan en mijn broertje is na het afronden van de Herman Brood Academie een van Neerlands succesvolste hardstyle-dj's. Ik heb een familie waar ik trots op ben. Wij weten wat hard werken is en dat is onderdeel van ons leven. Wij staan absoluut niet te wachten op de mening van een zevenvinker.

Nou is dit natuurlijk louter een theorie, maar het legt bloot hoe er vanuit bepaalde hoeken, ondanks de juiste intenties, onjuist wordt gekeken naar het grootste gedeelte van ons land. Want praktisch geschoolde huishoudens, ouders die hun kinderen vol trots afzetten bij een technische opleiding en hen zien opgroeien tot zelfstandige burgers, snappen helemaal niet dat wij kijken met medelijden, en begrijpen niet hoe een groep theoretisch geschoolde schoolbestuurders hen ziet. Zij zijn ook helemaal niet hulpbehoevend. Ik durf zelfs te wedden dat het grootste gedeelte van deze Nederlanders helemaal niet zou willen stijgen op de vinkenladder. Het legt haarfijn bloot dat bestuurders en beleidsmakers soms ver afstaan van het grootste gedeelte van Nederland, onze handen, ons hart, de economie, de motor, de gewone Nederlander. Te vaak gaat het over symboliek. Te vaak poogt een theoretische zevenvinker te bepalen hoe een praktische drievinker zijn of haar leven zou moeten leiden.

Tweede Kamer

Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024

Persoonlijk geniet ik altijd enorm van het ongemak wanneer ik in diezelfde progressieve hoek moet laten vallen dat ik een drievinker ben. Een Claire, lid van de VVD, hoogopgeleid, Gooise r, zit op hockey: dat past absoluut niet in het plaatje. Wat moet je daar nou mee? Representatie gaat namelijk veel verder dan partijkleuren, geslacht of afkomst. Dankzij mijn ouders kreeg ik de ruimte om te ontdekken of ik een praktische mbo'er was of, wat uiteindelijk bleek, een theoretische stapelaar. Ik kreeg de veilige zoektocht naar de vraag of het mbo mijn trotse eindstation zou zijn of een opstap naar het hbo. Ik gun dat iedereen, elke vmbo-leerling en elke mbo'er. Ik ga me daar de komende jaren keihard voor inzetten. Ik zou bij deze begrotingsbehandeling graag stil willen staan bij drie onderwerpen. Eén: de noodzakelijke maatschappelijke herwaardering van ons mbo-onderwijs. Twee: het beheersbaar krijgen van de instroom van internationale studenten. En drie: media en cultuur. Voorzitter. Ik heb net een gloedvol betoog gehouden over mbo'ers en hoe belangrijk ze zijn in onze samenleving. Zij vormen met 40% de grootste groep in het vervolgonderwijs. Na deze opleidingen zullen zij maatschappelijke rollen vervullen die essentieel zijn voor onze economie, in de zorg, in de bouw en in de detailhandel. Tekorten aan personeel zijn overal en iedereen ziet dat op dit moment.

Er is wat mijn fractie betreft dan ook alles aan gelegen om een maatschappelijke herwaardering van het mbo-onderwijs te bewerkstelligen. Mbo-onderwijs zou een gerespecteerd en gewaardeerd eindstation moeten zijn, en niet een automatische opstap naar het hbo. En ja, dat vraagt een lange adem. Ik denk dat we dat met z'n allen moeten doen. De collega's die ik hierover recent heb gesproken, delen dezelfde ambitie. Ik wil een aantal complimenten uitdelen, onder anderen aan de minister. Ik zie absoluut dat er liefde voor deze beroepsgroep is. Ik hoop dat we hier nog veel mooie dingen voor kunnen doen. Ik heb een aantal vragen aan de minister. Ik hoop dat hij deze kan beantwoorden. De minister is bezig met de uitrol van baangarantie voor mbo'ers. Er zijn echter ook een hele hoop mbo-opleidingen waarbij het arbeidsmarktperspectief toch zeer gering is. Mijn vraag is: hoe rijmt de minister dit met de plannen voor baangarantie? Ik zou de minister willen vragen of hij zijn contacten in de sector wil gebruiken om de gunstige uitstroomkansen en het regelmatig hoge salaris onder de aandacht te brengen van deze jongere doelgroep. Een aantal mbo's zijn hier heel druk mee bezig; een aantal ook niet. Van het aanjagen van de instroom maak ik graag de stap naar het beperken van de instroom, en dan specifiek bij het hbo en het wo. Nederland kent een aantal heel populaire studies.

Dat zien we bij de instroom van het aantal studenten. Dat gaat gepaard met hoge kosten voor de Nederlandse samenleving. Op een aantal uitzonderingen na is de zogenaamd stayrate erg laag. Dan hebben we het nog niet gehad over de toch al grote tekorten aan studentenwoningen. Wat de VVD betreft maakt de minister dan ook vaart met de drie numerusfixusopties om te zorgen dat deze instroom beperkt kan worden. We hebben recent een brief gekregen van de minister waarin staat dat het toch allemaal lastig is, maar mijn vraag is: wanneer komt deze brief dan wel? Wat is de volgende stap? Zijn we op tijd voor de selectie van januari 2025?

16 januari 2024 TK 29

29-15-6

Voorzitter. En dan tot slot media en cultuur. Ons landje is klein en kent een grote culturele sector. Het mooie is dat dit voor iedereen een andere betekenis heeft, of het nu musea met onze grootste schilders, Opera Zuid, die ook mijn collega van de PVV noemde, regionale feesten en tradities, de pride in de hoofdstad of onze dance-industrie betreft. Voorzitter. Ik wil graag afsluiten met een punt over de NPO. Een sterke publieke omroep is namelijk in het belang van ons allemaal. De laatste tijd piept en kraakt het en zien we veel negatieve berichten in de pers. Er gaan op dit moment de meest wilde verhalen over schijnconstructies en uitgaven. Wij verwachten van allerlei organisaties dat er op een transparante manier inzicht wordt gegeven in belastinggeld. Maar waarom dan niet in Hilversum? De politiek moet wegblijven bij een inhoudelijk oordeel, maar het gebrek aan transparantie voedt cowboyverhalen. Daarom dien ik samen met mevrouw Keijzer een voorstel in om transparantie binnen de publieke omroep af te dwingen. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank. (Geroffel op de bankjes) De voorzitter: Ik feliciteer u van harte met uw maidenspeech. Ik verzoek u om even voor mij te staan en de felicitaties in ontvangst te nemen. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. De voorzitter: We gaan door met de behandeling van de begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

We zijn toe aan de volgende maidenspeech, van mevrouw Pijpelink. Zij spreekt namens de fractie GroenLinks-PvdA. Zij heeft aangegeven bereid te zijn om aan het einde van haar betoog vragen te beantwoorden, als die er zijn. Gaat uw gang. Mevrouw Pijpelink (GroenLinks-PvdA): Dank u wel, voorzitter. In 1999 startte ik op 24-jarige leeftijd als docent geschiedenis en staatsinrichting in het voortgezet onderwijs. Dat was een mooie tijd, waarin het best bikkelen was als beginnend docent. In de twintig jaar waarin ik werkzaam ben geweest in het onderwijs, als toetsmaker vmbo bij Cito, als docent geschiedenis, als afdelingsleider vwo en als toezichthouder in het primair onderwijs, heb ik heel veel ontwikkelingen voorbij zien komen. Ik noem er een paar. Een nieuw organisatiemodel, waarbij vo-scholen zich van een platte organisatie met veel autonomie voor de vakdocenten ontwikkelden naar een teamstructuur georganiseerd rondom onderwijsniveaus. Een nieuw curriculum, waarbij het onderwijs en vaardigheden een pregnante plek kregen ten opzichte van de harde vakkennis. Het opkomende internet zou er immers voor gaan zorgen dat alle kennis online beschikbaar en toegankelijk was. De steeds verdergaande digitalisering van het onderwijs en het lesaanbod. Een toename in de complexere zorg voor

Tweede Kamer

Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024

leerlingen met problemen — dat waren zowel leerproblemen als privéproblemen — onder wie veel leerlingen die thuis als mantelzorger moesten fungeren. Voorzitter. Het kan niet genoeg genoemd worden: lesgeven is topsport. Je redt het als docent alleen als je mentaal en fysiek in goede conditie bent. Leerlingen ruiken het als je een keer je dag niet hebt. Na een dag lesgeven heb je alles van jezelf gegeven, want dat is wat docenten doen. En echt, wat kijk ik met warmte en plezier terug op twintig jaar vo. Ik heb, denk ik, nooit meer zo veel positief verschil kunnen maken voor jonge mensen. En nu ga ik verder met onderwijs, vanaf deze plek, in dit huis van de democratie. De ontwikkelingen die ik als docent en afdelingsleider meemaakte, zie ik in nauw verband met de drie crises die we al enige tijd in het onderwijs moeten constateren. Ten eerste is dat het schrijnende, langdurige en beschamende tekort aan voldoende leraren. Ten tweede is dat de erbarmelijke en verontrustende ranking van wat we leerlingen leren op het gebied van lezen en schrijven. En ten derde noem ik de eerder afgenomen dan toegenomen kansengelijkheid voor onze jongeren, als gevolg van de inrichting van ons onderwijs. De kranten staan vol van deze crises. Iedereen vindt er wat van. Schoolleiders breken hun hoofd erover en leraren doen er alles aan om de schade zo goed en zo kwaad mogelijk te beperken.

En onze jeugd? Die verliest steeds meer het vertrouwen in zijn toekomst en heeft mentale klachten. En intussen krijgt die nog meer toetsen op zijn bord, want dat wordt gezien als de oplossing. Dit is wat onze fractie betreft de meest wezenlijke en essentiële crisis van onze tijd. We laten leerkrachten, docenten en vooral onze jongeren zitten. We wijzen met de vinger alle kanten op om oorzaken aan te wijzen. We spreken uit dat het allemaal niet zo kan en mag. Ondertussen doen we als politiek werkelijk te weinig of misschien juist wel te veel, en dichten we beleidsgat met beleidsgat. We praten hier al veel te lang over, met nul resultaat, schooljaar in, schooljaar uit. Dit gaat allemaal ten koste van de toekomst van dit land: onze jeugd. Mijn vraag aan de minister is dan ook: hoe wil ze dit oplossen? Hoe gaan we ervoor zorgen dat de zittende docenten en leerkrachten blijven? Hoe zorgen we ervoor dat startende docenten niet na een paar jaar wegrennen naar andere sectoren? Hoe halen we de 83.000 mensen in Nederland die een onderwijsbevoegdheid hebben maar niet werkzaam zijn in het veld, weer voor de klas? Hoe staat de minister tegenover een deltaplan lerarentekort, waar mijn collega's Westerveld en Van den Hul in 2018, zes jaar geleden, al om hebben gevraagd in een motie? Als rasechte Zeeuw zeg ik: een deltaplan is het zwaarst denkbare plan.

Het water klotst namelijk al een flinke tijd tegen de dijken en die dijken staan op het punt van bezwijken. De bescherming van de kwetsbaren, de jeugd in dit geval, vraagt de allerhoogste inzet en prioriteit. Wat mij betreft is dat ruimschoots aan de orde. Hoe geven we leraren echte rugdekking? Ik heb het over rugdekking in die zin dat leraren aan alles merken en voelen dat we hun professionaliteit écht erkennen en hen alle ruimte geven. Ik heb het over rugdekking in die zin dat we als overheid en politiek in al het beleid en financiering laten zien dat we deze beroepsgroep zien als het fundament van onze samenleving. Docenten en leerkrachten zijn het leger dat nodig is om onze jeugd vertrouwen in zichzelf en in de

16 januari 2024 TK 29

29-15-7

wereld om zich heen te laten voelen. Laten we de beroepsgroep echt erkennen als professionals in leerprocessen, kennisoverdracht en de begeleiding van onze kinderen en jongeren. Dat kunnen we doen door de regeldruk te verlagen, door ruimte te geven aan de professionele autonomie van docenten, door de toetsdruk te verlagen en door praktische ondersteuning in de les te faciliteren. Graag hoor ik van de minister hoe zíj leraren hun professionele autonomie wil teruggeven.

iedereen gelijke kansen te geven? Onze fractie zegt ja en ik hoop dat andere fracties dat ook doen. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank. (Geroffel op de bankjes)

Laten we ook als politici niet vergeten: leren en kennisoverdracht gebeuren tussen mensen. Juist in het funderend onderwijs zitten jonge kinderen en jonge mensen die nog gevormd willen worden, die voorbeelden willen, die helden willen en die willen weten hoe de mens voor de klas zijn of haar leven invult. Het is dé basis om tot leren te kunnen komen. Kennisoverdracht is een complex proces. Docenten en leerkrachten weten hoe het werkt en hoe het niet werkt. Wanneer gaan we als overheid en politiek hun expertise en autonomie nu eens echt ruimte geven? Durven we los te laten en te vertrouwen? Het onderwijs legt heel graag verantwoording af over de resultaten, maar wil ook rugdekking, vertrouwen en ruimte voor die professionele autonomie. Durven we zelfs ons eigen aandeel te zien in die PISAresultaten? Vinden wíj dat echte vakkennis er nog toe doet? Vinden wij dat onderzoek en wetenschap belangrijk is? Voorzitter. Ja zeggen op deze vragen is makkelijk, maar daar hoort een houding bij in daad en in woord. Want het leren hoe kritisch te denken, staat onder druk. Kritisch denken is meer dan een standpunt innemen. Het is op basis van feiten, kennis, je eigen normen en waarden en het respectvol omgaan met de normen en waarden van de ander een kwestie belichten. Sommige politici verwarren dit met indoctrinatie, maar dat is het niet.

Het is diepgang creëren in het lesaanbod en het faciliteren van het scherpen van jouw mening en opvattingen als leerling in de veilige setting van de klas. Met de uitdagingen van de toekomst op het gebied van klimaatadaptatie, de veranderingen in onze energiebronnen en AI-technologie is het erg nodig dat we onze kinderen en jongeren leren om kritisch te denken. Daarmee bedoel ik: kennis hebben om te wegen wat er gebeurt, om daar iets van te vinden en om vervolgens te kunnen komen tot creatieve oplossingen. Het gaat daarbij volgens onze fractie over oplossingen voor de toekomst en niet over oplossingen uit het verleden. Dat vereist creativiteit en nieuwsgierigheid. Dat is ook een onderdeel van kritisch denken. Deze vaardigheden verdienen alle leerlingen, waar ze ook vandaan komen en wat hun achtergrond ook is. Door ons onderwijssysteem neemt de kansengelijkheid eerder af dan toe. Latere selectie, bredere brugklassen en het afschaffen van de vrijwillige ouderbijdrage zijn allemaal onderwerpen waar ik mij in de komende jaren hard voor wil maken. Voorzitter. Met de drie genoemde crises staat er heel veel op het spel voor Nederland, op economisch, sociaal en mentaal gebied.

Durft deze Kamer het aan om die drie crises recht in het gezicht te kijken, om haar eigen bijdrage aan de oplossing te erkennen en om leerkrachten en docenten te zien als het leger dat ons helpt om het tij te keren, om onze jeugd klaar te stomen en te ondersteunen en om

Tweede Kamer

Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024

De voorzitter: Van harte gefeliciteerd. Ik nodig ook u uit om hier voor te gaan staan om de felicitaties van de collega's in ontvangst te nemen. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. De voorzitter: Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van de begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. We zijn toe aan de inmiddels vijfde maidenspeech. Die zal worden gehouden door de heer Stultiens. Hij staat al gereed en zal spreken namens de fractie van GroenLinks-PvdA. De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA): Dank u wel, voorzitter. Als jonge voetballer hoop je ooit met Messi te mogen spelen. En als jonge wiskundestudent hoopte ik ooit met Robbert Dijkgraaf onderzoek te mogen doen. Dat is allebei niet gelukt, helaas. Maar ik vind het toch heel eervol om hier vandaag te mogen staan als Kamerlid in debat met deze minister over de Onderwijsbegroting. Ik wil het over drie thema's hebben. Het eerste is het belang van onderwijs en wetenschap, het tweede de diplomakloof in de samenleving en het derde is de begroting zelf; want dat is natuurlijk waar we vandaag eigenlijk officieel voor bij elkaar komen. Wetenschap heeft ons door de jaren heen heel veel goeds gebracht: de gloeilamp, vaccinaties, de wasmachine, het internet, de Debat Direct-app, waardoor vrienden en familie thuis mee kunnen kijken. Opa, ik hoop dat het werkt, anders sturen we het filmpje na afloop nog wel rond.

En de wetenschap kan ook nog heel veel goeds gaan brengen in de toekomst, maar dat gaat niet vanzelf. Het vraagt van ons allemaal, als samenleving maar ook als Kamer, dat we de wetenschap serieus blijven nemen. De aarde is niet plat, klimaatverandering is geen mening; en long covid zit niet tussen je oren, weet ik uit mijn eigen omgeving. Dat vraagt ook dat we nieuwsgierig blijven naar hoe dingen echt zitten, dat we willen weten wat de effecten van ons beleid zijn. Wat gebeurt er met de staat van de natuur? Neemt de armoede toe of af? Doen we genoeg om klimaatverandering tegen te gaan? Ik zou het daarom heel zonde vinden als de partijen die nu formeren, in de mogelijke PVVcoalitie werkelijk zouden besluiten om niet te gaan doorrekenen. Dat is niet links of rechts, dat is gewoon een keuze voor een eerlijke of feitenvrije politiek. Voorzitter. Maar er zijn niet alleen meer onderzoek en rapporten nodig. Er is ook meer interesse vanuit de Kamer

16 januari 2024 TK 29

29-15-8

nodig om ook echt te willen bestuderen wat erin staat en daar tijd voor te maken. Minder krantenkoppen, meer rapporten. Dat vraagt dat we minder aandacht besteden aan minister Jetten die zijn schoonfamilie bezoekt in Argentinië, en meer aan minister Dijkgraaf, die iets verderop telescopen heeft geopend in Chili om te kijken wat we kunnen leren van zwarte gaten. Ik hoop daarom dat u donderdag nog wat tijd heeft om ons meer te vertellen over die reis en het belang daarvan voor wat we de komende tijd kunnen verwachten. Ik heb nog een paar andere vragen aan de minister op dit punt. Zou hij meer kunnen vertellen over het plan om op elk ministerie een chief scientific advisor aan te stellen, als een soort brug tussen wetenschap en beleid? En nu ik toch een Engels woord heb gebruikt, heb ik nog een vraag over het wetsvoorstel Internationalisering in balans dat eraan komt. Kan de minister ook toezeggen dat er genoeg aandacht is voor de positieve effecten van internationalisering, de bijdrage van de wetenschap, onze persoonlijke ontplooiing en de contacten met de rest van de wereld, ver weg of juist net over de grens? Vanuit Zeeland, Friesland, Limburg krijg ik ook vaak de vraag wat de gevolgen daarvan zijn.

Of om mijn collega Hertzberger van NSC te citeren — ik zal het niet te vaak gaan doen, maar er zijn gewoon zo veel goede columns geschreven: "Er is geen grotere verrijking dan in de collegebanken de rest van de wereld te ontmoeten. Dat je leert hoe klein je bent, hoe beperkt je blik is." Dan kom ik bij het tweede blok. Er wordt misschien niet altijd genoeg geluisterd naar de wetenschap, maar naar het belang van mensen met een theoretische opleiding wordt bijzonder goed geluisterd. Het werd net overigens de, wat ik een interessante term vond, "vinkschaamte" genoemd. Ik schaam me niet voor mijn vinkjes, maar ik schaam me wel over hoe ongelijk het is verdeeld in Nederland. Elk jaar opnieuw zie je in de Monitor Brede Welvaart onder mensen met een praktische opleiding minder tevredenheid met het leven en werk, minder besteedbaar inkomen, minder vermogen, minder ervaren gezondheid, minder vertrouwen in mensen en instituties. Elk jaar, keer op keer. Het zal een van de prioriteiten worden, niet alleen van mij en van mijn collega Mikal Tseggai, maar eigenlijk van onze hele fractie, om deze kloof te verkleinen. Want zoals de directeur van ons wetenschappelijk bureau, Tim 'S Jongers, het mooi heeft verwoord: "Hoogopgeleiden in Nederland hebben belachelijk goed voor zichzelf weten te zorgen." Ik wil voor iedereen in het land belachelijk goed gaan zorgen.

Er is sprake van een oneerlijke spreiding van kennis, macht en inkomen. Daarom heb ik een paar vragen aan de minister. Hoe staat het met de uitvoering van de motie van De Hoop en Bouchallikh over het toevoegen van opleidingsniveau als discriminatiegrond aan de Algemene wet gelijke behandeling, zodat het niet langer mogelijk is voor verzekeraars om onderscheid te maken op basis van diploma? Hoe gaat hij ervoor zorgen dat het niet langer mogelijk is om onbetaald stage te lopen? Zeker in het onderwijsveld zijn de cijfers nog niet goed genoeg. Wordt het niet tijd voor hardere maatregelen? Want maandenlang onbetaald stagelopen is een privilege dat niet iedereen zich kan veroorloven. Dat brengt me bij het derde blokje. Als oud-ambtenaar van Financiën vind ik dit een van de leukste blokjes: de begroting zelf. Ik noem ook gelijk mijn grootste kritiekpunt op

Tweede Kamer

Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2024

wat er vandaag voorligt. Het gaat om de rijksbrede dekkingsopgave. Die is hier ook wel bekend als de kaasschaaf, maar in gewone mensentaal is dat het toch weghalen van geld dat was gereserveerd voor onderwijs. Dat is vorig jaar al gebeurd met 200 miljoen euro en dit jaar met 160 miljoen euro. De komende jaren loopt dit op tot 1,5 miljard euro minder voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Met 1,5 miljard kun je een heleboel bachelors Friese taal oprichten. Wij zullen een voorstel doen voor één bachelor. Ik wil aan de minister vragen hoe hij aankijkt tegen deze bezuiniging. De minister van Financiën verkondigde bij haar vertrek trots dat de staatsschuld lager was dan ooit. Maar onze vraag is wel: tegen welke prijs? Ik wil mevrouw Kaag trouwens veel succes wensen in haar nieuwe rol als VN-gezant voor Gaza. Ik hoop dat het kabinet haar van harte zal steunen. Dan de begroting. Laten we met elkaar niet meegaan in het frame dat het geld op zou zijn. Want als ik één ding heb geleerd bij Financiën, is het dat het een politieke keuze is hoeveel geld je uittrekt en vooral bij wie je de rekening legt. Ik weet dat de verkiezingen voorbij zijn, maar ik zou iedereen ons doorgerekende verkiezingsprogramma toch van harte aanraden. Daarin laten we als GroenLinks-PvdA zien dat andere keuzes mogelijk zijn.

Als je echt bereid bent om de rekening neer te leggen bij de mensen met de sterkste schouders, dan heb je genoeg geld. Dan heb je genoeg geld om de basisbeurs structureel te verhogen, voor mbo-, hboen wo-studenten. Genoeg geld om de rente op studieschulden te maximeren, zoals vele partijen in de campagne hebben beloofd. Genoeg geld voor zeggenschap op de universiteiten, zodat mensen ook voldoende geld krijgen om zo'n rol aan een universiteit of hogeschool kunnen vervullen. We zullen daarom de komende dagen een aantal moties en amendementen indienen. We hopen op brede steun van de Kamer. Voorzitter. Ik ga concluderen. Laten we met elkaar goed blijven luisteren naar de wetenschap en de inzichten uit onderzoek. Laten we meer rekening houden met de belangen van mensen met een praktisch diploma en laten we zorgen dat er genoeg geld overblijft voor onderwijs en onderzoek, zodat we ook in de toekomst nog genoeg nieuwe Robbert Dijkgraafs zullen krijgen. Dank u wel. (Geroffel op de bankjes) De voorzitter: Van harte gefeliciteerd met uw maidenspeech. Ook u verzoek ik om voor mij plaats te nemen en de felicitaties van de collega's in ontvangst te nemen. De vergadering wordt van 17.36 uur tot 17.40 uur geschorst. De voorzitter: Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van de begroting van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

We zijn toe aan de derde spreker van de fractie van GroenLinksPvdA. Dat is mevrouw Westerveld. Ik geef haar het woord. Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):

16 januari 2024 TK 29

29-15-9

Dank u wel, voorzitter. Ik begin natuurlijk met felicitaties aan alle collega's die vandaag hun maidenspeech hebben gehouden of nog gaan houden. En welkom in de OCWcommissie. Het is ook heel fijn om te zien dat er mensen met onderwijservaring bij ons in de commissie komen. Voorzitter. Ik zal de komende tijd niet meer woordvoerder voor het hele onderwijs zijn, zoals in de afgelopen jaren. Dat stokje heb ik overgedragen aan hele goede opvolgers, zoals u hebt kunnen horen, maar ik voer namens onze fractie nog wel het woord over een onderwerp dat ik echt heel belangrijk vind, namelijk onderwijs aan kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Laat ik maar met de deur in huis vallen: dat lerarentekort is natuurlijk een probleem voor iedereen die in het onderwijs werkt en voor alle jongeren, maar vooral voor de jongeren die extra ondersteuning nodig hebben. Voor deze leerlingen en voor hun families heeft dat lerarentekort de meest dramatische gevolgen. "Kansengelijkheid" is op papier een heel mooi woord, maar de harde werkelijkheid is dat de meest kwetsbare jongeren in de praktijk én in het beleid vaak keihard worden overgeslagen. Daarom wil ik de komende jaren extra hard gaan knokken voor deze groep, want ook kinderen die extra ondersteuning nodig hebben, hebben gewoon recht op onderwijs.

Op papier is dat goed geregeld, zoals ik net al zei, maar in de praktijk is er nog een hele wereld te winnen. Heel veel beloften die bijvoorbeeld bij de invoering van passend onderwijs zijn gedaan, zijn na al die jaren niet waargemaakt. Mijn eerste vraag aan de minister is hoeveel prioriteit die kinderen echt hebben in het beleid. Ik illustreer deze vraag aan de hand van een aantal voorbeelden. In november 2020, dus drie jaar geleden, dienden collega's Van den Hul en Kwint een motie in die vroeg om de wachtlijsten voor speciaal onderwijs in beeld te brengen. Afgelopen oktober kregen we de resultaten daarvan toegestuurd. Daaruit bleek dat onderzoeksbureau Oberon inschat dat zo'n 1.630 kinderen op wachtlijsten staan. Dat zijn weer met name kinderen die ernstige leerachterstanden of gedragsproblemen hebben. Ik vraag de minister hoe het nou kan dat het drie jaar duurt voordat wij zo'n onderzoek toegestuurd krijgen. Degenen die denken dat dat dan wel een heel lijvig en groot onderzoeksrapport zal zijn met heel veel bijlagen, moet ik teleurstellen, want inclusief alle tabellen bestaat het rapport uit acht pagina's. Voorzitter. Een ander voorbeeld: pas in het voorjaar van 2024 horen we meer over de stand van zaken met betrekking tot de moties over passend onderwijs, maar dat debat was al in april jongstleden.

Waarom duurt dit een jaar? Ik noem ook de problemen in het leerlingenvervoer: leerlingen met een beperking moeten soms uren wachten op een bus; soms komt die bus helemaal niet. Kinderen maken ook traumatische situaties mee. Een jaar geleden hield deze Kamer een spoeddebat waarin alle partijen vonden dat er meteen actie ondernomen moest worden. Maar als ik nu lees wat er gebeurt, lees ik over handreikingen, webinars en een brief over doelgroepenvervoer die pas komend voorjaar komt, terwijl we echt een jaar geleden met deze hele Kamer concrete actie vroegen. Er is niets concreets gebeurd. De problemen voor deze leerlingen zijn nog even groot. Scholen die onderwijs geven aan jongeren die hulp nodig hebben, merken ook nog niets van de beloofde vermindering van regeldruk en bureaucratie. Wat is er met al die suggesties gedaan?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/594/documents/17398