CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Werkplein jaarstukken.pdf

Gemeenteraad 23 juni 2022, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 13: Werkplein Hart van West-Brabant23.433 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Begroting 2021 Baten Lasten 13.857.556 862.350 600.410 101.428

597.596 16.019.339

Saldo 13.857.556 862.350 600.410 101.428

597.596 16.019.339

Baten 13.857.555

Realisatie 2021 Lasten

35.236 499.950 600.408 117.950 86.833 319.909

Saldo 13.857.555 35.236 499.950 600.408 117.950 86.833 319.909

743.742 204.811 303.762 16.770.156

743.742 204.811 303.762 16.770.156

Tabel: Algemene dekkingsmiddelen

In vergelijking met de gewijzigde begroting 2021 vallen de algemene dekkingsmiddelen in de voorliggende jaarrekening 2021 € 750.817 hoger uit. De oorzaken hiervan zijn: a. Voor de uitvoering van de Tozo-regeling wordt door het Rijk de uitvoeringskosten vergoedt. Dit betreft € 450 per aanvraag levensonderhoud en € 800 per aanvraag kapitaalverstrekking. De bijdrage is € 362.400 lager dan de raming. In 2021 is uiteindelijk sprake van minder aanvragen Tozo 3-5 dan halverwege het jaar werd ingeschat. b. Bijdrage plustaken ad € 86.833. Dit betreft € 18.880 van de gemeenten Etten-Leur, Halderberge, Roosendaal, Rucphen en Zundert bedoeld voor de uitvoering van de loketfunctie voor het aanvragen 27

van persoonlijke leningen bij de Kredietbank West-Brabant en € 67.953 casuïstiek bespreking alle deelnemers. c. Overige baten bestaan uit (€ 319.909):  € 33.540  bijdrage gemeente Roosendaal voor de pilot cliëntondersteuning.  € 45.696 --> Bijdrage RWB voor project West-Brabant Werkt Door.  € 240.676 --> Bijdrage loonkostensubsidie voor medewerkers met garantiebaan die in dienst van het Werkplein zijn, levensloopvergoedingen van medewerkers, vergoedingen UWV (zwangerschapsverlof, ziekte), vergoeding UWV voor aan medewerker verstrekte transitievergoeding, ontvangen fees Flex West-Brabant 2020. d. Vergoeding doorbrekende loonkosten (€ 743.742) --> Dit betreft de doorberekende loonkosten van het werkgeversservicepunt en Werkplein Actief aan het participatiebudget. Dit werd altijd al uit het participatiebudget bekostigd. Echter vanaf 2021 zijn de medewerkers in reguliere dienst van het Werkplein gekomen en worden hun loonkosten onder de bedrijfsvoering verantwoord. e. Doorberekende kosten (€ 204.811)-> Dit betreft de overheadkosten (huisvesting, ICT kosten) van ingehuurde medewerkers voor re-integratieactiviteiten. f. Vrijvallen jaarresultaat (€ 303.762)-> Voor de implementatie van de organisatieontwikkeling hebben bestuur en gemeenten een eenmalig bedrag van € 657.000 beschikbaar gesteld voor de periode 20212022.

In 2021 is voor organisatieontwikkeling een bedrag geraamd van € 446.000 als vrijval van het gereserveerde resultaat 2020. In 2021 is € 213.388 uitgegeven aan begeleiding en inhuur van capaciteit voor HRM en communicatie. In 2021 is daarom € 213.388 onttrokken aan de reserve. Dat betekent dat er € 232.612 minder aan de reserve is onttrokken. Voor DIV is € 61.222 minder onttrokken. Voor uitvoering Plan van aanpak DIV is €90.375 in 2021 uitgegeven. Bij elkaar wordt uit de gereserveerde middelen een bedrag van € 303.762 onttrokken. 2.4 Paragrafen In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) staat aangegeven welke paragrafen moeten worden opgenomen in de begroting. De onderdelen lokale heffingen, onderhoud kapitaalgoederen, verbonden partijen en grondbeleid zijn niet van toepassing voor deze gemeenschappelijke regeling. De volgende verplichte paragrafen worden achtereenvolgens behandeld: a. Financiering b.

Bedrijfsvoering

c.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

d.

Informatie t.b.v. paragraaf verbonden partijen gemeenten

e.

R echtmatigheid

2.4.1 Paragraaf Financiering In de wet financiering decentrale overheden, Wet fido, zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie. Deze regeling geeft een uiteenzetting van de kaders, waarbinnen het treasurybeleid is vormgegeven. Belangrijk daarbij is dat het financieel beheer zo beheersbaar en transparant mogelijk wordt uitgevoerd. Renterisico In 2021 zijn wij geen langlopende geldlening aangegaan omdat er slechts beperkte investeringen in ICT zijn gedaan. In de begroting van 2021 hebben wij wel rekening gehouden met rentekosten maar niet met het 28

aantrekken van een lening. Tot op heden zijn de gedane investeringen (zie bijlage staat van investeringen) binnen onze rekening-courant faciliteit gefinancierd. Voor het renterisico worden twee normen onderscheiden; de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Er dient binnen deze normen geopereerd te worden. Renterisiconorm Met de renterisiconorm wordt beoogd de renterisico’s te beheersen op de vaste schuld (schuld met een rente typische looptijd van één jaar of langer) door het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille. De renterisiconorm was in 2021 niet van toepassing omdat het Werkplein geen geldleningen heeft afgesloten. Kasgeldlimiet Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. In 2020 is geen kortlopend geld aangetrokken. Wel heeft het Werkplein een rekening-courant faciliteit met de Bank voor Nederlandse Gemeenten afgesloten waardoor we tijdelijk een roodstand kunnen hebben. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (8,2%) van het totaal van de jaarbegroting. Voor de begroting 2021 bedroeg de kasgeldlimiet € 7,2 mln. Bankkosten In 2020 hebben we beperkte rentekosten gehad. Deze zijn inbegrepen in de kosten voor het betalingsverkeer (€ 9.413). Dit betreft kosten van de BNG en de Rabobank.

Schatkistbankieren Sinds 1 januari 2014 is het voor decentrale overheden verplicht om overtollige geldmiddelen af te storten bij de schatkist. Hierbij is wel sprake van een drempelwaarde: bedragen onder deze waarde mogen buiten de schatkist gehouden worden. De drempelwaarde voor de eerste helft van 2021 is 0,75% van het begrotingstotaal. Per 1 juli 2021 is dit percentage gewijzigd naar 2% van het begrotingstotaal. Voor het Werkplein ging dat tot 1 juli 2021 om € 663.147 en vanaf 1 juli 2021 om € 1.768.392. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar 2021 Drempelbedrag Drempelbedrag

663.147 1.768.392

(1)

(2) (3a) = (1) > (2) (3b) = (2) > (1) (1) Berekening drempelbedrag

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

623 40 -

534 129 -

297 1471 -

181 1587 -

Kredietfaciliteit Op 16 november 2015 heeft het Werkplein een kredietfaciliteit met de bank voor Nederlandse gemeenten afgesloten. Dit betekent dat het werkplein in voorkomende gevallen tot maximaal een bedrag van € 2.000.000 rood mag staan. Deze kredietfaciliteit is door de gemeenten gegarandeerd. 2.4.2 Paragraaf Bedrijfsvoering Qua bedrijfsvoering heeft het jaar 2021 voornamelijk in het teken gestaan van de implementatie van een geheel nieuwe werkomgeving qua ICT, invoering Wet inburgering en de doorontwikkeling van de nieuwe 29

organisatie en niet in de laatste plaats de Corona pandemie. Metname de uitvoering van de Tozoregelingen heeft wederom een behoorlijke inzet en inspanningen van de medewerkers gevraagd. Daarbij is de positieve inzet en het uithoudingsvermogen van medewerkers wederom van groot belang geweest. Personeel Inzet Het jaar 2021 was ook weer een zeer intensief jaar voor het Werkpleinpersoneel. Tot april was sprake van een stijging van het aantal uitkeringen en ook het afhandelen van de Tozo 3, 4 en 5 aanvragen.. Hierdoor bleef de werkvoorraad voor onze medewerkers onverminderd hoog. Door inzet vanuit alle teams op de Tozo-regeling hebben ondernemers en ZZP’ers ook in 2021 tijdig over een uitkering levensonderhoud en/of bedrijfskapitaal kunnen beschikken. Daarnaast is door het meevallen van de economische gevolgen en beperkte stijging van de werkgelegenheid en daardoor het kunnen blijven plaatsen van inwoners naar een baan de stijging vanaf mei omgezet in een beperkte daling dit jaar. Naast deze ontwikkelingen in de omvang van het bestand zien we ook de continue instroom van een andere klantgroep bij het Werkplein. Denk hierbij aan dienstverlening aan niet-uitkeringsgerechtigden (nuggers) en inwoners die aangewezen zijn op beschut werk en garantiebanen. Werk blijft er in de vorm van het verstrekken van structurele loonkostensubsidie en nazorg.

Door dit alles is de druk op alle teams onverminderd groot gebleven. Daarnaast hebben interne werkgroepen ook de nodige personele inzet gevraagd. Denk hierbij aan de organisatieontwikkelingen, schrijfcoaches en groeicoaches, maar ook de ketensamenwerking en de invoering van de Wet inburgering. Voorziening Vorig jaar is er voor toekomstige arbeid gerelateerde verplichtingen een voorziening getroffen van € 549.203. In 2021 zijn er nog geen middelen uit deze voorziening ingezet vanwege het gebruik van een voorliggende voorziening. Formatie In 2021 bedroeg de formatie 151,19 fte. In 2020 was dit 129,56 fte. De toename van 21,63 fte komt door het zelf gaan uitvoeren van de werkgeversdienstverlening (5,89 fte), het regulier maken van Werkplein Actief (4,89 fte) en het gaan uitvoeren van de Wet inburgering (10,40 fte). Als gevolg van het toepassen van de rekenregel (toe- of afname formatie bij toe- of afname bestand) is 4,42 tijdelijke formatie toegekend. Werkelijk was in 2021 151,08 ingevuld, waarvan 138,79 fte vast ingevuld en 12,29 fte flexibel. Inhuur Doordat het Werkplein werkt met een flexibele schil en er sprake is van meerdere projecten wordt er regelmatig personeel ingehuurd. Dit gebeurde in 2020 overwegend via inhuur van gedetacheerden of een payroll constructie conform de uitgangspunten van Flex West-Brabant.

Op reguliere vacatures is ruim 12,29 fte ingehuurd, met name bij team Inkomen, Inkomensondersteuning en team Werk en Participatie. Voor projecten (Aanpak Statushouders, inzet doelgroep B en C, garantiebanen, Intensivering fraudepreventie, toegang sociaal domein gemeenten, Pilot cliëntondersteuning Roosendaal en plustaak GKB) is ruim 21 fte ingehuurd. Ziekteverzuim Het ziekteverzuimpercentage in 2021 bedroeg 4,2% (in 2020 4,9%). Een groot deel van dit percentage (3,1%) wordt veroorzaakt door langdurige ziektegevallen. Niettemin is er wederom sprake van een daling 30

van het verzuim. Ter vervanging van langdurig zieken is 1 fte aan vervanging ingehuurd. Bij team Inkomen om de afhandeling van aanvragen binnen de toegestane termijnen te waarborgen. Organisatieontwikkeling In 2018 zijn we gestart met de doorontwikkeling van de organisatie. In 2021 zijn hier wederom forse stappen in gemaakt. Werkgroepen hebben groendrukken voor inwoners, diagnose, ontwikkeling, werkpunt, leiderschap en kenniscentrum opgeleverd. Tevens is een conceptadvies voor de hoofdstructuur opgeleverd en zijn de benodigde stappen om te komen tot implementatie in september 2022 in beeld gebracht. In de tussentijd wordt al zoveel mogelijk gehandeld in de geest van het groener werken. Ondernemingsraad (OR) Door de Corona pandemie is thuiswerken steeds meer ingebed, de werkzaamheden rondom de steunpakketten hebben een verhoging van de werkdruk opgeleverd en de organisatieontwikkeling vraagt de nodige aandacht van iedereen. Ook van de OR. De organisatieontwikkeling is in gang gezet en wordt stap voor stap geconcretiseerd in 2022. De OR heeft eind 2021 voor de hoofdstructuur en formatie organisatie Werkplein een adviesaanvraag ontvangen. Deze is door de OR in behandeling genomen. Verder is een aanzet gemaakt met het thema duurzame inzetbaarheid en de nota werving en selectie. In 2021 zijn de in 2020 ontstane vacatures ingevuld.

Ondanks de Corona maatregelen heeft de OR een goede relatie met de WOR-bestuurder behouden en verder uitgebouwd. Er wordt op een constructieve en groene manier samengewerkt, er is oog voor het gezamenlijk belang en verschil van mening mag er zijn. Informatievoorziening/veiligheid ICT en informatiebeveiliging In 2021 is de ICT-infrastructuur verhuisd van Etten-Leur naar een professioneel datacenter in Steenbergen. De risico’s voor de beschikbaarheid van regelingen voor ondernemers en inwoners zijn door intensieve samenwerking met ICT WBW gemitigeerd. Uiteindelijk is de winkel tijdens de verhuizing open gebleven en is de dienstverlening niet in gevaar gekomen. Medio 2021 zijn alle mobiele apparaten als vertrouwde apparaten in beheer genomen door ICT WBW. Medewerkers met een vertrouwd apparaat krijgen sneller toegang tot de Werkplein omgeving en informatie op vertrouwde apparaten kan op afstand gewist worden als het apparaat vermist wordt. Een win-win situatie voor zowel de medewerkers als voor informatieveiligheid. Eind 2021 kwam een ernstige kwetsbaarheid in software component (Apache Log4J) aan het licht. In samenwerking met ICT WBW is die software component vervangen en is gecontroleerd op misbruik van de kwetsbare software component. Er is tot op heden nog geen misbruik gesignaleerd.

Informatievoorziening In voorbereiding op de nieuwe wet inburgering is de informatievoorziening voor die wet in een proces ingericht. Het proces zal in 2022 aan de praktijk getoetst worden.

31

Privacy In 2021 heeft het verder implementeren en de wijze van toetsen van de AVG vereisten aandacht gehad ondanks de beperkingen die het grotendeels thuiswerken met zich meebrachten. Met bijzondere aandacht voor het verwerken van medische gegevens. Bij alle team-overleggen zijn privacy medewerkers in gesprek gegaan met hun collega’s over onderwerpen zoals: het verwerken van medische gegevens, datalekken, rechten van betrokkenen en het delen van persoonsgegevens. Er is gedurende het gehele jaar adequaat gehandeld in het geval van een beveiligingsincident of datalek en bij het behandelen van verzoeken in het kader van rechten van betrokkenen. Ook zijn concrete vragen uit de organisatie op het gebied van privacy tijdig beantwoord. Financieel beheer Het is onze verplichting om op periodieke wijze verantwoording af te leggen over het gevoerde (financieel) beleid. Deze verantwoording heeft plaatsgevonden via maandelijkse managementinformatie en de bestuursrapportages alsmede in de diverse bestuurlijke en ambtelijke gremia. In 2021 hebben we de kaderbrief 2022 en begroting 2022 ter besluitvorming voorgelegd en zijn tevens de jaarstukken 2020 aan de gemeenten aangeboden. In het 3e kwartaal 2021 is met de 2e Bestuursrapportage 2022 een begrotingswijziging voor 2021 aan gemeenten aangeboden vanwege de gunstiger ontwikkeling van het bestand door de verbeterde economische omstandigheden.

Huisvesting Het Werkplein heeft twee locaties, een in Etten-Leur en een in Roosendaal. Voor de locatie Etten-Leur is een huurcontract voor 10 jaar gesloten. De druk op de werkplekken is in 2021 sterk vermindert. Dit komt enerzijds door de invoering van tijd- en plaats onafhankelijk werken maar voornamelijk vanwege de Corona pandemie. Voor de locatie Dunantstraat te Roosendaal geldt nog steeds tijdelijke huur totdat de verbouwing van het stadskantoor in Roosendaal zal zijn gerealiseerd. Dit zal naar verwachting in mei 2022 zijn. Bezwaar- en beroepschriften De ingediende bezwaar- en beroepschriften hebben betrekking op alle onderdelen binnen het Werkplein (Inkomen, Inkomensondersteuning en Werk & Participatie). Een bezwaarschrift kan ingediend worden als de inwoner het niet eens is met een besluit, met als volgende stap de gang naar de rechter (beroep, hoger beroep). Bezwaar Eerste kwartaal 2021 Tweede kwartaal 2021 Derde kwartaal 2021 Vierde kwartaal 2021 Totaal bezwaar- en beroepschriften

Ambtelijk 54 49 45 61 209

Commissie 7 1 2 3 13

Beroep 5 6 4 6 21

Hoger beroep 2 1 0 0 3

Totaal Waarvan gegrond 68 2 57 2 51 1 70 1 246 6

Tabel: Aantal bezwaar –en beroepschriften 2021

In 2021 zijn 246 bezwaar- en beroepsschriften ingediend en daarvan zijn 6 gegrond verklaard. In 2020 zijn 233 bezwaar- en beroepschriften ingediend, waarvan 5 gegrond. Klachten De ingediende klachten hebben betrekking op alle onderdelen binnen het Werkplein (Inkomen, Inkomensondersteuning en Werk & Participatie). 32

Eerste kwartaal 2021 Tweede kwartaal 2021 Derde kwartaal 2021 Vierde kwartaal 2021

Klachten 5 8 17 29 59

Tabel: Aantal klachten 2021

Van bovenstaande klachten zijn 9 gegrond en 8 deels gegrond. Tegenover deze 59 klachten in 2021 stonden 24 klachten in 2020, waarvan 4 klachten gegrond en 6 deels gegrond verklaard. Geen van de (gegronde) klachten heeft financiële consequenties. Een klacht is een kans om beter in contact te komen met onze inwoners. Met behulp van een webformulier is het indienen van klachten vanaf juli 2021 daarom makkelijker gemaakt. Dit verklaart ook de toename in het aantal klachten. Ingebrekestellingen De ingediende ingebrekestellingen hebben betrekking op Inkomen en Inkomensondersteuning.

Eerste kwartaal 2021 Tweede kwartaal 2021 Derde kwartaal 2021 Vierde kwartaal 2021 Totaal

Ingebrekestellingen 2 1 1 3 7

Tabel: Aantal ingebrekestellingen 2021

Van deze ingebrekestellingen zijn er 4 gegrond verklaard. Het Werkplein heeft in 2021 geen dwangsom betaald. Het aantal ingebrekestellingen in 2020 was 19. 2.4.3 Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Om weerstand te kunnen bieden tegen substantiële tegenvallers, zonder aantasting van het uit te voeren beleid, is normaliter een bepaald weerstandsvermogen onontbeerlijk. Dit vormt een buffer om onverwachte en onvoorziene tegenvallers op te kunnen vangen. Het weerstandsvermogen voor het Werkplein bestaat alleen uit de post onvoorziene uitgaven. Daarnaast zijn gemeenten achtervang bij eventuele tekorten van de gemeenschappelijke regeling Werkplein Hart van West-Brabant. Bepaling weerstandsvermogen Bij het bepalen van het weerstandsvermogen en de omvang daarvan wordt gekeken naar de algemene reserve en de post onvoorzien. Deze twee tezamen bepalen het weerstandsvermogen. Het Werkplein beschikt niet over een algemene reserve, wel over een post onvoorziene uitgaven. Deze bedroeg in 2021 € 50.000. De post onvoorzien is in 2021 niet aangewend. Reserve en Voorzieningen Het Werkplein beschikt niet over reserves en voorzieningen. Wel is vanuit het onverdeeld resultaat 2020 een bedrag van € 1.248.260 bestemd voor uitvoering en controle Tozo, organisatieontwikkeling en 33

archiveringstaken DIV in 2021 en 2022. Een deel van dit bedrag valt vrij (ten gunste van de exploitatie 2021) omdat de werkzaamheden (gedeeltelijk) zijn verricht. Risico’s Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen, moet de beschikbare weerstandscapaciteit worden afgezet tegen de risico’s. Bij het inventariseren van de risico’s is de volgende definitie van risico’s gehanteerd: ‘het betreft risico’s die een financieel gevolg kunnen hebben en die (nog) niet op een andere manier zijn ondervangen, bijvoorbeeld door het afsluiten van een verzekering, het treffen van een voorziening of het nemen van een beleidsmaatregel’. In 2021 zijn de volgende risico’s benoemd: Ziekteverzuim In paragraaf 3.6.2 wordt toegelicht dat het verzuimpercentage over 2021 van 4,1% wederom is gedaald ten opzichte van 2020. Datalek Het Werkplein werkt met veel privacygevoelige gegevens. Daar willen wij zorgvuldig mee omgaan. In paragraaf bedrijfsvoering 8.2 onderdeel privacy is dit verder toegelicht. Buig en bijzondere bijstand Bij de Werkplein gemeenten in totaliteit is sprake van een overschot op de Buigmiddelen die het Rijk heeft toegekend aan de gemeenten. Alleen bij Rucphen en Zundert is sprake van een tekort op de rijksvergoeding van 3%. Deze kosten van Buig en de structurele loonkostensubsidie zijn in 2021 lager uitgevallen dan in de laatste begrotingswijziging geraamd was.

De gevolgen van de Corona pandemie en daarmee de economische groei en werkgelegenheid zijn veel gunstiger uitgevallen dan eerder werd aangenomen. Bij de bijzondere bijstand en minimabeleid is geen sprake van bijzonderheden. Uitvoeringskosten Er was in 2021 uiteindelijk sprake van een daling van het aantal uitkeringsgerechtigden. Op basis van de rekenregel is voor 2021 tijdelijke uitbreiding van de formatie van 4,42 fte beschikbaar gesteld. Voor de kosten van bedrijfsvoering geldt dat er sprake is van een begrotingsonderschrijding in 2021. Dit is toegelicht in paragraaf 4.3.1. Participatiemiddelen Gemeenten hebben voor 2021 80% van het re-integratiegedeelte van de rijksmiddelen participatiebudget aan het Werkplein beschikbaar gesteld. Op deze middelen is een flink bedrag onbenut gebleven. Dit heeft voornamelijk te maken met de gevolgen van Covid19. Hierdoor konden minder maatwerktrajecten en leerwerktrajecten worden ingezet. Subsidie tegemoetkoming implementatie preferent proces loonkostensubsidie Het ministerie van SZW heeft vanuit het Breed offensief een tegemoetkoming voor gemeenten beschikbaar gesteld die het preferente proces loonkostensubsidie gaan implementeren. Naar aanleiding van de verschillenanalyse is een planning en een implementatieplan opgesteld en de aanvraag voor de tegemoetkoming namens de 6 Werkpleingemeenten ingediend. Het Werkplein heeft 34

aan alle voorwaarden voldaan en het beschikbare bedrag voor de tegemoetkoming voor de 6 Werkpleingemeenten van totaal € 20.848,- ontvangen. Debiteuren Tozo In het kader van de uitvoering van de Tozo regeling zijn bedrijfskredieten verstrekt en zijn teveel verstrekte vergoeding voor levensonderhoud als terugvordering opgeboekt. In de beoordeling van het risico vallen deze onder het normale risicoprofiel voor BBZ. Een risico is dat ondernemers vanwege de Coronapandemie en het vervallen van de steunmaatregelen van het Rijk niet in staat blijken te zijn de vordering terug te betalen. In principe worden alle kosten Tozo door het Rijk vergoed. Kengetallen Met ingang van 2015 moet in het jaarverslag o.g.v. het BBV een aantal kengetallen worden gepubliceerd. Hiertoe is een Ministeriële Regeling d.d. 9 juli 2015 van kracht geworden. Voor het Werkplein zijn daarbij de volgende kengetallen relevant en berekend voor het jaarverslag 2021: 2021

2020

Netto schuldquote

-2,38%

-4,38%

Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen

-2,38%

-4,38%

Solvabiliteitsratio

6,95%

10,68%

Structurele exploitatieruimte

0,19%

0,70%

Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Het Werkplein heeft geen eigen vermogen. De hoge schuldquote is het gevolg van enerzijds geen eigen middelen en anderzijds van het verantwoorden van de debiteuren in de balans. In feite is de schuld aan gemeenten voor de opgenomen debiteuren participatiewet een fictieve schuld. Zouden de vorderingen daadwerkelijk overgenomen worden dan zou daarvoor een lening moeten worden opgenomen. Dit is niet het geval waardoor er ook geen sprake is van rentekosten en aflossingen. De solvabiliteit geeft aan of een organisatie in staat is om op korte en lange termijn aan haar betalings- en aflossingsverplichtingen te voldoen. De voornaamste reden om de solvabiliteit te berekenen is om in te kunnen schatten of een organisatie in staat is om bij opheffing (liquidatie) al haar schulden te betalen. Het percentage is voor reguliere organisaties gemiddeld 25%. Het Werkplein is een gemeenschappelijke regeling die in principe geen eigen vermogen (reserves) heeft. De gemeenten dienen als achtervang om eventuele tekorten e.d. op te vangen. Daardoor is en kan het percentage voor het Werkplein laag zijn.

Dit jaar is het iets lager dan in 2020 vanwege het bijzonder hoge resultaat op de bedrijfsvoering in 2020. Het financiële kengetal structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de (structurele) vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft het ook aan of de organisatie in staat is om structurele tegenvallers op te vangen, dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Dit is bij het Werkplein vrij beperkt. In principe worden al onze uitgaven gedekt door structurele gemeentelijke bijdragen. 35

2.4.4 Informatie t.b.v. paragraaf verbonden partijen gemeenten Het Werkplein is één van de verbonden partijen van de zes deelnemende gemeenten. De deelnemende gemeenten zijn Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen en Zundert. Het Werkplein participeert in één verbonden partij, de ICT Samenwerking West-Brabant. In het kader van deze deelname is een Overeenkomst tot beperking van de financiële aansprakelijkheid van ‘Werkplein Hart van West-Brabant’ door alle deelnemers ondertekend. Hiervoor geldt dat de aansprakelijkheid voor Werkplein nooit meer bedraagt dan een vastgesteld percentage van de betreffende (financiële) aanspraak, waarbij de aansprakelijkheid van Werkplein nooit meer kan omvatten dan de jaarbijdrage van Werkplein. jaarlijks wordt bepaald welk percentage aan dienstverlening Werkplein in het afgelopen jaar heeft afgenomen van ICT WBW ten opzichte van het in dat jaar totaal aan geleverde diensten door ICT WBW. Tevens wordt de totale omvang van de bijdrage van Werkplein vastgelegd. De omvang dienstverlening in 2021 bedroeg € 327.660. 2.4.5 Paragraaf Rechtmatigheid Rechtmatig handelen is voor het Werkplein van groot belang. Rechtmatig handelen wil zeggen dat de handelingen voor het financiële reilen en zeilen van het Werkplein plaatsvinden in overeenstemming met de wettelijke- en eigen kaders (verordeningen, beleidsregels).

Om dit te kunnen toetsen is binnen de organisatie van het Werkplein één team belast met de controle op de activiteiten en bestedingen (team Besturing en Control). Binnen dit team zijn de volgende activiteiten gericht op de rechtmatigheid:  Interne Controle  Bezwaar en Beroep  Kwaliteit (security officer)  Applicatiebeheer/informatiebeveliging De verantwoordelijkheid voor het rechtmatig handelen ligt bij het Dagelijks Bestuur van het Werkplein. Met ingang van het verslagjaar 2022 moet het Dagelijks Bestuur van het Werkplein zélf een rechtmatigheidsverantwoording opstellen, die opgenomen zal worden in de jaarrekening. Deze nieuwe rechtmatigheidsverantwoording vergt een kanteling van de bestaande vooral repressieve georiënteerde controleaanpak naar een preventieve controleaanpak die veel meer gericht is op het voorkomen van een tekortschietende uitvoering. Dit zal uiteindelijk leiden tot een beter georganiseerdeen een meer groenere bedrijfsvoering. Het managementteam heeft ingestemd met de aanpassing naar een meer risico gestuurde interne controle. Ter ondersteuning van dit vernieuwde interne-controleproces zijn we binnen Checkpoint IC de tool ‘Beheersing Beheerst’ aan het inrichten. In 2021 zijn op het niveau van de bedrijfsprocesssen de doelstellingen, risico's en in opzet aanwezige beheersmaatregelen in kaart gebracht.

Vervolgens hebben er interviews hierover plaats gevonden met medewerkers van de verschillende afdelingen. Op basis van de uitkomsten hiervan wordt per bedrijfsproces vastgesteld of een deugdelijke uitvoering te verwachten is. Door onze bedrijfsprocessen op bovengenoemde werkwijze te analyseren en optimaliseren kunnen we er gevoeglijk vanuit gaan dat de rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid geborgd is, hetgeen zorgt voor een juiste basis voor de rechtmatigheidsverantwoording. De uitkomsten van deze risicoanalyse vormen de basis voor de te verrichtte interne controlewerkzaamheden. 36

Doelstelling IC Belangrijk doel is vaststellen of de relevante informatie nauwkeurig, tijdig en volledig in de administratie en de dossiers zijn opgenomen en de (financiële) handelingen in overeenstemming zijn met het door het Algemeen Bestuur vastgestelde normenkader (rechtmatig). Het tweede doel is vast te stellen of de werkafspraken worden nageleefd en of verbeterd kunnen worden. Het is immers van belang voor zowel het Werkplein als voor de dienstverlening aan de inwoner voortdurend de processen te blijven verbeteren en ontwikkelen. Interne controle biedt hierin ondersteuning door middel van constatering, signalering en het formuleren van verbetervoorstellen m.b.t. procesoptimalisatie en bedrijfsvoering. Wanneer de procesbeheersing ín de lijn goed op orde en inzichtelijk is, voorkomt dit veel onnodig controlewerk achteraf. Reparatie achteraf kost meer tijd dan een goede beheersing vooraf en kan negatieve gevolgen hebben voor de inwoner. Een goede beheersing vooraf is van essentieel belang voor een mensgerichte organisatie. Een goed opgezette interne beheersing is een belangrijke pijler waarop het Dagelijks Bestuur van het Werkplein Hart van West-Brabant in het kader van planning en control moet kunnen steunen.

Niet alleen voor wat betreft het controleren en signaleren van tekortkomingen in de uitvoering maar zeker ook voor het verbeteren van de dienstverlening aan de inwoner. Het Werkplein hanteert de dienstverlening aan de inwoners als uitgangspunt; de controle wordt daarom niet beperkt tot de rechtmatigheid maar er wordt ook gekeken naar wat de inspanningen van het Werkplein voor de inwoners betekenen. De rapportages Interne Controle worden voorgelegd aan het Managementteam van het Werkplein ter ondersteuning van het opstellen van de jaarstukken zoals bedoeld in artikel 15 van de ‘financiële Verordening ISD Werkplein Hart van West-Brabant’. De uitkomsten van de interne controle ondersteunen mede de rechtmatigheidsverantwoording, zoals die door het dagelijks bestuur met ingang van de jaarrekening 2022 en latere jaren wordt afgegeven.

37

Jaarrekening

Jaarrekening

In de jaarrekening gaan we in op de grondslagen voor waardering en resultaatbepaling, de balans met toelichting, het totaal van baten en lasten, de kosten bedrijfsvoering, de incidentele baten en lasten, de begrotingsrechtmatigheid en de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT).

3.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft. De cijfers van realisatie over 2021 worden afgezet ten opzichte van de begroting 2021 na wijziging (2e begrotingswijziging 2021). Algemeen De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Vaste activa De waardering van vaste activa vindt plaats op basis van de verkrijgingsprijs. Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd. Bijdragen van derden die in directe relatie staan met het vaste actief worden in mindering gebracht op het bedrag van de investering Vaste activa met een verkrijgingsprijs onder € 15.000 worden niet geactiveerd. Deze activa komen ten laste van de exploitatie van het Werkplein. Het Werkplein schaft geen vaste activa met een maatschappelijke nut aan. Het Werkplein kent alleen de volgende soorten vaste activa: •

Materiële vaste activa met een economisch nut

•

Inventaris

•

Hard- & software

Gebruiksrechten op software voor onbepaalde duur die in één keer in rekening worden gebracht bij het Werkplein vallen onder de vaste materiële activa met een economisch nut. Gebruiksrechten op software voor een bepaalde duur die in een keer in rekening worden gebracht bij het Werkplein moeten worden geactiveerd als vooruitbetaalde kosten. De implementatiekosten verbonden aan nieuwe hard- en software vallen onder de verkrijgingsprijs. De opleidingskosten verbonden aan nieuwe hard- en software vallen daarentegen niet onder de verkrijgingsprijs.

38

Afschrijvingstermijnen De afschrijvingstermijnen van de soorten vaste activa zijn: •

Inventaris: 10 jaar

• Hard- en software: 4 á 5 jaar Voor laptops, smartphones en beeldschermen is in deze jaarrekening een afschrijvingstermijn van 3 jaar aangehouden. De economische levensduur van deze apparatuur is maximaal 3 jaar. Afschrijvingsmethode De afschrijving van de vaste activa vindt plaats op basis van de lineaire methode. Hierbij wordt de verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de eventuele restwaarde, gelijkmatig verspreid over de verwachte gebruiksduur (in jaren) van het vaste actief. Resultaatonafhankelijk afschrijven De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Duurzame waardeverminderingen Naar verwachting duurzame waardeverminderingen van vast activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. Financiële vaste activa De financiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde op basis van de historische uitgaafprijs. Vorderingen op openbare lichamen en overige vorderingen Dit betreft de vorderingen op de gemeenten in verband met de afrekening van de productkosten 2020 alsmede de vorderingen in verband met het btw-compensatiefonds. De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

Indien en voor zover noodzakelijk wordt geacht wordt een voorziening voor dubieuze debiteuren gevormd, welke als waardecorrectie in mindering wordt gebracht op de vorderingen Vorderingen cliëntdebiteuren De vorderingen cliëntdebiteuren betreft de vorderingen die het Werkplein heeft op (ex-)cliënten c.a. Deze vorderingen worden per bijstandsregeling en per gemeente beheerd. De vorderingen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening voor dubieuze debiteuren als waardecorrectie op het openstaande vorderingenbedrag ultimo 2021 in mindering gebracht. De voorziening is dynamisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. De leeftijd/ouderdom van de vordering (gerekend vanaf het jaar van ontstaan van de vordering) alsmede de CBS-status van de incasso van de vordering bepalen daarbij het verwachte percentage van (mogelijke) oninbaarheid. Liquide middelen en overlopende activa Deze activa worden tegen nominale waarde gewaardeerd. De liquide middelen betreffen de saldi die worden aangehouden bij de BNG en de Rabobank. Een negatief banksaldo wordt verantwoord onder de 39

vlottende passiva. De overlopende activa betreffen nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen. Eigen vermogen Onder het eigen vermogen wordt het gerealiseerd resultaat gepresenteerd. Vlottende passiva: schulden en overlopende passiva De schulden en overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Nog te betalen gemeenten inzake vorderingen cliëntdebiteuren Onder deze post is opgenomen het nog te betalen bedrag aan de in het Werkplein deelnemende gemeenten inzake de vorderingen cliëntdebiteuren. Tegenover de netto vorderingenpositie van het Werkplein op de cliëntdebiteuren staat een afdracht verplichting van gelijke omvang voor de nog te verwachten ontvangsten op de cliëntdebiteuren aan de deelnemende gemeenten. Deze post is opgenomen in de balans tegen de nominale waarde. Personeelskosten Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken.

Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden.

40

3.2 Balans en toelichting Balans per 31 december 2021 voor resultaatbestemming Activa

Ultim o 2021

Ultim o 2020 Passiva

Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut

Ultim o 2021

Ultim o 2020

1.442.888

4.523.681

Vaste Passiva

Vaste Activa

Eigen verm ogen 150.141

251.321 Gerealiseerd resultaat Gerealiseerd resultaat 2020

528.241

Financiële vaste activa Overige langlopende leningen

Totaal vaste activa

0

150.141

Vlottende activa Uitzettingen m et een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar

0 Voorzieningen Voorziening voor verplichtingen en verliezen w aarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerw ijs te schatten (art. 44 lid 1a 251.321 Totaal vaste passiva

Vorderingen op openbare lichamen Vorderingen cliëntdebiteuren

1.748.125

Vlottende Passiva Netto-vlottende schulden m et een rentetypische looptijd korter dan één jaar 7.770.625 Banksaldi

7.719.628

7.659.851 Overige schulden

Uitzettingen in 's Rijks schatkist

15.500.000

24.700.000

549.203

2.520.332

5.072.884

1.132.095

1.282.331

7.596.747

7.079.216

Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouw d en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume

Overige vorderingen

Liquide m iddelen Kassaldi Banksaldi

549.203

1.247.426

Nog te betalen bedragen Werkplein 1.961.178 Nog te betalen bedragen gemeenten

2.092.616

315.025

7.719.628

7.659.851 20.938.855

ivm vorderingen cliëntdebiteuren Overlopende activa Nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen

Vooruit ontvangen bedragen Nog te betalen Rijk

5.439.882

1.981.375 8.845

6.140 Overige overlopende passiva

994

953

1.853.247

Overige overlopende activa Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren Totaal vlottende activa

0

28.205.399

42.097.794 Totaal vlottende passiva

25.835.209

37.276.231

Totaal Activa

28.355.541

42.349.115 Totaal Passiva

28.355.540

42.349.115

3.2.1 Toelichting op de balans Vaste activa Het volgend overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met economisch nut en de financiële vaste activa weer:

41

Omschrijving

Boekwaarde 1-1-2021

Investeringen

Afschrijving

Boekwaarde 31-12-2021

Inrichting werkplekken 2019

121.567

0

108.126

13.441

Intranet/sharepoint 2019

19.692

0

6.564

13.128

Canon DX10R scanner DIV+software Aanschaf 4 servers (1 verkocht)

6.582

0

2.194

4.388

42.853

0

14.284

28.568

Laptops

42.923

0

21.461

21.461

Beeldschermen

17.705

0

8.852

8.852

Laptops 2021

0

52.605

17.535

35.070

Smartphones 2021

0

27.629

9.210

18.419

Beeldschermen 2021

0

10.219

3.406

6.813

251.321

90.453

191.632

150.141

Totaal Werkplein

Tabel: Materiële en financiële vaste activa 2021

Inrichting werkplekken In 2020 is de afschrijvingstermijn van laptops, smartphones en beeldschermen aangepast naar 3 jaar. Dit omdat de economische levensduur maximaal 3 jaar blijkt te zijn. Intranet/Sharepoint In 2020 is het intranet (Plein) verder ingericht. In 2023 is deze investering geheel afgeschreven. Scanner DIV en software Voor de digitalisatie van stukken is in 2019 een nieuwe scanner aangeschaft. Aanschaf 4 servers Ten behoeve van de nieuwe inrichting werkplekken, zijn 4 servers aangeschaft. Inmiddels is één server weer verkocht omdat volstaan kan worden met drie servers. De verkoopprijs van € 9.455,21 is in mindering op het investeringsbedrag gebracht. Laptops In 2020 zijn er 48 laptops aangeschaft. Vanwege de vereiste om digitaal te kunnen vergaderen binnen de werkomgeving zijn voor degene die het meest digitaal vergaderen laptops met eigen geheugen aangeschaft. De afschrijving vindt plaats in drie jaar. Beeldschermen In 2020 zijn vanwege het thuiswerken 139 extra beeldschermen aangeschaft. Medewerkers zijn zo goed geëquipeerd om thuis arboproof te kunnen werken. De investering wordt in drie jaar lineair afgeschreven. Laptops 2021 In 2021 zijn 46 laptops aangeschaft ter vervanging van de laptops van 2019. Ze worden in 3 jaar afgeschreven.

42

Smartphones 2021 In 2021 zijn 99 smartphones aangeschaft ter vervanging van de smartphones van 2019. Ze worden in 3 jaar afgeschreven. Beeldschermen 2021 In 2021 zijn 41 monitors aangeschaft ter vervanging van de monitors van 2019. Ze worden in 3 jaar afgeschreven. Vlottende activa Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Gemeente Etten-Leur Gemeente Halderberge Gemeente Moerdijk Gemeente Roosendaal Gemeente Rucphen Gemeente Zundert WVS Gemeente Bergen op Zoom ISD Brabantse Wal Overig Totaal

€ € € € € € € € € € €

290.064 142.819 157.627 567.402 102.110 74.184 -5.606 19.663 53.861 346.002 1.748.125

Vorderingen cliëntdebiteuren Gemeente Etten-Leur Gemeente Halderberge Gemeente Moerdijk Gemeente Roosendaal Rucphen Zundert Totaal

€ € € € € € €

Invlechting debiteuren participatiewet Werkplein Waarde bijstandsvordering saldo 1-1-2021 Nieuwe bijstandsvorderingen 2021 Ontvangsten 2021 Buiten invorderingstellingen 2021 Saldo 31-12 Inschatting aanv.dotatie vrz. dub.bijstandsdebiteuren 31-12 Waarde bijstandsvordering saldo balans 31-12-2021

1.351.230 916.297 1.396.399 2.598.709 846.908 610.089 7.719.633 Bruto 10.308.730 3.651.109 -2.487.688 -966.505 10.505.647 10.505.647

Voorz.dub.deb. 2.648.875

-966.505 1.682.370 1.103.644 2.786.014

Netto 7.659.855 3.651.109 -2.487.688 8.823.276 -1.103.644 7.719.633

De cliëntdebiteuren werden tot en met het jaar 2016 op de balans van de gemeenten opgenomen. In 2017 heeft de Commissie BBV echter een bindende uitspraak gedaan dat niet de gemeenten, maar de Gemeenschappelijk Regeling (in casus het Werkplein) de juridische eigenaar is van de cliëntdebiteuren. Dit heeft tot gevolg dat de cliëntdebiteuren en de daarbij behorende voorziening dubieuze debiteuren op de balans van het Werkplein moeten worden opgenomen.

43

De waarde van de bijstandsvorderingen waren per 31-12-2020 € 10.308.730. Dit bedrag is in 2021 verhoogd met nieuwe vorderingen (€ 3.651.109) en verlaagd met ontvangsten (€ 2.487.688) en buiten invorderingstellingen (€ 966.505) wegens oninbaarheid. Per saldo wordt de stand per 31-12-2021 € 10.505.647. Hierop is de voorziening dubieuze debiteuren ad € 2.786.014 in mindering gebracht. Per saldo staat een bedrag van € 7.719.633 op de balans van het Werkplein per 31-12-2021. Bij gemeenten staat het bedrag aan vorderingen ad € 7.719.633 als vordering op het Werkplein op de balans (bij Werkplein staat dit als nog te betalen op de post overlopende passiva). Het bedrag aan dubieuze debiteuren ad € 2.786.014 staat op de gemeentelijke balans als schuld aan het Werkplein. Zoals al eerder aangegeven is een bedrag van €74.726,16 buiten invordering gesteld in verband met de kinderopvangtoeslag-affaire. Dat bedrag is als volgt per gemeente: Gemeenten Etten-Leur Hal derberge Moerdi jk Roos endaa l Rucphen Zundert Totaal

BIV ivm KOTaffaire 26.911 2.639 15.433 29.178 565 0 74.726

Schatkistbankieren Zoals eerder vermeld in hoofdstuk 8 is het drempelbedrag schatkistbankieren voor de eerste helft van 2021 gelijk aan 0,75% van het begrotingstotaal. Per 1 juli 2021 is dit percentage gewijzigd naar 2% van het begrotingstotaal. Het drempelbedrag is altijd minimaal € 250.000. De initiële begrotingsomvang 2021 voor het Werkplein bedroeg ongeveer € 88 mln. 0,75% hiervan is € 663.147 en 2% hiervan is € 1.768.392. Dit was het drempelbedrag voor 2021. De omvang van de uitzettingen bij ’s Rijksschatkist: Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar 2021 Drempelbedrag Drempelbedrag

663.147 1.768.392

(1)

(2) (3a) = (1) > (2) (3b) = (2) > (1) (1) Berekening drempelbedrag

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

623 40 -

534 129 -

297 1471 -

181 1587 -

Vanwege de voorschotten Tozo is net als in 2020 ook het saldo schatkistbankieren in 2021 aanzienlijk hoger dan in 2019. Liquide middelen Het Werkplein heeft een tweetal bankrekeningen bij de Bank voor Nederlandse gemeenten, één voor betalingen en één voor ontvangsten. De ontvangstenrekening heeft een positief saldo van € 1.246.167. Daarnaast bestaat nog een rekening bij de Rabobank voor kleine betalingen € 1.260.

44

Overlopende activa Nog te ontvangen bedragen/vooruitbetaalde bedragen. Dit betreft de nog te ontvangen bedragen inzake inburgering, TONK, Inkomensondersteuning en debiteurenmutaties: Gemeente Etten-Leur Gemeente Halderberge Gemeente Moerdijk Gemeente Roosendaal Gemeente Rucphen Gemeente Zundert Totaal

€ € € € € € €

445.743 304.571 154.890 724.555 115.201 236.415 1.981.375

Vooruitbetaalde bedragen hebben betrekking op de voorschotten cliënten € 8.845 Vaste passiva Eigen vermogen

€

Gerealiseerd resultaat 2020

€

528.240

Gerealiseerd resultaat 2021

€

985.139

Gerealiseerd resultaat programma Werk 2021

€

457.749

1.971.129

De post gerealiseerd resultaat 2020 betreft de nog resterende middelen voor organisatieontwikkeling en uitvoering plan van aanpak DIV. Deze middelen (€ 832.000) zijn via de resultaatsbestemming 2020 beschikbaar gesteld voor de uitvoering in 2021 en 2022. In 2021 is bij elkaar € 303.762 uitgegeven.

Voorziening

€

549.203

In 2019 zijn we tot de afronding van een personeelsdossier gekomen waarvoor voor toekomstige arbeid gerelateerde verplichtingen een voorziening is getroffen van € 549.203. In 2021 heeft er nog geen aanwending van deze voorziening plaatsgevonden. Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Banksaldi

€ 1.132.095

Het Werkplein heeft een tweetal bankrekeningen bij de Bank voor Nederlandse gemeenten, één voor betalingen en één voor ontvangsten. Op de betalingsrekening is een kredietfaciliteit van € 2.000.000 afgesloten. Overige schulden Overige schulden 45

Crediteuren Af te dragen BTW Af te dragen loonheffing en premies Af te dragen pensioenpremies Betalingen aan klanten Af te dragen loonheffing uitkeringen Overig

€ € € € € € € €

1.239.539 17.322 640.922 157.837 4.226.117 1.312.784 2.226 7.596.747

€ € € € € € € € €

267.595 18.138 327.106 245.736 246.385 680.390 146.211 161.055 2.092.616

Overlopende passiva Nog te betalen bedragen Diverse crediteuren Tussenrekening Webshop Gemeente Etten-Leur Gemeente Halderberge Gemeente Moerdijk Gemeente Roosendaal Gemeente Rucphen Gemeente Zundert Totaal

Nog te betalen bedragen gemeenten i.v.m. vorderingen cliëntdebiteuren Bijstandsdebiteurensaldi gemeenten 31-12-2021 Voorziening dubieuze cliëntdebiteuren Totaal

€ 10.505.647 € 2.786.014 € 7.719.628

Vooruit ontvangen bedragen

€ 5.439.882

De vooruit ontvangen bedragen betreffen de ontvangen uitkeringen Tozo die terugbetaald worden aan de gemeenten. Nog te betalen Rijk

€ 1.853.247

Nog te betalen Rijk betreft de aflossingen bedrijfskredieten BBZ en Tozo. Overige overlopende passiva

€ 994

Niet uit de balans blijkende verplichtingen Langlopende financiële verplichtingen Het Werkplein Hart van West-Brabant is voor een aantal toekomstige jaren verbonden aan verschillende, niet uit de balans blijkende, financiële verplichtingen. Hierna volgt een opsomming van de belangrijkste van deze verplichtingen: a. Huurovereenkomst locatie Etten-Leur (€ 394.571 per jaar) en Roosendaal (circa € 231.837 per jaar). Resterende looptijd Etten-Leur 3 jaar en Roosendaal locatie Dunantstraat laatste jaar. Voor huisvesting Roosendaal is uitgangspunt dat dit in mei 2022 zal overgaan naar vernieuwd 46

stadskantoor onder dezelfde huurcondities. b. Dienstverleningsovereenkomst ondersteunende diensten (gemeente Etten-Leur en Roosendaal), circa € 1.074.744 per jaar. Dit betreft de ondersteuning op het gebied van financiën, personeel & organisatie, secretarieel, communicatie, informatievoorziening. De twee overeenkomsten hebben looptijd van 5 jaar en zijn verlengd tot 31-12-2024. c. Onderhoudsovereenkomst programmatuur betaalsysteem (Suite) (circa € 240.877 per jaar). Looptijd is 10 jaar vanaf februari 2019. Het Werkplein beschikt over een groot aantal inhuurcontracten die het Werkplein is aangegaan. Deze hangen allen samen met de reguliere activiteiten van de GR en zijn derhalve niet afzonderlijk toegelicht. Gebeurtenissen na balansdatum Het COVID-19 (Corona) virus heeft beperkte financiële gevolgen voor de jaarrekening 2021 en lijkt voor onze begroting 2022 en volgende jaren geen financiële gevolgen te hebben. De huidige onzekerheden (hoge inflatie vanwege energiecrisis, gevolgen sancties Rusland) kunnen uiteindelijk wel een impact hebben op de begroting. We monitoren onze risico’s en die van onze partners voortdurend. Onze organisatie loopt geen risico voor de continuïteit. Wel is de druk, mede vanwege de uitvoering van extra rijksmaatregelen zoals de Tozo en de TONK, maar ook de organisatieontwikkeling op het huidige personeel groot.

Ook de factor van thuiswerken vanwege Covid-19 moet niet worden onderschat. We bewaken onze liquiditeitspositie goed en nemen zo nodig maatregelen om onze taken gedurende deze crisis zo goed mogelijk te blijven uitvoeren. 3.3 Overzicht baten en lasten In 2021 bedroegen de totale lasten van het Werkplein € 97.975.620. De baten bedroegen € 99.418.504. Er is sprake van een voordelig resultaat van € 985.135 op de bedrijfsvoering en € 457.749 op programma Werk en Participatie. In de programmaverantwoording is voor de programma’s Werk en Participatie, Inkomen en Inkomensondersteuning in de paragrafen 3.2.3, 3.3.3 en 3.4.3 (“Wat mag het kosten?”) een analyse opgenomen van de afwijkingen tussen de begroting na wijziging en de gerealiseerde baten en lasten. In de jaarrekening is voor het programma Bedrijfsvoering deze analyse opgenomen de volgende paragraaf (4.3.1 Toelichting kosten bedrijfsvoering). Overzicht van baten en lasten jaarrekening 2021 Programma's: Programma Werk en Participatie Programma Inkomen Tozo regelingen Programma Inkomensondersteuning Tonk regeling Subtotaal programma's Programma Bedrijfsvoering Totaal

Begroting 2021 Baten Lasten 702.243 5.911.826 1.120.699 63.601.044 834.631 8.119.789 437.961 8.127.703 358.148 3.095.534 86.118.509 2.161.784 16.019.339 5.257.318 102.137.848

Saldo 5.209.582 62.480.345 7.285.158 7.689.742 358.148 83.022.975 13.857.555 96.880.530

Baten 619.174 888.580 1.683.967 458.361 1.095 3.651.178 2.912.601 6.563.778

Algemene dekkingsmiddelen: Gemeentelijke bijdragen Programma's: Bedrijfsvoering Programma Werk en Participatie Programma Inkomen Tozo regelingen Programma Inkomensondersteuning Tonk regelingen Totaal algemene dekkingsmiddelen Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten Toevoeging/onttrekking aan reserves Gerealiseerd resultaat

Begroting 2021 Baten Lasten 13.857.555 5.209.582 62.480.345 7.285.158 7.689.742 358.148 96.880.530 102.137.848 102.137.848

Saldo 13.857.555 5.209.582 62.480.345 7.285.158 7.689.742 358.148 96.880.530 -

Baten 13.857.555 4.373.984 61.585.691 5.051.264 7.757.047 229.185 92.854.726 99.418.504

-

Realisatie 2021 Lasten 4.535.409 62.474.271 6.735.231 8.215.408 230.280 82.190.599 15.785.020 97.975.620 Realisatie 2021 Lasten

97.975.620

Saldo 3.916.235 61.585.691 5.051.264 7.757.047 229.185 78.539.422 12.872.420 91.411.841

Saldo 13.857.555 4.373.984 61.585.691 5.051.264 7.757.047 229.185 92.854.726 1.442.884 1.442.884

47

Tabel: Overzicht van Baten en Lasten per programma 2021 3.3.1 Toelichting kosten bedrijfsvoering Bij de begroting voor 2021 zijn door de gemeenteraden een aantal financiële begrotingsuitgangspunten aangegeven. Hier wordt de navolging daarvan aangegeven.: Nr. 1

2

3

4

5

Richtlijn begroting Financieel Van het Dagelijks Bestuur (DB) van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) wordt verwacht dat zij een structureel financieelsluitende meerjarenbegroting 2021-2024 aanbiedt aan de deelnemers. De gehanteerde begrotingsuitgangspunten door de GR dienen in de begroting 2021 van de GR inzichtelijk te worden gemaakt. In de begroting 2021 dient een overzicht te worden opgenomen met de meerjarige bijdrage (2021 t/m 2024) per deelnemer. De begroting dient te worden opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Dat wil zeggen dat geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken in de primitieve begroting mogen worden opgenomen. Tenzij dit eerder door het Algemeen Bestuur is besloten. De begroting en jaarrekening dienen te voldoen aan het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Dit betekent dat de voorgeschreven gegevens dienen te worden opgenomen. Met name wordt aandacht gevraagd voor: een overzicht van incidentele lasten en baten per programma, een specificatie van lasten en baten per programma, het opnemen van een meerjarig investeringsplan in de begroting, het opnemen van (prestatie) indicatoren en de verwachte stand begin en eind begrotingsjaar van het eigen en vreemd vermogen. Een positief resultaat vloeit terug naar de deelnemers.

De GR kan hiervan afwijken; hiertoe dient het DB een expliciet en gemotiveerd voorstel tot resultaatbestemming voor te leggen aan het Algemeen Bestuur van de GR

De loonontwikkeling wordt geraamd conform de geldende CAO van de betreffende GR. Voor de meerjarige ontwikkeling van de salariskosten dient rekening gehouden te worden met de werkelijke periodieken. Meerjarige mutaties in de werkgeverslasten dienen onderbouwd te worden. Voor deze zaken kan niet worden volstaan met een vast percentage per jaar zonder onderbouwing (Moerdijk: indien geen cao bekend is mag worden uitgegaan van in septembercirculaire 2019 opgenomen % prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers)

Toepassing in 2021 De begroting voor 2021 was sluitend. In de bijlagen is de gemeentelijke bijdragen voor 2021 opgenomen.

In de begroting voor 2021 was geen nieuw beleid opgenomen.

De jaarrekening voldoet aan het Besluit Begroting en Verantwoording.

In 2021 is sprake van een voordelig resultaat van € 985.135. Een bedrag van € 428.700 wordt via resultaatsbestemming bestemd voor uitvoering Tozo . Van Programma Werk & Participatie wordt een deel van het positieve resultaat (totaal € 1.293.347) van € 457.749 bestemd voor de uitvoering van drie projecten (Intensivering Nazorg, Project bestandsbeheersing en Project B-Unit). De loonkosten zijn conform geldende cao in deze jaarrekening verwerkt.

48

6

7

8

9

10 11

Het prijsindexcijfer van de algemene prijsontwikkeling Bruto Binnenland Product (BBP) uit de septembercirculaire 2019 (of een actuelere circulaire) is de basis voor de toe te passen indexering voor de begroting 2021 inclusief meerjarenraming. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing is aandacht voor de risico’s door deze te kwantificeren, te prioriteren en de beheersingsmaatregelen te benoemen

Consequenties in beeld te brengen van het verlagen van de begroting van de gemeenschappelijke regeling (ten opzichte van de begroting GR 2020) met 5, 10 en 15% voor de dienstverlening en de bijdrage aan de maatschappelijke effecten zoals opgenomen in onze gemeentelijke begroting. Binnen een jaar na wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen moeten bestaande regelingen aangepast zijn aan de wetswijziging. De gevolgen van de besluitvorming over de ketensamenwerking worden verwerkt in de begroting. Wat betreft gezamenlijke activiteiten met de WVS-Groep en de ISD Brabantse Wal, zorgt het Werkplein er voor dat hetgeen daarover in haar begroting is opgenomen aansluit bij de begrotingen van de WVS-Groep en de ISD Brabantse Wal. De drie begrotingen zijn de basis voor de ketenbegroting.

Het prijsindexcijfer uit de septembercirculaire 2020 is verwerkt. In paragaaf 8.3 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing zijn de risico’s benoemd en aangegeven in hoeverre dit in 2021 van toepassing is geweest. In de begroting is geen optie tot verlagen uitgaven opgenomen. De bijdrage aan de maatschappelijke effecten is verwerkt in de vernieuwde opdracht voor 2022. Voor de uitvoering van de Wet inburgering is de gemeenschappelijke regeling aangepast. Dit is verwerkt. De begrotingen zijn op elkaar afgestemd.

De kosten van bedrijfsvoering bedroegen in 2021 € 15.785.020. De baten bedrijfsvoering bedroegen € 2.912.601. De algemene dekkingsmiddelen zijn 12.872.420 Per saldo is er sprake van een voordelig resultaat van € 985.135 ten opzichte van de gewijzigde begroting 2021. Opgemerkt wordt dat de uitvoeringskosten Tozo en TONK gezamenlijk met de uitkeringskosten Tozo en TONK worden verantwoord. De extra kosten voor de uitvoering van de Tozo en TONK zijn in de bedrijfsvoeringskosten verantwoord.

49

Bedrijfsvoeringskosten

Lasten Loonkosten + inhuur Rekenregel Overige loonkosten Overige personeelskosten Organisatiekosten Ondersteunende diensten Huisvestingskosten Facilitaire kosten Financiën Communicatie Juridische kosten ICT kosten Onvoorzien Totaal lasten

Jaarrekening 2020

Begroting 2021 na wijziging

Jaarrekening 2021

Verschil

9.962.488

11.508.395 385.264 261.699 233.497 427.851 1.076.385 560.735 263.057 87.451 30.762 17.756 1.116.488 50.000 16.019.339

11.881.119

-372.724 385.264 95.143 -140.464 163.253 91.814 -49.186 -39.372 -5.461 -84.227 11.376 128.903 50.000 234.319

180.983 388.992 14.391 922.564 609.720 358.621 76.489 28.388 6.933 913.491 0 13.463.062

166.556 373.960 264.598 984.571 609.920 302.429 92.913 114.989 6.380 987.585 0 15.785.020

Baten Baten subsidies Bijdrage plustaken gemeenten Vergoeding uitvoeringskosten Tozo 2021 Vrijval reservering uitvoeringskosten Tozo 2020 Vergoeding uitvoeringskosten Tonk Correctie BTW compensatie 2015-2019 Doorberekende kosten Baten overig Vergoeding en doorberekende loonkosten Vrijgevallen jaarresultaat org.ontw/pva DIV Totaal baten Saldo van lasten en baten Bijdrage gemeente Etten-Leur Bijdrage gemeente Halderberge Bijdrage gemeente Moerdijk Bijdrage gemeente Roosendaal Bijdrage gemeente Rucphen Bijdrage gemeente Zundert Totaal bijdragen gemeenten Saldo totaal

54.000 186.367 2.361.900

862.350 600.410 101.428

769.057 210.331 583.836 96.937 4.262.428 9.200.634 2.495.270 1.558.201 1.786.110 6.026.391 1.100.613 757.728 13.724.313 4.523.679

597.596 2.161.784 13.857.555 2.506.362 1.556.814 1.764.830 6.118.642 1.117.013 793.894 13.857.555

35.236 86.833 499.950 600.408 117.950 204.811 319.909 743.742 303.762 2.912.601 12.872.420 2.506.362 1.556.814 1.764.830 6.118.642 1.117.013 793.894 13.857.555 985.135

35.236 86.833 -362.400 -2 16.522 0 204.811 319.909 743.742 -293.834 750.817 985.135 0 0 0 0 0 0 0 985.135

Tabel: Overzicht van Baten en Lasten Bedrijfsvoering 2021

Toelichting resultaat ten opzichte van de gewijzigde begroting 2021 Loonkosten/inhuur € 12.540 voordeliger. De loonkosten zijn voordeliger uitgevallen als gevolg van: -de loonkosten zijn € 372.724 hoger vanwege inhuur voor de uitvoering van de Tozo, Tonk, SROI en plustaken. -de beschikbare tijdelijke formatie vanwege de rekenregel (€ 385.264) is niet in 2021 ingezet. Vanwege Corona was fysieke dienstverlening slechts beperkt mogelijk. Daarnaast is ook regulier personeel ingezet voor de Tozo en TONK. Overige loonkosten € 95.143 voordeliger De lagere kosten hebben voornamelijk te maken met de opbrengst vanwege verkoop verlof/uren € 57.236, lagere kosten woon-werkvergoeding/reis- en verblijfskosten en parkeervergoeding € 74.627 en minder vergoedingen jubilea en bijzondere beloningen €24.292. Daarnaast is een transitievergoeding van € 60.087 aan een medewerker uitgekeerd. Die is echter van het UWV terug ontvangen (bij loonkosten). 50

Overige personeelskosten € 140.437 nadeliger De overige personeelskosten betreffen de kosten van opleidingen, personeelsvereniging, arbozorg en representatieve kosten. In 2021 zijn deze kosten € 140.437 hoger uitgevallen. Dit komt met name doordat hier de kosten van IMK (toetsing aanvragen Tozo bedrijfskredieten) ad € 96.659 zijn verantwoord. Daar staat de bijdrage uitvoeringskosten Tozo als opbrengst tegenover. Verder zijn hier de kosten van de thuiswerkvergoeding (€ 27.256) en de premie arbeidsongeschiktheidsverzekering voor medewerkers (€23.986). De opleidingskosten zijn € 9.187 lager uitgevallen. De meeste zaken zijn te wijten aan de beperkingen door Corona. Organisatiekosten € 163.252 voordeliger Dit voordeel is met name ontstaan doordat een deel van de kosten voor de implementatie van de organisatieveranderingen pas in 2022 zullen gaan plaatsvinden. Dat betreft de inrichting van het Leerhuis (€ 59.000) en de serious game (€ 50.000). Dit bedrag blijft nog in het gereserveerde bedrag voor organisatieontwikkeling zitten. -het budget voor stimulering mobiliteit ad € 64.569 is vanwege de bijzondere omstandigheden door Corona niet benut. Ondersteunende diensten € 91.814 voordeliger Er is een voordeel doordat de door Roosendaal te leveren 0,5 fte projectleider ICT via het Werkplein tijdelijk middels inhuur is ingezet (voordeel € 48.675).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/529/documents/15555