CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 Eindrapportage Invoering Omgevingswet Halderberge.pdf

Gemeenteraad 10 februari 2022, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 8: Rekenkameronderzoek invoering Omgevingswet25.525 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Organisatie Programmateam

Projectleiders

Beoogde rolverdeling De ambtelijk opdrachtgever, een programmamanager, de drie projectleiders (Instrumenten, Veranderopgave en DSO) en de coördinator experimenten. Het programmateam kan intern op aanvraag ondersteuning krijgen op communicatie advies, juridisch advies en financieel advies. De projectleiders en coördinator experimenten rapporteren aan het programmateam. Het programmateam rapporteert de voortgang aan de stuurgroep. de gemeente Halderberge zijn 3 projectleiders gedefinieerd op de onderdelen instrumenten, veranderopgave en DSO.

Afwijking

Rolverdeling in de praktijk Het programmateam (ofwel permanente projectgroep/werkgroep) geeft aan maandelijks bij elkaar te komen. Het is een informele vergadering waarin de voortgang wordt besproken. Een agenda of notulen van de bijeenkomsten van het programmateam ontbreken. De agenda wordt ter plekke opgesteld op een flipover. Via scrum light worden stappen gemaakt op deze agendapunten. Hier wordt met alle deelnemers besproken wie waar aan werkt en hoe iedereen zich over de verschillende taken verdeeld. De projecten zijn organisch ontwikkeld. De projecten staan in verbinding met elkaar en de verantwoorde projectleiders voor de verschillende projecten hebben regelmatig overleg met elkaar. Binnen de gemeente Halderberge wordt gewerkt met projectgroepen op deelonderwerpen indien daar de behoefte aan is vanuit de projectleider op bepaalde momenten. Het zijn daarbij geen permanente projectgroepen.

In onderstaande tabel is de besluitvorming per actie volgens implementatieplan 2.0 beschreven. Actie Periode Besluitorgaan Dynamisch Ontwikkelplan Veranderopgave Q2 2020 MT Vaststellen Omgevingsagenda Q2 2020 Raad Vaststellen Omgevingsvisie Q1 2021 Raad Besluit adviesrecht op buitenplanse Q4 2020 Raad planactiviteiten bij vergunningverlening Proces inrichten voor initiatieven Q3 2020 MT Legesmodel aanpassen Q4 2020 Raad Commissie ruimtelijke kwaliteit Q4 2020 Raad Evaluatie experimenten Q2 2020 College Participatiebeleid Q4 2020 Raad Tabel 9. Overzicht besluitvorming 2020/2021 (Implementatieplan 2.0 Omgevingswet 2020) Van de bovenstaande acties in het implementatieplan 2.0 is nu al vastgesteld dat het vaststellen van de Omgevingsagenda uitgesteld is tot na de zomer 2020 en er een aanpassing van de gehele planning daarom noodzakelijk is. Medeoverheden Voor de medeoverheden (Veiligheidsregio, GGD, Omgevingsdienst en Waterschap) geldt dat zij enerzijds hun eigen proces voor de invoering van de Omgevingswet doorlopen en daarnaast participeren in de processen van de verschillende gemeenten in hun werkgebied en deze twee processen op elkaar moeten laten aansluiten. Hierdoor zien medeoverheden dat gemeenten met andere thema’s bezig zijn dan zij. Dat brengt een zeker spanningsveld met zich mee.

26

Onderzoek naar de invoering van de omgevingswet

Medeoverheden erkennen over het algemeen dat de samenwerking met de gemeenten beter kan. Medeoverheden zien dat tussen gemeenten grote faseverschillen zijn. Er zijn gemeenten die voorop lopen en waar veel contact mee is op het gebied van omgevingsvisie, omgevingsplannen, omgevingstafels en experimenten en er zijn gemeenten waar nog niet veel contact mee is op het gebied van de invoering van de Omgevingswet (zoals de gemeente Halderberge). Medeoverheden zagen wel een goede start in Halderberge maar het wordt nu als wat stiller ervaren. Medeoverheden ervaren het als positief dat zij elkaar nu meer gevonden hebben en nu is het cruciaal dat communicatie tussen medeoverheden en met de verschillende gemeenten structureel en goed opgezet wordt. Verder zou het voor medeoverheden de voorkeur genieten als de samenwerking in De-6 zou leiden tot eenduidige aanpak bijvoorbeeld door één omgevingstafel in te stellen.

Communicatie In de communicatiestrategie (2019) is bepaald de focus op de interne communicatie te leggen. In de eerste helft van 2020 blijft de focus op het informeren, inspireren en opleiden van collega’s, MT, college en raad. Het programmateam en de interne communicatieafdeling van de gemeente Halderberge doet dit door: ▪ ▪ ▪ ▪

▪

▪

▪ ▪

Maandelijks een Werkoverleg Omgevingswet te organiseren waarbij wordt teruggekoppeld over behaalde resultaten. Maandelijks een nieuwsbrief uit te brengen Diverse trainingen te volgen (raadsleden van De6 gemeenten en het programmateam). Vanuit het programmateam in 2020 regelmatig aan te sluiten bij de werkoverleggen van verschillende afdelingen. Hierbij wordt besproken welke opleidingswens/kenniswensen er zijn. Vanuit het programmateam de landelijke ontwikkelingen te volgen en collega’s te stimuleren om aan te sluiten bij de door BZK georganiseerde “slagsessies” en implementatiedagen DSO. Het interne overleg uit te breiden met het informeren van stakeholders: bijvoorbeeld woonkwartier (februari 2020), projectontwikkelaars en andere bedrijven die veelvuldig initiatieven hebben in het fysieke domein. Initiatiefnemers te wijzen op de wijzigingen in de wet, bijvoorbeeld bij principeverzoeken of projectontwikkelaars bij de voorbereiding van hun plannen. Vanaf september 2020 aan te sluiten bij de landelijke communicatie om de inwoners te informeren over de wetswijziging (beschikbaar via BZK vanaf 1 september).

2.2.3 Ervaringen uitvoering invoering Omgevingswet Het programmateam is tevreden met de voortgang. Vooral de interne samenwerking binnen de gemeente verloopt goed. Interne capaciteit in de gemeentelijke organisatie is vrijgekomen om de voorbereiding intern op te pakken. Volgens het programmateam werken ze niet naast elkaar, maar met elkaar. Het programmateam is bezig om een aangepaste planning te maken. De stuurgroep geeft aan dat als verbeterpunten mogelijk zijn, zij daar direct mee aan de slag gaan. Bijvoorbeeld de planning die wordt aangepast en het bijsturen op ureninzet indien nodig. De stuurgroep geeft aan dat ze gehoopt hadden verder te zijn in het proces. Met name rondom het voeren van verdiepende gesprekken met de raad om bijvoorbeeld op te halen hoe kaderstellend de raad is.

2.3

Uitvoering experimenten

De gemeenteraad heeft tijdens de vaststelling van het koersdocument Omgevingswet een motie aangenomen om voortvarend met experimenten aan de slag te gaan. In de motie verzoekt de raad aan het college om voor de begrotingsbehandeling op 8 november 2018 met een concreet voorstel te komen voor een experiment t.a.v. projecten binnen de contouren van de Omgevingswet (motie

27

Onderzoek naar de invoering van de omgevingswet

gemeenteraad Halderberge Omgevingswet, juni 2018). De experimenten in tabel 9 zijn benoemd door het programmateam en de stuurgroep en zijn terug te vinden in het implementatieplan Omgevingswet (In beweging met de omgeving, Implementatieplan Omgevingswet, december 2018). Volgens het implementatieplan hebben de experimenten een hoofdthema waardoor met de verschillende doelen uit de Omgevingswet ervaring wordt opgedaan en op verschillende vakgebieden gestart wordt met werken vanuit de Omgevingswet. De ontwikkelingen zijn beschreven in implementatieplan 2.0 Omgevingswet 2020. Experiment

Hoofdthema

Beschrijving

Ontwikkelingen

De klimaatstraat

Innovatie: ruimte bieden en het stimuleren van vernieuwende ideeën, processen of producten voor de fysieke leefomgeving.

De gemeente heeft een wedstrijd uitgeschreven voor inwoners die hun straat klimaatbestending willen maken. Daar kwamen geen inzendingen op. De gemeente beraadt zich op andere manieren om hieraan vorm te geven.

De wedstrijd is uitgezet. Ondanks herhaald verzoek is er 1 inzending ontvangen, die niet aan de eisen voldeed. Momenteel wordt bekeken of een herhaling zinvol is, misschien met een andere insteek.

De Keet in de wijk

Samen doen: De Omgevingswet vraagt een manier van werken in samenhang en afstemming met de toekomstige gebruikers. Hoe komen we dichter bij de gebruikers?

In de gemeente wordt gebruik gemaakt van een schaftkeet die op verschillende locaties en in het kader van verschillende initiatieven, projecten wordt ingezet om informatie te delen en op te halen bij bewoners. Hier komen andere inwoners op af dan op de inspraakavonden.

De Keet blijkt een waardevol middel te zijn om laagdrempelig informatie op te halen en te verschaffen, direct bij de inwoners. Keet wordt steeds vaker ingezet, voor uiteenlopende beleidsthema’s. Het gebruik wordt continu gemonitord en verbeterd.

Linde Joannes ontwikkeling

Gebiedsgericht maatwerk: De Omgevingswet biedt meer mogelijkheden voor gebiedsgericht maatwerk in samenhang en afstemming met toekomstige gebruikers.

Dit experiment heeft betrekking op de herontwikkeling van een oud schoolterrein (woningbouw). Is gericht op gebiedsontwikkeling. Dit is nog niet gestart. Het ligt nu bij het MT om hier in de loop van het jaar mee te starten.

Het project Linde/Joannes wordt opgestart in de loop van 2020. Hiervoor wordt de omgevingstafel als vorm gebruikt.

De leerkring

Samen met ketenpartners: Integraal samen)werken met de ketenpartners om tot 1 loket te komen.

De leerkring is gericht op het beter inzetten van partners. De focus ligt op de nieuwe samenwerking in het kader van vergunningen en het inrichten van werkprocessen die nodig zijn aan de voorkant van een procedure om de vergunningen ook daadwerkelijk binnen 8 weken te gaan verlenen.

De leerkring is gestart. De ketenpartners zijn met ons van mening dat dit een prima middel is om van elkaar te leren.

De raad heeft aan de hand van dit concrete voorbeeld geoefend met gebiedsontwikkeling 'nieuwe stijl'. Oefenen hoe je tot een visie komt.

In 2019 is op verzoek van de raadswerkgroep Omgevingswet een spel ontwikkeld om het proces om tot een omgevingsvisie te komen inzichtelijk te maken.

Linde Johannes raadspel

In 2020 zal de Leerkring verder vorm krijgen.

Doel in 2020 is om het spel Linde/Joannes verder uit te rollen

28

Onderzoek naar de invoering van de omgevingswet

Experiment

Hoofdthema

Beschrijving

Ontwikkelingen over de organisatie, te beginnen met het MT

Tabel 9. Beschrijving experimenten gemeente Halderberge (In beweging met de omgeving, Implementatieplan Omgevingswet, december 2018; Implementatieplan 2.0 Omgevingswet, 2020)

2.4

Good-practices andere gemeenten invoering Omgevingswet

In deze paragraaf worden het proces (voortgang) en de experimenten besproken voor de gemeenten Etten-Leur, Waalre en Bergen op Zoom. In paragraaf 3.3 wordt nader ingegaan op de procesinrichting en rolverdeling van onderstaande gemeente. 2.4.1 Gemeente Etten-Leur

Proces (voortgang) De raad in de gemeente Etten-Leur heeft in december 2017 al het koersdocument vastgesteld. De gemeente geeft aan dat het doel is eind 2020 een concept omgevingsvisie te realiseren, DSO klaar te hebben en in grote lijnen het omgevingsplan en alles dat daar mee samenhangt. De gemeente Etten-Leur heeft een algemene jaarplanning en een jaarplanning per spoor. De sporen bestaan uit: 1. Leerpunten, 2. Samenwerking, 3. Processen + dienstverlening, 4. Veranderopgave, 5. DSO, 6. Instrumenten + regels (omgevingsvisie + omgevingsplan. De gemeente Etten-Leur geeft aan veel onderling overleg te hebben. ‘Productowners’ hebben bijvoorbeeld 1 x per 2 weken een stand-up. De jaarplanning wordt tijdens deze onderlinge overleggen besproken en indien nodig aangepast. Dankzij de scrum-methodiek heeft de gemeente Etten-Leur veel inzicht in hele proces en zorgen zij voor een goede voortgangsbewaking. Experimenten De gemeente Etten-Leur heeft zelf een spel ontwikkeld om intern in de organisatie meer bewustwording te creëren. Bij nieuwe initiatieven gaat de gemeente het gesprek aan met de initiatiefnemer om uit te vragen wat zij beogen te bereiken. De gemeente inventariseert vervolgens of het initiatief botst met bestaand beleid. Als het initiatief niet botst met bestaand beleid krijgt de initiatiefnemer de vergunning. Als het wel botst, gaat het naar de omgevingstafel.

De gemeente Etten-Leur heeft alle ingangen waar initiatieven binnenkomen inzichtelijk gemaakt. Dit zijn ongeveer 60 ingangen. 2.4.2 Gemeente Waalre Proces (voortgang) De gemeente Waalre heeft de planning VNG overgenomen. Per 2021 is de aansluiting op DSO klaar. Vanuit het planningsoverzicht worden activiteiten weggezet. De gemeente geeft aan veel onderling overleg te hebben; “processen kan je niet langs elkaar laten lopen, dan vallen zaken buiten de scope.” Zo hebben de teamleiders onderlinge overleggen. De scrum-methodiek draagt bij aan de voortgangsbewaking. Experimenten De gemeente Waalre is gestart met een pilot waarin zij samen optrekken met Waterschap WestFriesland. Deze pilot bestaat uit een kaart die initiatiefnemers bij het indienen van een initiatief kunnen raadplegen die inzichtelijk maakt wat speelt in de omgeving en waar zij rekening mee moeten houden bij de aanvraag.

29

Onderzoek naar de invoering van de omgevingswet

In de gemeente Waalre is nog geen omgevingstafel operationeel. Op dit moment zijn zij samen met medeoverheden aan het inventariseren (uitkristalliseren) hoe het er uit moet komen te zien. 2.4.3 Gemeente Bergen op Zoom Proces (voortgang) De gemeente Bergen op Zoom geeft aan dat de actielijst van VNG leidend is. Zij streven naar een eerste versie van de omgevingsvisie in Q1 van 2021. Stadsbeheer is aangehaakt voor het systeem (VTH-software en DSO). De aansluiting vindt in de tweede week van mei plaats. De keuze voor een leverancier voor plansoftware komt naar verwachting rond de zomer. De gemeente Bergen op Zoom geeft aan dat intern veel onderling overleg is. Ze volgen de VNGplanning. Experimenten De gemeente Bergen op Zoom heeft een proef ingericht, waarbij zij een vijftal initiatieven hebben geselecteerd om het nieuwe proces te doorlopen. Dit zijn complexere initiatieven waar echt afweging voor nodig is en het noodzakelijk is om met meerdere partijen om tafel te gaan. Aan het eind van 2020 gaat de gemeente deze proef monitoren en evalueren en de werkprocessen in de volle breedte implementeren. De gemeente Bergen op Zoom zet “Brabants Ambtenaar Mobiel (BRAM-ers)” in op experimenten. Dit zijn de coördinatoren. Zij hebben een frisse en vernieuwende blik.

2.5

Samenvattende bevindingen procesinrichting en rolverdeling

Procesinrichting De focus in het implementatieplan (In beweging met de omgeving, Implementatieplan Omgevingswet, december 2018) lag op de periode tot 01-01-2021. In april 2020 kwam de gemeente Halderberge met een nieuwe planning (Implementatieplan 2.0 Omgevingswet, april 2020). In de nieuwe planning is geschoven met producten; onderdelen zijn naar voren gehaald of juist later in het proces geplaatst. Volgens de gemeentelijke organisatie ligt de voorbereiding en invoering van de Omgevingswet op het eigen gewenste tempo, ook al wijkt dit tempo af van de oorspronkelijke planning. De gemeente is in relatie tot de invoering van de Omgevingswet een pragmatische volger. De gemeente Halderberge heeft een duidelijke keuze gemaakt om eerst intern met de veranderopgave aan de slag te gaan alvorens naar buiten te gaan (van binnen naar buiten werken). Dit is in contrast met de oorspronkelijke planning waarin de projecten parallel dienen te lopen. De gemeente Halderberge geeft aan dat het door de raad vastgestelde implementatieplan (februari 2019) een flexibele planning kent en dat er daarmee geen verantwoording nodig is aan de raad voor voortgang en aanpassingen. De aangepaste planning “Implementatieplan 2.0” is vastgesteld door het college van B&W op 3 maart 2020. De uitvoering van experimenten is vooralsnog niet op basis van initiatieven die vanuit de bevolking zijn gekomen.

Het is zijn vooral experimenten van binnen uit en niet van buiten naar binnen. Het experiment ‘klimaatstraat’ is bijvoorbeeld door de gemeente geïnitieerd en bedacht. Dit experiment heeft geen initiatiefnemers vanuit de bevolking opgeleverd. Inmiddels is er sinds januari 2020 een omgevingsloket in werking voor alle ruimtelijke en maatschappelijke initiatieven. Het participatietraject is nog niet begonnen en omgevingswaarden zijn nog niet bepaald. Er is nog geen start gemaakt met een cultuurontwikkelingsplan of samenwerkingsplan met ketenpartners. Rolverdeling De rolverdeling pakt grotendeels uit zoals beoogd in het implementatieplan. Afwijkingen zijn in de werkgroep van de raad en bij de projectleiders. Aanvullend op het implementatieplan nemen daarnaast de twee wethouders, de programmamanagers en de ambtelijk opdrachtgever deel aan de werkgroep. Permanente projectgroepen ontbreken. Binnen de gemeente Halderberge wordt

30

Onderzoek naar de invoering van de omgevingswet

gewerkt met projectgroepen op deelonderwerpen indien daar de behoefte aan is vanuit de projectleider op bepaalde momenten. Verder is de rolverdeling in de praktijk beoogd zoals in het implementatieplan. Er is een programmateam bestaande uit de programmamanager, de projectleiders en de coördinator experimenten. Het programmateam is belast met de uitvoering volgens ambitiedocument en planning. De programmamanager rapporteert naar de ambtelijk opdrachtgever en heeft samen met de ambtelijk opdrachtgever zitting in de stuurgroep waarin ook twee wethouders en de gemeentesecretaris zitting hebben. In de stuurgroep wordt besloten om de planning aan te passen. Verder is een werkgroep van de gemeenteraad operationeel die meedenkt en adviseert over de invoering van de Omgevingswet. De ambtelijke organisatie (programmateam en stuurgroep) is tevreden met de invulling van de rolverdeling en de voortgang die wordt bereikt. Medeoverheden en gemeenten (good-practices) Medeoverheden zijn naast het participeren in de processen tot invoering van de Omgevingswet in de gemeenten in hun werkgebied ook bezig met het eigen proces hiervan. Hierdoor komt het voor dat gemeenten met andere thema’s bezig zijn dan medeoverheden. Medeoverheden zien grote faseverschillen tussen gemeenten.

Enkele gemeenten lopen voorop en daar hebben de medeoverheden veel contact mee op het gebied van omgevingsvisie, omgevingsplannen, experimenten en omgevingstafels. Andere gemeenten volgen of zijn net gestart zijn met de omgevingsvisies, omgevingsplannen, experimenten met initiatiefnemers en omgevingstafels. Medeoverheden hebben met deze gemeenten nog niet veel contact. Medeoverheden zagen wel een goede start in Halderberge maar het wordt nu als wat stiller ervaren.

31

Onderzoek naar de invoering van de omgevingswet

3.

Bevindingen werkgroep raad

Hoofdstuk 3 beschrijft de bevindingen van de zelfevaluatie van de werkgroep raad. Hierin worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: 8.

Is de uitvoering van de invoering van de Omgevingswet in lijn met de doelstellingen, verbeterdoelen en werkwijze van de Omgevingswet? 9. Welke handvatten levert de beantwoording van bovengenoemde vraag op voor de verbetering van de procesinrichting en rolverdeling? 10. Welke handvatten leveren de good-practices op voor de procesinrichting en rolverdeling rondom de invoering van de Omgevingswet? Alle negen leden van de werkgroep raad hebben een vragenformulier ingevuld op basis van de bovenstaande drie vragen. De uitkomst hiervan is verwerkt in een analyse en is teruggelegd aan de werkgroepleden. De reacties zijn verwerkt.

3.1

Toetsing doelstellingen, verbeterdoelen en werkwijze Omgevingswet

3.1.1 Oordeel realiseren van doelstellingen van Omgevingswet Tabel 10 geeft het oordeel weer van de werkgroep raad in hoeverre de invoering van de Omgevingswet en de ambitie, planning en experimenten in de gemeente Halderberge leidt tot het realiseren van doelstellingen van de Omgevingswet. U treft hierin aan de gemiddelde score die de werkgroepleden hebben gegeven tussen 1 (=onvoldoende) en 5 (=zeer goed). Vervolgens is de verklaring voor de score weergegeven. Doelstellingen Omgevingswet

Oordeel werkgroep raad

Meer ruimte voor de samenleving De gemiddelde score is 4,1

Werkgroepleden geven aan goed meegenomen te worden in de verschillende stappen van het proces; met een duidelijke tijdslijn en samenwerking in de regio. In de gemeente Halderberge wordt gewerkt met een ambassadeur per dorpskern. Werkgroepleden geven aan middenin het proces van implementatie te zitten. Daarbinnen is veel aandacht voor de samenleving; overheids- en burgerparticipatie staan hoog in het vaandel. Bij initiatieven in het fysieke domein wordt veel ruimte gegeven aan de samenleving. Ook is ruimte om ruimtelijke en maatschappelijke initiatieven in te dienen. De extra mogelijkheden en kansen op het gebied van initiatieven worden onderzocht. Opgemerkt wordt dat in veel discussies c.q. gesprekken met initiatiefnemers al wel nadrukkelijk gekeken wordt naar de mogelijke toekomstige situatie na invoering van de Omgevingswet.

Brede en integrale benadering van de leefomgeving

32

Onder de huidige wetgeving is al veel mogelijk, maar dan moeten geen conserverende bestemmingsplannen gemaakt worden (“dan zal je mee moeten denken”). Een werkgroepslid geeft aan nog te veel terug te krijgen van bewoners dat zij wat willen ondernemen, maar tegen de ambtelijke organisatie aanlopen en uiteindelijk maar stoppen met het initiatief. Dat is een lastig iets; “het is een gedrag en houding die je niet bij een wet kunt afdwingen.” Het wordt pas lastig bij tegenstellingen als de ene partij wel wil en de andere niet. De raad blijft uiteindelijk het bevoegde orgaan, daar moet ze in ieder geval voor willen gaan. De raad moet ook helder en

Onderzoek naar de invoering van de omgevingswet

Doelstellingen Omgevingswet

Oordeel werkgroep raad

De gemiddelde score is 4,1

uitlegbaar een besluit durven nemen dat soms niet welgevallig is voor bewoners en soms niet gedragen wordt.

Lokaal maatwerk De gemiddelde score is 4,1

De gebruiker staat centraal De gemiddelde score is 3,7

Het beleidsteam benadert vraagstukken integraal. Team Realisatie benadert vraagstukken ook integraal en niet langer per discipline. Dat gaat erg goed nu. Werkgroepleden geven aan dat er altijd lokaal maatwerk moet zijn (couleur locale): “Onze insteek is dat elke (dorps)kern uniek is en moet blijven. Daarbij staat maatwerk voorop. Via actiekaarten per kern of gebied wordt integraal beleid geformuleerd.” Volgens werkgroepleden staat bij de gemeentelijke organisatie de gebruiker centraal bij het bepalen van de nieuwe initiatieven, acties of plannen. Het initiatief voor de dialoog met omgeving ligt na de invoering van de Omgevingswet bij de initiatiefnemer. De werkgroepleden zijn van mening dat het voor de inwoners van de gemeente nog onvoldoende duidelijk is wat gaat veranderen met het invoeren van de Omgevingswet.

“Ja mits” in plaats van “Nee, tenzij” De gemiddelde score is 3,7

De cultuuromslag van het gemeentelijk apparaat is van groot belang. Het “centraal stellen van de gebruiker“ wordt volgens werkgroepleden al wel gedaan maar blijft een aandachtspunt. Belangrijk hierin is en wordt de voorlichting vanuit de gemeente over wat precies de rol is van de omgevingsdialoog en de mensen die hieraan deelnemen. “Ja mits” in plaats van “Nee, tenzij”, is de vertrekhouding van de gemeente Halderberge. Werkgroepleden geven aan graag te willen leren en te ervaren hoe dit nog beter kan. Bij initiatieven in het fysieke domein wordt het uitgangspunt “Ja mits” al meer gehanteerd.

Aangegeven wordt dat nu nog te veel bewoners tegen de gemeentelijke organisatie aanlopen en uiteindelijk afhaken na jaren “vechten”. De gemeentelijke organisatie moet nog meer naar de mogelijkheden kijken in plaats van onmogelijkheden. Tabel 10. Oordeel realiseren doelstellingen van Omgevingswet Uit het bovenstaande blijkt dat de werkgroep van mening is dat over het algemeen een goede voortgang wordt bereikt op de doelstellingen van de Omgevingswet. Echter wordt ook aangegeven dat bewoners die willen ondernemen nog vaak tegen de ambtelijke organisatie aanlopen en dan stoppen met hun initiatieven. De gemeentelijke organisatie moet nog meer naar de mogelijkheden kijken in plaats van de onmogelijkheden. Aan meer ruimte voor de samenleving is nog niet toegekomen door de interne gerichtheid van de aanpak. Daarnaast blijkt dat inwoners nog nauwelijks het idee hebben wat er allemaal gaat veranderen met de Omgevingswet.

33

Onderzoek naar de invoering van de omgevingswet

3.1.2 Oordeel realiseren van verbeterdoelen van Omgevingswet Tabel 11 geeft het oordeel weer van de werkgroep raad in hoeverre de invoering van de Omgevingswet en de ambitie, planning en experimenten in de gemeente Halderberge leidt tot het realiseren van verbeterdoelen van de Omgevingswet. U treft hierin aan de gemiddelde score die de werkgroepleden hebben gegeven tussen 1 (=onvoldoende) en 5 (=zeer goed). Vervolgens is de verklaring voor de score weergegeven. Verbeterdoelen Vergroten inzichtelijkheid en voorspelbaarheid De gemiddelde score is 3,6

Samenhangende benadering De gemiddelde score is 3,9

Vergroten bestuurlijke afwegingsruimte De gemiddelde score is 3,5

Oordeel werkgroep raad In hoeverre de inzichtelijkheid en voorspelbaarheid is vergroot, zal later pas inzichtelijk worden als het landelijke DSO gevuld is in 2021 en de jaren hierna als het wordt aangevuld. Dit is volgens werkgroepleden nog niet te beoordelen. Wel wordt aangegeven dat nog beter opgehaald moet worden wat er leeft en speelt in de gemeente Halderberge, omdat dat kansen geeft voor een betere voorspelbaarheid en wensen. Dit is ook van belang voor de initiatiefnemer (om te leren wat wel en niet kan). Werkgroepleden vinden het lastig om iets te vinden van de voorspelbaarheid. Mogelijk zal de voorspelbaarheid afnemen met alle pro’s en con’s die daaraan kleven. Het hangt ervan af wie zich betrokken gaat voelen en wie actief gaat deelnemen. Werkgroepleden geven aan dat voorspelbaarheid door de vele potentiële deelnemers aan de omgevingstafel weggaat. “Dat maakt het ook weer leuk en geeft meer draagvlak voor besluiten.” Als de veranderopgave eenmaal geland is, wordt de samenhang steeds meer zichtbaar. In hoeverre de samenhangende benadering gerealiseerd is, moet blijken uit het omgevingsplan. Dat dient uiterlijk 2029 te worden opgesteld. Dit is nu volgens werkgroepleden nog niet te beoordelen.

Werkgroepleden geven aan dat het vergroten van de bestuurlijke afwegingsruimte een belangrijk speerpunt blijft en dat het tegelijkertijd spannend is om de rollen opnieuw met elkaar te gaan definiëren. Hier zijn nog geen gerichte keuzes in gemaakt dus het is nog te vroeg om hier een antwoord op te geven. In hoeverre het vergroot is, moet blijken uit de keuzes die later gemaakt worden in de raad (over welke initiatieven wil de raad een rol?). Opgemerkt wordt dat dit nog te weinig speelt in de raad; “Je kunt er nu al naar handelen en dat gebeurt niet of nog veel te weinig.” De omgevingsvisie en een Omgevingsplan ontbreken vooralsnog. In het college en de raad is een verschil van inzicht over de wijze waarop de bestuurlijke afwegingsruimte ingevuld moet worden.

Het is een goede zaak dat straks steeds meer bevoegdheden liggen bij het college. De raad moet dan loslaten. Versnellen en verbeteren van Het versnellen en verbeteren van de besluitvorming is de besluitvorming doelstelling. Al het handelen is hierop gericht. De gemeentelijke De gemiddelde score is 3,7 organisatie bereidt zich al voor op de nieuwe werkprocessen, zoals kortere procedures voor de vergunningsverlening, zodat de besluitvorming wordt versneld. Werkgroepleden geven aan nu al

34

Onderzoek naar de invoering van de omgevingswet

Verbeterdoelen

Oordeel werkgroep raad oog te hebben voor de impact in relatie tot bestuurlijke vernieuwing. Met als gevolg wat al eerder is gebeurd: meer vooroverleg omdat de tijd toch weer opgerekt wordt.

Het versnellen en verbeteren wordt nog een uitdaging gezien het feit dat meer partijen/individuen aan kunnen schuiven bij bepaalde trajecten. Tabel 11. Oordeel realiseren van verbeterdoelen van Omgevingswet De bovenstaande tabel geeft aan dat de werkgroep over het algemeen de realisatie van de verbeterdoelen van de Omgevingswet ruim voldoende vindt. Werkgroepleden geven aan dat beter opgehaald kan worden wat er leeft en speelt onder de bevolking en initiatiefnemers. In het vergroten van bestuurlijke afwegingsruimte zijn nog geen keuzen gemaakt, daarvoor ontbreken ook nog de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Er is nu nog verschil van inzicht hierover in de raad. 3.1.3 Oordeel ontwikkelen beoogde werkwijze van Omgevingswet Tabel 12 geeft het oordeel weer van de werkgroep raad over de mate waarin de werkwijze van de gemeente leidt tot het ontwikkelen van de beoogde werkwijze van de Omgevingswet. U treft hierin aan de gemiddelde score die de werkgroepleden hebben gegeven tussen 1 (=onvoldoende) en 5 (=zeer goed). Vervolgens is de verklaring voor de score weergegeven. Beoogde werkwijze Omgevingswet

Oordeel werkgroep raad

Meer integraal werken De gemiddelde score is 4,0

Enkele werkgroepleden geven aan dat Halderberge al goed scoort op het integraal werken en uiteraard de verbeterkansen grijpt. “Bij het opstellen van de omgevingsvisie dit najaar zien we het integraal samenwerken echt opbloeien. Bij andere producten zagen we dit ook al gebeuren”. Opgemerkt wordt dat bewoners dit nog niet zo ervaren en door de gemeente meer gecommuniceerd moet worden. Aangegeven wordt dat iedere dorpskern uniek is. Een gebiedsgerichte aanpak is in alle dorpen aanwezig, maar dit leidt tot rare voorstellen. Dit is vanuit het collegewerkprogramma al opgenomen in de Halderbergse aanpak. Enkele werkgroepleden geven aan dat sprake is van schijndemocratie: “Bepalen burgers het uiteindelijk die zichzelf zodanig hebben gegroepeerd dat het een meerderheid lijkt maar de zwijgende meerderheid laat zich niet horen.” De werkgroepleden geven aan participatie hoog in het vaandel te hebben en een groot belang te hechten aan overheids- en burgerparticipatie in de huidige manier van werken; “We zijn al vroeg actief geworden op dit vlak met mooie experimenten en concrete aanpakken.” Dit vindt plaats door het houden van informatiebijeenkomsten, daarnaast wordt aangegeven dat het college nadrukkelijk participatie nastreeft.

Het college gaat in gesprek met inwoners, echter is er meer op de participatieladder en dat is nog niet ingedaald: “De ambtenaar is gewend voor te schrijven en als beleidsbepaler op te treden.” Het realiseren van een goede informatievoorziening is afhankelijk van DSO en integrale afstemming. Aangegeven wordt dat is ingezet op het ontwikkelen van goede producten zodat het omgevingsloket

Meer gebiedsgericht werken De gemiddelde score 4,3

Grote betrokkenheid van belanghebbenden De gemiddelde score is 4,4

Goede informatievoorziening De gemiddelde score is 3,9

35

Onderzoek naar de invoering van de omgevingswet

Beoogde werkwijze Omgevingswet

Oordeel werkgroep raad straks goed gevuld kan worden. Op die manier blijft de dienstverlening minimaal gelijk.

Dit effect is nog niet zichtbaar, omdat het nieuwe omgevingsloket nog niet beschikbaar is waar de inwoner de informatie kan vinden. Het bereikte effect zal blijken na invoering van de wet. Tabel 12. Oordeel ontwikkelen beoogde werkwijze van Omgevingswet Werkgroepleden geven aan dat de werkwijze van de gemeente zich vanuit de interngerichte aanpak moet aanpassen op het gebied van integraal werken, meer gebiedsgericht werken, grote betrokkenheid van belanghebbenden en goede informatievoorziening. Echter er zullen nog vele stappen moeten worden gezet om de aanpak ook daadwerkelijk vanuit het initiatief vanuit de bewoners te laten verlopen. Informatievoorziening naar bewoners toe is nog nauwelijks gebeurd. 3.1.4 Handvatten en Leerpunten doelstellingen, verbeterdoelen en werkwijze Omgevingswet Werkgroepleden geven het volgende aan: ▪ De gemeente Halderberge moet de externe veranderopgave meer parallel laten lopen met de interne veranderopgave. ▪ De raad moet weten waar ze kan sturen en daar ook het initiatief in tonen. Dat moet niet van ambtenaren komen, want anders komt die cultuurverandering niet. Nu lijkt de slager zijn eigen vlees te keuren. ▪ De ogenschijnlijke verdeeldheid binnen college en raad op de concrete invulling op het gebied van besluitvorming omtrent nieuwe initiatieven is mogelijk een punt van aandacht.

▪ Het is van belang om inwoners meer en meer bewust te maken van de nieuwe wet en de processen eromheen. De gemeente dient regelmatig te communiceren op een heldere manier. Iedereen moet mee in het proces. ▪ Maak alles meer concreet, kom met voorbeelden, ga oefenen, pak praktijkgevallen op, experimenteer en geef het dus meer handen en voeten en hou/maak het vooral begrijpelijk voor iedereen. Uit bovenstaande blijkt dat de externe veranderopgave te laat is ingezet. Het is van belang om op korte termijn inwoners mee te nemen in het proces. Dit geldt ook voor de experimenten

3.2

Toetsing procesinrichting en rolverdeling

3.2.1 Oordeel uitvoering invoering Omgevingswet in relatie tot planning Tabel 13 geeft het oordeel weer van de werkgroep met betrekking tot de uitvoering van de invoering van de Omgevingswet in Halderberge in relatie tot de planning. U treft hierin aan de gemiddelde score die de werkgroepleden hebben gegeven tussen 1 (=onvoldoende) en 5 (=zeer goed). Vervolgens is de verklaring voor de score weergegeven. Oordeel uitvoering van de invoering van de Omgevingswet in Halderberge in relatie tot de planning De gemiddelde score is 3,7

36

Oordeel werkgroep raad

De werkgroep geeft aan dat zij goed meegenomen worden in de verschillende stappen van het proces. De landelijke planning is de richtlijn voor de planning die ze binnen de gemeente hanteren. Er worden goede stappen gezet om tijdig klaar te zijn voor de invoering van de

Onderzoek naar de invoering van de omgevingswet

Omgevingswet. Aangegeven wordt dat daarbij kwaliteit voor snelheid gaat. Indien nodig wordt tijdig bijgestuurd. Op dit moment is de planning niet op alle punten behaald; het programmateam sluit aan bij landelijke motto “niet alles hoeft af te zijn om er klaar voor te zijn”. De werkgroepleden geven aan dat de gemeentelijke organisatie nog veel bepaalt. Er worden stappen gezet en getracht om samen te werken. Echter geven werkgroepleden aan dat echt concrete stappen nog nauwelijks worden gezet. De raad kan nog beter in positie gebracht worden; raadsleden weten de weg niet en die moet gewezen worden. De veranderopgave is de grootste opgaaf van de wet. Dat is een moeilijk meetbaar instrument en niet echt objectief zichtbaar in diverse stukken. De werkgroep geeft aan dat de gemeente Halderberge een sterke interne focus op gedragsverandering heeft. Wat nog ontbreekt is het betrekken van de bewoners, het participatieproces en werken met initiatieven vanuit de bewoners De werkgroep geeft aan dat de gemeente Halderberge geen koploper is, maar een verstandige volger. En leren van andere gemeenten is een prima aanpak. Tabel 13. Oordeel uitvoering invoering Omgevingswet in relatie tot planning Het oordeel van de werkgroep over de procesinrichting is goed.

Aangegeven wordt dat de gemeente Halderberge geen koploper is, maar een verstandige volger, zodat zo veel mogelijk van anderen wordt geleerd. De werkgroep geeft aan dat nog veel wordt bepaald door de gemeentelijke organisatie en dat nog niet veel concrete stappen zijn gezet. In hoofdstuk 2 is geconstateerd dat de planning niet wordt gehaald vooral wat betreft het betrekken van de bewoners, het participatieproces en werken met initiatieven vanuit de bewoners. Hierin verschillen werkgroepleden uit de gemeenteraad van mening met de betrokken ambtenaren en het college die dit geen probleem vinden. Daarmee is er op dit vlak een duidelijk verschil tussen de ambtelijke beleving en de beleving van de werkgroepleden. Dit verschil in beleving sluit aan bij de feitelijke afwijking ten opzichte van het oorspronkelijke plan. 3.2.2 Oordeel wijze waarop de voortgangsbewaking plaatsvindt Tabel 14 geeft het oordeel weer van de werkgroep met betrekking tot de wijze waarop de voortgangsbewaking plaatsvindt. U treft hierin aan de gemiddelde score die de werkgroepleden hebben gegeven tussen 1 (=onvoldoende) en 5 (=zeer goed). Vervolgens is de verklaring voor de score weergegeven.

37

Onderzoek naar de invoering van de omgevingswet

Oordeel wijze waarop de voortgangsbewaking plaatsvindt De gemiddelde score is 4,5

Oordeel werkgroep raad

De werkgroep werkt integraal samen met de ambtelijke organisatie. Zij informeren de werkgroep elke bijeenkomst over de planning. Op basis van deze informatie beoordeelt de werkgroep de voortgang; deze is realistisch en pragmatisch. Ook is hier ruimte om de veranderingen te ervaren indien daar behoefte aan is. Dit loopt zonder meer naar tevredenheid waarbij de werkgroep nadrukkelijk wordt betrokken. De werkgroepleden zijn de ambassadeurs richting de andere raadsleden. Na iedere bijeenkomst met de ambtelijke organisatie informeert de werkgroep de raad via de beide commissies. De werkgroep geeft aan dat zij vanuit de raad weinig vragen terugkrijgen, waardoor zij zich afvragen in hoeverre de Omgevingswet speelt bij de raad.

Het implementatieplan 2.0 is aangepast. Werkgroepleden geven aan dat het moeilijk was om de originele planning met de nieuwe planning te vergelijken. Het eerste document was een PowerPoint. Het nieuwe implementatieplan is wel doorgenomen in de werkgroep, maar werkgroepleden geven aan niet te zijn meegenomen in dit proces en niet direct betrokken zijn. Ook hier geldt volgens enkele werkgroepleden de Duisenbergmethode; “de juiste vragen zou ons wellicht helpen om de Omgevingswet meer te doorgronden.” Tabel 14. Oordeel wijze waarop de voortgangsbewaking plaatsvindt Het oordeel van de werkgroep over algemene voortgangsbewaking is goed. Ook de aanpassing van het implementatieplan naar het implementatieplan 2.0 is volgens werkgroepleden uit de gemeenteraad bijna niet te controleren in vergelijking met de originele plannen. Werkgroepleden geven aan niet goed te zijn meegenomen in het proces van de aanpassing van de planning en voelen zich daarmee niet direct betrokken. Anderzijds zouden de werkgroepleden proactief dit aspect kunnen oppakken en er voor zorgen dat de gemeenteraad hierin haar controlerende rol zou kunnen vervullen. Dit is niet gebeurd. De werkgroep zou de gemeenteraad in staat moeten stellen tot concrete voortgangsbewaking door bijvoorbeeld de 6 vragen van de methode Duisenberg meer te gebruiken.

3.2.3 Oordeel toegevoegde waarde van de experimenten Tabel 15 geeft het oordeel weer van de werkgroep met betrekking tot de toegevoegde waarde van de experimenten voor de invoering van de Omgevingswet. U treft hierin aan de gemiddelde score die de werkgroepleden hebben gegeven tussen 1 (=onvoldoende) en 5 (=zeer goed). Vervolgens is de verklaring voor de score weergegeven.

38

Onderzoek naar de invoering van de omgevingswet

Oordeel toegevoegde waarde van de experimenten voor de invoering van de Omgevingswet De gemiddelde score is 4,3

Oordeel werkgroep raad

Werkgroepleden geven aan dat het essentieel is dat ze experimenteren en leren: “Dit heeft meerwaarde voor het daadwerkelijke invoeringsmoment.” Aangegeven wordt dat nog meer experimenten ingezet mogen worden om het inzicht te verhogen, met name bij de gemeenteraad. Ook geven werkgroepleden aan dat de opzet van bestaande experimenten geïnitieerd is vanuit de gemeentelijke organisatie zelf. Alle rollen en taken van ketenpartners / maatschappelijke organisaties zijn al verdeeld zonder dat de geschiedenis bij iedereen bekend was. Hierin is de mogelijke rol van de raad niet meegenomen. Werkgroepleden geven aan dat de samenwerking met de ketenpartners in de regio waardevol is om volgend jaar de daadwerkelijke samenwerking bij vergunningen ook goed in te richten. Die samenwerking komt nu nog te weinig van grond.

Werkgroepleden benadrukken het belang om nu al te gaan werken in de geest van Omgevingswet zodat het zichtbaar is voor de buitenwereld. Zaken slepen nog steeds lang voort. Het is volgens enkele werkgroepleden nog steeds “nee tenzij” of “ja maar” en geen “ja mits”. Tabel 15. Oordeel toegevoegde waarde van de experimenten Volgens de werkgroepleden worden experimenten nog te veel sturend ingezet door de gemeentelijke organisatie. Het zou beter zijn om met initiatieven vanuit de bevolking te experimenteren. 3.2.4 Oordeel rolverdeling Tabel 16 geeft het oordeel weer van de werkgroep met betrekking tot hoe de rolverdeling is vormgegeven (stuurgroep, programmateam en projectleiders en werkgroep). U treft hierin aan de gemiddelde score die de werkgroepleden hebben gegeven tussen 1 (=onvoldoende) en 5 (=zeer goed). Vervolgens is de verklaring voor de score weergegeven. Oordeel hoe de rolverdeling is vormgegeven (stuurgroep, programmateam en projectleiders en werkgroep) De gemiddelde score is 4,4

Oordeel werkgroep raad

De werkgroep is bedoeld als een adviesorgaan en meedenker in de uitvoering en kan niet het doorgeefportaal zijn naar de raad voor het stellen van kaders en het controleren van de voortgang. De raad zou als geheel ook rechtstreeks door het college (en/of de stuurgroep) geïnformeerd en betrokken moeten worden. De werkgroep werkt in de basis goed. Het is een werkgroep met raadsleden, ambtenaren uit de gemeentelijke organisatie en wethouders. Het verschil in kennis is groot: “Ik vraag me af of de raadsleden wel genoeg tijd en kans krijgen om te beseffen wat de impact van de Omgevingswet is.” Volgens enkele werkgroepleden is

39

Onderzoek naar de invoering van de omgevingswet

Oordeel hoe de rolverdeling is vormgegeven (stuurgroep, programmateam en projectleiders en werkgroep)

Oordeel werkgroep raad

de structuur niet zichtbaar en is het niet duidelijk door wie welke verantwoordelijkheid wordt genomen in de werkgroep. Andere werkgroepleden zijn van mening dat er (op basis van verkregen informatie) een duidelijke rolverdeling in de gemeente Halderberge is. Het wordt ervaren als een open, fijne en constructieve samenwerking. Er is een gezamenlijk doel en alle betrokkenen nemen hun verantwoordelijkheid. Werkgroepleden geven aan dat ze hun rol niet moeten overschatten. Het is in deze zelf een lerend gremium. Besprekingen met de werkgroep monden vaak uit in discussies waarbij het de vraag is of deze wel de voortgang van het proces bevorderen. Tabel 16. Oordeel rolverdeling Uit bovenstaande tabel blijkt dat het instellen van een werkgroep in de basis goed is. Echter voor de raadsleden in de werkgroep is de structuur niet zichtbaar en het niet duidelijk is door wie welke verantwoordelijkheid wordt genomen in de werkgroep. Daarmee worden de werkgroepleden uit de gemeenteraad gebruikt als een doorgeefportaal voor kaderstelling en controle op de voortgang naar de gemeenteraad. Dit is formeel niet juist. Volgens de werkgroep zou het college of de stuurgroep rechtstreeks de gemeenteraad moeten informeren en betrekken zodat de gemeenteraad de kaderstelling en benodigde controle hierop naar behoren kan uitvoeren.

3.2.5 Handvatten en Leerpunten procesinrichting en rolverdeling volgens werkgroep raad Werkgroepleden geven het volgende aan: ▪ De gemeenteraad moet ook zonder tussenkomst van de werkgroep geïnformeerd worden door de ambtelijke organisatie. ▪ Alles moet wat concreter worden, meer handen en voeten krijgen, zodat gerichtere stappen kunnen worden genomen om daar te komen waar de gemeente Halderberge naar toe moet. Er moet meer ruimte in de interne planning opgenomen worden om te experimenteren met de Omgevingswet. ▪ De raad dient goed inzicht te krijgen van de veranderde rollen; van de raad zelf, maar ook de initiatiefnemers en omgeving. ▪ Werkgroepleden geven aan wat sneller ambitieuzer te denken. In een kleinere gemeente is de eerste reflex niet te groot in te steken. Een gemeente van deze omvang leent zich bij uitstek om wat meer te experimenteren en baanbrekender te werk te gaan: “Toon wat meer lef in een vroeger stadium!” ▪ ▪

40

Het realiseren en bekendmaken van duidelijke andere rolverdeling; stroomlijnen van initiatieven en vormgeving van omgevingstafels. De raad zou meer op basis van het dualisme vooraan moeten zitten. Werkgroepleden geven aan nu teveel geleid te worden door de organisatie.

Onderzoek naar de invoering van de omgevingswet

▪

▪

We moeten de werkwijze en het proces zichtbaarder maken zodat het voor ‘buitenstaanders’ ook te volgen is. De gemeente werkt nu teveel van intern gericht naar buiten. We moeten met regelmaat peilen waar de gemeente Halderberge in brede zin met de cultuurtransitie staat. Daar waar blijkt dat delen van de organisatie niet “on track” zijn, moeten we zo nodig bijsturen.

Uit deze leerpunten ten aanzien van de procesinrichting en rolverdeling blijkt dat er naast communicatie naar de werkgroep en via de werkgroep naar de raad er ook rechtstreeks met regelmaat formele communicatie vanuit het college naar de voltallige raad zou moeten over de verdere inhoud en voortgang van de invoering van de Omgevingswet.

3.3

Good-practices andere gemeenten procesinrichting en rolverdeling

In deze paragraaf wordt de procesinrichting en rolverdeling beschreven van de gemeenten EttenLeur, Waalre en Bergen op Zoom. 3.3.1 Gemeente Etten-Leur Procesinrichting De gemeente Etten-Leur hanteert 6 sporen: 1. Leerpunten (experimenten) 2. Samenwerking 3. Processen + dienstverlening 4. Veranderopgave 5. DSO 6. Instrumenten + regels (omgevingsvisie + omgevingsplan) Inhoudelijk richten zij zich op 6 elementen: 1. Opgavegericht werken 2. Sturen op resultaat 3. Sturingsinformatie DSO 4. Ruimte voor experimenteren en vernieuwen. 5. Ontwikkeling van familiecultuur naar zakelijke familiecultuur 6. Denken vanuit en met de klant Medeoverheden zijn betrokken bij de omgevingsvisie (veiligheidsregio West-Brabant, GGD, waterschap Brabantse Delta, et cetera). De gemeente Etten-Leur geeft aan eind 2016 al gesprekken gevoerd te hebben met bewoners en betrokkenen. De intentie is om meer samen te werken met de initiatiefnemer: “…niet alles over willen nemen als gemeente, maar juist ondersteunend zijn!” Het betrekken van initiatiefnemers is volgens de gemeente Etten-Leur een spanningsveld: “voer je alleen een interne discussie met ambtenaren óf een discussie met initiatiefnemer er bij?” Rolverdeling Rollen en verantwoordelijkheden zijn duidelijk beschreven en benoemd. De gemeente Etten-Leur wordt bewust op rolvastheid gestuurd. Ieder spoor heeft een zogenaamde ‘productowner’.

In totaal zijn dus 6 ‘ontwikkelteams’ en 6 productowners. Alle ‘productowners’ komen 1 keer per 2 weken bij elkaar tijdens het ‘productownersoverleg’. Hier bespreken zij de stand van zaken van de 6 producten en waar zij eventueel tegen aanlopen. De Stuurgroep bestaat uit de gemeentesecretaris, wethouder, teamleider bedrijfsvoering, programmasecretaris en de programmamanager. De ‘productowners’ leggen kritische beslispunten voor en rapporteert over de voortgang van het proces.

41

Onderzoek naar de invoering van de omgevingswet

De raadswerkgroep bestaat uit afgevaardigden; 1 van iedere partij. Zij treffen elkaar 1 keer per 2 maanden. De raadswerkgroep fungeert als klankbordgroep en heeft geen beslissingsbevoegdheid. Zij acteren in de uitvoering als werkgroepslid en niet als raadslid. 3.3.2 Gemeente Waalre Procesinrichting De gemeente Waalre hanteert 4 sporen (4 'projectleiders'): 1. Werkprocessen 2. DSO 3. Omgevingsvisie 4. Veranderopgave De Omgevingsvisie wordt samen met gemeente Veldhoven en Best gemaakt. Het interne werkproces blijft zo veel mogelijk in stand met enkele aanpassingen, want het proces gaat meer naar de 'voorkant' toe en in afstemming met initiatiefnemers. In de gemeente Waalre zijn aparte sessies met inwoners en inloopavonden geweest. De gemeente probeert iedereen te betrekken. Dit wordt extern begeleid en heeft een eigen planning. Rolverdeling Het programmateam bestaat uit een programmamanager en 4 projectleiders. De stuurgroep bestaat uit een portefeuillehouder en programmamanager. Met de raad zijn kwartaalsessies. In het begin zijn zij betrokken geweest bij de visie. Vanaf dit kwartaal gaat de gemeente Waalre de raad informeren over praktische zaken in conceptvorm ("good-news-show"). De ambtelijk verantwoordelijken informeren de raad. 3.3.3 Gemeente Bergen op Zoom Procesinrichting De gemeente Bergen op Zoom hanteert 6 sporen: Instrumentarium Omgevingswet: 1. Omgevingsvisie, 2.

Regelgeving & DSO; Werkprocessen & digitalisering: 4. Werkprocessen & digitaliseringsopgave Werkwijzen & vaardigheden: 4. Proeftuinen & broedplaats, 5. Omgevingsacademie, 6. Bestuurlijke vernieuwing In 2017 is de gemeente Bergen op Zoom goed gestart. Een startnotitie is met de raad vastgesteld en een ambitiedocument op hoofdlijnen is geformuleerd. Ook was een verkenningsgroep met raadsleden (en wethouder) geformeerd zonder formele status. Vanwege verkiezingen in maart 2018 heeft het proces even stil gelegen. De projectorganisatie stond vanaf januari 2019. In Bergen op Zoom zijn in het instrumentarium drie trajecten: omgevingsvisie, omgevingsplan en omgevingsvergunning. Veel wordt samen met relevante partners en bewoners opgepakt (cocreatie). De gemeente Bergen op Zoom geeft aan veel participatietrajecten opgezet te hebben. De gemeente is van mening dat het proces ‘samen’ vormgegeven moet worden; dat wil zeggen met partners en bewoners. De gemeente heeft verschillende thema-gerichte inspiratiesessies georganiseerd met 100 tot 180 aanwezigen. Met een kleinere groep (+/- 40 participanten) zijn ze

42

Onderzoek naar de invoering van de omgevingswet

vervolgens de uitkomsten nader gaan analyseren en concretiseren om verdere focus aan te kunnen brengen. Rolverdeling Een stuurgroep ontbreekt. De gemeente heeft een transformatieleider (transformatie fysiek domein), een ambtelijk opdrachtnemer vanuit het college en daarboven staat nog een ambtelijk opdrachtgever. De gemeente heeft twee programmamanagers. Ieder deelproject heeft een projectleider. De programmamanagers spreken 1 x per twee maanden gezamenlijk met alle projectleiders. De programmamanagers spreken afzonderlijk wekelijks met de projectleiders van hun eigen aandachtsgebieden. Elke 2 weken heeft de programmamanager met portefeuillehouder overleg. Voorheen was een verkenningsgroep met raadsleden, waarbij de wethouder ook aansloot. Sinds de verkiezingen 2018 heeft de gemeente Bergen op Zoom geen (werk)groep meer met de raad. De gemeente geeft aan dat onder de raad geen animo was voor een formele werkgroep. De raad is van mening dat af en toe bijpraten (met praktische voorbeelden, casuïstiek) voldoende is. Het onderwerp Omgevingswet leeft niet bij de raad. 3.3.4 Leerpunten andere gemeenten volgens Werkgroep raad Leerpunten doelstellingen, verbeterdoelen en werkwijze Omgevingswet Werkgroepleden geven het volgende aan: ▪ ▪ ▪ ▪

▪

De bestuurlijke besluitvorming/vernieuwing is bij andere gemeenten al verder doorgevoerd en daarmee meer Omgevingswet-proof. De gemeente Halderberge is ogenschijnlijk on track. Echter procesbewaking en tijdige bijsturing daar waar nodig is van belang. De gemeente Halderberge moet kritisch blijven evalueren en pijnpunten benoemen en aanpakken. Het is leerzaam om naar andere gemeenten te kijken hoe zij de raad meer naar de voorkant trekken. Door dit te doen, iteratief, krijg je als raad inzicht wat de visie aangeeft en de gevolgen in het plan. Gelet op andere gemeenten: in Halderberge ook voorbereiden door ook van buiten naar binnen te werken.

Leerpunten procesinrichting en rolverdeling Werkgroepleden geven aan te leren van waar andere gemeenten tegenaan lopen (“goed voorbeeld doet volgen”). Benchmarken is hiervoor ook een optie alsmede gericht samenwerken binnen De6. Enkele andere voorbeelden van andere gemeenten: de volgorde van producten (Bergen op Zoom), het wel of niet meenemen van ontwikkelingen en gevolgen daarvan op de planning (Etten-Leur) en de scrum methode (Katwijk) om efficiënter samen te werken. Wat betreft ‘technische zaken’ wordt vooral gekeken binnen De6. De aanpak Etten Leur geeft aan dat de invoering van de Omgevingswet in een eerder stadium uitgerold kon worden. Zo kon de gemeente Halderberge al eerder vergunningen op die manier aanpakken. Etten Leur is al vele stappen verder. Daar is veel overleg, zijn meer experimenten en meer deelprogramma’s met eigen verantwoordelijken. Dit zijn aspecten waar de gemeente Halderberge van kan leren. Meer aandacht voor de gevraagde cultuurverandering is mogelijk een aandachtspunt volgens werkgroepleden, wat o.a. is gebleken uit het VNG “schuivenspel”. De werkwijze en het proces in de gemeente Halderberge is dominant intern gericht. Het zou goed zijn om dit zichtbaarder te maken voor andere ketenpartners (o.a. raad). Straks is er een visie en geeft deze het college zoveel ruimte dat de raad de rol als volksvertegenwoordiger en controleur

43

Onderzoek naar de invoering van de omgevingswet

niet meer genomen kan worden; “want u heeft dit zelf gewild, wordt dan gezegd.” De burger blijft dan de dupe terwijl daar juist de wet voor wordt veranderd. Dat is een andere cultuur. Maar dat kon en kan ook onder de huidige wetgeving. Daar heb je een Omgevingswet niet voor nodig.

3.4

Samenvattende bevindingen werkgroep raad

De invoering van de Omgevingswet is tot nu toe in de gemeente Halderberge vooral gericht op het interne proces. Er is op het gebied van burgerparticipatie, betrekken van bewoners en werken met initiatieven van bewoners nog niet veel bereikt. Uit de scores van de werkgroep lijkt de gemeente Halderberge goed op weg is. Scores zijn gegeven aan het begin van het proces waarin hoofdzakelijk intern aandacht is geweest en nog niet echt het participatietraject is opgestart. Veel van de doelen, verbeterdoelen en werkwijze van de Omgevingswet richten zich op het betrekken van inwoners, initiatieven vanuit de bevolking en het participatieproces. Dat vraagt een andere weging van deze door betrokkenen aangegeven ervaring die immers gebaseerd is op de gekozen aanpak. Als er in de toekomst in de aanpak eenmaal meer van buiten naar binnen wordt gewerkt zal er ook een ander en mogelijk genuanceerder beeld kunnen ontstaan in het oordeel van de betrokkenen. Wat betreft de doelstellingen van de Omgevingswet wordt aangegeven dat bewoners die willen ondernemen nog vaak tegen de ambtelijke organisatie aanlopen en dan stoppen met hun initiatieven. De gemeentelijke organisatie moet nog meer naar de mogelijkheden kijken in plaats van de onmogelijkheden. Aan meer ruimte voor de samenleving is nog niet toegekomen door de interne gerichtheid van de aanpak.

Daarnaast blijkt dat inwoners nog nauwelijks het idee hebben wat er allemaal gaat veranderen met de Omgevingswet. In relatie tot de verbeterdoelen van de Omgevingswet geven werkgroepleden aan dat beter opgehaald kan worden wat er leeft en speelt onder de bevolking en initiatiefnemers. In het vergroten van bestuurlijke afwegingsruimte zijn nog geen keuzen gemaakt, daarvoor ontbreken ook nog de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Met betrekking tot de werkwijze van de Omgevingswet tracht de gemeentelijke organisatie zich vanuit de interngerichte aanpak aan te passen op het gebied van integraal werken, meer gebiedsgericht werken, grote betrokkenheid van belanghebbenden en goede informatievoorziening. Echter er zullen nog vele stappen moeten worden gezet om de aanpak ook daadwerkelijk vanuit het initiatief vanuit de bewoners te laten verlopen. Informatievoorziening naar bewoners toe is nog nauwelijks gebeurd. Het oordeel van de werkgroep over de procesinrichting is goed. De werkgroep geeft aan dat nog veel wordt bepaald door de gemeentelijke organisatie en dat nog niet veel concrete stappen zijn gezet. In hoofdstuk 2 is geconstateerd dat de originele planning niet wordt gehaald vooral wat betreft het betrekken van de bewoners, het participatieproces en werken met initiatieven vanuit de bewoners.

Hierin verschillen werkgroepleden uit de gemeenteraad van mening met de betrokken ambtenaren en het college die dit geen probleem vinden. Daarmee is er op dit vlak een duidelijk verschil tussen de ambtelijke beleving en de beleving van de werkgroepleden uit de gemeenteraad. Dit verschil in beleving sluit aan bij de feitelijke afwijking ten opzichte van het oorspronkelijke plan. Het oordeel van de werkgroep over algemene voortgangsbewaking is goed. Aangegeven wordt dat de gemeente Halderberge geen koploper is, maar een verstandige volger, zodat zo veel mogelijk van anderen wordt geleerd. De aanpassing van het implementatieplan naar het implementatieplan 2.0 is volgens werkgroepleden uit de gemeenteraad bijna niet te controleren in vergelijking met de originele plannen. Werkgroepleden geven aan niet goed te zijn meegenomen in het proces van de aanpassing van de planning en voelen zich daarmee niet direct betrokken. Anderzijds zouden de werkgroepleden proactief dit aspect kunnen oppakken en er voor zorgen dat de gemeenteraad hierin haar controlerende rol zou kunnen vervullen. Dit is niet gebeurd. De werkgroep zou de gemeenteraad in staat moeten stellen tot concrete voortgangsbewaking.

44

Onderzoek naar de invoering van de omgevingswet

Volgens de werkgroepleden worden experimenten nog te veel sturend ingezet door de gemeentelijke organisatie. Het zou beter zijn om met initiatieven vanuit de bevolking te experimenteren. Werkgroepleden geven aan dat het instellen van een werkgroep in basis goed is. Echter voor een aantal werkgroepleden is de structuur niet zichtbaar en is het niet duidelijk is door wie welke verantwoordelijkheid wordt genomen in de werkgroep. Daarmee worden de werkgroepleden uit de gemeenteraad gebruikt als een doorgeefportaal voor kaderstelling en controle op de voortgang naar de gemeenteraad. Dit is formeel niet juist. Ook de aangepaste planning is door de werkgroepvoorzitter verstuurd naar de rest van de gemeenteraad en niet door het college. Volgens de werkgroep zou het college of de stuurgroep rechtstreeks de gemeenteraad moeten informeren en betrekken zodat de gemeenteraad de kaderstelling en benodigde controle hierop naar behoren kan uitvoeren.

45

Onderzoek naar de invoering van de omgevingswet

4.

Bevindingen rol van de raad

Vanwege de maatregelen ten gevolge van de coronacrisis is de reflectiebijeenkomst niet doorgegaan, maar hebben 19 van de 21 raadsleden een formulier ingevuld waarin zij een score gaven aan en een onderbouwing gaven op de onderstaande vragen. De analyse van 19 ingevulde formulieren is teruggelegd en reacties zijn verwerkt. Voor het formulier zijn de volgende vragen gebruikt. Onderzoeksvragen kaderstellende rol: 11. Neemt de raad de verantwoordelijkheid om vooraf noodzakelijk inhoudelijk en procesmatige keuzen te maken en is de raad daarmee eigenaar van de invoering van de Omgevingswet? 12. Heeft de raad in het bewaken van haar eigenaarschap bepaald hoe in gezamenlijkheid de invoering wordt vorm gegeven en heeft zij aangegeven hou zij zich verhoudt tot andere actoren? 13. Bewaakt de raad de integraliteit van de omgevingsvisie door alle relevante beleidsterreinen met elkaar te verbinden? 14. Welke handvatten levert de beantwoording van bovengenoemde vragen op voor de verbetering van de kaderstellende rol? 15. Welke handvatten leveren de good-practices op voor de kaderstellende rol? Onderzoeksvragen controlerende rol: 16. Heeft de raad bepaald hoe zij de invoering van de Omgevingswet wil controleren als het gaat om de voortgang van het proces, de inhoud van de verschillende deelproducten, de participatie van inwoners en het uitvoeren van de experimenten? 17.

Is de informatievoorziening naar de raad goed geregeld; regelmaat en frequentie, tijdigheid? 18. Welke handvatten levert de beantwoording van bovengenoemde vragen op voor de verbetering van de controlerende rol? 19. Welke handvatten leveren de good-practices op voor de controlerende rol? Onderzoeksvragen vertegenwoordigende rol: 20. Welke opvattingen heeft de raad over de invulling van haar vertegenwoordigende rol tijdens het invoeringsproces en nadat de invoering is gerealiseerd als het gaat om de Omgevingswet? 21. Heeft de raad in het proces duidelijk aangegeven hoe de inwoners idealiter worden betrokken, en is hierin een afweging gemaakt tussen de initiatiefnemers, het algemeen belang, en het belang van mogelijke opponenten van het initiatief? 22. Welke handvatten levert de beantwoording van bovengenoemde vragen op voor de verbetering van de vertegenwoordigende rol? 23. Welke handvatten leveren de good-practices op voor de vertegenwoordigende rol? Onderzoeksvragen verbindende rol: 24. Neemt de raad actief de rol van verbinder tussen gemeente en bewoners op zich? 25. Hoe vult zij deze rol in ten opzicht van de andere actoren en zijn hier afspraken over? 26. Welke handvatten levert de beantwoording van bovengenoemde vragen op voor de verbetering van de verbindende rol? 27.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/514/documents/15321