Bestemmingsplan RvR Bornhemweg - toelichting.pdf
Tekst van het document
28
Gemeente Halderberge
Oudenbosch de stedenbouwkundige structuren, waarbij in de loop der tijd bebouwingslinten zijn ontstaan. De van oorsprong agrarische linten zijn steeds meer verdicht naar mate het dorp in noordelijke richting is uitgebreid. In de afgelopen decennia is de noordrand van Oudenbosch hierdoor onordelijk geraakt en ligt het dorp met zijn rug naar het landschap. Door een nieuwe groene dorpsrand te ontwikkelen met ruimte voor wonen, recreëren en waterberging worden dorp en landschap weer met elkaar verweven. Ad c. De gewenste uitbreidingsrichting dient aanvaardbaar te zijn. De aanvaardbaarheid van een uitbreidingsrichting wordt bepaald door de in de omgeving aanwezige waarden. Hiervoor geldt dat de voorgenomen functiewijziging wordt afgewogen in relatie tot de algemene visie en het te voeren ruimtelijke beleid. De milieu-planologische aanvaardbaarheid van de beoogde ontwikkeling is beschouwd in hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting. Er is geen sprake van aantasting van in de omgeving aanwezige waarden. Zo is geen sprake van aantasting van cultuurhistorische of archeologische waarden, is overtreding van de Wet natuurbescherming uit te sluiten en worden omliggende bedrijven niet gehinderd in hun bedrijfsvoering. Ook is de ontwikkeling van de woningen hydrologisch-neutraal te realiseren. Ook beleidsmatig is de ontwikkeling aanvaardbaar.
De onderbouwing is opgenomen in een stedenbouwkundige/landschappelijke visie, bijgevoegd als bijlage 1 bij deze toelichting. Het visiegebied voor de noordelijke dorpsrand betreft het gehele gebied tussen de Bornhemweg en Havendijk. Dit omvat onder meer de begraafplaats, een paardenwei aan de Havendijk en een agrarisch perceel aan de Bornhemweg. Een uitsnede van de in de ontwikkelingsvisie opgenomen visiekaart is navolgend opgenomen.
Uitsnede visiekaart uit de ontwikkelingsvisie. De visiekaart beslaat de gehele noordelijke dorpsrand van Oudenbosch. Bestemmingsplan “RvR Bornhemweg ong. naast nr. 129a, Oudenbosch”
29
De uitgangspunten voor de visie zijn: • aansluiten op historische lintstructuur Bornhemweg; • maken nieuwe groene dorpsrand; • afronding kern; • aansluiting zoeken op bestaande woonwijk / mogelijk maken toekomstige ontwikkeling; • behoud zichtlijnen vanaf Bornhemweg en Havendijk; • ruimte voor regionale waterberging; • 18 ruimte-voor-ruimtekavels. De visie voor de dorpsrand Oudenbosch-noord voorziet in stedelijke ontwikkeling aan de randen bij de historische linten, waarvan de ontwikkeling van de onderhavige ruimtevoor-ruimtekavels er één is. Aan de randen wordt een verbinding gemaakt tussen de bestaande woonwijken en de nieuwe ontwikkelingen. In de tussenliggende gebieden wordt de verbinding tussen het landschap en het dorp versterkt. Hier is ruimte voor diverse groene ontwikkelingen, zoals een begraafplaats, waterberging, boomgaarden en diverse recreatieve functies. Hierdoor ontstaat een attractieve groene dorpsrand die ruimte biedt aan publieke functies, recreatie, wonen en ruimtelijke vraagstukken zoals waterberging. Aanwezige landschapswaarden gelden als basis. De bomenlaan op de historische dijk (Bornhemweg) dient als natuurlijke ruggengraat voor de polderstructuur. Nieuwe bebouwing dient hierbij aan te sluiten in structuur en vorm. De zichtlijnen vanaf de Bornhemweg naar het open landschap van polder Buitenloos zijn ook kenmerkend voor het landschap.
Bovendien zijn deze zichtlijnen als waardevol bestempeld in de Structuurvisie Halderberge 2025. Het behouden van een zichtlijn in het plangebied is daarbij het uitgangspunt in de gebiedsvisie. De groene rand van de begraafplaats ligt als een groen eiland tegen het open landschap van de polder aan. Deze groene dorpsrand is waardevol en kan als basis dienen voor een verdere ontwikkeling van de dorpsrand. Tussen de gemeente Halderberge, de Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte-voor-ruimte en de provincie Noord-Brabant heeft reeds afstemming plaatsgevonden omtrent de herbegrenzing van het werkingsgebied Verstedelijking afweegbaar ten behoeve van onderhavig initiatief. Daarbij is de voornoemde ontwikkelingsvisie aan de provincie voorgelegd. Resultaat daarvan is dat de provincie te kennen heeft gegeven mee te willen werken aan deze herbegrenzing, mits de hierboven genoemde verantwoording wordt geaccepteerd. Bij besluit van 8 juni 2021 is positief over het herbegrenzingsverzoek besloten. Gedeputeerde Staten zijn overgegaan tot herbegrenzing zoals is verzocht. Conclusie Er wordt voldaan aan de voorwaarden zoals genoemd onder artikel 5.3, lid 4 Iov. Hieruit blijkt ook dat de wijziging van het werkingsgebied Verstedelijking afweegbaar past binnen de uitgangspunten van de Interim omgevingsverordening. Gedeputeerde Staten zijn overgegaan tot herbegrenzing zoals is verzocht.
30
Gemeente Halderberge
Artikel 3.5, 3.6, 3.7 en 3.8: Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Toetsingskader In de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2 Iov) is in artikel 3.5 opgenomen dat een bestemmingsplan bij de evenwichtige toedeling van functies invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie. Ad a) - Zorgvuldig ruimtegebruik: 1. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: ▪ nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; ▪ er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. 2.
Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan bestaand stedelijk gebied of een bestaand bouwperceel. Ad b) - Toepassing van de lagenbenadering 1. De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. 2. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. 3. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Ad c) - meerwaarderecreatie 1. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder:
Bestemmingsplan “RvR Bornhemweg ong. naast nr. 129a, Oudenbosch”
31
a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. 2. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Beoordeling Voorwaarden ad a: a. De toedeling van functies dient in beginsel plaats te vinden binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Dit betreft het bestaand stedelijk gebied of een bestaand bouwperceel. Van beide is geen sprake. De geplande nieuwvestiging is echter mogelijk op grond van bepalingen uit de Interim omgevingsverordening, namelijk art. 3.80 Iov (in combinatie met herbegrenzing van het Verstedelijking afweegbaar). b. Bij een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Hieraan is in paragraaf 3.2.3 getoetst. c. Gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. De begrenzing van het beoogde bouwvlak voor de woningen is zodanig afgestemd dat hieraan toepassing wordt gegeven. Voorwaarden ad b: a. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de ondergrond. In hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting wordt ingegaan op deze effecten. b.
Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de netwerklaag. Voor onderhavig initiatief behoeft geen nieuwe infrastructuur te worden aangelegd, anders dan een in- en uitrit en een interne ontsluitingsweg. De afwikkeling van het verkeer is beschreven in hoofdstuk 2. Voor het overige heeft het planvoornemen geen negatief effect op een natuurnetwerk, het energienetwerk en waterwegen. c. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de bovenste laag. De effecten op het milieu zijn beschreven in hoofdstuk 4. Het planvoornemen ziet toe op de realisatie van 18 woningen. Daarbij zal sprake zijn van landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering van het landschap (zie navolgend). Voor het overige wordt geen effect verwacht op de bovenste laag. Voorwaarden ad c: Er dient rekening te worden gehouden met meerwaardecreatie. Navolgend wordt onder de verantwoording van artikel 3.9 gemotiveerd dat wordt voldaan aan de verplichting tot kwaliteitsverbetering van het landschap, hetgeen kan worden aangemerkt als meerwaardecreatie. Conclusie Er wordt invulling gegeven aan een goede omgevingskwaliteit. Hieruit blijkt ook dat de wijziging van het werkingsgebied Verstedelijking afweegbaar past binnen de basisprincipes van de Interim omgevingsverordening.
32
Gemeente Halderberge
Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering van het landschap Toetsingskader Art. 3.9 Iov schrijft voor dat een bestemmingsplan moet aangeven hoe een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied bijdraagt aan de verbetering van de kwaliteit van het landschap. De toelichting dient dan ook een verantwoording te bevatten van de wijze waarop de kwaliteitsverbetering financieel, juridisch en feitelijk is geborgd. Deze kwaliteitsverbetering dient binnen de hoofdlijnen van het te voeren ruimtelijk beleid voor dat gebied te passen. Dit kan bijvoorbeeld verzekerd worden middels landschappelijke inpassing, het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen of het slopen van bebouwing. Beoordeling en conclusie Voor zover het onderhavige bestemmingsplan ziet op de realisatie van ruimte-voorruimte woningen, bepaalt artikel 3.77 Iov dat wordt voldaan aan de verplichtingen uit artikel 3.9 (kwaliteitsverbetering van het landschap). Voor de ruimte-voor-ruimte woningen geldt enkel een goede landschappelijke inpassing op basis van artikel 3.80 Iov. Hiervoor is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Realisatie en instandhouding van de landschappelijke inpassing is gewaarborgd in de regels.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurvisie Halderberge 2025 Toetsingskader In de structuurvisie Halderberge, vastgesteld op 20 juni 2013, wordt op hoofdlijnen vastgelegd waar de gemeente Halderberge op maatschappelijk, economisch en ruimtelijk gebied naar toe gaat in 2025. De structuurvisie is het resultaat van een weging van verwachte ontwikkelingen en ambities van de gemeente, waarbij de ambities bescheiden zijn weggezet met het oog op de beperkte (financiële) middelen in de komende jaren. De structuurvisie biedt een kader met voldoende ruimte om nadere afwegingen te maken in de periode tot 2025. Het voor de onderhavige ontwikkeling relevante kader bestaat uit het kader voor woningbouwopgaven en het ruimtelijkstedenbouwkundige kader zoals dat is opgesteld voor ieder van de kernen binnen de gemeente Halderberge. In de structuurvisie wordt geconstateerd dat de toekomstige woningbehoefte sterk samenhangt met demografische ontwikkelingen. De forse herstructureringsopgave (sloop/verdunning/aanpak openbare ruimten) trekt een zware wissel op de verdieneffecten van woningbouw. Juist de kwaliteit van de woonomgeving is sterk bepalend voor de woonbeleving/leefbaarheid. Om deze reden zal de herstructurering van de woningen gepaard moeten gaan met een verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte, zowel in beleving, in functionaliteit als in duurzaamheid en klimaatbestendigheid.
Ruimtelijk-stedenbouwkundig kader Oudenbosch De ruimtelijke structuur van Oudenbosch wordt nu (nog) gedomineerd door twee infrastructurele zwaargewichten: de spoorlijn en de doorgaande weg. Door de aanleg van de zuidelijke omlegging kan de bestaande weg afgewaardeerd en heringericht
Bestemmingsplan “RvR Bornhemweg ong. naast nr. 129a, Oudenbosch”
33
worden en (weer) deel gaan uitmaken van de structuur in de kern. De spoorlijn zal, ook als de zo gewenste goederenspoorlijn langs de A17 wordt aangelegd, een scheidend element blijven, te meer omdat er sprake is van een beperkt aantal gelijkvloerse kruisingen. Oudenbosch kent daardoor twee deelgebieden met een eigen voorzieningenniveau. Een veelsoortige opgave ligt in het deelgebied ten noordwesten van de spoorlijn. Daar ligt het centrum van Oudenbosch met op het vlak van detailhandel en horeca het meest veelzijdige aanbod. Dit is de plek om publieksfuncties te concentreren en detailhandel en horeca toe te voegen. Daarbij gebruik makend van de aantrekkingskracht op het vlak van cultuurhistorie (onder meer de Basiliek en de (voormalige) kloostercomplexen) en van waterrecreatie. De grotere cultuurhistorisch belangrijke complexen komen beter tot hun recht als de openbare ruimte eromheen wordt verbeterd. Strategie Ten behoeve van het uitvoeren van het ruimtelijk beleid zoals dat is vastgelegd in de functionele en ruimtelijk-stedenbouwkundige kaders, hanteert de gemeente Halderberge acht verschillende strategieën. De te volgen strategie wordt per gebied bepaald en is verbeeld op de ‘overzichtskaart strategieën gemeente Halderberge’, waarvan een uitsnede navolgend is opgenomen.
Strategie ‘verbreden’ met het plangebied aangeduid met een rode cirkel. Bron: overzichtskaart strategieën uit de Structuurvisie Halderberge 2025.
Voor het plangebied is de strategie ‘verbreden’ bepaald. Voor deze gebieden geldt dat er tevredenheid bestaat over de (hoofd)functie en kwaliteit, maar zorgen bestaan over de toekomstbestendigheid van de hoofdfunctie. De gemeente faciliteert dat nieuwe functies worden toegevoegd gecombineerd met kwaliteitsverbetering. In de strategie verbreden worden functies toegevoegd aan gebieden waarvan de hoofdfunctie in principe prima functioneert. De variëteit aan functies in deze gebieden wordt als het ware verbreed. Binnen de te verbreden gebieden zijn vijf soorten gebieden te onderscheiden, waaronder de ‘uitloopgebieden’. Dit zijn gebieden aan de randen van de kernen waar op termijn ontwikkelingen mogelijk zijn. Het gaat enerzijds om het
34
Gemeente Halderberge
gebied ten westen van Bosschenhoofd, begrensd door de Bosschenhoofdsestraat, de Willeke Joostenstraat en de Margrietstraat en de bestaande bebouwing. Gelet op de ruimtelijke structuur leent het gebied zich voor een programmatische invulling met aandacht voor de landschappelijke overgang naar het buitengebied. Er is ruimte voor ruime kavels met bebouwing in een groene setting. Een soortgelijke situatie doet zich blijkens de structuurvisie ook voor in de zone rond de Bornhemweg ten noorden van Oudenbosch. Beoordeling Het voorliggende initiatief betreft de realisatie van 18 ruimte-voor-ruimtekavels ten noorden van Oudenbosch. Het plangebied ligt binnen de strategie van verbreden en wordt in de structuurvisie genoemd als gebied welke zich leent voor woningbouw op ruime kavels in een groene setting. Met de realisatie van ruimte-voor-ruimtewoningen is sprake van woningbouw op ruime kavels. De groene setting wordt gecreëerd door de aanleg en instandhouding van een landschappelijke inpassing. Daarnaast vindt verdere groenblauwe ontwikkeling plaats door de realisatie van een mogelijk nieuwe Awaterloop en de realisatie van een groenzone met mogelijkheden voor waterberging. Kort halve is sprake van een aanzienlijke kwaliteitsverbetering welke passend is binnen de strategie van verbreden. Daarmee is het initiatief passend binnen de Structuurvisie Halderberge 2025.
Conclusie Gesteld kan worden dat het onderhavige initiatief past in het ruimtelijke beleid zoals dat is vastgelegd in de Structuurvisie Halderberge 2025.
3.4.2 Woonvisie Halderberge 2016-2020 Toetsingskader De woonvisie omvat het woonbeleid van de gemeente Halderberge. Halderberge is een woongemeente met een unieke diversiteit aan kernen, bijzonder cultuurhistorisch erfgoed en is een recreatieve en toeristische trekpleister. Op het gebied van wonen zijn er vier Halderbergse woonwaarden die als een rode draad door de woonvisie lopen: 1. Goed wonen voor iedereen in een groen, veelzijdig en landelijk woonmilieu; 2. De vijf dorpen met unieke kernkwaliteiten; 3. Duurzame ontwikkeling in bouwen en wonen; 4. Ruimte voor initiatief en samenwerking/ Het handhaven en versterken van de bestaande woonkwaliteit en identiteit van de 5 kernen staat voorop. Daarnaast ligt de focus voor een toekomstbestendige woningvoorraad op de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad en de mogelijkheden binnen het bestaand vastgoed. Om te kunnen voldoen aan de woningbehoefte is het de ambitie om het woningbouwprogramma uit te voeren waarbij wordt ingezet op het bouwen voor de actuele woningbehoeften waarbij de provinciale bevolkingsen woningbehoefteprognose de richtlijn voor het woningbouwprogramma is. De nieuwbouwwoningen en locaties die nog toegevoegd worden aan het woningbouwprogramma moeten een aantoonbare meerwaarde leveren,
Bestemmingsplan “RvR Bornhemweg ong. naast nr. 129a, Oudenbosch”
35
woningbouwontwikkelingen moeten ladder-proof zijn in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking. Uitgangspunt bij nieuwbouwontwikkelingen is dat deze voldoen aan Politiekeurmerk Veilig Wonen (wonen en woonomgeving) en wordt ernaar gestreefd om energieneutraal te zijn vooruitlopend op het bouwbesluit 2020. Oudenbosch is de grootste kern van de gemeente Halderberge. Oudenbosch heeft een ruim en gevarieerd winkelaanbod en diverse scholen, is goed bereikbaar en heeft een breed zorgaanbod. Mede door de aanwezigheid van vele voorzieningen is Oudenbosch de meest ‘stedelijke’ kern van de gemeente. Deze stedelijkheid komt ook tot uitdrukking in een divers woningaanbod (woningtype, prijs en kwaliteit), een relatief groot aandeel appartementen versus grondgebonden woningen, het grootste aandeel sociale huurwoningen in de gemeente en een relatief grote goedkope woningvoorraad. Kansen voor Oudenbosch: • Er zijn veel rijwoningen in de bestaande woningvoorraad en er staan veel rijwoningen te koop. Opgelet moet worden met het toevoegen van nieuwe rijwoningen in deze kern. Woningbouwvariatie in de kern is van groot belang voor een evenwichtige bevolkingsopbouw en inkomensontwikkeling. Het realiseren van bijzondere woon (zorg)vormen wordt gestimuleerd. Opgelet moet worden met het toevoegen van nieuwbouwappartementen.
• Er is een groot aandeel goedkope woningvoorraad en Oudenbosch heeft goede voorzieningen en een goede bereikbaarheid waardoor aandachtsgroepen vaak in Oudenbosch worden gehuisvest. Opgelet moet worden op een goede spreiding van deze doelgroepen over de verschillende kernen. • Het positieve effect van de toeristische naamsbekendheid van Oudenbosch kan ook gebruikt worden voor een positieve beïnvloeding van de beeldvorming van de woningmarkt. • Extra aandacht voor de herbestemming van leegstaand vastgoed in lijn met de ladder duurzame verstedelijking. Beoordeling Met onderhavig bestemmingsplan worden de planologische mogelijkheden voor de bouw van 18 vrijstaande woningen gecreëerd. Uit de woonvisie blijkt dat Halderberge meer woningbouw voor de middeninkomens en de hogere middeninkomens beoogt. Het plan voorziet vooral in wooneenheden voor de middeninkomens en de hogere middeninkomens. Conclusie De realisatie van de ruimte-voor-ruimtekavels past binnen de gemeentelijke woningbehoefte. Het initiatief voldoet daarmee aan één van de belangrijke doelstellingen van de woonvisie.
3.4.3 Landschapsplan Halderberge 2016-2025 - Het landschap in beweging Toetsingskader ‘Het Landschapsplan Halderberge 2016-2025’ is de geactualiseerde versie van het landschapsbeleidsplan uit 2003. Het biedt een leidraad voor het duurzaam behoud, ontwikkeling en versterking van een samenhangend groen landschap in Halderberge.
36
Gemeente Halderberge
De Structuurvisie Halderberge 2025 vormt hierbij de basis. Het huidige landschap is benoemd, geanalyseerd en uiteindelijk verwoord in de landschapsvisie. Deze landschapsvisie is weer door vertaald naar uitvoeringsprojecten. Het landschapsplan Halderberge 2016-2025 met de titel ‘Het landschap in beweging’ is op 21 april 2016 door de raad vastgesteld. In het landschapsplan zijn 3 typen visuele landschappelijke eenheden onderscheidden: • Open landschap, verder kijken dan 500 meter, zeekleipolders, lager gelegen gebiedsdelen in zandgebied; • Halfopen landschap, kijkafstand 100 tot 500 meter; • Besloten afstand, kijkafstand minder dan 100 meter, dijken en hoger gelegen gebiedsdelen, bos en opgaande begroeiing. Het plangebied ligt daarbij in een open landschap, in de landschappelijke eenheid ‘Zeekleipolders’. Visie voor dit deelgebied betreft: • Handhaven openheid en agrarische karakter. • De aanwezigheid van cultuurhistorische waarden o.a. turfvaarten visueel benadrukken. • Natuurwaarden versterken door realisatie van natte/ droge verbindingszones. • Recreatie en toerisme versterken door het bevorderen van route gebonden recreatie in combinatie met cultuurhistorische waarden. Vooral dijken en turfvaarten. Beoordeling Zoals uiteengezet in paragraaf 4.4.
van deze toelichitng, zijn binnen het plangebied geen relevante cultuurhistorische waarden aanwezig welke met onderhavig initiatief kunnen worden benadrukt. Het planvoornemen zet wel in op de overige punten zoals aangestipt in de visie voor de zeekleipolders. Zo blijft sprake van een zichtlijn vanaf de Bornhemweg richting het westen om de openheid richting dit buitengebied te behouden. Daarnaast wordt met de voorgenomen ontwikkeling een versterking van natuurwaarden beoogd en nodigt het initiatief ook uit tot een recreatief ommetje. Het plan is daarmee in zoverre in lijn met het Landschapsplan Halderberge 2016-2025. Conclusie Het planvoornemen past binnen het Landschapsplan Halderberge 2016-2025.
Bestemmingsplan “RvR Bornhemweg ong. naast nr. 129a, Oudenbosch”
37
38
Gemeente Halderberge
4
PLANOLOGISCH RELEVANTE (MILIEU)ASPECTEN
4.1
Inleiding Toetsing juncto art. 3.1.6 Bro Met betrekking tot een (ontwerp-)bestemmingsplan staat in artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht vermeld: 'bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen'. Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat rekening moet worden gehouden met de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek. Daarnaast moet ook worden getoetst aan het Besluit m.e.r. Ten behoeve van het onderhavige plan heeft onderzoek plaatsgevonden naar een aantal uitvoeringsaspecten. Hieronder wordt verslag gedaan van de uitkomsten van het gepleegde onderzoek. De onderzoeksrapporten zijn als bijlagen gevoegd bij dit bestemmingsplan. Achtereenvolgens worden behandeld: ▪ bodem; ▪ waterhuishouding; ▪ cultuurhistorie; ▪ archeologie; ▪ ecologie; ▪ akoestiek; ▪ bedrijven en milieuzonering; ▪ driftblootstelling; ▪ geurhinder & veehouderij; ▪ externe veiligheid; ▪ kabels en leidingen; ▪ luchtkwaliteit; ▪ milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling.
4.2
Bodem Toetsingskader Op basis van art. 3.1.6, lid 1 onder f Bro geldt dat in een toelichting op een ruimtelijk besluit de inzichten over de uitvoerbaarheid van dat besluit worden neergelegd. Ten aanzien van het aspect bodemkwaliteit staat, op basis van vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS), voorop dat de vaststelling van de aanwezigheid van verontreinigingen in de bodem, de noodzaak van sanering van verontreinigde locaties en de wijze waarop deze saneringen moeten worden uitgevoerd, zijn geregeld in afzonderlijke wetgeving met eigen procedures. Dat doet er niet aan af dat het bevoegd gezag het ruimtelijk besluit pas kan nemen indien, voor zover redelijkerwijs valt in te zien, een eventuele bodemverontreiniging niet aan de uitvoerbaarheid in de weg staat (22 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO8297, r.o. 2.18.4; 27 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW9569, r.o. 2.10.3). Daarbij geldt als uitgangspunt dat de bodem in principe geschikt dient te zijn voor de beoogde functie.
Bestemmingsplan “RvR Bornhemweg ong. naast nr. 129a, Oudenbosch”
39
De bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico vormen voor de gebruikers van de bodem. Beoordeling Door RSK is ter hoogte van het beoogde groengebied in januari 2020 een verkennend en aanvullend bodemonderzoek. Door Antea is ter hoogte van de beoogde woningen in februari 2020 eveneens een verkennend en nader bodemonderzoek uitgevoerd. Beide onderzoeken kennen afwijkende resultaten. Daarom is door Antea in mei 2020 een aanvullend onderzoek uitgevoerd met als doel het verifiëren van de door RSK vastgestelde interventiewaarde contour met OCB. Dit laatste onderzoek is als bijlage 3 gevoegd bij deze toelichting. Beide eerder genoemde onderzoeken zijn als bijlage 2 gevoegd bij het de rapportage van Antea. Uit de resultaten van het onderzoek van Antea uit mei 2020 blijkt dat in de bovengrond maximaal matig verhoogde gehalten aan DDT en licht verhoogde gehalten aan DDE, DDT en drins (aldrin, dieldrin en endrin) zijn aangetoond. Ook bleek de totale som aan OCB licht verhoogd. In de ondergrond is enkel in monster 111-2 (0,50 - 0,80 m-mv.) een licht verhoogd gehalte aan DDD aangetoond. In de overige monsters van de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten van OCB stoffen aangetoond. Geen van de geanalyseerde parameters overschrijdt de interventiewaarde. De door RSK opgestelde interventiewaardecontour is niet bevestigd.
Wel kan op basis van de resultaten van de recentelijk door RSK en Antea Group uitgevoerde voorgaande onderzoeken en het laatste onderzoek worden geconcludeerd dat sprake is van een heterogene verontreiniging met OCB’s in de toplaag, waarbij de gemeten gehalten kunnen variëren tussen licht en sterk verhoogd. Deze conclusie komt overeen met de resultaten van het recentelijke door Antea uitgevoerde onderzoek waarbij in de bovengrond van 2 boringen tot een diepte van 0,5 m-mv. sterk verhoogde gehalten aan DDT zijn aangetoond. De oppervlakte waarover de sterk verhoogde gehalten zijn aangetoond bedraagt bij iedere boring circa 40 m2. Uitgaande van een sterk verontreinigd traject van 0,5 m resulteert dit in (2x 20 m 3 =) circa 40 m3 sterk verontreinigde grond. Aangezien sprake is van een organisatorische samenhang dient de omvang van de beide spots bij elkaar te worden opgeteld en als één geheel te worden beschouwd. Bij het toekomstige gebruik van de locatie als ‘plaatsen waar kinderen spelen’, ‘wonen met tuin’ en ‘moestuinen/volkstuinen’ is er geen sprake van humane-, ecologische of verspreidingsrisico’s. Sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, maar de locatie hoeft niet met spoed te worden gesaneerd. Het onderhavige pan ziet toe op het realiseren van woningbouw en waterberging.
De sterk verontreinigde grond dient voorafgaande aan de herinrichting van het gebied te worden gesaneerd. In het kader van de Wet bodembescherming is het noodzakelijk om een (deel)saneringsplan op te stellen voor de uit te voeren sanerende handelingen, daarnaast dienen de werkzaamheden in sterk verontreinigde grond met een omvang van >25 m3 door een gecertificeerd aannemer (BRL 7001 dan wel 7004) en onder milieukundige begeleiding (BRL 6001) te worden uitgevoerd. Na afronding van de sanering dient een evaluatierapport te worden opgesteld. De sanering is afgerond wanneer door het bevoegd gezag een beschikking op het evaluatierapport is verleend.
40
Gemeente Halderberge
Uit de uitgevoerde toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit volgt dat de kwaliteit van de ontvangende bodem waar de interventiewaarde niet wordt overschreden (klasse Industrie tot Niet toepasbaar>industrie), niet in overeenstemming is met de functieklasse (Wonen). Op basis hiervan wordt geadviseerd de grond af te graven en te vervangen voor schone(re) grond. Voor grondverzet van niet sterk verontreinigde grond kan, in overleg met bevoegd gezag, gebruik worden gemaakt van een bodemkwaliteitskaart. Na sanering zal sprake zijn van een voor de functie ‘wonen’ geschikte bodem. In alle gevallen zullen de gronden geschikt worden gemaakt voor de beoogde functie. Conclusie De sterk verontreinigde grond dient voorafgaande aan de herinrichting van het gebied te worden gesaneerd. Na sanering zal sprake zijn van een voor de functie ‘wonen’ geschikte bodem. In alle gevallen zullen de gronden geschikt worden gemaakt voor de beoogde functie.
4.3
Waterhuishouding Toetsingskader In ruimtelijke plannen dient aandacht besteed te worden aan waterhuishoudkundige aspecten. Daarbij staan naast een duurzaam waterbeheer de integrale afweging en het creëren van maatwerk voorop. Water moet altijd bekeken worden in het licht van het watersysteem of stroomgebied waarin een stad of een dorp ligt. Een goede afstemming van waterbeleid en ruimtelijke ordening, ook in het direct aangrenzende gebied, is daarom noodzakelijk. De integratie van water in ruimtelijke plannen vindt plaats via de zogenaamde watertoets. Concreet betekent de watertoets, dat een plan een zogenaamde waterparagraaf dient te bevatten, die keuzes ten aanzien van de waterhuishoudkundige aspecten gemotiveerd beschrijft. Daarin dient een wateradvies van de waterbeheerder te worden meegenomen. De watertoets is wettelijk verankerd in artikel 3.1.6 lid 1, sub b Bro. Beleid provincie Noord-Brabant Vigerend is het Provinciale Milieu- en Waterplan 2016 – 2021 (PWMP) van 18 december 2015. Het PMWP is de structuurvisie voor o.a. het aspect water op grond van de Wet ruimtelijke ordening. Het plan bevat de verplichte onderdelen vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water.
Behalve dat het PMWP de uitgangspunten aangeeft voor het waterbeleid van waterschappen en gemeenten, toetst de provincie aan de hand van dit plan ook of de plannen van de waterschappen passen in het provinciale beleid. Als algemene uitgangspunten zijn onder andere te noemen de scheiding van relatief schone en vuile waterstromen en het benutten van mogelijkheden voor infiltratie en/of conservering van hemelwater. Beleid waterschap Brabantse Delta De projectlocatie is gelegen binnen het stroomgebied van waterschap Brabantse Delta. De visie van waterschap Brabantse Delta is vervat in het Waterbeheerplan 2016 – 2021 en kent een geldigheid vanaf 22 december 2015. Het waterschap richt zich hierbij op een doelmatig waterbeheer als motor voor een economische en ecologisch krachtige
Bestemmingsplan “RvR Bornhemweg ong. naast nr. 129a, Oudenbosch”
41
regio. Speerpunten uit het waterbeheerplan zijn klimaatadaptatie, innovaties, ruimtelijke ontwikkelingen, toekomstig medegebruik en het tegengaan van verdroging. Deze ontwikkelingen geven aanleiding tot nieuwe accenten: ▪ het nationale Deltaprogramma voor waterveiligheid en de versterking van de dijken langs de Rijkswateren en de regionale rivieren; ▪ het optimaliseren van de zoetwatervoorziening met het oog op de toenemende droogte; ▪ inzet op bewustwording van watergebruikers zodat hun inzicht groeit over wat ze zelf aan waterbeheer kunnen bijdragen; ▪ helderheid over zowel beperkingen als mogelijkheden voor de gebruiksfuncties van het watersysteem; ▪ het verbeteren van de waterkwaliteit in een meer integrale, gebiedsgerichte uitvoeringsstrategie (combineren van verbeteren van de waterstanden, onderhouden van sloten en treffen van inrichtingsmaatregelen); ▪ afvalstoffen steeds meer inzetten als waardevolle grondstoffen zoals terugwinning van fosfaat en productie van bioplastic uit afvalwater; ▪ een duurzame energiewinning. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema’s/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de legger.
De Keur waterschap Brabantse Delta 2015 bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. De waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben in de NoordBrabantse Waterschapsbond (NBWB) besloten om de keuren te uniformeren en tegelijkertijd te dereguleren. Hierbij is aangehaakt bij het landelijke uniformeringsproces van de Unie van Waterschappen. Er is conform het nieuwe landelijke model een sterk gedereguleerde keur opgesteld, met bijbehorende algemene regels en beleidsregels. Deze zijn voor de drie waterschappen gelijkluidend. De nieuwe uniforme keuren zijn gezamenlijk in werking getreden op 1 maart 2015. In de nieuwe keur is opgenomen dat het in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van verhard oppervlak of door afkoppelen van bestaand oppervlak, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. Dit verbod is van toepassing tenzij: a. het afkoppelen van verhard oppervlak maximaal 10.000 m² is, of; b. de toename van verhard oppervlak maximaal 2.000 m² is, of; c. de toename van verhard oppervlak bestaat uit een groen dak. d.
de toename van verhard oppervlak tussen 2.000 m² en 10.000 m² is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel: Benodigde retentiecapaciteit (in m³) = toename verhard oppervlak (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06
42
Gemeente Halderberge
Daarbij dient de voorziening te voldoen aan de volgende voorschriften: a. de bodem van de voorziening dient boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te liggen; b. de afvoer uit de voorziening via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater plaatsvindt. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben; c. daarnaast moet er altijd een overloopconstructie zijn, om uitspoeling naar de sloot te voorkomen. Voor het overige zijn er in de keur diverse regels opgenomen om gebieden met een specifieke functie te beschermen, zoals de attentiegebieden en invloedsgebieden Natura 2000. Er geldt een specifiek beschermingsregime, afhankelijk van het type gebied en de ligging in of nabij een beschermd gebied.
Uitsnede keurkaart Brabantse Delta. Het plangebied is aangeduid met een rode contour.
Gemeentelijk beleid De gemeente Halderberge heeft haar waterbeleid opgenomen in het ‘GRP Halderberge 2020-2023’ zoals vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 18 juli 2019. In het plan wordt beschreven hoe het stedelijk watersysteem in de huidige situatie functioneert en met welke uitdagingen en ontwikkelingen de gemeente in de nabije toekomst te maken krijgen. Dit dient als vertrekpunt voor de visie op lange termijn en onze strategie op korte termijn en een transparante, toekomstbestendige financiering. Het gemeentelijke waterbeheer staat niet op zich, maar is continu in beweging door diverse uitdagingen en ontwikkelingen. De belangrijkste zijn onderstaand beschreven en vormen de basis voor de speerpunten voor de planperiode 2020-2023: ▪ klimaatverandering; ▪ uitputting energie en grondstoffen; ▪ veranderende wetgeving; ▪ energietransitie; ▪ participatie en bewustzijn; ▪ vitaliteit;
Bestemmingsplan “RvR Bornhemweg ong. naast nr. 129a, Oudenbosch”
43
▪
veiligheid.
De gemeente heeft een zorgplicht in het kader van afvalwater en hemelwater. De gemeentelijke zorg voor het beheer van afvloeiend hemelwater heeft betrekking op het afvloeiend hemelwater van openbaar terrein en afvloeiend hemelwater dat niet op particulier terrein kan worden verwerkt. De eigenaar van het terrein waarop het hemelwater valt is primair verantwoordelijk voor de verwerking van het hemelwater. De gemeente Halderberge wenst ontwikkelingen te benutten om het grondwater aan te vullen en ervoor zorg te dragen dat het stedelijk watersysteem niet zwaarder wordt belast. Hiervoor heeft de gemeente een bergingseis voorgeschreven aan de hand van het oppervlak van de voorgenomen ontwikkeling en/of de toename van het verhard oppervlak. Deze bergingseis is onderstaand opgenomen.
Voor iedere ontwikkeling die leidt tot nieuwe verharding, ongeacht de omvang van deze ontwikkeling, geldt een bergingseis van 7 mm voor de eerste 1.000 m2. Voor verharding boven de 1.000 m2 geldt een bergingseis van 60 mm, conform de keur. Voor ontwikkelingen op bestaande verharde locaties (inbreidingen, verbouwingen, herstructureringen) met een oppervlak groter dan 1.000 m2 geldt een bergingseis van 60 mm voor het totale oppervlak. Beoordeling Het plangebied waar woningbouw wordt beoogd heeft een oppervlakte van circa 17.000 m2 en is thans volledig onverhard. Ter plaatse wordt voorzien in de realisatie van 18 ruimte-voor-ruimtekavels. Op basis van het verkavelingsplan wordt uitgegaan van een toekomstig verhard oppervlak van circa 9.564 m2. Dit betreft een aanname waarbij als uitgangspunt wordt gehanteerd dat alle kavels ten opzichte van het netto kaveloppervlak voor 50% verhard zullen zijn (derhalve een verhard oppervlak van in totaal 7.672 m2) en de weg volledig verhard is (1.892 m2 aan verharding). Ontwikkelingen waarbij het verhard oppervlak toeneemt, of de vasthoudcapaciteit van een gebied op andere manieren wordt verkleind, zorgen voor een snellere afstroming van hemelwater naar het oppervlaktewater. Dit kan leiden tot wateroverlast.
Daar de verhardingstoename meer bedraagt dan 2.000 m2, dient op basis van het beleid van waterschap Brabantse Delta en het GRP Halderberge 2020-2023 te worden voorzien in de realisatie van een waterbergingsvoorziening. Op basis van de rekenregel van het waterschap en het GRP komt de benodigde bergingscapaciteit uit op (9.564 x 0,06) = 574 m3. Onderdeel van de ontwikkeling als geheel betreft de realisatie van een groengebied langs de noordelijke rand van Oudenbosch. Door RoyalHaskoningDHV is een ontwerp van de waterbergingsvoorziening opgesteld. Een uitsnede daarvan is navolgend opgenomen.
44
Gemeente Halderberge
Ontwerp waterbergingsvoorziening. Bron: RoyalHaskoningDHV, 2020.
Beschrijving context waterbergingsvoorziening Ter plaatse van het plangebied wordt het maaiveld aangetroffen tussen NAP +0.2 m en NAP +1.7 m. Het maaiveldniveau neemt af in westelijke richting. Vanaf het maaiveld tot een gemiddelde diepte van circa NAP -5 meter is een freatisch pakket aanwezig dat voornamelijk is opgebouwd uit matig grove zanden van de Formaties van Boxtel en Stramproy. Lokaal wordt het freatisch pakket doorsneden door een leem- of kleilaag (eenheid SYk1). De scheidende laag wordt dikker in westelijke richting en lijkt in westelijke richting ook dieper te liggen. Het freatisch pakket wordt aan de onderkant begrensd door de slecht doorlatende afzettingen van de Formatie van Waalre (eenheid WAk1). Deze slecht doorlatende laag is opgebouwd uit klei, veen en leem en heeft een dikte van ruim 10 meter. Op basis van de Dino database, metingen (eenmalig én reeksen) in lokale peilbuizen gedurende een periode korter dan 8 jaar (een reeks van 8 jaar of langer is benodigd voor het berekenen van een GHG) en het inventariseren van de boringen op gleykenmerken is inzicht verkregen in de grondwaterstanden in het plangebied. Dit heeft geresulteerd in de volgende schattingen voor de GHG: • In het westelijke deel van het plangebied (ter hoogte van de beoogde waterbergingslocatie) kan de grondwaterstand variëren tussen NAP -1.4 meter en NAP -0.15 meter.
De GHG wordt geschat op NAP -0.2 meter. • In het oostelijke deel van het plangebied is de grondwaterstand aanzienlijk hoger. Hier wordt de GHG geschat op NAP +0.6 meter.
Bestemmingsplan “RvR Bornhemweg ong. naast nr. 129a, Oudenbosch”
45
Het plangebied waarin de waterbergingsvoorziening wordt gerealiseerd wordt gekenmerkt door een vochtige, goed doorlatende zandgrond met grote schommelingen in de grondwaterstand, waarbij het in de winter behoorlijk nat kan zijn, terwijl het grondwater in de zomer diep kan wegzakken. Gezien het (huidige) gebruik van het perceel als maisakker, is het aannemelijk (en tevens uitgangspunt voor het ontwerp) dat er véél voedingsstoffen aanwezig zijn tot diep in de bodem van dit perceel. Dit vooronderstelt voor de uitgangssituatie zeer voedselrijke condities. Op basis van nader onderzoek is vastgesteld dat het perceel ook is belast met een vervuilingsvlek. Deze vervuilde vlek(ken) zijn in november 2020 gesaneerd. Ontwerp & functioneren waterbergingsvoorziening De beschikbare ruimte aan de noordrand van Oudenbosch en het overgangsgebied van bebouwde naar onbebouwde omgeving, heeft eraan bijgedragen dat de waterbergingsvoorziening niet is gedimensioneerd op een minimale invulling van de vigerende compensatie-eisen. Uitgangspunt is het realiseren van een waterpartij in een bijpassende groene omgeving, waarbij water (in verschillende jaargetijden) een (prominente) plaats heeft en bijdraagt aan een representatieve noordrand van de kern en/of noordelijke entree van Oudenbosch. De waterbergingsvoorziening is met het dalende maaiveld mee ontworpen.
Dit betekent dat het diepste gedeelte van de waterbergingsvoorziening aan de westzijde van het plangebied is ontworpen en dat er ondiepe uitlopers in oostelijke richting steken. De uitlopers zijn er vooral op gericht om het oppervlakkig afvloeiende regenwater vanaf de ontwikkellocatie Bornhemweg op te vangen en af te voeren. Voor deze ontwikkellocatie geldt namelijk dat deze niet wordt voorzien van regenwaterriolering. Al het regenwater wordt geïnfiltreerd, lokaal (op de percelen) vastgehouden en/of geborgen, of oppervlakkig afgevoerd richting de waterbergingsvoorziening. De randen van het diepe deel van de waterberging liggen op circa NAP +0,20 m (op de als ontwerpuitgangspunt gehanteerde GHG). Via een aantal terrassen daalt de bodem tot NAP -1,00 m. Dit is de hoogte van de ‘afvoergoot’ die door de waterberging loopt. Op deze goot zijn de aanen afvoerleiding naar en uit de waterbergingsvoorziening aangesloten. Midden in het diepe deel van de waterbergingsvoorziening ligt een put met een bodem op circa NAP -1,50 m. Deze put doorsnijdt de kleilaag onder de waterbergingsvoorziening en zorgt voor interactie met het onderliggende grondwater. Hierdoor wordt de waterbergingsvoorziening gevuld en (tijdens droge perioden) voorzien van vers/koel water.
Ter hoogte van deze put is een water-speelelement (bijvoorbeeld een fontein) voorzien, die water oppompt en door het omhoogwerpen van het water van (nieuwe) zuurstof voorziet en koelt. Tussen het verdiepte gedeelte van de waterbergingsvoorziening en de randen van de voorziening (de groene contour (taluds)) is de bergingslaagte voorzien. De bodem van deze laagte ligt op het niveau van de GHG NAP +0,20 m. Door het opzetten van een waterschijf tot NAP +0,35 m wordt voorzien in de benodigde waterberging (waterbergingscompensatie). Wanneer dit peil wordt bereikt (T=100) staat het water halverwege het talud. De kruin van het talud steekt dan nog circa 0,50 m boven het waterpeil uit. Ter hoogte van de ontwikkellocatie steekt de kruin van het talud circa 1,15 m boven het waterpeil uit.
46
Gemeente Halderberge
Het grondwaterpeil kent grote schommelingen. In de winter worden hoge grondwaterstanden verwacht (natte situatie), waarbij in de zomer de grondwaterstand ver kan uitzakken. De waterpartij is in de winter gevuld met water (blauwe zone in onderstaande afbeelding). Het grondwater staat zodanig hoog dat de plas gevuld is met water. In de zomer valt de plas nagenoeg droog (figuur rechts onder). Ten tijde van hoog water, wordt water ingelaten en wordt de plas gevuld tot aan de randen (weergegeven in figuur rechts boven).
Waterberging. Bron: RoyalHaskoningDHV, 2020.
In de uitwerking van de realisatie van het groengebied is rekening gehouden met de ontwikkeling van de onderhavige ruimte-voor-ruimtekavels. In de praktijk zullen de te realiseren wadi’s enkel bij hevige neerslag gevuld worden met hemelwater. Normaliter staan de wadi’s echter droog. Binnen het groengebied is derhalve voldoende ruimte om te voorzien in de bergingseis. Aan de zuidzijde van het plangebied wordt de regenwaterriolering (afkoppelprojecten Oudenbosch) op de waterbergingsvoorziening aangesloten. Gescheiden van het hemelwater wordt het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) separaat verwerkt en aangesloten op de bestaande hemelwaterriolering. Het afvalwater wordt van daaruit afgevoerd naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie. Door de scheiding van het vuilwater van het hemelwater (hemelwaterafvoer; HWA) wordt de bestaande riolering veel minder belast. Om verdere invulling te geven aan een duurzaam waterbeheer, kan tijdens de uitvoerfase rekening gehouden worden met duurzaam bouwen. In de Nationale Pakketten Duurzaam Bouwen: Woningbouw nieuwbouw, Woningbouw beheer en Utiliteitsbouw is een tweetal maatregelen (S/U237 en S/U444) opgenomen die onder meer betrekking hebben op het verminderen van de
Bestemmingsplan “RvR Bornhemweg ong. naast nr. 129a, Oudenbosch”
47
emissie van milieubelastende stoffen naar het van daken afgevoerde hemelwater. Bij nieuwbouw wordt geadviseerd gebruik te maken van niet-uitloogbare bouwmaterialen in verband met de waterkwaliteit. Dit houdt in dat toepassing van materialen voor daken, dakgoten en hemelafvoeren zoals zink, koper, lood etc. wordt afgeraden, tenzij de materialen zijn voorzien van een coating.
Uitsnede leggerkaart Brabantse Delta. Het plangebied is aangeduid met een rode contour.
Op de leggerkaart van waterschap Brabantse Delta zijn de in de directe omgeving van de planlocatie gelegen oppervlaktewateren weergegeven. Ten zuiden van het plangebied is een A-waterloop aanwezig, in het beheer van het waterschap. Op verzoek van het waterschap Brabantse Delta wordt deze waterloop mogelijk langs de Bornhemweg richting het noorden verlengd, alwaar deze via een nieuw te graven watergang in het plangebied wordt aangesloten op de bestaande waterlopen. Voor alle handelingen aan of in de nabijheid van een waterloop zoals dempen, graven, bouwen, onttrekken, lozen etc. is in het kader van de keur een vergunning van het waterschap benodigd en zal in overleg aangevraagd moeten worden. Voor het overige is geen sprake van bestaande waterlopen binnen of grenzend aan het plangebied.
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de waterhuishouding binnen het plangebied wordt gerespecteerd.
4.4
Cultuurhistorie Toetsingskader In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening wordt gehouden (artikel 3.1.6, lid 5 Bro). De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de
48
Gemeente Halderberge
belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.
Cultuurhistorische waardenkaart provincie Noord-Brabant met het plangebied aangeduid met een rode contour.
Beleid provincie Noord-Brabant In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, ruimtelijke plannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangeven.
Cultuurhistoriekaart van de gemeente Halderberge. Het plangebied is aangeduid met een rode contour. Bron: Cultuurhistoriekaart Halderberge, 2020.
Bestemmingsplan “RvR Bornhemweg ong. naast nr. 129a, Oudenbosch”
49
Gemeentelijke beleidsnota Halderberge ‘Inspirerend verleden’ De gemeente heeft op 22 september 2011 een beleid vastgesteld waarin is vastgelegd dat zorgvuldig omgegaan wordt met de aanwezige cultuurhistorische waarden binnen de gemeente Halderberge. De beleidsnota stelt als visie dat cultuurhistorie een belangrijke drager van de identiteit van Halderberge is en integraal onderdeel uitmaakt van de ruimtelijke ontwikkeling van Halderberge. Ontmoetingen van heden en verleden gelden als uitdaging en inspiratiebron voor de toekomst. Bij het ontwikkelen van nieuwe ruimtelijke plannen moet cultuurhistorie dan ook een volwaardige plaats én inbreng krijgen. Daarnaast dient kennis te bestaan over de aanwezige cultuurhistorische en monument waarden. Aanvullend is op het beleid per 6 februari 2014 een gemeentelijke Cultuurhistoriekaart beschikbaar. De informatie op deze kaart is vergelijkbaar met de provinciale CHW. Beoordeling Het plangebied is gelegen aan de Bornhemweg. Dit is een weg die zowel op de provinciale cultuurhistorische waardenkaart als de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart is aangemerkt als een lijn met een ‘redelijk hoge’ waarde. Op de gemeentelijke waardenkaart is deze weg tevens bestempeld als ‘waterkerende dijk of kade, < 1500, nog aanwezig als weg’.
Uitgangspunt vanuit cultuurhistorie is het benutten van de wegpatronen als basis bij ruimtelijke ontwikkelingen en recreatief gebruik. Het planvoornemen voorziet niet in een reconstructie of verlegging van de Bornhemweg. Er zal enkel sprake zijn van de aanleg van een ontsluiting op de Bornhemweg. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt vormt dit geen belemmering. Op basis van de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart maakt het plangebied deel uit van het inundatiegebied ‘Zuider Frontier’. Een inundatiegebied is een gebied dat ten behoeve van de verdediging onder enkele decimeters water kon worden gezet. Het onder water zetten van het land, bijvoorbeeld door een dijk door te steken, was eeuwenlang een veel toegepaste tactiek in tijden van oorlog. Het doel was een onbegaanbaar en onbevaarbaar terrein te creëren om de vijand tegen te houden. Het inundatiegebied bestrijkt vrijwel het gehele noordelijk grondgebied van Halderberge. Voor dit gebied geldt op basis van de cultuurhistorische waardenkaart geen concreet beleidsadvies. Conclusie Het voornemen doet geen afbreuk aan cultuurhistorische waarden binnen of in de omgeving van het plangebied.
4.5
Archeologie Toetsingskader In Europees verband is het zogenaamde ‘Verdrag van Malta’ tot stand gekomen. De uitgangspunten van dit verdrag dienen te worden vertaald in nationale wetgeving. In Nederland heeft deze vertaling plaatsgevonden in de Erfgoedwet, welke in werking is getreden op 1 juli 2016. Ten aanzien van het aspect ‘archeologie’ is in art. 9.1, lid 1 van de Erfgoedwet, welk artikel een deel van het overgangsrecht regelt, bepaalt dat tot het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt onder meer Hoofdstuk V, paragraaf 1 van de inmiddels vervallen Monumentenwet 1988 van toepassing blijft. In Hoofdstuk
50
Gemeente Halderberge
V, paragraaf 1 is vastgelegd dat een gemeente in de ruimtelijke besluitvorming (w.o. bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen voor planologisch afwijken) rekening dient te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (artt. 38a t/m 41 Monw 1988). Daartoe kan de gemeente in dat besluit regels stellen, bijvoorbeeld tot het doen van archeologisch onderzoek. Het al dan niet stellen van regels ten aanzien van archeologie dient te rusten op voldoende informatie over de archeologische situatie (ECLI:NL:RVS:2011:BU7102, r.o. 2.9.7). Deze informatie kan worden verkregen door gebiedsdekkende kaarten waarop archeologische verwachtingswaarden zichtbaar zijn. Op basis hiervan kan archeologisch beleid worden ontwikkeld. Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart en beleidsnota ‘Ons geschreven verleden gemeente Halderberge’ Het archeologiebeleid van de gemeente Halderberge van 22 september 2011 heeft tot doel het archeologisch erfgoed van de gemeente te beschermen en ontsluiten. Bij alle ruimtelijke plannen en ontwikkelingen, op structuur-, bestemmings- en vergunningsniveau, dienen de archeologische waarden volwaardig te worden meegewogen. Om een goede afweging te kunnen maken is archeologische kennis noodzakelijk. Als basiskennis dienen de vastgestelde archeologische advieskaarten.
Vaak is meer gedetailleerde informatie noodzakelijk om een goede afweging te kunnen maken voor het beschermen van het archeologisch erfgoed. Om deze informatie te verkrijgen, dient onderzoek plaats te vinden.
Uitsnede archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart buitengebied Halderberge. Het plangebied is aangeduid met een rode contour. Bron: RAAP ‘Ons ongeschreven verleden, beleidsnota archeologie Halderberge’.
Beoordeling Om inzicht te krijgen welke archeologische vondsten er in Oudenbosch verwacht kunnen worden, hanteert de gemeente Halderberge een archeologische verwachtingskaart. Hieruit volgt dat het plangebied ligt in een gebied met een ‘hoge archeologische verwachting’. De archeologische kaart is vertaald in het vigerende bestemmingsplan door middel van archeologische dubbelbestemmingen. Binnen het plangebied geldt de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 2’. Conform deze
Bestemmingsplan “RvR Bornhemweg ong. naast nr. 129a, Oudenbosch”
51
dubbelbestemming bestaat er een archeologische onderzoeksplicht bij grondroerende werkzaamheden dieper dan 0,40 meter en over een oppervlakte groter dan 500 m2. Het onderhavige initiatief ziet op de realisatie van 18 ruimte-voor-ruimtekavels. Daarbij zal de grenswaarde van 500 m2 worden overschreden. Om die reden is door ADC ArcheoProjecten een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is uitgevoerd voor de gronden ter hoogte van de beoogde woningen. Rapportage van het onderzoek is als bijlage 4 gevoegd bij deze toelichting. Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. Teneinde de opgestelde verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Het verkennend booronderzoek wijst uit dat de ondergrond van het plangebied uit matig siltig, zeer fijn dekzand (Laagpakket van Wierden binnen de Formatie van Boxtel) bestaat. In enkele boringen zijn sterk zandige leem of leemlagen (Formatie van Boxtel) aangetroffen. Het onverstoorde dekzand gaat direct of via een 10 tot 30 cm dikke verploegde laag (A-/C-horizont) over in een 25 tot 100 cm dikke humushoudende bovengrond, die is ontstaan door landbouwkundig gebruik van de locatie (Aap-horizont). Bodemkundig gezien is er sprake van gooreerdof enkeerdgronden.
De top van het dekzand wordt in beginsel beschouwd als een potentieel archeologisch niveau. Uit het ontbreken van sporen van bodemvorming en de plaatselijk aanwezige verploegde laag blijkt evenwel dat de top niet meer intact aanwezig is en opgenomen in de bovengrond. Bovendien duidt de aanwezigheid van gleyverschijnselen in de top van het dekzand en roestvlekken de humushoudende bovengrond op relatief ondiepe grondwaterstanden. Op basis van de aangetroffen bodemverstoring dient de verwachting voor resten uit de periode Laat-Paleolithicum t/m Neolithicum naar laag te worden bijgesteld. De lage verwachting voor resten uit de overige perioden dient vanwege de natte, voor permanente bewoning ongunstige, omstandigheden te worden gehandhaafd. Enkel ontginningssporen uit de Late Middeleeuwen of de Nieuwe tijd kunnen aanwezig zijn. Deze hebben een geringe archeologische betekenis. ADC ArcheoProjecten adviseert om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. De rapportage is beoordeeld door het bevoegd gezag en op basis daarvan aangepast. Het bevoegd gezag heeft door middel van een selectiebesluit ingestemd met het advies van ADC ArcheoProjecten. Op basis hiervan is de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 2’ ter hoogte van het onderzoeksgebied niet bestendigd. De gronden zijn hier vrijgegeven van een archeologische onderzoeksplicht.
Naast de realisatie van woningen, voorziet onderhavig bestemmingsplan tevens in de realisatie van waterberging. Ook hiervoor zal de grenswaarde voor archeologisch onderzoek overschreden worden. Daarom is door SOB Research in december 2020 een archeologisch uitgevoerd voor deze gronden. Rapportage daarvan is als bijlage 5 gevoegd bij deze toelichting. Op basis van het archeologisch onderzoek wordt geconcludeerd dat de voorgenomen realisatie van de waterberging kan leiden tot aantasting van behoudenswaardige archeologische resten. Derhalve is geadviseerd archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren door middel van een proefsleuvenonderzoek. De rapportage is beoordeeld door het bevoegd gezag. Het
52
Gemeente Halderberge
advies betreffende het selectiebesluit is om, in afwijking van het advies van SOB Research, geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Uit aangrenzend onderzoek blijkt dat het gebied van nature nat is. De kans op het aantreffen van behoudenswaardige archeologische waarden is daarom klein. Geadviseerd wordt om de Archeologische Monumentenzorg af te ronden en het plangebied vrij te geven voor de geplande activiteiten. Op basis hiervan is de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 2’ ter hoogte van het onderzoeksgebied niet bestendigd. De gronden zijn hier vrijgegeven van een archeologische onderzoeksplicht. Conclusie Op basis van archeologisch onderzoek is het plangebied vrijgegeven van archeologische waarden. De archeologische dubbelbestemming wordt derhalve niet bestendigd.
4.6
Ecologie
4.6.1 Natuurgebieden Toetsingskader De Wet natuurbescherming (Wnb) is een wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur. De Wet natuurbescherming is in werking getreden op 1 januari 2017 en vervangt daarmee het voorheen geldende wettelijke stelsel voor de natuurbescherming, zoals neergelegd in de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De wet regelt ten eerste de taken en bevoegdheden ten behoeve van de bescherming van natuurgebieden en planten- en diersoorten. Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. In de Wet natuurbescherming is de Europese regelgeving omtrent natuurbescherming, zoals vastgelegd in de Vogelrichtlijn (Richtlijn 2009/147/EG, 30 november 2009) en Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG, 21 mei 1992) als uitgangspunt genomen. De gebiedsbescherming van de Natura 2000gebieden is geregeld in hoofdstuk 2 van de Wnb. Beoordeling Het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied betreft het ‘Hollands Diep’ dat is gelegen op een afstand van ca. 9 km tot onderhavig plangebied. Natura 2000-gebieden kunnen schade ondervinden wegens diverse aspecten, zoals verdroging, oppervlakteverlies, verontreiniging, versnippering, optische verstoring, verzuring en vermesting. Daar het plangebied niet grenst aan een Natura 2000-gebied, is van directe schade geen sprake.
Mogelijk kan depositie van stikstof vanwege het planvoornemen wel negatieve gevolgen hebben voor omliggende Natura 2000-gebieden. De exacte mate van stikstof dient voor een bouwplan zowel bepaald te worden voor de gebruiksfase als de aanlegfase. Voor beide fases is daarom een AERIUS-berekening uitgevoerd, bijgevoegd als bijlage 6 bij deze toelichting. Navolgend worden de resultaten hiervan besproken.