CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan RvR Bornhemweg - toelichting.pdf

Gemeenteraad 25 november 2021, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 9: Vaststelling bestemmingsplan Ruimte voor ruimte Bornhemweg ong. naast nr 129a, Oudenbosch. ZIE TOELICHTING28.508 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Compositie 5 stedenbouw bv Boschstraat 35 4811 GB Breda telefoon

076 – 5225262

email

info@c5s.nl

internet

www.c5s.nl

kvk Breda

20083802

Gemeente Halderberge Bestemmingsplan “RvR Bornhemweg ong. naast nr. 129a, Oudenbosch”

Projectnummer: Datum:

192696 16 juli 2021

Gemeente Halderberge Bestemmingsplan “RvR Bornhemweg ong. naast nr. 129a, Oudenbosch” Inhoud 1. Toelichting 2. Regels 3. Verbeelding id.nr.: NL.IMRO.1655.BP1018-C001 d.d.: 16-07-2021

Projectleider: Collegiale toets: Status:

Dhr. mr. M.J.A.B. Elsman Mevr. T.J.C. van Wijnen MSc. vastgesteld

Toelichting

INHOUD 1 1.1 1.2 1.3 1.4

INLEIDING Aanleiding en doel Begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

3 3 4 5 6

2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

PLANBESCHRIJVING Inleiding Beschrijving huidige situatie Beoogde situatie plangebied Stedenbouwkundige inpassing, beeldkwaliteit en duurzaamheid Landschappelijk inpassingsplan Parkeren & verkeer

7 7 7 7 9 11 12

3 3.1 3.2 3.3 3.4

BELEIDSKADER Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

15 15 15 19 33

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14

PLANOLOGISCH RELEVANTE (MILIEU)ASPECTEN Inleiding Bodem Waterhuishouding Cultuurhistorie Archeologie Ecologie Wegverkeerslawaai Bedrijven en milieuzonering Driftblootstelling spuitzones Geurhinder en veehouderijen Externe veiligheid Luchtkwaliteit Kabels en leidingen Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling

39 39 39 41 48 50 53 55 57 59 67 69 73 75 75

5 5.1 5.2 5.3

JURIDISCHE PLANTOELICHTING Inleiding Opbouw van de regels Regels

79 79 79 79

6 6.1 6.2 6.3

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Inleiding Toepassing Grondexploitatiewet Economische uitvoerbaarheid

83 83 83 83

Bestemmingsplan “RvR Bornhemweg ong. naast nr. 129a, Oudenbosch”

1

7 7.1 7.2 7.3

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID Vooroverleg Omgevingsdialoog Zienswijzen

85 85 86 86

Bijlagen Bijlage 1 - Visie dorpsrand Oudenbosch; Bijlage 2 - Beeldkwaliteitplan; Bijlage 3 - Bodemonderzoeken, Antea e.a., 2020; Bijlage 4 - Archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek, ADC ArcheoProjecten, augustus 2020; Bijlage 5 - Archeologisch onderzoek retentievijver, SOB Research, december 2020; Bijlage 6 - AERIUS-berekening, Compositie 5 stedenbouw, mei 2021; Bijlage 7 - Quickscan Wet natuurbescherming, Veldbiologische Werken, januari 2020; Bijlage 8 - Quickscan flora & fauna, Royal Haskoning, december 2019; Bijlage 9 - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, De Roever Omgevingsadvies, augustus 2020; Bijlage 10 - Standaardadvies, Brandweer Midden- en West-Brabant; Bijlage 11 - m.e.r.-beoordelingsbesluit; Bijlage 12 - Verslag omgevingsdialoog; Bijlage 13 - Zienswijzenota.

Uitsnede topografische kaart omgeving Oudenbosch. Met de gele ster is globaal de locatie van het plangebied geduid. Bron: topotijdreis.nl, 2020.

2

Gemeente Halderberge

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel Aanleiding De gemeente Halderberge is voornemens om langs de noordelijke dorpsrand van Oudenbosch enkele groenblauwe maatregelen te treffen, de recreatieve waarde ter plaatse te versterken en de noordelijke dorpsrand kwalitatief af te ronden. Van oudsher vormen de dijken rondom de polders ten noorden van Oudenbosch de stedenbouwkundige structuren, waarbij in de loop der tijd bebouwingslinten zijn ontstaan. De van oorsprong agrarische linten zijn steeds meer verdicht naar mate het dorp in noordelijke richting is uitgebreid. In de afgelopen decennia is de noordrand van Oudenbosch hierdoor onordelijk geraakt en ligt het dorp met zijn rug naar het landschap. De te nemen maatregelen zien in de eerste plaats toe op het realiseren van een robuust groengebied langs de noordelijke dorpsrand welke tevens een uitnodigende entree van Oudenbosch moet vormen. Dit groengebied wordt gerealiseerd als onderdeel van het voorkomen van water-op-straat en wateroverlast tijdens hevige neerslag. Om die reden zal het groengebied beschikken over enkele wadi’s waarmee het gebied als onderdeel van verbeteringen aan het gemeentelijk rioleringsstelsel geschikt wordt voor waterbergingscompensatie. Met de aanleg van wandelpaden wordt beoogd het gebied ook uit recreatief oogpunt geschikt te maken voor een ommetje.

In aanvulling hierop onderzoekt waterschap Brabantse Delta de mogelijkheid om een nieuwe A-waterloop te realiseren binnen het plangebied. Deze waterloop ligt nu nog tussen de percelen aan de Bornhemweg 129 en Bornhemweg 129a, maar het is de bedoeling deze richting het noorden te verplaatsen (langs de noordelijke dorpsrand) zodat deze vrijer komt te liggen van de bestaande woonpercelen. Wezenlijk onderdeel van de bovengenoemde plannen vormt ook de realisatie van 18 ruimte-voor-ruimtekavels, ter financiering van de rioleringsverbeteringsmaatregelen en ter verdere versterking en afronding van de noordelijke dorpsentree. De beoogde ruimte-voor-ruimtekavels worden gerealiseerd op basis van de provinciale ruimte-voorruimteregeling door de Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte. De ruimtevoor-ruimteregeling is een afwijking van de regel dat geen nieuwe (burger)woningen mogen worden gerealiseerd in het buitengebied. De bouw van nieuwe woningen in delen van het buitengebied kan via deze regeling mogelijk worden gemaakt, wanneer hiervoor agrarische bedrijfsgebouwen die in gebruik waren of zijn als intensieve veehouderij, worden gesaneerd in combinatie met milieuwinst. Deze milieuwinst is in het verleden reeds behaald, waarmee zogenoemde bouwtitels zijn verkregen, elk ter realisatie van één ruimte-voor-ruimtekavel.

Deze bouwtitels zullen worden ingezet ter realisatie van de 18 ruimte-voor-ruimtekavels. Door een nieuwe groene dorpsrand te ontwikkelen met ruimte voor wonen, recreëren en waterberging worden dorp en landschap weer met elkaar verweven.

Bestemmingsplan “RvR Bornhemweg ong. naast nr. 129a, Oudenbosch”

3

Doel In het vigerend bestemmingsplan “Kom Oudenbosch” is aan de gronden de bestemming ‘Agrarisch’ toegekend. De bouw van de woningen op voorgenoemde locatie is op basis van het vigerende bestemmingsplan niet toegestaan, daar de gronden enkel zijn bestemd voor agrarisch gebruik, groenvoorzieningen en water. De realisatie van het voornoemde groengebied welke geschikt is voor waterberging, alsook de andere rioleringsmaatregelen, is wel mogelijk binnen de agrarische bestemming. Het heeft echter de voorkeur de groenblauwe ontwikkeling te formaliseren met een passendere bestemming waarbinnen ook landschappelijke inpassing mogelijk is. Om de ontwikkeling in zijn geheel te realiseren dient te worden afgeweken van het bestemmingsplan. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in een nieuwe juridischplanologische regeling om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken.

1.2

Begrenzing plangebied De locatie waar de woningbouwontwikkeling wordt voorzien is gelegen ten noorden van de kern Oudenbosch en ten westen van de Bornhemweg. De locatie is kadastraal bekend als voormalige gemeente Oudenbosch, sectie E, nummers 80 en 589. Ook het voornoemde groengebied is gelegen binnen deze kadastrale percelen. De begrenzing van onderhavig bestemmingsplan wordt derhalve gevormd door de beoogde situering van de 18 ruimte-voor-ruimtewoningen, inclusief de daarbij behorende voorzieningen en ontsluitingswegen, alsook de landschappelijke inpassing en de groenontwikkeling. Ook de eventuele nieuwe watergang ligt binnen de begrenzing van het plangebied.

Satellietfoto kern Oudenbosch (noord) met plangebied rood omkaderd. Bron: cyclomedia, 2020.

4

Gemeente Halderberge

1.3

Vigerend bestemmingsplan Toetsingskader Voor de gronden binnen het plangebied vigeert het bestemmingsplan “Kom Oudenbosch” zoals vastgesteld op 20 juni 2013. In dit bestemmingsplan zijn de gronden binnen het plangebied bestemd als ‘Agrarisch’ met daarop tevens de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 2’. In het zuidwesten ligt tevens de dubbelbestemming ‘Leiding - Riool’.

Uitsnede vigerend bestemmingsplan “Kom Oudenbosch” met plangebied rood omkaderd. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020.

Beoordeling De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor (onder andere) agrarische gebruik, in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen, grondgebonden agrarische bedrijven, groenvoorzieningen, (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen en water, waterhuishoudkundige en nutsvoorzieningen. De voor ‘Waarde - Archeologie 2’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de bescherming van de ter plaatse aanwezige hoge archeologische verwachtingswaarden. De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor een rioolwatertransportleiding, alsmede voor de instandhouding van deze leiding. Het vigerende bestemmingsplan staat de realisatie van de ruimte-voorruimtekavels ter plaatse niet toe, nu de gronden niet zijn bestemd ten behoeve van het regulier 'wonen'. Binnen de agrarische bestemming is enkel een bedrijfswoning toegestaan, enkel binnen een bouwvlak. Binnen het plangebied is echter geen bouwvlak aanwezig. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling niet mogelijk is op basis van het vigerende bestemmingsplan. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in een nieuwe juridisch-planologische regeling om de beoogde ontwikkeling van 18 ruimtevoor-ruimtekavels mogelijk te maken.

Bestemmingsplan “RvR Bornhemweg ong. naast nr. 129a, Oudenbosch”

5

1.4

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de huidige en de nieuwe situatie. Hoofdstuk 3 beschrijft de relevante beleidsdocumenten die door de te onderscheiden overheden zijn gepubliceerd. In hoofdstuk 4 komen de planologisch relevante milieuaspecten (zoals bodem, water, flora en fauna en milieuzonering) aan de orde. In hoofdstuk 5 wordt de juridische vormgeving van het plan toegelicht. Hierna komen in hoofdstuk 6 en 7 de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke toetsing/overleg aan de orde.

6

Gemeente Halderberge

2

PLANBESCHRIJVING

2.1

Inleiding Voor het formuleren van het beleid en het opstellen van het bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangspunten en de huidige situatie van het plangebied goed in beeld wordt gebracht. Het plangebied is om deze reden geïnventariseerd en geanalyseerd. In dit hoofdstuk worden de huidige en beoogde situatie binnen het plangebied beschreven. Ook wordt ingegaan op stedenbouwkundige inpassing en parkeren.

2.2

Beschrijving huidige situatie De gronden kennen thans een agrarische functie. Deze gronden worden feitelijk gebruikt als weiland en worden daartoe regelmatig bewerkt. Voor deze gronden geldt dat deze vrij zijn van bebouwing, uitgezonderd kleinschalige terreinafscheidingen. Door de afwezigheid van bomen is er sprake van weidse doorzichten. Direct ten oosten bevindt zich de Bornhemweg met daarlangs verspreid liggende bebouwing. Ten zuiden van de locatie vormt zich de kern van Oudenbosch, alwaar de bebouwing intensiveert.

Satellietfoto plangebied (rood omkaderd). Bron: cyclomedia, 2020.

2.3

Beoogde situatie plangebied Binnen het plangebied wordt beoogd 18 ruimte-voor-ruimtekavels te realiseren in combinatie met een groenblauwe ontwikkeling. Navolgend is een uitsnede van het verkavelingsplan opgenomen.

Bestemmingsplan “RvR Bornhemweg ong. naast nr. 129a, Oudenbosch”

7

Verkavelingsplan locatie Bornhemweg. Bron: Compositie 5 stedenbouw, 2021.

De woningen betreffen vrijstaande woningen en zullen worden gesitueerd langs de Bornhemweg en langs de noordelijke dorpsrand. Het gebied is bereikbaar via de Bornhemweg. Voor de geprojecteerde woningen geldt dat deze zijn opgebouwd uit twee bouwlagen met kap. De maximale goot- en bouwhoogte bedraagt 6,5 respectievelijk 10 meter. De woningen worden landschappelijk ingepast. Hiertoe is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Dit landschappelijk inpassingsplan is nader beschreven in paragraaf 2.5. Het parkeren vindt hoofdzakelijk plaats op eigen terrein en gedeeltelijk binnen de openbare ruimte, zoals verantwoord in paragraaf 2.6. Onderdeel van de ontwikkeling betreft de realisatie van een robuust groengebied dat geschikt is voor waterbergingscompensatie (voor zowel de beoogde nieuwbouwwoningen als de bestaande woonwijk aan de noordkant van Oudenbosch) en tevens een uitnodigende noordelijke entree vormt. Hiertoe is een stedenbouwkundige/landschappelijke visie opgesteld die voorziet in een groene dorpsrand met ruimte voor wonen, waterberging en recreatie. De visie is bijgevoegd als bijlage 1 bij deze toelichting. De buitenste locaties, gelegen aan de historische linten en dijken rondom Polder Buitenloos vormen de aanleiding voor stedelijke ontwikkeling. Een van deze twee locaties betreft de planlocatie aan de Bornhemweg.

8

Gemeente Halderberge

Uitsnede visiekaart uit de ontwikkelingsvisie. De visiekaart beslaat de gehele noordelijke dorpsrand van Oudenbosch.

2.4

Stedenbouwkundige inpassing, beeldkwaliteit en duurzaamheid Stedenbouwkundige inpassing Van oudsher vormen de dijken rondom de polders ten noorden van Oudenbosch de stedenbouwkundige structuren, waarbij in de loop der tijd bebouwingslinten zijn ontstaan. De van oorsprong agrarische linten zijn steeds meer verdicht naar mate het dorp in noordelijke richting is uitgebreid. Hierbij hebben de agrarische functies deels plaatsgemaakt voor een gemengd gebied met wonen, werken en industrie. In de afgelopen decennia is de noordrand van Oudenbosch hierdoor onordelijk geraakt en ligt het dorp met zijn rug naar het landschap. Door een nieuwe groene dorpsrand te ontwikkelen met ruimte voor wonen, recreëren en waterberging worden dorp en landschap weer met elkaar verweven. De ontwikkeling van 18 ruimte-voor-ruimtekavels valt binnen de visie voor de nieuwe dorpsrand. Hierin wordt de overgang van de bebouwde kom van Oudenbosch naar het lint in het buitengebied als uitgangspunt genomen. Het bestaande lint wordt op losse wijze aangevuld met enkele woningen, waartussen ruime doorzichten naar het polderlandschap de aandacht opeisen. Deze doorzichten tussen de erven aan het lint zijn karakteristiek voor de opbouw en beleving van de Bornhemweg ten noorden van Oudenbosch. De doorzichten worden begeleid door vrijstaande woningen op ruime

Bestemmingsplan “RvR Bornhemweg ong. naast nr. 129a, Oudenbosch”

9

kavels en een bomenrij die deze landschappelijk inpast. De doorzichten eindigen in de waterberging aan de westzijde van het plangebied en bieden daarnaast een wijds doorzicht de polder in. Beide doorzichten worden begeleid door een landschappelijke woonstraat met bomenrij. De zichtlijn vanaf de woonstraten volgen de landsstructuren van de doorzichten. Een berijdbaar voetpad voorziet in een recreatieve- en calamiteitenontsluiting tussen beide woonstraten. Het plan is zo opgezet dat een mogelijke toekomstige aansluiting op de bestaande wijk (Strijmondlaan) mogelijk gemaakt wordt. Een informeel wandelpad voorziet verder in de mogelijkheid tot een recreatief rondje, dat ook aangesloten wordt op de aangrenzende wijk. Alle woningen zijn georiënteerd op de openbare ruimte, met name op de open landschapsstructuren, waar ook een waterberging ontwikkeld zal worden. Hierdoor ontstaat een ontspannen, groene woonwijk die een zachte overgang vormt tussen het dorp en het landschap. Beeldkwaliteit Voor onderhavig bouwplan is een beeldkwaliteitplan opgesteld. Het beeldkwaliteitplan geeft inzicht in de gewenste identiteit van het woongebied en de vertaling ervan in de uitstraling van de architectuur en de inrichting van de openbare ruimte. Dit is verwoord en verbeeld door middel van een set spelregels.

Deze spelregels gaan onder andere over stedenbouwkundige aspecten, bebouwingstypologie, architectonische uitstraling, kapvorm, rooilijn, bouwhoogte, positionering en oriëntatie van de bebouwing, kleurstelling en materiaalgebruik en erfafscheidingen. Voor de welstandscommissie vormt het beeldkwaliteitplan een toetsingskader, als onderdeel van het welstandsbeleid. Het beeldkwaliteitplan is als bijlage 2 gevoegd bij deze toelichting. Duurzaamheid Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Die eisen vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). Het uitgangspunt van de ontwikkeling is dat woningen energieneutraal, gasloos en onderhoudsarm worden geproduceerd. De ambitie van dit plan is om zoveel mogelijk duurzame systemen in de woningen te implementeren en zo klimaat bestendig te bouwen. Daarbij kan worden gedacht aan een warmtepompsysteem, ventilatiesysteem en zonnepanelen. Een warmtepomp verwarmt de woningen en zorgt voor warm water om te douchen. Een door co² sensoren gestuurde ventilatie meet hoeveel lucht er moet worden aan- en afgevoerd. Door dit slimme systeem gaat er geen energie verloren aan het verwarmen van overtollige lucht.

De energiemonitor geeft continu aan hoeveel energie er verbruikt én opwekt wordt. Daken kunnen worden bekleed met zonnepanelen waarmee eigen energie wordt opwekt. De ligging van de kavels hiervoor is gunstig. Dankzij deze maatregelen hebben bewoners die bewust met energie omgaan geen energiekosten meer.

10

Gemeente Halderberge

2.5

Landschappelijk inpassingsplan Ten behoeve van de landschappelijke inpassing van de ruimte-voor-ruimte-woningen is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Deze is als bijlage 1 gevoegd bij de regels. Navolgend is hiervan een uitsnede opgenomen.

Uitsnede landschappelijk inpassingsplan. Bron: Compositie 5 stedenbouw bv, 2021.

Het landschappelijk inpassingsplan voorziet in een landschappelijke bomenstructuur die onderdeel is van de nieuwe robuuste groenstructuur uit de visie voor de dorpsrand. Aan de westzijde sluit deze aan op de bestaande groenstructuur ten noorden van de begraafplaats en aan de oostzijde sluit deze aan op de laanstructuur van de Bornhemweg. De bomenrijen volgen de kavelstructuren en begeleiden daarmee de zichtlijnen het open polderlandschap in. Door de bomen tussen de woningen/voortuinen en de rijbaan te positioneren wordt de ruimte van de wegen toegevoegd aan het doorzicht, waardoor deze optimaal van grootte zijn. Daarnaast kan vanaf de rijbaan genoten worden van het weidse doorzicht en worden de woningen ingepast met de bomen. Bij de bomen die niet direct aan de wegen gekoppeld zijn is gekozen voor een speelsere, luchtigere compositie. Hierdoor wordt voorkomen dat het aanzicht te strak/stedelijk wordt. De bomen zijn een landschappelijke mix bestaande uit zomerlinde (Tilia platyphyllos), zomereik (Quercus robur), zwarte berk (Betula nigra) en zwarte els (Alnus glutinosa). Deze bomen komen in de omgeving veelvuldig voor en zijn belangrijke structuurdragers voor het landelijke gebied rondom Oudenbosch. Bovendien bieden deze bomen belangrijke ecologische waarde voor diverse fauna waaronder bijen, vlinders en vogels.

Aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing is gewaarborgd in de regels.

Bestemmingsplan “RvR Bornhemweg ong. naast nr. 129a, Oudenbosch”

11

2.6

Parkeren & verkeer

2.6.1 Parkeren Toetsingskader Met de inwerkingtreding van de “Reparatiewet BZK” op 29 november 2014 is het verplicht om het parkeren te reguleren middels de bestemmingsregeling. In de bestemmingsregeling kan worden opgenomen dat bij aanvraag om omgevingsvergunning (voor het bouwen en / of afwijken) dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde parkeernormen. In het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ dient echter al bij vaststelling van een bestemmingsplan inzichtelijk te worden gemaakt dat redelijkerwijs in de aldus benodigde parkeerplaatsen feitelijk duurzaam kan worden voorzien (ECLI:NL:RVS:2017:1036, r.o. 5.3). Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door het geldende parkeerbeleid. Beoordeling Door de gemeente Halderberge zijn in de ‘Kadernota Parkeren 2017-2021’ d.d. 9 februari 2017 parkeernormen gesteld waarbij zoveel mogelijk aansluiting is gezocht bij de parkeernormen zoals die zijn gesteld in de destijds geldende publicatie van het CROW. De kadernota onderscheidt parkeernomen voor het gebied ‘Gebied A Centrum Oudenbosch’, ‘Gebied B Oudenbosch’ en ‘Gebied C overig’. Het plangebied is blijkens de bijbehorende kaart gelegen in het gebied ‘Gebied C overig’. In de bijlage bij de kadernota zijn de parkeernomen per functie benoemd. Voor de functie woningen gelden de volgende parkeercijfers:

Parkeernormen voor de functie woningen per deelgebied. Rood omkaderd is de relevante parkeernorm voor onderhavig initiatief. Bron: bijlage 1 ‘Kadernota Parkeren 2017-2021’ van de gemeente Halderberge.

Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling dienen (18 x 2,3) = 41,4 parkeerplaatsen binnen het plangebied te worden gerealiseerd. De woningen beschikken op basis van het verkavelingsplan over een garage met dubbele oprit. In theorie wordt daarmee voorzien in drie parkeerplaatsen per woning. In de praktijk wordt de garage echter vaak niet gebruikt ten behoeve van parkeren. Daarom hanteert het gemeentelijk parkeerbeleid voor dergelijke garages met oprit een berekeningsaantal van 1,8 parkeerplaatsen. Op basis van het verkavelingsplan en de berekeningsmethodiek uit het parkeerbeleid worden (18 x 1,8) = 32,4 parkeerplaatsen gerealiseerd binnen de woonpercelen. De overige 9 parkeerplaatsen dienen te worden gerealiseerd binnen het openbaar gebied. Binnen de groenbestemming is hiervoor de aanduiding ‘specifieke vorm van groen - parkeren’ opgenomen, alwaar de 9 parkeerplaatsen gerealiseerd kunnen worden. Ten tijde van de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de

12

Gemeente Halderberge

activiteit ‘bouwen’ zal concreet inzichtelijk moeten worden gemaakt waar de parkeerplaatsen worden gerealiseerd en wat de concrete parkeereis bedraagt. De Kadernota Parkeren 2017-2021 vormt hiervoor een rechtstreeks toetsingskader. Toepassing van dit parkeerbeleid is in de regels van dit bestemmingsplan gewaarborgd. In het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ maakt het bovenstaande inzichtelijk dat redelijkerwijs in de benodigde parkeerplaatsen kan worden voorzien. Conclusie Binnen het plangebied is voldoende ruimte om te kunnen voldoen aan de parkeernorm zoals gesteld in de ‘Kadernota Parkeren 2017-2021’ van de gemeente Halderberge. Realisatie van de benodigde parkeerplaatsen is gewaarborgd in de regels.

2.6.2 Verkeer Teneinde de verkeersgeneratie te bepalen die gepaard gaat met de nieuwbouw, dienen de kengetallen uit de ASVV 2012 van het CROW te worden geraadpleegd. Het plangebied is gelegen in het buitengebied en te typeren als niet stedelijk. Bij het te realiseren woningtype vrijstaand hoort een maximaal aantal voertuigbewegingen per etmaal (vpe) van 8,6 per woning. Derhalve genereert het plan in totaal maximaal (8,6 x 18) = 154,8 voertuigbewegingen per etmaal. Het plangebied wordt ontsloten op de Bornhemweg. Dit betreft ter hoogte van het plangebied een buitenstedelijke weg die Oudenbosch met Standdaarbuiten verbindt. Op basis van tellingen in de periode van 9 t/m 17 april 2018 verwerkte de Bornhemweg gemiddeld 3.986 voertuigbewegingen per etmaal. Voor erftoegangswegen geldt dat deze tot maximaal 6.000 voertuigbewegingen kunnen verwerken. Voor een doorgaande weg zoals de Bornhemweg ligt dit aantal nog hoger. Van een toename van maximaal 154,8 vpe kan derhalve worden gesteld dat deze eenvoudig door de bestaande Bornhemweg te verwerken zijn. Via deze weg is bovendien de Rijksweg A17 snel en buiten de kern van Oudenbosch om te bereiken. Een toename van 154,8 vpe vormt derhalve geen probleem ten aanzien van afwikkeling van verkeersstromen.

Om een verkeersveilige ontsluiting van het plangebied te verzekeren, is in het onderhavige bestemmingsplan een ruimtereservering opgenomen om zodoende het bestaande fietspad en de watergang langs de Bornhemweg te verleggen tot binnen het plangebied. Daarmee ontstaat tussen het fietspad langs de Bornhemweg en de Bornhemweg zelf een opstelruimte voor de auto zodat automobilisten van en naar het plangebied de Bornhemweg veilig kunnen in- en afslaan.

Bestemmingsplan “RvR Bornhemweg ong. naast nr. 129a, Oudenbosch”

13

14

Gemeente Halderberge

3

BELEIDSKADER

3.1

Inleiding De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door landelijke, provinciale, en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), 2012 Toetsingskader Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze structuurvisie vormt de uitwerking van de ambities van het Rijk, op basis van haar verantwoordelijkheden, in Rijksdoelen en daarmee samenhangende nationale belangen op het gebied van een samenhangend ruimtelijk en mobiliteitsbeleid. Het Rijk heeft tot doel Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te maken in een periode van economische conjunctuurschommelingen, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen. Aanleiding voor het vaststellen van de visie is de constatering dat het voorheen geldende ruimtelijke Rijksbeleid onvoldoende bijdroeg aan het behalen van deze doelen, onder meer door het veroorzaken van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving en een te sectorale blik op vraagstukken. Om dit te keren brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat en laat het meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk onderscheidt thans nog dertien nationale belangen; uitsluitend op basis van deze belangen intervenieert het Rijk in de ruimtelijke ordening. Een groot deel van deze belangen leidt tot het reserveren van ruimte voor functies.

Dit betreft dan bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor waterberging, militaire activiteiten en de uitbreiding van het hoofdwegennet. Deze belangen zijn vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Eén van de belangen die niet leidt tot een ruimtereservering is het belang van een 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten'. In het kader van dit belang heeft het Rijk besloten om, ten behoeve van het verminderen van de bestuurlijke drukte en het neerleggen van verantwoordelijkheden bij decentrale overheden, de verstedelijkingsstrategie te wijzigen. Dit houdt in dat het bundelingsbeleid, verdichtingsbeleid, locatiebeleid voor bedrijven en voorzieningen, beleid voor basiskwaliteit, stedelijke netwerken, nationale landschappen en rijksbufferzones is afgeschaft en dat daar slechts één beleidslijn voor terug komt: de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Deze 'ladder' heeft tot doel het principe van vraaggericht programmeren en het principe van zorgvuldig ruimtegebruik bindend voor te schrijven bij de afwegingen van gemeenten en provincies. Dit belang is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Grondgedachte van de 'ladder' is dat een activiteit op meerdere locaties zou kunnen plaatsvinden en dat vervolgens de planologisch meest juiste locatie gekozen moet

Bestemmingsplan “RvR Bornhemweg ong. naast nr. 129a, Oudenbosch”

15

worden. Dat gaat uit van de activiteit. Hiermee wordt beoogd om de voorheen bestaande praktijk, waarbij in veel gevallen een bestemming wordt gezocht voor een bepaalde locatie (bv. herbestemmen van een voormalige vuilstortplaats), om te vormen. Beoordeling Het voorliggende plangebied is niet gelegen in een gebied waarvoor van rijkswege een ruimtereservering geldt (met uitzondering van de ligging in een radarverstoringsgebied). Uitsluitend het nationale belang van een ‘zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten’, als vervat in de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’, is van toepassing op het onderhavige bestemmingsplan. Aan dit belang wordt navolgend getoetst. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het onderhavige plangebied niet gelegen is in een gebied waarvoor van Rijkswege een relevante ruimtereservering geldt. Aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt navolgend getoetst.

3.2.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 Toetsingskader Het Rijk heeft in de hiervoor genoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmings- en wijzigingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening.

Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Beoordeling Volgens de kaarten behorende bij het Rarro is het plangebied gelegen binnen het radarverstoringsgebied van het radarstation op de locatie Herwijnen en Woensdrecht. In een gebied rondom deze radarstations moet rekening worden gehouden met de functionele bruikbaarheid daarvan. Rondom het radarstation mogen geen

16

Gemeente Halderberge

bestemmingen opgenomen worden die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. In het radarverstoringsgebied van Herwijnen is de maximale hoogte van windturbines gesteld op 90 meter ten opzichte van NAP. In het onderhavige plan worden geen windturbines mogelijk gemaakt en ook geen nieuwe bebouwing boven de ter plaatse geldende maximale hoogtemaat. Het initiatief heeft daarmee geen gevolgen voor het radarstation Herwijnen. Vanuit het radarstation Woensdrecht gelden eveneens geen belemmeringen nu de maximale bouwhoogte 113 meter bedraagt voor alle bouwwerken. Deze bouwhoogte wordt niet bereikt met onderhavig planvoornemen.

Ligging van Oudenbosch binnen het radarverstoringsgebied van vliegbasis Woensdrecht en Herwijnen. Met de gele ster wordt het plangebied aangeduid. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020.

Voor het overige zijn er ten aanzien van het onderhavige plangebied geen regels uit het Barro en het Rarro van toepassing, aangezien er bij de onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden zijn gemoeid. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ontwikkelingen passend zijn binnen de regels zoals gesteld in het Barro en de Rarro.

3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro) Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden. Het Bro regelt thans dat ‘de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke

Bestemmingsplan “RvR Bornhemweg ong. naast nr. 129a, Oudenbosch”

17

ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien’. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ als een ‘open norm’ is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden. Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde ‘overzichtsuitspraak’ gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uit een worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ concreet worden toegepast. Beoordeling Toepassing van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in.

Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de ‘ladder’ verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de ‘ladder’ niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ worden voldaan. a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? e. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt.

Uit de Nota van Toelichtingen op het Besluit van 21 april 2017 tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening in verband met de aanpassing van de ladder voor duurzame verstedelijking volgt dat ontwikkelingen en regelingen die geen extra verstedelijking mogelijk maken, maar bebouwing reduceren of verplaatsen, zoals de Ruimte voor ruimteregelingen, niet worden gezien als stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder (Stb. 2017/182, p. 10). Met onderhavig initiatief wordt gebruik gemaakt van een dergelijke Ruimte voor ruimteregeling. De ontwikkeling is daarom niet aan te merken als ‘stedelijke ontwikkeling’. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ behoeft om die reden niet verder te worden doorlopen. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ruimtelijke ontwikkeling niet is aan te merken als een ‘stedelijke ontwikkeling’.

18

Gemeente Halderberge

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving’, 2018 Toetsingskader De Omgevingsvisie Noord-Brabant 'De Kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving', is vastgesteld door Provinciale Staten op 14 december 2018. Aan de hand van de Omgevingsvisie geven Provinciale Staten aan wat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren zijn. De Omgevingsvisie geldt als opvolger van de strategische elementen van eerdere provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu-en waterplan en de natuurvisie. Voor wat betreft sectorale beleidsdoelen blijven de huidige plannen, waaronder de SVRO, vooralsnog gelden. In de aankomende Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de Omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn, te weten wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn. Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen.

De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Het bereiken van een gezonde leefomgeving is essentieel. Om die doelstelling kracht bij te zetten wordt de Brabantse Omgevingsscan vanaf de vaststelling van de Omgevingsvisie geïmplementeerd in de nieuwe werkwijze onder de Omgevingswet. Deze omgevingsscan is een instrument om invulling te geven aan de positie van gezondheid in de nieuwe bestuurspraktijk onder de Omgevingswet. Beoordeling Met de omgevingsvisie kiest de provincie er voor om haar rol te veranderen. Waar zij eerst concreet richting en sturing gaf aan de hand van min of meer concrete regels en uitgangspunten, gaat het nu meer om het beoordelen van initiatieven in ruimer verband en gericht op het behalen van doelen voor de leefomgeving waarbij een belangrijke rol voor de gemeente is weggelegd. Het voorliggend initiatief betreft de realisatie van 18 ruimte-voor-ruimtekavels in ruil voor eerder geboekte kwaliteitswinst vanwege de beëindiging van meerdere intensieve veehouderijen. Met name de beëindiging van de intensieve veehouderijen biedt duidelijk een kwalitatieve verbetering van de leefomgeving in Noord-Brabant.

Op lokaal niveau worden de woningen gerealiseerd in combinatie met een groenblauwe ontwikkeling en een kwaliteitsimpuls voor de noordelijke rand van Oudenbosch. Daarmee is het initiatief passend binnen de omgevingsvisie. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie van de provincie NoordBrabant

Bestemmingsplan “RvR Bornhemweg ong. naast nr. 129a, Oudenbosch”

19

3.3.2 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (SVRO) – partiële herziening 2014, 2014 Toetsingskader De Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 – partiële herziening 2014 (SVRO 2014) betreft een herziening van de op 1 oktober 2010 vastgestelde Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010. De partiële herziening is door Provinciale Staten van Noord-Brabant op 7 februari 2014 vastgesteld en is in werking getreden op 19 maart 2014. Deze structuurvisie geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 weer (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De genoemde visie in de partiële herziening is doorvertaald in de regels van de Verordening ruimte 2014. Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch, mobiliteits-, sociaal-, cultureel-, milieu- en natuurbeleid. Het doel dat centraal staat in de SVRO is een goede woon-, werk- en leefomgeving voor inwoners en bedrijven in Noord-Brabant. Beoordeling Op de structurenkaart van de SVRO 2014 is het plangebied gelegen binnen de structuur ‘Landelijk gebied’ met als perspectief ‘Accent agrarische ontwikkeling’.

Uitsnede Structurenkaart uit Structuurvisie Ruimtelijke Ordening met het plangebied aangeduid met een rode contour. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020.

Binnen het landelijk gebied onderscheidt de provincie het gemengd landelijk gebied en accent agrarische ontwikkeling. Gebieden in het accentgebied agrarische ontwikkeling worden gekenmerkt door mogelijkheden om de positie van de aanwezige sectoren te versterken. De inzet van de provincie richt zich daarbij op behoud en versterking van de economische positie van de aanwezige agrarische sector. Ontwikkelingen zijn gericht op een verdere verduurzaming en meerwaardecreatie. In deze gebieden ziet de provincie ook ontwikkelingsmogelijkheden voor activiteiten die gelieerd zijn aan de in

20

Gemeente Halderberge

het gebied voorkomende agrarische sector mits daarmee een bijdrage wordt geleverd aan de duurzaamheidsdoelen. Binnen de verschillende deelgebieden wordt clustering en samenwerkingscollectieven van gelijkgeaarde bedrijven, aansluitend op de bestaande, sterk vertegenwoordigde sector in het gebied, nagestreefd. Het onderhavige initiatief voorziet in woningbouw binnen het gebied accent agrarische ontwikkeling. Strikt genomen is woningbouw in dit gebied niet direct passend binnen de provinciale structuurvisie. Met onderhavig initiatief wordt de woningbouw echter voorzien aan de rand van de bestaande kern, een plaats waar uitbreiding van agrarische functies al belemmerd wordt door de bestaande stedelijke functies. Met de gekozen positionering van de nieuwe woningen wordt rekening gehouden met eventuele uitbreidingsmogelijkheden van bestaande omliggende agrarische functies. Dit is nader verantwoord in hoofdstuk 4. Van belemmering van omliggende agrarische bedrijven is derhalve geen sprake, waarmee aldus ook de doelstellingen voor het gebied accent agrarische ontwikkeling worden nagestreefd. Het planvoornemen is daarmee passend binnen de uitgangspunten zoals geformuleerd in de provinciale structuurvisie. Conclusie De gewenste ontwikkeling is passend binnen de provinciale Structuurvisie.

3.3.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Toetsingskader In de Omgevingsvisie zijn de strategische doelen van het provinciale beleid voor de langere termijn aangegeven. Het beleid en de daartoe te treffen maatregelen zijn uitgewerkt in programma’s en waarden worden beschermd via de omgevingsverordening. Per 25 oktober 2019 is de nieuwe Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov) vastgesteld. Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet ingaat. Met een Interim omgevingsverordening zet de provincie Noord-Brabant een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels, maar voegt bestaande regels uit zes bestaande verordeningen samen, waaronder de Verordening NoordBrabant. Met de Interim omgevingsverordening zet de provincie een eerste stap om de regels beter te laten aansluiten bij de werkwijze van de Brabantse Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening zorgt ervoor dat de provincie en partijen waar ze mee samenwerkt ervaring kunnen opdoen met die nieuwe werkwijze, waarbij er meer ruimte is om goede initiatieven van inwoners, ondernemers en andere overheden te ondersteunen en maatwerk toe te passen. Beoordeling Het plangebied ligt geheel binnen het ‘Gemengd landelijk gebied’ (art. 3.68 e.v. Iov).

Voor het overige ligt binnen het plangebied geen ander werkingsgebied. Wel gelden de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zoals geformuleerd in art. 3.5 t/m 3.8 Iov.

Bestemmingsplan “RvR Bornhemweg ong. naast nr. 129a, Oudenbosch”

21

Uitsnede kaartbeeld ‘Basiskaart landelijk gebied’ uit de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020.

Uitsnede kaartbeeld ‘Stedelijke ontwikkeling en erfgoed’ uit de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020.

22

Gemeente Halderberge

Uitsnede kaartbeeld ‘Stedelijke ontwikkeling en erfgoed’ uit de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020.

Artikel 3.36 reservering waterberging Een bestemmingsplan van toepassing op Reservering waterberging strekt mede tot behoud van het waterbergend vermogen van dat gebied. De toelichting bij een bestemmingsplan bevat een verantwoording over de wijze waarop de geschiktheid van het gebied voor waterberging behouden blijft indien dat bestemmingsplan voorziet in een ontwikkeling van functies. Voor zover onderhavig plangebied ligt binnen Reservering waterberging geldt dat aldaar niet wordt voorzien in een stedelijke ontwikkeling, maar enkel in een groenblauwe ontwikkeling. Daarmee blijft het gebied niet alleen geschikt voor waterberging, maar wordt daarvoor juist geschikter. Het planvoornemen is daarmee in zoverre passend binnen de gebieden aangewezen als Reservering waterberging. Artikel 3.68 wonen in landelijk gebied Een bestemmingsplan dat is gelegen in het (gemengd) landelijk gebied bepaalt dat alleen bestaande burgerwoningen, bedrijfswoningen of solitaire recreatiewoningen zijn toegestaan. Het onderhavige ruimtelijke besluit maakt de nieuwbouw van 18 ruimtevoor-ruimtekavels mogelijk. Dit is in beginsel enkel mogelijk binnen het ‘Stedelijk gebied’ en niet binnen het landelijk gebied. Voor de ontwikkeling van ruimte-voor-ruimtekavels geldt echter een bijzondere bepaling, opgenomen in art. 3.80 Iov. Hier wordt navolgend aan getoetst.

Bestemmingsplan “RvR Bornhemweg ong. naast nr. 129a, Oudenbosch”

23

Artikel 3.80 ruimte-voor-ruimte Toetsingskader Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in één of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels, ieder ten behoeve van de bouw van één woning, indien: a. er sprake is van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit; b. de ruimte-voor-ruimtekavel op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; c. een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd; d. er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling behoudens in geval de locatie ligt binnen Verstedelijking afweegbaar. Beoordeling Onderhavig planvoornemen voorziet in de realisatie van 18 ruimte-voor-ruimtekavels. Het initiatief is mogelijk indien voldaan wordt aan specifieke voorwaarden. Deze voorwaarden worden hieronder nagelopen. ad a. Er dient sprake te zijn van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit. Een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit als hierboven bedoeld betekent dat per ruimte-voor-ruimtekavel is aangetoond dat aan specifieke voorwaarden genoemd onder art. 3.80, lid 2 Iov is voldaan.

Artikel 3.80, lid 3 bepaalt echter dat in afwijking hiervan een bestemmingsplan kan voorzien in een ruimte-voor-ruimtekavel als deze wordt ontwikkeld door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit door toepassing van de Regeling beëindiging veehouderijtakken. In onderhavig geval worden alle kavels ontwikkeld door de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte (18 bouwtitels, titelnummer 20170288 t/m 20170305). ad b. De ruimte-voor-ruimtekavels dienen op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie te liggen. Een bebouwingsconcentratie is in de Interim omgevingsverordening gedefinieerd als: ‘kernrandzone, bebouwingslint of bebouwingscluster'. Specifiek is het plangebied gelegen langs een bebouwingsconcentratie aan de rand van het bestaand stedelijk gebied, in het overgangsgebied naar het buitengebied. Voorts liggen de kavels op een planologisch aanvaardbare locatie.

Het plangebied gaat ruimtelijk gezien onderdeel uitmaken van de bebouwde kom van Oudenbosch (de locatie van het kombord blijft ongewijzigd waardoor het plangebied conform het Verkeersbesluit buiten de komgrens blijft vallen), waardoor stedelijke functies geconcentreerd blijven, op een locatie waar de ontwikkeling geen belemmering vormt voor bestaande functies (nader uitgewerkt in paragraaf 4.8 en 4.9). Ook komen geen bestaande natuurlijke of ecologische waarden in geding. De gemeente Halderberge beschikt over de ‘Gebiedsvisie voor bebouwingsconcentraties Halderberge’. In de gebiedsvisie voor de bebouwingsconcentraties, die door de raad van de gemeente op 6 juni 2009 is vastgesteld, verwoordt de gemeente beleid voor de verschillende kernranden, clusters en linten binnen de gemeente. In de gebiedsvisie zijn locaties aangewezen als mogelijk zoekgebied voor extra bebouwing, maar ook als locatie voor herstructurering in plaats

24

Gemeente Halderberge

van extra bebouwing. Te behouden openheid-gebieden en te behouden doorzichten zijn geduid. De begrenzing van de bebouwingsconcentraties uit de gebiedsvisie is overgenomen in het vigerende bestemmingsplan. Het onderhavige plangebied is in de gebiedsvisie gelegen aan de rand van de bebouwingsconcentratie ‘Oudland’. De bebouwingsconcentratie Oudland ligt op een middeleeuwse dijk. Hierover wordt in de gebiedsvisie gesteld dat deze groene ruggengraat kan worden opgewaardeerd door ontwikkelingsmogelijkheden in het teken te laten staan van het versterken van de groenstructuur. Voorts blijkt uit de visie dat de landschappelijke structuur ten oosten van de dijk meer besloten is. Bij deze karakteristiek kan worden aangesloten door de percelen ten oosten van de Bornhemweg aan te duiden als zoekgebied voor extra bebouwingsmogelijkheden. Aan deze zijde kan hierdoor tevens de noordelijke entree van Oudenbosch worden versterkt. Als uitloper van de kern wordt zo een natuurlijke overgang richting het landschap bewerkstelligd. Richting het westen zijn er zichtrelaties richting het open landschap tussen de concentraties Havedijk en Oudland aanwezig. Deze zichtrelaties blijven in de visie gewaarborgd door het zoekgebied voor extra bebouwingsmogelijkheden zo veel mogelijk te beperken.

De Gebiedsvisie voor bebouwingsconcentraties Halderberge fungeert als toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen in de onderscheidde bebouwingsconcentraties waarbij het vanwege de begrenzing van de bebouwingsconcentraties in de regel gaat om de kleinschaligere ontwikkelingen die toezien op perceelniveau. Het onderhavige planvoornemen betreft een grootschaliger project welke daardoor niet passend is in de voornoemde gebiedsvisie. Voor deze ontwikkeling is daarom een separate visie opgesteld, benoemd in paragraaf 2.3 van deze toelichting en nader uitgewerkt verderop in deze paragraaf. Uitgangspunten uit de Gebiedsvisie voor bebouwingsconcentraties Halderberge voor deze locatie blijven echter wel gerespecteerd. Zo staat de ontwikkeling in het teken van het versterken van de groenstructuur, blijven zichtlijnen met het stedenbouwkundig ontwerp zo veel als mogelijk behouden en wordt beoogde de noordelijke entree van Oudenbosch te versterken, hetgeen passend en ook wenselijk is conform de Gebiedsvisie voor bebouwingsconcentraties Halderberge. ad c. Een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woningen dient te zijn verzekerd. Voor het onderhavige planvoornemen is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld (zie paragraaf 2.5). Aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing is gewaarborgd in de regels.

Hiermee is een goede landschappelijke inpassing verzekerd. ad d. Er mag geen sprake zijn van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling. Wanneer een ontwikkeling leidt tot een aanzet voor stedelijke ontwikkeling is maatwerk. Hierbij spelen diverse factoren een rol zoals de omvang van de bebouwingsconcentratie, de ligging ten opzichte van de kern, de omvang van de desbetreffende kern, omliggende functies en waarden etc. Met de provincie heeft reeds afstemming plaatsgevonden omtrent onderhavige ontwikkeling. Hierbij is de omvang van de ontwikkeling bestemd als een stedelijke ontwikkeling. In beginsel verhindert deze voorwaarde derhalve de ontwikkeling van de 18 kavels binnen het plangebied. De voorwaarde dat geen sprake mag zijn van een stedelijke ontwikkeling geldt echter niet indien de ontwikkeling plaatsvindt binnen het werkingsgebied ‘Verstedelijking

Bestemmingsplan “RvR Bornhemweg ong. naast nr. 129a, Oudenbosch”

25

afweegbaar’. Dit werkingsgebied ligt niet binnen het plangebied. Met de provincie is daarom afgestemd dat een herbegrenzing van dit werkingsgebied zal plaatsvinden, zodanig dat deze binnen het plangebied komt te liggen. Het verzoek tot herbegrenzing is mogelijk op basis van art. 5.3 Iov. In zo’n geval verzoekt het college van burgemeester en wethouders Gedeputeerde Staten om de begrenzing van het werkingsgebied te wijzigen. Wel dient op basis van art. 5.3, lid 1 en lid 4 Iov verantwoord te worden dat de herbegrenzing past binnen de herbegrenzingsvoorwaarden. Hieraan wordt navolgend getoetst. De beoogde stedelijke ontwikkeling is daarmee mogelijk. Artikel 5.3, lid 1 wijziging grenzen van werkingsgebieden Toetsingskader De mogelijkheid tot herbegrenzing van een werkingsgebied is in artikel 5.3, lid 1 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant als volgt opgenomen: Artikel 5.3, lid 1 Iov: Gedeputeerde Staten zijn bevoegd de in deze verordening opgenomen grenzen van een werkingsgebied te wijzigen als één of meer van de volgende gevallen zich voordoet: a. de wijziging is nodig voor een doelmatige uitvoering; b. de wijziging draagt bij aan het doel waarvoor het werkingsgebied is opgenomen; c. de wijziging past binnen de uitgangspunten en basisprincipes van deze verordening; d. er is sprake van kennelijke onjuistheden in de begrenzing; e.

de begrenzing van een gebied is niet langer in overeenstemming met een bestemmingsplan dat overeenkomstig artikel 3.8, derde lid, Wet ruimtelijke ordening is vastgesteld.

Beoordeling In onderhavig geval wordt aangesloten bij het geval genoemd onder c. (de wijziging past binnen de basisprincipes van de verordening). Ter motivering dat het plan past binnen de uitgangspunten van de Interim omgevingsverordening wordt aangesloten bij het voormalige artikel 8.3 van de Verordening ruimte Noord-Brabant, welke handelde over het wijzigen van het ‘Zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling’ (thans ‘Verstedelijking afweegbaar’). De reden hiervoor is dat dit artikel een zelfstandige grondslag bevatte voor het wijzigen van het Zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling. Indien aan die voorwaarden wordt voldaan, kan worden gesteld dat de wijziging past binnen de uitgangspunten van de Interim omgevingsverordening (welke uitgangspunten ten opzichte van de Verordening ruimte Noord-Brabant niet zijn gewijzigd). De mogelijkheid tot herbegrenzing van het Zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling was in de Verordening ruimte van de provincie Noord-Brabant als volgt opgenomen: Artikel 8.3 Verordening ruimte: 1. Het college van burgemeester en wethouders kan Gedeputeerde Staten verzoeken om de aanduiding 'Zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling' te wijzigen in geval: a. dit nodig is vanwege een stedelijke ontwikkeling die tot een duidelijke verbetering van de stedenbouwkundige of landschappelijke kwaliteit leidt; b.

uit een milieueffectrapport, dat op grond van de Wet milieubeheer is opgesteld, blijkt dat daardoor een gunstiger resultaat voor de milieugevolgen wordt bereikt. 2. Een wijziging als bedoeld in het eerste lid is alleen mogelijk indien uit de toepassing van de lagenbenadering blijkt dat de gewenste uitbreidingsrichting aanvaardbaar is of de behoefte aan de uitbreidingsrichting is vervallen.

26

Gemeente Halderberge

Deze voorwaarden zijn gelijk aan de voorwaarden zoals thans genoemd onder artikel 5.3, lid 4 Iov. Aan dit artikel wordt in het kader van het wijzigen van de grenzen van het werkingsgebied Verstedelijking afweegbaar verderop getoetst. Voor wat betreft het vereiste dat de wijziging dient te passen binnen de basisprincipes van de Interim omgevingsverordening is van belang dat vanuit de basisprincipes geldt dat alle aanwezige waarden betrokken worden bij de planontwikkeling en dat daarmee rekening wordt gehouden bij de ruimtelijke inrichting en het stedenbouwkundig ontwerp (principe behoud door ontwikkeling). Door de basisprincipes uit artikel 3.5 ‘Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit’ consequent te doorlopen, worden diverse aspecten die van belang (kunnen) zijn, inzichtelijk, waardoor ook aandacht geschonken wordt aan grote opgaven die spelen zoals duurzame energie, klimaatadaptatie en leegstand. Aan artikel 3.5 wordt verderop getoetst. Conclusie Uit de toetsing aan artikel 5.3, lid 4 Iov dient te blijken dat de wijziging van het werkingsgebied Verstedelijking afweegbaar past binnen de uitgangspunten van de Interim omgevingsverordening. Uit de toetsing aan artikel 3.5 Iov dient te blijken dat de wijziging van het werkingsgebied Verstedelijking afweegbaar past binnen de basisprincipes van de Interim omgevingsverordening. Aan beide artikelen wordt verderop getoetst.

Artikel 5.3, lid 4 wijziging grenzen van werkingsgebieden Toetsingskader Voor het wijzigen van de begrenzing van het werkingsgebied ‘Verstedelijking afweegbaar’ geldt in aanvulling op artikel 5.3, lid 1 dat: a. de wijziging past binnen de regionale afspraken als bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. de wijziging nodig is vanwege een stedelijke ontwikkeling die tot een duidelijke verbetering van de stedenbouwkundige of landschappelijke kwaliteit leidt; c. de gewenste uitbreidingsrichting aanvaardbaar is of de behoefte aan de uitbreidingsrichting is vervallen. Beoordeling Ad. a. De wijziging dient te passen binnen de regionale afspraken. Gedeputeerde Staten organiseren samen met gemeenten, regio's en waterschappen ten minste tweemaal per jaar een regionaal omgevingsoverleg met als doel te komen tot samenhangende afspraken over klimaatadaptatie, energietransitie, duurzame verstedelijking en bereikbaarheid, een duurzame concurrerende economie en zorgvuldig ruimtegebruik. Voor wat betreft de woningbouw die aan onderhavige herbegrenzing ten grondslag ligt geldt dat de behoefte aan woningen in de subregio West (van west-Brabant) bepaald wordt aan de hand van het ‘Perspectief op wonen en woningbouw West-Brabant West 2019’. Hierin stemt de gemeente Halderberge het woningbouwprogramma in regionaal verband af met andere gemeenten in de regio West-Brabant West.

Bestemmingsplan “RvR Bornhemweg ong. naast nr. 129a, Oudenbosch”

27

Woningbehoefteprognose gemeente Halderberge. Bron: ‘Perspectief op wonen en woningbouw West-Brabant West 2019’.

In het woningbouwprogramma van Halderberge staat de ambitie om ruim 1.000 woningen te realiseren de komende 10 jaar. Ruim 60% van de plannen zitten op inbreidingslocaties. In het programma is er naar verwachting nog voldoende flexibele ruimte voor transformatie. Eenmaal per jaar vindt er een actualisatie van de woningbehoefte plaats door het uitvoeren van de woningbehoeftepeilingen, op basis van de actuele informatie wordt het woningbouwprogramma bijgesteld. Onderhavig plan behelst de realisatie van 18 nieuwe woningen. De flexibele ruimte in het woningbouwprogramma bedraagt 202 woningen. Hiermee past de ontwikkeling binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma. Hoewel onderhavig bestemmingsplan enkel toeziet op de realisatie van 18 ruimte-voorruimtekavels, kan de ontwikkeling van deze kavels niet los worden gezien van de groenblauwe ontwikkeling in de vorm van een nieuw groengebied langs de noordelijke rand van Oudenbosch dat geschikt is voor waterbergingscompensatie en tevens (in gezamenlijkheid met de woningbouw uit onderhavig plan) zorgt voor een afronding van de noordelijke dorpsrand. Onderdeel daarvan vormt ook de mogelijke realisatie van een nieuwe A-waterloop.

Deze A-waterloop zou worden gerealiseerd op verzoek van het waterschap Brabantse Delta en zorgt voor een verbinding van de waterlopen langs de Bornhemweg ten zuiden van het plangebied met het nieuwe groengebied ten noorden van de dorpskern (en direct ten westen van onderhavige plangebied). Ook voor wat betreft de groenblauwe ontwikkeling heeft derhalve (regionaal) afstemming plaatsgevonden. Ad b. De wijziging is nodig vanwege een stedelijke ontwikkeling die tot een duidelijke verbetering van de stedenbouwkundige of landschappelijke kwaliteit leidt. Aanleiding voor onderhavige ontwikkeling is het voornemen van de gemeente om langs de noordelijke dorpsrand van Oudenbosch enkele groenblauwe maatregelen te treffen, de recreatieve waarde ter plaatse te versterken en de noordelijke dorpsrand kwalitatief af te ronden. Van oudsher vormen de dijken rondom de polders ten noorden van

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/507/documents/15176