CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Warmtevisie Haarlemmermeer 2030.pdf

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 30 september 2021, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: SESSIE 1: 19.00 - 20.30 uur: RV Warmtevisie Haarlemmermeer 2030 (2021.0002134) / RV Beleidskader 'omarmen initiatieven in de warmtetransitie' (2021.0002132)26.435 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Warmte uit de bodem doormiddel van warmte- en koudeopslag Bodemwarmte doormiddel van warmte- en koudeopslag is een bron die al veel wordt toegepast. Het is een bron die zowel collectief als individueel toegepast kan worden. Steeds meer partijen willen gebruik maken van warmte uit de bodem. Deze techniek wordt vaak bij nieuwbouw toegepast, zowel bij grondgeboden woningen als bij hoogbouw. Ook voor goed (na)geïsoleerde bestaande bouw kan het een bruikbare warmtebron zijn.

-

Wij zien warmte uit de bodem als kansrijke en duurzame warmtebron; Wij gaan apart beleid opstellen voor gebieden waarvan we denken dat er veel behoefte is aan bodemenergiesystemen waardoor de systemen elkaar kunnen gaan beïnvloeden. Zo zorgen we ervoor dat de bodemenergie goed benut kan worden;

-

Voor kwetsbare gebieden (bijvoorbeeld risico op kwel, wellen) stellen we waar nodig aanvullende regels op.

Bodemenergie Op basis van de bodemopbouw is de capaciteit berekend voor open bodemenergiesystemen in Haarlemmermeer. Op basis hiervan kan worden gesteld dat de bodem in theorie toereikend zal zijn voor de totale warmtevraag. Voor nieuwbouw is het mogelijk minimaal 4000 woningen per vierkante kilometer te voorzien. Voor bestaande bouw is het minimaal 2600 woningen per vierkante kilometer. Voor gesloten systemen is vastgesteld dat op elke locatie ongeveer 2000 woningen per vierkante kilometer kunnen worden voorzien. Bron: Advies grootschalige toepassing van bodemenergie in de Haarlemmermeer, VHGM, 2021

40

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

Warmte uit de lucht Met behulp van elektriciteit en een warmtepomp kan warmte uit de lucht onttrokken worden. Het is een bron die vooral geschikt is voor grondgebonden woningen omdat er buitenshuis een kastje geplaatst moet worden. Vanwege trillingen en geluid kan deze het beste ook op de grond, los van het huis, worden gepositioneerd. Deze techniek is vooral geschikt voor bestaande woningen waar het relatief duur is om de bodem als warmtebron te gebruiken.

-

Wij zien dit als een kansrijke en geschikte warmtebron voor volledige elektrische gebouwen; Recentelijk zijn de normen voor geluid van warmtepompen aangescherpt, deze volgen wij.

Warmte uit water (aquathermie) Aquathermie is het verwarmen en koelen van gebouwen door het gebruik van warmte en koude uit oppervlaktewater, afvalwater of drinkwater. Het is een bron die zowel collectief als individueel toegepast kan worden. De techniek kan gecombineerd worden met warmte- en koudeopslag in de bodem.

-

Aquathermie kan in bepaalde gevallen een interessante warmtebron zijn. Bijvoorbeeld voor (goed geïsoleerde) gebouwen aan de Ringvaart.

-

De kansen voor aquathermie gaan wij, in afstemming met het Hoogheemraadschap van Rijnland, verder verkennen.

Datacenters In onze gemeente is in theorie voldoende restwarmte van datacenters om de gehele warmtevraag van de Haarlemmermeer te voorzien. Met de huidige koeltechnieken komt restwarmte van circa 30 graden Celsius vrij bij een datacenter. Voor de inzet van restwarmte van datacenters is een warmtenet noodzakelijk waardoor toepassing enkel in collectief verband mogelijk is. Restwarmte van datacenters voor gebouwverwarming is al lange tijd een vooruitzicht dat in de praktijk nog weinig wordt toegepast. Dit komt onder andere doordat warmtelevering geen corebusiness is voor datacenters en de warmte niet makkelijk toegepast kan worden in de bestaande bouw. Tot nu toe zijn er daardoor in Nederland maar enkele voorbeelden waar de warmte succesvol wordt benut. -

Restwarmte van datacenters zien wij als aanvulling op andere (primaire) warmtebronnen in een warmtenet;

-

Wij vinden het wenselijk dat de restwarmte van nieuwe datacenters, indien een warmtenet in de buurt aanwezig is, niet verloren gaat maar wordt benut voor verwarming van de gebouwde omgeving;

-

Het is een rol van warmteleveranciers en datacenters om dit te realiseren;

-

Wij gaan in gesprek met initiatiefnemers om opvolging te geven aan ons datacenterbeleid.

Restwarmte van utiliteiten In sommige utiliteitsgebouwen vinden processen plaats waar warmte bij vrij komt. In bepaalde situaties is het mogelijk dat deze warmte benut wordt voor warmtelevering aan een naastgelegen gebouw of gebruikt kan worden in een warmtenet. Gedacht kan worden aan warmte van bakkerijen of industriële processen. In Haarlemmermeer is geen “zware industrie” aanwezig waar grote hoeveelheden restwarmte vrij komt. We verwachten dat de inbreng van utiliteit als warmtebron relatief beperkt zal zijn.

41

-

Wanneer het benutten van deze restwarmte haalbaar en betaalbaar kan zien we graag dat het wordt toegepast;

-

Bij het opstellen van wijkplannen wordt bekeken of gebruik van restwarmte van utiliteiten kansrijk is.

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

Bronnen voor hoge temperatuur warmte Hoge temperatuur warmtebronnen leveren rechtstreeks warmte aan een hoogtemperatuurwarmtenet. De warmte uit een hoogtemperatuurwarmtenet hoeft niet meer extra te worden opgewarmd, het is direct geschikt voor de levering van warmte voor zowel ruimteverwarming als warm water. Relevante hoge temperatuur warmtebronnen zijn geothermie en restwarmte (van industrie, afvalverbranding en energiecentrales). De toepassing van houtige biogrondstoffen is op dit moment ruimtelijk enkel toegestaan op twee locaties.

Geothermie Geothermie is warmte die uit diepe aardlagen wordt gewonnen. Dit is een techniek die enkel via een collectieve warmtevoorziening ingezet kan worden. Het is nog onbekend of de Haarlemmermeerse ondergrond geschikt is voor geothermie. Vanuit Energiebeheer Nederland wordt onderzoek verricht naar de kansen voor geothermie in Nederland. Ook in Haarlemmermeer is onderzoek verricht (Seismische Campagne Aardwarmte Nederland). De resultaten worden begin 2022 verwacht. -

Indien uit onderzoeken blijkt dat er voldoende potentie voor geothermie is, dan zien wij dit als kansrijke warmtebron voor de gebieden waar vraag is naar hoge temperatuur warmte. Dit geldt specifieke voor het inductieluster Prima4A;

-

Wij wachten de resultaten van het SCAN onderzoek af;

-

Wij hebben geen ervaring heeft met geothermieprojecten en maken daarom gebruik van de kennis die in de regio aanwezig is;

-

zijn niet bevoegd gezag maar zien er wel op toe dat zorgvuldig omgevingsmanagement wordt gevolgd.

Opsporingsvergunningen Binnen Haarlemmermeer is in 2020 en 2021 door een aantal partijen een opsporingsvergunning aangevraagd. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat beslist uiteindelijk over vergunningverlening. Een warmtenet met geothermie als warmtebron is alleen economisch uitvoerbaar als sprake is van een groot aantal afnemers (vanaf ongeveer 4000 huishoudens). Het is niet geschikt om gefaseerd aan te leggen waardoor een warmtenet al gerealiseerd moet zijn. De hoge temperatuur biedt het voordeel dat ook minder goed geïsoleerde woningen aangesloten kunnen worden. Ten opzichte van laagtemperatuurwarmtenetten is er minder elektriciteit nodig omdat de temperatuur niet meer verhoogd hoeft te worden. Geothermie beslaat een langdurig traject van vergunningen en onderzoek. Echte realisatie (=winning), kan bij opsporing over ongeveer 5 jaar aan de orde zijn.

Houtige biogrondstoffen De inzet van houtige biogrondstoffen is een warmtebron die veel maatschappelijke onrust veroorzaakt. De verbranding van houtige biogrondstoffen ten behoeve van de warmtevoorziening vinden wij dan ook onwenselijk.

42

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

Duurzame gassen Waterstof en groengas worden regelmatig genoemd als kansrijke alternatieven in de energietransitie. Van waterstof wordt verwacht dat deze voor 2030 geen (significante) rol zal gaan spelen in de warmtevoorziening van de gebouwde omgeving. Nationaal wordt ingezet op een beschikbaarheid van 1,5 miljoen m3 groengas voor de gebouwde omgeving vanaf 2030. Of deze ambitie behaald wordt is afhankelijk van een aantal technologische doorbraken. Wij verwachten dat de beschikbaarheid van duurzame gassen beperkt blijft. -

Ondanks de beperkte beschikbaarheid lijkt groengas voor delen van onze gemeente wel de best haalbare en betaalbare warmtebron. Wij willen het schaarse groengas doelmatig inzetten in de gebieden waar alternatieven niet haalbaar zijn. Door de inzet van groengas te combineren met hybride cv-ketel en waar mogelijk verlaging van de warmtevraag door extra isolatie, kan groengas in delen van onze gemeente bijdragen aan de warmtetransitie;

-

Wij gaan in afstemming met de regio onderzoeken wat is de exacte behoefte en beschikbaarheid van groengas is.

Groengas Groengas wordt geproduceerd door vergisting van organisch materiaal en heeft dezelfde samenstelling als aardgas. Dit gas kan via de bestaande gasinfrastructuur naar onze inwoners en bedrijven. Nationaal wordt ingezet op een beschikbaarheid van 1,5 miljoen m3 groengas voor de gebouwde omgeving vanaf 2030. Of deze ambitie behaald wordt is afhankelijk van een aantal technologische doorbraken. Wij verwachten dat de beschikbaarheid voor Haarlemmermeer beperkt blijft. Als er in Haarlemmermeer naar rato groengas gebruikt zou worden, zou dat betekenen dat ongeveer 5% van de gebouwen hier toegang tot krijgt.

Waterstof Waterstof is geen energiebron maar een energiedrager. Dit betekent dat waterstof gebruikt kan worden om energie op te slaan en te transporteren. Grootschalige toepassing in de gebouwde omgeving voor 2030 is onwaarschijnlijk en na 2030 nog onzeker. Waterstof kan op verschillende manieren geproduceerd worden. Groene waterstof wordt geproduceerd met behulp van hernieuwbare elektriciteit. Er zijn nog veel onzekerheden over de rol die waterstof in de bebouwde omgeving gaat vervullen.

6.3

Wet- en regelgeving rondom warmtenetten

De wet- en regelgeving voor warmtenetten is vastgelegd in de warmtewet. De Rijksoverheid werkt aan een nieuwe warmtewet, de Wet Collectieve Warmtevoorziening (WCW), om de haalbaarheid, betaalbaarheid en rechtsbescherming van consumenten te regelen. Zowel in de bestaande – als nieuwe warmtewet is geregeld dat gebruikers van het warmtenet niet zonder warmte kunnen komen te zitten.

Huidige warmtewet: gemeente is facilitator en aanbesteder In Haarlemmermeer zijn enkele gebieden waar een warmtenet de voorkeursoplossing lijkt. Bij een initiatief vanuit de markt voor een warmtenet toetsten en verlenen wij de vergunningen. Als gemeente zijn wij dan facilitator. We kunnen in dit geval geen eisen stellen met betrekking tot bijvoorbeeld betaalbaarheid en duurzaamheid van de warmtebronnen. Indien wij een concessie verlenen voor een gebied waar een warmtenet aangelegd kan worden zijn wij aanbesteder. Als aanbesteder kunnen we meer eisen stellen.

Nieuwe warmtewet: gemeente is facilitator en ontheffingsverlener De nieuwe warmtewet geeft ons meer grip op de ontwikkeling van warmtenetten. Het instrument dat hierbij hoort is het warmtekavel. Een warmtekavel is een geografische afbakening waarbinnen één warmtebedrijf, aangewezen door de gemeente, warmtelevering verzorgt. Binnen een warmtekavel kan de gemeente ontheffingen verlenen waardoor er ook ruimte is voor kleinere initiatieven. Het kiezen van een warmtekavelbedrijf gebeurt via een aanwijsprocedure. Hoe deze procedure er precies uit komt te zien is nog onbekend en wordt door de Rijksoverheid later bekend gemaakt. Onder de nieuwe warmtewet hebben gebouweigenaren, onder voorwaarden, de mogelijkheid om af te zien van een aansluiting op het warmtenet: de ‘opt-out’. Keuzevrijheid voor gebouweigenaren is zo gewaarborgd. 43

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

6.4

Warmtenetten in Haarlemmermeer

De betaalbaarheid van een warmtenet – en de haalbaarheid van de businesscase van een warmtebedrijf – zijn sterk afhankelijk van de bereidheid tot aansluiting op het aan te leggen warmtenet. Als gemeente beseffen we ons dat indirect de keuzevrijheid van de één ten koste gaat van de betaalbaarheid voor gebouweigenaren die willen aansluiten op het warmtenet. Naarmate het aantal gebouweigenaren dat niet wenst te worden aangesloten toeneemt moeten de vaste kosten over een kleiner aantal partijen worden verdeeld. Dit heeft als consequentie dat voor de overige gebouweigenaren het steeds minder aantrekkelijk wordt om aan te sluiten op het collectief warmtesysteem. Om dergelijke situaties te voorkomen waken we als gemeente voor een goed participatieproces

Zwanenburg In Zwanenburg onderzoeken we de kansen voor een warmtenet. In Zwanenburg is veel van de infrastructuur in de ondergrond aan vervanging toe en dit onderhoud grijpen we aan om in de kansen voor een warmtenet te onderzoeken. We stellen ons hier op als facilitator en willen initiatieven uit de samenleving faciliteren. We hebben contact met de initiatiefnemer die op bedrijventerrein de Weeren de kansen voor een warmtenet onderzoekt. Wij bekijken of er koppelkansen benut kunnen worden.

Hoofddorpcentrum Om alle ontwikkelingen in Hoofddorpcentrum in goede bannen te leiden hebben we de warmtevraag van alle projecten samengebracht. Uit onderzoek is gebleken dat een laagtemperatuur warmtenet noodzakelijk is om te voorkomen dat toekomstige ontwikkelingen geen gebruik kunnen maken van warmte- en koudeopslag. Om het maatschappelijk belang te borgen onderzoeken we of wij in dit project de rol van aanbesteder op ons kunnen nemen. Als aanbesteder onderzoeken we hoe een concessie voor een warmtenet verleent kan worden en wie hier allemaal op aangesloten willen worden.

Wij vinden het bij de ontwikkeling van warmtenetten belangrijk dat verschillende warmtebronnen aangesloten kunnen. Wanneer sprake is van een hoofdwarmtebron die mogelijk tijdelijk van aard is (bijvoorbeeld restwarmte van utiliteit) willen wij dat er verschillende bronnen worden gebruikt. Ook vinden wij dat warmtebedrijven gebouweigenaren moeten informeren over de voor- en nadelen van het warmtenet ten opzichte van alternatieven. Dit zodat gebouweigenaren een goede afweging kunnen maken met betrekking tot het aansluiten op het warmtenet.

44

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

7. Warmtetransitie in de praktijk Wat doen we in de praktijk om uitvoering te geven aan deze Warmtevisie en welke acties voeren we de komende periode uit? In dit hoofdstuk beschrijven we wat we doen om de Haarlemmermeers aanpak in de praktijk te brengen. En vooral hoe we inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners in staat stellen om mee te doen. Als gemeentelijke organisatie zullen we nieuwe processen moeten inrichten, ondersteuning bieden waar dat onze rol en taak is, en zorgen dat we op koers blijven om de doelen te halen.

Van projecten zoals de collectieve inkoopacties en warmteprojecten in andere gemeenten hebben we geleerd dat het belangrijk is om in deze transitie drempels te verlagen. Voor het verlagen van deze drempels wordt vaak naar de gemeente (de overheid) gekeken.

7.1

Faciliteren van individuele maatregelen

De belangrijkste voorwaarde om de warmtetransitie technisch mogelijk te maken, is dat huizen en gebouwen geschikt moeten zijn om op een duurzame manier verwarmd te worden. Zoals in hoofdstuk 4 is beschreven, dit betekent voor bijna alle gebouwen dat er eerst moet worden geïsoleerd, kieren zoveel mogelijk gedicht moeten worden en dat er goede ventilatie moet zijn. Dat zijn allemaal aanpassingen die in of aan de gebouwen moeten plaatsvinden. Het zijn maatregelen die veelal betaalbaar en haalbaar zijn en bijdragen aan een gezonder en duurzamer gebouw. Maar als gemeente hebben wij hier geen directe invloed op. Eigenaren zullen hier individueel de keus moeten maken om die aanpassingen te doen. Maar zij vinden het vaak nog lastig om de juiste keuze te maken, goede installateurs en leveranciers te vinden en offertes te vergelijken. Met de routekaarten uit hoofdstuk 4 geven we inzicht in welke keuzes gemaakt kunnen worden. Voor de vervolgstappen willen we huis- en gebouweigenaren ook faciliteren.

Faciliteren van bewoners en huiseigenaren Als gemeente hebben we de afgelopen jaren particuliere huiseigenaren met grondgebonden woningen gefaciliteerd met gezamenlijke inkoopacties voor zonnepanelen en isolatie. Deze aanpak heeft al tot goede resultaten geleid. Maar als we de doelen willen halen zal deze aanpak opgeschaald moeten worden. Ook andere gebouwen zoals bedrijfspanden en maatschappelijk vastgoed zal verduurzaamd moeten worden om de doelstellingen te behalen. Daarbij zullen ook extra producten en diensten, bijvoorbeeld het aanbrengen van ventilatie en het efficiënter inregelen van (cv-)installaties, aangeboden moeten worden.

In wijken waar een collectieve oplossing kan komen is het van belang dat de geboden producten en diensten passen bij de wijk: zowel bij de gebouwen als de inwoners. Iedereen in de wijk moet mee kunnen doen. Uiteindelijk zal iedereen in zo’n wijk op eenzelfde moment klaar moeten zijn om over te stappen op de collectieve oplossing. Daarom is voor dit soort wijken een wijkgerichte faciliterende aanpak nodig. Voor wijken waar per woningen een individuele warmteoplossing komt is dat anders. Hier is de keuzevrijheid groter en het tempo waarin verduurzaamd kan worden is minder afhankelijk van wat anderen in de wijk doen.

Kortom, de aanpak zal wijkgericht en gemeentebreed moeten zijn. Hiervoor leren wij van ervaringen en aanpakken van anderen gemeenten. De komende jaren zal, in samenwerking met het Energieloket, de aanpak in Haarlemmermeer verder worden vormgegeven en ingevuld.

45

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

Faciliteren van ondernemers Voor bedrijven in woonwijken is het uitgangspunt dat zij mee kunnen doen in de stapsgewijze aanpak. Hierbij geldt ook dat bedrijven kunnen afwijken van de voorkeursoplossing. De gemeente geeft voor bedrijven invulling aan haar faciliterende rol door te voorzien in onafhankelijk advies en informatie. Zodoende wordt het Energieloket voor bedrijven nog meer onder de aandacht gebracht en wordt het aanbod uitgebreid. In navolging van de faciliterende aanpak voor woningeigenaren starten we ook een onderzoek naar eenzelfde aanpak voor bedrijven. Deze moet voorzien in de behoefte van bedrijven in een meer concreet en actiegericht advies.

Op bedrijventerreinen maken we zoveel mogelijk gebruik van bestaande samenwerkings- en overlegstructuren. Hierbij kijken we met name naar herstructureringsplannen en de aanpak toekomstbestendige werklocaties. Op deze manier wordt geprofiteerd van natuurlijke onderhoudsmomenten aan infrastructuur of bedrijfspanden.

Naast een gebiedsgerichte aanpak onderzoekt de gemeente voor welke sectoren een sectorale aanpak ontwikkeld kan worden. Specifieke aandachtspunten hierbij zijn het split-incentive (waarbij de gebruiker van een gebouw niet de eigenaar is) en het aandeel aardgas dat verbruikt wordt voor bedrijfsprocessen.

Op de foto is een bouwvakker aan het werk met isolatiemateriaal bij het Huis van de Sport, grenzend aan het toekomstige Park21.

46

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

Maatschappelijke Coalitie Warmtetransitie Vaak is het verduurzamen van een huis of gebouw het gemakkelijkste en het meest voordelig bij verhuizing, bij een verbouwing of als een installatie vernieuwd moet worden. Dat zijn natuurlijke momenten. Zo heeft een cv-ketel ongeveer een levensduur van 15 jaar, dat betekent dat voor huizen die ongeveer 15 jaar geleden zijn gebouwd nu het natuurlijke moment is om de cv-ketel te gaan vervangen.

Het is belangrijk dat inwoners en gebouweigenaren op deze natuurlijke momenten goed worden geïnformeerd. Alleen komen ze op deze momenten niet altijd in contact met de gemeente of het Energieloket. Daarom willen we in Haarlemmermeer een coalitie opzetten van ondernemers en maatschappelijke organisaties die op die natuurlijke momenten al in contact komen met de gebouweigenaren en kopers. Denk bijvoorbeeld aan makelaars, aannemers, bouwbedrijven en installateurs. We willen ervoor zorgen dat deze partners geïnformeerd raken over de warmtetransitie, hoe zij daaraan kunnen bijdragen en, waar mogelijk, ze uitdagen om met proposities te komen om inwoners en andere gebouweigenaren te ondersteunen. Bij het vormen van deze coalitie sluiten we aan bij landelijke initiatieven.

7.2

Het maken van wijkplannen

In de wijkplannen wordt vastgelegd wat de warmteoplossingen voor een wijk zijn. Het is een gebiedsgericht uitvoeringsprogramma zoals bedoeld in de Omgevingswet. Met het vaststellen van een wijkplan door de gemeenteraad ligt er programma om de uitvoering te starten. Het wijkplan moet dus zorgvuldig tot stand komen met draagvlak onder de inwoners van de wijk. Daarom zullen wijkplannen in coproductie met inwoners, gebouweigenaren en initiatiefnemers worden gemaakt.

Het proces om te komen tot een wijkplan bestaat uit drie fases (zie Afbeelding 7.1). Participatie loopt hier als een rode draad doorheen.

Afbeelding 7.1 Processchema van initiatief naar wijkplan tot uitvoering.

Samenwerking initiatiefnemer en gemeente

Toets (1)

Initiatief Participatie over participatie

Projectplan

Toets (2)

Uitvoering

Participatie over wijkplan (coproductie)

-

Concept Kavelplan Concept Warmtekavel VO infrastructuur Businesscase Interferentiegebied Intentieovereenkomst warmtebedrijf - Etc…

Concept Wijkplan

Toets (3)

Raadsvoorstel

Raadsbesluit

Definitief Wijkplan

Toewijzen warmtekavel en bedrijf

Fase 1 voorbereiding

Fase 2: opstellen wijkplan periode van ongeveer 2 jaar

Fase 3: uitvoering max 8 jaar

Schema met daarin het proces voor totstandkoming van een wijkplan.

47

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

Fase 1: Voorbereiding Er wordt gestart met het opstellen van een wijkplan wanneer er een concreet initiatief is of als er vanuit maatschappelijk belang zwaarwegende redenen zijn om als gemeente het initiatief te nemen. Een reden om vanuit de gemeente initiatief te nemen is bijvoorbeeld een koppelkans waarmee de betaalbaarheid vergroot wordt. Ongeacht wie de initiatiefnemer is, elk wijkplan moet voldoen aan de gemeentelijke uitgangspunten. De initiatiefnemer moet aangeven hoe invulling wordt gegeven aan onze uitgangspunten. Zo weten we zeker dat iedereen de mogelijkheid krijgt om mee te denken en mee te werken. De plannen worden vervolgens getoetst volgens het Beleidskader Omarmen van Initiatieven in de Warmtetransitie. Gemeente besluit daarna dat gestart kan worden met het uitwerken van de plannen en verleent daarbij haar medewerking aan het initiatief.

Fase 2: Uitwerking In de tweede fase wordt in coproductie met alle belanghebbenden een wijkplan opgesteld. Bij de uitwerking wordt onder andere ingegaan op betaalbaarheid, (technische) haalbaarheid en de beoogde einddatum van de aardgaslevering. Belangrijk om hierbij op te merken is dat per wijk deze fase anders zal verlopen omdat er zowel technisch, financieel als sociaal maatwerk geleverd moet worden. Een wijkplan dat aan de gemeenteraad wordt voorgelegd moet altijd op voldoende draagvlak van inwoners en gebouweigenaren kunnen rekenen. Bij elk wijkplan hoort daarom ook een participatieverslag zodat de raad kan beoordelen of er een adequaat participatieproces is doorlopen en of er voldoende draagvlak is. In het wijkplan dienen de verschillende warmteoplossingen te worden afgewogen. Afhankelijk van de gekozen warmteoplossing zullen er gelijktijdig ook randvoorwaardelijke besluiten moeten worden genomen. Bijvoorbeeld het aanwijzen van een warmtekavel en warmtebedrijf.

Als gemeente geven we aan initiatiefnemers aan welke onderdelen minimaal in een wijkplan opgenomen moeten worden. De gemeenteraad bepaalt uiteindelijk of het wijkplan vastgesteld wordt. Wij verwachten dat dit proces per wijkplan ongeveer twee jaar duurt.

Fase 3: Uitvoering Na vaststelling door de gemeenteraad kan gestart worden met de uitvoering van het wijkplan. Afhankelijk van de afspraken in het wijkplan duurt de uitvoering maximaal acht jaar. Wanneer de uitvoering gereed is wordt de aardgaslevering beëindigd. Voor bewoners die een andere oplossing kiezen dan in het wijkplan is vastgesteld betekent dit dat ook zij voor afsluiten van de aardgaslevering een vervangende warmtevoorziening moeten realiseren. Indien nog niet alle gebouweigenaren zijn overgestapt terwijl de einddatum aardgaslevering nadert wordt de situatie voorgelegd aan de gemeenteraad.

7.3

Stimuleren en faciliteren van initiatieven

Initiatieven vanuit de samenleving zijn een belangrijke aanleiding om te starten met een wijkplan. Voor de voortgang van de warmtetransitie is het daarom van belang dat die initiatieven ook tot stand komen. Om inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties te ondersteunen in het vormgeven van initiatieven gaan we werken aan het aanjagen van ideeën, het verbinden van vraag en aanbod, het uitwisselen van kennis en het bieden van een online participatieplatform.

Van idee tot initiatief Initiatieven beginnen vaak bij een idee. Wij gaan inwoners, gebouweigenaren, ondernemers en maatschappelijke organisaties ondersteunen bij het concretiseren van de ideeën. Dat doen wij samen met het Energieloket. Denk daarbij aan:

-

48

het organiseren van initiatieven cafés om ideeën te inventariseren en inwoners te inspireren; gericht de wijk in gaan wanneer we nog geen initiatieven hebben gezien; het verbinden van gebouweigenaren en vve’s voor gezamenlijke acties; informatie op Energieloket waaronder een initiatievenkaart en een stappenplan voor initiatieven.

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

Verbinden van vraag en aanbod Op het Energieloket kunnen inwoners en ondernemers op de initiatievenkaart opzoeken welke ideeën, kansen en initiatieven er in hun wijk spelen. Inwoners kunnen zichzelf via het Energieloket aanmelden voor initiatieven of hun nieuwe initiatief plaatsen. Ook krijgen zij via het Energieloket ondersteuning. Denk daarbij aan handvatten voor de uitwerking van een idee, het verbinden van partijen en een onderzoek naar de haalbaarheid. Op basis van het stappenplan is ondersteuning vanuit de gemeente en het Energieloket mogelijk.

Rol gemeentelijk vastgoed Met ons eigen vastgoed willen wij, waar mogelijk, aansluiten op de voorkeursplanning en het gewenste eindbeeld die bijdragen aan het laaghouden van de nationale kosten. Zodra we in een wijk aan de slag gaan, zullen we concreet kijken welk eigen vastgoed aanwezig is en op welke manier dit vastgoed als voorbeeld kan dienen. Wanneer er een (lokaal) initiatief is zullen wij ook onderzoeken of het maatschappelijk vastgoed het initiatief kan ondersteunen door mee te doen met het aardgasvrij (ready) maken van het gebouw.

Een leergemeenschap In een leergemeenschap worden inwoners, organisaties en experts samen gezet om oplossingen te bedenken op een vooraf gekozen thema, gekoppeld aan de energietransitie. De gemeente zal deze gesprekken te faciliteren en experts aanleveren. Het sociale aspect van het samenkomen is hierbij belangrijk, maar ook kennisontwikkeling en inspiratie zijn doelen van deze leergemeenschap. Zodra we werken aan de thema’s, werken we samen met doelgroepen die wij anders lastiger bereiken. Voor ons is het vooral van belang om het proces te ondersteunen en te leren hoe gebouweigenaren tot integrale oplossingen komen en hen daarin bij te staan.

Online participatieplatform Voor de uitvoering van de warmtetransitie willen wij initiatieven in wijken faciliteren. Omdat de warmtetransitie voor bijna iedere inwoner wat gaat betekenen, willen we dat iedereen ook de mogelijkheid heeft om deel te nemen in het proces om een wijkplan op te stellen. In het kader van slim volgen kijken wij naar werkwijzen die in andere steden effectief blijken. Een voorbeeld is een online en open source platform. Dat zorgt voor een zowel online als offline participatieproces dat moet leiden (tot onderdelen van) een wijkplan.

49

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

7.4

Informatie en communicatie

Een centrale rol in de informatievoorziening rond de warmtetransitie is het Energieloket Haarlemmermeer. Het loket is het eerste aanspreekpunt voor inwoners en ondernemers om individueel advies te krijgen over de verduurzaming van hun woning of gebouw. Ook voor het nemen van maatregelen vervult het loket een schakel tussen gebouweigenaren en de markt.

Informatie over het beleid, concrete projecten en wijkplannen zal de gemeente verzorgen via haar kanalen. Hiervoor is een beknopt communicatie- en participatieplan opgesteld. Deze staat in Bijlage C. Specifieke routes. Het hoofddoel van dit plan is doelgroepen uit Haarlemmermeer bewust(er) maken van de opgave waar we voor staan en om hen daar deelgenoot van te maken zodat er eigenaarschap ontstaat. Hierbij onderscheiden wij de onderdelen ‘continue communicatie over de warmtetransitie’ en ‘communicatie over concrete projecten en wijken’.

7.5

Uitvoeringsagenda

Om de warmtetransitie in de praktijk te brengen zullen we de komende jaren onder andere werken aan onderstaande acties: -

het verder ontwikkelen van het Energieloket Haarlemmermeer;

-

werken aan gebiedsgerichte stappenplannen;

-

het vormgeven en uitvoeren ‘ontzorgend aanbod particuliere woningeigenaren’;

-

het vormgeven in uitvoeren ‘ontzorgend aanbod voor bedrijfsgebouwen’ met specifieke aandacht voor de verschillende sectoren;

-

opzetten van aanbod voor ondersteuning initiatiefnemers;

-

opzetten van een leergemeenschap;

-

voorbeelden in kaart brengen;

-

opzetten maatschappelijke coalitie Warmtetransitie.

Onderzoeksvragen Er zijn ook nog een aantal openstaande vraagstukken waar we antwoord op zoeken. De volgen onderzoeksvragen zullen we de komende periode gaan uitwerken:

- wat is de exacte behoefte en beschikbaarheid groengas (inclusief groeiscenario in samenhang met RSW)? - wat is de potentie van geothermie in Haarlemmermeer? - welk handelingsperspectief kunnen we bieden aan gebouweigenaren waar nog geen haalbaar en betaalbaar alternatief voorhanden is;

- wat zijn alternatieven voor aardgas in bedrijfsprocessen?

50

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

Verklarende woordenlijst Aardgasvrij

Het gebouw is niet meer aangesloten op aardgasinfrastructuur en er wordt geen aardgas verbruikt voor koken of verwarmen.

Aardgasvrij-ready

Een gebouw is voorbereid op beëindiging van de aardgaslevering.

Afgiftesysteem (warmte)

Het systeem dat warmte afgeeft in de ruimte die verwarmd moet worden. Voorbeelden zijn radiatoren, vloerververwarming en ‘hete lucht verwarming’.

Aquathermie

Aquathermie is het verwarmen en koelen van gebouwen door het gebruik van warmte en koude uit oppervlaktewater, afvalwater of drinkwater.

Biomassa, houtige biogrondstoffen

Biomassa bestaat uit organisch materiaal, zoals hout, mest, GFT-afval en dierlijke restproducten. Biomassa kan worden verbrand voor het opwekken van warmte.

Bodemenergie

Bodemenergie is een algmene term voor verschillende vormen van warmtebronnen die de bodemgebruiken. Zowel voor opslag, als winning. Bijvoorbeeld Warmte- koudeopslag, gesloten bodemlussen en geothermie.

Burgerberaad

Een burgerberaad bestaat (meestal) uit een representatieve groep gelote burgers van een gemeente, provincie of land. Ook kunnen andere belanghebbenden, zoals maatschappelijke organisaties deelnemen aan het burgerberaad. Het burgerberaad komt samen om antwoorden te vinden op politieke of complexe vragen. Iedereen brengt kennis, kunde en andere input in.

Collectieve warmteoplossing

Warmteoplossing met infrastructuur waarop meerdere eindgebruikers zijn aangesloten. Voorbeelden zijn warmtenet en gasnet (op basis van hernieuwbaar gas).

Coproductie

In een dialoog tussen initiatiefnemer, inwoners, andere betrokkenen en gemeente worden de plannen gezamenlijk uitgewerkt en concrete afspraken gemaakt. Iedereen brengt kennis, kunde en andere input in.

Dominante techniek

De warmtevoorziening in een wijk/buurt waar het grootste gedeelte van de gebouwen gebruik van maakt.

Eindgebruikerskosten

De kosten die de eindgebruiker maakt voor elektriciteit en warmte. Dit bestaat uit vaste kosten, variabele kosten en investering voor het aardgasvrij maken van een gebouw (incl. aflossing en rente over eventuele leningen).

Energie-infrastructuur

Alle structuren, buizen en gebouwen die ervoor zorgen dat energie wordt opgewerkt, vervoert en opgeslagen.

Gebiedsgerichte aanpak

Bij een gebiedsgerichte aanpak wordt gekeken naar wat een straat, buurt of gebied nodig heeft. Ook wordt er gekeken naar wat er mogelijk is.

Gebouwschil

De gebouwschil vormt de grens tussen de binnenkant en de buitenkant van de woning. De gebouwschil bestaat uit de begane vloer, de buitenmuren, de ramen, de kozijnen, de deuren en het dak.

Geothermie

Geothermie, ook wel aardwarmte genoemd, is warmte uit de ondergrond voor de verwarming van huizen, gebouwen en industrie. Het is een lokale duurzame warmtebron. Geothermie wordt dieper dan 500 meter in de grond gewonnen.

Groengas

Groengas lijkt op aardgas, maar is duurzamer dan aardgas. Groengas wordt gemaakt van gezuiverd en bewerkt biogas. Biogas is gemaakt van planten- en etensresten en dierlijke restproducten. Omdat het plantaardig materiaal waar bio- en groengas van gemaakt zijn, kortgeleden CO2 uit de lucht heeft gehaald, komt er bij verbranding geen extra CO2 in de lucht.

Gesloten bodemenergie

Met gesloten bodemenergie systemen wordt vaak ondiepe bodemlussen bedoeld die als warmtebron gebruikt worden voor individuele huizen of gebouwen. Hierbij wordt warmte en koude onttrokken aan de bodem tot zo’n 80 meter diep.

Hoge/midden en lage temperatuur warmte

51

Bij warmtenetten wordt onderscheid gemaakt tussen lage-, midden- en hoge temperatuur warmtenetten. Lage temperatuur warmtenetten hebben een temperatuur

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

van 55°C of lager. Midden temperatuur warmtenetten hebben een temperatuur van 55 tot 70°C. Hoge temperatuur warmtenetten hebben een temperatuur van 70°C of meer. Hybride verwarmen, hybride verwarmen

Een manier om een gebouw te verwarmen door middel van een warmtepomp en de

Individuele warmteoplossing

Warmtevoorziening die door een gebouw eigenaar zelfstandig gerealiseerd kan worden.

(bestaande) cv-ketel. Voorbeelden van individuele oplossingen zijn verwarming op basis van elektriciteit (allelectric woning), pelletkachel of zonnecollectoren.

Klimaatakkoord

Het Klimaatakkoord is een verzameling van maatregelen die het kabinet-Rutte III in juni 2019 aankondigde, met als doel de uitstoot van CO₂ te verminderen en zo de Nederlandse bijdrage aan wereldwijde klimaatverandering te beperken.

Klimaatneutrale energievoorziening

Dit betekent dat de energievoorziening geen broeikasgassen (zoals bijvoorbeeld CO2) uitstoot.

Maatschappelijke kosten

Combinatie van gesocialiseerde kosten (voor bijvoorbeeld netverzwaring) en lokale effecten zoals ruimtelijke impact en overlast door werkzaamheden.

Nationale kosten

Nationale kosten zijn de totale kosten in Nederland van alle maatregelen die nodig zijn om ergens (bijv in een buurt) een strategie uit te voeren, ongeacht wie die kosten betaalt, inclusief de baten van energiebesparing, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies.

Niet meer dan anders (NMDA)

Tariefstelling voor warmte die is opgenomen in de warmtewet. Warmte vanuit een warmtenet mag een eindgebruiker niet meer kosten dan warmte via een gasaansluiting. Tarieven worden vastgesteld door de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Tariefstelling wordt in de nieuwe wet waarschijnlijk anders geregeld.

Open bodemenergie

Met open bodemenergiesystemen worden vaak WKO-systemen bedoeld waarbij water uit watervoerende lagen in de bodem – vanaf zo’n 100 meter diep – worden gebruikt om gebouwen mee te verwarmen of te koelen. Dit grondwater is zeer geschikt om warmte en koude voor een lange termijn in op te slaan.

Opsporingsvergunning

Met een opsporingsvergunning kunnen de geothermische (aardwarmte) mogelijkheden worden onderzocht. Deze vergunning is nodig om de eerste boring uit te voeren. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat beslist over de vergunningverlening.

Stapsgewijze aanpak

Een stapsgewijze aanpak houdt in dat het eindresultaat niet in één keer behaald hoeft te worden, maar dat dit met (kleine) stappen kan. De warmtevisie gaat uit van een stapsgewijze aanpak, en er verschillende routes mogelijk zijn naar 2050, het jaar waarin de gebouwde omgeving aardgasvrij moet zijn.

Transitievisie Warmte, warmtevisie

Gemeentelijk beleid waarin het tijdspad en techniek(en) staan waarmee de gemeente het aardgas vervangt met duurzame bronnen. Bevat ook beleid in relatie tot gemeentelijke doelstellingen zoals participatie en omgang met initiatieven.

Transportcapaciteit

Transportcapaciteit is het vermogen om elektriciteit te verplaatsen van de bron naar een woning of gebouw. Elektriciteit wordt getransporteerd door middel van koperen kabels.

Utiliteitsbouw

Utiliteitsbouw zijn alle gebouwen die geen woonbestemming hebben zoals scholen, winkels, fabrieken, kantoren en opslagruimtes.

Volledig elektrisch

Bij volledig elektrisch verwarmen wordt de woning of gebouw verwarmd zonder aardgas, maar door middel van elektriciteit. Bijvoorbeeld door een elektrische warmtepomp. Het volledig elektrisch verwarmen van een woning of gebouw is een duurzaam alternatief voor aardgas.

Voorkeurstechniek

De warmtevoorziening die bij voorkeur de dominante techniek in een wijk of buurt is. Deze voorkeur wordt gebaseerd op de bijdrage aan lage kosten en haalbaarheid van de techniek in de wijk of buurt.

Warmte- en koudeopslag (WKO)/bodemenergie

Dit is een techniek om energie in de vorm van warmte of koude op te slaan in de bodem. Deze techniek wordt gebruikt om gebouwen te verwarmen en/of te koelen. Het verwarmen van woningen of gebouwen met WKO is een duurzaam alternatief voor aardgas.

52

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

Warmtebron

Levert de warmte die nodig is voor verwarming. Deze warmte kan bijv. afkomstig zijn uit biomassa, restwarmte of worden geproduceerd met behulp van elektriciteit.

Warmte-infrastructuur

Netwerk van leidingen en installaties om warm water of gas te transporteren naar gebouwen.

Warmtenet

Een warmtenet is een netwerk van leidingen onder de grond. Door de leidingen stroomt warm water. Dat warme water komt van een warmtebron in de buurt en kan worden gebruikt om woningen te verwarmen. Een warmtenet is een duurzaam alternatief voor aardgas.

Warmtetransitie

Transitie waarmee het gebruik van aardgas in de gebouwde omgeving wordt uitgefaseerd. Hiertoe worden aanpassingen gedaan aan gebouwen en de elektriciteitsinfrastructuur. Ook worden warmtenetten aangelegd en alternatieve warmtebronnen gerealiseerd.

Warmtevoorziening

Techniek waarmee een gebouw verwarmd wordt. De warmtevoorziening beslaat het complete systeem van bron, transport en levering.

Warmtewet

De Warmtewet biedt bescherming aan consumenten en bedrijven als het gaat om warmte. Zo zijn er maximumtarieven in de Warmtewet opgenomen, is opgenomen wanneer de consument recht heeft op compensatie bij storing, wat er in de overeenkomst met de warmteleverancier moet zijn opgenomen, en de rechten en plichten bij het meten van het warmteverbruik.

Wijkuitvoeringsplan, wijkplan

Concrete uitwerking van een plan voor het aardgasvrij maken van een wijk. Dit plan wordt in samenwerking met inwoners, initiatiefnemers en maatschappelijke partners opgesteld. De raad stelt een wijkplan vast.

Woningequivalent (WEQ) – 35 GJ per jaar

Gemiddeld warmteverbruik per woning (35 GJ per jaar). Term kan ook gebruikt worden

Woonlastenneutrale oplossing

Een oplossing waarde de vaste maandlasten (inclusief eventuele financieringslast) voor

om warmteverbruik van bedrijven en kantoren mee te rekenen in de warmtevraag.

de energievoorziening niet hoger zijn dan de huidige maandlasten. De kosten van de getroffen maatregelen worden ook door de besparing terugverdiend.

53

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

Bijlagen

54

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

Bijlage A. Participatieverslag Inleiding Na vaststelling van de Kadernota Warmtetransitie Haarlemmermeer (2020.0000491) in 2020 hebben verschillende participatie- en communicatiemomenten plaatsgevonden. Dit had een meerledig doel: aan de ene kant werd men geïnformeerd over de visie van de gemeente op de warmtetransitie. Aan de andere kant boden de participatiemomenten voor de gemeente een mogelijkheid om wensen en aandachtspunten op te halen. Deze feedback is gebruikt om de warmtevisie aan te scherpen en te verbeteren.

Participatie- en communicatiemomenten In onderstaande tabel staan de verschillende participatie- en communicatiemomenten weergegeven. Op de volgende pagina staat een samenvatting van de uitkomsten van de participatie. Fase

Datum

Participatiemoment

Deelnemers

16 december 2020 Informatiebijeenkomst voor dorps- en wijkraden

15 deelnemers van 12 dorps- en wijkraden

27 januari 2021

Informatiebijeenkomst voor maatschappelijke partners

8 partijen

januari / april 2021

Gesprekken met partners in de warmtetransitie

O.a Liander & Schiphol Schriftelijke input Schiphol is bijgevoegd aan Participatieverslag

Informatiebijeenkomst voor bedrijven

12 bedrijven

7 april 2021

Jongerengemeenteraad; in gesprek over de energietransitie en warmtetransitie

11 deelnemers

14 t/m 30 april 2021

Peiling warmtevisie

832 mensen zijn aan de peiling begonnen, waarvan 593 mensen de volledige peiling hebben ingevuld

14 t/m 30 april 2021

Social-mediacampagne om de peiling onder de aandacht te brengen

34.348 mensen bereikt waarvan 950 directe kliks naar peiling

Totstandkoming concept warmtevisie 25 februari 2021

10 mei t/m 20 juni Terinzagelegging: inspraak op de 18 reacties concept warmtevisie Terinzagelegging Concept Warmtevisie

26 mei 2021

Facebook live uitzending over de 273 weergaven waarvan 102 kijkers energietransitie en de > 1 minuut warmtevisie

1 t/m 20 juni 2021 Ambtelijke gesprekken over de concept warmtevisie met warmtebedrijven en maatschappelijk partners

55

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

4 partijen

Informatiebijeenkomsten Tijdens de informatiebijeenkomsten voor dorps- en wijkraden, maatschappelijk partners en bedrijven hebben we een toelichting gegeven op de uitgangspunten van de concept warmtevisie. Daarbij hebben we input gevraagd van deze doelgroepen. Hieruit zijn de volgende aandachtspunten gekomen: -

Betaalbaarheid van de warmtetransitie: de kosten, effectiviteit en haalbaarheid zijn belangrijke kernzaken van wijkplannen; er moet gewaakt worden dat de warmtetransitie betaalbaar is voor alle inwoners. Ook woningcorporaties onderschrijven het belang van betaalbaarheid, omdat zij hun budgetten niet kunnen opmaken aan het aardgasvrij maken van woningen;

-

Aandacht voor initiatiefnemers: de warmtetransitie staat of valt met initiatiefnemers. De strategie van de gemeente is gericht op keuzevrijheid. Een risico hiervan is dat we niet iedereen meekrijgen;

-

De rol van de gemeente: dorps- en wijkraden en maatschappelijke partners benadrukten het belang van de regierol van de gemeente in het aanzetten tot initiatieven. Daarnaast kwam naar voren dat er een behoefte is aan een faciliterende rol van de gemeente om initiatiefnemers te helpen in het proces.

De strategie waarvoor gekozen is in de warmtetransitie is dat de gemeente richting aangeeft voor techniek en planning. Het is echter aan de gebouweigenaren om te kiezen voor de techniek en het moment van uitvoering. Het risico dat in de participatiebijeenkomsten genoemd wordt, is dat wanneer er geen initiatiefnemers optreden de ambitie van de warmtetransitie onder druk komt te staan. Dit risico onderschrijven we.

Jongerengemeenteraad Op 7 april zijn we in gesprek gegaan met de Jongerengemeenteraad over de energietransitie aan de hand van stellingen. Het doel was om een beeld te krijgen hoe jongeren naar de warmtetransitie kijken en wat zij daarin belangrijk vinden. Uit het gesprek met de jongeren kwam naar voren dat een stapsgewijze aanpak van belang is, waarbij inwoners goed worden geïnformeerd over de voordelen van de warmtetransitie. Daarnaast vonden de jongeren het belangrijk dat de warmtetransitie betaalbaar is.

Peiling warmtevisie In de periode van 14 t/m 30 april hebben we een peiling uitgezet via een social-mediacampagne. Het doel van de peiling was om het kennisniveau en het sentiment rondom de warmtetransitie te meten. In totaal zijn 832 mensen aan de peiling begonnen. Hiervan hebben 593 mensen de volledige peiling ingevuld.

De peiling is onder de aandacht gebracht van inwoners en ondernemers via een social-mediacampagne met advertenties op Facebook. De advertenties hebben een bereik gehad van 34.348 mensen. Het aantal respondenten (832) is te klein om de peiling representatief voor heel Haarlemmermeer te laten zijn. Dat was ook niet het uitgangspunt. Het is een goed startpunt om te begrijpen hoe inwoners kijken naar de warmtetransitie en wat zij nodig hebben van de gemeente.

De belangrijkste bevindingen uit de peiling: -

Circa 40% van de inwoners geeft aan dat zij negatief staan tegenover anders verwarmen. Ze zijn vooral bang voor hoge kosten, een grote verbouwing en dat het niet goed verwarmt. De helft geeft aan dat zij liever wachten op andere alternatieven, zoals waterstof en kernenergie. Men geeft aan dat, als ze toch zouden moeten overstappen, ze dit zouden doen als het gratis is, als de gemeente een aanbod doet, of als men op z’n minst korting/subsidie krijgt.

-

We vroegen of men het moeilijk vindt om te bepalen wat een goed alternatief is voor een cv-ketel of gaskachel, en ruim de helft gaf aan dat zij het hiermee ‘eens’ of ‘erg eens’ mee waren. Het lijkt erop dat er te weinig kennis is over de bruikbaarheid van alternatieven warmteoplossingen. Dat percentage is hetzelfde als de mensen die nog (te) weinig vertrouwen in de beschikbare alternatieven. Het zou kunnen dat de onwetendheid zorgt voor wantrouwen in de alternatieven. Dit is erg interessant, aangezien dit kan betekenen dat betere kennisvoorziening kan leiden tot meer vertrouwen in een overstap naar anders verwarmen.

56

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

Terinzagelegging: inspraak op de concept warmtevisie De concept Warmtevisie is opgesteld en vastgesteld door B&W (2021.0000902). Deze is vrijgegeven voor inspraak van 10 mei tot 21 juni 2021. We hebben 18 reacties mogen ontvangen van de volgende doelgroepen: -

Warmtebedrijven: via ingestuurde zienswijzen en via ambtelijke gesprekken;

-

Maatschappelijk partners: via ingestuurde zienswijzen en via ambtelijke gesprekken;

-

Inwoners: via ingestuurde zienswijzen.

De reacties waren uiteenlopend; een aantal suggesties en diverse inhoudelijke vragen. Vanuit de reacties maken we op dat indieners een hoog kennisniveau hebben en echt meedenken. Er wordt positief gesproken over de individuele keuzes, wat de bewoner veel vrijheid geeft. Maar er wordt ook benoemd dat het belangrijk is om als gemeente goed te blijven faciliteren en onafhankelijk advies te geven. Een goede beoogde communicatie met bewoners over de wijkplannen en de energietransitie in het algemeen wordt ook regelmatig benoemd. Andere inwoners geven aan dat de warmtevisie duidelijk inzicht geeft in de mogelijkheden die er zijn om mee te denken en heldere schetsen bevat van wat waar naar verwachting gaat plaatsvinden.

Aan de andere kant is er ook commentaar over de concreetheid van de visie. Ook wordt aangegeven dat het een opgave vanuit het Rijk is en een aantal inwoners zijn daar niet blij mee. Andere inwoners opperen juist een meer concrete en krachtige aanpak. Bijvoorbeeld dat meer wettelijke mogelijkheden, taken, bevoegdheden en eventuele verdere ambities expliciet worden toegevoegd bij nieuwbouw, maar ook bij bestaande bouw en renovaties. Tot slot hebben enkele indieners aangegeven bepaalde technieken, zoals waterstof, kernenergie en heteluchtverwarming, te missen als techniek in de warmtevisie.

Ambtelijke gesprekken In de periode van 1 tot 21 juni 2021 hebben ambtelijke gesprekken plaatsgevonden met warmtebedrijven en maatschappelijke partners. In de ambtelijke gesprekken heeft de gemeente vragen beantwoord en is door de gesprekspartners feedback gegeven op de Concept Warmtevisie.

Facebook live uitzending Op 26 mei 2021 hebben we een Facebook live uitzending gemaakt gericht op de energietransitie. Een onderdeel hiervan was de warmtetransitie. Hierbij is ook het Energieloket onder de aandacht gebracht. Een energiecoach heeft uitgelegd wat inwoners nu al kunnen doen om hun woning voor te bereiden op de warmtetransitie. Doel was om inwoners te informeren over de ontwikkelingen in het energieprogramma van de gemeente en welke belangrijke besluiten er worden genomen. In totaal hebben 273 mensen gekeken waarvan 102 kijkers langer dan een minuut de bijeenkomst bekeken.

57

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

Verwerking van inbreng De inzichten uit de participatie hebben geleid tot het volgende -

Uit de participatiebijeenkomsten komt naar voren dat de doelgroepen graag een concrete invulling van de regierol van de gemeente zien. Deze behoefte is bij ondernemers en woningcorporaties het grootste. Hoewel we niet volledig kunnen ontzorgen, zetten we wel in op het faciliteren van het proces Wij hebben wij extra activiteiten opgenomen in de uitvoeringsagenda ter uitbreiding van onze faciliterende rol;

-

Om gehoor te geven aan de behoefte uit de participatiebijeenkomsten is in de regierol en de faciliterende rol van de gemeente duidelijker omschreven en zijn er aanvullende acties opgenomen.

-

Om uitvoering te geven aan de regierol en de faciliterende rol is het van belang dat we initiatiefnemers goed motiveren en adequate ondersteuning bieden om te komen tot initiatieven. De vraag is of dit voldoende gaat zijn om de ambities te behalen. Doordat de Warmtevisie iedere vijf jaar geëvalueerd wordt kunnen we monitoren of we met de ingezette aanpak onze doelen halen.

-

De resultaten van de peiling maken duidelijk dat informatievoorziening over de verschillende opties wat betreft verwarmen belangrijk is. Niet alleen informatie met een focus op het ‘waarom’ (waarom gaan we duurzaam verwarmen?), maar ook op het ‘hoe’ (wat zijn de verschillende opties?). Hier houden we rekening mee in onze communicatie aanpak.

Op basis van de participatie en de ter inzagelegging hebben wij enkele aanvullingen gedaan aan de Warmtevisie. Hieronder in het kort de aangevulde onderdelen: -

58

toevoeging van enkele verduidelijkende teksten met betrekking tot: o

duurzame gassen waterstof en groengas;

o

pelletkachels;

o

geschiktheid lage temperatuur warmtenetten.

-

toelichting opgenomen voor ‘niet benoemden situaties’;

-

detailkaarten van het gewenste eindbeeld als bijlage opgenomen.

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

Schriftelijke input Schiphol

59

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

60

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

61

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

62

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

Bijlage B. Nota van beantwoording Volgt

63

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

Bijlage C. Specifieke routes De geheel elektrisch route: Elektrificatie van de warmtevoorziening Bij de geheel elektrische route wordt op natuurlijke vervangingsmomenten overgestapt op elektrisch koken en moet plaats gemaakt worden voor een warmtepompinstallatie. Ook de grootte van het boilervat kan al bepaald worden. Op voorhand kan er gecontroleerd worden of de radiatoren geschikt zijn voor de lagere temperatuur van een warmtepomp. Op het moment dat de cvketel daadwerkelijk aan vervanging toe is kan worden overgestapt op een warmtepomp.

De warmtenet route: Collectieve warmtevoorziening Voor de twee varianten van warmtenetten (hoge temperatuur en lage temperatuur) zijn twee verschillende routes. Ze komen in hoofdlijnen overeen, alleen zijn de voorbereidende stappen net iets anders. Voor lage temperatuur verwarming moeten woningen namelijk beter geïsoleerd zijn. Voor het tapwater zijn aanvullende maatregelen nodig. Bijvoorbeeld een kleine elektrische boiler of een kokendwaterkraan.

64

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

De hybride route In de hybride route wordt er op termijn (na 2030) overgestapt op duurzamere gassen. Omdat die gassen schaars zijn is het belangrijk dat dat gasvraag sterk wordt verminderd. Een belangrijk onderdeel hierbij is de hybride warmtepomp. Daarnaast is het voor comfortverbetering verstandig om isolatie en kierdichting te verbeteren. Vanwege de schaarste van het duurzame gas, is het wenselijk om elektrisch te gaan koken.

De klein collectieve route Voor kleine collectieven is geen specifieke routekaart te benoemen. Dit is namelijk zeer afhankelijk van de collectieve oplossing die gekozen wordt. Vaak zal deze lijken op warmtenet route. Voor kleine collectieve oplossingen is de organisatorische kant minstens net zo belangrijk. Het verenigen van de huiseigenaren, huurders en andere deelnemers in het collectief wordt vaak gedaan via een warmtecoöperatie.

65

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

Bijlage D. Detailkaarten

66

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

67

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

68

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

69

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

Bijlage E. Beknopt communicatie- en participatieplan Aanleiding In het klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt. Zo is afgesproken dat in Nederland ongeveer 1,5 miljoen gebouwen vrij is van fossiele brandstoffen in 2030. Dat betekent dat we binnenkort minder kolen, olie en aardgas willen gaan gebruiken. We noemen deze overgang de warmtetransitie. Gemeentes hebben de regie over deze rijksopgave. Om hier invulling aan te geven zijn twee instrumenten benoemd: een warmtevisie en wijkplannen.

In de warmtevisie beschrijven wij de manier waarop de gemeente stuurt op de warmtetransitie en welke rol is weggelegd voor belanghebbenden. De warmtevisie vertelt het grotere verhaal. De wijkplannen gaan over concrete plannen met invloed op de directe leefomgeving van de inwoners en ondernemers.

Scope en doel Dit plan beschrijft beknopt de aanpak van externe communicatie en participatie over de warmtetransitie. Het primaire doel van dit plan is doelgroepen uit Haarlemmermeer bewust(er) maken van de opgave waar we voor staan binnen de warmtetransitie, om hen daar deelgenoot van te maken zodat er eigenaarschap ontstaat. Hierbij onderscheiden wij twee onderdelen. 1. Continue communicatie en participatie over de warmtetransitie Dit betreft de hoog-over boodschap waarbij we ingaan op de urgentie ervan, de kosten en baten en de globale richting. De globale richting bestaat uit een voorstel voor wanneer het gewenst is om met een bepaalde wijk aan de slag te gaan en wat de voorkeurstechniek is om tot zo laag mogelijke maatschappelijke en eindgebruikerskosten te komen; de werkelijke keuze is aan gebouweigenaren. Ook geven we aan wat bewoners nu al kunnen doen, ook al is er nog geen initiatiefnemer in hun wijk. Deze communicatie dient een aantal subdoelen: -

Werven van initiatieven die met (wijk)plannen komen;

-

Het oproepen om de eigen woning/gebouw voor te bereiden op de warmtetransitie door het Energieloket Haarlemmermeer te bezoeken;

-

Het versterken van onze kennis over de wensen/obstakels bij de verschillende levensstijlen in onze gemeente, zodat we hierop anticiperen.

In de continue communicatie over de warmtetransitie is er ook aandacht voor wijken, waarvan het aannemelijk is dat er binnenkort aan een nieuwe warmtevoorziening wordt gewerkt. Deze communicatie is erop gericht om, al voordat een wijkplan wordt opgesteld, inwoners en gebouweigenaren te betrekken bij de opgave voor de eigen wijk. Hierbij ligt de nadruk op specifieke kansen en oplossingen voor de wijk en het gebied.

2. Communicatie en participatie over concrete projecten en wijkplannen Naarmate de plannen voor een wijk of buurt concreet gemaakt worden, neemt het belang van gebiedsgericht werken toe. Deze gebiedsgerichte communicatie en participatie vindt dan ook plaats tijdens het opstellen van de wijkplannen. Voor de uitvoer van een wijkplan wordt een apart communicatie- en participatieplan passend bij het project opgesteld. De uitwerking is immers maatwerk per wijk of gebied. Hiervoor zetten we onze opgedane kennis over bewonerssegmenten in.

70

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

Visie op communicatie Het is duidelijk dat en hoe de warmtetransitie past binnen de grotere opgave van de energietransitie voor Haarlemmermeer. We maken ook duidelijk als er nog onzekerheden zijn. We bieden over de onzekerheden wel een perspectief aan.

Waarom communiceren we? Bij de doelgroepen is duidelijk dat zij iets moeten doen met de warmtetransitie, maar het is vaak nog onduidelijk wat zij moeten doen en wat dan hun voordeel gaat zijn. Bovendien is er heel veel informatie beschikbaar, wat het niet makkelijker maakt om over te gaan op handelen. Het is belangrijk om te laten weten wat lokaal gedaan wordt en wat een inwoner zelf kan doen.

Wat is het veronderstelde kennisniveau dat we met communicatie willen bereiken? Wat het huidige kennisniveau is, toetsen we middels een peiling over de warmtevisie. Uitgangspunten voor het beoogde kennisniveau: Iedereen moet kunnen weten waarmee ze zelf kunnen beginnen om hun woning comfortabel te verwarmen met duurzame bronnen. Dé inwoner bestaat niet, maar het is wel mogelijk om aan de hand van levensstijlen aan te sluiten op kennis en behoefte die zij hebben om geïnformeerd en ondersteund te worden. Dit betekent dat bewonerssegmentatie een onderdeel is van de strategie, zodat onze communicatie aansluit op de diversiteit aan de verschillende levensstijlen in onze gemeente. Na het inzetten op kennis, is het belangrijk om een handelingsperspectief te geven, zodat de doelgroepen over kunnen gaan op handelen. Dit staat verderop in dit plan.

Welk proces doorlopen de doelgroepen? Omdat we werken met levensstijlen zal per segment gekeken worden op welk kennisniveau moet worden ingezet. We onderscheiden drie fases: 1.

In kaart brengen wat het kennisniveau is;

2.

Het vergroten van het kennisniveau;

3.

Het kennisniveau is op peil, waardoor inwoners zelf aan de slag kunnen.

Wat is de rolverdeling in de warmtetransitie? De gemeente regisseert, maar gebouweigenaren gaan over hun eigen gebouwen. Zij hebben de vrijheid om zelf te bepalen hoe zij hun gebouw CO2-arm en aardgasvrij willen maken. Gebouweigenaren en initiatiefnemers ontvangen ondersteuning vanuit de gemeente.

Hoofdambities De ambities zijn onderverdeeld in ‘het bieden van handelingsperspectief’, ‘gedrag’, ‘techniek’ en ‘realisatie’. Alle ambities zijn vertaald naar afgeleide ambities voor dit communicatie- en participatieplan.

Handelingsperspectief - Inwoners en gebouweigenaren weten welke stappen ze kunnen zetten, waar ze informatie kunnen halen en gaan aan de slag. Hierbij weten ze elkaar te vinden om ervaringen te delen, elkaar te helpen en van elkaar te leren.

-

Initiatiefnemers voelen zich geholpen en ontzorgd en weten hoe zij aan de slag kunnen (bijvoorbeeld via het energieloket, dat helpt d.m.v. begeleiding).

Overige ambities

-

Duidelijk maken wat de mogelijkheden zijn om te participeren en om invloed uit te oefenen op besluitvorming. Doelgroepen informeren over de mogelijkheden om initiatieven te ontwikkelen voor/in het gebied. Doelgroepen informeren over bestaande (collectieve) initiatieven, zodat zij gestimuleerd worden zelf ook aan de slag te gaan

71

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

Gedrag -

Inwoners worden geïnspireerd door andere inwoners die eerste stappen nemen in de warmtetransitie (early adaptors oftewel first movers). Inwoners helpen elkaar en kunnen van elkaar leren.

Overige ambities

-

Doelgroepen willen meedenken over de warmtetransitie (raadplegen). Ophalen welke (al dan niet kritische) reacties er zijn op de (concept) warmtevisie. Doelgroepen inspireren door als gemeente het goede voorbeeld te geven door het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed en ervaringen te delen.

-

Informatie geven om kennis- en het handelingsperspectief te vergroten Doelgroepen gaan uiteindelijk elkaar aanjagen, zodat het een sneeuwbaleffect krijgt en niet alleen van de gemeente afhankelijk is.

Techniek -

Initiatiefnemers kunnen elkaar gemakkelijk vinden (techniek/platform). De initiatieven passen binnen de kaders (door juiste informatie en voorbeelden te delen). Hiermee wordt onrust en desinformatie beperkt.

Overige ambitie Het is de verschillende doelgroepen duidelijk welke technische oplossingen/warmtebronnen er in te zetten zijn.

Realisatie Er is verantwoordelijkheid en betrokkenheid van (grote) organisaties, gebouweigenaren en inwoners; ze komen zelf met plannen en ideeën, en voeren uit. De gemeente ondersteunt hierbij op het proces. Kleinere belangen zijn vertegenwoordigd.

Overige ambities

-

Doelgroepen betrekken in het proces van de totstandkoming van de warmtetransitie. Het kennisniveau vergroten van de doelgroepen. Doelgroepen op de hoogte te houden over de warmtevisie, wijkplannen en energietransitie in het algemeen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=c12f9bde-df14-42c1-b653-9ffef0067b84