CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Warmtevisie Haarlemmermeer 2030.pdf

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 30 september 2021, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: SESSIE 1: 19.00 - 20.30 uur: RV Warmtevisie Haarlemmermeer 2030 (2021.0002134) / RV Beleidskader 'omarmen initiatieven in de warmtetransitie' (2021.0002132)26.435 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Ondanks de grote verschillen tussen wijken zijn de verschillen binnen een wijk vaak juist klein: huizen in een wijk komen vaak uit hetzelfde bouwjaar en hebben daarmee dezelfde kenmerken. Hierdoor is de oplossing binnen een wijk of gebied soms voor iedereen vergelijkbaar.

Afbeelding 2.1 Aantal huizen per bouwperiode in Haarlemmermeer (getallen bij benadering)

Afbeelding 2.2 Aardgasverbruik naar eigendom in 2019 (Klimaatmonitor)

13

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

Eigendomssituatie Hoewel de warmtevraag van de meeste woningen binnen wijken op elkaar lijkt kan de eigendomssituatie verschillen. De eigenaar is namelijk niet altijd de bewoner. Als de bewoner ook eigenaar is, komen de baten van de investering die gedaan moet worden bij henzelf terecht. Is de eigenaar iemand anders, bijvoorbeeld een woningcorporatie of een particuliere verhuurder, dan zijn de lasten voor de eigenaar en de baten voor de bewoner. Doordat deze belangen verschillen wordt verduurzaming bemoeilijkt. Is de woning ook onderdeel van een Vereniging van Eigenaren (VvE), dan is het nog complexer: er moet dan vaak in samenspraak met de andere leden van de VvE besloten worden of er geïnvesteerd wordt in verduurzaming. Het is in de warmtetransitie daarom belangrijk om goed onderscheid te houden tussen de bewoner en eigenaar. Zij hebben andere belangen en andere beslissingsbevoegdheden. Voor bewoners is het van belang dat hun energielasten niet zondermeer gaan toenemen en dat ze blijven beschikken over een betrouwbare energievoorziening. Gebouweigenaren willen desinvesteringen in hun vastgoed zoveel mogelijk voorkomen.

Afbeelding 2.3 Eigendomssituatie woningen en appartementen.

14

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

Bedrijven en bedrijventerreinen Ook bedrijfsgebouwen en andere utiliteitsbouw maken onderdeel uit van de warmtetransitie. Onze gemeente telt ongeveer 8.800 utiliteitsgebouwen. Het merendeel van deze gebouwen staat verspreid over 56 bedrijven- en kantorenterreinen. Het totale bruto vloeroppervlak (BVO) van deze gebouwen is bijna 5 miljoen vierkante meter. Het merendeel van de vierkante meters utiliteitsbouw is tussen 1996 en 2019 gebouwd.

De grootste vraag naar warmte en aardgas komt bij bepaalde sectoren voort uit hun bedrijfsproces of de diensten die ze bieden. Bijna de helft van het aardgas dat door bedrijven in Haarlemmermeer wordt gebruik komt van de glastuinbouw. Twee andere sectoren die grootverbruikers van aardgas zijn, zijn Vervoer en Opslag en de Logies. Dat komt onder andere omdat hotels voor de douches veel aardgas gebruiken. In Tabel 2.1 staat het aardgas verbruik per sector. Tabel 2.1 Aardgasgebruik per sector in 2019 (Klimaatmonitor)

SBI

Sector

miljoen m3

Aandeel

A

Landbouw, bosbouw en visserij

61,9

47%

C

Industrie

5,4

4%

E

Winning en distr. van water; afval- en afvalwaterbeheer en sanering

0,0

0%

F

Bouwnijverheid

1,7

1%

G

Groot- en detailhandel, reparatie van auto's

8,3

6%

H

Vervoer en Opslag

17,2

13%

I

Logies-, maaltijd- en drankverstrekking

17,0

13%

J

Informatie en communicatie

1,1

1%

K

Financiële activiteiten en verzekeringen

2,3

2%

L

Exploitatie van en handel in onroerend goed

1,8

1%

M

Vrije beroepen en wetenschappelijke en technische activiteiten

1,8

1%

N

Administratieve en ondersteunende dienstverlening

1,2

1%

O

Openbaar bestuur en defensie; verplichte sociale verzekeringen

1,8

1%

P

Onderwijs

1,9

1%

Q

Gezondheids- en welzijnszorg

4,6

4%

R

Kunst, amusement en recreatie

1,9

1%

S

Overige dienstverlening

1,3

1%

Totaal aardgasgebruik

131,3

Industrieclusters In Haarlemmermeer zijn drie industrieclusters die zich richten op specifieke sectoren: Schiphol, het glastuingebied Prima4A en een deel van het Noordzeekanaalgebied. Ook deze industrieclusters gaan verduurzamen.

Schiphol Schiphol heeft een groot luchthaventerrein waarop verschillende bedrijven gehuisvest zijn. Schiphol is zelf eigenaar, beheerder en exploitant van de gas- en elektriciteitsnetten gelegen op het luchthaventerrein. Het totale aardgasgebruik van Schiphol is ongeveer 18% van dat van Haarlemmermeer. De aangesloten derden (ongeveer 100 gebouwen) gebruiken gezamenlijk jaarlijks ongeveer 13,5 miljoen m3 (kubieke meter) aardgas. Het gebruik van Schiphol zelf (ongeveer 60 aansluitingen) bedraagt ongeveer 10,2 miljoen m3 (2019). Het gaat hierbij met name om gebouwen waar op- en overslag plaatsvindt alsmede kantoren en onderhoudsdiensten voor de luchtvaart.

15

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

In de periode van 2009 tot en met 2019 is op Schiphol Centrum het aardgasgebruik afgenomen van 11,8 miljoen tot 6,4 miljoen m3 aardgas. In 2020 is er hier een besparing gerealiseerd van ongeveer 1,3 miljoen m3 door recent in bedrijf genomen warmtekoudeopslaginstallaties (WKO). De besparing door WKO-installaties in 2019-2020 komt overeen met het aardgasgebruik van 1.560 huishoudens.

Vliegtuigen van KLM aan de grond op Schiphol.

PrimA4a Op de PrimA4a, onderdeel van de Greenport, wordt ongeveer 23,5 miljoen m3 aardgas verbruikt voor warmte. Daarnaast gebruiken zij elektriciteit dat deels bij de kassen zelf met gas wordt opgewekt. Hierbij wordt aardgas ingezet om elektriciteit, warmte en CO2 te produceren. De hoeveelheid elektriciteit die op PrimA4a wordt verbruikt staat ongeveer gelijk aan 19,2 m3 aardgas. De Greenport wil op termijn overstappen naar duurzamere warmte. Met de aanleg van de OCAP-leiding kan er straks direct CO2 aan de kassen geleverd worden. Er hoeft dan geen CO2 meer gemaakt te worden met behulp van aardgas.

Noordzeekanaalgebied Het Noordzeekanaalgebied is een van de landelijke industrieclusters waarvoor een Cluster Energiestrategie wordt opgesteld. Hierin wordt beschreven hoe de industrie in dat gebied kan verduurzamen door duurzamere energie te gaan gebruiken en welke infrastructuur daarvoor nodig is. Het Haarlemmermeerse deel van het Noordzeekanaalgebied bevat geen industrie. Maar de verduurzaming van de rest van het gebied heeft mogelijk wel effect op Haarlemmermeer. Zo zal er meer geëlektrificeerd worden en zal er worden ingezet op waterstof. De benodigde infrastructuur zal mogelijk deels door Haarlemmermeer gaan lopen, tegelijk kunnen we ook profiteren van de innovaties en ontwikkelingen die gaan plaatsvinden.

16

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

2.2

Infrastructuur en warmtebronnen

De aanwezigheid van geschikte warmtebronnen en een robuust elektriciteitsnet met voldoende capaciteit zijn onmisbaar voor de warmtetransitie. Het elektriciteitsnet is volop in ontwikkeling en de beschikbaarheid van warmtebronnen wordt steeds beter bekend. Hieronder volgt een korte beschrijving van de opgave. In hoofdstuk 6 gaan we hier dieper op in.

Het huidige gasnet In Haarlemmermeer zijn al verschillende gebieden waar niet alle gebouwen aangesloten zijn op het gasnet. In buitengebieden is dit vaak het geval. Toch worden ook de gebouwen in het buitengebied vaak wel met aardgas verwarmd. Hiervoor staat dan een tank in de tuin. Ook zien we al een aantal woonwijken in Haarlemmermeer waar niet alle woningen een aardgasaansluiting hebben. Dit is met name in wijken waar sinds 2018 veel nieuwbouw is gepleegd. Vanaf dat jaar krijgen nieuwbouwwoningen, op enkele uitzonderingen na, geen vergunning meer als ze niet zonder aardgasaansluiting worden gebouwd.

Afbeelding 2.4 Wijken waar nu nog een gasnet aanwezig is (Liander en Stedin)

Kaart van gemeente Haarlemmermeer met een weergave van de huidige aanwezigheid van een gasnet.

17

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

Beschikbare capaciteit elektriciteitsnet De warmtevoorziening en het elektriciteitsnet zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. In veel wijken zal meer elektriciteit verbruikt gaan worden. Bijvoorbeeld doordat woningen verwarmd gaan worden met een warmtepomp en er elektrisch gekookt gaat worden. Ook de elektrificatie van onze auto’s draagt hieraan bij. Voor elektrificatie van de warmtevoorziening zijn in de wijk extra transformatorhuisjes nodig. In de drukke ondergrond zal ook ruimte gevonden moeten worden voor extra elektriciteitskabels.

Daarnaast is het elektriciteitsnet in delen van de gemeente al volledig benut en zal verzwaard moeten worden. Door grootschalige elektrificatie van de warmtevoorziening is in de gemeente ook meer transportcapaciteit noodzakelijk. Dit draagt bij aan de vraag naar extra onderstations, transformatorhuisjes in de wijk en elektriciteitskabels in de straten. Zelfs voor het inzetten van hybride warmtepompen of warmtenetten is een verzwaring van het elektriciteitsnet nodig. Deze is wel veel minder dan in het geval van grootschalige elektrificatie.

Met investeringen in het elektriciteitsnet kan de netbeheerder het netwerk hiervoor geschikter maken. In onderstaande afbeelding is aangegeven wat de geschiktheid van het elektriciteitsnet op buurtniveau is om alle woningen en gebouwen volledig elektrisch te gaan verwarmen.

Afbeelding 2.5 Wijken waar de capaciteit voor het leveren van elektriciteit beperkt is (Liander)

Kaart van gemeente Haarlemmermeer met een weergave van de geschiktheid van het elektriciteitsnet om woningen en gebouwen volledig elektrisch te gaan verwarmen.

18

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

Warmtevraag en warmtebronnen De warmtevraag binnen een gebied beïnvloed de haalbaarheid en betaalbaarheid van collectieve oplossingen. Dat betekent dat hoe hoger de huidige warmtevraag in een gebied is, des te realistischer is een collectieve warmteoplossing. Afbeelding 2.6 geeft per buurt aan wat de warmtevraag per hectare is.

Afbeelding 2.6 De warmtevraag per hectare (Startanalyse PBL)

Kaart van gemeente Haarlemmermeer met een duiding van de warmtevraag per hectare.

19

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

2.3

Warmtetransitie in landelijke context

Landelijk zijn er volop ontwikkelingen met betrekking tot de warmtetransitie. Zo werkt de Rijksoverheid aan nieuwe wet- en regelgeving op het gebied van collectieve warmtevoorzieningen, gas en elektriciteit, en subsidiëring en financiering. Ook wordt gewerkt aan standaard en streefwaarden voor woningisolatie.

Standaard en streefwaarden voor isolatieniveau In het Klimaatakkoord is afgesproken dat er een standaard wordt op gesteld voor de warmtebehoefte (kWh/m2/jaar) van bestaande woningen. Hierbij worden ‘streefwaarden’ voor het isolatieniveau van individuele bouwdelen (dak, vloer, etc.) opgesteld. Wanneer deze waarden bekend zijn kunnen die worden opgenomen in de onze aanpak en handelingsperspectief voor onze inwoners.

In 48 gemeenten wordt ervaring opgedaan met ‘proeftuinen’ in het Rijksprogramma Aardgasvrije Wijken. Evaluaties en onderzoek laten zien dat een collectieve aanpak neerkomt op veel maatwerk waardoor opschaling lastig is. De haalbaarheid en betaalbaarheid van de warmtetransitie wordt sterk beïnvloed door de wijze waarop het Rijk omgaat met subsidies, belastingen op gas, elektra en producten en diensten die helpen bij de warmtetransitie. Daarnaast spelen marktontwikkelingen een rol bij de haalbaarheid en betaalbaarheid.

Deze landelijke ontwikkelingen laten zich moeilijk voorspellen en dit brengt onzekerheid met zich mee. De warmtetransitie is dan ook een dynamisch proces. In onze aanpak houden we hier rekening mee.

2.4

Warmtetransitie in regionale context

Als onderdeel van de Regionale Energiestrategie (RES) wordt ook een Regionale Structuur Warmte (RSW) opgesteld. Hierin wordt met de gemeenten binnen het RES-gebied afspraken gemaakt over bovengemeentelijke warmtebronnen. Dit zijn warmtebronnen die veel warmte kunnen leveren en vanwege hun locatie nuttig kunnen zijn voor verschillende gebieden verspreid over verschillende gemeenten. Om de warmte van deze bronnen effectief in te kunnen zetten zijn er afspraken nodig tussen die gemeenten. Door vroegtijdige afstemming op regionaal niveau kunnen partijen sturen op een zo optimaal mogelijke benutting van het potentieel bovengemeentelijke warmtebronnen. Dit is van belang om de maatschappelijke kosten van de warmtetransitie zo laag mogelijk te houden. Deze afspraken worden in de RSW vastgelegd, en net als de RES, elke 2 jaar herijkt.

Wanneer private partijen warmtebronnen ontwikkelen vindt soms geen overheidsparticipatie plaats. Dit kan ertoe leiden dat een warmtebron in de ene gemeente wordt ontwikkeld ten behoeve van de warmtetransitie in buurgemeenten. Bijvoorbeeld restwarmte van datacenter die wordt geleverd aan omliggende gemeenten.

De sturingsmiddelen zijn soms erg beperkt. Toch zullen wij in deze gevallen onderzoeken op welke wijze gestuurd kan worden op onze uitgangspunten voor de warmtetransitie.

20

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

3. De Haarlemmermeerse aanpak De warmtetransitie is een opgave die alleen succesvol wordt wanneer die kan rekenen op draagvlak van inwoners, gebouweigenaren en ondernemers. In 2050 moet de gebouwde omgeving op een duurzame manier verwarmd worden. Gemeentes hebben van het Rijk de regierol gekregen over deze opgave. We kunnen dit alleen succesvol doen wanneer we dit samen met inwoners, gebouweigenaren, ondernemers en maatschappelijke partners oppakken. Het gaat namelijk om hún woningen, bedrijfspanden, energienetwerken en innovaties. Dat betekent dat er draagvlak moet zijn voor onze aanpak, dat iedereen mee kan doen op het tempo dat bij hen past, dat ze in staat gesteld worden om de juiste keuzes te maken, en dat dit allemaal betaalbaar kan. Iedereen speelt een rol in de warmtetransitie en het is van belang dat voor iedereen duidelijk is wat de spelregels zijn. Wij hebben uitgangspunten voor de warmtetransitie vastgesteld. Deze uitgangspunten bepalen op welke manier wij regie voeren op de warmtetransitie en aan welke voorwaarden men moet voldoen. De uitgangspunten, aangevuld met inzichten uit gesprekken met stakeholders, zijn verder vertaald naar een strategie. In die strategie benoemen we het tempo, hoe we omgaan met de gebouwde omgeving, hoe we zorgen voor maatwerk en flexibiliteit en op welke wijze we inwoners, ondernemers en andere partners hierin meenemen.

Uitgangspunten voor de warmtetransitie Draagvlak is een voorwaarde voor succes

We maken gebruik van betrouwbare, veilige en duurzame technieken

Wij geven richting aan de technische oplossingen en de planning.

De warmtetransitie duurt dertig jaar. In die periode gaan nog veel

Gebouweigenaren besluiten zelf wanneer zij maatregelen nemen

ontwikkelingen plaatsvinden. Daarom zorgen we ervoor dat er ruimte

en welke duurzame technieken ze gebruiken. We omarmen

en flexibiliteit is voor innovatie zonder dat we door uitstel de

initiatieven om van het aardgas af te gaan die passen bij onze

doelstellingen niet gaan halen. Daarnaast willen we gebruik maken van

uitgangspunten.

duurzame energiebronnen die niet bijdragen aan de CO2-uitstoot.

De warmtetransitie is haalbaar, betaalbaar en toegankelijk

Er wordt doelmatig gebruik gemaakt van warmtebronnen

We maken de warmtetransitie behapbaar door in te zetten op

We willen dat er gebruik gemaakt wordt van bronnen die

stapsgewijze verbetering van gebouwen. Dit maakt de

toekomstbestendig zijn en geen negatief effect hebben op de

warmtetransitie overzichtelijk. We zorgen voor een goede balans

haalbaarheid, betaalbaarheid of betrouwbaarheid van de

tussen maatschappelijke kosten en baten. Daarmee houden we de

warmtevoorziening. We maken zoveel mogelijk gebruik van lokale

transitie voor iedereen betaalbaar en toegankelijk.

duurzame bronnen zoals zon, lucht, water, bodem en restwarmte.

De maatschappij participeert, de gemeente regisseert en faciliteert

We bieden maatwerk en sturen bij indien nodig

Het verduurzamen van woningen en gebouwen, en het realiseren

Omdat elk initiatief anders is en veel gebouwen unieke kenmerken

van nieuwe warmtevoorziening, is aan de markt en

hebben, zorgen we voor maatwerk. Daarnaast blijven we onze

gebouweigenaren. Wij faciliteren gebouweigenaren in het maken

strategie evalueren en sturen we bij als het beleid niet meer past of de

van keuzes door hen van informatie te voorzien. Ook

doelstellingen niet gehaald worden. Hiervoor herijken we de

ondersteunen wij kleinschalige (lokale) initiatieven procesmatig en

warmtevisie minimaal elke vijf jaar.

met kennis. We zorgen voor samenhang in ontwikkelingen We zorgen ervoor dat grootschaligere projecten in samenhang plaatsvinden met andere werkzaamheden in een buurt of wijk. Zo voorkomen we overlast en kunnen we kosten zo laag mogelijk houden.

21

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

3.1

Naar een duurzame warmtevoorziening in 2050

We hebben tot 2050 voor de warmtetransitie. Dit biedt ons de tijd. Tijd die we goed moeten benutten. We starten met een fase van leren, slim volgen en communiceren die wordt opgevolgd door een periode van versnelling. Door in te zetten op haalbare en betaalbare stappen die passen bij de woning of het gebouw, kan de CO2-uitstoot verminderd worden. Tegelijk worden woningen en gebouwen comfortabeler en gezonder. Zo werken we stapsgewijs aan een gebouwde omgeving die in 2050 nagenoeg geen CO2uitstoot meer veroorzaakt.

Op hoofdlijnen onderscheiden we drie fases in de warmtevisie: starten en leren, versnellen en naar een afronding.

Fase 1: 2021-2025: Starten en leren In de periode tot 2025 informeren wij over de warmtetransitie en wat dit voor inwoners, gebouweigenaren en ondernemers betekent. We maken inzichtelijk welke technieken maatschappelijk gezien de voorkeur hebben en schetsen wat het gewenste eindbeeld is. Bewoners en gebouweigenaren zien welke stappen ze kunnen zetten. Samen met het Energieloket zorgen wij ervoor dat zij ook daadwerkelijk de stappen kunnen zetten. In deze fase verwachten wij een beperkt aantal initiatieven van inwoners en bedrijven. Deze initiatieven omarmen we zolang ze passen binnen de gekozen uitgangspunten en andere beleidskaders. We gaan dan met de initiatiefnemers, gebouweigenaren en inwoners de eerste plannen opstellen en er wordt gestart met de uitvoering. We blijven andere gemeenten slim volgen, evalueren ons beleid en leren hoe we gezamenlijk met inwoners, gebouweigenaren, bedrijven en marktpartijen de warmtetransitie voor de lange termijn vorm kunnen geven.

Fase 2: 2026-2034: Versnellen In de periode tot 2026 – 2034 willen we met steeds meer initiatiefnemers, gebouweigenaren en inwoners plannen opstellen en beginnen met de uitvoering van deze plannen. Natuurlijk blijven we ook communiceren over de warmtetransitie. Vervolgens willen we komen tot een continue stroom aan initiatieven en gebouwen die op een duurzame manier verwarmd worden.

Fase 3: 2035-2050: Naar een afronding In steeds meer gebieden wordt gewerkt aan de warmtetransitie en steeds meer gebouwen worden op een duurzame manier verwarmd. De laatste wijkplannen stellen we uiterlijk in 2042 vast. Zoals afgesproken in het Klimaatakkoord hebben de laatste woningen en gebouwen dan nog voldoende tijd om de laatste stappen te zetten.

22

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

3.2

De warmtetransitie: een dynamisch proces

Wijzigingen in wet- en regelgeving, maatschappelijke veranderingen, technische en financiële ontwikkelingen en nieuwe inzichten en ervaringen zijn allemaal redenen waarom het precieze eindresultaat lastig te voorspellen is.

De regierol van de gemeente vraagt ons antwoord te geven op vragen zoals: Hoe zorgen we ervoor dat nu de juiste keuzes gemaakt worden? Hoe houden we ruimte en flexibiliteit om in te springen op veranderingen? Hoe zorgen we tegelijkertijd dat de doelen uit het Klimaatakkoord behaald worden? Hoe zorgen we ervoor dat gebouweigenaren en inwoners keuzevrijheid hebben maar ook voldoende ondersteund worden?

Wij zien de warmtetransitie als een dynamisch proces waarin twee sporen bij elkaar komen. Enerzijds het spoor waarin inwoners en gebouweigenaren geleidelijk hun woningen en gebouwen verduurzamen en initiatieven ontplooien. Hierin speelt de gemeente een faciliterende rol. Anderzijds het spoor waarin wij onze regierol invullen en ervoor zorgen dat de randvoorwaarden voor de lokale warmtetransitie ingevuld zijn. Beide sporen bestaan uit verschillende onderdelen. Hieronder staat de aanpak verder toegelicht. De invulling en de uitvoering hiervan wordt in de volgende hoofdstukken uitgewerkt.

Spoor 1: Faciliteren van een stapsgewijze warmtetransitie

Spoor 2: Invullen regierol en randvoorwaarden voor lokale warmtetransitie

Spoor 1: Faciliteren van een stapsgewijze warmtetransitie 1.

Inzicht geven in de voorkeursoplossingen en hoe daar te komen

Met deze warmtevisie maken wij op gebiedsniveau inzichtelijk wat op dit moment maatschappelijk gezien de gewenste oplossing is. Dit noemen we de voorkeursoplossing. Hierbij geven we ook aan welke stappen gezet kunnen worden om daar te komen.

De stappen die genomen kunnen worden maken wij, per voorkeursoplossing, inzichtelijk. Deze stappen vormen samen een ‘route’ om gebouwen te verduurzamen en op termijn aardgasvrij te kunnen maken. Om flexibel te blijven geeft een route ook alternatieve paden aan om zo tot een andere warmteoplossing te komen mocht die in de loop van de tijd aantrekkelijker blijken te zijn.

23

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

2.

Stapsgewijs en gebiedsgericht naar een CO2-arme gebouwde omgeving

Ondanks de grote verschillen tussen gebieden en wijken zijn de verschillen binnen een wijk of buurt vaak klein. Dat betekent dat een algemene aanpak voor een specifieke voorkeursoplossing geconcretiseerd kan worden op buurt- of straatniveau.

Gebiedsgericht stappenplan In veel wijken, met name Vinexwijken, hebben veel woningen dezelfde kenmerken en problemen. In Graan voor Visch hebben inwoners last van vocht en missen ze goede ventilatie. In Overbos zijn vaak convectorputten toegepast als verwarming. Dit soort kenmerken vragen om specifieke maatregelen die bij deze woningen passen, maar niet effectief zijn voor anderen. In deze buurten kunnen gebiedsgerichte stappenplannen helpen om woningeigenaren meer inzicht te geven in de manier waarop ze hun woning op een effectieve manier kunnen verduurzamen.

Om gebouweigenaren ook in staat te stellen slimme stappen te zetten, werken we samen met het Energieloket, de markt en maatschappelijk organisaties om te zorgen voor het juiste aanbod en gebiedsgerichte stappenplannen.

3.

Helpen aan de slag te gaan en participatieve processen organiseren voor keuzevrijheid en draagvlak

Na het inzichtelijk maken van de gebiedsgerichte oplossingen, is het aan de gebouweigenaren zelf om te bepalen welke stappen zij zetten. Dit betekent dat er veel ruimte is voor inwoners en gebouweigenaren om zelf initiatief te nemen en keuzes te maken. Via het Energieloket faciliteren wij hen in het realiseren van individuele maatregelen. Bijvoorbeeld via collectieve inkoopacties.

Het realiseren van collectieve energieprojecten en warmtenetten is een taak voor (lokale) initiatieven en private partijen. Om te zorgen dat wordt voldaan aan de uitgangspunten voor keuzevrijheid en draagvlak zijn er kaders voor deze initiatieven.

Op verschillende momenten kunnen inwoners en ondernemers meedenken. Dat kan onder andere tijdens de totstandkoming van een plan voor de eigen wijk of buurt. Het is belangrijk dat ook tijdens de uitvoering van een wijkplan duidelijk is wanneer stappen worden gezet en welke participatie nog mogelijk is. Voor de uitvoering van een wijkplan wordt daarom altijd een, bij het project passend, participatieplan opgesteld.

Warmteberaad Als gemeente onderzoeken we of we samen met een warmteberaad van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners tot een wijkplan kunnen komen. Met het warmteberaad ondersteunen we inwoners om hun initiatieven vorm te gegeven. Ze kunnen online en offline met elkaar het gesprek voeren over hun wensen en behoeften. Ze doen voorstellen voor onderzoeks- of ontwerpopdrachten. Deze opdrachten geven ze aan de gemeente of een andere organisatie die dit uitwerkt. Vanuit de gemeente is er een warmteregisseur die zorgt dat het proces goed verloopt en andere organisatie aangehaakt zijn. Inhoudelijk bepalen inwoners de koers.

24

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

2.

Ondersteunen in het vormgeven van initiatieven en faciliteren van de uitvoering

Wij weten vaak welke warmtebronnen er in een wijk beschikbaar zijn en welke ideeën en initiatieven er spelen. Aan de hand van deze informatie verbinden we inwoners, (lokale) initiatiefnemers en maatschappelijke organisaties met elkaar. Daarnaast ondersteunen we hen met kennis over de omgeving of zetten we ons netwerk in om experts met het initiatief mee te laten denken.

Vijfhuizen Een voorbeeld van inwoners die met een idee naar de gemeente kwamen zijn de bewoners van de fortwachterswoningen in Vijfhuizen. Als gemeente hebben we ze eerst gekoppeld aan een lokaal warmtebedrijf dat hen heeft geholpen in het uitwerken van het idee. Toen bij de gemeente ook ter ore kwam dat het Kunstfort Vijfhuizen had laten onderzoeken hoe zij van het aardgas af konden hebben we beide ideeën aan elkaar gekoppeld. Daar kwam een gezamenlijk initiatief uit waarbij het fort en de woningen samen een klein collectief warmtenet willen ontwikkelen op basis van warmte uit het oppervlaktewater rond het fort. Hiervoor zetten ze een gezamenlijke warmtecoöperatie op.

Fortwachterswoningen in Vijfhuizen.

Invullen regierol en randvoorwaarden lokale warmtetransitie 1.

Beleid, processen en organisatie op orde brengen

Voorwaardelijk aan het kunnen uitvoeren van projecten die leiden tot een duurzame warmtevoorziening zijn duidelijke kaders, een visie en onderliggend beleid. Bijvoorbeeld hoe het proces voor wijkplannen wordt ingericht en hoe wij inwoners daarin faciliteren. Deze warmtevisie is daarvoor de kapstok. Hierin zorgen wij ook voor regels met betrekking tot warmtebronnen (hoofdstuk 6) en onze houding ten opzichte van de warmtemarkt en de ontwikkeling van warmtenetten. Daarnaast werken wij in de warmtetransitie nauw samen met nutsbedrijven zoals netbeheerders, de grotere eigenaren en verhuurders van (maatschappelijk) vastgoed (paragraaf 3.3) en zijn we betrokken bij de industrieclusters (paragraaf 3.4).

25

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

2.

Informeren over de warmtetransitie

Waar sommige mensen al nadenken over aardgasvrij en de eerste stappen zetten, is het voor een grote groep nog een onbekend thema. Het is daarom belangrijk dat we hier duidelijk over communiceren en antwoord geven op vragen als: waarom moeten woningen en gebouwen verduurzaamd worden? Wat levert het op? Hoe gaan we dat doen? En wat betekent dit concreet? Het is belangrijk dat we hier tijdig mee beginnen. Zo kunnen inwoners en ondernemers – in wijken waar de komende periode gestart zou kunnen worden – zich daarop voorbereiden en vooruitlopend daarop al aan de slag te gaan.

Wij zullen regelmatig informatie delen over de warmtetransitie in algemene zin. Ook zorgen wij voor gebiedsgerichte communicatie over concrete projecten en plannen. Belangrijk zijn hier ook voorbeelden van projecten en invulling van onze voorbeeldrol als gemeente.

3.

Evalueren en bijstellen

Hoe gaan we om met te weinig initiatieven en te weinig actie waardoor we de doelstelling van 2050 niet halen? Wij houdende voortgang van de warmtetransitie in de gaten en sturen bij waar nodig. We breiden de informatievoorziening en ondersteuning steeds verder uit. De warmtevisie zal ten minste elke vijf jaar geëvalueerd en aangescherpt worden.

3.3

Samenwerken met maatschappelijke partners

Woningcorporaties, netbeheerders Liander en Stedin en het Hoogheemraadschap van Rijnland zijn belangrijke maatschappelijke partners in de warmtetransitie. Door samen te werken houden we de kosten laag.

Netbeheerders In onze gemeente zijn twee publieke netbeheerders actief. Liander beheert in de hele gemeente het elektriciteitsnet en bijna het hele gasnet. Stedin beheert het gasnet in het voormalige Haarlemmerliede en Spaarnwoude. Wij werken samen om in kaart te brengen waar, en op welk moment, werkzaamheden aan het elektriciteitsnet nodig zijn en wat de effecten van keuzes zijn op nationale kosten.

Woningcorporaties De woningcorporaties zijn voor de gemeente Haarlemmermeer een belangrijke partner in de warmtetransitie. Vooral Ymere heeft een grote woningvoorraad in de gemeente. Het verduurzamen en geschikt maken van 13.000 huizen is voor hen een ingewikkelde opgave. We onderhouden daarom goed contact en houden elkaar op de hoogte van onze plannen en de lessen die we leren. Tegelijkertijd zien we de corporaties ook als een partner van wie we kunnen leren door de ervaringen die zij elders opdoen met warmte oplossingen.

Hoogheemraadschap van Rijnland Het Hoogheemraadschap van Rijnland beheert diverse duurzame bronnen in Haarlemmermeer en is daarom een belangrijke partner in de warmtetransitie. We betrekken Rijnland bij de plannen die we maken voor bodemenergiesystemen om kwetsbare Haarlemmermeerse ondergrond te beschermen. Daarnaast werken we samen met Rijnland op het gebied van aquathermie om bijvoorbeeld het potentieel van de Ringvaart in kaart te brengen.

26

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

3.4

Industrieclusters

Schiphol Het is de intentie van Schiphol om stapsgewijs toe te werken naar het CO2-uitstootvrij maken van de warmte- en koudevoorziening voor het gehele Schipholgebied. Een concrete planning voor het aardgasvrij maken van het gehele Schipholgebied is nog niet beschikbaar.

De opgave van Schiphol gaat deels over dezelfde soort uitdagingen als bij andere bedrijventerreinen. Bijvoorbeeld hoe om te gaan met bedrijfsprocessen die gas verbruiken en te werken aan draagvlak onder gebouweigenaren. De gemeente en Schiphol gaan gezamenlijk onderzoeken op welke wijze kan worden samengewerkt aan de warmtetransitie. Belangrijke aandachtspunten zijn hierbij: - samenhang in ontwikkeling;

-

doelmatig gebruik bronnen; innovatie, en betrouwbare, veilige en duurzame technieken; haalbaar, maakbaar en betaalbaar; verduurzaming van zowel warmte- als koudevoorziening.

Hier wordt onder andere invulling aan gegeven door nader onderzoek te doen naar de plannen van derden die op het Schiphol terrein zijn gevestigd, de beschikbaarheid van externe koude- en warmtebronnen en mogelijkheid tot verfijning van gebied- en gebouwclusters. Dit gebeurt in samenhang met de Regionale Energiestrategie (RES), Regionale Structuur Warmte (RSW) en deze warmtevisie.

PrimA4a Greenport Aalsmeer voert verschillende acties uit om de eigen doelen te behalen. Vanuit het Klimaatakkoord moeten Greenports een gebiedsvisie opstellen met daarin de ontwikkelingen naar een klimaatneutrale energievoorziening.

Met de uitbreiding van de OCAP-leiding naar PrimA4a en de Kwakel-Kudelstaart wordt een belangrijk knelpunt weggenomen in de verduurzaming van de gebieden. Ook wordt vanuit de Greenport Aalsmeer veel energie gestoken in het op gang brengen van samenwerking tussen ondernemers onderling en met overheden. Wij zijn betrokken bij de opgave voor Prima4A en volgen de ontwikkelingen met betrekking tot geothermie. Als hier een kans ontstaat in de vorm van een warmtenet voor gebouwen in de omgeving dan wordt met Greenport Aalsmeer afgestemd hoe dit vormgegeven kan worden.

Noordzeekanaalgebied In 2020 is gestart met het beter in kaart brengen van de transitieplannen van de industrie vanuit de Cluster Energiestrategie (CES) NZKG. Hierin wordt dieper ingegaan op de wijze waarop de energiebehoefte van bedrijven in het Noordzeekanaalgebied zich ontwikkelt richting 2030 en 2050. Hierbij is het doel om in 2021 een concrete uitvoeringsagenda en een investeringsplan te hebben voor de benodigde energie-infrastructuur. Wij zijn bij de CES aangehaakt zodat we op de hoogte zijn van de ontwikkelingen die op onze gemeente afkomen.

27

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

4. Routes naar duurzaam en comfortabel wonen en werken We staan nog maar aan het begin van de warmtetransitie. We weten het doel. Maar voor veel woningen, straten en de buurten is de definitieve warmteoplossing nog onzeker. Om het einddoel te halen beginnen we met het zetten van de eerste stappen. Gebouwen zijn verschillend en de warmtevraag verschilt per gebruiker. Ook de beschikbare warmtebronnen (zie hoofdstuk 6) en aanwezige elektriciteitsinfrastructuur is niet in alle wijken en gebieden hetzelfde. Voor deze verschillende situaties zijn er verschillende warmteoplossingen mogelijk. De beste oplossing is dus niet voor alle gebieden of gebouwen gelijk. Kortom; hierdoor zullen woningen en gebouwen met verschillende technieken verwarmd worden. De stappen die elke bewoner en gebouweigenaar gaan zetten zullen daarom verschillen. Toch is de globale route die zij afleggen ongeveer hetzelfde. Hierom hebben we een algemene routekaart opgesteld die per warmteoplossing verder uitgewerkt kan worden.

4.1

Algemene routekaart

De algemene routekaart bestaat uit vijf stappen: 1.

Voorbereiding De voorbereiding is het opstellen van een goed stappenplan voor het gebouw. Dat begint bij een inventarisatie van de huidige situatie: hoeveel warmte wordt er verbruikt? De maatregelen die voortkomen uit het stappenplan worden bij voorkeur uitgevoerd op een logisch moment (natuurlijk moment). Het is daarom handig om het stappenplan al klaar te hebben liggen.

2.

Isoleren en kieren dichten Daarna begint het in bijna alle gevallen met het verlagen van de warmtevraag. Isoleren en kierdichting dragen ook bij aan het wooncomfort. Goede ventilatie voorkomt tocht en vochtproblemen. Door passende isolatiemaatregelen uit te voeren zijn de maatregelen betaalbaar en verdient de eindgebruiker de investering terug via de lagere energierekening.

3.

Elektrificeren Gas wordt niet alleen gebruikt voor het verwarmen van de woning. Het wordt ook gebruikt voor bijvoorbeeld koken of een sierhaard. Ook daar moet een alternatief voor komen.

4.

Hybride als tussenstap Voordat men definitief overgeschakeld op een nieuwe warmtevoorziening, kan een tussenstap worden gezet. Dat kan door nog één keer voor een (tijdelijke) tussenoplossing te kiezen. Bijvoorbeeld een hybride warmtepomp of het tijdelijk huren van een hoogrendements cv-ketel.

5.

Aardgasvrij Zodra het gebouw goed is voorbereid, oftewel ‘aardgasvrij-ready’, kan de stap naar een andere warmtevoorziening definitief worden gezet.

28

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

Aardgasvrij koken Voordat mensen op aardgas gingen koken werd er voornamelijk gebruik gemaakt van een kolenfornuis. Dit fornuis zorgde tegelijkertijd voor warmte in de keuken. Met een stookruimte, aslade en lange opwarmtijd was het wel een stuk minder praktisch dan het gasfornuis. Daarnaast kwamen schadelijke stoffen vrij bij het gebruik. Koken op gas was een grote stap vooruit. Minder schadelijke stoffen, beter te regelen temperatuur en veel groter gebruiksgemak maakten, ondanks weerstand in het begin, het gasfornuis steeds populairder. Nu komt de tijd om over te stappen van het gasfornuis op elektrisch koken. De oude elektrische kookplaten warmen langzaam op en zijn slecht instelbaar. De nieuwe inductiekookplaten zijn een uitstekende vervanger voor het gasfornuis. Bij het gebruik van een inductiekookplaat komen helemaal geen schadelijke stoffen vrij. Daarnaast is een inductiekookplaat goed in te stellen, schoon te maken en brengt het grote hoeveelheden water snel aan de kook. Het kan zijn dat er een extra groep in de meterkast nodig is. Ook zijn niet alle pannen zijn geschikt om te gebruiken op een inductiekookplaat. Dit betekent nu nog opletten bij de aanschaf van een nieuwe pan en op termijn mogelijk het vervangen van enkele pannen. Met een magneet (bijvoorbeeld een koelkast magneet) kan je testen of de pan geschikt is voor een inductiekookplaat.

Als de magneet aan de onderkant van de pan blijft plakken is de pan geschikt voor koken op inductie.

Ventilatie en kierdichting Door kieren te dichten, isolatie toe te passen en de technische (cv-)installaties goed in te regelen kan de warmtevraag fors verminderd worden. Als bijkomend voordeel neemt het comfort in het gebouw toe en worden andere verwarmingstechnieken haalbaar. Het is belangrijk dat in woningen niet te veel vocht blijft hangen. Een vochtig gebouw is namelijk moeilijk warm te krijgen. Als er dan ook schimmel ontstaat zorgt dit voor een ongezonde luchtkwaliteit. Kortom, bij isolatie hoort ook goede ventilatie. Om de woning comfortabel te houden en te voorkomen dat de kachel extra hard moeten branden als het koud is, is het dichten van kieren echter minstens zo belangrijk.

Koken op een inductie kookplaat.

29

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

4.2

Warmteoplossingen

Er zijn verschillende soorten warmtetechnieken en bronnen. Deze technieken zijn niet in alle situaties geschikt. Omdat in een wijk vaak vergelijkbare woningen en gebouwen staan kan per wijk een oplossing benoemd worden die de voorkeur heeft. Deze voorkeursoplossingen zijn onder andere gebaseerd op de betaalbaarheid, effect op nationale kosten, geschiktheid van een warmtetechniek, beschikbaarheid van warmtebronnen en hoe dit zich verhoudt tot alternatieven. Wij maken onderscheid tussen individuele oplossing en collectieve oplossingen.

Individuele oplossingen Individuele oplossingen kunnen zelfstandig en op elk moment door een gebouweigenaar gerealiseerd worden. Het is hiervoor niet nodig om kabels en leidingen buiten het huis of kavel aan te passen. Voorbeelden van individuele oplossingen zijn volledig elektrische oplossingen zoals een warmtepomp en zonnecollectoren.

In een wijk met voornamelijk individuele oplossingen ligt geen gasnet meer. Dit noemen wij een ‘individuele wijk’. Net zoals in de huidige nieuwbouw wijken, zullen woningen en gebouwen in deze bestaande wijken doorgaans worden verwarmd met elektriciteit (volledig elektrisch wonen). Vaak zal dit in combinatie zijn met omgevingswarmte vanuit lucht, bodem en oppervlaktewater. Voor gebouwen waar een volledig elektrische optie niet haalbaar is kan gebruik gemaakt worden van bijvoorbeeld zonnecollectoren.

Collectieve oplossingen Collectieve oplossingen zijn oplossingen waarbij een collectieve infrastructuur wordt aangelegd. Ze kunnen niet zonder afstemming met de gemeente worden gerealiseerd. Voorbeelden van collectieve oplossingen zijn een warmtenet of gasnet met duurzaam gas.

Wijken waar een warmtenet ligt noemen we een ‘Warmtenet wijk’. In warmtenetwijken ligt in de toekomst geen gasnet meer. In plaats daarvan ligt er een collectief warmtenet waar gebouwen en woningen op kunnen aansluiten. Dit warmtenet wordt gevoed door een grootschalige bron zoals geothermie of restwarmte. Veel gebouweigenaren in deze wijken zullen gebruik maken van dit warmtenet.

In wijken waar een duurzaam gas wordt toegepast ligt een gasnet. Dit noemen een ‘Hybride groengaswijk’. Hier stroomt in plaats van aardgas een duurzaam groengas doorheen. Omdat duurzame gassen hoogstwaarschijnlijk voor lange tijd schaars zullen zijn is het nodig dat zoveel als mogelijk gebruik gemaakt wordt van een hybride-cv. Daarmee wordt er veel bespaard op het verbruik van groengas.

Maatwerk en keuzevrijheid Of nu sprake is van een individuele wijk, warmtenetwijk of hybride groengaswijk, om een aantal redenen kan hier door inwoners of gebouweigenaren vanaf worden geweken. In het geval van een warmtenet kan dat – vanwege wet- en regelgeving – alleen onder voorwaarden (zie hoofdstuk 6).

Het kunnen afwijken van de voorkeursoplossing kan gewenst zijn omdat het voor een specifieke woning betaalbaarder is om individueel een warmteoplossing te kiezen. Maar het kan ook zijn dat het voor een groep inwoners of ondernemers het interessant kan zijn om gezamenlijk een eigen collectieve oplossing te realiseren. Kortom, vanwege keuzevrijheid, betaalbaarheid en haalbaarheid kan er worden afgeweken van de voorkeursoplossing en is er maatwerk nodig: zowel individueel als collectief.

30

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

4.3

Specifieke routes en tussenstappen

Hoewel er voor de meeste wijken een voorkeursoplossing is, kan het zo zijn dat er een moment komt dat de voorkeur verandert. Bijvoorbeeld doordat de isolatiegraad van de woningen een grotere verbetering hebben doorgemaakt dan nu is voorzien of dat een goede nieuwe warmtebron wordt ontwikkeld.

Door stapsgewijs aan de slag te gaan behouden we de mogelijkheid om na elke stap toch nog een alternatief pad te kiezen waardoor andere oplossingen ook nog mogelijk zijn. De eindsituatie voor een gebouw hoeft daarom nog niet in het begin vast te staan. Met andere woorden, het is in veel gevallen mogelijk om ‘onderweg’ een andere afslag te nemen en voor een andere techniek te kiezen. Hoewel een woning niet meteen aardgasvrij is, zorgen die tussenstappen ervoor dat er een significante verlaging van de CO2-uitstoot bereikt kan worden. Ook hebben deze stappen vaak meteen het voordeel dat de maandelijkse energielasten omlaaggaan en het zomer- en wintercomfort worden vergroot.

Hybride als tussenstap Een hybride warmtepomp kan in veel woningen zonder al te veel aanpassingen nu al geplaatst worden. Een hybride warmtepomp werkt namelijk vaak in combinatie met de huidige cv-ketel. Het grootste deel van het jaar heeft de woning eigenlijk niet heel veel warmte nodig, dan kan de warmtepomp dat gemakkelijk ondervangen. Op de koudere dagen of als er lang gedoucht wordt, dan springt de cv-ketel bij. De hybride warmtepomp bespaart vaak al zo’n 60% op het gasverbruik. Deze stap zorgt dan ook meteen voor een grote CO2-reductie.

De stappen voor de voorkeursoplossingen zijn in Afbeelding 4.1 opgenomen. De oplossingen die hoger staan zijn meer gewenst. Deze gebouwen gebruiken per saldo minder energie en de woonlasten zijn hierdoor mogelijk lager. Bij iedere tussenstap is ook aangegeven of en hoe er overgestapt kan worden naar een route voor een andere warmteoplossing. In Bijlage C. Specifieke routes staan de routes per oplossing verder uitgewerkt en toegelicht.

Afbeelding 4.1 Gecombineerde routekaart voor verschillende voorkeursoplossingen

Verschillende routes naar aardgasvrije gebouwen.

31

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

Deze routes zijn voor de meeste gebouwen een goed beginpunt. Wel geldt te allen tijde dat het goed is om maatwerkadvies in te winnen voor de eigen woning of gebouw. In de toekomst kunnen we de routes laten aansluiten bij de ‘Standaard en Streefwaarden’ voor gebouwverbetering die worden opgesteld vanuit het Klimaatakkoord.

4.4

Warmtekaart in 2050

Op basis van de huidige staat van woningen en gebouwen, het huidige inzicht in warmtetechnieken en de beschikbaarheid van warmtebronnen kunnen we per wijk de voorkeursoplossing duiden en zo een gewenst eindbeeld voor 2050 schetsen. Wij verwachten dat er dan een mix zal zijn van individuele oplossingen zoals warmtepompen, bodemenergie en veelal kleinschalige warmtenetten op basis van coöperatief eigendom. Op de warmtekaart (Afbeelding 4.3) schetsen we per wijk wat de voorkeursoplossing is op basis van de huidige inzichten. Samen met de routekaarten, voor inwoners en gebouweigenaren een startpunt om aan de slag te gaan met de warmtetransitie. In Bijlage D. Detailkaarten, zijn gedetailleerdere kaarten van de warmtekaart te vinden inclusief duiding van de wijken waar een voorlopige oplossing is benoemd.

Voor sommige wijken ligt het nu nog niet voor de hand om voor 2040 een alternatieve warmteoplossing te realiseren. Hiervan geven we aan dat het gasnet voorlopig nog zal blijven liggen (Afbeelding 4.2). Om wel richting te geven aan de inwoners en gebouweigenaren geven we, op basis van de huidige inzichten, de meest voor de hand liggende oplossing.

De voorkeursoplossing past niet bij mijn woning, wat nu? Of een techniek geschikt is van veel factoren afhankelijk. Met de voorkeursoplossing geven wij, voor het grootste gedeelte van de gebouwen aan wat waarschijnlijk de beste keus is. Wanneer een gebouw heel anders is dan de meeste andere woningen in een wijk of bijvoorbeeld gebruik gemaakt wordt van een andere verwarmingstechniek kan het zijn dat de voorkeursoplossing niet aansluit op uw situatie. Wij raden daarom alle gebouweigenaren aan om maatwerkadvies in te winnen voor de eigen situatie. Dit kan bijvoorbeeld bij ons Energieloket.

Individuele wijken In een groot gedeelte van onze gemeente zal elektrificatie van de warmtevoorziening nodig zijn. In deze wijken is het ook mogelijk dat kleinschalige warmtenetten gebruikt worden om appartementencomplexen van omgevingswarmte te voorzien. Ook is bijvoorbeeld zonnecollectoren een techniek die in een individuele wijk gebruikt kan worden om over te stappen op duurzame warmte. In deze wijken is op termijn geen gasnet meer aanwezig.

Qua planning maken we hierbij onderscheid tussen wijken waarbij we inzetten op volledige elektrificatie voor 2040 en wijken waar we inzetten op volledige elektrificatie voor 2050. Dit wordt bepaald door de beschikbare capaciteit op het elektriciteitsnetwerk en de gemiddelde leeftijd van cv- ketels in deze wijken. Nadat iedereen is overgestapt op volledig elektrische techniek kan de netbeheerder starten met het verwijderen van de gasinfrastructuur.

Hoge temperatuur warmtenetwijken Hoge temperatuur warmtenetten lijken vooral voor Badhoevedorp en Zwanenburg interessant. De relatief oude bebouwing met hoge warmtevraag en relatief dichtbebouwd gebied, de ontwikkeling van een warmtebron op De Liede, de (beperkte) aanwezigheid van (rest)warmte maakt dit een interessante techniek. Daarnaast is er een kans dat de werkzaamheden voor een warmtenet gecombineerd kunnen worden met andere werkzaamheden in het gebied. Dit kan bijdragen aan het verlagen van de kosten.

Een warmtenet realiseren is een complexe opgave en vraagt om hoge betrokkenheid van de gemeente die zelf uitvoering geeft aan de wijkgerichte aanpak. We roepen inwoners, gebouweigenaren en andere partijen op om voor 2023 te komen met initiatieven voor een warmtenet in deze buurten. 32

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

Lage temperatuur warmtenetwijken In gebieden waar nieuwbouw plaatsvindt wordt in bepaalde gevallen een lage temperatuur warmtenet aangelegd. Dit warmtenet is dan in eerste instantie bedoelt voor het aardgasvrij realiseren van deze nieuwbouw maar kan in enkele gevallen ook een kans bieden voor bestaande bouw. In deze gebieden zal dan een lage temperatuur warmtenet aanwezig zijn. Naast dit lage temperatuur warmtenet zullen voor de bestaande bouw ook andere technieken gebruikt worden.

Hybridewijken Voor met name oude dorpskernen en lintbebouwing, waar nu al een gasnet aanwezig is, is de hybride oplossing op dit moment het gewenste eindbeeld. Deze gebouwen zijn vaak slecht geïsoleerd waardoor de kosten voor gebouwverbetering hoog kunnen zijn. Hierdoor ligt volledige elektrificatie niet voor de hand. Ook zijn in deze wijken gebouwen verspreid en is de bebouwingsdichtheid te laag waardoor ook een warmtenet veelal niet haalbaar en betaalbaar is. In deze gebieden blijft het gasnet daarom aanwezig en wordt op termijn overgestapt op groengas.

Nieuwbouw in deze gebieden zullen elektrisch of kleinschalig collectief moeten worden verwarmd omdat nieuwe aardgasaansluitingen niet meer toegestaan zijn. Extra gasaansluitingen zorgen voor een grotere vraag naar schaarse duurzame gassen. Welke oplossing wordt gekozen is aan de ontwikkelaars en gebouweigenaren.

Voorlopige voorkeursoplossing Het is op dit moment nog niet mogelijk om voor alle wijken met evenveel zekerheid het gewenste eindbeeld te bepalen. Het is nu nog niet eenvoudig om deze woningen haalbaar en betaalbaar op een alternatieve wijze te verwarmen. Ook duurzame gassen zijn niet haalbaar voor deze wijken in verband met de beperkte beschikbaarheid van groengas. Daarom worden bij voorkeur de huizen op een andere manier verwarmd.

Voor deze wijken geven we wel aan wat, op basis van de huidige inzichten, het meest logische alternatief is. We verwachten echter dat tot 2040 deze wijken gebruik kunnen blijven maken van het aardgas. Om toch bij te dragen aan de reductie van de CO2-uitstoot en zetten we voor deze wijken nu in op de hybride route. Zo kan, waar mogelijk al werk gemaakt worden van CO2-reductie en het comfortabeler en gezonder maken van de woningen.

Wij zullen nader onderzoeken en blijven evalueren welke techniek en bron op termijn haalbaar is voor deze wijken. Tenzij er vanuit de inwoners een initiatief ontstaat voor een alternatieve warmtevoorziening, voorzien wij dat voor al deze wijken het gasnet minimaal tot 2040 gebruikt kan worden.

33

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

Afbeelding 4.2 Wijken waar het gasnet in stand gehouden wordt

Afbeelding 4.3 Warmtekaart 2050

Kaart van gemeente Haarlemmermeer met een overzicht van de wijken waar het gasnet in stand wordt gehouden.

Kaart van gemeente Haarlemmermeer met een overzicht van de voorkeursoplossingen per wijk.

5. De warmtetransitie tot 2030 Een goed begin is het halve werk. In de eerste jaren van de warmtetransitie starten wij met leren en de eerste initiatieven. Tegelijkertijd zullen we andere gemeenten slim volgen, veel leren en nieuwe inzichten in de praktijk brengen.

5.1

De eerste fase van de warmtetransitie

Tot 2025 zitten we in de opstartfase van de warmtetransitie. Een fase van informeren, leren en ervaringen op doen. Om de beschikbare tijd goed te benutten is het ook van belang nu al zo concreet mogelijk te worden, en waar dit haalbaar is, al te werken aan de overstap richting duurzame warmte. We willen daarom al voor 2030 initiatiefnemers, gebouweigenaren en inwoners ondersteunen bij het opstellen en uitvoeren van de eerste plannen. In de periode 2026 tot 2030 zal versneld worden.

Waar te beginnen? Op basis van de uitgangspunten voor de warmtetransitie zijn wij tot een voorkeursplanning gekomen. Hierbij hebben wij gekeken naar: -

gebieden waar nu al initiatieven vanuit inwoners of ondernemers zijn;

-

de zekerheid dat de technische oplossing nu al haalbaar en betaalbaar is;

-

de maakbaarheid als we kijken naar de huidige beschikbare en duurzame technieken die passen bij de lokale opgaves, in relatie tot de huidige beschikbare warmtebronnen en beschikbaarheid op het elektriciteitsnet;

-

5.2

dat het bijdraagt aan lage kosten voor gebouweigenaren, bewoners en op nationaal niveau.

Ontwikkelingen richting aardgasvrij

In Haarlemmermeer zijn al verschillende inwoners hun woningen aardgasvrij aan het maken. Ook zijn er initiatiefnemers bezig om meerdere gebouwen gezamenlijk aardgasvrij te maken. Met deze initiatiefnemers kijken we of er een haalbaar wijkplan opgesteld kan worden. Meer over dit proces staat in paragraaf 7.2. Op dit moment zijn er enkele relevante initiatieven of ontwikkelingen waar, als aan de uitgangspunten wordt voldaan, voor 2030 de levering van aardgas mogelijk (deels) kan worden beëindigd.

Klein warmtecollectief Fortwachterswoningen in Vijfhuizen Dit initiatief heeft betrekking op 20 woningen en het fort in Vijfhuizen (maatschappelijk vastgoed provincie). De gebouweigenaren willen gezamenlijk overstappen op een kleinschalig warmtenet op basis van aquathermie.

Warmtenet voor bedrijven Zwanenburg en omgeving Warmtebedrijf Polderwarmte heeft het initiatief genomen om te onderzoeken of een aantal bedrijven in Zwanenburg en Halfweg, merendeels gelegen in De Weeren, aangesloten kunnen worden op een warmtenet. Een aantal bedrijven hebben warmte over en andere bedrijven hebben warmte nodig. Voor de haalbaar- en betaalbaarheid is het belangrijk dat voldoende bedrijven meedoen.

Rijsenhout In 2020 is er een subsidie aangevraagd in het kader van programma aardgasvrije wijken. Deze subsidie is afgewezen. Er vindt een herijking van de aanpak plaats door inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners hierbij te betrekken. Dat doen we middels een warmteberaad. Het is nog niet duidelijk of hier voor 2030 een haalbaar en betaalbaar initiatief komt.

Aardgasvrij toekomstbestendige werklocatie In het programma Energietransitie is opgenomen dat we voor 2022 werken aan een pilot voor een aardasvrij bedrijventerrein. Vanuit het traject Toekomstbestendige werklocaties wordt nu met bedrijven gesproken over de verduurzaming en de kansen voor aardgasvrij. Uiterlijk 2022 hopen we een locatie te vinden waar we gezamenlijk met de ondernemers kunnen starten met de planvorming voor een aardgasvrije toekomstbestendige werklocatie.

Centrum Hoofddorp Om voor alle stedelijke ontwikkeling in centrum Hoofddorp een goede warmtevoorziening te realiseren wordt onderzocht of een lage temperatuur warmtenet haalbaar is. Dit warmtenet zou gevoed kunnen worden op basis van warmte- en koudeopslag. In het centrum van Hoofddorp is een collectieve oplossing gewenst omdat individuele WKO's elkaar ongewenst kunnen beïnvloeden in de ondergrond. Indien dit gerealiseerd wordt, is het van belang om te onderzoeken en de mogelijkheid te bieden aan de bestaande gebouwen en woningen om deel te nemen.

5.3

Oproep tot initiatieven

Om vanaf 2026 te kunnen versnellen is het van belang dat er door gebouweigenaren en marktpartijen initiatief genomen wordt. We zien het liefst initiatief in de wijken waar we voor 2030 een wijkplan voor willen opstellen (zie Tabel 5.1). We zien deze hier graag ontstaan omdat op basis van het bouwjaar van de woningen, de technische levensduur van de cv-ketels en de beschikbaarheid van transportcapaciteit de gelegenheid zich voor doet om in deze wijken op een natuurlijk moment een stap richting aardgasvrij te maken.

De warmtekaart laat zien dat er in Haarlemmeer 30 wijken zijn waar hybride de voorkeursoplossing is. Voor 2030 willen wij ook in tenminste van deze wijken starten met een wijkplan. We willen hiermee starten om tijdig ervaring op te doen. Wij zullen de komende jaren inwoners en gebouweigenaren van deze wijken oproepen en ondersteunen bij het starten van een initiatief. In hoofdstuk 7 is beschreven hoe we invulling geven aan onze faciliterende rol en hiermee tot meer initiatieven komen.

36

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

Hieronder een overzicht van de warmtetransitie tot 2030. Bij de herijking van de warmtevisie wordt voor de wijken tot 2035 een soortgelijke indicatie opgesteld.

Tabel 5.1 Overzicht warmtetransitie tot 2030

Wijk

Techniek

Fortwachterswoningen Vijfhuizen

Kleinschalig collectief warmtenet Warmtenet

Warmtenet voor bedrijven Zwanenburg Rijsenhout Nader te bepalen toekomstbestendige werklocatie Hoofddorp Floriande Oost Vijfhuizen Stellinghof Hoofddorp Floriande West Hoofddorp Toolenburg Oost Hoofddorp Centrum Nader te bepalen hybride groengas wijk

Startjaar opstellen wijkplan 2021

Nader te bepalen Nader te bepalen

N.t.b 2022

Indicatie eindjaar aardgaslevering* N.t.b. mogelijk voor 2030 N.t.b. mogelijk voor 2030 N.t.b. n.t.b

Volledig elektrisch Volledig elektrisch Volledig elektrisch Volledig elektrisch LT warmtenet Hybride groengas

2023 2024 2026 2026 N.t.b N.t.b

2040 2040 2040 2040 N.t.b N.t.b

2021

*de indicatie eindjaar aardgaslevering is volledig afhankelijk van draagvlak onder de gebouweigenaren, de voortgang waarmee de gebouweigenaren overstappen op aardgasvrije verwarming en besluitvorming door de raad.

Mijn wijk of buurt is niet benoemd, wat nu? In deze Warmtevisie geven wij een doorkijk naar de wijken en buurten waar we voor 2030 concreet aan de slag willen gaan. Bij de herijking van de Warmtevisie, deze vindt minimaal elke 5 jaar plaats, kijken we weer verder vooruit. Ook als uw wijk nog niet benoemd is kan u aan de slag. U kunt, samen met uw buurt initiatief nemen om van het aardgas af te gaan of een ‘plan van aanpak’ opstellen om uw woningen duurzaam te gaan verwarmen.

37

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

6. Warmtebronnen en energieinfrastructuur Het verduurzamen van de warmtevoorziening kan alleen door gebruik te maken van duurzame warmtebronnen, gassen en duurzaam opgewekte elektriciteit. Welke bronnen zijn er in onze gemeente en zijn deze geschikt voor de warmtetransitie? Hoe zorgen we dat de energie-infrastructuur tijdig gereed is om de warmtetransitie te faciliteren? De bodem in Haarlemmermeer is op veel plaatsen geschikt voor het toepassen van warmte- en koudeopslag. Het oppervlaktewater in onze gemeente lijkt een interessante warmtebron. De potentie van geothermie wordt onderzocht en de inzet van restwarmte van datacenters is al lange tijd een vooruitzicht dat in de praktijk nog weinig wordt toegepast. In de Haarlemmermeer zijn echter (nagenoeg) geen hoge- of midden temperatuur bronnen aanwezig. Daarnaast is het elektriciteitsnet in delen van de gemeente volledig benut en moet verzwaard worden.

Er zijn verschillende onderwerpen die aandacht moeten krijgen om de warmtetransitie te kunnen faciliteren. We maken onderscheid tussen:

-

6.1

de capaciteit van het elektriciteitsnet; de aanwezigheid van warmtebronnen; de ontwikkeling van warmtenetten.

De capaciteit van het elektriciteitsnet

Er is nu, in 2021, al een grote behoefte aan netverzwaring voor de levering van elektriciteit aan woningen en bedrijven. Om hierin te voorzien wordt er gewerkt aan de komst van twee nieuwe onderstations. Doordat wij in de planning rekening houden met knelpunten verwachten wij niet dat er problemen gaan ontstaan wat betreft de elektrificatie van de warmtevoorziening van de bestaande bouw. Door de nauwe samenwerking met de netbeheerders in Haarlemmermeer zorgen wij ervoor dat:

-

begonnen wordt op plekken waar geen of weinig problemen zijn met de beschikbare netcapaciteit; op tijd bekend is waar netverzwaring nodig zal zijn zodat netbeheerders dit tijdig kunnen uitvoeren; de aanpassing van het elektriciteitsnet plaatsvindt in samenhang met andere ontwikkelingen zoals de elektrificatie van mobiliteit en de opwek van hernieuwbare energie.

Werkzaamheden aan elektrische installatie

38

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

6.2

De aanwezigheid van warmtebronnen

Warmtebronnen zijn op verschillende manieren te onderscheiden. Per bron verschilt de temperatuur en de techniek waarop deze het beste kan worden gebruikt. Wij maken onderscheidt tussen de volgende typen warmtebronnen:

-

bronnen voor lage temperatuur warmte; bronnen voor midden en hoge temperatuur warmte; duurzame gassen.

In Haarlemmermeer zijn (nagenoeg) geen hoge- of midden temperatuur bronnen aanwezig. Wel zijn er meerdere lage temperatuurbronnen. In Afbeelding 6.1 een overzicht van de meeste bronnen in de gemeente. Voor een volledig overzicht van de warmtebronnen in Haarlemmermeer kan het warmtebronnen register van de provincie Noord-Holland geraadpleegd worden3.

Afbeelding 6.1 Potentiële warmtebronnen in en rond Haarlemmermeer

3

39

https://geoapps.noord-holland.nl/app/warmtedataregister

Gemeente Haarlemmermeer: Warmtevisie 2030

Temperatuurregimes warmtebronnen en warmtevoorziening Lage temperatuur Bronnen die warmte/koelte leveren tot 40°C. Deze zijn geschikt om de efficiëntie van warmtepompen te verhogen en goed geïsoleerde gebouwen te verwarmen. Deze bronnen zijn vooral geschikt voor huizen die redelijk goed zijn geïsoleerd en kierdicht zijn. Ook op de koude stormdagen moet de warmte de woning niet uitgeblazen worden. Daarnaast hebben deze woningen ook andere radiatoren (convectoren) of vloerverwarming nodig om met die lage temperatuur de woning warm te krijgen en houden. Een warmtepomp, lage temperatuur warmtenet of infraroodpanelen zijn voorbeelden van lage temperatuuroplossingen. Midden temperatuur Bronnen die warmte leveren van 40°C tot 70°C. Deze zijn geschikt om goed geïsoleerde gebouwen te verwarmen. Deze huizen hebben nu vaak cv-ketels die op 60 tot 70 graden staan afgesteld. Die temperatuur is nodig om de woning warm te houden. Dit komt doordat er onvoldoende isolatie is en warmte snel de woning uit kan ontsnappen. Warmtebronnen als zonnecollectoren, hybride cv-ketel of restwarmte van kleine utiliteit zoals bakkers zijn hier geschikt. Hoge temperatuur Bronnen die warmte leveren van 70°C of hoger. Deze zijn geschikt om zonder (ingrijpende) na-isolatie oude woningen te verwarmen doormiddel van een warmtenet.

Warmtenetten op hoge temperatuur, een hybride cv-ketel in combinatie met groengas of waterstof, of een pelletkachel kunnen deze hogere temperatuur ook leveren.

Bronnen voor lage temperatuur warmte Lage temperatuur bronnen leveren warmte aan een warmtenet of direct aan individuele gebouwen. Vaak is bij bestaande bouw een verhoging van de temperatuur nodig om gebouwen comfortabel te verwarmen. Wanneer gebruik gemaakt wordt van lage temperatuur verwarming (bijvoorbeeld vloerverwarming) is een aanvullende voorziening nodig voor de bereiding van warm tapwater. Hierdoor is een groot lage temperatuur warmtenet voor de bestaande bouw niet kansrijk. Wel zijn er gebieden waar op kleine schaal gebruik gemaakt kan worden van lage temperatuur warmte(netten). Voor de nabije toekomst zijn de volgende warmtebronnen met een lage temperatuur relevant; Warmte uit de bodem, lucht of water uit de omgeving, restwarmte van datacenters en restwarmte van utiliteiten en voorzieningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=c12f9bde-df14-42c1-b653-9ffef0067b84