RV Belastingvoorstellen 2023 (2022.0001937).pdf
Tekst van het document
03. a. b. c. d. e.
in zone C: per 60 minuten weekkaart maandag – vrijdag weekkaart maandag – zondag jaarkaart maandag – vrijdag jaarkaart maandag – zondag
04. a. b. c.
in zone: Nieuw Vennep Station 1e 24 uur: vrij parkeren 2e en 3e dag: per 24 uur daarna: per uur
€ €
05. a.
in zone: Schiphol per 60 minuten
6,00.
€
€ € € € € € €
€ € € € €
0,55; 3,45; 4,95; 5,70; 6,45; 7,20; 9,45;
1,30; 1,75; 2,35; 2,80; 2,95; 3,60; 4,15; 4,30; € € € € €
120,00; 153,00; 5.405,00; 6.871,00; 1.700,00;
0,85; 31,00; 41,00; 1.377,00; 1.807,00;
1,35; 2,42;
Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 10 november 2022. De griffier,
De voorzitter,
J. van der Rhee, B. Ha
M. Schuurmans - Wijdeven
De raad van de gemeente Haarlemmermeer; gelezen het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 27 september 2022, nummer 2022.0001937; gelet op artikel 228 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting gemeente Haarlemmermeer 2023 (“Verordening precariobelasting 2023”). Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. jaar: een kalenderjaar; b. kwartaal: een kalenderkwartaal; c. maand: een kalendermaand; d. week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen; e. dag : een periode van 24 uur, aanvangende om 00.00 uur, of een gedeelte daarvan; f. vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon één of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben; g. terras: een terras als bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente; h. uitstalling: een uitstalling als bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente; i. evenement: een evenement als bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente; j.
gemeente: de gemeente Haarlemmermeer Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam ‘precariobelasting’ wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel 3 Belastingplicht 1. De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. 2. In afwijking van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het
Verordening Precariobelasting 2023
Pagina 2 van 6
voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft. Artikel 4 Vrijstellingen De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van: a. voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen; b. voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; c. voorwerpen waarvoor reeds uit andere hoofde een vergoeding is verschuldigd; d. buizen in de grond tot lozing van fecaliën, van huishoud- of van het hemelwater; e. voorwerpen op de openbare weg bij kleinschalige niet-commerciële buurtactiviteiten; f. voorzieningen aangebracht ten behoeve van mindervaliden, tot het toegankelijk maken van een eigendom; g. voorwerpen op de openbare weg bij het houden van een georganiseerde fietstocht of wandelmars van maximaal één dag en bij fiets- en wandelvierdaagsen; h. wegwijzers en verkeersaanduidingen van de ANWB en soortgelijke instellingen, uitsluitend geplaatst ten behoeve van het verkeer.
Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde. Artikel 6 Berekening van de precariobelasting 1. Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt. 2. Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald. 3. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. 4. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het vijfde lid van overeenkomstige toepassing is. 5.
Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze. 6. In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting: a. indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week; b. indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand. 7. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk
Verordening Precariobelasting 2023
Pagina 3 van 6
een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak. Artikel 7 Belastingtijdvak 1. In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaar overschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar. 2. In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan. Artikel 8 Wijze van heffing 1. De precariobelasting wordt geheven bij wege van aanslag. 2. In afwijking van het eerste lid wordt de voor een dag verschuldigde precariobelasting geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt Artikel 9 Ontstaan van belastingschuld en heffen naar tijdsgelang 1.
In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel 10 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald binnen een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking van het eerste lid, moet de precariobelasting ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 8, tweede lid: a. mondeling wordt gedaan, worden betaald op het moment van het doen van de kennisgeving; b.
schriftelijk wordt gedaan, worden betaald op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending ervan, binnen 10 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 11 Overgangsrecht De "Verordening precariobelasting 2022", vastgesteld bij raadsbesluit van 11 november 2021, nummer 2021/0002240 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2023, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Verordening Precariobelasting 2023
Pagina 4 van 6
Artikel 12 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: "Verordening precariobelasting 2023". Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 10 november 2022. De griffier,
De voorzitter,
J. van der Rhee, B. Ha
M. Schuurmans - Wijdeven
Verordening Precariobelasting 2023
Pagina 5 van 6
Tarieventabel behorende bij de ‘Verordening op precariobelasting 2023’
HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN 1.1 De belasting bedraagt per strekkende meter, m2, m3, voorzover deze niet afzonderlijk met naam in deze tarieventabel is genoemd: – per dag € 0,63; – per week € 1,94; – per maand € 6,51; – per jaar € 49,66. HOOFDSTUK 2 STANDPLAATSEN EN UITSTALLING 2.1 De belasting bedraagt per dag voor een vaste standplaats gelegen op een standplaatslocatie genoemd in het stippenplan: a. Categorie I € 45,11; b. Categorie II € 32,24; c. Categorie III € 16,11. 2.2 De belasting bedraagt voor incidentele standplaatsen, met uitzondering van ideële standplaatsen, € 64,44 per dag. 2.3 De belasting bedraagt voor een uitstalling € 45,17 per m², per jaar, per uitstallocatie. HOOFDSTUK 3 BENZINEPOMPINSTALLATIES 3.1 De belasting bedraagt voor een benzinepompinstallatie of een vergelijkbare inrichting om motorrijtuigen van vloeibare brandstof te voorzien, dit met inbegrip van de daarbij behorende leidingen en opstelplaatsen per aftappunt, per jaar € 228,36. 3.2 De belasting bedraagt voor een installatie om motorrijtuigen van water of lucht te voorzien, dit met inbegrip van de daarbij behorende leidingen, per punt, per jaar € 90,35. 3.3 Voor het hebben van bedrijfspompen wordt de onder 4.1 en 4.2 bedoelde belasting met de helft verminderd. 3.4 De belasting bedraagt voor een vulput, niet behorend bij een installatie als bedoeld onder 4.1, 4.2 en 4.3, per vulput, per jaar € 22,35.
HOOFDSTUK 4 RAILS EN TRANSPORTBANEN 4.1 De belasting bedraagt voor het hebben van rails, per strekkende meter, per jaar € 3,61. 4.2 De belasting bedraagt voor het hebben van een transportbaan of een dergelijke inrichting, per strekkende meter, per jaar € 5,97. HOOFDSTUK 5 RECLAMEOBJECTEN 5.1 De belasting bedraagt voor het hebben van voor tot reclame dienende lichtbakken, lichtapparaten, uithangborden of uithangtekens, uitstalkasten, gevelborden, gevelplaten en andere tot reclamedoeleinden gebezigde objecten, vitrines en automaten, per strekkende meter naar de grootste afmeting, per jaar € 38,72. 5.2 De belasting bedraagt voor het hebben van aankondiging borden boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, voor zover bevestigd aan bomen, palen, lichtmasten etcetera, alsmede voor het hebben van borden op de openbare weg, per dag, per aankondigingsbord, € 1,22. 5.3 De belasting bedraagt in de onder 7.2 opgenomen gevallen tenminste € 16,95. HOOFDSTUK 6 SCHUTTINGEN, STEIGERS, BOUWMATERIALEN, DIRECTIEKETEN 6.1 De belasting bedraagt voor het hebben van schuttingen, steigers of soortgelijke getimmerten, het opslaan van bouwmaterialen, alsmede voor het hebben van
Verordening Precariobelasting 2023
Pagina 6 van 6
directieketen, directiewagens, schaftwagens, werken en dergelijke, per m2 ingenomen grond: - per dag € 0,63; - per week € 1,94; - per maand € 6,51; - per jaar € 49,66. 6.2 De belasting bedraagt in de onder 9.1 genoemde gevallen ten minste € 16,95. HOOFDSTUK 7 VERKOOPTOESTELLEN EN TIJDELIJKE VERKOOP- EN KANTOORRUIMTES 7.1 De belasting bedraagt voor het hebben van een automatisch verkooptoestel, niet zijnde een installatie als bedoeld in 4.1 en 4.2, per m³, per jaar € 45,26. 7.2 De belasting bedraagt voor het hebben van een tijdelijke verkoop- en/of kantoorruimte en andere soortgelijke opstallen op gemeentegrond per m², per week € 5,92. 7.3 De belasting bedraagt in de onder 10.2 opgenomen gevallen tenminste € 16,95. HOOFDSTUK 8 OPSTELPLAATS VOOR WINKELWAGENTJES 8.1 De belasting bedraagt voor opstelplaatsen voor winkelwagentjes per 5 m2, per jaar € 68,31. HOOFDSTUK 9 OPSTELPLAATS VOOR AUTODELEN 9.1 De belasting bedraagt voor het in gebruik nemen van een parkeerplaats ten behoeve van autodelen per parkeerplaats, per jaar € 102,40. Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 10 november 2022. De griffier,
De voorzitter,
J. van der Rhee, B. Ha
M. Schuurmans - Wijdeven
De raad van gemeente Haarlemmermeer; gelezen het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 27 september 2022, nummer 2022.0001937; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op de heffing en de invordering van rechten voor het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen in de gemeente Haarlemmermeer 2023 (“Verordening graf- en begraafrechten 2023 (Lijkbezorgingsrechten 2023”). Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. begraafplaats(en): de begraafplaatsen: • Wilgenhof, gelegen aan de Hoofdweg 395 te Hoofddorp; • Taxushof, gelegen aan de Rustoordstraat 17 te Nieuw-Vennep; • Lindenhof, gelegen aan de Papaverstraat 30 te Nieuw-Vennep; • Iepenhof, gelegen aan de Hoofdweg 776 te Hoofddorp; • Meerterpen, gelegen aan de Spieringweg 1021 te Zwaanshoek; • Gods Akker / Stompe Toren, gelegen aan de Kerkweg 26 te Spaarnwoude; b. graf: een zandgraf of een keldergraf; c. kindergraf: een particulier of algemeen graf met een afwijkend formaat (zoals is aangegeven in de Uitvoeringsregeling beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Haarlemmermeer 2016) bestemd voor het begraven van één of twee overledenen van personen beneden de leeftijd van 12 jaar; d. grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of meerdere overledenen kunnen worden begraven of asbussen kunnen worden bijgezet. Grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand; e. asbus: een bus ter berging van as van een overledene; f. urn: een voorwerp ter berging van een of meerdere asbussen; g.
particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: • het doen begraven en begraven houden van overledenen; • het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; • het doen verstrooien van as; h. algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van overledenen; i. particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: • het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; • het doen verstrooien van as; j. algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen;
Verordening Graf- en begraafrechten 2023
Pagina 2 van 8
k. particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; l. verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid; m. grafbedekking: gedenkteken of grafbeplanting op een graf, gedenkplaats of verstrooiingsplaats. Artikel 2 Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van een begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Artikel 3 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel 4 Vrijstellingen De rechten worden niet geheven voor: a. het opgraven van een overledene of asbus op rechterlijk gezag en het weer opnieuw terugplaatsen in dezelfde grafruimte; b. het begraven van doodgeboren kinderen of kort na de geboorte overleden kinderen, die in één kist met hun overleden moeder worden begraven of bijgezet; c. het onderhoud van gereserveerde graven waarin nog niemand begraven ligt. Dit gaat pas in vanaf het moment dat er een begrafenis in het graf plaatsvindt. Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.
De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 6 Belastingjaar 1. Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. 2. Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 5 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht. Artikel 7 Wijze van heffing 1. De onderhoudsrechten, bedoeld in hoofdstuk 5 van de tarieventabel, worden geheven bij wege van aanslag. 2. Andere rechten dan die bedoeld in hoofdstuk 5 van de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten 1. De onderhoudsrechten, bedoeld in hoofdstuk 5 van de tarieventabel worden voor het eerst geheven over het kalenderjaar, volgend op dat waarin het graf is uitgegeven. 2.
Vervalt het uitsluitend recht om in een graf te doen begraven, dan wordt het recht tot en met 31 december van het jaar waarin het recht vervalt geheven.
Verordening Graf- en begraafrechten 2023
3.
Pagina 3 van 8
Vervalt het uitsluitend recht om in een graf te doen begraven, dan vindt geen terugbetaling plaats van vooruitbetaalde of afgekochte onderhoudsrechten.
Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten Andere rechten dan die bedoeld hoofdstuk 5 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel 10 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van het aanslagbiljet of de schriftelijke kennisgeving. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 11 Kwijtschelding Bij de invordering van de lijkbezorgingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 12 Overgangsrecht 1. De 'Verordening graf en begraafrechten 2022' van 11 november 2021 (nummer 2021.0002240) wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de rechten hiervoor in die periode plaatsvindt.
Artikel 13 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Artikel 14 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening graf- en begraafrechten 2023 (lijkbezorgingsrechten 2023)”. Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 10 november 2022. De griffier,
De voorzitter,
J. van der Rhee, B. Ha
M. Schuurmans - Wijdeven
Verordening Graf- en begraafrechten 2023
Pagina 4 van 8
Tarieventabel behorende bij de Verordening op de graf- en begraafrechten 2023. Hoofdstuk 1
Verlenen van rechten
1.1
Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een graf (particulier graf) wordt geheven:
1.1.1
voor een periode van 10 jaar:
1.1.2
1.1.3
-
Plaatsbiedend aan 1 overledene
€ 1176,00
-
Plaatsbiedend aan 2 overledenen
€ 1412,00
-
Plaatsbiedend aan 3 overledenen
€ 1764,00
voor een periode van 20 jaar: -
Plaatsbiedend aan 1 overledene
€ 1888,00
-
Plaatsbiedend aan 2 overledenen
€ 2272,00
-
Plaatsbiedend aan 3 overledenen
€ 2838,00
Voor particuliere kindergraven (graven met een kleiner formaat dan particuliere graven) voor 10 jaar Voor particuliere kindergraven (graven met een kleiner formaat dan particuliere graven) voor 20 jaar
1.1.4
Tarief 2023
€ 706,00
€ 1136,00
Indien door de rechthebbende zelf de grafplek wordt bepaald wordt een toeslag geheven van: -
Voor een particulier graf
-
Voor een particulier kindergraf
€ 426,00 € 213,00
1.2
Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een urnengraf (particulier urnengraf) wordt geheven:
1.2.1
voor een periode van 10 jaar
€ 778,00
1.2.3
voor een periode van 20 jaar
€ 1412,00
1.3
Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een urnennis (particuliere urnennis) wordt geheven:
1.3.1
voor een periode van 10 jaar
€ 1412,00
Verordening Graf- en begraafrechten 2023
Pagina 5 van 8
Verlengen van rechten 1.4
Voor het verlengen van het uitsluitend recht op een particulier graf wordt geheven:
1.4.1
voor een periode van 5 jaar:
1.4.2
1.4.3
1.4.4
-
Plaatsbiedend aan 1 overledene
€ 649,00
-
Plaatsbiedend aan 2 overledenen
€ 778,00
-
Plaatsbiedend aan 3 overledenen
€ 986,00
Voor een periode van 10 jaar -
Plaatsbiedend aan 1 overledene
€ 1176,00
-
Plaatsbiedend aan 2 overledenen
€ 1412,00
-
Plaatsbiedend aan 3 overledenen
€ 1764,00
Voor een periode van 20 jaar -
Plaatsbiedend aan 1 overledene
€ 1888,00
-
Plaatsbiedend aan 2 overledenen
€ 2272,00
-
Plaatsbiedend aan 3 overledenen
€ 2838,00
Voor een kindergraf: -
voor een periode van 5 jaar
€ 389,00
-
voor een periode van 10 jaar
€ 706,00
-
voor een periode van 20 jaar
€ 1136,00
1.5
Voor het verlengen van het uitsluitend recht op een particulier urnengraf wordt geheven:
1.5.1
Voor een periode van 5 jaar
€ 426,00
1.5.2
Voor een periode van 10 jaar
€ 778,00
1.5.3
Voor een periode van 20 jaar
€ 1412,00
1.6
Voor het verlengen van het uitsluitend recht op een particulier urnennis wordt geheven:
1.6.1
Voor een periode van 5 jaar
€ 778,00
1.6.2
Voor een periode van 10 jaar
€ 1412,00
Verordening Graf- en begraafrechten 2023
Pagina 6 van 8
Hoofdstuk 2
Begraven
2.1
Voor het begraven van een overledene van een persoon van 12 jaar of ouder wordt geheven:
2.1.1
in een particulier graf
€ 1284,00
2.1.2
in een algemeen graf
€ 1216,00
2.2
Voor het begraven van een lichaam van een kind beneden één jaar wordt geheven:
2.2.1
in een particulier kindergraf (25%)
€ 321,00
2.2.2
in een algemeen kindergraf (25%)
€ 304,00
2.3
Voor het begraven van een lichaam van een kind van beneden 12 jaar wordt geheven:
2.3.1
in een particulier kindergraf (50%)
€ 642,00
2.3.2
in een algemeen kindergraf (50%)
€ 608,00
2.4
Voor het begraven op een buitengewoon uur (voor 9.00 uur en na 16.30 uur) op werkdagen van maandag tot en met vrijdag worden de rechten vermeld onder 2.1, 2.2, 2.3 en 3.1 verhoogd met 25%.
2.5
Voor het begraven, bijzetten of verstrooien op zaterdag worden de rechten vermeld onder 2.1, 2.2, 2.3 en 3.1 verhoogd met 25%.
2.6
Voor het begraven, bijzetten of verstrooien op een algemeen erkende feestdag worden de rechten vermeld onder 2.1, 2.2, 2.3 en 3.1 verhoogd met 100%.
2.7
Voor het begraven van twee of meer lichaampjes van levenloos geboren kinderen uit één moeder (twee- of meerlingen) wordt, mits tegelijkertijd begraven in dezelfde grafruimte, slechts eenmaal het recht zoals vermeld 2.2.1. en 2.2.2 geheven
2.8
Als tegelijkertijd meer dan een overledene wordt begraven in een particulier graf, wordt voor de tweede en volgende begraving of bijzetting de helft geheven van het van toepassing zijnde recht zoals vermeld onder 2.1.1 en 2.3.1
Hoofdstuk 3
Bijzetten van asbussen en urnen
3.1
Voor het bijzetten van een asbus of urn wordt geheven:
3.1.1
in een urnennis
€ 100,00
3.1.2
In of op een urnengraf
€ 200,00
3.1.3
in of op een particulier graf
€ 200,00
Verordening Graf- en begraafrechten 2023
Pagina 7 van 8
Hoofdstuk 4
Verstrooien van as
4.1
Voor het verstrooien van as wordt per asbus geheven:
4.1.1
op een particulier graf of particulier urnengraf
€ 100,00
4.1.2
op een verstrooiingsplaats
€ 100,00
Hoofdstuk 5
Grafbedekking en algemeen onderhoud
5.1
Voor het afgeven van een vergunning tot het aanbrengen van een grafkelder, als bedoeld in artikel 16 van de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Haarlemmermeer 2011 wordt geheven:
€ 284,00
5.2
Voor het afgeven van een vergunning voor het hebben van een grafbedekking als bedoeld in artikel 20 van de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Haarlemmermeer 2011 wordt geheven:
€ 142,00
5.3.1
Per kalenderjaar is door de rechthebbende van een particulier graf, particulier urnengraf, een bijdrage verschuldigd in de kosten van het onderhoud van paden, wegen en plantsoenen, de bereikbaarheid en omgeving van de graven en de gedenkstenen. Dit onderhoud vindt plaats in het kader van het algemeen aanzien van de begraafplaats en bedraagt per jaar. Bij gereserveerde graven hoeft er pas onderhoud betaald te gaan worden nadat er iemand in begraven wordt.
€ 152,00
5.3.2
Voor particuliere kindergraven wordt 50% gerekend van het tarief onder 5.3.1 genoemde recht
€ 76,00
5.4
Het onder 5.3 bedoelde onderhoud kan worden afgekocht voor de tijd van 5, 10 of 20 jaar door betaling ineens van een afkoopsom. Deze afkoopsom is gelijk aan vijf, tien respectievelijk twintig maal het van toepassing zijnde jaarlijkse recht zoals vermeld onder 5.3 met inachtneming van het bepaalde onder 5.3.1.
5.5
Voor het afnemen en na begraving al dan niet opnieuw plaatsen van op particuliere graven geplaatste grafbedekking
Hoofdstuk 6
Lijkschouwing
6.1
Voor het schouwen van een lijk door een gemeentelijke lijkschouwer wordt geheven:
Hoofdstuk 7
Inschrijven en overboeken van particulier graf en of een particulier urnengraf of -nis,
7.1
Voor het inschrijven en overboeken van een particulier graf en of een particulier urnengraf of –nis in een daartoe bestemd register wordt geheven:
€ 426,00
€ 360,00
€ 28,50
Verordening Graf- en begraafrechten 2023
Pagina 8 van 8
Hoofdstuk 8
Opgraven of ruimen
8.1
Voor het opgraven van een overledene wordt geheven:
€ 1066,00
Voor een de opgraving van een tweede- of derde overledene in hetzelfde graf per overledene (50%)
€ 533,00
Voor het na opgraven weer begraven in een ander graf wordt geheven:
€ 1284,00
Voor het na opgraven weer begraven van een tweede of derde overledene in hetzelfde graf per overledene (50%)
€ 642,00
8.2
8.3
Voor het opgraven, verwijderen en afgeven van een asbus wordt geheven:
8.3.1
uit een particulier graf
€ 200,00
8.3.2
uit een particulier urnengraf
€ 200,00
8.3.3
uit een particuliere urnennis
€ 100,00
8.4
Voor het ruimen (schudden) van een graf op verzoek van de belanghebbende wordt geheven per overledene:
€ 1066,00
8.5
Indien direct na de ruiming van een particulier graf een begraving in het zelfde graf plaatsvindt, wordt het onder 8.4 vermelde recht voor de helft geheven.
Hoofdstuk 9
Overige diensten
9.1
Voor het gebruik van de ontvangruimte wordt geheven per half uur:
€ 50,00
9.2
Voor het gebruik van de aula wordt geheven per half uur:
€ 100,00
Gezien d.d. 10 november 2022, de griffier,
J. van der Rhee, B. Ha
Raadsbesluit De raad van de gemeente Haarlemmermeer; gelezen het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 27 september 2022, nummer 2022.0001937; gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet en de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet en artikel 13.1a van de Omgevingswet; besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van leges gemeente Haarlemmermeer 2023 ("Legesverordening 2023").
Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; b. week: een aaneengesloten periode van zeven dagen; c. maand: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de n e dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; d. kwartaal: een aaneengesloten periode van drie maanden; e. half jaar: een aaneengesloten periode van zes maanden; f. jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar; g. kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor: a. het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit; b. het verlenen van een dienst op aanvraag of; c. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan. Artikel 4 Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor:
Legesverordening 2023
Pagina 2 van 4
a.
diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald; b. diensten die ingevolge een wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend; c. het afgeven van bewijzen van onvermogen en verklaringen als bedoeld in artikel 857 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering; d. het afgeven van stukken nodig voor de ontvangst van pensioenen, lijfrenten, wachtgelden, lonen, bezoldigingen of aan Nederlandse ridderorden verbonden uitkeringen; e. de aan de belanghebbende uitgereikte beschikkingen of afschriften daarvan betreffende aanstelling, benoeming, toekenning van bezoldiging, vergoeding of toelage dan wel verhoging hiervan, bevordering en ontslag met betrekking tot een gemeentelijke functie of dienstverlening voor de gemeente; f. de aan belanghebbende uitgereikte beschikkingen of afschriften daarvan betreffende beslissingen op verzoeken om subsidie van de gemeente; g. de in onderdeel 1.17.4 van de tarieventabel bedoelde nasporingen en raadplegingen, indien deze geschieden in het openbaar belang door of ten behoeve van besturen van openbare lichamen met uitzondering van bedrijven van die lichamen en de in onderdeel 1.17.4 van de tarieventabel bedoelde nasporingen en raadplegingen met een zuiver wetenschappelijk doel; h. de vergunningen voor het innemen van standplaatsen op weekmarkten.
Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven 1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet bedraagt het tarief de som van de bedragen die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van deze besluiten, zoals bedoeld in artikel 2.10, derde lid, van de Crisis- en herstelwet. 3. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. 4. Indien op grond van de bij deze verordening behorende tarieventabel een bedrag wordt geheven dat afhankelijk is van tijdsbesteding per tijdseenheid, wordt door de behandelend ambtenaar voorafgaand aan het verrichten van de dienst de verwachte tijdsbesteding meegedeeld aan de aanvrager, waarna de aanvrager de mogelijkheid heeft om van de dienstverlening af te zien.
Artikel 6 Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een zegel, een nota of andere schriftuur, of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 7 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6:
Legesverordening 2023
Pagina 3 van 4
a.
mondeling wordt gedaan, worden betaald op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, worden betaald op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving; c. langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan, onverwijld worden betaald. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 9 Vermindering of teruggaaf Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst, besluit of handeling wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst, besluit of handeling in die tarieventabel opgenomen bepaling.
Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening in de loop van het kalenderjaar, indien de wijzigingen: a. van zuiver redactionele aard zijn; b. een tariefsverlaging betreffen; c. een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatcourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft: 1. hoofdstuk 2 (reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart); 2. hoofdstuk 3 (rijbewijzen); 3. hoofdstuk 4, onderdeel 1.4.3 (papieren verstrekking uit de basisregistratie personen); 4. hoofdstuk 9, onderdeel 1.9.1 (verklaring omtrent het gedrag); 5. hoofdstuk 14 (kansspelen) een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of bij latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden. Artikel 11 Overgangsrecht De ‘Legesverordening 2022’ van 11 november 2021 nummer 2021.0002240 en de 1e wijziging van 17 mei 2022 nummer 2022.0000902 worden ingetrokken met ingang van de in artikel 12, derde lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 12 Inwerkingtreding 1.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Dit geldt voor alle Hoofdstukken van de tarieventabel met uitzondering van Titel 2A en 2B. Indien op voornoemde datum de Omgevingswet nog niet in werking is getreden, treedt Titel 2A van de
Legesverordening 2023
3.
4.
Pagina 4 van 4
tarieventabel inwerking en niet Titel 2B. Indien de Omgevingswet op 1 januari 2023 in werking treedt, treedt Titel 2B van de tarieventabel in werking en niet Titel 2A. Leges voor standplaatsen worden vanaf inwerkingtreding Omgevingswet geheven op grond van Titel 2B. Om die reden vervalt bij inwerking treden Omgevingswet hoofdstuk 12 van Titel 1. De in deze verordening en tarieventabel genoemde normbladen NEN 2580 en NEN 2699 worden bekendgemaakt door terinzagelegging bij de Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut (NNI), in Delft.
Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: "Legesverordening 2023". Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 10 november 2022. De griffier,
De voorzitter,
J. van der Rhee, B. Ha
M. Schuurmans - Wijdeven
Wijzigingen Titel 1: Hoofdstuk 6 – Dit hoofdstuk komt te vervallen. Wij mogen alleen kosten voor het verstrekken van informatie in rekening brengen ter hoogte van de kostprijs. En er is een Besluit maximering die de maximumbedragen regelt. Er is voor een nadere regeling in de Legesverordening nu geen grondslag meer. Dat betekent dat hoofdstuk 6 op dat onderdeel kan vervallen. Wijzigingen Titel 2: Artikel 2.2.2.2 – Omdat de werkzaamheden voor een conceptaanvraag in de reguliere voorbereidingsprocedure niet veel verschillen van de werkzaamheden voor een conceptaanvraag in de uitgebreide voorbereidingsprocedure, stellen wij voor de tarieven ook gelijk te trekken. Artikel 2.3.24 – Het tarief voor het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen was erg laag in verhouding tot de werkzaamheden die hiervoor worden verricht. Daarom hebben wij opnieuw berekend wat een reëel tarief is. Geschat wordt dat wij hier intern 7 uur mee bezig zijn. Daarnaast heeft de Omgevingsdienst hier nog meerdere uren werk aan, afhankelijk van de inhoud van de aanvraag. We hebben daarom ingeschat dat een bedrag van 730 euro een meer kostendekkend tarief is. Disclaimer: Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het ook noodzakelijk om de tarieventabel behorende bij de Legesverordening aan te passen.
Immers, naast andere termen maakt de Omgevingswet het ook mogelijk om leges in rekening te brengen voor nieuwe activiteiten, bijvoorbeeld milieubelastende activiteiten. Nieuwe activiteiten betekent ook dat er geen ervaringscijfers zijn (hoeveel uur wordt er aan het betreffende product besteed) waarop de tarieven kunnen worden gebaseerd. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet zullen de gemaakte kosten worden gemonitord om zo de tarieven te kunnen verifiëren.
Tarieventabel 2023 behorende bij de Legesverordening 2023 Titel 1 Algemene dienstverlening ............................................................................................................. 3
Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand............................................................................................ 3 Hoofdstuk 3 Rijbewijzen.................................................................................................... 7 Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen ................................................. 7 Hoofdstuk 5 Verstrekkingen uit het Kiezersregister (vervallen) .............................................. 8 Hoofdstuk 6 Verstrekkingen op grond van de Wet open overheid (Woo) (vervallen) ................. 8 Hoofdstuk 7 Bestuursstukken ............................................................................................ 8 Hoofdstuk 10 Historisch archief......................................................................................... 10 Hoofdstuk 11 Gemeentegarantie (vervallen)....................................................................... 11 Hoofdstuk 12 Standplaatsen ............................................................................................. 11 Hoofdstuk 13 Winkeltijdenwet (vervallen) .......................................................................... 11 Hoofdstuk 14 Kansspelen .................................................................................................
11 Hoofdstuk 15 Telecommunicatie ....................................................................................... 12 Hoofdstuk 16 Verkeer en vervoer ...................................................................................... 13 Hoofdstuk 17 Diverse vergunningen en diensten ................................................................. 14 Hoofdstuk 18 Leegstandwet ............................................................................................. 15 Hoofdstuk 19 Huisvestingswet .......................................................................................... 15 Hoofdstuk 20 Openstellingsvergunning tunnel .................................................................... 15 Hoofdstuk 21 In deze titel niet benoemde vergunningen, ontheffingen, beschikkingen of andere diensten ........................................................................................................................ 16 Titel 2 Dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning .................................. 17
Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen ................................................................................... 17 Hoofdstuk 2 Initiatief, conceptaanvraag of globaal haalbaarheidsonderzoek ........................... 17 Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning ................................................................................... 18 Hoofdstuk 4 Intrekking omgevingsvergunning (vervallen) .................................................... 24 Hoofdstuk 5 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project ......................... 24 Hoofdstuk 6 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten ..................................................... 25 Hoofdstuk 7 Sloopmelding (vervallen) ............................................................................... 25 Hoofdstuk 8 In deze titel niet benoemde vergunningen, ontheffingen, beschikkingen of andere diensten, alsmede tenaamstelling ..................................................................................... 25 Hoofdstuk 9 Vermindering ................................................................................................25 Hoofdstuk 10 Teruggaaf................................................................................................... 26 Hoofdstuk 11 Toetsing pilot Crisis- en herstelwet en Omgevingswet ......................................
27 Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn ................................................................ 28
Hoofdstuk 1 Horeca ......................................................................................................... 28 Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen ............................................................................. 29 Hoofdstuk 3 Prostitutiebedrijven ....................................................................................... 29 Hoofdstuk 4 Commerciële uitlaatactiviteiten ....................................................................... 29 Hoofdstuk 5 Winkeltijdenwet ............................................................................................ 30 Hoofdstuk 7 In deze titel niet benoemde vergunningen, ontheffingen, beschikkingen of andere diensten ........................................................................................................................ 30
2
Titel 1 Algemene dienstverlening Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand
1.1.2.1
Basishuwelijk 2022 2023 Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk, of registratie van een partnerschap, dan wel voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk in de € 199,85 € 204,60 trouwkamer van maandag tot en met donderdag tussen 9.00 en 12.00 uur: Ceremonieel huwelijk Het tarief voor de voltrekking van een huwelijk, of registratie van een partnerschap, dan wel voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, bedraagt cumulatief een keuze voor een locatie (1.1.2.1), een keuze voor een dag en tijd (1.1.2.2) en een keuze voor een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand (1.1.2.3) Locatie
1.1.2.1.1
Trouwkamer
€ 150,00
1.1.2.1.2
Trouwzaal
€ 200,00
1.1.2.1.3
Een huis der gemeente aangewezen op basis van artikel 7 lid 2 Reglement burgerlijke stand Haarlemmermeer 2022 (vaste trouwlocatie)
€ 200,00
Een huis der gemeente aangewezen op basis van artikel 7 lid 1 Reglement burgerlijke stand Haarlemmermeer 2022 (eenmalige trouwlocatie)
€ 300,00
1.1.1
1.1.2
1.1.2.1.4
1.1.2.2
Dag en tijdstip
1.1.2.2.1
Maandag tot en met donderdag tussen 9.00 en 17.00 uur
€ 100,00
1.1.2.2.2
Vrijdag tussen 9.00 en 17.00 uur
€ 200,00
1.1.2.2.3
Doordeweekse avond tussen 17.00 en 00.00 uur (niet in het gemeentehuis) Zaterdag (wanneer in het gemeentehuis alleen van 9.00 uur tot en met 16.00 uur)
€ 300,00
1.1.2.2.5
Zon- of feestdag (niet in het gemeentehuis)
€ 500,00
1.1.2.3
Buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand (babs)
1.1.2.3.1
Gemeentelijke babs
1.1.2.3.2
Aanwijzing van een babs voor één dag op basis van artikel 4 en artikel 2 lid 4 van het Reglement burgerlijke stand Haarlemmermeer 2022 Aanwijzing van een babs voor één dag op basis van artikel 4 en artikel 2 lid 5 van het Reglement burgerlijke stand Haarlemmermeer 2022 Huwelijk in bijzonder huis der gemeente Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk, of registratie van een partnerschap, dan wel voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk door middel van een ceremonie, in een bijzonder huis op grond van artikel 1:64 van het Burgerlijk Wetboek
1.1.2.2.4
1.1.2.3.3
1.1.3
€ 400,00
€ 100,00 € 200,00
€ 400,00
€ 286,15 € 293,00
3
1.1.4 1.1.4.1 1.1.4.2 1.1.5
1.1.6
1.1.7
1.1.7.1 1.1.7.1.1 1.1.7.1.2 1.1.7.2
1.1.7.2.1 1.1.7.2.2 1.1.7.3 1.1.7.3.1 1.1.7.3.2 1.1.7.4
1.1.8
1.1.8.1
1.1.8.2 1.1.8.3
1.1.9
Trouw- of partnerschapsboekje Het tarief bedraagt voor het verstrekken van: een (duplicaat) trouwboekje of partnerschapsboekje in een normale uitvoering een (duplicaat) trouwboekje of partnerschapsboekje in een luxe uitvoering Getuigen Het tarief bedraagt voor het door de gemeente beschikbaar stellen van een getuige voor de huwelijksvoltrekking of de registratie van een partnerschap, per getuige: Aanwijzen huis der gemeente Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek om een locatie aan te wijzen als huis der gemeente als bedoeld in artikel 7 lid 2 van het Reglement burgerlijke stand Haarlemmermeer 2022
€ 12,35
€ 12,60
€ 19,20
€ 19,65
€ 20,85
€ 500,00
€ 21,35
€ 512,00
Wijziging Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een dag of tijdstip als bedoeld in artikel 1.1.1 te wijzigen in een andere dag of een ander tijdstip binnen een periode van 14 dagen voorafgaand aan de daarvoor gereserveerde datum tot 14 dagen voorafgaand aan de daarvoor gereserveerde datum gekozen locatie, gekozen dag en tijdstip of een gekozen buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand als bedoeld in artikel 1.1.2 te wijzigen in een andere locatie, dag of tijdstip of buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand: binnen een periode van 14 dagen voorafgaand aan de daarvoor gereserveerde datum tot 14 dagen voorafgaand aan de daarvoor gereserveerde datum basishuwelijk als bedoeld in artikel 1.1.1 te wijzigen in een ceremonieel huwelijk als bedoeld in artikel 1.1.2 of andersom binnen een periode van 14 dagen voorafgaand aan de daarvoor gereserveerde datum tot 14 dagen voorafgaand aan de daarvoor gereserveerde datum getuige te wijzigingen binnen een periode van 14 dagen voorafgaand aan de gereserveerde datum voor een huwelijksvoltrekking, registratie van het partnerschap of omzetting van het geregistreerd partnerschap in een huwelijk
€ 70,00 € 35,00
€ 70,00 € 35,00
€ 70,00 € 35,00
€ 70,00
Annulering Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een gereserveerde datum voor een huwelijksvoltrekking, registratie van het partnerschap of omzetting van het geregistreerd partnerschap in een huwelijk te annuleren binnen een periode van 14 dagen voorafgaand aan die gereserveerde datum: 75% van de leges als bedoeld in artikel 1.1.1, 1.1.2 of 1.1.3. tot 14 dagen voorafgaand aan die gereserveerde datum: 25% van de leges als bedoeld in artikel 1.1.1, 1.1.2 of 1.1.3. wanneer het een huwelijksvoltrekking, registratie van een partnerschap of omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk als bedoeld in artikel 4 van de Wet rechten burgerlijke stand betreft Aanvullende dienstverlening
€ 70,00 € 50,00
€ 51,20
4
Wanneer de (buitengewoon) ambtenaar van de burgerlijke stand daartoe beschikbaar is en de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap een half uur of later dan het gereserveerde tijdstip aanvangt bedraagt het tarief voor ieder kwartier of gedeelte daarvan: Hoofdstuk 2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart
1.2.1
Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart ingezetenen Het tarief bedraagt het maximumtarief zoals dat voor het desbetreffende document is opgenomen in artikel 6 lid 2 van het Besluit paspoortgelden afgerond op een veelvoud van € 0,05 naar beneden voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag:
1.2.1.1
van een nationaal paspoort:
1.2.1.1.1
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:
1.2.1.1.2
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:
1.2.1.2
van een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel 1.2.1.1 (zakenpaspoort)
1.2.1.2.1
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:
1.2.1.2.2
1.2.1.3
1.2.1.3.1
1.2.1.3.2
1.2.1.4
2022
2023
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd door het rijk van 18 jaar nog niet heeft bereikt: vastgestelde tarief van een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort) Maximaal voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of door het rijk ouder is: vastgestelde tarief Maximaal voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd door het rijk van 18 jaar nog niet heeft bereikt: vastgestelde tarief Maximaal van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument door het rijk voor vreemdelingen: vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
1.2.1.5
van een Nederlandse identiteitskaart
1.2.1.5.1
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is
1.2.1.5.2
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
5
1.2.1.6
van een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon
1.2.2
Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart nietingezetenen Het tarief bedraagt het maximumtarief zoals dat voor het desbetreffende document is opgenomen in artikel 6 lid 3 van het Besluit paspoortgelden afgerond op een veelvoud van € 0,05 naar beneden voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag:
1.2.2.1
van een nationaal paspoort
1.2.2.1.1
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:
1.2.2.1.2
1.2.2.2
1.2.2.2.1
1.2.2.2.2
1.2.2.3
1.2.2.3.1
1.2.2.3.2
1.2.2.4
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd door het rijk van 18 jaar nog niet heeft bereikt: vastgestelde tarief van een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in subonderdeel 1.2.2.1 (zakenpaspoort): Maximaal voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of door het rijk ouder is: vastgestelde tarief Maximaal voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd door het rijk van 18 jaar nog niet heeft bereikt: vastgestelde tarief van een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort) Maximaal voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of door het rijk ouder is: vastgestelde tarief Maximaal voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd door het rijk van 18 jaar nog niet heeft bereikt: vastgestelde tarief Maximaal van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument door het rijk voor vreemdelingen vastgestelde tarief
1.2.2.5
van een Nederlandse identiteitskaart
1.2.2.5.1
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:
1.2.2.5.2
1.2.2.6
1.2.3
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd door het rijk van 18 jaar nog niet heeft bereikt: vastgestelde tarief Maximaal van een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een door het rijk persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de vastgestelde betrokken persoon tarief Spoed (versnelde uitreiking) Maximaal door het rijk
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal door het rijk vastgestelde tarief Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk
6
1.2.4
1.2.4.1
1.2.4.2
Het tarief bedraagt, voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag voor de versnelde uitreiking van een in de onderdelen 1.2.1.1 tot en met 1.2.1.5 genoemd document, zijnde een toeslag op de in die onderdelen genoemde bedragen, het maximumtarief zoals dat voor versnelde uitreiking is opgenomen in artikel 6 lid 2 van het Besluit paspoortgelden afgerond op een veelvoud van € 0,05 naar beneden. Bezorgen Het tarief bedraagt, voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag voor het bezorgen van een document, van maandag tot en met vrijdag van 09.00 tot 17.00 uur op een adres in Nederland (met uitzondering van de Waddeneilanden), genoemd in de onderdelen 1.2.1.1 tot en met 1.2.1.6, zijnde een toeslag op de in die onderdelen genoemde bedragen, het maximumtarief zoals dat voor bezorgen is opgenomen in artikel 6 lid 2 van het Besluit paspoortgelden afgerond op een veelvoud van € 0,05 naar beneden genoemd in de onderdelen 1.2.2.1 tot en met 1.2.2.5, zijnde een toeslag op de in die onderdelen genoemde bedragen, het maximumtarief zoals dat voor bezorgen is opgenomen in artikel 6 lid 3 van het Besluit paspoortgelden afgerond op een veelvoud van € 0,05 naar beneden
vastgestelde tarief
vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Hoofdstuk 3 Rijbewijzen
1.3.1
1.3.2
1.3.3
1.3.4
1.3.5
Rijbewijs afgeven of vernieuwen Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven of vernieuwen van een rijbewijs geldt het maximale tarief zoals dat is bepaald door het Rijk, afgerond op een veelvoud van € 0,05 naar beneden. Rijbewijs omwisselen Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het omwisselen van een rijbewijs geldt het maximale tarief zoals dat is bepaald door het Rijk, afgerond op een veelvoud van € 0,05 naar beneden. Spoedlevering Het tarief genoemd in onderdeel 1.3.1 en 1.3.2 wordt bij een spoedlevering vermeerderd met het tarief voor een spoedaanvraag zoals dat is bepaald door het Rijk. Verhoging Het tarief als genoemd in onderdeel 1.3.1 en 1.3.2 wordt bij het, anders dan door overmacht, niet bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs kunnen overleggen van het eerder verstrekte rijbewijs vermeerderd met: Gezondheidsverklaring Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een gezondheidsverklaring het door het CBR gehanteerde tarief vermeerderd met een bedrag van
2022
2023
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
Maximaal door het rijk vastgestelde tarief
€ 24,55
€ 25,10
€ 4,80 € 4,90
Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen
1.4.1
Verstrekking Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder één verstrekking verstaan: verstrekking van één of meer gegevens over één persoon waarvoor de Basisregistratie Personen moet worden geraadpleegd, alsmede het op verzoek op schrift stellen van de bevindingen van deze raadpleging, ongeacht de aanwezigheid van de gevraagde informatie.
2022
2023
7
1.4.2 1.4.2.1 1.4.2.2
1.4.2.3
1.4.3
1.4.4
Verstrekkingen Basisregistratie Personen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking en niet aangevraagd via Digid: tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking en aangevraagd via Digid: om een meertalig modelformulier woon- en/of verblijfplaats als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2016/1191 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 betreffende de bevordering van het vrije verkeer van burgers door vereenvoudigde overlegging van bepaalde openbare documenten in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening nr. 1024/2012 (PbEU 2016, L 200) In afwijking van de voorgaande onderdelen bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het schriftelijk verstrekken van gegevens als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen Het tarief bedraagt voor het op verzoek doornemen van de Basisregistratie Personen, voor ieder daaraan besteed kwartier
€ 15,90
€ 16,25
€ 5,00
€ 5,00
€ 18,90
€ 19,35
€ 7,50
€ 7,50
€ 17,45
€ 17,85
Hoofdstuk 5 Verstrekkingen uit het Kiezersregister (vervallen) Hoofdstuk 6 Verstrekkingen op grond van de Wet open overheid (Woo) (vervallen) 1.6.1
1.6.1.1
Verstrekkingen op grond van de Wet open overheid (Woo) De openbaarmaking van informatie is kosteloos, tenzij gevraagd wordt om het vervaardigen van kopieën van documenten (artikel 8.6 lid 2 Woo). In dat geval bedraagt het tarief: Onderzoek in opdracht per half uur of deel daarvan
2022
2023 Tabel met opmaak
€ 28,65
€ 29,30
Afdrukken /fotokopieën 1.6.1.2
1.6.1.3
1.6.1.4
·
- gemaakt door medewerker, A4:
€ 0,30
·
- gemaakt door medewerker, A3:
€ 0,55
€ 0,30 € 0,55
2022
2023
€ 30,40 € 30,40 € 30,40 € 10,95 € 30,40
Met betrekking tot het doen van onderzoek als bedoeld in 1.6.1.1 en het verstrekken van afdrukken / fotokopieën als bedoeld in 1.6.1.2 worden de geraamde kosten voorafgaand aan het in behandeling nemen van het verzoek aan verzoeker medegedeeld. Indien een kostenraming als bedoeld in 1.6.1.3. is uitgebracht wordt het verzoek in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de kostenraming aan verzoeker is medegedeeld, tenzij het verzoek voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
Hoofdstuk 7 Bestuursstukken Verstrekkingen van bestuursstukken 1.7.1
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot