RV Belastingvoorstellen 2023 (2022.0001937).pdf
Tekst van het document
¥ gemeente Haarlemmermeer
raadsvoorstel onderwerp
Portefeuillehouder steller Collegevergadering
Belastingvoorstellen 2023 dfS. Jurgen Nobel
Marian Jak 27 September 2022
Raadsvergadering Raadsvoorstelnummer
2022.0001937
1. Voorstel Collegebesluit(en)
Het college besluit de raad voor te stellen om: 1. in te stemmen met de volgende belastingvoorstellen 2023: a. de tarieven in de Verordening op de heffing en invordering onroerendezaakbelastingen 2023 in december 2022 vast te stellen op basis van de geraamde opbrengst voor het bestaande areaal van afgerond € 84.893.700; b. voor afvalstoffenheffing de tarieven te verhogen met 2,4% inflatiecorrectie; c. voor de rioolheffing de tarieven 2023 niet te verhogen; d. voor toeristenbelasting het tarief 2023 niet te verhogen; e. voor hondenbelasting het tarief te verhogen met 2,4% inflatiecorrectie naar € 87,61 voor elke hond en het kenneltarief vast te stellen op € 351,12; f. voor het liggeld voor woonschepen de tarieven 2023 niet te verhogen; g. voor parkeerbelastingen conform strategische heroriëntatie de uurtarieven in de A,B,C en de Schipholzone te verhogen en de naheffingsaanslag vast te stellen op €66,50; h. voor precariobelasting de tarieven te verhogen met 2,4% inflatiecorrectie; i. voor graf- en begraafrechten de tarieven te verhogen met 2,4% inflatiecorrectie; j. voor leges (met uitzondering van wettelijk vastgestelde tarieven en de bouwleges) de tarieven te verhogen met 2,4% inflatiecorrectie; k. bij de behandeling van verzoeken om kwijtschelding uit te gaan van 100% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm; 2.
in verband met de voorstellen zoals genoemd bij beslispunt 1 de bijbehorende verordeningen en het kwijtscheldingsbesluit voor het belastingjaar 2023 vast te stellen. Het gaat om de volgende verordeningen en een kwijtscheldingsbesluit: a. Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2023; b. Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2023; c. Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2023; d. Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2023; e. Verordening op de heffing en invordering van liggeld voor woonschepen 2023; f. Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2023; g. Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2023;
Belastingvoorstellen 2023
h. i. j.
pagina 2
Verordening op de graf- en begraafrechten 2023; Verordening op de heffing en invordering van leges 2023; Kwijtscheldingsbesluit 2023.
2. Samenvatting
De doelstelling van de lokale heffingen is dat inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties een rechtvaardige bijdrage leveren in de gemeentelijke voorzieningen. Met de belastingvoorstellen worden opbrengsten gegenereerd uit belastingen en retributies volgens de door de raad op 10 november 2022 te bespreken Programmabegroting 2023-2026. Uitgangspunt hierbij is dat de lastenverhoging voor de inwoners minimaal is. De lokale belastingen stijgen alleen met inflatiecorrectie. Voor 2023 bedraagt de inflatiecorrectie 2,4%, zoals besloten in de Voorjaarsrapportage 2022 (2022.0000234). Conform de bestendige gedragslijn zijn de besluiten in de voorjaarsrapportage leidend voor de programmabegroting en daarmee voor de belastingvoorstellen. Dit is het percentage voor de inflatie in 2023 dat het Centraal Planbureau (CPB) heeft voorspelt in het Centraal Economisch Plan 2022. De opbrengsten van de onroerendezaakbelastingen (OZB) worden met 2,4% inflatiecorrectie verhoogd. De tarieven van de overige belastingen en heffingen worden met 2,4% inflatiecorrectie verhoogd met uitzondering van de toeristenbelasting, de parkeerbelasting, het liggeld voor woonschepen en de rioolheffing. Bij de toeristenbelasting wordt het tarief niet geïndexeerd, omdat de belasting een percentage van de overnachtingsomzet is.
De verwachting is dat de prijzen van de hotelkamers geïndexeerd worden in verband met loon- en prijsstijgingen of dalingen. Hierdoor stijgt of daalt de opbrengst van de toeristenbelasting automatisch. Bij de parkeerbelastingen wordt, zoals besloten in de strategische heroriëntatie Voorjaarsrapportage 2021 (2021.0001186), de tarieven in de A,B,C zone en de Schipholzone verhoogd per uur. Voor de afvalstoffen- en rioolheffing en het liggeld voor woonschepen is de basis kostendekkende tarieven. Belastingjaar 2023 is het laatste jaar van de hondenbelasting zoals besloten via een aangenomen motie in de Voorjaarsrapportage 2022. 3. Uitwerking
3.1 Wat willen we bereiken? De belastingverordeningen betreffen een juridische uitwerking van de paragraaf Lokale heffingen in de Programmabegroting 2023-2026. Via de diverse belastingverordeningen worden wij in staat gesteld om belastingen te heffen. De belastingvoorstellen zijn een technische uitwerking van de programmabegroting. Wij kiezen ervoor om de belastingvoorstellen tezamen met de begroting aan te bieden zodat op de dag van de behandeling een integrale afweging gemaakt kan worden. Voor de vaststelling van de Verordening onroerendezaakbelastingen (OZB) ontvangt de raad in december 2022 een separaat voorstel. 3.2 Wat gaan we daarvoor doen? Per belastingsoort lichten wij het volgende toe: a. Onroerendezaakbelastingen (OZB) De waardebepaling van de woningen en niet-woningen wordt op 15 november 2022 afgerond. Omdat dit gegeven noodzakelijk is om de juiste tarieven te bepalen, wordt de belastingverordening OZB 2023 in december 2022 aan de raad ter vaststelling aangeboden. De opbrengst OZB voor 2023 wordt geraamd op afgerond € 85.447.000. Dit is inclusief areaaluitbreiding. De geraamde opbrengst voor het bestaande areaal is € 84.893.700. Op basis van de geraamde opbrengst en de vastgestelde Waardering onroerende zaken (WOZ)-waarde van het bestaande areaal wordt het tarief bepaald.
Om de geraamde opbrengst te realiseren worden de tarieven bij een waardestijging van het bestaande areaal verlaagd en bij een waardedaling van het bestaande areaal verhoogd. Zoals vermeld in het raadsvoorstel
Belastingvoorstellen 2023
pagina 3
Verordening onroerendezaakbelastingen 2022 (2021.0002739) is bij de berekening van de OZBtarieven voor niet-woningen 2022 voorzichtigheidshalve rekening gehouden met een fors lagere waarde van het luchthavengebied als gevolg van de coronacrisis. Net als in 2021 zorgde de onduidelijkheid over de invloed van de coronacrisis op de waarde van de objecten in het luchthavengebied ervoor dat waardeverschillen konden oplopen tot honderden miljoenen euro's. In de prognose van november 2021 is uitgegaan van een minimale waarde. Onlangs is door Cocensus bekend gemaakt dat op basis van marktgegevens de vastgestelde WOZ-waarde 2022 € 1.050 miljoen boven de waarde ligt die in november 2021 bij de tariefberekening is aangehouden. Door deze hogere waarde stijgt de OZB-opbrengst niet-woningen en ontstaat voor het begrotingsjaar 2022 een voordeel van ongeveer € 5,3 miljoen. Bij de berekening van dit voordeel is er rekening mee gehouden dat de algemene uitkering uit het gemeentefonds lager wordt, omdat één van de maatstaven van de algemene uitkering de WOZ-waarde is. Op basis van de WOZ-waarde wordt een negatieve correctie toegepast op de hoogte van de algemene uitkering. Bij de Najaarsrapportage 2022 wordt, net als vorig jaar, voorgesteld dit incidentele voordeel te verrekenen met de OZB-tarieven niet-woningen 2023.
Als dit voorstel wordt overgenomen door de raad, wordt hiermee in de tariefberekening rekening gehouden. Wij gaan ervan uit dat deze verrekening in het belastingjaar 2024 niet meer plaatsvindt, omdat de invloed van de coronacrisis nu beter in beeld is. Met Schiphol is ook afgesproken dat de waarde van 2022 als basis zal dienen voor die van 2023. Mede door deze afspraak zijn de prognoses van de ontwikkeling van de WOZ-waarden die gebruikt worden voor de tariefberekening 2023 ook beter onderbouwd. b. Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing is een heffing ter dekking van de lasten van de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen. De heffing komt ten laste van gebruikers van percelen waarvoor de gemeente een inzamelverplichting voor huishoudelijk afval heeft. De heffing is afhankelijk van de grootte van de container, de manier van inzamelen en de ontwikkeling van de kosten. Bij het bepalen van de tarieven is het uitgangspunt dat de netto-lasten voor 100% worden gedekt uit de afvalstoffenheffing.
De voor 2023 voorgestelde tarieven worden verhoogd met 2,4% inflatiecorrectie en bedragen: • per perceel €305,16; • rolemmer 80 liter restafval €288,72; • rolemmer 120 liter restafval (vervalt na uitrol VANG) € 288,72; • rolemmer 140 liter restafval (na uitrol VANG) € 391,20; • rolemmer 240 liter restafval (vervalt na uitrol VANG) €391,20; • hoogbouw, boven-en/of ondergronds inzamelen €305,16; • wijken met ondergrondse Inzameling €350,16. c. Rioolheffing De aanleg, het onderhoud en de vervanging van het gemeentelijk rioolstelsel wordt betaald via de rioolheffing. In het Gemeentelijk Rioleringsplan Haarlemmermeer 2021-2023 (GRP) (2020.0002929) wordt inzicht gegeven in de grootte van de investeringsbijdragen die in de toekomst nodig zijn voor een goed werkend rioolstelsel. In de overgangstermijn naar een programma Stedelijk water en riolering zal worden onderzocht of in de toekomst aanpassingen van de rioolheffing nodig zijn om het gehele gemeentelijke watersysteem toekomstgericht te dekken. In 2023 is door een verschuiving van kosten een kostendekkendheidspercentage van 100% ontstaan, daarom wordt er geen verhoging voorgesteld. Voor belastingjaar 2023 wordt voorgesteld de tarieven niet te verhogen en als volgt vast te stellen: • per aansluiting € 137,56;
pagina 4
Belastingvoorstellen 2023
• per 10 m3 boven 250 m3 € 5,30. d. Toeristenbelasting Voor het houden van verblijf met overnachten binnen onze gemeente wordt via toeristenbelasting een directe belasting geheven. De toeristenbelasting is een bijdrage in de lasten van gemeentelijke voorzieningen door personen die niet in de gemeentelijke basisregistratie personen zijn ingeschreven. Wij heffen als toeristenbelasting geen vast bedrag per overnachting maar een percentage van de overnachtingsvergoeding. Hierdoor beweegt de opbrengst van de toeristenbelasting mee met de kostenstijging die uitbaters meenemen in de kamerprijzen. Als er inflatiecorrectie op het percentage toegepast zou worden dan betekent dat feitelijk een dubbele inflatie. Daarom wordt voorgesteld het percentage niet te verhogen. Het tarief van deze belasting in 2023 bedraagt 6,05% van de overnachtingsvergoeding. De verwachting is dat de prijzen van de hotelkamers geïndexeerd worden in verband met loon- en prijsstijgingen en/of dalingen. Hierdoor stijgt of daalt de opbrengst van de toeristenbelasting automatisch. e. Hondenbelasting Onder de naam hondenbelasting wordt door onze gemeente een belasting geheven ter zake van het houden van honden. De hondenbelasting is een zuivere belasting die, net als de onroerendezaakbelastingen, naar de algemene middelen van de gemeente vloeit. De wettelijke basis is de Gemeentewet en de Verordening hondenbelasting.
Belastingjaar 2023 is het laatste jaar van de hondenbelasting want bij de behandeling van de Voorjaarsrapportage 2022 is door de raad een motie aangenomen waarbij de hondenbelasting met ingang van 2024 wordt afgeschaft. Voor de afschaffing van de hondenbelasting vanaf 2024 is geen dekking binnen de begroting. Voor 2023 wordt voorgesteld de tarieven te verhogen met de inflatiecorrectie van 2,4%. Het tarief bedraagt per hond € 87,61. Het kenneltarief bedraagt € 351,12. f. Liggeld voor woonschepen Het tarief voor het liggeld is kostendekkend en daarom wordt voorgesteld de tarieven voor het liggeld voor woonschepen niet te verhogen en voor 2023 als volgt vast te stellen: • eerste 15 meter lengte € 403,27; • elke volgende meter € 56,56. g. Parkeerbelasting Bij de behandeling van de Voorjaarsrapportage 2021 (2021.0001186) is besloten om in het kader van de strategische heroriëntatie de parkeertarieven te verhogen. Hierin is de keuze gemaakt om de maatregelen te beperken tot Hoofddorp-Centrum en Schiphol. In onderstaande tabel staan de voorgestelde tarieven en verhogingen. De tarieven van de week- en jaarkaarten worden verhoudingsgewijs verhoogd. Zone
A stop & go le half uur A le uur A 2e uur B le uur B 2e uur B weekkaart C alle uren C weekkaart ma -vrij Schiphol alle uren
Tarief 2022
Verhoging
Tarief 2023
€0,10 €3,00 €4,50 €0,75 € 1,20 € 84,80 €0,45 16,20 €4,70
€0,45 €0,45 €0,45 €0,55 €0,55 € 35,30 €0,40 € 14,40 €1,30
€0,55 €3,45 €4,95 €1,30 €1,75 € 120,10 €0,85 € 30,60 €6,00
Belastingvoorstellen 2023
pagina 5
Ingeval niet aan de aangifteverplichting is voldaan dan wel geen of onvoldoende parkeerbelasting is betaald, wordt de te weinig betaalde belasting door middel van een naheffingsaanslag alsnog in rekening gebracht. De lasten die hieraan verbonden zijn worden gelijktijdig met de niet-betaalde parkeerbelasting (uurtarief) in rekening gebracht. De maximaal toegestane hoogte van het doorberekenen is vastgelegd in het 'Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen’ en is in 2022 vastgesteld op € 66,50. Dit besluit wordt door het Rijk vastgesteld. Wij stellen voor de boete van de naheffingsaanslag vast te stellen op € 66,50. h. Precariobelasting Voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond kan een precariobelasting worden geheven. Voorbeelden van de precariobelasting zijn de standplaatsen en de grond bij de ligplaatsen aan de Ringvaart. Er wordt voorgesteld de tarieven te verhogen met 2,4%. Voor 2023 wordt de opbrengst geraamd op € 110.000.
i. Graf- en beqraafrechten Conform de besluitvorming rondom de voorjaarsrapportage zijn de grafrechten ook met 2,4% verhoogd. Deze verhoging is noodzakelijk om de stijging van de kosten door loon- en prijsstijging te compenseren. j. Leges Wij leveren op aanvraag van individuele inwoners een uiteenlopend pakket aan diensten. Door het heffen van leges worden de lasten die hiervoor worden gemaakt in principe verhaald op de inwoner die de dienst afneemt. Om de kostendekkendheid te handhaven moeten de meeste legestarieven stijgen met (een gewogen gemiddelde van) het prijsindexcijfer voor lonen, materialen en diensten. Leidend is bij de leges het profijtbeginsel: de gebruiker betaalt. Voor 2023 wordt voorgesteld de prijs van producten met vaste tarieven te verhogen met 2,4% inflatiecorrectie, dit met uitzondering van de tarieven die wettelijk vastgesteld worden en de bouwleges omdat deze leges al kostendekkend zijn. Het totaal aan te ontvangen leges mag wettelijk niet meer dan 100% zijn op begrotingsbasis. De inhoudelijke wijzigingen in de legesverordening en tarieventabel worden verder toegelicht in de bijlage: "toelichting bij wijzigingen Legesverordening en tarieventabel 2023". De invoeringsdatum van de nieuwe Omgevingswet is waarschijnlijk 1 januari 2023, dit wordt eind november bekendgemaakt.
Omdat deze datum in november qua planning te laat is voor de vaststelling van de verordening, stellen wij voor om twee tarieventabellen bekend te maken. Eén met de invoering van de Omgevingswet en één zonder de invoering van de Omgevingswet. k. Kwijtschelding Inwoners met een laag inkomen kunnen ook in 2023 weer in aanmerking komen voor kwijtschelding van het betalen van gemeentelijke heffingen. Er wordt bij de behandeling van verzoeken om kwijtschelding uitgegaan van 100% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Kwijtschelding is mogelijk voor afvalstoffenheffing, hondenbelasting (alleen de eerste hond) en het liggeld voor woonschepen. Voor 2023 is een bedrag aan kwijtschelding voor de afvalstoffenheffing geraamd van € 753.500 en van € 14.000 voor de hondenbelasting. Voor het liggeld wordt geen bedrag geraamd omdat deze kwijtschelding nauwelijks wordt aangevraagd. 3.3 Wat mag het kosten? De lasten van de uitvoering worden gedekt uit de reguliere budgetten, zoals opgenomen in de programmabegroting. De lasten voor de afvalstoffen- en rioolheffing en de graf- en begraafrechten zijn opgenomen in het programma Kwaliteit fysieke omgeving. De
pagina 6
Belastingvoorstellen 2023
afvalstoffenheffing staat in beleidsdoel B: het sturen van afvalstromen naar maximaal hergebruik, taakveld 7.3 en de rioolheffing staat in beleidsdoel C: zorgen voor een adequaat beheer in de openbare ruimte van grondwater, hemelwater en afvalwater, taakveld 7.2. De graf- en begraafrechten staat in beleidsdoel A: Goed onderhouden openbaar groen en bomen, die bijdrage aan een positieve beleving van de openbare ruime, taakveld 7.5. De lasten voor de uitvoering van de OZB, toeristen-, parkeer-, precario- en hondenbelasting staan in het overzicht Algemene dekkingsmiddelen, onderdeel A: Belastingen, taakvelden 0.61, 0.62, 0.63, 0.64 en 3.4. Voor het belastingjaar 2023 worden de navolgende bruto-opbrengsten (bedragen x € 1.000) geraamd: Omschrijving
(bedragen x€ 1.000)
Verantwoording op:
€ 85.447 €21.140 € 10.834 €12.781 €762 €32 €110 €792 €4.877 €12.927
Algemene Dekkingsmiddelen Kwaliteit fysieke omgeving Kwaliteit fysieke omgeving Algemene Dekkingsmiddelen Algemene Dekkingsmiddelen Algemene Dekkingsmiddelen Algemene Dekkingsmiddelen Kwaliteit fysieke omgeving Algemene Dekkingsmiddelen Diverse programma's
Onroerendezaakbelastingen Afvalstoffenheffing Rioolheffing Toeristenbelasting Hondenbelasting Liggelden voor woonschepen Precariobelasting Graf- en begraafrechten Parkeerbelasting Leges
Wat zijn de financiële risico's? Onze gemeente loopt geen vermeldenswaardige financiële risico's bij de uitvoering van dit voorstel. 3.4 Wie is daarvoor verantwoordelijk? De gemeenteraad is verantwoordelijk voor het vaststellen van de belastingverordeningen. Het college is verantwoordelijk voor de voorbereiding, besluitvorming en uitvoering van besluiten. Voor de benoemde onderdelen is de portefeuillehouder Financiën het eerste aanspreekpunt binnen het college. De heffing en inning van een deel van de gemeentelijke belastingen is uitbesteed aan de gemeenschappelijke regeling Cocensus. 3.5 Welke overige relevante informatie is beschikbaar? Er wordt gecommuniceerd in het kader van de Programmabegroting 2023-2026. De verordeningen worden bekendgemaakt voor 31 december 2022. 3.6 Wanneer en hoe zal de raad/het college over de voortgang worden geïnformeerd? Eventuele wijzigingen in de wet- en regelgeving die consequenties hebben voor de verordeningen, worden afzonderlijk aan de raad voorgelegd. Via de voorjaars- en najaarsrapportage en de jaarstukken wordt de raad geïnformeerd over de ontwikkeling van de opbrengsten. 4. Ondertekening
Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer, .de secretaris, de burgemeester, 'Mi
ï’tXc Michiel Ruis
P oc^ck-
V/
P
Marianne Schourmans-Wijdeven
Belastingvoorstellen 2023
Bijlage(n): • Belastingverordeningen 2023 • Kwijtscheldingsbesluit
pagina 7
De raad van gemeente Haarlemmermeer; gelezen het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 27 september 2022 nummer 2022.0001937; gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing gemeente Haarlemmermeer 2023 ("Verordening afvalstoffenheffing 2023").
Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit 1. Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2. De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij bijbehorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel 3 Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren. e.
het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel. Artikel 4 Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel. Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven zoals opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Verordening Afvalstoffenheffing 2023
Pagina 2 van 4
Artikel 7 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, dan wel hoger wordt als gevolg van wijziging in het aantal respectievelijk het formaat van de ter beschikking gestelde rolemmer(s) of als gevolg van wijziging van de wijze van het aanbieden van huishoudelijk afval, is de belasting respectievelijk de hogere belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht respectievelijk na de wijziging als hiervoor bedoeld, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel lager wordt als gevolg van wijziging in het aantal respectievelijk het formaat van de ter beschikking gestelde rolemmer(s) of als gevolg van wijziging van de wijze van het aanbieden van huishoudelijk afval, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk na de wijziging als hiervoor bedoeld, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.
Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt en hetzelfde formaat rolemmer(s) ter beschikking heeft. 5. Voor belastingbedragen tot € 10,00 vindt geen invordering plaats. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen afvalstoffenheffing of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 9 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet één aanslag bevat, het bedrag daarvan meer is dan € 100,00 en minder is dan € 5.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 10 Overgangsrecht De "Verordening afvalstoffenheffing 2022" van 11 november 2021 (nummer 2021.0002240) wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 11 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Artikel 12 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening afvalstoffenheffing 2023”.
Verordening Afvalstoffenheffing 2023
Pagina 3 van 4
Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 10 november 2022. De griffier,
De voorzitter,
J. van der Rhee, B. Ha
M. Schuurmans - Wijdeven
Verordening Afvalstoffenheffing 2023
Pagina 4 van 4
Tarieventabel behorende bij de Verordening afvalstoffenheffing 2023. 1.1
De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar € 305,16.
1.2
In afwijking van het onder 1.1 bepaalde, bedraagt de belasting per belastingjaar voor het ten behoeve van het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen ter beschikking stellen van:
1.2.1
een rolemmer met een inhoud van 120/140 liter voor groente-, fruit- en tuinafval en/of:
a. b. c. d. e.
een rolemmer met een inhoud van 80-liter voor huishoudelijk restafval, € 288,72; een rolemmer met een inhoud van 120-liter voor huishoudelijk restafval, € 288,72; een rolemmer met een inhoud van 140-liter voor huishoudelijk restafval € 391,20; een rolemmer met een inhoud van 240-liter voor huishoudelijk restafval, € 391,20; een rolemmer met een inhoud van 240-liter voor huishoudelijk restafval, (maatwerk voor huishoudens met een gezinslid met een medische indicatie), € 288,72; een boven- en/of ondergrondse verzamelcontainer voor huishoudelijk restafval (maatwerk), € 391,20.
f.
1.2.2
een volgende rolemmer met een inhoud van:
a. b. c. d.
80-liter ten behoeve van het inzamelen van huishoudelijk restafval, € 288,72 per rolemmer; 120-liter ten behoeve van het inzamelen van huishoudelijk restafval, € 288,72 per rolemmer; 140-liter ten behoeve van het inzamelen van huishoudelijk restafval, € 391,20 per rolemmer; 240-liter ten behoeve van het inzamelen van huishoudelijk restafval, € 391,20 per rolemmer.
1.3
In afwijking van het onder 1.1 bepaalde bedraagt de belasting per belastingjaar per perceel in hoogbouw ter zake waarvan is voorgeschreven dat het aanbieden van huishoudelijke restafval geschiedt door middel van boven- en/of ondergrondse verzamelcontainers, en die ligt in wijken waarbij de laagbouw met rolemmers het restafval inzamelt € 305,16.
1.4
In afwijking van het onder 1.1 bepaalde bedraagt de belasting per belastingjaar per perceel ter zake waarvan is voorgeschreven dat het aanbieden van huishoudelijke restafval geschiedt in wijken met ondergrondse inzameling, dit betreft zowel laagbouw als hoogbouw, € 350,16.
Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 10 november 2022. De griffier,
De voorzitter,
J. van der Rhee, B. Ha
M. Schuurmans - Wijdeven
De raad van de gemeente Haarlemmermeer; gelezen het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 27 september 2022, nummer 2022.0001937; gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing gemeente Haarlemmermeer 2023 ("Verordening rioolheffing 2023").
Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; b. verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft; c. water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater. Artikel 2 Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht 1. De belasting wordt geheven: a.
van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, dan wel dat belang heeft bij nakoming van de gemeentelijke zorgplichten, verder te noemen eigenarendeel; en b. van degene die een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt of persoonlijk recht gebruikt. 2. Voor het eigenarendeel wordt, als het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de Basisregistratie Kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. 3. Voor het gebruikersdeel wordt:
Verordening Rioolheffing 2023
a.
b. c.
Pagina 2 van 4
gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; gebruik door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld.
Artikel 4 Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats is gebonden; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak, dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtigen in gebruik zijn en, naar omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel. Artikel 5 Maatstaf van heffing 1. Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel. 2. Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. 3. Het aantal kubieke meters wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald.
Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand als een volle maand gerekend. 4. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: a. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of b. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 5. De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd. Artikel 6 Belastingtarieven 1. Het tarief voor het eigenarendeel bedraagt € 137,56 per perceel. 2. Het tarief voor het gebruikersdeel bedraagt voor elke eenheid van 10 kubieke meters water of gedeelte daarvan boven het aantal van 250 kubieke meters water € 5,30. 3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, bedraagt de belasting voor een perceel met een bruto oppervlakte van minder dan 25 m2 € 0,00 per jaar.
Verordening Rioolheffing 2023
Pagina 3 van 4
Artikel 7 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 8 Wijze van heffing De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of voor het gebruikersdeel zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht 2. Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. 5. Voor belastingbedragen tot € 10,00 vindt geen invordering plaats.
Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen rioolheffing al dan niet tezamen met andere heffingen aangemerkt als één aanslagbiljet. Artikel 10 Termijn van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald binnen twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet. 2. Ingeval ten aanzien van de in artikel 3, eerste lid, bedoelde heffing het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat, het bedrag daarvan, meer is dan €100,00 en minder is dan € 5.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven geldt, dat in afwijking van het eerste lid de aanslagen moeten worden betaald in negen gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 11 Overgangsrecht De "Verordening rioolheffing 2022", vastgesteld bij raadsbesluit van 11 november 2021, nummer 2021/0002240, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 12 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023.
Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: "Verordening rioolheffing 2023".
Verordening Rioolheffing 2023
Pagina 4 van 4
Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 10 november 2022. De griffier,
De voorzitter,
J. van der Rhee, B. Ha
M. Schuurmans - Wijdeven
De raad van de gemeente Haarlemmermeer; gelezen het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 27 september 2022 nummer 2022. ; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting gemeente Haarlemmermeer 2023 ("Verordening toeristenbelasting 2023”). Artikel 1 Belastbaar feit Onder de naam “toeristenbelasting” wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf binnen de gemeente Haarlemmermeer tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente Haarlemmermeer in de Basisregistratie Personen zijn ingeschreven. Artikel 2 Belastingplicht 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 1. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1. 3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1. Artikel 3 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: a. van degene, die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen; b.
van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g en h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. c. voor de opvang in hotels van kwetsbare groepen hulpbehoevenden (vluchtelingen en dak- en thuislozen) die vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeente of van overheidswege erkende inrichtingen. Artikel 4 Maatstaf van heffing 1. De belasting wordt berekend over de vergoeding voor het verblijf die in rekening wordt gebracht, de toeristenbelasting daaronder niet begrepen. 2. Als vergoeding wordt aangemerkt het bedrag dat als verschuldigd wegens logies aan de heffing van omzetbelasting is onderworpen. Artikel 5 Belastingtarief Het tarief bedraagt 6,05 procent van de heffingsmaatstaf.
Verordening Toeristenbelasting 2023
Pagina 2 van 2
Artikel 6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 8 Aanslaggrens Belastingaanslagen van minder dan € 25,00 worden niet opgelegd. Artikel 9 Termijnen van betaling 1. Een belastingaanslag is invorderbaar twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking van het eerste lid en in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 is een voorlopige aanslag die is opgelegd voor de elfde maand van het belastingjaar, invorderbaar in zoveel gelijke termijnen als er na de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, nog maanden van het belastingjaar overblijven. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 10 Aanmeldingsplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal gelegenheid tot verblijf verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de aangewezen inspecteur, bedoeld in artikel 232, vierde lid, sub a, van de Gemeentewet.
Artikel 11 Overgangsrecht De "Verordening toeristenbelasting 2022", vastgesteld bij raadsbesluit van 11 november 2021, nummer 2021/0002240, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2023, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 12 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: "Verordening toeristenbelasting 2023". Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 10 november 2022. De griffier,
De voorzitter,
J. van der Rhee, B. Ha
M. Schuurmans - Wijdeven
De raad van de gemeente Haarlemmermeer; gelezen het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 27 september 2022, nummer 2022.0001937; gelet op artikel 226 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting gemeente Haarlemmermeer 2023 ("Verordening hondenbelasting 2023"). Artikel 1 Belastbaar feit Onder de naam 'hondenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van een hond binnen de gemeente. Artikel 2 Belastingplicht 1. Belastingplichtig is de houder van een hond. 2. Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is. 3. Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 232, vierde lid, sub a, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden. Artikel 3 Vrijstellingen 1. In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren. 2.
De belasting wordt niet geheven voor honden: a. die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden; b. die zijn opgeleid tot en dienen als assistentiehond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden; c. die verblijven in een hondenasiel; d. die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren; e. die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden; f. die uitsluitend gehouden worden ten dienste van de politie en waarvan de houder in het bezit is van een geldend diploma van de Koninklijke Nederlandse Politiehondenvereniging, mits de houder zich heeft verbonden zijn hond met een begeleider aan wiens bevelen hij gehoorzaamt, op aanvraag ter beschikking van de politie stellen; g. die, gehouden door douanefunctionarissen, zijn of worden afgericht als douanehonden ten dienste van de douane;
Verordening Hondenbelasting 2023
h.
Pagina 2 van 3
die worden of zijn opgeleid door de Stichting KNGF Geleidehonden of de Stichting Hulphond Nederland tot het dienen als buddyhond van patiënten met een post traumatische stress stoornis, epilepsiehulphond of therapiehulphond en in hoofdzaak als zodanig worden gehouden.
Artikel 4 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden. Artikel 5 Belastingtarief 1. De belasting bedraagt per belastingjaar per hond € 87,61. 2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting voor honden, gehouden in een kennel, per belastingjaar, per kennel € 351,12. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt onder een kennel verstaan een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren, bestemd en gebruikt voor het fokken van honden voor de verkoop of aflevering van nakomelingen. 3. Het tweede lid blijft buiten toepassing als de belastingplichtige schriftelijk verzoekt de verschuldigde belasting vast te stellen naar het werkelijke aantal honden, als blijkt dat dit bedrag lager is dan het op voet van het tweede lid bepaalde bedrag. Artikel 6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.
Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting voor het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Voor belastingbedragen tot € 10,- vindt geen invordering plaats. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van een op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen hondenbelasting of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 9 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2.
In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet één aanslag bevat, het bedrag daarvan, meer is dan € 100,- en minder is dan € 5.000,-, en zolang de
Verordening Hondenbelasting 2023
3.
Pagina 3 van 3
verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 10 Overgangsrecht De "Verordening hondenbelasting 2022", vastgesteld bij raadsbesluit van 11 november 2021, nummer 2021.0002240, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2023, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 11 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Artikel 12 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: "Verordening hondenbelasting 2023". Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 10 november 2022. De griffier,
De voorzitter,
J. van der Rhee, B. Ha
M. Schuurmans - Wijdeven
De raad van de gemeente Haarlemmermeer; gelezen het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 27 september 2022, nummer 2022.0001937; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van liggeld voor woonschepen gemeente Haarlemmermeer 2023 ("Verordening liggeld voor woonschepen 2023"). Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder woonschip: een vaartuig dat uitsluitend of hoofdzakelijk als woning wordt gebruikt of tot woning is bestemd. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam 'liggeld voor woonschepen' wordt een recht geheven voor het innemen van een ligplaats met een woonschip binnen de gemeente. Artikel 3 Belastingplicht 1. Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven van de hoofdbewoner van het woonschip. Wie als hoofdbewoner wordt aangemerkt wordt naar de omstandigheden beoordeeld. 2. Bij gebreke van de in het eerste lid bedoelde hoofdbewoner, wordt het recht als bedoeld in artikel 2 geheven van de vergunninghouder van het woonschip. 3. Bij gebreke van de in het eerste en tweede lid bedoelde belastingplichtigen wordt het recht geheven van de eigenaar van het woonschip.
Artikel 4 Maatstaf van heffing en tarieven Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven naar de lengte van het woonschip en bedraagt per belastingjaar per woonschip: 1. voor de eerste 15 meter lengte van het woonschip, € 403,27; 2. voor elke meter of gedeelte daarvan waarmee het woonschip de lengte van 15 meter overschrijdt, bovendien € 56,56. Artikel 5 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 6 Wijze van heffing De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. Het recht als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, is het recht verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat belastingjaar verschuldigde recht als er in dat belastingjaar, na de aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.
Verordening Liggeld 2023
3.
4.
Pagina 2 van 2
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat belastingjaar verschuldigde recht als er in dat belastingjaar, na het eindigen van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven. Het verzoek om ontheffing dient binnen zes weken na de opgetreden wijziging te zijn ingediend. Voor belastingbedragen tot € 10,00 vindt geen invordering plaats. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen liggeld voor woonschepen of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.
Artikel 8 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat, het bedrag daarvan meer is dan € 100,00 en minder is dan € 5.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 9 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De "Verordening liggeld voor woonschepen 2022", vastgesteld bij raadsbesluit van 11 november 2021, nummer 2021/0002240, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2023, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. 4.
Deze verordening wordt aangehaald als: "Verordening liggeld voor woonschepen 2023". Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 10 november 2022. De griffier,
De voorzitter,
J. van der Rhee, B. Ha
M. Schuurmans - Wijdeven
De raad van de gemeente Haarlemmermeer; gelezen het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 27 september 2022, nummer 2022.0001937; gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 225 van de Gemeentewet en de Parkeerverordening Haarlemmermeer 2018; besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelasting gemeente Haarlemmermeer 2023 ("Verordening parkeerbelasting 2023")
Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente Haarlemmermeer gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; b. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990) met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990; c. houder: degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het parkeren in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, was ingeschreven; d. parkeerapparatuur: parkeermeters, persoonlijke parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; e. gehandicaptenvoertuig: een voertuig als bedoeld in artikel 1, van het RVV 1990; f. gehandicaptenparkeerkaart: een parkeerkaart als bedoeld in de Regeling Gehandicaptenparkeerkaart; g.
parkeerkaart: een weekkaart met een geldigheidsduur van één of meer aansluitende perioden van zeven aaneensluitende dagen; h. centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Haarlemmermeer een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of ander communicatiemiddel; i. Autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan een huishouden. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam ‘parkeerbelastingen’ wordt een belasting geheven ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze.
Verordening Parkeerbelasting 2023
Pagina 2 van 4
Artikel 3 Belastingplicht 1. De belasting bedoeld, in artikel 2, wordt geheven van de degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. 2. Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt: a. degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen; b. zolang geen voldoening van de belasting, genoemd in artikel 2, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat: 1e als een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd; 2e als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. 3. De belasting, bedoeld in artikel 2, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak 1.
De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de parkeerbelasting wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde tijdseenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 5 Wijze van heffing De belasting, bedoeld in artikel 2, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werkingstellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften. Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via de telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer. In dat laatste geval is belasting achteraf verschuldigd. 2. Van de parkeerbelasting wordt, onverminderd het bepaalde in het derde lid, geen ontheffing verleend. 3.
Ingeval de belasting als bedoeld in artikel 2 is voldaan door middel van betaling voor een parkeerkaart met een geldigheidsduur van twee of meer aansluitende perioden van zeven aaneensluitende dagen, wordt op verzoek ontheffing verleend over het aantal volle perioden van zeven aaneensluitende dagen dat resteert na de datum van ontvangst van het verzoek en de parkeerkaart waar het betrekking op heeft. Artikel 7 Vrijstellingen De belasting, bedoeld in artikel 2, wordt niet geheven ter zake van het parkeren door de houder van een motorvoertuig dan wel een gehandicaptenvoertuig: 1. in de C-zones, indien een geldige gehandicaptenparkeerkaart duidelijk zichtbaar is aangebracht;
Verordening Parkeerbelasting 2023
2.
Pagina 3 van 4
in de A- en B-zones en zone Schiphol tot een maximum van drie uur, indien een geldige gehandicaptenparkeerkaart en een conform de wettelijke voorschriften ingestelde parkeerschijf duidelijk zichtbaar zijn aangebracht.
Artikel 8 Termijnen van betaling 1. De belasting, bedoeld in artikel 2, moet overeenkomstig de aangifte betaald worden bij de aanvang van het parkeren. 2. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer. 3. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald. Artikel 9 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de Belasting, bedoeld in artikel 2, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit. Artikel 10 Kosten De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting, bedoeld in artikel 2, bedragen € 66,50. Artikel 11 Overgangsrecht De "Verordening parkeerbelasting 2022", vastgesteld bij raadsbesluit van 11 november 2021 nummer 2021/0002240, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2023, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 12 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: "Verordening parkeerbelasting 2023". Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 10 november 2022. De griffier,
De voorzitter,
J. van der Rhee, B. Ha
M. Schuurmans - Wijdeven
Verordening Parkeerbelasting 2023
Pagina 4 van 4
Tarieventabel behorende bij de ‘Verordening parkeerbelastingen 2023’ Het tarief van de belasting voor het parkeren als bedoeld in artikel 2 bedraagt: 01. a. b. c. d. e. f. g.
in zone A: voor het eerste half uur voor het volgend eerste uur voor het volgend tweede uur voor het volgend derde uur voor het volgend vierde uur voor het volgend vijfde t/m het zesde uur voor elk volgend uur
02. a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l. m.
in zone B: voor het eerste uur € voor het tweede uur € voor het derde uur t/m het vierde uur € voor het vijfde uur € voor het zesde uur € voor het zevende uur € voor het achtste uur € voor elke volgend uur € weekkaart maandag – vrijdag weekkaart maandag – zondag jaarkaart maandag – vrijdag jaarkaart maandag – zondag jaarkaart Beukenhorst-Oost maandag – vrijdag