Bijlage 4 -Toelichting
Tekst van het document
nature verhoogd achtergrondgehalte worden beschouwd. Daarnaast is het grondwater (matrix afvalwater) onderzocht op zwevende stof en blijkt het gehalte (180 mg/l) de lozingsnorm (50 mg/l) te overschrijden. Derhalve kan het grondwater bij onttrekking niet zonder-meer geloosd worden. Ten aanzien van de hergebruiksmogelijkheden van de grond blijkt dat de vrijkomende grond valt binnen de klassen Altijd toepasbaar, Industrie en Niet toepasbaar. Voor de specifieke klasse per grondmengmonster wordt verwezen naar het bodemonderzoek. Voorts wordt opgemerkt dat in onderhavig onderzoek geen aandacht is besteed aan PFAS. Echter in het onderzoek dat is uitgevoerd op perceel 640 is gebleken dat de zandige- en kleiige bodem op basis van het gehalte PFAS is aanmerking komt als vrij toepasbaar. Gezien de ligging van onderhavige locatie (belendend perceel) kunnen deze resultaten als representatief beschouwd worden voor onderhavige locatie. In het grondmengmonster van de sterk puinhoudende zandige onderlaag (ASB3) is een gewogen asbest-gehalte van 45 mg/kg ds is gemeten. Aangezien dit gehalte het criterium voor nader onderzoek niet overschrijdt, wordt verder onderzoek naar asbest niet noodzakelijk geacht. In de overige onderzochte mengmonsters (grond of puin) is geen asbest aangetroffen.
Het funderingsmateriaal ter plaatse van de parkeerplaats, bestaande uit recyclingsgranulaat komt op basis van het samenstellingsonderzoek in aanmerking als IBC bouwstof en kan als zodanig naar een erkende verwerker worden afgevoerd. HvS Advies heeft op 11 februari 2021 een asbestinventarisatie op de planlocatie Hoofdweg 640 uitgevoerd, zie bijlage 3. Tijdens deze inventarisatie is asbesthoudende kit aangetroffen. Verwijdering van het in en om het pand aanwezige asbest dient te geschieden volgens de geldende eisen en voorschriften uit onder andere het Arbeidsomstandighedenbesluit van de Arbowet en het Asbestverwijderingsbesluit van de Wet milieugevaarlijke stoffen/Woningwet. Onderzoek locatie Hoofdweg 634 Door Unihorn is een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd voor de Hoofdweg 634 (zie bijlage 4). Uit de bodemkwaliteitskaart, zie onderstaand figuur, blijkt dat de locatie is gelegen in een gebied waarbinnen de boven- en ondergrond in de kwaliteitsklasse wonen valt. Op basis daarvan kan worden aangenomen dat de bodem over het algemeen niet tot hooguit licht verontreinigd is met de standaard parameters.
blad 35 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 634-640 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 0475890.100
Figuur 5.2: Bodemkwalitetiskaart, locatie Hoofdweg 634 Resultaten onderzoek Op basis van de resultaten van het verkennend en aanvullend onderzoek kan worden geconcludeerd dat op de locatie sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging in een omvang van circa 92 m3 (230 m2 x ca. 0,4 m dik) sterk met zink verontreinigde grindige, zwak puinhoudende kleiige- en zandige ondergrond. In het bodemonderzoek is de locatie van de zinkverontreiniging weergegeven. Verder is gebleken dat de bodem op het overige deel van de niet verontreinigd is met de onderzochte componenten. In het grondwater is een licht verhoogd gehalte kwik en molybdeen bevat. In grondwater wordt wel vaker een gehalte van één of meerdere zware metalen gemeten en kan doorgaans als een van nature verhoogd achtergrondgehalte worden beschouwd. Daarnaast is het grondwater (matrix afvalwater) onderzocht op zwevende stof en blijkt het gehalte (24 mg/l) aan de lozingsnorm (50 mg/l) te voldoen. Daarnaast zijn de analyses getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit en blijkt dat de grond van zowel de boven-, ondergrond alsmede de dieper gelegen kleilaag in aanmerking als klasse Vrij toepasbaar. Met betrekking tot PFAS is de zandige toplaag en de kleiige onderlaag geanalyseerd op PFAS. Op basis daarvan komen beide grondsoorten in aanmerking als vrij toepasbaar.
Het resultaat van de kleiige onderlaag kan als representatief gesteld worden voor de dieper gelegen kleilaag. Opgemerkt wordt wel dat dit een indicatieve toetsing betreft, aangezien het onderzoek niet conform het Besluit bodemkwaliteit is uitgevoerd. In de grond als in het funderingsmateriaal is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetroffen. Het funderingsmateriaal komt op basis van het samenstellingsonderzoek in aanmerking als Vrij toepasbaar en kan als zodanig naar een erkende verwerker worden afgevoerd. HvS Advies heeft op 11 februari 2021 een asbestinventarisatie op de planlocatie Hoofdweg 634 uitgevoerd, zie bijlage . Tijdens deze inventarisatie is een asbestverdachte kluis aangetroffen.
5.1.3
Conclusie Op basis van de resultaten van dit onderzoek is op de locatie sprake van een zogenaamde puntverontreiniging op locatie van Hoofdweg 634. Bij graafwerkzaamheden wordt geadviseerd deze verontreiniging separaat te ontgraven en de grond af te voeren naar een erkende verwerker. Voorafgaand aan de werkzaamheden wordt een Plan van Aanpak op te stellen waarin wordt beschreven op welke wijze de sterk verontreinigde grond dient te worden ontgraven, zodat wordt voldaan aan de kaders van de Wet bodembescherming. De verontreinigingen op de locatie van Hoofdweg 634 geven geen belemmering voor de bestemmingswijziging. De eventueel uit te voeren sanering op locatie Hoofdweg 640 belemmert een bestemmingswijziging naar Wonen niet.
blad 36 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 634-640 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 0475890.100
5.2
Cultuurhistorie en archeologie
5.2.1
Wet- en regelgeving Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vervangt zes wetten op het gebied van cultureel erfgoed en sorteert hiermee voor op de komende Omgevingswet. Door de wetten te bundelen en een aantal regels te vernieuwen is de wetgeving minder versnipperd. In de Erfgoedwet staat onder andere wat cultureel erfgoed is, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe Nederland daar toezicht op houdt. De Erfgoedwet gaat over de bescherming van het cultureel erfgoed. Er is ook erfgoed in ruimtelijke ordening (de leefruimte om ons heen). Hoe Nederland daarmee omgaat staat in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. De erfgoedvisie met uitvoeringsprogramma van de Gemeente Haarlemmermeer voor de periode 2020 - 2030 stelt vast dat erfgoed bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving, de aantrekkelijkheid van de gemeente als bezoeklocatie en aan een aangenaam vestigingsklimaat. De basis van de visie is erfgoed als inspiratie en motor voor nieuwe ontwikkelingen. De archeologienota heeft tot doel een verantwoorde balans te vinden tussen goede omgang met het archeologische erfgoed en andere maatschappelijke belangen die bij planontwikkelingen moeten worden gewogen. In de nota zijn de verhaallijnen met de kernwaarden 'Water en pionieren' en 'Transport en Logistiek' leidend.
De volgende speerpunten zijn van belang bij cultuurhistorische en/of archeologische waarden: Het meewegen van het archeologische belang bij het opstellen van bestemmingsplannen; de mogelijkheid om voorschriften te verbinden aan de omgevingsvergunning ter bescherming van archeologie; de mogelijkheid van de Minister van OCW om bij (dreigende) schade aan archeologische monumenten na een toevalsvondst voorschriften te stellen aan de uitvoering de werkzaamheden of die stil te leggen; de mogelijkheid van het bevoegd gezag of de Minister van OCW om toegang tot een terrein af te dwingen om archeologisch onderzoek te kunnen doen. De gemeente is verplicht om verwachte en aanwezige archeologische waarden mee te wegen bij ruimtelijke beslissingen. De wetgever geeft de gemeente de vrijheid om naar eigen inzicht vormgeven aan de archeologische monumentenzorg binnen de gemeentegrens. Deze beleidsnota geeft hier invulling aan.
5.2.2
Onderzoek Het plangebied kent een lage indicatieve archeologische waarde volgens de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW).
blad 37 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 634-640 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 0475890.100
Figuur 5.1. Archeologische waardenkaart. De Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Noord-Holland geeft inzicht in de archeologische, historisch-stedenbouwkundige en de historisch- geografische waarden van de regio. Volgens deze Cultuurhistorische Waardenkaart komen in het gebied geen elementen voor met een bouwkundige, archeologische of historische waarde. Verder zijn er geen provinciale of rijksmonumenten aanwezig. Daarnaast is de archeologische beleidskaart van Haarlemmermeer geraadpleegd. Hierin heeft het plangebied 'Waarde - Archeologie 6'. Hierbij is onderzoek verplicht bij bodemingrepen die groter zijn dan 10.000 vierkante meter en dieper dan 40 centimeter. De oppervlakte van het plangebied is ca 10.000 m vierkante meter. Afhankelijk van de uiteindelijke vergunningaanvraag is onderzoek nodig. Er is daarom een dubbelbestemming opgenomen met de criteria conform de beleidskaart voor een onderzoeksverplichting.
blad 38 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 634-640 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 0475890.100
Figuur 5.2 Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie Provincie Noord-Holland. Vanuit cultuurhistorie is belangrijk dat de context van bebouwing langs de Hoofdweg als polderlint gerespecteerd wordt. Dit betekent dat variatie in de bebouwing en kleine korrel hier wenselijk zijn. De oude kern van Hoofddorp vormt het hart van de ontstaansgeschiedenis van het kruisdorp. Langs de Hoofdweg en Kruisweg is de groei van Hoofddorp halverwege het 19e eeuw begonnen. Hier zijn statige gebouwen met unieke uitstraling en ruime tuinen te vinden.
5.2.3
Conclusie In het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Daarnaast kent het plangebied een lage archeologische verwachting. De ontwikkeling is niet groter dan 10.000 m2 waardoor geen onderzoek benodigd is. Daarmee vormt het aspect cultuurhistorie en archeologie geen belemmering voor onderhavig planinitiatief.
5.3
Externe veiligheid
5.3.1
Wet- en regelgeving Externe veiligheid heeft betrekking op de veiligheid voor de omgeving van een inrichting met gevaarlijke stoffen en/of transport van gevaarlijke stoffen. Elk nieuw ruimtelijk plan moet volgens de Wet ruimtelijke ordening getoetst worden aan de normen voor plaatsgebonden risico en de oriëntatiewaarden voor het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is het risico (uitgedrukt in kans per jaar) dat één persoon die zich onafgebroken en onbeschermd op die plaats bevindt, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit met een gevaarlijke stof. Het groepsrisico is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen gedefinieerd als: "de cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is".
blad 39 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 634-640 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 0475890.100
In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen vastgelegd. Denk hierbij aan risico's van onder andere tankstations met LPG, gevaarlijke stoffen -opslagplaatsen en ammoniakkoelinstallaties. Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) is gebaseerd op de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De normstelling is in lijn met het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Het vervoer van gevaarlijke stoffen is geregeld via de “Wet Basisnet”, een stelsel van wetten en regels. Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Hierin wordt ingegaan op het plaatsgebonden risico, het groepsrisico en de verantwoordingsplicht. In de Regeling Basisnet staat waar risicoplafonds liggen langs de transportroutes, hoe hoog ze zijn en welke regels er gelden voor ruimtelijke ontwikkelingen. In de gemeente Haarlemmermeer zijn daarnaast routes voor het transport van gevaarlijke stoffen vastgesteld. In aanvulling op de landelijke wet- en regelgeving kent de gemeente Haarlemmermeer ook eigen externe veiligheidsbeleid.
Specifiek gaat het om regels over de aanvaardbaarheid en verantwoording van het groepsrisico. Een belangrijke richtsnoer is onder andere dat objecten met niet- of met beperkt zelfredzame personen buiten het invloedsgebied van een risicobron worden geprojecteerd. Daarnaast biedt risicokaart.nl inzicht in risicosituaties in de leefomgeving. Dit instrument kan gebruikt worden als informatievoorziening om te helpen bij het voorkomen, bestrijden en beperken van de gevolgen van rampen en zware ongevallen.
5.3.2
Onderzoek Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een risicobron, zoals een hogedruk aardgasleiding. Er vindt transport plaats van gevaarlijke stoffen over de Weg om de Noord. In het Besluit externe veiligheid transportroutes (geldend vanaf 1 april 2015) wordt voor gevaarlijke stoffenroutes over wegen, vaarwegen en spoorwegen een risicozone van 200 meter aangegeven waarbinnen randvoorwaarden gelden ten aanzien van ruimtelijke ordening. Het plangebied ligt volledig buiten de invloedssfeer van transportroutes waar gevaarlijke stoffen worden vervoerd, inclusief buisleidingen voor gas.
5.3.3
Conclusie Het plangebied ligt volledig buiten de invloedssfeer van transportroutes waar gevaarlijke stoffen worden vervoerd, inclusief buisleidingen voor gas. Externe veiligheid vormt daarmee geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
5.4
Explosieven In de Nederlandse bodem zitten nog veel conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Bij het opsporen en ruimen van conventionele explosieven (CE's) is de openbare orde en veiligheid het bepalende uitgangspunt. De burgemeester is op grond van artikel 172 van de Gemeentewet belast met de handhaving daarvan. De beslissing om in een concrete situatie al dan niet over te gaan tot het opsporen en ruimen van een CE is dus de bevoegdheid van de burgemeester. In een CE-verdacht gebied is grondroerende partij verplicht een explosieven onderzoek uit te voeren in het kader van 'veilige werkomgeving en veiligheid voor derden en de omgeving'. Er geldt geen verplichting om over te gaan tot opsporing en ruiming. Dit hangt af van het concrete geval en dat wordt vooral beoordeeld in relatie tot het huidige en toekomstige gebruik van het gebied.
blad 40 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 634-640 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 0475890.100
5.4.1
Onderzoek Het zuidelijke deel van de kavel valt binnen de contouren van verdachte locatie 08 uit het CE-onderzoek (CE = conventionele explosieven). Aanleiding van de verdachte locatie is een bombardement geweest van de woning Hoofdweg 662, waardoor het mogelijk is dat er op het betreffende deel van de kavel niet gesprongen explosieven aanwezig zijn. Onderzoek, zie bijlage 5, toont aan dat een deel van het plangebied verdacht is op de aanwezigheid van explosieven. Dit verdachte gebied is naoorlogs gewijzigd en geroerd. In dit gebied geldt een achtergrondrisico. Dit houdt in dat er geen wezenlijk verhoogd risico is op het aantreffen van explosieven in het gebied, al spreekt men wel over een verdacht gebied. Op basis van het onderzoek worden verschillende acties bij sloop en bouw in het gebied aanbevolen bij het uitvoeren van werkzaamheden met werkdiepte. De aanbevelingen betreffen begeleiding door een explosievendeskundige bij sloopwerkzaamheden en sonderingen en opsporingsonderzoek voorafgaand of tijdens het plaatsen van damwanden en heipalen en bij ontgraven van de bouwkuip op verdachte gebieden in het projectgebied.
5.4.2
Conclusie In het plangebied geldt een achtergrondrisico voor de aanwezigheid van explosieven. Er is hier dus geen wezenlijk verhoogd risico op het aantreffen van explosieven. Bij het uitvoeren van werkzaamheden met werkdiepte dient men voorafgaand een opsporingsonderzoek uit te voeren en indien noodzakelijk passende maatregelen te nemen. Rekening houdend met bovenstaande kan er gesteld worden dat voorgenomen ontwikkeling geen belemmering vormt voor het aspect explosieven.
5.5
Flora en Fauna
5.5.1
Wet- en regelgeving Sinds 1 januari 2017 vervangt de Wet natuurbescherming de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. Daarmee zijn gebiedsbescherming en soortbescherming bij elkaar gebracht in één Nederlandse wet. Deze wet beschermt de van nature in Nederland in het wild voorkomende planten en dieren en hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen. Deze wet neemt de Europese regelgeving als uitgangspunt. Dat is niet alleen van belang vanwege het feit dat Nederland is gehouden tot nakoming van zijn internationale verplichtingen, maar ook, omdat de Europese regelgeving een hoog beschermingsniveau van de natuur verzekert, hoger dan de bescherming die vóór de totstandbrenging van de Europese kaders werd geboden door de nationale wetgeving. De taken en verantwoordelijkheden worden in het wetsvoorstel zoveel mogelijk bij de provincies neergelegd, overeenkomstig het uitgangspunt 'decentraal tenzij'. Eén van de verantwoordelijkheden van de provincie is het Natuurnetwerk Nederland, een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Een belangrijk criterium in de wet is 'gunstige staat van instandhouding van een soort'.
Daarvan is sprake als: uit populatiedynamische gegevens blijkt dat de betrokken soort nog steeds een levensvatbare component is van de natuurlijke habitat waarin hij voorkomt, en dat vermoedelijk op lange termijn zal blijven, en het natuurlijke verspreidingsgebied van die soort niet kleiner wordt of binnen afzienbare tijd lijkt te zullen worden, en er een voldoende grote habitat bestaat en waarschijnlijk zal blijven bestaan om de populaties van die soort op lange termijn in stand te houden.
blad 41 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 634-640 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 0475890.100
5.5.2
Onderzoek Voor het plangebied is een natuurtoets uitgevoerd, deze is bijgevoegd als bijlage . Voor dit onderzoek is een bureaustudie gedaan en een terreinbezoek. Bij de bureaustudie is gekeken naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden en de ligging van beschermde gebieden in de invloedsfeer van het plan. Bij het terreinbezoek is gekeken naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten. Beschermde gebieden In het plangebied is geen NNN-gebied of Natura 2000-gebied aanwezig. Er komen ook geen beschermde gebieden (NNN, BPL of N2000-gebieden) voor binnen de invloedsfeer van het plangebied. Er is zowel van indirecte als directe aantasting van de NNN, BPL en de Natura 2000-gebieden dan ook geen sprake. (Significant) negatieve effecten zijn uitgesloten. Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (het leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: Algemene broedvogels (zeer waarschijnlijk) Vleermuizen (mogelijke verblijfplaatsen) Algemene broedvogels Mogelijk zijn algemene broedvogels aanwezig in het omgeving van het plangebied. Er dient te worden voorkomen dat de broedvogels worden verstoord.
De werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd buiten het broedseizoen, of er dienen maatregelen te worden genomen. Vleermuizen In de gebouwen aan de Hoofdweg 640 zijn er mogelijk verblijfplaatsen aanwezig van vleermuizen, hiervoor is nader onderzoek nodig. Voorafgaand aan de realisatie dient aanvullend onderzoek plaats te vinden naar de aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen in het gebouw aan de Hoofdweg nummer 640. Indien er vleermuizen worden aangetroffen in het plangebied, dient er een ontheffing Wnb te worden aangevraagd bij de provincie Noord-Holland. De verwachting is dat de ontheffing voor vleermuizen wordt ontleend omdat er een activiteitenplan wordt samengesteld waarmee negatieve effecten op vleermuizen beperkt blijft. De juiste maatregelen worden voorafgaand door een erkend ecoloog bepaald. Voorbeelden van maatregelen zijn: hoe verblijfplaatsen voorafgaand aan de werkzaamheden ongeschikt gemaakt worden en wat voor mitigerende maatregelen er worden toegepast. De sloop wordt pas uitgevoerd indien er een ontheffing verleend is. Daarmee is aannemelijk dat het plan uitvoerbaar is. Nader onderzoek Nader onderzoek is uitgevoerd naar de verblijfplaatsen van vleermuizen, deze is bijgevoegd als .
De conclusies uit het nader onderzoek naar verblijfsplaatsen luiden: Gedurende het vleermuisonderzoek zijn in (de directe omgeving van ) het onderzoeksgebied individuen van de gewone dwergvleermuis, laatvlieger en de ruige dwergvleermuis waargenomen. In de bebouwing van het onderzoeksgebied zijn vijf zomer / - en paarverblijfsplaatsen van de gewone dwergvleermuis aanwezig. Tijdens milde (vorstvrije) winters zijn de aangetroffen verblijfplaatsen van vleermuizen tevens geschikt als
blad 42 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 634-640 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 0475890.100
winterverblijfplaats. In het plangebied zijn geen kraamverblijfplaatsen of massawinterverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. Eveneens zijn geen verblijfplaatsen van andere soorten dan de gewone dwergvleermuis vastgesteld in het onderzoeksgebied. Gedurende het vleermuisonderzoek zijn langs groenstructuren en watergangen in (de directe omgeving van) het onderzoeksgebied passerende en foeragerende individuen van de gewone dwergvleermuis, laatvlieger en de ruige dwergvleermuis waargenomen. Op basis van de aanwezigheid van voldoende alternatieven in de omgeving en het beperkte gebruik van de desbetreffende structuren door vleermuizen, wordt niet verwacht dat de in het plangebied aanwezige groenstructuren van essentieel belang zijn voor de lokale populaties vleermuizen. Er dient voor de gewone dwergvleermuis een ontheffing te worden aangevraagd in het kader van artikel 3.5 lid 2 en lid 4 van de Wet natuurbescherming. Mitigerende en compenserende maatregelen zijn noodzakelijk. Zorgplicht In de wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.
5.5.3
Conclusie Uit de natuurtoets blijkt dat er mogelijk verblijfplaatsen zijn van vleermuizen. Hier wordt nader onderzoek voor verricht.
5.6
Stikstof
5.6.1
Wettelijk kader
5.6.1.1
Algemeen Binnen de EU worden de belangrijkste leefgebieden van de meest bedreigde en waardevolle soorten en habitattypen aangewezen als Natura 2000-gebied. Deze Natura 2000-gebieden moeten samen een Europees ecologisch netwerk vormen om de achteruitgang van de biodiversiteit te keren. De juridische basis voor dit netwerk zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, die in Nederland zijn doorvertaald in de Wet natuurbescherming (Wnb). Per gebied worden voor de soorten en habitattypen instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Dit kunnen behouds- of uitbreidings-/verbeteringsdoelstellingen zijn. Het is verplicht om plannen te beoordelen op de gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Bij vaststelling van plannen moet het bevoegd gezag rekening houden met de gevolgen van het plan voor Natura 2000-gebieden (art. 2.7 lid 1, Wnb).
5.6.1.2
Onderzoek nodig naar significante gevolgen voor Natura 2000- gebieden Bij plannen in of in de nabijheid van een Natura 2000-gebied dient in een oriënterende fase onderzocht te worden of de ontwikkeling een significant (negatief) gevolg op het betreffende Natura 2000-gebied kan hebben. Indien na dit onderzoek op voorhand niet kan worden uitgesloten dat de activiteit een significant gevolg heeft, dient meer gedetailleerd dan in de oriënterende fase in kaart gebracht te worden wat de effecten van de activiteit kunnen zijn. Deze analyse heet een 'passende beoordeling'. Wanneer uit de passende beoordeling alsnog
blad 43 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 634-640 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 0475890.100
de zekerheid wordt verkregen dat de activiteit geen significant gevolg heeft, staat de Wet natuurbescherming besluitvorming (voor wat betreft gebiedsbescherming) niet in de weg. 5.6.1.3
Toetsing stikstofdepositie Als een ontwikkeling op zichzelf of vergeleken met de referentiesituatie niet leidt tot een toename van stikstofdepositie (> 0,00 mol/ha/jaar), dan is op grond van objectieve gegevens uitgesloten dat de ontwikkeling qua stikstofdepositie significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied heeft. De Wet natuurbescherming staat dan besluitvorming (voor wat betreft gebiedsbescherming) niet in de weg.
5.6.1.4
Rekenprogramma AERIUS Calculator De stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied kan berekend worden met behulp van het verplicht te gebruiken rekenprogramma AERIUS Calculator. Van elke te berekenen situatie wordt een model gemaakt met invoergegevens waarmee vervolgens de berekening wordt uitgevoerd. Het rekenprogramma AERIUS Calculator bepaalt zelf de rekenpunten op de Nederlandse Natura 2000-gebieden. De bijdrage aan de stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden wordt berekend ter plaatse van voor stikstofgevoelige habitats.
5.6.2
Onderzoek Ligging t.o.v. Natura-2000 gebieden De ontwikkeling Hoofdweg 634-640 te Hoofddorp is gelegen op een relatief grote afstand van Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde gebied is Kennemerland-Zuid op een afstand van meer dan 7 kilometer. In Oostelijke richting is op meer dan 15 kilometer het Natura 2000-gebied Botshol gelegen. Beide Natura-2000 gebieden bevatten voor stikstofgevoelige habittatypen. In beide Natura-2000 gebieden is sprake van een overbelaste situatie doordat op verschillende hexagonen de achtergrondwaarde hoger is dan de kritische depositiewaarde (KDW) van een beschermd habitat.
Vanwege deze afstanden tot Natura 2000-gebieden zullen storingsfactoren, zoals bijvoorbeeld geluid, trillingen en licht, niet kunnen leiden tot significante gevolgen. blad 44 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 634-640 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 0475890.100
Uitsluitend stikstofdepositie (vermesting/verzuring), veroorzaakt door de gebruiksfase of de de realisatiefase, kan tot een mogelijk significant gevolg op Natura 2000-gebieden leiden. Beoordeling effect op Natura-2000 gebieden Met het plan wordt de bouw van 238 appartementen mogelijk gemaakt. De appartementen worden aardgasloos uitgevoerd, zodat het verkeer (de verkeersaantrekkende werking) de enige bron is die in de gebruiksfase een bijdrage aan de stikstofdepositie zou kunnen leveren. Daarnaast kan de uitstoot van mobiele werktuigen die tijdens de realisatiefase worden ingezet, tot een bijdrage aan de stikstofdepositie leiden. Door Antea Group is een stikstofonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 8. Daaruit blijkt dat AERIUS calculator voor de de realisatiefase en voor de gebruiksfase geen resultaten toont hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Het aspect stikstofdepositie staat verdere besluitvorming niet in de weg.
5.6.3
Conclusie Uit het uitgevoerde stikstofonderzoek blijkt dat het voornemen in de realisatiefase niet leidt tot een stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Dit geldt ook voor de gebruiksfase. Het aspect stikstofdepositie staat verdere besluitvorming niet in de weg.
5.7
Geluid
5.7.1
Wet- en regelgeving Wegverkeer In de Wet geluidhinder is bepaald dat het bevoegd gezag bij vaststelling van een bestemmingsplan de wettelijke grenswaarden in acht moet nemen. Toetsing aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van de Wet geluidhinder vindt plaats per weg. Het geluidsniveau ten gevolge van het wegverkeer dient op de gevels van nieuwe (of te wijzigen) woningen in de geluidszone van een weg te voldoen aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting . Deze bedraagt 48 dB. Indien deze voorkeursgrenswaarde wordt overschreden kan de gemeente een hogere grenswaarde toestaan, de zogenaamde "Hogere waarde". De Hogere waarde mag enkel worden verleend indien uit akoestisch onderzoek is gebleken dat bron-, overdrachts- of gevelmaatregelen om het geluidsniveau terug of onder de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting te brengen niet mogelijk is. Aan de Hogere waarde is een maximum verbonden. Voor de nieuwbouw van woningen in binnenstedelijke situaties is dit 63 dB en in buitenstedelijke situaties is dit 53 dB. Deze niveaus zijn na aftrek van de correctie conform artikel 110g van de Wet geluidhinder. Spoorweglawaai In artikel 105 van de Wgh staat dat landelijke spoorwegen een zone hebben. In artikel 106 en verder van de Wgh staan grenswaarden voor het geluid dat geluidgevoelige bebouwing mag ondervinden van railverkeerslawaai.
Voor woningen in nieuwe situaties is de voorkeursgrenswaarde Lden = 55 dB. Het gemotiveerd vaststellen van een hogere waarde is mogelijk. De maximaal hogere waarde is afhankelijk van de situatie. Zij is 68 dB voor spoorweglawaai bij nieuwe woningen in stedelijk gebied. Industrielawaai Op basis van artikel 40 van de Wet geluidhinder kunnen (delen van) industrieterreinen worden aangewezen als gezoneerd industrieterrein met een zonegrens. Dit betreft
blad 45 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 634-640 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 0475890.100
industrieterreinen waarop zich gronden bevinden die zijn aangewezen voor mogelijke vestiging van zogenaamde "zware lawaaimakers" als genoemd in artikel 41 lid 3 van de Wet geluidhinder en artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht. Buiten de zonegrens mag de geluidbelasting vanwege het industrieterrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven gaan. De op 1 januari 2007 geldende ten hoogste toelaatbare geluidsbelastingen voor woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen – vastgelegd in eerder genomen besluiten – blijven gelden. Luchtverkeerslawaai Op grond van artikel 8.30a van de Wet luchtvaart stelt de minister elk vijfde kalenderjaar een geluidsbelastingkaart vast. Die heeft betrekking op de geluidsbelasting (overdag (Lden) en 's nachts (Lnight) veroorzaakt door de luchthaven op woningen en bij Algemene Maatregel van Bestuur aan te wijzen categorieën van andere geluidgevoelige gebouwen. Kader Haarlemmermeer Wanneer het toepassen van geluidbeperkende maatregelen niet of in onvoldoende mate mogelijk is of niet doelmatig is, dan is onder voorwaarden ontheffing voor een hogere waarde mogelijk.
De gemeente Haarlemmermeer hanteert in de praktijk de volgende gebiedsgerichte voorwaarden in het middengebied, waar de beoogde ontwikkeling onder valt: Geluidbelasting wegverkeer: maximaal 60 dB Gecumuleerde geluidsbelasting : maximaal 66 dB(A) Een woning bezit minimaal één geluidsluwe gevel Een woning bezit niet meer dan één dove gevel Toepassing van gevelmaatregelen zoals loggia's conform de eisen die hiervoor worden opgenomen in de regels van het bestemmingsplan Bij de realisatie van meer dan 25 woningen kan voor maximaal 15% van de woningen van een project een cumulatieve belasting van meer dan 66 dB(A) worden toegestaan. De toepassing van deze randvoorwaarde dient hierbij te worden gemotiveerd middels een onderzoek naar maatregelen. Bij de realisatie van meer dan 25 woningen is voor maximaal 15% van de woningen van een project een geluidluwe gevel niet verplicht; De toepassing van deze randvoorwaarde dient hierbij te worden gemotiveerd middels een onderzoek naar maatregelen. Hierbij kan de verdere detaillering als genoemd bij ’Geluidsluwe gevel’ worden gehanteerd. Indien een woning geen geluidluwe gevel heeft en een cumulatieve belasting heeft van meer dan 65 dB(A) dan dienen nadere bouwkundige voorzieningen getroffen te worden zoals bv loggia's die ervoor zorgen dat minimaal één verblijfsruimte alsnog een geluidsluwe buitengevel heeft.
Bij de realisatie van meer dan 25 woningen zal een percentage worden gehanteerd van woningen die (gedeeltelijk) mogen afwijken van de randvoorwaarden. Dit aangezien bij een toename van het aantal woningen, de kans op een woning die niet kan voldoen aan deze randvoorwaarden toeneemt. Afwijkingen akoestische randvoorwaarden Afscherming van sec te openen geveldelen (dus bv. alleen ramen en/of andere te openen geveldelen van geluidsgevoelige ruimten) is bij het realiseren van een geluidsluwe gevel niet toegestaan. Hierbij wordt de gevel beschouwd conform het vermelde bij het begrip ’Dove gevel’. Uitzondering hierop betreft situaties waarbij met een duidelijke en deugdelijke onderbouwing c.q. motivering is aangegeven dat ondanks een goede projectie en afweging blad 46 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 634-640 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 0475890.100
bron-, overdrachts- en gevelmaatregelen de voorgeschreven maximale hogere grenswaarden en maximale gecumuleerde geluidsniveaus niet worden behaald. In dat geval kan een verdere detaillering van de geluidsluwe gevel als in onderstaande tabel worden toegepast.
5.7.2
Onderzoek Onderzoek omliggende wegen Het plangebied ligt nabij het centrum van Hoofddorp en grenst direct aan de Hoofdweg Oostzijde. Het betreft een geluidsgevoelige bestemming in de zin van de Wet geluidhinder. Het plan bevindt zich binnen de geluidzones van Hoofdweg Oostzijde, Hoofdweg Westzijde, Burgemeester Pabstlaan en Wieger Bruinlaan. Het plan moet voldoen aan de maximale ontheffingswaarde voor wegverkeer uit de Wet geluidhinder en aan de gemeentelijke eis dat ten minste 1 geluidsluwe gevel bij elk appartement aanwezig moet zijn. Voor de ontwikkeling is een akoestisch onderzoek uitgevoerd, zie bijlage . Zie onderstaand figuur 5-3 voor de naamgeving van de getoetste gebouwen in het onderzoek. De gebouwen direct aan de Hoofdweg zijn A, C en E. De gebouwen nabij de school, zijn B, D en F.
Figuur 5.3: geluidbelasting op de gebouwen in het onderzoek (bron: het geluidBuro)
blad 47 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 634-640 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 0475890.100
Op basis van de resultaten van het onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: De geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de Hoofdweg Oostzijde ligt boven de voorkeursgrenswaarde maar onder de maximale ontheffingswaarde. De hoogst bepaalde geluidbelasting is 56 dB inclusief aftrek op de voorgevel van de woongebouwen A en C. Deze waarde ligt ook onder de door de gemeente Haarlemmermeer gestelde maximumwaarde van 60 dB voor het 'middengebied'; De geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de gezoneerde Burgemeester Pabstlaan ligt onder de voorkeursgrenswaarde. De hoogst bepaalde geluidbelasting is 42 dB inclusief aftrek op de zijgevel van woongebouw B; De geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de niet-gezoneerde Hoofdweg Westzijde ligt onder de voorkeursgrenswaarde. De hoogst bepaalde geluidbelasting is 46 dB inclusief aftrek op de voorgevel van woongebouw A; De geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de niet-gezoneerde Wieger Bruinlaan ligt onder de voorkeursgrenswaarde. De hoogst bepaalde geluidbelasting is 35 dB inclusief aftrek op de zijgevel van woongebouw F; Het blijkt dat de woongebouwen B, D en F in zijn geheel geluidluw zijn; Van de woongebouwen A, C en E zijn alle appartementen die grenzen aan de Hoofdweg Oostzijde geluidbelast op de voorgevel en de zijgevel.
De appartementen die aan de zuidwestkant van gebouw A liggen zijn (deels) geluidbelast op de zijgevel, maar geluidluw op de achtergevel aan de zuidoostzijde. Geluidbeperkende bron- of overdracht maatregelen zijn financieel niet doelmatig of stuiten op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard. Daardoor dienen bij in totaal bij 54 woningen hogere waarden te worden aangevraagd bij B&W van de gemeente Haarlemmermeer. Bij het toekennen van hogere waarden worden door de gemeente Haarlemmermeer voorwaarden gesteld. De voorwaarde van de geluidluwe gevel is hier bepalend. Er is in deze situatie geen sprake van dove gevels en ook niet van cumulatie van verschillende geluidsoorten. Ook de maximaal aan te vragen hogere waarde ligt met 56 dB onder de grens van 60 dB. In bijlage (zie bijlage 18) is het hogere waardenbesluit opgenomen. Daarin is geconcludeerd welke hogere waarden nodig zijn en voor welke woningen. Bij 35 van de 238 appartementen wordt niet voldaan aan één van de akoestische randvoorwaarde van de gemeente Haarlemmermeer. Het gaat daarbij om 15% van de appartementen, die geen geluidluwe gevel hebben. Dat aantal valt binnen de door de gemeente Haarlemmermeer gestelde voorwaarde dat 15% geen geluidluwe gevel nodig heeft bij projecten van meer dan 25 woningen.
Er kan gesteld worden dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening en een aanvaardbaar akoestische situatie. Onderzoek Akoestiek - School Altra College Haarlemmermeer In figuur 5.4 is te zien dat het Altra College Haarlemmermeer dichtbij gebouw D ligt. Uit metingen blijkt dat de kortste afstand tussen de twee gebouwen gelijk is aan 8,16 meter. Er is onderzoek uitgevoerd, zie ook bijlage , of de school niet wordt belemmerd in zijn bedrijfsvoering en of de toekomstige bewoners geen overlast zullen ondervinden van de aanwezigheid van het Altra College Haarlemmermeer.
blad 48 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 634-640 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 0475890.100
Figuur 5.4: Locatie woongebouwen ten opzichte van het Altra College. Uit de resultaten blijkt, dat de dagperiode overal maatgevend is. Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in de avondperiode is uitsluitend afkomstig van de luchtbehandelingskast van Stork Zehnder, die in de avonduren de lucht in de gymzaal ververst. Als de bovenstaande berekende waarden worden vergeleken met de maximaal toegestane waarden blijkt dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau met 3 dB onder de etmaalwaarde blijft van de 50 dB(A). De hoogst optredende waarden treden op bij de gevels van de appartementen in gebouw B. De bijdragen zijn gesplitst in het stemgeluid, de installaties en de mobiele bron samen met het manoeuvreren van de parkerende auto’s. Het blijkt, dat het stemgeluid maatgevend is. In de praktijk zal er uitsluitend in de zomerperiode af en toe op de parkeerplaats worden lesgegeven door de gymleraar. In de praktijk blijken er ook minder leerlingen in de pauzes naar buiten te gaan. De bijdragen van de installaties zullen met 31 dB(A) nauwelijks boven het achtergrondgeluid uitkomen. Dat geldt ook voor het geluid dat wordt veroorzaakt door de auto’s op het eigen terrein. Uit de resultaten komt naar voren dat er voor zowel de langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus als ook voor de piekniveaus wordt voldaan aan de grenswaarden uit de VNG-publicatie voor een gemengd gebied.
Deze grenswaarden zijn identiek aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Onderzoek effecten parkeergarage Het bestemmingsplan maakt de realisatie van een parkeergarage mogelijk. Auto's die deze parkeergarage in en uitrijden kunnen geluid veroorzaken. Om inzicht te krijgen in deze geluidseffecten is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 14). Er zijn twee waarneempunten geplaatst op de meest dichtbij gelegen woningen in het appartementengebouw ten noorden van het plangebied, genaamd Lux Blok 2. Deze woningen zijn maatgevend voor de situatie rondom de inrit van de parkeergarage. blad 49 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 634-640 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 0475890.100
Uit het onderzoek blijkt dat uit de berekeningen voor een 'worst-case' situatie blijkt dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau in de dag-, avond- en nachtperiode onder de in het Activiteitenbesluit gehanteerde waarde van 50 dB(A) ligt. Ook in het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt er voldaan aan de streefwaarde van 50 dB(A). Het akoestisch onderzoek beschrijft dat, ervan uitgaande dat de geluidbelasting op de gevel vanwege het wegverkeer op de Hoofdweg Oostzijde van het gebouw Lux, Blok 2 even hoog is als de geluidbelasting op de gevel van Blok E van voorliggend bouwplan (Lden gecumuleerd = 60 dB), het inrijden van auto's in de parkeergarage niet leidt tot extra geluidbelasting bij de woningen in gebouw Lux, Blok 2.
5.7.3
Conclusie Er dienen hogere waarden aangevraagd te worden voor 54 appartementen, hierbij kan bij 35 van de 238 appartementen niet voldaan worden aan één van de akoestische randvoorwaarde van de gemeente Haarlemmermeer. Het gaat daarbij om 15% van de appartementen, die geen geluidluwe gevel hebben. Dat aantal valt binnen de door de gemeente Haarlemmermeer gestelde voorwaarde dat 15% geen geluidluwe gevel nodig heeft bij projecten van meer dan 25 woningen. Er kan gesteld worden dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening en een aanvaardbaar akoestische situatie. Voor wat betreft de school en de parkeergarage wordt geconcludeerd dat voldaan wordt aan het Activiteitenbesluit milieubeheer. Het bestemmingsplan is ook voor wat betreft de school en de parkeergarage uitvoerbaar.
5.8
Geur Het algemene uitgangspunt van het Nederlandse geurbeleid is het voorkomen van nieuwe hinder. Als er geen hinder is, hoeven er geen maatregelen getroffen te worden. De mate van hinder die nog acceptabel is moet worden vastgesteld door het bevoegde bestuursorgaan op grond van de Wet milieubeheer.
5.8.1
Onderzoek en conclusie De beoogde ontwikkeling vormt geen geurhinder en in de buurt zijn er ook geen bronnen die hiervoor zorgen. Het aspect geur vormt geen belemmering voor het plan.
5.9
Kabels, leidingen en telecommunicatie installaties In een ruimtelijk plan dienen planologisch relevante leidingen te worden opgenomen. Deze kunnen beperkingen opleggen aan het gebruik in de omgeving. Planologisch relevant zijn hoofdnutsvoorzieningen, zoals waterleidingen, aardgasleidingen, hoogspanningsleidingen, afvalwaterleidingen, en dergelijke. Indien dergelijke leidingen in het plangebied voorkomen zullen deze als zodanig bestemd moeten worden, inclusief de afstand die vrijgehouden moet worden van bebouwing ter bescherming van de leiding.
5.9.1
Onderzoek en conclusie In het plangebied is een aantal kabels en leidingen aanwezig met daarbij behorende beschermingszones c.q. zones voor zakelijk recht. In de regels is ten behoeve van deze leidingen een dubbelbestemming opgenomen. Aan de noordwest rand van het plangebied is een dubbelbestemming opgenomen, te weten 'Leiding - Water'. Voor het bouwen op gronden met deze dubbelbestemming gelden aanvullende regels om de functionaliteit van de leiding zeker te stellen. In de voorgenomen ontwikkeling ligt de in- en uitrit van de parkeerkelder op de gronden met deze dubbelbestemming. De entree van de parkeerkelder gaat pas na de dubbelbestemming omlaag. Bij de exacte uitwerking van het bouwwerk wordt verder afgestemd met de leidingbeheerder voorafgaand aan vergunningaanvraag.
blad 50 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 634-640 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 0475890.100
5.10
Licht Strikte normen voor kunstmatige verlichting in de vorm van afstandsbepalingen zijn er niet. De regelgeving richt zich vooral op de lichtbronnen, de veroorzakers van licht. Specifiek voor bestemmingsplannen is voor sommige activiteiten Hoofdstuk 7 Milieueffectrapportage Wm van toepassing. Bijvoorbeeld voor grote projecten waarbij lichthinder kan ontstaan, is kunstmatige verlichting een van de milieuaspecten waarop het een en ander moet worden afgewogen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan (auto)wegen, grote oppervlakten met kassen, grote woningbouw projecten, stadsontwikkelingsprojecten of industriegebieden. De kern van het rijksbeleid ten aanzien van licht is dat donkerte hoort tot een van de kernkwaliteiten van het landschap onder het kopje belevingskwaliteit. Het rijksbeleid is gericht op het in beeld brengen, realiseren en veiligstellen van de gewenste leefomgevingkwaliteit door het terugdringen van verstoring door activiteiten op het platteland (geluid, licht, stank). Ook worden het gebruik van energiezuinige (straat)verlichting bij gemeenten en provincies bevorderd met behoud van kwaliteit en (verkeers)veiligheid.
5.10.1
Onderzoek Voor het plangebied zijn er geen beperkingen voor wat betreft lichthinder. De locatie is onderdeel van de bebouwde kom. Gelet op de omliggende bebouwing en verkeersfuncties is er geen sprake van verstoring richting het buitengebied.
5.10.2
Conclusie Het aspect licht vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
5.11
Bezonning Er zijn twee onderzoek verricht naar de zon- en schaduweffecten. Het eerste onderzocht brengt de effecten van het vigerende bestemmingsplan op het belaste erf, te weten Lux1 en Lux2 aan de Wieger Bruinlaan, in beeld. Het tweede onderzoek brengt de effecten van voorliggend bestemmingsplan(aanvraag dit plan) op dit zelfde belaste erf, te weten Lux1 en Lux2 aan de Wieger Bruinlaan, in beeld. In elk onderzoek zijn twee zaken onderzocht: 4-seizoenen bezonning en een toets aan de TNO norm licht. 4-seizoenen bezonning In beide onderzoeken komt de conclusie ten aanzien van het 4-seizoenen onderzoek overeen: hieruit komt naar voren dat op 21 maart / 21 september de balkons en de woonkamers van het gebouw Lux 2 na 14:00 uur een schaduwtoename zullen ervaren. Met name de 1e en 2e verdiepingen. De woonkamers en de balkons van de zijgevel van Lux 1 zullen een schaduwtoename zien na 16:00 uur. In het voorjaar, de zomer en het najaar is deze schaduwhinder minder aanwezig. Vigerend bestemmingsplan: toets aan TNO norm licht Uit het onderzoek van het vigerend bestemmingsplan naar de TNO-norm 'licht' komt naar voren dat alle appartementen A1 t/m D3 van Lux 2 en E1 t/m E3 van gebouw Lux 1 voldoen aan de minimale TNO-eis 'licht' van 120 minuten in de periode van 19 februari -21 oktober.
Appartementen F1 t/m F3 voldoen in de bestaande en nieuwe situatie conform het bestemmingsplan niet aan de TNO-norm. Alleen op het eind van de dag, op 19 februari, is er zeer beperkt instraling van zonlicht mogelijk in de bestaande situatie. Bedacht moet daarbij worden dat de zoninstraling onder een zeer scherpe hoek geschiedt, hier is sprake van strijklicht. Door de positie van het kozijn en de dikte van de binnenmuur zal er nagenoeg geen zonlicht in de woonkamer zelf kunnen vallen op de meetdatum. De berekende
blad 51 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 634-640 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 0475890.100
procentuele afname voor F1 en F2 is hoog door de zeer bepekte bezonningsduur in de bestaande situatie , dit geeft een vertekend beeld. Door de geplande nieuwbouw loopt de bezonning van F1 en F2 terug naar nul en van F3 naar 10 minuten. De op de begane grond en 1e verdieping gelegen appartementen A1, A2, B1, B2, C1, C2, D1 en D2 van gebouw Lux 2 en de appartementen F1 en F2 in gebouw Lux 2 ondervinden op meetdatum 19 februari relatief de meeste zonafname. De appartementen E1 t/m E3 ondervinden nagenoeg geen schaduwhinder conform het bestemmingsplan. Voor een binnenstedelijke situatie zoals in Hoofddorp zijn de zonafnames acceptabel te noemen. Voorliggend bestemmingsplan(aanvraag): TNO norm licht Appartementen F1 t/m F3 voldoen in de bestaande situatie en in de situatie conform het bestemmingsplan niet aan de TNO norm. Alleen op het eind van de dag, op 19 februari, is er zeer beperkt instraling van zonlicht mogelijk in de bestaande situatie. Bedacht moet daarbij worden dat de zon instraling onder een zeer scherpe hoek geschiedt, er is sprake van strijklicht. Door de positie van het kozijn en de dikte van de binnenmuur zal er nagenoeg geen zonlicht in de woonkamer zelf kunnen vallen op de meetdatum. De berekende procentuele afname voor F1 en F2 is hoog door de zeer beperkte bezonningsduur in de bestaande situatie, dit geeft een vertekend beeld.
Door de geplande nieuwbouw loopt de bezonning van F1 terug naar nul en van F2 naar 3 minuten. De op de begane grond en 1e verdieping gelegen appartementen A1 en A2 van gebouw Lux 2 en de appartementen E1 en E2 in gebouw Lux 2 ondervinden op meetdadtum 19 februari relatief de meest zonafname. Conclusie Uit beide bezonningsonderzoeken komt naar voren dat de onderzochte appartementen van de complexen Lux 1 en 2 voldoen aan de TNO-norm 'licht'. De appartementen F1 t/m F3 voldoen en in de bestaande situatie als ook conform het vigerend bestemmingsplan en conform voorliggend bestemmingsplan(aanvraag) niet aan de TNO - norm. De verslechtering is voor deze appartementen (F1 tm F3) echter zeer beperkt te noemen. De vastgestelde toename van schaduw voor de onderzochte appartementen valt binnen hetgeen voor een binnenstedelijke omgeving zoals aan de Hoofdweg-Oostzijde te Hoofddorp als normaal beschouwd mag worden. Zoals in bovenstaande alinea beschreven komen de conclusies tussen beide onderzoeken (effecten vigerend bestemmingsplan, en onderzoek effecten voorliggend bestemmingsplan) overeen. Zodoende wordt geconcludeerd dat voorliggend bestemmingsplan niet leidt tot een verslechtering qua bezonning vergeleken met de situatie van het vigerend bestemmingsplan. Maatregelen zijn dan ook niet noodzakelijk.
Geconcludeerd wordt dat het aspect bezonning uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan niet in de weg staat.
5.12
Lucht
5.12.1
Wet- en regelgeving De belangrijkste wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit is vastgelegd in de Wet luchtkwaliteit. De hoofdlijnen van deze wet zijn te vinden in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. De luchtregelgeving is uitgewerkt in een aantal AMvB's en Ministeriële Regelingen. Wet Milieubeheer In bijlage II van de Wet milieubeheer zijn voor de volgende stoffen grenswaarden voor de concentratie in de buitenlucht opgenomen: stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10), benzeen (C6H6), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb), koolmonoxide (CO). Uit metingen van het Landelijk
blad 52 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 634-640 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 0475890.100
Meetnet Luchtkwaliteit en berekeningen van het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt dat aan de grenswaarden voor benzeen, zwaveldioxide, lood en koolmonoxide al geruime tijd in (nagenoeg) geheel Nederland wordt voldaan. In de Nederlandse situatie leveren alleen de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) problemen op in relatie tot de wettelijke normen. De wijze waarop het aspect luchtkwaliteit in acht genomen dient te worden bij planvorming is geregeld in artikel 5.16 en 5.16a van de Wet milieubeheer. Op basis van deze wetgeving kunnen ruimtelijk-economische initiatieven worden uitgevoerd als aan één of meer van de volgende voorwaarden wordt voldaan: Grenswaarden uit bijlage II van de Wet milieubeheer worden niet overschreden, of Per saldo verbetert de luchtkwaliteit of blijft tenminste gelijk, of Het initiatief draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit (aan concentratie PM10 en NO2)'', of Het initiatief is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).
In aanvulling op het bovenstaande toetsingskader stelt de AMvB 'Gevoelige Bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)' dat bij de voorgenomen realisering van gevoelige bestemmingen, zoals scholen, kinderdagverblijven, verzorgingshuizen en dergelijke, op een locatie binnen 300 meter vanaf de rand van rijkswegen of binnen 50 meter vanaf de rand van provinciale wegen, moet worden onderzocht of op die locaties sprake is van een daadwerkelijke of een dreigende overschrijding van de grenswaarden voor PM10 en/of NO2. Blijkt uit het onderzoek dat sprake is van zo'n (dreigende) overschrijding, dan mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een 'gevoelige bestemming' niet toenemen. Als het echter gaat om de uitbreiding van een bestaand gebouw of een door het gebouw vervulde functie, dan is een eenmalige toename van ten hoogste tien procent van het rechtens toegestane aantal personen dat op de desbetreffende locatie verblijft, toegestaan. Het maakt voor de vestiging van gevoelige bestemmingen niet uit of het deel uitmaakt van 'niet in betekenende mate' projecten of 'in betekenende mate' projecten. De AMvB 'Gevoelige Bestemmingen' moet in beide gevallen worden nageleefd. Beleidskader Haarlemmermeer Bij het realiseren van een gevoelige functie in de buurt van een gemeentelijke 'drukke weg', een provinciale weg of een snelweg, worden minimale afstanden in acht genomen.
Om te bepalen of er sprake is van een drukke weg en welke afstand in acht moet worden genomen, wordt gekeken naar de verkeersintensiteit. Er wordt daarom niet apart onderscheid gemaakt tussen een gemeentelijke en een provinciale weg. Bij het bepalen van de afstand wordt gemeten van de rand van de weg tot de grens waar de gevoelige functie begint (de verblijfsfunctie). Dit is doorgaans de (voor)gevel van het gebouw. Er wordt dan gemeten vanaf de buitenkant van de gevel. Wanneer de buitenruimte echter een wezenlijke verblijfsfunctie heeft dan wordt gerekend tot de grens van dit verblijfsgebied. Denk hierbij aan schoolpleinen en (achter)tuinen van woningen. Bij (achter)tuinen wordt 5 meter van de (achter)gevel gemeten. Tabel 5.1: Beleidskaders: minimale afstand van de weg i.r.t. aantal motorvoertuigen per etmaal
blad 53 van 74
Mvt/etmaal
Aantal meters
0-6.000
2
6.000-10.000
10
10.000-15.000
20
15.000-20.000
30
20.000-35.000
50
vastgesteld bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 634-640 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 0475890.100
5.12.2
35.000-45.000
70
>45.000
100
Rijksweg
300
Onderzoek Het plan is getoetst aan de hand van de NIBM-tool (versie 2021). Hierbij is gebruik gemaakt van de verkeersgeneratie van het plan zoals bepaald in . Hieruit volgt dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekenende mate is.
Tevens is het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied beoordeeld via de NSL-Monitoringstool. Met de NSL-monitoringskaart (www.nsl-monitoring.nl/viewer/) is een toetsing van het plangebied met betrekking tot de luchtkwaliteit gedaan voor de jaren 2020 en 2030. In onderstaande tabel zijn de resultaten van de toetsing weergegeven. Tabel 5.2: Maximale jaargemiddelde concentraties NO2 , PM10 en PM2,5 in µg/m3 bij de omliggende rekenpunten aan de Hoofdweg (ID 146593, 146594) 2020
2030
Maatgevende grenswaarde
Stikstofdioxide (NO2 )
17,5
12,9
40,0
Fijn Stof (PM10 )
16,6
14,9
31,2*
Fijn Stof (PM2,5 )
8,6
7,3
25
*Bij een jaargemiddelde concentratie PM10 van meer dan 31,2 µg/m3 is sprake van meer dan 35 keer overschrijding van de grenswaarde voor de 24-uursgemiddelde concentratie PM10 (50 µg/m3 ) De resultaten laten zien dat de grenswaarden niet worden overschreden en dat de luchtkwaliteit niet wordt verslechterd. Verkeersintensiteiten De verkeersintensiteiten op de Hoofdweg Oostzijde bedragen 7.400 m.v.t/etmaal. Dit houdt in dat er een afstand van minimaal 10 meter behoort te zijn tussen de Hoofdweg en de ontwikkeling. De voorgevel van de ontwikkeling ligt op een afstand van circa 12 meter van de Hoofdweg, waardoor wordt voldaan aan de minimale afstand van 10 meter. De bouwgrens op de verbeelding is ook op deze afstand geborgd
blad 54 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 634-640 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 0475890.100
5.12.3
Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied. Ter plaatse van het plangebied is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
5.13
Luchtvaartverkeer
5.13.1
Wet- en regelgeving Het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) bevat ruimtelijke maatregelen op rijksniveau die verband houden met de luchthaven Schiphol. Het Luchthavenverkeerbesluit is gericht op de beheersing van de belasting van het milieu door het luchthavenluchtverkeer. Tezamen vormen deze besluiten een uitwerking van hoofdstuk 8 van de Wet luchtvaart.
5.13.2
Onderzoek en conclusie Het LIB legt het beperkingengebied en het luchthavengebied vast. Indien het plangebied gelegen is binnen het beperkingengebied gelden beperkingen met het oog op veiligheid en geluid. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten in overeenstemming zijn met het LIB. Het gaat hierbij om afwegingen die moeten worden gemaakt met betrekking tot externe veiligheid, hoogtebeperkingen, beperkingen bij het toelaten van functies (bestemmingen), het voorkomen van geluidhinder en het voorkomen van het aantrekken van vogels. In het plangebied vigeert het Luchthavenindelingsbesluit Schiphol uit 2002. Hierin zijn aanvullende bepalingen opgenomen met betrekking tot bebouwing en gebruik van bebouwing, bouwhoogten en functies met een vogelaantrekkende werking. Op de maatgevende kaart toetshoogtes ligt de planlocatie binnen de zone waar 20 tot 40 meter boven NAP mag worden gebouwd. De maximale hoogte voor gebouwen is 26 meter boven NA en in verband met radar 44 meter boven NAP.
Figuur 5.5 Uitsnede Luchthavenindelingbesluit Schiphol Het plangebied bevindt zich in een gebied waar beperkingen gelden voor bouwhoogtes van gebouwen, andere bouwwerken en bouwwerken, geen bouwen zijnde en objecten. Deze regels worden planologisch geborgd in voorliggend bestemmingsplan. De beoogde ontwikkeling blijft ruim onder de maximaal toegestane hoogte van 26 meter boven NAP, het LIB vormt blad 55 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 634-640 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 0475890.100
geen belemmering.
5.14
Milieueffectrapportage Milieueffectrapportage is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. De Wm is een kaderwet waarin de uitgangspunten van het milieubeleid staan beschreven. In het Besluit m.e.r. staat wanneer een m.e.r. moet worden toegepast. Het besluit bevat bijlagen, waaronder de C- en D-lijst. Door middel van deze lijsten kan bij het opstellen van een ruimtelijk plan worden beoordeeld of het plan een ontwikkeling omvat die een m.e.r.-(beoordelings)plicht kent. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit de C- en D-lijst geldt een m.e.r.-plicht respectievelijk m.e.r.-beoordelingsplicht. Als een voorgenomen ontwikkeling activiteiten bevat zoals opgenomen in de D-lijst van het besluit m.e.r. (kolom 1), maar beneden de drempelwaarden in deze lijst ligt (kolom 2), dan is er een vormvrije m.e.r.-beoordeling mogelijk. Er dient bij elke m.e.r.-vorm een aanmeldnotitie te worden opgesteld. In overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit wordt beoordeeld of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan). Overigens moet daarnaast worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling aanzienlijke milieueffecten kan hebben, waarbij naast de drempelwaarden ook de omstandigheden ter plaatse worden betrokken.
Dit in verband met het arrest van het Hof van Justitie van de EU van 15 oktober 2009 (C-225/08). Bij een m.e.r.-plicht dient een milieueffectrapportage gemaakt te worden en bij een m.e.r.-beoordelingsplicht dient een afweging te worden gemaakt door het bevoegd gezag of een m.e.r. opgestart zal moeten worden.
5.14.1
Onderzoek en conclusie Onderhavige ontwikkeling blijft onder de drempelwaardes bepaald in bijlage D. Het bevoegd gezag heeft geoordeeld dat er geen sprake is van significant negatieve effecten. Een uitgebreide m.e.r. procedure is niet noodzakelijk. De ontwikkeling van 238 appartementen valt onder de activiteit "De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen" zoals opgenomen in bijlage D onder D11.2 in de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage. Geen van de genoemde drempelwaarden uit kolom 2 wordt overschreden. In eerste instantie is dan ook slechts een vormvrije m.e.r.-beoordeling noodzakelijk. Voor het bestemmingsplan is een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld in de vorm van een aanmeldnotitie. Het rapport is opgenomen als bijlage van de toelichting. Het bevoegd gezag neemt een besluit over de vormvrije m.e.r.-beoordeling ten tijde van de beoordeling van het bestemmingsplan.
blad 56 van 74
vastgesteld bestemmingsplan Hoofddorp Hoofdweg 634-640 Gemeente Haarlemmermeer Projectnummer 0475890.100