Bijlage 2 - Toelichting.pdf
Tekst van het document
3.3.2 Welstandsbeleid Per 5 november 2020 zijn de welstandsnota's van de voormalige gemeenten Haarlemmermeer Haarlemmerliede en Spaarnwoude1 geharmoniseerd tot de "Nota uiterlijk van bouwwerken Haarlemmermeer 2020". Deze nota geeft het welstandsbeleid van Haarlemmermeer weer. Het grondgebied van Haarlemmermeer wordt onderscheiden naar welstandsregimes van verschillende ‘zwaarte’. Daarbij worden verschillende beleidsniveaus gehanteerd: - Monumentale en beschermde gezichten; - Bijzonder (extra zorg voor het behouden of verbeteren van aanwezige ruimtelijke kwaliteit); 1
Vanaf 1 januari 2019 is de gemeente Haarlemmerliede & Spaarnwoude opgegaan in de gemeente Haarlemmermeer Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels
28
-
Gewoon (het respecteren van de aanwezige basiskwaliteit); Gewoon met soepel beleid voor kleine bouwplannen; Welstandsvrij (er wordt niet getoetst aan redelijke eisen van welstand); Specifieke uitwerkingen (beeldkwaliteitsplannen).
Voor de omgeving van de Incheonweg geldt momenteel het ‘Beeldkwaliteitplan Schiphol Logistics Park e.o.’ (2015). Dit plan vormt daarmee het gebiedsgerichte kader voor welstandsbeoordeling voor de betreffende locatie. De locatie aan de Incheonweg ligt in het zuidelijk deel, grenzend aan de Geniedijk. Voor een toelichting hierop wordt verwezen naar he ‘Beeldkwaliteitplan Schiphol Logistics Park e.o.’. Bij de inrichting van het station aan de Incheonweg wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de van toepassing zijnde uitgangspunten voor dit gebied. Daarbij geldt wel dat de functie van de gebouwen van het 150/20 kV-station in essentie geheel anders is dan de gerealiseerde logistieke gebouwen die op SLP aanwezig zijn. De binnen het plangebied te realiseren gebouwen en bouwwerken zijn juist onbemande nutsvoorzieningen met technische installaties. De architectuur zal een bij het elektriciteitsnet passende uitstraling en identiteit krijgen met een geheel eigen signatuur. Het geheel zal worden ontworpen vanuit één architectonisch concept passend bij de specifieke functie van de gebouwen in het elektriciteitsnet maar ook passend bij de gebouwen op het SLP.
Inmiddels is er een concept-schetsontwerp voor de gebouwen van het transformatorstation aan de Incheonweg opgesteld dat ook is voorgelegd aan het kwaliteitsteam voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein SLP, het “Q-team Schiphol Logistics Park”. Het Q-team toetst het plan aan de hand van het Beeldkwaliteitsplan voor SLP en adviseert in het kader van de omgevingsvergunning. In dit kader wordt ook verwezen naar paragraaf 4.3.1 van deze plantoelichting.
3.3.3 Milieu en klimaat Milieubeleid Met het programma Haarlemmermeer Duurzaam 2015-2018 zet de gemeente Haarlemmermeer de lijn van het programma Ruimte voor Duurzaamheid voort. Hierbij wordt samengewerkt met lokale, regionale en (Inter)nationale partijen. Met dit programma wil de gemeente lokaal de circulaire economie stimuleren. Inwoners, ondernemers en organisaties profiteren daarbij van onder andere een lagere energierekening, minder wateroverlast, verbeterde luchtkwaliteit, nieuwe bedrijvigheid en werkgelegenheid, en productievere leer- en werkomgevingen. Hiervoor zijn drie ambities geformuleerd: • in Haarlemmermeer wordt een zo duurzaam mogelijk en klimaatbestendig watersysteem ontwikkeld; • Haarlemmermeer wordt energieleverend; • grondstoffen worden zo lang mogelijk in de kringloop gehouden. Partners om de weg naar een circulaire samenleving te realiseren.
Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels
29
De focus voor de uitvoering is erop gericht om water-, energie- en grondstoffenstromen in Haarlemmermeer sluitend te maken. Het verspreiden en uitbouwen van kennis en Innovatie -samen met burgers, bedrijven en (kennis)instellingen - is cruciaal om strategieën en acties te ontwikkelen. Klimaatbeleid In de nota Kaders klimaatbeleid 2008-2020 uit 2008 zijn de kaders voor toekomstig klimaatbeleid vastgelegd. Algemene doelstelling van het klimaatbeleid is (1) een reductie van de CO2-uitstoot in 2020 van 30 procent ten opzichte van 1990 en (2) de realisatie van 20 procent duurzame energie in 2020. Bij de ontwikkeling en uitvoering van het klimaatbeleid/energiebeleid wordt de trias energetica aangehouden als leidend principe: 1. Beperking van de energievraag. 2. Opwekking noodzakelijke energie door gebruikmaking van duurzame energiebronnen. 3. Indien nodig dient de opwekking van de resterende noodzakelijke energie door middel van gebruikmaking van fossiele brandstoffen, zo efficiënt en zo schoon mogelijk te geschieden. Het klimaatbeleid is uitgewerkt in tien thema's. Per thema is aangegeven wat de beoogde CO2reductie of beoogde realisatie van duurzame energie binnen dat thema is. Het gemeentelijk beleid stelt kaders aan ruimtelijke ontwikkelingen. Bij nieuwe ontwikkelingen dienen deze kaders gehanteerd te worden.
De ontwikkelingen zoals opgenomen in dit bestemmingsplan passen binnen de gemeentelijke kaders en dragen bij aan het behalen van de doelstelling voor het gemeentelijk beleid.
Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels
30
4 Nieuwe situatie 4.1 Het initiatief Het voorliggende bestemmingsplan omvat: 1. De bouw van een nieuw 150/20 kV-transformatorstation in de omgeving van SLP; 2. De aanleg van ondergrondse 150 kV-kabelverbindingen van het nieuw aan te leggen transformatorstation naar de bestaande transformatorstations ‘Vijfhuizen’ en ‘Nieuwe Meer’. Voor de locatiekeuze van zowel het nieuwe 150/20 kV-transformatorstation als de tracés van de ondergrondse 150 kV-kabelverbindingen zijn in het (recente) verleden diverse haalbaarheidsstudies opgesteld. Om dit goed in perspectief te plaatsen wordt in dit hoofdstuk eerst ingegaan op de locatiekeuze van het transformatorstation en de tracékeuze voor de bijbehorende 150 kVkabelverbindingen. Vervolgens wordt nader ingegaan op het voorliggende plan voor de bouw van het nieuwe station aan de Incheonweg, de aanleg van de 150 kV-verbindingen naar knooppunt Raasdorp, en de ruimtelijke inrichting van het gebied.
4.2 Locatie- en tracékeuze 4.2.1 Inleiding De gemeente Haarlemmermeer is samen met de netbeheerders voor elektrische stroom (TenneT en Liander) al een lange tijd op zoek naar een locatie voor nieuwe transformatorstations. In de periode van 2015 tot en met 2017 is een haalbaarheidsonderzoek 2 uitgevoerd om te komen tot een locatiekeuze voor een 150/20 kV-station en een voorkeurstracé voor de 150 kVverbindingen. Uitgangspunten in deze studie waren onder andere een AIS-station3 met een oppervlakte van circa 6 hectare, zes transformatoren van Liander, twee compensatiespoelen van TenneT en bliksemspitsen met een hoogte van 22 meter. De potentiële stationslocaties die uit dat onderzoek naar voren zijn gekomen, zijn om verschillende redenen afgevallen (zie ook navolgende paragraaf), waarna opnieuw is gekeken waar een 150/20 kV-station gerealiseerd kan worden. Hiervoor is opnieuw een haalbaarheidsstudie4 opgesteld, waarbij ook is gekeken naar onder andere het aspect geluid, elektromagnetische velden en de inpassing in de omgeving. Tevens is er met de omgeving gesproken over de plannen. Op basis van deze haalbaarheidsstudie is door het college van Burgemeester en wethouders op 26 maart 2021 een locatiebesluit genomen.
2
Haalbaarheidsstudie fase 2, A4-zone, Afweging omtrent locatie- en tracékeuze 150/20 kV-transformatorstation en 150 kV- kabelverbindingen, februari 2017 3 Dit is een open transformatorstation met een opstelling van de schakelcomponenten in de buitenlucht. AIS staat voor Air Insulated Switchgear, wat betekent dat (normale) buitenlucht wordt gebruikt als isolatiemedium 4 Haalbaarheidsstudie 150/20kV-transformatorstation Schiphol Logistics Park, 2 maart 2021 Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels
31
Hierna wordt ingegaan op de locatiekeuze uit de meest recente haalbaarheidsstudie. De haalbaarheidsstudie zelf is volledigheidshalve integraal als bijlage bij deze bestemmingsplantoelichting gevoegd.
4.2.2 Locatiekeuze transformatorstation In het haalbaarheidsonderzoek uit 2017 zijn drie potentiële stationslocaties naar voren gekomen als haalbare stationslocaties, te weten locaties 1, 2A en 2B (zie ook figuur 4.1). Locaties 2A en 2B hadden de voorkeur van de netbeheerders ten opzichte van locatie 1. Echter, voor deze locaties heeft de gemeenteraad op 18 juli 2018, na bezwaren van de omgeving, besloten dat ze niet langer beschikbaar zijn als mogelijke stationslocatie. Daarmee valt het hele gebied PrimA4a, rondom locatie 2A en 2B af als zoekgebied voor een station. Na het afvallen van locaties 2A en 2B zijn de netbeheerders verder in gesprek gegaan met de gemeente over locatie 1 op Schiphol Trade Park. Het onderzoek voor deze stationslocatie was in een ver gevorderd stadium. Echter, begin 2019 bleek dat door het mogelijk toekomstige metrotracé en de ‘Uitgangspunten Schaalsprong Oostflank Haarlemmermeer’5 een station op deze locatie voor de gemeente ongewenst is. Hiermee is ook locatie 1 afgevallen.
Figuur 4.1: Zoekgebied en potentiële stationslocaties haalbaarheidsstudie 2017
5
Uitgangspunten voor de Schaalsprong van de Oostflank Haarlemmermeer, gemeente Haarlemmermeer, 23 december 2019 Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels
32
Vervolgstudie stationslocatie Met het afvallen van de drie potentiële stationslocaties is opnieuw gekeken waar een locatie gevonden kon worden. Ondertussen wordt de noodzaak voor een nieuw transformatorstation steeds groter, aangezien de vraag naar stroom sinds de start van de zoektocht naar een stationslocatie (in 2015) ook veel groter is geworden. Door de dorpsraad Rijsenhout, bewonerscomité ‘Rijsenhout zegt nee tegen 150 kV’ en de gemeente is een aantal locaties aangedragen, zowel binnen als buiten het zoekgebied uit de eerdere haalbaarheidsstudie. Echter, deze locaties bleken om diverse redenen niet haalbaar voor het vestigen van een transformatorstation. Dit geldt zowel voor het reeds genoemde AIS-station als een GIS-station6. Hieronder is toegelicht waarom deze locaties zijn afgevallen. Aanvankelijk waren de netbeheerders op zoek naar één locatie voor een station. Inmiddels is de vraag naar stroom zo groot dat er twee stationslocaties nodig zijn. Gezien de klantgebieden is er één station nodig aan de oostzijde van de rijksweg A4 en één station aan de westzijde. De meest urgente stroomvraag is met name in Schiphol-Rijk. Daarom wordt de eerste stationslocatie gezocht aan de oostzijde van de A4. In figuur 4.2 is het zoekgebied weergegeven waarbinnen de netbeheerders een stationslocatie zoeken.
Bij het bepalen van de zoekgebieden is onder meer gekeken naar het functioneren van het netwerk, nabijheid van de klantvragen, spreiding van transformatorstations, technische eisen aan lengte van kabeltracés en de natuurlijke of door cultuurhistorie bepaalde lijnen in het landschap.
Figuur 4.2: Zoekgebied stationslocaties netuitbreiding A4-zone (bron: Haalbaarheidsstudie 150/20 kV-transformatorstation Schiphol Logistics Park, 2 maart 2021)
6
Dit is een station waarbij het hoogspanningsdeel in een gebouw is ondergebracht. GIS staat voor Gas Insulated Switchgear, wat betekent dat een speciaal gas (onder druk) in een omsloten omhulling wordt gebruikt als isolatiemedium Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels
33
Binnen het in groen weergegeven gebied, ten westen van de rijksweg A4, zijn de netbeheerders op zoek naar een tweede stationslocatie. In het deel van het zoekgebied ten oosten van de rijksweg A4 wordt de eerste stationslocatie gezocht. Hierbinnen is in het geel PrimA4a weergegeven. Het deel dat met enkel een gele kleur is weergegeven valt af als mogelijke stationslocatie door het reeds genoemde raadbesluit van 18 juli 2018 (zie ook par. 4.2.2 van deze toelichting). Het deel van PrimA4a, dat is weergegeven met zowel een gele kleur als stippen, ligt te ver van de klantvragen in Schiphol-Rijk vandaan. De netverliezen over de kabels naar de klanten worden door de lengte van de kabels te groot. Dit gebied valt daarom ook af. Het gebied dat met paars, rood en oranje is weergegeven is de vliegfunnel van de Kaagbaan. Een vliegfunnel is een afgebakend gebied op een bepaalde hoogte in het luchtruim rondom een luchthaventerrein (in dit geval Schiphol) dat dient als gereserveerde verkeersruimte voor vliegtuigen die gebruik maken van het luchthaventerrein. Het betreft vooral de in- en uitvliegzone van het luchthaventerrein, rond de start- en landingsbanen. Uit veiligheidsoverwegingen is het verboden om in de vliegfunnel obstakels te plaatsen die het vliegverkeer kunnen hinderen. Binnen de vliegfunnel is het dus niet toegestaan een nieuw station te realiseren.
Vervolgens hebben de netbeheerders onderzocht of het stationsontwerp aangepast kon worden, waarmee mogelijk nieuwe stationslocaties in beeld zouden komen. Het bleek mogelijk de bliksemspitsen te verlagen van 22 meter naar 17 meter, door meer bliksemspitsen te plaatsen. Hierdoor kwam een deel van het zoekgebied, dat eerder was afgevallen in verband met de bouwhoogtes uit het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB), toch weer in beeld. Dit betreft het gebied ten noorden van de Geniedijk en ten oosten van de Rijksweg A4. Dit gebied is inmiddels grotendeels bebouwd (bedrijventerrein SLP). Ook ligt de reservering van de parallelle Kaagbaan (zoals genoemd in het Barro) in het gebied. Hiermee kwamen de onbebouwde percelen aan de zuidzijde van de Incheonweg naar voren als mogelijke locatie voor het station. Deze percelen zijn in bijgaande figuur 4.3 in het groene kader weergegeven.
Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels
34
Figuur 4.3: Beoogde percelen voor stationslocatie (groene kader) (bron: Haalbaarheidsstudie 150/20 kV-transformatorstation Schiphol Logistics Park, 2 maart 2021)
De gemeente heeft voor de locatie aan de Incheonweg de eis gesteld dat een transformatorstation op deze locatie voor het hoofdspanningsdeel een GIS-station moet worden. Hiermee wordt de benodigde oppervlakte van het station kleiner, dat gaat van circa 6 hectare naar circa 4 hectare. Daarnaast past een GIS-station binnen het beeldkwaliteitskader van bedrijventerrein Schiphol Logistics Park. Bij de door de dorpsraad Rijsenhout, Bewonerscomité ‘Rijsenhout zegt nee tegen 150 kV’ en de gemeente aangedragen locaties lag ook een aantal locaties buiten het zoekgebied. Deze locaties zijn afgevallen vanwege onvoldoende beschikbare ruimte, het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) en de reservering van de parallelle Kaagbaan.
4.2.3 Tracékeuze 150 kV-verbindingen Het resultaat van de haalbaarheidsstudie uit 2017 was, naast potentiële stationslocaties, ook te komen tot een voorkeurstracé voor de 150 kV-verbindingen van TenneT. Het voorkeurstracé loopt vanaf transformatorstation Vijfhuizen en vanaf transformatorstation Nieuwe Meer tot de hoek Rijnlanderweg/Geniedijk in Hoofddorp. De keuze van de stationslocatie aan de Incheonweg heeft geen invloed op het tracé tot aan de Geniedijk. Dit voorkeurstracé is daarom nog steeds actueel. Er
Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels
35
zijn door de gemeente twee voorbereidingsbesluiten7 voor het tracé genomen. Het ontwerpbestemmingsplan ‘Vijfhuizen Nieuwe Meer 150 kV-verbinding’ ligt inmiddels ter inzage en heeft daarmee de werking van het voorbereidingsbesluit overgenomen. Tevens is er een nieuw voorbereidingsbesluit8 genomen voor het tracé Raasdorp-Geniedijk.
4.3 Ruimtelijke en functionele structuur 4.3.1 Transformatorstation Incheonweg Ruimtelijke indeling Het nieuwe transformatorstation wordt gebouwd op een perceel aan de zuidzijde van de Incheonweg, ongeveer in het midden tussen de Aalsmeerderweg en de Aalsmeerderdijk, met een grondoppervlak van ruim 4,2 hectare (ca. 195 x 220 meter). Het te bouwen station betreft een 150/20 kV-station van Liander en TenneT. Het station wordt met ondergrondse 150 kV-kabelverbindingen vanaf de stations Vijfhuizen in De Liede en Nieuwe Meer in Amsterdam aangesloten op het bestaande elektriciteitsnetwerk. Vervolgens worden de uiteindelijke gebruikers/klanten vanuit dit transformatorstation van stroom voorzien. Het nieuwe transformatorstation aan de Incheonweg bestaat uit verschillende delen voor TenneT en Liander die fysiek worden gescheiden door een hekwerk. De twee delen zijn elektrisch verbonden door ondergrondse kabels gelegen op het terrein. Het transformatorstation bestaat verder uit: 3. Een 150 kV-GIS station (TenneT); 4. Zes transformatoren in 4-wandige cellen (Liander); 5. Twee compensatiespoelen in 4-wandige cellen (TenneT); 6. Een 20 kV-Middenspanningsgebouw (Liander). De GIS-installatie (Gas Insulated Switchgear) en bijbehorende hoogspanningsvelden worden ondergebracht in een gebouw. Dit zogenaamde GIS-gebouw is maximaal 12 meter hoog en wordt ook wel een ‘inpandig station’ genoemd.
Een inpandig station neemt minder ruimte in beslag dan wanneer de hoogspanningsvelden in de open lucht staan. Tevens sluit zo’n station in omvang en uitstraling beter aan op de bebouwing op het aangrenzende bedrijventerrein SLP. De transformatoren vormen het hart van een station. Er wordt ruimte geboden voor een eindsituatie waarin vijf 80 MVA 150/20 kV-transformatoren 400 MVA vermogen leveren. Een zesde 80 MVA 150/20 kV-transformator staat opgesteld als reserve-transformator en wordt alleen ingezet tijdens een storing of onderhoud. De lange lengte van de hoogspanningskabels en de wisselende belasting van de eindgebruikers beïnvloedt de spanning en stroom. De compensatiespoelen, in het zuidwesten van het terrein,
7
Voorbereidingsbesluit Knooppunt Raasdorp-Geniedijk en Voorbereidingsbesluit 150 kV-verbinding Vijfhuizen-Nieuwe Meer, 24 februari 2020 8 Voorbereidingsbesluit Lijnden-Hoofddorp Geniedijk 2021, 11 februari 2021 Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels
36
regelen de spanning en stroom zo dat onder alle omstandigheden het geleverde vermogen maximaal benut kan worden De cellen van de transformatoren en de spoelen zijn ca. 6,5 m hoog. Het 20 kV-gebouw, het bedieningsgebouw, waar de middenspanning door Liander verder wordt verdeeld naar de klanten, is ca. 4,25 m hoog. Op de cellen van de transformatoren en de spoelen worden bliksemspitsen geplaatst. Omdat deze bliksemspitsen ook ca. 6,5 m hoog zijn, zal de totale hoogte daarmee niet hoger worden dan 13 meter boven het maaiveld. Het terrein wordt begrensd door een transparant hek met een hoogte van ca. 3 m. In figuur 4.4 is het station schematisch en in 3D weergegeven, inclusief de positie en indeling van de verschillende onderdelen op het terrein.
Figuur 4.4: Visualisatie transformatorstation Incheonweg met positie en indeling van de verschillende onderdelen op het terrein.
Het hoofdvolume van het station, het GIS-station, is aan de noordzijde van het perceel gesitueerd. Het hoofdvolume wordt als solitair object vormgegeven en gericht met een voorgevel naar de weg. De bebouwingstypologie sluit daarbij aan qua schaal en vormentaal bij de overige volumes gericht aan de hoofdstructuur van SLP. De positie van het hoofdvolume ligt in een eerste lijn naar de Incheonweg, de ondergeschikte functies liggen erachter in een tweedelijnsbebouwing. De positionering van het 20 kV-gebouw van Liander is zo bepaald dat er voldoende ondergrondse ruimte is voor de afgaande 20 kV-verbindingen naar afnemers in de omgeving. Deze 20 kVverbindingen worden richting het noordwesten aangelegd parallel aan de Incheonweg. Daarom is het middenspanningsgebouw van Liander haaks op de Incheonweg geprojecteerd.
Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels
37
De transformatoren van Liander zijn zo gepositioneerd dat er voldoende ondergrondse ruimte op het station is voor de voedende 150 kV-kabels vanuit het GIS-gebouw van TenneT. Voor het GISgebouw geldt ook dat dit zo is geprojecteerd dat er voldoende ruimte is voor de afgaande- en voedende 150 kV-kabels. Ongewenste wederzijdse beïnvloeding tussen de kabels op het station en daarbuiten wordt op deze manier voorkomen. De transformatoren en compensatiespoelen (geluidsbronnen van het station) zijn zo ver als mogelijk noordelijk op het terrein geplaatst en staan ongeveer in het midden tussen de woningen aan de Aalsmeerderdijk en Aalsmeerderweg. Op het terrein is rekening gehouden met het onderhoud en de mogelijke toekomstige vervanging van de transformatoren, compensatiespoelen en de installaties in de gebouwen. Dit is de reden dat het Lianderstation en TenneTstation niet recht tegenover elkaar zijn geplaatst en dat hiertussen voldoende ruimte is. De volumes in het zicht van de openbare weg worden met zorg ontworpen en uitgedetailleerd, de architectonische uitwerking van het hoofdvolume zal daarbij onderscheidend zijn.
Figuur 4.5: 3D impressie nieuwe situatie van het transformatorstation, bezien vanaf de rotonde Incheonweg Pudongweg.
Inmiddels is er een concept-schetsontwerp voor de gebouwen van het transformatorstation aan de Incheonweg opgesteld (zie figuur 4.6 en figuur 4.7). Zoals reeds in paragraaf 3.3.2 van deze plantoelichting is aangegeven is dit schetsontwerp voorgelegd aan het Q-team, het kwaliteitsteam voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein SLP. Het schetsontwerp is positief ontvangen door het Q-team. Wel is een aantal aandachtspunten meegegeven die in het vervolg van het planproces (als onderdeel van het omgevingsvergunningentraject) nader worden uitgewerkt.
Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels
38
Figuur 4.6: Concept-schetsontwerp gebouwen transformatorstation, bezien vanaf de Incheonweg, met links het GISstation (bron: Powerhouse Company)
Figuur 4.7: Concept-schetsontwerp gebouwen transformatorstation, bezien vanaf de Arendshoeve, met rechts het GISstation (bron: Powerhouse Company)
Landschappelijke inpassing In de voorbereiding op het voorliggende bestemmingsplan hebben TenneT en Liander, in overleg met de gemeente, een plan voor de landschappelijke inpassing van het nieuwe station opgesteld. De landschappelijke inpassing is vanwege het oorspronkelijke polderlandschap relatief beperkt, maar desalniettemin wel van belang vanwege de ligging nabij de Geniedijk. In een strook van ca. 50 meter parallel aan en ten noorden van de Geniedijk (gemeten vanaf de noordelijke oever van het Achterkanaal) wordt immers het Geniepark beoogd. De bedoeling is dat deze zone wordt ingericht als bomenweide met wandelpaden zodat de Geniedijk in de toekomst ervaarbaar blijft als belangrijk onderdeel van de Stelling van Amsterdam.
Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels
39
Figuur 4.8: Locatie transformatorstation (bron: Beeldkwaliteitsplan SLP e.o., 2015)
Incheonweg
binnen
de
(beoogde)
landschappelijke
structuur
Vanaf de wandelpaden in de toekomstige bomenweide is er zicht op het station. Het is daarom belangrijk dat het station een passende uitstraling heeft richting het Geniepark. In dit kader zal het onverharde oostelijke en zuidelijke deel van het transformatorterrein worden ingericht als een bloemrijk grasland. Dit deel van het terrein heeft immers geen bebouwing. Onder het maaiveld liggen hier verschillende elektriciteitskabels. De verwachting is dat deze inrichting ook een positief effect heeft op diverse fauna, zoals vlinders en bijen, wat de natuur ten goede komt. Met andere woorden, dit groene, natuurlijke karakter sluit goed aan op het groene karakter van de ten zuiden beoogde bomenweide in het Geniepark. Op deze wijze zal er een goede overgang van het bedrijventerrein naar het grasland met lage bomen in het Geniepark ontstaan die aanvullende inpassingsmaatregelen overbodig maakt. Navolgende figuren geven een impressie van de beoogde inpassing van het transformatorstation.
Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels
40
Figuur 4.9: Beoogde inpassing transformatorstation tussen de Incheonweg en het toekomstige Geniepark
Figuur 4.10: Dwarsdoorsnede beoogde situatie, met v.l.n.r. Geniepark, transformatorstation, Incheonweg
Figuur 4.11: 3D impressie nieuwe situatie van het transformatorstation met bomenweide (jonge beplanting), bezien vanaf de Geniedijk
Ontsluiting en verkeer De primaire ontsluiting van de kavel vindt direct plaats op de Incheonweg. De Incheonweg sluit in het westen aan op de Aalsmeerderweg en in het oosten op de Pudongweg. De Pudongweg is net als Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels
41
de Incheonweg aangelegd als ontsluiting voor het bedrijventerrein SLP. Maar ook voor de kern Rijsenhout vormt deze verbinding een belangrijke schakel in de verkeersstructuur. Te meer omdat de Pudongweg aansluit op de Naritaweg en de Kruisweg (N196), en in noordelijke richting overgaat in de Fokkerweg (richting Schiphol-Rijk). De Naritaweg staat middels een (ongelijkvloerse) op- en afrit in verbinding met de doorgaande N201, die vervolgens weer aansluit op de rijksweg A4 (afslag Hoofddorp). De N201 is dan ook een belangrijke regionale ontsluitingsroute en vormt voor het SLP (en dus ook voor het plangebied) de aansluiting met het regionale en landelijke verkeersnetwerk. Met andere woorden, zowel op landelijk, regionaal alsook lokaal niveau wordt het plangebied goed ontsloten. In figuur 4.12 is de ontsluitingsstructuur in beeld gebracht.
Figuur 4.12: Ontsluitingsstructuur SLP, in relatie tot de locatie van het nieuwe transformatorstation Incheonweg (bron: Beeldkwaliteitsplan SLP e.o., 2015)
Het te realiseren transformatorstation is een nutsvoorziening, onderdeel van het regionaal/ nationaal elektriciteitsnet. Het heeft daarmee een andere type functie als de bedrijven op het aangrenzende SLP. In de gebouwen zijn elektrische installaties opgenomen met enkele kleine kantoorruimten. Over het algemeen zullen er op het perceel en in de gebouwen, anders dan bij de logistieke bedrijven, geen personen aanwezig zijn. Het aantal verkeersbewegingen en het aantal parkeerplaatsen is dan ook zeer beperkt. In de nu voorliggende plannen worden 6 parkeerplaatsen aan de oostzijde van het GIS-station (TenneT) beoogd en 6 parkeerplaatsen ten noorden van het middenspanningsgebouw (Liander). Het (beperkt) aantal verkeersbewegingen zal daarbij snel en probleemloos opgaan in het huidige verkeersbeeld van de omliggende wegen.
Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels
42
4.3.2 De nieuwe ondergrondse kabelverbindingen en bovengrondse functies Het plan voorziet in de aanleg van ondergrondse hoogspanningsverbindingen met een spanningsniveau van 150 kilovolt (kV), vanaf Lijnden (zuidwestelijk van knooppunt Raasdorp) in zuidelijke richting naar het nieuwe transformatorstation aan de Incheonweg. De ondergrondse kabelverbindingen worden in een kabelbed aangelegd dat in het bestemmingsplan een dubbelbestemming voor ‘Leiding-Hoogspanningverbinding 150 kV’ krijgt. Daarmee kan de functie van de bovengrond (verkeer, water of bijvoorbeeld agrarische doeleinden) worden gecombineerd met de functie ten behoeve van de ondergrondse leidingstroken. De dubbelbestemming in het bestemmingsplan heeft een signaleringsfunctie, maar ook een beschermingsfunctie. Graaf- of bouwwerkzaamheden zijn alleen met toestemming van de leidingbeheerder toegestaan. De belangen van het leidingtransport zijn op deze wijze publiekrechtelijk geborgd, naast de privaatrechtelijke zakelijke rechten die met de grondeigenaren zijn overeengekomen. Het Kabelbed De breedte van het kabelbed wisselt afhankelijk van het aantal circuits en afhankelijk van de aanleg in een open ontgraving of met een gestuurde boring. Bij een boring moet namelijk meer ruimte (horizontaal en verticaal) tussen de kabels worden aangehouden dan bij een open ontgraving.
De hoogspanningsverbinding vanaf het nieuwe station aan de Incheonweg naar knooppunt Raasdorp bestaat uit 4 circuits en heeft betrekking 3 circuits richting het bestaande station ‘Vijfhuizen’ en 1 circuit richting station ‘Nieuwe meer’. De betreffende kabels binnen het plangebied worden grotendeels middels een gestuurde boring aangelegd (zie figuur 4.13).
Figuur 4.13: Aanlegmethode die wordt gebruikt voor het beoogde kabeltracé (bron: https://ten.projectatlas.app/vijfhuizen-nieuwemeer/tracekaart?map=52.322537,4.758619,11.35,0,0) Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels
43
Aanlegfase (inclusief tijdelijke bouwweg e.d.): Verder is van belang dat het totale ruimtebeslag tijdens de aanleg(-fase) breder is dan in de uiteindelijk gerealiseerde situatie (beheerfase). Dat is omdat in de aanlegfase ook een tijdelijke bouwweg en ruimte voor de tijdelijke opslag van grond en materiaal nodig zijn. De ruimte die alleen nodig is voor de tijdelijke activiteiten (zoals de tijdelijke bouwweg), wordt niet planologisch geregeld in het bestemmingsplan. Omdat dit tijdelijke activiteiten betreffen, is een regeling in het bestemmingsplan niet nodig, maar wordt dit uiteraard wel privaatrechtelijk geregeld met de desbetreffende grondeigenaren. Voor zover noodzakelijk worden voor tijdelijke activiteiten wel tijdelijke vergunningen aangevraagd. Permanente situatie/beheerfase (na aanleg): In de beheerfase is de breedte van het samengestelde ruimtebeslag afhankelijk van het aantal circuits en van de wijze waarop de kabels zijn aangelegd, in een open ontgraving of met een boring. Zoals reeds aangegeven wordt voor het onderhavige tracé binnen het plangebied (knooppunt Raasdorp – Incheonweg) uitgegaan van 4 circuits, waarbij de kabels grotendeels middels een gestuurde boring worden aangelegd. Doorgaans worden kabelverbindingen in een open ontgraving aangelegd.
De kosten voor de aanleg in een open ontgraving zijn in de regel namelijk lager dan de aanleg middels een gestuurde boring. In dit plan is er na overleg met het Hoogheemraadschap van Rijnland bij uitzondering voor gekozen om dit uitgangspunt te verlaten vanwege het risico op het opbarsten van gronden en de slechte grondwaterkwaliteit in het gebied. Door nu uit te gaan van gestuurde boringen is een kostbaar logistiek en afvoerproces van het bemalingswater naar de Ringvaart voorkomen en wordt het risico op het ontstaan van kwel/ opbarsten van gronden aanmerkelijk verkleind. Voor een groot deel van het tracé liggen 2 circuits onder elkaar en is de onderlinge afstand tussen twee circuits 10 meter. In afbeelding 4.14 is het principe dwarsprofiel van de gestuurde boring weergeven. Vanaf de Rijnlanderweg naar het station aan de Incheonweg is de onderlinge afstand tussen de circuits kleiner (5 meter) omdat rekening gehouden dient te worden met bestaande (weg)profielen.
Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels
44
Figuur 4.14: Principe dwarsprofiel gestuurde boring voor 4 circuits, waarvan 2 onder elkaar, met een onderlinge afstand tussen de twee circuits van 10 meter.
Verder wordt er in de regel in de beheerfase nog aan weerszijden van de verbindingen een zone van 5,5 meter breed aangehouden. Dit ter bescherming van de verbindingen. In de beheerfase varieert de breedte van het samengestelde ruimtebeslag dan ongeveer van ca. 16 meter tot ca. 21 meter. Op de gronden ter plaatse van de beschermingszone wordt in principe door TenneT een zakelijk recht overeenkomst gesloten met de eigenaren en gebruikers. Het huidige gebruik van deze gronden blijft na aanleg in de meeste gevallen mogelijk. TenneT hanteert bij de vestiging van een zakelijk recht het principe van schadeloosstelling, volledige schadevergoeding, zoals de Belemmeringenwet Privaatrecht die kent. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 6.1.3.
4.3.3 Planologische vertaling, de regeling in het bestemmingsplan Transformatorstation Voor de gronden waar het nieuwe transformatorstation gerealiseerd zal worden is de bestemming ‘Bedrijf - Nutsvoorziening’ opgenomen. Hierbinnen is een 150/20 kV-schakel- en transformatorstation met daarbij behorende voorzieningen toegestaan. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. De maximale bouwhoogte van de gebouwen (12 meter) is op de verbeelding aangeduid, evenals het maximum bebouwingspercentage (30%). Op basis van de omvang van het geprojecteerde bouwvlak, betekent dat ca. 10.400 m2 aan gebouwen is toegestaan. Verder zijn, zowel binnen als buiten het bouwvlak, bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Onder bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden onder andere transformatoren, compensatiespoelen, bliksemafleiders en erf- en terreinafscheidingen verstaan. Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels
45
Tracé 150 kV-verbindingen In het bestemmingsplan wordt voor de hoogspanningsverbindingen een dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding 150 kV’ opgenomen. Voor deze dubbelbestemming is de breedte van een boring aangehouden om te voorkomen dat de begrenzing telkens verspringt. Voor het tracé Raasdorp – Incheonweg wordt uitgegaan van 4 circuits, waarbij voor een groot deel van het tracé 2 circuits onder elkaar liggen. Zoals reeds aangegeven varieert de breedte van het samengestelde ruimtebeslag van het kabeltracé van ca. 16 meter tot ca. 21 meter. De dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding 150 kV’ is hierop afgestemd. Over de dubbelbestemming heen is in het bestemmingsplan een wijzigingsgebied geprojecteerd. Dit wijzigingsgebied heeft een maximale breedte van 50 meter (25 meter aan weerszijden van het midden tussen de hoogspanningsverbinding). Binnen het wijzigingsgebied kan onder stringente voorwaarden nog geschoven worden met de dubbelbestemming. Zo mogen de belangen van derden daardoor niet onevenredig worden geschaad en moet de verschuiving vanuit milieuhygiënisch oogpunt inpasbaar zijn (zie artikel 14.1 van de regels).
Op deze hoofdregel is een uitzondering gemaakt voor de gevallen waarin het plangebied over bestaande woon- en bedrijfsbestemmingen wordt gelegd, daar is op maat bestemd (dus smaller om buiten de woon- of bedrijfsbestemming te blijven), conform de benodigde en beschikbare ruimte.
Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels
46
5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden verschillende milieu- en omgevingsaspecten toegelicht die bij een ruimtelijk plan, zoals een bestemmingsplan, in beschouwing moeten worden genomen. Na een algemene beschrijving, gebaseerd op wet- en regelgeving, wordt voor elk onderdeel ingegaan op de relatie met het plangebied en de ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. Voor diverse aspecten is in dat kader ook specifiek (milieu)onderzoek uitgevoerd.
5.2 Water 5.2.1 Wet- en regelgeving Europese Kaderrichtlijn Water De kaderrichtlijn Water richt zich op de bescherming van water in alle wateren. Hiermee wordt beoogd vervuiling te voorkomen en te beperken, duurzaam gebruik van water te bevorderen, het aquatische milieu te beschermen en te verbeteren en de effecten van overstromingen en droogte in te perken. De algemene doelstelling is om een goede milieutoestand te bereiken voor alle wateren. Waterwet De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Ook is via de Invoeringswet Waterwet de saneringsregeling voor waterbodems van de Wet bodembescherming overgebracht naar de Waterwet. Naast de Waterwet blijft de Waterschapswet als organieke wet voor de waterschappen bestaan. Met de Waterwet zijn Rijk, waterschappen, gemeenten en provincies beter uitgerust om wateroverlast, waterschaarste en waterverontreiniging tegen te gaan. Ook voorziet de wet in het toekennen van functies voor het gebruik van water zoals scheepvaart, drinkwatervoorziening, landbouw, industrie en recreatie. Afhankelijk van de functie worden eisen gesteld aan de kwaliteit en de inrichting van het watersysteem. Waterbeheerplan 5 2016-2021 In het “Waterbeheerplan 5 2016 – 2021” staat samen werken aan water centraal.
Zodat nu en in de toekomst in dit deel van Nederland waar onder zeeniveau gewoond, gewerkt en gerecreëerd kan worden. Het waterschap Rijnland wil samen met zijn omgeving werken aan duurzaam en efficiënt waterbeheer tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Die toekomst wordt mede bepaald door trends in klimaat en maatschappij en de noodzaak om op duurzame wijze met onze omgeving om te gaan. De verwachte toename van neerslag en droogte, bodemdaling, verzilting
Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels
47
zeespiegelrijzing en de verdergaande verstedelijking, leggen een steeds grotere druk op het watersysteem. De hoofdambitie is schoon water en droge voeten. Dit wordt bereikt door: • Beschermen tegen overstromingen vanuit zee, de rivieren en het regionale watersysteem door een aanpak in drie lagen (meerlaagsveiligheid): preventie, adviseren over het beperken van de gevolgen van overstromingen (gevolgbeperking), en voorbereiden op een calamiteit. • Zorgen voor schoon en gezond water dat past bij de verschillende functies in een gebied. • Optimaliseren van de verwerking van het afvalwater en hergebruiken van de grondstoffen uit afvalwater. • Zorgen voor voldoende water: niet te veel en niet te weinig, passend bij het gebruik. Riolering en afkoppelen Voor zover het bestemmingsplan nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, is het van belang dat er met Rijnland afstemming plaatsvindt over het omgaan met afvalwater en hemelwater. Overeenkomstig het rijksbeleid gaat Rijnland uit van een voorkeursvolgorde voor de omgang met deze waterstromen. Deze houdt in dat allereerst geprobeerd moet worden het ontstaan van (verontreinigd) afvalwater te voorkomen, bijvoorbeeld door het toepassen van niet uitlogende bouwmaterialen en het vermijden van vervuilende activiteiten op straat zoals auto’s wassen en chemische onkruidbestrijding.
Vervolgens is het streven vuil water te scheiden van schoon water, bijvoorbeeld door het afkoppelen van hemelwaterafvoeren van gemengde rioolstelsels. De laatste stap in de voorkeursvolgorde is het zuiveren van het afvalwater. De doelmatigheid daarvan wordt vergroot door het scheiden van de schone en de vuile stromen. De gemeente kan gebruik maken van deze voorkeursvolgorde bij de totstandkoming van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP), waarin de uiteindelijke afweging wordt gemaakt en waarbij doelmatigheid van de oplossing centraal staat. Keur Rijnland 2020 De Keur is een verordening van de waterbeheerder met wettelijke regels voor waterkeringen, watergangen en andere waterstaatwerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen) en voor kwelgevoelige gebieden. Maar ook voor onttrekken en lozen van grondwater en het aanbrengen van verhard oppervlak. Het uitgangspunt van deze Keur is ‘ja, tenzij’: in beginsel zijn handelingen en/of werken in het watersysteem toegestaan, tenzij expliciet in deze Keur anders is bepaald. De Keur vermeldt expliciet welke handelingen vergunningplichtig zijn en welke aan algemene regels of aan de zorgplicht moeten voldoen. Wie bijvoorbeeld op een waterkering wil bouwen, moet een watervergunning aanvragen bij Rijnland (én een omgevingsvergunning bij de gemeente). In de Uitvoeringsregels die bij de Keur horen, is dit nader uitgewerkt.
Waterplan Haarlemmermeer 2015-2030 De Strategische Samenwerkingsagenda Haarlemmermeer-Rijnland (verder Waterplan) is een samenwerkingsdocument tussen de gemeente en het hoogheemraadschap. Het geeft de situatie en problemen weer van het hele watersysteem (oppervlaktewater, hemelwater, grondwater en afvalwater) in Haarlemmermeer. Het stelt doelen met betrekking tot de riolering, het oplossen van
Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels
48
infrastructurele knelpunten en nemen van maatregelen. Het Waterplan heeft onder andere als ambitie: • het scheiden van vuil afvalwater en schoon regenwater; • het tijdelijk bergen van water om extreme neerslag op te vangen; • afvalwater als bron te gebruiken waaruit afvalstoffen en energie gewonnen kunnen worden. Haarlemmermeer past bijvoorbeeld innovatieve ontwikkelingen toe bij het inzamelen van afvalwater zoals riothermie, het winnen van warmte uit afvalwater. In het Waterplan worden ook grondwatermaatregelen beschreven, omdat deze een belangrijke link hebben met de rest van het watersysteem, zoals oppervlaktewater en de ruimtelijke inrichting. Daarnaast is er in het verleden onvoldoende aandacht besteed aan grondwater, waardoor een inhaalslag nodig is om aan de zorgplicht te voldoen. De maatregelen die genomen moeten worden om de doelstellingen voor het watersysteem te bereiken zijn verzameld in het uitvoeringsprogramma van het Waterplan. De financiering van deze maatregelen komt uit verschillende bronnen, waaronder het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2019 De gemeente is op grond van de Wet milieubeheer verplicht periodiek een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vast te stellen om invulling te geven aan haar zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater.
Het GRP bevat rioleringsbeleid en een overzicht van alle aanwezige rioleringsvoorzieningen, inclusief de actuele toestand ervan en de te verwachten vervangingsperioden. Ook geeft het plan inzicht in de wijze waarop de riolering wordt beheerd, welke effecten er zijn voor het milieu en hoe het beheer wordt gefinancierd. De gedachten vanuit de Structuurvisie Haarlemmermeer 2030, Proeftuin klimaatbestendige stad en het integraal Waterplan Haarlemmermeer 2015-2030 zijn ook van toepassing op het gemeentelijke riolerings- en grondwaterbeleid. De rode draad in het beleid is dat de gemeente streeft naar een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem. Het GRP geeft basis de planning van nieuwe aanleg, plannen om vuiluitworp te reduceren en plannen voor beheer en onderhoud voor de komende vijfjaar, met een doorkijk naar de verdere toekomst. Bij nieuwbouw en verbouw is het gescheiden aanbieden van het afvalwater en het hemelwater het uitgangspunt. Voor nieuwbouwwijken en grotere reconstructiegebieden wordt uitgegaan van een zwaardere ontwerpnorm voor het rioolstelsel, waardoor zwaardere regenbuien minder snel overlast veroorzaken. Om overlast door grondwater te voorkomen voorziet het GRP in de aanleg van drainage in vijf wijken: Rijsenhout-Zuid, Pax, Graan voor Visch (Hoofddorp), Linquenda, Welgelegen (Nieuw-Vennep), en het uitvoeren van grondwatermaatregelen in Zwanenburg.
Vanuit het Bestuursakkoord Water heeft de gemeente verdere invulling gegeven aan een verbetering van de samenwerking met omliggende gemeenten en met het Hoogheemraadschap van Rijnland. Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels
49
5.2.2 Onderzoek Transformatorstation Hoogwaterbescherming Nederland bevat veel overstromingsgevoelige gebieden. Het is mogelijk dat voor deze gebieden als gevolg van de Deltabeslissingen andere normeringen en uitgangspunten ten aanzien van het overstromingsrisico zijn bepaald. Een gevolg kan zijn dat, binnen bepaalde dijkringen gelegen, (cruciale) hoogspanningsinstallaties met een zodanig overstromingsrisico te maken krijgen dat maatregelen genomen moeten worden. Dit om de leveringszekerheid van het elektriciteitsnet te garanderen. De stationslocatie ligt in de Haarlemmermeerpolder, een polder waar risico aanwezig is dat het waterpeil in geval van een overstroming tot circa + 2,5 meter kan stijgen. Voor transformatorstation Vijfhuizen heeft TenneT in 2015 een risicomatrix hoogwater laten opstellen, gebaseerd op de normen van het Landelijk Informatiesysteem Water en Overstromingen (LIWO). Hieruit kwam naar voren dat er een dermate laag overstromingsrisico voor station Vijfhuizen geldt dat er geen maatregelen ter bescherming tegen hoogwater noodzakelijk zijn. De stationslocatie aan de Incheonweg ligt in dezelfde dijkring als station Vijfhuizen en zal daarmee hoogstwaarschijnlijk een vergelijkbaar laag overstromingsrisico hebben. Voorts borgt het huidige landelijk en regionaal beleidskader geen extra uitgaven met betrekking tot hoogwater.
Dit tezamen met het lage overstromingsrisico van station Vijfhuizen (en indirect ook station Incheonweg) maakt het niet aannemelijk dat er maatregelen om het overstromingsrisico te beperken, noodzakelijk zijn. Oppervlaktewater en waterkeringen In het plangebied aan de Incheonweg is geen oppervlaktewater aanwezig. De locatie van de voorgenomen ontwikkeling grenst ook niet aan primaire watergangen. Wel is er op meer dan 50 meter ten zuiden van het projectgebied een primaire watergang (het Achterkanaal, als onderdeel van de Geniedijk) aanwezig. Zie figuur 5.1. De beoogde ontwikkeling ligt echter ruimschoots buiten de bijbehorende beschermingszone (met een breedte 5 meter) van deze watergang. Direct aan de noordoostzijde van het projectgebied en parallel aan de Incheonweg ligt een kavelsloot. Voor het realiseren van een inrit voor het nieuwe transformatorstation moet een dam met een duiker worden aangelegd. Waterbeschermingsgebieden en beschermingszones waterkeringen De locatie van het beoogde transformatorstation ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied9. Daarnaast valt de stationslocatie buiten de beschermingszones van waterkeringen en zijn er ook geen kunstwerken ten behoeve van de waterhuishouding (zoals gemalen, stuwen of sluizen) aanwezig.
9
bron: Omgevingsverordening NH2020 Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels
50
Figuur 5.1: Uitsnede digitale Legger van het Hoogheemraadschap van Rijnland op een luchtfoto, ter hoogte van de Incheonweg en in relatie tot de terreingrens van het beoogde transformatorstation (in rood)
Bodem en geohydrologie Het maaiveld in het plangebied is nagenoeg vlak en ligt op ca. 4,3 tot 4,7 meter –NAP. Op grond van informatie uit het bodemonderzoek (zie ook paragraaf 5.3) bestaat de grond de eerste meters onder het maaiveld voornamelijk uit klei. Ook is er een relatief hoge grondwaterstand aanwezig (tijdens de veldmeting variërend van 0,37m -mv tot 1m- mv). Bovendien is bekend dat in de Haarlemmermeerpolder een grote kweldruk aanwezig is. Zie in dit kader ook de geohydrologische quickscan10 die als bijlage bij deze plantoelichting is toegevoegd. Toename verharding en watercompensatie Op basis van het voorliggende inrichtingsplan, te zien in figuur 4.4, is de toename aan verhard oppervlak binnen de planlocatie bepaald op 10.535 m². In bijgaande tabel 5.1 is dit nader uitgesplitst en in beeld gebracht. In de Keur Rijnland 2020 is gesteld dat het oppervlakte van het ter compensatie te graven nieuwe water minimaal 15% moet bedragen van de toename verharding. Met betrekking tot de benodigde watercompensatie voor het transformatorstation aan de Incheonweg is overleg gevoerd met het Hoogheemraadschap van Rijnland.
10
MOS Grondmechanica, Actualisatie QS geohydrologie A4 zone te Haartemermeer, 22 juli 2020. Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels
51
Functie
Nieuwe situatie (in m2)
Gebouwen en installaties: - GIS-Gebouw - Middenspanningsgebouw met 6 transformatoren - Twee compensatiespoelen (in 4-wandige cellen)
1.720 2.390 245
Subtotaal
4.355
Terreinverharding (ontsluitingswegen en paden, parkeerplaatsen)
6.180
Totaal verhard oppervlak
10.535
Tabel 5.1 - Overzicht verharding nieuwe situatie transformatorstation Incheonweg
Uit dit overleg met het Hoogheemraadschap van Rijnland zijn twee opties naar voren gekomen voor de watercompensatie: een nieuw te realiseren watergang (open water) en de aanleg van een wadi (alternatieve waterberging). Een derde optie is ook mogelijk door de twee genoemde opties te combineren. Daarbij zijn door het Hoogheemraadschap eisen/mogelijkheden gesteld die in het kort als volgt zijn te benoemen: 1. Watergang (open water) • Er dient 750 m2 extra / nieuw open water aangelegd te worden. • De bestaande watergangen naast Incheonweg (kavelsloot) en Geniedijk (Achterkanaal) kunnen verbonden worden. Hiervoor geldt dat de nieuw aan te leggen watergang 250 meter lang moet zijn en 3 meter breed (geeft 750m2 aan oppervlakte open water). • De nieuwe watergang kan naast het hekwerk aan de westzijde van het perceel worden aangelegd. De afgaande 20 kV-verbindingen kruisen dan de nieuwe watergang. 2. Wadi (alternatieve waterberging) • De wadi heeft een afvoer van 0,6 liter/uur/m2; • De wadi moet een bergingscapaciteit hebben van minimaal 55 liter per m2 verharding; • Uitgaande van een oppervlakte van 750m2 en een toelaatbare peilstijging van 60 cm levert dit 265m3 aan waterberging op. • De wadi is vergunningsplichtig en het Hoogheemraadschap zal toezien op de naleving van de vergunning.
Bij de uitwerking van de plannen wordt nader bekeken welke vorm van watercompensatie het meest doeltreffend is. Duidelijk is dat er voldoende ruimte nabij en op de stationslocatie aanwezig Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels
52
is om de hierboven genoemde watercompensatie te realiseren. Daarmee kan tevens voldaan worden aan de eis van het waterschap om de benodigde watercompensatie binnen hetzelfde peilgebied als de locatie van het nieuwe transformatorstation plaats te laten vinden. De (gedetailleerde) uitwerking van het watersysteem wordt in de benodigde watervergunning opgenomen. Onttrekken en lozen van grondwater Voor de realisatie van het station is onttrekking en lozing van grondwater noodzakelijk. Gezien de geohydrologische situatie zijn risico’s te verwachten met betrekking tot de hoeveelheden en kwaliteit van het grondwater (mogelijk chloride houdend) en het opbarsten van sleuf- en putbodems. Deze aspecten dienen in een bemalingsadvies te worden onderzocht. Omdat dit niet bepalend is voor de haalbaarheid van het plan, en veeleer een uitvoeringsaspect betreft, wordt dit onderzoek op een later moment uitgevoerd. Tracé 150 kV-verbindingen Waterstaatswerken De hoogspanningsverbindingen kruisen geen primaire waterkeringen en ook geen regionale waterkeringen. Waterbeschermingsgebieden De hoogspanningsverbindingen waterwingebied11.
liggen
niet
in
een
grondwaterbeschermingsgebied
of
Onttrekken en lozen van grondwater Voor de aanleg van de hoogspanningsverbindingen via open ontgraving is bemaling nodig om droog te kunnen werken. In dit kader heeft overleg met het Hoogheemraadschap plaatsgevonden. Vanwege de risico’s voor opbarsting is gekozen voor het toepassen van voornamelijk gestuurde boringen, in plaats van een open kabelbed. Bij het toepassen van gestuurde boringen zal er sprake zijn van significant minder bemaling en daarmee van significant minder grondwateronttrekking. Om te bepalen wat de hoeveelheid te onttrekken en te lozen grondwater ongeveer is (voor het aanleggen van de 150 kV-verbindingen én de bouw van het nieuwe station), is een geohydrologische quickscan12 uitgevoerd. Hieruit blijkt dat het te onttrekken grondwater naar verwachting 0,6 miljoen kuub is. Deze geohydrologische quickscan is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.
5.2.3 Conclusie Het aspect water is geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.
11 12
bron: Omgevingsverordening NH2020 MOS Grondmechanica, Actualisatie QS geohydrologie A4 zone te Haartemermeer, 22 juli 2020. Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels
53
5.3 Bodem 5.3.1 Wet- en regelgeving Het bodembeleid onderscheidt drie soorten grond en bodem met ieder hun eigen beleid en wet- en regelgeving: • sterk verontreinigde grond (boven interventiewaarden); • licht verontreinigde grond (boven streefwaarden, na 1 juli 2008 AW2000-waarden); • schone bodems (beneden streefwaarden, na 1 juli 2008 AW2000-waarden). Voor alle typen grond speelt de Wet Bodembescherming, het Bouwstoffenbesluit (BsB) en de Vrijstellingsregeling grondverzet een rol. Indien gesaneerd moet worden, bestaan specifieke regels voor het bepalen van de terugsaneerwaarde en de milieuhygiënische kwaliteit van een aan te brengen leeflaag (zogenaamde bodemgebruikswaarden (BGW’s). Bodemgebruikswaarden zijn een product van het functiegericht saneringsbeleid "Van Trechter naar Zeef". Sinds 2008 is het Besluit bodemkwaliteit van kracht. Dit besluit hanteert voor het toepassen van grond en bagger, een toets op de ontvangende bodem en aan de gebruiksfunctie. Tevens biedt het besluit meer mogelijkheden voor grondverzet. Gemeentelijke nota bodembeheer Met het Besluit bodemkwaliteit (2015) en de bijbehorende Regeling bodemkwaliteit (2015) is een stap gezet in de richting van duurzaam bodembeheer. Uitgangspunt in de bijbehorende normstelling is de directe relatie tussen de chemische bodemkwaliteit en het gebruik van de bodem, gebaseerd op een risicobenadering.
In situaties met een gering risico gelden daarom beperkte regels en minder strenge normen dan in situaties met meer risico’s. Haarlemmermeer probeert zoveel mogelijk een afweging te maken op basis van feitelijke risico’s. De Nota Bodembeheer (2018) biedt een praktische richtlijn aan de gemeentemedewerkers, adviesbureaus, aannemers en andere bodemintermediairs hoe in Haarlemmermeer het beste met vrijkomende grond en baggerspecie kan worden omgesprongen, waarbij aan zaken als gezond verstand, kostenbesparing, milieuwinst en voldoen aan geldende wet- en regelgeving veel aandacht is besteed. Een instrument dat inzicht geeft in de bodem is de nieuwe bodemkwaliteitskaart, waarin honderden bodemonderzoeken uit de periode 2010-2017 zijn ingevoerd, afkomstig van onverdachte locaties (niet-brongerelateerde verontreinigingen) en heeft een nieuwe berekening plaatsgevonden van de bodemkwaliteit in de diverse bodemkwaliteitszones. Ook de bodemfunctiekaart is geactualiseerd. Ondanks toegenomen bedrijvigheid in de polder voldoet de diffuse bodemkwaliteit in het grootste deel van het gebied wat betreft de stoffen uit het standaard stoffenpakket nog altijd aan de Achtergrondwaarde (schoon). Deze grond is in principe geschikt om - onder voorwaarden - overal zonder onderzoek te hergebruiken (zone 1).
Een klein gedeelte van het gebied heeft een bodemkwaliteit die voldoet aan de kwaliteitsklasse wonen (zone 2). In deze zones geldt in principe het generieke beleidskader. In enkele deelgebieden voldoet het generieke kader niet, dit zijn Schiphol Trade Park en Park21. Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels
54
5.3.2 Onderzoek Het plan voorziet in bodemroerende activiteiten. Een verantwoording van de bodemkwaliteit is daarom noodzakelijk. Vooronderzoek bodemkwaliteit Transformatorstation Voor de locatie van het 150/20 kV-transformatorstation is in eerste instantie een vooronderzoek naar de bodemkwaliteit (conform de NEN 5725) uitgevoerd13. Dit onderzoek is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Geconcludeerd wordt dat de bodemkwaliteit voor wat betreft de stoffen uit het standaard NENpakket aangevuld met OCB’s afdoende is onderzocht. Echter, specifiek voor de PFAS-achtige stoffen is de kwaliteit van de bodem onvoldoende vastgesteld, omdat eerdere onderzoeken zich enkel hebben gericht op de aanwezigheid van PFOS en PFOA. Een aanvullend onderzoek is nodig voor het bepalen van eventuele aanverwante stoffen die behoren tot de PFAS-groep. Geadviseerd wordt om het onderzoek op basis van NEN 5740 uit te voeren, conform de strategie ‘Verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging’ (VED-HE). Verkennend bodemonderzoek Transformatorstation Naar aanleiding van de resultaten van het bovengenoemde vooronderzoek, is voor de locatie van het beoogde transformatorstation aan de Incheonweg een verkennend bodemonderzoek (conform de NEN 5740) uitgevoerd14. Ook dit onderzoek is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.
De belangrijkste conclusies en aanbevelingen worden hierna weergegeven. Op basis van de beschikbare informatie uit het vooronderzoek en de terreininspectie is de locatie als “verdacht" beschouwd voor met name PFAS. De boringen en peilbuizen zijn geplaatst op basis van de contouren en onderdelen van het station. Voor de volledigheid zijn de stoffen uit het NEN5740-pakket ook onderzocht. Op basis van de onderzoeksresultaten blijkt dat voor zowel de stoffen uit het NEN5740 pakket als de PFAS-groep op basis van vigerend beleid geen nader onderzoek nodig is. Op één grondmengmonster na vallen alle grondmengmonsters binnen de bodemfunctieklasse landbouw/natuur. Het grondmengmonster wat hier niet aan voldoet, voldoet wel aan de bodemfunctieklasse wonen/industrie. Alle grond voldoet aan de gestelde norm waar de meerderheid van de grondverwerkers zich momenteel aan conformeert. In het grondwater worden in alle zes de peilbuizen diverse PFAS boven de detectielimiet aangetroffen. De getalsmatige waarden zijn vergelijkbaar met gemeten waarden in eerder uitgevoerde bodemonderzoeken. Opgemerkt dient te worden dat hierbij enkel PFOS en PFOA zijn geanalyseerd. 13
Almad Eco B.V., Vooronderzoek conform NEN 5725: Aanleiding A+G Incheonweg te Rozenburg, 8 december 2020. Almad Eco B.V., Verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) OS Incheonweg, Incheonweg te Rozenburg, 10 februari 2021. 14
Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels
55
Zowel voor grond- als grondwater geldt dat er géén saneringsnoodzaak is. Zowel de grond als het grondwater is niet verontreinigd gebaseerd op de PFAS Beleidsregel Provincie Noord-Holland. Opgemerkt dient te worden dat er enkel waarden zijn vastgesteld voor PFOS en PFOA. Er is geen nader onderzoek nodig. Wanneer water wordt geloosd, moet wel rekeningen worden gehouden met de overschrijdende detectielimieten van diverse PFAS. Asbest Tijdens het uitgevoerde (bodem)onderzoek is géén specifiek onderzoek verricht naar het voorkomen van asbest in grond en op het maaiveld (conform NEN 5707/5897). Er is gewerkt conform NEN 5740 waarbij enkel een visuele maaiveldinspectie wordt uitgevoerd evenals een zintuiglijke beoordeling op de uitkomende grond tijdens boorwerkzaamheden. Tijdens de veldinspectie zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. De aanwezigheid van puin in de boden kan evenwel een aanwijzing zijn dat de bodem asbesthoudend materiaal bevat. Dit betekent dat bij het aantreffen van puin nader onderbouwd dient te worden of sprake is van een asbestverdachte locatie. Puinbijmengingen zijn tijdens de boorwerkzaamheden echter niet aangetroffen. Op basis daarvan wordt formeel geen verkennend asbestonderzoek geadviseerd.
Afvoer grond en ander materiaal Indien grond van de locatie wordt afgevoerd dient rekening gehouden te worden dat deze niet zondermeer overal toegepast kan worden. Voor afvoer en hergebruik is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Afgifte omgevingsvergunning Conform vigerend beleid zijn op basis van de uitkomsten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek geen milieuhygiënische problemen te verwachten voor het realiseren van een hoogspanningsstation en het afgeven van een omgevingsvergunning. Vooronderzoek bodemkwaliteit 150 kV-verbindingen Ook voor de aan te leggen 150 kV-verbindingen is een vooronderzoek naar de bodemkwaliteit (conform NEN 5725) uitgevoerd. Het betreft een update15 van een eerder vooronderzoek naar de bodemkwaliteit uit 2016. De update is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Volgens deze update kan op basis van het uitgevoerde onderzoek worden geconcludeerd dat er binnen het onderzoeksgebied diverse verdachte en/of verontreinigde locaties aanwezig zijn. Dit betreft zeer uiteenlopende verontreinigingen, in zowel grond als grondwater. De resultaten zijn per deelgebied weergegeven op de beoordelingskaarten (Bijlage V update vooronderzoek) en tevens opgenomen in een overzichtstabel (Bijlage IV update vooronderzoek).
15
Witteveen+Bos, Update HO tracé Raasdorp-A4 station, Vooronderzoek bodem, 2 september 2020. Rozenburg Incheonweg transformatorstation en kabels
56
Op locaties die zijn aangemerkt als relevant is (mogelijk) sprake van een (grootschalig) geval van ernstige bodemverontreiniging. Naast de locaties die zijn weergegeven in bijlage V en IV van de update kunnen op basis van de historische informatie met name de wegen (inclusief bermen) die het onderzoeksgebied van oudsher doorkruisen als risicovolle locaties worden aangemerkt. Ook de boerenerven die vaak langs deze polderwegen zijn gelegen kunnen als risicovolle locaties worden aangemerkt. Hieraan gerelateerde verontreinigingen zijn veelal ontstaan door ophoging van erven, verbranding van allerhande materiaal of plaatselijke stort (puin/asbest). De verontreinigingen die voorkomen op voornoemde locaties zijn meestal heterogeen diffuus waarbij plaatselijk overschrijdingen van de interventiewaarden (van met name zware metalen, PAK en asbest) kunnen voorkomen. Indien een deel van de onderzoekslocatie niet verdacht is op basis van historische informatie of niet als risicovol is aangemerkt, kan worden uitgegaan van de bodemkwaliteit zoals aangegeven op de bodemkwaliteitskaarten. Op basis van de bodemkwaliteitskaarten worden voor het merendeel van het onderzoeksgebied ten hoogste lichte verontreinigingen in de bodem verwacht.