Bijlage 2-27 Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen def..pdf
Tekst van het document
Dit is geenszins een verplichting maar een extra geboden mogelijkheid die de ene ondernemer beter zal passen dan de andere (zoals dat ook geldt bij het huidige bestemmingsplan). In het MER hebben we als gemeente toekomstperspectief geschetst voor agrariërs. Dit onderzoek naar het toekomstperspectief op basis van vrijwillige transformatie hebben we economisch verdiept met behulp van een extern adviesbureau en diverse partners in de totale keten, juist om ook het agrarische perspectief te kunnen concretiseren in het bestemmingsplan. Een volledige schadeloosstelling van agrarische bedrijven die vrijwillig willen verplaatsen uit PARK21 is geen onderdeel van de planvorming. Met het bestemmingsplan respecteren we het huidige bestemmingsplan en de daarbij behorende ontwikkelmogelijkheden. Als extra mogelijkheid bieden we een transformatieregeling aan. Dit is geenszins een verplichting maar een extra geboden mogelijkheid die de ene ondernemer beter zal passen dan de andere (zoals dat ook geldt bij het huidige bestemmingsplan). Er is geen aanleiding of noodzaak vanuit dit bestemmingsplan om bedrijfsvoeringen volledig te verplaatsen. Met het VDS worden gebieden met een flexibel peil (deels) aangesloten op de huidige polderboezem. Het VDS is een vorm van flexibel peilbeheer.
De ondergrens is in principe gelijk aan het oude zomerpeil in het peilvak (benedenpeil VDS) en het hoogste peil is gelijk aan het peil op de polderboezem (bovenpeil VDS). Aanvoer van water in VDS gebied is primair door middel van neerslag, wat zoveel mogelijk wordt vastgehouden. Hierdoor is minder aanvoer van water nodig is, gemiddeld hoeft er nog maar eens per vijf jaar water ingelaten te worden. Daarnaast houden we zoet water vast in het gebied en krijgt het kans te infiltreren. Zo wordt de zoutdruk/zoute kwel, voorkomen. Kortom, met het VDS realiseren we een toekomstig bestendig duurzaam watersysteem. Het VDS wordt binnen PARK21 ingevoerd in gebieden die een functiewijziging ondergaan van landbouw naar een niet agrarische functie. Gebieden die agrarisch zijn,
i.
j.
k.
kunnen indien zij daartoe verzoeken en dit inpasbaar is, op vrijwillige basis VDS introduceren. Dit is een mogelijkheid en geen verplichting. Zonder een vrijwillige wijziging zal het huidige peilvaksysteem in stand blijven. Het scheiden van de systemen gebeurt op gelijke wijze als het scheiden van de boezem met de vakbemalingen. Ook daar zijn hoog en laag watersloten naast elkaar gelegen. Hoogheemraadschap Rijnland verkent op dit samen met u, LTO, en gemeente de mogelijkheid om een pilot in te richten om het VDS te beproeven in agrarisch gebied. Binnen deze pilot is het mogelijk om technieken te bespreken, concretiseren en uiteindelijk te beproeven. Dit valt buiten de scope van het bestemmingsplan. Vanwege een reactieve aanwijzing door de provincie Noord-Holland op het bestemmingsplan Buitengebied Midden is de regeling dat er windturbines waren toegestaan op grond van de aanwijzing komen te vervallen. Recent heeft provincie Noord-Holland zijn beleid herzien en meer mogelijkheden geboden voor kleine windturbines, echter deze mogelijkheden zijn nog niet vertaald in gemeentelijk beleid. Het bestaande recht/ het huidige planologische beleid is daarom dat er geen windturbines rechtstreeks zijn toegestaan. Hier sluit het ontwerpbestemmingsplan PARK21 ook bij aan. Gemeente streeft naar een park met minimaal een aaneengesloten basisstructuur.
De wens is om dat zoveel mogelijk te realiseren op basis van vrijwillige transformatie, echter er dient uiteindelijk een aaneengesloten park te ontstaan. Mocht dat onverhoopt niet lukken middels vrijwillige transformatie dan houdt gemeente als laatste middel onteigening open, zoals ook opgenomen in het Masterplan PARK21 (p.117). Gemeente wenst net als LTO bij voorkeur geen gebruik te maken van de onteigening, gelijktijdig constateert de gemeente dat een niet verbonden park een versnippert landschap tot gevolg heeft, een onwenselijke situatie zoals ook door u aangegeven in uw zienswijze. De provincie Noord-Holland is positief over het bestemmingsplan voor PARK21. Positief punt is dat met de realisatie van PARK21 gewerkt wordt aan de realisatie van meerdere doelen zoals het vergroten van de recreatieve mogelijkheden, het bieden van ruimte aan groen, het stimuleren van innovaties in de landbouw en het verbeteren van de waterhuishouding. PARK21 is daarmee een goed voorbeeld van het in samenhang ontwikkelen van stad en landschap. Gemeente wenst met de geboden ruimte toekomst perspectief te bieden voor transformerende agrariërs en heeft hiervoor een staffel opgenomen in de regeling.
l.
In het bestemmingsplan is de bestaande (wegen)structuur op gelijke wijze als het huidige bestemmingsplan Buitengebied Midden opgenomen. Wijzigingen in aan- en afvoerroutes of in de bereikbaarheid van percelen zijn niet voorzien. Het bestemmingsplan gaat daar niet over. PARK21 biedt ruimte aan recreatieve functies. Recreatieve functies in het park, zullen niet ontsloten worden middels de bestaande linten Rijnlanderweg, Hoofdweg en IJweg, maar ontsloten worden via de Parkweg, (Nieuwe) Bennebroekerweg, Noordelijke Randweg en/of de Spoorlaan. m. Op 4 maart 2021 heeft de gemeenteraad archeologiebeleid vastgesteld voor het hele grondgebied: 'Archeologiebeleid Haarlemmermeer 2020-2030’ (2020.0000060). We constateren aan de hand van de zienswijzen dat opnemen van dit beleid in het bestemmingsplan PARK21 een verzwaring van kosten en regeldruk voor grondeigenaren tot gevolg heeft. Het gaat hier met name om een vergunningplicht voor grotere ingrepen in de bodem waar dat voorheen niet nodig was. Deze lastenverzwaring was niet de intentie bij de vaststelling van dit beleid. Om die reden wordt de raad voorgesteld om normaal (agrarisch) gebruik en beheer uit te sluiten van de preventieve archeologietoets zoals dat ook in het huidige bestemmingsplan het geval is.
Hiervoor is de volgende begripsbepaling in het bestemmingsplan toegevoegd: “het reguliere gebruik, dat gelet op de (agrarische) bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goede agrarische bedrijfsvoering en het agrarische gebruik van de gronden waarbij grondbewerkingen mogen worden uitgevoerd tot een maximale diepte van 1,5 meter. Voorbeelden van normaal agrarisch gebruik zijn: maaien, beweiden en bemesten van grasland, verbeteren van het grasland door het scheuren van de grasmat en het direct opnieuw inzaaien, (diep)ploegen en cultiveren van bouwland, verbouwen van akkerbouwgewassen, zoals mais in wisselteelt, maaien en schonen van sloot en slootkant, vervangen van en onderhoud aan drainage, het aanleggen van wegen ter directe ontsluiting van een agrarisch bouwperceel”.
Conclusie Naar aanleiding van de zienswijze zijn de volgende aanpassingen doorgevoerd in het bestemmingsplan: • Er zijn nieuwe stikstofdepositieberekeningen uitgevoerd waarbij het evenemententerrein en het voormalige baggerdepot zijn betrokken. Het herziene rapport is toegevoegd aan het vast te stellen bestemmingsplan. Het bestemmingsplan legt de maximale jaarlijkse uitstoot van de evenementen vast en daarmee borgt het bestemmingsplan dat de emissie van de evenementen nooit meer kan zijn dan de emissie van de uit gebruik genomen functie.; • De begripsbepaling ‘normaal (agrarisch) gebruik)’ is toegevoegd. Deze luidt: “het reguliere gebruik, dat gelet op de (agrarische) bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goede agrarische bedrijfsvoering en het agrarische gebruik van de gronden waarbij grondbewerkingen mogen worden uitgevoerd tot een maximale diepte van 1,5 meter. Voorbeelden van normaal agrarisch gebruik zijn: maaien, beweiden en bemesten van grasland, verbeteren van het grasland door het scheuren van de grasmat en het direct opnieuw inzaaien, (diep)ploegen en cultiveren van bouwland, verbouwen van akkerbouwgewassen, zoals mais in wisselteelt, maaien en schonen van sloot en slootkant, vervangen van en onderhoud aan drainage, het aanleggen van wegen ter directe ontsluiting van een agrarisch bouwperceel”. • Er wordt bij art.
22 een staffel voor ontwikkelruimte opgenomen die gekoppeld is aan de transformatie van het agrarische bedrijf: 22.2.1. sub g: voor de in sub b t/m f genoemde functies bedraagt de totale maximum bruto vloeroppervlakte, al dan niet gecombineerd, • bij een transformatie tot 4 hectare: 300 m2; bij een transformatie van 4 tot 8 hectare: 500m2; • • bij een transformatie van 8 tot 12 hectare: 700m2; bij een transformatie groter dan 12 hectare: 900m2; • Zienswijze 10: Sweco namens reclamant 10 a. Reclamant is voornemens om nieuwe bebouwing op te richten op zijn perceel om de bedrijfsvoering te verbeteren. Het voorliggende bestemmingsplan laat vooralsnog geen ruimte om de gewenste uitbreiding te realiseren. Reclamant wil graag in overleg met de gemeente over een aanpassing van de bouwmogelijkheden op het perceel. Reclamant verzoekt om de bouwmogelijkheden op het perceel in het bestemmingsplan aan te passen. Antwoord a. Voor concrete initiatieven kan een principeverzoek worden gediend op basis waarvan de gemeente de haalbaarheid kan beoordelen. Om een wijziging van het bestemmingsplan mogelijk te kunnen maken, is het aan de initiatiefnemer om de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het initiatief aan te tonen. Daarvoor is een goede onderbouwing van het initiatief nodig. Wel wordt het bouwvlak in lijn gebracht met de eerdere vergunde bebouwing.
Geconstateerd is dat deze gedeeltelijk afweek ten opzichte van de vergunde gebouwen. Conclusie De zienswijze leidt tot een aanpassing van het bouwvlak op de verbeelding bij het bestemmingsplan. Zienswijze 11: Reclamant 11 a. Reclamant geeft aan dat de gronden van zijn bedrijf de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 6 hebben. Zolang de Haarlemmermeerpolder bestaat is op onze gronden landbouw bedreven. Dit betekent dus dat er al zo’n 150 jaar wordt gewoeld, gemengd, ge(diep)ploegt, gedraineerd, sloten gegraven en gedempt, schuren gebouwd en andere werkzaamheden die de grond op meer dan 40 cm diep beroeren. Waarbij overigens nog nooit iets van archeologische waarde is gevonden. Een dubbelbestemming Archeologie op het bedrijf van reclamant betekent dat voor elke activiteit eerst archeologisch onderzoek moeten worden
b.
verricht, waardoor de bedrijfswerkzaamheden niet meer goed kunnen worden uitgevoerd. In artikel 38 Waarde - Archeologie 6 staat onder punt 38.4 wijzigingsbevoegdheid dat de dubbelbestemming Waarde Archeologie 6 geheel of gedeeltelijk kan vervallen als er geen archeologische waarde (meer) aanwezig is. Reclamant geeft aan dat dit voor alle door reclamant bewerkte gronden van toepassing is. Naast het landbouwbedrijf verkoopt reclamant ook vuurwerk, kerstbomen en overige kerstartikelen. In het bestemmingsplan aangeduid met functieaanduiding specifieke vorm van detailhandel - verkooppunt vuurwerk. In het bestemmingsplan Buitengebied Midden van 4 juli 2013 staat bij artikel 3 Agrarisch onder 3.1 .k: ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van detailhandel - verkooppunt van vuurwerk’ is tevens een opslag en verkoop van consumentenvuurwerk, kerstbomen en overige kerstartikelen toegestaan. In het ontwerpbestemmingsplan PARK21 van 15 februari 2022 staat onder artikel 17 Agrarisch (PARK21) onder 17.1 .f: ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van detailhandel - verkooppunt van vuurwerk’ is tevens een opslag en verkoop van kerstbomen en overige kerstartikelen toegestaan. Ondanks dat het hier gaat om een verkooppunt van vuurwerk wordt in het ontwerpbestemmingsplan PARK21 de vermelding opslag en verkoop van consumentenvuurwerk niet genoemd.
Graag ziet reclamant deze vermelding weer in het bestemmingsplan terug.
Antwoord a. Op 4 maart 2021 heeft de gemeenteraad archeologiebeleid vastgesteld voor het hele grondgebied: 'Archeologiebeleid Haarlemmermeer 2020-2030’ (2020.0000060). We constateren aan de hand van de zienswijzen dat opnemen van dit beleid in het bestemmingsplan PARK21 een verzwaring van kosten en regeldruk voor grondeigenaren tot gevolg heeft. Het gaat hier met name om een vergunningplicht voor grotere ingrepen in de bodem waar dat voorheen niet nodig was. Deze lastenverzwaring was niet de intentie bij de vaststelling van dit beleid. Om die reden wordt de raad voorgesteld om normaal (agrarisch) gebruik en beheer uit te sluiten van de preventieve archeologietoets zoals dat ook in het huidige bestemmingsplan het geval is. Hiervoor is de volgende begripsbepaling in het bestemmingsplan toegevoegd: “het reguliere gebruik, dat gelet op de (agrarische) bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goede agrarische bedrijfsvoering en het agrarische gebruik van de gronden waarbij grondbewerkingen mogen worden uitgevoerd tot een maximale diepte van 1,5 meter.
Voorbeelden van normaal agrarisch gebruik zijn: maaien, beweiden en bemesten van grasland, verbeteren van het grasland door het scheuren van de grasmat en het direct opnieuw inzaaien, (diep)ploegen en cultiveren van bouwland, verbouwen van akkerbouwgewassen, zoals mais in wisselteelt, maaien en schonen van sloot en slootkant, vervangen van en onderhoud aan drainage, het aanleggen van wegen ter directe ontsluiting van een agrarisch bouwperceel”. b. Abusievelijk is de opslag en verkoop van consumentenvuurwerk niet meer in de bepaling opgenomen. Het bestemmingsplan zal hierop worden aangepast zodat deze weer in lijn is met het bestemmingsplan Buitengebied Midden. Conclusie Naar aanleiding van de zienswijze zijn de volgende aanpassingen doorgevoerd in het bestemmingsplan: • De begripsbepaling ‘normaal (agrarisch) gebruik)’ is toegevoegd. Deze luidt: “Het reguliere gebruik, dat gelet op de (agrarische) bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goede agrarische bedrijfsvoering en het agrarische gebruik van de gronden waarbij grondbewerkingen mogen worden uitgevoerd tot een maximale diepte van 1,5 meter.
Voorbeelden van normaal agrarisch gebruik zijn: maaien, beweiden en bemesten van grasland, verbeteren van het grasland door het scheuren van de grasmat en het direct opnieuw inzaaien, (diep)ploegen en cultiveren van bouwland, verbouwen van akkerbouwgewassen, zoals mais in wisselteelt, maaien en schonen van sloot en slootkant, vervangen van en onderhoud aan drainage, het aanleggen van wegen ter directe ontsluiting van een agrarisch bouwperceel”.
•
Artikel 17.1 lid f (artikel 18.1 lid f in het vast te stellen bestemmingsplan) wordt aangepast waarbij de opslag en verkoop van consumentenvuurwerk ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van detailhandel - verkooppunt van vuurwerk’ wordt toegestaan.
Zienswijze 12: GJ Legal Advocaten namens Stichting Bewoners Rijnlanderweg e.o a. De stichting heeft zorgen over het plandeel dat voorziet in het evenemententerrein. En dan vooral voor wat betreft de omvang en de schaal van de voorziene evenementen: het plan maakt niet alleen kleinschalige concerten mogelijk, maar ook zeer omvangrijke, meerdaagse evenementen met een landelijke uitstraling. Dergelijke evenementen brengen een grote ruimtelijke inbreuk met zich mee en in potentie grote hinder van met name verkeer en geluid. b. In het ontwerpbestemmingsplan wordt gesteld dat er in Haarlemmermeer sprake is van een grote behoefte aan een (extra) evenementenlocatie, maar dat wordt niet onderbouwd. In de stukken blijkt überhaupt niet waarop die behoefte is gebaseerd en elke berekening of bronvermelding ontbreekt. c. Het ontwerpbestemmingsplan geeft een directe gebruikstitel voor het evenemententerrein, ter plaatse van de corresponderende functieaanduiding. Alle daar benoemde evenementen kunnen op grond van het toegestane gebruik plaatsvinden, zonder de verplichting van een voorafgaande omgevingsvergunning voor de bestemmingsplanactiviteit, die wél geldt voor alle andere functies in de leisurelaag. In het ontwerpbestemmingsplan wordt dit wezenlijke verschil niet gemotiveerd en ontbreekt rechtvaardiging daarvoor.
Ook gelden de regels op het gebied van monitoring van oppervlaktegebruik, stikstofdepositie en verkeer niet voor het evenemententerrein, althans tot enige beperking in het gebruik van het evenemententerrein zal dat niet kunnen leiden. De Stichting verzoekt een verdere beperking aan te brengen. Temeer omdat het juist die grootste festivals zijn, die de meeste hinder en overlast veroorzaken. d. Het stikstofregistratiesysteem geldt niet voor het evenemententerrein. Terwijl dat wel nodig zou zijn uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening: alleen al met het oog op de verkeersgeneratie van de op het evenemententerrein voorziene grote meerdaagse festivals. In het ontwerpbestemmingsplan is niet gewaarborgd dat de stikstofdepositie als gevolg van die verkeersbewegingen wordt meegenomen in de Stikstofmonitoring en het ontwerpbestemmingsplan bevat ten onrechte geen waarborgen om bij overschrijding het gebruik van het evenemententerrein te verbieden of te beperken. e. In het als bijlage bij het ontwerpbestemmingsplan opgenomen ‘Spelregelkader en aanbevelingen MER PARK21’ wordt in het MER gedefinieerd als eis voor verdere ontwikkelingen. Daarin is onder andere opgenomen dat nieuwe gevoelige bestemmingen niet binnen 50 meter van een agrarisch bedrijf mogen komen. In het ontwerpbestemmingsplan en het MER is niet gedefinieerd wat onder een gevoelige bestemming wordt verstaan.
Het evenemententerrein is aan drie zijden omsloten door agrarische bedrijfspercelen. Nergens in het ontwerpbestemmingsplan is gewaarborgd dat de minimale afstandseis van 50 meter in acht moet worden genomen. De stichting verzoekt om hier alsnog in te voorzien. f. In het MER is aangegeven dat er voor de ontwikkeling van ieder initiatief een afweging gemaakt moet worden: past de ontwikkeling nog binnen de beschikbare en gereserveerde verkeersruimte? Zo nee, is er een maatregel denkbaar en implementeerbaar die de nodige verkeersruimte kan bieden? Deze afweging ontbreekt echter in het ontwerpbestemmingsplan, of is althans op wezenlijke onderdelen onvolledig of niet voldoende gemotiveerd. g. In het MER is met betrekking tot het evenemententerrein aangegeven dat het aantal bezoekers per dag ten hoogste 80.000 per evenement zal zijn. Dit impliceert een totaal aantal bezoekers van maximaal (3 x 80.000 =) 240.000 bezoekers per meerdaags evenement. In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan wordt echter gesteld, dat ervoor meerdaagse festivals een maximum geldt van in totaal 80.000 bezoekers, oftewel per dag gemiddeld maximaal 26.667 bezoekers. Artikel 13.2 sub a onder 1 van de planregels laat na te vermelden of het maximum per dag is, terwijl de andere leden van het artikel dat wel vermelden. h.
In het MER wordt geadviseerd voor grotere en grote evenementen te voorzien in parkeren op eigen terrein. In de ‘Analyse evenementenverkeer PARK21’ wordt gesteld dat op het evenemententerrein zelf ruimte is
voor 3.000 parkeerplaatsen. Het is niet duidelijk waar deze zijn voorzien en volgens de Stichting ontbreekt een passende regeling. i. De Stichting zet vraagtekens bij het maximum aantal bezoekers per meerdaags evenement. Voor de verwachte verkeersgeneratie wordt uitgegaan van 7.200 motorvoertuigen. Dit strookt volgens De Stichting niet met het aantal bezoekers waar van wordt uitgegaan. Bovendien kan met dit aantal niet worden voorzien in parkeren op eigen terrein aangezien het evenemententerrein parkeerruimte biedt voor maximaal 3.000 auto’s. Volgens de Stichting zou er bij 80.000 bezoekers parkeerruimte moeten zijn voor 17.280 auto’s. j. In de verkeersanalyse wordt gesteld dat een meerdaags festival door campinggasten minder bezoekers heeft die op één dag aankomen en daarmee lager is dan een ééndaags-festival. Hoewel dat volgens de Stichting een logische gedachte is, wordt niet vermeld met welke campingomvang dan moet worden gerekend en ook op dat punt laat het ontwerpbestemmingsplan na regels te stellen. Het kan dus nog steeds zo zijn dat er veel minder wordt gekampeerd en het aantal bezoekers met de auto groter is. k. In het MER is aangegeven dat de huidige infrastructuur niet toereikend is om het toekomstige verkeer af te wikkelen. Niet duidelijk is, in welke maatregelen het ontwerpbestemmingsplan voorziet om die knelpunten weg te nemen.
In het MER wordt gesteld dat bij evenementen een spreiding van het verkeer nodig zal zijn, maar het ontwerpbestemmingsplan biedt daarvoor geen waarborgen en laat daarmee ten onrechte na die eis uit het MER te concretiseren. In het MER wordt gesteld dat, om de veiligheid te garanderen, er (vrije) calamiteitenroutes beschikbaar dienen te zijn. Het ontwerpbestemmingsplan voorziet daar niet in, althans niet waar het gaat om het gebruik van het evenemententerrein. l. In het ontwerpbestemmingsplan ontbreekt, naast het verschil tussen type festivals, de indeling in categorieën en het benoemen van muziekspectra met bijbehorende geluidnormen. Daarnaast is uitgegaan van één podiumopstelling terwijl alle grote festivals meerdere podia hebben. De plek en de richting van een geluidsinstallatie vormen bepalende factoren doch de planregels bevatten géén beperkingen voor wat betreft de positie, hoogte, oriëntatie en omvang van een podium (of podia) met geluidsinstallatie. m. In artikel 13 van de planregels is het volgende opgenomen: "voor het geluid geldt dat het geluidsniveau niet meer bedraagt dan 65 dB(A) en 85 dB(C) op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen." Maar wat onder 'geluidgevoelige bestemming' moet worden begrepen, is niet gedefinieerd.
En bovendien zijn de begrippen 'geluid' en 'geluidsniveau' als de Stichting het goed ziet niet gedefinieerd en/of nader toegelicht, waardoor die te ruim interpretabel kunnen zijn. n. In veel gevallen lijken veel wijken van Hoofddorp en Nieuw-Vennep zodanig ver van het evenemententerrein te liggen, dat enige geluidhinder niet te verwachten zal zijn. Dat is volgens de stichting te betwijfelen, met name waar het overlast van laagfrequent geluid betreft. De wijken zijn ten onrechte niet meegenomen in het akoestisch onderzoek, wat leidt tot rechtsonzekerheid. o. De Stichting merkt op dat festivals altijd in de zomerperiode plaatsvinden. In de zomerperiode heeft vrijwel iedereen de ramen vaak open; de onderzoeken gaan daar in de visie van de Stichting ten onrechte aan voorbij. Op grond van de maximale invulling van het ontwerpbestemmingsplan, dan zou het evenemententerrein gedurende 18 dagen festivals agenderen, exclusief op- en afbouw. Als de tijd besteed aan op- en afbouw buiten beschouwing zou worden gelaten, dan betekent dat totaal van 18 dagen dat er gedurende de gehele zomerperiode, elk weekend, kans bestaat op overlast, in meerdere of mindere mate, afhankelijk van het type festival. Hier is volgens de Stichting onvoldoende rekening mee gehouden. p.
In het akoestisch onderzoek zijn aanbevelingen opgenomen over onder meer het verrichten van geluidmetingen, maar een regeling daarvan ontbreekt in het ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan bevat volgens de Stichting ook geen meetvoorschriften. Wat de Stichting betreft is het niet voldoende, om het voor de regulering van dit soort aspecten aan te laten komen op de te verlenen evenementenvergunningen. Die bieden daarvoor namelijk een te beperkt kader. Er zou nu al aangesloten dienen te worden bij de nieuwe systematiek van de Omgevingswet. q. De ligging van het evenemententerrein direct langs het hoofdspoornetwerk, het hoge snelheidsspoor (hsl) en binnen de LIB5 zone Schiphol brengt bepaalde beperkingen en aandachtspunten met zich mee, waarmee het ontwerpbestemmingsplan onvoldoende rekening houdt. In het ontwerpbestemmingsplan is voorzien in
r.
s.
t.
u.
overbouwing van het hoofd- en hsl-spoor bij het evenemententerrein, wat gevolgen kan hebben voor de geluidsemissies van zowel het spoor als het evenemententerrein. Daar is in het ontwerpbestemmingsplan geen rekening mee gehouden. De overbouwing op de hoofdspoorweg en hsl is , aan te merken als een wijziging van de spoorweg die noodzaakt tot de beoordeling van het gecumuleerde geluid, zeker gegeven de aanwezige combinatie van spoorweggeluid, vliegtuiggeluid, wegverkeer en geluid afkomstig van het evenemententerrein: dat dient in dit geval expliciet afgewogen te worden. Naast geluid vanwege wegverkeer, spoorweg en luchtvaart zal in dit geval ook het geluid van het evenemententerrein en het daardoor gegenereerde extra verkeer moeten worden meegenomen. De lokale situatie vraagt daar om. Het ontwerpbestemmingsplan sluit niet uit, dat evenementen gelijktijdig kunnen plaatsvinden (een klein evenement elders in het park en een festival op het evenemententerrein. Uit de uitspraak van de Afdeling van 23 september 2014 volgt dat in het akoestisch onderzoek de geluidbelasting dan dient te worden gecumuleerd. Dit zou alsnog moeten geschieden. De Stichting is van mening dat regels niet (te veel) naar de evenementenvergunning mogen worden verschoven. Een evenementenvergunning vormt geen toetsingskader voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid.
Uit jurisprudentie volgt dat vrijwel alle onderwerpen die bepalend zijn voor het woonen leefklimaat van omwonenden, in de regels van het bestemmingsplan dienen te worden vastgelegd. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt niet inzichtelijk gemaakt, op welke wijze met die eisen uit het LIB rekening is gehouden. Er is daarnaast niet expliciet beleidsmatige aandacht aan gegeven: de verplichte afweging en motivering met betrekking tot externe veiligheid ontbreekt en er wordt met geen woord gerept over mitigerende maatregelen of andere wijzen waarop rekening is gehouden met de mogelijke gevolgen van een vliegtuigongeval met meerdere slachtoffers op de grond. Door dat na te laten wordt ook voorbij gegaan aan een van de aanbevelingen die zijn opgenomen in de hiervoor aangehaalde 'Spelregels en aanbevelingen MER PARK21', namelijk dat activiteiten die een gevaar vormen voor het luchtvaartverkeer niet wenselijk zijn. Zeker in aanmerking nemende dat het evenemententerrein een 'kwetsbaar object' betreft. In het ontwerpbestemmingsplan ontbreekt een voorziening voor de situatie dat binnen de gemeentegrenzen meerdere evenementen tegelijkertijd plaatsvinden, laat staan meerdere grote, meerdaagse evenementen. Deze kunnen immers effect op elkaar hebben en daarmee op de ruimtelijke aanvaardbaarheid ervan.
Het MER vereist in zo’n geval een toereikende regeling in het bestemmingsplan met betrekking tot de verkeersafwikkeling en de eis van aparte calamiteitenroutes.
Antwoord a. Er is akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting van het evenemententerrein. Hieruit volgt dat de geluidbelasting op woningen in de omgeving acceptabel is. Er wordt ruimschoots voldaan aan de richtwaarde en aan de geluidsnorm uit de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Haarlemmermeer. Tevens is onderzoek uitgevoerd naar het evenementenverkeer. Beide onderzoeken zijn als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen. Voor het houden van een evenement is een evenementenvergunning nodig. Bij de vergunningaanvraag zal ook aangetoond moeten worden welke maatregelen worden genomen om verkeersoverlast te voorkomen. b. Met het mogelijk maken van het evenemententerrein in PARK21 wordt onderkend dat de maximale capaciteit in de bestaande recreatiegebieden in Haarlemmermeer voor grootschalige evenementen is bereikt. De aanleg van het terrein maakt het mogelijk om te voorzien in een toenemende vraag naar evenementen in de gemeente. De toenemende vraag is onder andere beschreven in de ladderonderbouwing. In de ladderonderbouwing is door Bureau Stedelijke Planning de behoefte aan evenemententerreinen onderzocht in hoofdstuk 6 ‘behoefte evenementen’. Kwantitatief bestaat er een behoefte aan zeker twee grootschalige evenementenlocaties binnen de MRA. c.
Er is inderdaad voor gekozen om het evenemententerrein met een directe gebruikstitel mogelijk te maken, in tegenstelling tot andere functies in de leisurelaag. De redenen hiervoor zijn dat het toekomstig gebruik al veel concreter uitgewerkt is en het gebruik als evenemententerrein een andersoortige impact op de
d.
e.
f.
g.
h.
i.
omgeving heeft dan andere functies. Dit was aanleiding om nu al te verkennen of het beoogde gebruik van het evenemententerrein acceptabel en inpasbaar is. Daarvoor zijn onder andere een toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking, een verkeersonderzoek en een afweging in het MER uitgevoerd. De regels die voor andere functies gelden, zorgen voor een goede inpassing op het moment dat een omgevingsvergunning wordt aangevraagd. Voor het evenemententerrein is deze nadere afweging niet nodig, omdat deze al plaats heeft gevonden. Voor de evenementen is inzichtelijk gemaakt dat de afwikkeling van het verkeer, parkeren en andere voorzieningen ruimtelijk inpasbaar is. Dit is gebeurd middels de aanvulling op het MER. Tot slot is met het baggerdepot enkele jaren geleden de afspraak gemaakt dat activiteiten gestaakt worden en het baggerdepot wordt heringericht ten baten van PARK21. Voor deze transitie is een stikstofdepositieberekening in AERIUS gemaakt en toegevoegd aan het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan is een regeling opgenomen die voorkomt dat evenementen meer emissies veroorzaken dan er gereduceerd wordt. Het bestemmingsplan legt de maximale jaarlijkse uitstoot van de evenementen vast en daarmee borgt het bestemmingsplan dat de emissie van de evenementen nooit meer kan zijn dan de emissie van de uit gebruik genomen functie.
In artikel 11.5.1 sub c onder 2 is bepaald dat binnen 50 meter van het bouwvlak van een agrarisch bedrijf geen gevoelige bestemmingen zijn toegestaan. In de regels zal een begripsbepaling van een gevoelige bestemming / functie worden toegevoegd. Binnen het Beeldkwaliteitsplan Leisurelaag is de ruimte voor de functie ook beperkt. De parkkamers en andere functies als het evenemententerrein worden ingepast in het openbare park door een minimale omzoming van de parkkamer door openbaar park. Hierdoor ontstaat een goede minimale doorwaadbaarheid van de parklaag voor mens en dier. Aan het bestemmingsplan is het Beeldkwaliteitsplan Leisurelaag als dynamische beleidsverwijzing toegevoegd. In dit beeldkwaliteitsplan wordt ook een zone van 50 meter geborgd om een (grote) leisure voorziening. Dit geldt ook voor het evenemententerrein. Deze 50 meter zone hebben we tevens verduidelijkt op de verbeelding. In artikel 11.5.1 is als randvoorwaarde voor ontwikkelingen in de leisurelaag opgenomen dat uit (een onderzoek bij) de aanvraag om omgevingsvergunning moet volgen dat de verkeersgeneratie van de aangevraagde functie kan worden opgevangen door de verkeersruimte van de wegen in de omgeving van het plangebied. Bij dit onderzoek worden de monitoringsgegevens van Artikel 16 Verkeer gebruikt.
Het uitgangspunt hierbij is dat functies in het plangebied alleen gebruik mogen maken van de zogenaamde restruimte voor functies als bedoeld in 11.1; In artikel 13.2 is voor meerdaagse festivals bepaald dat er niet meer dan 3 meerdaagse festivals per jaar zijn toegestaan waarbij het bezoekersaantal per evenement niet meer dan 80.000 unieke bezoekers mag bedragen. De aanvulling op het MER gaat in op de inpasbaarheid van het verkeer, het ruimte gebruik voor het parkeren en het ruimtegebruik voor de camping. Doel is niet specifiek te regelen hoe het georganiseerd moet worden, maar aan te tonen dat het inpasbaar is. De organisator van het evenement dient bij een evenement aan te tonen dat wordt voldaan aan een goede en veilige inpasbaarheid van het evenement. Met voorwaarden genoemd in het uitvoeringsbeleid evenementen Haarlemmermeer 2021 wordt hier concreet en eenduidig invulling aangeven. Bij een aanvraag evenementenvergunning zijn documenten nodig om een duidelijk beeld te krijgen van de activiteiten, de risico’s en de beheersmaatregelen van de organisator.
Afhankelijk van het type evenement en het risicoprofiel, zijn de volgende documenten nodig: situatietekening van de locatie, inrichtingsplan van het evenemententerrein, draaiboek van het evenement, verkeers- en mobiliteitsplan (afhankelijk van evenement), geluidsrapport (afhankelijk van evenement) en veiligheidsplan (afhankelijk van evenement). In de bijlagen van dit uitvoeringsbeleid wordt meer uitleg gegeven over deze documenten. Binnen PARK21 wordt een evenemententerrein bestemd. Aspecten als verkeer, geluid en stikstof zijn hiervoor specifiek onderzocht. In aanvulling hierop en voorafgaand aan de besluitvorming voor het evenemententerrein hebben we de afhandeling van verkeersstromen en het parkeergedrag van bezoekers gedetailleerder onderzocht waarbij ook andere verkeersaantrekkende activiteiten in het gebied (maatgevende representatieve bezetting) betrokken zijn. Met dit onderzoek wordt ook een beschouwing gegeven van de inpasbaarheid van de parkeerbehoefte, het verkeerssysteem en de omgeving van PARK21, inclusief de rol van openbaar vervoer en fietsers. Bij evenementen is een evenementenvergunning
noodzakelijk waarbij een goede, veilige omgang van verkeer geborgd moet zijn. Voldoende ruimte voor parkeren, campings e.d. is daar onderdeel van. j. Binnen PARK21 wordt een evenemententerrein bestemd. Aspecten als verkeer, geluid en stikstof zijn hiervoor specifiek onderzocht. In aanvulling hierop en voorafgaand aan de besluitvorming voor het evenemententerrein hebben we de afhandeling van verkeersstromen en het parkeergedrag van bezoekers gedetailleerder onderzocht waarbij ook andere verkeersaantrekkende activiteiten in het gebied (maatgevende representatieve bezetting) betrokken zijn. Met dit onderzoek wordt ook een beschouwing gegeven van de inpasbaarheid van de parkeerbehoefte, het verkeerssysteem, de camping faciliteiten en de omgeving van PARK21, inclusief de rol van openbaar vervoer en fietsers. Op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en de Verordening Fysiek Domein (VFD) moet voor elk evenement vanwege de handhaving van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, verkeersveiligheid, bescherming van het milieu etc. een evenementvergunning worden aangevraagd. Per aanvraag en in samenhang met andere aanvragen voor evenementen in de regio vindt een afweging plaats of en op welke data en in welke omvang evenementen worden toegestaan. In het gemeentelijk Uitvoeringsbeleid Evenementen 2021 wordt o.a. het proces nader beschreven. k.
De capaciteit van het verkeersnetwerk rond PARK21 is voor verschillende momenten in tijd in beeld gebracht op basis van alle omliggende mogelijke ontwikkelingen. In de huidige situatie is er capaciteit voor de realisatie van de basisstructuur. De vereiste verkeersmaatregelen worden in het gemeentelijk Uitvoeringsplan Mobiliteit jaarlijks nader uitgewerkt en gepland. In het bestemmingsplan is voorts vastgelegd dat tweejaarlijks de ontwikkeling van de verkeerscapaciteit van het netwerk wordt gemonitord, de feitelijke capaciteit is immers niet alleen afhankelijk van de voortgang en functies binnen PARK21 maar ook van de voortgang van omliggende mogelijke ontwikkelingen. Binnen PARK21 wordt een evenemententerrein bestemd. Aspecten als verkeer, geluid en stikstof zijn hiervoor specifiek onderzocht. In aanvulling hierop en voorafgaand aan de besluitvorming voor het evenemententerrein hebben we de afhandeling van verkeersstromen en het parkeergedrag van bezoekers gedetailleerder onderzocht waarbij ook andere verkeersaantrekkende activiteiten in het gebied (maatgevende representatieve bezetting) betrokken zijn. Met dit onderzoek wordt ook een beschouwing gegeven van de inpasbaarheid van de parkeerbehoefte, het verkeerssysteem en de omgeving van PARK21, inclusief de rol van openbaar vervoer en fietsers.
Bij evenementen is een evenementenvergunning noodzakelijk waarbij een goede, veilige omgang van verkeer geborgd moet zijn. Voldoende ruimte voor parkeren, campings e.d. is daar onderdeel van. Het evenemententerrein heeft binnen het bestemmingsplan meerdere aansluitingen op de openbare wegen gekregen. Zo is parallel aan het spoor de een ontsluiting naar dit deel van het park voorzien, alsmede een aansluiting op de Rijnlanderweg. Door deze dubbelzijdige ontsluiting is het realiseren van calamiteitenroutes van en naar het evenemententerrein goed inpasbaar. l. In artikel 13 van de planregels zijn de typen en aantallen evenementen vastgelegd. Tevens vindt een indeling in openbare orde & veiligheid risico categorieën A, B of C plaats, naar aanleiding van de (principe)aanvraag voor plaatsing op de regionale evenementenkalender. Dit staat beschreven in het gemeentelijk Uitvoeringsbeleid evenementen 2021. Per evenement dienen een aparte evenementvergunning en ontheffing geluid te worden aangevraagd, vergezeld van een uitgewerkte plannen voor het evenement, Onderdeel daarvan is een akoestisch plan/geluidsontwerp voor de inrichting van de evenementlocatie gericht op het minimaliseren van geluidhinder voor de omgeving en het sowieso voldoen aan de geluidsnormen voor maximale geluidsemissie op de dichtstbijzijnde woning.
De toetsing van de individuele plannen van een evenement met versterkt geluid vindt plaats bij de beoordeling van deze vergunningsaanvraag. m. In de begrippenlijst van het bestemmingsplan zal het begrip geluidsgevoelige bestemming worden opgenomen namelijk zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen. n. In de rapportage wordt voorgesteld om ook een dB(C) norm op te nemen in de normering waarbij een verzwaring van de deze norm met 20 dB wordt voorgesteld t.o.v. de normering in dB(A). Maatgevend zijn uiteraard de woningen die het dichtst bij het evenemententerrein zijn gelegen. Als bij deze woningen (middels maatregelen of projectie/ apparatuur) wordt voldaan aan de te stellen normering mag worden
o.
p.
q.
r.
s.
t.
u.
verwacht dat dat bij verder weggelegen woningen ook het geval is. Gelet op de relatief grote afstand tussen het evenemententerrein en de dichtstbijzijnde woningen mag dit ook worden verwacht van de bijdrage van lage tonen. Het evenemententerrein maakt over het gehele jaar een beperkt aantal festivals mogelijk. De geluidsbelasting van de evenementen wordt in het kader van de Wet milieubeheer berekend en gemeten op een gesloten bouwkundige schil. Per evenement hebben we ook een maximale geluidsbelasting meegegeven die afhankelijk is van het type festival. De differentiatie is mede aangebracht om geluidshinder te beperken. Drie grote meerdaagse evenementen (2 of 3 daags) en twee eendaags evenement zullen binnen de 8 en de 11 dagen plaatsvinden. Grote concerten kunnen 4 dagen per jaar gebruiken. Gemeente heeft rekening gehouden met het beperken van het cumulatieve effect van evenementen. Berekeningen en metingen de zijn gebonden aan landelijke richtlijnen. Er komen geen afzonderlijke meetrichtlijnen voor PARK21. De wijze van meten conform landelijke richtlijnen wordt vastgelegd in de geluidsontheffing VFD. Indien de nieuwe Omgevingswet nieuwe meet-/berekenmethodes voorschrijft dan zullen die in de ontheffing voorschriften worden verankerd.
Het gecumuleerde geluidsniveau is van belang in de leefomgeving van de bewoners waarvoor de goede ruimtelijke ordening wordt getoetst en daarmee is rekening gehouden. Men heeft de gecumuleerde geluidsbelasting in de rapportage betrokken. Overbouwing bij het evenemententerrein zal niet wegnemen dat er daarnaast delen onafgeschermd spoor zijn. De geluidsbelasting hiervan bij woningen blijft onveranderd. Indien de overbouwing ter plaatse van het evenemententerrein zorgt voor afscherming van het muziekgeluid in een bepaalde richting kan dit relevant zijn voor de geluidsbelasting op woningen. Voor het geluidsonderzoek is nu uitgegaan van een vlak en leeg terrein, als worst case benadering voor de geluidsbelasting. Afhankelijk van de daadwerkelijke uitvoering van de overbouwing kan gekozen worden om deze alsnog mee te nemen in de akoestische rapportage. Bij de nadere technische uitwerking van het deelgebied, zal aandacht zijn voor het reduceren van de hinder door het ontwerp. Hoogteverschillen, bosschages en degelijk zullen naar verwachting een positief effect hebben en de geluidsbelasting op omliggende gevoelige objecten reduceren. In artikel 13 van de planregels zijn de typen en aantallen evenementen vastgelegd.
Tevens vindt een indeling in openbare orde & veiligheid risico categorieën A, B of C plaats, naar aanleiding van de (principe)aanvraag voor plaatsing op de regionale evenementenkalender. Dit staat beschreven in het gemeentelijk Uitvoeringsbeleid evenementen 2021. De toetsing van de individuele plannen van een evenement met versterkt geluid vindt plaats bij de beoordeling van de vergunningsaanvraag. Per aanvraag en in samenhang met andere aanvragen voor evenementen in de regio vindt een afweging plaats of en op welke data en in welke omvang evenementen worden toegestaan. Borging vindt dus plaats in al dan niet verlening evenementvergunning. De ruimtelijke aanvaardbaarheid van het festivalterrein is aangetoond in het MER en de onderzoeken die ten behoeve van het bestemmingsplan zijn uitgevoerd. Het aantal, de grootte, de duur en de geluidbelasting van de festivals is vastgelegd in de regels het bestemmingsplan. Daarbij geldt dat de gemeente voor wat betreft geluid een strengere geluidnorm hanteert dan het generieke gemeentelijke evenementenbeleid toelaat. In artikel 44 van de planregels (artikel 46 in het vast te stellen bestemmingsplan) is de koppeling gemaakt met de regels van het LIB. Voor het geven van vuurwerk- en/of lasershows is afzonderlijk toestemming nodig van de provincie c.q. de luchtverkeersleiding Schiphol.
Cumulatie van mogelijke risico’s door gelijktijdig plaatsvindende evenementen in de regio worden in het kader van handhaving van de openbare orde & veiligheid door de Veiligheidsregio Kennemerland (VRK) bewaakt. (regionale jaarlijkse evenementen kalender). Indien er risico’s verwacht worden door meerdere evenement op de zelfde data, in elkaars nabijheid dan beperkt de VRK de risico’s door verplaatsing in tijd en/of locatie op te leggen. In artikel 13 van de planregels zijn de typen en aantallen evenementen vastgelegd. Tevens vindt een indeling in openbare orde & veiligheid risico categorieën A, B of C plaats, naar aanleiding van de
(principe-)aanvraag voor plaatsing op de regionale evenementenkalender. Dit staat beschreven in het gemeentelijk Uitvoeringsbeleid Evenementen 2021. De toetsing van de individuele plannen van een evenement met versterkt geluid vindt plaats bij de beoordeling van de vergunningsaanvraag. Per aanvraag en in samenhang met andere aanvragen voor evenementen in de regio vindt een afweging plaats of en op welke data en in welke omvang evenementen worden toegestaan. Borging vindt dus plaats in al dan niet verlening evenementvergunning. Conclusie Naar aanleiding van de zienswijze zijn de volgende aanpassingen doorgevoerd in het bestemmingsplan: • Er zijn nieuwe stikstofdepositieberekeningen uitgevoerd waarbij het evenemententerrein en het voormalige baggerdepot zijn betrokken. Het herziene rapport is toegevoegd aan het vast te stellen bestemmingsplan. In het bestemmingsplan is een regeling opgenomen die voorkomt dat evenementen meer emissies veroorzaken dan er gereduceerd wordt. Het bestemmingsplan legt de maximale jaarlijkse uitstoot van de evenementen vast en daarmee borgt het bestemmingsplan dat de emissie van de evenementen nooit meer kan zijn dan de emissie van de uit gebruik genomen functie.;
•
•
In de begripsbepalingen van de regels is een definitie van gevoelige functie toegevoegd die luidt “gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt.” Op de verbeelding bij het bestemmingsplan is de zone van 50 meter om het evenemententerrein conform Beeldkwaliteitsplan Leisurelaag toegevoegd.
Zienswijze 13: Reclamant 13 a. In artikel 37 wordt gesteld dat bij aanleg van drainage, zonder vergunning, niet dieper gegraven mag worden dan 40 cm. Drainage wordt altijd dieper gelegd (gemiddeld 1m onder maaiveld). De drainagestrengen worden hart op hart 10 tot 20m gelegd. Dat betekent dat het hele terrein onderzocht moet worden terwijl er maar weinig geroerd wordt. Daarbij komt dat 95% van de drainage sleufloos gelegd wordt. Hierbij vindt er dus geen grondroering plaats. De kosten die gemaakt moeten worden staan dus niet in verhouding tot kosten voor aanleg drainage en zeker niet tot eventuele schade die zou ontstaan aan archeologische objecten. Reclamant verzoekt om drainage te schrappen uit artikel 37.4.1. Antwoord a. Op 4 maart 2021 heeft de gemeenteraad archeologiebeleid vastgesteld voor het hele grondgebied: 'Archeologiebeleid Haarlemmermeer 2020-2030’ (2020.0000060). We constateren aan de hand van de zienswijzen dat dit beleid onbedoeld een verzwaring van kosten en regeldruk voor grondeigenaren tot gevolg heeft. Het gaat hier met name om een vergunningplicht voor grotere ingrepen in de bodem waar dat voorheen niet nodig was. Deze lastenverzwaring was nadrukkelijk niet de intentie bij de vaststelling van dit beleid.
Om die reden wordt de raad voorgesteld om af te wijken van het beleid door normaal (agrarisch) gebruik en beheer uit te sluiten van de preventieve archeologietoets. Hiervoor is de volgende begripsbepaling in het bestemmingsplan toegevoegd: “Het reguliere gebruik, dat gelet op de (agrarische) bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goede agrarische bedrijfsvoering en het agrarische gebruik van de gronden waarbij grondbewerkingen mogen worden uitgevoerd tot een maximale diepte van 1,5 meter. Voorbeelden van normaal agrarisch gebruik zijn: maaien, beweiden en bemesten van grasland, verbeteren van het grasland door het scheuren van de grasmat en het direct opnieuw inzaaien, (diep)ploegen en cultiveren van bouwland, verbouwen van akkerbouwgewassen, zoals mais in wisselteelt, maaien en schonen van sloot en slootkant, vervangen van en onderhoud aan drainage, het aanleggen van wegen ter directe ontsluiting van een agrarisch bouwperceel”. Conclusie Naar aanleiding van de zienswijze is de volgende aanpassing doorgevoerd in het bestemmingsplan:
•
De begripsbepaling ‘normaal (agrarisch) gebruik)’ is toegevoegd. Deze luidt: “Het reguliere gebruik, dat gelet op de (agrarische) bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goede agrarische bedrijfsvoering en het agrarische gebruik van de gronden waarbij grondbewerkingen mogen worden uitgevoerd tot een maximale diepte van 1,5 meter. Voorbeelden van normaal agrarisch gebruik zijn: maaien, beweiden en bemesten van grasland, verbeteren van het grasland door het scheuren van de grasmat en het direct opnieuw inzaaien, (diep)ploegen en cultiveren van bouwland, verbouwen van akkerbouwgewassen, zoals mais in wisselteelt, maaien en schonen van sloot en slootkant, vervangen van en onderhoud aan drainage, het aanleggen van wegen ter directe ontsluiting van een agrarisch bouwperceel”.
Zienswijze 14: Reclamant 14 a. Reclamant is van mening dat de omgeving van het baggerdepot als ‘Groen - Park’ bestemd zou moeten worden, zonder de mogelijkheid van grootschalige evenementen. Door hier de bestemming aan te geven van evenemententerrein wordt de verwachting gewekt dat er voor meerdere evenementen vergunning zou kunnen worden verleend. Door deze evenementen mogelijk te maken zal er meer verkeersoverlast ontstaan en meer geluidsoverlast voor bewoners en ook voor dieren die hier in het wild leven. De dagelijkse gang voor deze dieren wordt dan verstoord en ze zullen verdwijnen uit deze omgeving. Daarnaast zijn we van mening dat Parklanden al voldoende mogelijkheden biedt voor kleine evenementen waar boeren en burgers van elkaar kunnen leren en recreatie wordt aangeboden. Overdaad schaadt zowel voor natuur als voor de bewoners en voor de recreanten. Antwoord a. Er is akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting van het evenemententerrein. Hieruit volgt dat de geluidbelasting op woningen in de omgeving acceptabel is. Er wordt ruimschoots voldaan aan de richtwaarde en aan de geluidsnorm uit de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Haarlemmermeer. Tevens is onderzoek uitgevoerd naar het evenementenverkeer. Beide onderzoeken zijn als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen. Voor het houden van een evenement is een evenementenvergunning nodig.
Bij de vergunningaanvraag zal ook aangetoond moeten worden welke maatregelen worden genomen om verkeersoverlast te voorkomen. Om de evenementenvergunning te mogen gebruiken dient parallel aangetoond te zijn dat de Wet natuurbescherming niet wordt overtreden; dit doorloopt een aparte toetsingsprocedure bij de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord. Binnen het Beeldkwaliteitsplan Leisurelaag is de ruimte voor de functie ook beperkt. De parkkamers en andere functies als het evenemententerrein worden ingepast in het openbare park door een minimale omzoming van de parkkamer door openbaar park. Hierdoor ontstaat een goede minimale doorwaadbaarheid van de parklaag voor mens en dier. Aan het bestemmingsplan is het Beeldkwaliteitsplan Leisurelaag als dynamische beleidsverwijzing toegevoegd. In dit beeldkwaliteitsplan wordt ook een zone van 50 meter geborgd om een (grote) leisure voorziening. Dit geldt ook voor het evenemententerrein. Deze 50 meter zone hebben we tevens verduidelijkt op de verbeelding. Hierdoor ontstaat een goede minimale doorwaadbaarheid van de parklaag voor mens en dier. Conclusie • Op de verbeelding bij het bestemmingsplan is de zone van 50 meter om het evenemententerrein conform Beeldkwaliteitsplan Leisurelaag toegevoegd. Zienswijze 15: Reclamant 15 a.
Reclamant maakt bezwaar tegen de goedkeuring van het MER en daarin opgenomen invulling van het evenemententerrein vanwege het feit dat er in 2017 al een afspraak was dat de m.e.r.-commissie in gesprek zou gaan met direct betrokkenen in het PARK21 gebied. Reclamant is verbaasd dat het MER wordt goedgekeurd zonder enige vorm van overleg met betrokkenen. Op grond van het feit dat er geen duidelijke invulling van het park is, kan er ook geen m.e.r.-procedure plaatsvinden en is deze dus ook onrechtmatig.
b.
Blijkbaar wordt er over de rug van bewoners een deal gesloten met Rijnland en de gemeente om op een vervuild slibdepot een bestemming te forceren die volstrekt ongeschikt is om evenementen van deze omvang aan te kunnen. En dat terwijl er in het noorden van de polder een gebied ligt die zulke evenementen moeiteloos aan kan met alle voorzieningen qua infra en parkeren en voldoende groen om de luchtkwaliteit enigszins te borgen. Het groene park karakter dat de gemeente zo hoog in het vaandel had wordt hiermee danig om zeep geholpen. Op dit moment worden er tegen de wens van de bewoners van de Rijnlanderweg draconische maatregelen betreffende de kruising Rijnlanderweg-Bennebroekerweg voorgesteld om het verkeer van nieuw te bouwen woningen mogelijk te maken. Reclamant vindt het erg schrijnend dat er daarbij een evenemententerrein wordt voorgesteld voor 80.000 bezoekers in hetzelfde gebied. Juist in een gebied waar de luchtkwaliteit in verband met de luchthaven, A4 en industrie qua CO2, fijnstof en stikstof al slecht is. De MER commissie maakt hier volgens reclamant een hele grote blunder om daar geen rekening mee te houden of er geen voorwaarden aan te stellen. Betekent dit dat de mogelijkheid van woningbouw ondergeschikt wordt aan een evenemententerrein? De Nieuwe Bennebroekerweg wordt pas medio 2030 gerealiseerd volgens de Gemeente.
Reclamant stelt voor om geen evenemententerrein te vergunnen als de infrastructuur niet op orde is, en alle overlast voor omwonenden weggenomen kan worden. Reclamant maakt zich als bewoner van de Rijnlanderweg ernstige zorgen over geluidsoverlast, verkeersoverlast en de luchtkwaliteit en vraagt zich af of hij het bedrijf kan blijven uitoefenen. Op dit moment is het baggerdepot een groen gebied waar de luchtkwaliteit juist wordt gezuiverd door CO2- en stikstofbinding wat zo broodnodig is hier.
Antwoord a. Het Masterplan PARK21 uit 2011 benoemd het evenemententerrein als onderdeel van PARK21. De aanleg van het evenemententerrein in PARK21 maakt het mogelijk om te voorzien in een toenemende vraag naar evenementen in de gemeente en in de Metropoolregio Amsterdam. De beoogde locatie sluit goed aan bij de eisen en wensen die aan een grootschalig evenemententerrein worden gesteld. Het evenemententerrein is onderzocht op aspecten als verkeer, geluid en stikstof en is ruimtelijk aanvaardbaar geacht. Daarmee is een ruimtelijke inpassing binnen PARK21 passend. b. Binnen PARK21 wordt een evenemententerrein bestemd. Het is noodzakelijk dat dit evenemententerrein past binnen de goede ruimtelijke ordening. Aspecten als verkeer, geluid en stikstof zijn hiervoor onder andere specifiek voor onderzocht om inzichtelijk te maken dat het evenemententerrein ruimtelijk aanvaardbaar is. Met dit onderzoek wordt ook een beschouwing gegeven van de inpasbaarheid van de parkeerbehoefte, het verkeerssysteem en de omgeving van PARK21, inclusief de rol van openbaar vervoer en fietsers. Uit genoemde onderzoeken is gebleken dat het evenemententerrein op genoemde locatie ruimtelijk aanvaardbaar is. Conclusie De zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Zienswijze 16: Provincie Noord-Holland a.
De provincie Noord-Holland vindt het positief dat het zoekgebied voor de natte natuurverbinding een definitieve plek krijgt in dit bestemmingsplan. De natuurverbinding maakt onderdeel uit van een netwerk van verbindingen door de Haarlemmermeer. In de beschrijving van de wezenlijke kenmerken en waarden voor deze natuurverbinding staan de doelsoorten en ecologische kwaliteiten beschreven. Uit deze omschrijving volgt een breedte voor de natuurverbinding van 50 meter en elke kilometer een stapsteen van 500 m2. De verbinding is opgebouwd uit een watergang die overgaat in een brede moeraszone en wordt afgeschermd door ruigte en struweel. De voorziene locatie van de natuurverbinding ligt deels binnen de plangrenzen van het bestemmingsplan PARK21 en deels binnen de scope van het project voor de aanleg van de Nieuwe Bennebroekerweg. In het bestemmingsplan PARK21 is een onbebouwde zone opgenomen om de natuurverbinding niet onmogelijk te maken. De provincie verwacht dat de gemeente in het naastgelegen project voor de Nieuwe Bennebroekerweg ook ruimte creëert voor het realiseren en
b.
c.
functioneren van deze natuurverbinding. Verder is het verzoek om de beschrijving van de wezenlijke kenmerken en waarden op te nemen inde toelichting. Hoewel de plannen omtrent de HOV-verbinding Noordwijk-Schiphol nog niet volledig zijn uitgekristalliseerd, wil de provincie deze verbinding niet onmogelijk maken. De provincie verzoekt om in het bestemmingsplan rekenschap te geven van deze HOV-verbinding en te borgen dat de aanleg hiervan niet onmogelijk wordt gemaakt. Provinciale Staten van Noord-Holland hebben besloten om alleen de Nieuwe Bennebroekerweg te verbreden en de overige delen van de Duinpolderweg niet uit te voeren. Dit betekent dat een mogelijke verbinding tussen de Nieuwe Bennebroekerweg en de N206 niet meer aan de orde is. De provincie verzoekt om dit te verwerken in de toelichting van het bestemmingsplan.
Antwoord a. In de toelichting van het bestemmingsplan is een beschrijving van de wezenlijke kenmerken en waarden van de natuurverbinding toegevoegd. Het project Nieuwe Bennebroekerweg staat los van dit bestemmingsplan. b. In de toelichting van het bestemmingsplan is een tekst toegevoegd waarin rekenschap wordt gegeven van de HOV-verbinding en wordt aangegeven dat de aanleg hiervan niet onmogelijk wordt gemaakt. Op de verbeelding wordt parallel aan de Driemerenweg een bebouwingsvrije zone (specifieke bouwaanduiding – zone onbebouwd) van 20 meter opgenomen als reservering voor de HOV-verbinding. c. In de toelichting van het bestemmingsplan is een tekst toegevoegd waarin wordt vermeld dat de provincie besloten heeft om alleen de Nieuwe Bennebroekerweg te verbreden en de overige delen van de Duinpolderweg niet uit te voeren, waardoor een mogelijke verbinding tussen de Nieuwe Bennebroekerweg en de N206 niet meer aan de orde is. Conclusie Naar aanleiding van de zienswijze zijn de volgende aanpassingen doorgevoerd in het bestemmingsplan: a. In de toelichting van het bestemmingsplan is een beschrijving van de wezenlijke kenmerken en waarden van de natuurverbinding toegevoegd; b. In de toelichting van het bestemmingsplan is een tekst toegevoegd waarin rekenschap wordt gegeven van de HOV-verbinding en wordt aangegeven dat de aanleg hiervan niet onmogelijk wordt gemaakt.
Op de verbeelding wordt parallel aan de Driemerenweg de specifieke bouwaanduiding – zone onbebouwd van 20 meter breed opgenomen als reservering voor de HOV-verbinding. c. In de toelichting van het bestemmingsplan is een tekst toegevoegd waarin wordt vermeld dat de provincie besloten heeft om alleen de Nieuwe Bennebroekerweg te verbreden en de overige delen van de Duinpolderweg niet uit te voeren, waardoor een mogelijke verbinding tussen de Nieuwe Bennebroekerweg en de N206 niet meer aan de orde is. Zienswijze 17: VB Facility Services B.V a. In de toelichting van het bestemmingsplan is het volgende te lezen: "De inzet is een aantrekkelijk woon- en leefklimaat en het park heeft primair een lokale en regionale functie, waarbij een duidelijk accent ligt op het groene karakter”. Het mogelijk maken van een natuurbegraafplaats, eventueel in combinatie met een geboortebos, zou volgens reclamant een waardevolle en logische keuze zijn in PARK21. Deze functie past binnen de ambities van PARK21 en het eindbeeld dat men voor ogen heeft. Een natuurbegraafplaats is onlosmakelijk verbonden met natuur en milieu. Het principe van natuurbegraven is dat het lichaam teruggegeven wordt aan de natuur op verantwoorde en milieuvriendelijke wijze. Het concept sluit zich nauw aan bij het respecteren en waarderen van de natuur waarbij respect voor de natuur centraal staat.
Daarom zullen bij natuurbegraven altijd sprake zijn van gebruik van materialen en middelen dat milieuvriendelijk en biologisch afbreekbaar is. Voorbeelden van natuurbegraafplaatsen elders tonen aan dat het een educatieve rol heeft en samengaat met wandel, fiets en andere recreatieve activiteiten. Het toestaan van de ontwikkeling van een natuurbegraafplaats zal het karakter van PARK21 versterken en
bijdragen aan bewustwording voor de natuur en al haar mogelijkheden. Reclamant verzoekt om de bestemming Natuurbegraafplaats mee te nemen als een mogelijkheid voor in de toekomst in PARK21 waarbij ook duidelijk mag zijn dat deze functie de overige functies zal versterken en aanvullen. Antwoord a. Er is geen gemeentelijk beleid dat voorziet in deze functie. (Natuur)begraafplaatsen zijn zeer specifieke functies en kennen strikte regels en richtlijnen zoals bijvoorbeeld vastgelegd in Wet op de lijkbezorging en de Inspectierichtlijn lijkbezorging. Deze laatste geeft informatie en adviezen over de belangrijkste milieu hygiënische aspecten van de lijkbezorging. Doel van deze richtlijn is bijdragen aan het voorkomen van milieu hygiënische problemen. Met het oog hierop geeft de richtlijn adviezen voor het tegengaan van bodem- en grondwaterverontreiniging, onvolledige lijkvertering en hinder. Volgens de richtlijn is een zandof zavelgrond het meest geschikt om te begraven. Daarnaast moet de afwatering van een (normale) begraafplaats milieu hygiënisch kritisch worden bezien net zoals de mogelijkheid om eventuele maatregelen te nemen die voorkomen dat het water terechtkomt in het grond- of oppervlaktewater. Effecten en de combinatie met het Verbeterd Droogmakerij Systeem met zijn flexibele peil is daarbij een aandachtspunt wat de locatie PARK21 mogelijk complex maakt.
Het ontbreken van beleid en de complexe waterhuishouding binnen PARK21 vraagt om nadere uitwerkingen en maakt het niet mogelijk om op voorhand met zekerheid te zeggen dat de functie passend is in de kaders van PARK21 en binnen de gestelde wet- en regelgeving. Deze functie wordt daarom met dit bestemmingsplan niet toegestaan. Conclusie De zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Zienswijze 18: Reclamant 18 a. In het bestemmingsplan zijn regels voor het gebruik van terras/horeca beschreven. Voor campings en andere initiatieven zijn er geen duidelijke randvoorwaarden. Reclamant vraagt waarom deze niet zijn opgenomen. b. De locatie voor het evenemententerrein is niet geschikt omdat: • Het plangebied aan de rand van de externe veiligheidscontour van Schiphol ligt; • Bij de leisure-laag emissies van licht naar boven verboden zijn. Tijdens evenementen zijn er veelal lichtshows, vuurwerk, lasershows gangbaar. Dit verbod beperkt het gebruik van het terrein. • Het baggerdepot omvormen naar evenemententerrein een grote impact op stikstofemissies heeft, door de emissies van de aanleg en aangevoerde grond. Daarnaast is het baggerdepot geen bemeste locatie en de omvorming levert dus geen stikstofruimte voor de ontwikkeling op.